CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

HvP_vastgesteld_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 7 Rapportage verkennend bodemonderzoek Hof van Poortugaal.pdf

Gemeenteraad AW 2 juni 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Hof van Poortugaal27.831 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Milieuhygiënisch vooronderzoek Indicatief milieukundig bodemonderzoek

Kenmerk Datum

: :

A1335/rap2 4 augustus 2023

Opdrachtgever

: : : :

Antes Zorg B.V. Mevr. E. Ewalt (Staat B.V.) Prins Mauritslaan 6 2582 LR, Den Haag

Goedkeuring

Functie

Datum

De heer B.A. de Jong (Adviseur milieu)

Opsteller, auteur

4-8-2023

De heer C.V. Manuels (Projectleider)

2e lezerschap en vrijgave

4-8-2023

Handtekening

BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ........................................................................................................................................... 3

2.

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 5 2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 5

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 6

2.3

POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 7

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST.................................................................................................... 8

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ..................................................................................... 9

2.6

BEÏNVLOEDING .............................................................................................................................. 9

2.7

BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 10

2.8

TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 11

2.9

BEOORDELING............................................................................................................................. 11

2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.................................................................................... 12 3.

Indicatief BODEMONDERZOEK ....................................................................................................... 13 3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 13

3.2

UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 13

3.3

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 16

3.4

TOETSINGSKADER ...................................................................................................................... 17

3.5

INTERPRETATIE........................................................................................................................... 21

3.6

TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 22

3.7

CONCLUSIES ............................................................................................................................... 22

3.8

AANBEVELINGEN......................................................................................................................... 23

4.

BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 24

BIJLAGEN 1. 1.1 1.2

Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening

2. 2.1 2.2

Vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst Fotoreportage

3. 3.1 3.2

Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda

4. 4.1 4.2

Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaten grondwater

5. 5.1 5.2

Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 2 van 24

1.

INLEIDING

In opdracht van Antes Zorg is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een indicatief milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 te Poortugaal (afbeelding 1).

Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: OpenTopo)

Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de (geplande) verkoop van het terrein. In dit kader wenst de opdrachtgever inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een bodemonderzoek dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 3 van 24

Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Indicatief bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is een eigen strategie gehanteerd in navolging van de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016. De norm NEN 5740 beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het indicatief bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoekresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 4 van 24

2.

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK

2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK

Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725;2017 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 5 van 24

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking

Bronnen

Situering

Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.

Adres

Albrandswaardsedijk 74

Postcode / Plaats

3172 AA, Poortugaal

Gemeente

Albrandswaard

Provincie

Zuid-Holland

RDcoördinaten

Omschrijving

Globaal middelpunt onderzoekslocatie

X

86.891

Y

429.169

Hoogte maaiveld

Z

Circa 2,5 - 3,5 m +NAP

Kadastraal

Gemeente

Poortugaal

Gemeentecode

PTG00

Sectie

C

Nummers

1867 en 1854

Totaal

Ca. 188.000 m2

Bebouwd

Ca. 40.000 m2

Verharding

Asfalt en klinkers ca. 10.000 m2

Alle richtingen

Rondom de locatie is sprake van verschillende zorglocaties en ten zuiden de Oude Maas. Het openbaar gebied betreft de Albrandwaardsedijk.

Oppervlaktes

Belendingen

#1 / #2

Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening VO

25 meter buiten onderzoekgrenzen

-

Conclusie Afbakening voldoende #1: Perceelloep.nl #2: Ahn.arcgisonline.nl

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 6 van 24

2.3

POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik

Bronnen In 2022 is door IDDS BV een uitgebreid vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie (kenmerk A1335-06/SWI/rap1, d.d. 27-012022). Hieronder volgt een samenvatting van het desbetreffende onderzoek.

#1 / #2 / #3

In 1901 koopt de gemeente Rotterdam 80 hectare buitendijkse grond aan de Oude Maas (waaronder onderhavige onderzoekslocatie) In 1909 wordt psychiatrisch inrichting Maasoord geopend in het zuidwestelijke deel van het onderzoeksgebied. Tussen 1962 en 1990 blijken met name in het oostelijke deel van het terrein gebouwen te zijn bijgebouwd. Tussen 2006 en 2010 zijn verspreid over het gehele terrein diverse locaties herontwikkeld. Vanaf 2010 verdwijnen uiteindelijk steeds meer gebouwen om plaats te maken voor nieuwe ontwikkelingen. Veel gebouwen uit de jaren ‘80 en ’90 staan er nog. Ter plaatse van diverse voormalige paviljoens zijn nog met beton volgestorte kelders aanwezig. Op oud kaartmateriaal is te zien dat er veel sloten gedempt zijn bij de aanleg van het terrein in 1901. Deze voormalige sloten zijn ingetekend op de situatietekening (opgenomen in de bijlage). Op de kaart met baggerspecielocaties (bron: DCMR) ligt de onderzoekslocatie binnen baggerspecieloswal 6 (‘Kooipolder’). Het onderzoeksgebied is tussen 1950 en 1983 ten dele opgehoogd met zand (met bijmenging metaalslakken) wat van de uitgraving van de Waalhaven afkomstig was (bron: Bodemkwaliteitskaart landbodem gemeente Albrandswaard, d.d. 30-10-2018). Mogelijk zijn de sloten tegelijk met het ophogen van de terreindelen gedempt en betreft het hetzelfde materiaal.

