9. 2024-041500 Raadvoorstel verordening woonruimtebemiddeling.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: Voorstel Verordening Woonruimtebemiddeling
Portefeuillehouder Richard Polder
College van burgemeester en wethouders 21 mei 2024
Zaaknummer 2024-041500
Openbaar
E-mailadres opsteller: e.weise@albrandswaard.nl
Geadviseerd besluit 1. 1. De Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 met inachtneming van de volgende punten vast te stellen: • Per 1 januari bestaat op grond van de Huisvestingswet de mogelijkheid om vaker (tot 50%, was 25%) woningen met voorrang toe te wijzen aan woningzoekenden met lokale binding. In de nieuwe tekst wordt verwezen naar deze nieuwe (extra) ruimte; • Voor de urgentiecategorie uitstromers uit instellingen (categorie 5.7) is een aantal verbeteringen doorgevoerd. Verhelderd is dat woningzoekenden alleen voor urgentie in aanmerking komen als ze in een instelling verblijven. Daarnaast is mogelijk gemaakt dat deze groep woningzoekenden altijd direct bemiddeld kan worden door woningcorporaties (zelf zoeken is voor deze groep niet altijd gewenst of mogelijk). • De Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 geldt tot 01 januari 2026. De Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 verloopt van rechtswege.
Raadsvoorstel Inleiding In de regio Rotterdam zijn samenwerkingsafspraken gemaakt over het toewijzen van sociale huurwoningen door de 12 gemeenten die deel uitmaken van het Samenwerkingsverband Wonen. Deze gemeenten hebben in 2020 ieder afzonderlijk de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 vastgesteld. In Albrandswaard is dit gebeurd op 29 juni 2020, waarna de verordening is gepubliceerd op 3 juli 2020. De Verordening Woonruimtebemiddeling is maximaal geldig voor 4 jaar en loopt in Albrandswaard van rechtswege af op 3 juli 2024. Om te voorkomen dat de wettelijke basis voor het toewijzen van sociale huurwoningen van corporaties per 3 juli 2024 vervalt moet een verordening worden vastgesteld, die wij met dit voorstel aan u voorleggen. De verordening is voor het grootste deel gelijk aan de verordening van 2020. De op dit moment noodzakelijke inhoudelijke wijzigingen staan opgesomd in het beslispunt. Een was/wordt lijst is als bijlage 1 bij dit voorstel toegevoegd. Ondertussen wordt in regionaal verband gewerkt aan een nieuwe verordening die aansluit bij nieuwe wet- en regelgeving en bij de wensen van de samenwerkende gemeenten binnen de regio Rotterdam. . Op 12 juni 2024 wordt een raadsavond georganiseerd voor de raden van de subregio Zuidrand ( Albrandswaard, Ridderkerk en Barendrecht)waarin de raad haar beleidswensen kenbaar kan maken.
Het voorstel is om de nu vast te stellen verordening in ieder geval te laten gelden tot 1 januari 2026, zodat er voldoende ruimte is om zorgvuldig een nieuwe verordening op te stellen en in alle 12 gemeenten te laten vaststellen. Beoogd effect Het reguleren van de woonruimtetoewijzing om daarmee verdringing van doelgroepen op de woningmarkt te voorkomen. Argumenten 1.1 De verordening is de wettelijke grondslag om sociale huurwoningen toe te wijzen. Binnen de gemeenten die deel uitmaken van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam is sprake van schaarste van woonruimte met onevenwichtige en onrechtvaardige effecten. Voor Albrandswaard blijkt dit uit het schaarste-onderzoek dat u als bijlage 3 bij dit voorstel aantreft. Daarom is het noodzakelijk de sociale huurwoningen toe te wijzen op grond van de regels die in de verordening zijn opgenomen. 1.2 De provincie heeft een advies uitgebracht Op grond van een wettelijke verplichting is aan de provincie advies gevraagd over het vaststellen van de verordening. Overleg gevoerd met Het SvWrR Kanttekeningen 1. Verdeelregels lossen de schaarste niet op. Om de schaarste te verminderen, zijn in in de regio Rotterdam woningmarktafspraken gemaakt .In december 2022 heeft u ingestemd met een woningbod in het kader van het Regioakkoord (625657).
Het betrof de inzet op een netto toevoeging van 1425 woningen, waarvan 370 binnen de sociale woningvoorraad. Uitvoering/vervolgstappen Publicatie van de nieuwe verordening vindt plaats volgens de geldende richtlijnen. Financiën Financiering van het opstellen van de nieuwe verordening vindt plaats vanuit bestaand budget. Inclusiviteitstoets Geen Communicatie/participatie na besluitvorming De gemeente informeert het SvWrR per e-mail over het besluit van de raad.
2/20
Bijlagen 1. Bijlage 1 20240322 Was Wordt tabel 2020 naar 2024.docx 2. Bijlage 2 Verordening Woonruimtebemiddeling 2024 (1).docx 3. Bijlage 3 20240215 Sociale huur Schaarsteonderbouwing Albrandswaard.pdf
3/20
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Voorstel Verordening Woonruimtebemiddeling
Gemeenteraad: 1 juli 2024
Zaaknummer:
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 21 mei 2024,
BESLUIT: 1. 1. De Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 met inachtneming van de volgende punten vast te stellen: • Per 1 januari bestaat op grond van de Huisvestingswet de mogelijkheid om vaker (tot 50%, was 25%) woningen met voorrang toe te wijzen aan woningzoekenden met lokale binding. In de nieuwe tekst wordt verwezen naar deze nieuwe (extra) ruimte; • Voor de urgentiecategorie uitstromers uit instellingen (categorie 5.7) is een aantal verbeteringen doorgevoerd. Verhelderd is dat woningzoekenden alleen voor urgentie in aanmerking komen als ze in een instelling verblijven. Daarnaast is mogelijk gemaakt dat deze groep woningzoekenden altijd direct bemiddeld kan worden door woningcorporaties (zelf zoeken is voor deze groep niet altijd gewenst of mogelijk). • De Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 geldt tot 01 januari 2026. De Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 verloopt van rechtswege.
4/20
Concept rapport
Schaarste in de sociale huursector in Albrandswaard Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam
5/20
Schaarste in de sociale huursector in Albrandswaard Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam
Datum
19 februari 2024
Opdrachtgever:
Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam
Contactpersoon:
C. Heijer
Nadere inlichtingen:
Veerle Veraart; veerle.veraart@rigo.nl;
Projectnummer:
P47190
RIGO is lid van de Vereniging voor Beleidsonderzoek (VBO) en gecertificeerd volgens ISO 9001:2015 WWW.RIGO.NL INFO@RIGO.NL
DE RUIJTERKADE 112-C AMSTERDAM POSTBUS 2805 1000 CV AMSTERDAM
6/20
IBAN NL 14 INGB 0002903851 BTW NR NL 0092.84.461.B.01
T 020 522 11 11 KVK 33227618
Inhoud Inleiding
1
1
Sociale huursector
2
1.1
Toegang en verdeling
2
1.2
Woningzoekenden en zoekgedrag
2
1.3
Verhuringen
4
1.4
Slaagkansen
8
2
Conclusie
11
7/20
Inleiding De gemeente Albrandswaard treft voorbereidingen voor het invoeren van een vernieuwde huisvestingsverordening. Via deze verordening kunnen gemeenten gebruikmaken van de instrumenten die de Huisvestingswet 2014 biedt voor sturing in de sociale woningvoorraad. Om van deze instrumenten gebruik te mogen maken, is een schaarsteonderzoek en -onderbouwing noodzakelijk. Aanleiding Met het oog op ontwikkelingen in de woningmarkt onderzoekt de gemeente de mogelijkheden voor sturing in woonruimteverdeling middels de Huisvestingsverordening. Woonruimteverdeling omvat het instellen van een huisvestingsverordening met regels over het in gebruik geven en nemen van woonruimte via een vergunningstelsel. In eerste instantie is dit instrument gericht op de corporatievoorraad, maar dat kan ook worden toegepast op de particuliere huurvoorraad en sinds kort de sociale koopsector. Het biedt de mogelijkheid om toelatingseisen, voorrangs- en urgentieregels, passendheidsnormen en bezettingsnormen in te stellen. Voor woonruimteverdeling geldt dat de gemeentelijke regels alleen betrekking hebben op de categorieën (huur)woningen die schaars zijn. In dat kader wordt in deze rapportage schaarste op de woningmarkt in de gemeente Albrandswaard onderzocht.
