70. 2023-024126 GR DCMR Brief zienswijze gemeenteraden wijziging GR DCMR - Albrandswaard.pdf
Tekst van het document
Parallelweg 1 Postbus 843
De raad van de gemeente Albrandswaard
3100 AV Schiedam T
griffie@albrandswaard.nl
010 - 246 80 00
F
010 - 246 82 83
E
info@dcmr.nl
W www.dcmr.nl
Ons kenmerk
Contactpersoon
C. van Neerven
Uw Kenmerk
Doorkiesnr.
Bijlagen
Datum
3
18 september 2023
Afdeling
Directie
Onderwerp
Zienswijze concept-wijziging GR DCMR Milieudienst Rijnmond
Geachte leden van de raad, Hierbij doe ik u de concept-wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling DCMR Milieudienst Rijnmond toekomen. Zoals is vastgelegd in artikel 51 van de Wet Gemeenschappelijke regelingen stel ik u in de gelegenheid bij het dagelijks bestuur van DCMR uw zienswijze kenbaar te maken. De GR van DCMR moet worden aangepast om diverse redenen, waaronder de vorming van de gemeente Voorne aan Zee, de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de inwerkingtreding van de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen. Het Algemeen bestuur van DCMR heeft in de vergadering van 7 september 2023 ingestemd met de concept-wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling DCMR Milieudienst Rijnmond. Voordat definitieve bestuurlijke besluiten worden genomen over de gewijzigde GR van DCMR worden gemeenteraden en provinciale staten in de gelegenheid gesteld een zienswijze uit te brengen. Na verwerking van de ingebrachte zienswijzen zal het Algemeen bestuur besluiten over de gewijzigde GR en de GR daarna ter vaststelling voorleggen aan de gemeenteraden en provinciale staten. Bijgaand ontvangt u: - Het wijzigingsbesluit, waarin er per artikel is aangegeven hoe de GR wordt aangepast; - Een toelichting op de wijzigingsvoorstellen; - Een geconsolideerde versie van de GR DCMR, waarin de wijzigingen in de bestaande tekst zijn aangegeven.
Blad 1 van 2
Ik wil u verzoeken uw eventuele zienswijze voor 1 maart 2024 kenbaar te maken aan het Dagelijks bestuur van DCMR. Daarna zullen de ontvangen zienswijzen en de concept-wijziging worden geagendeerd in de vergadering van het Algemeen bestuur op 4 juli 2024. Na vaststelling van de GR door het Algemeen bestuur wordt deze voor goedkeuring aan de raden en staten aangeboden. Hoogachtend, namens het bestuur DCMR Milieudienst Rijnmond,
Mr. R.M. Thé Directeur DCMR Milieudienst Rijnmond
Blad 2 van 2
Bijlage 1 Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van DCMR Milieudienst Rijnmond, 22e wijziging (versie: conceptbesluit ter zienswijze voor de raden en Provinciale Staten, waartoe het voorstel is vastgesteld door het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling op 7 september 2023
De raden, respectievelijk de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Schiedam, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Goeree-Overflakkee, Nissewaard en Rotterdam;
Alsmede provinciale staten van, het college van gedeputeerde staten van en de commissaris van de Koning in de provincie Zuid-Holland;
Ieder voor zover het zijn of haar bevoegdheden betreft;
Overwegende, Dat het algemeen bestuur van de DCMR Milieudienst Rijnmond op 7 september 2023 het voorstel tot de 22e wijziging van de gemeenschappelijke regeling heeft vastgesteld;
Dat met deze wijziging de gemeenschappelijke regeling wordt aangepast naar aanleiding van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen en vanwege de voorziene inwerkingtreding van de Omgevingswet, en dat voorts enige aanpassingen van technische en redactionele aard wenselijk zijn;
Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Provinciewet en de Algemene wet bestuursrecht
BESLUITEN
1. Onder voorbehoud van toestemming van de gemeenteraad en Provinciale Staten, elk voor zover bevoegd, vast te stellen de navolgende wijzigingen van de Gemeenschappelijke Regeling tot instandhouding en beheer van DCMR Milieudienst Rijnmond (22e wijziging):
A. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel b worden ‘Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne’ vervangen door ‘Voorne aan Zee’. 2. In onderdeel d wordt ‘de’ geschrapt. 3. Er wordt een nieuw onderdeel k toegevoegd ‘daar waar staat ‘hem’ moet worden gelezen ‘hem/haar’’.
B. Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: 1.In lid 1 wordt ‘19’ vervangen door ‘17’. 2.In lid 4 worden ‘Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne’ vervangen door ‘Voorne aan Zee’. 3. In lid 7 wordt ‘32’ vervangen door ‘33’ en wordt ‘doet het algemeen bestuur voorstellen’ gewijzigd in ‘kan het algemeen bestuur voorstellen doen’.
C. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: 1.In het derde lid wordt ‘binnen één maand’ vervangen door ‘zo spoedig mogelijk’.
D. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het vierde lid worden ‘Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne’ vervangen door ‘Voorne aan Zee’.
E. Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: 1. Onder vernummering van het tweede lid tot het derde lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd dat komt te luiden: 1.Het algemeen bestuur kan op voorstel van de raden gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie instellen. 2. In het derde lid wordt na ‘de artikelen 24’, ‘24a’ ingevoegd.
F. Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd: 1.’milieudienst’ wordt vervangen door ‘omgevingsdienst’. 2.Uit ‘de DCMR Milieudienst Rijnmond’ het woord ‘de’ geschrapt.
G. Aan artikel 15 worden een nieuw derde en vierde lid toegevoegd, die als volgt komen te luiden: 3. Indien deze regeling of de wet dat bepaalt, of indien het algemeen bestuur dat in voorkomende gevallen nodig acht, worden besluiten van het algemeen bestuur vooraf voor zienswijzen voorgelegd aan de vertegenwoordigende organen.
4. Het algemeen bestuur kan ertoe besluiten om ingezetenen van de deelnemers of andere belanghebbenden te betrekken bij de besluiten die zij neemt, en de manier waarop dat gebeurt.
H. Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd: 1.In het eerste lid wordt 'raden van de deelnemende gemeenten respectievelijk Provinciale Staten' vervangen door 'vertegenwoordigende organen'. 2. Er wordt een nieuw vierde en vijfde en zesde lid toegevoegd, die als volgt komen te luiden: 4. De vergaderstukken en verslagen van het algemeen bestuur worden actief openbaar gemaakt overeenkomstig het bepaalde in de Wet open overheid. 5.Besluitenlijsten en andere documenten van het dagelijks bestuur worden openbaar gemaakt overeenkomstig de bepalingen uit de Wet open overheid. 6. Het algemeen bestuur kan ertoe besluiten om bijeenkomsten te organiseren waarin aan de vertegenwoordigende organen, de in lid 1 bedoelde inlichtingen worden verstrekt.
