CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

75. 501789 Raadsvoorstel zienswijze ontwerpbegroting 2023 en ontwerpwijziging 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond.pdf

Gemeenteraad AW 9 mei 2022, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken32.815 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Naast de basishulp voor jeugdigen is een Lokaal Team verantwoordelijk voor intensieve vrijwillige hulp (IVH), laag-intensieve begeleiding van gezinnen met chronische problematiek en biedt ook hulp voor zorgmijders;  2e lijn; vormen van zorg waarvoor een nadere opdracht/toewijzing vanuit het Lokale Team of verwijzing nodig is;  3e lijn; vormen van landelijk gecontracteerde (zgn. LTA-)zorg dat niet is opgenomen in de bovenstaande 2de lijn. De GRJR zorgt voor het aanbod van ondersteuning, hulp en zorg door aanbieders van 2elijns jeugdhulp, die vanuit de Jeugdwet geboden moet worden. De GRJR realiseert het aanbod van specialistische jeugdhulp door regionale inkoop, plus aanvullende inzet van buiten-regionale maatwerkvoorzieningen en landelijk ingekochte voorzieningen. Jeugdbescherming en -reclassering en Veilig Thuis wordt door middel van subsidiëring mogelijk gemaakt. Waar aanvullend nodig worden subsidies verleend. Een voorbeeld daarvan is de inzet van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond voor het leveren van zorgbemiddeling tussen de diverse gecontracteerde aanbieders.

2.3 Doelstelling en inzet per opdracht In de Regiovisie wordt beschreven dat met de taken van de GRJR een “aansluitende regionale infrastructuur”wordt beoogd. Ook is in grote lijnen aangegeven wat daarmee inhoudelijk bedoeld wordt. De GRJR dient te zorgen voor vijf zogenoemde bouwstenen: 1. Zorgbemiddeling (zie 2.3.8) 2. Flexibele inzet van ambulante specialistische hulp (zie 2.3.1) 3. Vaker pleegzorg en gezinshuizen als alternatief voor residentiële zorg (zie 2.3.3); 4. ‘Afbouw van bedden’ (zie 2.3.4 en 2.3.5); 5. Integrale crisiszorg en casusregie als de veiligheid in geding is (zie 2.3.6)

8

26/117

Onderstaand wordt uitgewerkt hoe dit invulling krijgt. De volgorde in deze toelichting is in lijn gebracht met de prioriteiten in het beleid en de samenhang tussen de verschillende onderdelen: Ambulante hulp -> Daghulp -> Pleeghulp -> Langdurig verblijf -> Opname met behandeling -> Niet regionaal ingekochte hulp. 2.3.1 Ambulante hulp (opdracht E) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is, dat gemeenten in de thuissituatie aan de jeugdige die wordt beperkt in zijn functioneren de nodige behandeling en ondersteuning kunnen geven. De jeugdige leert omgaan met een mogelijke blijvende beperking in het functioneren, gericht op het vergroten en/of behoud van de zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval. Perspectief daarbij is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek. De zwaarste vormen van ambulante hulp zijn bedoeld om een opname van de jeugdige te voorkomen of vervangen. De inzet van deze vormen van ambulante hulp hangen nauw samen met de beoogde afbouw in opdracht B (Opname). Opdracht E Jaar

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

Weektarief

Toewijzingsduur in weken

2019

12.887

10.212

210

47

2020

11.108

8.432

228

51

2021*

11.020

8.259

251

51

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte hulp en ondersteuning is flexibel in tijd, intensiteit en specialisme. De hulp en ondersteuning wordt gericht op en (zoveel als mogelijk) uitgevoerd in het gebied waar de jeugdige leeft. De hulpverleners zijn bekend met dat gebied en de partners in dat gebied. Ze zorgen samen met het Lokale Team voor continuïteit in de hulpverlening. Onder ambulante hulp vallen ook multidisciplinaire teams, zoals SPAN en FACT, die door het Lokale Team (of een andere wettelijke verwijzer als casusregisseur) snel en integraal worden ingezet. Indien nodig is de hulp 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar of zijn afspraken gemaakt met de aanbieder van Crisishulp en kan snel geschakeld worden bij acute situaties. Extramurale vormen van hulp voor jeugd met een beperking zitten vanaf 2023 niet meer in het regionaal ingekochte aanbod. De afgelopen jaren zijn voor ambulante hulp lange wachttijden ontstaan en verder opgelopen door de Corona-impact. De GRJR zette in 2021 en 2022 extra geld in om de gemiddelde wachttijd weer onder de zogenaamde Treeknorm te brengen. In de loop van 2022 moet blijken of er ook na 2022 extra geld nodig zal blijven om structureel de wachttijden beperkt te houden. Daarmee is in de begroting 2023 geen rekening gehouden.

9

27/117

Wat mag het kosten Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

€ 43.864.000

€ 42.168.000

€ 46.963.000

€ 54.966.783

€ 28.753.967

De grootste verlaging van het budget voor opdracht E komt door uitname MVS (-€5,4 mln.) en verschuiving naar lokale inkoop (-€12,9 mln.). 2.3.2 Daghulp (D) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is dat gemeenten dagbehandeling kunnen geven aan jeugdigen:  met gedragsproblematiek waarvan nog niet bekend is wat het is;  met een medisch probleem en ontwikkelingsproblemen die daarvoor dagbehandeling en verpleegkundige zorg nodig hebben;  die (hoog) specialistische SGGZ-dagbehandeling nodig hebben. Er wordt zo veel mogelijk ambulant gewerkt samen met school en thuis. Dagbehandeling is aanvullend. Perspectief van daghulp is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek is, en/of dat de jeugdige vaardigheden vergroot en/of behoudt. Opdracht D Jaar

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

Weektarief

Toewijzingsduur in weken

2019

1.223

1.017

662

41

2020

1.230

995

697

43

2021*

1.478

1.163

752

43

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte hulp wordt bij voorkeur naschools of in de schoolsituatie aangeboden, zodat de jeugdige op school kan blijven meedoen. Voor jongere kinderen wordt samengewerkt met kinderdagverblijven (KDV). Voor kinderen die niet naar een KDV gaan wordt de jeugdhulpdiagnosestelling gekoppeld aan de reguliere screening in het (speciaal) basisonderwijs, zodat ook dan vroegtijdig hulp geboden kan worden. De daghulpaanbieders hebben een ontwikkelopdracht die aansluit op afspraken met samenwerkingsverbanden uit het onderwijs, het ‘voorveld’ en het Centrum voor Jeugd en Gezin om de uitstroom te bevorderen vanuit dagbehandeling richting (speciaal) onderwijs en bijvoorbeeld welzijns- en jongerenwerk en vrijwilligers rond de jeugdige. Gemeenten kopen vanaf 2023 meer lokale vormen van daghulp in, zoals vervanging van onderwijs, 10

28/117

combinaties van behandeling en onderwijs, naschoolse opvang, dagbehandeling gericht op werk, het daghulp aanbod voor de doelgroep Jeugd met een beperking en chronische GGZproblematiek (zoals oude AWBZ-GGZ-doelgroep of uitbehandeld autisme). Hiermee is in de GRJR-begroting 2023 rekening gehouden. Onder meer schoolvervangende dagbehandelingen en dagbehandelingen gericht op werk (16+) zitten vanaf 2023 niet meer in het regionaal ingekochte aanbod. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

€ 13.793.000

€ 14.511.000

€ 18.894.000

€14.415.377

€10.886.264

De belangrijkste verlaging van het budget voor opdracht D komt door uitname MVS (-€2,3 mln) en verschuiving naar lokale inkoop (-€8 mln.). 2.3.3 Pleeghulp (A) Wat willen we bereiken Ambulante hulp en daghulp in het oorspronkelijke gezin zijn niet altijd de oplossing. Begrotingsdoelstelling is dat gemeenten pleegzorg kunnen geven als het wonen in de thuissituatie niet mogelijk is. Het pleeggezin is de nieuwe woonomgeving voor het kind. Opdracht A Jaar 2019

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

Weektarief

2.425

2.070

245

Toewijzingsduur in weken 132

2020

2.687

2.129

247

142

2021*

2.677

2.129

259

138

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO.

Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte pleegzorg houdt rekening met de identiteit van een kind. Daarom heeft bij de keuze voor pleegzorg de inzet van een netwerk-pleeggezin de voorkeur. Daarnaast is het streven om die nieuwe woonomgeving dichtbij de oude te realiseren. Daarmee kan de band met ouder(s), broers/zussen, school, sport en buurt worden gecontinueerd. Er zijn ook situaties waarin juist afstand van oorspronkelijke omgeving en gezin gewenst is. Om de continuïteit te waarborgen is pleegzorgbegeleiding en indien nodig direct bij te schakelen ambulante hulpverlening beschikbaar. De gemeenten willen vaker pleeghulp inzetten in plaats van hulp met verblijf. Speciale aandacht is nodig voor pleegzorg in de leeftijdscategorie 14 jaar tot 21 jaar. Gemeenten en aanbieders zetten zich in voor het vergroten van het aantal pleegouders. Voor de benodigde 11

29/117

groei van het aanbod is in de begroting rekening gehouden met een hoger budget. Als geen pleeggezinnen in de nabijheid zijn, kan een gezinshuis een goed alternatief vormen (zie onder langdurig verblijf). Wat mag het kosten Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

€ 21.348.000

€ 23.299.000

€ 22.880.000

€24.297.530

€26.009.879

De belangrijkste verhoging van het budget voor opdracht A komt door groeiambitie 2022 en trendmatige groei (+€2,5 mln.), inkoopeffect groei A/krimp B (+€2 mln.). 2.3.4 Langdurig verblijf (C) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is dat gemeenten langdurig verblijf kunnen geven aan een jeugdige, als het niet lukt om terug te keren naar de thuissituatie of een pleeggezin. Het gaat om kinderen met ernstige problematiek, veroorzaakt door bijvoorbeeld verstoorde gehechtheid, trauma, autisme, getuige of slachtoffer zijn van huiselijk geweld, seksueel misbruik of andere vormen van mishandeling en/of verwaarlozing. Door een ernstig verstoorde basis ontstaan achterstanden in de sociaal- en emotionele ontwikkeling en vaak ook een psychische stoornis die leidt tot (ernstig) afwijkend gedrag. Mede hierdoor kunnen deze jeugdigen niet terecht bij een netwerk- of pleeggezin. Ze hebben een integrale combinatie van vervangende opvoeding en begeleiding nodig. Het perspectief is gericht op maximaal (ondersteunen tot) zelfstandig wonen, doen wat je zelf kan en (tijdelijke) overname daar waar het zelf niet lukt. De hulp is gericht op meedoen in de maatschappij. Opdracht C Jaar 2019

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

Weektarief

399

328

1.122

Toewijzingsduur in weken 54

2020

409

318

1.237

61

2021*

436

325

1.334

59

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Wat gaan we daarvoor doen Bij het ingekochte langdurig verblijf ligt de focus op een stabiele bekende plek, rust en regelmaat en passende dagbesteding en onderwijs. Mogelijke vormen zijn: C1: Gezinshuizen (en kleinschalige groepen, voorheen C4) C2: Kamertraining (en begeleid zelfstandig wonen) C3: Beschermd wonen

12

30/117

Opvang in een kleinschalige woonvorm of gezinshuis is bedoeld voor kinderen tot 12 jaar, die het beste thuis of in een pleeggezin kunnen opgroeien, maar waarbij dat niet mogelijk is. Een gezinshuis kan ook een goed alternatief vormen als er geen pleeggezin in de nabijheid is. Bij het langdurige verblijf kan ook behandeling of intensieve begeleiding worden ingezet. Deze ondersteuning krijgt de jeugdige in de instelling waar deze verblijft. Voor de oudere jeugdige kan ook kamerbewoning of beschermd wonen in beeld komen. In de regio wordt toegewerkt naar minder kinderen in behandeling met verblijf (zie 2.3.5), een kind plaatsen in behandeling met verblijf is de laatste ultieme inzet. Het aanbod van kleinschalige alternatieven wordt vergroot, waardoor er meer afschalingsmogelijkheden zijn in een doorgaande lijn, met zo min mogelijk plaatsingen in opnamesettings en landelijk gecontracteerde voorzieningen (LTA). Wat mag het kosten Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

€ 8.688.000

€ 10.519.000

€ 13.455.000

€10.779.589

€26.157.715

De grote stijgingen in het budget voor Langdurig verblijf (C) zijn: budget opgetrokken naar realisatieniveau 2021 (+€3 mln.), doorgetrokken trendmatige groei/verschuiving van B naar C (+€5,3 mln.), inkoopaanpassingen waaronder verschuiving van ASR naar C (+€4,5 mln.), indexatie (+€1,3 mln.) en eerste geïnventariseerd effect aanpassing woonplaatsbeginsel (+€1,6 mln.). 2.3.5 Behandeling met verblijf / Opname (B) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is dat gemeenten, als het echt nodig is, een jeugdige kunnen behandelen in combinatie met vervangende opvoeding en daghulp/dagbesteding. Het perspectief is het (weer) thuis kunnen wonen binnen een afzienbare periode. Hierbij wordt gekeken naar de opvoedsituatie en wat de ouders en het gezin nodig hebben om een terugkeer mogelijk te maken en de opvoeding zelf weer op te kunnen pakken en daarmee ook de terugkeer naar (passend) onderwijs kan plaatsvinden. Opdracht B Jaar 2019

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

Weektarief

1.467

1.019

2.321

Toewijzingsduur in weken 43

2020

1.378

931

2.485

46

2021*

1.408

907

2.672

44

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

13

31/117

Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte behandeling met verblijf is in verschillende vormen beschikbaar:  B1: lichte behandeling met verblijf (opname)  B2: gesloten jeugdhulp / jeugdzorg+  B3: zwaardere behandeling met verblijf (opname intensieve behandeling)  B4: zwaardere behandeling in gedwongen/gesloten kader (gesloten behandelsetting). Door het vergroten van het aanbod van langdurige verblijfsvormen (zie 2.3.4) kunnen kinderen vanuit een behandelopname sneller doorstromen. Met alle betrokken zorgaanbieders wordt gewerkt aan het creëren van een dekkend zorglandschap, maar ook overbruggingszorg, betere afschaling en snellere doorstroom. Opname-voorkomende en opname-verkortende trajecten staan daarin centraal. Landelijk en bovenregionaal wordt gewerkt aan verdere transformatie van de gesloten jeugdzorg (JH+), met meer ambulante hulp en kleinschalige (tijdelijke) woonvormen voor jeugdigen met een “gesloten machtiging”. Richtpunt is de motie “Beweging naar 0”. Het betreft een complex terrein met grote bestuurlijke en financiële verwevenheden over veel jeugdhulpregio’s heen. Inmiddels hebben de rijksoverheid en de VNG een landelijke rol opgenomen om voor eind 2022 een kader te hebben liggen voor de toekomst van de JH+. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

