CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

7. 799532 Raadsvoorstel zienswijze ontwerpbegroting 2024 en ontwerpbegrotingswijziging 2023 GRJR.pdf

Gemeenteraad AW 3 juli 2023, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken30.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

maatschappelijke ontwikkelingen, arbeidsmarktproblematiek en wachtlijsten voor jeugdhulp. De acties die gemeenten en instellingen hierop hebben genomen met verbeterplannen, overheveling van niet-wettelijke taken naar gemeenten en aanvullende financiering, hebben tijdelijk verlichting geboden maar niet geleid tot duurzame oplossingen. Voor kinderen en gezinnen betekent dit, dat steeds vaker te laat een jeugdbeschermer wordt toegewezen door de GI, en dat er lange wachttijden zijn bij de jeugdhulpaanbieder. In de tussentijd escaleert de problematiek in het gezin veelal verder. In december 2021 en mei 2022 hebben de RvdK en de GI’s over deze nijpende situatie brandbrieven gestuurd aan de Tweede Kamer. Het ministerie van JenV heeft naar aanleiding hiervan gesprekken gevoerd in de regio’s. Waarna het samen met het ministerie van VWS, Jeugdzorg Nederland, de Jeugdautoriteit en de VNG een pakket van acht (nog nader uit te werken) maatregelen heeft opgesteld. Op 14 september 2022 is de kamerbrief ‘Verbetering van de jeugdbeschermingsketen’ verzonden. In het kamerdebat over deze brief zijn twee sporen te onderscheiden: ontwikkeling richting Toekomstscenario en aanpak van de acute problematiek bij GI’s.

De eerste gaat om de lange termijn verandering richting een duurzaam stelsel en de tweede om het herstellen van de beschikbaarheid van jeugdbescherming binnen het huidige, haperende stelsel. 3.2.3

Aanpak acute problemen GI’s

De minister voor Rechtsbescherming heeft voor de acute problemen in de jaren 2022-2025 vier keer € 10 miljoen vrijgemaakt en naar rato uitgekeerd aan de GI’s. Hij vraagt of gemeenten ook bijspringen, bij voorkeur met hetzelfde bedrag. Hierover is landelijk nog geen uitsluitsel maar de richting is helder:  Belangrijk is dat het Rijk als stelselverantwoordelijke verantwoordelijkheid neemt voor de beschikbaarheid en continuïteit van jeugdbescherming;  De VNG heeft de intentie om samen te werken met het rijk (gelijke inspanning);  Indien hieruit blijkt dat gemeenten extra moeten investeren, dient dit als extra kostenpost te worden opgenomen in de Hervormingsagenda Jeugd. Het kan niet zo zijn dat het rijk vraagt te bezuinigen en los daarvan een investeringsverzoek doet. Het Rijk dient verantwoordelijkheid te nemen voor een adequaat macrobudget.  Reeds door gemeenten gedane investeringen moeten in de uitwerking worden meegewogen, zodat gemeenten die al veel extra hebben geïnvesteerd in de GI’s (dit geldt voor bijna alle gemeenten) niet dubbel worden belast.  Deze crisisaanpak moet een begin zijn van de structurele oplossing die we zien in het Toekomstscenario.  Er moet een inhoudelijke uitwerking en financiële onderbouwing komen.

Door de investering moet de druk op jeugdbeschermers afnemen, bijvoorbeeld door een geobjectiveerde caseload die uitmondt in een reëel, landelijk tarief.  Vanwege de nijpende situatie bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, een van de drie GI’s in onze regio, heeft het Algemeen Bestuur eind 2022 besloten tot het uitvoeren van een aantal korte termijn maatregelen, die de veiligheid van de kinderen in Rijnmond moeten borgen.

Uitgangpunt 5: aanpak problemen GI’s De landelijke afspraken over aanpak van de acute problemen van GI’s kunnen leiden tot een hogere subsidie voor de GI’s voor 2023 en verder. Hiermee wordt in de begrotingswijziging 2023 en begroting 2024 rekening gehouden. 3.2.4

Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming

Uiteindelijk draait de aanpak van de problemen bij de GI’s om goede bescherming van kwetsbare kinderen en gezinnen. Daarbij is het Toekomstscenario de weg naar een duurzaam stelsel voor toekomstige generaties. De crisismaatregelen zijn de manier om goede bescherming voor de huidige generatie te kunnen bieden en gelijktijdig de ontwikkeling naar het Toekomstscenario mogelijk te maken. We zien echter dat het door de toenemende crisissfeer moeilijk is om te blijven focussen op het Toekomstscenario. De crisissfeer heeft geleid tot een negatieve spiraal in de beeldvorming waar we uit moeten komen. Om de onderliggende problemen van het jeugdbeschermingsstelsel aan te pakken moet de jeugdbescherming anders worden georganiseerd. Momenteel wordt het scenario verder ontwikkeld en beproefd en waar mogelijk versneld. Inzet van de VNG is dat de crisismaatregelen, waaronder de maatregel van de caseload verlaging, zodanig uitgewerkt worden dat zij onderdeel zijn van en bijdragen aan de ontwikkeling van het Toekomstscenario. Leidend hierbij zijn de vier basisprincipes gezinsgericht, rechtsbeschermend en transparant, eenvoudig en lerend. Dit betekent dat de eventuele ophoging van de subsidie (uitgangspunt 3) structureel gemaakt zal worden, zodra er landelijk afspraken zijn gemaakt. 3.2.5

Veilig Thuis

De GRJR subsidieert ook Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR), het meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Er zijn op dit moment geen signalen van knelpunten die tot een hogere subsidie zouden moeten leiden, zodra er landelijk afspraken zijn gemaakt. 

4. Organisatie en informatievoorziening 4.1 Inleiding Naast inkoop van jeugdhulp en subsidiëring van de jeugdbeschermingsketen heeft de GRJR als taak: ‘Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van de jeugdhulptaken, welke ingevolge de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen’. Hieronder wordt ook begrepen het met informatievoorziening faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen. Dit hoofdstuk gaat over de organisatorische opgaven van de GRJR om alle opgedragen taken te kunnen uitvoeren. In de begroting van de GRJR zijn onder de noemer “Uitvoeringskosten” alle hieraan gerelateerde budgetten opgenomen.

