8. 623162 Raadsvoorstel 1e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Albrandswaard 2021 in verband met omgevingswet en vergunningsplicht deelmobiliteit.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: Eerste wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Albrandswaard 2021 i.v.m. Omgevingswet en vergunnningsplicht deelmobiliteit Portefeuillehouder Jolanda de Witte
College van burgemeester en wethouders 1 november 2022
Zaaknummer 623162
Openbaar
E-mailadres opsteller: a.ostojic@bar-organisatie.nl
Geadviseerd besluit 1. De Eerste wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Albrandswaard 2021 vast te stellen, waarvan de belangrijkste wijzigingen zijn: 1.1 Wijzigingen in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet; 1.2 Het invoeren van een vergunningstelsel voor deeltweewielers; 1.3 Het schrappen van het colorverbod; 1.4 Overige (technische) wijzigingen.
1/13
Raadsvoorstel Inleiding Naar het zich laat aanzien, zal per 1 juli 2023 de Omgevingswet in werking treden. Deze wet en de vier daarop gebaseerde Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) vervangen 26 wetten en ongeveer 160 AMvB's en ministeriële regelingen, en geeft regels over de fysieke leefomgeving. Ook in de APV staan regels over de fysieke leefomgeving waarin vaak verwezen wordt naar hogere regelgeving. Deze hogere regelgeving wijzigt met de Omgevingswet, waardoor de APV aangepast moet worden. Daarnaast bestaat er door een zoals het free floating-deelsysteem. In dat systeem kan een voertuig overal worden achtergelaten. Deze kunnen dan een onevenredige belasting van de openbare ruimte opleveren en gaan vaak gepaard met hinder en gevaar voor de omgeving. Ontwikkelingen in de Model-APV en de rechtspraak noodzaken voorts tot aanpassing van een aantal artikelen, waaronder het colorverbod. Beoogd effect Het doel van dit voorstel is het actualiseren van de APV. Argumenten Omgevingswet 1.1 Aanpassing van regelgeving over de fysieke leefomgeving noodzaakt tot aanpassing van de APV. De Omgevingswet en daarop gebaseerde regelgeving wijzigt regels over de fysieke leefomgeving. Om te voorkomen dat deze bepalingen hun geldigheid verliezen, dienen deze aangepast te worden op de nieuwe regelgeving.
Nu nog niet duidelijk is wanneer de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regelgeving in werking treedt is ervoor gekozen om deze artikelen in werking te laten treden gelijktijdig met inwerkingtreding van de Omgevingswet. 1.2 Bij de voorgestelde aanpassingen is het voorstel van de VNG gevolgd. Deelscooters 1.3 Het algemeen belang rechtvaardigt regulering van deelmobiliteit. Zoals aangegeven, is er een waarneembare toename in het aanbod en gebruik van deelmobiliteit. Deelvoertuigen kunnen een onevenredige belasting van de openbare ruimte opleveren en gepaard gaan met hinder en gevaar voor de omgeving. Ook bestaat het risico dat beschadigde of ongebruikte voertuigen niet snel genoeg door de aanbieders worden verwijderd. Dit levert niet alleen een onnodig en ongewenst beslag op de schaarse openbare ruimte op, met bijbehorende hinder, maar ook een rommelige aanblik waardoor het aanzien van de openbare ruimte wordt aangetast. 1.4 Met het instellen van een vergunningstelsel wordt de Albrandswaardse markt van deeltweewielers gereguleerd. Zonder een regulerend kader heeft de gemeente weinig invloed op de inrichting van initiatieven tot deelmobiliteit. Naast het verbod op hinderlijk parkeren van (brom)fietsen, wordt het dan ook als noodzakelijk en geschikt instrument gezien om een vergunningplicht te introduceren. 1.5 Hiermee kunnen afspraken worden gemaakt om overlast te voorkomen.
