8. 2024-043928 Raadsvoorstel vaststellen gewijzigde gemeenschappelijke regeling MRDH.pdf
Tekst van het document
Schiedam Van de gemeente Schiedam is geen zienswijze ontvangen.
Vlaardingen De MRDH gaat in 2024 een algemene evaluatie van de regeling uitvoeren. De belangrijkste overwegingen om de MRDH-samenwerking te optimaliseren vinden plaats op basis van deze algemene evaluatie. De, bij wetswijziging in 2022 geëntameerde, wettelijke prikkels tot mogelijke aanscherping van democratische legitimiteit en vergroting van controle en betrokkenheid van de gemeenteraad komen binnen het kader van die evaluatie aan bod. In dat perspectief heeft de MRDH ervoor gekozen om op dit moment, voor de implementatiedatum van 1 juli 2024, alleen die wijzigingen al door te voeren die ‘technisch’ noodzakelijk zijn van uit de wetswijziging zelf. Andere relevante afwegingen om de mogelijke verbeteringen aan te brengen worden ‘aangehouden’, dan wel opgeschort, om deze te betrekken bij de algemene evaluatie. Vanuit deze ‘beleidsarme’ benadering wordt o.a. een oordeel over suggesties van de Regionale Adviescommissies dan ook doorgeschoven naar de evaluatie in 2024. Wij hebben deze strategie binnen de MRDH eerder ondersteund en wij zien geen aanleiding dat nu anders te doen. Wij stemmen dan ook in met de voorgestelde wijzigingen. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve reactie en de instemming met de voorgestelde wijzigingen en de beleidsarme insteek.
Voorne aan Zee Van de gemeente Voorne aan Zee is geen zienswijze ontvangen.
Wassenaar De raad is akkoord met de door u voorgestelde aanpassingen van de GR MRDH. De raad ziet dat de regeling voldoet aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve zienswijze en de instemming met de voorgestelde wijzigingen.
Westland Informatie- en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden In artikel 2:2 derde lid is de praktische uitwerking van het verstrekken van inlichtingen aan de vertegenwoordigende organen opgenomen. U geeft aan dat dit overeenkomstig de werkwijze is zoals reeds is vastgelegd in de reglementen van orde van diverse (bestuurs)vergaderingen. Westland wil dat deze werkwijze volledig wordt doorgevoerd door ook (een uitwerking van) het tweede lid van artikel 35b van het reglement van orde van het algemeen bestuur op te nemen. Dit lid bepaalt dat één of meerdere leden van de raad van een deelnemende gemeente zich direct kunnen richten tot de voorzitter van het betreffende overleg als het verzoek om inlichtingen via de eigen vertegenwoordiging onverhoopt onbeantwoord blijft. Reactie algemeen bestuur Het derde lid van artikel 2:2 luidt: 3. De onder het tweede lid bedoelde verstrekking geschiedt schriftelijk door de eigen vertegenwoordiger van de gemeente in het bestuursorgaan van de MRDHetropoolregio op de voor deze gemeente gebruikelijke wijze. De aangeschreven vertegenwoordiger doet terstond melding aan de MRDH Metropoolregio, van de gestelde vragen en eveneens van het daarop gegeven antwoord.
Indien de vertegenwoordiger verzuimt binnen een termijn van 6 weken de gevraagde inlichtingen te verstrekken, of in het geval van het dagelijks bestuur er geen bestuurder van de betreffende gemeentezitting heeft in dit bestuursorgaan, kunnen de leden zich schriftelijk richten tot het betreffende bestuursorgaan van de Metropoolregio zelf. De laatste zinsnede in dit lid regelt dat men zich direct kan richten tot het betreffende bestuursorgaan (inclusief diens voorzitter) als het verzoek om inlichtingen via de eigen vertegenwoordiging onverhoopt onbeantwoord blijft. In de praktijk zal de voorzitter van dat bestuursorgaan dan een voorstel voor afhandeling doen. Hiermee is uw verzoek naar mening van het algemeen bestuur dus al ingewilligd. Gemeenschappelijke regeling en reglementen van orde Westland constateert dat er diverse zaken in de Gemeenschappelijke Regeling MRDH verwerkt worden die reeds waren vastgelegd in het reglement van orde van het Algemeen Bestuur en/of de Bestuurs- en Adviescommissies. In die zin hebben de reglementen van orde een vooruitlopende rol gespeeld in de werkwijze van de verschillende commissies en het bestuur. Westland vraagt ook in de toekomst ruimte te laten om via de reglementen van orde aanvullende afspraken te maken over diverse onderwerpen zoals informatievoorziening, inspraak en zienswijzeprocedure.
Deze (beleidsarme) wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling mag niet beknellend werken in het implementeren van werkafspraken omtrent samenwerking en betrokkenheid. Reactie algemeen bestuur
De MRDH probeert altijd haar werkwijze te verbeteren waar dat kan. De voorkeur is daarbij, zoals u ook suggereert, om als eerste te kijken of wijziging mogelijk is via de lagere en dus gemakkelijker en sneller te wijzigen regelgeving zoals reglementen van orde. Evaluatie Gemeenschappelijke Regeling MRDH in 2024 U heeft aangegeven dat binnenkort de periodieke evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling wordt gestart. De regeling is eerder geëvalueerd in 2017 en 2021. Westland vindt het terecht dat de MRDH in deze evaluatie de tijd en ruimte wil nemen om dit traject zorgvuldig vorm te geven en uit te voeren met nauwe betrokkenheid van de gemeenteraden. Het behoeft geen nadere toelichting dat ook de Westlandse raad graag nauw betrokken wordt. Vooruitlopend hierop ondersteunt Westland het advies van de adviescommissies waarin zij aandacht vragen voor: • burgerparticipatie en het vergroten van de betrokkenheid bij de MRDH; •
passieve informatieplicht: te overwegen de mogelijkheid te scheppen dat schriftelijke vragen ook direct aan de MRDH gericht kunnen worden.
•
In artikel 2:8 Gemeenschappelijke Regeling MRDH de ruimte bieden om steunraadsleden (ofwel burgerraadsleden) als leden van de adviescommissies aan te wijzen.
Met betrekking tot dit laatste punt vraagt Westland om op korte termijn met een voorstel te komen om dit mogelijk te maken en niet te wachten tot een mogelijke aanpassing van de gemeenschappelijke regeling naar aanleiding van de evaluatie. De MRDH is gebaat bij goed functionerende en betrokken adviescommissies. Naar onze mening kan een mogelijkheid voor gemeenteraden om een bredere delegatie af te vaardigen daaraan bijdragen. Tot slot wijzen wij er op deze plek nog op dat wij het van belang achten dat er voldoende tijd is om de uitkomsten van evaluaties te verankeren in de werkwijze van samenwerking. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw inbreng voor de Evaluatie 2024. De Evaluatie 2024 is bij uitstek de plek om het gesprek te voeren over beleidsrijke onderwerpen, hier worden de onderwerpen die u noemt ook in meegenomen. Hiertoe is onderaan deze Nota van Beantwoording een lijst met in de zienswijze aangedragen onderwerpen voor de evaluatie opgenomen. Het inzetten van steunraadsleden is als onderwerp niet beleidsarm. Raadsleden zijn direct door de burger gekozen, steunraadsleden zijn dat niet. Dat betekent dat de werking van de democratische legitimatie verandert als gemeenten steunraadsleden gaan inzetten.
