CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluit (1) Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen regio Rotterdam.pdf

Gemeenteraad AW 19 december 2022, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 11: Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen regio Rotterdam6.485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSBESLUIT Onderwerp: Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen regio Rotterdam

Gemeenteraad: 19 december 2022

Zaaknummer: 639722

De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 8 november 2022; gelet op Wet gemeenschappelijke regeling Regionaal beleidsplan maatschappelijke opvang en beschermd wonen 2022-2026;

BESLUIT: 1. Aan het College toestemming te verlenen voor het vaststellen van de Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen regio Rotterdam. 2. De gemeenteraad te verzoeken om een zienswijze kenbaar te maken op de ontwerpregeling zonder opmerkingen ten aanzien van de Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam;

Aldus besloten in de vergadering van de gemeenteraad Albrandswaard van 19 december 2022.

Toelichting bij de Gemeenschappelijke Regeling beschermd wonen regio Rotterdam. Algemene toelichting Inleiding Het regionaal bestuurlijk overleg maatschappelijke opvang -beschermd wonen (hierna bestuurlijk overleg) heeft in juni 2020 besloten om de reeds bestaande regionale samenwerking te consolideren en vast te leggen in de vorm van een Gemeenschappelijke Regeling (hierna: GR). Het concept van de regeling is in het voorjaar van 2022 in het bestuurlijk overleg door de leden vastgesteld en vervolgens door elk van de colleges van de deelnemende gemeenten ter goedkeuring aan de gemeenteraden aangeboden.

Algemeen Een inwoner komt in aanmerking voor tijdelijk beschermd wonen op grond van de Wmo2015, voor zover hij in verband met psychische of psychosociale problemen niet in staat is op eigen kracht, met gebruikelijke en ambulante hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn eigen sociale netwerk, zelfstandig te wonen en participeren in de samenleving. De doelgroep wordt bepaald door de volgende criteria: o De inwoner is 18 jaar of ouder. o De inwoner heeft de Nederlandse nationaliteit of verblijft duurzaam legaal in Nederland. o De inwoner heeft psychische problemen en/of psychosociale problemen, en o De problemen die de inwoner ondervindt in het zelfstandig wonen en participeren in de samenleving zijn niet op te lossen op eigen kracht, met gebruikelijke en ambulante hulp, mantelzorg, hulp vanuit andere personen uit het eigen sociaal netwerk, algemene of andere maatwerk voorzieningen en/of (para)medische zorg. o Cliënten kunnen daarbij hun zorgvraag niet uitstellen en/ of kunnen niet zelf hulp inroepen. Beschermd wonen waarbij voor de lange termijn een permanent blijvend toezicht of 24 uurs ondersteuning aan de orde is en er geen perspectief is op verbetering, valt onder de Wet langdurige zorg en is derhalve geen onderwerp van deze GR.

Vorm van de GR Conform de afspraak in het bestuurlijk overleg is deze GR een zogenaamde ‘lichte GR’. Dat betekent dat deze GR geen eigen rechtspersoon is, geen eigen bevoegdheden krijgt, geen personeel in dienst heeft en geen eigenstandige begroting of jaarrekening voert. Het belangrijkste dat deze regeling regelt is de mandatering aan de centrumgemeente Rotterdam van de uitvoering van de taken die bij beschermd wonen horen en de afspraken over de bekostiging van deze taken. Gelet op het feit dat elke gemeente op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 individueel verantwoordelijk is voor de verstrekking van de maatwerkvoorziening beschermd wonen, is het noodzakelijk om de wijze van samenwerking vast te leggen.

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsbepalingen In artikel 1 is beschermd wonen gedefinieerd als ‘beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, waaronder in deze regeling wordt verstaan de intramurale en semimurale voorzieningen en ondersteuning’.

Deze omschrijving in de Wmo2015 luidt als volgt: beschermd wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een

psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Artikel 2 Doel en toepassingsbereik In dit artikel is aangegeven welke gemeenten de samenwerking aangaan en dus voor welke inwoners en op welk grondgebied de regeling van toepassing is. Artikel 3 Centrumgemeente De GR wijst de gemeente Rotterdam als centrumgemeente aan. Hiermee wordt de feitelijke situatie zoals deze bestaat sinds 2015 gecontinueerd. Artikel 4 Taken In dit artikel staan alle taken die de gemeente Rotterdam uitvoert in opdracht van de GR, voor alle deelnemende gemeenten inclusief de gemeente Rotterdam zelf. Het gaat hier om het onderzoek en beschikken van de beschermd wonen-ondersteuning op grond van de Wmo2015 voor de doelgroep. Het beslissen op de aanvraag en het nemen van het besluit, kan zowel een toekenning als een afwijzing inhouden. Het mogen nemen van de besluiten, of besluiten op bezwaar, impliceert ook de bevoegdheid tot het verrichten van handelingen die daarmee samen kunnen hangen, zoals het verdagen alsmede het besluiten op verzoeken tot rechtstreeks beroep.

Het beslissen ten aanzien van semimurale voorzieningen geldt vanaf het moment dat de vigerende Verordeningen maatschappelijke ondersteuning in deze mogelijkheid voorzien. De uitvoering gebeurt door de stedelijke Wmo-toegangsloketten van de gemeente Rotterdam, conform de werkwijze van de gemeente Rotterdam. Deze werkwijze is gebaseerd op de Wmo2015 en de Rotterdamse verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2018, en op basis van toekomstige wijzigingen van deze wet- en regelgeving. De regelgeving maatschappelijke ondersteuning van de centrumgemeente en de regiogemeenten is en dient congruent aan elkaar te zijn.. Dat is van belang om geen ongelijkheid in het beoordelen en verstrekken van de aanvragen te krijgen. In overleg met de lokale toegangsteams van de deelnemende gemeenten kan informatie van cliënten en voorzieningen verwerkt worden in het onderzoek. Deze samenwerking wordt door de deelnemende gemeenten, afhankelijk van hun behoefte, nader ingevuld. In artikel 4d is de behandeling van klachten en beslissen op bezwaarschriften geregeld. De beslissing op bezwaar mag, op grond van de AWB (art. 10.3 lid 3), niet in mandaat of ondermandaat worden genomen door de degene die het primaire besluit waartegen het bezwaar is gericht, heeft genomen.

