72. 482905 Raadsvoorstel zienswijze op de concept jaarstukken 2021 en conceptbegroting 2023 Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie.pdf
Tekst van het document
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen Dit kengetal is hetzelfde als 1 maar hier wordt ook rekening gehouden met de aan de activakant van de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar, het saldo van de liquide middelen en de overlopende activa. 5.143.400 = 6,13% 1% van 83.922.300 3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin een gemeente / GR in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen (reserves) en de totale balansomvang. De solvabiliteit ligt tussen 0 en 100. Hoe hoger dit percentage is, des te gunstiger voor de financiële weerbaarheid. Berekening: Eigen vermogen gedeeld door het totaal van de passiva. Onze GR BAR heeft geen eigen vermogen (= reserves), de helft van de formule is dus 0. Een berekening van dit kengetal zou een vreemde uitkomst geven en is daarom niet gemaakt. Voor de kengetallen 1 en 2 geldt een percentage onder de 90% als goed. Bij een percentage tussen de 90 en 130% is waakzaamheid geboden bij het aangaan van nieuwe geldleningen. Een percentage boven de 130% wordt te hoog bevonden, dan is de schuldenlast eigenlijk te zwaar. Dit maakt dat de uitkomsten hierboven als goed zijn te kwalificeren. Dat komt mede omdat de financieringsbehoefte van onze GR BAR niet zo groot is.
26
2.2 Paragraaf Financiering In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in en verantwoording afgelegd over de uitvoering van de financieringsfunctie (treasury). Kaders De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarbij een belangrijke rol. In het treasurystatuut van onze GR BAR zijn deze wettelijke kaders verder uitgewerkt. Het statuut schetst de context waarbinnen het treasurybeleid van de GR BAR wordt vormgegeven en beschrijft de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de treasuryfunctie. In 2021 zijn de kaders zoals vastgelegd in dit treasurystatuut gehanteerd. Afdekken reguliere exploitatiekosten en totaalfinanciering Om de treasuryfunctie adequaat te kunnen invullen is de beschikbaarheid van juiste, tijdige en volledige financiële informatie, zoals een betrouwbare liquiditeitsplanning, van essentieel belang. De periodieke bevoorschotting van de deelnemende gemeenten is zoveel mogelijk afgestemd op de financieringsbehoefte en dekken de uitgaande kasstroom van de reguliere exploitatie af. Hierdoor hoeft onze GR BAR over het algemeen geen geldleningen af te sluiten. In 2021 zijn in juni en juli twee kortlopende leningen afgesloten van ieder € 2 miljoen met een looptijd van 25 respectievelijk 53 dagen.
De rente van deze leningen was negatief (-0,2% en -0,1%) en heeft een negatieve rentelast (= een bate) van € 600 opgeleverd. Renterisicobeheer Algemeen Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: • •
De kasgeldlimiet, die betrekking heeft op leningen met een looptijd tot maximaal één jaar; De renterisiconorm, die betrekking heeft op leningen met een looptijd vanaf één jaar.
Deze twee onderdelen hebben als doel de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijgingen te beperken. • Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de decentrale overheid haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende drie achtereenvolgende kwartalen moeten deze rapportages worden toegezonden aan de provincie. Met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet.
27
Uit onderstaand schema is af te lezen dat onze GR BAR in 2021 in alle kwartalen onder de gestelde kasgeldlimiet gebleven is. KASGELDLIMIET Bedragen x € 1.000 Omvang begroting per 1-1-2021 Kasgeldlimiet in procenten Kasgeldlimiet in bedrag
0 1.205
74.250 8,20% 6.089 bedragen x € 1.000 2e kw. 3e kw. 667 1.304
1.333 2.188
0 3.334
Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-)
-1.205
-638
-854
-3.334
Kasgeldlimiet
6.089
6.089
6.089
6.089
Ruimte onder kasgeldlimiet
7.293
6.726
6.943
9.423
Kasgeldlimiet Totaal vlottende schuld Totaal vlottende middelen
€ € 1e kw.