€ 64.310.000

€ 62.647.000

€ 59.145.000

€58.990.207

€48.886.623

De belangrijkste verlaging van het budget voor opdracht B kom door uitname MVS (-€8,4 mln.), inkoopeffect groei A/krimp B (-€2 mln.) en doorgetrokken trendmatige krimp (-€4,7 mln.). 2.3.6 Crisiszorg: Crisishulp (F), Crisis Interventie Team (G) en GGZ-crisisdienst (I4) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is dat crisishulp beschikbaar is wanneer nodig. Daarbij is het doel om te komen tot één toegang tot crisishulp. Doel is ook om crisishulp tot een minimum terug te brengen door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp. In de regiovisie is dit omschreven als bouwsteen “Integrale crisiszorg en casusregie als de veiligheid in geding is”. Wat gaan we daarvoor doen De toegang tot crisishulp wordt gevormd door het Crisis Interventie Team waarin ook GGZexpertise is gewaarborgd. Dit wordt door subsidiëring van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en de acute diensten van GGZ Delfland gerealiseerd. Als de crisismelding nieuwe instroom betreft, wordt op basis van de beoordeling van het crisisteam direct passende hulp georganiseerd. De gecontracteerde systeemaanbieders 14

32/117

organiseren hiervoor een gezamenlijk coördinatiepunt waarin een plaatsingscoördinator is ondergebracht. Crisishulpverlening kan bestaan uit snelle en intensieve begeleiding in de thuissituatie (ambulante crisishulp), tijdelijk verblijf in het eigen netwerk of een pleeggezin (crisispleegzorg) of crisisopvang/crisisopname in een instelling (crisisopvang). De hulp bij crisis is per definitie kortdurend (maximaal 4 tot 8 weken). Spoedhulp valt niet onder crisishulp. Er wordt geen crisishulp geboden aan bestaande cliënten van systeemaanbieders; zij moeten in staat zijn om passende vervolghulp te regelen binnen de keten van jeugdhulp. Door deze wijziging vanaf 2023 zal instroom in crisishulp afnemen. Crisis Interventie Team (CIT) Kinderen die acuut in hun veiligheid bedreigd worden krijgen ondersteuning van het CIT. Politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners, maar ook ouders en kinderen zelf kunnen contact opnemen met het CIT. Het CIT treedt op in crisissituaties en kan direct de noodzakelijke hulp inzetten. In 2020 is het aantal crisisinterventies afgenomen ten opzichte van de jaren daarvoor. Corona heeft wellicht een effect gehad omdat er minder meldingen zijn gedaan door de preventieve inzet van de lokale teams. Het aantal huisverboden is gelijk gebleven met het niveau van 2019 (617).

GGZ-crisisdienst De GGZ-crisisdienst van Parnassia en GGZ Delfland is alleen bereikbaar voor huisartsen, politie, centrum eerste hulp of andere hulpdiensten. De 7x24 uur crisisdienst bestaat uit een team van artsen en sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen. Zij beoordelen of en zo ja welke acute psychiatrische hulp moet worden geboden. Beide zorgaanbieders volgen hierbij de uitgangspunten van de Generalistische Module Acute Psychiatrie. Dit betreft (1) een eerste direct contact (< 24 uur), en (2) maximaal 3 dagen acute zorg voor beoordeling, triage en eventueel doorverwijzing naar vervolg (crisis)hulp. Het team van de crisisdienst doet zelf geen seriebehandeling. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

€ 9.153.000

€ 8.431.000

€ 8.644.000

€9.655.598

€8.502.244

2.3.7 Niet-regionaal ingekochte jeugdhulp (I) Buitenregionale plaatsingen (BRP) Wat willen we bereiken De subsidie voor buitenregionale plaatsingen is bedoeld voor de financiering van jeugdhulpplaatsingen bij zorgaanbieders buiten de regio. 15

33/117

Wat gaan we daarvoor doen Deze begrotingspost bestaat uit twee vormen van buitenregionale plaatsingen, namelijk buitenregionale pleegzorgplaatsingen via Enver en individuele maatwerkcontracten met niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieders van buiten de regio. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

€ 976.000

€ 2.485.000

€ 2.194.000

€1.770.408

€2.167.119

De hoogte van de uitgaven aan buitenregionale plaatsingen is al jaren redelijk constant, al lijkt een tendens zichtbaar van meer pleegzorgplaatsingen buiten de regio, conform ambities. (Zie ook jaarverslag 2020.) Landelijke inkoop (LTA) Wat willen we bereiken Vanuit het Rijk zijn wat betreft een aantal zeer specialistische zorgvoorzieningen aanvullende afspraken gemaakt voor landelijke inkoop. Hiermee komt via landelijke contracten aanvullende aanbod van hoogspecialistische jeugdhulp beschikbaar. Wat gaan we daarvoor doen De VNG sluit contracten met jeugdhulpaanbieders namens alle gemeenten. Uitgangspunt hierbij is dat er sprake is van weinig cliënten en een landelijke spreiding. Daarnaast is er een aantal functies die weliswaar niet rechtstreeks zorg voor jeugd raken maar wel randvoorwaardelijk zijn voor het functioneren van het stelsel rondom jeugdhulp. Ten aanzien van het LTA geldt dat de kosten moeilijk te beïnvloeden zijn omdat de verwijzing doorgaans verloopt via huisartsen of medisch specialisten. De lokale teams zijn daar meestal niet bij betrokken. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

€ 10.698.000

€ 13.533.000

€ 15.810.000

€12.389.383

€16.982.341

16

34/117

Adolescenten Strafrecht (ASR) Wat willen we bereiken In het kader van het adolescentenstrafrecht (ASR) kan een rechter of reclasseringsmedewerker een hulpverleningstraject opleggen. Vanwege de leeftijd van deze jeugdigen (18-23) en hun ondersteuningsbehoefte wordt hiertoe dan een maatwerkcontract afgesloten. Deze zorgkosten zijn vanaf 2023 mee ingekocht in de opdrachten A t/m E en worden daarom niet meer afzonderlijk begroot. Wat gaan we daarvoor doen De kosten van deze trajecten stijgen. Dit komt omdat meer jongeren worden veroordeeld volgens het adolescentenstrafrecht, de problematiek zwaarder wordt, de lange duur van trajecten en doordat uitstroom soms lastig is door het ontbreken van huisvesting. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Begroting 2022

€ 772.000

€ 1.912.000

€ 2.262.000

€1.975.549

Begroting 2023

2.3.8 Zorgbemiddeling en Niet-wettelijke taken GI’s (G) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is dat de Zorgbemiddeling functioneert “met een integrale blik en kennis bundelt vanuit in ieder geval: jeugdhulp, GGZ, LvB, sociaal domein en veiligheid.” De zorgbemiddelingstafels willen we samen met de zorgaanbieders, de gemeenten en de partners vanuit Veiligheid doorontwikkelen naar een onafhankelijk expertiseteam. Deze bouwsteen van de Regiovisie wordt verder uitgewerkt en uitgevoerd. Wat gaan we daarvoor doen Bij de Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond zijn (naast de wettelijke taken) diverse aanvullende (niet-wettelijke) taken gelegd:  Zorgbemiddeling  Kennis- en Service Centrum voor Diagnostiek Daarnaast is er niet-wettelijke inzet op Crisis Interventie Team (hierboven al toegelicht onder ‘Crisiszorg’). In 2023 voert JBRR ook nog de restanten van de niet-wettelijke taak IVH uit: de verlengde drangtaken en een aantal casussen die de gemeenten nog te ingewikkeld vinden.