Dit betekent dat de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Rotterdam een advies geeft aan de deelnemende gemeente wanneer het een bezwaar betreft tegen een beschikking voor een inwoner van een van de regiogemeenten, (behalve Rotterdam). De deelnemende gemeente dient vervolgens zelf een besluit te nemen op het bezwaarschrift. De voorbereiding wordt wel door de centrumgemeente uitgevoerd. Andere taken van de centrumgemeente zijn de inkoop en het contractmanagement. Rotterdam is opdrachtgever in de aanbestedingsprocedures en sluit de contracten met de Wmo2015 zorgaanbieders van intra- en toekomstige semimurale voorzieningen af. Ook stuurt de gemeente Rotterdam als centrumgemeente via het contractmanagement op de uitvoering van de contracten. Hierin vertegenwoordigt Rotterdam derhalve ook de andere gemeenten. Agendapunten rondom inkoop en contractmanagement worden ambtelijk en bestuurlijk voorbereid in overleg met de deelnemende gemeenten. Signalen over aanbieders worden door de contractmanagers in verschillende structuren besproken. Signalen of meldingen kunnen door de afzonderlijke gemeenten gemeld worden bij de contractmanager of indien noodzakelijk bij de toezichthoudende

ambtenaren. Daarover informeren de deelnemende gemeenten elkaar via het ambtelijk dan wel bestuurlijk overleg van deze regeling. Een laatste set aan taken van de centrumgemeente gaat over de monitoring en sturingsinformatie. Rotterdam onderhoudt de regiomonitor beschermd wonen en rapporteert daarover minimaal tweejaarlijks aan de regiogemeenten. Daarin is ook de actuele stand van zaken van de regionale spreiding van de intramurale voorzieningen opgenomen.

In de regiomonitor beschermd wonen zijn onder andere gegevens te vinden over aantallen cliënten, spreiding van voorzieningen, de gemeenten van herkomst van cliënten, gemeente van plaatsing en in- en uitstroom. De monitor is bedoeld om kwantitatief en trendmatig inzicht te verschaffen over de ontwikkelingen beschermd wonen en is niet bedoeld als afrekeninstrument. Onder externe partijen (waar contacten mee worden onderhouden) worden partijen verstaan zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de G-4 gemeenten of het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Artikel 5 Mandaat, volmacht, machtiging De GR krijgt geen eigenstandige bevoegdheid. De gemeenten zijn en blijven formeel eindverantwoordelijk voor beschermd wonen als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. De deelnemende gemeenten spreken wel af dat zij de uitvoering van de alle taken genoemd in artikel 4, in mandaat, volmacht of machtiging laten uitvoeren door de centrumgemeente Rotterdam. Hiermee vervangt de regeling het mandaat dat nu per gemeente apart is afgesproken in separate mandaatbesluiten. Mede als gevolg van het feit dat er sprake is van mandatering van taken, kunnen op grond van deze regeling geen zelfstandige besluiten genomen worden. Het bestuurlijk overleg geeft daarom een advies aan de deelnemende gemeenten om een collegebesluit te nemen.

Er dient daarom altijd een collegebesluit genomen te worden om iets vast te leggen, al dan niet gevolgd door een raadsbesluit. Denk bijvoorbeeld aan het vaststellen van de regiobijdrage aan het regionale budget voor BW, een uitvoeringsplan of een verordening. De deelnemende gemeenten hebben bij het aangaan van deze regeling geen dienstverleningsovereenkomsten. In lid 3 is geregeld dat, indien nodig, de mogelijkheid bestaat deze dienstverleningsovereenkomsten af te sluiten. In lid 4 is geregeld dat de gemeenten hun mandaat altijd weer kunnen intrekken, hetgeen inherent is aan mandaat. De leveringsopdrachten lopen evenwel altijd via de centrumgemeente en kunnen niet door de gemeenten overgenomen worden omdat dit gekoppeld is aan de gezamenlijke inkoop van beschermd wonen. In lid 5 is geregeld dat, ondanks dat de regiogemeenten hun taken hebben gemandateerd, zij deel uit kunnen maken van het toegangsproces alsmede hun aandeel kunnen (en soms moeten) hebben ten behoeve van het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. Met het kenbaar maken van de zienswijze van de regiogemeente wordt bedoeld dat het de regiogemeente vrij staat aan te geven welk besluit zij voor ogen heeft. Het advies aan de centrumgemeente om in een concrete casus een beroep te doen op de hardheidsclausule valt daar ook onder.