4e kw.
• Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering van aflossingen op bestaande leningen en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Uit onderstaand overzicht blijkt dat onze GR BAR in 2021 onder de renterisiconorm gebleven is. RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD bedragen x € 1.000 Renterisico op vaste schuld 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 1. Netto renteherziening op vaste schuld (1a - 1b) 2. Betaalde aflossingen 2021 (leningen aan BAR) 3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)
2021 0 0 0 73 73
Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2021 4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm
74.250 20,0% 14.850
Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3) 5b Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)
14.777 n.v.t.
28
Financiering In het treasurystatuut is bepaald dat onze GR BAR financiering met externe middelen zoveel mogelijk beperkt door gebruik te maken van de beschikbare interne financieringsmiddelen. Hiermee beperken we de renterisico’s en optimaliseren we het renteresultaat. Bij de oprichting van de GR BAR in 2014 zijn materiële vaste activa, betrekking hebbend op de bedrijfsvoering, door de deelnemende gemeenten overgedragen aan onze GR BAR. Per gemeente is destijds een lening verstrekt ter financiering van deze overname. In 2021 zijn er geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken. Langlopende leningen Leningen 2021
bedragen x € 1000 hoofdsom 1-1-2021
Barendrecht Albrandswaard Ridderkerk Totaal
43 71 43 156
aflossing
restant hoofdsom 31-12-2021
rentelasten 12 27 34 73
1 3 2 6
31 44 9 84
Renteschema Om inzicht te geven in de rentelasten uit de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening is onderstaand (verplichte) schema opgenomen: Externe rentelasten over de lange financiering Externe rentelasten over de korte financiering Externe rentebaten Totaal aan de begroting toe te rekenen externe rente Werkelijk aan de begroting toegerekende rente (rente-omslag) Renteresultaat
5.900 -/- 600 0 5.300 5.900 -/- 600
2.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Huisvesting Onze GR BAR maakt gebruik van gemeentelijke huisvesting (gemeentehuizen en -werven). Ten aanzien van de huisvesting is een aantal jaren geleden besloten de eigendomsverhouding van de gebouwen ongemoeid te laten. Onze GR BAR heeft de gebouwen om niet in gebruik van de gemeenten. Het gemeentehuis van Barendrecht en de gemeentewerf Londen zijn eigendom van de gemeente Barendrecht. Het (gemeente-)Huis van Albrandswaard is eigendom van de gemeente Albrandswaard. De gemeente Albrandswaard heeft de gemeentewerf Nijverheidsweg in eigendom en verhuurt die aan de NV BAR-Afvalbeheer. De gemeente Ridderkerk heeft het gemeentehuis van Ridderkerk in eigendom. Voertuigen Na een langdurige aanbestedingsprocedure in 2018 is in februari 2019 een raamovereenkomst getekend door onze GR BAR en Volkswagen Pon Financial Services. Met dit contract kon de GR BARvoor wat betreft de vervanging van het wagenpark efficiënt en effectief inspelen op de 29
verduurzaming hiervan. De transitie van eigen beheer naar lease zou in 5 jaar plaatsvinden. In 2021 zijn er 17 stuks voertuigen en 4 stuks ondersteunend materieel geleverd. Inmiddels zijn er in totaal 68 stuks voertuigen en ondersteunend materieel vervangen waarvan 46 voertuigen, 14 strooimachines, 3 Schuiven/ploegen en 5 landbouwwerktuigen. Eind 2021 staan nog 7 voertuigen, 2 strooimachines en 2 landbouwwerktuigen in bestelling. Alles wordt in 2022 (het 1e en 3e kwartaal) geleverd. De ontstane vertraging in de overgang van eigen beheer naar lease is hiermee nagenoeg ingelopen. I&A-investeringen (Informatie en Automatisering) Conform de verwachting is in 2021 geïnvesteerd in oplossingen die volgen uit vereisten in wet- en regelgeving. Dit betreft onder meer software voor Vergunningen, Toezicht & Handhaving (VTH) ten behoeve van de Omgevingswet en software om informatie uit verouderde en uit te faseren systemen ook in de toekomst toegankelijk te houden, een vereiste vanuit de archiefwet. Ook informatieveiligheid en privacy hebben tot de nodige investeringen geleid in 2021, zoals een toepassing voor ‘Identity en Access Management’. De landelijke activiteiten door de VNG, waaronder Common Ground, worden minder snel concreet dan verwacht en hebben slechts zeer beperkt en indirect uitgaven tot gevolg gehad.
