Motivering eerste wijziging omgevingsplan.pdf
Tekst van het document
Motivering eerste wijziging omgevingsplan Datum: 8 april 2026 Versie: Vaststelling omgevingsplanwijziging
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ............................................................................................................. 2 1. Inleiding en beschrijving omgevingsplanwijziging ...................................................... 3 1.1 Aanleiding ........................................................................................................ 3 1.2 Doel omgevingsplanwijziging ........................................................................... 3 1.3 Planbeschrijving ............................................................................................... 3 1.4 Conclusie ......................................................................................................... 4 1.5 Leeswijzer ........................................................................................................ 4 2. Procedure omgevingsplanwijziging ........................................................................... 4 3. Toetsing aan aspecten van de fysieke leefomgeving ................................................ 5 3.1 Algemeen ......................................................................................................... 5 3.2 Bouwwerken.....................................................................................................
5 3.3 Infrastructuur .................................................................................................... 5 3.4 Water en watersystemen .................................................................................. 6 3.5 Bodem.............................................................................................................. 6 3.6 Lucht, geluid en geur ........................................................................................ 6 3.7 Natuur en landschap ........................................................................................ 6 3.8 Cultureel- en werelderfgoed ............................................................................. 6 4. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) ........................................ 6 5. Ruimtelijk beleidskader ............................................................................................. 7 5.1 Rijksbeleid ........................................................................................................ 7 5.1.1 Omgevingswet .................................................................................................................. 7 5.1.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI).....................................................................................
9 5.2 Provinciaal beleid ............................................................................................. 9 5.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland ......................................................................................... 9 5.3 Gemeentelijk beleid ........................................................................................ 11 5.3.1 Omgevingsvisie gemeente Albrandswaard ..................................................................... 11 5.3.2 Bestaande planologische regelingen (bestemmingsplannen) .......................................... 11 5.3.3 Nota parkeernormen ....................................................................................................... 11 6. Milieubeoordeling .................................................................................................... 12 7. Participatie .............................................................................................................. 12 8. Kostenverhaal .................................................................................................. 12
Gemeente Albrandswaard- Motivering
2
1. Inleiding en beschrijving omgevingsplanwijziging 1.1 Aanleiding Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet vereenvoudigt de wet- en regelgeving over de fysieke leefomgeving en heeft als uitgangspunt ervoor te zorgen dat decentrale overheden hun regels over de fysieke leefomgeving bijeenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Voor de komst van de Omgevingswet op 1 januari 2024 stonden de regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving in gemeentelijke verordeningen en beleidsplannen. Het omgevingsplan zorgt ervoor dat alle regels over de fysieke leefomgeving gebundeld worden in één omgevingsdocument, zodat initiatiefnemers gemakkelijker kunnen zien welke regels er op een specifieke locatie gelden. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft iedere gemeente via het overgangsrecht een tijdelijk omgevingsplan gekregen. Het tijdelijk omgevingsplan is van rechtswege gevuld met de op dat moment geldende bestemmingsplannen, verordeningen en de bruidsschat (regels die door het Rijk zijn overgedragen aan de gemeente). De gemeente heeft tot 1 januari 2032 de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Het is niet mogelijk om het omgevingsplan in een keer te wijzigen.
Dit zal door middel van verschillende wijzigingsrondes gebeuren, waarbij we per gebied of thema aan de slag zullen gaan. Op grond van artikel 3.46 van de Algemene wet bestuursrecht behoort een besluit te berusten op een deugdelijke motivering. Bij dit wijzigingsbesluit is een motivering opgesteld. In deze motivering wordt aangegeven waarom de wijziging van het omgevingsplan bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. In deze motivering wordt hier nader op ingegaan.
1.2 Doel omgevingsplanwijziging Het doel van de wijziging van het omgevingsplan is om de nieuwe regels in het omgevingsplan te laten bijdragen aan de verbeterdoelen van de Omgevingswet. Door alle regels samen te brengen in een digitaal omgevingsplan moet het voor de inwoners van de gemeente Albrandswaard eenvoudiger worden om regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving terug te vinden en moet duidelijk zijn hoe die regels worden toegepast. De wijziging maakt de digitale raadpleging mogelijk via de landelijke voorzieningen van officielebekendmakingen.nl en het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) via Regels op de kaart, volgens de eisen van de Omgevingswet.