Echter, de bevoegdheid om te beslissen blijft op grond van het mandaat bij de centrumgemeente liggen. Artikel 6 Bestuurlijk overleg Dit artikel regelt de werkwijze van het bestuurlijk overleg en wie eraan deelneemt. Van elke deelnemende gemeente neemt één wethouder deel aan het bestuurlijk overleg. De deelnemende wethouder heeft in ieder geval de maatschappelijk ondersteuning in zijn/haar portefeuille. Op verzoek van de deelnemers kan

(bijvoorbeeld) een wethouder Wonen incidenteel deelnemen aan het bestuurlijk overleg. Deze heeft dan een adviserende rol en kan de bestuurlijke verbinding met de andere wethouders wonen in de regio Rijnmond verzorgen. De reden hiervoor is dat wonen en uitstroom van cliënten van intra- en semimurale voorzieningen naar zelfstandige woningen een belangrijke factor voor succes is en dat de gemeenten hierin ook gezamenlijk willen optrekken. De wethouders van het bestuurlijk overleg wijzen onderling een voorzitter aan. Het voorzitterschap kan indien gewenst technisch ingevuld worden door de secretaris. De secretaris is conform artikel 8 verantwoordelijk voor de voorbereiding van het bestuurlijk overleg en draagt zorg voor de daaraan voorafgaande noodzakelijke ambtelijke en bestuurlijke afstemming. Het BO kan instemmen dan wel advies geven. Het bestuurlijk overleg streeft daarbij naar consensus en geeft een gezamenlijk advies aan de colleges. In het BO vindt geen besluitvorming plaats gelet op de aard van de GR. Als er op basis van consensus geen eensluidend advies gegeven kan worden, dan is in de regeling opgenomen dat er over een advies gestemd kan worden. Elke deelnemer heeft daarbij een volwaardige stem. Vijf van de zeven deelnemers moeten akkoord zijn om een advies te geven. Dit is alleen een optie als er geen consensus bereikt kan worden in het bestuurlijk overleg.

Dit laat onverlet dat er, gelet op de GR en de Wmo2015, altijd een collegebesluit door de respectievelijke colleges van burgmeester en wethouders volgt op de adviezen van het bestuurlijk overleg. Artikel 7 Ambtelijk overleg In dit artikel wordt het ambtelijk overleg ingeregeld. Dit overleg bestaat uit ambtenaren van de betrokken gemeenten. Deze ambtenaren bereiden het bestuurlijk overleg voor. In de ambtelijke werkgroep wordt het lokale beleid van de deelnemende gemeenten zoveel mogelijk op elkaar afgestemd, zodat er een optimale aansluiting is tussen lokaal beleid enerzijds en regionaal beleid anderzijds. Tevens worden onderwerpen inzake deze regeling besproken en geagendeerd voor het bestuurlijk overleg. Artikel 8 Secretaris en ambtenaren De regeling voorziet in een ambtelijk secretaris. Deze bereidt de ambtelijke en bestuurlijke overleggen voor. Daarnaast onderhoudt de secretaris de noodzakelijke contacten met de betrokken afdelingen in de gemeente Rotterdam en de regiogemeenten. De ambtelijk secretaris is in dienst van de centrumgemeente. Artikel 9 Beleidsplan en werkplan De raden van de deelnemende gemeenten stellen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 het beleidskader voor beschermd wonen vast. Het regionale beleidsplan vormt dan ook het meerjarige inhoudelijke kader voor de uitvoering van de taken in deze regeling.

Het beleidsterrein beschermd wonen is tevens verbonden aan het beleidsterrein maatschappelijke opvang. Omdat de GR alleen betrekking heeft op beschermd wonen wordt in dit artikel alleen het beleid rondom beschermd wonen genoemd. Bij het opstellen van het beleidsplan wordt de verbinding gemaakt met de maatschappelijke opvang. Daarnaast wordt door de centrumgemeente aan het bestuurlijk overleg tweejaarlijks een werkplan voorgelegd waarin een overzicht wordt gegeven van de wijze waarop de taken van de centrumgemeente voor de GR worden uitgevoerd. Artikel 10 Regelgeving In dit artikel wordt verwezen naar landelijke en gemeentelijke regelgeving, die geldt voor de doelgroep beschermd wonen en waar de gemeenten zich aan moeten conformeren. Het gaat bijvoorbeeld om het in beleidsregels vertaalde Convenant Landelijke Toegankelijkheid. Dit convenant regelt dat elke inwoner van

Nederland zich tot elke gemeente kan wenden met een verzoek voor beschermd wonen en de wijze waarop gekeken wordt in welke gemeente de grootste kans van slagen is. Daarnaast wordt verwezen naar de gemeentelijke verordeningen maatschappelijke ondersteuning en beleidsregels. Deze vormen, als uitwerking van de in de Wmo2015 aan de gemeente opgedragen taken, de juridische basis voor de uitvoering van de taken. Gelet op het mandaat voor de centrumgemeente om beschermd wonen als maatwerkvoorziening te verstrekken is het van groot belang dat de gemeentelijke regelgeving binnen de regio zoveel als mogelijk gelijkluidend is. Dit temeer omdat er is afgesproken dat er geen regionale verordening beschermd wonen komt. Dat zou ook niet passen bij de aard van de gemeenschappelijke regeling. De gemeentelijke verordeningen worden op elkaar afgestemd zodat de teksten gelijkluidend zijn en er daarmee een gelijke basis voor de uitvoering is bij alle deelnemende gemeenten. Artikel 11 Inkoop en overeenkomsten In artikel 4 is al aangegeven dat de centrumgemeente de inkoop van beschermd wonen verzorgt namens de regio. In dit artikel wordt specifiek benoemd dat de gemeente Rotterdam de contractverplichtingen met de Wmo-aanbieders intramurale en semimurale ondersteuning aangaat. De leveringsplicht van de aanbieders geldt voor de gehele regio.