Procesverbetering en verdergaande digitalisering gaan hand in hand en vormden in 2021 een groot deel van de ICT-investeringen. Dit betrof onder meer de aanschaf en uitrol van zogenaamde eDiensten ten behoeve van dienstverlening. En investeringen in de digitalisering van werkprocessen in het sociaal domein, waaronder de implementatie van eDiensten. De vraag naar dashboards en rapportagemogelijkheden (data gedreven werken) is ook in 2021 weer fors toegenomen en heeft tot investeringen geleid zoals het opleveren van aanvullende dashboards. Door een beperkte capaciteit is de vraag hier groter dan wat gerealiseerd kan worden. Het is maar voor een deel mogelijk dit met ons investeringsbudget op te lossen, interne capaciteit blijft hierbij noodzakelijk. De aangekondigde update van ons zaaksysteem is in 2021 voorbereid. De daadwerkelijke uitvoering heeft door technische vraagstukken nog niet plaatsgevonden. Deze investeringen zijn dus niet gedaan in 2021. Wel zijn andere onderdelen van ons softwarelandschap versneld vernieuwd dan wel uitgebreid zoals de oplossingen voor Beheer Openbare Ruimte en Meldingen Openbare Ruimte. Daarnaast is het centrale I&A investeringsbudget aangewend om ICT-wensen van andere clusters te realiseren.
De vervanging van de hardware ten behoeve van onze kantoorautomatiseringssoftware heeft heel 2021 in het teken gestaan van vertraging en het niet beschikbaar zijn van apparatuur in de markt. De aanbestedingen voor werkplekken en telefoons zijn wel compleet doorlopen en levering heeft plaatsgevonden. De aanbesteding van beeldschermen heeft ook plaatsgevonden en er is definitief gegund, maar de daadwerkelijke levering zal pas (naar verwachting) in april 2022 plaatsvinden. Om die reden wordt een deel van het budget doorgeschoven.
2.4 Paragraaf Bedrijfsvoering Dit is een verplicht voorgeschreven paragraaf (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)). In de paragraaf in de begroting moet ten minste inzicht worden gegeven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. En in het jaarverslag moet hierover verantwoording worden afgelegd. Omdat onze GR BAR alleen bedrijfsvoering betreft is dit al opgenomen in de 30
programmaverantwoording van deze jaarstukken en is een paragraaf Bedrijfsvoering niet nodig. Naast de hierboven opgenomen paragrafen zijn in het BVV nog drie paragrafen verplicht voorgeschreven: lokale heffingen, verbonden partijen en grondbeleid. Aangezien die niet van toepassing zijn op onze GR BAR zijn ze niet opgenomen. Hieronder volgt een tekst in het kader van de nieuwe opzet van de rechtmatigheidsverantwoording. Toelichting bij de Rechtmatigheidsverantwoording Onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring wijzigt met ingang van het boekjaar 2022 de rechtmatigheidsverantwoording. Tot nu toe geeft de accountant een verklaring over de rechtmatigheid af in zijn accountantsverklaring bij de jaarrekening. In de nieuwe situatie legt het dagelijks bestuur verantwoording af over de rechtmatigheid in de jaarrekening. Om goed voorbereid te zijn op de nieuwe wettelijke verplichting vanaf 2022 heeft het bestuur besloten om deze jaarrekening 2021 te gebruiken als proefjaar. In deze jaarrekening treft u dus zowel een rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur aan volgens het nieuwe wettelijke format, zie pagina 63, als de huidige rechtmatigheidscontrole door de accountant, zie pagina 79. Rechtmatigheid is een juridische term die aangeeft dat overeenkomstig de geldende regels en besluiten is gehandeld.