Via de vergunninghouder kan effectiever worden opgetreden tegen ongewenste effecten dan via de gebruikers, die bovendien voor de gemeente anoniem blijven. Zie voor een gedetailleerde toelichting de Bijlage Toelichting Deeltweewielers. Colorverbod 1.6 Een colorverbod is in strijd met de vrijheid van meningsuiting. De Hoge Raad oordeelde op op 24 december 2021 dat artikel 2:50a van de APV in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7, lid 3, van de Grondwet). Daarop kan alleen bij wet in formele zin uitzondering worden gemaakt, niet in een wet in materiële zin, zoals de APV. De Hoge Raad verklaart het artikel daarom onverbindend. Overige wijzigingen: Voorwerpen op of aan de weg 1.7 Hiermee wordt de regeldruk voor inwoners verminderd. Vaak worden voorwerpen op of aan de weg geplaatst voor een korte tijd. Bouwcontainers staan bijvoorbeeld veelal korter dan een week op de openbare weg. Een ontheffing voor een dergelijke
2/13
bouwcontainer wordt in beginsel altijd verleend. Door het aantal gevallen waarin een ontheffing moet worden aangevraagd te verminderen, wordt de regeldruk voor inwoners verminderd. 1.8 Bij het aanwijzen van ontheffingsvrije categorieën van voorwerpen kunnen voorwaarden worden gesteld. Het college kan bijvoorbeeld voorwaarden stellen aan de grootte van de voorwerpen en de duur dat deze op of aan de weg staan. Daarnaast kunnen voorwaarden worden gesteld waarmee de verkeersveiligheid gegarandeerd wordt, bijvoorbeeld door bebording. Overleg gevoerd met politie Kanttekeningen Bij dit voorstel zijn geen kanttekeningen te maken. Uitvoering/vervolgstappen Zie communicatie. Financiën Dit voorstel heeft geen directe financiële gevolgen. Op het moment dat het college categorieën van objecten gaat aanwijzen die niet vallen onder het verbod van artikel 2:10 van de APV komen er marginaal minder leges binnen (2021, ca. € 2.300). Inclusiviteitstoets N.v.t. Communicatie/participatie na besluitvorming Na vaststelling van de Eerste wijziging in de raad wordt deze gepubliceerd in het elektronisch gemeenteblad. Over de regulering van de deelmobiliteit wordt gecommuniceerd via de gebruikelijke kanalen.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Raadsbesluit APV en Omgevingswet 2022 AW v1.0.docx Was wordt lijst.docx Vergunningplicht deeltweewielers.docx 20210701_ledenbrief_wijziging-model-apv-ivm-omgevingswet.pdf lokaleregelgeving.nl.docx
3/13
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Eerste wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Albrandswaard 2021 i.v.m. Omgevingswet en vergunnningsplicht deelmobiliteit
Gemeenteraad: 19 december 2022
Zaaknummer: 623162
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 1 november 2022, gelet op Gemeentewet Omgevingswet Algemene wet bestuursrecht;
BESLUIT: 1. De Eerste wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Albrandswaard 2021 vast te stellen, waarvan de belangrijkste wijzigingen zijn: 1.1 Wijzigingen in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet; 1.2 Het invoeren van een vergunningstelsel voor deeltweewielers; 1.3 Het schrappen van het colorverbod; 1.4 Overige (technische) wijzigingen.
4/13
Eerste wijziging Algemene plaatselijke verordening Albrandswaard 2021 De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van ……..2022; gelet op de artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, 2.21, eerste lid, onder a en b, en 3.148, tweede lid, onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; gezien het advies van de commissie ……..; BESLUIT: Artikel I De Algemene plaatselijke verordening Albrandswaard 2021 als volgt te wijzigen: A Aan artikel 2:10 wordt aan het vijfde lid toegevoegd: d. op door het college aangewezen categorieën van voorwerpen. B Artikel 2:26 wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor het eerste lid wordt “1.” geschrapt; 2. het tweede en derde lid komen te vervallen. C Artikel 2:50b komt te vervallen. D Artikel 4:8 wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de bestaande tekst wordt een “1.” Geplaatst; 2. Aan het artikel wordt een tweede lid toegevoegd, luidende: 2. Het is verboden buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten de daarvoor bestemde plaatsen.
E In artikel 4:13, eerste lid, en artikel 5:12, eerste lid, wordt ‘opheffing’ vervangen door ‘beëindiging’. F Artikel 5:10 (Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan) komt te vervallen.
5/13
G Na artikel 5:12 worden de volgende artikelen 5:12a tot en met 5:12d toegevoegd: Artikel 5:12a Vergunningsplicht deeltweewielers 1. Het is verboden zonder vergunning van het college bedrijfsmatig fietsen of bromfietsen of varianten daarop voor gebruik door derden op de weg te plaatsen. 2. Het college stelt nadere regels vast ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om voor een vergunning in aanmerking te komen, waarbij in elk geval regels worden gesteld betreffende: a. de inhoud en wijze van indiening van een aanvraag; b.de verdelings- en toekenningsprocedure voor een vergunning. 3. Het college bepaalt het maximum aantal te verlenen vergunningen met in achtneming van maximaal 1 geëxploiteerd voertuig per 250 inwoners. 4. Eén aanbieder, mag maximaal 50 procent van het in lid 3 genoemde maximum aantal voertuigen exploiteren. 5. Ter bepaling van de in het derde lid inwoneraantal wordt als peildatum 1 januari van het jaar dat de vergunning wordt aangevraagd gebruikt. 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:12b Weigering vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert het college de vergunning: als het maximaal aantal af te geven vergunningen is verleend. Artikel 5:12c De vergunning 1.