1.3 Planbeschrijving Deze eerste wijziging van het omgevingsplan bestaat uit vier onderwerpen. De eerste wijziging van het omgevingsplan is beleidsneutraal van aard. Dit betekent dat er geen nieuwe beleidsmatige keuzes worden gemaakt en er geen wijziging plaatsvindt ten aanzien van het bestaande gemeentelijke beleid. De wijzigingen zijn erop gericht om het vastgestelde beleid, bestaande wettelijke verplichtingen en geldende beschermingsregimes op een juridisch juiste, eenduidige en toepasbare wijze te verankeren binnen het omgevingsplan. De eerste wijziging ziet op de volgende onderwerpen: 1. MRDH: dit betreffen regels met betrekking tot het beperkingengebied lokaal spoor; Gemeente Albrandswaard- Motivering
3
2. Parkeernormen: dit betreffen regels overeenkomstig de door de gemeenteraad vastgestelde nota parkeernormen; 3. Archeologie: dit betreffen regels ter bescherming van de archeologische waarden; 4. Wonen: met deze wijziging wordt het begrip wonen verduidelijkt, omdat uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat het begrip woning geen invulling geeft aan wat feitelijk onder wonen moet worden verstaan. Daarnaast is er in het omgevingsplan ook een algemene toelichting opgenomen. Deze toelichting legt uit welke doelen worden nagestreefd, welke afwegingen er worden gemaakt en om keuzes te verantwoorden en te motiveren. Zij biedt zowel een juridische onderbouwing en praktische uitleg van de regels. De toelichting bestaat uit een algemeen deel en een artikelsgewijze deel. Het algemene deel van de toelichting geeft een samenhangend en toegankelijk overzicht van de juridische basis, uitgangspunten en systematiek van het omgevingsplan. In het artikelsgewijze deel wordt per artikel de strekking en de werking van de regels toegelicht.
1.4 Conclusie Deze motivering laat zien dat de wijziging van het omgevingsplan in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en uitvoerbaar is binnen de geldende beleids- en toetsingskaders van Rijk, provincie, waterschap en gemeente.
1.5 Leeswijzer Deze motivering bestaat uit 8 hoofdstukken. Na de inleiding en beschrijving van de omgevingsplanwijziging volgt hoofdstuk 2, waarin de procedure van de omgevingsplanwijziging wordt beschreven. In hoofdstuk 3 worden de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving in relatie met de wijziging van het omgevingsplan beoordeeld. In hoofdstuk 4 wordt gemotiveerd waarom de wijziging van het omgevingsplan voldoet aan een evenwichtige toedeling aan functies. In hoofdstuk 5 wordt het relevante beleid van het Rijk, de Provincie en de gemeente getoetst. In hoofdstuk 6 is de milieubeoordeling opgenomen. In hoofdstuk 7 en 8 wordt het kostenverhaal en de uitvoerbaarheid van het plan besproken.
2. Procedure omgevingsplanwijziging Wijziging omgevingsplan De procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan is vastgelegd in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op de wijziging van het omgevingsplan is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb van toepassing. Hieronder worden de belangrijkste procedurestappen in hoofdlijnen weergegeven. Kennisgeving voornemen wijziging omgevingsplan Op officielebekendmakingen.nl is overeenkomstig de wetgeving op 31 oktober 2025 kennisgegeven van het voornemen om het Omgevingsplan gemeente Albrandswaard te wijzigen (artikel 16.29 Omgevingswet). In de kennisgeving staat onder andere benoemd hoe er participatie heeft plaatsgevonden zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van deze motivering.