17

35/117

Zorgbemiddeling De zorgbemiddeling wordt tot nader order verzorgd door de JBRR. Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek (KSCD) Het KSCD is een zelfstandig organisatieonderdeel binnen JBRR dat voor de GI’s onder andere diagnostisch onderzoek uitvoert en instemmingsverklaringen voor gesloten plaatsingen afgeeft. Wat mag het kosten Maakt deel uit van subsidie Jeugdbescherming/Jeugdreclassering (zie 2.3.9). 2.3.9 Wettelijk taken Jeugdbescherming en jeugdreclassering (G) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is dat in de regio Rijnmond jeugdbescherming- en jeugdreclassering plaatsvindt door uitvoering van de wettelijke taken. De focus ligt op de dwang producten (Ondertoezichtstelling, Jeugdreclasseringen, voogdij), met als doel dat jeugdigen en ouders kwalitatief goede hulp en ondersteuning krijgen, zonder wachttijden of een wachtlijstaanpak. Wat gaan we daarvoor doen Vanaf 2015 worden de wettelijke jeugdbescherming en jeugdreclasseringstaken (JB/JR) uitgevoerd door gecertificeerde instellingen (GI’s) die aan het normenkader JB/JR voldoen. Dit normenkader stimuleert en ondersteunt de instellingen om continu de kwaliteit van de eigen organisatie te verbeteren en te borgen. Het normenkader heeft daarnaast als doel dat de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid voor jeugdigen en het gezin worden geborgd.

Binnen de regio Rijnmond wordt het grootste deel van de maatregelen JB/JR uitgevoerd door de GI Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). JBRR is ook opdrachtgever voor de taken die door de William Schrikker Stichting (WSS) worden uitgevoerd. Het Leger des Heils Jeugdbescherming en -Reclassering (LJ&R) is ook een aanbieder in de regio Rijnmond. In het kader van de vereenvoudiging van de Jeugdbeschermingsketen is er een toekomstscenario kind- en gezinsbescherming in opdracht van de ministeries van J&V, VWS en VNG ontwikkeld. Het toekomstscenario waarin de komende jaren invulling wordt gegeven schetst het perspectief hoe de Jeugdbeschermingsketen slimmer en effectiever er uit kan zien, waarbij kind en gezin centraal staan. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

€ 44.989.000

€ 44.723.000

€ 47.848.000

€45.801.711

€46.508.931

18

36/117

2.3.10 Veilig Thuis (H) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is invulling geven aan de wettelijke verplichting om op bovenlokaal niveau een Advies en Meldpunt huiselijk Geweld en Kindermishandeling te organiseren. Wat gaan we daarvoor doen Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond is een zelfstandige stichting die aan de wettelijke verplichting invulling geeft. De organisatie ontvangt meldingen over mogelijke situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling en zorgt vervolgens indien nodig voor voorwaarden en vervolgstappen om veiligheid te brengen in die situatie. Mede als vrucht van de landelijke campagnes, persaandacht en de chatfunctie die de VTRR sinds medio 2020 (start Coronacrisis) uitvoert is een gestage stijging zichtbaar in het aantal adviesvragen. In Q1 2021 heeft de stijging doorgezet en zien we ook een stijging in het aantal meldingen. Door diverse efficiencyslagen, aanpassingen in het werkproces en samenwerkingsafspraken met partners heeft Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond tot nu toe ingezet op het verwerken van de stijgende instroom binnen de begroting. Gezien de gestage stijging is vanaf 2022 een ophoging van de subsidie nodig gebleken. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

€13.943.147

€ 16.152.000

€ 16.375.000

€16.700.104

€19.034.944

19

37/117

Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN

20

38/117

3.Paragrafen Met de invoering van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in 2004 is met betrekking tot de verslaggeving een aantal verplichte paragrafen (beleidsuitgangspunten van beheersmatige activiteiten) voorgeschreven, te weten: lokale heffingen; verbonden partijen; onderhoud kapitaalgoederen; weerstandsvermogen en risicobeheersing; grondbeleid; financiering en bedrijfsvoering. Niet alle paragrafen zijn van toepassing voor Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond.

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting 2023 is gebaseerd op veel aannames die samen met de deelnemende gemeenten zijn gekozen. De risico’s op overschrijding liggen direct bij de deelnemende gemeenten. Er vindt geen verevening van risico’s (voorheen door middel van de vlaktaks) meer plaats. De GRJR houdt zelf geen weerstandsvermogen aan. De risicobeheersing is een samenspel tussen GRJR en gemeenten. De GRJR stuurt op tijdige, juiste en volledige data-aanleveringen van gemeenten en zorgaanbieders om een actueel beeld te kunnen geven van de ontwikkeling van zorggebruik en -kosten. Contractmanagement richt zich op de nakomen van verantwoordelijkheden van aanbieders in het proces. De gemeenten versterken hun casusregie en daarmee hun grip op de inzet aan het door de GRJR beschikbaar gestelde aanbod van jeugdhulp. In het verleden werd een budget Risico’s jeugdhulp begroot. Vanaf 2023 is dat vervallen vanwege de gewijzigde samenwerking tussen GRJR en gemeenten. Voor deze begroting zijn de volgende hoofdrisico’s onderscheiden:

1

2

3

Risico Uitgangspunt realisatieniveau 2021 Hogere zorgkosten A t/m E, doordat het productieniveau 2021, is bepaald op basis van onvolledige data per 1 februari 2022, terwijl de uitgaven hoger blijken volgens de definitieve data per 1 april 2022 die in de definitieve jaarrekening worden verwerkt. Trendmatige ontwikkeling, verschuiving naar lokaal en impact transformatie Hogere zorgkosten door onderschatting van  Trendmatige stijging en/of  Inzet van lokaal aanbod en/of  Impact van transformatiemaatregelen

Omvang PM

Effect aanpassing woonplaatsbeginsel Hogere zorgkosten A t/m E doordat de gevolgen van aanpassing woonplaatsbeginsel niet volledig in beeld zijn en daardoor

€12 mln.

€0

Beheersingsmaatregel De jaarstukken ‘21 worden definitief in juli. Daaruit zal de mate van afwijking blijken. Als dit als onderschatting vervolgens bevestiging krijgt bij de in tweede kwartaalafsluiting, dan wordt een begrotingswijziging overwogen. De gemeenten hebben voor 2023 extra middelen ontvangen vanwege de tekorten in de jeugdhulp. De trendmatige ontwikkeling is nu in de begroting meegenomen. De voorgenomen maatregelen vanuit de in ontwikkeling zijnde Hervormingsagenda zijn gericht op het ombuigen van deze uitgaventrend. Indien beleidsmatige lijnen bekend zijn voor de definitieve begrotingsbehandeling kan dit alsnog worden betrokken in het meerjarenperspectief. Er is €1,8 mln opgenomen op basis van informatie per gemeente. Landelijke berekeningen zijn ca. €14 mln per saldo voor de regio. De gemeenten hebben

21

39/117

4

5

onvoldoende zijn meegenomen in de ramingen. Hieronder ook het risico op hogere kosten van hulp die tegen hogere tarieven moet worden gecontinueerd. Overloop naar niet regionaal gecontracteerd aanbod Hogere kosten voor buitenregionale plaatsingen en landelijk gecontracteerde hulp doordat regionaal aanbod ontoereikend of onderbenut is. Continuïteit aanbod Faillissement(sdreiging) aanbieders in het bijzonder aanbieders van gesloten jeugdhulp in verband met de ambitie tot vergaande beperking van het aanbod.

hiervoor extra middelen ontvangen in de Algemene Uitkering.

