CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2024 Albrandswaard.pdf

Gemeenteraad AW 7 juli 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 23: Jaarstukken 2024 Albrandswaard35.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De vindbaarheid van hulp, Binnen begroting. ondersteuning en zorg vergroten.

Eind 2024

Een dementievriendelijke samenleving.

Extra kosten + FTE in 2024 Binnen begroting.

Wat hebben wij bereikt en wat hebben wij gedaan? 1a De aanpak dementie is verlengd. Samen met de Stichting Welzijn Albrandswaard en Argos zijn er diverse activiteiten georganiseerd om de herkenbaarheid van en omgaan met dementie te vergroten. In 2024 is een pilot gestart voor een inloopvoorziening voor dagbesteding voor mensen die te maken hebben met dementie. De inloopvoorziening maakt het mogelijk voor mensen met dementie dat ze hun normale leven zo lang mogelijk kunnen blijven leven. Ook zorgt het voor ontlasting van mantelzorgers. Met Welzijn Albrandswaard wordt besproken of en hoe we de aanpak dementie in 2025 kunnen inbedden in de reguliere werkzaamheden. 1d

Door het college is een inventarisatie van de verbeterpunten verbinding Zorg en Veiligheid vastgesteld. Uw raad is daarover geïnformeerd met raadsinformatiebrief 752620. Ook er is een bedrag beschikbaar gesteld voor de verbeteringen. In september en november 2024 hebben er in Albrandswaard bijeenkomsten plaatsgevonden over het thema zorg en veiligheid waar we samen met bestuurders van de diverse organisaties de aandachtspunten voor de komende tijd op het gebied van verward gedrag hebben besproken.

1e

In 2024 is zorgdomein geïntroduceerd. Hiermee kunnen huisartsen via een beveiligde verbinding direct doorverwijzen naar Welzijn. Omdat de Albrandswaardse organisatie nog steeds in ontwikkeling is en ook de samenwerking tussen wijkteam, KCC en Vraagwijzer ontwikkelt, is het communicatieplan over het loket Vraagwijzer uitgesteld. Een communicatieplan kan de bewoners duidelijk maken dat een zorgvraag in Albrandswaard via de Vraagwijzer kan worden aangevraagd.

49

Wat heeft het gekost? Programma 7 - Sociaal domein

Primaire begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Werkelijk 2024

Verschil (voordeel is + nadeel is -)

5.350.900

5.975.700

6.449.609

-473.909

Lasten 7.1 - Maatschappelijke Ondersteuning 7.2 - Kwetsbare Groepen

727.400

1.657.500

1.832.720

-175.220

7.3 - Participatie

7.590.800

9.580.510

9.883.849

-303.339

7.4 - Jeugdzorg

6.949.300

7.924.900

8.258.988

-334.088

633.300

1.745.100

1.421.745

323.355

7.6 - Wijkteams

2.308.100

1.975.100

1.931.710

43.390

Totaal Lasten

23.559.800

28.858.810

29.778.621

-919.811

145.100

348.000

1.085.455

737.445

7.5 - Zorg & Welzijn

Baten 7.1 - Maatschappelijke Ondersteuning 7.2 - Kwetsbare Groepen

0

2.582.700

2.528.564

-54.136

7.3 - Participatie

4.445.000

5.707.510

6.561.090

853.580

7.4 - Jeugdzorg

0

160.000

535.015

375.015

7.5 - Zorg & Welzijn

199.700

450.100

368.695

-81.405

7.6 - Wijkteams

10.200

14.000

63.395

49.395

Totaal Baten

4.800.000

9.262.310

11.142.213

1.879.903

-18.759.800

-19.596.500

-18.636.408

960.092

Onttrekkingen

40.000

2.879.500

2.797.899

-81.601

Stortingen

44.000

2.750.300

2.740.300

10.000

Mutaties reserves

-4.000

129.200

57.599

-71.601

-18.763.800

-19.467.300

-18.578.809

888.491

Saldo van baten en lasten

Gerealiseerd resultaat programma 7

Analyse financiële afwijkingen Taakveld 0.8 Overige baten en lasten FCL 530300 Teammanager Sociaal Domein € 184.721 nadelig De overschrijding wordt veroorzaakt doordat er een groot deel van het jaar een manager en een teamleider voor het Sociaal Domein zijn ingehuurd. Deze inhuurlasten waren niet begroot. FCL 530310 Team Beleid & Advies Sociaal € 218.387 voordelig Het voordeel komt met name omdat er in de tweede tussenrapportage een bijraming op dit budget heeft plaatsgevonden, vanuit de SWO (van € 250.000). Deze bijraming was met name bedoeld om de lopende inhuurverplichtingen te kunnen dekken (van in totaal € 275.000). Daarnaast zijn niet alle openstaande vacatures vervuld. Het gevolg is een incidentele onderschrijding van dit budget. FCL 530311 Team Wijkteam € 43.678 nadelig Het negatieve resultaat is een gevolg van de inhuurkosten, die niet waren begroot. De vaste invulling van vacatures heeft langer op zich laten wachten, waardoor de inhuurkosten bleven stijgen. De inhuurkosten zijn hoger dan de loonkosten bij vaste invulling van de vacatures. FCL 530515 Team SWO Poort inkomen en participatie € 157.438 voordelig In 2024 zijn we als nieuwe organisatie gestart en is de begroting opgesteld in een overgangsperiode.

Voor de personeelskosten is een geschat bedrag opgenomen om de personele invulling vanuit de ontvlechting van de BAR-organisatie te faciliteren, met als doel de continuïteit van de dienstverlening voor inwoners te waarborgen. De verschillen tussen begroting en realisatie zijn een direct gevolg van deze transitiefase. Binnen het team Participatiewet vallen de kosten incidenteel € 157.438 lager uit, terwijl de personeelskosten voor andere teams juist hoger zijn. Dit verschil is deels te verklaren door 50

een andere invulling van de betreffende teams Sociaal Domein dan oorspronkelijk begroot. FCL 530516 Team SWO Wet maatschappelijke ondersteuning € 28.593 nadelig In 2024 zijn we als nieuwe organisatie gestart en is de begroting opgesteld in een overgangsperiode. Voor de personeelskosten is een geschat bedrag opgenomen om de personele invulling vanuit de ontvlechting van de BAR-organisatie te faciliteren, met als doel de continuïteit van de dienstverlening voor inwoners te waarborgen. De verschillen tussen begroting en realisatie zijn een direct gevolg van deze transitiefase. Binnen de Wmo vallen de kosten hierdoor incidenteel € 28.593 hoger uit, terwijl de personeelskosten voor andere teams juist lager zijn. Dit verschil is deels te verklaren door een andere invulling van de betreffende teams Sociaal Domein dan oorspronkelijk begroot. Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie FCL 661015 Dak- en thuisloosheid € 27.542 voordelig In 2024 zijn er middelen ontvangen vanuit Rotterdam (€ 67.600), in het kader van beschermd wonen. Deze middelen kwamen pas laat in het jaar binnen, en waren bovendien niet begroot. Daarnaast is een bedrag van € 31.100,- overgeheveld vanuit 2023, in het kader van de dak- en thuisloosheid. Voor de besteding van deze middelen is ook in 2024 nog geen concreet plan gemaakt. De ontvangen middelen vanuit Rotterdam willen we graag meenemen naar 2025.