Aanbieders kunnen onderdelen van de levering laten uitvoeren door een onderaannemer. De voorwaarden hiervoor zijn vastgelegd in het contract tussen de centrumgemeente en de aanbieder. Daarbij is de belangrijkste regel dat de onderaannemer minimaal aan alle kwaliteitsvereisten dient te voldoen die ook gelden voor de hoofdaannemer én dat de hoofdaannemer te allen tijde verantwoordelijk is voor de onderaannemer. Tussentijdse toetreding van aanbieders is beperkt mogelijk en is geregeld in de inkoopvoorwaarden die de gemeente Rotterdam, mede op grond van de aanbestedingswetgeving, heeft opgesteld. Die kunnen derhalve niet door het bestuurlijk overleg gewijzigd worden. Ook al is de gemeente Rotterdam formeel de enige opdrachtgever voor de beschermd wonen-aanbieders, eventuele wijzigingen in de inkoop worden vooraf voorgelegd aan het bestuurlijk overleg. Het bestuurlijk overleg kan daarvoor ook suggesties doen, bijvoorbeeld omdat het zorglandschap niet dekkend meer is en er een ander aanbod nodig is. Echter: beoordeling én besluitvorming geschiedt door de centrumgemeente. Artikel 12 Inlichtingen Dit artikel regelt de wederzijdse verplichting voor de deelnemende gemeenten om elkaar tijdig te informeren op het brede gebied van beschermd wonen en aanpalende beleidsterreinen.

Het regionaal beschermd wonenbeleid is beperkt en kan alleen goed werken als de colleges ook lokaal inzet plegen op bijvoorbeeld participatie, preventie en huisvesting. Veranderingen in lokaal beleid kunnen gevolgen hebben voor de uitvoering van het regionaal beleid en andersom. Gemeenten moeten elkaar dus ambtelijk en bestuurlijk blijven informeren hierover. Voor de centrumgemeente Rotterdam geldt specifiek dat zij de regio informeert over de uitvoering van de gemandateerde taken, mede zodat de wethouders op hun beurt de eigen raad kunnen informeren.

De ambtelijk secretaris zorgt waar nodig voor openbaarmaking van de stukken, onder meer via de kanalen en website van de centrumgemeente. Hiermee is de uitvoering van de gemeenschappelijke regeling te volgen voor belangstellenden. Artikel 13 Budget De verantwoordelijkheid voor beschermd wonen is sinds 1 januari 2015 belegd bij gemeenten. De financiering daarvan verloopt via de centrumgemeenten en is beoogd verlegd te worden naar individuele gemeenten, als gevolg van de doordecentralisatie beschermd wonen. Gelijktijdig zal daarmee ook de omvang van financiering van beschermd wonen gewijzigd worden en zullen gemeenten een eigen budget ontvangen voor de uitvoering van deze taken, berekend op basis van een zogeheten “geïntegreerd objectief verdeelmodel”.

Het Rijk en de VNG hebben begin 2022 bekend gemaakt dat de invoering van het woonplaatsbeginsel en het daarmee samenhangende nieuwe verdeelmodel, dat per 2023 zou ingaan, wordt uitgesteld. De financiering van beschermd wonen blijft vooralsnog verlopen via de centrumgemeente. Om wel alvast heldere financiële afspraken te hebben is de toekomstige gewenste financiële verdeling binnen de regio Rotterdam vastgelegd in deze regeling. Artikel 13 regelt het budget ter uitvoering van de gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam. Er is afgesproken dat de deelnemende gemeenten gezamenlijk financieel verantwoordelijk zijn voor de kosten van de uitvoering van de taken die vanuit de regeling gemandateerd zijn aan de gemeente Rotterdam. In 2023 is het budget gebaseerd op de daadwerkelijke uitgaven aan beschermd wonen. Er is door de deelnemende gemeenten afgesproken dat zij vanaf de ingangsdatum van de doordecentralisatie 90% van de door het Rijk beschikbare middelen in het jaarlijkse budget voor de regionale uitgaven aan beschermd wonen reserveren. De feitelijke bijdrage kan per jaar verschillen en hangt af van het jaarbudget en van het financiële resultaat per jaar. De aanname hierbij is dat 90% van de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen afdoende dekkend moet zijn om de regionale uitvoering te bekostigen.

De overige 10% van de middelen blijft lokaal beschikbaar voor gemeentelijke initiatieven in de maatschappelijke ondersteuning die ondersteunend zijn aan het regionale -beleid zoals vastgesteld in het beleidsplan. Voorafgaand aan elk volgend kalenderjaar wordt door de gemeente Rotterdam een benodigd budget voor het volgende jaar opgesteld en wordt de bijdrage per gemeente berekend. Dit wordt door het bestuurlijk overleg uiterlijk op 1 maart van het jaar voorafgaand aan het volgend kalenderjaar vastgesteld. Dat geeft de gemeenten voldoende tijd om de middelen te reserveren in de eigen gemeentelijke begroting. De gemeenten zullen periodiek een deel van de jaarlijkse bijdrage overmaken aan de gemeente Rotterdam. De te volgen periodiciteit van de bijdragen wordt in het bestuurlijk overleg vastgesteld. De gemeente Rotterdam stelt ter voldoening van de bijdragen een factuur op voor elke gemeente. De bijdragen dienen uiterlijk binnen 30 dagen ontvangen te zijn. Artikel 14 Financiële verantwoording De gemeente Rotterdam voert de financiële administratie en is verantwoordelijk voor de verantwoording van de financiële middelen. Twee keer per jaar stelt de gemeente Rotterdam een financieel overzicht op. Hierdoor houden de deelnemende gemeenten zicht op de uitputting van het budget. De centrumgemeente kan geen financiële reserve opbouwen op grond van de regeling.

