CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Afwegingen en advies over wijzingen GRJR.pdf

Gemeenteraad AW 26 februari 2024, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 6: zienswijze op de ontwerpregeling van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond1.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2. Afwegingen en advies over wijzingen in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Inleiding

In deze bijlage leest u onze afwegingen bij de door de regeling voorgestelde wijzingen die voortvloeien uit de recente wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Per onderwerp leest u eerst een korte toelichting op de wetswijziging. Dan wat daarover in de voorgelegde regeling is voorgesteld. Vervolgens leest u de eventuele voor- en nadelen voor de gemeente Ridderkerk en ons advies wat op te nemen in de zienswijze.

Wijzigingen in de regeling a. Zienswijze bij besluiten

In de regeling moeten afspraken zijn opgenomen over welke besluiten van het bestuur van een GR vatbaar zijn voor een zienswijze van de raden.

Voorgestelde regeling en toelichting

Uit de Wgr vloeit al voort dat besluiten over de begroting, begrotingswijzigingen en de oprichting van eventuele stichtingen voor een zienswijze moeten worden voorgelegd aan de raden. In de voorgestelde wijziging is opgenomen dat er geen extra besluiten zijn waarover de raden eerst een zienswijze moeten geven. Het algemeen bestuur kan wel, als hij dat nodig vindt, voorafgaand aan het nemen van het besluit een zienswijze vragen aan de raden. Het algemeen bestuur bepaalt in dat geval de wijze waarop de zienswijze kan worden gegeven. In de aangeboden stukken is hiervoor geen motivering gegeven.

Advies aan de gemeenteraad

In de beantwoording van de eerdere vragen door de raad (bijlage 2023-015679 Raadsbesluit Reactie op wijzigingen Wgr bij de GR Jeugdhulp Rotterdam-Rijnmond van 2 oktober 2023) heeft de raad laten weten geen reden te zien om dit instrument in te zetten met uitzondering van de bestaande wettelijke procedure rondom de begroting. Dit is opgenomen in de zienswijze.

b. Afspraken over participatie

In elke regeling moeten afspraken worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die tot de taak van de GR horen. In de regeling kan worden opgenomen dat die participatie niet wordt geboden.

Voorgestelde regeling en toelichting

In de voorgestelde wijziging staat in artikel 31b dat de mogelijkheid tot participatie, als bedoeld in artikel 10, zevende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen niet wordt geopend. De motivering hiervoor is dat de GRJR een beleidsarme regeling is en het bovendien meer voor de hand ligt dat participatie en inspraak verloopt via de colleges en raden van de deelnemende gemeenten.

1

Advies aan de gemeenteraad

Gelet op de antwoorden door de raad op de eerdere vragen van de GRJR, adviseren wij u in de zienswijze te verzoeken dat het spreekrecht wordt verleend in vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Het advies is in uw zienswijze op te nemen: ‘Wij kunnen ons vinden in uw standpunt om geen burgerparticipatie in te zetten. Wel vinden wij het belangrijk om de informatievoorziening naar zowel inwoners als belanghebbenden goed te organiseren. We zijn wel voor het bieden van de mogelijkheid van ‘inspreken’ bij een vergadering van het algemeen bestuur. Daarom verzoeken wij u een artikel op te nemen dat luidt: Belanghebbenden kunnen bij het Algemeen Bestuur inspreken over de onderwerpen die geagendeerd staan op de agenda van de betreffende vergadering met uitzondering van verslagen van vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Het reglement van orde stelt in ieder geval regels over aanmelding, toelating en spreektijd.’

c. Informatieplicht: actieve en passieve

Deze actieve informatieplicht bestaat al. In de regeling moeten afspraken worden opgenomen over het moment waarop, de wijze van en het onderwerp van de informatievoorziening.

Voorgestelde regeling en toelichting

De actieve en passieve informatieplicht is geregeld in artikel 12 van de regeling. De tekst luidt: “1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de raden en de colleges van de gemeenten gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De betreffende inlichtingen aan de raden worden schriftelijk verstrekt via de griffies van de gemeenten of via bijeenkomsten waarvoor alle raadsleden van alle deelnemers zullen worden uitgenodigd. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden en de colleges van de gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden of colleges worden verlangd. 3. Het reglement van orde van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de twee vorige leden bepaalde.”

Advies aan de gemeenteraad

In antwoord op de eerdere vragen heeft de raad verzocht op te nemen dat de gevraagde inlichtingen, zoals genoemd in het tweede lid, ook ter beschikking aan alle raden zouden worden gesteld. Dat is overgenomen. Rest nog wel te herhalen het eerder gedaan verzoek om aan artikel 12 toe te voegen een lid waarin is opgenomen dat de raden van de gemeenten ontvangen c.q .op de hoogte worden gesteld van de vastgestelde verslagen van het algemeen bestuur, de vastgestelde begroting, de vastgestelde jaarrekening met bijbehorende accountantsrapportage, de vastgestelde meerjarenbegroting en het uitvoeringsplan (zie artikel 25 van de regeling).

d. Afspraken over evaluatie

Het is verplicht afspraken te maken over evaluatie van de regeling. Waar de evaluatie op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze die wordt uitgevoerd, is niet voorgeschreven. Dat kan worden opgenomen in de regeling. In de regeling kan ook worden opgenomen dat deze niet geëvalueerd wordt.

