CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

HvP_vastgesteld_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 9 Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Hof van Poortugaal.pdf

Gemeenteraad AW 2 juni 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Hof van Poortugaal25.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Verkennend onderzoek asbest Nader bodemonderzoek

Kenmerk Datum

: :

A1335/BJO/rap4 27-9-2023

Opdrachtgever

: : : :

Antes Zorg B.V. Mevr. E. Ewalt (Staat B.V.) Prins Mauritslaan 6 2582 LR, Den Haag

Goedkeuring

Functie

Datum

De heer B.A. de Jong (Adviseur milieu)

Opsteller, auteur

27-09-2023

De heer C.V. Manuels (Projectleider)

2e lezerschap en vrijgave

27-09-2023

Handtekening

BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2018

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ........................................................................................................................................... 3

2.

BEKNOPT VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET.............................................................. 5 2.1

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 5

2.2

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ................................................................................. 6

3.

NADER BODEMONDERZOEK............................................................................................................ 7 3.1

CONCEPTUEEL MODEL EN ONDERZOEKSVRAGEN NADER BODEMONDERZOEK ............... 7

3.2

ONDERZOEKSSTRATEGIE ........................................................................................................... 8

3.3

UITVOERING VELDONDERZOEK.................................................................................................. 8

3.4

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK .............................................................................. 9

3.5

BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN .............................................................................. 10

3.6

INTERPRETATIE........................................................................................................................... 11

4.

VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST ........................................................................................... 12 4.1

AANLEIDING ................................................................................................................................. 12

4.2

ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 12

4.3

VISUELE INSPECTIE MAAIVELD................................................................................................. 12

4.4

VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 13

4.5

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 15

4.6

INTERPRETATIE........................................................................................................................... 15

5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .............................................................................................. 17 5.1

6.

CONCLUSIES ............................................................................................................................... 17

BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 18

BIJLAGEN 1. 1.1 1.2

Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening

2. 2.1 2.3

Vooronderzoek Rapportage voorgaand bodemonderzoek Fotoreportage

3. 3.1 3.2

Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda

4. 4.1 4.2

Laboratoriumonderzoek Certificaat grond Certificaat asbest

5. 5.1

Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 2 van 18

1.

INLEIDING

In opdracht van Antes Zorg is door IDDS een nader bodemonderzoek en een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Hof van Poortugaal Albrandswaardsedijk 74 te Poortugaal (afbeelding 1).

Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: OpenTopo)

Aanleiding en doelstelling De aanleiding van de (vervolg) onderzoeken zijn de bevindingen uit een door IDDS uitgevoerd bodemonderzoek ter plaatse van de onderzoekslocatie (A1335/rap2, d.d. 4 augustus 2023). Geconcludeerd wordt dat: 1. Nader bodemonderzoek dient te worden verricht naar de omvang en mate van een verontreiniging met PAK en PCB; 2. Een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd dient te worden. Ter plaatse van de aangetoonde verontreinigingen met PAK en PCB is onvoldoende duidelijk of op locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hiervan is sprake indien aantoonbaar de gemiddelde gehalte van een verontreinigde stof in minimaal 25 m 3 grond de bijbehorende interventiewaarde overschrijdt. Onderzoek dient uitsluitsel te verschaffen over de mate en omvang van deze verontreiniging. Met betrekking tot asbest dient vastgesteld te worden of de locatie verdacht is op het voorkomen van een eventuele verontreiniging met asbest.

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 3 van 18

Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Nader bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NTA 5755;2022 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een nader bodemonderzoek gericht op een vermoedelijk geval van ernstige verontreiniging. Verkennend asbestonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie ten aanzien van asbest, is de onderzoeksnorm NEN 5707+C2;2017 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij verkennend en nader onderzoek en de inspectie en monsterneming voor de bepaling van asbest in bodem en partijen grond. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt beknopt een vooronderzoek uitgevoerd. Het nader bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek worden besproken in respectievelijk hoofdstuk 3 en 4. Op basis van de verzamelde onderzoeksresultaten is chemische bodemkwaliteit van de locatie beoordeeld. Deze beoordeling is ondergebracht in hoofdstuk 5 (conclusies en aanbevelingen). Daarnaast worden aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen.

In hoofdstuk 6 is de betrouwbaarheid van het onderzoek toegelicht.

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 4 van 18

2.

BEKNOPT VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET

2.1

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking

Bronnen

Situering

Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.

Adres

Albrandswaardsedijk 74

Postcode / Plaats

3172 AA, Poortugaal

Gemeente

Albrandswaard

Provincie

Zuid-Holland

RDcoördinaten

Omschrijving

Globaal middelpunt onderzoekslocatie

X

86.891

Y

429.169

Hoogte maaiveld

Z

Circa 2,5 - 3,5 m +NAP

Kadastraal

Gemeente

Poortugaal

Gemeentecode

PTG00

Sectie

C

Nummers

1867 en 1854

Totaal

Ca. 188.000 m2

Bebouwd

Ca. 40.000 m2

Verharding

Asfalt en klinkers ca. 10.000 m2

Alle richtingen

Rondom de locatie is sprake van verschillende zorglocaties en ten zuiden de Oude Maas. Het openbaar gebied betreft de Albrandwaardsedijk.