Dat betekent dat er per jaar afgerekend wordt met de deelnemende gemeenten. Dit geldt zowel als sprake is van een overschot (teruggave aan de deelnemende gemeenten) als wanneer sprake is van een tekort (bijstorten door de deelnemende gemeenten). Er wordt niet afgerekend op basis van productie per cliënt per gemeente. Dat hoeft ook niet omdat de gemeenten in deze regeling onderlinge solidariteit hebben afgesproken op de besteding van de middelen. Dat betekent dat de gemeente Rotterdam als centrumgemeente over het geheel van de bestedingen van de beschermd wonen-middelen verantwoording aflegt aan alle gemeenten. Deze verantwoording zal de basis moeten zijn voor het beoordelen van de getrouwheid en rechtmatigheid van de besteding van de middelen. De deelnemende gemeenten sluiten zich aan bij het gemeenschappelijk controleprotocol (zie het vierde lid) dat gehanteerd wordt door de gemeente Rotterdam voor de verantwoording van de beschermd wonen-middelen. Daarin is ook vastgelegd welke materialiteit voor de gemeente Rotterdam geldt voor de controle door de externe accountant van de gemeente Rotterdam. Op deze manier kan elke gemeente de rechtmatigheid van de door hen beschikbare middelen aantonen, zoals verwoord in het vijfde lid van dit artikel.

De gemeente Rotterdam zal in de jaarverantwoording zorgen voor een materiële controle op de besteding. De jaarverantwoording is in mei van het jaar volgend op het begrotingsjaar beschikbaar en wordt aan het bestuurlijk overleg verstrekt. De jaarverantwoording geldt tevens als afrekening en bepaalt of de deelnemende gemeenten geld terugontvangen of moeten bijstorten. Als er een terugstorting of bijstorting aan de orde is, wordt deze berekend op basis van het objectieve verdeelmodel, en daarmee het percentage van de inleg van de gemeente. Artikel 15 Toetreding Als er andere gemeenten willen toetreden dan is dat mogelijk. De verwachting is echter niet dat er op korte termijn een wijziging in de deelnemende gemeenten zal zijn. Dit is als standaardbepaling opgenomen. Artikel 17 Uittreding Dit artikel regelt de tussentijdse uittreding van een gemeente. Het is uiteraard mogelijk als gemeente om de regeling te verlaten, om welke reden dan ook. Gemeenten hebben zich landelijk wel gecommitteerd aan een vorm van regionale samenwerking om zo hun beschermd wonen taken optimaal uit te kunnen voeren. Artikel 19 Evaluatie In dit artikel is opgenomen dat de regeling wordt geëvalueerd. De evaluatie van de GR wordt elke vier jaar, bij voorkeur gelijktijdig met de evaluatie van het regionale beleidsplan Beschermd wonen, uitgevoerd.

Met het opnemen van een bepaling over evalueren voldoen de gemeenten aan de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 20 Inwerkingtreding De GR treedt in werking na publicatie in het gemeenteblad en dat is wanneer alle raden van de deelnemende gemeenten toestemming hebben verleend de regeling aan te gaan. De GR heeft geen einddatum en is voor onbepaalde tijd aangegaan.

Voorstel Onderwerp: Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen regio Rotterdam Portefeuillehouder Mieke van Ginkel

College van burgemeester en wethouders 8 november 2022

Zaaknummer 639722

Openbaar

E-mailadres opsteller: r.ditvoorst@bar-organisatie.nl

Geadviseerd besluit 1. Aan het College toestemming te verlenen voor het vaststellen van de Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen regio Rotterdam. 2. De gemeenteraad te verzoeken om een zienswijze kenbaar te maken op de ontwerpregeling zonder opmerkingen ten aanzien van de Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam;

Raadsvoorstel Inleiding Op 20 december 2021 heeft de raad het Regionale Beleidsplan Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2022-2026 vastgesteld. In hoofdstuk 12 van dit beleidsplan over de governance is de voorkeur van een gemeenschappelijke regeling uitgesproken met ingangsdatum van 1-1-2023. Hiervoor zal, conform dit beleidsplan, aan alle gemeenteraden in de regio toestemming worden gevraagd. Beoogd effect Met het aangaan van de GR Beschermd Wonen Regio Rotterdam willen wij de bestaande regionale samenwerking bestendigen en formaliseren om daarmee te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van de gemeentelijke taken en om invulling te geven aan de wettelijke verplichting tot regionale samenwerking. Argumenten 1.1 We borgen de kwaliteit van het aanbod beschermd wonen In Albrandswaard is er een relatief klein aantal inwoners dat beschermd woont. Samenwerking in de regio en voortzetting van de uitvoering bij de gemeente Rotterdam is belangrijk om de kwaliteit van de uitvoering te borgen en niet onnodige uitvoeringskosten te hoeven maken. De huidige samenwerking verloopt goed. Door deze samenwerking voort te zetten kunnen we in de regio, en dus voor Albrandswaard, ervoor zorgen dat het aanbod beschermd wonen aansluit bij de behoefte van de inwoners en we kwalitatief goede aanbieders aan ons binden.

Het schetsen van duidelijke kaders in een gemeenschappelijke regeling is hiervoor noodzakelijk. De portefeuillehouders van de gemeenten in onze regio hebben alle ingestemd met de voortzetting van de bestaande samenwerking voortzetten in een GR 1.2 Toestemming van de raad is vereist Op grond van artikel 1, lid 4 Wet gemeenschappelijke regelingen kan het college pas de regeling vaststellen nadat de gemeenteraad hiervoor toestemming heeft verleend. De gemeenteraad kan de toestemming (uiteindelijk) slechts onthouden wegens strijd met recht of het algemeen belang. 1.3 Het Rijk en de VNG verplichten gemeenten tot een samenwerking betreffende Beschermd Wonen Op 26 juni 2020 stemden gemeenten in VNG-verband in met de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) voor beschermd wonen. De NvO geeft richting aan de samenwerking tussen gemeenten bij het organiseren en inkopen van beschermd wonen. Gemeenten worden hiermee verplicht om samen te werken in een regio. Binnen de huidige regio werkt de samenwerking goed. Het is daarom logisch om in dit verband de samenwerking voort te zetten. Als Ridderkerk niet bij de huidige regio Rotterdam als samenwerkingsgebied aan wil sluiten dan zal het moeten kijken naar andere samenwerkende gemeenten, omdat zelfstandige uitvoering ervan niet mogelijk is. 1.4 Beschermd wonen is een gedecentraliseerde gemeentelijke taak.

