HvP_vastgesteld_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 8 Rapportage verkennend bodemonderzoek Sportparkpolder.pdf
Tekst van het document
Sportparkpolder te Poortugaal Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek Waterbodemonderzoek
Kenmerk Datum
: :
A1335/BJO/rap3 31-08-2023
Opdrachtgever
: : : :
Antes Zorg B.V. Mevr. E. Ewalt (Staat B.V.) Prins Mauritslaan 6 2582 LR, Den Haag
Goedkeuring
Functie
Datum
De heer B.A. de Jong (Adviseur milieu)
Opsteller, auteur
31-08-2023
De heer C.V. Manuels (Projectleider)
2e lezerschap en vrijgave
31-08-2023
Handtekening
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002, 2003
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 4
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 7 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 7
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 8
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 9
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST.................................................................................................. 10
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................................... 11
2.6
BEÏNVLOEDING ............................................................................................................................ 11
2.7
BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 12
2.8
WATERBODEMONDERZOEK ...................................................................................................... 13
2.9
TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 16
2.10 BEOORDELING............................................................................................................................. 16 2.11 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.................................................................................... 17 3.
4.
5.
6.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 18 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 18
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 18
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 20
3.4
TOETSINGSKADER ...................................................................................................................... 21
3.5
INTERPRETATIE........................................................................................................................... 23
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 24
VERKENNEND WATERBODEMONDERZOEK ................................................................................ 25 4.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 25
4.2
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 25
4.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 27
4.4
TOETSINGSKADER ...................................................................................................................... 28
4.5
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 29
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .............................................................................................. 30 5.1
CONCLUSIES ............................................................................................................................... 30
5.2
AANBEVELINGEN......................................................................................................................... 31
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 32
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 2 van 32
BIJLAGEN 1. 1.1 1.2
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening
2. 2.1 2.2
Vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst Fotoreportage
3. 3.1 3.2
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda
4. 4.1 4.2 4.3
Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaten grondwater Certificaten slib en vaste waterbodem
5. 5.1 5.2 5.3 5.4
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater Toetsingstabellen slib en vaste waterbodem Toetsingstabellen PFAS
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 3 van 32
1.
INLEIDING
In opdracht van Antes Zorg B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek, een verkennend milieukundig bodemonderzoek en een waterbodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als de Sportparkpolder, Poortugaal.
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: OpenTopo)
Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen realisatie van een ontsluitingsweg. In dit kader wenst de opdrachtgever inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het onderzoek is meerledig, te weten: -
het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie; Het verkrijgen van inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit en toepassingsmogelijkheden van de waterbodem en de daaruit vrijkomende baggerspecie; Het vaststellen van de kwaliteit van de toekomstige ontvangende bodem.
Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 4 van 32
Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Het doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek waterbodem is een uitspraak te doen over de verwachte milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem, de daaruit vrijkomende baggerspecie en eventueel overige relevante gegevens zoals de aanwezigheid van kwetsbare objecten en eventuele obstakels op de locatie en in de directe omgeving. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd.
De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Verkennend waterbodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem of oever in een oppervlaktewaterlichaam en de daaruit vrijkomende baggerspecie, is de onderzoeknorm NEN 5720;2016 gehanteerd.
Deze norm beschrijft de werkwijze voor onderzoek in bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en daaruit vrijkomende baggerspecie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 5 van 32
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. In hoofdstuk 4 wordt het verkennend waterbodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. In hoofdstuk 5 worden op basis van de onderzoekresultaten de vastgestelde hypotheses getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen.
In hoofdstuk 6 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 6 van 32
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725;2017 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 7 van 32
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.
Adres
Albrandswaardseweg 84A
Postcode / Plaats
3172 XC Poortugaal
Gemeente
Albrandswaard
Provincie
Zuid-Holland
RDcoördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
87.463
Y
429.373
Hoogte maaiveld
Z
Circa 0,1 m - NAP
Kadastraal
Gemeente
Poortugaal
Gemeentecode
PTG00
Sectie
C
Nummers
853, 1024, 1241, 1243, 1538, 1573
Totaal
18.200 m2
Oppervlaktes
Belendingen
#1 / #2
Bebouwd
-
Verharding
Asfalt ca. 2.400 m2, tegels ca. 10 m2
Alle richtingen
Rondom de locatie is sprake van verschillende sportvelden en ten zuiden verscheidene zorglocaties. Het openbaar gebied betreft de Albrandwaardseweg en de Albrandwaardsedijk.
Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening VO
25 meter buiten onderzoekgrenzen
-
Conclusie Afbakening voldoende #1: Perceelloep.nl #2: Ahn.arcgisonline.nl
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 8 van 32
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik
Bronnen Uit historische bronnen is bekend dat het onderzoeksgebied sinds het begin van de 20ste eeuw bestemd is geweest als landbouwgrond en gelegen is naast de Molenvliet.
#1 / #2
Op oud kaartmateriaal is geen bebouwing en zijn geen kassen te zien, waardoor het onderzoeksgebied vooralsnog niet verdacht is op het voorkomen van asbest en bestrijdingsmiddelen (OCB’s). Sinds het begin van de 21ste eeuw is het gebied herontwikkeld tot fietspad en weg die toegang biedt tot het naastgelegen sportcomplex. Alvorens de aanleg van de sportvelden, zijn enkele perceelsloten gedempt. Deze sloten zijn ingetekend op de situatietekening (zie bijlage 1.2). Potentiële bronnen
De potentiële bronnen van bodemverontreiniging betreffen de voormalige slootdempingen. De slootdempingen zijn met name verdacht op het voorkomen van licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie.
Huidig gebruik
Momenteel wordt het terrein gebruikt om wandelend bij de sportvelden te geraken en als weg naar de parkeerplaats van de sportclub.
Potentiële bronnen
In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Toekomstig gebruik
Op het terrein wordt een ontsluitingsweg van de Albrandswaardsedijk gerealiseerd.
#3
Conclusie De potentiële bronnen van bodemverontreiniging betreffen de voormalige slootdempingen. De slootdempingen zijn met name verdacht op het voorkomen van licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie. #1: Omgevingsdienst DCMR; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: TopoTijdreis.nl #3: Informatie verkregen van de opdrachtgever
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 9 van 32
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen Er is onvoldoende informatie beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem.
#1
Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit
Bodemfunctieklasse
Wonen
#2
Bodemkwaliteitszone
Buitengebied
Ontgravingskaart boven- en ondergrond
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv): Achtergrondwaarde Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv): Achtergrondwaarde
Conclusie Er is onvoldoende informatie beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Albrandswaard is de bodem naar verwachting maximaal licht verontreinigd. #1: Omgevingsdienst DCMR #2: Bodemkwaliteitskaart landbodem gemeente Albrandswaard, d.d. 30-10-2018
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 10 van 32
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal)
Grondwater (lokaal)
0,0 - 1,0 m-mv
Zand / klei
1,0 - 2,0 m-mv
Zand / klei / veen
2,0 - 3,0 m-mv
Zand / klei / veen
Grondwaterstand freatisch
Circa 1,2 m-mv
#1
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater richting de sloot ten oosten zal stromen en derhalve oostelijk gericht is. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie
Bodemvreemde lagen
0,0 - 3,0 m-mv
Toplaag
0,0 - 20,0 m-mv
Deklaag
20,0 - 26,0 m-mv
1e watervoerend pakket
e
Stijghoogte 1 WVP
ca. 2 m-NAP
Stromingsrichting 1e WVP
noordoostelijk
De reeds genoemde ophooglagen en slootdempingen.
Conclusie Ter plaatse van een groot gedeelte van de onderzoekslocatie kan sprake zijn van bodemvreemde lagen ten gevolge van een ophogingslaag en slootdempingen. #1: DINOloket.nl #2: Archief IDDS
2.6
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.
#1
Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Bodemloket.nl
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 11 van 32
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Op basis van gegevens van de Omgevingsdienst DCMR is er in 1999 ter plaatse van het onderzoeksgebied een enkel verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Tauw B.V. (kenmerk R02 3711579EMV, d.d. 18-01-1999).
#1 / #2
Uit de resultaten blijkt dat de grond plaatselijk licht verontreinigd is met minerale olie. Uit de analyseresultaten van het grondwater zijn geen verontreinigingen naar voren gekomen. Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Op basis van de omgevingsrapportage zijn er nabij de onderzoekslocatie geen bodemonderzoeken bekend.
