CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen fractie D66 - Verordening WMO 2026 - BenA Welzijn 20 april 2026.pdf

Gemeenteraad AW 11 mei 2026, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 17: Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Albrandswaard 20261.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen D66 Albrandswaard Onderwerp: verordening WMO 2026 Datum van indiening: maandag 13 april 2026 Datum behandeling: 20 april 2026 De D66 fractie heeft onderstaande vragen gesteld. Daaronder leest u onze beantwoording. Algemene vragen: 1. Over welke ombuigingen heeft de gemeenteraad voor de WMO besloten, inclusief de ingeboekte bedragen. Antwoord: In de raad van 7 juli 2025 is de voorjaarsnota inclusief de ombuigingengids vastgesteld. Zie Gemeenteraad AW 07 juli 2025 17:00:00, Gemeente

Albrandswaard

2. Hoeveel onafhankelijke onderzoeken laat de gemeente jaarlijks uitvoeren ter beoordeling van een ondersteuningsvraag? En hoe vaak leidt dit dan tot een toekenning van ondersteuning? Hoe vaak juist tot een afwijzing? Antwoord: Voor wat betreft WMO onderdelen geldt, dat alleen bij zaken waar specifiek medische kennis voor is vereist, advies wordt gevraagd. Overzicht 2025: 14 adviezen voor WMO. Toekenning of niet?: Bij de 14 WMO adviezen is het aantal afwijzingen op korte termijn niet te achterhalen. Dit vraagt namelijk verder onderzoek in clientdossiers. Wel geldt in zijn algemeenheid dat het medisch advies wordt opgevolgd. 3. Hoeveel bezwaren krijgt de gemeente jaarlijks op beslissingen op een WMO-aanvraag? Hoe vaak leidt dit tot een behandeling in de bezwarencommissie? Antwoord: In 2025 zijn er 4 bezwaarzaken geweest, 1 via bezwarencommissie. Alle 4 de zaken zijn ongegrond verklaard. 4. Hoe hoog waren de juridische kosten in 2025 die gerelateerd zijn aan besluiten van de WMO? Antwoord: De hieraan gerelateerde proceskosten waren in 2025 € 5.390. 5. Regels worden aangescherpt. Betekent dit dat inwoners met een hulpvraag voor ondersteuning uit de WMO eigenlijk te veel kregen? Antwoord: Nee. Het aanscherpen van de regels betekent niet dat inwoners eerder ‘te veel’ ondersteuning kregen.

De aanleiding ligt vooral in nieuwe jurisprudentie, veranderde landelijke kaders en de eisen van deze tijd. Daardoor moeten gemeenten hun beleid actualiseren en verduidelijken. 6. Maatschappelijke opvang is toch een verantwoordelijkheid van Rotterdam? Waarom staan de toelatingscriteria en de weigeringsgronden in onze verordening? Hoe zit de financiële relatie tussen Rotterdam en Albrandswaard als het gaat over beschermd wonen en maatschappelijke opvang?

Antwoord: Rotterdam heeft als centrumgemeente inderdaad de wettelijke verantwoordelijkheid voor maatschappelijke opvang. De toelatingscriteria en weigeringsgronden zijn in onze verordening opgenomen, zodat ook voor onze inwoners en professionals duidelijk is welke voorwaarden gelden en hoe aanvragen worden beoordeeld. Rotterdam voert als centrumgemeente voor de regio de taken uit voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De financiering loopt via de middelen die Rotterdam van het Rijk ontvangt. Albrandswaard levert hier op dit moment geen directe financiële bijdrage aan. Voor beschermd wonen is de samenwerking geregeld in de gemeenschappelijke regeling Beschermd Wonen. 7. Hoeveel mensen uit Albrandswaard maken nu gebruik van maatschappelijke opvang en hoeveel Albrandswaarders leven in een beschermd wonen woning? Antwoord: Deze cijfers zijn op dit moment nog niet beschikbaar, omdat Rotterdam deze nog niet heeft kunnen aanleveren. Het ontbreken van deze gegevens is echter wel onderwerp van gesprek aan de bestuurlijke tafel, mede omdat dergelijke informatie ook voor ons van belang is voor verdere monitoring van deze doelgroep, beleidsvorming en verantwoording. Rotterdam heeft toegezegd de cijfers na de zomer 2026 alsnog beschikbaar te stellen. 8. In de verordening wordt een duidelijke link gelegd met ombuigingen die uit de WMO moeten komen.

