HvP_vastgesteld_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 11 Quickscan Wet natuurbescherming ontsluitingsroutes.pdf
Tekst van het document
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Zuid-Holland Plangebied: Antes-locatie, Poortugaal Opsteller(s): B. J. J. Smeets
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Zuid-Holland. Colofon Plangebied
Antes-locatie, Poortugaal
Opsteller(s)
B. J. J. Smeets
Datum
13-7-2023
Versienummer
02
Rapportkenmerk
ER20220415v02
Aantal pagina’s
43
Opdrachtgever
Antes Zorg B.V.
Contactpersoon
E. Ewalt
Kwaliteitscontrole
C.E. Bakker
Projectleider
L. Boon
Wijze van citeren
Smeets, B. J. J., 2022. Quickscan flora en fauna. Plangebied: Antes-locatie, Poortugaal. Kenmerk: ER20220415v02. Ecoresult B.V., Alblasserdam
Ecoresult B.V. Edisonweg 10- unit 320 2952 AD Alblasserdam 078 75 184 12 © copyright Ecoresult B.V. 2023
2
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechtheb bende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
Ecoresult B.V. juli 2023
3
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
6
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Doel
6
1.3
Onderzoeksmethodiek
6
1.4
Leeswijzer
7
Omschrijving plangebied
8
2.1
Algemeen
8
2.2
Beschrijving
8
2.3
Geplande ingrepen
10
2.3.1
Omschrijving werkzaamheden
10
2.3.2
Methode uitvoering: materieel en werkwijze
10
2.3.3
Werkplanning, werktijden en realisatieperiode
10
2.3.4
(Ontwerp)tekening
10
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
12
3.1
Wet natuurbescherming
12
3.1.1
Natura 2000
12
3.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
13
3.2.1
Natuurnetwerk Nederland
13
3.2.2
Belangrijk weidevogelgebied
13
3.2.3
Strategische reservering natuur
14
Beschermde houtopstanden
15
4.1
Wet natuurbescherming
15
4.2
Omgevingsvergunning
16
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
17
5.1
Soorten Vogelrichtlijn
17
5.1.1
Bronnenonderzoek
17
5.1.2
Verkennend veldonderzoek
18
5.1.3
Effectbeoordeling en toetsing
19
5.2
Soorten Habitatrichtlijn
21
5.2.1
Bronnenonderzoek
21
5.2.2
Verkennend veldonderzoek
21
5.2.3
Effectbeoordeling en toetsing
24
5.3
Nationaal beschermde soorten
25
5.3.1
Bronnenonderzoek
25
5.3.2
Verkennend veldonderzoek
26
5.3.3
Effectbeoordeling en toetsing
27
5.4
Invasieve exoten
28
Vervolgstappen
29
6.1
29
Algemeen
4
6.2
Beschermde gebieden
29
6.3
Beschermde soorten
29
6.4
Onderzoeksperioden
32
6.5
Ontheffing
32
7
Conclusies
34
8
Geraadpleegde bronnen
35
8.1
35
Internet
Bijlage 1 - Foto-impressie plangebied
36
BIJLAGE 2 - Toelichting onderzoekskader
41
Wet natuurbescherming
41
Bescherming van gebieden
41
Bescherming van soorten
42
Bescherming van houtopstanden
43
Omgevingsverordening Zuid-Holland
43
Ecoresult B.V. juli 2023
5
1
Inleiding
1.1
Aanleiding In opdracht van Antes Zorg B.V. heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Antes-locatie, Poortugaal. De aanleiding voor dit verzoek is een onderzoek naar ontsluitingsmogelijkheden voor de voorgenomen herinrichting en nieuwbouw binnen het plangebied (zie verder hoofdstuk 2.3). Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient voorliggend ecologisch onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in voorliggende quickscan zijn drie jaar geldig.
1.2
Doel Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: •
overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb);
•
een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb);
•
overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige houtopstanden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb);
•
een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, belangrijke weidevogelgebieden en strategische reservering natuur). In het kader van de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
1.3
Onderzoeksmethodiek De quickscan komt tot stand door middel van een verkennend veldonderzoek en bureaustudie. •
Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 12 april 2022 door B. J. J. Smeets, ecologisch deskundige1 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied alsmede een zone rondom het plangebied is – daar waar nodig met hulp van een verrekijker en een zaklamp– onderzocht.
•
Ten behoeve van de bureaustudie is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd om een indruk te krijgen van de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied tot een afstand van 5 kilometer tot het plangebied. De tabellen in hoofdstuk 6 zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF-database van de afgelopen 5
Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar: https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarischondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologischdeskundige 1
Ecoresult B.V. juli 2023
6
jaar in het weergeven grid (zie Figuur 1). Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken. •
Voor het onderzoek naar beschermde natuurgebieden en houtopstanden is gebruik gemaakt van de online viewers die de provincie ter beschikking heeft gesteld. Hierdoor zal in deze quickscan altijd een actueel beeld worden weergegeven van gebiedsgrenzen, doelstelling etc.
Figuur 1: Grid waarbinnen NDFF-waarnemingen zijn gezocht. De rode rechthoek geeft het plangebied weer. Bron: NDFF.
1.4
Leeswijzer Indeze rapportage wordt allereerst het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten en houtopstanden beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk nader onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het oriënterend veldbezoek en een beschrijving van het toetsingskader van de verschillende delen van deze quickscan.
Ecoresult B.V. juli 2023
7
2
Omschrijving plangebied
2.1
Algemeen Het plangebied voor deze quickscan drie ontsluitingsroutes vanuit de Antes-locatie in Poortugaal, gemeente Albrandswaard, provincie Zuid-Holland (Figuur 2).
Figuur 2: Ligging van plangebied Ontsluitingsroutes Antes (Rood omkaderd) voor deze quickscan. Voor regionale ligging van het plangebied, zie Figuur 1 (Bron: OpenTopo)
2.2
Beschrijving Het plangebied bestaat uit een drietal ontsluitingsroutes aan de noordzijde van de Antes-locatie in Poortugaal. In Figuur 2 zijn deze ontsluitingsroutes aangegeven met A, B en C. Route A is de meest westelijk gelegen ontsluiting via de Slaperskade, route B is de aangepaste versie van de bestaande Schroeder van der Kolklaan en de meest oostelijk gelegen ontsluitingsroute gaat langs het sportpark en door een een stuk privegrond: Route A •
Het betreft de Slaperskade, een smalle, verharde weg tussen landbouwpercelen.
•
In de hoek met de Albrandswaardsedijk ligt een woning met opstallen. De woning heeft muren zonder open stootvoegen, een pannendak met randen die niet goed aansluiten op de aanwezige muren. De opstallen zijn kleine schuurtjes. In de tuin staan diverse bomen en struiken.
•
Tussen de Slaperskade en de Kijvelandsekade ligt struweel met dunne bomen en algemene kruidachtigen die duiden op een rijke grond (esdoorn, hazelaar, braam, fluitekruit, koolzaad, weegbree).