Onderzoeksvraag Voor de rapportage bekijken we in welke mate er sprake is van schaarste in de sociale huursector, de onderzoeksvraag die we ter onderbouwing van de inzet van de huisvestingsverordening beantwoorden is de volgende: In hoeverre is het aanbod aan sociale huurwoningen in Albrandswaard schaars? Voor het beantwoorden van deze vraag kijken we naar het corporatiebezit en maken we gebruik van de Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 1 over de woonruimteverdeling in de jaren 2019 tot en met 2022. Waar mogelijk worden recente cijfers van het eerste halfjaar van 2023 toegevoegd.
1 Maaskoepel, SvWrR & Gemeente Rotterdam (2019 t/m 1e helft 2023) Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam.
Rapport
Schaarste
in
de
sociale
huursector
in
Albrandswaard 1
8/20
1
Sociale huursector
In hoeverre is het aanbod aan sociale huurwoningen in Albrandswaard schaars? De schaarste in de sociale huursector wordt onderzocht aan de hand van drie aspecten: vraag, aanbod en slaagkansen. Allereerst wordt er ingezoomd op de vraag door te kijken naar het aantal actief woningzoekenden en het aantal reacties op aangeboden woningen. Het aanbod wordt onderzocht op basis van het aantal verhuringen, en de mediane inschrijftijd bij verhuring. Vervolgens worden vraag en aanbod gecombineerd en de slaagkansen in de sociale huursector onderzocht. De schaarste in de sociale huursector wordt onderzocht aan de hand van drie aspecten: vraag, aanbod en slaagkansen. Allereerst wordt er ingezoomd op de vraag door te kijken naar het aantal actief woningzoekenden en het aantal reacties op aangeboden woningen. Het aanbod wordt onderzocht op basis van het aantal verhuringen, en de mediane inschrijftijd bij verhuring. Vervolgens worden vraag en aanbod gecombineerd en de slaagkansen in de sociale huursector onderzocht.
1.1 Toegang en verdeling In de gemeente Albrandswaard bestaat 25 procent van de woningvoorraad uit sociale huurwoningen 2. Sociale huurwoningen worden door corporaties in de gemeente Albrandswaard aangeboden via het platform Woonnet Rijnmond. Daar kunnen ingeschreven woningzoekenden reageren op vrijkomend aanbod. In eerste instantie zijn sociale huurwoningen bedoeld voor woningzoekenden met een laag inkomen, de primaire en secundaire doelgroep, zoals hieronder gedefinieerd. Inkomensgrenzen Sociale doelgroep • Primaire doelgroep: afhankelijk van leeftijd en huishoudensgrootte geldt een inkomensgrens waarbij het huishouden recht heeft op huurtoeslag (Bovengrens tot €33.800 (prijspeil 2023)); • Secundaire doelgroep: huishoudens met een inkomen tot de EU -grens (Bovengrens tot €48.625 (prijspeil 2023)). Daarnaast mogen woningcorporaties een deel van de woningen vrij toewijzen. Aan de andere kant moeten woningcorporaties ook voorrang geven aan woningzoekenden die met urgentie een woning nodig hebben.
1.2 Woningzoekenden en zoekgedrag Allereerst kijken we naar de vraag in de sociale huursector. Zo bekijken we de ontwikkelingen in het aantal woningzoekenden en de vraag naar woningen aan de hand van het gemiddeld aantal reacties per advertentie. Woningzoekenden Eerst wordt gekeken naar het aantal woningzoekenden in de sociale huursector in gemeente Albrandswaard. Actief woningzoekenden hebben minstens eenmaal per jaar gereageerd op een advertentie in de gemeente Albrandswaard. De afgelopen jaren is
2
Rapport
CBS (2022) Woningvoorraad naar eigendom
Schaarste
in
de
sociale
huursector
in
Albrandswaard 2
9/20
het aantal woningzoekenden dat actief gereageerd heeft op aangeboden woningen in de gemeente Albrandswaard toegenomen (Figuur 1-1), hetzij dat het door de jaren heen wel fluctueert. Er waren in 2019 11.139 actief woningzoekenden in de gemeente Albrandswaard, dat is toegenomen tot 14.244 actief woningzoekenden in 2022. Dit is niet gelijkmatig gestegen, in 2020 was een sterke toename en in 2022 een daling.
Figuur 1-1: Aantal actief woningzoekenden in Albrandswaard. Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam, 2023; bewerking RIGO.
Gemiddeld aantal reacties Ook kan de druk op de sociale woningvoorraad worden geschetst door te kijken naar het gemiddeld aantal reacties per aangeboden (geadverteerde) woning. In Figuur 1-2 is het gemiddeld aantal reacties weergegeven voor de aangeboden woningen in de gemeente Albrandswaard en de regio Rotterdam. Het gemiddeld aantal reacties per geadverteerde woning schommelt van jaar tot jaar. Gemiddeld waren er 270 reacties per woning in 2019 en dit is toegenomen tot gemiddeld 311 reacties in 2022. Deze toename in het aantal reacties is een indicatie van een groeiende vraag naar sociale huurwoningen in de gemeente Albrandswaard. Ook in de regio is het gemiddeld aantal reacties gestegen. In de regio is sprake van een grotere gemiddelde stijging dan in Albrandswaard, al was de stijging in aantal reactie in 2020 hoger dan dat in de regio.
Rapport
Schaarste
in
de
sociale
huursector
in
Albrandswaard 3
10/20
Figuur 1-2: Gemiddeld aantal reacties per advertentie in de gemeente Albrandswaard. Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam, 2023; bewerking RIGO.
1.3 Verhuringen In deze paragraaf wordt het aanbod in de sociale huursector onderzocht op basis van de verhuringen (ook wel toewijzingen). Eerst worden aantallen en aandelen verhuringen per toewijzingsmodule in beeld gebracht, als ook de verhuringen per woningtype. Ook wordt de indicator gemiddelde inschrijftijd bij verhuring beschreven per leeftijdscategorie, huishoudensgrootte en inkomensklasse. Aantallen verhuringen Het aantal verhuringen is een fractie van het aantal actief woningzoekenden. Het gaat om 91 tot 121 woningen per jaar. In
Rapport
Schaarste
in
de
sociale
huursector
in
Albrandswaard 4
11/20
Tabel 1-1 Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.staan de absolute aantallen van verhuringen weergegeven voor de jaren 2019 tot en met het eerste halfjaar van 2023, uitgesplitst naar de verschillende toewijzingsmodulen. Figuur 1-3 geeft weer in hoeverre de verhuringen zijn verdeeld over deze categorieën, uitgedrukt in percentages. Het aantal verhuringen in de sociale huursector in de gemeente Albrandswaard is toegenomen in de onderzochte periode. Van 2019 tot 2021 werd het merendeel van de woningen toegewezen via het inschrijfduurmodel. Dat veranderde in 2022. Het aantal verhuringen via directe bemiddeling wisselt per jaar. Na een daling in 2020 is in de jaren daarna een grote stijging waarneembaar. Vooral in 2022 zijn er veel woningen via directe bemiddeling verhuurd. Samen met het inschrijfduurmodel is dit de toewijzingsmodule waarmee de meeste verhuringen tot stand komen. Via zowel het lotingmodel als Direct Kans worden om en nabij tien woningen per jaar verhuurd.
Rapport
Schaarste
in
de
sociale
huursector
in
Albrandswaard 5
12/20
Tabel 1-1: Aantal verhuringen uitgesplitst naar toewijzingsmodule in de gemeente Albrandswaard. Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam; bewerking RIGO.