De vergunning wordt verleend voor de duur van maximaal vijf jaar. 2. Het college vermeldt in de vergunning in elk geval: a. de naam van de vergunninghouder; b. de locaties en deelgebieden waar deeltweewielers geplaatst mogen worden; c. het aantal en type toegestane fietsen of bromfietsen; 3. Aan de vergunning worden in elk geval voorschriften verbonden met betrekking tot: a. het voorkomen van overlast en openbare orde verstoring. Artikel 5:12d Schorsing, intrekking en wijziging vergunning 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan het college de vergunning schorsen, intrekken of wijzigen als gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 2. De vergunning vervalt van rechtswege als: a. binnen zes maanden na verlening van de vergunning niet is gestart met de exploitatie van deeltweewielers; b. de exploitatie van deeltweewielers voor een periode van langer dan zes maanden onderbroken is geweest. 3. In afwijking van het eerste lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van dit artikel reeds onder dit artikel vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten eerst drie maanden na inwerkingtreding van dit artikel.
Artikel II Artikel I treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekend gemaakt. 6/13
Artikel III A Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd: - beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; 2. De definities van ‘bevoegd gezag’, ‘bouwwerk’ en ‘gebouw’ komen te luiden: - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; B Artikel 1:2, derde lid, komt te luiden: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. C Aan artikel 1:4 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. D Voor de bestaande tekst van artikel 1:5 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. E Voor de bestaande tekst van artikel 1:6 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. F Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het vierde lid vervalt en de leden 5 en 6 worden vernummerd tot 4 en 5. 7/13
2. Het vijfde lid (nieuw) komt te luiden: 5. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. G Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede en vijfde lid vervallen en de leden 3 en 4 worden vernummerd tot 2 en 3. 2. Het derde lid (nieuw) komt te luiden: 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. H Artikel 2:12 vierde lid komt te luiden: 4. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
I Artikel 2:21, tweede lid, komt te luiden: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet. J Artikel 2:28b, eerste lid onder a, komt te luiden: a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan of voorbereidingsbesluit. K Artikel 2:29, zesde lid, komt te luiden:
8/13
6. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. L Artikel 2:39, derde lid, onder b, komt te luiden: b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan. M Artikel 2:71 komt te luiden: Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. N Artikel 2:79b wordt als volgt gewijzigd: 1. het vierde lid, onder g komt te luiden: Indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend omgevingsplan of de Wet milieubeheer. 2. het zevende lid, onder j komt te luiden: De vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend omgevingsplan of de Wet milieubeheer. O Artikel 3:13, eerste lid, onder b, komt te luiden: b. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan. P Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd: - Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; 2.
De definitie van ‘inrichting’ komt te luiden: - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de
9/13
artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; Q Artikel 4:6, vierde lid, komt te luiden: 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. R Artikel 4:13 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, aanhef, komt te luiden: 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: 2. Het vijfde lid komt te luiden: 5. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. S Artikel 4:15, tweede lid, komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.
T Artikel 4:17 komt te luiden: Artikel 4:17 Definitie In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. U Artikel 4:18, eerste lid, komt te luiden:
10/13
1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. V Artikel 5:5, tweede lid, komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving. W Artikel 5:6, derde lid, komt te luiden: 3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. X Artikel 5:18, tweede lid, komt te luiden: 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. Y Artikel 5:20, eerste lid, komt te luiden: 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. Z Artikel 5:23, derde lid, komt te luiden: 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. AA Artikel 5:24, vierde lid, komt te luiden: 4.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. AB
11/13
Artikel 5:25, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. AC Artikel 5:28, tweede lid, komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening. AD Artikel 5:32, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren. AE Artikel 5:33, vierde lid, onder b, komt te luiden: b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. AF Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid komt te luiden: 1.
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het vijfde lid komt te luiden: 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening. Artikel IV 1. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip dat de Omgevingswet in werking treedt. 2. In afwijking van het eerste lid treedt onderdeel P van artikel III in werking op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 12/13
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van……………… De griffier,
drs. Leendert Groenenboom
de voorzitter,
drs. Jolanda de Witte
13/13
Eerste wijziging Algemene plaatselijke verordening Albrandswaard 2021 De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van ……..2022; gelet op de artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, 2.21, eerste lid, onder a en b, en 3.148, tweede lid, onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; gezien het advies van de commissie ……..; BESLUIT: Artikel I De Algemene plaatselijke verordening Albrandswaard 2021 als volgt te wijzigen: A Aan artikel 2:10 wordt aan het vijfde lid toegevoegd: d. op door het college aangewezen categorieën van voorwerpen. B Artikel 2:26 wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor het eerste lid wordt “1.” geschrapt; 2. het tweede en derde lid komen te vervallen. C Artikel 2:50b komt te vervallen. D Artikel 4:8 wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de bestaande tekst wordt een “1.” Geplaatst; 2. Aan het artikel wordt een tweede lid toegevoegd, luidende: 2. Het is verboden buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten de daarvoor bestemde plaatsen.
