CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij antwoordbrief aan MAA n.a.v verordening Wmo2022.pdf

Gemeenteraad AW 20 december 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 8: Verordening maatschappelijke ondersteuning Albrandswaard 20221.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie op het ontvangen advies van de MAA over de verordening maatschappelijke ondersteuning Albrandswaard 2021 Bijlage bij antwoordbrief aan MAA betreffende het advies over de verordening maatschappelijke ondersteuning Albrandswaard 2022 In onderstaande tabel leest u in de tweede kolom de ontvangen opmerkingen van het MBR. In de derde kolom is de reactie van het college weergegeven.

nr. 1.

advies/opmerking MAA Bij artikel 1 vraagt de Adviesraad zich af waarom de tekst is gewijzigd. De oude en nieuwe tekst hebben dezelfde inhoud en betekenis. De Adviesraad adviseert hier de oorspronkelijke tekst te handhaven.

reactie/antwoord college De nieuwe tekst heeft niet dezelfde inhoud: in de nieuwe tekst zijn artikel 1.l tot en met 1.p nieuw toegevoegd waarin vijf begrippen worden uitgelegd. De uitleg van deze begrippen is relevant en wordt gehandhaafd.

2.

In artikel 3 lid 2 over de cliëntenondersteuning staat : ……….. Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek …….. De Adviesraad wil graag dit gewijzigd in : …….. dat de cliënt en zijn mantelzorger vooraf gaand aan ….

Wij zullen de tekst hierop aanpassen.

3.

In artikel 8 staat vermeld, dat het gespreksverslag is opgenomen als onderdeel van het onderzoeksrapport. Het verslag wordt in de tekst verder niet meer genoemd, wat onduidelijkheid oplevert over de status hiervan. Verder is het onduidelijk, of de cliënten het verslag hebben ingezien en ter goedkeuring hebben ondertekend. De Adviesraad adviseert hier duidelijker te vermelden wat de status van het gespreksverslag wordt.

In artikel 6 lid 6 staat opgenomen dat het college aan de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger een schriftelijke weergave verstrekt. Dit gespreksverslag wordt onderdeel van het onderzoeksrapport dat mede als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening (artikel 8 lid 4). In de beleidsregels voor maatschappelijke ondersteuning wordt verder uitgewerkt wat de status van het gespreksverslag is.

Hier staat beschreven dat het onderzoeksrapport een weergave is van de hulpvraag van de cliënt en de mogelijke oplossingen. De cliënt heeft de mogelijkheid om in het rapport correcties en aanvullingen aan te brengen. Het rapport met de aantekeningen van de cliënt wordt aan het dossier toegevoegd. Als de cliënt zich niet kan vinden in de uitkomst van het onderzoek, dan heeft de cliënt altijd het recht een aanvraag in te dienen en als daarop een negatieve beschikking volgt kan de cliënt daartegen in bezwaar gaan. 4.

In artikel 9 -lid 3 en 4 vindt de Adviesraad, dat deze met elkaar in tegenspraak kunnen zijn. Het niet leveren van zorg kan gezondheidsrisico voor de cliënt betekenen. Lid 3 en 4 staan ook haaks op het doel binnen ISBD om zo lang mogelijk veilig thuis te wonen. De Adviesraad adviseert de gezondheid van de cliënt voldoende te waarborgen en er voor zorg te dragen, dat zolang mogelijk thuis wonen kan worden bereikt met in achtneming van alle gezondheidsrisico ‘s.