I.
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde lid komt te luiden: 3.Naast de taak genoemd in het vorige lid voert de dienst, de volgende taken uit, met inachtneming van het takenpakket zoals vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving, het ter zake door de deelnemer geformuleerde beleid en van de daartoe gemaakte afspraken en opdrachtverlening: adviseren over en uitvoeren van taken van (onderdelen van) door gedeputeerde staten, en colleges van burgemeester en wethouders te geven beschikkingen bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de in artikel 5.1 van die wet genoemde wetten, de Wet milieubeheer en de Algemene wet bestuursrecht en/of na inwerkingtreding van die wet, de omgevingswet en de op die wet gebaseerde regels; uitoefenen van (deel-) toezicht op de naleving van het bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de in die wet in artikel 5.1 genoemde wetten en/of na inwerkingtreding van die wet, de omgevingswet en de op die wet gebaseerde regels, en het adviseren over het toepassen van bestuursrechtelijke handhaving; uitvoeren van bezwaar- en beroepsprocedures conform de Algemene wet bestuursrecht en andere relevante regelgeving; multidisciplinaire taken in de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (m.u.v.
de provincie Zuid-Holland); milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten die vallen onder het Besluit bodemkwaliteit voor zover het die activiteiten betreft; milieutoezicht bij bodemsanering, sanering van bedrijfsterreinen en lozing van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering voor zover het die activiteiten betreft; ketengericht milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten. 2. In het vierde lid wordt ‘sub a tot en met e’ geschrapt.
J.
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt na ‘deelnemers’ geschrapt ‘alsmede de dagelijkse besturen van de deelgemeenten’ 2.In het eerste lid wordt na ‘deelnemers’ toegevoegd ‘tenzij wetgeving de delegatie van bevoegdheden voorschrijft’.
K. Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd: 1.
In de aanhef wordt ‘aanstelling’ gewijzigd in ‘benoeming’.
2.
In het eerste lid wordt ‘de dienst’ gewijzigd in ‘het lichaam’.
L. Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede en derde lid wordt ‘de dienst’ gewijzigd in ‘het lichaam’. M. Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid komt als volgt te luiden: 1. Het dagelijks bestuur is belast met het in dienst nemen, het schorsen en ontslaan van werknemers van het lichaam, de directeur uitgezonderd. 2. Het tweede lid komt als volgt te luiden: 1. Het dagelijks bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de directeur, tenzij de werknemer een leidinggevende functie vervult of gaat vervullen die rechtstreeks onder de directeur ressorteert.
N. Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd: 1. De Cao provinciale sector en de rechtspositie- en arbeidsvoorwaardenregelingen, zoals die gelden voor werknemers in dienst van de provincie Zuid-Holland, zijn van toepassing op werknemers in dienst van het lichaam. 2. Het dagelijks bestuur kan besluiten om één of meer regelingen zoals bedoeld in het eerste lid niet van toepassing te verklaren, e wijzigen of een eigen regeling vast te stellen in verband met de specifieke taakuitoefening door het lichaam. 3. Waar de in het eerste lid bedoelde regelingen gesproken wordt van “provinciale staten”, “gedeputeerde staten” dan wel “hoofd van dienst” wordt voor de toepassing in het kader van deze gemeenschappelijke regeling respectievelijk gelezen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de directeur.
O. Het derde lid van artikel 29 wordt als volgt gewijzigd: 1. ‘ingesteld door de overeenkomstig artikel 30 bij verordening aangewezen deskundige’ wordt vervangen door ‘dat opgesteld is door de bij verordening als bedoeld in artikel 31 aangewezen deskundige’.
P. Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd: Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie.
Q. Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde lid wordt geschrapt 2. De leden 4 en 5 worden vernummerd tot 3 en 4. R. Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd: 1.In het eerste lid wordt ‘2014’ vervangen door ‘2023’. 2. In het vijfde lid wordt ‘projectsubsidies’ vervangen door ‘projectfinanciering’ en wordt ‘zoals’ toegevoegd na ‘projectfinanciering. 3. In het vijfde lid wordt ‘subsidies’ vervangen door ‘financiering’. S. Aan artikel 36 wordt aan het eerste lid na ‘gemeenten’ toegevoegd ‘en andere deelnemers’. T. Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd: 1.Uit het derde lid wordt na ‘deelnemer’ geschrapt ‘conform artikel 51 derde lid, juncto artikel 9 van de Wet’ U. In artikel 36 wordt ‘70/112’ vervangen door ‘66/108’
V. In artikel 38 wordt 70/112 vervangen door ‘66/108’
X. In artikel 39 wordt ‘84/112’ vervangen door ‘84/108’
Y. Er wordt een nieuw artikel 39a ingevoegd dat luidt: Artikel 39a Evaluatie Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Het algemeen bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren vast. Daarbij worden de deelnemers gehoord.
ARTIKEL II Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
ARTIKEL III Overeenkomstig artikel 52 jo. artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen maakt het bestuur van de provincie Zuid-Holland de regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in het provinciaal blad. De regeling treedt in werking na de bekendmaking.
ARTIKEL IV Dit besluit kan worden aangehaald als: ‘Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond, 22e wijziging, 2024 ’.
2. De gemeenteraad en Provinciale Staten, elk voor zover bevoegd, op grond van artikel 1 Wet gemeenschappelijke regelingen toestemming te vragen tot het wijzigen van de tekst van de gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond overeenkomstig de onder 1 gestelde tekst.
Dit voorstel tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond is vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van DCMR Milieudienst Rijnmond op PM 2023. De secretaris,
De voorzitter,
Mr. R.M. Thé
Drs. M. Stolk
Notitie
Aan
Algemeen bestuur DCMR Kopie aan
Datum
Documentnummer
7 sept 2023
22352153
Project
Auteur
C.C.M. van Neerven
Onderwerp
Toelichting ontwerpwijziging Gemeenschappelijke regeling DCMR
Inleiding De colleges van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Goeree-Overflakkee, Nissewaard, Rotterdam en Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland zijn deelnemers in de Gemeenschappelijke regeling van DCMR Milieudienst Rijnmond. De basis daarvoor is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) Op 1 juli 2022 is de Wgr gewijzigd . De wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden en Provinciale Staten in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Een aantal van deze wijzigingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander deel zal binnen twee jaar na inwerkingtreding verwerkt moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen, waaronder in de gemeenschappelijke regeling van DCMR. Dit vergt een besluit van de deelnemers in de regeling. Zij hebben daarvoor toestemming nodig van hun vertegenwoordigende organen. In dit wijzigingsbesluit is verder een aantal technische verbeteringen doorgevoerd. Ook het nieuwe wettelijke kader van de Omgevingswet is opgenomen en is de fusie van de Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne tot Voorne aan Zee verwerkt.