Dit kan echter op basis van de bekende gegevens nog niet vastgesteld worden. Over het gehele terrein zijn diverse ondergrondse en bovengrondse tanks aanwezig (geweest). Het precieze aantal is onbekend. De tanks zijn volgens informatie van het DCMR bij de sloop van verschillende gebouwen in de jaren ‘90 bijna allemaal verwijderd. De voormalige locaties van deze tanks zijn echter niet bekend. In hoeverre er sprake was van een verontreiniging, en of een eventuele bodemverontreiniging gesaneerd is, is eveneens niet bekend. Potentiële bronnen

De potentiële bronnen van bodemverontreiniging betreffen de ophooglaag, de slootdempingen, de diverse bodembedreigende activiteiten die op het terrein hebben plaatsgevonden, de voormalige ondergrondse tanks. De ophooglagen en slootdempingen zijn met name verdacht op het voorkomen van licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie. Ter plaatse van de moestuinen, boomgaarden en bloemisterij zijn in het verleden mogelijk bestrijdingsmiddelen (OCB’s) gebruikt. De locaties van de bovengrondse tanks zijn verdacht op verhoogde gehalten aan minerale olie, vluchtige olie en vluchtige aromaten. Mogelijk zijn op sommige locaties waar oude gebouwen hebben gestaan nog resten asbest aanwezig.

Huidig gebruik

Momenteel zijn op het terrein diverse gebouwen van de Antes Parnassia Groep aanwezig. Deze bestaan uit zorglocaties van diverse aard, activiteiten- en sportcentra en het Albeda zorgcollege. Verder is er veel groen aanwezig op de locatie.

Potentiële bronnen

In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.

Toekomstig gebruik

Ter plaatse van het onderzoeksgebied worden mogelijk 400 tot 600 woningen gerealiseerd.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

#4

Pagina 7 van 24

Conclusie De potentiële bronnen van bodemverontreiniging betreffen de ophogingslaag, de slootdempingen, de diverse bodembedreigende activiteiten die op het terrein hebben plaatsgevonden, de voormalige ondergrondse tanks. De ophooglagen en slootdempingen zijn met name verdacht op het voorkomen van licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie. Ter plaatse van de moestuinen, boomgaarden en bloemisterij zijn in het verleden mogelijk bestrijdingsmiddelen (OCB’s) gebruikt. De locaties van de bovengrondse tanks zijn verdacht op verhoogde gehalten aan minerale olie, vluchtige olie en vluchtige aromaten. Mogelijk zijn op sommige locaties waar oude gebouwen hebben gestaan nog resten asbest aanwezig. #1: DCMR; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: TopoTijdreis.nl #3: Bijzonder inventariserend onderzoek baggerspecielocaties in het Rijnmondgebied, bijlage 4: Overzicht van geïnventariseerde gegevens per baggerspecielocatie Deel A: Rijnmondgemeenten exclusief Rotterdam, Omgevingsdienst DCMR, met kenmerk 32470500, d.d. 1987. #4: Informatie verkregen van de opdrachtgever

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST

TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest

Bronnen Er is onvoldoende informatie beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem.

#1

In 2012 en 2020 hebben asbestinventarisaties van diverse panden plaatsgevonden. In een aantal daarvan is asbest aangetroffen. Diverse gebouwen zijn gesaneerd. Echter zegt dit niet direct iets over de aanwezigheid van asbest in de bodem. Zeer plaatselijk zijn in de bodem lichte puinbijmengingen aangetroffen (zie paragraaf 2.7). Onbekend is om wat voor puin het gaat en in hoeverre deze grond nog aanwezig is gezien de diverse herontwikkelingen die op het terrein hebben plaatsgevonden door de jaren heen. Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit

Bodemfunctieklasse

Wonen

Bodemkwaliteitszone

Delta ziekenhuis en Kijvelanden

Ontgravingskaart boven- en ondergrond

Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) : Wonen Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) : Wonen

#2

Conclusie Er is onvoldoende informatie beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Zowel de boven- als ondergrond zijn toegeschreven aan bodemkwaliteitsklasse Wonen. #1: Omgevingsdienst DCMR #2: Bodemkwaliteitskaart landbodem gemeente Albrandswaard, d.d. 30-10-2018

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 8 van 24

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking

Bronnen

Bodemopbouw (lokaal)

Grondwater (lokaal)

0,0 - 1,0 m-mv

Zand / klei

1,0 - 2,0 m-mv

Zand / klei / veen

2,0 - 3,0 m-mv

Zand / klei / veen

Grondwaterstand freatisch

Circa 1,5 m-mv

#1

Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater richting de Oude Maas zal stromen en derhalve zuidelijk gericht is. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie

0,0 - 3,0 m-mv

Toplaag

0,0 - 20,0 m-mv

Deklaag

20,0 - 26,0 m-mv

1e watervoerend pakket

e

Bodemvreemde lagen

Stijghoogte 1 WVP

ca. 2 m-NAP

Stromingsrichting 1e WVP

Zuidelijk

De reeds genoemde ophooglagen en slootdempingen.

Conclusie Ter plaatse van een groot gedeelte van de onderzoekslocatie kan sprake zijn van bodemvreemde lagen ten gevolge van een ophogingslaag en slootdempingen. #1: DINOloket.nl #2: Archief IDDS

2.6

BEÏNVLOEDING

TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding

Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.

#1

Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Bodemloket.nl

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 9 van 24

2.7

BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking

Bronnen

Onderzoek ter plaatse van de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek

Op de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd in het verleden. De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in het bodemrapport van de Omgevingsdienst DCMR, zie bijlage 2.