#1 / #2
Conclusie Op de onderzoekslocatie is zover bekend een enkel bodemonderzoek uitgevoerd in het verleden. Op basis van het beschikbare bodemrapport worden over het algemeen lichte verontreinigingen met minerale olie verwacht in de bovengrond. #1: Omgevingsrapportage Omgevingsdienst DCMR (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Verkennend en aanvullend onderzoek de polder Albrandswaard en de Kijvelanden, Tauw B.V., kenmerk R02 3711579EMV, d.d. 18-01-1999.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 12 van 32
2.8
WATERBODEMONDERZOEK
Voorafgaand aan een waterbodemonderzoek conform de NEN 5720;2017 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek voor waterbodem te worden uitgevoerd conform de NEN 5717;2017. Het doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek waterbodem is een uitspraak te doen over de verwachte milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem, de daaruit vrijkomende baggerspecie en eventueel overige relevante gegevens zoals de aanwezigheid van kwetsbare objecten en eventuele obstakels op de locatie en in de directe omgeving. Het vooronderzoek bestaat uit een bureauonderzoek. De resultaten van het vooronderzoek worden gebruik ter bepaling van de aanwezigheid van verontreinigingen en opstellen van een hypothese over de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem, de daaruit vrijkomende baggerspecie en/of de nieuwe waterbodem na ontgraving. TABEL 2.8.1: Afbakening onderzoeksgebied Afbakening onderzoekslocatie Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.
Adres
Albrandswaardsedijk
Postcode / Plaats
3172 TK, Poortugaal
Gemeente
Albrandswaard
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
51.847586
Y
440.3429
Gemeente
Poortugaal
Gemeentecode
PTG00
Sectie
C
Nummers
1573
Kadastraal
Beheerder oppervlaktewater Naam
Waterschap Hollandse Delta
Adres
Handelsweg 100, 2988 DC, Ridderkerk
Legger
https://www.wshd.nl/legger-oppervlaktewaterlichamen-en-kunstwerken
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 13 van 32
TABEL 2.8.2: Overzicht beschikbare relevante gegevens oppervlaktewater Informatie watergang Identificatienummer
D15079
Categorie
Dijksloot
Kaart watersysteem en omgeving
Afbeelding 2: Watersysteem (bron: Hoogheemraadschap van Rijnland)
Gemiddelde breedte op waterlijn
1,70 m
Lengte
Gehele watergang
405 m
Te onderzoeken deel
Ca. 34 m
Watertype
Lintvormig water
Sedimentatiepatroon
Sediment omvat het slib en de ondergelegen oorspronkelijke waterbodem. Verwacht wordt dat het sedimentatiepatroon bestaat uit een laag slib met daaronder de vaste waterbodem bestaande uit klei.
Kunstwerken binnen onderzoeksgebied
Onder een kunstwerk wordt onder andere verstaan een dam, sluis, gemaal, stuw, grondduiker/sifon, duiker/inlaatduiker. Er bevinden zich geen kunstwerken binnen het onderzoeksgebied.
Asbest
Er is geen informatie beschikbaar omtrent een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de waterbodem. Opgemerkt wordt dat, indien in de waterbodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht.
Aanwezige beschoeiing
Nee
Eerder verricht milieuhygiënisch voor- en of waterbodemonderzoek
Er is (voor zover bekend) eerder geen milieuhygiënisch voor- en/of waterbodemonderzoek uitgevoerd.
Aanwijzing voor aanwezigheid overschrijding interventiewaarde
Geen gegevens beschikbaar.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 14 van 32
Specifieke toetsaspecten basis milieuhygiënisch vooronderzoek De onderzoekslocatie is aan te merken als zijnde klein regionaal oppervlaktewater. Ten behoeve van het milieuhygiënisch vooronderzoek dienen de specifieke toetsaspecten te worden onderzocht om vast te stellen of sprake is van diffuse of specifieke belasting uit het verleden en heden. TABEL 2.8.3: Overzicht toetsaspecten Specifieke toetsaspecten klein regionaal oppervlaktewater Aspect
Uitwerking
Beïnvloeding onderzoekslocatie door puntbronnen
Er zijn geen puntbronnen uit de directe omgeving bekend
Beïnvloeding onderzoekslocatie door ongewone voorvallen
-
Beïnvloeding door regelmatige beroeps‐ of pleziermotorvaart
-
Onderzoekslocatie grenst aan wegen met een verkeersintensiteit van minder dan 500 voertuigen per dag
-
Onderzoekslocatie betreft berm(sloten) op een afstand van ten minste 15 meter waarin de wegriolering van wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 500 voertuigen per dag niet loost
-
Beïnvloeding onderzoekslocatie door oeverbeschoeiingen of steigers die bestaan uit met gecreosoteerde olie behandeld hout
-
Beïnvloeding onderzoekslocatie door aanwezigheid van asbestverdachte materialen op en/of nabij de onderzoekslocatie
Voor zover bekend is er geen sprake van bodemvreemde materialen.