Ecoresult B.V. juli 2023
8
•
In de aangrenzende wei- en akkerlanden liggen sloten met redelijk steile oevers die voornamelijk begroeid zijn met grassen, fluitekruid en koolzaad. In het troebele water groeien enkele exemplaren gele plomp, er is geen sprake van rietkragen.
•
Langs de zuidrand van de Slaperskade staan goed ontwikkelde en onderhouden knotwilgen, er zijn geen nesten in deze knotwilgen aangetroffen.
•
Aan de noordzijde van de Slaperskade staan enkele opstallen, eerst zien we een provisorische stal met struiken en bomen er om heen. Tevens ligt hier een grote hoop met stro en mest.
•
Verderop staat een lage, bakstenen schuur met een pannendak. Enkele ruiten van dit schuurtje zijn stuk.
•
De Slaperskade eindigt op een dijkje met een fietspad, een brede sloot met hoge populieren op de oevers.
•
Er zijn geen bomen met holtes of grote nesten aangetroffen.
Route B •
De Schroeder van der Kolklaan heeft aan de westzijde bebouwing, woningen met veel ingebouwde voorzieningen voor vleermuizen van het type IB VL03 van Vivara Pro. Langs de weg parkeerhavens, een stoep, laanbomen en voor een deel een smalle strook gras/oever. Aan de oostzijde ligt een park met veel waterpartijen, struiken en bosjes, enkele rietkragen en grasvelden.
•
Er zijn geen bomen met holtes aangetroffen.
Route C •
Deze route gaat vanaf de Albrandswaardsedijk, langs het sportpark naar de Albrandswaardseweg.
•
Aan de zuidzijde van de Albrandswaardsedijk ligt een grote poel met wilgen en een kleine jachthaven. De dijk is begroeid met grassen, paardebloemen, pinksterbloemen en weegbree.
•
Aan de noordzijde van de dijk ligt een stuk privegrond met populieren, wilgen en zwarte els, een kleine boomgaard, grasvelden, een paddock en opstallen.
•
Er zijn geen bomen met holtes en/of grote nesten aangetroffen.
•
Er zijn sloten aanwezig zonder rietkragen.
•
Er ligt een wal tussen de sportvelden en het stuk privegrond, deze is begroeid met hazelaar, zwarte els en esdoorn. Daarnaast groeien en algemene kruiden.
•
Parallel aan het beoogde tracé ligt een brede sloot met aan de overzijde een grotere boomgaard, weilanden en een oude boerderij.
•
Bij de sportvelden zijn haagjes en struweel aangeplant.
Ecoresult B.V. juli 2023
9
2.3
Geplande ingrepen
2.3.1
Omschrijving werkzaamheden Voor het Antes-terrein vindt onderzoek plaats naar de haalbaarheid van woningbouw. Om een goede ontsluiting hiervoor te realiseren dienen nieuwe onsluitingsroutes gerealiseerd te worden. Het gaat om drie opties: •
Een ontslutingsweg over de huidige Slaperskade door de polder Kijvelanden (Route A);
•
Verbreden van of een parallelweg langs, de huidige Schroeder van der Kolklaan (Route B);
•
Een nieuwe weg langs de voetbalvelden richting de Albrandswaardsedijk (Route C),
Dit houdt in ieder geval in: •
Het (deels) slopen en verwijderen van de opstallen langs de routes.
•
Het bouwrijp maken van het plangebied.
•
Het verwijderen en opschonen van het groen binnen het plangebied. Dit betreft ook het kappen van bomen.
•
Het (deels) dempen van sloten.
•
Het aanleggen van nieuwe wegen en/of het verzwaren en verbreden van de bestaande wegen.
2.3.2
Methode uitvoering: materieel en werkwijze De aanleg van de ontsluitingsroute start nadat het (deel)plangebied bouwrijp is gemaakt. Onder het bouwrijp maken vallen de werkzaamheden als het slopen van opstallen, waar nodig het verwijderen van bomen, heggen en struiken, de grondwerkzaamheden en de aanleg van bouwwegen. De wegwerkzaamheden bestaan in hoofdzaak uit: •
grondwerk;
•
realiseren van de asfaltlaag;
•
herinrichten openbaar gebied, waaronder straten, fiets- en voetgangersvoorzieningen, parkeerplaatsen, openbaar groen, hagen als afscheiding van privé tuinen met het openbaar gebied; werkzaamheden worden met het nodige (zwaar) materieel uitgevoerd;
•
tijdens de werktijden is de bouwplaats voor zonsopgang en na zonsondergang verlicht met bouwlampen; buiten de werktijden is de bouwplaats na zonsondergang tot voor zonsopgang in het kader van veiligheid spaarzaam verlicht.
2.3.3
Werkplanning, werktijden en realisatieperiode Een gedetailleerde planning is nog niet beschikbaar. Een doorlooptijd van de werkzaamheden is nog niet bekend. De planning is deels afhankelijk van de conclusies uit voorliggende rapportage.
2.3.4
(Ontwerp)tekening Een ontwerptekening voor variant C is beschikbaar, zie Figuur 3.
Ecoresult B.V. juli 2023
10
Figuur 3: Gedetailleerde plankaart voor route C. Bron: opdrachtgever
Ecoresult B.V. juli 2023
11
3
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
3.1
Wet natuurbescherming
3.1.1
Natura 2000
3.1.1.1
Stikstof Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Oude Maas op 0,3 kilometer ten zuiden van het plangebied (zie Figuur 4). Dit gebied heeft geen stikstofgevoelige habitats. Krammer- en Volkerak is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitats. Dit gebied bevindt zich op 16,3 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. De werkzaamheden in de aanlegfase vallen hierdoor onder de partiële vrijstelling zoals genoemd in de paragraaf toetsing stikstofemmissies Natura 2000 in de bijlage. Een nadere toetsing is voor de aanlegfase op het component stikstofdepositie niet nodig. In de gebruiksfase zal het gebruik van het plangebied wel veranderen. Er worden grotere aantallen verkeer verwacht dan in de huidige fase. Een nadere beoordeling middels de AERIUS-berekening is derhalve nodig, dit dient in samenhang met de realisatie van de woningen op de Antes-locatie te gebeuren.
Figuur 4: Plangebied Antes-locatie (blauwe cirkel) en het nabijgelegen Natura 2000 gebied Oude Maas (geel), overige Natura 2000-gebieden zijn in groen en blauw weergegeven. De stikstofgevoelige habitats zijn in paars weergegeven. Bron: AERIUS 2021
Ecoresult B.V. juli 2023
12
3.1.1.2
Overige verstoringsvormen Negatieve effecten als gevolg van overige verstoringsvormen dan stikstofdepositie (zoals geluid, trillingen, verlichting, mechanische effecten of menselijke aanwezigheid) zijn bij de aanleg van de ontsluitingswegeb uitgesloten wegens de afscherming door bebouwing en groenstructuren tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Er worden geen veranderingen in de waterhuishouding in het Natura 2000-gebied veroorzaakt bij de realisatie van de plannen.
3.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
3.2.1
Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie Figuur 5. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de oeverf van de Oude Maas aan de zuidzijde van het plangebied. Dit park ligt op circa 360 meter ten zuiden van het plangebied. In de provincie Zuid-Holland is een toetsing van externe werking niet noodzakelijk. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Omgevingsverordening Zuid-Holland wordt niet overtreden.