2019 40 8 30 9 4 91
Inschrijfduurmodel Lotingmodel Directe bemiddeling Direct kans Wens & Wacht Totaal
2020 60 11 18 11 2 102
2021 58 10 27 12 107
2022 51 7 54 9 121
2023* 17 2 25 2 46
Figuur 1-3: Aandeel verhuringen uitgesplitst naar toewijzingsmodule in de gemeente Albrandswaard. Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam, 2023; bewerking RIGO
100%
4%
90%
10%
2%
80% 70%
33%
11%
18%
25%
11%
60% 50%
11%
4%
45%
54%
9%
9%
6%
40% 30% 20%
7%
59%
54%
44%
4%
42%
37%
2022
2023*
10% 0% 2019 Aanbodmodel
2020 Lotingmodel
2021 Directe bemiddeling
Direct kans
Wens & Wacht
In Figuur 1-4 zijn de toewijzingen gepresenteerd naar het woningtype. Appartementen is een verzamelnaam voor de woningtypen: flat met lift; flat zonder lift; benedenwoning; bovenwoning/maisonnette; en kamer/studio. De verdeling van het aantal toewijzingen per woningtype is relatief stabiel over de jaren.
Rapport
Schaarste
in
de
sociale
huursector
in
Albrandswaard 6
13/20
Figuur 1-4: Aandeel verhuringen uitgesplitst naar woningtype in de gemeente Albrandswaard. Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam, 2023; bewerking RIGO.
100% 90% 80%
42
51
70%
65
24
56
22
2022
2023*
68
60% 50% 40% 30%
49
51
20%
39
10% 0% 2019
2020
2021
Eengezinswoning
Appartementen
Inschrijftijd De inschrijfduur geeft aan hoe lang woningzoekenden ingeschreven hebben gestaan bij Woonnet Rijnmond op het moment van de toewijzing van een woning. Hierbij gaat het om de mediane inschrijftijd voor toewijzingen via het Inschrijfduur-, Loting- , Direct Kans- en Wens & Wachtmodel of via directe bemiddeling. Verhuringen aan urgente n, herhuisvestingskandidaten en vergunninghouders zijn buiten beschouwing gelaten. Ook kan het jaar 2019 niet worden vergeleken met de andere onderzochte jaren in de evaluatie, omdat in dat jaar de gemiddelde inschrijftijd werd berekend, in plaats van de mediaan. In Figuur 1-5 is te zien dat de mediane inschrijftijd van de nieuwe huurders in Albrandswaard in de periode 2019 t/m 2022 tussen de 2,7 en 4,9 jaar bedraagt. De mediane inschrijftijd in Albrandswaard is afgenomen sinds 2020. Zo was de inschrijftijd in 2020 meer dan twee keer zo groot dan in de regio, terwijl het sinds 2021 ongeveer gelijk ligt. Dat kan mogelijk verklaard worden door de toename in het aantal verhuringen.
Rapport
Schaarste
in
de
sociale
huursector
in
Albrandswaard 7
14/20
Figuur 1-5: Mediane inschrijftijd (in jaren) in de gemeente Albrandswaard en de regio Rotterdam. Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam, 2023; bewerking RIGO
6,0 5,0 4,9 4,0 3,4
3,0
3,3
3,0 2,6
2,0
2,7
2,6
2,1
1,0 2020
2021
2022
Albrandswaard
2023*
Regio Rotterdam
In Figuur 1-6 is te zien dat de mediane inschrijftijd van verhuurde woningen via het inschrijfduurmodel over het algemeen hoger ligt, dan bij de andere modellen. Via het inschrijfduurmodel worden woningen op basis van inschrijftijd toegewezen. Te zien is dat de mediane inschrijftijd over de drieënhalfjaar is afgenomen. Bij directe bemiddeling steekt de mediane inschrijfduur in 2020 zeer hoog af tegen de cijfers in de jaren daarna. Bij verhuringen via het lotingmodel en Direct Kans speelt inschrijfduur geen rol, dat is ook duidelijk te zien in de mediane inschrijftijd van de verhuringen in deze modules.
Figuur 1-6: Mediane inschrijftijd (in jaren) in de gemeente Albrandswaard uitgesplitst naar toewijzingsmodel. Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam, 2023; bewerking RIGO
8,0 7,0 6,0 5,0 4,0
7,2
6,8
5,3 4,2
3,8
3,0
2,1
2,0
1,8
1,6 1,6
1,3
0,8
1,0
0,4 0,4
-
Aanbodmodel
Rapport
2,3
Schaarste
Lotingmodel
in
Directe bemiddeling
2020
2021
2022
de
sociale
-
-
Direct kans
-
-
-
Wens & Wacht
2023
huursector
in
Albrandswaard 8
15/20
In Tabel 1-2 wordt de mediane inschrijftijd van nieuwe huurders in de gemeente Albrandswaard naar verschillende huishoudtypen geanalyseerd . Helaas zijn niet voor alle jaren alle gegevens beschikbaar voor de gemeente Albrandswaard. Voor alle huishoudgroottes is de mediane inschrijftijd in de periode 2020 t/m 2023 (bijna) gehalveerd. Voor de kleinste en grootste huishoudens is de inschrijfduur het laagst met 1,7 jaar. Tabel 1-2: Mediane inschrijftijd (in jaren) naar aantal personen in het huishouden in de gemeente Albrandswaard. Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam, 2023; bewerking RIGO.
2020 3,6 5,5 6,8 4,9 3,6 5,5
1 persoon 2 personen 3 personen 4 personen 5 personen Albrandswaard
2021 2,8 2,4 2,6 2,8 2,4
2022 3,4 4,3 3,4 3,4 4,3
2023 1,7 2,8 2,7 1,7 2,8
Tabel 1-3 geeft weer dat de mediane inschrijftijd van verschillende inkomensklassen door de jaren heen wisselt. Helaas zijn er weinig gegevens voor de niet-DEAB doelgroep, waarschijnlijk waren er te weinig verhuringen in Albrandswaard aan deze doelgroep om hier zinnig de mediane inschrijftijd te kunnen beschrijven. In de eerste helft van 2023 blijkt de mediane inschrijftijd van de primaire doelgroep, net zoals in 2020, het laagst te zijn. De inschrijftijd van de secundaire doelgroep is meer dan een jaar langer dan de primaire doelgroep. Tabel 1-3: Mediane inschrijftijd (in jaren) naar inkomensklasse in de gemeente Albrandswaard. Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam, 2023; bewerking RIGO
2020 3,6 5,5 6,8 4,9
Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Niet-DAEB doelgroep Albrandswaard
2021 2,8 2,4 2,6
2022 3,4 4,3 3,4
2023 1,7 2,8 2,7
1.4 Slaagkansen Tenslotte kijken we in deze paragraaf naar de effecten van de combinatie van woningzoekenden en aanbod in de sociale huursector, uitgedrukt in slaagkansen. Vervolgens worden de woningzoekenden vergeleken met de toegewezen huishoudens op basis van leeftijdsklasse. Slaagkans De slaagkans gaat om het percentage verhuringen via de media of directe bemiddeling, gedeeld door het aantal actief woningzoekenden plus het aantal geslaagde direct bemiddelden (zij hebben niet actief gereageerd). De slaagkans is per halfjaar berekend en het gemiddelde van deze halfjaarslaagkansen is gebruikt om de slaagkans voor een heel jaar te berekenen. Er is geen regionale slaagkans bekend. De slaagkans geeft niet de kans op een woning voor individuele woningzoekenden weer. Per individu spelen daarvoor andere factoren een rol, zoals inschrijfduur of zoekgedrag. De slaagkans geeft voornamelijk de verhouding weer tussen vraag en aanbod en geeft daarmee een goede indicatie van de ontwikkeling van de druk op de sociale sector. Rapport
Schaarste
in
de
sociale
huursector
in
Albrandswaard 9
16/20
In Figuur 1-7Figuur 1-7 zijn de slaagkansen te zien in de gemeente Albrandswaard. De gemeente heeft gemiddeld de laagste slaagkansen van de regio Rotterdam. De slaagkans schommelt in de periode 2019 tot 2022 tussen de 0,5 en 0,7 procent.