Beïnvloeding onderzoekslocatie door materialen, anders dan natuurlijke materialen, gebruikt voor kunstwerken, oeverbescherming en/of taluds (bijv. staalslakken)
-
Beïnvloeding onderzoekslocatie door overige niet genoemde diffuse bronnen
PFAS atmosferisch
Beïnvloeding onderzoekslocatie door aanwezigheid bodemvreemd materiaal in oeverbestortingen en of aanwezigheid bodemvreemd materiaal elders op/nabij de onderzoekslocatie
-
Overige aanwijzingen voor aanwezigheid bodemvreemd materiaal
-
Aandachtspunten en belasting Aandachtspunten op basis van toetsaspecten
-
Belasting Diffuse belasting -: er is geen informatie beschikbaar en/of op basis van de beschikbare informatie zijn geen bijzonderheden / aandachtspunten voor het betreffende aspect.
TABEL 2.8.4: Conclusie milieuhygiënisch vooronderzoek Conclusie uit basis milieuhygiënisch vooronderzoek Conclusie conform NEN 5717
Van toepassing
Deel(locatie) onbelast Deel(locatie) diffuus belast (landelijkgebied)
x
Deel(locatie) diffuus belast (stedelijk/industriegebied) Deel(locatie) specifiek belast
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 15 van 32
2.9
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 25-7-2023 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Tijdens de terreinverkenning zijn de oevers en oevergebieden en de directe omgeving geïnspecteerd op mogelijke specifieke bronnen en is specifiek gelet op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Ter illustratie is in bijlage 2.2 een fotoreportage opgenomen. 2.10
BEOORDELING
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.10.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.10.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Afwijking
Omschrijving
Reden afwijking
Geen
-
Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 16 van 32
2.11 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.11.1: Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie
Gehele terrein
Conclusie
Op basis van de algemene en historische gegevens worden geen substantiële verontreinigingen verwacht in concentraties boven de toetsingswaarden zoals deze zijn geformuleerd in de Wet bodembescherming.
Hypothese
Onverdacht
Opmerking
Op voorhand wordt er niet van uitgegaan dat in de grond sprake is van puinbijmengingen. Ingeval echter wel sprake blijkt te zijn van een puinbijmenging dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.
Aandachtgebieden Locatie
Voormalige poldersloten
Conclusie
Er zijn in het verleden diverse poldersloten gedempt. Onbekend is waarmee de sloten destijds zijn gedempt en wat de milieuhygiënische kwaliteit van het dempingsmateriaal is geweest.
Hypothese
Verdacht (VEP)
Opmerking
Het is de vraag in hoeverre resten van de voormalige poldersloten nog zijn terug te vinden.
Locatie
Gehele watergang
Watertype
Lintvormig water
Conclusie
Sliblaag:
Aanwezig
Vaste waterbodem:
Niet verdacht
Hypothese
Diffuus belast (landelijk gebeid)
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 17 van 32
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie Locatie Onderzoeksstrategie Gehele terrein
3.2
NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie.
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 25-7-2023 Uitvoerende partij
IDDS Milieu
BRL SIKB / protocol
BRL SIKB 2000 Protocol 2001, 2002
Onderzoekaspect
Meetpunten
Gehele terrein
Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring
0,15 á 0,5
16
Peilbuis
1,0 2,0 2,7
1 4 3
Codering
Bijzonderheden
02, 03, 04, 04A, 06, 08, 10, 11, 12, 14, 15, 16, 18 ,19, 22, 23 24 01, 07, 13, 20 05, 09, 17
04 is gestaakt op beton
-
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, bestaat overwegend uit klei. Plaatselijk is sprake van zand. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,7 m-mv overwegend uit klei en zeer plaatselijk uit zand.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 18 van 32
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft een zwakke tot plaatselijk matige bijmenging met baksteen; Zeer plaatselijk is sprake van een zwakke bijmenging met beton.