Oppervlaktes

Belendingen

#1 / #2

Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening

25 meter buiten onderzoekgrenzen

-

Conclusie Afbakening voldoende #1: Perceelloep.nl #2: Ahn.arcgisonline.nl Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 5 van 18

2.2

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Ter plaatse van de onderzoekslocatie is recent door IDDS een indicatief bodemonderzoek incl. beknopt vooronderzoek uitgevoerd (A1335/rap2, d.d. 4 augustus 2023). Voor onderhavig onderzoek wordt derhalve volstaan met een samenvatting van de voor het nader onderzoek relevante gegevens uit het voorgaande onderzoek, te weten: •

Ter plaatse van boring 13 is sprake van een matig slibhoudende laag zand (1,5 - 2,0 mmv) waarin sterke verontreiniging met PAK en PCB aangetoond is. Boring en peilbuis 13 is ter plaatse van een vermoedelijk gedempte watergang gezet;

•

Over de gehele locatie zijn plaatselijk bijmengingen met metselpuin en beton waargenomen. Betreffende bijmengingen worden als verdacht beschouwd op het voorkomen van verontreinigingen met asbest.

Op basis van historische gebruik van de locatie zijn de aangetoonde verontreinigingen niet vreemd en liggen in lijn der verwachting. Er is vermoedelijk sprake van een immobiele heterogene verontreinigingssituatie. Voor gedetailleerde informatie omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit, verwijzen wij het voorgaande onderzoeksrapport. Het verkennend bodemonderzoek is in bijlage 2 opgenomen.

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 6 van 18

3.

NADER BODEMONDERZOEK

Ter bepaling of wel/geen sprake is van gevallen van ernstige bodemverontreiniging binnen de onderzoekslocaties, is aansluiting gezocht bij de Nederlandse technische afspraak NTA 5755:2022. 3.1

CONCEPTUEEL MODEL EN ONDERZOEKSVRAGEN NADER BODEMONDERZOEK

Voorafgaand aan de uitvoering van nader onderzoek dient, overeenkomstig de NTA-5755 (2022), een conceptueel model te worden opgesteld. Dit conceptueel model is een schematische beschrijving en/of visualisatie van de (veronderstelde) verontreinigingssituatie (bron, aard, mate en verdeling van de verontreiniging), het systeem waarin de verontreiniging zich bevindt (bodemopbouw) en welke processen van invloed (kunnen) zijn op de verspreiding (geochemie, geohydrologie). Het conceptueel model wordt gebruikt als basis voor het bepalen van de onderzoeksstrategie van het nader bodemonderzoek en is in tabel 3.1.1 uitgewerkt. Hieronder zijn de onderzoeksvragen geformuleerd. TABEL 3.1.1: Conceptueel model Conceptueel model

Gegevens o.b.v. verkennend bodemonderzoek

(Vermoedelijk) verontreinigingsbron

Antropogene en natuurlijkeoorsprong

Aard van de verontreiniging

Immobiel, niet vluchtig (PAK en PCB)

Mate van verontreiniging in grond

Sterk

Mate van verontreiniging in grondwater

-

Verdeling van verontreiniging

Naar verwachting heterogeen

Mogelijk verontreinigingspad

-

Historisch of nieuw geval van bodemverontreiniging?

Historisch geval (ontstaan vóór 1987)

Potentiële risico’s bij huidig of toekomstig bodemgebruik

Geen risico’s bij handhaving huidig gebruik vanwege het ontbreken van contactmogelijkheden.

Onderzoeksvragen Op basis van het conceptueel model is antwoord nodig op de volgende onderzoeksvragen om aan de informatiebehoefte te voldoen en de onderzoeksdoelen te behalen: 1. Wat is de mate en omvang c.q. begrenzing van de verontreiniging met PAK en PCB in de grond? 2. Is er sprake van een of meerdere gevallen van ernstige bodemverontreiniging met PAK en/of PCB in de grond? 3. Is sprake van humane, ecologische en/of verspreidingsrisico’s en is daarmee eventueel sprake van een spoedeisende sanering? Het conceptueel model en de onderzoeksvragen zijn gebruikt om de onderzoeksstrategie (zie tabel 3.2.1) te bepalen.

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 7 van 18

3.2

ONDERZOEKSSTRATEGIE

In onderstaande tabel is de te volgen onderzoeksstrategie beknopt uitgewerkt. TABEL 3.2.1: Onderzoeksstrategie Strategie

Grond

Analyseparameters

PAK en PCB

Afperking

Horizontaal (en verticaal*) verspreid over de locatie

Rasterafstand

Niet van toepassing

Boordiepte

Circa 3,0 m-mv

3.3

UITVOERING VELDONDERZOEK

Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.3.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 3-8-2023 (2001 / bemonstering grond) Uitvoerende partij

IDDS Milieu

BRL SIKB / protocol

BRL SIKB 2000 Protocol 2001

Onderzoekaspect

Meetpunten

Gedempte watergang

Codering

Bijzonderheden

2

101 en 102

101 is op 1,9 m-mv gestaakt op beton. 102 is op 1,5 m-mv gestaakt op beton.