Uit de reacties van andere gemeenten en ook uit het eerder advies van de adviescommissies Va en EV (brief van 8 september 2023) blijkt dat er verschillende meningen zijn over het al dan niet accepteren van steunraadsleden als commissielid. Daarom past dit onderwerp meer bij de evaluatie GR 2024, waar er een open en goed gesprek gevoerd kan worden over dit onderwerp. Het algemeen bestuur zal dit onderwerp meenemen. Wij gaan er vanuit u hiermee voldoende inzicht te hebben gegeven in onze visie op het concept-Ontwerp eerste wijziging Gemeenschappelijke Regeling en vertrouwen erop dat onze aangedragen punten goed worden verwerkt in de definitieve conceptversie die u begin volgend jaar voorlegt aan alle bestuursorganen van de deelnemende gemeenten. De raad wordt hierover graag nader geïnformeerd. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw zienswijze en uw vertrouwen.
Zoetermeer Akkoord met voorliggend ontwerp Gezien het feit dat het voor dit moment gaat om hoofdzakelijk beleidsarme wijzigingen om tijdig te voldoen aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen en dat er na de reeds geplande evaluatie van de gemeenschappelijke regeling MRDH nog een zienswijzeprocedure voor meer beleidsrijke wijzigingen volgt, is onze raad akkoord met het voorliggende ontwerp. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw zienswijze en uw instemming met de wijziging. Algemene zienswijze met betrekking tot vertaling artikel 17 Wgr Wel delen we met u als algemene zienswijze dat in tegenstelling tot uw toezegging met betrekking tot de vertaling van artikel 17 uit de Wgr in de GR MRDH, vervat als ´Besluit verzoek om inlichtingen van raadsleden´ in uw brief aan onze raad d.d. 6 juli 2018 met kenmerk 49156, tot op heden nog steeds niet is uitgevoerd. We verzoeken u dan ook met klem om dit alsnog te realiseren. Reactie algemeen bestuur De verplichting tot passieve informatieverstrekking (art.17 Wgr) was al opgenomen in de GR MRDH in artikel 2:2, tweede lid. Wat echter verzuimd was op te nemen, was de wijze waarop dit zou moeten en de wijze waarop ook de andere raden van de overige deelnemers van vragen en antwoorden op de hoogte worden gesteld.
In de GR stond alleen maar dat hierover iets moest worden opgenomen in de RvO’s en dat was ook opgenomen. Alhoewel niet in de exacte woorden van de brief van 2018, omdat de wijze waarop concreter is gemaakt, is in artikel 2:2 wel degelijk de verplichting tot het inlichten van de raden van alle deelnemende gemeenten over vragen (met bijbehorende antwoorden) van andere raden en raadsleden. In het vijfde lid (voor zienswijzen was dit het vierde lid) van artikel 2:2 luidt daarom: 5. De onder het derde lid gestelde vragen en de naar aanleiding daarvan gegeven antwoorden worden door de Metropoolregio gedeeld met de raden vertegenwoordigende organen via een online gedeelde lijst van vragen en antwoorden. Dit is een nieuw voor te stellen werkwijze. Deze werkwijze kan alleen maar succes hebben als de bestuurders die vanuit de gemeente zitting hebben in de bestuursorganen van de MRDH de aan hen gestelde vragen tijdig en volledig melden.
Ambtshalve wijzigingen MRDH Aanpassen artikel 1 definities In de definities van artikel 1 het begrip Besluit Vervoerregio verwijderd. Deze definitie blijkt in de nieuwe GR toch eenmaal gehanteerd te worden. Daarom stelt het algemeen bestuur voor om dit begrip toch op te nemen in artikel 1 en het eerste lid van artikel 1 als volgt aan te passen: 1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. adviescommissie: een commissie als bedoeld in artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; b. Besluit Vervoersregio: art 36b van het Besluit personenvervoer 2000; c. bestuurscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; d. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten; e. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; f. gemeenten: de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, PijnackerNootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoetermeer; g. Metropoolregio: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 1:2, eerste lid; h. Meerjarenbegroting Vervoersautoriteit: Overzicht van beschikbare middelen per jaareinde voor het uitvoeren van de taken van de Vervoersautoriteit gedurende 20 jaar. De meerjarenbegroting is een resultante van de structurele inkomsten van het Rijk, de structurele uitgaven voor de exploitatie van het openbaar vervoer en de infrastructurele projecten die ofwel in de uitwerking- of realisatiefase zijn ofwel waarvoor een bestuurlijke toezegging voor een bijdrage is gedaan. i. minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; j.
portefeuillehouder verkeer en vervoer: het lid van het college van burgemeester en wethouders dat belast is met de taken op het gebied van verkeer en vervoer. k. regeling: de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014; l. vertegenwoordigend orgaan: de gemeenteraden van de gemeenten; m. Vervoersautoriteit: de in artikel 2:7, derde lid, bedoelde bestuurscommissie; n. Zienswijzenprocedure: de procedure, bedoeld in artikel 2:1, derde lid, van de regeling. Aanpassing woorden en verwijzingen in het kader van consistentie Voor het overige is in artikel 2:2 vijfde lid (ontwerp) het woord raden vervangen door vertegenwoordigende organen. Dit in het kader van de consistentie Eveneens in het kader van de consistentie is de benaming van de MRDH in overeenstemming met de begripsbepaling overal vervangen door Metropoolregio. Daarnaast zijn nog een paar verwijzingen weer kloppend gemaakt.
Overzicht te betrekken bij de Evaluatie GR MRDH 2024. Vanuit de zienswijzenreacties worden de volgende punten betrokken bij het proces van de Evaluatie GR MRDH 2024. Zij zullen dan ook aangemeld worden bij het externe adviesbureau: Onderwerp Initiëring adviescommissies Samen aanwijzen deskundig adviseur bij uittreden Steunraadsleden bij adviescommissies
Verkennen mogelijkheden voor vergoeding raadsleden
Aangedragen door Barendrecht Barendrecht Delft Krimpen aan den IJssel Westland Delft
Betrokkenheid raden en inwoners (participatie) bij besluitvorming Rapport Rekenkamer Den Haag Evaluaties van de GR MRDH in de toekomst (frequentie en vorm) Uitvoering artikel 2:2 van de GR, o.a. passieve informatieplicht
Hoe is democratische legitimiteit en betrokkenheid van de raden in de MRDH geborgd ten opzichte van andere governancemodellen, in het bijzonder een regioraad?