Verder is de rechtspositieregeling personeel in lijn gebracht met de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. Dit memo bevat een toelichting op de wijzigingen die in de gemeenschappelijke regeling van DCMR nodig zijn en worden voorgesteld aan de deelnemers. De juridische vertaling is weergegeven in een ontwerpwijziging van de regeling (bijlage). Voor het totaalbeeld is de versie van de gemeenschappelijke regeling bijgevoegd waarin de voorgestelde wijzigingen zijn verwerkt (een geconsolideerde versie).
Blad 1 van 7
Proces De raden en Provinciale Staten worden eerst in de gelegenheid gesteld om zienswijzen over de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling in te brengen bij het eigen college. De colleges worden verzocht de eventueel ingebrachte zienswijzen aan DCMR sturen. Het Algemeen bestuur besluit dan tot een definitief wijzigingsvoorstel dat vervolgens aan de deelnemers en (wederom) de raden en PS zal worden voorgelegd. Voor een definitief besluit van de deelnemers om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen is toestemming van de raden en Provinciale Staten vereist. Dit betekent dat de raden en Provinciale Staten twee keer in het proces tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling worden betrokken. Wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen De belangrijkste wijzigingen zijn: 1. Het versterken van de positie van de gemeenteraden en Provinciale Staten bij besluitvorming; a. Invoeren zienswijzeprocedure bij treffen (en wijzigen) regeling b. Mogelijkheid zienswijzeprocedure bij andere besluiten dan de ontwerpbegroting c. Regionale gemeenschappelijke raadscommissie d. Afspraken over participatie in de gemeenschappelijke regeling e. Actieve informatieplicht van het bestuur van de regeling 2. Het invoeren/verduidelijken van controle-instrumenten; a. Recht van enquête b. Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers 3.
Het verbeteren van de positie van gemeenteraden en Provinciale Staten met betrekking tot het functioneren van de regeling; a. Afspraken over evaluatie b. Betere aansluiting begrotingscyclus op gemeentelijke cyclus c. Aanscherping afspraken uittreding Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR Bovenstaande wijzigingen worden hieronder uitgewerkt met daarbij vermeld wat de gevolgen zijn voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR en welke aanpassingen nodig zijn. 1a. Invoeren zienswijzeprocedure bij treffen (of wijzigen) gemeenschappelijke regeling Om de positie van de raden en Provinciale Staten te verbeteren wordt aan deze organen het recht toegekend om bij het treffen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling een zienswijze naar voren te brengen. Zij kunnen hun opvattingen over een ontwerpregeling binnen acht weken kenbaar maken bij hun college. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling DCMR: Geen aanpassing nodig. Deze wijziging volgt rechtstreeks uit de Wgr. De bepaling (opgenomen in artikel 1 van de Wgr) is op 1 juli 2022 direct in werking getreden. Vanwege deze bepaling wordt nu eerst een ontwerpwijziging van de regeling aan de raden en Provinciale Staten voorgelegd voor zienswijzen.
Blad 2 van 7
1b. Zienswijzeprocedure bij andere besluiten dan de ontwerpbegroting In de regeling moeten afspraken zijn gemaakt over welke besluiten van het bestuur van de regeling vatbaar zijn voor een zienswijze van de gemeenteraden en Provinciale Staten (artikel 52 Wgr jo. artikel 10, vijfde en zesde lid Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling DCMR: aanpassing nodig. Het wijzigingsvoorstel bevat hiertoe een aanvulling in artikel 15 van de gemeenschappelijke regeling. Andere besluiten (dan de ontwerpbegroting) van DCMR die voor een zienswijzeprocedure in aanmerking kunnen komen zijn op voorhand niet te bedenken. Wel zou de vaststelling van het meerjaren programma (MJP) in aanmerking kunnen komen voor een zienswijzeprocedure. Om in specifieke gevallen de mogelijkheid open te laten om raden en Provinciale Staten toch vooraf te betrekken besluitvorming, wordt aan artikel 15 van de gemeenschappelijke regeling DCMR een derde lid toegevoegd. In dat lid wordt bepaald dat wanneer het Algemeen bestuur daar aanleiding toe ziet, het bestuur kan besluiten tot een zienswijzenprocedure. 1c. Regionale gemeenschappelijke raadscommissie De gemeenteraden en Provinciale Staten krijgen de mogelijkheid om een regionale gemeenschappelijke adviescommissie in te laten stellen bestaande uit raadsleden en leden van Provinciale Staten.
Een eventuele gemeenschappelijke adviescommissie is onderdeel van de gemeenschappelijke regeling en wordt daarom ingesteld door het algemeen bestuur. De adviescommissie kan het algemeen bestuur adviseren, de besluitvorming voorbereiden en de raden en Provinciale Staten van advies voorzien. Het Algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam) is verplicht om de commissie in te stellen als de raden en Provinciale Staten hier unaniem om vragen (artikel 52 Wgr jo. artikel 24a Wgr). Alleen leden van de raden en Provinciale Staten kunnen in de commissie zitting hebben. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: aanpassing nodig Hoewel deze bepaling rechtstreeks uit de Wgr volgt, wordt deze bepaling voor de duidelijkheid en herkenbaarheid opgenomen in de gemeenschappelijke regeling. 1d. Afspraken over burgerparticipatie Participatie bij beleid wordt steeds belangrijker gevonden in Nederland. In elke GR moet daarom worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze, ingezetenen én belanghebbenden de mogelijkheid krijgen tot inspraak over beleidsmatige onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd (artikel 52 Wgr jo. artikel 10, zevende lid Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: aanpassing nodig. Burgerparticipatie bij beleid is van groot belang.
DCMR is vanuit zijn expertise vaak betrokken bij het opstellen van beleid, maar het bestuur van DCMR stelt zelf geen beleid of verordeningen vast die ingezetenen binden. DCMR is vooral een uitvoeringsgerichte gemeenschappelijke regeling. De uiteindelijke beleidskeuzes liggen bij de vertegenwoordigende organen. Burgerparticipatie verloopt primair via deze vertegenwoordigende organen, maar het bestuur kan overwegen om in bepaalde gevallen toch burgerparticipatie toe passen.