Voor deze rechtmatigheidsverantwoording geldt een minder omvattend begrip. Het blijft beperkt tot de financiële rechtmatigheid: de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties. Het gaat om het financiële beheer en de financiële beheershandelingen. Hierbij zijn de volgende drie specifieke rechtmatigheidscriteria van belang: 1. Begrotingscriterium. De financiële handelingen passen binnen het kader van de laatste geautoriseerde begroting (inclusief goedgekeurde wijzigingen). 2. Voorwaardencriterium. De voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals landelijke wetten of door het algemeen bestuur vastgesteld beleid. 3. Misbruik & Oneigenlijk gebruik (M&O) - criterium. Er vindt een toetsing plaats op de juistheid en volledigheid van de gegevens die door derden zijn verstrekt met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen door klanten of ambtenaren. Conclusie rechtmatigheid dit onderdeel is nog voorlopig want de accountant moet zijn rapportage nog definitief afronden
De accountant en het dagelijks bestuur komen beide tot hetzelfde oordeel: er zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd die moeten meewegen in het oordeel dat onrechtmatig is gehandeld. Er zijn op het gebied van het voorwaardecriterium (inclusief de Wet financiering decentrale overheden en bijbehorende regelingen) en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium geen afwijkingen geconstateerd. Alleen op het gebied van de begrotingsrechtmatigheid is sprake van een grote overschrijding van de lasten. Deze afwijking wordt vooral veroorzaakt door de nieuwe cao die met terugwerkende kracht tot extra lasten in 2021 heeft geleid. Deze lastenoverschrijding kon niet vooraf aan het algemeen bestuur en de raden voorgelegd worden voor goedkeuring en wordt bovendien veroorzaakt door een extern besluit buiten de gemeenten en de gemeenschappelijke regeling en telt daarom in overeenstemming met het bestaande beleid / afspraken niet mee in de weging van onrechtmatigheden. Hier is niet in strijd met de afspraken met de raden en het algemeen bestuur gehandeld.
31
Evaluatie proefjaar rechtmatigheidsverantwoording In deze jaarrekening (het proefjaar) hebben we ervaring opgedaan met de nieuwe wet en de nieuwe systematiek. We hebben onze interne controle zodanig aangepast en uitgebreid dat we goed kunnen voldoen aan de nieuwe wet. De methodiek uit de huidige wet die wordt toegepast door de accountant wijkt echter aanzienlijk af van de methodiek in de nieuwe wet die wordt toegepast door het dagelijks bestuur. In de oude wetgeving keek de accountant naar afwijkingen van de begroting en rapporteerde alleen afwijkingen die na onderzoek in strijd met de afspraken met de gemeenteraad of het algemeen bestuur (= dus onrechtmatig) bleken te zijn. In de nieuwe wetgeving is dit anders. Alle afwijkingen boven de rapportagegrens zijn onrechtmatig en dienen gerapporteerd en verklaard te worden. Hierdoor ontstaat een afwijkend beeld tussen de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur en de controleverklaring van de accountant. Het verschil wordt dit jaar vooral verklaard door de overschrijding van de begroting als gevolg van de nieuwe cao. In de huidige (tot en met 2021 geldende) systematiek wordt deze afwijking door de accountant als niet onrechtmatig gewogen, terwijl deze in de nieuwe systematiek in de rechtmatigheidsverantwoording wel als formeel onrechtmatig wordt opgenomen.
