Bijlage 14 Nader onderzoek rugstreeppad.pdf
Tekst van het document
Nader onderzoek soorten NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD Locatie onderzoek : De Omloop; Rhoon (Sportpark) Datum: 10-11-2025 Project: NOR P53228 2 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) INHOUD 1. Inleiding 4 1.1 Aanleiding 4 1.2 Planlocatie (huidige situatie) 4 1.3 Voorgenomen ontwikkelingen 5 2. Wettelijk kader 7 3. Methode 8 3.1 Soortbeschrijving rugstreeppad 8 3.2 Methodiek 8 4. Resultaten 11 4.1 Effectbeoordeling 11 5. Conclusie 12 Verantwoording 13 Bijlage 14 Disclaimer 18 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) Colofon Onderzoek | Nader onderzoek rugstreeppad Document | NORG53228 Datum | 10-11-2025 Locatie | De omloop; Rhoon Opdrachtgever | BJZ.nu B.V. Opdrachtnemer | Ecofect | B. V. Ecoloog | Dhr. A. van de Streek Adres | Laan 21, 8071 JG Nunspeet Telefoon | 06-12918775 Email | info@ecofect.nl Internet | www.ecofect.nl KvK-nummer | 87036487 Btw-identificatienr. | NL864184311B01 Rekeningnummer | NL39 RABO 0198 8908 69 3 4 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Initiatiefnemer heeft het voornemen een sportpark aan te geen in het plangebied en heeft BJZ. nu B.V. gevraagd hen te begeleiden bij de ruimtelijke planvorming. In het kader van de ruimtelijke ontwikkeling is een Natuurwaardenonderzoek (voorheen QuickScan Flora en Fauna) uitgevoerd. Uit dit door Ecofect B.V.
uitgevoerde natuurwaardenonderzoek ( NWO 53053 De Omloop (Sportpark) Rhoon ) is gebleken dat voor rugstreeppad aanvullend nader onderzoek uitgevoerd dient te worden om aan te tonen dan wel uit te sluiten of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een effect heeft op deze soort. BJZ.nu B.V. heeft Ecofect B.V. gevraagd dit nader onderzoek uit te voeren. Doel van dit nader onderzoek is om te onderzoeken of de ruimtelijke ontwikkeling effect heeft op rugstreeppad en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. Voorliggend rapport geeft inzicht in de gebruikte methodiek, de resultaten van het uitgevoerde onderzoek en eventuele vervolgstappen. 1.2 Planlocatie (huidige situatie) De planlocatie is gelegen aan de Omloopseweg/ Essendijk te Rhoon. Het betref fen meerdere agrarische percelen die functioneren als gras - en akkerbouwland . De percelen zijn omringd door intensief beheerde sloten met enkele rietkragen aan de zuidzijde. Aan de noordwestzijde van de planlocatie is een verouderde kas aanwezig. De verouderde kas bestaat uit glazen wanden met betonnen afwerking en een zadeldak. Aan de zuidzijde van de planlocatie grenst een verhard erf met een paardenstal, paardenbak, en enkele weides. Gezien de mogelijke verstoring die de voorgenomen ontwikkeling op kan leveren, is de paardenstal ook betrokken in het onderzoek.
De stal heeft stenen muren, houten (kierende) gevelbekleding en is voorzien van een dak bedekt met golfplaten en dakbeschot. Deze opstal bevat eveneens een uilenkast. De sloot nabij het erf betreft een extensief beheerde sloot met begroeide oevers. De omgeving heeft een landelijk karakter. Rhoon is een dorp in de gemeente Albrandswaard, in de provincie Zuid-Holland. 5 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) Figuur 1 - Plan- en onderzoeksgebied 1.3 Voorgenomen ontwikkelingen Initiatiefnemer is voornemens om het plangebied (gele kader) te herontwikkelen. De opstal (kas) zal gesloopt worden, om vervolgens diverse sportvelden, een opstal, en bijbehorende infrastructuur aan te leggen . De watergangen blijven deels behouden, en worden deels aangepast/verbreed . De functie van de planlocatie zal veranderen naar recreatie (figuur 2). Voor inhoudelijke vragen over het ontwerp of de inrichting wordt verwezen naar de opdrachtgever.