E In artikel 4:13, eerste lid, en artikel 5:12, eerste lid, wordt ‘opheffing’ vervangen door ‘beëindiging’. F Artikel 5:10 (Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan) komt te vervallen.
G Na artikel 5:12 worden de volgende artikelen 5:12a tot en met 5:12d toegevoegd: Artikel 5:12a Vergunningsplicht deeltweewielers 1. Het is verboden zonder vergunning van het college bedrijfsmatig fietsen of bromfietsen of varianten daarop voor gebruik door derden op de weg te plaatsen. 2. Het college stelt nadere regels vast ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om voor een vergunning in aanmerking te komen, waarbij in elk geval regels worden gesteld betreffende: a. de inhoud en wijze van indiening van een aanvraag; b.de verdelings- en toekenningsprocedure voor een vergunning. 3. Het college bepaalt het maximum aantal te verlenen vergunningen met in achtneming van maximaal 1 geëxploiteerd voertuig per 250 inwoners. 4. Eén aanbieder, mag maximaal 50 procent van het in lid 3 genoemde maximum aantal voertuigen exploiteren. 5. Ter bepaling van de in het derde lid inwoneraantal wordt als peildatum 1 januari van het jaar dat de vergunning wordt aangevraagd gebruikt. 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:12b Weigering vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert het college de vergunning: als het maximaal aantal af te geven vergunningen is verleend. Artikel 5:12c De vergunning 1.
De vergunning wordt verleend voor de duur van maximaal vijf jaar. 2. Het college vermeldt in de vergunning in elk geval: a. de naam van de vergunninghouder; b. de locaties en deelgebieden waar deeltweewielers geplaatst mogen worden; c. het aantal en type toegestane fietsen of bromfietsen; 3. Aan de vergunning worden in elk geval voorschriften verbonden met betrekking tot: a. het voorkomen van overlast en openbare orde verstoring. Artikel 5:12d Schorsing, intrekking en wijziging vergunning 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan het college de vergunning schorsen, intrekken of wijzigen als gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 2. De vergunning vervalt van rechtswege als: a. binnen zes maanden na verlening van de vergunning niet is gestart met de exploitatie van deeltweewielers; b. de exploitatie van deeltweewielers voor een periode van langer dan zes maanden onderbroken is geweest. 3. In afwijking van het eerste lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van dit artikel reeds onder dit artikel vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten eerst drie maanden na inwerkingtreding van dit artikel.
Artikel II Artikel I treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekend gemaakt.
Artikel III A Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd: - beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; 2. De definities van ‘bevoegd gezag’, ‘bouwwerk’ en ‘gebouw’ komen te luiden: - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; B Artikel 1:2, derde lid, komt te luiden: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. C Aan artikel 1:4 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. D Voor de bestaande tekst van artikel 1:5 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. E Voor de bestaande tekst van artikel 1:6 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. F Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het vierde lid vervalt en de leden 5 en 6 worden vernummerd tot 4 en 5.
2. Het vijfde lid (nieuw) komt te luiden: 5. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. G Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede en vijfde lid vervallen en de leden 3 en 4 worden vernummerd tot 2 en 3. 2. Het derde lid (nieuw) komt te luiden: 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. H Artikel 2:12 vierde lid komt te luiden: 4. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
I Artikel 2:21, tweede lid, komt te luiden: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet. J Artikel 2:28b, eerste lid onder a, komt te luiden: a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan of voorbereidingsbesluit. K Artikel 2:29, zesde lid, komt te luiden:
6. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. L Artikel 2:39, derde lid, onder b, komt te luiden: b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan. M Artikel 2:71 komt te luiden: Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. N Artikel 2:79b wordt als volgt gewijzigd: 1. het vierde lid, onder g komt te luiden: Indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend omgevingsplan of de Wet milieubeheer. 2. het zevende lid, onder j komt te luiden: De vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend omgevingsplan of de Wet milieubeheer. O Artikel 3:13, eerste lid, onder b, komt te luiden: b. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan. P Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd: - Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; 2.
De definitie van ‘inrichting’ komt te luiden: - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de
artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; Q Artikel 4:6, vierde lid, komt te luiden: 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. R Artikel 4:13 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, aanhef, komt te luiden: 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: 2. Het vijfde lid komt te luiden: 5. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. S Artikel 4:15, tweede lid, komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.