#1 / #2

Diverse tanklocaties Van 1995 tot 1997 heeft Lexmond B.V. op 12 locaties bodemonderzoek uitgevoerd waar zich ondergrondse tanks hebben bevonden. Waar de gebouwen inmiddels niet meer aanwezig zijn wordt vermoed dat de ondergrondse tanks allemaal zijn verwijderd. Ter plaatse van het gebouw ten noorden van Albrandswaardsedijk 74a (buiten onderzoeksgebied) is bij de omgevingsdienst nog 1 ondergrondse tank bekend (aanwezig). Albrandswaardsedijk 74u De grond was matig verontreinigd met minerale olie en licht met xylenen. Het grondwater was licht verontreinigd met minerale olie en xylenen. In 1999 is de tank en de grond en het grondwater eromheen gesaneerd. De ontgraving is aangevuld met schoon zand. In de controle analyses zijn geen streefwaarde/ achtergrondwaarde overschrijdingen aangetoond. ter plaatse van het braakliggend terrein ten noordoosten van 74u lag één HBO tank: lichte verontreiniging met minerale olie in de grond, lichte verontreiniging met minerale olie en xylenen in het grondwater. Albrandswaardsedijk 74y Nabij Albrandswaardsedijk 74y is in juni 2004 door MOS Grondmechanica B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de nieuwbouw. In de boven- en ondergrond werden lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie aangetoond. Het grondwater was licht verontreinigd met nikkel, zink en xylenen.

Ter plaatse van Albrandwaardsedijk 74y heeft MOS Grondmechanica B.V. in 2008 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Op locatie (deel van huidige Kliniekgebouw Y, nummer 74y) is de bovengrond deels licht verontreinigd met barium, kobalt en minerale olie. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, zink, benzeen, xylenen (som), 1,2-dichloorethaan en cis-l,2-dichlooretheen. Albrandswaardsedijk 74z In oktober 2005 is door MOS Grondmechanica B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de zuidzijde van het terrein (ter plaatse van nummer 74z). In de boven- en ondergrond werden lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK, EOX en minerale olie aangetroffen. Het grondwater was matig verontreinigd met zink. Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek

Nabij de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in het bodemrapport van de Omgevingsdienst DCMR, zie bijlage 2.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

#1

Pagina 10 van 24

Conclusie Op de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd in het verleden. Op basis van de beschikbare bodemrapporten (zie vooronderzoek, d.d. 27-01-2022) worden over het algemeen lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie. De verhoogde gehalten aan EOX zijn gemeten op de locaties waar de moestuinen en boomgaarden aanwezig zijn geweest en wijzen mogelijk op het voormalige gebruik van bestrijdingsmiddelen op deze locaties. In het grondwater worden lichte verontreinigingen met zware metalen en vluchtige aromaten verwacht. Ter plaatse van diverse ondergrondse tanks zijn in het verleden lichte tot sterke verontreinigingen met minerale olie, vluchtige aromaten, zware metalen en PAK aangetoond in de grond en lichte tot sterke verontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater. #1: Diverse bodemonderzoeken DCMR, omgevingsrapportage bijgevoegd in bijlage 2 #2: Milieuhygienisch vooronderzoek locatie Antes te Poortugaal, IDDS B.V., kenmerk A1335-06/SWI/rap1, d.d. 27-012022.

2.8

TERREINVERKENNING

De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 18-01-2022 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Ter illustratie is in bijlage 2 een fotoreportage opgenomen. 2.9

BEOORDELING

Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Afwijking

Omschrijving

Reden afwijking

Geen

-

Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 11 van 24

2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1: Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie

Gehele terrein

Conclusie

Op basis van de algemene en historische gegevens worden mogelijk verontreinigingen verwacht in concentraties boven de toetsingswaarden zoals deze zijn geformuleerd in de Wet bodembescherming. Daarom is de onderzoekshypothese "verdachte locatie" gesteld. Over het gehele terrein is sprake van een ophogingslaag ‘loswal 6’. De milieuhygiënische kwaliteit van de grond waarmee is opgehoogd is onbekend. Ophooglagen zijn verdacht op verhoogde gehalten zware metalen, PAK, minerale olie en bestrijdingsmiddelen.

Hypothese

Verdacht Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen (Cu, Pb, Zn), PAK, minerale olie, asbest en bestrijdingsmiddelen

Opmerking

Op voorhand wordt er niet van uitgegaan dat in de grond sprake is van puinbijmengingen. Ingeval echter wel sprake blijkt te zijn van een puinbijmenging dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.

Aandachtgebieden Locatie

Voormalige poldersloten

Conclusie

Er zijn in het verleden diverse poldersloten gedempt. Onbekend is waarmee de sloten destijds zijn gedempt en wat de milieuhygiënische kwaliteit van het dempingsmateriaal is geweest.

Hypothese

Verdachte puntlocaties (VEP)

Opmerking

Het is de vraag in hoeverre resten van de voormalige poldersloten nog zijn terug te vinden.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 12 van 24

3.

INDICATIEF BODEMONDERZOEK

3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE

De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie

Locatie

Onderzoeksstrategie

Gehele terrein

NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een grootschalig onverdachte locatie (NEN 5740 ONV-GR).