4.2 Ontwikkelingen 4.1.1

Uitgangspunt Regiovisie

De Regiovisie heeft gevolgen voor de opdracht van de GRJR. In het bijzonder het datagedreven werken als jeugdhulpregio, het sturen op de ontwikkelopgaven, het meewerken aan de Regio-agenda en het ondersteunen bij de organisatie van programma-activiteiten zijn taakintensiveringen voor de GRJR. Ook het beperken van administratieve lasten door meer regionale uniformering vereist extra inzet. 4.1.2

Governance

Governance is in de context van de GRJR het stelsel van afspraken dat nodig is om de doelen van de GRJR te behalen, zoals de juridische structuur, overlegstructuur, instrumenten en randvoorwaarden. In 2020 en 2021 is een aantal governanceafspraken herzien. De Uitvoeringsorganisatie en secretaris/directeur van de GRJR zijn onafhankelijk gepositioneerd binnen de gemeente Rotterdam. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de rolverdeling tussen AB en DB en is de mandaatregeling opgezet. In 2023 evalueert het AB de governanceafspraken. Vanaf 2022 is er periodiek overleg tussen de secretaris/directeur van de GRJR en de directeuren sociaal domein van de deelnemende gemeenten. De GRJR streeft daarin, in lijn met de Regiovisie, op aansluiting op de lokale infrastructuren. Daarnaast is de GRJR sterk afhankelijk van gemeenten bij de totstandkoming van realistische begroting en inzicht in de ontwikkeling van zorgkosten en -gebruik. Thema’s als datakwaliteit, uniformering van registraties en wijzigingen van het administratieprotocol worden ook in dit overleg gevolgd. 4.1.3

Contractmanagement

Het contractmanagement binnen de Uitvoeringsorganisatie van de GRJR wordt ingevuld door zeven contractmanagers, twee contractbeheerders en twee accountmanagers voor GI’s en VTRR. In nauwe samenwerking met de deelnemende gemeenten, zorgaanbieders en GI’s wordt invulling gegeven aan de taak om te zorgen voor tijdige en passende jeugdhulp met behulp van brede zorglandschapstafels.

Door een steeds betere informatiepositie kunnen we ook steeds beter toezien op een strikte nakoming van de contractafspraken die de GRJR met de aanbieders heeft gemaakt. Het contractmanagement ontwikkelt zich onder meer door op de volgende onderdelen:  Het na afronding van het boekjaar per aanbieder doorlopen van een efficiënt en zorgvuldig afrekenproces (parallel aan het jaarrekeningtraject);  Invullen rol als accounthoudende regio voor een viertal (landelijke opererende) aanbieders;  Nog meer grip krijgen op landelijk gecontracteerde aanbieders (LTA-partijen);  Het opbouwen van informatie over elke aanbieder die we in de nieuwe inkoop hebben gecontracteerd en het maken van marktanalyses;  Zicht houden op het totale zorglandschap, de verschillende opdrachten en de positie van de verschillende aanbieders hierin. Onder meer door informatieuitwisseling en afstemming met de contractmanagers van de 15 gemeenten over lokaal ingekochte jeugdhulp;  Het inrichten van horizontaal (kwaliteits)toezicht in samenwerking met de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd. 4.1.4

Informatievoorziening

Kernfunctie vanaf de start van de GRJR was het managen en financieel afwikkelen van jeugdhulpcontracten en regionale subsidies. De informatiebehoefte ontwikkelt zich sindsdien sterk door steeds beter inzicht in de sturingsopgaven. Belangrijke elementen zijn:  Goed geborgde dataontsluiting in dashboards die het verloop van zorgkosten en -gebruik per aanbieder per gemeente laten zien;  Aanvullende dashboards over bewegingen in het zorglandschap (transformatiemonitor). Verdere informatisering van dataverzameling en -verwerking gebeurt zoveel mogelijk op basis van gestandaardiseerd berichtenverkeer tussen gemeenten, zorgaanbieders, en op termijn GI’s. In de begroting 2023 is voor twee jaar extra capaciteit informatievoorziening opgenomen. In 2022 is extra geïnvesteerd in verbetering van de datakwaliteit. Deze inspanning wordt structureel doorgezet.

In 2023 wordt de informatievoorziening geleidelijk verder uitgebouwd, maar zal de focus liggen op:  Stimulering en ondersteuning van gebruik en verdere toepassing van beschikbare dashboards;  Consolidatie en uitbreiding van informatievoorziening in verband met de inkoopwijzigingen per 1-1-23;  Nakoming van maatregelen in het kader van privacybescherming, informatiebeveiliging en aanbevelingen uit IT-audits;  Verbinding informatievoorziening en planning&control (bijvoorbeeld door prognoses op te nemen in het dashboard);  Facilitering van de sturing op de transformatie (met name de ontwikkelopgaven in de nieuwe contracten), aansluiting van de GI’s op de bestaande informatievoorziening, en verdieping van inzicht in het zorglandschap;  Afstemming met informatievraagstukken in de Regio-agenda;  Het kunnen vergelijken van de twee inkoop- en bekostigingsmodellen in de regio met als doel om van elkaar te leren.

4.1.5

P&C-cyclus

De GRJR moet als openbaar lichaam een volledige planning en control cyclus volgen en aan dezelfde eisen voldoen als gemeenten. Speerpunten zijn:  Sterker financieel/begrotingsbeleid: met informatie onderbouwde budgetten, analyse van wat realistisch is, minder tegenvallers achteraf, goed meenemen raden met dilemma’s en onzekerheden;  Gemeenten de mogelijkheid geven om lokale financiële inzichten en verwachtingen te laten verwerken in de GRJR Begroting;  Tijdiger en betrouwbaarder jaarverslaglegging: verbetering van de interne beheersing door structurele inzet van extra capaciteit en herinrichting van rollen, mede gericht op het kunnen afleggen van de rechtmatigheidsverantwoording met ingang van verslagjaar 2023;  Twee bestuursrapportages die compact en actueel zijn: periodeafsluitingen, vollediger inzicht in afgegeven beschikkingen, lopende zorg en te verwachten declaraties, minder verrassingen op bijvoorbeeld LTA, meer niet-financiële informatie over zorggebruik, etc.;  In of bij alle P&C stukken regionaal overzicht én inzicht in de cijfers per gemeente. Door een wijziging in de regelgeving hebben vanaf 2023 gemeenteraden dertien in plaats van acht weken gelegenheid om hun zienswijze te geven op ontwerpbegroting(swijziging)en.

