7. 799532 Raadsvoorstel zienswijze ontwerpbegroting 2024 en ontwerpbegrotingswijziging 2023 GRJR.pdf
Tekst van het document
384.288 1.508.145 -48.116 -553.104 -11.528 1.632.129 1.913.474 159.081 -376.148 4.895.280 4.340.690 715.271 16.413.939 30.973.400
Bijdrage Q1
Bijdrage Q2
Bijdrage Q3
Bijdrage Q4
3.092.813 8.376.327 14.041.733 6.106.480 5.469.808 10.918.781 3.683.183 22.616.699 7.697.788 9.544.197 9.705.755 12.082.992 160.046.773
677.131 1.717.046 3.522.462 1.664.896 1.370.334 2.321.663 442.427 5.614.405 2.018.484 1.162.229 1.341.266 2.841.930 35.908.208
677.131 1.717.046 3.522.462 1.664.896 1.370.334 2.321.663 442.427 5.614.405 2.018.484 1.162.229 1.341.266 2.841.930 35.908.208
677.131 1.717.046 3.522.462 1.664.896 1.370.334 2.321.663 442.427 5.614.405 2.018.484 1.162.229 1.341.266 2.841.930 35.908.208
677.131 1.717.046 3.522.462 1.664.896 1.370.334 2.321.663 442.427 5.614.405 2.018.484 1.162.229 1.341.266 2.841.930 35.908.208
273.383.328
60.602.482
60.602.482
60.602.482
60.602.482
3. Wijziging risicoparagraaf 1
2
3
Risico in de vastgestelde begroting 2023 Uitgangspunt realisatieniveau 2021 resp. 2022 Hogere zorgkosten A t/m E, doordat het productieniveau is bepaald op basis van onvolledige data per februari, terwijl de uitgaven hoger blijken volgens de definitieve data per april die in de definitieve jaarrekening worden verwerkt. Trendmatige ontwikkeling, verschuiving naar lokaal en impact transformatie Hogere zorgkosten door onderschatting van Trendmatige stijging en/of Inzet van lokaal aanbod en/of Impact van transformatiemaatregelen Effect aanpassing woonplaatsbeginsel Hogere zorgkosten A t/m E doordat de gevolgen van aanpassing woonplaatsbeginsel niet volledig in beeld zijn en daardoor onvoldoende zijn
Stand van zaken, aanpassing beheersingsmaatregel De productie 2021 bleek achteraf inderdaad hoger dan waarmee in de begroting 2023 was gerekend. Ook in 2022 waren de kosten hoger. De begroting 2023 wordt daar nu op aangepast. In de ontwerpbegroting gebeurt dat op basis van de 2e bestuursrapportage 2022, in de definitieve begroting zal dat gebeuren op basis van de definitieve jaarrekening 2022. De begrotingswijziging bevat diverse aanpassingen op gemeenteniveau.
Dit risico doet zich voor en wordt ondervangen door voorliggende begrotingswijziging 2023.
8
4
5
6
meegenomen in de ramingen. Hieronder ook het risico op hogere kosten van hulp die tegen hogere tarieven moet worden gecontinueerd. Overloop naar niet regionaal gecontracteerd aanbod Hogere kosten voor buitenregionale plaatsingen en landelijk gecontracteerde hulp doordat regionaal aanbod ontoereikend of onderbenut is. Continuïteit aanbod Faillissement(sdreiging) aanbieders in het bijzonder aanbieders van gesloten jeugdhulp in verband met de ambitie tot vergaande beperking van het aanbod.
Aannames aanpassingen gemeente niveau De begrotingswijziging bevat aanpassingen op basis van aannames over verschuiving naar lokaal (D en E, MVS), trendmatige effecten, hervormingsagenda effecten en inkoopeffecten. Indien geen invulling aan de aanpassingen gegeven wordt, zal dit leiden tot hogere kosten dan begroot.
Dit risico doet zich voor en wordt ondervangen door voorliggende begrotingswijziging 2023.