Gemeente Albrandswaard- Motivering
4
Terinzagelegging ontwerp wijziging omgevingsplan Het ontwerpbesluit zal na vaststelling voor een periode van zes weken digitaal ter inzage worden gelegd. Een ieder kan voor een periode van zes weken een zienswijze indienen. De bekendmaking van de terinzagelegging en de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen wordt digitaal gepubliceerd in het Gemeenteblad en daarnaast ook in het gemeentelijke ‘huis aan huis’ blad. Zienswijzen en vaststelling Na afloop van de zienswijzetermijn zullen de ingediende zienswijzen worden beoordeeld en beantwoord. De beantwoording van de zienswijzen zal worden verwerkt in een Nota van Zienswijzen. De definitieve wijziging van het omgevingsplan, inclusief de Nota van Zienswijzen, zal ter vaststelling worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Inwerkingtreding De wijziging van het omgevingsplan treedt in werking 4 weken na de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt. De gemeente kan een later tijdstip van inwerkingtreding in het omgevingsplan opnemen. Rechtsbescherming bij wijziging van het Omgevingsplan Tegen een wijziging van het Omgevingsplan staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de kennisgeving van de wijziging van het omgevingsplan zal worden opgenomen hoe dat moet en wanneer dat kan.
3. Toetsing aan aspecten van de fysieke leefomgeving 3.1 Algemeen Deze wijziging van het omgevingsplan is beleidsneutraal van aard en ziet op het verankeren van bestaande regels en beleidskaders in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In artikel 1.2 van de Omgevingswet is opgenomen wat de fysieke leefomgeving in ieder geval omvat. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, water en watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de voor deze planwijziging relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. Daarbij is beoordeeld welke aspecten door de wijziging worden geraakt en om welke redenen andere aspecten niet aan de orde zijn.
3.2 Bouwwerken De wijziging heeft geen betrekking op bouwmogelijkheden of technische eisen aan bouwwerken. De regels over bouwen blijven ongewijzigd. Dit aspect wordt door de wijziging niet beïnvloed.
3.3 Infrastructuur De wijziging voorziet in het opnemen van regels met betrekking tot het beperkingengebied lokaal spoor. Binnen dit beperkingengebied gelden regels om de staat en de werking van de lokale spoorweg te behoeden voor nadelige gevolgen van activiteiten in de nabijheid. Deze regels waren voorheen opgenomen in ‘het ruimtelijk profiel Metro en Tram’ als beperkingengebied voor lokale spoorwegen en worden met deze wijziging, in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, verankerd in het omgevingsplan.
Gemeente Albrandswaard- Motivering
5
Met deze wijziging worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt en wordt geen inhoudelijke wijziging aangebracht in het bestaande beschermingsregime. De wijziging draagt bij aan een zorgvuldige omgang met infrastructuur en veiligheid.
3.4 Water en watersystemen De wijziging maakt geen ontwikkelingen mogelijk die van invloed zijn op waterhuishouding of watersystemen. Dit aspect is daarmee niet aan de orde.
3.5 Bodem De wijziging maakt geen bodemingrepen of functiewijzigingen mogelijk die gevolgen hebben voor de bodemkwaliteit. De bestaande bodemregelgeving blijft ongewijzigd van toepassing. Dit aspect wordt door de wijziging niet beïnvloed.
3.6 Lucht, geluid en geur Aangezien de wijziging beleidsneutraal is en geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, leidt deze niet tot een toename van emissies of hinder. Aspecten als luchtkwaliteit, geluid en geur worden hierdoor niet beïnvloed.
3.7 Natuur en landschap De wijziging heeft geen gevolgen voor natuurwaarden of landschappelijke kwaliteiten. Bestaande beschermingsregimes blijven ongewijzigd van kracht.
3.8 Cultureel- en werelderfgoed De bescherming van archeologische waarden is vastgelegd in de archeologische verordening en de daarop gebaseerde planregels in de geldende bestemmingsplannen. Met deze wijziging worden deze bestaande regels ongewijzigd overgenomen in het omgevingsplan. De wijziging brengt geen wijziging aan in het beschermingsniveau van archeologische waarden. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een werelderfgoedgebied. Dit aspect is niet aan de orde.
4. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) Onder de Omgevingswet staat bij het vaststellen en het wijzigen van een omgevingsplan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna: ETFAL) centraal. Dit betekent dat bij het toedelen en reguleren van functies aan locaties een zorgvuldige afweging wordt gemaakt tussen de verschillende belangen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Daarbij wordt bezien of functies op een locatie op een evenwichtige wijze met elkaar kunnen worden gecombineerd en of de kwaliteit van de leefomgeving wordt geborgd. De gemeente geeft invulling aan deze evenwichtige toedeling door in het omgevingsplan regels te stellen over activiteiten op locaties en deze in samenhang te bezien. Dit betekent dat een locatiegerichte benadering wordt gehanteerd, waarbij de beschikbare ruimte binnen de fysieke leefomgeving op een zorgvuldige en doelmatige wijze wordt verdeeld, ingericht en benut. Het geheel aan regels in het omgevingsplan vormt gezamenlijk het kader waarmee wordt gezorgd voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Gemeente Albrandswaard- Motivering
6
De onderhavige wijziging van het omgevingsplan is beleidsneutraal van aard. Met deze wijziging worden geen nieuwe functies aan locaties toegedeeld. De wijziging draagt bij aan de duidelijkheid, rechtszekerheid en uitvoerbaarheid van het omgevingsplan en borgt bestaande belangen op het gebied van wonen, archeologie, mobiliteit en parkeren. Gelet hierop blijft de bestaande evenwichtige toedeling van functies aan locaties ongewijzigd.
5. Ruimtelijk beleidskader 5.1 Rijksbeleid 5.1.1 Omgevingswet Het omgevingsplan is opgesteld binnen het stelsel van de Omgevingswet en de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur. Bij het opstellen van dit omgevingsplan is rekening gehouden met de relevante rijksregels en nationale belangen. Hieronder zal de Omgevingswet en de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur kort worden toegelicht. De Omgevingswet vormt het centrale wettelijke kader voor het omgevingsplan. De wet beoogt een integrale benadering van de fysieke leefomgeving en bundelt regels over onder meer bouwen, milieu, water, natuur en ruimtelijke ordening. De Omgevingswet kent twee maatschappelijke doelen, namelijk: a. het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Het omgevingsplan draagt bij aan deze doelen door te voorzien in een evenwichtige toedeling aan functies (ETFAL). Binnen dit kader heeft de gemeente beleidsruimte om lokale belangen af te wegen, mits nationale belangen voldoende worden geborgd.
De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur: Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en Omgevingsbesluit. In het Omgevingsbesluit zijn regels opgenomen over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, procedures, handhaving en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Hieronder zal per besluit (Bal, Bkl & Bbl) worden bezien of de daarin opgenomen regels van toepassing zijn op de voorliggende wijziging van het omgevingsplan en of aan deze regels wordt voldaan. Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) In het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) stelt het Rijk algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het Bal geeft een overzicht van uiteenlopende activiteiten waarvan het Rijk bepaalt hoe en onder welke voorwaarden deze activiteiten mogen plaatsvinden. Het gaat om de volgende activiteiten: -
Milieubelastende activiteiten; Lozingsactiviteiten; Activiteiten in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk; Activiteiten in de Noordzee; Activiteiten rond rijkswegen, spoorwegen en luchthavens; Gemeente Albrandswaard- Motivering
7
-
Activiteiten die de natuur raken; Landinrichtingsactiviteiten; Activiteiten die cultureel erfgoed of werelderfgoed raken; Gelegenheid bieden tot zwemmen en baden; Ontgrondingsactiviteit op land en regionale wateren; Lozingsactiviteit van schepen; Emissies door mobiliteit.
Het omgevingsplan bevat gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving. Het Bal maakt het afwijken en aanvullen van de rijksregels mogelijk, tenzij anders bepaald. Dit dient wel uitdrukkelijk in het Bal te zijn opgenomen. Dit betekent dat het mogelijk is om onder voorwaarden van de regels uit het Bal af te wijken dan wel deze aan te vullen. Hiervoor geldt wel dat de gemeentelijke regels geen verruiming mogen inhouden ten opzichte van het beschermingsniveau dat het Bal biedt. Conclusie De wijziging van het omgevingsplan ziet niet op regels waarvoor het Bal regels stelt. Met deze wijziging worden de regels over milieubelastende activiteiten of andere in het Bal geregelde activiteiten niet aangevuld of van afgeweken. Daarmee is het Bal niet bepalend voor de beoordeling en is deze wijziging in overeenstemming met het Rijksbeleid. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) stelt inhoudelijke normen voor de bevoegd gezagen, zoals de gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk. Deze normen worden gesteld met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. In hoofdstuk 5 van het Bkl zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen, waar zij rekening mee moeten houden met het opstellen van het omgevingsplan.