Om dit mogelijk te maken stelt de GRJR de ontwerpbegroting(swijziging) net als voorheen vast in april maar volgt definitieve vaststelling in september (was juli). 4.1.6

Ontwikkeling en verankering taken van de Uitvoeringsorganisatie GRJR

De begroting van de GRJR bevat een budget Organisatiekosten GRJR om de regionale werkzaamheden uit te kunnen voeren. In de begroting 2023 is de systematiek voor verdeling van deze kosten aangepast aan de situatie waarin met twee inkoopmodellen wordt gewerkt. De GRJR-uitvoeringsorganisatie is ondergebracht bij de Gemeente Rotterdam, die het budget Organisatiekosten als vaste vergoeding ontvangt op basis van een dienstverleningsovereenkomst. De hoogte van dit bedrag is in 2020 bepaald op basis van een formatieplanning voor directe personeel plus een standaardopslag voor ondersteuning. Bij de begroting 2022 is de formatieplanning voor direct personeel aangepast. Voor specifieke taken in het primaire proces wordt gebruik gemaakt van andere Rotterdamse organisatieonderdelen, Dit biedt continuïteitswaarborgen maar veroorzaakt ook kwetsbare afhankelijkheden in het primaire proces van de Uitvoeringsorganisatie. Daarom worden de afspraken over positionering van de ondersteunende diensten in 2013 geëvalueerd. Eventuele financiële effecten zijn dus in deze kadernota nog niet verwerkt.

5. Financieel-technische uitgangspunten 5.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat bestuurlijk relevante, maar tegelijkertijd technische uitgangspunten voor de opstelling van de begroting 2024. Naast de inhoudelijke uitgangspunten zoals benoemd in de vorige hoofdstukken is de indexering van belang voor het financieel perspectief.

5.2 Financieel meerjarenperspectief De uitgangspunten zijn in onderstaand overzicht vertaald in een indicatief meerjarenperspectief. Dit perspectief maakt duidelijk dat er tegenover een eventuele besparing als gevolg van de Hervormingsagenda rekening moet worden gehouden met de ontwikkeling van het prijspeil. Financieel meerjarenperspectief

2023

2024

2025

2026

2027

1: realistische begroting met vertrekpunt 2023

242,4

246,9

250,7

254,7

254,7

2: actualisatie vertrekpunt 2023 o.m. o.b.v. JR22 Zorgkosten structureel

17,2

17,2

17,2

17,2

17,2

Bedragen X € 1 mln

Zorgcontinuïteit MVS

5,4

3. transformatie JH+, driemilieuvoorzieningen

PM

PM

PM

PM

PM

4: gevolgen Hervormingsagenda

PM

PM

PM

PM

PM

PM 265,0

PM 264,1

PM 267,9

PM 271,9

PM 271,9

15,8

15,8

15,8

15,8

14,2

14,2

14,2

12,1

12,1

5: aanpak problemen GI’s 6. indexering 2024 6% 2025 5% 2026 4%

9,4

2027 3% totaal indexering totale lasten incl indexering

265,0

15,8

30,0

42,1

51,5

279,9

297,9

314,0

323,4

Toelichting 1.

Vertrekpunt 2023. In de begroting 2023 is al rekening gehouden met effecten van de inkoop 2023 en maatwerkinschattingen per gemeente, zodat deze begroting als vertrekpunt kan dienen.

2.

Actualisatie vertrekpunt 2023 o.m. o.b.v. jaarrekening 2022. Actuele informatie over de jeugdhulpinzet uit de definitieve jaarrekening 2021 en de bestuursrapportages 2022 maken duidelijk dat de onderbouwing van de begroting 2023 met toenmalige inzichten niet meer actueel is. De jaarrekening 2022 zal dit beeld bevestigen. De volgende aanpassingen zijn nodig om tot een realistische begroting te komen: a.

Zorgkosten A t/m E en overig (met name LTA) minus aandeel MVS is ca +€17,4 mln structureel. Dit is vooral effect aanpassing woonplaatsbeginsel ten opzichte van te lage verwachtingen gemeenten en toename LTA-

gebruik. De bedragen zullen voor de begrotingsopstelling nog worden geactualiseerd op basis van de voorlopige jaarrekening 2022; b.

Zorgkosten MVS zullen in 2023, anders dan begroot, wel als zorgcontinuïteit via de GRJR-contracten als lasten optreden in de GRJR. Hierop wordt de begroting 2023 eenmalig aangepast. Volgens opgave MVS bedragen de kosten ca +€ 5,4 mln. Dit heeft geen gevolgen voor de bijdrage van de andere 12 gemeenten van de GRJR.

3.

Transformatie JH+ en driemilieuvoorzieningen. De gevolgen van de transformatie JH+ en driemilieuvoorzieningen (hogere tarieven vanwege schaalverkleining, frictiekosten, continuïteitsbijdragen) worden verwerkt met de bij begrotingsopstelling beschikbare informatie.

4.

Gevolgen Hervormingsagenda. De gevolgen van de Hervormingsagenda worden pas verwerkt als deze in concrete maatregelen is uitgewerkt die zowel lokale als regionale lastenramingen beïnvloeden, en voor zover de effecten op de regionaal ingekochte hulp onderbouwd zijn met realistische aannames.

5.

Aanpak problemen GI’s. De landelijke afspraken over aanpak van de structurele en de acute problemen van GI’s kunnen leiden tot een hogere subsidie de GI’s voor 2023 en verder. Hiermee wordt in de begrotingswijziging 2023 en begroting 2024 rekening gehouden.

6.

Indexering. Conform GRJR-beleid en zorgcontracten worden de zorg- en subsidiebudgetten als volgt geïndexeerd: a.

90% verondersteld loondeel met OVA-loonindex voorgaand jaar

b.

10% verondersteld prijsdeel met PPC -prijsindex voorgaand jaar.

De indexen worden gepubliceerd door de Nederlandse zorg autoriteit. Bij vaststelling van de ontwerpbegroting 2024 (april 2023) zijn de voorlopige indexen bekend. Bij definitieve vaststelling van de begroting 2024 (september 2024) zijn de definitieve indexen bekend. De inflatie loopt de laatste tijd op, waardoor indexering in de begroting 2023 fors achterloopt op de werkelijke ontwikkeling. Dit verschil wordt in de OVA-index het jaar daarop gecorrigeerd. De verwachting is dus dat de indexatiepercentages aanzienlijk zullen stijgen. Voor indexering van uitvoeringskosten geldt de richtlijn van gemeenten. die aan het begin van het voorafgaande jaar wordt afgegeven door en/of namens colleges van de deelnemende gemeenten. Om een voorlopige indruk te geven wordt in deze kadernota gerekend met in totaal 6% voor 2024, 5% voor 2025, 4% voor 2026 en 3% voor 2027. NB: dit zijn dus nog niet de cijfers van de Nederlandse zorg autoriteit.