Blad 3 van 7
Om in specifieke gevallen toch de mogelijkheid open te laten om burgerparticipatie toe te passen, wordt aan artikel 15 van de gemeenschappelijke regeling van DCMR een vierde lid toegevoegd, inhoudende dat het Algemeen bestuur ertoe kan besluiten om ingezetenen van de deelnemers of andere belanghebbenden te betrekken bij de besluitendie zij neemt, en de manier waarop dat gebeurt. 1e. Actieve informatieplicht Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. Deze informatieplicht komt overeen met de informatieplicht die het college heeft ten opzichte van de gemeenteraad of Provinciale Staten. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over welke informatie moet worden aangeleverd en de wijze waarop dat moet gebeuren (artikel 52 Wgr jo. artikel 17 Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: aanpassing nodig. De stukken van het Algemeen bestuur zullen openbaar worden gemaakt. DCMR zal deze stukken actief openbaar maken door ze op de website te zetten, zodat deze voor een ieder zijn in te zien. In de regeling is daarover echter nog geen bepaling over opgenomen. Een bepaling daarover wordt nu toegevoegd (artikel 17, vierde lid van de regeling van DCMR).
Ook wordt een bepaling toegevoegd over het openbaar maken van documenten van het dagelijks bestuur (artikel 17, vijfde lid van de regeling van DCMR). Als gevolg van de Wet open overheid zullen de stukken van het bestuur in de toekomst te vinden zijn op open.overheid.nl. Het Algemeen bestuur kan ertoe besluiten om bijeenkomsten te organiseren waarin aan de vertegenwoordigende organen, de in lid 2 bedoelde inlichtingen worden verstrekt. Om invulling te geven aan de intentie om de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regeling DCMR te versterken, wordt een zesde lid toegevoegd, inhoudende dat het algemeen bestuur de mogelijkheid biedt te besluiten om bijeenkomsten te organiseren waarin aan de vertegenwoordigende organen, de in lid 2 bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 2a. Recht van enquête De gezamenlijke gemeenteraden en Provinciale Staten krijgen de mogelijkheid om een enquête uit te voeren naar de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling. Dat kan door zelf een regionale onderzoekscommissie in te stellen. Daarvoor is een unaniem besluit nodig van alle raden en Provinciale Staten. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: Geen aanpassing nodig. Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Wgr. 2b.
Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling een onderzoek in te stellen. In de Wgr wordt verduidelijkt dat de lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan een gemeente deelneemt.
Blad 4 van 7
Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: Geen aanpassing nodig. Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Wgr. 3a. Afspraken over evaluatie Het wordt verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling om op die manier stil te staan bij het functioneren van de regeling. Er kan ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren (artikel 52 Wgr jo. artikel 11a Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: aanpassing nodig. De gemeenschappelijke DCMR bevat nog geen bepaling over evaluatie van de regeling. Daarom wordt daarover nu een bepaling (artikel 39a) toegevoegd die een evaluatie van de regeling mogelijk maakt. Wijzigingen in relevante wetgeving kunnen een logische aanleiding vormen om de regeling tegen het licht te houden. In de praktijk vindt evaluatie doorlopend plaats: binnen het bestuur, in de P&C-cyclus (begroting, maandrapportages en jaarrekening) en via het stellen van en toetsen aan kwaliteitscriteria. Vanaf 2023 vinden er bovendien landelijke visitaties van omgevingsdiensten plaats waarover ook wordt gerapporteerd. 3b. Aanpassing van de begrotingscyclus Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor de gemeente of provincie die moeten worden verwerkt in de eigen begroting.
Om gemeenteraden en Provinciale Staten meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen. De cyclus start formeel met de kadernota. Deze moet uiterlijk 30 april door het dagelijks bestuur van een regeling aan de raden en Provinciale Staten worden verzonden (dat was voorheen 15 april). De volgende stap in de begrotingscyclus is het door het dagelijks bestuur van de regeling toezenden aan de gemeenteraad en Provinciale Staten van de ontwerpbegroting voor zienswijzen. Dit moet twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Dat was voorheen acht weken. Nieuw is verder dat het voortaan verplicht is te reageren op de door de raden en Provinciale Staten ingediende zienswijzen. Het dagelijks bestuur moet schriftelijk én gemotiveerd terugkoppelen wat het van de zienswijzen vindt en tot welke conclusie dat heeft geleid. De procedure gaat dan verder met de vaststelling van de ontwerpbegroting. Daarin verandert niets. Wat wel nog verandert, is dat de inzending van de vastgestelde begroting aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, als financieel toezichthouder, voortaan niet meer vóór 1 augustus hoeft te geschieden, maar vóór 15 september.
Het bestuur van DCMR heeft, in afstemming met de deelnemers, al eerder uitgesproken er voorstander van te zijn dat het eigen begrotingsproces vóór het zomerreces is afgerond. De reden hiervoor is dat daarmee het financiële kader voor de werkplannen in een vroegtijdig stadium vastligt.
Blad 5 van 7
De deelnemers en hun vertegenwoordigende organen ontvangen dan de ontwerpbegroting al op een vroegtijdig moment (half april). Die datum is vastgelegd door de gezamenlijke raadsgriffies in de Rijnmondregio. Daarbij kan worden opgemerkt dat het dagelijks bestuur elk jaar in februari de kaders of richtlijnen vaststelt voor de begroting van het jaar T+1. Deze bevatten niet alleen financiële informatie (indexeringen uit de kaderbrieven) maar ook informatie over inhoudelijke ontwikkelingen die op gemeenten en provincie afkomen en raakvlakken hebben met VTHtaken die DCMR voor hen uitvoert. Vooraf stemt DCMR dit af met gemeenten en provincie. De kaders of richtlijnen worden vervolgens uitgewerkt in de ontwerpbegroting die in april voor zienswijzen naar de raden en Provinciale Staten wordt gestuurd. De ontwerpbegroting bevat een meerjarig perspectief. Gevolgen voor de GR DCMR: geen aanpassing nodig. De gemeenschappelijke regeling DCMR hoeft niet te worden aangepast. De tekst verwijst al naar de betreffende artikelen uit de Wgr. 3c. Aanscherping afspraken uittreding In iedere gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de gevolgen van uittreden van een deelnemer voor het vermogen voor de rechtspersoon en de overige deelnemers (artikel 52 Wgr jo. artikel 9, eerste lid Wgr).