FCL 662100 Subsidie vluchtelingen € 54.501 voordelig De kosten voor Vluchtelingenwerk waren oorspronkelijk begroot op deze grootboekrekening, maar zijn in 2024 overgeboekt naar de SPUK-regeling Inburgering. Hierdoor worden deze kosten gedekt vanuit de SPUK, en drukken ze niet langer op de oorspronkelijke begroting. Dit betreft een incidenteel overschot. FCL 662110/112/114 Opvang Oekraïners € 231.852 nadelig De kosten die gemaakt zijn voor alle zaken omtrent de opvang van mensen uit Oekraïne (huur van panden, gas/water/licht, personeel, beveiliging, etc.), zijn ongeveer € 100.000 hoger uitgevallen dan begroot. Dit komt met name door de flink gestegen energiekosten per pand. Daarnaast zijn de inkomsten vanuit het Rijk ongeveer € 100.000 lager uitgevallen dan begroot. We ontvangen normbedragen per beschikbaar bed, waarbij de normbedragen hoger zijn dan de daadwerkelijk gemaakte kosten. Het ontvangen normbedrag is overigens verlaagd ten opzichte van 2023. Desondanks houden we een restant van de Rijksbijdrage over, van € 1.550.848. Voorgesteld wordt om dit middels resultaatbestemming te storten in de reserve Migratie & Wonen. Op die manier hebben we financiële middelen staan om toekomstige uitgaven voor de opvang van specifieke doelgroepen (deels) te kunnen dekken.

Taakveld 6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen FCL 661415 Toeslagenaffaire ondersteuning gedupeerde € 127.514 voordelig Het voordelig resultaat is voornamelijk ontstaan door de vrijval in de exploitatie van geparkeerde bedragen op de balans van voorgaande jaren (voor ca. € 376.000). FCL 661416 Toeslagenaffaire: Kwijtschelding SOZAWE schulden € 39.115 nadelig De overschrijding komt voornamelijk door de geboekte kwijtscheldingen van schulden (ca. € 20.000). Deze worden middels de SISA-regeling m.b.t. de Participatiewet bij het Rijk gedeclareerd. FCL 667115 Inzet in Wijkteams € 90.302 voordelig Het positieve resultaat wordt verklaard doordat er sprake is geweest van onderbezetting in het wijkteam. Het is de moederorganisaties niet gelukt om alle vacatures tijdig op te vullen. Tevens zijn er SPUK-middelen ingezet ten behoeve van de POH-GGZ medewerker in het wijkteam. Hierdoor is er een incidenteel overschot op dit budget.

51

Een deel van het totale overschot bestaat uit extra incidentele DUVO-middelen (Dienst Centrale Vrouwenopvang ) van € 49.846, bestemd voor de aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling in het wijkteam. Deze zijn eind 2024 ontvangen vanuit de centrumgemeente. Hierdoor is het niet gelukt om deze te besteden. Geadviseerd wordt om deze incidentele middelen door te schuiven naar 2025 voor de doorontwikkeling van het wijkteam. Taakveld 6.3 Inkomensregelingen FCL 661000 Wet BUIG uitkeringen € 261.931 nadelig Per saldo is er een overschrijding van € 261.931 ten opzichte van de begroting. Dit is deels te verklaren door een toename in de loonkostensubsidies. Waar oorspronkelijk € 175.000 was begroot, kwamen de definitieve uitgaven uit op € 243.000. Echter is het grootste deel van de overschrijding toe te schrijven aan het feit dat er meer uitkeringen zijn verstrekt dan de BUIG-vergoeding dekt. Het betreft een incidentele overschrijding. FCL 661005 Besluit zelfstandigen € 59.550 voordelig In 2024 zijn incidenteel minder aanvragen BBZ (Besluit Bijstand Zelfstandigen) ontvangen dan verwacht. Dit heeft geresulteerd in een onderschrijding van het budget. FCL 661400 Minimabeleid € 121.893 voordelig In 2024 hebben we een flinke toename in ontvangsten gerealiseerd door terugvordering en verhaal (ca. € 268.000 meer ontvangen dan begroot).

Hier staat tegenover dat er ook meer is uitgegeven voor onder meer de uitkering van de energietoeslag (€ 65.000), de bijzondere bijstand (ca. € 50.000) en de zorgverzekeringen (ca. € 45.000). Het overschot is incidenteel. FCL 661410 Schuldhulpverlening € 56.444 voordelig Voor 2024 was budget gereserveerd voor de aanschaf en onderhoud van software (€ 25.000), maar deze uitgaven bleken dit jaar niet noodzakelijk. Daarnaast vielen de uitgaven aan de schuldhulpverlening lager uit dan begroot (ca. € 33.600). Het betreft een incidenteel overschot. Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie FCL 662301 Re-integratieprojecten € 49.454 nadelig Voor de jaren 2024 en 2025 is een re-integratietraject ingekocht, waarvan de volledige kosten in 2024 zijn betaald. Dit betreft een incidentele uitgave, waardoor de lasten in 2024 hoger uitvallen, terwijl er in 2025 geen aanvullende kosten meer voor dit traject worden verwacht. Taakveld 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) FCL 666100 Voorzieningen WMO gehandicapten € 95.963 nadelig Het negatieve resultaat wordt verklaard door een stijging van het aantal Gehandicapten Parkeerplaatsen en Gehandicapten Parkeerkaarten, 2 plafondliften voor meervoudig gehandicapte kinderen, elektrische deuropeners in gebouw Besita, dubbele trapliften en extra sportstoelen die niet ingecalculeerd waren. De verwachting is dat de overschrijding incidenteel is.

FCL 666700 WMO Eigen bijdrage € 67.832 voordelig Door de algemene toename in cliëntaantallen stijgen ook de inkomsten middels de Eigen Bijdrage vanuit het CAK (Centraal Administratie Kantoor). Dit resulteert in een positief resultaat van € 67.832. De verwachting is dat dit structureel is. Taakveld 6.71A Hulp bij het huishouden (WMO) FCL 666200 WMO Huishoudelijke verzorging ZIN € 26.920 nadelig Het negatieve resultaat is een gevolg van een toename van de indicaties. Hierdoor zijn de kosten licht gestegen. De cliëntaantallen zijn echter stabiel gebleven. Bij de eerste

52

tussenrapportage van 2025 worden de ontwikkelingen verder aangegeven. Taakveld 6.71B Begeleiding (WMO) FCL 666225 WMO Begeleiding € 52.820 nadelig In 2024 is er € 60.000 op de begroting afgeraamd, om een sluitende begroting te krijgen. Door deze aframing is er nu een tekort ontstaan van € 52.820. Dit betreft een incidenteel tekort. Taakveld 6.71C Dagbesteding (WMO) FCL 666230 WMO Dagbesteding € 82.509 voordelig Het aantal cliënten is in 2e helft van 2024 afgenomen met 30%, in vergelijking met de 1e helft van 2024. Dit is onder andere ontstaan door een verschuiving van WMO naar WLZ (Wet Langdurige Zorg), in het kader van 'Langer Thuis'. Tevens is extra ingezet op voorliggende voorzieningen: toeleiding werk/opleiding en beschut en beschermd werk en jobcoaching. De verwachting is echter dat dit voordelige resultaat incidenteel is omdat door de vergrijzing eerder een stijging dan een daling van het aantal cliënten zal ontstaan. Taakveld 6.71D Overige maatwerkarrangementen (WMO) FCL 667215 WMO Begeleiding en overige PGB € 63.021 nadelig In 2024 is in het kader van het sluitend maken van de begroting ervoor gekozen om € 50.000,- af te ramen op dit budget. Daarnaast is een nabetaling van de Sociale Verzekeringsbank uit 2023 van € 35.121 niet opgenomen als verplichting en drukt daardoor ook op de realisatie van 2024.