PM

Betere gemeentelijke casusregie moet ongewenst inzet van hulp voorkomen en verminderen.

PM

Opschaling naar rijksniveau voor de financiering van frictiekosten bij de transformatie van de gesloten jeugdhulp.

Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) enkele kengetallen voor. Deze staan alle op 0. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Deze kengetallen geven inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Ze geven daarmee een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen zijn nihil omdat er geen sprake is van aangegane leningen. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (het totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves) en de totale balansomvang weer. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. De solvabiliteit is nul omdat er geen sprake meer is van eigen reserves.

Het is een bewuste keus om de reserves van de GRJR zo laag mogelijk te houden. Gemeenten zijn op grond van de wet aansprakelijk voor tekorten bij een Gemeenschappelijke Regeling. Als er een tekort ontstaat op het totaalbudget van de GRJR storten gemeenten een evenredig bedrag bij conform de voor dat jaar afgesproken verdeelsleutel. Grondexploitatie Voor de GRJR is dit financiële kengetal niet van toepassing. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal komt tot uitdrukking of de GR over voldoende structurele baten beschikt om de structurele lasten te dekken. Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele

22

40/117

ruimte de GR heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de baten onvoldoende ruimte biedt om de structurele lasten te blijven dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de financieringslasten) te dekken. Een cijfer van rond de nul (tussen – 0,4 en 0,4) betekent dat structurele baten en lasten min of meer in evenwicht zijn. Omdat binnen de begroting van de GRJR gestreefd wordt naar een structureel evenwicht tussen de baten en lasten komt de structurele exploitatieruimte op 0 uit. De baten in de vorm van de bijdragen van de deelnemende gemeenten zijn exact even hoog als de begrote lasten. Zoals bij het kengetal solvabiliteit al is toegelicht is dit een bewuste keus van het AB Jeugdhulp Rijnmond en betekent dit wel dat de deelnemende gemeenten bij een tekort een extra bijdrage moeten doen. Belastingcapaciteit Dit financiële kengetal is vanwege het feit dat de GRJR een bijdrageregeling kent niet van toepassingen. Het EMU-saldo Het EMU-saldo wordt bepaald door een berekening van de totale inkomsten en uitgaven verminderd met inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking.

Dit is niet van toepassing op de GRJR daarom is het EMU-saldo € 0. EMU-saldo (berekening) (O-x) – (U-y) = EMU-saldo

bedrag € 0

O staat voor de inkomsten (ontvangsten) in een jaar, U voor de uitgaven en x en y voor respectievelijk de inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking. De opbrengst van de verkoop van aandelen telt dus niet als inkomsten, de aankoop niet als uitgaven. Verder telt lenen en het ontvangen van een aflossing niet als inkomen, en uitlenen en aflossen niet als uitgaven.

3.2 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het (treasury)risicobeheer van de financieringsportefeuille. De GRJR heeft geen eigen financiering anders dan de bijdragenregeling waarmee de inleg van middelen door gemeenten wordt bepaald. Dit is uitgewerkt en toegelicht in de financiële 23

41/117

begroting. Daarbij is ook direct het betaalritme vastgelegd teneinde de liquiditeit te borgen. Betalingen vinden alleen plaats als er voldoende liquide middelen voorhanden zijn, zodat daarvoor geen financieringsbehoefte ontstaat. De GRJG doet geen investeringen, zodat ook daarvoor geen financieringsbehoefte is.

3.3 Bedrijfsvoering De burger mag van een gemeente verwachten dat gemeentelijke middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden, dat de gemeente een betrouwbare partner is en transparant is. De GRJR is een samenwerking tussen 15 gemeenten en daarmee zijn deze verwachtingen tevens criteria voor de bedrijfsvoering van de GRJR. Bestuurlijke processen Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waarbinnen de deelnemende gemeenten -uitgaande van het beginsel van autonomie van het lokale bestuur- de regionale samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van (boven)regionale jeugdhulp bespreken en daar vorm aan geven omdat de samenhang van een aantal strategische en ordenende taken daarom vraagt. Er is sprake van een overlegstructuur als kader om de feitelijke samenwerking in portefeuillehoudersoverleggen vorm te geven. De verantwoordelijkheid voor de organisatie berust primair bij het AB dat gevormd wordt door de wethouders van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder afgevaardigd als deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De strategisch en ordende taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en in sommige gevallen aangevuld met een wethouder uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen.

Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris aangesteld. De secretaris coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie. Deze uitvoeringsorganisatie is door middel van een Uitvoeringsovereenkomst ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. De uitvoering is een samenwerking tussen de GRJR-uitvoeringsorganisatie en individuele gemeenten: - Van belang is dat over de toegang tot de jeugdhulp niet door de GRJR, maar door individuele gemeenten wordt beschikt. De organisatie van de toewijzing van jeugdhulp is dus geen onderdeel van de GRJR-bedrijfsvoering. De werkelijke vraag van een gemeente naar specialistische hulp wordt (mede) door de lokale toeleiding (bijvoorbeeld door wijkteams) bepaald. De gemeente stuurt daarmee rechtstreeks op het gebruik en/of volume (uitgezonderd maatregelen in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering welke een juridische basis kennen). - De zorgaanbieders dienen hun declaraties via het berichtenverkeer in bij de deelnemende gemeenten. Via een betaaltool worden de deelnemende gemeenten in staat gesteld om na controle de goedgekeurde declaraties bij de uitvoeringsorganisatie in te dienen waarna voor uitbetaling zorg gedragen wordt. Ten aanzien van de toeleiding

24

42/117

-

naar specialistische zorg en voorzieningen voeren gemeenten lokaal een administratie van toekenningsbesluiten en zorgdeclaraties. De financiële afhandeling van beschikkingen en declaraties behoort wel tot de GRJRtaken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord.

Door deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen. Door de informatie van de individuele gemeenten in een dashboard op GRJR niveau bij elkaar te brengen is de GRJR steeds meer in staat om op ook op het totaal van de specialistische jeugdhulp te gaan sturen. De administratieve werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van de GRJR-taken alsook het opstellen van de ontwerpbegroting en –rekening, tussentijdse rapportages, het beheer van de vermogenswaarden, de bewaring van archiefbescheiden conform gemeentewet zijn door het AB, op basis van de uitvoeringsovereenkomst, opgedragen aan de gemeente Rotterdam. Er is vanaf 2019 een ontwikkeling ingezet waarin onder meer het contractmanagement en de ontwikkeling van de informatievoorziening centraal staan. De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR. Daarnaast zijn binnen de begroting van de GRJR werkbudgetten opgenomen voor uitvoeringskosten die niet onder deze vergoeding vallen. Zoals in de Kadernota is aangegeven dienen de organisatorische randvoorwaarden voor de taakuitoefening van de GRJR op het gewenste ambitieniveau te worden gewaarborgd met voldoende uitvoeringscapaciteit.