Figuur 1-7: Slaagkansen in de gemeente Albrandswaard. Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam, 2023; bewerking RIGO
De slaagkansen per leeftijdscategorie voor de gemeente Albrandswaard zijn weergegeven in Tabel 1-4. Duidelijk is te zien dat de slaagkansen toenemen met de leeftijd. Dat komt doordat ouderen vaak pas reageren wanneer zij al veel inschrijfduur hebben opgebouwd. Jongeren hebben doorgaans nog geen mogelijkheid gehad inschrijfduur op te bouwen, dus ligt hun slaagkans ook veel lager. Wel maken jongeren soms een kans op toewijzing door gelabelde woningen voor deze doelgroep of via het Loting- of Direct Kans model. Over de periode van 2019 tot en met 2022 zijn de slaagkansen voor alle leeftijdsgroepen ongeveer gelijk gebleven. Voor jongeren tot 23 jaar was de slaagkans in 2019 op een sociale huurwoning nihil. Voor 65-plussers is de slaagkans ook laag, maar zij hebben nog wel de meeste kans als leeftijdsgroep.
Tabel 1-4: Slaagkansen naar leeftijdscategorieën in de gemeente Albrandswaard. Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam. 2023; bewerking RIGO
2019 0,0% 0,3% 0,3% 0,4% 0,6% 1,1% 0,5%
<23 jaar 23 t/m 34 jaar 35 t/m 44 jaar 45 t/m 54 jaar 55 t/m 64 jaar 65 jaar en ouder Albrandswaard
Rapport
Schaarste
in
de
2020 0,4% 0,2% 0,4% 0,4% 1,6% 4,1% 0,5%
2021 0,3% 0,3% 0,6% 0,5% 2,6% 4,5% 0,7%
sociale
huursector
2022 0,0% 0,3% 0,4% 0,9% 1,4% 3,4% 0,7%
in
Albrandswaard 10
17/20
Vervolgens vergelijken we de actief woningzoekenden met de toegewezen huishoudens naar leeftijdsklasse. Uit nadere analyse van de verhuringen naar leeftijdscategorieën (Figuur 1-8), is op te maken dat de meeste woningen zijn verhuurd aan de groep 23 tot 34-jarigen. Desondanks is deze groep ondervertegenwoordigd als je kijkt naar het aandeel actief woningzoekenden in deze leeftijdscategorie. Bijna de helft van de woningzoekenden (48 procent) valt in deze leeftijdsgroep, maar van de geslaagden valt 22 procent binnen deze leeftijdscategorie. Ook de woningzoekenden tot en met 22 jaar zijn ondervertegenwoordigd bij het aandeel geslaagde n. Over de periode van vier jaar vormden jongeren tot 22 jaar gemiddeld 9 procent van de actief woningzoekenden. Zij kregen echter slechts 6 procent van de woningen toegewezen. Dit terwijl de groepen vanaf 55 jaar sterk oververtegenwoordigd zijn in het aantal geslaagden. In de leeftijdscategorie 55 tot 64-jarigen is het aandeel toewijzingen ruim drie keer zo hoog als het aandeel actief woningzoekenden . De leeftijdscategorie van 65 tot en met 74 jaar vormt maar 2 procent van de woningzoekenden, terwijl 12 procent van de geslaagden binnen deze leeftijdscategorie val t. Tenslotte is 1 procent van de woningzoekenden 75 jaar of ouder, maar ze maken wel 9 procent uit van de geslaagden.
Dit kan onder andere worden verklaard doordat inschrijftijd bepalend is bij toewijzing via de reguliere inschrijfduurmodule en jongeren minder lang ingeschreven kunnen staan dan ouderen, die langer inschrijftijd kunnen ‘opsparen’. Bovendien geldt dat er voor de oudere woningzoekende vaker vormen van voorrang worden ingezet (denk aan seniorenwoningen, wonen en zorg, etc.).
Figuur 1-8: Vergelijking percentage actief woningzoekenden en percentage toewijzingen naar leeftijdsklassen in de gemeente Albrandswaard over de jaren 2019 - 2022. Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam, 2023; bewerking RIGO
1%
2% 5%
100% 90%
4% 9%
12%
12%
80% 70%
22%
16%
60% 13%
50% 40%
17%
48%
30% 20%
22%
10% 9%
0% Tot en met 22 jaar 55-64 jaar
Rapport
Schaarste
6%
Zoekenden 23-34 jaar 65-74 jaar
in
de
Geslaagden 35-44 jaar 45-54 jaar 75 jaar en ouder onbekend
sociale
huursector
in
Albrandswaard 11
18/20
2
Conclusie
In deze rapportage hebben we onderzocht in hoeverre er in de sociale woningvoorraad in de gemeente Albrandswaard sprake is van schaarste. Het onderzoek naar schaarste dient als onderbouwing van de huisvestingsverordening die sturing mogelijk maakt in woonruimteverdeling. De indicatoren die de stand van zaken in de woonruimteverdeling meten, laten zien dat er schaarste is in het sociale segment. Ondanks dat het aantal verhuringen licht is toegenomen en de mediane inschrijftijd is gedaald tussen 2019 en 2022, andere indicatoren laten zien dat er desondanks sprake is van een hoge druk op de sociale huursector. •
•
•
•
Het aantal actief woningzoekenden is van 11.139 in 2019 gestegen naar 14.244 actief woningzoekenden in 2022 en lag in de tussen liggende jaren op ruim 18.000 actief woningzoekenden. De mediane inschrijftijd is in de onderzochte periode gedaald onder invloed van de toename van het aantal directe bemiddelingen. Deze verhuringen hebben over het algemeen een lagere mediane inschrijftijd bij acceptatie. Het gemiddeld aantal reacties per woning is hoog en gestegen van 270 in 2019 tot gemiddeld 311 reacties in 2022 en een uitschieter van gemiddeld 414 reacties per geadverteerde woning in 2020. De slaagkansen voor woningzoekenden in de gemeente Albrandswaard zijn erg laag. Deze zijn het laagst in vergelijking met de andere gemeenten in de regio Rotterdam. Met name de jongere leeftijdsgroepen komen moeilijk aan een sociale huurwoning en hebben een lage slaagkans.
Rapport
Schaarste
in
de
sociale
huursector
in
Albrandswaard 12
19/20
20/20
Was/wordt-tabel [Verordening WRB 2020 --> Verordening WRB 2024] Pag .
Art.
Onderdeel
Was
Wordt
1
nvt
Citeertitel
Verordening 2024
1
nvt
1
vt
Verwijzing naar schaarsteonderzoek Verwijzing naar advies GS
Verordening 2020 -
1
nvt
Verwijzing naar Huisvestingswet
-
3
1.1
Definitie woonwagen
Definitie
RIGO-rapport 2024 Optionele verwijzing (keuze gemeente) Verwijzing naar artikel 2 en 4 -
3
2.1.1
Onzelfstandige woonruimte
Zat er niet in
4
2.2.2.
8
2.3.10
12
3.4
14
B2.1 en B2.2
Verduidelijking wanneer wettelijk verplicht behoud inschrijfduur Verwijzing naar ruimere mogelijkheid lokale binding Benoemen looptijd te verlengen verordening Herpositionering SUWR
15
B2.3.2. h
Weigeringsgrond op grond van (ontbreken van) binding
Woonachtig
19
B4.3.4
Zorg- of nazorg eis geschrapt
21 21
B5.7.1. a B5.7.1.