T Artikel 4:17 komt te luiden: Artikel 4:17 Definitie In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. U Artikel 4:18, eerste lid, komt te luiden:
1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. V Artikel 5:5, tweede lid, komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving. W Artikel 5:6, derde lid, komt te luiden: 3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. X Artikel 5:18, tweede lid, komt te luiden: 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. Y Artikel 5:20, eerste lid, komt te luiden: 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. Z Artikel 5:23, derde lid, komt te luiden: 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. AA Artikel 5:24, vierde lid, komt te luiden: 4.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. AB
Artikel 5:25, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. AC Artikel 5:28, tweede lid, komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening. AD Artikel 5:32, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren. AE Artikel 5:33, vierde lid, onder b, komt te luiden: b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. AF Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid komt te luiden: 1.
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het vijfde lid komt te luiden: 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening. Artikel IV 1. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip dat de Omgevingswet in werking treedt. 2. In afwijking van het eerste lid treedt onderdeel P van artikel III in werking op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van……………… De griffier,
de voorzitter,
drs. Leendert Groenenboom
drs. Jolanda de Witte
WAS-WORDT-LIJST DERDE WIJZIGING APV ALBRANDSWAARD 2021 In onderstaand overzicht zijn enkel de te wijzigen artikelen opgenomen De redenen om de technische wijzigingen van de VNG over te nemen: -
is juridisch getoetst en is in bezwaar en beroep houdbaar; sluit aan op “feit codes” van het OM, waardoor handhaving eenvoudiger is.
Algemeen De Omgevingswet treedt naar alle waarschijnlijkheid per 1 januari 2023 in werking: Omdat de inwerkingtredingsdatum nog niet zeker is, is de inwerkingtredingsdatum van de wijzigingen in verband met de Omgevingswet gelijk getrokken met die wet. Voor de precieze wijzigingen in de model-APV zie Wijziging Model-APV zomer 2022 | VNG
(https://vng.nl/nieuws/wijziging-model-apv-zomer-2022)
Betekenis kleuren: Geel artikel wordt gewijzigd, oude en nieuwe artikel worden weergegeven (wijziging vet gedrukt) Blauw technische aanpassingen VNG in verband met Omgevingswet overgenomen Overig technische wijzigingen VNG overgenomen (wijziging zo nodig vet gedrukt)
OVERZICHT VERGELIJKING ARTIKELEN Huidig APV 2020 Artikel 1:1 Begripsbepalingen
Voorgestelde (technische) wijziging Artikel 1:1 Begripsbepalingen
Artikel 1:2 Beslistermijn
Artikel 1:2 Beslistermijn
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Artikel 2:10, eerste en vijfde lid 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a: schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
Artikel 2:10, eerste en vijfde lid 1.Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a: schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b: niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Korte toelichting Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Met de wijziging wordt voor het college een aanwijzingsmogelijkheid gecreëerd waardoor de regeldruk van inwoners kan verminderen. Bij de aangewezen categorieën behoeft dan geen ontheffing worden gevraagd.
1
(…) 5. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
b: niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. (…) 5. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. d. op door het college aangewezen categorieën van voorwerpen.
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg Lid 4, 5 en 6 Artikel 2:11 (omgevingsvergunning) voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3.Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:28b Weigerings-, intrekkings- en wijzigingsgronden Artikel 2:29 Sluitingstijd
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg Lid 4, 5 en 6 Artikel 2:11 (omgevingsvergunning) voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
Aanpassing i.v.m. Omgevingswet
Artikel 2:28b Weigerings-, intrekkings- en wijzigingsgronden Artikel 2:29 Sluitingstijd
Aanpassing i.v.m. Omgevingswet
Artikel 2:39 Speelgelegenheden
Artikel 2:39 Speelgelegenheden
Artikel 2:50b Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet De leden 2 en 3 worden geschrapt omdat een colorverbod in de APV in strijd is met het grondrecht van vrijheid van meningsuiting en daarmee onverbindend.
Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Dit artikel wordt geschrapt omdat een colorverbod in de APV in strijd is met het grondrecht van vrijheid van
2
1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:71 Definitie Artikel 2:79b Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Artikel 3:13 Weigeringsgronden
meningsuiting en daarmee onverbindend.
Artikel 2:71 Definitie
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
Artikel 2:79b Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Artikel 3:13 Weigeringsgronden Artikel 4:1 Definities (voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting) Artikel 4:6 Overige geluidhinder Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen 1. Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. 2. Het is verboden buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten de daarvoor bestemde plaatsen. Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame Artikel 4:17 Definitie (kamperen buiten kampeerterrein)
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame Artikel 4:17 Definitie (kamperen buiten kampeerterrein)
Artikel 4:1 Definities (voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting) Artikel 4:6 Overige geluidhinder Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Ook buiten de bebouwde kom kan overlast van het doen van de behoefte plaatsvinden. Met name in het havengebied (Distripark) levert dit problemen op. Met deze aanpassing kan het college gebieden aanwijzen buiten de bebouwde kom waar het verbod tot het doen van een natuurlijke behoefte ook geldt.