Den Haag Midden-Delfland Rotterdam Den Haag Krimpen aan den IJssel Ridderkerk Delft Midden-Delfland Westland Ridderkerk Den Haag Rotterdam
Was-wordt lijst wijziging GR MRDH Links: vigerende artikel ----- rechts: ontwerp artikel met • •
In rood de wijzigingen ten opzichte van rechts, die in het oorspronkelijke voorstel stonden In blauw de wijzigingen ten opzichte van rechts, die naar aanleiding van de door gemeenten ingebrachte zienswijzen zijn doorgevoerd
Vigerende GR Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsbepalingen 1.In deze regeling wordt verstaan onder: a. adviescommissie: een commissie als bedoeld in artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; b. Besluit Vervoersregio: de algemene maatregel van bestuur die op grond van artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000, zoals dit artikel gewijzigd is bij de Wet afschaffing plusregio’s, genomen wordt; c. bestuurscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; d. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten;
Ontwerp gr Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsbepalingen 1.In deze regeling wordt verstaan onder: a. adviescommissie: een commissie als bedoeld in artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; b. b. Besluit Vervoersregio: art 36b van het Besluit personenvervoer 2000;Besluit Vervoersregio: de algemene maatregel van bestuur die op grond van artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000, zoals dit artikel gewijzigd is bij de Wet afschaffing plusregio’s, genomen wordtart 36b van het Besluit personenvervoer 2000; b. bestuurscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; c. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten; d. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; e.
e. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; f. gemeenten: de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne en Zoetermeer; g. Metropoolregio: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 1:2, eerste lid; h. minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; i. portefeuillehouder verkeer en vervoer: het lid van het college van burgemeester en wethouders dat krachtens artikel 168 Gemeentewet door het betreffende college belast is met de taken op het gebied van verkeer en vervoer. j. regeling: de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014;
gemeenten: de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, LeidschendamVoorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland, Westvoorne en Zoetermeer; f. Metropoolregio: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 1:2, eerste lid; h. Meerjarenbegroting Vervoersautoriteit: Overzicht van beschikbare middelen per jaareinde voor het uitvoeren van de taken van de Vervoersautoriteit gedurende 20 jaar. De meerjarenbegroting is een resultante van de structurele inkomsten van het Rijk, de structurele uitgaven voor de exploitatie van het openbaar vervoer en de infrastructurele projecten die ofwel in de uitwerking- of realisatiefase zijn ofwel waarvoor een bestuurlijke toezegging voor een bijdrage is gedaan. i. minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; j. portefeuillehouder verkeer en vervoer: het lid van het college van burgemeester en wethouders dat belast is met de taken op het gebied van verkeer en vervoer.
k. regeling: de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014; l. vertegenwoordigend orgaan: de gemeenteraden van de gemeenten; m. Vervoersautoriteit: de in artikel 2:7, derde lid, bedoelde bestuurscommissie;
k. vertegenwoordigend orgaan: de gemeenteraden van de gemeenten; l. Vervoersautoriteit: de in artikel 2:7, derde lid, bedoelde bestuurscommissie; m. Wet afschaffing plusregio’s: het wetsvoorstel tot afschaffing van de plusregio’s (Kamerstukken II 2012/13, 33 659, nr. 2), en n. Zienswijzenprocedure: de procedure, bedoeld in artikel 2:1, derde lid, van de regeling. 2.Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komt in die artikelen, onverminderd het bepaalde in artikel 136 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, in de plaats van de gemeente, de Metropoolregio en in plaats van de hieronder genoemde bestuursorganen de daarachter genoemde bestuursorganen: a. de gemeenteraad: het algemeen bestuur; b. het college van burgemeester en wethouders: het dagelijks bestuur;
n. Wet afschaffing plusregio’s: het wetsvoorstel tot afschaffing van de plusregio’s (Kamerstukken II 2012/13, 33 659, nr. 2), en n.o. Zienswijzenprocedure: de procedure, bedoeld in artikel 2:1, derde lid, van de regeling. 2.Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komt in die artikelen, onverminderd het bepaalde in artikel 136 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, in de plaats van de gemeente, de Metropoolregio en in plaats van de hieronder genoemde bestuursorganen de daarachter genoemde bestuursorganen: a. de gemeenteraad: het algemeen bestuur; b. het college van burgemeester en wethouders: het dagelijks bestuur; c. de burgemeester: de voorzitter.
c. de burgemeester: de voorzitter. Artikel 1:2 Metropoolregio 1.Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd Metropoolregio Rotterdam Den Haag.
Geen wijzigingen
2.De Metropoolregio is gevestigd te Rotterdam. 3.Het gebied van de Metropoolregio omvat het grondgebied van de gemeenten. Hoofdstuk 2: De positie van de raden, alsmede de inrichting en samenstelling van het Metropoolbestuur Artikel 2:1 Besluitvorming in de gemeenteraden 1.Voor het bestuur in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag is het uitgangspunt dat besluitvorming als verlengd lokaal bestuur op transparante wijze democratisch gelegitimeerd plaatsvindt. 2.De vertegenwoordigende organen geven bij belangrijke besluiten steeds vooraf hun zienswijzen op de wijze omschreven in het derde lid. Tot deze besluiten worden in ieder geval gerekend: a. de strategische agenda, bedoeld in artikel 3:2, eerste lid; b. het werkplan, bedoeld in artikel 3:2, derde lid; c.
Hoofdstuk 2: De positie van de raden, alsmede de inrichting en samenstelling van het Metropoolbestuur Artikel 2:1 Besluitvorming in de gemeenteraden 1.Voor het bestuur in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag is het uitgangspunt dat besluitvorming als verlengd lokaal bestuur op transparante wijze democratisch gelegitimeerd plaatsvindt. 2.De vertegenwoordigende organen geven bij belangrijke besluiten steeds vooraf hun zienswijzen op de wijze omschreven in het derde lid. Tot deze besluiten worden in ieder geval gerekend: a. de strategische agenda, bedoeld in artikel 3:2, eerste lid; b. het werkplan, bedoeld in artikel 3:2, derde lid; c.b het overdragen van bevoegdheden door het algemeen bestuur aan het dagelijks bestuur, bedoeld in artikel 3:3, derde lid; d.c de strategische bereikbaarheidsagenda; e. d. het regionaal verkeer- en vervoersplan, ingevolge de Planwet verkeer en vervoer; f.e. het programma van eisen voor de verlening van een vervoersconcessie;
het overdragen van bevoegdheden door het algemeen bestuur aan het dagelijks bestuur, bedoeld in artikel 3:3, derde lid; d. de strategische bereikbaarheidsagenda; e. het regionaal verkeer- en vervoersplan, ingevolge de Planwet verkeer en vervoer; f. het programma van eisen voor de verlening van een vervoersconcessie; g. de uitgangspunten voor de dienstregeling voor het openbaar vervoer; h. het treffen, wijzigen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling, alsmede het toetreden tot of uittreden uit een gemeenschappelijke regeling; i. het oprichten van of deelnemen in een vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, naamloze of besloten vennootschap, stichting, vennootschap onder firma of maatschap; j.