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen. Op basis van de zwakke tot matige bijmengingen met beton in de bovengrond (24 0-50 cm-mv) dient de bodem officieel als verdacht te worden aangemerkt op het voorkomen van asbest. Echter, aangezien het plangebied vanaf 2009 pas ontwikkeld is, wordt de bijmenging niet als asbestverdacht beschouwd.
Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis Filterstelling Grondwater- pH stand
EC
Troebelheid
Monstername
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden
[m-mv]
[m-mv]
[–]
[S/cm]
[NTU]
d.d.
05
1,70 - 2,70
1,00
7,5
1660
9,42
4-8-2023
Geen bijzonderheden
09
1,70 - 2,70
0,90
7,6
1948
28,74
4-8-2023
Geen bijzonderheden
17
1,70 - 2,70
1,25
7,7
2344
27,71
4-8-2023
Geen bijzonderheden
17
1,70 - 2,70
1,13
6,6
1536
22,95
25-8-2023
Geen bijzonderheden
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 19 van 32
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -
3.3
Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Opgemerkt wordt dat de gemeten waarde voor de troebelheid enigszins verhoogd is. Echter, een verklaring hiervoor is op basis van de voor de omgeving bekende gegevens niet bekend. UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Ter verificatie van de l-waarde overschrijding door de concentratie aan nikkel in het grondwater, is peilbuis 17 herbemonsterd en het grondwater geanalyseerd op zware metalen. Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 20 van 32
3.4
TOETSINGSKADER
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (HandhavingUitvoeringsMethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.
In tabel 3.4.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 21 van 32
TABEL 3.4.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten
Wbb (index) (bodemlagen in cm-mv)
> AW / > S (licht verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
Grond MM01
03 (0-50) 17 (0-50) 19 (050) 23 (0-50) 24 (0-50)
Klei, zwak baksteen- en betonhoudend, matig baksteenhoudend
#1
-
-
MM02
01 (0-50) 05 (0-50) 07 (050) 11 (0-50) 13 (0-50) 15 (0-50) 20 (0-50) 22 (0-50)
Klei
#1
-
-
MM03
06 (0-50) 08 (0-50) 09 (050) 10 (0-50)
Zand
#1
-
-
MM04
01 (80-120) 05 (100-150) 07 (100-150) 09 (80-120) 13 (110-160) 17 (80-130) 20 (100-150) 24 (50-100)
Klei
#1
Minerale olie C10 - C40 (0,03) PAK 10 VROM (0,31)
-
Peilbuis 05
05 (170-270)
Grondwater
#2
Barium (0,01)
-
Peilbuis 09
09 (170-270)
Grondwater
#2
Barium (0,07)
-
Peilbuis 17
17 (170-270)
Grondwater
#2
Kobalt (0,59) Barium (0,12)
Nikkel (1,1)
Grondwater
#3
Barium (0,1) Nikkel (0,08)
-
Grondwater
Herbemonstering grondwater Peilbuis 17
1
Blanco #1 #2 #3 > AW >I Index
17 (170-270)
: Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst : Standaardpakket grond : Standaardpakket grondwater : Pakket zware metalen grondwater : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 22 van 32
3.5
INTERPRETATIE
Grond De bovengrond bestaat overwegend uit klei. Plaatselijk is sprake van zand. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,7 m-mv overwegend uit klei en zeer plaatselijk uit zand. In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name zwakke bijmengingen en plaatselijk een matige bijmenging met baksteen. Plaatselijk is een zwakke bijmenging met beton aangetroffen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de grond niet (MM01, MM02 en MM03) tot licht (MM04) verontreinigd te zijn. Bij MM04 zijn lichte verontreinigingen met minerale olie en PAK aangetoond. Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Opgemerkt wordt dat de gemeten waarde voor de troebelheid enigszins verhoogd is. Echter, een verklaring hiervoor is op basis van de voor de omgeving bekende gegevens niet bekend. Bij alle grondwatermonsters overschrijdt de concentratie barium de desbetreffende streefwaarden. Ter plaatse van peilbuis 17 is een matige verontreiniging met kobalt en een sterke verontreiniging met nikkel aangetoond.