Voorgestelde regeling en toelichting

Over evaluatie is in de gewijzigde regeling (artikel 34) opgenomen dat het functioneren van de regeling elke vier jaar, na afloop van het derde jaar van een raadsperiode geëvalueerd wordt door het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie en de wijze van evalueren vast. Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren op elk ander moment als daartoe aanleiding bestaat. De raden worden op de hoogte gesteld van de uitkomsten van de evaluatie.

2

Advies aan de gemeenteraad

De wijziging is niet gelijk aan de reactie die de raad eerder op dit punt heeft gegeven. Uw raad had de voorkeur voor een evaluatie elke twee jaar. Ons advies is akkoord te gaan met de voorgestelde regeling maar in de zienswijze wel te vragen duidelijker aan te geven wat onder ‘de uitkomsten van de evaluatie’ wordt verstaan. In de concept-zienswijze is daarom het verzoek opgenomen de tekst te wijzigen in ‘De raden worden op de hoogte gesteld van de resultaten van de evaluatie, de conclusies en de wijzigingen die naar aanleiding van de evaluatie worden/zijn doorgevoerd.’

e. Afspraken over uittreding

Er kan niet langer volstaan worden met de afspraak dat het bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt. In ieder geval moeten worden opgenomen afspraken over de gevolgen voor het vermogen, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen.

Voorgestelde regeling en toelichting

In het gewijzigde artikel 29 zijn aan het huidige artikel de volgende leden toegevoegd:

4. De uittreedsom bestaat in beginsel uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 5. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten op het moment van uittreding te maken door het lichaam, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 6. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten binnen een periode van vijf jaar vanaf het moment van uittreding te maken door het lichaam, die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.

Advies aan de gemeenteraad

Een verdere regeling van een uittreding zoals voorgesteld, lijkt ons niet zinvol

f. Aanpassing begrotingscyclus

Daar waar in de regeling hierover termijnen zijn opgenomen, moeten deze voldoen aan de wet. De wet geeft in sommige gevallen de vrijheid de termijn in de regeling te bepalen. Bijvoorbeeld kan, op grond van het bepaalde in artikel 35, zesde lid, Wgr, voor bepaalde categorieën begrotingswijzigingen een andere termijn (dan 12 weken) voor het indienen van een zienswijze worden bepaald in de regeling. De raad kan zijn zienswijze desgewenst zijn mening geven over de in de regeling opgenomen termijn.

Voorgestelde regeling en toelichting

De termijn voor een zienswijze op de ontwerpbegroting of een ontwerpbegrotingswijziging is, overeenkomstig de wet, aangepast van acht naar twaalf weken. De regeling bevat geen afwijkende termijn voor bepaalde categorieën begrotingswijzigingen.

Advies aan de gemeenteraad

In de toezendbrief is hierover opgemerkt dat dit slechts een technische wijziging betreft. Dit alles geeft geen reden tot het maken van opmerkingen.

g. De instelling van adviescommissies

Een raadsadviescommissie zou gebruikt kunnen worden om de raden met elkaar te laten overleggen, bijvoorbeeld over een gezamenlijke zienswijze. Een raadsadviescommissie zou advies kunnen geven aan de raden, maar ook aan het algemeen bestuur. Ze zou een voorbereidende rol kunnen hebben in de beleidscyclus

3

van de GR. De raadsadviescommissie is nadrukkelijk niet bedoeld om de rol van de gemeenteraden over te nemen of om tot besluitvorming te komen. De rechtsgrond voor de instelling van een adviescommissie staat in de Wet gemeenschappelijke regelingen en behoeft niet in de regeling zelf te worden opgenomen.

Voorgestelde regeling en toelichting

In de toezendbrief is ook opgemerkt dat de mogelijkheid tot oprichting van een gemeenschappelijke adviescommissie in de wet staat en daarom niet in de regeling hoeft te worden opgenomen..

Advies aan de gemeenteraad

Een verzoek tot instellen van een adviescommissie moet gesteund worden door alle raden. Uw raad heeft aangegeven vóór het instellen van een raadsadviescommissie te zijn. De mogelijkheid voor oprichting van een gemeenschappelijke adviescommissie staat in de wet. Er is daarom geen aanleiding daar in uw zienswijze een verdere opmerking over op te nemen.

Andere wijzigingen

In de voorgestelde wijziging zijn ook enkele technische wijzigingen opgenomen. Deze geven geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3627/documents/31533