Deze instructieregels geven gemeenten richting voor de uitoefening van hun taken en bevoegdheden en zijn minimale vereisten waaraan een omgevingsplan in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet voldoen. Conclusie De wijziging van het omgevingsplan is beleidsneutraal van aard en ziet op het verankeren van bestaande regels en beleidskaders in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met deze wijziging worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die strijdig zijn met de instructieregels uit het Bkl. Daarmee is de wijziging in overeenstemming met het Bkl. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het Bouwbesluit vervangen door het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). In het Bbl staan regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een duidelijke scheiding aangebracht tussen de ruimtelijke en technische aspecten van het bouwen. De technische aspecten zijn geregeld in het Bbl en worden beoordeeld aan de hand van landelijke, uniform geldende regels. De ruimtelijke aspecten van bouwen, zoals de inpassing in de omgeving, het gebruik van gronden en bouwwerken en de ruimtelijke aanvaardbaarheid, worden geregeld via het omgevingsplan.
Gemeente Albrandswaard- Motivering
8
Deze scheiding komt tot uitdrukking in de zogenoemde knip van de omgevingsvergunning. Dit betekent dat voor een bouwactiviteit afzonderlijk kan worden beoordeeld of wordt voldaan aan de regels uit het Bbl (‘technische bouwactiviteit’) en of de activiteit in overeenstemming is met het omgevingsplan (‘omgevingsplanactiviteit’). Hierdoor kunnen technische en ruimtelijke toetsingen los van elkaar plaatsvinden, wat bijdraagt aan een duidelijker en transparanter vergunningstelsel. Conclusie De wijziging van het omgevingsplan is beleidsneutraal en ziet niet op technische eisen aan bouwwerken. Daarmee is het Bbl niet bepalend voor de beoordeling en is de wijziging in overeenstemming met het Bbl.
5.1.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland. In de NOVI formuleert het Rijk de nationale belangen en strategische opgaven die richting geven aan de inrichting van de leefomgeving, zoals ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam economisch groeipotentieel, sterke en leefbare steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De visie helpt keuzes te maken waar verschillende belangen en ruimtevraag elkaar raken en benadrukt integrale en gebiedsgerichte aanpakken van grote maatschappelijke opgaven. De NOVI is zelfbindend voor het Rijk. Lagere overheden (provincies en gemeenten) dienen bij het opstellen van eigen omgevingsvisies en het maken van plannen en beleidskader, zoals het omgevingsplan, rekening te houden met de nationale belangen en bestuurlijke afspraken uit de NOVI. Conclusie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) bevat de nationale beleidsuitgangspunten voor de fysieke leefomgeving. Bij het wijzigen van het omgevingsplan is beoordeeld of deze uitgangspunten worden geraakt. Nu de wijziging beleidsneutraal van aard is en geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, kan worden geconcludeerd dat de omgevingsplanwijziging in overeenstemming is met de NOVI.
5.2 Provinciaal beleid 5.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland is gebaseerd op het stelsel van de Omgevingswet, dat tot doel heeft het beleid voor de fysieke leefomgeving te vereenvoudigen en overzichtelijk samen te brengen. Het Omgevingsbeleid geeft weer op welke wijze de provincie zich inzet voor een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. Het Omgevingsbeleid is uitgewerkt in de Omgevingsvisie, de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma. Omgevingsvisie De Omgevingsvisie van Zuid-Holland geeft de strategische koers van de provincie voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op de langere termijn. De visie beschrijft onder andere de huidige staat van de fysieke leefomgeving in Zuid-Holland, de gewenste toekomst en provinciale ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes die nodig zijn om daar te komen.