22
25
Toelichting
Gemeente n Alle
Wettelijke verplichting bij vaststelling verordening
Alle
n.a.v. nieuw artikel 6 Huisvestingswet (GS brengt advies uit)
Alle
Alle
Nu wel
Toelichting naar grondslag voor vaststellen huisvestingsverordening Overbodig, want al gedefinieerd in overige wetgeving Verduidelijking
Zat er niet in
Nu wel
Verwijzing naar Huisvestingswet
Alle
25%
50%
Nieuwe wetgeving
Alle
Zat er niet in
Nu wel
Met oog op totstandkoming nieuwe verordening
Alle
Bevoegd gezag
Past beter bij bedoeling van o.a. Huisvestingswet: college is bevoegd gezag en kan taken delegeren
SUWR-gemeenten
Op basis van recente jurisprudentie, was onrechtmatige bindingseis
Alle
Eis
Door College gemandateerde partij Binding zoals gedefinieerd in de wet Vervallen
Zodat de 5.7.-groep altijd kan worden bemiddeld
Alle
Eis woont in instelling
Zat er niet in
Nu wel
Alle
Resocialisatietraject
Was traject
B5.7.4
Verwijzing naar schuldenproblematiek in bijlage 3
Zat er niet in
Nu resocialisatietrajec t Nu wel
Urgentie is bedoeld voor uitstromers, niet voor thuiswonenden die een traject doorlopen Verduidelijking aangebracht in meerdere passages in dit artikel
SUWR-gemeenten
Bijlage 3
Bijlage schuldproblematiek
Zat er niet in
Nu wel
Behoefte bij SUWR-gemeenten om nader te definiëren wat onder schuldproblematiek wordt verstaan Behoefte bij SUWR-gemeenten om nader te definiëren wat onder schuldproblematiek wordt verstaan
20240322
Zat er niet in
Alle Alle
Alle
SUWR-gemeenten
Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam geldend van 1 juli 2024 tot 1 januari 2026
De Raad van de gemeente Albrandswaard gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 mei 2024; gelet op artikel 4, aanhef en onderdeel a, van de Huisvestingswet;
overwegende dat: - de Huisvestingswet 2014 een kader biedt voor de verdeling van schaarse woonruimte; - binnen de gemeenten die deel uitmaken van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam sprake is van schaarste van woonruimte met onevenwichtige en onrechtvaardige effecten als bedoeld in artikel 2 van de Huisvestingswet 2014 en een stagnerende doorstroming op de woningmarkt, zoals ook blijkt het rapport ‘Schaarste in de sociale huur gemeente Albrandswaard (RIGO, 2024); - het hierom noodzakelijk is om de beschikbaar komende woonruimte in de gemeenten die deelnemen aan het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam evenwichtig, rechtvaardig, doelmatig en transparant te verdelen; besluit: tot vaststelling van de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 . Hoofdstuk 1. Algemeen Artikel 1.1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. aanbodinstrument: het aanbodinstrument bedoeld in artikel 2.2.2; b. bemiddelingsmodel: het bemiddelingsmodel bedoeld in artikel 2.2.4; c. corporatie: de instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet voor zover deze instelling actief is in één of meer van de gemeenten waar deze verordening van kracht is; d. directe aanbieding: directe aanbieding bedoeld in artikel 2.2.3; e. economische binding: economische binding als bedoeld in artikel 14, derde lid van de wet; f.
gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1
g. gelabelde woonruimte: woonruimte behorende tot een categorie genoemd in kolom 1 van de in artikel 2.3.9, tweede lid opgenomen tabel; h. herhuisvestingsverklaring: urgentieverklaring, verleend wegens de toepasselijkheid van de in artikel 5.8 van Bijlage I bij deze verordening genoemde urgentiegrond; i. huishouden: 1. alleenstaande; of, 2. samenwonenden, zijnde twee personen die hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en blijk geven zorg te dragen voor elkaar; of, 3. de alleenstaande of samenwonenden en de kinderen van de alleenstaande of tenminste één van de samenwonenden, voor zover die kinderen hoofdverblijf hebben in de woning van de alleenstaande of samenwonenden en de leeftijd van 27 jaar niet hebben bereikt; 4. de alleenstaande of samenwonenden en het kind van de alleenstaande of tenminste één van de samenwonenden, voor zover het kind hoofdverblijf heeft in de woning van de alleenstaande of samenwonenden, de leeftijd van 27 jaar heeft bereikt en er tussen het kind en de alleenstaande of tenminste één van de samenwonenden een zorgrelatie bestaat die tot gevolg heeft dat de zorgontvanger zonder de uit hoofde van die relatie ontvangen zorg redelijkerwijs niet in zijn of haar huidige woonsituatie kan blijven wonen; j. huisvestingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 8 van de Huisvestingswet 2014; k.
huurprijsgrens: de huurprijsgrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de huurtoeslag; l. indicatie: een door een onafhankelijke, ter zake deskundig persoon of orgaan opgesteld document waaruit de specifieke fysieke of andere beperkingen van een woningzoekende blijken en waarin is of op basis waarvan kan worden bepaald hoe de huisvesting van de woningzoekende daarop dient te worden afgestemd; m. inkomensgrens: de inkomensgrens bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; n. maatschappelijke binding: maatschappelijke binding als bedoeld in artikel 14, derde lid van de wet; o. referentiewoning: een representatief voorbeeld van de te huur aan te bieden zelfstandige woonruimte; p. regio: de woningmarktregio; q. regiogemeenten: de gemeenten die deel uitmaken van de woningmarktregio; r. schaarse woonruimte: woonruimte die naar het oordeel van de gemeenteraad in de betreffende gemeente, na afstemming met de in zijn gemeente werkzame corporaties, schaars is; s. standplaats zoals bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014; t. studentenwoning: zelfstandige woonruimte die door de verhuurder bestemd is voor de verhuur aan studenten in de zin van de Wet studiefinanciering 2000 of aan personen die onderwijs ingevolge de Wet educatie en beroepsonderwijs volgen; u.
uitverhuisperiode: de periode gelegen tussen het moment waarop de herhuisvestingsverklaring is afgegeven en het moment waarop de bewoning van de woonruimte gestaakt moet zijn in verband met de ingreep; v. urgentieregio: een urgentieregio, bedoeld in Bijlage II van deze verordening; w. urgentieverklaring: de urgentieverklaring als bedoeld in artikel 2.1 van Bijlage I zijnde de beschikking waarmee de indeling van woningzoekenden in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid van de wet plaatsvindt; x. voorrangscategorie: een categorie woningzoekende die op grond van het bepaalde in artikel 2.3.9 of artikel 2.3.10 met voorrang in aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning; 2
y. wet: de Huisvestingswet 2014; z. woning: zelfstandige woonruimte; aa. woningmarktregio: de woningmarktregio die gevormd wordt door de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne; bb. woningruil: een overeenkomst tussen twee huishoudens, gesloten met instemming van de corporatie of corporaties van wie zij woonruimte huren, op grond waarvan zij de door hen bewoonde woonruimte ruilen; cc. woningzoekende: een huishouden dat op zoek is naar woonruimte; dd. woongroep: het bewonen van een zelfstandige woonruimte door een groep huurders (inclusief hun kinderen), die geen gemeenschappelijke huishouding voeren, geen onderlinge huurrelatie hebben, maar wel op basis van eigen initiatief kiezen om samen te wonen; ee. woonplaats: woonplaats als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; ff. woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; gg. zelfstandige woonruimte: woonruimte met een eigen, afsluitbare, toegang welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen zoals badkamer, toilet en keuken buiten de woonruimte.
Hoofdstuk 2. Woonruimtebemiddeling Paragraaf 2.1. Algemeen Artikel 2.1.1. Reikwijdte 1. Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op alle van corporaties of van gemeenten voor verhuur vrijkomende of beschikbare zelfstandige woonruimten onder de huurprijsgrens. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is hoofdstuk 2 van deze verordening niet van toepassing op: a. woonschepen; b. studentenwoningen; c. woonruimte die met toepassing van het bepaalde in de Leegstandwet verhuurd wordt; d. woonruimte die in verband met aanstaande sloop of ingrijpende renovatie op basis van een tijdelijke huur- of gebruiksovereenkomst in gebruik wordt genomen voor bewoning. e. onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de wet. 3. Het in dit hoofdstuk bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het in gebruik geven en te huur aanbieden van ingevolge het eerste lid aangewezen woonruimten van gemeenten. 4. Het bepaalde in de paragrafen 2.2 tot en met 2.5 in dit hoofdstuk is niet van toepassing op standplaatsen. Artikel 2.1.2. Eisen aan de woningzoekende Voor een huisvestingsvergunning komen in aanmerking woningzoekenden waarvan het huishouden voldoet aan de volgende eisen: a. tenminste één van de leden van het huishouden is niet minderjarig als bedoeld in artikel 1:233 van het Burgerlijk Wetboek en
3
b. de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse nationaliteit of worden op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander behandeld of zijn vreemdelingen en verblijven rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000. Paragraaf 2.2. Aanbieden en bemiddelen van woonruimte Artikel 2.2.1. Het aanbieden van woonruimte 1. Corporaties bieden woonruimte te huur aan via openbaar aanbod of via een directe aanbieding. 2. Het openbaar aanbod wordt gedaan via het aanbodinstrument. 3. Bij een directe aanbieding biedt een corporatie woonruimte rechtstreeks aan een specifieke woningzoekende te huur aan. Deze aanbieding geschiedt niet via het aanbodinstrument. Artikel 2.2.2. Openbaar aanbod en het aanbodinstrument 1. Corporaties stellen gezamenlijk voor de gehele regio een aanbodinstrument in en houden dit in stand. 2. Via het aanbodinstrument bieden corporaties hun voor verhuur vrijkomende of beschikbare woonruimte aan. Voor zover het bemiddelingsmodel daartoe aanleiding geeft, kunnen zij woonruimte te huur aanbieden door middel van een referentiewoning. 3. Het aanbodinstrument voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a. het is gebruiksvriendelijk en toegankelijk, b. het biedt woningzoekenden de mogelijkheid hun belangstelling kenbaar te maken op de door corporaties te huur aangeboden woonruimte, c.
