CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2- afwegingen en advies op vragen GRJR over wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling.pdf

Gemeenteraad AW 2 oktober 2023, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 8: Reactie op wijzigingen Wgr bij de GR Jeugdhulp Rotterdam-Rijnmond1.420 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 – Afwegingen en advies op vragen GRJR over wijzingen in de gemeenschappelijke regeling Inleiding

In deze bijlage leest u onze afwegingen bij de vijf gestelde vragen van de GRJR over de wijzingen in de gemeenschappelijke regeling van de GRJR. Per vraag/onderwerp leest u eerst de toelichting die wij vanuit de GRJR hebben ontvangen. Vervolgens leest u voor- en nadelen en onze advies over hoe te antwoorden aan het algemeen bestuur van de GRJR. 1) Zienswijze, anders dan bij begroting In de regeling moet worden opgenomen of de gemeenteraden over bepaalde besluiten, anders dan het besluit tot vaststelling van de begroting, hun zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit. Het gaat hierbij met name om bevoegdheden die direct aan de kaderstellende rol van de gemeenteraad raken, zoals o.a. strategische plannen. In de Wgr, art. 10, zesde lid, is vastgesteld dat de raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis gesteld dienen te worden van het oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt door het dagelijks bestuur, alvorens het algemeen bestuur een eindbeslissing neemt. Hiernaast heeft een collegelid op grond van de Gemeentewet, een actieve informatieplicht jegens de raad; ook voor aangelegenheden die bij gemeenschappelijke regelingen spelen (art. 169, tweede lid).

Reden voor het wel opnemen van een zienswijze, anders dan begroting:

Met een zienswijze kan de raad zijn opvatting geven over een voorgenomen besluit.

Reden voor het niet opnemen van een zienswijze, anders dan begroting:

De zienswijze bij besluiten kan ertoe leiden dat de formele besluitvormingsprocedure heel lang gaat duren, ongeacht of besluiten urgent zijn. Voor méér invloed is wel altijd meer inspanning nodig en ook goede informatie. Zoals bij elk instrument is het een afweging tussen informatie, inspanning en invloed die de raad moet maken om te bepalen of de inzet van een instrument ook nuttig is. Levert de inzet van een instrument geen invloed op, dan is het ook niet heel efficiënt om dat middel in te zetten

Advies aan de gemeenteraad:

Het instrument zienswijze niet in te zetten met uitzondering op de bestaande wettelijke procedure rondom de begroting. De kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad is voldoende geborgd, in die zin dat zij, ook als er geen zienswijze is afgesproken, hun vertegenwoordiger altijd ter verantwoording kunnen roepen op grond van de gemeentewet. Hiernaast hebben wij in overweging genomen dat de GRJR een beleidsarme organisatie is én de opdracht heeft te zorgen voor passend aanbod door specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en – reclassering en Veilig Thuis in te kopen en te subsidiëren.

2) Afspraken over evaluatie

Het is verplicht afspraken te maken over evaluatie van de regeling. Waar de evaluatie op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze die wordt uitgevoerd, is niet voorgeschreven.

Dat kan worden opgenomen in de regeling. In de regeling kan ook worden opgenomen dat deze niet geëvalueerd wordt.

Reden voor het opnemen van evaluatie als instrument:

Sturing wordt makkelijker. Om te besluiten of doelstellingen zijn bereikt en om verbeterpunten vast te stellen is een periodieke evaluatie van de GRJR noodzakelijk. Hiernaast kan een beperkte evaluatie van de regeling zelf worden uitgevoerd, maar natuurlijk ook een meer omvattende evaluatie naar het functioneren van de samenwerking en het samenwerkingsverband.

Reden voor het niet opnemen van evaluatie als instrument: Sturing is vrijwel onmogelijk zonder evaluatie.

Advies aan de gemeenteraad:

De evaluatieplicht opnemen in de regeling met als voorkeur een evaluatie eens in de 2 jaar om binnen een raadsperiode bij te kunnen sturen. De evaluatie zou moeten gaan over de samenwerking zelf en de regeling.

3) Afspraken over participatie

In elke regeling moeten afspraken worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die tot de taak van de GR horen. In de regeling kan worden opgenomen dat die participatie niet wordt geboden.

Reden voor het opnemen van burgerparticipatie:

Participatie bij beleid wordt steeds belangrijker gevonden in bestuurlijk en politiek Nederland. Zo krijgt de participatie een vaste plek binnen gemeenschappelijke regelingen. Inwoners en belanghebbenden kunnen bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid in regionale samenwerkingsverbanden betrokken worden.

Reden voor het niet opnemen van burgerparticipatie:

Bij een beleidsarme regeling als de GRJR is burgerparticipatie niet voor de hand liggend, omdat participatie op het jeugdbeleid op lokaal niveau plaatsvindt.

