Beantwoording technische vragen VVD en EVA Voorjaarsnota 2026.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Voorjaarsnota 2026 fractie VVD en fractie EVA Vragen fractie VVD: 1. Verwijderde autonome ombuigingen
In de voorjaarsnota is aangegeven dat ombuigingen met een autonoom karakter uit de voorstellen zijn gehaald. Kan het college toelichten welk effect deze verwijdering heeft gehad op de voorjaarsnota? Was dit effect financieel positief of negatief? Antwoord: Het effect is per saldo neutraal. De voorstellen die uit de ombuigingengids zijn gehaald, zijn nu gerubriceerd in de voorjaarsnota onder de hoofdstukken B. Rekenkundige en algemene kaders en C. Actuele en autonome ontwikkelingen. Zie voor verdere toelichting ook hoofdstuk 3 ( Vervallen of verwerkte voorstellen) van de ombuigingengids. 2. Effect meicirculaire op ombuigingsvoorstellen
De meicirculaire laat zien dat er meer middelen beschikbaar komen dan in de eerste versie van de ombuigingengids werd verwacht. Toch is het aantal voorgestelde ombuigingen in de tweede versie nauwelijks gewijzigd. Kan het college toelichten welk positief effect de meicirculaire concreet heeft gehad op de ombuigingsvoorstellen? Antwoord: De meicirculaire beïnvloedt de ombuigingsvoorstellen niet. De compensatie voor het gemeentefonds is eenmalig (2026-2027), dus structurele bezuinigingen blijven nodig. Het begrotingssaldo, na ombuigingen, was eerst negatief, maar dankzij de meicirculaire wordt het in 2026 en 2027 licht positief. 3. Verschil tussen begrotingssaldo en ombuigingen
Volgens de actuele stand van de begroting na de voorjaarsnota bedraagt het saldo: • € -1.877.000 in 2026 • € -1.221.000 in 2027 • € -2.205.000 in 2028 De voorgestelde besparingen bij vaststelling van alleen de groene en oranje ombuigingen bedragen respectievelijk: • € 2.022.000 in 2026 • € 1.935.000 in 2027 • € 1.855.000 in 2028 Per saldo levert dit een positief verschil op van € 509.000 over drie jaar. Kan het college bevestigen of dit betekent dat we met dit voorstel meer ombuigen dan strikt noodzakelijk is? Antwoord: Onze toezichthouder kijkt niet naar het meerjarig cumulatieve saldo, maar naar het begrotingsresultaat per jaarschijf. Om in 2026 een sluitende begroting te presenteren zijn de ombuigingen dus nodig.
4. Halvering advertenties in De Schakel (maatregel 1.2.1)
Er wordt voorgesteld om het aantal gemeentelijke advertenties in De Schakel te halveren. De VVD Albrandswaard ziet hierbij het risico dat dit het voortbestaan van De Schakel in gevaar brengt, zeker in combinatie met het nieuwe steekproefmodel dat mogelijk minder aandacht voor Albrandswaard genereert. Hoe beoordeelt het college dit risico? Antwoord: Met de maatregel wordt niet het aantal gemeentelijke advertenties gehalveerd maar wordt het budget gereduceerd. De gemeente zal nog steeds het noodzakelijk publiceren. De verwachting is dat door een betere toeschrijving van de kosten ( bv naar het betreffende project) de voorgestelde maatregel kan worden uitgevoerd. 5. Reclameopbrengsten langs A15 (maatregel 3.1.1)
Onder maatregel 3.1.1 wordt voorgesteld een reclamemast te plaatsen langs de A15. Is het mogelijk om dit voorstel uit te breiden om extra opbrengsten te realiseren, bijvoorbeeld door ook locaties rond de Groene Kruisweg te benutten?
Antwoord: We hebben een inventarisatie gedaan naar mogelijke plekken waar we met reclamezuilen inkomsten kunnen genereren. Langs de Groene Kruisweg zijn vooralsnog maar beperkte mogelijkheden. Indien u hier verdere ideeën over heeft en concrete mogelijkheden ziet, willen we graag deze met u bespreken en verder uit/onderzoeken. 6. Stoppen met speeltoestellen (maatregel 3.1.10)
Er ligt een voorstel om geen speeltoestellen meer te vervangen, te onderhouden of te plaatsen. Tegelijkertijd wordt er een aanpassing voorgesteld in de vervangingsplanning van investeringen. Kan het college toelichten hoe deze twee voorstellen zich tot elkaar verhouden? Klopt het dat er met deze maatregelen in de praktijk geen speeltoestellen meer zullen zijn in Albrandswaard? Antwoord: Bij maatregel 3.1.10 gaat het om het groot onderhoud van bestaande speeltoestellen. Dit is niet hetzelfde als het investeren in nieuwe toestellen. Het klopt dus niet dat deze maatregel er voor zorgt dat er geen speeltoestellen meer zullen zijn in Albrandswaard. We verwijderen toestellen die groot onderhoud nodig hebben i.p.v. deze te repareren. Op die wijze kan het zijn dat er op bepaalde locaties minder toestellen staan, omdat er geen reparatie en/of vervangingsbudget is maar we blijven wel investeren in de vervanging van toestellen die technisch afgeschreven zijn.