Opmerking

Op basis van het vooronderzoek, dient de locatie conform de NEN 5740;2009+A1;2016 formeel te worden aangemerkt als verdacht op potentiële bodemverontreiniging. Echter, gezien de aanleiding van onderhavig onderzoek de voorgenomen transactie van het terrein betreft, hoeft formeel niet te worden voldaan aan de eisen van de NEN 5740 en kan worden volstaan met het uitvoeren van een ‘indicatief’ onderzoek. Hiermee wordt dan een gedegen indicatie verkregen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Hoewel niet wordt voldaan aan de eisen van de NEN 5740, wordt er wel aansluiting gezocht bij de norm door middel van de onderzoeksstrategie aan te houden voor een onverdachte grootschalige locatie (NEN 5740 ONV-GR).

3.2

UITVOERING VELDONDERZOEK

Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 3/7 t/m 5/7 (veldwerk), 11/7-12/7 (grondwatermonstername) Uitvoerende partij

IDDS Milieu

BRL SIKB / protocol

BRL SIKB 2000 Protocol 2001, 2002

Onderzoekaspect

Meetpunten

Gehele terrein

Codering

Bijzonderheden

70

(zie situatietekening, bijlage 2.1)

-

10

(zie situatietekening, bijlage 2.1)

-

20

(zie situatietekening, bijlage 2.1)

-

Type

Diepte [m-mv]

Aantal

Boring

0,5 2,0 3,0

Peilbuis

Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 13 van 24

Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: De bovengrond bestaat afwisselend uit klei of zand. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 5,0 m-mv uit zand, klei of veen. Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -

In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name zwakke tot matige bijmengingen met baksteen en zwakke bijmengingen met sintels, kolengruis, aardewerk, glas, plastic; Plaatselijk is er sprake van zwakke tot matige bijmengingen met brokken beton en metselpuin; Daarnaast zijn er ter plaatse van boorpunten 12 (1,5-1,8 m-mv), 13 (1,5-2,1 m-mv) en 14 (2,7-3,7 m-mv) slibhoudende lagen aangetroffen.

Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt dat naar aanleiding van de zwakke tot matige bijmengingen met metselpuin en beton de bodem plaatselijk verdacht is op het voorkomen van asbest.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 14 van 24

Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis

Filterstelling

Grondwaterstand

pH

EC

Troebelheid

Monstername

Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden

[m-mv]

[m-mv]

[–]

[S/cm]

[NTU]

d.d.

04

2,50 - 3,50

2,17

6,5

885

29

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

09

2,50 - 3,50

2,08

6,7

943

34

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

12

2,50 - 3,50

1,95

6,4

3589

41

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

13

3,50 - 4,50

2,09

6,7

1335

431

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

14

4,00 - 5,00

2,72

6,6

-

300

11/7-12/7

EC is niet ingevuld

17

2,30 - 3,30

1,72

6,5

2044

36,86

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

24

1,50 - 2,50

1,35

6,8

1957

292

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

30

2,30 - 3,30

1,46

6,6

1164

183

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

33

2,70 - 3,70

1,47

6,4

1636

51

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

42

2,00 - 3,00

1,67

7,0

728

8,25

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

43

2,00 - 3,00

1,66

6,7

2504

191

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

50

2,70 - 3,70

1,56

6,4

2426

36

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

54

3,50 - 4,50

1,34

6,6

2445

65

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

56

2,50 - 3,50

1,04

6,5

2322

281

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

62

2,78 - 3,70

1,30

6,3

2623

43

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

73

2,50 - 3,50

0,98

6,8

2326

178

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

79

2,70 - 3,70

0,75

6,4

2378

-

11/7-12/7

Troebelheid is niet ingevuld

87

2,80 - 3,80

1,10

6,5

2466

93

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

91

2,50 - 3,50

1,20

6,8

2296

5,94

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

94

2,50 - 3,50

1,96

6,5

2323

32

11/7-12/7

Geen bijzonderheden

Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -

De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Opgemerkt wordt dat de gemeten waarde voor de troebelheid bij enkele pijlbuizen enigszins verhoogd is. Een verklaring hiervoor is op basis van de voor de omgeving bekende gegevens niet bekend.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 15 van 24

3.3

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK

Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Uitsplitsing Naar aanleiding van de sterke verhoging met lood in mengmonster MM01 is een uitsplitsing uitgevoerd. Alle individuele grondmonsters in het mengmonster zijn separaat op lood geanalyseerd ten einde de mate en ernst van de verontreiniging in kaart te brengen. Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -

Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).

Ter plaatse van de voormalige boomgaard en moestuin zijn de analysemonsters aanvullend onderzocht op OCB’s (bestrijdingsmiddelen).Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -

Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 16 van 24

3.4

TOETSINGSKADER

De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (HandhavingUitvoeringsMethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.

In tabel 3.4.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 17 van 24

TABEL 3.4.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes Deelmonsters en Matrix en eventuele Analyse Toetsingsresultaten bodemlagen bijzonderheden Wbb (index) (bodemlagen in cm-mv)

> AW / > S (licht verhoogd)

>T (matig verhoogd)

>I (sterk verhoogd)

Grond MM01

02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 10 (20-50)

Klei, brokken beton, sporen sintels, zwak baksteenhoudend, sporen kolengruis

#1

Nikkel (0,01) Zink (0,12) Kwik (0,01) PAK 10 VROM (0,03)

-

Lood (1,11)

02 (0-50)

02 (0-50)

Klei, sporen baksteen, brokken beton

#2

Lood (0,88)

-

-

03 (0-50)

03 (0-50)

Klei, sporen sintels, sporen baksteen

#2

Lood (0,33)

-

-

04 (0-50)

04 (0-50)