het informeert woningzoekenden op uniforme en transparante wijze over de op grond van het toepasselijke bemiddelingsmodel geldende volgorde, waarin de woningzoekenden die hun belangstelling voor de woonruimte kenbaar hebben gemaakt, voor de huur in aanmerking komen en d. het informeert woningzoekenden op uniforme en transparante wijze over de voorwaarden waaraan zij moeten voldoen om in aanmerking te komen voor huur van de aangeboden woonruimten. 4. Een door het aanbodinstrument mogelijk gemaakte inschrijving van woningzoekenden om in aanmerking te komen voor woonruimte, vervalt niet in de gevallen bedoeld in de artikelen 11a, 11b en 11c van de wet. Artikel 2.2.3. Directe aanbieding De corporatie kan in de volgende omstandigheden woonruimte te huur aanbieden via een directe aanbieding aan een woningzoekende: a. de woningzoekende is een houder van een urgentie- of herhuisvestingsverklaring; b. de woningzoekende heeft een uitdrukkelijke woonwens die aansluit bij een bijzondere vorm van bewoning van de aangeboden woonruimte zoals het geval is bij atelierwoningen en woongroepen; c. de woningzoekende heeft als gevolg van specifieke persoonlijke omstandigheden welke hem of haar onderscheiden van het overgrote deel van de woningzoekenden, een zeer geringe kans om zelfstandig binnen een redelijke termijn woonruimte te vinden; d.
het is, gelet op specifieke persoonlijke omstandigheden van de woningzoekende, noodzakelijk om hem of haar niet zelf woonruimte te laten vinden; 4
e. het is, gelet op het belang van het bevorderen van doorstroming, wenselijk om een woningzoekende een zeer specifiek aanbod aan woonruimte te kunnen doen; f. de woningzoekende beschikt als gevolg van een acute en onvoorziene omstandigheid niet meer over zelfstandige woonruimte en zou in verband daarmee in aanmerking komen voor een urgentieverklaring, maar het is om humanitaire redenen onwenselijk om te wachten totdat hij of zij met die urgentieverklaring woonruimte zou vinden; g. de woningzoekende moet als gevolg van een uitspraak van een burgerlijke rechter of het advies van een klachtencommissie over een geschil inzake woonruimtebemiddeling, door een corporatie gehuisvest worden; h. de woningzoekende wil in het kader van woningruil woonruimte betrekken. Artikel 2.2.4. Bemiddelingsmodellen 1. Een bemiddelingsmodel beschrijft de regels aan de hand waarvan de volgorde blijkt waarin woningzoekenden voor de huur van via het aanbodinstrument aangeboden woonruimte in aanmerking komen, wanneer zij daarvoor hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt. 2. De binnen de regio toe te passen bemiddelingsmodellen worden door de corporaties gezamenlijk vastgesteld. 3. De vast te stellen bemiddelingsmodellen voldoen aan de volgende eisen: a. bemiddelingsmodellen ontnemen woningzoekenden niet de mogelijkheid om op te huur aangeboden woonruimte te reageren; b.
bemiddelingsmodellen dienen uitsluitend aan de hand van objectieve en rechtmatige criteria de volgorde te bepalen waarin woningzoekenden voor de te huur aangeboden woonruimte in aanmerking komen; c. de bemiddelingsmodellen zijn transparant; d. er wordt voorzien in bijzondere volgorderegels voor die gevallen waarin meer dan één huishouden op grond van de reguliere volgorderegels voor de huur van de woonruimte in aanmerking zouden komen. Paragraaf 2.3. De huisvestingsvergunning Artikel 2.3.1. Vergunningvereiste 1. Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning woonruimte, aangewezen in artikel 2.1.1, eerste lid, in gebruik te nemen voor bewoning. 2. Het is verboden om de in het vorige lid bedoelde woonruimte in gebruik te geven voor bewoning aan een persoon die niet beschikt over een huisvestingsvergunning.
Artikel 2.3.2. De bevoegdheid tot verlening, weigering, wijziging en intrekking van de huisvestingsvergunning Het college van burgemeester en wethouders beslist tot verlening, weigering, wijziging en intrekking van de huisvestingsvergunning. Artikel 2.3.3. De aanvraag om een huisvestingsvergunning 1. Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning verstrekt de aanvrager in ieder geval de volgende informatie en de volgende gegevens en bescheiden: a. de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte wil betrekken; 5
b. het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft; c. voor zover dat niet uit de in het tweede lid bedoelde legitimatiebewijzen blijkt: bewijsstukken waaruit blijkt dat het huishouden voldoet aan de in artikel 2.1.2 opgenomen eisen; d. stukken waaruit blijkt dat het aannemelijk is dat het huishouden van de aanvrager na verlening van de aangevraagde huisvestingsvergunning de woonruimte ook daadwerkelijk in gebruik kan nemen. 2. De aanvrager kan verzocht worden om diens legitimatiebewijs en dat van de leden van diens huishouden te tonen. 3. Op een aanvraag om huisvestingsvergunning wordt binnen zeven dagen na de dag van ontvangst daarvan beslist. 4. De in het vorige lid bedoelde termijn kan éénmaal met ten hoogste zeven dagen verlengd worden. Artikel 2.3.4. De inhoud van de huisvestingsvergunning 1. De huisvestingsvergunning bevat de volgende informatie: a. het adres van de woonruimte waarop zij betrekking heeft; en b. de naam van de persoon of namen van de personen die als vergunninghouder worden aangemerkt. 2. In een huisvestingsvergunning kan een voorschrift worden opgenomen op grond waarvan de vergunninghouder de woonruimte enkel binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik kan nemen. Artikel 2.3.5. Beoordeling van de aanvraag om huisvestingsvergunning 1. De huisvestingsvergunning wordt geweigerd indien: a.
het huishouden van de aanvrager niet aan de in artikel 2.1.2 genoemde eisen voldoet; b. de aanvrager niet op grond van het bepaalde in het tweede en derde lid voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komt; of, c. het niet aannemelijk is dat het huishouden van de aanvrager na verlening van de aangevraagde huisvestingsvergunning de woonruimte ook daadwerkelijk in gebruik kan nemen. 2. Indien woonruimte te huur wordt aangeboden via een openbaar aanbod, wordt de volgorde waarin aanvragers in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning bepaald overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2.3.6 tot en met 2.3.10. 3. Indien woonruimte te huur wordt aangeboden via directe aanbieding, wordt met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.3.8 tot en met 2.3.10. bepaald aan welke aanvrager de huisvestingsvergunning verleend wordt. Artikel 2.3.6. Groepen woningzoekenden 1. Bij het beoordelen van de aanvragen om huisvestingsvergunning worden de woningzoekenden die een aanvraag hebben ingediend onderverdeeld in de in de volgende leden genoemde drie groepen. 2. Tot groep 1 behoren de woningzoekenden die in het bezit zijn van een geldige urgentie- of herhuisvestingsverklaring met een voor de desbetreffende woonruimte passend zoekprofiel en die tevens behoort tot alle eventueel van toepassing zijnde voorrangcategorieën. 3.