De afbouw van de gesloten jeugdhulp (JH+) gaat gepaard met frictiekosten. Vanwege de grote financiële risico’s werken we samen met de twee betrokken aanbieders en de vijf betrokken jeugdhulpregio’s aan continuïteitsplannen. Ook is inmiddels opgeschaald naar rijksniveau voor meer landelijke regie en financiering van frictiekosten bij de transformatie van de gesloten jeugdhulp. Door de regio’s verstrekte liquiditeitssteun moet op basis van de continuïteitsplannen mogelijk omgezet worden in een continuïteitsbijdrage. Op basis van de huidige inzichten bedraagt het risico voor Regio Rijnmond voor 2023 € 3mln. Dit is incidenteel, waarbij de jeugdhulpregio’s deze kosten niet als hun kosten zien maar bij de rijksoverheid zullen leggen. Daarnaast leidt de transformatie (schaalverkleining, kwalititeitsverbetering) waarschijnlijk tot hogere kostprijzen. Dit structurele risico voor de gemeenten is nog niet te kwantificeren. Gedurende het jaar wordt gemonitord of deze verschuiving c.q. besparing in de afgegeven toewijzingen zichtbaar is.
4. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond.
9
Rotterdam, 8 september 2023,
R. Buijt Voorzitter
Mr. S. Hammer Secretaris
10
VOORLOPIGE JAARSTUKKEN 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie AB 6 april 2023
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING, LEESWIJZER EN SAMENVATTING...........................................................3 2. PROGRAMMAVERANTWOORDING ...............................................................................9 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR .......................................9 2.2 Resultaten 2022 ............................................................................... 10 2.3 Transformatie ................................................................................... 31 3. PARAGRAFEN .................................................................................................................... 33 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................... 34 3.2 Financiering ...................................................................................... 36 3.3 Bedrijfsvoering .................................................................................. 37 3.4 Rechtmatigheid................................................................................. 39 3.5 Coronaparagraaf .............................................................................. 40 3.6 Verbonden partijen ........................................................................... 41 4. JAARREKENING ................................................................................................................
43 4.1 Overzicht van baten en lasten .......................................................... 43 4.2 Toelichting op baten en lasten .......................................................... 44 4.3 Balans .............................................................................................. 49 4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ......................... 50 4.5 Toelichting op de balans ................................................................... 51 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen ............................... 60 4.7 Gebeurtenissen na balansdatum ...................................................... 61 5. VASTSTELLINGSBESLUIT .............................................................................................. 63
2
1. Inleiding, leeswijzer en samenvatting In de Jaarstukken 2022 van de Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) verantwoorden wij het gevoerde beleid en het financieel beheer over het jaar 2022. Het Bestuur wordt met deze stukken in staat gesteld om zijn controlerende taak te vervullen. 2022 was een intensief jaar volop uitdagingen voor jeugdigen in de regio en ook voor de GRJR. Veel jeugdigen in de regio hebben problemen waarvoor ze hulp nodig hebben. De effecten van de coronapandemie op de generatie die dit als jeugdigen meemaakten zijn onmiskenbaar groot. Het aantal jeugdigen die specialistische jeugdhulp nodig hebben is groot. Rond de 13.000 jeugdigen ontvingen in 2022 specialistische jeugdhulp die door de GRJR was ingekocht. Meer dan 8000 van hen kregen een vorm van ambulant hulp terwijl ze gelukkig ‘gewoon’ thuis konden blijven wonen. Ruim 1300 jeugdigen ontvingen daghulp die op een of andere manier met school moest worden gecombineerd. Rond de 2000 jeugdigen woonden bij een pleeggezin omdat thuiswonen niet mogelijk was. Meer dan 900 hadden een opname met behandeling nodig. Meer dan 300 jeugdigen verblijven langdurig in een zorginstelling. Naast deze cijfers kregen ook nog vele honderden jeugdigen uit onze regio hulp van een landelijke jeugdhulpspecialist of elders in het land, op een buitenregionale plaats.
De inzet jeugdhulp gaat met hoge kosten gepaard en dat levert bestuurders hoofdbrekens op. Voorop staat echter de noodzaak van passende, liefst nabije hulp die tijdig wordt ingezet. Waar eerder de gemiddelde wachttijd nog veel hoger was, hoefde een jeugdige in de loop van 2022 gemiddeld 14 weken te wachten op hulp. Dat vergde grote inspanning van de aanbieders, gemeenten en de GRJR. Grote inspanning is ook geleverd om tijdig voor 1 januari 2023 nieuwe regionale contracten voor specialistische jeugdhulp af te sluiten. Deze contracten staan in het licht van de noodzakelijke transformatie van de jeugdhulp en sterkere sturing op gebruik en kosten van deze hulp, in nauw samenspel tussen regionale en lokale partners. Gemeenten wilden daarbij meer vanuit de eigen lokale context, met een eigen aanpak, kunnen zorgen voor de jeugdigen. De kosten vielen ook in 2022 weer tegen. In het zorglandschap zijn diverse ontwikkelingen te zien die een verklaring vormen voor verschillen tussen de voorlopige jaarrekening en de begroting 2022. Het totale financiële tekort in de rekening bedraagt voorlopig €22,1 mln. Dit is circa € 5 mln meer dan bij de tweede bestuursrapportage 2022 werd verwacht. In de exploitatie 2022 zien we forse overschrijdingen. Dat heeft meerdere oorzaken.