5.3 Bijdragenberekening en verrekening realisatieverschillen De regionaal begrote lasten worden gedekt door baten in de vorm van deelnemersbijdragen c.q. inleg in de begroting. Vanaf begroting 2023 wordt als kostenverdeelmethode voor de zorglasten gekozen voor een bijdrageberekening die aansluit op de lastenraming. Deze lastenraming wordt opgebouwd per gemeente en bepaalt de hoogte van de begrote bijdrage van de betreffende gemeente. Gerealiseerde lasten worden bij de jaarrekening vastgesteld. Verschillen per gemeente tussen ingebrachte baten en gerealiseerde lasten worden bij de gemeenten teruggelegd, zodat iedere gemeente alleen betaalt voor zorg aan jeugdigen uit de eigen gemeente. Vanaf 2023 (voor het

eerst over verslagjaar 2022) worden deze verschillen per gemeente direct afgerekend na vaststelling van de jaarrekening.

ONTWERPBEGROTING 2024 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie voor AB 6 april 2023

INHOUDSOPGAVE 1. AANBIEDING ......................................................................................................................... 3 Leeswijzer ................................................................................................................................. 5 Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen ....................... 5 2. PROGRAMMAPLAN ............................................................................................................ 7 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR ................................................................. 7 2.2 Kaders voor de GRJR-begroting................................................................................. 8 2.3 Doelstelling en inzet per opdracht .........................................................................11 3.PARAGRAFEN .....................................................................................................................

23 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................23 3.2 Financiering ....................................................................................................................26 3.3 Bedrijfsvoering...............................................................................................................26 3.4 Rechtmatigheid ..............................................................................................................28 4. FINANCIËLE BEGROTING .............................................................................................. 32 4.1 Overzicht baten en lasten ..........................................................................................32 4.3 Financieel perspectief .................................................................................................37 4.3 Overige toelichtingen en overzichten ...................................................................40 5. VASTSTELLINGSBESLUIT .............................................................................................. 44

2

1. Aanbieding Met de begroting 2024 bepalen de samenwerkende gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) de doelstellingen en middeleninzet voor de inkoop van specialistische jeugdhulp en de jeugdbeschermingsketen in de jeugdhulpregio Rijnmond. Opdracht en ambitie GRJR De gemeenten hebben een gezamenlijke beleidsvisie op de jeugdhulp: de Regiovisie Nabij en Passend. Daarin staat dat de gemeenten bouwen aan een “jeugdhulp-infrastructuur” die aansluit bij “sterke lokale infrastructuren”. Gemeenten zorgen zo dat gezinnen in hun leefomgeving ondersteuning, basishulp en lichte jeugdhulp kunnen vinden die op elkaar aansluiten. En dat op het juiste moment zo nodig ook persoonsgebonden specialistische hulp komt. Om dit mogelijk te maken werken de gemeenten in de GRJR samen aan de opdracht om: 1. Regionale beschikbaarheid van persoonsgebonden hoog-complexe zorg te garanderen; 2. Deze zorg aan te laten sluiten op wat in de deelnemende gemeenten al geregeld is. De GRJR-ambitie is om een regionaal jeugdhulplandschap te overzien en in te richten, waarin gezinnen en jeugdigen tijdig en nabij voor passende hulp terecht kunnen. Middeleninzet 2024 Bij het bepalen van de benodigde middelen voor de regionale beschikbaarheid van zorg moet rekening worden gehouden met diverse invloedrijke ontwikkelingen.

Beleidsvisie, inkoop 2023 en ontwikkelopgaven De eerste uitdaging is om met het aanbod inhoudelijk aan te sluiten op de Regiovisie en de inzet van de gemeenten. Hulp waarbij een kind in (een desnoods vervangende) thuissituatie kan blijven wonen heeft de voorkeur boven (al dan niet tijdelijk) verblijf in een instelling. Dan moet de benodigde voorkeurshulp wel beschikbaar zijn! Per 1 januari 2023 zijn nieuwe regionale contracten afgesloten. Zeven zogenaamde systeemaanbieders bieden samen een dekkend aanbod en leveren in principe alle benodigde hulp zonder onacceptabele wachttijden.1 Met deze aanbieders werken we aan grote ontwikkelopgaven om het aanbod meer in lijn te brengen met de Regiovisie. Ook werken we met deze aanbieders samen om mee te kunnen sturen op instroom, doorstroom en uitstroom. Door het vanaf 2022 aangepaste woonplaatsbeginsel valt een nieuwe groep jeugdigen onder verantwoordelijkheid van regio Rijnmond terwijl ze elders in het land hulp krijgen. Deze zogenaamde maatwerkcontracten leiden sinds 2022 tot meer kosten. Ook stijgen nog steeds de uitgaven voor landelijk gecontracteerde hoog-specialistische jeugdhulp, vaak direct ingeroepen door wettelijk bevoegde medische verwijzers. We willen deze stromen meer bij de regionale systeemaanbieders onderbrengen om er meer grip op te krijgen, om meer te kunnen sturen op efficiëntie en effectiviteit.

1 Met uitzondering van forensische hulp, daarvoor zijn acht aanbieders afzonderlijk gecontracteerd.

Realistische verwachting van jeugdhulpuitgaven en inzet landelijke Hervormingsagenda De hoogte van de budgetten vormt de tweede uitdaging. De afgelopen jaren bleken de uitgaven vaak hoger dan verwacht. Voor een deel was dit door onvoorziene groei, maar ook doordat de uitgaven te laag begroot waren. Om deze laatste afwijking te voorkomen ramen we de budgetten zo realistisch mogelijk. Dat betekent dat we de budgetten aanpassen naar het bestedingsniveau van 2022 (op basis van recente gegevens) en dat we de budgetten indexeren voor loon- en prijsontwikkeling. De mutaties ten opzichte van de begroting 2023 bedragen in totaal € 33,2 mln. De wijzigingen zijn: • Aanpassing van zorgbudgetten naar realisatieniveau 2022 (+ € 12,7 mln.); • Reguliere indexatie over 2023 + 2024 (+ € 20,9 mln.), waarvoor gemeenten accres in de algemene uitkering ontvangen; • Extra indexatie van + € 2,0 mln. in verband met de forse inflatie in 2022, waarvoor tussentijds de prijsindex is aangepast naar 9,25% en gemeenten vanaf 2023 eveneens gecompenseerd worden via de algemene uitkering; • Het wegens succes verlengen van de maatwerk pleegzorg pilot (+ € 0,3 mln.), waarvoor tot 2022 subsidie werd verleend; • Het (weer) opnemen in de begroting van de pleegzorgvergoeding van € 0,5 mln.