Klei, sporen baksteen

#2

Lood (0,1)

-

-

08 (0-50)

08 (0-50)

Klei, zwak baksteenhoudend, brokken beton

#2

Lood (0,44)

-

-

09 (0-50)

09 (0-50)

Klei, sporen baksteen, brokken beton, sporen kolengruis

#2

Lood (0,18)

-

-

10 (20-50)

10 (20-50)

Klei, sporen kolen, sporen sintels

#2

-

-

-

MM02

14 (0-50) 16 (0-50) 17 (0-50)

Klei, resten aardewerk, zwak baksteenhoudend

#1 / #3

PCB (0,02) Kobalt (0,03) Nikkel (0,22) Koper (0,02) Zink (0,4) Cadmium (0,04) Kwik (0,02) Lood (0,1)

-

-

MM03

19 (0-50) 20 (0-50) 21 (0-50) 36 (0-50)

Klei

#1 / #3

PCB (0,01) Zink (0,02) Kwik (0,01) Lood (0,27)

-

-

MM04

29 (7-40) 30 (6-50)

Zand

#1 / #3

PCB (0,01)

-

-

MM05

31 (0-50) 32 (0-50) 33 (0-50) 34 (0-50)

Klei, sporen baksteen

#1 / #3

PCB (0,17)

-

-

MM06

23 (0-50) 26 (0-50) 27 (0-50) 28 (0-50) 39 (0-50) 44 (0-50)

Klei, sporen baksteen, glas en kolen

#1

Kobalt (0,01) Nikkel (0,08) Zink (0,13) Lood (0,08) PAK (0,02)

-

-

MM07

43 (0-50) 47 (0-50) 49 (0-50) 50 (0-50) 59 (0-50) 62 (0-50)

Klei, sporen aardewerk, brokken beton, matig baksteenhoudend, sporen kolengruis

#1

Zink (0,11) Kwik (0,01) Lood (0,05)

-

-

MM08

40 (0-50) 45 (0-50) 48 (0-50) 51 (0-50) 52 (0-50) 53 (0-50)

Klei

#1

Zink (0,11) Lood (0,05)

-

-

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 18 van 24

MM09

63 (0-50) 64 (0-50) 66 (0-50) 67 (0-50) 70 (0-50) 73 (0-50)

Klei, matig baksteenhoudend, matig betonhoudend

#1

Kobalt (0,07) Nikkel (0,45) Koper (0,11) Zink (0,25) Cadmium (0,01) Lood (0,01)

-

-

MM10

69 (0-50) 75 (0-50) 77 (0-50)

Zand, sporen baksteen

#1

-

-

-

MM11

78 (0-50) 81 (0-50) 83 (0-50) 84 (0-50) 87 (0-50) 89 (0-50)

Klei, sporen kolen, matig baksteen-houdend, matig metselpuinhoudend, sporen beton

#1

Kobalt (0,04) Nikkel (0,22) Koper (0,04) Zink (0,16) Lood (0,04)

-

-

MM12

85 (0-50) 86 (0-50) 90 (0-50) 92 (0-50) 98 (0-50) 100 (0-50)

Klei

#1

Kobalt (0,01) Nikkel (0,15) Zink (0,12) Lood (0,12)

-

-

MM13

03 (100-150) 04 (160-210)

Zand, sporen metselpuin, matig baksteenhoudend

#1

PCB (0,14) Zink (0,04)

-

-

MM14

14 (110-150) 17 (50-100) 19 (110-160) 24 (90-140)

Klei, zwak hout-houdend

#1

PCB (0,01) Kobalt (0,06) Nikkel (0,48) Koper (0,01) Zink (0,25) Cadmium (0,01) Kwik (0,01) Lood (0,11) PAK (0,05)

-

-

MM15

13 (150-200)

Zand, sporen plastic, matig slibhoudend

#1 / #3

Minerale olie (0,08) Koper (0,04) Zink (0,01)

-

PCB (1,93) PAK (3,31)

MM16

29 (120-170) 30 (100-150) 33 (90-140)

Zand

#1

Minerale olie (0,03)

-

-

MM17

24 (150-200) 25 (107-157) 42 (150-200)

Zand, sporen baksteen

#1

-

-

-

MM18

53 (120-160) 54 (100-150) 56 (120-170) 62 (130-180)

Klei

#1

-

-

-

MM19

43 (150-200) 50 (150-200)

Zand

#1

-

-

-

MM20

73 (100-150) 87 (80-130) 91 (80-130) 94 (160-210)

Klei

#1

Nikkel (0,1)

-

-

1 1

Blanco #1 #2 #3 > AW >I Index

: Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst : Standaardpakket grond : Lood : OCB (bestrijdingsmiddelen) : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 19 van 24

Grondwater Peilbuis 04 (250-350)

Grondwater

#4

Barium (0,04)

-

-

Peilbuis 09 (250-350)

Grondwater

#4

Barium (0,28)

-

-

Peilbuis 12 (250-350)

Grondwater

#4

-

Barium (0,56)

-

Peilbuis 13 (350-450)

Grondwater

#4

Barium (0,38)

-

-

Peilbuis 14 (400-500)

Grondwater

#4

Barium (0,19)

-

-

Peilbuis 17 (230-330)

Grondwater

#4

Nikkel (0,05) Barium (0,28)

-

-

Peilbuis 24 (150-250)

Grondwater

#4

Barium (0,19)

-

-

Peilbuis 30 (230-330)

Grondwater

#4

Barium (0,14)