Vervolgens wordt daarna toegelicht dat in formele zin de begroting is overschreden, maar dat de afwijking wel past binnen het beleid van en afspraken met het algemeen bestuur en de gemeenteraden. Daarmee is wel het risico aanwezig dat de nieuwe wet (helaas) tot extra ambtelijke en bestuurlijke inspanning leidt, die de wet juist beoogde te verminderen.
32
B.
Jaarrekening 2021 gemeenschappelijke regeling BAR
33
3.1 Balans
34
35
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (oftewel het BBV, de gemeentelijke boekhoudvoorschriften) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten en regels voor het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie staan. Algemene grondslagen De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Gunstige en ongunstige gebeurtenissen, die bekend worden na het opmaken van de jaarrekening en die nadere, voor het inzicht van het algemeen bestuur onontbeerlijke, informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum, worden in de jaarrekening verwerkt tot aan het moment van vaststelling van de jaarrekening. Het gaat dan om gebeurtenissen met materiële bedragen ten opzichte van het totaal van baten en/of lasten. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld de ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten, bijvoorbeeld door reorganisaties, dient wel een verplichting opgenomen te worden. Balans Investeringen (activa) worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht en in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven gedurende de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.
Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. (Met ingang van het boekjaar 2017 worden investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut - net als investeringen met een economisch nut - geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur wordt afgeschreven.) De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting, c.q. het voorzienbare verlies. Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer. De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
36
Onze GR BAR heeft een Nota activabeleid 2015 die op 15 december 2015 is vastgesteld. Er wordt gestart met afschrijven op 1 januari van het jaar volgend op het jaar dat het actief in gebruik is genomen. In de Nota zijn de volgende afschrijvingstermijnen opgenomen: Omschrijving activa
Afschrijvingstermijn
Investeringen met een economisch nut Gebouwen Telefooncentrales
5
Vervoermiddelen Traktoren
15
Vrachtwagens
8
Reinigingsophaalwagens
8
Veegwagens
8
Aanhangwagens
8
Personenwagens
8
Overige gemeentelijke bedrijfswagens
8
Onderhoudsmaterieel
5
Machines, apparaten en installaties Borstelmachines, sneeuwblazers, schuivers
10
Automatiseringsapparatuur
4
Gereedschap
10
Software
5
Software basisadministratie, bijv Key2,GBA
5
Netwerk en bekabeling
4
Audio-visuele middelen
4
Overige tele-communicatieapparatuur
5
Overige materiële vaste activa Inventaris / Meubilair / Stoffering
10
Immateriële vaste avtiva Kosten van onderzoek en ontwikkeling
5
37
3.2 Toelichting op de balans ACTIVA 1. Vaste activa Materiële vaste activa Boekwaarde
Omschrijving
31-12-2020
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van Afwaardering derden
Boekwaarde 31-12-2021
Materiële vaste activa met economisch nut Gebouwen
802.700
-
2.720.100
557.900
302.300
16.800
Overige materiële activa
2.063.600
836.100
TOTAAL
5.888.700
1.410.800
Machines, apparaten, installaties Vervoermiddelen
2.