Daarbij moet in ieder geval worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen (alle directe kosten). Er kan niet meer worden volstaan met een algemene bepaling dat het algemeen bestuur de uittredingsvoorwaarden bepaalt. Gevolgen voor de GR DCMR: geen aanpassing nodig. De gemeenschappelijke regeling DCMR bevat al een bepaling over hoe de uittreedkosten worden bepaald, en is daarmee in lijn met de Wgr. Overigens is uittreden uit de gemeenschappelijke regeling DCMR in de praktijk lastig. Colleges van gemeenten en provincies zijn het namelijk verplicht om voor de uitvoering van het milieubasistakenpakket deel te nemen in een omgevingsdienst. Overige wijzigingen De overige wijzigingen zijn als volgt: a. Artikel 1, 4 en 8 (Begripsbepalingen, Samenstelling AB, Samenstelling DB) Vanwege de fusie van de gemeenten Brielle, Hellvoetsluis en Wetsvoorne, naar de nieuwe gemeente Voorne aan Zee, worden in deze artikelen deze namen vervangen door de nieuwe naam Voorne aan Zee. b. Artikel 4 (Samenstelling Algemeen bestuur) Artikel 4 gaat over de samenstelling van het Algemeen bestuur. Door de fusie van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne tot Voorne aan Zee, is het aantal leden gewijzigd van 19 naar 17. Dat is aangepast. Verder is in het artikel de stemverhouding van de deelnemers geregeld.
De vraag doet zich voor of het tijd is om de stemverhouding aan te passen. De stemverhoudingen kloppen niet mee vanwege de bijdragen die substantieel van elkaar gewijzigd zijn. Het zevende lid van artikel 4 bepaalt dat dan de stemverhouding moet worden aangepast. In het zevende lid is een kan-bepaling toegevoegd.
Blad 6 van 7
Nu is het zo dat PZH 42 stemmen heeft, Rotterdam 42 stemmen heeft, en de gemeenten elk 2 stemmen hebben. Wanneer er een stemverhouding ‘naar rato’ geldt, dan neemt het stemgewicht van PZH toe (ca 45% door het gegroeide budget) en zouden de gemeenten ook onderling gaan verschillen in stemverhouding, omdat er grote verschillen zijn in de aan DCMR te besteden budgetten (verschil tussen de regiogemeenten is factor 4). In de afweging of de stemverhouding moet worden aangepast spelen de volgende overwegingen een rol: a) De GR bevat een stemverhouding maar hiervan is nog nooit gebruik gemaakt b) Over de eigen opdrachtverlening (werkplan) heeft elke participant sowieso eigen invloed en zeggenschap, en deze GR-stemverhouding geldt alleen voor de GR-brede AB-besluiten; c) De financiële inbreng per participant kent in de loop van de tijd voortdurend veranderingen en de vraag is of dit rechtstreeks in de bestuurlijke stemverhouding moet worden doorgevoerd. Gelet op deze overwegingen wordt voorgesteld de huidige stemverhouding aan te houden. c. Artikel 20 (Taken) In artikel 20, derde lid zijn de taken van DCMR in de nu nog geldende gemeenschappelijke regeling zeer gedetailleerd beschreven. In de praktijk leidde dat tot verwarring en vragen, mede omdat de daadwerkelijke taakuitvoering door DCMR op basis van de werkplannen niet overeenkwam met de taakomschrijving in het artikel.
Daarom is artikel 20 vereenvoudigd en sluit daarmee beter aan bij de bestaande praktijk. Bovendien is toegevoegd dat DCMR de taken en bevoegdheden uitvoert, met inachtneming van het takenpakket zoals vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving, het ter zake door de deelnemer geformuleerde beleid en van de daartoe gemaakte afspraken en opdrachtverlening. d.Artikel 21 (bevoegdheden) Aan het verbod op delegatie van bevoegdheden is een tenzij-bepaling toegevoegd. e. Artikelen 22, 23, 24 en 25 (Ambtelijke organisatie) De betreffende artikelen zijn technisch aangepast. Inhoudelijk brengt dat geen veranderingen. f. Artikel 29 (Vaststelling jaarrekening) Het derde lid is technisch aangepast. Inhoudelijk brengt dat geen veranderingen. f. Artikel 31 (Controle) Het artikel is vereenvoudigd. Inhoudelijk brengt dat geen veranderingen. g. Artikel 33 (Deelnameverplichting) In het eerste lid van artikel 33 is de grondslag voor de financiële verplichtingen van de deelnemers, te weten de begroting van 2014, gewijzigd naar de begroting van 2023. Verder in het vijfde lid enkele technische aanpassingen. h. Artikelen 36,38,39 (Toetreding, Deelneming, Wijziging) In deze artikelen is onder andere de stemverhouding geregeld bij besluiten die het Algemeen bestuur neemt over toetreding tot, deelneming aan, en wijziging van de gemeenschappelijke regeling.
De fusie tot Voorne aan Zee leidt ertoe dat deze stemverhouding is aangepast.
Blad 7 van 7
Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________
Geconsolideerde versie De raden, respectievelijk de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Schiedam, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Goeree-Overflakkee en Nissewaard; Alsmede provinciale staten van, het college van gedeputeerde staten van en de commissaris van de Koning in de provincie Zuid-Holland; Ieder voor zover het zijn of haar bevoegdheden betreft; Overwegende, Dat het algemeen bestuur van de DCMR Milieudienst Rijnmond op PM 2023 het voorstel tot de 22e wijziging van de gemeenschappelijke regeling heeft vastgesteld; Dat met deze wijziging de gemeenschappelijke regeling wordt aangepast naar aanleiding van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen en vanwege de voorziene inwerkingtreding van de Omgevingswet, en dat voorts enige aanpassingen van technische en redactionele aard wenselijk zijn; Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Provinciewet en de Algemene wet bestuursrecht BESLUITEN Onder voorbehoud van toestemming van de gemeenteraad en Provinciale Staten, elk voor zover bevoegd, vast te stellen de navolgende wijzigingen van de Gemeenschappelijke Regeling tot instandhouding en beheer van DCMR Milieudienst Rijnmond (22e wijziging):
DMS-nummer 22352465
1
Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________
Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
Artikel 1
Begripsbepalingen
In deze regeling en de daarop berustende besluiten wordt verstaan onder: a. Lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid; b. Deelnemers: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Schiedam, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Schiedam, Vlaardingen, Brielle, Hellevoetsluis, WestvoorneVoorne aan Zee, Goeree-Overflakkee, Nissewaard en de provincie Zuid-Holland. c. Derden: niet-deelnemers aan de regeling d. Dienst: de DCMR Milieudienst Rijnmond e. Gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van Zuid-Holland f. Provinciale staten: provinciale staten van Zuid-Holland; g. Raden: de raden van de aan deze Gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten; h. Regeling: de gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond i. Het bij de samenwerking betrokken gebied: de rechtsgebieden van de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten, alsmede het rechtsgebied van de provincie Zuid-Holland, voor zover dit samenvalt met de rechtsgebieden van de deelnemende gemeenten; j. Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen k. Daar waar ‘hem’ staat moet worden gelezen ‘hem/haar’ Artikel 2
Lichaam en belang
1. Er is een openbaar lichaam, genaamd Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond. 2. Het lichaam is rechtspersoon. Het is gevestigd te Schiedam. 3. Het lichaam is ingesteld met het oog op de zorg voor het milieu in het bij de samenwerking betrokken gebied. 4. Tot de zorg van het lichaam behoort ook de leefomgeving en duurzaamheid