4

103, 104, 105 en 106

-

Type

Diepte [m-mv]

Aantal

Boring

1,5 á 1,9

3,0

Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, bestaat uit klei. Vanaf een halve meter onder maaiveld is sprake van een laag zand. Vanaf 1,5 m-mv bestaat de bodem uit veen, zand of klei.

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 8 van 18

Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt dat in de grond sprake is van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name zwakke bijmengingen met baksteen en plaatselijk bijmengingen met asfalt en textiel. 3.4

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK

Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. In tabel 3.5.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. De grond van het onderzoeksgebied is geanalyseerd op PAK en PCB. Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald.

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 9 van 18

3.5

BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN

De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (HandhavingUitvoeringsMethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.

In tabel 3.5.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW >AW >T >I

niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) dan wel de rapportagegrens; licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 10 van 18

TABEL 3.5.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes deelmonsters Matrix en eventuele Analyse Toetsingsresultaten en bodemlagen bijzonderheden (bodemlagen in cm-mv)

Wbb (index) > AW / > S (licht verhoogd)

>T (matig verhoogd)

>I (sterk verhoogd)

Verkennend onderzoek Hof van Poortugaal (A1335/BJO/rap2, d.d. 4-8-2023) MM15

13 (150-200)

Zand, sporen plastic, matig slibhoudend

#1

Minerale olie (0,08) Koper (0,04) Zink (0,01)

-

PAK (3,31) PCB (1,93)

Nader bodemonderzoek 13-3

13 (100-150)

Zand

#2

PCB (som 7)(0,15)

-

-

101-4

101 (150-190)

Zand

#2

PAK 10 VROM (0,25) PCB (som 7)(0,33)

-

-

102-4

102 (120-150)

Zand, matig baksteenhoudend, resten hout

#2

PCB (som 7)(0,05)

-

-

103-4

103 (100-150)

Zand

#2

PAK 10 VROM (0,12)

-

-

104-3

104 (60-110)

Zand

#2

PCB (som 7)(0,17)

-

-

105-5

105 (150-200)

Zand

#2

PAK 10 VROM (0,03)

#2

PCB (som 7)(0,03)

106-2 Blanco #1 #2 > AW >I Index

106 (50-100) Zand, resten hout : Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst : Standaardpakket grond : PAK 10 VROM en PCB : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)

3.6

INTERPRETATIE

-

-

De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, bestaat uit klei. Vanaf een halve meter onder maaiveld is sprake van een laag zand. Vanaf 1,5 m-mv bestaat de bodem uit veen, zand of klei. Op basis van de boorstaten blijkt dat in de grond sprake is van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name zwakke bijmengingen met baksteen en plaatselijk bijmengingen met asfalt en textiel. Om de verontreiniging ter plaatse van boring 13 vast te stellen is onderzoek in verticaal (boring 13) en horizontaal vlak (boringen 101 t/m 106) uitgevoerd. Hierbij zijn zowel in horizontale als verticale richting geen sterk verhoogde gehalten PAK en PCB aangetoond. De onderzochte monsters zijn hooguit licht verontreinigd met PAK en/of PCB. Met de resultaten van het nader bodemonderzoek kunnen de in paragraaf 3.2 geformuleerde onderzoeksvragen worden beantwoord. De sterke verontreinigingen met PAK en PCB zijn door middel van boringen 13 en 101 t/m 106 horizontaal en verticaal afdoende ingekaderd. De in voorgaand onderzoek aangetroffen sterke verontreinigingen zijn, onzes inziens, uitschieters. Er is daarmee geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 11 van 18

4.

VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST

4.1

AANLEIDING

Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie ten aanzien van asbest is de norm NEN 5707+C2;2017 gehanteerd. 4.2

ONDERZOEKSSTRATEGIE

De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. Voor het onderhavige onderzoek is de onderzoeksstrategie voor een verkennend onderzoek asbest op diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming gehanteerd. Het onderzoek richt zich op de verdachte bodemlaag. Voor de onderzoekslocatie is, op basis van het vooronderzoek, de bodemlaag vanaf het maaiveld tot een diepte van 0,5 m-mv als verdachte bodemlaag aangemerkt. 4.3

VISUELE INSPECTIE MAAIVELD

Controle voorwaarden maaiveldinspectie Bij de uitvoering van de visuele inspectie van het maaiveld geldt een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden zijn in onderstaande tabel opgenomen. Per voorwaarde is aangegeven of aan deze voorwaarde is voldaan. Als er niet aan voldaan is, is de oorzaak aangegeven. Wanneer van een verdachte locatie geen visuele inspectie van het maaiveld kan worden uitgevoerd kan geen verdere opdeling worden gemaakt in verdachte en onverdachte deellocaties en moet de hele locatie als verdacht worden beschouwd. TABEL 3.2.1: Voorwaarden maaiveldinspectie Voorwaarde Omschrijving

Voldaan

Het maaiveld moet vrij inspecteerbaar zijn

Er moet een zo groot mogelijk deel van het te inspecteren maaiveld vrij zijn van objecten (afdeklagen, verhardingen, opgeslagen goederen, afval enz.). Daarnaast is het noodzakelijk dat de aanwezigheid van vegetatie (gras, struiken, bladeren enz.) geen belemmering vormen voor de maaiveldinspectie. Ook behoort de te inspecteren oppervlakte voldoende representatief te zijn voor de gehele (deel)locatie. Er mag geen groot aaneengesloten deel van de (deel)locatie niet inspecteerbaar zijn. Onvoldoende inspecteerbare delen vallen buiten het inspectiegebied en blijven als asbestverdacht aangemerkt.