6 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) De volgende activiteiten hebben mogelijk effect en worden getoetst op relevantie in het kader van de Omgevingswet. De ingrepen en effecten van de ingreep in relatie tot natuurwaarden: • Sloop- en Bouwwerkzaamheden • Afvoer sloopmateriaal en verwijderen van vegetatie, verleggen/verbreden watergangen • Grondwerkzaamheden • Aanleg infrastructuur • Herinrichting perceel bij hetwelk functie recreatie verwacht kan worden
7 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) 2. Wettelijk kader Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze wetgeving vervangt o.a. de Wet natuurbescherming. In deze wet is o.a. de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. Dit onderzoek beperkt zich tot soortbescherming rugstreeppad. Opdrachtgever heeft voornemens een flora - en fauna-activiteit uit te voeren, daarom dient er rekening te worden gehouden met de regels in art. 11.27 Bal (specifieke zorgplicht), art. 11.28 Bal (voorkomen onnodig lijden dieren) en de paragrafen 11.2.2 t/m 1 1.2.5 Bal (vergunningplicht bij schadelijke handelingen, regels vergunningsvrije gevallen). Om aan de voorgenoemde regels te voldoen is een Natuurwaardenonderzoek uitgevoerd, waaruit bleek dat een nader onderzoek rugstreeppad noodzakelijk werd geacht. De rugstreeppad wordt landelijk beschermd onder het beschermingsregime van ‘ Europees beschermde soorten’ (art. 11.46 Bal). Het is verboden de rugstreeppad te doden, te verwonden , te verstoren en hun vaste rust- of voortplantingsplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Voor een verdiepende uitwerking van het wettelijk kader wordt verwezen naar de bijlage. 8 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) 3. Methode 3.1 Soortbeschrijving rugstreeppad Rugstreeppad De rugstreeppad is één tot zeven centimeter groot wordende amfibie.
De kleurstelling kan zeer variabel zijn. De rug bestaat hoofdzakelijk uit bruine, grijze, gelige of groene grondkleuren. De naam heeft de soort te danken aan de gele lengtestreep over de rug. Deze rug streep is echter niet altijd aanwezig. De iris van de rugstreeppad is groen tot citroengeel, terwijl deze bij de gewone pad koper - tot goudrood kleurig is. Determinatie van rugstreeppadden is het best mogelijk op geluid. De rugstreeppad produceert in de voortplantingstijd een opvallende, harde ratelende roep. Dit geluid is eenvormig. Ei snoeren en larven zijn lastiger te determineren en men moet waken voor verwarring met de ei -snoeren en larven van de gewone pad. Omdat de rugstreeppad vaak later in het seizoen zich voortplant, is de kans op verwisseling echter beperkt (BIJ12, 2017). Biotoop De rugstreeppad is vooral een soort van terreinen met een hoge natuurlijke of door mensen ingebrachte dynamiek. Braakliggende bouwterreinen, groeven en zand- en kleiafgravingen, (rivier)duinen en uiterwaarden vormen een ideaal leefgebied voor de rugstreeppad. Vaak is er een goed vergraafbare bodem aanwezig en is er bouwmateriaal om onder te schuilen. Maar de rugstreeppad is ook te vinden in meer stabiele gebieden als vennen in heideterreinen en sloten in akker - en graslandgebieden. De habitat laat zich omsc hrijven als onbeschaduwde, laag begroeide terreinen.