Tot groep 1 behoren tevens de houders van een urgentieverklaring, verleend op grond van artikel 5.5 of artikel 5.6 van Bijlage I alsmede houders van een verblijfsvergunning, voor zover die behoren tot de op grond van artikel 2.3.9 van toepassing zijnde voorrangcategorieën. Zij 6
hoeven niet te behoren tot op grond van artikel 2.3.10 van toepassing zijnde voorrangcategorieën. 4. Tot groep 2 behoren de overige woningzoekenden die behoren tot de eventueel op grond van de artikelen 2.3.9 en 2.3.10 van toepassing zijnde voorrangcategorieën. 5. Tot groep 3 behoren de overige woningzoekenden. Artikel 2.3.7. Rangorde en het regionaal aanbodinstrument 1. Als eerste komt voor de verlening van de huisvestingsvergunning in aanmerking de woningzoekende behorende tot groep 1, die in het bezit is van de urgentie- of herhuisvestingsverklaring die als eerste is verlopen of verloopt. 2. Vervolgens komt voor de verlening van de huisvestingsvergunning in aanmerking de woningzoekende die: a. behoort tot groep 2 en b. op basis van het door de corporatie toegepaste bemiddelingsmodel als eerste voor de huur van de woonruimte in aanmerking komt. 3. Vervolgens komt voor de verlening van de huisvestingsvergunning in aanmerking de woningzoekende die: a. behoort tot groep 3 en b. op basis van het door de corporatie toegepaste bemiddelingsmodel als eerste voor de huur van de woonruimte in aanmerking komt. 4.
Voor wat betreft de toepassing van het eerste lid wordt de urgentieverklaring, verleend vanwege de toepasselijkheid van een urgentiegrond opgenomen in artikel 5.1 tot en met 5.7 van Bijlage I, geacht te zijn verlopen op het moment dat de eerste fase van de urgentie als bedoeld in artikel 4.2, eerste fase, van Bijlage I eindigt. 5. Voor wat betreft de toepassing van het eerste lid wordt de herhuisvestingsverklaring geacht te verlopen op het moment dat de eerste fase van de urgentie als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, van Bijlage I eindigt. Artikel 2.3.8. Voorrang voor bezitters van een urgentie- of herhuisvestingsverklaring 1. Een huishouden dat wegens een persoonlijke noodsituatie of wegens sloop of ingrijpende verbetering van zijn woonruimte een (andere) woonruimte nodig heeft en geen gebruik kan maken van een voorliggende voorziening, kan in aanmerking komen voor een urgentieverklaring, dan wel een herhuisvestingsverklaring. 2. In Bijlage I bij deze verordening is aangegeven: a. door wie, bij wie en de wijze waarop de in het vorige lid bedoelde verklaringen kunnen worden aangevraagd, b. door wie en de gronden waarop deze verklaringen worden verstrekt, c. de inhoud van deze verklaringen en d. de gevolgen die deze verklaringen hebben voor de positie op de woningmarkt van de bezitter ervan. Artikel 2.3.9.
Voorrang voor woningzoekenden in verband met de passendheid van de woonruimte 1. Als categorieën woonruimte als bedoeld in artikel 11 van de wet worden aangewezen de categorieën woonruimte beschreven in kolom 1 van de in het tweede lid opgenomen tabel. Als gedeelte van de categorieën woningzoekenden als bedoeld in artikel 11 van de wet worden
7
aangewezen de categorieën woningzoekenden beschreven in kolom 2 van de in het tweede lid opgenomen tabel. 2. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor schaarse woonruimte die behoort tot een in onderstaande tabel genoemde categorie woonruimte, wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden die behoren tot een in die tabel achter de desbetreffende categorie woonruimte genoemde categorie woningzoekenden. Rijnummer
Kolom 1: Categorie woonruimte (gelabelde woonruimte)
Kolom 2: Categorie woningzoekenden (voorrangscategorie)
1
Woonruimte geschikt voor de huisvesting van senioren
Huishoudens waarvan tenminste één lid de leeftijd van 55 jaar, of een hogere, nader te bepalen leeftijd, heeft bereikt
2
Woonruimte in het bijzonder geschikt voor de huisvesting van jongeren
Huishoudens waarvan alle leden niet ouder zijn dan 27 jaar, of een lagere, nader te bepalen, leeftijd hebben
3
Woonruimte in het bijzonder geschikt voor de huisvesting van starters
Huishoudens die geen zelfstandige woonruimte achterlaten
4
Woonruimte in het bijzonder geschikt voor de huisvesting van doorstromers
Huishoudens die een zelfstandige woonruimte achterlaten
5
Woonruimte in het bijzonder geschikt en nodig voor bewoners met een beperking
Huishoudens in het bezit van een indicatie
6
Woonruimte in het bijzonder geschikt voor gezinnen
Huishoudens bestaande uit tenminste één volwassene en één kind jonger dan 18 jaar
7
Woonruimte in het bijzonder geschikt voor grote huishoudens
Huishoudens bestaande uit ten minste vijf personen
8
Woonruimte in het bijzonder geschikt voor huishoudens met een laag inkomen
Huishoudens met een bij de woonruimte passend, nader te bepalen, inkomen
Artikel 2.3.10. Voorrang voor woningzoekenden met regionale of lokale binding 8
Bij verlening van huisvestingsvergunningen wordt voor ten hoogste 50 procent van de in artikel 2.1.1, eerste lid, aangewezen categorieën woonruimte, voorrang gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de wet aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente. Paragraaf 2.4. Experimenten Artikel 2.4.1. Experimenten 1. Bij een experiment worden de effecten onderzocht van een wijze van in gebruik geven van woonruimte, welke niet in of op grond van deze verordening is geregeld maar wel in een op grond van de Huisvestingswet 2014 vast te stellen verordening geregeld zou kunnen worden. 2. De wijze van in gebruik geven van woonruimte als bedoeld in het eerste lid staat ten dienste van een rechtvaardige, doelmatige, evenwichtige en transparante verdeling van woonruimte. 3. Een experiment heeft een maximale duur van twee jaar. 4. Een experiment wordt georganiseerd door één of meer corporaties in samenwerking met één of meer gemeenten. Zij sluiten daartoe een experimentenovereenkomst, welke ten minste het volgende bevat: a. een beschrijving van het doel en de inhoud van het experiment; en, b. het toepassingsbereik van het experiment; en, c. de tijdsduur van het experiment; en, d. de wijze van begeleiding van het experiment gedurende de duur van het experiment; en, e.
de wijze en punten waarop het experiment geëvalueerd wordt. 5. Een experiment begint pas nadat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar het experiment plaats zal vinden na afstemming met de overige gemeenten van de urgentieregio de experimentenovereenkomst is aangegaan. Bij zijn beslissing tot goeddan wel afkeuring van de experimentenovereenkomst neemt het college van burgemeester en wethouders de belangen van een evenwichtige, rechtvaardige, doelmatige en transparante verdeling van woonruimte in acht. 6. De resultaten van een experiment, waaronder in ieder geval de werking en de effecten van het experiment en de uitkomst van de evaluatie ervan, dienen te worden besproken in regionaal verband en moeten deel uitmaken van de evaluatie van de verordening. Paragraaf 2.5. Monitoring Artikel 2.5.1. Registratie en monitoring 1. Corporaties en de colleges van burgemeester en wethouders van de regiogemeenten dragen gezamenlijk zorg voor de registratie van vraag, aanbod en verhuringen van de onder de werking van hoofdstuk 2 van deze verordening vallende woonruimte. 2. Het in artikel 2.5.2 bedoelde overleg bepaalt in welke gegevens en ontwikkelingen, te herleiden uit de in het eerste lid bedoelde registratie, per kalenderjaar door middel van het document "Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam" inzicht wordt geboden. 3.