Nee

De toplaag moet droog en onbesneeuwd zijn

Grond zal nooit helemaal droog zijn; in dit geval wordt met ‘droog’ bedoeld dat het vochtgehalte dusdanig laag is dat er geen belemmeringen ontstaan voor de visuele inspectie. Het betreft dus veldvochtige grond zonder dat hierop plassen enz. voorkomen. Bij veel neerslag zal het bodemoppervlak na verloop van tijd te nat worden om een goede inspectie uit te voeren.

Ja

Er moet voldoende licht en zicht zijn

De hoeveelheid licht en zicht mag geen beperkende factor zijn voor een optimale visuele inspectie. Dit betekent dat de weersomstandigheden dusdanig behoren te zijn dat er geen belemmeringen optreden voor de visuele inspectie. In algemene zin betekent dit: geen neerslag (regen, hagel, sneeuw), voldoende daglicht en geen hevige mist. Bij onvoldoende daglicht is het gebruik van kunstlicht een goed alternatief.

Ja

Conclusie

Aan de voorwaarden wordt niet voldaan. Derhalve is de gehele onderzoekslocatie asbestverdacht.

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 12 van 18

4.4

VELDONDERZOEK

Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.3.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 13, 14, 15, 18 augustus 2023 Uitvoerende partij

IDDS Milileu

BRL SIKB / protocol

BRL SIKB 2000 Protocol 2018

Onderzoeksaspect

Type

Aantal

Codering

Bijzonderheden

Gehele terrein

Inspectiegat

70

Zie boorplan

-

Inspectiegat met boring

30

Zie boorplan

-

Uitvoeringswijze Het veldonderzoek is uitgevoerd door IDDS Milieu. Het onderzoek van de grond is uitgevoerd onder certificaat van de BRL SIKB 2000, protocol 2018. Het procescertificaat en de hierbij behorende keurmerken zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag is opgenomen in bijlage 3.1. Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -

In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name zwakke tot plaatselijk sterke bijmengingen met baksteen, sporen asfalt, slib en textiel.

Inspectie grove fractie Bij de inspectie van de grove fractie is de vrijgegraven grond uit de inspectiegaten geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal (grove fractie). Hierbij is de vrijgegraven grond gezeefd of uitgeharkt. Indien aanwezig is het asbestverdachte materiaal bemonsterd. Op basis van de inspectie van de grove fractie blijkt het navolgende: -

In het vrijgegraven en geïnspecteerde materiaal uit de inspectiegaten is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.

Monstername fijne fractie Op basis van de resultaten van het veldonderzoek zijn meerdere mengmonsters samengesteld. Bij het samenstellen van de mengmonsters is rekening gehouden met de verschillende grondsoorten, de bijmengingen (gradaties en samenstelling) en het voorkomen van asbestverdacht materiaal. De navolgende mengmonsters zijn samengesteld:

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 13 van 18

TABEL 3.3.3: Overzicht samengestelde (grond)mengmonsters Monstercode (deel)monsters en traject (m-mv) Bodemtype en bijzonderheden

Opmerkingen / bijzonderheden

MMASB01

01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50)

Zand, sporen baksteen

-

MMASB02

13 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50)

Klei, sporen baksteen

-

MMASB03

12 (0,04 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 25 (0,00 - 0,50) 26 (0,04 - 0,50) 27 (0,00 - 0,50) 28 (0,00 - 0,50) 29 (0,06 - 0,50)

Zand, sporen baksteen

-

MMASB04

30 (0,06 - 0,50) 31 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,50) 34 (0,00 - 0,50) 36 (0,00 - 0,50)

Zand, sporen baksteen

-

MMASB05

37 (0,00 - 0,50) 38 (0,00 - 0,50) 39 (0,00 - 0,50) 40 (0,00 - 0,50) 41 (0,04 - 0,50) 42 (0,00 - 0,50) 43 (0,00 - 0,50) 44 (0,00 - 0,50) 45 (0,00 - 0,50)

Klei, sporen baksteen

-

MMASB06

46 (0,00 - 0,50) 47 (0,00 - 0,50) 48 (0,00 - 0,50) 49 (0,00 - 0,50) 50 (0,00 - 0,50) 51 (0,00 - 0,50) 52 (0,00 - 0,50) 53 (0,00 - 0,50) 54 (0,00 - 0,50)

Zand, sporen baksteen

-

MMASB07

55 (0,00 - 0,50) 56 (0,00 - 0,50) 57 (0,00 - 0,50) 58 (0,00 - 0,50) 59 (0,00 - 0,50) 60 (0,00 - 0,50) 61 (0,00 - 0,50) 62 (0,00 - 0,50)

Klei

-

MMASB08

63 (0,00 - 0,50) 64 (0,00 - 0,50) 65 (0,04 - 0,50) 66 (0,00 - 0,50) 67 (0,00 - 0,50) 68 (0,00 - 0,50) 69 (0,00 - 0,50) 70 (0,00 - 0,50) 71 (0,00 - 0,50) 72 (0,00 - 0,50)