zodat daarmee aan landelijke voorschriften wordt voldaan; • Bij verdere uitwerking van de effecten van de eigen inkoop van de MVS-gemeenten zijn de laatste kosten die zij nu zelf inkopen uit de begroting gehaald voor - € 1,3 mln. • Als laatste effect hebben de deelnemende gemeenten aangegeven welke specifieke ontwikkelingen zij in de begroting verwerkt willen hebben. Per saldo is hiermee een effect van - € 1,8 mln. verwerkt. Dit betreft reëel verwachte besparende effecten van beleidsmaatregelen. Voor deze ontwerpbegroting is het meest recente bestuurlijk vastgestelde document, de tweede bestuursrapportage 2022, als uitgangspunt genomen. De verwachting is dat de definitieve realisatiecijfers over 2022 hoger zullen uitvallen. De definitieve begroting zal hierop voor vaststelling worden aangepast. De beoogde landelijke Hervormingsagenda Jeugd gaat over landelijke en lokale beleidswijzigingen die tot lagere kosten moeten gaan leiden. Er is nog niet bekend met welke wijzigingen rekening kan en moet worden gehouden voor de regionale jeugdhulpbegroting. De hervormingsagenda overlapt bovendien deels met de in onze regio al ingezette transformatie, zoals beoogd in de Regiovisie, die al wel in de begroting doorwerken. Samenwerking in de sturing, monitoring en beheersing Zoals de Regiovisie laat zien kan sturing op de jeugdhulp alleen in gezamenlijkheid.

Vanaf 2023 werkt de GRJR met budgetvolumes per gemeente en per aanbieder. Gemeenten en UO sturen samen met de aanbieders kortcyclisch op de werkelijke inzet van de hulp; gemeenten en aanbieders delen snel en adequaat de relevante gegevens met de GRJR. Als ze dat doen kan de GRJR de gemeenten doorlopend actueel inzicht geven in gebruik en budgetuitputting.

4

In 2023 willen we onderzoek doen naar centralisatie van backofficetaken, om de uitgavenontwikkeling tijdiger te zien en achteraf beter te kunnen verantwoorden. Dit is in lijn met de Hervormingsagenda, waarin gemeenten zullen afspreken om te zorgen voor meer landelijke en regionale uniformiteit en minder administratieve lasten.

Leeswijzer Conform het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten (BBV), dat ook voor gemeenschappelijke regelingen geldt, bestaat de begroting uit twee hoofddelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. De beleidsbegroting wordt gevormd door hoofdstuk 2 (het programmaplan) en hoofdstuk 3 (de paragrafen). Hoofdstuk 2 bevat het programma voor 2024 en beschrijft de inhoudelijke kaders voor de financiële begroting. In dit hoofdstuk wordt teruggegrepen op de in 2022 vastgestelde Kadernota 2024. Hoofdstuk 3 gaat in verschillende in het BBV verplichte paragrafen in op bedrijfsmatige aspecten zoals risico’s, bedrijfsvoering en rechtmatigheid. Hoofdstuk 4 is de financiële begroting.

Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) geeft de procedure aan waarmee raden van deelnemende gemeenten worden betrokken bij de totstandkoming van de begroting. Geconcretiseerd voor de begroting 2024 is het proces als volgt: • Op 6 april 2023 behandelt het algemeen bestuur (AB) de ontwerp-begroting; • Het dagelijks bestuur (DB) zendt de ontwerp-begroting voor zienswijze toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij deze twaalf weken in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze naar voren te brengen; • Binnen twaalf weken, uiterlijk 7 juli 2023, brengen de raden van de deelnemende gemeenten bij het DB hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren. Het verzoek aan gemeenten is om de conceptzienswijzen al eerder te delen met de GRJR. • Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen en de definitieve jaarrekeningcijfers 2022 worden verwerkt. • Uiterlijk 1 september 2023 biedt het DB de ontwerp-begroting met zienswijzen aan het AB aan. • Het AB besluit op 8 september 2023 definitief over de begroting. • Nadat deze is vastgesteld, zendt AB de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

• Het DB zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september 2023 aan gedeputeerde staten.

5

Hoofdstuk 2 PROGRAMMAPLAN

6

2. Programmaplan 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR 2.1.1 Samen werken aan de jeugdhulp in Rijnmond De GRJR is een samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. De gemeenten besloten in 2014 om in het openbaar lichaam GRJR gemeenschappelijk de specialistische jeugdhulp in te kopen en jeugdbescherming en -veiligheid te bieden. Het jaar 2024 is het tweede jaar dat we werken met twee inkoop- en bekostigingsmodellen voor 10 gemeenten en daarnaast de MVS-gemeenten. 2.1.2 Ambitie in de samenwerking De gemeenten hebben een gezamenlijke visie op de jeugdhulp: de Regiovisie Nabij en Passend. Daarin staat dat de gemeenten bouwen aan een “jeugdhulp-infrastructuur” die aansluit bij “sterke lokale infrastructuren”. Gemeenten zorgen zo dat gezinnen in hun leefomgeving ondersteuning, basishulp en lichte jeughulp kunnen vinden die op elkaar aansluiten. En dat op het juiste moment zo nodig ook persoonsgebonden specialistische hulp komt. Om dit mogelijk te maken werken de gemeenten in de GRJR samen om: 1. Regionale beschikbaarheid van persoonsgebonden hoog-complexe zorg te garanderen; 2. Deze zorg aan te laten sluiten op wat in de deelnemende gemeenten al geregeld is.