Gemeente Albrandswaard- Motivering
9
Hiermee vormt de Omgevingsvisie de richtsnoer voor het provinciale handelen op het gebied van ruimtelijke ordening, infrastructuur, milieu en andere vraagstukken. De visie richt zich op hoofdlijnen en integrale samenhang in beleid en dient als kader voor verdere uitwerking in verordeningen en programma’s. De sturingsfilosofie is gericht op het realiseren van provinciale opgaven in samenwerking met maatschappelijke partners en andere overheden, waarbij opgaven integraal en gebiedsgericht worden benaderd. De Omgevingsvisie is daarmee niet alleen een strategisch document, maar vormt ook het kader voor provinciale beleidskeuzes en instrumenten waarmee wordt gestreefd naar een veilige, gezonde en leefbare omgeving voor nu en in de toekomst. Conclusie Bij het wijzigen van het omgevingsplan is beoordeeld of de uitgangspunten van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland worden geraakt. Aangezien de wijziging beleidsneutraal van aard is en geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt die afwijken van provinciale doelstellingen, kan worden geconcludeerd dat de omgevingsplanwijziging in overeenstemming is met de Omgevingsvisie. Omgevingsverordening De Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland bevat de juridisch bindende provinciale regels over de fysieke leefomgeving binnen de provincie.
Deze verordening is vastgesteld op grond van de Omgevingswet en brengt alle provinciale regels samen die van belang zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en het gebruik van de leefomgeving. De Omgevingsverordening is daarmee een uitwerking van provinciaal beleid in bindende regels en vormt een belangrijk toetsingskader voor gemeentelijke omgevingsplannen. Bij de voorbereiding of wijziging van het omgevingsplan moet worden beoordeeld of het plan in overeenstemming is met de instructieregels en begrenzingen zoals opgenomen in de verordening. Conclusie Bij het wijzigen van het omgevingsplan is beoordeeld of de wijziging in overeenstemming is met de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland. Aangezien de wijziging beleidsneutraal van aard is en geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt die afwijken van provinciale instructieregels en begrenzingen, kan worden geconcludeerd dat de omgevingsplanwijziging in overeenstemming is Omgevingsverordening. Omgevingsprogramma Het Omgevingsprogramma van de provincie Zuid-Holland beschrijft hoe de provincie uitvoering geeft aan de keuzes en ambities uit haar Omgevingsvisie. Waar de Omgevingsvisie de strategische doelen en hoofdlijnen van het beleid vastlegt, geeft het Omgevingsprogramma concreet aan welke maatregelen en activiteiten de provincie inzet om deze doelen te realiseren.
Het programma bevat onder meer een overzicht van de te nemen maatregelen, de onderliggende activiteiten en voorbeelden van waar de provincie zich op richt, zoals subsidies voor initiatieven en werkzaamheden aan (provinciale) infrastructuur.
Gemeente Albrandswaard- Motivering
10
Het Omgevingsprogramma vormt daarmee een uitvoeringsinstrument van het provinciale omgevingsbeleid: het maakt concreet welke acties de provincie de komende jaren onderneemt om haar visie en beleidsdoelen te bereiken, en welke rol andere overheden en partners daarbij kunnen spelen. Conclusie Bij het wijzigen van het omgevingsplan is beoordeeld of de wijziging in overeenstemming is met de Omgevingsprogramma van de provincie Zuid-Holland. Aangezien de wijziging beleidsneutraal van aard is en geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, kan worden geconcludeerd dat de omgevingsplanwijziging in overeenstemming is met het Omgevingsprogramma.
5.3 Gemeentelijk beleid 5.3.1 Omgevingsvisie gemeente Albrandswaard Gemeente Albrandswaard beschikt op dit moment nog niet over een vastgestelde omgevingsvisie als bedoeld in de Omgevingswet. In 2021 is een concept-omgevingsvisie opgesteld (destijds aangeduid als structuurvisie), welke niet is vastgesteld en derhalve geen formeel beleidskader vormt. De gemeente is momenteel bezig met het opstellen van een nieuwe omgevingsvisie. Conclusie De onderhavige wijziging van het omgevingsplan is beleidsneutraal van aard en ziet op het verankeren van bestaande regels en beleidskaders in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met deze wijziging worden geen nieuwe beleidskeuzes of ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt en wordt niet vooruitgelopen op de toekomstige omgevingsvisie. De afwezigheid van een vastgestelde gemeentelijke omgevingsvisie vormt daarmee geen belemmering voor deze planwijziging.