Door gebrek aan dynamiek in natuurgebieden is het voorkomen van de soort in Nederland sterk afhankelijk van menselijke ingrepen. De rugstreeppad heeft een voorkeur voor in de nabijheid van losgrondige zanderige bodems gelegen snel opwa rmende bodemplaatsen en ondiep (tijdelijk) water, die bij voorkeur vegetatie loos en zonder concurrentie van andere amfibieën of van waterinsecten zijn. Regenplassen en sporen van zware voertuigen waar regenwater in is blijven staan, vormen ideaal voortplantingswater. In brede en grotere watergangen komt de rugstreeppad niet voor, met mogelijke uitzondering de ondiepe oeverzones. Ook in licht brak water kan de soort zich voortplanten. Het foerageergebied bevindt zich tot circ a 500 meter in de omgeving van de plekken waar ze zich overdag bevinden (BIJ12, 2017). 3.2 methodiek Voor de rugstreeppad is een kennisdocument opgesteld. De onderzoeksmethode is conform het Kennisdocument Rugstreeppad BIJ12 en soorteninventarisatieprotocol NGB. De toegepaste methodiek is een beproefde methode om de aanwezigheid en functies van rugstreeppad vast te stellen of uit te sluiten. De focus en aanleiding voor dit onderzoek betreft de rugstreeppad. Voortplantingsbiotoop Het onderzoek naar kooractiviteit en eisnoeren bestond uit drie veldbezoeken met een minimale duur van 1,5 uur, tussen zonsondergang en middernacht in de periode half april t/m half juli.
(zie tabel 1). Geschikte weersomstandigheden zijn windstil tot zwakke wind, warm, vochtig weer, het liefst direct na NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) temperatuursverhoging met neerslag. Tijdens de veldbezoeken is door middel van gehoor getracht koorroep waar te nemen en gezocht naar individuen en eisnoeren. Zomerbiotoop Om het zomerbiotoop vast te kunnen stellen zijn herpetenplaten geïnstalleerd (zie figuur 2) die overdag of begin van de avond | in de maanden (april-september) met een tussenpoos van tenminste | 1 week | zijn gecontroleerd | onder | optimale | weeromstandigheden | (vochtig | en | warm) | (zie | tabel | 1). | Tijdens | deze veldbezoeken is | ook getracht | door middel van zicht juveniele dieren en (sub)adulte exemplaren van de rugstreeppad op te sporen door het aflopen van de planlocatie langs geschikt habitat na zonsondergang. De herpetenplaten zijn verspreid binnen geschikt leefgebied. Niet de gehele planlocatie betreft geschikt leefgebied. De platen zijn verspreid op | enigszins zanderige plaatsen met kleine hoogteverschillen | in de omgeving van watergangen. Tabel 1: schematische weergave veldbezoeken Soort onderzoek | Datum | Tijd | Temp. | Bft.
| Bewolking | Neerslag Voortplantings- | 14-05-2025 | 21:20-23:00 | 14 | 1 | Bewolkt | Geen biotoop Voortplantings- | 02-06-2025 | 21:45-23:30 | 18 | 2 | Half bewolkt | Geen biotoop | en installatieronde herpetenplaten Voortplantings- | 25-06-2025 | 21:30-23:00 | 18 | 2 | Bewolkt | Geen biotoop | en zomerbiotoop Zomerbiotoop | 08-07-2025 | 21:30-23:00 | 14 | 2 | Bewolkt | Geen Zomerbiotoop | 18-07-2025 | 20:00-22:00 | 17 | 2 | Helder | Geen Zomerbiotoop | 09-09-2025 | 20:00-22:00 | 14 | 2 | Half bewolkt | Geen 9 10 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) Figuur 2: locatie herpetenplaten
NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) 4. Resultaten Gedurende | het | nader | onderzoek | rugstreeppad | is | de | planlocatie | specifiek | beoordeeld | op | geschikt voortplantingsbiotoop | en | zomerbiotoop | van | rugstreeppad. | In | tabel | 2 | zijn | de | onderzoeksresultaten schematisch weergegeven. Tabel 2: Resultaten nader onderzoek Rugstreeppad Datum | Resultaten 14-05-2025 | Roep niet waargenomen, rugstreeppad niet aangetroffen 02-06-2025 | Roep niet waargenomen, rugstreeppad niet aangetroffen 27-06-2025 | Roep niet waargenomen, rugstreeppad niet aangetroffen 29-07-2025 | Rugstreeppad niet aangetroffen 12-08-2025 | Rugstreeppad niet aangetroffen 27-08-2025 | Rugstreeppad niet aangetroffen Tijdens de drie veldbezoeken in de voortplantingsperiode is geen kooractiviteit gehoord, zijn geen eisnoeren gevonden en zijn geen adulte dan wel subadulte | rugstreeppadden waargenomen. De | vier veldbezoeken tijdens de zomerperiode hebben tevens geen zichtwaarnemingen van adulte, subadulte of juveniele rugstreeppadden opgeleverd. Ook zijn geen dieren aangetroffen onder de herpetenplaten. Op basis van deze gegevens kunnen rugstreeppadden worden uitgesloten van de planlocatie. 4.1 Effectbeoordeling Tijdens de veldbezoeken zijn geen rugstreeppadden aangetroffen in het plangebied of binnen de invloedsfeer van | de | werkzaamheden.