Ter verificatie van de l-waarde overschrijding door de concentratie aan nikkel in het grondwater, is peilbuis 17 herbemonsterd en het grondwater geanalyseerd op zware metalen. Uit deze analyseresultaten van de herbemonstering blijkt dat de concentratie nikkel enkel licht verhoogd is aangetoond. Barium is hierbij tevens licht verhoogd aangetoond. De verhoogde concentratie aan nikkel is zeer waarschijnlijk het gevolg geweest van het verstoren van het chemisch evenwicht in de bodem door het plaatsen van de peilbuis. Bespreking Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater afdoende mate vastgelegd. De grond en het grondwater zijn maximaal licht verontreinigd. De onderzoeksresultaten geven daarmee geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 23 van 32
3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.6.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen Hypothese
Onverdacht
Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Verworpen Reden: in de grond en het grondwater komen lichte verontreinigingen voor.
Representativiteit
Onzes inziens heeft de toegepaste onderzoeksstrategie geen invloed gehad op de representativiteit van het onderzoek.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 24 van 32
4.
VERKENNEND WATERBODEMONDERZOEK
4.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 4.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie Locatie Onderzoeksstrategie Gehele watergang
NEN 5720;2017; Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning (LN). Bij deze onderzoeksstrategie dient de waterbodem per vak van maximaal 500 meter op tien plaatsen te worden bemonsterd. Het te onderzoeken deel van de watergang heeft een lengte van circa 34 m. Er is derhalve sprake van één monstervak. Per monsternamevak dient per te bemonsteren laag één analyse te worden uitgevoerd. De te bemonsteren laag heeft een dikte van maximaal gemiddeld 0,5 m gezien vanaf de bovenzijde van sedimentlaag of sliblaag.
4.2
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 25-7-2023 Overdracht monsters aan laboratorium
25-7-2023
Uitvoerende partij
IDDS Milieu
BRL SIKB Protocol
BRL SIKB 2000 Protocol 2003
Methode bemonstering
Edelmanboor
Bemonstering
Vanaf de walkant
Lengte en oppervlak
Meetpunten
Matrix
Gemiddelde dikte (cm)
Globale bodemopbouw
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden
Asbest waargenomen
SL01 t/m SL10
Waterkolom
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Sliblaag
10,3
Slib
Geen
Nee
Vaste waterbodem
50
Klei
Geen
Nee
Monstervak 1 Circa 34 m
Verificatie uitvoering Afwijkingen op de onderzoeksstrategie
Geen
Belemmerende randvoorwaarden tijdens uitvoering
Geen
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 25 van 32
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Voor de bepaling van de monsternamemethode / het monsternemingstoestel voor het waterbodemonderzoek is gebruik gemaakt van de NPR 5741 Bodem - Richtlijn voor de keuze en toepassing van boortechnieken en monsternemingstoestellen voor grond, sediment, slib en grondwater bij milieuonderzoek. De voor het onderzoek gehanteerde monsternamemethode / het monsternemingstoestel is aangegeven in tabel 3.2.1. De waterbodemmonsters zijn genomen volgens de NEN 5742, Bodem - Monsterneming van grond en sediment ten behoeve van de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch‐chemische bodemkenmerken en, indien van toepassing, de NEN 5743, Bodem - Monsterneming van grond en sediment voor de bepaling van vluchtige verbindingen. Tijdens het veldonderzoek zijn specifieke voorschriften gevolgd om contaminatie met PFAS te voorkomen.