De toenemende bovenregionale en landelijke dynamiek, het werken met twee inkoopmodellen, de groeiende en complexer wordende regionale financiële beheersingsopgave en informatiebehoefte maken verdere versterking van de organisatie noodzakelijk. Het feit dat door de inkoop 2023 en de eigen inkoop MVS de volumes kleiner worden betekent niet minder maar juist meer werk om regionaal te waken voor voldoende passend aanbod van jeugdhulp. Lasten

Overhead

Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie

4.085.474 159.191 80.093 320.374 209.600

Totaal

4.854.732

NB bij de begroting is (nog) geen rekening gehouden met een eventuele keus om de financiering van gezamenlijk programmateam jeugd van de deelnemende gemeenten via de GRJR te financieren.

25

43/117

3.4 Rechtmatigheid De jaarrekening wordt in opdracht van het GR-bestuur gecontroleerd door de externe accountant Baker Tilly. Waar mogelijk maakt de accountant gebruik van interne beheersingsmaatregelen bij de Uitvoeringsorganisatie. Onderdeel van die interne beheersingsmaatregelen zijn interne audits door de onafhankelijke afdeling Financial Audit van de Gemeente Rotterdam. Bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt in een Management Letter waarmee de accountant de secretaris en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid en rechtmatigheid in de controleverklaring bij de jaarrekening. Verbetering interne beheersing De interne beheersing wordt in 2023 mede naar aanleiding van de bevindingen van de accountant over 2021 verder aangescherpt. Het eerste doel daarvan is een tijdiger vollediger beeld van de financiën zodat beter op de financiële voortgang kan worden gestuurd, en tegenvallers eerder worden gesignaleerd. Een kernpunt daarbij is de datakwaliteit (juistheid, tijdigheid en compleetheid van data van gemeenten en zorgaanbieders).

Het tweede doel is om de financiële verantwoording de jaarstukken en de afrekening van zorg met aanbieders soepeler te laten verlopen. Hiermee wordt tevens de basis gelegd om eigenstandig (dat wil zeggen op basis van eigen oordeel in plaats van accountantsoordeel) een rechtmatigheidsverklaring te kunnen afgeven. Toetsingskader De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het AB vastgesteld controleprotocollen en een toetsingskader. Het toetsingskader rechtmatigheid 2015 is, met de op 17 oktober 2019 door het AB geactualiseerde lijst met wet- en regelgeving, ook voor het jaar 2023 van toepassing. In het toetsingskader wordt onder meer ingegaan op de toepassing van de rechtmatigheidscriteria. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd.

Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf.

26

44/117

Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering. De accountant beveelt aan om op termijn ter versterking hiervan een frauderisicoanalyse op te stellen.

27

45/117

Hoofdstuk 4 FINANCIËLE BEGROTING

28

46/117

4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Voorlopige Jaarrekening 2021

Begroting 2023

Begroting 2022 Begroting 2023

Verschil Begroting 23 en Begroting 22

BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Bijdrage Rijksoverheid transformatiefonds Bijdrage Rijksoverheid "meer samen doen in crisis" Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten

257.166.000 7.788.000 15.000 12.680.000 277.649.000

262.238.378

262.238.378

241.099.247 241.099.247

21.139.13121.139.131-

22.880.000 59.145.000 13.455.000 18.894.000 46.963.000 8.644.000 47.840.000

24.297.530 58.990.207 10.779.589 14.415.377 54.966.783 9.655.598 45.801.711

26.009.879 48.886.623 26.157.715 10.886.264 28.753.967 8.502.244 46.508.931

1.712.350 10.103.58415.378.126 3.529.11326.212.8161.153.354707.220

16.375.000 21.043.000 2.194.000 2.262.000 15.810.000 777.000 15.046.000 3.311.000 7.803.000 3.521.000 13.000 73.000 318.000 7.000 7.364.000 277.649.000

43.566.003 796.743 1.438.966 16.700.104 16.547.715 1.770.408 1.975.549 12.389.383 412.374 10.083.764 3.561.386 2.000.000 3.588.353 151.900 76.425 305.700 200.000 200.000 262.238.378

44.305.905 711.307 1.491.719 19.034.944 19.654.239 2.167.119 16.982.341 504.779 6.704.442 1.000 1.848.710 4.085.474 159.191 80.093 320.374 209.600 241.099.247

739.902 85.43552.752 2.334.839 3.106.525 396.711 1.975.5494.592.958 92.405 3.379.3223.560.386151.290497.121 7.291 3.668 14.674 9.600 200.00021.139.131-

0

0

0

0

LASTEN A B C D E F G

Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team

H I

J i tl io ic ia iw

U z

2. Buitenregionale plaatsingen (GI) 3. KSCD Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 2. Extra ASR 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ Uitvoeringskosten Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Transformatiefonds/Innovatie Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Programmateam Regio-agenda Overige kosten Resultaat vorige boekjaren Totaal lasten

SALDO

In de Kadernota 2023 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de begroting 2023. In Hoofdstuk 2 van deze begroting is inhoudelijk toegelicht hoe deze uitgangspunten zijn verwerkt in de doelstellingen en inzet. Bovenstaand overzicht toont hoe dit doorwerkt in de budgetten 2023 afgezet tegen 2022. 4.1.1 Toelichting op de lasten Onderstaande toelichting op de doorgevoerde mutaties is financieel van aard en bevat ook enkele financieel-technische (niet inhoudelijke) mutaties. Deze mutaties werken veelal door op meerdere budgetten.

29

47/117

Overzicht lasten in begroting Begroting 2022 A. Extra budget opdracht E eenmalig in 2022 B. Programmateam regioagenda eenmalig in 2022 C. Taakstelling niet in begroting 2023 verwerkt Totaal mutaties 2022 Raming 2023 uit begroting 2022 (kadernota 2023) 1. Lagere lasten door MVS deels eigen inkoop 2. Uit de begroting halen ongedekte taakstelling 3. Realistisch begroting op (voorlopige) JR21 3. Reeel begroten ASR / pleeghulp 3. VTRR 4. Schuif van B naar C 5. Trendmatige groei 6. Effecten inkoop 2023 7. Groei op A en krimp op B 8. Organisatiekosten 9. Indexatie 2022 10. Indexatie 2023 11. Van D en E naar lokaal 12. Effect Woonplaatsbeginsel Totaal mutaties Begroting 2023

Mutaties +

Mutaties -

0

-15.000.000 -200.000 -2.684.697 -17.884.697

Begroting (lasten) 262.238.378

-17.884.697 244.353.681

-24.823.630 2.684.697 17.142.743 1.376.000 1.625.000 1.290.000 3.665.813 -77.286

-1.290.000

-59.786 310.000 3.918.226 9.241.779 -20.052.028 1.794.037 42.971.010

-46.225.444

-3.254.434 241.099.247

Toelichting Raming 2023 in relatie tot Begroting 2022 In de vastgestelde Begroting 2022 staat een meerjarenperspectief met een eerste raming voor 2023. Die raming is conform Kadernota 2023 is voor de begrotingsopstelling 2023 als vertrekpunt genomen. De begroting 2022 is hoger dan deze eerste raming voor 2023. Verschillen zijn: - Voor 2022 was de begroting eenmalig opgehoogd met € 15 mln. voor de aanpak wachtlijsten. - In de raming 2023 is nog uitgegaan van een jaarschijf in de taakstelling van € 2,7 mln. Deze zou door lagere zorgkosten gerealiseerd worden. - In de raming 2023 zijn de kosten voor het programmateam Regio Agenda a € 0,2 mln. niet opgenomen. Vanwege deze verschillen zijn de lasten als vertrekpunt niet €262 mln. (begroting 2022) maar € 244 mln. (eerste raming 2023). Hierna worden de aanpassingen die in de begroting 2023 zijn verwerkt toegelicht.