Figuur 5: Ligging plangebied Antes-locatie (rode rechthoek) ten opzichte van in de omgeving aanwezige delen van het Natuurnetwerk Nederland. Bron: https://pzh.maps.arcgis.com
3.2.2
Belangrijk weidevogelgebied Het plangebied is niet gelegen in een Belangrijk weidevogelgebied. Diverse polders en weilanden ten westen van Spijkenisse, op een afstand van ca. 7 km ten oosten van het plangebied, zijn bestemd als ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op bovengenoemd gebied.
Ecoresult B.V. juli 2023
13
In de provincie Zuid-Holland is een toetsing van externe werking niet noodzakelijk. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Omgevingsverordening Zuid-Holland wordt niet overtreden, nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk.
3.2.3
Strategische reservering natuur Dichtstbijzijnde gebieden die aangewezen zijn voor Strategische reservering natuur betreft een locatie ten zuiden van Rockanje, op een afstand van circa 22,3 kilometer ten westen van het plangebied. Op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op bovengenoemd gebied. In de provincie Zuid-Holland is een toetsing van externe werking niet noodzakelijk. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Omgevingsverordening Zuid-Holland wordt niet overtreden.
Ecoresult B.V. juli 2023
14
4
Beschermde houtopstanden
4.1
Wet natuurbescherming Er is een rij van meer dan 20 bomen, of een houtopstand van 10 are of meer aanwezig binnen het plangebied. Daarnaast bevindt het plangebied zich gedeeltelijk (Route A volledig, route B niet en route C gedeeltelijk) buiten de bebouwde kom van Poortugaal (zie Afbeelding 6) en zijn werkzaamheden gepland waarbij houtopstanden groter dan 10 are of 20 bomen in een rij gekapt of gerooid (ontwortelen) worden.
Figuur 6: Ligging plangebied Antes-locatie (rood omkaderd) ten opzichte van de bebouwde kom (doorzichtig rood). Bron: https://pzh.maps.arcgis.com
Afhankelijk van de keuze, zijn er verschillende mogelijkheden. Bij route A worden geen bomen gekapt die onderdeel uitmaken van een houtopstand. De te kappen bomen staan op erven of zijn wilgen die als (water)wegbeplanting of eenrijige beplanting langs landbouwgrond. Het onderdeel Houtopstanden van de Wet Natuurbescherming wordt daarom bij deze route niet overtreden. Indien men kiest voor route B, dan is er geen sprake van beschermde houtopstanden, de te kappen bomen liggen immers in de bebouwde kom. Bij de keuze voor route C wordt het onderdeel Houtopstanden van de Wet Natuurbescherming wel overtreden. In dit geval dient ten minste 6 weken vóór het vellen een kapmelding gedaan te worden bij de provincie. Binnen drie jaar nadat een houtopstand is geveld dient op de plaats van velling te worden
Ecoresult B.V. juli 2023
15
herplant of moet er sprake zijn van een natuurlijke verjonging. Als Gedeputeerde Staten het kappen niet toestaan, dan wordt dat binnen 6 weken gemeld aan de melder en de grondeigenaar.
4.2
Omgevingsvergunning Wellicht is voor het verwijderen van de bomen wel een omgevingsvergunning activiteit kappen van de gemeente nodig. In de bomenverordening van uw gemeente ligt vast voor welke houtopstanden deze vergunning nodig is.
Ecoresult B.V. juli 2023
16
5
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
5.1
Soorten Vogelrichtlijn
5.1.1
Bronnenonderzoek
5.1.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 1: Waargenomen vogels met jaarrond beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 km van het plangebied Antes. Bron: NDFF-uitvoerportaal, geraadpleegd op 15-4-2022 Soort
Beschermingscategorie
Boomvalk
Categorie 4
Buizerd
Categorie 4
Gierzwaluw
Categorie 2
Grote gele kwikstaart
Categorie 3
Havik
Categorie 4
Huismus
Categorie 2
Kerkuil
Categorie 3
Ooievaar
Categorie 3
Ransuil
Categorie 4
Roek
Categorie 2
Slechtvalk
Categorie 3
Sperwer
Categorie 4
Steenuil
Categorie 1
Wespendief
Categorie 4
Zwarte wouw
Categorie 4
Categorie 1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen ook buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rusten verblijfplaats. Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing. Categorie 3: Nesten van vogels (niet-koloniebroeders), die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
Ecoresult B.V. juli 2023
17
5.1.2
Verkennend veldonderzoek
5.1.2.1
Jaarrond beschermde nesten Het plangebied is op te delen in drie routes (A, B en C). Bij route A zijn de aanwezige schuurtjes gebouwen en opstallen geschikt als vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. De schuur met pannendak is geschikt voor de huismus, deze kan tot broeden komen onder het pannendak. Er zijn geen aanwijzingen dat gierzwaluwen in deze schuur broeden. Bij de routes B en C zijn feitelijk geen opstallen aanwezig die geschikt zijn als vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Potentieel essentieel functioneel leefgebied voor huismus is aanwezig binnen en grenzend aan het plangebied. Gezien de grote hoeveelheid groen, waterpartijen en stofbaden in de directe omgeving, kunnen we stellen dat er voldoende alternatief leefgebied aanwezig is. Tijdens het veldbezoek werden in dichte hagen en beplanting binnen het plangebied, met name bij de routes B en C meerdere huismussen (adulten) waargenomen. Bij route B vlogen de mussen naar de woningen langs de straat, daar zijn duidelijk huismusnesten aanwezig onder de dakpannen. Een aantal dieren vloog tussen woningen aan de Schroeder van der Kolklaan (buiten het plangebied) en de groenstroken in het park aan de overzijde van de weg.
De huismussen bij de route C waren duidelijk gebonden aan de boerderijen aan de Albrandswaardsedijk en de Albrandswaardseweg. Deze boerderijen worden niet gesloopt bij de aanleg van de ontsluitingsweg. Voor uilensoorten zoals kerkuil en steenuil herbergt het plangebied alleen geschikte broedplaatsen bij route A, er is een steenuilkast aanwezig bij de paardenstallen en het schuurtje met kapotte ruiten kan dienst doen als broed- en rustplaats voor steenuil of kerkuil. Voor de oehoe zijn geen geschikte plekken in het plangebied aanwezig, er zijn geen rotswanden, of nestbomen in de omgeving. Nestkasten, nestpalen en ooievaarsnesten zijn afwezig binnen het plangebied. Voor slechtvalk is het plangebied ongeschikt. De bebouwing is voor deze soort te laag en er bevinden zich in het plangebied geen nestkasten gericht op deze soort. Grote gele kwikstaart wordt niet verwacht binnen het plangebied wegens het ontbreken van snelstromende watergangen. Nestplaatsen bevinden zich vaak onder bruggetjes of duikers nabij dit habitat. Een incidenteel foeragerende vogel op het dak kan niet worden uitgesloten. Binnen de begrenzing van het plangebied zijn enkele grote bomen en bosschages aanwezig.
Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn in de bomen direct rondom het plangebied geen nesten waargenomen die kunnen dienen als vaste rust- en verblijfplaats van vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen. Mede op basis hiervan kan aanwezigheid van nesten van soorten als ransuil, boomvalk, buizerd, havik, sperwer en roek worden uitgesloten.
5.1.2.2
Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten, zoals de spreeuw en eventueel boomkruiper, koolmees en pimpelmees. Er zijn geschikte invliegmogelijkheden onder de daken, een veelvoud aan struweel en struikgewas, maar ook nestkasten aan gevels en schuren voor deze soorten (zogenaamde Categorie 5-soorten). De directe omgeving van het plangebied is
Ecoresult B.V. juli 2023
18
geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten zoals merels, vink en diverze mezensoorten. 5.1.2.3
Algemene broedvogels Het plangebied en directe omgeving is geschikt als voortplantingsplaats voor andere algemene broedvogels, zoals kauw, kievit, vink, houtduif, Turkse tortel en merel. Bij het veldbezoek werd nestindicerend gedrag waargenomen van kievit bij de akkers en weilanden langs route A. Algemene vogels kunnen ook tot broeden komen in bijvoorbeeld de hagen, het struweel en bomen in (de omgeving van) het plangebied.
5.1.3
Effectbeoordeling en toetsing
5.1.3.1
Jaarrond beschermde nesten Potentieel geschikte voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van soorten met jaarrond beschermde nesten in bebouwing zijn in het plangebied aanwezig. Bij route A zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig in het plangebied, dat is bij de routes B en C niet het geval. Wel zijn bij alle drie de alternatieve routes, locaties aanwezig die belangrijk zijn voor de huismussen in de omgeving. Er is echter geen sprake van essentiëel leefgebied gezien de beschikbare alternatieven in de directe omgeving. Indien de opstallen gesloopt worden, dan kunnen er schadelijke effecten optreden. Door de (sloop)werkzaamheden in het plangebied kunnen permanente schadelijke effecten optreden op eventueel aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus. Verbodsbepalingen Art. 3.1 lid 2 (zie Tabel 1) van de Wnb kunnen worden overtreden. Nader veldonderzoek naar huismus is nodig om te bepalen of vaste rust- en verblijfplaatsen in het plangebied aanwezig zijn. Daarnaast is de schuur bij route A in potentie geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor kerkuil en steenuil en is nog onbekend of de steenuilkast bezet is. Bij werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van een weg kunnen deze vaste rust- en verblijfplaatsen vernietigd worden. De verbodsbepalingen Art. 3.1 lid 2 (zie Tabel 1) van de Wnb kunnen worden overtreden.
Nader veldonderzoek naar steen- en kerkuil is nodig om te bepalen of vaste rust- en verblijfplaatsen en/of essentieel functioneel leefgebied in het plangebied aanwezig zijn. Het plangebied is voor overige soorten met jaarrond beschermde nesten ongeschikt. Negatieve effecten op de overerige soorten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk (zie Hoofdstuk 6).
5.1.3.2
Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogels met niet-jaarrond beschermde nesten. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat
Ecoresult B.V. juli 2023
19
rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor Categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogelsoorten. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord), zie Hoofdstuk 6. 5.1.3.3
Algemene vogels Het plangebied en de directe omgeving van het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Nesten van algemene vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn onder andere te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord), zie Hoofdstuk 6.
Ecoresult B.V. juli 2023
20
5.2
Soorten Habitatrichtlijn
5.2.1
Bronnenonderzoek
5.2.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 2: Waargenomen Habitatrichtlijnsoorten in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Antes Bron: NDFF-uitvoerportaal, geraadpleegd 15-4-2022. Soort
Soortgroep
Bever
Zoogdieren - Overig
Noordse woelmuis
Zoogdieren - Overig
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Laatvlieger
Zoogdieren - Vleermuizen
Meervleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Watervleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Gevlekte witsnuitlibel
Libellen
Platte schijfhoorn
Weekdieren
5.2.2
Verkennend veldonderzoek
5.2.2.1
Vleermuizen De bebouwing binnen het plangebied biedt potentie voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis, meervleermuis en gewone grootoorvleermuis. De tweekleurige vleermuis wordt niet in het plangebied verwacht in verband met de afwezigheid van hoge gebouwen. Bij route A zijn de potentiële verblijfplaatsen beperkt tot de aanwezige bebouwing (woning en schuurtje) aan de Albrandswaardsedijk en de aanwezige schuur in het veld. Deze verblijfplaatsen zitten onder de dakbedekking en bij de schuur ook in het gebouw zelf. De paardenstallen zijn niet geschikt voor vleermuizen, deze zijn te laag, zijn volledig open en hebben geen structuren waar de vleermuizen zich kunnen verschuilen. Bij route B zijn in de woningen een groot aantal verblijfplaatsen voor vleermuizen ingemetseld, iedere woning heeft minimaal twee inbouwkasten. Het is dan ook evident dat er potentiëel vaste rust- en verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen aanwezig zijn. Bij route C zijn de boerderijen aan de Albrandswaardsedijk en -weg geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Het gaat dan met name om verblijfplaatsen onder de pannen.
Wellicht zijn er ook mogelijkheden voor vleermuizen om in de aanwezige zolders van bijgebouwen te verblijven, maar dat was niet te controleren, deze gebouwen waren niet toegankelijk.
Ecoresult B.V. juli 2023
21
De geschiktheid van de bebouwing is gebasseerd op de aanwezigheid van meerdere gaten en kieren zoals open stootvoegen, toegankelijke dilatatievoegen, ruimtes tussen gevels en dakgoten en ruimtes tussen gevels en kantpannen welke toegang geven tot de luchtspouw of de ruimte onder het dak waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. De verwachte soorten zijn gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis, meervleermuis en gewone grootoorvleermuis. Het plangebied kan voor deze soorten potentieel een functie hebben als zomer-, kraam- en paaren winterverblijfplaatsen (zie Tabel 4). Het laatste verblijftype (winterverblijfplaats) geldt voor enkele solitaire dieren. Massawinterverblijfplaatsen zijn in het plangebied uitgesloten door beperkte omvang, geringe hoogte en laag temperatuur regulerend vermogen van de bebouwing. Tweekleurige vleermuis wordt op basis van verspreidingsgegevens en zijn zeldzame karakter redelijkerwijs niet verwacht in het plangebied. De soort wordt in Nederland voornamelijk in het late najaar (oktober-december), dat is het paar- en overwinteringsseizoen, aangetroffen. Deze soort lijkt een voorkeur te hebben voor hoogbouw als paarverblijfplaats. Dergelijke bebouwing is in het plangebied niet aanwezig.
De bebouwing rondom het plangebied is eveneens potentieel geschikt voor de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in ruimtes onder dakpannen daken en open stootvoegen die toegang bieden tot de luchtspouw. De bomen in het plangebied zijn ongeschikt voor boombewonende vleermuizen zoals ruige dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. De bomen zijn te klein en bevatten geen holten of scheuren welke door deze soorten gebruikt kunnen worden als vaste rust- en verblijfplaats.