g. f. de uitgangspunten voor de dienstregeling voor het openbaar vervoer; h. g. het treffen, wijzigen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling, alsmede het toetreden tot of uittreden uit een gemeenschappelijke regeling; i.h. het oprichten van of deelnemen in een vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, naamloze of besloten vennootschap, stichting, vennootschap onder firma of maatschap; j het vaststellen en wijzigen van de begroting, overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; k.i het liquidatieplan bij uittreding en opheffing, en l.j. het besluit bedoeld in artikel 2:8, tweede en derde lid. 3.Om de vertegenwoordigende organen in staat te stellen tijdig hun zienswijzen over belangrijke besluiten te geven worden de concepten daarvan aangeboden tenminste acht weken voordat over deze besluiten in het algemeen bestuur wordt beraadslaagd of besloten. De vertegenwoordigende organen kunnen bij het dagelijks bestuur hun gevoelens en bezwaren omtrent het voorstel indienen. Het dagelijks bestuur zendt de zienswijzen aan het algemeen bestuur en de vertegenwoordigende organen, waarbij het dagelijks bestuur een advies omtrent de zienswijzen kan toevoegen toevoegt. 4.Het algemeen bestuur beslist niet dan nadat de vertegenwoordigende organen tenminste acht weken de tijd hebben gehad te reageren op het voorgelegde besluit.
5.Het algemeen bestuur kan bepalen dat naast de in deze regeling genoemde besluiten ook andere besluiten worden onderworpen aan de zienswijzenprocedure. 6.Op besluiten waarop de zienswijzenprocedure van toepassing is, is artikel 2:3, tweede lid, niet van toepassing
het vaststellen en wijzigen van de begroting, overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; k. het liquidatieplan bij uittreding en opheffing, en l. het besluit bedoeld in artikel 2:8, tweede en derde lid. 3.Om de vertegenwoordigende organen in staat te stellen tijdig hun zienswijzen over belangrijke besluiten te geven worden de concepten daarvan aangeboden tenminste acht weken voordat over deze besluiten in het algemeen bestuur wordt beraadslaagd of besloten. De vertegenwoordigende organen kunnen bij het dagelijks bestuur hun gevoelens en bezwaren omtrent het voorstel indienen. Het dagelijks bestuur zendt de zienswijzen aan het algemeen bestuur, waarbij het dagelijks bestuur een advies omtrent de zienswijzen kan toevoegen. 4.Het algemeen bestuur beslist niet dan nadat de vertegenwoordigende organen tenminste acht weken de tijd hebben gehad te reageren op het voorgelegde besluit. 5.Het algemeen bestuur kan bepalen dat naast de in deze regeling genoemde besluiten ook andere besluiten worden onderworpen aan de zienswijzenprocedure.
6.Op besluiten waarop de zienswijzenprocedure van toepassing is, is artikel 2:3, tweede lid, niet van toepassing. Artikel 2:2 Informatie- en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden 1.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de vertegenwoordigende organen alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de vertegenwoordigende organen alle inlichtingen die door een of meer leden van die organen worden verlangd. 3.Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde. 4.Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een bestuurscommissie.
Artikel 2:2 Informatie- en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden 1.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de vertegenwoordigende organen gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is, door middel van toezending van die informatie aan de voorzitters van de vertegenwoordigende organen via de griffie. De begrotingen, de bestuursrapportages, de strategische agenda’s , de jaarrekening en de evaluaties van de gemeenschappelijke regeling dienen in ieder geval beschouwd te worden als informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de vertegenwoordigende organen alle inlichtingen die door een of meer leden van die organen worden verlangd. 3. De onder het tweede lid bedoelde verstrekking geschiedt schriftelijk door de eigen vertegenwoordiger van de gemeente in het bestuursorgaan van de MRDH, Metropoolregio, vanuit diens rol van bestuurder van de Metropoolregio, op de voor deze gemeente gebruikelijke wijze. De aangeschreven vertegenwoordiger doet terstond melding aan de MRDH Metropoolregio, van de gestelde vragen en eveneens van het daarop gegeven antwoord.
Indien de vertegenwoordiger verzuimt binnen een termijn van 6 weken de gevraagde inlichtingen te verstrekken, of in het geval van het dagelijks bestuur er geen bestuurder van de betreffende gemeentezitting heeft in dit bestuursorgaan, kunnen de leden zich schriftelijk richten tot het betreffende bestuursorgaan van de Metropoolregio zelf. 4. De onder het derde lid beschreven procedure wijzigt of vervangt niet de mogelijkheden, noch de procedures vanuit de Gemeentewet en gemeentelijke regelgeving die de vertegenwoordigende organen hebben vanuit de controlerende functie naar hun eigen gemeentelijke bestuursleden die als lokale vertegenwoordiger in de bestuursorganen van de Metropoolregio zitting hebben. Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde..
-------
Artikel 2:3 Algemeen bestuur 1.Het algemeen bestuur bestaat uit 28 leden. De vertegenwoordigende organen wijzen ieder één lid van het algemeen bestuur aan. De gemeenteraden van Den Haag en Rotterdam wijzen voorts hun burgemeester en hun portefeuillehouder verkeer en vervoer aan als lid van het algemeen bestuur. 2.Het dagelijks bestuur zendt de voorstellen waarover in de vergadering van het algemeen bestuur zal worden beraadslaagd en besloten tenminste acht weken voor vaststelling aan het algemeen bestuur, behoudens in spoedeisende gevallen. 3.Het algemeen bestuur beslist bij volstrekte meerderheid van stemmen, met dien verstande dat:
5.De onder het derde lid schriftelijk gestelde vragen en de naar aanleiding daarvan gegeven schriftelijke antwoorden worden door de Metropoolregio gedeeld met de raden via een online gedeelde lijst van vragen en antwoorden. 4 6.Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bestuurscommissies, bedoeld in artikel 2:7. Artikel 2:2a inspraak van belanghebbenden en ingezetenen 1. Op de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing, tenzij dit wettelijk verplicht is. 2. Belanghebbenden kunnen bij de op grond van artikel 2:7 ingestelde bestuurscommissies, het algemeen bestuur en de op grond van artikel 2:8, tweede en derde lid ingestelde adviescommissies, inspreken over onderwerpen die geagendeerd staan op de agenda van de betreffende vergadering met uitzondering van verslagen van vergaderingen van organen van de MRDH Metropoolregio. Het betreffende reglement van orde stelt in ieder geval regels over aanmelding, toelating en spreektijd. Artikel 2:3 Algemeen bestuur. 1.Het algemeen bestuur bestaat uit 28 25 leden. De vertegenwoordigende organen wijzen ieder één lid van het algemeen bestuur aan.