3
•
•
•
•
De hogere uitgaven zijn in belangrijke mate het gevolg van aanpassing van het woonplaatsbeginsel waardoor veel kinderen in zorg elders in het land voor rekening van gemeenten in Rijnmond komen. Dit effect was veel kleiner ingeschat dan achteraf is gebleken. Daarnaast was er een extra indexatie nodig naar aanleiding van een Tweede Kamer motie “extra lonen in de zorg”. Hiervoor ontvingen gemeenten overigens compensatie van de rijksoverheid. Ook blijkt telkens weer dat achterstallige informatie over toegewezen zorg leidt tot onderschattingen in de prognoses, die gaandeweg en na afloop van het jaar steeds verder in beeld komen. Ook zijn er grote verschuivingen tussen de zorgbudgetten. Dit heeft te maken met de moeite om aanbod en vraag van jeugdhulp goed op elkaar aan te sluiten. Verhoudingsgewijze toename van zware problematiek is zichtbaar in alle opdrachten.
Leeswijzer Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bestaan de jaarstukken uit twee delen: het jaarverslag (weer onder te verdelen in programmaverantwoording en paragrafen) en de jaarrekening. In voorliggende jaarstukken is dat als volgt vormgegeven. De hoofdstukken 2 en 3 vormen samen het jaarverslag. Hoofdstuk 2 bevat de resultaten per onderdeel van inhoud van de jeugdhulp. Hoofdstuk 3 bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen voor zover van toepassing. Voor de GRJR zijn dit paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering en Bedrijfsvoering. Daarnaast zijn er twee niet-verplichte paragrafen opgenomen: Rechtmatigheid en Corona. De paragrafen geven inzicht in diverse bedrijfsvoeringsaspecten van de GRJR. Hoofdstuk 4 is de jaarrekening die financieel inzicht geeft in het gevoerde beleid (Overzicht van baten en lasten met toelichting) en de financiële positie (balans met toelichting). Verder zijn er nog enkele verplichte overzichten opgenomen voor zover relevant.
4
Samenvatting Zorgzwaarte Toename van zware problematiek is zichtbaar in alle opdrachten: doordat de individuele gemeenten steeds meer lokaal hulp en ondersteuning bieden bij de lichtere zorgvragen, leveren de regionaal gecontracteerde partijen naar verhouding meer zware hulp met hogere arrangementsprijzen. Uit het GRJR-dashboard op basis van gemeentelijke toewijzingsdata blijkt dat dit effect zich in ieder geval bij ambulante hulp (opdracht E) voordoet. Het voorkomen van uithuisplaatsing en plaatsing in gesloten jeugdhulp leidt vermoedelijk ook tot inzet van intensievere en duurdere arrangementen. Of dit in 2022 is toegenomen moet nog geanalyseerd worden. Het aantal crises waarbij hulp binnen 24 uur nodig is (opdracht F) is beheersbaar gebleven, ondanks een hectisch jaar met onder andere terugkeer naar een leven zonder corona en een groei van het aantal jongeren met psychische problemen. De aanbieders in opdracht E hebben zich het afgelopen jaar succesvol ingespannen om gezamenlijk de beschikbaarheid van zorg voor kinderen die met spoed (binnen 5 dagen) hulp nodig hebben, te garanderen. Gesloten jeugdhulp De maatschappelijk gewenste af- en ombouw van gesloten jeugdhulp vereist een investering, van zowel gemeenten als aanbieders. De afbouw gaat veel sneller dan voorzien, waardoor aanbieders in financiële problemen komen.