Deze ontwikkelingen hebben uiteindelijk geresulteerd in een incidentele overschrijding van € 63.021. Taakveld 6.72A Jeugdhulp begeleiding FCL 667320 Perceel 3: Jeugdhulp begeleiding € 73.257 voordelig FCL 667325 Perceel 3: Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf € 619.105 nadelig Zie taakveld 6.72D. Taakveld 6.72B Jeugdhulp behandeling FCL 667305 Perceel 1: Jeugdhulp behandeling € 318.962 voordelig FCL 667310 Perceel 2: Jeugdhulp behandeling € 200.706 nadelig FCL 667330 Perceel 4: Jeugdhulp behandeling € 63.590 nadelig Zie taakveld 6.72D. Taakveld 6.72D Jeugdhulp zonder verblijf overig FCL 667205 Lokale jeugdhulp PGB € 195.200 voordelig Toelichting lokale jeugdzorg In 2024 is een duidelijke verschuiving zichtbaar in de inzet van jeugdhulp. De uitgaven aan lokaal ingekochte jeugdhulp (inclusief PGB) zijn toegenomen, terwijl de totale kosten voor regionaal ingekochte specialistische jeugdhulp zijn afgenomen. Dit heeft geleid tot een overschrijding op de lokale jeugdhulpbudgetten. Echter komt het totale jaarresultaat 2024 voor alle jeugdhulpbudgetten uit op een positief resultaat. Deze ontwikkeling komt voort uit de versterking van een passend lokaal jeugdhulpaanbod. Hierdoor kunnen minder complexe hulpvragen steeds beter lokaal worden opgevangen, waardoor specialistische jeugdhulp (waaronder opdracht E) minder vaak of later worden ingezet.

Op de lokale percelen 1 t/m 3 zien we een toename ontstaan door bovenstaande. De toename op perceel 4 wordt tevens verklaard door een nieuw landelijk handelingsprotocol, waardoor meer jeugdigen dan voorheen in aanmerking komen voor dyslexie diagnostiek en behandelingen.

53

Hoewel deze beweging in lijn is met de beleidsdoelstelling om jeugdhulp laagdrempeliger en efficiënter te organiseren, leidt de stijging van lokale indicaties tot een budgetoverschrijding. Dit vraagt om een verdere financiële heroverweging en monitoring in de komende jaren om de kosten beheersbaar te houden. Doorontwikkeling van het wijkteam en andere voorliggende voorzieningen zijn nodig om ook de kostenstijging in de lokale jeugdhulpinkoop te kunnen beheersen en de kostenontwikkeling van de regionale hulp te behouden. Taakveld 6.82A Jeugdbescherming FCL 668350 Opdracht H - Veilig Thuis R'dam Rijnmond Jeugdbescherming € 118.398 voordelig De gemeente financiert Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) met een regionale subsidie vanuit de GRJR. Deze subsidie is verdeeld over twee hoofdcomponenten, namelijk het jeugddeel (betaald uit middelen Jeugdwet) en het volwassen deel (betaald vanuit Decentrale Uitkering Vrouwen Opvang/ DUVO-middelen). Deze DUVO-middelen ontvangt de gemeente van de centrumgemeente Rotterdam. De gemeente Albrandswaard heeft voor 2024 een bedrag van € 100.282 ontvangen, die niet was begroot. In totaal resulteert voorgaande in een voordeel van € 118.398 over 2024. Toelichting GRJR In 2024 is een duidelijke verschuiving zichtbaar in de inzet van jeugdhulp.

De uitgaven aan lokaal ingekochte jeugdhulp, inclusief PGB, zijn gestegen, terwijl de kosten voor regionaal ingekochte specialistische jeugdhulp zijn afgenomen. Dit heeft geleid tot een overschrijding op de lokale jeugdhulpbudgetten en een onderschrijding op de regionale budgetten. Per saldo is een klein financieel voordeel ontstaan. Daarnaast hielden we op het onderdeel Veilig Thuis geld over door de ontvangen DUVO-middelen. Deze ontwikkeling is grotendeels toe te schrijven aan de versterking van lokaal jeugdhulpaanbod, waardoor minder complexe hulpvragen vaker lokaal worden opgevangen. Hierdoor neemt de inzet van specialistische jeugdhulp (inkoop GRJR) af. Taakveld 7.1 Volksgezondheid FCL 671400 Volksgezondheid € 37.630 voordelig In 2024 is er geen gebruik gemaakt van inhuur (voordeel van € 15.500). Tevens is de bijdrage aan de GGD Rotterdam lager uitgevallen dan begroot (voordeel van ca. € 19.000). FCL 671500 Jeugdgezondheidszorg € 71.766 voordelig In 2024 zijn de huisvestingskosten incidenteel geboekt op de post preventief jeugd (grootboekrekening 667045). Daardoor is er een incidenteel voordeel in 2024 van € 71.000.

Taakveld 0.10 Mutaties reserves FCL 698007 Mutaties reserves programma 7 € 71.601 nadelig Het nadelig saldo wordt veroorzaakt door een lagere onttrekking uit de overgehevelde jaarbudgetten dan verwacht, en door een lagere onttrekking uit de reserve Innovatie- en preventiesubsidies dan verwacht.

54

Beleidsindicatoren Nr. Indicator 1 Banen (bron: CBS/LISA)

Beschrijving indicator

AW

NL*

Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. Betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar.

596,5 836,6

Cijfers over 2023

2 Jongeren met een delict Het percentage jongeren (12 t/m 21 jaar) dat met een delict voor de rechter is voor de rechter (bron: CBS) verschenen.

1%

1%

2023

3 Kinderen in uitkeringsgezinnen (bron: CBS)

Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt.

3%

6%

2023

4 Netto arbeidsparticipatie (bron: CBS)

Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking.

76,4% 73,1%

2023

5 Jeugdwerkloosheid (bron: CBS)

Percentage personen van 16 t/m 22 jaar die als werkzoekende staan ingeschreven bij het UWV WERK bedrijf en tegelijkertijd geen baan hebben als werknemer volgens de Polis administratie.

6 Personen met een bijstandsuitkering (bron: CBS)

1%

2%

2023

Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015), exclusief uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling en dak- en thuislozen. Betreft het aantal personen per 10.000 inwoners.

238,9 343,6

2024

7 Aantal reintegratievoorzieningen (bron: CBS)

Het aantal re-integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.

106,3 191,5

2023

8 Jongeren met jeugdhulp (bron: CBS)

Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. Jeugdhulp is de hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014).

8,5% 11,5%

2024

9 Jongeren met jeugdbescherming (bron: CBS)

Betreft percentage jongeren tot 18 jaar die op enig moment in de verslagperiode een maatregel door de rechter dwingend opgelegd hebben gekregen. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of niet voldoende helpt.

0,4% 0,9%

2024

10 Jongeren met jeugdreclassering (bron: CBS)

Het percentage jongeren (12-23 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12-23 jaar).

0,2% 0,3%

2024

11 Wmo-cliënten met een maatwerkarr. (bron: CBS)

Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo.