Dit is deels een algemene technische wijziging en deels een wijziging in verband met de Omgevingswet. Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet
3
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen Artikel 5:5 Voertuigwrakken
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen Artikel 5:5 Voertuigwrakken
Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan
Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen
Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen
Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen Artikel 5:12a Vergunningsplicht deeltweewielers 1. Het is verboden zonder vergunning van het college bedrijfsmatig fietsen of bromfietsen voor gebruik door derden op de weg te plaatsen: 2. Het college stelt nadere regels vast ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om voor een vergunning in aanmerking te komen, waarbij in elk geval regels worden gesteld betreffende: a. de inhoud en wijze van indiening van een aanvraag; b. de verdelings- en toekenningsprocedure voor een vergunning. 3. Het college bepaalt het maximum aantal te verlenen vergunningen met in achtneming van maximaal 1 geëxploiteerd voertuig per 250 inwoners. 4. Eén aanbieder, mag maximaal 50 procent van het in lid 3 genoemde maximum aantal voertuigen exploiteren. 5. Ter bepaling van de in het derde lid
Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Dit artikel (‘bermparkeren’) komt te vervallen. Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In verband hiermee is feitelijke handhaving / strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter en kan deze dus vervallen. Redactionele verbetering. De artikelen 5:12a tot en met 5:12d worden nieuw ingevoegd. In verband met de toegenomen deelmobiliteit en de daarmee gepaard gaande belasting van de openbare ruimte is het invoeren van een vergunningplicht een goed regulerend middel om hinder en gevaar voor de omgeving tegen te gaan.
4
inwoneraantal wordt als peildatum 1 januari van het jaar dat de vergunning wordt aangevraagd gebruikt. 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:12b Weigering vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert het college de vergunning: als het maximaal aantal af te geven vergunningen is verleend. Artikel 5:12c De vergunning 1. De vergunning wordt verleend voor de duur van maximaal vijf jaar. 2. Het college vermeldt in de vergunning in elk geval: a. de naam van de vergunninghouder; b. de locaties en deelgebieden waar deeltweewielers geplaatst mogen worden; c. het aantal en type toegestane fietsen of bromfietsen. 3. Aan de vergunning worden in elk geval voorschriften verbonden met betrekking tot: a: het voorkomen van overlast en openbare orde verstoring. Artikel 5:12d Intrekking en wijziging vergunning en verval van rechtswege 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan het college de vergunning intrekken of wijzigen als gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; 2. De vergunning vervalt van rechtswege als: a. binnen zes maanden na verlening van de vergunning niet is gestart met de exploitatie van deeltweewielers;
5
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken Artikel 5:32 Crossterreinen
b. de exploitatie van deeltweewielers voor een periode van langer dan zes maanden onderbroken is geweest: 3. In afwijking van het eerste lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van dit artikel reeds onder dit artikel vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten eerst drie maanden na inwerkingtreding van dit artikel. Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken Artikel 5:32 Crossterreinen
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen
Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet Aanpassing i.v.m. Omgevingswet
6
Nadere toelichting Vergunningplicht deeltweewielers De gemeente wil het aantal deeltweewielers beperken tot een maximum aantal voertuigen van 1 per 250 inwoners en het parkeren en plaatsen ervan reguleren. Dit kan enkel worden bereikt door een vergunningplicht te introduceren. Het gaat hierbij om onderstaande voertuigen als gedefinieerd in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en welke volgens artikel 27 van het RVV 1990 op het trottoir dienen te worden geparkeerd: -
Fietsen (ook E-bike)
-
Bromfietsen (ook speed-pedelecs)
En varianten hierop zoals: -
Snorfiets
-
Brombakfiets
-
Brommobiel
-
Segway
-
Elektrische Step
Kenmerkend daarbij is dat deze deeltweewielers door (commerciële) aanbieders worden verhuurd. De aanleiding om een vergunningstelsel te introduceren is dat er een waarneembare toename is aan het aanbod /gebruik van deelmobiliteit. Naast de vaste ‘deelvoertuiglocaties’ verschijnen er nieuwe gebruiksvormen zoals het ‘free floating’-deelsysteem. In dat systeem kan een voertuig overal worden achtergelaten. Deelvoertuigen kunnen een onevenredige belasting van de openbare ruimte in de gemeente opleveren en gepaard gaan met hinder en gevaar voor de omgeving. Ook bestaat het risico dat beschadigde of ongebruikte voertuigen niet snel genoeg door de aanbieders worden verwijderd. Dit levert niet alleen een onnodig en ongewenst beslag op de schaarse openbare ruimte op, met bijbehorende hinder, maar ook een rommelige aanblik waardoor het aanzien van de openbare ruimte wordt aangetast. Zonder een regulerend kader, heeft de gemeente weinig invloed op de inrichting van deze initiatieven. Naast het verbod op hinderlijk parkeren van (brom)fietsen, wordt het dan ook als noodzakelijk en geschikt instrument gezien om een vergunningplicht te introduceren. Via de vergunninghouder kan effectiever worden opgetreden tegen ongewenste effecten dan via de gebruikers, die bovendien voor de gemeente anoniem blijven.