DMS-nummer 22352465
2
Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________
Hoofdstuk 2
Inrichting, samenstelling en werkwijze van het bestuur
§ 1. Algemene bepaling Artikel 3
Het bestuur
Het bestuur van het lichaam bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
§ 2. Het algemeen bestuur Artikel 4
Samenstelling
1. Het algemeen bestuur bestaat uit 179 leden. 2. Provinciale staten wijzen uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, en uit gedeputeerde staten 3 leden van het algemeen bestuur aan. Elk van deze leden heeft bij de besluitvorming in het algemeen bestuur 14 stemmen. 3. De raad van de gemeente Rotterdam wijst uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders 2 leden van het algemeen bestuur aan. Elk van deze leden heeft bij de besluitvorming in het algemeen bestuur 21 stemmen. 4. De raden van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne Voorne aan Zee wijzen uit hun midden, de voorzitter inbegrepen en uit de wethouders elk 1 lid van het algemeen bestuur aan. Elk van deze leden heeft bij de besluitvorming in het algemeen bestuur 2 stemmen. 5. In die gevallen waarin alle leden van het dagelijks bestuur zich krachtens enige bepaling van de Provinciewet van medestemmen in het algemeen bestuur dienen te onthouden, is voor die aangelegenheden de stemverhouding tussen de stemgerechtigde leden van het algemeen bestuur, in afwijking van het bepaalde in het voorgaande lid, als volgt: a. het lid dat in dat bestuur zitting heeft namens de provincie Zuid-Holland, heeft 33 stemmen; b.
het lid dat in dat bestuur zitting heeft namens de gemeente Rotterdam, heeft 33 stemmen; c. de leden die in dat bestuur zitting hebben namens één van de overige gemeenten, hebben elk 2 stemmen. 6. Provinciale staten en de gemeenteraden kunnen voor de door hen benoemde leden van het algemeen bestuur plaatsvervangende leden aanwijzen, die de door hen benoemde leden bij afwezigheid vervangen. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het algemeen bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 7 Indien ten gevolge van de toepassing van artikel 3332 de financiële bijdragen van de deelnemers substantieel ten opzichte van elkaar wijzigen, kan doet het algemeen bestuur voorstellen doen aan de deelnemers om met toepassing van artikel 37 de stemverhouding zoals in het tweede en derde lid van dit artikel te wijzigen. Artikel 5
Aanwijzing en ontslag
1. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van provinciale staten respectievelijk van de raden in de nieuwe samenstelling. 2. Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden. 3. Het aanwijzen ter vervulling van plaatsen zoals bedoeld in het tweede lid, vindt plaats binnen één maandzo spoedig mogelijk nadat die plaatsen zijn opengevallen. 4. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur, alsmede het orgaan dat hen heeft aangewezen, op de hoogte. 5. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijn van het orgaan waardoor men krachtens het bepaalde in artikel 4 is aangewezen, dan wel ophoudt wethouder of gedeputeerde te zijn.
DMS-nummer 22352465
3
Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________
6. Het bestuursorgaan dat een of meer vertegenwoordigers in het algemeen bestuur heeft aangewezen, kan deze vertegenwoordigers ontslaan, indien deze het vertrouwen van dit bestuursorgaan niet meer bezit. Artikel 50 van de Gemeentewet, dan wel artikel 50 van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit zijn de artikelen 4:8 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. 7. In afwijking van het bepaalde in dit artikel wijst de raad van een toetredende gemeente, voor de inwerkingtreding van de voor de toetreding noodzakelijke wijziging van de regeling, uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders een lid van het algemeen bestuur aan.
Artikel 6
Incompatibiliteiten
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 20 juncto artikel 52 eerste lid onder d van de Wet is het lidmaatschap van het algemeen bestuur onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één der deelnemers dan wel door of vanwege het bestuur van het lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt, met uitzondering van onderwijzend personeel. 2. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld, zij die in dienst van één der deelnemers dan wel het lichaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.
Artikel 7
Vergaderingen
Op het houden en de orde van vergaderingen van het algemeen bestuur zijn de artikelen 22 juncto 52, eerste lid onder f en 23 juncto artikel 52 eerste lid van de Wet van overeenkomstige toepassing.
§ 3. Het dagelijks bestuur Artikel 8 1. 2. 3. 4.
5. 6.
7.
Samenstelling
Het dagelijks bestuur bestaat uit 6 leden, te weten: de voorzitter, een vicevoorzitter en vier andere leden. De vicevoorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen op bindende voordracht van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Eén lid wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen op bindende voordracht van gedeputeerde staten. Eén lid wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen op bindende voordracht van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Lansingerland, Maassluis Schiedam en Vlaardingen. Eén lid wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen op bindende voordracht van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Ridderkerk. Eén lid wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen op bindende voordracht van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, Brielle, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Nissewaard en WestvoorneVoorne aan Zee. Eén lid voor financiële aangelegenheden wordt uit het dagelijks bestuur door het algemeen bestuur aangewezen op bindende voordracht van gedeputeerde staten. Het algemeen bestuur kan voor de door hem benoemde leden van het dagelijks bestuur uit zijn midden plaatsvervangende leden aanwijzen, die de door hem benoemde leden bij afwezigheid vervangen.
De aanwijzing tot plaatsvervangend lid vindt plaats op bindende voordracht van het (de) college(s) dat (die) het betreffende lid heeft (hebben) voorgedragen. Het plaatsvervangend lid dat de voorzitter vervangt, treedt pas in diens hoedanigheid van voorzitter indien de vicevoorzitter afwezig is. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het dagelijks bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. De op bindende voordracht van gedeputeerde staten aangewezen leden hebben ieder 9 stemmen.
DMS-nummer 22352465
4
Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________
8.
9.
Het op bindende voordracht aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aangewezen lid heeft 18 stemmen. De overige leden hebben ieder 4 stemmen. De leden van het dagelijks bestuur treden af met ingang van de dag waarop zij krachtens het bepaalde in artikel 13 tweede lid juncto artikel 52 eerste lid van de Wet aftreden uit het algemeen bestuur. De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die krachtens het bepaalde in het voorgaande lid zijn opengevallen, vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling, volgend op de dag waarop die plaatsen zijn opengevallen.