520

2024

650

Waar staat je gemeente d.d. 7 maart 2025 * Klasse matig stedelijk

Kerngegevens Sociale structuur

Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Jaarrekening 2024

Aantal inwoners

26.428

26.377

26.732

Aantal inwoners tot 20 jaar

6.168

6.185

6.152

Aantal inwoners 65 jaar en ouder

5.031

4.943

5.188

55

Niet in voorgaande programma's verantwoorde baten en lasten Inleiding Met ingang van het begrotingsjaar 2017 is het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (het BBV) gewijzigd. Een van de wijziging betreft het verantwoorden van algemene baten en lasten in de begroting en jaarrekening. Baten en lasten die direct verbandhouden met activiteiten die gericht zijn op de externe klant, worden verantwoord in de programma’s. Dus alleen de baten en lasten die betrekking hebben op het primaire proces worden in de programma’s opgenomen. Baten en lasten die hier niet onder vallen, worden buiten de programma’s gehouden. Het gaat hierbij om overheadkosten, algemene dekkingsmiddelen, Vennootschapsbelasting en onvoorzien. Zo komt er meer inzicht in de omvang van de baten en lasten van het primaire proces in het algemeen en de overhead in het bijzonder. 1 - Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen die geen relatie hebben met een bepaalde activiteit. Onder de algemene dekkingsmiddelen vallen de taakvelden 0.5 Treasury, 0.61 OZB woningen, 0.62 OZB niet-woningen, 0.64 Belasting overig en 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds. Wat heeft het gekost? Algemene dekkingsmiddelen

Primaire begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Werkelijk 2024

Verschil (voordeel is + nadeel is - )

Lasten

372.500

303.800

515.868

-212.068

Baten

48.642.400

49.840.300

50.762.502

922.202

Gerealiseerd saldo baten en lasten

48.269.900

49.536.500

50.246.633

710.133

Gerealiseerd resultaat Algemene dekkingsmiddelen

48.269.900

49.536.500

50.246.633

710.133

Analyse financiële afwijkingen Taakveld 0.5 Treasury FCL 691100 Financiering € 29.696 voordelig De ontvangen rente op de schatkistrekening wordt per dag berekend op basis van het saldo en de op dat moment geldende dagrente. Dit maakt het lastig om vooraf een inschatting te maken van de te ontvangen rente. Voor 2024 hebben we hierdoor een positief resultaat van ongeveer € 29.700. FCL 691101 Rentetoerekening vanuit activa € 247.600 nadelig Vooral door onderuitputting bij de investeringen in 2023 (met name vanwege het doorschuiven van investeringskredieten naar 2024) is er minder rente aan activa doorberekend, dan aanvankelijk begroot. Daarnaast zijn de financieringskosten meegevallen waardoor het renteomslag percentage iets omlaag kon. Beiden veroorzaken op deze post een nadeel, maar daar staan, in totaal, dezelfde voordelen tegenover op de diverse taakvelden waar de rente aan toe is gerekend.

56

Taakveld 0.62 OZB niet-woningen FCL 693350 OZB Niet Woningen € 38.309 voordelig In 2024 blijkt de totale, definitieve WOZ-waarde van de niet-woningen, na afronding van de bezwaarprocedure, hoger te zijn, dan waar bij de raming van was uitgegaan. Dit heeft per saldo geleid tot een incidentele extra OZB-opbrengst in 2024 van iets meer dan € 38.000. Taakveld 0.64 Belastingen overig FCL 694000 Lasten heffing en invordering gemeentebelasting € 68.186 voordelig Op basis van de werkelijke kosten uit de jaarrekening 2023, blijkt dat de exploitatiekosten voor 2024 op een te hoog bedrag zijn berekend. Ten tijde van de tweede tussenrapportage is de bijdrage zelfs nog verhoogd, omdat er meer lasten werden verwacht door het SVHW. Daarnaast heeft het positief bedrijfsresultaat van 2023 geleid tot uitkering aan alle deelnemers van SVHW in 2024. Voor Albrandswaard gaat het hierbij om ongeveer € 54.000. Het voorgaande heeft geleid tot een positief incidenteel resultaat op de deelnemersbijdrage van ca. € 68.000 in 2024. Taakveld 0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds FCL 692100 Algemene uitkering € 833.290 voordelig Het voordeel bestaat grotendeels uit de uitkomsten van de september- en decembercirculaire 2024, die niet meer in de begroting 2024 konden worden verwerkt (samen € 636.000). Zie hiervoor de raadsinfomatiebrieven van 8 oktober 2024 en 14 januari 2025.

Daarnaast vinden voordelige verrekeningen plaats over 2022 (€ 43.399), 2023 (€ 64.388) en 2024 (€ 39.503). Taakveld 0.8 Overige baten en lasten FCL 507200 Hulpkostenplaats personele benodigdheden € 171.000 nadelig De overschrijding komt met name door de dotatie aan de voorziening verlofsparen over 2024 (ca. € 80.000), die niet was begroot. Daarnaast heeft de eindheffing van de WKR-regeling ongeveer € 54.500 gekost, die eveneens niet was begroot. FCL 507500 Hulpkostenplaats materieel activa uit BAR 2023 € 102.194 voordelig Als gevolg van de ontvlechting heeft de gemeente materieel overgenomen van de BAR. Hiervoor is een schatting gemaakt van de te verwachten kosten. De schatting bleek flink hoger dan de werkelijkheid. Door veel minder onderhoudskosten aan het wagenpark, en door waarde opbouw van de voertuigen, is een ruimte onderschrijding op dit budget ontstaan. FCL 507501 Hulpkostenplaats materieel - lease + overige kosten vanaf 2024 € 40.326 voordelig Als gevolg van de ontvlechting heeft de gemeente materieel overgenomen van de BAR. De kosten voor het leasen van voertuigen, en het bijbehorende onderhoud, zijn vooraf hoger ingeschat, dan de uiteindelijke realisatie. Beleidsindicatoren Nr. Indicator

Beschrijving indicator

AW

NL* Cijfers over

1 Gemiddelde WOZ-waarde (bron: CBS)

De gemiddelde WOZ waarde van woningen in duizenden euro's.

447

37 9

2024

2 Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (bron: COELO)

Het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.

1.03 0

91 1

2024

3 Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden (bron: COELO)

Het gemiddelde totaalbedrag in euro’s per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten

1.23 6

99 4

2024

Waar staat je gemeente d.d. 7 maart 2025 * Klasse matig stedelijk

57

Uitsplitsing lokale heffingen Lokale heffingen

Primaire begroting 2024

Begroting 2024 na wijziging

Werkelijk 2024

Verschil (voordeel is + nadeel is - )

Lasten

347.800

345.400

277.420

67.980

Baten

7.894.800

7.954.800

7.983.205

28.405

Saldo van baten en lasten

7.547.000

7.609.400

7.705.785

96.385

Gerealiseerd resultaat lokale heffingen

7.547.000

7.609.400

7.705.785

96.385

Uitsplitsing algemene uitkering Algemene uitkering

Primaire begroting 2024

Begroting 2024 na wijziging

Werkelijk 2024

Verschil (voordeel is + nadeel is - )

Baten

40.563.000

41.389.000

42.222.290

833.290

Saldo van baten en lasten

40.563.000

41.389.000

42.222.290

833.290

Gerealiseerd resultaat algemene uitkering

40.563.000

41.389.000

42.222.290

833.290

Uitsplitsing dividend Dividend

Primaire begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Werkelijk 2024

Verschil (voordeel is + nadeel is - )

Lasten

12.200

12.200

16.134

-3.934

Baten

175.500

302.400

312.507

10.107

Saldo van baten en lasten

163.300

290.200

296.373

6.173

Gerealiseerd resultaat dividend

163.300

290.200

296.373

6.173

Uitsplitsing saldo financieringsfunctie Saldo financieringsfunctie

Primaire begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Werkelijk 2024

Verschil (voordeel is + nadeel is - )

Lasten

-76.600

-53.800

222.314

-276.114

Baten

9.100

194.100

244.499

50.399

Saldo van baten en lasten

85.700

247.900

22.185

-225.715

Gerealiseerd resultaat saldo financieringsfunctie

85.700

247.900

22.185

-225.715

58

2 - Overhead Inleiding Overheadkosten zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces (BBV artikel 1 lid 2). In de notitie Overhead van de commissie BBV is aangegeven welke baten en lasten verantwoord worden onder overheadkosten. In het kort komt het erop neer dat de volgende uitgangspunten gehanteerd kunnen worden. - Directe kosten worden zoveel mogelijk direct toerekenen aan de desbetreffende taakvelden en programma’s. - Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren daarom tot de overhead. - Sturende taken vervult door hiërarchische leidinggevende behoren tot de overhead. - De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead. De baten en lasten voor overhead zijn verantwoord op het taakveld 0.4 Overhead. Wat heeft het gekost? Overhead