Het vergunningstelsel heeft geen discriminerende werking; er worden geen eisen gesteld die de toegang tot een vergunning beperken voor aanbieders uit andere lidstaten.
Dienstenrichtlijn Het commercieel aanbieden van deelmobiliteit valt onder diensten als bedoeld in de Dienstenrichtlijn. In verband met de vrijheid van vestiging is in de Dienstenrichtlijn bepaald dat vergunningstelsels in beginsel verboden zijn. Volgens art. 9 lid 1 stellen lidstaten de toegang tot en uitoefening van een dienstenactiviteit niet afhankelijk van een vergunningstelsel. Tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:
• • •
Het vergunningstelsel heeft geen discriminerende werking jegens de betrokken dienstverrichter; De behoefte aan een vergunningstelsel is gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang ; en Het nagestreefde doel kan niet door een minder beperkende maatregel worden bereikt.
Schaarse vergunning De verwachting is dat het aantal gegadigden het aantal vergunningen zal overstijgen. Is dat het geval, dan is sprake van een zogenaamde ‘schaarse vergunning’. Uit nationale jurisprudentie volgt dat, gelet op het gelijkheidsbeginsel dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen bij de verdeling van schaarse vergunningen, door het bestuur op enigerlei wijze aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar de beschikbare vergunning(en) mee te dingen (zie o.a. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927). Er moet daarbij tijdig voorafgaand aan de start van de aanvraagprocedure duidelijkheid worden gegeven, door informatie over deze aspecten bekend te maken via een zodanig medium dat potentiële gegadigden daarvan kennis kunnen nemen (aldus rechtsoverweging 6.1 van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 augustus 2017 inzake “Emmen” (ECLI:NL:RVS:2017:2336)). In het vierde lid wordt de bevoegdheid tot uitwerking van deze aspecten in nadere regels, overgedragen aan het college. Vergelijkbare eisen vloeien voort uit de Unierechtelijke regelgeving (w.o. Dienstenrichtlijn, art. 10 t/m 13). Het eerste lid van artikel 5:12b bepaalt de geldigheidsduur van de vergunning.
Daar waar artikel 1:7, lid 1 van de APV in beginsel bepaalt dat een vergunning voor onbepaalde tijd geldt, verzet de aard van de vergunning zich daartegen en geldt artikel 1:7, lid 2, dat een geldigheidsduur van de vergunning voorschrijft. Jurisprudentie bij schaarse vergunningen laat zien, dat dergelijke vergunningen niet langer voor onbepaalde tijd mogen worden verleend. Dat zou voor de vergunninghouder een onevenredige bevoordeling zijn, omdat het voor concurrenten dan nagenoeg onmogelijk is om nog tot de markt toe te treden. De geldigheid van de vergunning is daarom gesteld op 5 jaar.
Lex silencio positivo Decentrale overheden moeten verplicht de Lex Silencio Positivo (LSP) toepassen bij vergunningstelsels die onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn vallen. De LSP houdt in dat bij het uitblijven van een besluit binnen de daarvoor gestelde termijn op een vergunningaanvraag, de vergunning van rechtswege is verleend (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen). Alleen vanwege dwingende redenen van algemeen belang kan van de LSP worden afgezien. Als dwingende redenen van algemeen belang gelden op dit moment onder meer de volgende gronden: openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid, bescherming van het milieu, behoud vanuit nationaal historisch en artistiek erfgoed (zie ook overweging 40 van de Dienstenrichtlijn). De Dienstenwet geeft in Nederland uitvoering aan de Europese Dienstenrichtlijn. Om de LSP in Nederland te regelen, is via de Dienstenwet een paragraaf 4.1.3.3 aan de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toegevoegd. Ook hier is er vanwege dwingende redenen van algemeen belang voor gekozen om de LSP niet van toepassing te verklaren.
Het zonder vergunning(stelsel) toestaan van bedrijfsmatig ter beschikking stellen van deelvoertuigen die in de openbare ruimte kunnen worden achtergelaten kan onder meer negatieve gevolgen hebben voor de openbare orde, volksgezondheid, de verkeersveiligheid, en het stedelijk milieu waaronder de stedelijke ruimtelijke ordening.