De gemeenteraden van Den Haag en Rotterdam wijzen voorts hun burgemeester en hun portefeuillehouder verkeer en vervoer aan als lid van het algemeen bestuur. 2.Het dagelijks bestuur zendt de voorstellen waarover in de vergadering van het algemeen bestuur zal worden beraadslaagd en besloten tenminste acht twee weken voor vaststelling aan het algemeen bestuur, behoudens in spoedeisende gevallen. 3.Het algemeen bestuur beslist bij volstrekte meerderheid van stemmen, met dien verstande dat: a. de door de gemeenteraad van Rotterdam aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vijftien stemmen kunnen uitbrengen; b. de door de gemeenteraad van Den Haag aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder dertien stemmen kunnen uitbrengen; c.
a. de door de gemeenteraad van Rotterdam aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vijftien stemmen kunnen uitbrengen; b. de door de gemeenteraad van Den Haag aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder dertien stemmen kunnen uitbrengen; c. de door de gemeenteraden van Delft, Westland en Zoetermeer aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder negen stemmen kunnen uitbrengen; d. de door de gemeenteraden van Capelle aan den IJssel, Leidschendam-Voorburg, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder zeven stemmen kunnen uitbrengen; e. de door de gemeenteraden van Barendrecht, Hellevoetsluis, Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vijf stemmen kunnen uitbrengen; f. de door de gemeenteraden van Albrandswaard, Krimpen aan den IJssel, Maassluis en Wassenaar aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vier stemmen kunnen uitbrengen;
de door de gemeenteraden van Delft, Nissewaard, Westland en Zoetermeer aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder negen stemmen kunnen uitbrengen; d. de door de gemeenteraden van Capelle aan den IJssel, Leidschendam-Voorburg, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen en Voorne aan Zee aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder zeven stemmen kunnen uitbrengen; e. de door de gemeenteraden van Barendrecht, Hellevoetsluis, Lansingerland, PijnackerNootdorp, Ridderkerk, Rijswijk aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vijf stemmen kunnen uitbrengen; f. de door de gemeenteraden van Albrandswaard, Krimpen aan den IJssel, Maassluis, MiddenDelfland en Wassenaar aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vier stemmen kunnen uitbrengen; g. de door de gemeenteraden van Bernisse, Brielle, , Westvoorne leden van het algemeen bestuur ieder twee stemmen kunnen uitbrengen. 4.De vertegenwoordigende organen kunnen voor ieder lid van het algemeen bestuur een plaatsvervangend lid aanwijzen. 5.De leden van het algemeen bestuur leggen aan het vertegenwoordigend orgaan dat hen heeft aangewezen verantwoording af over het door hen in het algemeen bestuur gevoerde bestuur. Zij geven het vertegenwoordigend orgaan daartoe alle inlichtingen die een of meerdere leden van dit orgaan verlangen of die het vertegenwoordigend orgaan voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
Het betreffende vertegenwoordigend orgaan bepaalt op welke wijze verantwoording wordt afgelegd. Indien het betreffende vertegenwoordigend orgaan het vertrouwen in het eigen lid van het algemeen bestuur verliest, kan dit lid ontslagen worden. 6.Het algemeen bestuur kan op verzoek van gedeputeerde staten een lid van gedeputeerde staten aanwijzen dat toegang heeft tot de vergadering van het algemeen bestuur en dat kan deelnemen aan de beraadslaging. Het lid van gedeputeerde staten heeft daarbij geen stem.
g. de door de gemeenteraden van Bernisse, Brielle, Midden-Delfland, Westvoorne leden van het algemeen bestuur ieder twee stemmen kunnen uitbrengen. 4.De vertegenwoordigende organen kunnen voor ieder lid van het algemeen bestuur een plaatsvervangend lid aanwijzen. 5.De leden van het algemeen bestuur leggen aan het vertegenwoordigend orgaan dat hen heeft aangewezen verantwoording af over het door hen in het algemeen bestuur gevoerde bestuur. Zij geven het vertegenwoordigend orgaan daartoe alle inlichtingen die een of meerdere leden van dit orgaan verlangen of die het vertegenwoordigend orgaan voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Het betreffende vertegenwoordigend orgaan bepaalt op welke wijze verantwoording wordt afgelegd. Indien het betreffende vertegenwoordigend orgaan het vertrouwen in het eigen lid van het algemeen bestuur verliest, kan dit lid ontslagen worden. 6.Het algemeen bestuur kan op verzoek van gedeputeerde staten een lid van gedeputeerde staten aanwijzen dat toegang heeft tot de vergadering van het algemeen bestuur en dat kan deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 2:4 Initiatief, amendement en motie 1.Ieder lid van het algemeen bestuur heeft het recht voorstellen te doen aan het algemeen bestuur.
Geen wijziging
2.Ieder lid van het algemeen bestuur heeft het recht amendementen voor te stellen op voorstellen die aanhangig zijn bij het algemeen bestuur. 3.Een lid dat het woord in een vergadering van het algemeen bestuur voert kan daarbij moties over het in behandeling zijnde onderwerp of enig ander onderwerp indienen. 4.Het reglement van orde van het algemeen bestuur bepaalt op welke wijze voorstellen als bedoeld in dit artikel kunnen worden gedaan. Artikel 2:5 Voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 1.Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter aan voor een periode van twee jaar, met dien verstande dat de burgemeester van Den Haag of de burgemeester van Rotterdam als voorzitter wordt aangewezen. 2.De voorzitter is niet direct herbenoembaar. 3.De in het eerste lid genoemde burgemeester die niet als voorzitter is aangewezen, is de plaatsvervangend voorzitter van de Metropoolregio en vervangt de voorzitter bij diens verhindering of ontstentenis. 4.De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd over het door hem gevoerde bestuur. Hij geeft het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. Artikel 2:6 Dagelijks bestuur
Artikel 2:5 Voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 1.Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter aan voor een periode van twee jaar, met dien verstande dat de burgemeester van Den Haag of de burgemeester van Rotterdam als voorzitter wordt aangewezen. 2.De voorzitter is niet direct herbenoembaar. 2. 3. De in het eerste lid genoemde burgemeester die niet als voorzitter is aangewezen, is de plaatsvervangend voorzitter van de Metropoolregio en vervangt de voorzitter bij diens verhindering of ontstentenis. 3. 4.De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd over het door hem gevoerde bestuur. Hij geeft het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.