30

48/117

1. Lagere lasten doordat Maassluis, Vlaardingen en Schiedam deels hun zorg zelf inkopen. De gemeenten MVS kopen met ingang van 2023 de zorg voor de opdrachten A t/m F, Buitenregionale Plaatsingen en Acute dienst lokaal in. Als gevolg hiervan zijn de regionaal begrote zorgkosten met € 24,8 mln. verlaagd. 2. Taakstelling In de begroting 2022 was voor het jaar 2023 een taakstelling opgenomen van € 2,7 mln. In het kader van het opstellen van een realistische begroting is deze ongedekte taakstelling in de begroting 2023 niet meer opgenomen. 3. Realistisch begroten De afgelopen jaren bleken de werkelijke lasten bij de jaarrekening herhaaldelijk hoger dan begroot. Hierop is besloten om voor 2023 een begroting op te stellen waarbij verwachte zorgkosten realistisch opgenomen worden. In deze begroting is de voorlopige realisatie van 2021 hiervoor als basis genomen en zijn de zorglasten met ca. € 17,1 mln. verhoogd. 4. Ontwikkelingen 2022 In de begroting 2022 waren enkele ontwikkelingen opgenomen die ook in begroting 2023 verwerkt zijn: een verschuiving van ca. € 1,3 mln. van opdracht B naar C. De verwachte ontwikkeling op Pleeghulp en het Adolescenten Strafrecht + € 1,4 mln. en een stijging van de kosten van VTRR met € 1,6 mln. 5. Trendmatige ontwikkeling Bij stap 3 zijn de budgetten realistisch geraamd op basis van de voorlopige realisatie 2021.

Bij deze stap wordt ook gekeken naar de verder ontwikkeling in de zorgkosten voor de opdrachten A t/m E die heeft plaats gevonden de afgelopen 3 jaar. Als gevolg hiervan zijn de lasten met € 3,6 mln. gestegen. 6. Inkoopeffecten 2023: Divers Bij dit onderdeel zijn verwerkt een aantal intensiveringen in de aanbesteding van jeugdhulp en het niet meer opnemen van de risicovoorziening van € 3,2 mln. Dit wordt verder toegelicht in de risicoparagraaf. Per saldo heeft hier een zeer beperkte wijziging plaatsgevonden. De grote verschuiving van D en E van regionaal naar lokaal is apart zichtbaar onder 11. 7. Effecten inkoop 2020: Groei op A, krimp op B In de kadernota 2023 is (in paragraaf 2.3.1) uit de Regiovisie de ambitie verwoord met als gewenst resultaat in 2025 een afname van 30 procent kortdurende residentiële jeugdhulp en een toename van 30 procent van pleegzorg en gezinshuizen te hebben bereikt. Dit komt terug bij de specifieke ontwikkelopgaven in de inkoopstrategie en is voorzichtig (voor 10%) als verschuiving verwerkt.

31

49/117

8. Uitbreiding formatie uitvoeringsorganisatie Diverse ontwikkelingen vragen extra inzet en proactie van de GRJR:  Noodzakelijke waarborgen interne financiële beheersing (registratie- en controletaken).  Noodzakelijke waarborgen informatiebeheer (o.m. datakwaliteit, privacy & security). Dit vereist ca € 200.000 structureel (op prijspeil begroting 2022, dus voor indexatie) voor extra inzet van in ieder geval een financieel adviseur en een communicatiemedewerker. Daarnaast is er voor de jaren 2023 en 2024 voor € 110.000 een data-analist/informatie adviseur nodig. 9. Indexatie 2022 Het indexeren van de zorgkosten 2022 leidt tot € 3,9 mln. hogere lasten voor 2023 e.v. Deze indexatie van de begroting 2022 was niet in de raming 2023 meegenomen. 10. Indexatie 2023 De OVA is een indexcijfer voor arbeidskosten, terwijl de zorgtarieven op gemiddeld ca 10% materiële kosten zijn gebaseerd. Voor materiële kosten wordt een afzonderlijk indexpercentage gepubliceerd (de PPC) die doorgaans lager is dan de OVA. In het AB-besluit van december 2020 is al aangekondigd dat hier in toekomstige indexatie rekening mee kan worden gehouden. Hiermee sluit de GRJR overigens aan op de NZa. Ook de VNG hanteert deze methode bij de tarievenindexatie LTA-jeugd.

In de raming van de budgetten voor de opdrachten A tot en met I zijn de volgende uitgangspunten toegepast: - Voorlopige indexatie van de tarieven en budgetten voor 90% met voorlopig OVA 2021 van 3,24% en voor 10% met PPC van 1,73%; - De definitieve indexatie in de begroting 2022 vindt plaats met de in juli 2021 bekende (definitieve) percentages OVA en PPC. Dit OVA-percentage is inmiddels vastgesteld op 2,01%, het te veel geïndexeerde is in de definitieve begroting gecorrigeerd. In combinatie met deze budgetindexatie krijgt het dagelijks bestuur het mandaat om de tarieven voor arrangementen en van subsidies met dezelfde percentages te indexeren. Het indexeren van de zorgkosten 2023 met het gewogen indexpercentage van 3,67% leidt tot € 9,2 mln. hogere lasten. De uitvoeringskosten zijn geïndexeerd conform de brief van 20 december 2021, kenmerk 613809 van het college van Krimpen aan den IJssel, verzonden namens de colleges van de gemeenten in de regio. In deze brief is een indexpercentage van 4,80% afgegeven. 11. Verschuiving zorgkosten van opdracht D en E naar lokaal Voor een bedrag van € 20 mln. heeft een verschuiving plaats gevonden van regionaal ingekochte zorg naar lokaal ingekochte zorg. De gemeenten hebben de voor hun gemeente opgenomen bedragen hiervoor opgegeven.

Voor de gemeenten die dit niet hebben opgenomen is een representatief deel van de kosten van deze gemeente in de begroting van de GR verlaagd. 32

50/117

12. Woonplaatsbeginsel Het effect van het woonplaatsbeginsel bestaat uit een groot aantal onderdelen. Verschuiving van kinderen tussen regiogemeenten onderling, het verschuiven van kosten van de GR naar buiten de regio en een toename van kosten die voorheen buiten de regio gemaakt werden. De rijksoverheid heeft hiervoor naar de gemeenten in de regio Rijnmond ca. €14 mln. extra in de Algemene Uitkering beschikbaar gesteld. In de Kadernota is opgenomen dat de werkelijke verschuivingen in de lasten worden opgenomen in de begroting. De beschikbare informatie komt van gemeenten naar de GRJR en is hier verwerkt. Per saldo leidt dit voor deze begroting tot € 1,8 mln. aan hogere lasten. Echter per gemeente zijn er grote ontwikkelingen zichtbaar. Ook zijn de opgaven vermoedelijk nog ver van volledig.