-

-

Peilbuis 33 (270-370)

Grondwater

#4

Barium (0,23)

-

-

Peilbuis 42 (200-300)

Grondwater

#4

Barium (0,1)

-

-

Peilbuis 43 (200-300)

Grondwater

#4

Barium (0,33)

-

-

Peilbuis 50 (270-370)

Grondwater

#4

-

Barium (0,85)

-

Peilbuis 54 (350-450)

Grondwater

#4

-

-

Barium (1,01)

Peilbuis 56 (250-350)

Grondwater

#4

-

Barium (0,7)

-

Peilbuis 62 (278-378)

Grondwater

#4

-

Barium (0,5)

-

Peilbuis 73 (250-350)

Grondwater

#4

-

Barium (0,57)

-

Peilbuis 79 (270-370)

Grondwater

#4

Kobalt (0,15) Nikkel (0,15) Barium (0,47)

-

-

Peilbuis 87 (280-380)

Grondwater

#4

Kobalt (0,15) Nikkel (0,22) Barium (0,45)

-

-

Peilbuis 91 (250-350)

Grondwater

#4

Barium (0,1)

-

-

Peilbuis 94 (250-350)

Grondwater

#4

-

Barium (0,7)

-

Blanco #4 > AW >I Index

: Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst : Standaardpakket grondwater : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 20 van 24

3.5

INTERPRETATIE

Bovengrond De bovengrond bestaat overwegend uit klei. Zeer plaatselijk is sprake van zand. In de grond is De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 5,0 m-mv uit klei, zand of veen. Ter plaatse van boringen 12, 13 en 14 zijn zwak tot matig slibhoudende bijmengingen aangetroffen. In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name zwakke tot matige bijmengingen met baksteen en zwakke bijmengingen met sintels, kolengruis, aardewerk, glas, plastic. Plaatselijk is er sprake van zwakke tot matige bijmengingen met brokken beton en metselpuin. De zwakke tot matige bijmengingen met metselpuin en beton maken de bodem plaatselijk verdacht op het voorkomen van asbest. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt dat de bovengrond overwegend licht verontreinigd is met enkele zware metalen (Cd, Co, Ni, Pb, Zn), PAK en PCB. Plaatselijk (MM01) is de bovengrond sterk verontreinigd met lood. De ondergrond is afwisselend niet tot licht verontreinigd met enkele zware metalen (Cd, Co, Ni, Pb, Zn), minerale olie, PAK en PCB. Plaatselijk (MM15) is de ondergrond sterk verontreinigd met PAK en PCB. Er zijn geen verhoogde waarde voor OCB aangetroffen in de boven- en ondergrond. Op basis van de analyseresultaten van mengmonster MM01 zijn de deelmonsters uit dit mengmonster separaat geanalyseerd op het voorkomen van lood.

Uit de separate analyses blijkt dat de deelmonsters hooguit licht tot plaatselijk matig verontreinigd zijn met lood. Het resultaat na uitsplitsing wordt als meest representatief geacht. Grondwater De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Opgemerkt wordt dat de gemeten waarde voor de troebelheid bij enkele pijlbuizen enigszins verhoogd is. Een verklaring hiervoor is op basis van de voor de omgeving bekende gegevens niet bekend. In het grondwater overschrijden de concentraties barium de desbetreffende streefwaarden en plaatselijk interventiewaarde. De concentraties van de overige onderzochte parameters zijn alle lager dan de betreffende streefwaarden. Formeel gezien geeft de sterk verhoogde concentratie aan barium aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Echter zijn er geen aanwijzingen die duiden op een verontreiniging van het grondwater (met barium) door toedoen van het voormalige gebruik van de onderzoekslocatie. Tevens is bekend dat barium van nature in sterk verhoogde concentraties in het grondwater kan voorkomen. Het is dan ook waarschijnlijk dat de concentratie barium ter plaatse van de onderzoekslocatie een natuurlijk oorsprong heeft. Zodoende wordt, onzes inziens, aanvullend onderzoek niet doelmatig geacht.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 21 van 24

3.6

TOETSING HYPOTHESE

De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het indicatief bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.6.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen Hypothese

Verdacht

Toetsing

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Aangenomen Reden: in de grond en het grondwater komen lichte tot sterke verontreinigingen voor.

3.7

CONCLUSIES

Aanleiding In opdracht van Antes Zorg B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een indicatief milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als het Hof van Poortugaal – Albrandwaardsedijk 74 te Poortugaal Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de (geplande) verkoop van het terrein. In dit kader wenst de opdrachtgever inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de navolgende conclusies getrokken: Milieuhygiënische bodemkwaliteit -

-

In de grond is sprake van zwakke tot matige bijmengingen met baksteen en zwakke bijmengingen met sintels, kolengruis, aardewerk, glas, plastic. Plaatselijk is er sprake van zwakke tot matige bijmengingen met brokken beton en metselpuin; In de grond is zeer plaatselijk sprake van sporen bijmengingen met baksteen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen; De boven- en ondergrond is over het algemeen licht verontreinigd met enkele zware metalen, minerale olie, PAK en PCB; Er zijn geen verhoogde waarde aangetoond met betrekking tot OCB Ter plaatse van een boring 13-3 (150-200) is een sterke verontreiniging met PCB en PAK aangetroffen; Het grondwater is licht tot plaatselijk sterk (54 (350-450) verontreinigd met barium.

Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrond- en interventiewaarde, dient de hypothese verdacht voor de onderzoekslocatie te worden aangenomen. De plaatselijk aangetroffen sterke verontreinigingen met PCB en PAK geven (in het kader van de Wet bodembescherming) aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek. Formeel gezien geeft de sterk verhoogde concentratie aan barium aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Echter zijn er geen aanwijzingen die duiden op een verontreiniging van het grondwater (met barium) door toedoen van het voormalige gebruik van de onderzoekslocatie. Tevens is bekend dat barium van nature in sterk verhoogde concentraties in het grondwater kan voorkomen. Zodoende wordt, onzes inziens, aanvullend onderzoek niet doelmatig geacht.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 22 van 24

3.8

AANBEVELINGEN

Wij adviseren u om onderhavige rapportage voor te leggen aan het bevoegd gezag, zijnde Omgevingsdienst DCMR, ter beoordeling van de verkregen onderzoeksresultaten en conclusies. Tevens adviseren wij om een naderonderzoek uit te voeren naar de sterke verontreiniging met PCB en PAK in de ondergrond en een perceeldekkend asbest in grond onderzoek uit te voeren. Het bodemonderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat plaatselijk sprake kan zijn van een afwijkende bodemopbouw. Ook is het niet uit te sluiten dat plaatselijk nog restanten van voormalige watergangen en bebouwing in de bodem aanwezig zijn. Indien op de locatie graafwerkzaamheden worden uitgevoerd wordt derhalve aanbevolen om alert te blijven op plaatselijke afwijkingen in de bodem die kunnen wijzen op een eventuele bodemverontreiniging. Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 23 van 24

4.

BETROUWBAARHEID

Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.

In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en indicatief bodemonderzoek Locatie: Hof van Poortugaal – Albrandswaardsedijk 74 Kenmerk rapportage: A1335/BJO/rap2

Pagina 24 van 24

BIJLAGE 1.1 Topografische kaart

BIJLAGE 1.2 Situatietekeningen

BIJLAGE 2.1 Rapportage omgevingsdienst

26-07-2023 15:03

dcmr-print.gisinternet.nl/printhtml.php

Datum afdruk: 26-07-2023 Wilt u dit rapport bewaren dan kunt u het opslaan als pdf. Ga naar ‘Afdrukken’ in de browser en kies voor ‘Opslaan als pdf’.

Waarschuwing:

Dit rapport geeft de resultaten weer van uw zoekopdracht. Alleen de door u gekozen thema's worden getoond. De zoekopdracht is gebaseerd op een punt en niet op een vlak. Dit kan betekenen dat er (meer) relevante resultaten zijn voor het door u gezochte adres die niet automatisch zijn geselecteerd. Selecteer in dat geval op de kaart de items handmatig en maak een nieuw of extra rapport. http://www.dcmr.nl/proclaimer Bodeminformatie

(Ondergrondse) tanks Onderzoekslocaties Vergunningen / Meldingen

Vergunningen (definitief) Meldingen

(Ondergrondse) tanks

https://dcmr-print.gisinternet.nl/printhtml.php

1/5

26-07-2023 15:03

dcmr-print.gisinternet.nl/printhtml.php

Geen data gevonden voor (ondergrondse) tanks

Onderzoekslocaties

Bodemkwaliteitskaart Albrandswaard (AA048901492) Adres

Bodemkwaliteitskaart Albrandswaard Rhoon (Barendrecht)

Beoordeling verontreiniging Vervolg

voldoende onderzocht

Rapporten Datum

Soort onderzoek

07-09-2018

Verkennend onderzoek NEN 5740 RSK EMN

https://dcmr-print.gisinternet.nl/printhtml.php

Adviesbureau Rapportnummer

2/5

26-07-2023 15:03

dcmr-print.gisinternet.nl/printhtml.php

Albrandswaardsedijk 74, Kooipolder (AA061300001) Adres

Albrandswaardsedijk 74, Kooipolder Albrandswaardsedijk 74 3172AA Poortugaal (Albrandswaard)