Artikel 9 1.
2. 3. 4.
Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijke mededeling aan het algemeen bestuur. Een lid dat ontslag heeft genomen uit het dagelijks bestuur, blijft niettemin zijn betrekking waarnemen totdat zijn opvolger die heeft aanvaard. Tussentijds verlies van het lidmaatschap van het algemeen bestuur brengt terstond verlies van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur mee. De aanwijzing ter vervulling van een plaats die tussentijds openvalt, geschiedt zo spoedig mogelijk. Artikel 19a derde lid juncto artikel 52 eerste lid van de Wet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10 1. 2. 3.
Ontslag
Vergaderingen
Op het houden van en de orde van vergaderingen zijn de artikelen 28, 30, 31,54, 55, 56, 57, 59 en 60 van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan het algemeen bestuur wordt toegezonden. Het dagelijks bestuur kan ook buiten vergadering besluiten, mits de zienswijze van alle leden van het dagelijks bestuur schriftelijk, daaronder begrepen e-mail, wordt ingewonnen en geen van de leden van het dagelijks bestuur zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Het voorstel met een conceptbesluit circuleert maximaal vijf werkdagen onder de leden van het dagelijks bestuur. Een voorstel ten aanzien waarvan alle leden tijdens de circulatietermijn door het stellen van een paraaf of verklaring van ‘akkoord’ te kennen heeft gegeven met het advies in te stemmen, resulteert in een besluit conform het uitgebrachte advies. Direct na ontvangst van de laatste paraaf of akkoordverklaring dateert de secretaris het besluit. Het besluit wordt geacht te zijn genomen op de datum van dagtekening door de secretaris. Het besluit wordt opgenomen in de besluitenlijst van de eerstvolgende vergadering.
§ 4. De voorzitter Artikel 11 1. 2. 3.
Aanwijzing
De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen op bindende voordracht van gedeputeerde staten. De voorzitter is tevens voorzitter van het algemeen bestuur en voorzitter van het dagelijks bestuur. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt hij vervangen door de vicevoorzitter van het dagelijks bestuur.
DMS-nummer 22352465
5
Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________
§5
Overige bepalingen
Artikel 12 1. 2 23.
Bestuurscommissies
Het algemeen bestuur kan, naast commissies van advies, commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Het algemeen bestuur kan op voorstel van de raden gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie instellen. De artikelen 24, 24a, 25 juncto 52, eerste lid, onder g, h, i en j en artikel 56a eerste lid van de Wet zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13 Tegemoetkoming kosten 1. Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 21, juncto 52 eerste lid, onder e van de Wet, een regeling vaststellen voor een vergoeding voor de werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten van de leden van het bestuur van het lichaam. 2. Ten aanzien van de werkzaamheden en de kosten van de leden van de commissies, is het bepaalde in het vorige lid van overeenkomstige toepassing,
DMS-nummer 22352465
6
Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________
Hoofdstuk 3 Taken en bevoegdheden van het lichaam § 1. Algemene bepaling Artikel 14 Het lichaam heeft, in het kader van de in artikel 2, derde lid, vermelde zorg, tot taak het beheren en in stand houden van een gemeenschappelijke milieudiensomgevingsdienst: de DCMR Milieudienst Rijnmond.
§ 2. Bevoegdheden algemeen bestuur Artikel 15 Bevoegdheden algemeen bestuur 1.
2.
Met betrekking tot de uitoefening van de in artikel 14 genoemde taak berusten bij het algemeen bestuur alle bevoegdheid, die niet bij of krachtens deze regeling aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter is opgedragen. Onverminderd het bepaalde in artikel 57a van de Wet en naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde, is het algemeen bestuur in ieder geval belast met en bevoegd tot: a. het doen van voorstellen aan de deelnemers omtrent toetreding tot, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling; b. het aangaan van geldleningen en van rekeningcourantovereenkomsten; c. het uitlenen van gelden en het waarborgen van geldleningen door anderen aan te gaan; d. het doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgaven zijn geraamd, is goedgekeurd; e. het berusten in een tegen het lichaam ingestelde rechtsverordening; f. het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappijen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit bijdraagt aan de behartiging van het belang als genoemd in artikel 2 3 Indien deze regeling of de wet dat bepaalt, of indien het algemeen bestuur dat in voorkomende gevallen nodig acht, worden besluiten van het algemeen bestuur vooraf voor zienswijzen voorgelegd aan de vertegenwoordigende organen. 4.
Het algemeen bestuur kan ertoe besluiten om ingezetenen van de deelnemers en/of andere belanghebbenden te betrekken bij de besluiten die zij neemt, en de manier waarop dat gebeurt
§ 2. Bevoegdheden dagelijks bestuur Artikel 16 1.
Bevoegdheden dagelijks bestuur
Onverminderd het bepaalde in artikel 57b van de Wet en naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde is het dagelijks bestuur belast met en bevoegd tot: a. het dagelijks beheer van de dienst; b. het toezicht op de dienst en al wat het lichaam aangaat; c. de voorbereiding van alles waarover in de vergadering van het algemeen bestuur zal worden beraadslaagd en besloten; d. de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur; e. het toezicht op het beheren van de financiën van het lichaam; f. het toezicht op het beheren van de eigendommen van het lichaam; g. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; h. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 15 tweede lid onder f.
DMS-nummer 22352465
7
Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________
i.
2.
het nemen van alle conservatoire maatregelen en alles wat nodig is, ook alvorens wordt besloten tot het voeren van rechtsgedingen, ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; j. te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. k. het voorstaan van de belangen van het lichaam bij andere overheden en andere instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor het lichaam van belang is; l. het bekendmaken van besluiten waarvan de bekendmaking bij wet of bij besluit van het algemeen bestuur is voorgeschreven; m. het sluiten van overeenkomsten met derden ten aanzien van het verrichten door de dienst van werkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 20, zesde lid. Het dagelijks bestuur kan voor de in het vorige lid genoemde bevoegdheden mandaat verlenen aan de directeur van de dienst met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 17 1.
2.
3.
4. 5. 6.
§ 3.
Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden respectievelijk aan provinciale statenvertegenwoordigende organen alle inlichtingen die door één of meer leden van die bestuursorganen worden verlangd, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. Het reglement van orde van het betreffende bestuur regelt de wijze waarop hieraan uitvoering wordt gegeven. Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan het bestuursorgaan dat hem/haar heeft aangewezen alle inlichtingen, die door dit bestuursorgaan of één of meer leden daarvan worden verlangd, op de wijze die door dit bestuursorgaan is bepaald, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. Een lid van het algemeen bestuur is aan het bestuursorgaan dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid, op de wijze die door dat bestuursorgaan is bepaald. De vergaderstukken en verslagen van het algemeen bestuur worden actief openbaar gemaakt overeenkomstig het bepaalde in de Wet open overheid. Besluitenlijsten en andere documenten van het dagelijks bestuur worden openbaar gemaakt overeenkomstig de bepalingen uit de Wet open overheid. Het algemeen bestuur kan ertoe besluiten om bijeenkomsten te organiseren waarin aan de vertegenwoordigende organen, de in lid 1 bedoelde inlichtingen worden verstrekt.
Bevoegdheden voorzitter
Artikel 18 1. 2. 3.
2.
Bevoegdheden voorzitter
De voorzitter bevordert een goede behartiging van de zaken van de dienst. De voorzitter ondertekent de stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitgaan. Artikel 57d van de Wet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 19 1.
Verantwoording aan deelnemers
Verantwoording aan algemeen bestuur
De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hem gevoerde bestuur. Hij geeft het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.
DMS-nummer 22352465
8
Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________
Hoofdstuk 4
Taken en bevoegdheden van de dienst
Artikel 20
Taken
1.
2. 2.3.
De dienst kan, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden, adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden verrichten op het gebied van de zorg voor de leefomgeving, het milieu en duurzaamheid. De dienst heeft in ieder geval tot taak het in standhouden van een meldkamer. Naast de taak genoemd in het vorige lid voert de dienst, in ieder geval de volgende taken uit, op basis van het gezamenlijk vastgestelde regionale kader, alsmede met inachtneming van het takenpakket zoals vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving, het ter zake door de deelnemer geformuleerde beleid en van de daartoe gemaakte afspraken en opdrachtverlening: adviseren over en uitvoeren van taken van (onderdelen van) door gedeputeerde staten, en colleges van burgemeester en wethouders en dagelijks besturen van de deelgemeenten te geven beschikkingen bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer en de Algemene wet bestuursrecht en/of na inwerkingtreding van die wet, de omgevingswet en de op die wet gebaseerde regels; uitoefenen van (deel-) toezicht op de naleving van het bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de in die wet in artikel 5.1 genoemde wetten en/of na inwerkingtreding van die wet, de omgevingswet en de op die wet gebaseerde regels, en het adviseren over het toepassen van bestuursrechtelijke handhaving; omgevingstaken
op grond van andere wet- en regelgeving; uitvoeren van bezwaar- en beroepsprocedures conform de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Algemene wet bestuursrecht en andere relevante regelgeving; multidisciplinaire taken in de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (m.u.v. de provincie Zuid-Holland); milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten die vallen onder het Besluit bodemkwaliteit voor zover het die activiteiten betreft; milieutoezicht bij bodemsanering, sanering van bedrijfsterreinen en lozing van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering voor zover het die activiteiten betreft; ketengericht milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten.
b. Voor de provincie Zuid-Holland tevens: adviseren over door gedeputeerde staten te geven beschikkingen ingevolge het Vuurwerkbesluit en de Wet Luchtvaart; toezicht op het Vuurwerkbesluit en de Wet Luchtvaart en het adviseren over toepassen van bestuursrechtelijke handhaving; uitvoeren van taken samenhangend met en voortvloeiend uit de Wet bodembescherming; uitvoeren van taken samenhangend met en voortvloeiend uit de Wet geluidhinder; leveren van een bijdrage aan de beleidsontwikkeling van de provincie op het gebied van de leefomgeving, het milieubeheer en duurzaamheid; milieutechnisch adviseren over provinciale ruimtelijke plannen; uitvoeren van onderzoek en metingen op basis van op te stellen onderzoeks- en meetprogramma's; uitvoeren van werkzaamheden inzake milieueffectrapportages voor provinciale vergunningen, provinciale plannen en projecten. c. Voor de gemeente Rotterdam tevens: uitvoeren van taken samenhangend met en voortvloeiend uit de Wet bodembescherming uitvoeren van taken samenhangend met de Verordening bodembescherming Rotterdam, het Besluit en de Regeling Bodemkwaliteit, het Activiteitenbesluit (ondergrondse tanks), het Besluit verplicht bodemonderzoek op bedrijfsterreinen c.q.
het handhavingsbeleid hiervan, de Bedrijvenregeling bodemsanering en de bodemparagraaf in de Bouwverordening; leveren van chemische adviezen; advisering over het milieubeleid van andere Rotterdamse diensten; ontwikkelen beleid op het gebied van milieubeheer in het algemeen, met accent op de thema’s bedrijven, huishoudens, bodem, lucht, geluid, externe veiligheid, energie, groen, water, duurzaam bouwen, verkeer en vervoer; mede ontwikkelen en uitvoeren van projecten met Rotterdamse burgers en organisaties;
DMS-nummer 22352465
9
Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond 2024, 22e wijziging Datum gewijzigd: 1 januari 2024 __________________________________________________________________________________________
advisering op het gebied van ruimtelijke plannen; advisering en uitvoering van wettelijke procedures in het kader van milieueffectrapportages voor plannen en besluiten. d. Voor de gemeente Vlaardingen tevens: - uitvoeren van taken samenhangend met en voortvloeiend uit de Wet bodembescherming; - adviseren over en uitvoeren van taken op het gebied van externe veiligheid; - uitvoeren van taken samenhangend met en voortvloeiend uit de Wet geluidhinder en de APV; - adviseren over en uitvoeren van taken op het gebied van klimaat en verkenningen; - adviseren over en uitvoeren van taken op het gebied van lucht en luchtkwaliteit; - adviseren over en uitvoeren van taken op het gebied van duurzaamheid, milieu, ruimtelijke ordening en ruimtelijke plannen. e. Voor de gemeente Lansingerland tevens: - uitvoeren van taken samenhangend met en voortvloeiend uit de Wet bodembescherming. 3.4. 4. Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van de in het vorige lid sub a. tot en met e. genoemde taken worden door of namens het dagelijks bestuur en elk van de deelnemers schriftelijk werkafspraken gemaakt. 5. In aanvulling op het bepaalde in het derde lid verricht de dienst op verzoek van een deelnemer ook buiten het samenwerkingsgebied - andere adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden. 6.
Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de in het derde en vijfde lid bedoelde taken, kan de dienst op verzoek van derden - ook buiten het samenwerkingsgebied - adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden verrichten. 7. Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen werkzaamheden als bedoeld in dit artikel gaan strekken ter uitvoering van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het van kracht worden van deze gemeenschappelijke regeling strekten, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door die wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken die overeenkomstig dit artikel aan de dienst zijn opgedragen.