| Negatieve | effecten | op | (de | voortplantingsplaatsen, | zomerhabitat, overwinteringsplaatsen en functioneel leefgebied van) rugstreeppad als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn daarmee uitgesloten. Maatregelen en een vergunning schadelijke handelingen flora en fauna zijn niet nodig. 11 12 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) 5. Conclusie In het voorjaar en de zomer van 2025 is de planlocatie door middel van 6 inventarisaties onderzocht op de aanwezigheid van rugstreeppad conform het soorteninventarisatieprotocol NGB (NGB, 2021) en kennisdocument rugstreeppad (BIJ12, 2017) onder gunstige weersomstandigheden. Op de planlocatie zijn geen rugstreeppadden aangetroffen. Het leefgebied wordt als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden niet aangetast. Bij de ontwikkelingen wordt verbodsbepaling art. 11.46 Bal van Omgevingswet ten aanzien van de rugstreeppad niet overtreden. Vervolgstappen in de vorm van een vergunningaanvraag en het nemen van mitigerende en compenserende maatregelen voor de rugstreeppad zijn niet aan de orde. 13 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) Verantwoording Literatuurlijst BIJ12. (2017). Kennisdocument rugstreeppad. Versie 1.0. Netwerk Groene Bureaus. (2021). Soorteninventarisatieprotocol in het kader van de Wet natuurbescherming .
versie nov 2023 Internet www.bij12.nl www.ravon.nl www.netwerkgroenebureaus.nl 14 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) Bijlage Verdieping wettelijk kader Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze wetgeving vervangt onder meer de Wet natuurbescherming. In deze wet is o.a. de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. Dit onderzoek beperkt zich tot soortbescherming rugstreeppad. Een ‘flora- en fauna-activiteit’ is volgens de definitie van het begrip zoals uitgewerkt in de bijlage bij art. 1.1 Omgevingswet een: ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’ Anders dan bij een ‘Natura 2000 -activiteit’, waarvan pas sprake is als een activiteit leidt tot een kans op significante gevolgen op beschermde Natura 2000-gebieden, is er al sprake van een ‘flora- en fauna-activiteit’ als het een mogelijk gevolg heeft voor één van nature in het wild levend dier of plant, ongeacht of deze soort beschermd is volgens de Omgevingswet. Doordat in de definitie wordt verwezen naar ‘van nature’ in het wild levende soorten, gaat de definitie niet op voor niet-van nature voorkomende soorten. Met andere woorden, de regels voor flora - en fauna-activiteiten gelden niet voor soorten die buiten he t natuurlijk verspreidingsgebied voorkomen of exoten, tenzij specifiek vermeld.