Essentiele vliegroute
Essentieel foerageergebied
Massawinterverblijfplaats
Winterverblijfplaats
Paarverblijfplaats
Kraamverblijfplaats
Zomerverblijfplaats
Soort
Tabel 3: De vleermuissoorten en bijbehorende ecologische functies die verwacht worden binnen het plangebied Antes.
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Watervleermuis Meervleermuis
Ecoresult B.V. juli 2023
22
Er zijn binnen het plangebied structuren (lijnvormige elementen, bijvoorbeeld een bomenrij en sloten met steile oevers) aanwezig die onderdeel kunnen zijn van een (essentiële) vliegroute. Bij route A is er sprake van lijnvormige bomenrijen die de bebouwing van het Antes terrein verbindt met de omliggende weilanden en waterpartijen. Ook de woningen en laanbomen langs de Schroeder van der Kolklaan kunnen dienst doen als essentiële vliegroute tussen de verblijfplaatsen in de woningen en foerageergebieden aan de overzijde van de weg. Bij Route C is met name de aanwezige sloot een potentiële vliegroute tussen de aanwezige bebouwing en omliggende foerageergebied. Gezien de aanwezigheid van een groot aantal alternatieve en bereikbare locaties met groen en waterpartijen is er geen sprake van essentiëel foerageergebied in het plangebied. In Figuur 7 worden de (potentiëel) aanwezige functionaliteiten weergegeven.
Figuur 7: Ligging plangebied Antes-locatie (rood omkaderd), potentieel aanwezige vliegroutes (in blauw) en gebouwen met verblijfplaatsen (grijs omkaderd)ten opzichte van de bebouwde kom (doorzichtig rood). Bron: https://pzh.maps.arcgis.com
5.2.2.2
Overige zoogdieren De aanwezigheid van bever kan niet op voorhand worden uitgesloten, in de omgeving van het plangebied leven bevers en deze kunnen in de sloten en waterpartijen bij alle alternatieve routes voorkomen. Er zijn echter geen vraatsporen en/of andere aanwijzingen gevonden dat er momenteel bevers actief zijn in het directe plangebied. Door de ligging van urbaan gebied zijn vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soort op voorhand uitgesloten.
Ecoresult B.V. juli 2023
23
5.2.2.3
Amfibieën en reptielen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van rugstreeppad, heikikker. Geschikt voortplantingswater en/of zandige ondergrond welke als overwinteringsplaats voor deze soorten kan dienen is afwezig binnen het plangebied. Ook is het plangebied is voor de beide soorten, vanwege de ligging in stedelijk gebied, met veel doorgaande wegen, onbereikbaar voor de soort die op tenminste 1,5 km afstand van het plangebied voorkomt. Zandhagedis is sterk gebonden aan heide- en duingebieden. Voor de voorplanting gebruikt het vrouwtje zandige gebieden voor de leg van de eieren. Dit type habitat is niet aanwezig in het plangebied, en daarom is de aanwezigheid van deze soort uitgesloten.
5.2.2.4
Libellen Het plangebied ongeschikt voor gevlekte witsnuitlibel. Deze soort komt voor in poelen of plassen, waarbij de oevers begroeid zijn met struikgewas en ruigere vegetatie. Kale polders zoals in het plangebied zijn ongeschikt voor deze soort. Tijdens het veldbezoek is op de bodem van de sloten geen krabbenscheer aangetroffen. De groene glazenmaker is afhankelijk van deze waterplant, het voorkomen is daarmee uitgesloten.
5.2.2.5
Weekdieren Voor platte schijfhoren is het plangebied ongeschikt, aangezien de soort voorkomt in schone, rijke begroeide wateren in laagveengebieden. De aanwezige sloten zijn troebel en niet rijk begroeid. Waarnemingen van zeggekorfslak zijn niet bekend uit de ruime omgeving van het plangebied. In de oevervegetatie zijn geen zegges aanwezig, waardoor het voorkomen van deze onopvallend soort op voorhand kan worden uitgesloten.
5.2.2.6
Planten Groenknolorchis komt voor op zonnige, soms licht beschaduwde, iets open plaatsen (vaak enigszins verstoorde plekken) op vrij natte, voedselarme, zwak zure tot kalkhoudende grond (laagveen, venig zand, venig leem, min of meer humeus zand en stenige grond). Vaak op plekken die in de winter zeer nat zijn (of zelfs onder water kunnen staan). De ondergrond van het plangebied is zanderig, maar goed ontwaterd en droog. Hierdoor kan aanwezigheid van groenknolorchis in het plangebied worden uitgesloten.
5.2.3
Effectbeoordeling en toetsing Aanwezigheid van vleermuizen in gebouwen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis) is binnen het plangebied niet uit te sluiten. Deze soorten kunnen kraam-, zomer- paar- en winterverblijfplaatsen in de spouw of onder de daken van de aanwezige bebouwing (schuur en woning bij route A) hebben. De werkzaamheden (sloop van de gebouwen) bij route A kunnen invloed hebben op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. Bij de overige routes (B en C) worden geen vaste rust- en of verblijfplaatsen verstoord en/of vernietigd. Potentie tot essentieel functioneel leefgebied is in (de omgeving van) het plangebied aanwezig. Bij alle routes is er sprake van potentieel aanwezige vliegroutes en bij route A en C is er ook sprake van potentieel, essentieel foerageergebied. Bij de aanleg van wegen
Ecoresult B.V. juli 2023
24
door deze gebieden kunnen negatieve effceten op de aanwezige verblijfplaatsen, vliegroutes en/of foerageergebieden optreden. De verbodsbepalingen Art 3.5 lid 1, 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb worden mogelijk overtreden. Nader onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen (route A) en essentiële vliegroutes (route A, B en C) van vleermuizen is noodzakelijk ((zie Hoofdstuk 6). Het plangebied is voor overige soorten welke beschermd zijn onder de habitatrichtlijn ongeschikt. Negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
5.3
Nationaal beschermde soorten
5.3.1
Bronnenonderzoek
5.3.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 4: Waargenomen Nationaal beschermde soorten (Andere soorten § 3.3 Wnb) in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 km van het plangebied Antes. Bron: NDFF-uitvoerportaal, geraadpleegd 15-4-2022. Soort
Soortgroep
Provinciale vrijstelling
Soort
Soortgroep
Provinciale vrijstelling
Bosmuis
Zoogdieren
Ja
Akkerboterbloem
Planten
Nee
Bunzing
Zoogdieren
Ja
Dreps
Planten
Nee
Dwergmuis
Zoogdieren
Ja
Glad biggenkruid
Planten
Nee
Dwergspitsmuis
Zoogdieren
Ja
Groot Spiegelklokje
Planten
Nee
Egel
Zoogdieren
Ja
Karthuizeranjer
Planten
Nee
Gewone zeehond
Zoogdieren
Nee
Kleine wolfsmeld
Planten
Nee
Haas
Zoogdieren
Ja
Kruiptijm
Planten
Nee
Hermelijn
Zoogdieren
Ja
Muurbloem
Planten
Nee
Naaldenkervel
Planten
Ja
Huisspitsmuis
Zoogdieren
Ja
Ruw parelzaad
Planten
Nee
Konijn
Zoogdieren
Ja
Schubvaren
Planten
Nee
Ree
Zoogdieren
Ja
Smalle raai
Planten
Nee
Rosse woelmuis
Zoogdieren
Ja
Stijve wolfsmelk
Planten
Nee