Klei, sporen baksteen

-

MMASB09

73 (0,00 - 0,50) 74 (0,00 - 0,50) 75 (0,00 - 0,50) 76 (0,00 - 0,50) 77 (0,00 - 0,50) 78 (0,00 - 0,50) 79 (0,00 - 0,50) 80 (0,00 - 0,50) 81 (0,00 - 0,50) 82 (0,00 - 0,50)

Klei, sporen baksteen

-

MMASB10

83 (0,00 - 0,50) 84 (0,00 - 0,50) 85 (0,00 - 0,50) 86 (0,00 - 0,50) 87 (0,00 - 0,50) 88 (0,00 - 0,50) 89 (0,00 - 0,50) 90 (0,00 - 0,50) 91 (0,00 - 0,50)

Klei, sterk baksteenhoudend

-

MMASB11

92 (0,00 - 0,50) 93 (0,00 - 0,50) 94 (0,00 - 0,50) 95 (0,00 - 0,50) 96 (0,00 - 0,50) 97 (0,00 - 0,50) 98 (0,00 - 0,50) 99 (0,00 - 0,50) 100 (0,00 - 0,50)

Klei, sporen baksteen

-

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 14 van 18

4.5

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK

Voor de verrichting van het chemisch onderzoek is het monster overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op het analysecertificaat, welke in bijlage 4 is opgenomen. In het laboratorium is, op het voornoemde monster, de volgende bepaling uitgevoerd: •

grondmonster: asbest grond NEN 5898 <17,5kg

De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn weergegeven op het analysecertificaat. In tabel 3.4.1 zijn de resultaten beknopt weergegeven. TABEL 3.4.1: Overzicht resultaten laboratoriumonderzoek Monstercode Bodemtype en bijzonderheden Opmerking

Totale gewogen gehalte asbest*

MMASB01

Zand, sporen baksteen

Fijne fractie

<0,3 mg/kg ds

MMASB02

Klei, sporen baksteen

Fijne fractie

<0,3 mg/kg ds

MMASB03

Zand, sporen baksteen

Fijne fractie

<0,3 mg/kg ds

MMASB04

Zand, sporen baksteen

Fijne fractie

<0,4 mg/kg ds

MMASB05

Klei, sporen baksteen

Fijne fractie

<0,3 mg/kg ds

MMASB06

Zand, sporen baksteen

Fijne fractie

<0,4 mg/kg ds

MMASB07

Klei

Fijne fractie

<0,3 mg/kg ds

MMASB08

Klei, sporen baksteen

Fijne fractie

<0,4 mg/kg ds

MMASB09

Klei, sporen baksteen

Fijne fractie

<0,3 mg/kg ds

MMASB10

Klei, sterk baksteenhoudend

Fijne fractie

<0,4 mg/kg ds

MMASB11 Klei, sporen baksteen Fijne fractie <0,4 mg/kg ds # De serpentijn-asbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolconcentraties.

4.6

INTERPRETATIE

De interventiewaarde voor asbest in grond is vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolconcentraties). Indien de interventiewaarde wordt overschreden is ongeacht het bodemvolume sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het resultaat van het milieukundig onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht.

De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 15 van 18

De conclusie dat op een locatie geen asbest is aangetoond, kan pas worden getrokken wanneer visueel geen asbesthoudend materiaal wordt waargenomen én bij de analyse van grondmonsters geen analytisch aantoonbaar gehalte aan asbest wordt gevonden. Bespreking resultaten In het vrijgegraven en geïnspecteerde materiaal uit alle inspectiegaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de onderzochte grondmengmonsters (fijne fractie) zijn geen verhoogde asbestgehalten aangetoond. De aangetoonde gewogen gehalten asbest in de grond (<0,4 mg/kg ds) zijn allen lager dan 0,5 x de interventiewaarde (50 mg/kg ds), en vormen daarmee geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest.

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 16 van 18

5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Aanleiding en doelstelling De aanleiding van de (vervolg) onderzoeken zijn de bevindingen uit een door IDDS uitgevoerd bodemonderzoek ter plaatse van de onderzoekslocatie (A1335/rap2, d.d. 4 augustus 2023). Geconcludeerd wordt dat: 1. Nader bodemonderzoek dient te worden verricht naar de omvang en mate van een verontreiniging met PAK en PCB; 2. Een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd dient te worden. Ter plaatse van de aangetoonde verontreinigingen met PAK en PCB is onvoldoende duidelijk of op locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hiervan is sprake indien aantoonbaar de gemiddelde gehalte van een verontreinigde stof in minimaal 25 m 3 grond de bijbehorende interventiewaarde overschrijdt. Onderzoek dient uitsluitsel te verschaffen over de mate en omvang van deze verontreiniging. Met betrekking tot asbest dient vastgesteld te worden of de locatie verdacht is op het voorkomen van een eventuele verontreiniging met asbest. 5.1

CONCLUSIES

Nader bodemonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat de verontreinigingen met diverse PAK en PCB in zowel horizontale als verticale richting voldoende in beeld zijn gebracht. In de grond zijn overwegend lichte verontreinigingen aangetoond. Derhalve kan gesteld worden dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (meer dan 25 m³ sterk verontreinigde grond). De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt onzes inziens geen belemmering voor het beoogde gebruik van de locatie. Verkennend asbestonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten worden de navolgende conclusies getrokken: • •

In het vrijgegraven en geïnspecteerde materiaal uit inspectiegaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen; In de onderzochte grondmengmonsters (fijne fractie) zijn geen verhoogde asbestgehalten aangetoond.