Beoordeling verontreiniging Vervolg

Rapporten Datum

Soort onderzoek

27-08-2008

Verkennend onderzoek NEN 5740 MOS Grondmechanica

9999427070

20-10-2005

Verkennend onderzoek NEN 5740 MOS Grondmechanica

Niet opvraagbaar

17-03-2005

Verkennend onderzoek NEN 5740 AquaTerra

22266458

08-09-2004

Verkennend onderzoek NEN 5740 MOS Grondmechanica

Niet opvraagbaar

06-04-2004

Verkennend onderzoek NEN 5740 Mol

Niet opvraagbaar

02-03-2004

Indicatief onderzoek

Lexmond bv

22335176

01-01-2004

Nul- of Eindsituatieonderzoek

Lexmond bv

22335175

01-06-2003

Verkennend onderzoek NEN 5740 Lexmond bv

Niet opvraagbaar

01-05-2003

Verkennend onderzoek NEN 5740 Lexmond bv

Niet opvraagbaar

01-04-2001

Verkennend onderzoek NEN 5740 Lexmond bv

Niet opvraagbaar

01-06-1999

Sanerings evaluatie

Lexmond bv

22335177

01-06-1999

Sanerings evaluatie

Lexmond bv

22335216

17-02-1999

Sanerings evaluatie

Lexmond bv

22311003

01-09-1998

Nul- of Eindsituatieonderzoek

Milieutechniek Gebr. Reehorst Dordrecht Niet opvraagbaar

01-07-1998

Saneringsplan

Lexmond bv

22335178

01-01-1998

Sanerings evaluatie

Lexmond bv

22266456

08-07-1997

Saneringsplan

Lexmond bv

22335217

https://dcmr-print.gisinternet.nl/printhtml.php

Adviesbureau

Rapportnummer

3/5

26-07-2023 15:03

dcmr-print.gisinternet.nl/printhtml.php

01-03-1997

Nader onderzoek

Lexmond bv

22335185

01-02-1997

Nader onderzoek

Lexmond bv

22335183

01-02-1997

Nader onderzoek

Lexmond bv

22335182

01-02-1997

Nader onderzoek

Lexmond bv

22335179

01-02-1997

Nader onderzoek

Lexmond bv

22335181

01-02-1997

Nader onderzoek

Lexmond bv

22312002

01-02-1997

Nader onderzoek

Lexmond bv

22335184

01-07-1996

Nul- of Eindsituatieonderzoek

Lexmond bv

22335187

01-07-1996

BOOT

Lexmond bv

22335188

01-07-1996

BOOT

Lexmond bv

22335190

01-07-1996

BOOT

Lexmond bv

22335193

01-07-1996

BOOT

Lexmond bv

22335189

01-07-1996

BOOT

Lexmond bv

22314483

01-07-1996

BOOT

Lexmond bv

22335195

01-07-1996

BOOT

Lexmond bv

22335197

01-07-1996

BOOT

Lexmond bv

22335192

01-07-1996

BOOT

Lexmond bv

22335196

01-06-1996

BOOT

Lexmond bv

22335194

01-06-1996

BOOT

Lexmond bv

Niet opvraagbaar (xWM314538 (geen url))

01-12-1995

Sanerings evaluatie

Lexmond bv

22335198

01-11-1995

BOOT

Lexmond bv

22335199

01-09-1994

Verkennend onderzoek NVN 5740 Lexmond bv

Niet opvraagbaar (xGOB802190 (geen url))

01-09-1994

Verkennend onderzoek NVN 5740 Lexmond bv

Niet opvraagbaar (xGOB802190 (geen url))

01-03-1994

Verkennend onderzoek NVN 5740 Lexmond bv

Niet opvraagbaar

01-01-1994

Verkennend onderzoek NVN 5740 Lexmond bv

Niet opvraagbaar

27-09-1993

Indicatief onderzoek

22335200

01-01-1985

Indicatief onderzoek

MOS Grondmechanica

Niet opvraagbaar

Vergunningen (definitief)

https://dcmr-print.gisinternet.nl/printhtml.php

4/5

26-07-2023 15:03

dcmr-print.gisinternet.nl/printhtml.php

Geen data gevonden voor vergunningen (definitief)

Meldingen

Geen data gevonden voor meldingen

https://dcmr-print.gisinternet.nl/printhtml.php

5/5

BIJLAGE 2.2 Fotoreportage

BIJLAGE 3.1 Formulieren veldonderzoek

FV11 Bodem veldwerkformulier uitvoer Projectnummer Projectlocatie

A1335 Hof van Poortugaal - Albrandswaardsedijk 74, 3172 VN Poortugaal, Albrandswaard IDDS Milieu

Uitvoerend instantie Gecertificeerde veldmedewerker: Datum 5-7-2023 tot 10-7-2023

Veldmedewerker(s) Marco Voorbij

Protocol van toepassing 2001

Overige medewerkers: Assistenten Marco Voorbij, Jacob Nugteren, Martin de Groote, Joost Rodenburg Contact/voorinformatie/problemen: Vraag Contact gehad met adviseur of projectleider? Voorinformatie correct en volledig? Problemen opgetreden?

Ja / Nee Ja Ja Nee

Toelichting

Boorplan: Vraag Is afgeweken van het boorplan

Ja / Nee Ja (is verwerkt in Terraindex)

Nummer pH/EC-lijst: Is er een peilbuis geplaatst? Ja

Nummer pH/EC-lijst: XP-982/PG-981/CU-674

Bodem veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2022-06-20 Projectnummer: A1335

Pagina 1 van 2

Asbest: Vraag Is asbest aangetroffen Zo, aantal stukjes Bij welk boorpunt Getroffen maatregelen

Ja / Nee Nee

Protocol: Vraag Is het onderzoek volgens de aangegeven protocollen uitgevoerd? Indien afwijking geef toelichting.

Ja / Nee Ja

Opmerkingen: —-

Hierbij verklaren de erkend veldwerker en de projectleider: - dat het onderzoek is uitgevoerd binnen de reikwijdte en conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2001 - het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd. IDDS Milieu heeft geen belangen bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. IDDS Milieu en haar medewerkers zijn geen eigenaar van de locatie of in de nabije toekomst te worden waar de veldwerkzaamheden worden uitgevoerd. - Het procescertificaat van IDDS Milieu en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever.

Ondertekening Erkend veldmedewerker

5-7-2023 Marco Voorbij

Geregistreerde projectleider

10-7-2023 Haval Nazar

De formulieren zijn digitaal ondertekend. Het moment van tekenen, de data weergegeven in het formulier en de verificatie van de personen die hebben getekend zijn vastgelegd in het kwaliteitssysteem van IDDS.

Bodem veldwerkformulier uitvoer BRL SIKB 2000 Versie 2022-06-20 Projectnummer: A1335 BRL SIKB 2000 BRL SIKB-protocollen: 2001

Pagina 2 van 2

FV21 Grondwatermonstername veldwerkformulier uitvoer Projectnummer Projectlocatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3811/documents/33960