Het is zeker niet de bedoeling dat het niet leveren van zorg gezondheidsrisico’s met zich mee brengt of ervoor zorgt dat mensen niet langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Dat is ook niet wat in artikel 9 lid 3 beschreven staat. Er staat dat een maatwerkvoorziening aan bepaalde voorwaarden moet voldoen als die wel geleverd wordt: hij moet veilig zijn, geen risico’s opleveren en niet anti-revaliderend werken. In artikel 4 is opgenomen dat de cliënt in staat dient te zijn om de zorgverlener een voldoende veilig werkklimaat te bieden. Wij zien hier geen tegenspraak met wat in artikel 9 lid 3 is beschreven. Er wordt in het onderzoek altijd gezocht naar een passende oplossing die ervoor zorgt dat de beperkingen van een cliënt worden gecompenseerd. Zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen is een van de hoofddoelstellingen van de Wmo. Maar niet ten koste van alles: als niet kan gegarandeerd worden dat er een veilig werkklimaat is voor de zorgverlener vormt dat een onaanvaardbaar risico en moet breder gekeken worden en eventueel ook gezocht worden naar oplossingen buiten de Wmo.

5.

In artikel 12-lid 2 onder a wordt gesproken over de was verzorging. De Adviesraad wil hieraan toevoegen : schoon beddengoed, schoon bad- en keukentextiel en tenminste één maal per jaar wassen van de gordijnen.

6.

In artikel 14-lid 2c is wel gewijzigd, maar er is hier niet aangegeven, dat een pgb voor een vervoersvoorziening wel mogelijk is, zoals aangegeven in art.21. lid 2c van de oude versie. De Adviesraad adviseert deze wijziging over het pgb duidelijk te vermelden.

Alle onderdelen van wat wordt verstaan onder een schoon en leefbaar huis zijn beschreven in de normering voor huishoudelijke hulp die wij hanteren. Deze normering wordt opgenomen als Bijlage bij de beleidsregels 2022. De wijziging van het artikel houdt geen wijziging in van de voorwaarden voor een pgb. De categorie inwoners die gebruik kunnen maken van de taxipas is verbreed: in de oude versie ging het om: inwoners aan wie vanuit de Wmo een maatwerkvoorziening is verschaft (in natura of PGB). In de nieuwe versie gaat het om: inwoners die gebruik maken van een hulpmiddel om korte tot middellange afstanden te overbruggen. Hieronder valt de oude groep van inwoners die gebruik maakt van een maatwerkvoorziening (in natura of PGB), maar het kunnen ook inwoners zijn die zelf beschikken over een hulpmiddel, bv. een auto. Ook als je dus geen maatwerkvoorziening hebt voor vervoer kun je gebruik maken van de taxipas voor collectief vervoer. Het nieuwe artikel sluit daarmee beter aan op de praktijk en verruimt de mogelijkheden voor inwoners.

7.

In artikel 14-lid 2g staat dat de cliënt tenminste één maal in een aangesloten periode van 6 maanden gebruik maakt van het collectief vervoer. De Adviesraad vraagt zich af of deze periode niet te kort is bij een ernstige en langdurige ziekte.

Dit is een richtlijn. Als de situatie van een cliënt ertoe noodzaakt hiervan af te wijken kan er gezocht worden naar een passende oplossing.

8.

In artikel 17-lid 1d wordt gesproken over de respijtzorg en wordt verwezen naar de toelichting van artikel 9. Wij kunnen in de toelichting echter niets vinden over in art 17-lid1d genoemde respijtzorg. De Adviesraad wil graag de toelichting over de respijtzorg duidelijk vermeld zien.

De toelichting bij artikel 9 heeft betrekking op de criteria voor een maatwerkvoorziening in het algemeen. Dat heeft ook betrekking op respijtzorg, dat is namelijk ook een maatwerkvoorziening. Respijtzorg onderscheidt zich van andere maatwerkvoorzieningen omdat niet alleen naar een maatwerkoplossing voor het individu wort gekeken naar de mantelzorger. Respijtzorg wordt verder uitgewerkt en toegelicht in de beleidsregels.

9.

In artikel 17-lid 3i wordt gesproken over noemenswaardige meerkosten bij nieuwbouw of renovatie. De Adviesraad vraagt zich af of hieraan ook een maximum is gesteld.

Er wordt gesproken over een situatie waarin een woonvoorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden. Er is hier geen maximum aan gesteld, de meerkosten zijn niet noemenswaardig, dus nihil.