Door deze problemen komt de continuïteit van zorg onder druk te staan. Gemeenten zijn verantwoordelijk om de continuïteit te borgen en zij hebben de twee betrokken aanbieders het afgelopen jaar financieel ondersteund. Wet wijziging woonplaatsbeginsel (WPB) Op 1 januari 2022 is de Wet wijziging woonplaatsbeginsel ingegaan. Deze bepaalt dat de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de jeugdhulp met verblijf, (financieel) verantwoordelijk is voor deze jeugdige. Dit leidde tot administratieve verhuizingen en tot in- en uitstroom van jeugdigen waarvoor de gemeenten (financieel) verantwoordelijk zijn. De financiële effecten hiervan waren, op basis van opgaven van gemeenten, in de oorspronkelijke begroting 2022 verwerkt voor een bedrag van circa € 1,6 mln. De feitelijke instroom bleek in eerste kwartaal 2022 al groter dan verwacht door de vervroegde instroom per 1 november 2021 (de 1 novemberregeling) waardoor de verwachte kosten in het eerste kwartaal 2022 zijn bijgesteld naar € 5,7 mln. Vervolgens bleek de verwachting dat het hier veelal om tijdelijke zorg zou gaan, niet juist omdat het veelal zorg betrof die het gehele jaar 2022 nodig bleek te zijn. 5
In het tweede kwartaal 2022 is de inschatting gemaakt dat de totale uitgaven rond de €10 mln zouden uitkomen. De realisatie die nu in de voorlopige jaarrekening is opgenomen voor de totale kosten van maatwerkcontracten in het kader van het woonplaatsbeginsel bedraagt € 11,2 mln. Dit betreft met name kosten voor verblijf in de opdrachten B (opname) en C (langdurig verblijf) voor onze regio. De verwachting is dat de extra kosten in verband met de WPB ook in 2023 zullen doorlopen. Het is voor gemeenten een puzzel geweest om uit te zoeken bij welke gemeente de inschrijving van de jeugdige en/of ouder bekend was voor de eerste uithuisplaatsing. Doordat uithuisplaatsingen elkaar kunnen opvolgen (via B naar C bijvoorbeeld) kunnen dit zorgtrajecten zijn die jaren doorlopen. Per saldo bleek voor een veel grotere groep dan verwacht de financiële verantwoordelijkheid bij Rijnmond-gemeenten te liggen, met name bij de gemeente Rotterdam. Andere grootstedelijke gebieden herkennen deze ontwikkeling. Arbeidsmarkt Net als in andere sectoren wordt ook in de jeugdhulp de arbeidsmarktsituatie alsmaar nijpender. Jeugdhulpaanbieders ervaren in toenemende mate problemen bij het invullen van (nieuwe) vacatures en met name het werven van ervaren professionals.
Dit probleem werd in onze regio duidelijk zichtbaar in opdracht B en C waar was besloten tot een tijdelijke uitbreiding van bedden om de wachttijden terug te dringen. Het uitbreiden van bedden is gerealiseerd maar door personeelstekort konden deze bedden niet volledig ingezet worden. Het aantal jeugdigen dat gebruik maakte van een bed is dan ook niet zichtbaar gestegen, terwijl de zorgbehoefte er wel was. Het onderwerp wordt besproken in gremia als de arbeidsmarktregio, ‘De Rotterdamse Zorg’ en in het regionale directeurenoverleg. Oplossingen zijn veelal een kwestie van lange adem en ook is hierop landelijk beleid nodig. In de Hervormingsagenda is veel aandacht voor het oplossen van problemen op de arbeidsmarkt voor de jeugdhulp. Acties zijn veelal in voorbereiding en uitvoering is meest vanaf 2023 voorzien. Zo heeft het AB in december 2022 ingestemd met een pilot Functiedifferentiatie in de Pleegzorg, waarbij MBO-ers In plaats van HBO-ers worden ingezet in de pleegzorg. Doel hiervan is onder meer om de jeugdhulpsector makkelijker toegankelijk te maken voor MBO-ers en zo het tekort terug te dringen. Daarnaast geeft een aantal aanbieders aan dat zij het gehele jaar 2022 geconfronteerd zijn geweest met een hoog ziekteverzuim en (tijdelijke) uitval van personeel als gevolg van coronabesmettingen.
6
Inkoop en implementatie De in 2021 gestarte aanbesteding specialistische jeugdhulp Rijnmond (voor 12 samenwerkende gemeenten) is in 2022 succesvol afgerond met het contracteren van zeven systeemaanbieders, acht prestatieaanbieders (forensische zorg) en twaalf flexaanbieders ingaande 2023. Tegelijkertijd hebben de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam binnen de GRJR hun eigen jeugdmodel vormgegeven en succesvol doorlopen met een opdracht aan één aanbiedersconsortium.
Financieel beeld Het financiële beeld is als volgt.