Advies aan de gemeenteraad:

Om aandacht te geven aan de informatievoorziening inzake besluitvorming naar zowel inwoners als belanghebbenden, is het wenselijk om de mogelijkheid tot inspreken bij de vergadering van het Algemeen Bestuur, op te nemen.

4) Actieve informatieplicht

Er geldt al sinds 2002 een actieve informatieplicht voor het college jegens de gemeenteraad. In de praktijk komt het echter nog weleens voor dat het ene college zijn raad wat actiever informeert en/of meer informatie verschaft dan het andere college. In de regeling moeten echter afspraken worden opgenomen over het moment waarop, de wijze van en het onderwerp van de informatievoorziening.

Reden voor het aanscherpen van afspraken met betrekking tot informatieplicht:

In de verscherpte kaderstellende- en controlerende rol van de gemeenteraad is goede en structurele informatie nodig. Het is daarom van belang dat er goede afspraken worden gemaakt tussen de gemeenteraden enerzijds en de colleges en het samenwerkingsverband anderzijds.

Reden voor het niet aanscherpen van afspraken met betrekking tot informatieplicht: De huidige actieve informatieplicht blijft ongewijzigd.

Advies aan gemeenteraad:

De actieve informatievoorziening als volgt op te nemen in de regeling: 1. Het moment van informatievoorziening: Het collegelid kan de informatie aan zijn/haar raad verschaffen op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Het is naar onze mening aan de gemeenten zelf afspraken hierover te maken tussen raad en college. 2. De wijze van informatievoorziening: Digitaal met een verwijzing naar de meest relevante documenten aan de raden, via hun griffie en de beleidsafdeling. 3. Het onderwerp van informatievoorziening: - nieuwsbrieven; - alle verslagen van en vergaderstukken voor het algemeen bestuur; - de vastgestelde begroting; - de vastgestelde jaarrekening met bijbehorende accountantsrapportage; - de vastgestelde meerjarenbegroting en het uitvoeringsplan (zie artikel 25 van uw regeling); - de evaluaties van de gemeenschappelijke regeling; - schriftelijk gestelde vragen van de raden aan het algemeen bestuur en de naar aanleiding daarvan gegeven schriftelijke antwoorden.

5) De instelling van adviescommissies De Wgr geeft gemeenteraden de mogelijkheid om het algemeen bestuur te verzoeken een raadsadviescommissie in te stellen. Voor dit instrument is geen wijziging van de gemeenschappelijke regeling noodzakelijk, nu artikel 24a van de Wet gemeenschappelijke regelingen de instelling altijd mogelijk maakt. De raden kunnen op elk moment voorstellen een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. Voorwaarde voor het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie is wel dat de bij het samenwerkingsverband betrokken gemeenteraden hiertoe unaniem beslissen. Alle raden moeten dus gezamenlijk verzoeken tot het instellen van een dergelijke commissie, maar als ze dat doen, dan is het voor het algemeen bestuur ook een verplichting om tot instelling over te gaan.

Reden om een besluit te nemen over het wel instellen van een raadsadviescommissie:

Een raadsadviescommissie zou gebruikt kunnen worden om de raden met elkaar te laten overleggen, bijvoorbeeld over een gezamenlijke zienswijze. Een raadsadviescommissie zou advies kunnen geven aan de raden, maar ook aan het algemeen bestuur. Ze zou een voorbereidende rol kunnen hebben in de beleidscyclus van de GR. De raadsadviescommissie is nadrukkelijk niet bedoeld om de rol van de gemeenteraden over te nemen of om tot besluitvorming te komen.

Reden om positief te staan tegenover het instellen van een raadsadviescommissie: Een dergelijk instrument heeft alleen zin wanneer er beschikbare afvaardiging is binnen de raad en als de personen die er in zitten zelf ook de meerwaarde ervan zien. De GRJR en de opdracht die er ligt ten aanzien van specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en reclassering, alsmede veilig thuis dienen goed aan te sluiten op het lokale beleid. De betrokkenheid van de raad is daarbij belangrijk. Een definitieve uitspraak over het gezamenlijk instellen van een adviescommissie kan nu nog niet gedaan worden. Dit is pas mogelijk nadat de raden van de deelnemende gemeenten daar eerst onderling over overleggen. Uit het overleg zal moeten blijken of en welke raden dat willen en waarom. Dan kan na onderling overleg blijken of er voldoende draagvlak is voor een gezamenlijk verzoek.

Advies aan de gemeenteraad:

Een adviescommissie helpt om de betrokkenheid van de raad verder te vergroten, maar er moet nader onderzoek gedaan worden over een effectieve invulling ervan. De raden van de deelnemende gemeenten dienen daar eerst onderling een standpunt over in te nemen. Daarna zal blijken of er voldoende draagvlak is voor een gezamenlijk verzoek. Geadviseerd wordt om aan te geven dat de raad wel een raadsadviescommissie in wil stellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3514/documents/30367