In de GR maken de gemeenten in de regio afspraken over publiekrechtelijke taken en bevoegdheden. Daarom is het noodzakelijk deze vorm te geven op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 1.5 Een lichte GR is op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen een passende vorm om de samenwerking vast te leggen Omdat het om afspraken gaat tussen gemeenten en het gaat om de uitvoering van een publieke taak is het logisch om het in een GR vorm te geven. Daarmee is het ‘zwaarder’ dan een ondertekend convenant. De voorgestelde lichte vorm van de GR neemt echter geen besluiten, heeft geen begroting en P&C-cyclus, en voert ook geen taken uit. Een dienstverleningsovereenkomst past niet goed bij de vormgeving van een intergemeentelijke samenwerking en veronderstelt een opdrachtgeveropdrachtnemer relatie (in de privaatrechtelijke sfeer) en doet geen recht aan de wijze waarop er ambtelijk en bestuurlijk wordt samengewerkt. 1.6 Door de samenwerking in een GR vast te leggen wordt tevens de noodzakelijke democratische legitimiteit gerealiseerd.

Want ook bij een lichte GR, zoals de voorliggende, is toestemming van de gemeenteraden vereist. Ook wordt de GR gepubliceerd conform de vereisten aan gemeentelijke regelgeving waarmee wordt voldaan aan vereisten van transparantie en kenbaarheid voor inwoners. 2.1 De raad heeft het recht een zienswijze in te dienen. Artikel 1, lid 3 Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) geeft per 1-7-2022 gemeenteraden de mogelijkheid om een zienswijze te geven op het ontwerp van de regeling. Hiervoor geldt een termijn van acht weken. Indien de raad geen zienswijze wil inbrengen, dienen zij dit zo snel als mogelijk aan het college mede te delen. Overleg gevoerd met Op 28 september 2022 is de voorliggende regeling voor de GR in het regionale bestuurlijke overleg besproken. Alle portefeuillehouders hebben met de voorliggende GR ingestemd. De GR en mandaatregeling is met JZ afgestemd. In mei vorig jaar zijn er regionale webinars voor klantenraden en gemeenteraadsleden georganiseerd waarbij ook de samenwerkingsvorm is besproken. Dit is ook bij de commissie in januari met betrekking tot het regionale beleidsplan besproken. In juli 2022 is er een regionaal webinar voor klantenraden gehouden over de stand van zaken van rondom beschermd wonen en de GR.

Omdat het besluit tot een GR een collegebevoegdheid is en de huidige samenwerking in deze GR wordt geformaliseerd en gecontinueerd is er geen advies aan de klantenraden gevraagd. Op 5 en 7 oktober is er regionaal webinar voor raadsleden hierover gehouden. Kanttekeningen 2.1 Het indienen van een zienswijze kan de inwerkingtreding van de gemeenschappelijke regeling vertragen In regionaal overleg is afgesproken om de gemeentelijke besluitvorming in 2022 af te ronden. Als de gemeenteraad een zienswijze indient zal deze in regionaal verband worden besproken. Bij voorgestelde wijzigingen in de regeling zal de portefeuillehouder dan moeten onderzoeken of er bij de andere gemeenten genoeg draagvlak is om de mutaties door te voeren in de tekst van de Gemeenschappelijke Regeling 2.2 De gemeenschappelijke regeling hoeft nog niet per 1 januari 2023 in werking te treden Dat is omdat de inwerkingtreding van het nieuwe verdeelmodel en het woonplaatsenbeginsel opnieuw met 1 jaar is uitgesteld tot 1-1-2024. De huidige afspraken hebben daarmee rekening gehouden. Verder uitstel is daarom niet nodig en onwenselijk vanwege de voorbereidingen die nu al zijn gedaan. Uitvoering/vervolgstappen Zodra de colleges van alle gemeenten in de regio de GR hebben vastgesteld zal deze en het mandaatbesluit worden gepubliceerd.

Financiën Tot en met 2023 ontvangt gemeente Rotterdam de Rijksmiddelen voor beschermd wonen in de regio. Voor 2023 zijn er dus nog geen financiële gevolgen voor onze gemeente. Met ingang van 2024 start de decentralisatie van de financiële middelen naar alle gemeenten van 10% van het totaal per jaar, gedurende 10 jaar (een ingroeipad van 10 jaar). Daarvan wordt ongeveer 90% door alle gemeenten gebruikt voor de kosten voor beschermd wonen in de regio en 10% voor de ontwikkeling en bekostiging van lokaal beleid, zoals beschermd thuis. Uit de meerjarenraming van gemeente Rotterdam van augustus 2022 blijkt dat wij de komende jaren uitkomen met de beschikbare middelen. In de eerste jaren wordt er een overschot verwacht en met ingang van 2030 zou er een tekort kunnen gaan ontstaan dat naar rato wordt verdeeld over de deelnemende gemeenten. Daarbij zijn uitgaven van ongeveer 1 miljoen euro opgenomen die hoogstwaarschijnlijk ten laste gaan komen van de Wet langdurige zorg in plaats van de Wmobeschermd wonen. Een eventueel tekort of overschot wordt verrekend naar rato van de financiële inbreng van deelnemende gemeenten. De komende jaren werken we aan het voorkomen van een tekort.

Dit kan door het beter organiseren van psychische ondersteuning thuis en in de wijk, beschermd thuis in te zetten als nieuwe voorziening, optimale doorstroom in de keten te bevorderen en efficiënt en effectief samen te werken.

In de kadernota voor het jaar 2024 wordt een voorstel gedaan met betrekking tot de te ontvangen rijksmiddelen en de overheveling naar gemeente Rotterdam. Communicatie/participatie na besluitvorming Gemeente Rotterdam zal de GR publiceren.