Het aangetoonde gewogen gehalte asbest in de grond (<0,4 mg/kg ds) is lager dan 0,5 x de interventiewaarde (50 mg/kg ds), en vormt daarmee geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Geconcludeerd wordt dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in de grond. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt onzes inziens geen belemmering voor het beoogde gebruik van de locatie.

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 17 van 18

6.

BETROUWBAARHEID

Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Een onderzoek is echter gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters. Wij streven naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat er lokale afwijkingen in het bodemmateriaal voorkomen. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden bij het gebruik van dit rapport. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen.

Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap4

Pagina 18 van 18

BIJLAGE 1.1 Topografische kaart

BIJLAGE 1.2 Situatietekening

BIJLAGE 2.1 Rapportage voorgaand bodemonderzoek

Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Milieuhygiënisch vooronderzoek Indicatief milieukundig bodemonderzoek

Kenmerk Datum

: :

A1335/rap2 4 augustus 2023

Opdrachtgever

: : : :

Antes Zorg B.V. Mevr. E. Ewalt (Staat B.V.) Prins Mauritslaan 6 2582 LR, Den Haag

Goedkeuring

Functie

Datum

De heer B.A. de Jong (Adviseur milieu)

Opsteller, auteur

4-8-2023

De heer C.V. Manuels (Projectleider)

2e lezerschap en vrijgave

4-8-2023

Handtekening

BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ........................................................................................................................................... 3

2.

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 5 2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 5

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 6

2.3

POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 7

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST.................................................................................................... 8

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ..................................................................................... 9

2.6

BEÏNVLOEDING .............................................................................................................................. 9

2.7

BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 10

2.8

TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 11

2.9

BEOORDELING............................................................................................................................. 11

2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.................................................................................... 12 3.

Indicatief BODEMONDERZOEK ....................................................................................................... 13 3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 13

3.2

UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 13

3.3

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 16

3.4

TOETSINGSKADER ...................................................................................................................... 17

3.5

INTERPRETATIE........................................................................................................................... 21

3.6

TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 22

3.7

CONCLUSIES ............................................................................................................................... 22

3.8

AANBEVELINGEN......................................................................................................................... 23

4.

BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 24

BIJLAGEN 1. 1.1 1.2

Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening

2. 2.1 2.2

Vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst Fotoreportage

3. 3.1 3.2

Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda

4. 4.1 4.2

Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaten grondwater

5. 5.1 5.2

Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 2 van 24

1.

INLEIDING

In opdracht van Antes Zorg is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een indicatief milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 te Poortugaal (afbeelding 1).

Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: OpenTopo)

Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de (geplande) verkoop van het terrein. In dit kader wenst de opdrachtgever inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een bodemonderzoek dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 3 van 24

Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Indicatief bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is een eigen strategie gehanteerd in navolging van de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016. De norm NEN 5740 beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het indicatief bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoekresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 4 van 24

2.

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK

2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK

Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725;2017 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 5 van 24

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking

Bronnen

Situering

Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.

Adres

Albrandswaardsedijk 74

Postcode / Plaats

3172 AA, Poortugaal

Gemeente

Albrandswaard

Provincie

Zuid-Holland

RDcoördinaten

Omschrijving

Globaal middelpunt onderzoekslocatie

X

86.891

Y

429.169

Hoogte maaiveld

Z

Circa 2,5 - 3,5 m +NAP

Kadastraal

Gemeente

Poortugaal

Gemeentecode

PTG00

Sectie

C

Nummers

1867 en 1854

Totaal

Ca. 188.000 m2

Bebouwd

Ca. 40.000 m2

Verharding

Asfalt en klinkers ca. 10.000 m2

Alle richtingen

Rondom de locatie is sprake van verschillende zorglocaties en ten zuiden de Oude Maas. Het openbaar gebied betreft de Albrandwaardsedijk.

Oppervlaktes

Belendingen

#1 / #2

Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening VO

25 meter buiten onderzoekgrenzen

-

Conclusie Afbakening voldoende #1: Perceelloep.nl #2: Ahn.arcgisonline.nl

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 6 van 24

2.3

POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik

Bronnen In 2022 is door IDDS BV een uitgebreid vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie (kenmerk A1335-06/SWI/rap1, d.d. 27-012022). Hieronder volgt een samenvatting van het desbetreffende onderzoek.