Toch staat er bij de inclusiviteitstoets dat de WMO er is om inwoners voorzieningen en ondersteuning te bieden die nodig zijn om mee te kunnen blijven doen. Op welke voorzieningen gaat de gemeente dan minder ondersteuning bieden om de ombuigingen te behalen? Antwoord: zie hiervoor beantwoording vraag 1. 9. Wat is leidend in deze verordening? Budget, of de ondersteuningsbehoefte van inwoners? Antwoord: De ondersteuningsbehoefte van inwoners is leidend.

Naar de verordening: 1. In artikel 2.3 verwijst het college naar artikel 2.3.3 van de wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Kan dit artikel, in het kader van leesbaarheid worden toegevoegd? Antwoord: Het college stelt voor om het wetsartikel niet integraal op te nemen. Als we alle verwijzingen uit de WMO 2015 letterlijk zouden overnemen, zou de verordening onnodig omvangrijk en minder leesbaar worden. Door te verwijzen naar het betreffende wetsartikel blijft de verordening compact, actueel en goed te volgen, terwijl de juridische basis volledig geborgd blijft. 2. In art. 4 gaat het over een persoonlijk plan dat de inwoner die hulp nodig heeft moet opstellen in zeven dagen tijd. Op welke manier krijgt de inwoner hulp bij het maken van

dit plan? En wordt de inwoner ook op de hoogte gebracht van de wet en artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a t/m g? Antwoord: Bij de aanmelding wordt de inwoner gewezen op de mogelijkheid een persoonlijk plan op te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van het meldingsformulier. Indien nodig kan de inwoner hierbij ondersteuning krijgen van de Vraagwijzer en via onafhankelijke cliëntondersteuning. De onderwerpen genoemd in artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met g, van de Wmo 2015 maken onderdeel uit van het onderzoek en keukentafelgesprek. 3. Kijkend naar onze vorige vraag. Hoe ziet het college dit dan in verhouding tot het keukentafelgesprek? Antwoord: Het persoonlijk plan staat niet los van het keukentafelgesprek, maar vormt juist een onderdeel van het totale proces. 4. Artikel 7 gaat over advisering. Het beschrijft dat personen opgeroepen kunnen worden te verschijnen op een plaats en tijdsstip dat door het college bepaald wordt, om bevraagd te worden. Klinkt dit als advisering? Of als controle of waarheidsvinding? Antwoord: De bepaling in artikel 7 is bedoeld als onderdeel van het adviesproces: soms is extra informatie nodig en kan iemand daarom worden uitgenodigd voor een gesprek, zodat een zorgvuldig advies kan worden opgesteld. 5.

Hoe worden inwoners gefaciliteerd bij het doen van een aanvraag voor een maatwerkvoorziening? Antwoord: Inwoners worden op meerdere manieren gefaciliteerd bij het doen van een aanvraag. Zij kunnen terecht bij de gemeente voor uitleg en praktische hulp, worden gewezen op gratis cliëntondersteuning én kunnen ondersteuning krijgen via de Vraagwijzer die hen helpt bij het formuleren en indienen van de aanvraag. 6. Artikel 9.3 spreekt over de term 'eigen kracht'. Op welke wijze wil het college de eigen kracht bij inwoners die om hulp vragen beoordelen? Antwoord: Het college beoordeelt de ‘eigen kracht’ door te kijken wat een inwoner zelf binnen alle redelijkheid kan doen om zijn ondersteuningsvraag op te lossen. Daarbij wordt onderzocht in hoeverre het sociaal netwerk ondersteuning kan bieden, of dat netwerk redelijkerwijs beschikbaar is en of inzet van dat netwerk niet tot overbelasting leidt. 7. In artikel 9.5 introduceert u de term goedkoopst adequaat. Dit suggereert dat u verschillende vormen van ondersteuning tegenover elkaar legt en een afweging maakt tussen goedkoop en duurder. Onze vraag is hoe de lange termijn kosten en baten zijn meegenomen in deze afweging? Antwoord: Met goedkoopst adequaat wordt niet de laagste prijs bedoeld, maar de goedkoopst doelmatige voorziening die het beoogde resultaat duurzaam bereikt.