Steenmarter
Zoogdieren
Nee
Wilde ridderspoor
Planten
Nee
Veldmuis
Zoogdieren
Ja
Wilde weit
Planten
Nee
Vos
Zoogdieren
Ja
Wolfskers
Planten
Nee
Wezel
Zoogdieren
Ja
Alpenwatersalamander
Amfibieën
Nee
Iepenpage
Dagvlinders
Nee
Bastaardkikker
Amfibieën
Ja
Grote vos
Dagvlinders
Nee
Bruine kikker
Amfibieën
Ja
Ecoresult B.V. juli 2023
25
Gewone pad
5.3.2
Verkennend veldonderzoek
5.3.2.1
Zoogdieren
Amfibieën
Ja
Kleine watersalamander Amfibieën
Ja
Meerkikker
Ja
Amfibieën
Het plangebied en de directe omgeving zijn potentieel geschikt voor diverse marterachtigen, met name de routes A en C zijn geschikt leefgebied met bosjes, watergangen, schuurtjes als verblijfplaatsen en takkenrillen. Het is dan ook niet uit te sluiten dat de steenmarter hier voorkomt. Verder is het plangebied geschikt voor algemene soorten waarvoor in Zuid-Holland een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreffen o.a. de egel en verschillende soorten (spits-) muizen. Open water is in het plangebied aanwezig, echter dit water is niet aangesloten op grote zeearmen, daardoor is het plangebied ongeschikt voor zeezoogdieren als gewone zeehond en grijze zeehond. Van de overige soorten zoogdieren is de aanwezigheid in het plangebied uit te sluiten op basis van bekende verspreidingsegevens. 5.3.2.2
Amfibieën en reptielen Het plangebied is enkel geschikt als terrestrisch habitat voor Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in Zuid-Holland een vrijstelling geldt, zoals gewone pad en bruine kikker. De alpenwatersalamander wordt in de NDFF gemeld, deze meldingen (drie in de afgelopen vijf jaar) worden gedaan in een woonwijk van Barendrecht, 4,5km ten oosten van het plangebied. Overige beschermde, en niet vrijgestelde amfibieën zijn niet gemeld in de NDFF, en kunnen uitgesloten worden wegens het ontbreken van geschikt habitat. Open poelen met waterplanten die als voortplantingswater kunnen dienen zijn in het plangebied niet aanwezig. Ook is er geen vergraafbare bodem die zou kunnen dienen als overwinteringsplaats. Ten slotte bevinden zicht de dichtstbijzijnde populaties van deze soorten op ten minste 40 km van het plangebied. Door de
Ecoresult B.V. juli 2023
26
aanwezigheid van barrières zoals wegen, grote waterwegen en bebouwing is migratie richting het plangebied uitgesloten. Voor ringslang zijn broedhopen aanwezig die potentieel als voortplantingsplaats kunnen dienen aanwezig bij de routes A en C binnen het plangebied. Ringslang komt echter niet voor op het eiland van IJsselmonde, waardoor aanwezigheid op voorhand kan worden uitgesloten. Vaste rust- en verblijfplaatsen van overige reptielen kunnen op voorhand worden uitgesloten. De noodzakelijke type habitats zijn niet aanwezig binnen het plangebied. 5.3.2.3
Dagvlinders Het plangebied herbergt geen geschikt habitat voor de meeste beschermde dagvlinders, het ontbreekt aan noodzakelijke waardplanten en geschikte omstandigheden. Dat geldt echter niet voor de grote vos. Deze soort komt voor in vochtige bossen en boomgaarden en is afhankelijk van wilgenbossen als waardplant. Populaties zijn in West-Nederland niet aanwezig, maar de soort heeft een sterk zwervend karakter en breidt zijn leefgebied uit. Bij de aanleg van de ontsluitingsroutes worden geen grote wilgenbossen gekapt en evenmin worden er boomgaarden verwijderd, derhalve is er geen sprake van vernietiging van het leefgebied van deze soort. De iepenpage kent de iep als voornaamste waardplant. Deze boomsoort is in het onderzoeksgebied niet of nauwelijks aanwezig. Op basis hiervan en de zeldzaamheid kan de iepenpage in het plangebied worden uitgesloten.
5.3.2.4
Vaatplanten Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn geen beschermde planten aangetroffen die in Tabel 4 vermeld staan. Daarnaast zijn er geen oude (kalk-)muren – geschikt voor muurbloem of andere muurvegetatie – aanwezig in het plangebied. Door de ligging van het plangebied, enerzijds in sterk urbane omgeving, met sterk gecultiveerde vegetatie en anderzijds in een landbouwgebied met een sterk bemeste grond, zijn geschikte groeiplaatsen voor beschermde soorten als glad biggenkruid, smalle raai, stijve wolfsmelk, wilde ridderspoor, wilde weit en wolfskers in het plangebied daarom niet aanwezig. Er zijn meldingen van naaldenkervel en ruw parelzaad bekend in de omgeving, deze staan echter als niet wild vermeld in de NDFF
5.3.3
Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is geschikt voor Nationaal beschermde soorten die niet vrijgesteld zijn, namelijk de de steenmarter. De steenmarter wordt voornamelijk bij de routes A en C verwacht, mogelijke aanwezigheid bij route B is geen probleem, eventuele verblijfplaatsen zullen in de tuinen achter de woningen zijn. Het plangebied is ook geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie ZuidHolland een vrijstelling geldt, zoals algemene (spits)muizen, egel, gewone pad en bruine kikker. Negatieve effecten op deze soorten zijn niet op voorhand uit te sluiten, maar nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoals gewone pad, bruine kikker, egel en muizen zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige
Ecoresult B.V. juli 2023
27
locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand. Negatieve effecten op de steenmarter zijn op voorhand niet uit te sluiten bij de sloop van opstallen langs de routes A en C. Nader onderzoek naar deze soort is noodzakelijk indien gekozen wordt voor route A of C.
5.4
Invasieve exoten Tijdens het veldbezoek zijn geen invasieve exoten vastgesteld in het plangebied. Uitheemse duizendknopen, reuzenberenklauw en/of andere invasieve exoten zijn niet aangetroffen.
Ecoresult B.V. juli 2023
28
6
Vervolgstappen
6.1
Algemeen In voorliggend hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de benodigde nader onderzoeken en mogelijk verdere vervolgstappen op basis van de effectbeoordeling.
6.2
Beschermde gebieden In Tabel 5 is een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking tot beschermde gebieden. Er is aanvullend onderzoek nodig naar mogelijke bijdragen van stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase in de vorm van een AERIUS-berekening. Initiatiefnemers zijn als gevolg van de partiële vrijstelling verplicht om stikstofemissies te beperken bij de werkzaamheden. In dit geval dient het bevoegd gezag voor de start van de werkzaamheden door de initiatiefnemer geïnformeerd te worden over de concrete invulling van deze verplichting. Ecoresult B.V. kan u adviseren over concrete maatregelen om invulling te geven aan deze verplichting. Tabel 5: Tabel met verwachtte effecten van de ontwikkeling op beschermde gebieden en de te nemen vervolgstappen.