De GRJR-ambitie hierbij is om het regionaal jeugdhulplandschap te overzien en zo in te richten dat gezinnen en jeugdigen tijdig en nabij voor passende hulp terecht kunnen. De GRJR stuurt op het niveau van jeugdhulpaanbieders en het zorglandschap. De sturing op en coördinatie van de daadwerkelijke inzet van jeugdhulp zijn taken van de individuele gemeenten. Voorbeeld van beleidsmatige sturing is de regioagenda bij de regiovisie, waar de gemeenten lokaal en in een regionaal programmateam verder invulling aan geven. Voorbeeld van operationele sturing is de toewijzing van jeugdhulp en validatie van declaraties door lokale teams. 2.1.3 Taken GRJR De GRJR is volgens de regeling verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: • Contracteren of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet; • Contracteren of subsidiëren van uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbescherming in het kader van de Jeugdwet en het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis); • Bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten over de uitvoering van de jeugdhulptaken. Hieronder valt ook het met informatievoorziening faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen. De uitvoering moet gebeuren binnen afspraken op bovenregionaal of landelijk niveau.

7

2.2 Kaders voor de GRJR-begroting 2.2.1 Doelen Jeugdwet Een gemeente heeft op grond van de Jeugdwet de verplichting om een jeugdige: a. Gezond en veilig op te laten groeien; b. In staat te stellen te groeien naar zelfstandigheid; c. In staat te stellen voldoende zelfredzaam te zijn en mee te doen in de maatschappij; d. En hiertoe een verordening op te stellen die het aanbod aan individuele en overige voorzieningen jeugdhulp op een voor de Jeugdige onderscheidende wijze beschrijft. Voor de nakoming van deze verplichting is een fijnmazige ondersteuningsstructuur ontwikkeld die voorziet in de nodige hulp. Dit systeem heeft als doel om gezinnen die belemmeringen in de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen ondervinden op een zo vroeg mogelijk moment te ondersteunen en waar nodig zwaardere hulp in te zetten. De ondersteuningsstructuur kent grofweg een vierdeling: • 0e lijn, vrijwilligers, welzijnsorganisaties, sport- en beweegaanbieders, onderwijs etc.; • 1e lijn, het lokale team als uitvoerder van basishulp. Dit binnen het sociaal domein en in samenwerking met andere wettelijke verwijzers in de jeugdhulp.

Naast de basishulp voor jeugdigen zorgt een lokaal team voor intensieve vrijwillige hulp (IVH), laagintensieve begeleiding bij chronische problematiek en hulp voor zorgmijders; • 2e lijn; vormen van zorg waarvoor vanuit het lokale team verwijzing of een nadere opdracht/toewijzing aan een regionaal gecontracteerde hulpaanbieder nodig is; • 3e lijn; vormen van landelijk gecontracteerde zorg die niet is opgenomen in de bovenstaande 2de lijn. Wat doet de GRJR De GRJR zorgt voor het aanbod van ondersteuning, hulp en zorg door aanbieders van 2elijns jeugdhulp. De GRJR realiseert dit aanbod door regionale inkoop, plus aanvullende inzet van buiten-regionale maatwerkvoorzieningen en landelijk ingekochte voorzieningen. Jeugdbescherming en -reclassering en Veilig Thuis worden door middel van subsidiëring mogelijk gemaakt. Waar aanvullend nodig worden subsidies verleend. 2.2.2 Ontwikkeldoelen Regiovisie en inkoopstrategie Het huidige zorglandschap (het beschikbare aanbod van jeugdhulp) is nog niet voldoende ingericht om de hulp te kunnen inzetten op de manier waarop gemeenten dat in de Regiovisie voor ogen hebben: nabij en passend. Op basis van de Regiovisie zijn daarom in de inkoopstrategie voor de komende jaren ontwikkeldoelen uitgewerkt. De bijbehorende ontwikkelopgaven zijn vanaf 2023 onderdeel van de contracten met systeemaanbieders en worden in partnerschap uitgewerkt.

De ontwikkeldoelen zijn:

8

Doel 1: Hulp aan de jeugdige moet nabij en passend zijn • Nabij: de hulp wordt binnen het sociale netwerk van de jeugdige geboden (ambulante hulp), het sociale netwerk wordt betrokken en ingeschakeld, zodat duurzame oplossingen ontstaan. • Passend: de hulp wordt kort en bondig geboden, zodat er geen onnodige afhankelijkheidssituatie ontstaat. Hierbij wordt ingezet op interventies, methodieken, richtlijnen en aanpakken die passen bij de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en bewezen effectief zijn, tegen zo laag mogelijke kosten. Doel 2: Regionaal sluit aan op lokaal De regionale jeugdhulpdienstverlening sluit naadloos aan op lokaal aangeboden zorg in het kader van de jeugdhulp alsmede op het lokale netwerk; aanbieders en maatschappelijke partners weten elkaar te vinden, te ondersteunen op kennis, vaardigheden en expertise en vormen een geheel met elkaar, zodat de jeugdige een vloeiend verlopende behandeling heeft richting goed functioneren, passend in de samenleving. Doel 3: jeugdigen groeien zoveel mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Wanneer jeugdigen niet langer thuis kunnen wonen, groeien jeugdigen zo veel mogelijk op binnen een pleeggezin/gezinshuis.

Om dit mogelijk te maken is het van belang om: • het aanbod van pleegouders/gezinshuizen dusdanig groot te laten zijn, dat er te allen tijde een beroep gedaan kan worden op een pleegouder (ook in deeltijd); eventuele alternatieve gezinssituaties worden gecreëerd om te voorkomen dat een tekort aan plekken ontstaat; • in te zetten op behoud van pleegouders/gezinshuizen. Daarbij is een versterking van de samenwerking tussen de opdrachtnemer en de casusregisseur noodzakelijk. Dit moet ervoor zorgen dat jeugdigen in een pleeggezinssituatie kunnen blijven. Doel 4: Minimale inzet van bedden Het perspectief is altijd gericht op behandeling in gezamenlijkheid met het gezin en onderwijs dat past. Daarin worden bedden zo kort als mogelijk ingezet, maar wel zo lang als nodig. Dit vraagt om domein overstijgend denken, omdat kinderen zelden enkelvoudige problematiek hebben. De beschikbare bedden zijn daarom ook flexibel inzetbaar, zodat ook voor jeugdigen in de residentiele zorg opvoeden en opgroeien normaliseert en dat waar mogelijk het sociale netwerk ingezet wordt. Daar waar thuis blijven wonen echt niet (meer) mogelijk is, is het van belang dat er voldoende capaciteit voor langdurige opvang beschikbaar is met de mogelijkheid om integrale zorg te bieden.

Doel 5: Kosteneffectiviteit In de aanbesteding 2023 zijn bovenstaande vier doelstellingen (met ontwikkelopdrachten) behorende bij regiovisie vastgelegd. Daarnaast is in de aanbesteding een doelstelling (met ontwikkelopdrachten) behorende bij monitoring en sturing vastgelegd, die gaat over inzicht in kosteneffectiviteit.