-
75.700
-
-
727.000
953.000
-
-
2.325.000
78.300
-
-
240.800
582.800
147.000
-
2.169.900
1.689.800
147.000
-
5.462.700
Vlottende activa
Uitzettingen met rente-typische looptijd korter dan één jaar Deze uitzettingen zijn onderverdeeld in drie categorieën, namelijk vorderingen op openbare lichamen, uitzettingen in ’s Rijks schatkist en overige vorderingen. In onderstaande tabel is een specificatie weergegeven met daaronder een toelichting. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
saldo 31-12-2020
mutaties
saldo 31-12-2021
Vorderingen op openbare lichamen: -
Verrekening met gemeenten
269.900
-86.200
183.700
-
Overige semi overheid
30.400
43.200
73.600
300.300
-43.000
257.300
6.440.000
-1.942.600
4.497.400
126.600
-1.500
125.100
6.866.900
-1.987.100
4.879.800
Vorderingen op openbare lichamen
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
Totaal
Vorderingen op openbare lichamen Deze vorderingen hebben betrekking op vorderingen op openbare lichamen. Eind 2021 bedraagt deze post € 257.300. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Op 31 december 2021 is een bedrag van € 4.497.400 gestald in ’s Rijks schatkist. Overige vorderingen De overige vorderingen betreffen privaatrechtelijke debiteuren. Eind 2021 is het saldo € 125.100. Schatkistbankieren Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het drempelbedrag. 38
Hieronder volgt een overzicht waaruit het totaal aan middelen is opgenomen dat per kwartaal buiten de schatkist is aangehouden. Het drempelbedrag is daarbij in geen enkel kwartaal overschreden. Drempelbedrag schatkistbankieren Begrotingstotaal 2021
74.250.400
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage jan t/m juni
0,75%
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage juli t/m dec
2,00%
Drempelbedrag januari t/m juni
556.878
Drempelbedrag juli t/m december
1.485.008
Afwijking t.o.v. drempelbedrag *) 1e kwartaal
-327.505
2e kwartaal
-337.014
3e kwartaal
-1.252.090
4e kwartaal
-1.257.702
*) Een positief bedrag betekent dat het gemiddelde saldo op de rekening courant hoger was dan het drempelbedrag. Bij een negatief bedrag is onder het drempelbedrag gebleven. Dat laatste is voor alle kwartalen het geval geweest.
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de banksaldi die als volgt zijn opgebouwd: Liquide middelen
saldo 31-12-2020
Rabobank BAR-Organisatie Rabobank BAR-Organisatie Ideal Totaal
saldo 31-12-2021
mutatie
144.000
106.000
250.000
800
3.800
4.600
144.800
109.800
254.600
Overlopende activa saldo 31-12-2020
Overlopende activa A. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek doel.
mutatie
saldo 31-12-2021
498.100
384.300
882.400
- Nog te ontvangen bedragen
455.200
620.000
1.075.200
- Vooruitbetaalde bedragen
505.100
-24.200
480.900
- VPB betaalrekening
15.000
15.500
30.500
- Tussenrekening salarissen
22.000
-22.000
-
1.495.400
973.600
2.469.000
toevoegingen
ontvangen bedragen
B. overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
Totaal
ad. A.
saldo 31-12-2020
saldo 31-12-2021
EU: Europees Sociaal fonds met betrekking op re-integratie
498.100
384.300
-
882.400
Totaal
498.100
384.300
-
882.400
39
In het saldo van de Nog te ontvangen bedragen zit de eindafrekening ad € 603.400 van de coronakosten die is doorbelast aan Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. Ook zijn er personeelslasten ad € 310.600 voor maatwerk duurzaamheid doorberekend aan de drie gemeenten.
PASSIVA 3. Vaste passiva Eigen vermogen Onze GR BAR heeft per 31 december 2021 geen reserves. Voorzieningen Voorzieningen
saldo 31-12-2020
toevoegingen
t.g.v. rekening
aanwending
saldo 31-12-2021
Voorziening afvloeiing personeelsbestand
268.500
53.800
-128.200
-60.300
133.800
Voorziening Regeling Vervroegd Uittreden
-
185.500
-
-
185.500
Totaal
268.500
239.300
-128.200
-60.300
319.300
Met een aantal medewerkers zijn afspraken gemaakt in het kader van de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) en over begeleide uitdiensttreding. Voor beide is een voorziening gevormd. De financiële gevolgen moeten op grond van de boekhoudvoorschriften (het BBV) in één keer ten laste van het dienstjaar komen waarin de afspraken worden gemaakt. Dit gebeurt in 2021 door het toevoegen van een bedrag van € 53.800 aan de voorziening afvloeiing personeelsbestand en een toevoeging van € 185.500 aan de voorziening RVU. Dit ter dekking van de financiële gevolgen voor de komende jaren van de nieuw gemaakte afspraken in 2021. Die uitgaven zullen nog een aantal jaren doorlopen. Er is voor € 60.300 over de voorziening afvloeiing personeelsbestand beschikt voor de uitgaven die ten laste van 2021 zijn gekomen. Doordat een aantal medewerkers inmiddels een nieuwe baan heeft gevonden zijn de WWverplichtingen voor hen komen te vervallen. Hierdoor kan een bedrag van € 128.200 vrijvallen vanuit de voorziening afvloeiing personeelsbestand. Vaste schulden met een rente-typische looptijd van één jaar of langer Bij de oprichting van onze GR BAR in 2014 zijn voor de overdacht van de vaste activa van de gemeenten naar de GR BAR geldleningen afgesloten met de deelnemende gemeenten. Zie hiervoor ook de toelichting in de paragraaf Financiering.
Vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
saldo 31-12-2020
mutatie
saldo 31-12-2021
Rente
Onderhandse leningen van: Openbare lichamen - Gemeente Barendrecht
42.900
-11.700
31.200
1.300
- Gemeente Albrandswaard
70.700
-26.800
43.900
2.900
- Gemeente Ridderkerk
42.700
-33.900
8.800
1.800
Totaal
156.300
-72.400
83.900
6.000
40
4.
Vlottende passiva
Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
saldo 31-12-2020
mutatie
saldo 31-12-2021
Overige schulden: Verrekening met gemeenten
37.300
150.400
187.700
Overige semi overheid
7.261.300
33.100
7.294.400
Overige crediteuren
1.915.900
-6.700
1.909.200
Totaal
9.214.500
176.800
9.391.300
Overlopende passiva Overlopende passiva Nog te betalen bedragen Af te dragen premies Voorschotten salarissen Vooruit ontvangen Subreg. Samenwerking (Expl.509050) Totaal
saldo 31-12-2020
saldo 31-12-2021
mutatie
3.734.600
-1.348.300
2.386.300
823.000
61.500
884.500
600
200
800
198.300
-198.300
-
4.756.500
-1.484.900
3.271.600
In het saldo van de Nog te betalen bedragen valt dit jaar een bijzondere post op. Dat betreft het bedrag van € 1.239.000 dat is opgenomen voor de financiële gevolgen voor 2021 van de nieuwe cao.
41
Niet uit de balans blijkende verplichtingen Contracten * Multifunctionals Voor de multifunctionals - inclusief repromachine - is na een Europese aanbesteding een contract met OSN Nederland afgesloten. Het contract is gestart op 1 februari 2019 en de einddatum is 31 januari 2024, met een optie tot verlenging van twee maal twaalf maanden. De in de begroting opgenomen kosten voor dit contract bedragen € 68.000 en omvat afdrukkosten, huur inclusief onderhoud en het oplossen van storingen, losse bestellingen en eventuele kosten van reparatiewerkzaamheden die buiten het contract vallen. Onder het totale budget voor kantoormachines, dat hoger is dan dit contract, vallen ook de contracten voor de frankeermachine, couverteermachines en plotters. * Drankenautomaten Voor de drankenautomaten heeft in 2017 een Europese aanbesteding plaatsgevonden en is een contract met Pelican Rouge (inmiddels Selecta) afgesloten. Het contract is gestart op 1 augustus 2017 en eindigt van rechtswege op 31 juli 2022, met een optie tot verlengen van twee maal twaalf maanden. Het gaat om een full service contract waarbij een vaste, integrale consumptieprijs per tik is afgesproken. Het totaalbudget voor dit account is € 150.000 per jaar.