Alleen passende en effectieve opties worden vergeleken; daarbinnen wordt gekozen voor de beste verhouding tussen kosten en resultaat op de lange termijn.

8. Doorvragend over de goedkoopst-adequate voorziening. Hoe weegt u de kosten als het gaat over een woningaanpassing tegenover een verhuisvergoeding? Weegt u de kosten van de inwoner in enigerlei wijze mee? Niet alleen directe kosten als nieuwe hypotheek of huur, meubilair en dergelijke, maar ook indirecte kosten, zoals het verdwijnen van iemands sociale vangnet in de buurt. Antwoord: Bij de afweging tussen een woningaanpassing en een verhuisvergoeding wordt steeds beoordeeld welke optie het beoogde resultaat duurzaam en doelmatig realiseert. Daarbij worden niet alleen de directe kosten voor de voorziening meegenomen, maar ook de gevolgen op de langere termijn. De kosten en impact voor de inwoner maken ook onderdeel uit van deze afweging. 9. Hoeveel woningaanpassingen in het kader van de WMO zijn in 2025 uitgevoerd en hoeveel heeft dit gekost? Antwoord: Totaal toegekende en geboekte woonaanpassingen in 2025 € 170.850 en in 2026 (stand medio april) € 55.000. 10. Hoe zwaar weegt het slot op de woningmarkt bij het geven van een verhuisadvies in plaats van een woningaanpassing? Hoe komt deze afweging tot stand? Worden mensen geadviseerd te verhuizen naar een huis buiten onze gemeente? Antwoord: De situatie op de woningmarkt weegt mee bij een verhuisadvies. Eerst wordt beoordeeld of een woningaanpassing adequaat en doelmatig is.

Alleen wanneer een aanpassing technisch niet haalbaar is, geen duurzame oplossing biedt of onevenredig kostbaar is, kan het primaat verhuizen toegepast worden. 11. Bij het primaat verhuisplicht in deze tijd van een vastzittende woningmarkt, hoe verhoudt zich dit met de zorgplicht van de gemeente? Antwoord: Het verhuisprimaat verandert niets aan de zorgplicht van de gemeente. Verhuizen mag alleen worden gevraagd wanneer dit realistisch, uitvoerbaar en passend is. 12. Artikel 24 gaat over waardering mantelzorgers. Dit gaat over de nader te bepalen jaarlijkse waardering. Waarom kiest het college er niet voor om ook in de verordening te laten zien dat zij mantelzorgers elke dag waardeert door in de verordening op te nemen dat de mantelzorgers kunnen rekenen op goede ondersteuning in advies en respijtzorg? Antwoord: Artikel 24 ziet specifiek op de jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers. Daarmee wordt invulling gegeven aan de wettelijke verplichting om deze waardering te regelen. De dagelijkse ondersteuning van mantelzorgers, zoals advies, begeleiding en respijtzorg, is eveneens van groot belang, maar maakt al onderdeel uit van de bredere ondersteuning binnen deze verordening en het beleid. De ondersteuning kan in de vorm van een maatwerkvoorziening en/of een algemene voorziening gegeven worden.

Naast deze ondersteuning is het college van mening dat er ook een jaarlijkse waardering gegeven moet worden aan de mantelzorgers. Deze waardering wordt geregeld in dit artikel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3843/documents/35546