Artikel 2:6 Dagelijks bestuur
1.Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen leden die ieder één stem hebben, waarbij:
1.Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen leden die ieder één stem hebben, waarbij: a. de burgemeesters van Den Haag en Rotterdam worden aangewezen als voorzitter en vicea. voorzitter; de burgemeesters van Den Haag en Rotterdam worden b. aangewezen als voorzitter en vice-voorzitter; de overige leden worden benoemd uit de leden bedoeld in artikel 2:3, derde lid, onder c tot en met g. f. b. 2.De leden bedoeld in het eerste lid onder b worden aangewezen voor een periode van twee de overige leden worden benoemd uit de leden jaar. bedoeld in artikel 2:3, derde lid, onder c tot en met g. 3. Het dagelijks bestuur kiest in ieder geval een portefeuillehouder Middelen uit haar midden. In aanvulling op het eerste lid kan het algemeen bestuur op verzoek van gedeputeerde staten 2.De leden bedoeld in het eerste lid onder b worden besluiten een additioneel lid in het dagelijks bestuur aan te wijzen uit gedeputeerde staten. Dit aangewezen voor een periode van twee jaar. lid van het dagelijks bestuur heeft toegang tot de vergadering van het algemeen bestuur en kan aan de beraadslaging deelnemen. Indien toepassing is gegeven aan dit lid, is artikel 2:3, 3.In aanvulling op het eerste lid kan het algemeen zesde lid, niet van toepassing. bestuur op verzoek van gedeputeerde staten besluiten 4. 1.
Het algemeen bestuur kan een lid van het algemeen bestuur aanwijzen dat voor een een additioneel lid in het dagelijks bestuur aan te specifiek, door het algemeen bestuur bepaald, onderwerp kan deelnemen aan de wijzen uit gedeputeerde staten. Dit lid van het beraadslagingen van het dagelijks bestuur. Dit lid heeft geen stem. dagelijks bestuur heeft toegang tot de vergadering van het algemeen bestuur en kan aan de beraadslaging deelnemen. Indien toepassing is gegeven aan dit lid, is artikel 2:3, zesde lid, niet van toepassing. Artikel 2:7 Bestuurscommissies Artikel 2:7 Bestuurscommissies 1.Het algemeen bestuur kan bij verordening 1.Het algemeen bestuur kan bij verordening bestuurscommissies instellen waaraan bestuurscommissies instellen waaraan bevoegdheden bevoegdheden van het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur worden van het algemeen bestuur onderscheidenlijk het overgedragen. dagelijks bestuur worden overgedragen. 2.Het algemeen bestuur regelt de afstemming tussen de verschillende bestuurscommissies, voor zover er meer dan één een bestuurscommissie wordt ingesteld.
2.Het algemeen bestuur regelt de afstemming tussen 3.Het algemeen bestuur stelt in elk geval een bestuurscommissie Vervoersautoriteit de verschillende bestuurscommissies, voor zover er Metropoolregio Rotterdam Den Haag in, welke bestaat uit de portefeuillehouders verkeer en meer dan een bestuurscommissie wordt ingesteld. vervoer van de gemeenten. Het algemeen bestuur kan op verzoek van gedeputeerde staten
3.Het algemeen bestuur stelt in elk geval een bestuurscommissie Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag in, welke bestaat uit de portefeuillehouders verkeer en vervoer van de gemeenten. Het algemeen bestuur kan op verzoek van gedeputeerde staten besluiten tevens de portefeuillehouder verkeer en vervoer uit gedeputeerde staten aan te wijzen als lid van de Vervoersautoriteit. 4.De portefeuillehouder verkeer en vervoer van de gemeente Den Haag of de gemeente Rotterdam wordt als voorzitter van de Vervoersautoriteit aangewezen. De voorzitter van de Vervoersautoriteit is niet direct herbenoembaar. 5.De in het vierde lid genoemde portefeuillehouder die niet als voorzitter van de Vervoersautoriteit is aangewezen, is de plaatsvervangend voorzitter van de Vervoersautoriteit en vervangt de voorzitter van de Vervoersautoriteit bij diens verhindering of ontstentenis Artikel 2:8 Adviescommissies 1.Het algemeen bestuur kan bij verordening vaste adviescommissies aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter instellen. Het algemeen bestuur regelt bij de instelling de verhouding tot de overige ingestelde adviescommissies en bestuurscommissies. 2.Het algemeen bestuur stelt in elk geval een adviescommissie in die adviseert omtrent de aangelegenheden van de Vervoersautoriteit. Deze
besluiten tevens de portefeuillehouder verkeer en vervoer uit gedeputeerde staten aan te wijzen als lid van de Vervoersautoriteit. 4.Het algemeen bestuur kan op verzoek van gedeputeerde staten de gedeputeerde die belast is met de portefeuille verkeer en vervoer uitnodigen om deel te nemen aan de openbare beraadslagingen van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit. Deze gedeputeerde heeft in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit geen stem. 4 5.De portefeuillehouder verkeer en vervoer van de gemeente Den Haag of de gemeente Rotterdam wordt als voorzitter van de Vervoersautoriteit aangewezen. De voorzitter van de Vervoersautoriteit is niet direct herbenoembaar. 5. 6. De in het vierde vijfde lid genoemde portefeuillehouder die niet als voorzitter van de Vervoersautoriteit is aangewezen, is de plaatsvervangend voorzitter van de Vervoersautoriteit en vervangt de voorzitter van de Vervoersautoriteit bij diens verhindering of ontstentenis.
Artikel 2:8 Adviescommissies 1.Het algemeen bestuur kan bij verordening vaste adviescommissies aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter instellen. Het algemeen bestuur regelt bij de instelling de verhouding tot de overige ingestelde adviescommissies en bestuurscommissies. 2.Het algemeen bestuur stelt in elk geval een adviescommissie in die adviseert omtrent de aangelegenheden van de Vervoersautoriteit. Deze adviescommissie doet een afschrift van al zijn adviezen toekomen aan de Vervoersautoriteit. De leden van deze adviescommissie worden door en uit de vertegenwoordigende organen aangewezen en voor zover een lid van gedeputeerde staten zitting heeft in de Vervoersautoriteit door en uit provinciale staten van Zuid-Holland.
adviescommissie doet een afschrift van al zijn adviezen toekomen aan de Vervoersautoriteit. De leden van deze adviescommissie worden door en uit de vertegenwoordigende organen aangewezen en voor zover een lid van gedeputeerde staten zitting heeft in de Vervoersautoriteit door en uit provinciale staten van Zuid-Holland. 3.Het algemeen bestuur stelt in elk geval een adviescommissie in die adviseert omtrent het economisch vestigingsklimaat. De leden van deze adviescommissie worden door en uit de vertegenwoordigende organen aangewezen en voor zover een lid van gedeputeerde staten zitting heeft in het dagelijks bestuur door en uit provinciale staten van Zuid-Holland. Hoofdstuk 3: Belang, taken en bevoegdheden Artikel 3:1 Belangen en taken 1.De Metropoolregio heeft tot taak, met inachtneming van hetgeen bij wet en in deze regeling is bepaald, het bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten met het oog op een voorspoedige ontwikkeling in het gebied en het beheer van de aan de regio toevertrouwde voorzieningen. Zij houdt zich daartoe bezig met: a. het, voor zover daar in het navolgende niet van wordt afgeweken, met inachtneming van de autonomie van de gemeenten vaststellen van de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economische vestigingsklimaat. Het zorg dragen
3.Het algemeen bestuur stelt in elk geval een adviescommissie in die adviseert omtrent het economisch vestigingsklimaat. De leden van deze adviescommissie worden door en uit de vertegenwoordigende organen aangewezen en voor zover een lid van gedeputeerde staten zitting heeft in het dagelijks bestuur door en uit provinciale staten van Zuid-Holland.