Voorstel Inleiding Op 20 december 2021 heeft de raad het Regionale Beleidsplan Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2022-2026 vastgesteld. In hoofdstuk 12 van dit beleidsplan over de governance is de voorkeur van een gemeenschappelijke regeling uitgesproken met ingangsdatum van 1-1-2023. Hiervoor zal, conform dit beleidsplan, aan alle gemeenteraden in de regio toestemming worden gevraagd. Beoogd effect Met het aangaan van de GR Beschermd Wonen Regio Rotterdam willen wij de bestaande regionale samenwerking bestendigen en formaliseren om daarmee te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van de gemeentelijke taken en om invulling te geven aan de wettelijke verplichting tot regionale samenwerking. Relatie met beleidskaders Dit voorstel is een nadere uitwerking van hoofdstuk 12 van het Regionale Beleidsplan Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2022-2026. Tevens sluit het aan op de Beleidsnota Integraal Beleid Sociaal Domein 2021. Argumenten 1.1 We borgen de kwaliteit van het aanbod beschermd wonen In Albrandswaard is er een relatief klein aantal inwoners dat beschermd woont. Samenwerking in de regio en voortzetting van de uitvoering bij de gemeente Rotterdam is belangrijk om de kwaliteit van de uitvoering te borgen en niet onnodige uitvoeringskosten te hoeven maken. De huidige samenwerking verloopt goed.

Door deze samenwerking voort te zetten kunnen we in de regio, en dus voor Albrandswaard, ervoor zorgen dat het aanbod beschermd wonen aansluit bij de behoefte van de inwoners en we kwalitatief goede aanbieders aan ons binden. Het schetsen van duidelijke kaders in een gemeenschappelijke regeling is hiervoor noodzakelijk. De portefeuillehouders van de gemeenten in onze regio hebben alle ingestemd met de voortzetting van de bestaande samenwerking voortzetten in een GR 1.2 Toestemming van de raad is vereist Op grond van artikel 1, lid 4 Wet gemeenschappelijke regelingen kan het college pas de regeling vaststellen nadat de gemeenteraad hiervoor toestemming heeft verleend. De gemeenteraad kan de toestemming (uiteindelijk) slechts onthouden wegens strijd met recht of het algemeen belang. 1.3 Het Rijk en de VNG verplichten gemeenten tot een samenwerking betreffende Beschermd Wonen Op 26 juni 2020 stemden gemeenten in VNG-verband in met de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) voor beschermd wonen. De NvO geeft richting aan de samenwerking tussen gemeenten bij het organiseren en inkopen van beschermd wonen. Gemeenten worden hiermee verplicht om samen te werken in een regio. Binnen de huidige regio werkt de samenwerking goed. Het is daarom logisch om in dit verband de samenwerking voort te zetten.

Als Ridderkerk niet bij de huidige regio Rotterdam als samenwerkingsgebied aan wil sluiten dan zal het moeten kijken naar andere samenwerkende gemeenten, omdat zelfstandige uitvoering ervan niet mogelijk is. 1.4 Beschermd wonen is een gedecentraliseerde gemeentelijke taak. In de GR maken de gemeenten in de regio afspraken over publiekrechtelijke taken en bevoegdheden. Daarom is het noodzakelijk deze vorm te geven op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 1.5 Een lichte GR is op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen een passende vorm om de samenwerking vast te leggen

Omdat het om afspraken gaat tussen gemeenten en het gaat om de uitvoering van een publieke taak is het logisch om het in een GR vorm te geven. Daarmee is het ‘zwaarder’ dan een ondertekend convenant. De voorgestelde lichte vorm van de GR neemt echter geen besluiten, heeft geen begroting en P&C-cyclus, en voert ook geen taken uit. Een dienstverleningsovereenkomst past niet goed bij de vormgeving van een intergemeentelijke samenwerking en veronderstelt een opdrachtgeveropdrachtnemer relatie (in de privaatrechtelijke sfeer) en doet geen recht aan de wijze waarop er ambtelijk en bestuurlijk wordt samengewerkt. 1.6 Door de samenwerking in een GR vast te leggen wordt tevens de noodzakelijke democratische legitimiteit gerealiseerd. Want ook bij een lichte GR, zoals de voorliggende, is toestemming van de gemeenteraden vereist. Ook wordt de GR gepubliceerd conform de vereisten aan gemeentelijke regelgeving waarmee wordt voldaan aan vereisten van transparantie en kenbaarheid voor inwoners. 2.1 De raad heeft het recht een zienswijze in te dienen. Artikel 1, lid 3 Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) geeft per 1-7-2022 gemeenteraden de mogelijkheid om een zienswijze te geven op het ontwerp van de regeling. Hiervoor geldt een termijn van acht weken. Indien de raad geen zienswijze wil inbrengen, dienen zij dit zo snel als mogelijk aan het college mede te delen.

3.1 Mandatering van taken en het vastleggen van bevoegdheden van gemeenten is noodzakelijk. Dat is nodig voor een legitieme, efficiënte en uniforme besluitvorming en uitvoering van het gemeenschappelijke regionale werkproces beschermd wonen. Overleg gevoerd met Op 28 september 2022 is de voorliggende regeling voor de GR in het regionale bestuurlijke overleg besproken. Alle portefeuillehouders hebben met de voorliggende GR ingestemd. De GR en mandaatregeling is met JZ afgestemd. In mei vorig jaar zijn er regionale webinars voor klantenraden en gemeenteraadsleden georganiseerd waarbij ook de samenwerkingsvorm is besproken. Dit is ook bij de commissie in januari met betrekking tot het regionale beleidsplan besproken. In juli 2022 is er een regionaal webinar voor klantenraden gehouden over de stand van zaken van rondom beschermd wonen en de GR. Omdat het besluit tot een GR een collegebevoegdheid is en de huidige samenwerking in deze GR wordt geformaliseerd en gecontinueerd is er geen advies aan de klantenraden gevraagd. Op 5 en 7 oktober is er regionaal webinar voor raadsleden hierover gehouden. Kanttekeningen 2.1 Het indienen van een zienswijze kan de inwerkingtreding van de gemeenschappelijke regeling vertragen In regionaal overleg is afgesproken om de gemeentelijke besluitvorming in 2022 af te ronden.