Het betreft de voorschriften zoals beschreven in “Bemonstering van PFASverbindingen in grond- en grondwater” van het Expertisecentrum PFAS. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de waterbodem beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgesteld volgens de NEN 5104 (inclusief beschrijving slib) en NEN 5706. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de onderliggende vaste waterbodem, gebaseerd op de boorstaten, bestaat uit klei. Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het bemonsterde materiaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde (antropogene) bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. In het bemonsterde materiaal zijn bodemvreemde bijmengingen met baksteen waargenomen. Er zijn geen bodemvreemde geuren en/of kleuren waargenomen. Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het veldonderzoek is het bemonsterde materiaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In het bemonsterde materiaal zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 26 van 32
4.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. Conservering, koeling en transport van het monstermateriaal heeft volgens de NEN‐EN‐ISO 5667‐15 plaatsgevonden. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie De samenstelling van de mengmonsters is in het laboratorium uitgevoerd. In tabel 3.3.1 zijn per monsternamevak de geanalyseerde monsters, de monstersamenstelling en –trajecten aangegeven. Bij het samenvoegen van mengmonsters is rekening gehouden met het voorschrift dat slechts de afzonderlijke monsters mogen worden gemengd die afkomstig zijn uit dezelfde sedimentlaag, gezien vanaf de bovenzijde van de te bemonsteren sedimentlaag. Samenstelling analysepakketten De waterbodem is geanalyseerd op het standaard analysepakket voor waterbodem en baggerspecie uit regionale wateren. In het genoemde standaardpakket zijn de volgende parameters opgenomen: • • •
Sedimentkarakteristieken: organisch stof en lutum Metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink Organische parameters: som‐PCB's, som‐PAK's en minerale olie
Aanvullend op het standaardpakket is de vaste waterbodem onderzocht op PFAS conform het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van december 2021). Opgemerkt wordt dat de verrichte analyses op PFAS niet door de RvA geaccrediteerd dan wel op basis van het schema AS3000 erkend zijn. TABEL 3.3.1: Overzicht monsterselectie Monstervakken
Monstercode
Deelmonsters en monstertrajecten (in m-mv)
Analysepakket
1
MMSLIB
S01 (70-75) S02 (60-70) S03 (55-70) S04 (60-73) S05 (65-80) S06 (65-80) S07 (80-95) S08 (70-80) S09 (80-90) S10 (65-75)
Pakket waterbodem A (regionale wateren) incl. PFAS (30) Handelingskader
MMWABO
S01 (75-125) S02 (70-120) S03 (70-120) S04 (73-123) S05 (80-130) S06 (80-130) S07 (95-145) S08 (80-130) S09 (90-140) S10 (75-125)
Pakket waterbodem A (regionale wateren) incl. PFAS (30) Handelingskader
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 27 van 32
4.4
TOETSINGSKADER
De analyseresultaten zijn getoetst aan de normen van de Regeling bodemkwaliteit volgens het generiek toetsingskader. De resultaten zijn getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). Dit is een instrument dat het toetsen aan bodemnormen uniformeert. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Algemene kwaliteit Om inzicht te krijgen in de toepassingsmogelijkheden zijn de in tabel 3.4.1 genoemde toetsingen uitgevoerd. Per toetsing is het toetsingsresultaat aangegeven. TABEL 3.4.1: Overzicht uitgevoerde toetsingen en toetsingsresultaten Toetsing Omschrijving toetsing T1
Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem
T3
Beoordeling kwaliteit van bagger en ontvangende bodem bij toepassing in een oppervlaktewaterlichaam
T5
Beoordeling kwaliteit van bagger bij verspreiden op een aangrenzend perceel (landbodem)
Monstervak
Matrix
Monstercode
Toetsingsresultaat T1
T3
T5
1
Slib
MMSLIB
Landbouw en Natuur
Altijd toepasbaar
Verspreidbaar
1
Vaste waterbodem
MMWABO
Landbouw en Natuur
Altijd toepasbaar
Verspreidbaar
PFAS Voor PFAS zijn toepassingsnormen opgenomen in het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” van december 2021 (geactualiseerde versie). Voor de beoordeling van de resultaten van de analyses PFAS zijn de gem0eten concentraties gecorrigeerd met het gehalte organische stof, waarna deze zijn vergeleken met de toetsingswaarden uit het Tijdelijk handelingskader. De resultaten van de uitgevoerde toetsing zijn weergegeven op de toetsingstabel, welke is opgenomen in bijlage 5 en in tabel 3.4.2. TABEL 3.4.2: Toetsing PFAS Toetsing Omschrijving toetsing T1
Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem
T3
Beoordeling kwaliteit van bagger en ontvangende bodem bij toepassing in een oppervlaktewaterlichaam
T5
Beoordeling kwaliteit van bagger bij verspreiden op een aangrenzend perceel (landbodem)
Monstervak
Matrix
Monstercode
Toetsingsresultaat T1
T3
Landbouw en Natuur
Toepasbaar1
Verspreidbaar
Vaste MMWABO Landbouw en Natuur waterbodem #1: De vaste waterbodem mag alleen in Rijkswater worden toegepast.