Hoofdstuk 3: Belang, taken en bevoegdheden Geen wijziging
voor het realiseren van de doelstellingen en het voorbereiden en ontwikkelen van een gezamenlijk regionaal beleid op deze terreinen, en b. het uitvoeren van de, met betrekking tot de met het in a genoemde beleid gemoeide belangen en onderwerpen, rechtstreeks bij of krachtens wetgeving of bij of krachtens deze regeling aan de metropoolregio opgedragen taken en bevoegdheden, c. de bij wet of algemene maatregel van bestuur aan de Metropoolregio opgedragen taken en bevoegdheden. 2.De in het vorige lid onder a genoemde gebieden ‘verkeer en vervoer’ en ‘het economisch vestigingsklimaat’ kunnen niet worden aangevuld met andere beleidsterreinen dan na toepassing van artikel 6:3. Artikel 3:2 Strategische agenda 1.Het algemeen bestuur stelt in het eerste jaar van iedere bestuursperiode van de gemeenteraden een Strategische Agenda vast. Deze agenda omvat in ieder geval strategieën om de doelstellingen als bedoeld in artikel 3:1 te verwezenlijken. 2.Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voor het komende kalenderjaar een werkplan vast op basis van de Strategische Agenda. Artikel 3:3 Bevoegdheidsverdeling
Artikel 3:2 Strategische agenda • 1.Het algemeen bestuur geeft stelt in het eerste jaar van iedere bestuursperiode van de gemeenteraden een Strategische Agenda vrij voor zienswijzeast. Deze agenda omvat in ieder geval strategieën om de doelstellingen als bedoeld in artikel 3:1 te verwezenlijken. 2.Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voor het komende kalenderjaar een werkplan begroting vast op basis van de Strategische Agenda. . De informatie in de MRDH-begroting stelt de gemeenteraden in staat om zo nodig bij te kunnen sturen op de ambities en activiteiten uit de Strategische Agenda.
Artikel 3:3 Bevoegdheidsverdeling
1.Aan het algemeen bestuur komen alle bevoegdheden toe, voor zover deze niet bij of krachtens de wet of bij of krachtens deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn toegekend. 2.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het voeren van het dagelijks bestuur, tenzij bij of krachtens de wet anders bepaald. 3.Het algemeen bestuur stelt de bevoegdheid van het dagelijks bestuur vast tot het procederen in kort geding, het voegen in strafzaken, het spoedheidshalve instellen van bezwaar en beroep, het instellen van incidenteel beroep daaronder begrepen, het verzoeken van een voorlopige voorziening en het verrichten van (rechts-)handelingen ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit, en kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden van het algemeen bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Artikel 156 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 4.De voorzitter vertegenwoordigt de Metropoolregio in en buiten rechte. Artikel 3:4 Bevoegdheden Verkeer en Vervoer 1.Het dagelijks bestuur voert de in het Besluit Vervoersregio genoemde bevoegdheden uit voor het bij dat besluit bepaalde territoir. 2.Aan het algemeen bestuur is overgedragen de bevoegdheid een subsidieverordening op te stellen in het kader van verkeer en vervoer. Artikel 3:5 Faciliterende en dienstverlenende taken
• 1.Aan het algemeen bestuur komen alle bevoegdheden toe, voor zover deze niet bij of krachtens de wet of bij of krachtens deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn toegekend. • 2.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het voeren van het dagelijks bestuur, tenzij bij of krachtens de wet anders bepaald. • 3.Het algemeen bestuur stelt de bevoegdheid van het dagelijks bestuur vast tot het procederen in kort geding, het voegen in strafzaken, het spoedheidshalve instellen van bezwaar en beroep, het instellen van incidenteel beroep daaronder begrepen, het verzoeken van een voorlopige voorziening en het verrichten van (rechts-)handelingen ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit, en kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden van het algemeen bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Artikel 156 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. • 4.De voorzitter vertegenwoordigt de Metropoolregio in en buiten rechte.
Geen wijziging
Artikel 3:5 Faciliterende en dienstverlenende taken
1.De Metropoolregio faciliteert op verzoek van ten minste twee deelnemers een platform voor coördinatie en afstemming tussen deelnemende gemeenten, voor zover de gespreksonderwerpen van dit platform een directe relatie hebben met de strategische agenda als bedoeld in artikel 3:2. 2.De Metropoolregio is bevoegd tot het verrichten van diensten ten behoeve van een of meer andere rechtspersonen ingesteld krachtens publiekrecht dan de gemeenten, indien deze daarom verzoeken en het algemeen bestuur dat verzoek inwilligt. 3.De Metropoolregio is bevoegd tot het verrichten van diensten ten behoeve van een instelling of orgaan waarin zij namens de gemeenten zitting heeft, indien de desbetreffende instelling hierom verzoekt. 4.Een besluit tot facilitering of dienstverlening wordt genomen door het algemeen bestuur en vermeldt de wijze van kostenverrekening en overige voorwaarden waaronder tot de gevraagde facilitering of dienstverlening wordt overgegaan. Artikel 3:6 Treffen gemeenschappelijke regeling 1.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen, ieder voor zover zij voor de Metropoolregio bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen als bedoeld in artikel 93 onderscheidenlijk artikel 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2.Indien het dagelijks bestuur of de voorzitter een gemeenschappelijke regeling treft, behoeft zij
1.De Metropoolregio faciliteert op verzoek van ten minste twee deelnemers een platform voor coördinatie en afstemming tussen deelnemende gemeenten, voor zover de gespreksonderwerpen van dit platform een directe relatie hebben met de strategische agenda als bedoeld in artikel 3:2. 2.De Metropoolregio is bevoegd tot het verrichten van diensten ten behoeve van een of meer deelnemende gemeenten, of een of meer andere rechtspersonen ingesteld krachtens publiekrecht – anders dan de gemeenten-, indien deze daarom verzoeken, deze verzoeken passen binnen de publieke taken van de MetropoolregioRDH en het algemeen bestuur dat verzoek inwilligt. 3.De Metropoolregio is bevoegd tot het verrichten van diensten ten behoeve van een instelling of orgaan waarin zij namens de gemeenten zitting heeft, indien de desbetreffende instelling hierom verzoekt. 4.Een besluit tot facilitering of dienstverlening wordt genomen door het algemeen bestuur en vermeldt de wijze van kostenverrekening en overige voorwaarden waaronder tot de gevraagde facilitering of dienstverlening wordt overgegaan.