Als er sprake is van een flora - en fauna-activiteit, dient er rekening te worden gehouden met de regels in art. 11.27 Bal (specifieke zorgplicht), art. 11.28 Bal (voorkomen onnodig lijden dieren) en de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal (vergunningplicht bij schadelijke handelingen, regels vergunningsvrije gevallen). Hoewel de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal alleen betrekking hebben op de bij wet beschermde soorten, gelden de artikelen 11.27 en 11.28 ook met betrekking tot de niet-beschermde soorten. Specifieke zorgplicht flora en fauna In het Bal is een specifieke zorgplicht opgenomen voor onder meer alle ‘flora- en fauna-activiteiten’ die, zoals hiervoor aangegeven, vrijwel alle ruimtelijke activiteiten betreft (art. 11.27 Bal). 8 Deze specifieke zorgplicht komt in de plaats van de alge mene zorgplicht die in de Omgevingswet staat (zie hiervoor). Iedereen die een flora- en fauna-activiteit uitvoert, moet nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken (art. 11.27, 1e lid Bal). In het tweede lid staat de nadere uitw erking van de specifieke zorgplicht. In het tweede lid onder a is er met betrekking tot de reikwijdte van de zorgplicht voor flora - en fauna-activiteiten aangegeven dat deze plicht in ieder geval inhoudt dat moet worden nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van een aantal type soorten die kwetsbaar of bedreigd zijn.
Deze soorten betreffen in Nederland van nature voorkomende: • Vogelrichtlijn-soorten zoals genoemd in bijlage I Vrl en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, 2e lid Vrl; • Habitatrichtlijn-soorten als opgenomen in bijlage II, IV en V Hrl; • nationaal beschermde soorten (bijlage IX Bal); • dieren of planten die staan opgenomen op de Rode Lijsten; • voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Als deze aanwijzingen er zijn, moet worden vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten. 15 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) Zijn nadelige gevolgen niet uit te sluiten, dan wordt gevraagd om na te gaan welke nadelige gevolgen kunnen optreden en passende preventieve maatregelen te nemen, de activiteit te staken, of, als dat niet kan, passende herstelmaatregelen te nemen. Verder wordt er ook gevraagd om tijdens en na het verrichten van de activiteit na te gaan of de getroffen passende preventieve maatregelen de beoogde effecten hebben.
De zorgplicht geldt altijd voor alle in het wild levende soorten, ongeacht een eventueel van toep assing zijnde vrijstelling, gedragscode of vergunning. De zorgplicht voor soorten is bovendien niet beperkt tot de dieren en planten zelf, maar ook tot de directe leefomgeving van de soorten. Dat betreft voor dieren de foerageergebieden, rust en vaste verblijfplaatsen en plaatsen voor het grootbrengen van de jongen. Mochten de zorgplichtbepalingen niet helder genoeg zijn, dan staat het bevoegd gezag vrij om middels maatwerkregels (artikel 11.29 Bal) of maatwerkvoorschriften (artikel 11.31 Bal) deze te verduidelijken. Bijvoorbeeld door het opnemen van regels in een provinciale Omgevingsverordening of het stellen van een maatwerkvoorschrift of vergunningsvoorschrift. Zoals ook aangegeven hiervoor met betrekking tot de specifieke zorgplicht voor Natura 2000 -gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden, is de kern van de zorgplichtbepaling voor flora- en fauna-activiteiten dat als er sprake is van nadelige gevolgen op in het wild voorkomende soorten, deze, indien redelijkerwijs kan worden gevergd, moeten worden voorkomen, beperkt of ongedaan worden gemaakt. Ook in art. 11.27, tweede lid wordt verwezen naar passende preventieve maatregelen of passende herstelmaatregelen. In art.