Corporaties en de colleges van burgemeester en wethouders van de regiogemeenten dragen gezamenlijk zorg voor de samenstelling van de in lid 2 bedoelde "Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam". De monitor van het afgelopen kalenderjaar wordt uiterlijk op:
9
a. 1 april van het daaropvolgende jaar toegezonden aan de corporaties, de colleges van burgemeester en wethouders van de regiogemeenten en het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; en, b. 1 april van het daaropvolgende jaar gepubliceerd op de website van de corporaties of van een door hen aan te wijzen partij of orgaan. Artikel 2.5.2. Overleg naar aanleiding van monitoring Corporaties gezamenlijk en de colleges van burgemeester en wethouders van de regiogemeenten voeren ten minste één maal per kalenderjaar overleg over de in artikel 2.5.1, tweede lid, bedoelde monitor. Het college van gedeputeerde staten van de provincie ZuidHolland wordt uitgenodigd zich daarbij te laten vertegenwoordigen. Artikel 2.5.3. Overleg inzake de woonruimtebemiddeling In aanvulling op het overleg naar aanleiding van de monitoring wordt tenminste éénmaal per kalenderjaar overleg gevoerd over de woonruimtebemiddeling in het lopende kalenderjaar, over actuele thema’s in het kader van de woonruimteverdeling en over eventuele benodigde bijsturing. Paragraaf 2.6. Standplaatsen en woonwagens Artikel 2.6.1 Werkingsgebied Deze paragraaf is van toepassing op de in de gemeente gerealiseerde en nog te realiseren standplaatsen.
Artikel 2.6.2 Wachtlijst van standplaatszoekenden Het college van burgemeester en wethouders registreert degene die daarom overeenkomstig artikel 2.6.3 verzoekt, op een wachtlijst van standplaatszoekenden die door middel van het aanbodinstrument wordt bijgehouden.
Artikel 2.6.3 Inschrijving 1. Een ieder die voor een standplaats in aanmerking wil komen moet zich daartoe inschrijven bij het aanbodinstrument en daarbij aangeven voor welke gemeente (of locatie binnen een gemeente) registratie op de wachtlijst van standplaatszoekenden bestemd is. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan een aanvraagformulier vaststellen en daarin aangeven welke gegevens en bescheiden de aanvrager moet verstrekken ter onderbouwing van zijn aanvraag om registratie op een wachtlijst van standplaatszoekenden. 3. Om te kunnen worden ingeschreven op de wachtlijst gelden in elk geval de voorwaarden genoemd in artikel 2.1.2. Artikel 2.6.4. Vervallen van de inschrijving 1. De inschrijving als standplaatszoekende op de wachtlijst als bedoeld in artikel 2.6.2 vervalt, indien de standplaatszoekende: a. een hem toegewezen standplaats heeft aanvaard, of b. is overleden, met dien verstande dat de inschrijving gehandhaafd blijft voor de achterblijvende partner die als zodanig in de basisregistratie personen van de gemeente geregistreerd staat. Artikel 2.1.2 is hierbij van overeenkomstige toepassing. 10
Artikel 2.6.5 Toewijzing van standplaatsen 1. Het college van burgemeester en wethouders wijst met het oog op een rechtvaardige verdeling van standplaatsen, een standplaats toe aan een standplaatszoekende die staat ingeschreven op de in artikel 2.6.2 genoemde wachtlijst. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan de uitvoering in handen geven van het aanbodinstrument. 3. De toewijzing als bedoeld in het eerste lid is een huisvestingsvergunning. Artikel 2.6.6 Verbodsbepaling Het is verboden zonder toewijzing van het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 2.6.5 met een woonwagen een standplaats als aangewezen in artikel 2.6.1 in te nemen, te laten nemen of bezet te houden of te laten houden. Artikel 2.6.7 Overgangsbepaling a. Degene die op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening op een gemeentelijke wachtlijst staat geregistreerd, behoudt zijn positie op de nieuwe wachtlijst van standplaatszoekenden indien hij zich binnen zes maanden na inwerkingtreding van deze verordening bij het aanbodinstrument laat inschrijven conform het bepaalde in artikel 2.6.3. b.
Uiterlijk twee maanden na inwerkingtreding van deze verordening verzoekt het college van burgemeester en wethouders degenen die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening op een gemeentelijke wachtlijst geregistreerd staan, zich bij het aanbodinstrument in te schrijven ten behoeve van registratie op de nieuwe wachtlijst, ter behoud van zijn positie op die wachtlijst.
Hoofdstuk 3. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 3.1. Overgangsrecht urgentie- en herhuisvestingsverklaringen Urgentieverklaringen en herhuisvestingsverklaringen die zijn afgegeven vóór het moment van inwerkingtreding van deze verordening, worden gelijkgesteld met de op grond van artikel 2.1, eerste lid, van Bijlage I van deze verordening af te geven verklaringen. Artikel 3.2. Evaluatie van de verordening 1. Deze verordening wordt uiterlijk drie jaar na haar inwerkingtreding geëvalueerd door de colleges van burgemeester en wethouders van de regiogemeenten, in overleg met regio actieve corporaties. 2. Het evaluatieverslag wordt op schrift gesteld en bevat in ieder geval een onderbouwd oordeel over de doelmatigheid van de verordening. 3. Het evaluatieverslag bevat vervolgens een onderbouwd oordeel over de doelmatigheid van de op grond van deze verordening toegepaste woonruimtebemiddelingsmodellen. 4. In het evaluatieverslag worden de resultaten van eventuele experimenten, waaronder in ieder geval de werking en de effecten van het experiment en de uitkomst van de evaluatie ervan, opgenomen.
11
5. Het evaluatieverslag wordt toegezonden aan het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland en gepubliceerd op de website van de regiogemeenten en de website van Maaskoepel. Artikel 3.3. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024. Artikel 3.4. Inwerkingtreding en vervallen van de verordening 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die waarop zij is bekendgemaakt. 2. Deze verordening vervalt met ingang van 1 januari 2026.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van [datum]. De griffier,
De voorzitter,
…………………….
………………………..
12
Bijlage I: Urgentie- en herhuisvestingssysteem Paragraaf 1. Algemeen Artikel 1.1. Definities In deze Bijlage en de daarop berustende bepalingen en in Bijlage II wordt verstaan onder: b) herhuisvestingsverklaring: een urgentieverklaring verleend vanwege de toepasselijkheid van de urgentiegrond, opgenomen in artikel 5.8 van deze Bijlage; c) indicatie: een door een onafhankelijke, ter zake deskundig persoon of orgaan opgesteld document waaruit de specifieke fysieke of andere beperkingen van een woningzoekende blijken en waarin is of op basis waarvan kan worden bepaald hoe de huisvesting van de woningzoekende daarop dient te worden afgestemd; d) mantelzorg: zorg die om-niet en niet in het kader van een hulpverlenend beroep op structurele basis wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meer leden van diens directe sociale omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie; e) resocialisatie: een traject waarbij sprake is van een psychische of psychiatrische problematiek of psychosociale problemen en waar tegelijkertijd meerdere hulpvragen spelen; er is sprake van weinig zelfregie, grote hulpvraag, beperkte competenties en vaardigheden waardoor er een noodzaak is tot al dan niet tijdelijke ondersteuning bij het voeren van een zo zelfstandig mogelijk bestaan; f) slaapkamertal: het aantal slaapkamers als bedoeld in artikel 3.4 van deze Bijlage; g)
urgentiegronden: de in artikel 5.1 tot en met 5.8 van deze Bijlage genoemde urgentiegronden, zijnde de urgentiecategorieën als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014; h) urgentieverlener: het bestuursorgaan dat beslist op de aanvraag om een urgentieverklaring; i) vergunninghouder: de vergunninghouder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h van de wet; j) verordening: de verordening waar deze bijlage deel van uitmaakt; k) voorkeursurgentieregio: de voorkeursurgentieregio als bedoeld in artikel 3.2, vierde lid, van deze Bijlage; l) voorliggende voorziening: een publiekrechtelijke regeling, anders dan de wet of deze verordening, die gezien haar aard en doel voor de desbetreffende woningzoekende toereikend en passend moet worden geacht voor het voorkomen of oplossen van zijn of haar huisvestingsprobleem; m) woonruimtetype: het woonruimtetype als bedoeld in artikel 3.3 van deze Bijlage; n) zoekprofiel: het zoekprofiel als bedoeld in artikel 3.2 van deze Bijlage; o) instelling: een partij die door het college van burgemeester en wethouders is aangewezen voor het verzorgen van een traject, gericht op resocialisatie van de aanvrager; p).complexe problematiek: psychische of psychiatrische problematiek of psychosociale problemen waar tegelijkertijd meerdere hulpvragen spelen en sprake is van onvoldoende zelfregie, grote hulpvraag, beperkte