Het totale tekort in de rekening bedraagt €22,1 mln. Voor ruim €21 mln. in de exploitatie 2022 en voor €1,1 mln. nagekomen kosten voorgaande jaren. De toelichting hierop is opgenomen als onderdeel bij 4.2 toelichting op baten en lasten. De bijdragen van de gemeenten moeten worden opgehoogd op basis van de (voorlopige) realisatie 2022 per gemeente versus de inleg 2022. Na deze voorlopige eindafrekening met gemeenten van het resultaat van €22,1 mln. sluit de voorlopige jaarrekening 2022 van GRJR op € 0. Dit overzicht is opgenomen bij de toelichting op de balans.
7
Hoofdstuk 2 Programmaverantwoording
8
2. Programmaverantwoording 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR 2.1.1 Doelstellingen GRJR De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is tot 1 januari 2023 een samenwerkingsverband van de vijftien gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne1. De samenwerking heeft tot doel te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken, met inachtneming van de bepalingen in de Jeugdwet (artikel 3 van de regeling). De bovenlokale taken zijn kort gezegd het zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp en voldoende inzet in de jeugdbeschermingsketen. De GRJR is een zelfstandig openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, met eigen begroting en jaarstukken waarin de doelen en middelen voor de bovenlokale taken worden vastgesteld en verantwoord. De doelen en de werkelijke uitgaven worden echter bepaald door het beleid dat deelnemende gemeenten voeren en de wijze waarop afzonderlijke gemeenten invulling geven aan hun taken op het terrein van de jeugdhulp (zoals het toekennen van individuele specialistische hulp aan inwoners).
De verantwoordelijkheid van de GRJR om te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken moet worden gezien als gezamenlijke uitvoering van lokale ambities. In de kern gaat het om het beschikbaar van voldoende passend aanbod van specialistische jeugdhulp. De gemeenschappelijke inkoop, contracteren en subsidiëring dienen zodanig vorm te krijgen dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd. De deelnemende gemeenten stelden in 2021 het beleidskader ‘Nabij en Passend; Regiovisie Jeugdhulp Regio Rijnmond’ vast. Hiermee ligt er voor het eerst een duidelijk gezamenlijke visie als kader voor de GRJR. Ter uitwerking van visie bepaalde het bestuur van de GRJR in april 2021 een strategie voor de inkoop van specialistische jeugdhulp voor 2023 en verder. De aanbesteding is in 2022 afgerond. Een deel van de jeugdhulp is hierbij buiten de regionale contracten gehouden en is lokaal ingekocht. Dit betreft onderdelen van daghulp en ambulante hulp voor alle gemeenten en alle jeugdhulp voor de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.
1 Per 1 januari zijn de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne gefuseerd tot de nieuwe gemeente
Voorne aan Zee. Hiermee is het aantal in de GRJR deelnemende gemeenten gedaald van vijftien naar dertien. 9
Naast de opdracht om verschillende soorten jeugdhulp te realiseren zijn ook afspraken gemaakt over aan de Regiovisie ontleende ontwikkelopgaven. 2.1.2 Actuele begroting 2022 Op 8 juli 2022 heeft het bestuur van de GRJR de volgende begrotingswijzing vastgesteld: In onderstaande tabel zijn de verschillende mutaties uit deze begrotingswijziging opgenomen.
De begroting 2022 steeg aan de uitgavenkant met €22,4 mln. en aan de ontvangstenkant met € 29,9 mln. waardoor de gewijzigde begroting 2022 sluitend werd. 2.1.3 Beleidsindicatoren Formeel gezien behoort de GRJR volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) beleidsindicatoren op te nemen. Echter voorzien de deelnemende gemeenten hier al in middels hun eigen jaarrekening. De deelnemende gemeenten hebben zicht op de indicatiestellingen.
2.2 Resultaten 2022 Hieronder volgt een toelichting van de ontwikkelingen in de wachttijden in 2022 daarna een toelichting op de ontwikkelingen per opdracht. Wachttijden 2022 Omdat er in de regio sprake was van onacceptabel lange wachttijden op specialistische jeugdhulp, is in juni 2021 het project Aanpak wachttijden gestart. Het project startte met focus op opdracht E, de ambulante specialistische jeugdhulp. Op dat moment wachtten 1635 kinderen gemiddeld langer dan 29 weken. Aanbieders hadden toen een opnamestop omdat de toenmalige budgetplafonds bereikt waren. Dat betekende dat zij alleen maar een nieuwe jeugdige hulp konden bieden als zij de behandeling van een andere jeugdige konden afsluiten. Met de ophoging van het budget in E van €15 mln konden aanbieders extra personeel aannemen en meer jeugdigen ambulante hulp bieden. In 2022 is verdergegaan met de in 2021 ingezette intensivering. Eind 2021 breidden we de aanpak uit naar opdrachten B en C, opname resp. langdurig verblijf.