1
Verspreidbaar
1 1
Slib
MMSLIB
T5
Toepasbaar
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 28 van 32
4.5
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het waterbodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Beoordeeld is of de verkregen resultaten op basis van de hypothese uit het vooronderzoek en de uitkomsten van het waterbodemonderzoek voldoen aan de doelstelling van het onderzoek. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. Indien blijkt dat een intensievere of aangepaste onderzoeksstrategie gerechtvaardigd is, is dit expliciet aangeven en zijn in het volgende hoofdstuk aanbevelingen opgenomen voor verdere acties en/of onderzoek. TABEL 3.5.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Hypothese en toetsing Locatie
Gehele watergang
Watertype
Lintvorming water
Hypothese Toetsing
Diffuus belast (landelijk gebied) Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Verworpen Reden: in de sliblaag en vaste waterbodem zijn geen verhogingen aangetoond
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 29 van 32
5.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
5.1
CONCLUSIES
In opdracht van Antes Zorg B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek, een verkennend milieukundig bodemonderzoek en een waterbodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Albrandwaardseweg 84, Poortugaal. Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen realisatie van een ontsluitingsweg. In dit kader wenst de opdrachtgever inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het onderzoek is meerledig, te weten: -
het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie; Het verkrijgen van inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit en toepassingsmogelijkheden van de waterbodem en de daaruit vrijkomende baggerspecie; Het vaststellen van de kwaliteit van de toekomstige ontvangende bodem.
Algemene bodemkwaliteit Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt het navolgende: -
-
De grond bestaat overwegend uit klei. Plaatselijk is sprake van zand; In de grond is sprake van voornamelijk zwakke bijmengingen met baksteen. Plaatselijk is er sprake van een matige bijmenging met baksteen en een zwakke bijmenging met beton. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen; Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de grond niet tot licht (MM04) verontreinigd te zijn met minerale olie en PAK; Het grondwater is overwegend licht verontreinigd met barium en nikkel.
Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater afdoende mate vastgelegd. De grond en het grondwater zijn maximaal licht verontreinigd. De onderzoeksresultaten geven daarmee geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. Kwaliteit waterbodem De toepassingsmogelijkheden van de sliblaag en vaste waterbodem op de locatie zijn als volgt: Toepassing op of in de landbodem (T1) De sliblaag en vaste waterbodem kunnen worden ingedeeld als zijnde klasse ‘landbouw en natuur’. Ten aanzien van PFAS kunnen de sliblaag en vaste waterbodem eveneens worden ingedeeld als zijnde ‘landbouw en natuur’. Toepassing in de oppervlaktewater (T3) De sliblaag en vaste waterboden mogen worden vrij worden toegepast in oppervlaktewater. Ten aanzien van PFAS kunnen de sliblaag en vaste waterbodem worden ingedeeld als zijnde ‘toepasbaar. Verspreiden op het aangrenzende perceel (T5) De slib en vrijkomende vaste waterbodem is verspreidbaar op de aangrenzende percelen. Ten aanzien van PFAS is zowel de sliblaag als de waterbodem verspreidbaar op de aangrenzende percelen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 30 van 32
5.2
AANBEVELINGEN
Wij adviseren u om onderhavige rapportage voor te leggen aan het bevoegd gezag, zijnde Omgevingsdienst DCMR, ter formalisering van de onderzoeksresultaten en conclusies. Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden. Het bodemonderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat plaatselijk sprake kan zijn van een afwijkende bodemopbouw. Indien op de locatie graafwerkzaamheden worden uitgevoerd wordt derhalve aanbevolen om alert te blijven op plaatselijke afwijkingen in de bodem die kunnen wijzen op een eventuele bodemverontreiniging. Rekening dient te worden gehouden dat bij het toepassen van de baggerspecie dit dient te worden voorgelegd aan de belanghebbenden zoals beheerder watergang en/of bevoegd gezag.
Milieuhygiënisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek Locatie: Sportparkpolder te Poortugaal Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap3
Pagina 31 van 32
6.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.