11.27, tweede lid onder b Bal wordt aangegeven dat er moet worden ‘vastgesteld’ of o p voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten. Daarnaast zijn de overige voorwaarden in het tweede lid onder c t/m f zodanig concreet dat in deze bewoording kan worden gelezen dat er aantoonbaar aan deze voorwaarden moet worden voldaan, zeker ook met in het achterhoofd dat de specifieke zorgplichten in de Omgevingswet zowel bestuurlijk als strafrechtelijk kunnen worden gehandhaafd. Om aantoonbaar aan de voorwaarden van de specifieke zorgplicht te kunnen voldoen, is het noodzakelijk dat de toetsing aan de zorgplichtbepalingen in een Natuurwaardenonderzoek of nader onderzoek wordt vastgelegd. Hiertoe kan door ecologische adviesbureaus – naast een bureaustudie door raadpleging van verspreidingsgegevens in tools zoals de NDFF – een ‘Habitatcheck’ worden uitgevoerd naar het voorkomen van de genoemde soorten, op basis van de geschiktheid van het aanwezige habitat als leefgebied van deze soorten. Afhankelijk van het aan te treffen habitat, kan daardoor goed inzicht worden verkregen in het mogelijk voorkomen van soorten of soortgroepen. Of een nader onderzoek ook naar redelijkheid kan worden gevergd om de aanwezigheid te kunnen uitsluiten, zal afhangen van de opdrachtgever.
Vervolgens moet worden beschreven in de Natuurwaardenonderzoek of nader onderzoek of nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten of dat deze kunnen worden voorkomen, beperkt of ongedaan kunnen worden gemaakt door maatregelen zoals hiervoor aangegeven. De soortenbeschermingsregimes In de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.4 Bal zijn de verschillende soortenbeschermingsregimes opgenomen: • § 11.2.2 Bal: omgevingsvergunning soorten Vogelrichtlijn • § 11.2.3 Bal: omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn • § 11.2.4 Bal: omgevingsvergunning andere soorten Onder iedere paragraaf zijn de vergunning plichtige gevallen en de vergunningsvrije gevallen aangegeven. In de Omgevingswet wordt niet meer gesproken over verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of vrijstelling kan worden verleend, maar over schadelijke handelingen die leiden tot een vergunning plichtig geval. De inhoud van de schadelijke handelingen komen overeen met de verbodsbepalingen van de soortenbeschermingsregimes uit de OW, aangezien deze rechtstreeks voortkomen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en internationale Verdragen en betreffen de volgende schadelijke gevallen: 16 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) De Omgevingswet onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 2).
De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). He t 3e beschermingsregime, andere soorten, betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau (nationaal beschermde soorten). Daarnaast geldt dat voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. Als door het tijdig nemen van (effectief bewezen) maatregelen een vaste rust - en verblijfplaats in stand blijft, en daardoor geen verbodsverboden uit de OW worden overtreden, is een vergunningaanvraag niet Schadelijke handelingen Vogelrichtlijn (art. 11.37 Bal): Schadelijke handelingen Habitatrichtlijn (art. 11.46 Bal): Schadelijke handelingen andere soorten (art. 11.54 Bal) Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in art. 1 Vrl Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren Hrl bijlage IV, onder a, Bern bijlage II, Bonn bijlage I (ex. vogels art.
1 Vrl); Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A Het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels Het opzettelijk verstoren van dieren Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren Het opzettelijk storen van vogels* Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b Hrl of bijlage I verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied 17 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) noodzakelijk.
Wel is het dan van belang om een en ander onderbouwd vast te leggen in een mitigatieplan / projectplan, voor het geval er een handhavingsverzoek of toezicht aan de orde is kan ondanks het nemen van maatregelen niet worden voorkomen dat schadelijke handelingen plaatsvinden, dan is een vergunningaanvraag noodzakelijk. De rugstreeppad wordt landelijk beschermd onder het beschermingsregime van Habitatrichtlijn. Het is verboden rugstreeppad te verstoren, doden, te verwonden en hun vaste rust - of voortplantingsplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. 18 NADER ONDERZOEK RUGSTREEPPAD –DE OMLOOP, RHOON (SPORTPARK) Disclaimer Deze rapportage is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze rapportage mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Ecofect B.V., noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Ecofect B.V. is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortv loeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Ecofect B.V. voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezighe id van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fau na, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2025 Ecofect B.V.; Nunspeet