Als de gemeenteraad een zienswijze indient zal deze in regionaal verband worden besproken. Bij voorgestelde wijzigingen in de regeling zal de portefeuillehouder dan moeten onderzoeken of er bij de andere gemeenten genoeg draagvlak is om de mutaties door te voeren in de tekst van de Gemeenschappelijke Regeling 2.2 De gemeenschappelijke regeling hoeft nog niet per 1 januari 2023 in werking te treden Dat is omdat de inwerkingtreding van het nieuwe verdeelmodel en het woonplaatsenbeginsel opnieuw met 1 jaar is uitgesteld tot 1-1-2024. De huidige afspraken hebben daarmee rekening gehouden. Verder uitstel is daarom niet nodig en onwenselijk vanwege de voorbereidingen die nu al zijn gedaan. Uitvoering/vervolgstappen Zodra de colleges van alle gemeenten in de regio de GR hebben vastgesteld zal deze en het mandaatbesluit worden gepubliceerd. Evaluatie/monitoring Elke 4 jaar wordt deze GR geëvalueerd. Daarnaast vindt er minimaal 1 x per maand een ambtelijk overleg plaats, 4 x per jaar bestuurlijk overleg, en wordt er elke 4 jaar een beleidsplan opgesteld en een 2-jaarlijks werkplan.

Financiële informatie Tot en met 2023 ontvangt gemeente Rotterdam de Rijksmiddelen voor beschermd wonen in de regio. Voor 2023 zijn er dus nog geen financiële gevolgen voor onze gemeente. Met ingang van 2024 start de decentralisatie van de financiële middelen naar alle gemeenten van 10% van het totaal per jaar, gedurende 10 jaar (een ingroeipad van 10 jaar). Daarvan wordt ongeveer 90% door alle gemeenten gebruikt voor de kosten voor beschermd wonen in de regio en 10% voor de ontwikkeling en bekostiging van lokaal beleid, zoals beschermd thuis. Uit de meerjarenraming van gemeente Rotterdam van augustus 2022 blijkt dat wij de komende jaren uitkomen met de beschikbare middelen. In de eerste jaren wordt er een overschot verwacht en met ingang van 2030 zou er een tekort kunnen gaan ontstaan dat naar rato wordt verdeeld over de deelnemende gemeenten. Daarbij zijn uitgaven van ongeveer 1 miljoen euro opgenomen die hoogstwaarschijnlijk ten laste gaan komen van de Wet langdurige zorg in plaats van de Wmobeschermd wonen. Een eventueel tekort of overschot wordt verrekend naar rato van de financiële inbreng van deelnemende gemeenten. De komende jaren werken we aan het voorkomen van een tekort.

Dit kan door het beter organiseren van psychische ondersteuning thuis en in de wijk, beschermd thuis in te zetten als nieuwe voorziening, optimale doorstroom in de keten te bevorderen en efficiënt en effectief samen te werken. In de kadernota voor het jaar 2024 wordt een voorstel gedaan met betrekking tot de te ontvangen rijksmiddelen en de overheveling naar gemeente Rotterdam. Juridische zaken Juridische dienstverlening heeft geadviseerd om de colleges een apart besluit te laten nemen voor het verlenen van mandaten aan de centrumgemeente Rotterdam, naast de mandaten in de GR. De reden hiervoor is dat "het concept mandaatbesluit (zie bijlage) ruimer is dan de taken die beschreven worden in artikel 4 GR BW en sluit daardoor beter aan bij de huidige mandaten die aan de gemeente Rotterdam voor het laatst zijn verleend medio maart 2022. Als we te weinig mandaten verlenen kan de rechtsgeldigheid van besluiten en rechtshandelingen worden aangevochten. Hetgeen wij juist willen voorkomen. Daarom zijn o.a. publiekrechtelijke bevoegdheden en de privaatrechtelijke volmachten ook verder uitgeschreven (nemen procesbesluiten, aanbesteden, gunnen, aangaan dienstverleningsovereenkomsten, nakoming, ingebrekestelling ed.)" Bezwaar wordt wel door gemeente Rotterdam voorbereid. Wij nemen zelf het besluit dat af kan wijken van het geadviseerde besluit door gemeente Rotterdam. Duurzaamheid N.v.t.

Communicatie/participatie na besluitvorming Gemeente Rotterdam zal de GR publiceren. Overige PIJOFACH zaken N.v.t. Collegebesluiten op de gemeentelijke website Ja.

Bijlagen 1. 1 Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen Albrandswaard def.docx 2. 2 Artikelgewijze toelichting Gemeenschapelijke regeling beschermd wonen def.docx 3. 3. Meerjarenprognose beschermd wonen.pdf 4. 4 Mandaatbesluit BW voor gemeente Rotterdam 2023 van AW.docx 5. 5 Regionaal beleidsplan MO en beschermd wonen 2022-2026.pdf 6. Technische vragen BA 28 november 2022 Beschermd Wonen - VVD-fractie.pdf 7. Beantwoording technische vragen VVD Beschermd Wonen 8. 11. Conceptzienswijze Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam.pdf 9. 639722 Raadsbesluit Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen regio Rotterdam 10. 639722 Zienswijze Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3434/documents/28772