4.1.2 Toelichting op de baten Kaders De GRJR hanteerde kaders voor het financieel beleid en beheer die verspreid in stukken vanaf 2015 zijn terug te vinden en zich in de tussentijd hebben ontwikkeld. In 2021 hebben de deelnemende gemeenten een Regiovisie op de jeugdhulp gemaakt en heeft de GRJR voor de inkoop van jeugdhulp een nieuwe inkoopstrategie vastgesteld. Deze visie en strategie hebben invloed op het te voeren financieel beleid en beheer. Vertrekpunt is dat de regionale infrastructuur dient aan te sluiten op de lokale infrastructuren. De sturing op en beheersing van de jeugdhulp krijgt daarmee steeds nadrukkelijker vanuit lokale ambities vorm. Directe raming en afrekening De baten van de GRJR bestaan uit bijdragen van de deelnemende gemeenten. Deze bijdragen worden tot en met 2022 bepaald door middel van de vlaktaks. Dit was een systematiek waarmee schommelingen over meerdere jaren werden verevend. Gemeenten betaalden uiteindelijk een bijdrage voor de aan hun inwoners te relateren uitgaven van de GRJR. Maar het verband tussen de begrote lasten, de jaarstukken en de bijdrage op jaarbasis ontbrak. Nadeel daarvan was dat er geen directe relatie was tussen de lokale sturing vanuit de toegang tot jeugdhulp en de bijdrage aan de GRJR.

Vanaf 2023 is de vlaktaks afgeschaft en is een nieuwe systematiek ingericht voor: - Raming van uitgaven (met aanpassingen van de regionale lastenraming op basis van individuele correcties per gemeente) - Beheersing van uitgaven (maandelijks dashboards, kwartaalafsluitingen, twee bestuursrapportages, sturing op juistheid, tijdigheid en compleetheid van data) - Verantwoording en afrekening (lastenverantwoording, direct nacalculatie van gemeentelijke bijdragen en eindafrekening met zorgaanbieders op basis van dezelfde bestandsvergelijking). Het algemeen bestuur heeft in december 2021 verzocht om de vanaf begroting 2023 te hanteren werkwijze vast te leggen. De kaders voor het financieel beleid en beheer van de

33

51/117

GRJR vastgelegd zijn nu uitgewerkt in een afzonderlijke notitie die tegelijk met de ontwerpbegroting 2023 wordt behandeld. Verdeelsleutels De bijdragen per gemeente zijn als volgt bepaald: - De zorgkostenraming (budgetten A t/m E en I) is in eerste instantie gebaseerd op de productierealisatie van 2021 en alle beleidsmatige wijzigingen (zie toelichting lasten) Daar overheen zijn correcties toegepast in de geraamde lasten die zijn te relateren aan de inwoners van de betreffende gemeente. Op die manier is er een realistische verwachting van de hoogte en verdeling van de zorglasten van de gemeenten. De bijdrage in de zorgkosten wordt gelijkgesteld met het bedrag uit deze verdeling (zie ook bijlage Bijdragenberekening). Deze bijdrage wordt achteraf bij de jaarrekening 2023 direct afgerekend op basis van de realisatiecijfers. - De bijdrage in de subsidielasten Jeugdbescherming/Jeugdreclassering wordt bepaald naar rato van de voorlopige realisatiecijfers 2021. Deze bijdrage wordt achteraf bij de jaarrekening 2023 direct afgerekend op basis van de realisatiecijfers. - De bijdrage in de subsidielasten Veilig Thuis wordt gebaseerd op het aantal meldingen in het jaar t-2 en het inwonertal (CBS) van 1 januari voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar (t-1). NB Deze cijfers moeten nog worden geactualiseerd. Dit in overeenstemming met de besluitvorming van september 2018.

Hierop vindt geen nacalculatie plaats. - De bijdrage in de uitvoeringskosten wordt berekend door voor het basisniveau van de organisatiekosten de bijdrage te berekenen naar rato van het aantal inwoners 0-18 jaar. Het basisniveau is het niveau dat nodig is om samen de GRJR in stand te houden. Van de totale uitvoeringskosten wordt €1,1 mln. beschouwd als kosten behorend bij dit basisniveau. De bijdrage in de resterende uitvoeringskosten wordt bepaald naar rato van de bijdragen in de zorg- en subsidielasten. Deze bijdrage wordt daarmee afhankelijk van enerzijds het gezamenlijke ambitieniveau en anderzijds van het wisselende profijt dat deelnemende gemeenten hebben. Deze verdeelsleutels leveren per gemeente onderstaande in te leggen bijdragen op. Voor de details wordt verwezen naar de Bijlage Gemeentelijke bijdragen. Dit is nog exclusief een compensatie voor herverdeeleffecten tussen MVS en de overige twaalf, die in de definitieve begroting wordt verwerkt.

34

52/117

Totaal GR

Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal

Inleg 2023

2.695.186 6.834.357 2.398.078 14.020.458 6.626.787 7.358.844 5.454.342 9.240.916 1.743.445 22.347.017 8.034.173 4.579.924 5.285.444 1.554.815 142.925.461 241.099.247

Betaalritme gemeentelijke inleg De vastgestelde bijdrage per gemeente dient in vier termijnen2 steeds voor de 10e van de eerste maand van ieder kwartaal te worden betaald, zodat de GRJR beschikt over voldoende liquide middelen om zorgdeclaraties en subsidievoorschotten te kunnen uitbetalen. Nadere toelichting bijdragen in kosten Veilig Thuis Met de subsidiëring van VTRR geven de samenwerkende gemeenten gelijktijdig uitvoering aan de Jeugdwet (meldpunt kindermishandeling) en de Wmo (meldpunt huiselijk geweld). Over de financiering hiervan heeft het dagelijks bestuur van de GRJR in december 2018 besloten, dat per (Wmo-)centrumgemeente in overleg met de betrokken gemeenten nadere afspraken zijn te maken over de onderlinge verdeling van de kosten en de inzet van de DUVO-middelen. Dit betekent dat de GRJR de kosten naar rato over alle deelnemende gemeenten zal verdelen3. De gemeenten maken per Wmo/DU VO regio onderling zonder tussenkomst van het GR-bestuur uit in hoeverre zij hierdoor ontstane verschillen onderling verrekenen. Dit resulteert in onderstaande verdeling:

2 Het betaalritme is door het AB op 17 september 2020 gewijzigd van maandelijks naar kwartaalgewijs om

liqiduiditeitstekorten te voorkomen. 3 Reden hiervoor is dat per DU VO regio eigen beleid voor de aanpak van huiselijk geweld wordt gevoerd waar de GRJR geen bemoeienis bij heeft. De afgesproken naar rato verdeling was niet doorgevoerd in de begroting 2019, 2020 en 2021. Dit heeft te maken met de tussentijds verwerkte aanscherping meldcode per 1 januari 2019, waarvoor de centrumgemeenten extra bijdragen ontvingen en via de GR beschikbaar stelden. 35

53/117

Gemeente

Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal

Bijdrage VTRR

167.468 339.253 122.816 820.447 309.614 354.711 232.299 580.128 348.637 1.359.381 334.419 953.117 1.482.600 114.097 11.515.958 19.034.944

36

54/117

4.3 Financieel perspectief Meerjarenraming Begroting 2023

Begroting 2022

Raming GR 2023

Begroting 2023

Verschil Begroting 23 en Begroting 22

Raming GR 2024

Raming GR 2025

Raming GR 2026

21.139.13121.139.131-

244.635.053

248.370.165

252.317.638

244.635.053

248.370.165

252.317.638

BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Extra bijdrage Rotterdam (Veilig Thuis 2017 Bijdrage Rijksoverheid transformatiefonds Bijdrage Rijksoverheid "meer samen doen in Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3408/documents/27238