Aan de leden
Datum
1 juli 2021 Kenmerk
TRE/U202100529 Lbr. 21/054 Telefoonnummer
070 3738393 Bijlage(n)
2
Onderwerp
Wijziging Model-APV i.v.m. Omgevingswet
Geachte leden van college en gemeenteraad, Aanleiding Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking. Deze wet heeft gevolgen voor de Algemene plaatselijke verordening (APV), omdat de APV ook regels bevat over de fysieke leefomgeving. Tot 2030 is er een overgangsfase waarin inhoudelijke aanpassing tot stand moet komen. Met ingang van 1 juli 2022 moet de APV al wel technisch zijn aangepast aan de Omgevingswet. In verband daarmee hebben wij de wettelijke grondslagen en formele verwijzingen in de Model-APV geactualiseerd, zodat vanaf juli 2022 doorgewerkt kan worden met de APV. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen? - Verwijzingen naar wet- en regelgeving hebben wij aangepast. - Definities hebben wij, waar nodig, aangepast of aangevuld. - De APV-regels over geluidhinder en hinder door verlichting vanuit inrichtingen (de artikelen 4:1 tot en met 4:5a van de APV) blijven gelden tot uiterlijk het einde van de overgangsfase. Voor handhaving van de status quo moet echter wel duidelijk worden gemaakt dat de basis van deze regels wordt gevormd door de wet- en regelgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden.
Daarom is voor de toepassing van deze APV-artikelen aan de verwijzing naar de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder toegevoegd: zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet (onderdelen U en V van het Model Raadsbesluit in de bijlage). Overgangsfase Wat de inhoudelijke aanpassingen van de APV betreft nog het volgende. Gedurende de overgangsfase (tot 2030) kunnen gemeenten regels uit de APV die gaan over de fysieke leefomgeving, overbrengen naar het omgevingsplan. Gemeenten kunnen daarbij andere keuzes
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202100529
PROD
maken dan nu in de APV zijn vastgelegd (bijvoorbeeld een vergunningplicht vervangen door een algemene regel). De keuze om een regel in de APV te laten staan of juist over te brengen naar het omgevingsplan heeft verschillende voor- en nadelen, die goed in kaart moeten worden gebracht. Omdat daarnaast de APV meerdere domeinen bestrijkt is het (vrijwel) ondoenlijk om de gehele APV in een keer te herzien en aan te passen. Met het oog daarop kiezen wij voor een gefaseerde aanpak. Deze verkeert nog in een inventariserend stadium. Later dit jaar informeren wij u hierover verder. Wat betekent dit voor de ambtelijke organisatie Ik verzoek u om uw organisatie te informeren over de juridisch-technische wijzigingen, zodat de verantwoordelijke ambtenaren een voorstel tot (technische) wijziging van de APV kunnen voorbereiden. Inhoudelijke informatie over de integratie van delen van de APV in het omgevingsplan is te vinden in de Handreiking Verordeningen en het omgevingsplan (december 2020). De handreiking helpt bij het beslissen welke onderdelen uit verordeningen wel en niet worden opgenomen in het omgevingsplan. Voorbeelden van de wijze waarop regels in het omgevingsplan vormgegeven kunnen worden zijn te vinden in de staalkaarten omgevingsplan. Bijlagen Deze ledenbrief bevat 2 bijlagen: Bijlage 1 - Was-wordt-tabel wijziging Model-APV (met korte artikelsgewijze toelichting).
Deze kan desgewenst gebruikt worden voor de raadsvoordracht voor de wijziging van de verordening. Bijlage 2 - Model Raadsbesluit wijziging APV: Opgemaakt in Word 2.0 format (DROP) voor publicatie, zonder toelichting. Omdat het alleen technische wijzigingen betreft, hebben wij in het model raadsbesluit niet hele artikelen vervangen, maar alleen onderdelen gewijzigd. De was-wordt-tabel maakt de wijzigingen in de artikelen inzichtelijk. Informatie De geconsolideerde teksten van de VNG-modellen (met de bijbehorende toelichtingen) zijn te raadplegen via Kennisbank Decentrale Regelgeving (www.decentraleregelgeving.nl). De VNGmodelverordeningen (zonder de toelichtingen) staan ook in Modellen Decentrale Regelgeving (https://puc.overheid.nl/mdr/). Inhoudelijke vragen en vragen over de modelverordening kunt u terecht bij het informatiecentrum van de VNG (070-373 8393 of e-mail: info@vng.nl). Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
mr L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
Hier is informatie te vinden over het wijzigingsbesluit
Hieronder staat de APV in geconsolideerde vorm (volledige tekst)