Geen wijziging
toestemming van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur kan de toestemming slechts onthouden wegens strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. 3.In dit artikel wordt onder het treffen van een gemeenschappelijke regeling tevens verstaan het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling. Artikel 3:7 Overige bevoegdheden 1.De Metropoolregio komen alle bevoegdheden toe die het openbaar lichaam van rechtswege bezit om als rechtspersoon aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen.
Geen wijziging
2.Voor alle van de in artikel 3:1 genoemde belangen, taken en bevoegdheden is de Metropoolregio bevoegd tot: a. het reageren op rijks- en provinciale nota’s en plannen die voor het territoir van belang zijn; b. het vertegenwoordigen van de Metropoolregio in overlegsituaties, en c. het organiseren van overleg en het uitbrengen van advies. Hoofdstuk 4: Financiën
Hoofdstuk 4: Financiën
Artikel 4:1 Begroting
Artikel 4:1 Begroting
1.Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voorafgaande aan het jaar waarvoor deze gelden de begroting en investeringsplannen vast. De artikelen 189 tot en met 195 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing voor zover daarvan niet bij de Wet gemeenschappelijke regelingen is afgeweken. 2.De zienswijzenprocedure is van overeenkomstige toepassing op wijzigingen van de begroting, tenzij de bijdragen van de gemeenten niet veranderen en er niet wordt geschoven tussen begrotingsposten.
Artikel 4:2 Administratie 1.Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. De verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Artikel 212, tweede lid, van de Gemeentewet is van toepassing. 2.Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. Artikel 213, tweede tot en
1.Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voorafgaande aan het jaar waarvoor deze gelden de begroting en de meerjarenbegroting investeringsplannen Vervoersautoriteit vast. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De artikelen 34 en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn hierop van toepassing. De artikelen 189 tot en met 195 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing voor zover daarvan niet bij de Wet gemeenschappelijke regelingen is afgeweken. 2. Bij wijziging van de begroting wordt slechts een zienswijze gevraagd aan de raden van de deelnemende gemeenten als de inwonerbijdragen van de gemeenten veranderen of er geschoven wordt tussen begrotingsprogramma’s. Alsdan zal de zienswijzetermijn 8 weken bedragen vanaf het moment van aanbieden door het dagelijks bestuur aan de vertegenwoordigende organen van de gemeenten. De zienswijzenprocedure is van overeenkomstige toepassing op wijzigingen van de begroting, tenzij de bijdragen van de gemeenten niet veranderen en er niet wordt geschoven tussen begrotingsposten.
Geen wijziging
met negende lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3.Het dagelijks bestuur zendt de verordeningen bedoeld in dit artikel binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten. Hoofdstuk 5: De secretaris-directeur, overige ondersteuning, archief, ombudsman Artikel 5:1 Secretaris-directeur 1.Het algemeen bestuur beslist op voordracht van het dagelijks bestuur omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris-directeur van de Metropoolregio.
Hoofdstuk 5: De secretaris-directeur, overige ondersteuning, archief, ombudsman
Geen wijziging
2.De secretaris-directeur van de Metropoolregio geeft leiding aan de ondersteuning van het bestuur van de Metropoolregio. 3.Het algemeen bestuur regelt de vervanging van de secretaris-directeur bij diens verhindering of ontstentenis. Artikel 5:2 Ambtelijke ondersteuning 1.Het algemeen bestuur stelt een verordening vast met betrekking tot de ambtelijke organisatie. 2.Het algemeen bestuur regelt de bezoldiging en de rechtspositie van de ambtenaren van de Metropoolregio. Artikel 4 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Artikel 5:3 Archief
Artikel 5:2 Ambtelijke ondersteuning 1.Het algemeen dagelijks bestuur stelt regels een verordeningvast met betrekking tot de ambtelijke organisatie. 2.Het algemeen dagelijks bestuur regelt de bezoldiging en de rechtspositie van de ambtenaren van de Metropoolregio. Artikel 4 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5:3 Archief
1.Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen bij deze regeling ingesteld, overeenkomstig een door het algemeen bestuur met inachtneming van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling, die aan gedeputeerde staten wordt meegedeeld. 2.Gedeputeerde staten oefenen toezicht uit op de krachtens het eerste lid aan het dagelijks bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden overeenkomstig het Archiefbesluit, voor zover deze van toepassing is op de organen van gemeenten. 3.De secretaris-directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente waar de Metropoolregio is gevestigd. 4.De archivaris van de gemeente waar de Metropoolregio is gevestigd oefent toezicht uit op het in het derde lid genoemde beheer. 5.Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13, eerste lid van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente waar de Metropoolregio is gevestigd. 6.De in het vijfde lid bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente waar de Metropoolregio is gevestigd.
1. Het algemeen bestuur stelt een archiefverordening vast. 2. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de Metropoolregio bestuursorganen bij deze regeling ingesteld, overeenkomstig een door het algemeen bestuur met inachtneming van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling, die aan gedeputeerde staten wordt meegedeeld. 2.Gedeputeerde staten oefenen toezicht uit op de krachtens het eerste lid aan het dagelijks bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden overeenkomstig het Archiefbesluit, voor zover deze van toepassing is op de organen van gemeenten. 3.3.De secretaris-directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de Metropoolregio voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente waar de Metropoolregio is gevestigd. 4.De archivaris van de gemeente waar de Metropoolregio is gevestigd oefent toezicht uit op het in het derde lid genoemde beheer. 5.4.Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13, eerste lid van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde bestuursorganen is wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente waar de Metropoolregio is gevestigd. Rotterdam.
65.De in het vijfde lid bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de De archivaris van de gemeente Rotterdam is belast met het toezicht op het beheer van de in het eerste tweede lid genoemde archiefbescheiden.
Artikel 5:4 Ombudsfunctie De ombudsman van de gemeente Rotterdam is bevoegd tot behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk 6: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 6:1 Toetreding 1.Toetreding van gemeentebesturen kan plaatsvinden bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van de gemeenteraad, het college en de burgemeester van de betreffende gemeente en de instemming van alle bestuursorganen die aan deze regeling deelnemen.
Geen wijziging
Hoofdstuk 6: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Geen wijziging
2.Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding gevolgen verbinden. 3.De toetreding gaat in op een door het algemeen bestuur in het toetredingsbesluit genoemde datum. Artikel 6:2 Uittreding 1.De gemeenteraad, het college en de burgemeester van een van de gemeenten kunnen uittreden. 2.Het algemeen bestuur kan algemene regels stellen omtrent de procedure van uittreding.
Artikel 6:2 Uittreding 1.De gemeenteraad, het college en de burgemeester van een van de gemeenten kunnen uitsluitend gezamenlijk uittreden en maken gezamenlijk schriftelijk kenbaar bij het algemeen bestuur van de Metropoolregio dat zij het voornemen hebben om uit te treden uit de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 en de uittredingsdatum die zij voor ogen hebben. 3.