7. Inzicht in WOZ-waarden en OZB-opbrengsten (maatregel 9.1.2)
In het kader van de discussie over de OZB verhoging zou de VVD Albrandswaard graag meer inzicht verkrijgen in de opbouw van de totale WOZ-waarde en de OZB-opbrengsten binnen de gemeente voor 2024 en 2025. Kan het college een uitsplitsing geven van: De totale WOZ-waarde van alle panden in Albrandswaard peildatum 1 januari 2023, 2024 en 2025 en de totale jaarlijkse OZB-tarieven en opbrengsten voor 2024 en 2025. Deze gegevens graag onderverdeeld naar de volgende categorieën: a. sociale huurwoningen b. vrije sector huurwoningen c. koopwoningen (woningen in bezit van bewoners) d. niet-woningen/bedrijfspanden? Antwoord: Zie onderstaande tabel: SOORT HUURWONING WONINGSTICHTING KOOPWONING NIET_WONING EIG NIET_WONING GEBR
2023 268.571.000 706.539.000 3.619.103.000 451.551.000 451.551.000
Tarieven OZB WON OZB N-W eigenaren OZB N-W gebruikers
2023 0,1038% 0,3767% 0,3192%
OZB-opbrengst 2023 278.777 733.387 3.756.629 1.700.993 1.441.351
2024 283.043.000 739.023.000 3.801.174.000 498.726.000 498.726.000
OZB-opbrengst 2024 284.741 743.457 3.823.981 1.979.942 1.630.834
2024 0,1006% 0,3970% 0,3270%
2025 292.755.000 759.370.000 3.861.068.000 468.728.000 468.728.000
OZB-opbrengst 2025 299.488 776.836 3.949.873 1.870.693 1.558.521
2025 0,1023% 0,3991% 0,3325%
Dit betreft bruto berekeningen van de opbrengsten. Er wordt geen rekening gehouden met leegstand niet-woningen en WOZ-bezwaren.
Vraag EVA (gevraagd tijdens de commissiebehandeling 30-6-2025): Is het mogelijk om een overzicht te krijgen vanuit het college waarin uiteengezet staan de indexering van opbrengsten OZB ten opzichte van de inflatie over de jaren 2020 tot en met 2025. Antwoord: In onderstaande tabel is aangegeven hoe de door Albrandswaard gehanteerde indexen bij OZBwoningen en niet-woningen zicht verhoudt tot de werkelijk inflatie: Uitgangspunt opbrengsten Indexering OZB-woningen Geïndexeerde Index AW opbrengst AW 2020 3% 103.000 2021 3% 106.090 2022 3% 109.273 2023 3% 112.551 2024 3% 115.928 2025 3% 119.406 2026 8% 128.958
100.000
Werkelijke inflatie 1,3% 2,7% 10,0% 3,9% 3,3% 3,8% 3,0%
Opbrengst bij werkelijk 101.300 104.035 114.439 118.902 122.826 127.493 131.318
Indexering OZB-niet-woningen Geïndexeerde Index AW opbrengst AW 3,0% 103.000 3,0% 106.090 3,0% 109.273 3,0% 112.551 5,0% 118.179 5,0% 124.088 6,5% 132.154
Werkelijke inflatie 1,3% 2,7% 10,0% 3,9% 3,3% 3,8% 3,0%
Opbrengst bij werkelijk 101.300 104.035 114.439 118.902 122.826 127.493 131.318
Inschatting Rabobank inflatiemonitor mei 2025
De toegepaste index van 3% op de OZB woningen betekent dat er tot en met 2025 een verschil ontstaat t.o.v. van werkelijke inflatie van ca. € 8.000 per € 100.000 opbrengst. Door in 2026 een tarief van 8% toe te passen halen we dit grotendeels in.