* Operationele lease voertuigen en materieel buitendienst Na een Europese aanbestedingsprocedure is in februari 2019 een raamovereenkomst door onze GR BAR en Volkswagen Pon Financial Services getekend. De overeenkomst betreft “Operationele lease voertuigen en Operationele lease voertuigen en materieel”. Met dit contract kon de GR BAR voor wat betreft de vervanging van het wagenpark efficiënt en effectief inspelen op de verduurzaming hiervan. Het contract is gestart op 1 februari 2019 en heeft als einddatum 31 januari 2023, met een optie tot verlenging van tweemaal één jaar. De transitie van eigen beheer naar lease vindt in vijf jaren plaats. De in de begroting opgenomen contractwaarde gedurende de duur van het contract, inclusief verlengingen, loopt per jaar gefaseerd op van € 598.300 naar € 1.077.700. * Onderhoudscontract software Centric via de softwarebroker SoftwareOne. De applicaties van Centric worden ingezet bij tal van processen om een goede dienstverlening aan de burgers te ondersteunen. Voorbeelden zijn de diverse applicaties op het gebied van het Sociaal Domein, de financiële administratie, Burgerzaken, Informatiebeheer en Vergunningen. Hiervoor is een vijfjarige onderhoudsovereenkomst afgesloten voor de periode 2022 - 2026 via de softwarebroker SoftwareOne.
Net als bij het vorige contract blijft het mogelijk modules af te stoten en nieuwe op te nemen, want deze modules ondersteunen de uitvoering van wettelijke taken en die wijzigen steeds. De onderhoudskosten gedurende het eerste contractjaar 2022 bedragen € 626.100. Vennootschapsbelasting Onze GR BAR betaalt vennootschapsbelasting (Vpb) over de winst die met ondernemingsactiviteiten wordt behaald. Tot en met 2020 zijn definitieve aangiften vennootschapsbelasting ingediend. Op dit moment hebben we van de Belastingdienst de definitieve aanslagen tot en met 2019 ontvangen. Deze zijn conform de ingediende aangiften vastgesteld en zijn daarmee ook conform de daarbij gehanteerde standpunten. Voor het belastingjaar 2021 wordt in de loop van het jaar 2022 de aangifte opgesteld en ingestuurd. Hier liggen immers de werkelijke cijfers over het jaar 2021 aan ten grondslag. De Vpb-last 2021 wordt ingeschat op € 1.400 en dit is verwerkt in deze jaarrekening. De verwachting is verder dat de Belastingdienst de aanslag Vpb 2020 ook conform de aangifte zal vaststellen. Voor het jaar 2021 moeten de berekeningen nog definitief worden gemaakt en moet de 42
definitieve aangifte nog worden ingediend. Hier kunnen nog financiële correcties uit voortvloeien, maar die zullen naar de mening van onze GR BAR niet materieel zijn. Afwikkeling lopende geschillen Op het moment van opstellen van deze jaarrekening lopen er geen geschillen. Herwaardering managementfuncties BAR2020 In november 2021 heeft het dagelijks bestuur ingestemd met een herwaardering van de managementfuncties van onze GR BAR. De gevolgen van een eventuele herwaardering zullen met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 ingaan. De opdracht voor de herwaardering is begin 2022 verstrekt aan een externe partij. De verwachting is dat de financiële effecten over 2021 pas rond de zomer van 2022 bekend zullen zijn.
43
3.3 Overzicht van baten en lasten 2021 Omschrijving programma Programma Bedrijfsvoering Gerealiseerde kosten Overhead Vennootschapsbelasting Bijdrage deelnemende gemeenten Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
Raming begrotingsjaar voor wijziging
Raming begrotingsjaar na wijziging
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
1.405.100
-38.262.700
-36.857.600
482.500
-43.509.800
-43.027.300
1.195.600
-43.383.800
-42.188.200
881.200
-38.253.000
-37.371.800
435.200
-39.245.700
-38.810.500
776.300
-40.542.300
-39.766.000
-
-21.000
-21.000
-
-6.500
-6.500
-
3.800
3.800
74.250.400
81.844.300
81.844.300
81.950.400
-
81.950.400
74.250.400
Realisatie begrotingsjaar
76.536.700
-76.536.700
-
82.762.000
-82.762.000
-
83.922.300
-83.922.300
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
44