10.

In artikel 19-lid 2b staat beschreven, dat de cliënt een budgetplan moet aanleveren en vooral wat de motivatie is om deze te ontvangen De Adviesraad vindt dat het voor de gemeente vanzelfsprekend zou moeten zijn te weten, dat het bevorderen van de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de cliënt al een vaststaand gegeven is en een motivatie geven dan ook wel dubbelop is.

Het gaat er om dat een cliënt moet kunnen uitleggen wat de motivatie is om de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb te ontvangen. Het bevorderen van de zelfredzaamheid / zelfstandigheid staat voorop, maar de gemeente dient te beoordelen of aan de voorwaarden voor verstrekken van een pgb wordt voldaan zodat duidelijk is dat dit de oplossing is die het beste past bij de situatie en vraag van deze cliënt.

11.

In artikel 21-lid 5a lezen wij, dat formele hulp wordt bepaald op basis van 90 % van het laagste tarief per uur. In artikel 21-lid 5b wordt voor informele hulp 70 % van het laagste tarief per uur. De Adviesraad vraagt zich af waarom informele hulpverleners, die voldoen aan de criteria van beroepskrachten, niet in aanmerking komen voor de 90 % vergoeding.

Het ligt voor de hand dat het tarief voor inhuren van een professionele beroepskracht hoger ligt dan dat van informele hulpverleners. Vrijwel alle gemeente maken het onderscheid tussen het tarief voor formele hulp en voor informele hulp.

Bij het bepalen van de percentages wordt uiteraard ook rekening gehouden met het beheersbaarheid van de Wmouitgaven van de gemeente. 12.

In artikel 24-lid 3 wordt in het concept een bedrag van ten hoogste € 19,00 per maand genoemd. Indien de rijksoverheid er toe overgaat deze regeling te wijzigen, moet deze verordening opnieuw worden aangepast. De Adviesraad stelt voor hier geen bedrag te noemen, maar te vermelden dat de bijdrage afhankelijk is van de door de rijksoverheid vastgestelde tarieven.

In verband met transparantie en duidelijke communicatie richting de inwoners die gebruik (willen) maken van ondersteuning vanuit de Wmo vinden wij het passend dat in de Wmo-verordening de hoogte van de bijdrage in de kosten wordt vermeld.

13.

In artikel 26-lid 1a : Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. Het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt……

Wij nemen dit wijzigingsvoorstel niet over. In artikel 26- lid 1 b. wordt al genoemd: b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; In artikel 26, lid 1 f. wordt genoemd dat er op wordt toegezien dat de voorziening doeltreffend, veilig en cliëntgericht is.

De Adviesraad stelt voor hieraan toe te voegen : ….. en het aansluiten bij de informele zorg en ook in lid f toe te voegen na cliëntgericht : ….. en doelmatig 14.

In artikel 27 gaat het over het belang van een goede prijskwaliteit verhouding van de ritten. Er worden een 6-tal zaken genoemd, waarmee rekening moet worden gehouden. De Adviesraad mist hier of het college, in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding, ook rekening houdt met de kwaliteit voor de cliënt, voor wat betreft wachttijden en onnodig lange ritten.

In artikel 26 staat al beschreven welke kwaliteitseisen gelden voor voorzieningen maatschappelijke ondersteuning. De voorzieningen moeten zijn afgestemd op de persoonlijke situatie van de cliënt en ze moeten doeltreffend, veilig en cliëntgericht zijn. Daarmee is het aspect van “rekening houden met de kwaliteit voor de cliënt” ons inziens voldoende beschreven.

15.

In artikel 36 kan de Adviesraad niets lezen over een wijziging behorende bij het evaluatie-moment, terwijl wordt aangegeven dat dit is gewijzigd.

Klopt. Dit was een vergissing, het artikel is inderdaad gelijk gebleven. We hebben de was – wordt lijst hierop aangepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3348/documents/26354