Primaire begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Werkelijk 2024

Verschil (voordeel is + nadeel is -)

9.2 - Overhead

9.398.600

12.237.400

12.506.411

-269.011

Totaal Lasten

9.398.600

12.237.400

12.506.411

-269.011

9.2 - Overhead

24.000

134.600

277.388

142.788

Totaal Baten

24.000

134.600

277.388

142.788

Saldo van baten en lasten

-9.374.600

-12.102.800

-12.229.023

-126.223

Gerealiseerd resultaat Overhead

-9.374.600

-12.102.800

-12.229.023

-126.223

Lasten

Baten

Analyse financiële afwijkingen Taakveld 0.4 Overhead FCL 600240 Juridische zaken € 55.894 nadelig De overschrijding van de lasten worden met name veroorzaakt door advieskosten (ca. € 71,5k), die t.o.v. vorig jaar flink zijn toegenomen. Dit betreffen voornamelijk kosten, gemaakt door advocaten, om juridische geschillen te behandelen. Na de BAR-ontvlechting zijn deze kosten veel meer voor rekening van de gemeente gekomen. De stijging van de lasten was niet begroot. FCL 600530 Overhead vanuit DBP € 50.964 nadelig Vanuit de DBP zijn er meer overheadkosten doorbelast dan vooraf verwacht. Hier staat tegenover dat de bijdrage aan de DBP-uren in programma 1 lager is uitgevallen dan begroot. FCL 600531 Overhead Ridderkerk SWO € 62.335 nadelig Vanuit de SWO zijn er eveneens meer overheadkosten doorbelast dan verwacht. Dit heeft te maken met de, achteraf bezien, te ruime aframing die gemaakt is in de tweede tussenrapportage. We hadden toen verwacht op een lagere bijdrage te eindigen, dan waar we uiteindelijk op zijn uitgekomen. Dit heeft voornamelijk te maken met de lasten voor inhuur van collega's. Ook de kosten van de SWO in programma 1 zijn hierdoor hoger uitgevallen dan begroot.

59

FCL 600563 Doorbelasting Huis van Albrandswaard € 48.760 nadelig Vanuit het Huis van Albrandswaard zijn meer kosten doorbelast naar overhead, omdat er meer kosten zijn gemaakt ten behoeve van het Huis, dan vooraf verwacht. Dit komt met name door de forse overschrijding van de energiekosten en de onderhoudskosten. Ook de kosten van de doorbelasting van het Huis in programma 1 zijn hierdoor hoger uitgevallen dan begroot. Uitsplitsing saldo Overhead Hieronder is een gespecificeerd overzicht van de Overhead te zien. Overhead

Begroting 2024

Begroting 2024 na wijziging

Werkelijk 2024

Verschil (voordeel is + nadeel is-)

Bestuursondersteuning

521.400

497.200

485.264

Communicatie en voorlichting

75.600

75.600

66.660

8.940

Juridische zaken

43.300

43.300

99.194

-55.894

Overhead vanuit BAR

11.936

6.176.700

6.624.900

6.675.864

-50.964

Overhead vanuit SWO Ridderkerk

621.400

392.400

454.735

-62.335

Doorbelasting kosten gemeentehuis

202.300

201.700

249.496

-47.796

Dummy 04 Overhead

1.757.900

4.402.300

4.475.197

-72.897

Saldo lasten

9.398.600

12.237.400

12.506.410

-269.010 3.320

Bestuursondersteuning Doorbelasting kosten gemeentehuis Dummy 04 Overhead Saldo baten Gerealiseerd resultaat Overhead

0

0

3.320

24.000

32.900

31.936

-964

0

101.700

242.133

140.433

24.000

134.600

277.389

142.789

9.374.600

12.102.800

12.229.021

-126.221

60

3 - Vennootschapsbelasting (Vpb) Inleiding Door de inwerkingtreding van de Wet modernisering Vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen zijn gemeenten met ingang van 1 januari 2016 Vpb-plichtig over hun (winstgevende) ondernemersactiviteiten. Doel van deze wet is het scheppen van een gelijk speelveld tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Omdat de Belastingdienst de gemeente in zijn geheel aanslaat voor de Vpb-heffing en deze heffing niet per overheidsonderneming uitsplitst, wordt de eventueel af te dragen Vpb-heffing van alle ondernemingsactiviteiten opgenomen als één bedrag in het programmaplan en het overzicht van baten en lasten. Het is niet nodig om per programma waarin ondernemingsactiviteiten zijn opgenomen een naar rato-deelbedrag Vpb-heffing te ramen. De Vpb is verantwoord onder het taakveld 0.9. Wat heeft het gekost? Vennootschapsbelasting Primaire begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Werkelijk 2024

Verschil (voordeel is + nadeel is -)

Lasten

32.200

7.800

-8.034

15.834

Saldo van baten en lasten

32.200

7.800

-8.034

15.834

Gerealiseerd resultaat Vennootschapsbelasting

32.200

7.800

-8.034

15.834

Analyse financiële afwijkingen Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting Er zijn geen verschillen groter dan € 25.000.

61

4 – Onvoorzien Inleiding In de begroting is een bedrag opgenomen voor onvoorziene lasten. Er is sprake van onvoorziene lasten wanneer deze onvoorzienbaar, onontkoombaar en onvermijdbaar zijn. Deze post is niet bedoeld om overschrijdingen op bestaande budgetten te dekken. Wat heeft het gekost? Onvoorzien

Primaire begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Lasten

75.000

75.000

0

75.000

Saldo van baten en lasten

75.000

75.000

0

75.000

Gerealiseerd resultaat Onvoorzien

75.000

75.000

0

75.000

Analyse financiële afwijkingen Taakveld 0.8 Overige baten en lasten FCL 692200 Onvoorzien € 75.000 voordelig In 2024 is geen gebruik gemaakt van de post onvoorzien.

62

Werkelijk 2024

Verschil (voordeel is + nadeel is -)

4. PARAGRAFEN Paragraaf 1 – lokale heffingen Inleiding U leest in deze paragraaf informatie over het gevoerde beleid en de gerealiseerde opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en heffingen. Het betreft zowel heffingen waarvan de bestedingen gebonden zijn (afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges en lijkbezorgingsrechten) als heffingen waarvan de bestedingen ongebonden zijn (onroerende zaakbelastingen). Bij een onder- of overschrijding van meer dan € 25.000 wordt er een toelichting op gegeven. Beleidskaders Uitgangspunt bij het bepalen van de gewenste opbrengst van de gemeentelijke belastingen in 2024 is dat de gemeentelijke belastingen zo laag mogelijk worden gehouden en waar mogelijk gematigd. Daarnaast mogen de opbrengst van de gebonden heffingen niet meer zijn dan de kosten die we maken. In het overzicht van de gerealiseerde kostendekking is te zien in welke mate de gerealiseerde opbrengsten niet meer zijn dan de gerealiseerde kosten. Een algemeen uitgangspunt is een stijging van 3% en/of maximaal kostendekkende tarieven. De woonlasten bestaan uit de onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Verder in deze paragraaf onder lokale woonlasten wordt de ontwikkeling van de woonlasten en de tarieven in 2024 ten opzichte van 2023 weergegeven en beschreven.