10
Ook daar waren structureel capaciteitsproblemen, die met name de kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel raakten. Voor de overige opdrachten zijn in samenwerking met gemeenten en aanbieders diverse acties ingezet om wachttijden te verkorten, zoals de doorlopende wervingscampagne voor nieuwe pleegouders (opdracht A). Er wordt extra ondersteuning aan bestaande pleeggezinnen geboden met de subsidieregeling pleegzorg maatwerk (transformatieproject). Door de verschillende interventies naast extra middelen, betere samenwerking tussen de aanbieders, samenwerking van aanbieders en gemeenten aan de wachtlijstbemiddelingstafel-E en (in een aantal gemeenten) uitbreiding van lokale hulp is de gemiddelde wachttijd op ambulante specialistische jeugdhulp bijna gehalveerd. Eind 2022 is de gemiddelde wachttijd gedaald naar gemiddeld 14 weken, de Treeknorm. Dit was het doel van het project. Ook de huidige wachttijd is fors gedaald (zie grafiek 1). De daling stabiliseert doordat het voor aanbieders lastig is hun capaciteit verder uit te breiden (zie paragraaf arbeidsmarkt). Daarnaast is in de spreiding van de wachttijd zichtbaar dat de grootste groep wachtende kinderen steeds meer naar voren verschuift, wat betekent dat steeds meer kinderen binnen de norm geholpen worden. De projectmatige aanpak van de wachttijden is per 1 januari 2023 gestopt.
De aanpak van wachttijden gaat onder sturing van de GRJR door. De structurele aanpak van wachttijden landt in de werkzaamheden van gemeenten via het Programmateam en in de implementatie van de inkoop specialistische jeugdhulp 2023. Keuzes die in de inkoop vanaf 2023 zijn gemaakt, en die helpen bij het binnen de norm houden van de wachttijden, zijn bijvoorbeeld het niet meer werken met budgetplafonds, het gezamenlijk verantwoordelijk houden van aanbieders voor wachttijden binnen de norm en de invulling van de acceptatieplicht van aanbieders, met tegelijkertijd de systematiek van het kunnen inschakelen van flexibele aanbieders. Tot het einde van 2022 werkte de GRJR aan nog meer inzicht in de wachttijden, het als pilot ontwikkelen van een interactieve sociale kaart en de doorontwikkeling van team Zorgbemiddeling, in voorbereiding op de start van een Regionaal Expertisecentrum Rijnmond. Casusregie door gemeenten is ook een van de onderwerpen die een sleutel vormt tot lagere wachttijden (bijvoorbeeld door juist en tijdig te verwijzen); dit is onderdeel van de implementatie van de inkoop 2023.
11
Grafiek 1: Trend huidige wachttijd 2022
Bron: dashboard Huidige wachttijden
Onderstaande tabel geeft per kwartaal het percentage jeugdigen weer dat binnen 14 weken (Treeknorm) gestart is met hulp. Te zien is dat er in opdracht E in Q3 minder kinderen binnen de Treeknorm geholpen zijn. Dat is het gevolg van een gerichte actie van aanbieders vanaf Q3, die de langst wachtende kinderen (> 9 maanden) vanaf die periode hebben toegeleid naar passende hulp. De reden dat deze jeugdigen lang hebben gewacht is dat deze kinderen moeilijk plaatsbaar waren en/of een ingewikkelde of zeer specialistische hulpvraag hadden. In Q4 zijn weer meer jeugdigen binnen de Treeknorm geholpen voor opdracht E. Tabel 1: Percentage nieuw jeugdigen gestart met zorg binnen Treeknorm (<14 weken; retrospectieve wachttijd) – 2022
A pleeghulp B opname C langdurig verblijf D daghulp E ambulante hulp en onbekend*
Q1
Q2
Q3
Q4
94 85 69 75
82 100 85 77 67
71 71 82 64 50
86 65 60 67 66
Bron: dashboard Retrospectieve wachttijden * Vanwege ontbreken van toewijzing is opdracht onbekend; Aanbieders melden dat dit veelal om opdracht E gaat. Daarom zijn deze gegevens bij E opgeteld.
12