6.3
Type
Afstand tot plangebied
Negatief effect
Nader onderzoek
Mitigerende maatregelen
Ontheffing
Natura 2000
0,3km
Ja
Ja, AERIUSberekening
Nader te bepalen
Nader te bepalen
Natuurnetwerk Nederland
0,3km
Nee
Nee
Nee
Nee
Weidevogelleefgebied
7km
Nee
Nee
Nee
Nee
Strategische Reservering Natuur
22km
Nee
Nee
Nee
Nee
Beschermde houtopstanden N.V.T.
Nee
Nee
Nee
Nee
Beschermde soorten In Tabel 6 is een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking t ot beschermde soorten. Voor voorliggend plan is er nader onderzoek nodig naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied van huismus (A: nesten, A, B: leefgebied), kerkuil (A), steenuil (A), steenmarter (A en C), en vleermuizen (Vbpl: A en B, Vliegroutes: A, B en C; en foerageergebied: A en C).
29
Vogelrichtlijn
Habitatrichtlijn
Vogels met jaarrond beschermde nesten
(Mitigerende) maatregelen (aantal)
Ontheffing nodig
Nader onderzoek****
Negatief effect*
Functie
Geschikt / aanwezig
Soort
Soortgroep
Beschermingsregime
Tabel 6: Mogelijk aanwezige beschermde soorten binnen het plangebied, de verwachtte functies en te nemen vervolgstappen.
Huismus
Ja
Vaste rust- en verblijfplaats en functioneel leefgebied
Mogelijk Ja, door middel van 2 bezoeken in de periode 1 april – 15 mei, of 4 bezoeken tussen 20 maart en 20 juni. De tussenliggende tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 10 dagen.
Mogelijk Mogelijk
Kerkuil
Ja
Vaste rust- en verblijfplaats
Mogelijk Ja, 3 bezoeken van 1 februari t/m 31 augustus in de avond of nacht.
Mogelijk Mogelijk
Steenuil
Ja
Vaste rust- en verblijfplaats
Mogelijk Ja, 3 bezoeken nodig van 1 februari t/m 30 april, met minstens één maand tussen het eerste en laatste bezoek
Mogelijk Mogelijk
Vogels met nietjaarrond beschermde nesten (Categorie5)
Diverse
Ja
Vaste rust- en verblijfplaats
Mogelijk Nee
Nee
Ja, Algemene bescherming vogels**
Algemene vogels
Diverse
Ja
Vaste rust- en verblijfplaats
Mogelijk Nee
Nee
Ja, Algemene bescherming vogels **
Vleermuizen Gewone dwergvleermuis, Ja (gebouwbewonend Kleine dwergvleermuis, ) Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Watervleermuis, Meervleermuis
Zomerverblijfplaats, paarverblijfplaats en kraamverblijfplaats, maar ook foerageergebieden en vliegroutes
Mogelijk Ja, in de periode 15 mei tot 15 juli door middel van 3 bezoeken en tussen 15 augustus en 15 september middels 2 bezoeken. De tussenliggende tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 20 dagen.
Mogelijk Mogelijk
Vaste rust- en verblijfplaats en essentieel leefgebied
Mogelijk Ja, door onderzoek met cameravallen in de periode april-september
Mogelijk Mogelijk
Steenmarter
Ja
30
Vrijgesteld
Invasieve exoten
Ecoresult B.V. juli 2023
Diverse
Ja
Vaste rust- en verblijfplaats, Mogelijk Nee Essentieel leefgebied
Nee
Ja, Zorgplicht***
Nee
31
6.4
Onderzoeksperioden In Tabel 7 in een overzicht te vinden van de perioden waarin aanvullend onderzoek mag plaats vinden. Ook zijn het aantal veldbezoeken aangegeven (in de praktijk kunnen veldbezoeken van verschillende soorten mogelijk gecombineerd worden).
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Soort
Februari
Januari
Tabel 7: De onderzoeksperioden voor het benodigde nader onderzoek. De cijfers in de tabel geven het aantal benodigde bezoeken weer. Samengesteld op basis van het Vleermuisprotocol 2021 en de kennisdocumenten.
AERIUS Berekening Voortoets Nee-Tenzijtoets Huismus
2
Kerkuil
3
Steenuil
3
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis
2
3
2
2
2
2
Laatvlieger
2
2
Watervleermuis
2
2
Meervleermuis
2
Steenmarter
2 2
Berekening Nestplaats/Essentieel leefgebied Winterverblijfplaats Zomerverblijfplaats Zomer-/Kraamverblijfplaats Paarverblijfplaats/Zwermplaats
6.5
Ontheffing Een ontheffing Wet Natuurbescherming is noodzakelijk in de volgende gevallen •
Indien er een bijdrage in stikstofdepositie wordt vastgesteld
•
Wanneer er vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel functioneel leefgebied aanwezig zijn van huismus, kerkuil, steenuil, vleermuizen (gewone dwergvleermis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, grootoorvleermuis, watervleermuis, meervleermuis) en/of steenmarter en deze functies door de werkzaamheden niet kunnen worden ontzien.
De initiatiefnemer dient in het bezit te zijn van een ontheffing Wet Natuurbescherming voordat met verstorende werkzaamheden kan worden gestart. Ook dienen dan mitigerende maatregelen te
32
worden getroffen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het plaatsen van tijdelijke voorzieningen. De doorlooptijd van de ontheffingsaanvraag is maximaal 20 weken (maar hier wordt in de praktijk vaak van afgeweken). Een ontheffingsaanvraag wordt op hoofdlijn getoetst aan de volgende criteria: •
Afwezigheid van reële alternatieven (planning, werkwijze, locatie).
•
Wettelijk belang van de werkzaamheden (verschilt per beschermingscategorie).
•
Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Dit is onder andere afhankelijk van de ruimtelijke spreiding van de soort in de directe omgeving.
Dit
kan
worden
voorkomen
door
het
treffen
van
voldoende
mitigerende/compenserende maatregelen.
Ecoresult B.V. juli 2023
33
7
Conclusies In opdracht van Antes. heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Antes locatie, Poortugaal. De aanleiding voor dit verzoek zijn de voorgenomen herontwikkeling van deze locatie en de noodzaak om een goed verkeersontsluiting te realiseren. Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Uit voorliggende quickscan is gebleken dat: •
Een bijdrage van stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase van dit project niet op voorhand is uit te sluiten.
•
Negatieve effecten op de volgende beschermde soorten en functies niet op voorhand zijn uit te sluiten o
Huismus: Vaste rust- en verblijfplaatsen (route A).
o
Kerkuil: Vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied (Route A).
o
Steenuil: Vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied (Route A).
o
Vleermuizen
(Gewone
dwergvleermuis,
ruige
dwergvleermuis,
kleine
dwergvleermuis, watervleermuis, meervleermuis en laatvlieger): Vaste rust- en verblijfplaatsen (zomerverblijfplaats, paarverblijfplaats en kraamverblijfplaats bij routes A en B) en essentiele vliegroutes (route A, B en C). o
Steenmarter: Vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied (Route A en C).