Overzicht geraamde en gerealiseerde belastingen en heffingen Hierna treft u een totaal overzicht aan van de geraamde en gerealiseerde opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en de gebonden heffingen. Ongebonden heffingen

Begroting 2024 primair

Realisatie 2024

Afwijking

V/N

na wijziging

Financiering/algemene dekkingsmiddelen Onroerende zaakbelasting Gebonden heffingen

7.894.800

7.954.800

Begroting 2024 primair

7.983.205 Realisatie 2024

28.405 Afwijking

V V/N

na wijziging

Afvalstoffenheffing

4.326.400

4.326.400

4.356.321

29.921

V

Rioolheffing

3.173.500

3.173.500

3.190.302

16.802

V

Begraafplaatsrechten

214.400

214.400

280.682

66.282

V

Leges Burgerzaken

649.800

649.800

650.418

618

V

Leges Omgevingsvergunning & APV

358.400

358.400

273.982

-84.418

N

Toelichting Onroerende zaakbelasting In 2024 blijkt de totale definitieve WOZ-waarde van de niet-woningen, na afronding van de bezwaarprocedure, hoger te zijn dan waar bij de raming van is uitgegaan. Dit heeft per saldo geleid tot een incidentele extra OZB-opbrengst in 2024.

63

64

Afvalstoffenheffing In 2024 zijn er meer aanbiedingen en ledigingen van restafval geweest dan waar aanvankelijk van was uitgegaan. Dit heeft geleid tot een hogere opbrengst voor de afvalstoffenheffing. Begraafplaatsrechten Het aantal begrafenissen (inclusief her-begravingen) en de afkoop van onderhoudsrechten is hoger dan geraamd, wat resulteert in incidenteel extra baten. Leges Omgevingsvergunning & APV De baten uit de Wabo-vergunningen zijn lager dan voorgaande jaren. Dit komt deels omdat er minder vergunningen zijn afgegeven, en deels omdat enkele grote projecten met woningbouwontwikkelingen zijn doorgeschoven naar toekomstige jaren. Bovendien zijn (nog) niet alle gelden, die eind 2023 zijn opgenomen en betrekking hadden op 2024, reeds binnengekomen. Kostendekking De mate van kostendekking ziet als volgt uit: Kostendekkendheid gebonden heffingen

Rekening 2024 Lasten

Dekking

Baten

Afvalstoffenheffing

4.356.321

4.356.321

100%

Rioolheffing

3.190.302

3.190.302

100%

Begraafplaatsrechten

799.253

280.682

35%

Leges Burgerzaken

702.500

650.418

93%

Leges Omgevingsvergunning & APV

933.929

273.982

29%

9.982.305

8.751.705

88%

Totaal

Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid Indien de belastingplichtige niet, of slechts met veel moeite, de aanslag kan betalen, kan deze onder wettelijk vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen voor geheel of gedeeltelijke kwijtschelding. De behandeling van kwijtscheldingen loopt via het SVHW. In onderstaand overzicht is een vergelijking gemaakt tussen de geraamde en de gerealiseerde kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Kwijtschelding lokale heffingen

Begroot 2024

Realisatie 2024

Afwijking

V/N

Rioolheffing

100.000

100.490

-490

N

Afvalstoffenheffing

98.600

93.677

4.923

V

Verzoeken kwijtschelding

2023

2024

Gehonoreerd

706

677

Afgewezen

211

260

Totaal

917

937

65

Lokale woonlasten Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) van de Rijksuniversiteit van Groningen brengt jaarlijks het niveau en de ontwikkeling van de lokale lasten in beeld. Bij het vergelijken van de woonlasten wordt onder andere gekeken naar de OZB, afvalstoffenheffing en rioolbelasting. Het Coelo brengt hierover jaarlijks de ‘Atlas van lokale lasten’ uit, met daarin informatie over alle gemeenten in Nederland. De bron van de hierna volgende grafieken is de ‘Atlas van lokale lasten 2024’. Hierna wordt de ontwikkeling van de woonlasten in 2024 ten opzichte van 2023 weergegeven. Daarna volgt een vergelijking tussen de lokale lastendruk van de gemeente Albrandswaard met die van omliggende gemeenten en een vergelijking met gemeenten met de laagste en de hoogste woonlasten landelijk gezien. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende situaties: A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner) B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner) De geselecteerde gemeenten zijn bedoeld om een beeld te geven van: (a) woonlasten van Albrandswaard in vergelijking met die van de aangrenzende gemeenten; (b) vergelijking met woonlasten in de goedkoopste en duurste gemeenten in het land.

Woonlastenontwikkeling in Albrandswaard De woonlasten bestaan uit de onroerende zaakbelastingen woningen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De ontwikkeling van de woonlasten voor de verschillende huishoudens ziet er als volgt uit.

Vergelijking met Barendrecht, Ridderkerk en qua inwonerstal vergelijkbare gemeenten In deze vergelijking betaalt een eigenaar-bewoner in de gemeente Duiven het laagst aan woonlasten. De huurder betaalt in de gemeente Goirle de laagste woonlasten. In de gemeente Voorschoten betalen ze in vergelijking met Albrandswaard het meest aan woonlasten. Dit blijkt uit de volgende grafieken.

66

A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner)

B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner)

Landelijke woonlastenvergelijking In de volgende vergelijking is landelijk gezien zowel de gemeente met de laagste woonlasten als de gemeente met de hoogste woonlasten opgenomen. Ten aanzien van de eigenaarbewoner kennen de gemeenten Aalten en Rijssen-Holten de laagste woonlasten voor een eenpersoonshuishouden respectievelijk voor een meerpersoonshuishouden. De hoogste

67

woonlasten worden in de gemeente Bloemendaal betaald. Met betrekking tot huurders blijft Nijmegen nog steeds een erg aantrekkelijke gemeente qua woonlasten; de woonlasten voor huurders zijn daar het laagst. De gemeenten West-Betuwe en IJsselstein zijn de duurste gemeenten voor huurders. De volgende grafieken laten dit zien. A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner)

B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner)

68

Paragraaf 2 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond De gemeente Albrandswaard voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen. Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd per ultimo februari 2025. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst. De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht.

De gevolgen van externe invloeden zoals de geopolitieke spanningen, de nog steeds relatief hoge inflatie, de krappe arbeidsmarkt en de brandstofprijzen laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De geïdentificeerde risico’s met betrekking tot de ondersteunende bedrijfsvoering vallen vanaf 2024 binnen het risicocluster van De BedrijfsvoeringsPartner welke u terugvindt in bijgaand overzicht. Trends en ontwikkelingen risicoprofiel Albrandswaard In dit onderdeel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. Binnen het Sociaal Domein is in lijn met het landelijke beeld een trend te zien van stijgende zorgwaarde als het gaat om de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet. De gemeente heeft hierdoor al jaren te maken met groeiende verwachte uitgaven. De toenemende zorgbehoefte, in combinatie met een gebrek aan uitvoeringscapaciteit, leidt echter tot een mismatch tussen vraag en aanbod in de uitvoerende keten van het sociaal domein. Dit gaat met name om uitvoering van de Jeugdwet. Hierdoor ontstaat een ongewenste zorgachterstand, terwijl budgetten deels onbenut blijven. In het risicoprofiel bij deze jaarrekening worden de risico’s van het sociaal domein vooralsnog onveranderd stevig aangehouden.