#1 / #2 / #3

In 1901 koopt de gemeente Rotterdam 80 hectare buitendijkse grond aan de Oude Maas (waaronder onderhavige onderzoekslocatie) In 1909 wordt psychiatrisch inrichting Maasoord geopend in het zuidwestelijke deel van het onderzoeksgebied. Tussen 1962 en 1990 blijken met name in het oostelijke deel van het terrein gebouwen te zijn bijgebouwd. Tussen 2006 en 2010 zijn verspreid over het gehele terrein diverse locaties herontwikkeld. Vanaf 2010 verdwijnen uiteindelijk steeds meer gebouwen om plaats te maken voor nieuwe ontwikkelingen. Veel gebouwen uit de jaren ‘80 en ’90 staan er nog. Ter plaatse van diverse voormalige paviljoens zijn nog met beton volgestorte kelders aanwezig. Op oud kaartmateriaal is te zien dat er veel sloten gedempt zijn bij de aanleg van het terrein in 1901. Deze voormalige sloten zijn ingetekend op de situatietekening (opgenomen in de bijlage). Op de kaart met baggerspecielocaties (bron: DCMR) ligt de onderzoekslocatie binnen baggerspecieloswal 6 (‘Kooipolder’). Het onderzoeksgebied is tussen 1950 en 1983 ten dele opgehoogd met zand (met bijmenging metaalslakken) wat van de uitgraving van de Waalhaven afkomstig was (bron: Bodemkwaliteitskaart landbodem gemeente Albrandswaard, d.d. 30-10-2018). Mogelijk zijn de sloten tegelijk met het ophogen van de terreindelen gedempt en betreft het hetzelfde materiaal.

Dit kan echter op basis van de bekende gegevens nog niet vastgesteld worden. Over het gehele terrein zijn diverse ondergrondse en bovengrondse tanks aanwezig (geweest). Het precieze aantal is onbekend. De tanks zijn volgens informatie van het DCMR bij de sloop van verschillende gebouwen in de jaren ‘90 bijna allemaal verwijderd. De voormalige locaties van deze tanks zijn echter niet bekend. In hoeverre er sprake was van een verontreiniging, en of een eventuele bodemverontreiniging gesaneerd is, is eveneens niet bekend. Potentiële bronnen

De potentiële bronnen van bodemverontreiniging betreffen de ophooglaag, de slootdempingen, de diverse bodembedreigende activiteiten die op het terrein hebben plaatsgevonden, de voormalige ondergrondse tanks. De ophooglagen en slootdempingen zijn met name verdacht op het voorkomen van licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie. Ter plaatse van de moestuinen, boomgaarden en bloemisterij zijn in het verleden mogelijk bestrijdingsmiddelen (OCB’s) gebruikt. De locaties van de bovengrondse tanks zijn verdacht op verhoogde gehalten aan minerale olie, vluchtige olie en vluchtige aromaten. Mogelijk zijn op sommige locaties waar oude gebouwen hebben gestaan nog resten asbest aanwezig.

Huidig gebruik

Momenteel zijn op het terrein diverse gebouwen van de Antes Parnassia Groep aanwezig. Deze bestaan uit zorglocaties van diverse aard, activiteiten- en sportcentra en het Albeda zorgcollege. Verder is er veel groen aanwezig op de locatie.

Potentiële bronnen

In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.

Toekomstig gebruik

Ter plaatse van het onderzoeksgebied worden mogelijk 400 tot 600 woningen gerealiseerd.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

#4

Pagina 7 van 24

Conclusie De potentiële bronnen van bodemverontreiniging betreffen de ophogingslaag, de slootdempingen, de diverse bodembedreigende activiteiten die op het terrein hebben plaatsgevonden, de voormalige ondergrondse tanks. De ophooglagen en slootdempingen zijn met name verdacht op het voorkomen van licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie. Ter plaatse van de moestuinen, boomgaarden en bloemisterij zijn in het verleden mogelijk bestrijdingsmiddelen (OCB’s) gebruikt. De locaties van de bovengrondse tanks zijn verdacht op verhoogde gehalten aan minerale olie, vluchtige olie en vluchtige aromaten. Mogelijk zijn op sommige locaties waar oude gebouwen hebben gestaan nog resten asbest aanwezig. #1: DCMR; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: TopoTijdreis.nl #3: Bijzonder inventariserend onderzoek baggerspecielocaties in het Rijnmondgebied, bijlage 4: Overzicht van geïnventariseerde gegevens per baggerspecielocatie Deel A: Rijnmondgemeenten exclusief Rotterdam, Omgevingsdienst DCMR, met kenmerk 32470500, d.d. 1987. #4: Informatie verkregen van de opdrachtgever

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST

TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest

Bronnen Er is onvoldoende informatie beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem.

#1

In 2012 en 2020 hebben asbestinventarisaties van diverse panden plaatsgevonden. In een aantal daarvan is asbest aangetroffen. Diverse gebouwen zijn gesaneerd. Echter zegt dit niet direct iets over de aanwezigheid van asbest in de bodem. Zeer plaatselijk zijn in de bodem lichte puinbijmengingen aangetroffen (zie paragraaf 2.7). Onbekend is om wat voor puin het gaat en in hoeverre deze grond nog aanwezig is gezien de diverse herontwikkelingen die op het terrein hebben plaatsgevonden door de jaren heen. Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit

Bodemfunctieklasse

Wonen

Bodemkwaliteitszone

Delta ziekenhuis en Kijvelanden

Ontgravingskaart boven- en ondergrond

Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) : Wonen Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) : Wonen