Aanvullend onderzoek (zie hoofdstuk 7) is noodzakelijk om vast te stellen of deze potentiële natuurwaarden aanwezig zijn binnen het plangebied, en om te bepalen of de werkzaamheden negatieve effecten zullen hebben. Is dit het geval, dan dient mogelijk een ontheffing Wet Natuurbescherming te worden aangevraagd, en dienen er mitigerende maatregelen te worden getroffen.
34
8
Geraadpleegde bronnen
8.1
Internet Beschermde gebieden & soorten •
https://pzh.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=698b578f8bf34f5ab624e 1f2ae687199&extent=33428.9852%2C415026.1883%2C131473.1813%2C477053.1124%2C28 992
•
https://calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl
Kadastrale Kaarten •
https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/index.html
Kennisdocumenten soorten •
https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/
Nationale Databank Flora en Fauna •
https://ndff-ecogrid.nl/
Natuurwetgeving •
www.rvo.nl
•
https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/aanvraag-wet-natuurbescherming.html
PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart •
http://pdokviewer.pdok.nl
Vleermuisprotocol 2021 •
https://www.netwerkgroenebureaus.nl/downloads/category/20?download=812
35
Bijlage 1 - Foto-impressie plangebied
Route A; huidige weg met struweel, sloot en knotwilgen.
Route A; slootranden en in de verte de bebouwing.
Ecoresult B.V. juli 2023
36
Route A; huidige weg met sloot en knotwilgen.
Route A: Paardenstal, met bomen, struweel en mesthoop, hier is ook een steenuil nestkast aanwezig..
Ecoresult B.V. juli 2023
37
Route A; Einde van de huidige weg bij het dijkje met fietspad.
Route B; Woningen met vleermuiskasten, de huidige weg met laanbomen, sloot en park aan de overzijde.
Ecoresult B.V. juli 2023
38
Route B; Woningen met vleermuiskasten, de huidige weg met laanbomen, sloot en park aan de overzijde.
Route C; Brede sloot met grasveld, dunne bomen en sportpark.
Ecoresult B.V. juli 2023
39
Route C; Struweel, grasveld, dunne bomen en sportpark.
Route C; Opstallen, hoge bomen en ondiepe sloot.
Ecoresult B.V. juli 2023
40
BIJLAGE 2 - Toelichting onderzoekskader Wet natuurbescherming De Wet Natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van beschermde natuurgebieden (Natura 2000) en regelt de soortbescherming. De provincies zijn voor de Wet Natuurbescherming het bevoegd gezag en regelen tevens de vergunning en ontheffingen. De bescherming van de Wet Natuurbescherming is grofweg op te delen in 3 categorieën.
Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op de Natura 2000-gebieden. De verschillende Natura 2000 gebieden zijn deels aangewezen voor specifieke Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en/of habitattypen. Invloeden (ook van buiten het Natura 2000 gebied) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Daarnaast mag de oppervlakte van het Natura 2000 gebied niet worden aangetast. Toetsing stikstofemissies Natura 2000 Sinds 1 juli 2021 geldt een partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door bij AMvB aangewezen activiteiten van de bouwsector. De vrijstelling geldt alleen voor tijdelijke stikstofemissies die tijdens de bouw- en aanlegfase veroorzaakt worden. De vrijstelling geldt niet voor structurele stikstofemissies als gevolg van een (veranderende) gebruiksfase of voor het delven van grondstoffen en de productie van bouwmaterialen. De vrijstelling omvat grofweg alle werkzaamheden die te maken hebben met sloopwerkzaamheden, werkzaamheden in het kader van bouwrijp maken, nieuwbouwwerkzaamheden en bijbehorende activiteiten en verkeersbewegingen. Tevens omvat de partiële vrijstelling
onder
andere
ook
werkzaamheden
zoals
baggerwerkzaamheden,
aanleg
van
energievoorzieningen (zoals zonneparken) en de aanleg- en vervanging van wegen. Stikstofemissies als gevolg van de gebruiksfase zoals bewoning, gebruik van een utiliteitsgebouw of verkeer aantrekkende werking dienen wel getoetst te worden aan de Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen, al dan niet door middel van een AERIUS-berekening. De partiële vrijstelling komt mede tot stand door de verwachte emissiebeperkingen die gerealiseerd worden door bestaand beleid. De emissiebeperkingen komen mede tot stand door veranderingen in de werkwijzen en door verplichtingen als gevolg van nieuwe maatregelen. Deze maatregelen omvatten onder andere: •
Het treffen van adequate maatregelen in de bouwregelgeving tot het beperken van emissies,
•
Het inzetten op emissiearme aanbestedingen door rijksdiensten,
•
Het stimuleren van de aanschaf van emissievrij materiaal en van ombouw naar emissievrij of emissiearm materieel,
•
Het bevorderen van kennisontwikkeling en innovatie voor meer emissiearme bouw.
Initiatiefnemers zijn als gevolg van de partiële vrijstelling verplicht om stikstofemissies te beperken bij de werkzaamheden. De genoemde verplichting gaat gelden voor werkzaamheden die op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving reeds vergunning- of meldingsplichtig zijn. In dit geval dient het bevoegd gezag voor de start van de werkzaamheden door de initiatiefnemer geïnformeerd te worden over de concrete invulling van deze verplichting. Men kan hierbij denken aan: •
Emissievrij/emissiearme mobiele werktuigen,
•
Meer gebruik van prefab bouwmateriaal (zoals off-site productie),
Ecoresult B.V. juli 2023
41
•
Emissievrij materiaal,
•
Emissiearme bouwconcepten en bouwlogistiek,
•
Efficiëntere bouwprocessen en bouwlogistiek.
Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Voor de soorten binnen dit beschermingsregime geldt een onderzoeksplicht, en bij negatieve effecten een ontheffingsplicht. De provincies kunnen aangeven of zij soorten uit deze lijst willen vrijstellen van ontheffingsplicht. Naar deze soorten is nader onderzoek of een ontheffing niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2. Tabel 8: De verbodsbepalingen behorende bij de verschillende beschermingsregimes zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied
2
Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen
Ecoresult B.V. juli 2023
42
opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. Deze voorwaarden zijn tevens van kracht als het slechts een deel van de houtopstand groter dan 10 are of 20 bomen in een rij betreft. Het onderdeel beschermde houtopstanden heeft geen betrekking op: •
houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom;
•
houtopstanden op erven of in tuinen;
•
fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
•
naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar;
•
kweekgoed;
•
uit populieren of wilgen bestaande: o
wegbeplantingen;
o
beplantingen langs waterwegen;
o
eenrijige beplantingen langs landbouwgronden.
•
het dunnen van een houtopstand;
•
uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o
ten minste eens per tien jaar worden geoogst;
o
bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en zijn aangelegd na 1 januari 2013.