Bij de uitvoering van de Jeugdwet is de kans op overschrijding van de beschikbaar gestelde budgetten ook komend jaar groot. De daarnaast beperkte beschikbaarheid van passende hulpverlening draagt bij aan het aanhouden van een verstevigd risico in het gemeentelijk risicoprofiel. Het CPB berekent richting 2025 landelijk opnieuw een kostenstijging op de uitvoering van de Jeugdwet oplopend tot ruim 8%. In de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning blijven de kosten landelijk toenemen. De vraag zal ook hoog blijven. Het CPB berekent tot en met 2026 een toename in

69

kosten van 1,5% per jaar. De invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage per 2026 zal mogelijk gaan leiden tot enige terugdringing van de kosten. De uitvoering van de BUIG (Participatiewet) laat eveneens een negatieve trend zien met een trage maar aanhoudende groei van uitkeringsgerechtigden. Ondanks alle maatregelen op het gebied van preventie, activering en handhaving blijft dit risico stevig in omvang. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt blijkt er in veel gevallen maar beperkt aansluiting te zijn op diezelfde arbeidsmarkt om hier snel positieve verandering in te realiseren. Wet- en regelgeving Informatieveiligheid en Privacy betreft de bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening. Ook hier ontkomen we niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren sneller op. Burgers verwachten daarbij steeds meer op het gebied van digitale dienstverlening. Deze risico’s maken voor een belangrijk deel onderdeel uit van processen waar De BedrijfsvoeringsPartner zorg voor draagt. De wetgeving op het gebied van informatiebeveiliging en privacybescherming wijst de gemeente altijd als risico eigenaar aan en stelt harde toenemende eisen aan techniek, inrichting, beschikbare competenties en capaciteit.

Dit is noodzakelijk om de dienstverlening op peil te houden, maar helaas ook om kwaadwillende te weren uit onze digitale omgeving. De gemeente werkt hierin nauw samen met de Informatie beveiligingsdienst en De BedrijfsvoeringsPartner. Per 1 januari 2024 voert De BedrijfsvoeringsPartner de (niet primaire) taken uit die vallen onder het technische beheer en het ondersteunen van de product- en dienstverlening van de gemeente(n). Deze vormen het risicoprofiel voor De BedrijfsvoeringsPartner. De gemeente Albrandswaard dekt naar rato een deel van de risico’s af. Door de technische ontvlechting van de gemeentelijke omgeving naar meerdere omgevingen is de complexiteit van de beheer- controle en beveiligingstaken toegenomen. In lijn met het landelijke beeld is het aanhoudend lastig om te werven op de diverse specialistische functies. Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds): Er is al langere tijd sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden. Zoals eerder aangegeven zorgen de teruglopende bijdragen van het gemeentefonds en de nieuwe verdeel- en berekensystematiek van het gemeentefonds voor onzekerheid.

Risico's In onderstaand overzicht staan de 10 belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben op de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.

70

Belangrijkste financiële risico's Nr.

Risicogebeurtenis

Gevolgen

Maatregelen

Kans Financiële Invloe gevolgen d

R140 Risicocluster tekorten uitvoering 1 gedecentraliseerde taken sociaal domein.

Geld - Opgenomen risico's Continue sturing op processen. 3D's in GR-BAR en andere overheidstaken die op lokaal overheidsniveau worden weggezet.

100% Max.€ (DBP) 1.000.000

23,68 %

R144 Risicocluster uitvoering wet- en 0 regelgeving beveiliging data/informatie/gegevens/privacy.

Geld - Financieel, juridische aansprakelijkheid.

Goede implementatie en uitvoering van de Wetgeving.

100% Max. € (BAR) 500.000

12,05 %

R532 Risico's taakuitvoering DBP (BAR nieuwe stijl).

Geld - (Tijdelijk) extra Risicobewust handelen binnen (frictie)kosten/uren/ inhuur DBP. personeel.

100% Max.€ (BAR) 450.000

9,01%

R385 Begrotingstekorten in Geld – Financieel. gemeenschappelijke regelingen waardoor de gemeente financieel moet bijspringen.

Sturing op de ingediende begrotingen van gemeenschappelijke regelingen in samenspraak met de Raad.

60% Max. € 500.000

6,71%

R144 Reserve grondbedrijf (MPO) is niet 1 toereikend.

Geld - Bijstorting uit Algemene reserve door tekort in exploitatiejaar.

Sturing m.b.v. MPO-t.

30% Max.€ 1.000.000

6,69%

R155 Toenemende inflatie. 8

Geld - Dekkingsproblemen Conjunctuurschommelingen bij de begroting. i.c.m. prijsontwikkeling verwachtingen tijdig bijsturen in tussenrapportages.

50% Max. € 500.000

5,60%

R155 Onvoldoende woonruimte beschikbaar 5 voor tijdelijke én uiteindelijke huisvesting statushouders en vluchtelingen.

Geld – Verhuurders vragen hoge huur; Woonruimte moet plotseling snel nieuw gebouwd worden.

Goede planning en communicatie met alle betrokken partijen.

50% Max. € 500.000

5,58%

R144 Oplopende kosten in 2 (wegen)bouwsector door stijgende conjunctuur(schaarste).

Geld – Financieel.

Rekening houden met onvoorziene extra kosten bij ramingen en offertes.

50% Max. € 500.000

5,56%

R155 Integraal huisvestingsplan Onderwijs. 2

Geld – Onzekerheid hoeveel aan extra (tijdelijke) investeringen nodig zijn, ondanks opstelling integraal en strategisch Plan.

Uitwerking plan en planning; goede investeringsbegroting hiervoor opstellen.

50% Max. € 350.000

3,94%

Goede interpretatie van circulaires. Voorzichtig begroten van inkomsten Algemene Uitkering.

30% Max. € 500.000

3,34%

R501 Algemene Uitkering wordt lopende het Geld – Financieel. begrotingsjaar lager i.c.m. koppeling Rijksuitgaven en verwerking aanvullende kortingen. Totaal van alle risico's: € 8.655.000

Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd en hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen. Kwantiteit

Referentiebeelden

10%

<0 of 1 keer per 10 jaar

Kansklasse 1

30%

1 keer per 5-10 jaar

2

50%

1 keer per 2-5 jaar

3

70%

1 keer per 1-2 jaar

4

90%

1 keer per jaar of >

5

Toelichting kansklasse Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het niet waarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen.

Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doen dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen

71

schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Onderstaande figuur en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.

Uit de tabel met zekerheidspercentages volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 3.030.994 (benodigde weerstandscapaciteit). Benodigde weerstands- capaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage

Bedrag

10%

€ 1.466.172

25%

€ 1.805.965

50%

€ 2.207.913

75%

€ 2.633.951

90%

€ 3.030.994

95%

€ 3.277.417

Risicoprofiel grondbedrijf Voor het berekenen van het risicoprofiel voor het grondbedrijf wordt aangesloten bij het Meerjaren Perspectief Ontwikkelprojecten (MPO) 2025. Voor het grondbedrijf wordt het risicoprofiel niet gesimuleerd, maar wordt de kans van optreden maal het effect van optreden opgenomen. Hierbij is rekening gehouden of het gewaardeerde risico binnen het resultaat van het project opgevangen kan worden. Wanneer dit niet het geval is, heeft dit een effect op het risicoprofiel.

72

MPO 2025 Project

MPO 2024

MPO 2025

MPO 2024

Risico's Risico's Risico's (ongewogen (ongewogen (gewogen en en gesaldeerd) en gesaldeerd) gesaldeerd)

Risico's (gewogen en gesaldeerd)

Verschil

C=A-B

Op te vangen Niet op te in vangen in grondexploitat grondexploitat ie ie

A

B

Spui

-275.000

-275.000

-42.500

-42.500

0

0

-42.500

De Omloop

4.623.000

-4.534.000

-1.387.000

-1.360.000

-27.000

1.387.000

0

300.000

0

0

0

0

0

0

4.648.000

-4.809.000

-1.429.500

-1.402.500

-27.000

1.387.000

-42.500

Schutskooiwijk TOTAAL

D

E=D-A

Voor het grondbedrijf Albrandswaard kunnen op basis van bovenstaande doorrekening alle risico’s worden afgedekt met een totaalbedrag van € 42.500 (benodigde weerstandscapaciteit). Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van gemeente Albrandswaard bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Zie de tabel hieronder. Beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari 2025 Weerstandsonderdelen

Huidige capaciteit

Algemene reserve

€ 14.973.410

Reserve MPO

€ 484.971

Reserve Sociaal domein

€ 2.000.000

Beschikbare weerstandscapaciteit

€ 17.458.381

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Risico's

Weerstandscapaciteit

Bedrijfsproces

Algemene reserve

Financieel

Reserve MPO

Imago/politiek

Reserve Sociaal domein

Informatie/strategie Juridisch/aansprakelijkheid Letsel/veiligheid Materieel Milieu Personeel/Arbo Product Weerstandvermogen Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

=

€ 17.458.381

=

(€ 3.030.994 + € 42.500) = € 3.073.494

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. 73

5,68

Het ratio van Albrandswaard valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekende basis van het weerstandsvermogen. Weerstandsnorm Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

Risicokaart Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn kunnen geplaatst worden in een risicokaart. Deze kaart toont in één oogopslag de spreiding van de risico’s. Er wordt een onderscheid gemaakt in het bruto en netto risico. Het bruto risico geeft de situatie weer vóórdat er maatregelen zijn getroffen. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van maatregelen.