#2

Conclusie Er is onvoldoende informatie beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Zowel de boven- als ondergrond zijn toegeschreven aan bodemkwaliteitsklasse Wonen. #1: Omgevingsdienst DCMR #2: Bodemkwaliteitskaart landbodem gemeente Albrandswaard, d.d. 30-10-2018

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 8 van 24

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking

Bronnen

Bodemopbouw (lokaal)

Grondwater (lokaal)

0,0 - 1,0 m-mv

Zand / klei

1,0 - 2,0 m-mv

Zand / klei / veen

2,0 - 3,0 m-mv

Zand / klei / veen

Grondwaterstand freatisch

Circa 1,5 m-mv

#1

Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater richting de Oude Maas zal stromen en derhalve zuidelijk gericht is. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie

0,0 - 3,0 m-mv

Toplaag

0,0 - 20,0 m-mv

Deklaag

20,0 - 26,0 m-mv

1e watervoerend pakket

e

Bodemvreemde lagen

Stijghoogte 1 WVP

ca. 2 m-NAP

Stromingsrichting 1e WVP

Zuidelijk

De reeds genoemde ophooglagen en slootdempingen.

Conclusie Ter plaatse van een groot gedeelte van de onderzoekslocatie kan sprake zijn van bodemvreemde lagen ten gevolge van een ophogingslaag en slootdempingen. #1: DINOloket.nl #2: Archief IDDS

2.6

BEÏNVLOEDING

TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding

Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.

#1

Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Bodemloket.nl

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 9 van 24

2.7

BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking

Bronnen

Onderzoek ter plaatse van de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek

Op de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd in het verleden. De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in het bodemrapport van de Omgevingsdienst DCMR, zie bijlage 2.

#1 / #2

Diverse tanklocaties Van 1995 tot 1997 heeft Lexmond B.V. op 12 locaties bodemonderzoek uitgevoerd waar zich ondergrondse tanks hebben bevonden. Waar de gebouwen inmiddels niet meer aanwezig zijn wordt vermoed dat de ondergrondse tanks allemaal zijn verwijderd. Ter plaatse van het gebouw ten noorden van Albrandswaardsedijk 74a (buiten onderzoeksgebied) is bij de omgevingsdienst nog 1 ondergrondse tank bekend (aanwezig). Albrandswaardsedijk 74u De grond was matig verontreinigd met minerale olie en licht met xylenen. Het grondwater was licht verontreinigd met minerale olie en xylenen. In 1999 is de tank en de grond en het grondwater eromheen gesaneerd. De ontgraving is aangevuld met schoon zand. In de controle analyses zijn geen streefwaarde/ achtergrondwaarde overschrijdingen aangetoond. ter plaatse van het braakliggend terrein ten noordoosten van 74u lag één HBO tank: lichte verontreiniging met minerale olie in de grond, lichte verontreiniging met minerale olie en xylenen in het grondwater. Albrandswaardsedijk 74y Nabij Albrandswaardsedijk 74y is in juni 2004 door MOS Grondmechanica B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de nieuwbouw. In de boven- en ondergrond werden lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie aangetoond. Het grondwater was licht verontreinigd met nikkel, zink en xylenen.

Ter plaatse van Albrandwaardsedijk 74y heeft MOS Grondmechanica B.V. in 2008 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Op locatie (deel van huidige Kliniekgebouw Y, nummer 74y) is de bovengrond deels licht verontreinigd met barium, kobalt en minerale olie. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, zink, benzeen, xylenen (som), 1,2-dichloorethaan en cis-l,2-dichlooretheen. Albrandswaardsedijk 74z In oktober 2005 is door MOS Grondmechanica B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de zuidzijde van het terrein (ter plaatse van nummer 74z). In de boven- en ondergrond werden lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK, EOX en minerale olie aangetroffen. Het grondwater was matig verontreinigd met zink. Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek

Nabij de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in het bodemrapport van de Omgevingsdienst DCMR, zie bijlage 2.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

#1

Pagina 10 van 24

Conclusie Op de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd in het verleden. Op basis van de beschikbare bodemrapporten (zie vooronderzoek, d.d. 27-01-2022) worden over het algemeen lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie. De verhoogde gehalten aan EOX zijn gemeten op de locaties waar de moestuinen en boomgaarden aanwezig zijn geweest en wijzen mogelijk op het voormalige gebruik van bestrijdingsmiddelen op deze locaties. In het grondwater worden lichte verontreinigingen met zware metalen en vluchtige aromaten verwacht. Ter plaatse van diverse ondergrondse tanks zijn in het verleden lichte tot sterke verontreinigingen met minerale olie, vluchtige aromaten, zware metalen en PAK aangetoond in de grond en lichte tot sterke verontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater. #1: Diverse bodemonderzoeken DCMR, omgevingsrapportage bijgevoegd in bijlage 2 #2: Milieuhygienisch vooronderzoek locatie Antes te Poortugaal, IDDS B.V., kenmerk A1335-06/SWI/rap1, d.d. 27-012022.

2.8

TERREINVERKENNING

De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 18-01-2022 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Ter illustratie is in bijlage 2 een fotoreportage opgenomen. 2.9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3811/documents/33962