9

Op deze doelen moet zichtbaar resultaat behaald worden. In 2023 en 2024 wordt daarom niet alleen samen aan de ontwikkelopgaven zelf gewerkt en gestuurd op zorglandschapsniveau en in het contractmanagement, maar wordt ter ondersteuning daarvan ook aanvullende informatievoorziening over de resultaten ingericht die stevigere sturing mogelijk moet maken. 2.2.3 Kadernota GRJR 2024 Op grond van artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) stuurt de GRJR jaarlijks de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het bestuur van de GRJR heeft al in een vroeg stadium, bij besluit van 16 december 2022, de kaders voor de begroting 2024 aangegeven in de Kadernota GRJR 2024. De hierin vastgelegde begrotingsuitgangspunten zijn hieronder samengevat: 1. Vertrekpunt 2023. In de begroting 2023 is al rekening gehouden met effecten van de inkoop 2023 en maatwerkinschattingen per gemeente, zodat deze begroting als vertrekpunt kan dienen. 2. Actualisatie vertrekpunt 2023 onder meer op basis van jaarrekening 2022. Actuele informatie over de jeugdhulpinzet uit de definitieve jaarrekening 2021 en de bestuursrapportages 2022 maken duidelijk dat de onderbouwing van de begroting 2023 met toenmalige inzichten niet meer actueel is. De jaarrekening 2022 zal dit beeld bevestigen. 3. Transformatie JeugdhulpPlus en driemilieuvoorzieningen.

De gevolgen van de transformatie JeugdhulpPlus en driemilieuvoorzieningen (hogere tarieven vanwege schaalverkleining, frictiekosten, continuïteitsbijdragen) worden verwerkt met de bij begrotingsopstelling beschikbare informatie. 4. Gevolgen Hervormingsagenda. De gevolgen van de Hervormingsagenda worden pas verwerkt als deze in concrete maatregelen is uitgewerkt die zowel lokale als regionale lastenramingen beïnvloeden, en voor zover de effecten op de regionaal ingekochte hulp onderbouwd zijn met realistische aannames. 5. Aanpak problemen Gecertificeerde Instellingen (GI’s). De landelijke afspraken over aanpak van de structurele en de acute problemen van GI’s kunnen leiden tot een hogere subsidie aan de GI’s. Hiermee wordt in de begrotingswijziging 2023 en begroting 2024 nog geen rekening gehouden, omdat de uitwerking nog niet in het stadium van financiële vertaling is. 6. Indexering. Conform GRJR-beleid en zorgcontracten worden de zorg- en subsidiebudgetten als volgt geïndexeerd2: a. 90% verondersteld loondeel met OVA-loonindex voorgaand jaar b. 10% verondersteld prijsdeel met PPC -prijsindex voorgaand jaar. De indexen worden gepubliceerd door de Nederlandse zorg autoriteit. Bij vaststelling van de ontwerpbegroting 2024 (april 2023) zijn de voorlopige indexen bekend. Bij definitieve vaststelling van de begroting 2024 (september 2024) zijn de definitieve indexen bekend.

2 In de nieuwe contracten per 1 januari 2023 is een anders geformuleerde indexatiebepaling opgenomen. De

afwijkende formulering kan nog leiden tot bijstelling van de indexatieberekeningen. 10

Voor indexering van uitvoeringskosten geldt de richtlijn die aan het begin van het voorafgaande jaar wordt afgegeven door en/of namens colleges van de deelnemende gemeenten.3

2.3 Doelstelling en inzet per opdracht Het hiervoor omschreven beleid krijgt invulling in de afzonderlijke opdrachten en deelbudgetten die hierna worden toegelicht. De volgorde in deze toelichting is in lijn gebracht met de prioriteiten in het beleid en de samenhang tussen de verschillende onderdelen: Ambulante hulp -> Daghulp -> Pleeghulp -> Langdurig verblijf -> Opname met behandeling -> Niet regionaal ingekochte hulp. 2.3.1 Ambulante hulp (opdracht E) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen in de thuissituatie aan de jeugdige die wordt beperkt in zijn functioneren de nodige behandeling en ondersteuning geven. De jeugdige leert omgaan met een mogelijk blijvende beperking in het functioneren, gericht op het vergroten en/of behoud van de zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval. Perspectief daarbij is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek. De zwaarste vormen van ambulante hulp zijn bedoeld om een opname van de jeugdige te voorkomen of vervangen. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Ambulante hulp

Aantal Aantal toewijzingen jeugdigen Opdracht E 2019 12.887 11.973 2020 11.108 8.432 2021 12.143 8.588 2022 *) 10.566 8.319

Toewijzingsduur in weken Weektarief 185 51 228 51 249 49 262 48

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte ambulante hulp en ondersteuning is flexibel in tijd, intensiteit en specialisme. De hulp en ondersteuning wordt gericht op en (zoveel als mogelijk) uitgevoerd in het gebied waar de jeugdige leeft. De hulpverleners zijn bekend met dat gebied en de partners in dat gebied. Ze zorgen samen met het Lokale Team voor continuïteit in de hulpverlening. Onder ambulante hulp vallen ook multidisciplinaire teams, zoals SPAN en FACT, die door het

3 De richtlijn is inmiddels bekend. De uitvoeringskosten worden conform deze richtlijn geïndexeerd met

8,40%. 11

Lokale Team (of een andere wettelijke verwijzer als casusregisseur) snel en integraal worden ingezet. Tot 1 jan 2023 liep het project wachttijden wat heeft geleid tot een gemiddelde wachttijd van 14 weken (de zogenaamde Treeknorm). We hebben ambitie om de gemiddelde wachttijd onder de treeknorm te houden en ervoor te zorgen dat get gemiddelde verder daalt zodat de grootste groep wachtenden op E-hulp minder dan 14 weken wacht. Wat mag het kosten

Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 42.294.914 46.702.929 49.637.184 35.383.874 34.188.201 *) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.2 Daghulp (D) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen dagbehandeling geven aan jeugdigen: • met gedragsproblematiek waarvan nog niet bekend is wat het is; • met een medisch probleem en ontwikkelingsproblemen die daarvoor dagbehandeling en verpleegkundige zorg nodig hebben; • die (hoog) specialistische SGGZ-dagbehandeling nodig hebben. Voor alle vormen van dagbehandeling geldt dat er een ontwikkelopdracht ligt in het aansluiten op de lokale infrastructuur (zie ontwikkeldoel 1 nabij en passend). Er wordt zo veel mogelijk ambulant in de omgeving van het kind gewerkt, dus samen met school en thuis. Dagbehandeling is aanvullend. Het perspectief is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek is, en/of dat de jeugdige vaardigheden vergroot en/of behoudt. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Daghulp