Geld

Bruto

x > € 500.000

1

€ 250.000 < x < € 500.000

2

1

2

6

2

2

€ 100.000 < x < € 250.000

1

€ 25.000 < x < € 100.000

4

7

x < € 25.000

1

1

Geen geldgevolgen

3

1 10%

30%

1 50%

Geld

70%

90%

Netto

x > € 500.000

2

1

2

1

€ 250.000 < x < € 500.000

2

5

1

1

€ 100.000 < x < € 250.000

1

€ 25.000 < x < € 100.000

7

4

x < € 25.000

1

1

Geen geldgevolgen

3

1 10%

30%

1 50%

70%

90%

Kengetallen In het onderdeel kengetallen geven wij duiding aan onze financiële positie bij de jaarrekening 2024. Om een goed beeld te krijgen van de financiële positie kijken wij naar de ontwikkelingen aan de hand van een aantal belangrijke financiële kengetallen. Per kengetal geven wij de trend weer en de betekenis ervan voor onze financiële positie. Is de trend bijvoorbeeld risicovol, gunstig, of is het een directe dreiging voor de financiële gezondheid van onze gemeente? Ze hebben geen functie als normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht. Het reëel en structureel sluitend zijn van de begroting blijft het bepalende criterium.

74

Kengetallen

Realisatie Begroting Realisatie

1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit

2023 33% 31% 42% 4% 4,1% 128%

2024 37% 35% 42% 1% 0,1% 124%

2024 32% 30% 42% 3% 0,0% 124%

De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën die aansluiten bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden (2016). Categorie A is het minst risicovol en C het meest risicovol. Signaleringswaarden kengetallen

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit

Minst risicovol < 90% < 90% > 50% < 20% > 0% < 95%

Neutraal 90 - 130% 90 - 130% 20 - 50% 20 - 35% 0% 95 - 105%

Meest risicovol > 130% > 130% < 20% > 35% < 0% > 105%

Schuldquote Een belangrijke graadmeter voor de financiële positie is de omvang van onze schuldverplichtingen in relatie tot onze opbrengsten, oftewel de schuldquote. Onderstaande grafiek illustreert deze ontwikkeling.

De netto schuldquote is iets gedaald ten opzichte van de realisatie van vorig jaar, en ook gedaald ten opzichte van de begroting van dit jaar. Dit komt met name door de toename van de gerealiseerde baten. Ook het uitblijven van grootschalige investeringen speelt hierin een rol. Toekomstige investeringen en eventuele risico’s zullen hun invloed hebben op de schuldquote. Ook de stijgende rentestanden zullen hun invloed hebben. Het is niet alarmerend als onze schuldquote zou verslechteren, maar wel goed om de investeringen goed af te wegen en marktontwikkelingen in de gaten te houden.

75

Solvabiliteit De solvabiliteit geeft aan welke gedeelte van je bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Neem bijvoorbeeld een woning; als deze bijvoorbeeld voor 80% is gefinancierd bij de bank, en voor 20% is betaald met eigen spaargeld, dan is de solvabiliteit 20%. Onderstaande grafiek illustreert de ontwikkeling van dit kengetal voor onze gemeente.

De solvabiliteit blijft op hetzelfde niveau. Deels veroorzaakt door continu en stabiel (financieel) beleid, en deels door niet al te grote nieuwe investeringen (waardoor de schulden niet of nauwelijks toenemen). De landelijke norm is om de kritische grens van 20% aan te houden voor het eigen vermogen. Gelet op de schaalgrootte (omzet) van Albrandswaard blijven we kwetsbaar. Als een financieel risico zich manifesteert heeft dat grote impact op de stand van onze algemene reserve. Nieuwe investeringen en eventuele risico’s zullen hun invloed hebben op de solvabiliteit. Het is goed de solvabiliteit te blijven volgen, zodat bij een economisch minder goede periode er tijdig onderbouwde afwegingen gemaakt kunnen worden tussen inhoud en financiën. Grondexploitaties Afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. Bij grondexploitaties volgen de inkomsten altijd pas na de uitgaven. Bij bijvoorbeeld een nieuw woningbouwproject, geldt dat eerst de grond gekocht en bouwrijp gemaakt dient te worden, voordat het weer verkocht kan worden. De financiering voor grondaankopen en bouwrijp maken leiden normaal gesproken (tijdelijk) tot hogere schulden. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de (financiële) waardes van onze grondposities ten opzichte van de totale opbrengsten (exclusief reservemutaties).

Daarbij geldt dat hoe lager de (boek)waardes van onze grondposities (exploitaties) zijn in vergelijking met de totale opbrengsten, des te minder financiële risico’s wij lopen. Als de waardes van de grondposities namelijk laag liggen hoeven de (grond)verkopen minder op te leveren om investeringen uit het verleden terug te verdienen.

76

Afgelopen jaren is onze positie vrij stabiel gebleven, ruim onder de signaalgrens. Dit komt voornamelijk omdat de gerealiseerde grondopbrengsten worden gecompenseerd met een afname van de verliesvoorzieningen. Van de projecten met een verliesvoorziening, blijft na 2024 nog één project over. De overige twee worden afgesloten. Daarnaast zijn in 2023 en 2024 nieuwe grondexploitaties geopend met, naar verwachting, een positieve eindwaarde (De Omloop), en een budgetneutrale eindwaarde (Schutskooiwijk). Dit zal komende jaren invloed uitoefenen op dit kengetal. Nieuwe plannen en exploitaties zullen om investeringen en financiering vragen, en dat geeft inherente risico’s bij het terugverdienen. Met als mogelijk risico dat de lijn omhoog schiet. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is nagenoeg gelijk aan de begroting, maar beduidend minder sterk ten opzichte van de realisatie van vorig jaar. Het cijfer van 0,0% betekent dat de structurele lasten en baten in 2024 nagenoeg in evenwicht zijn. Wanneer het cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te kunnen dragen (de structurele lasten zijn dan hoger dan de structurele baten). Voor de komende jaren verwachten we, zonder ombuigingen, een negatieve structurele exploitatieruimte.

Dit heeft alles te maken met het naderende ‘ravijnjaar’, waarbij de baten vanuit het gemeentefonds achterblijven bij de uitgaven. Het blijft nodig om zeer kritisch te blijven kijken naar hoe structurele lasten in evenwicht kunnen blijven met structurele baten.

77

Gemeentelijke belastingcapaciteit De gemeentelijke belastingcapaciteit geeft de gemiddelde woonlasten van een inwoner van Albrandswaard weer ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder woonlasten wordt hier bedoeld de rioolheffing, afvalstoffenheffing en de onroerende zaakbelasting (ozb).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3751/documents/34335