5.3.2 Bestaande planologische regelingen (bestemmingsplannen) De regels over wonen en archeologie die met deze wijziging van het omgevingsplan worden opgenomen, zijn ontleend aan de geldende bestemmingsplannen van de gemeente Albrandswaard. Met de voorliggende wijziging worden deze bestaande planregels beleidsneutraal overgenomen en juridisch verankerd in het omgevingsplan.
5.3.3 Nota parkeernormen De gemeente Albrandswaard beschikt over een door de gemeenteraad vastgestelde Nota parkeernormen. In deze nota zijn normen opgenomen voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid voor de auto en fiets bij bouwactiviteiten en functiewijzigingen. In het omgevingsplan is vastgelegd dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning te bouwen of het toegestane gebruik te wijzigen, indien niet is verzekerd dat op eigen terrein, behorend bij het bouwwerk of terrein waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto en fiets. Hierbij wordt dynamisch verwezen naar de Nota parkeernormen. Met deze wijziging worden geen nieuwe parkeernormen vastgesteld, maar wordt het bestaande gemeentelijke parkeerbeleid juridisch verankerd in het omgevingsplan. Deze wijziging is beleidsneutraal van aard en sluit aan bij de geldende Nota parkeernormen. De wijziging is daarmee in overeenstemming met het gemeentelijk parkeerbeleid.
Gemeente Albrandswaard- Motivering
11
6. Milieubeoordeling De Omgevingswet verplicht de gemeente om na te gaan of de regels van een wijziging van het omgevingsplan tot nadelige milieueffecten kunnen leiden. Is dat het geval? Dan is een milieueffectrapportage (plan-mer) verplicht. Artikel 16.36 van de Omgevingswet wijst gevallen aan waarin het bevoegd gezag bij de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan verplicht is een plan-mer te doorlopen. Het artikel geeft ook aan in welke gevallen het bevoegd gezag kan volstaan met een plan-mer-beoordeling. Deze wijziging voorziet niet in een geval zoals opgenomen in artikel 16.36 van de Omgevingswet. De regels in deze wijziging hebben ook geen nadelige, maar juist gunstige gevolgen voor het milieu. Het opstellen van een plan-mer of een plan-mer-beoordeling is daarom niet nodig.
7. Participatie Als de gemeente een wijziging van het omgevingsplan vaststelt, moet in het vaststellingsbesluit staan hoe zij burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken heeft. En ook wat de gemeenten met de resultaten heeft gedaan. Dit staat in artikel 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit. Wie de gemeente bij de vroegtijdige participatie betrekt, hangt af van het type omgevingsplanwijziging, de aard, de omvang en de invloed op de fysieke leefomgeving voor belanghebbenden. Op officielebekendmakingen.nl is overeenkomstig de wetgeving op 31 oktober 2025 kennisgegeven van het voornemen om het Omgevingsplan gemeente Albrandswaard te wijzigen. Met de bekendmaking van het voornemen zijn inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties geïnformeerd. Dit is gebeurd in de vorm van een samenvatting van de beoogde wijzigingen. Bij de voorbereiding van het omgevingsplan is volstaan met het informeren van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties, omdat de wijziging van het omgevingsplan een vertaling van gemeentelijk beleid is dat vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld.
8. Kostenverhaal Op grond van de Omgevingswet dient bij besluiten die een bouwactiviteit mogelijk maken, het kostenverhaal te zijn verzekerd. Kostenverhaal heeft betrekking op het verhalen van door de gemeente te maken kosten die samenhangen met de ontwikkeling. De voorgestelde regels maken geen activiteiten mogelijk die verplichten tot kostenverhaal, als bedoeld in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. De uitvoering van deze regels leiden naar verwachting niet tot extra kosten voor de gemeente.
Gemeente Albrandswaard- Motivering
12