Aantal Aantal Opdracht D toewijzingen jeugdigen 2019 1.223 1.036 2020 1.230 995 2021 1.544 1.200 2022 *) 1.688 1.324

Toewijzingsduur Weektarief in weken 589 43 697 43 755 41 797 41

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Wat gaan we daarvoor doen

12

De ingekochte hulp wordt bij voorkeur naschools of in de schoolsituatie aangeboden, zodat de jeugdige op school kan blijven meedoen. Voor jongere kinderen wordt samengewerkt met kinderdagverblijven (KDV). Voor kinderen die niet naar een KDV gaan wordt de jeugdhulpdiagnosestelling gekoppeld aan de reguliere screening in het (speciaal) basisonderwijs, zodat ook dan vroegtijdig hulp geboden kan worden. Geen onderdeel van D zijn lokale vormen van daghulp, zoals vervanging van onderwijs, combinaties van behandeling en onderwijs, naschoolse opvang, dagbehandeling gericht op werk, het daghulp aanbod voor de doelgroep Jeugd met een beperking en chronische GGZproblematiek (zoals oude AWBZ-GGZ-doelgroep of uitbehandeld autisme). De regionale daghulpaanbieders hebben een ontwikkelopdracht die aansluit op afspraken met samenwerkingsverbanden uit het onderwijs, het ‘voorveld’ en het Centrum voor Jeugd en Gezin om de uitstroom te bevorderen vanuit dagbehandeling richting (speciaal) onderwijs en bijvoorbeeld welzijns- en jongerenwerk en vrijwilligers rond de jeugdige. Wat mag het kosten

Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 14.511.471 19.097.159 25.674.535 16.235.504 15.363.028 *) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.3 Pleeghulp (A) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen pleegzorg geven als het wonen in de thuissituatie niet mogelijk is. Ambulante hulp en daghulp in het oorspronkelijke gezin zijn niet altijd de oplossing. Het pleeggezin is de nieuwe woonomgeving voor het kind. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Pleeghulp

Aantal Aantal toewijzingen jeugdigen Opdracht A 2019 2.425 2.079 2020 2.687 2.169 2021 3.535 2.204 2022 *) 2.410 1.934

Toewijzingsduur in weken Weektarief 246 114 247 142 260 110 263 103

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO.

Wat gaan we daarvoor doen

13

De ingekochte pleegzorg houdt rekening met de identiteit van een kind. Daarom heeft bij de keuze voor pleegzorg de inzet van een netwerk-pleeggezin de voorkeur. Daarnaast is het streven om die nieuwe woonomgeving dichtbij de oude te realiseren. Daarmee kan de band met ouder(s), broers/zussen, school, sport en buurt worden gecontinueerd. Er zijn ook situaties waarin juist afstand van oorspronkelijke omgeving en gezin gewenst is. Om de continuïteit te waarborgen is pleegzorgbegeleiding en indien nodig direct bij te schakelen ambulante hulpverlening beschikbaar. Ondanks campagnes in 2020/2021 gevoerd voor het aantrekken van pleeggezinnen is een daling in het aantal pleeghulpplaatsingen zichtbaar. De gemeenten willen juist vaker pleeghulp inzetten in plaats van hulp met verblijf. Daarom is in de nieuwe contracten met systeemaanbieders een van de centrale ontwikkelopdrachten om het aantal pleeggezinnen omhoog te krijgen. Speciale aandacht is nodig voor pleegzorg in de leeftijdscategorie 14 jaar tot 21 jaar. Als geen pleeggezinnen in de nabijheid zijn, kan een gezinshuis een goed alternatief vormen (zie onder langdurig verblijf). Wat mag het kosten

Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 23.548.689 22.710.310 22.571.827 21.260.682 21.417.392 *) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.4 Langdurig verblijf (C) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen langdurig verblijf geven aan een jeugdige, als het niet lukt om terug te keren naar de thuissituatie of een pleeggezin. Het gaat om kinderen met ernstige problematiek, veroorzaakt door bijvoorbeeld verstoorde gehechtheid, trauma, autisme, getuige of slachtoffer zijn van huiselijk geweld, seksueel misbruik of andere vormen van mishandeling en/of verwaarlozing. Door een ernstig verstoorde basis ontstaan achterstanden in de sociaal- en emotionele ontwikkeling en vaak ook een psychische stoornis die leidt tot (ernstig) afwijkend gedrag. Mede hierdoor kunnen deze jeugdigen niet terecht bij een netwerk- of pleeggezin. Ze hebben een integrale combinatie van vervangende opvoeding en begeleiding nodig. Het perspectief is gericht op maximaal (ondersteunen tot) zelfstandig wonen, doen wat je zelf kan en (tijdelijke) overname daar waar het zelf niet lukt. De hulp is gericht op meedoen in de maatschappij.

14

Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Langdurig verblijf

Aantal Aantal toewijzingen jeugdigen Opdracht C 2019 399 336 2020 409 318 2021 519 343 2022 *) 433 339

Toewijzingsduur in weken Weektarief 1.059 49 1.237 61 1.346 54 1.422 55

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Wat gaan we daarvoor doen Bij het ingekochte langdurig verblijf ligt de focus op een stabiele bekende plek, rust en regelmaat en passende dagbesteding en onderwijs. Mogelijke vormen zijn: C1: Gezinshuizen (en kleinschalige groepen, voorheen C4) C2: Kamertraining (en begeleid zelfstandig wonen) C3: Beschermd wonen Opvang in een kleinschalige woonvorm of gezinshuis is bedoeld voor kinderen tot 12 jaar, die het beste thuis of in een pleeggezin kunnen opgroeien, maar waarbij dat niet mogelijk is. Een gezinshuis kan ook een goed alternatief vormen als er geen pleeggezin in de nabijheid is. Voor de oudere jeugdige kan ook kamerbewoning of beschermd wonen in beeld komen. Bij het langdurige verblijf kan ook behandeling of intensieve begeleiding worden ingezet. Deze ondersteuning krijgt de jeugdige in de instelling waar deze verblijft. In de regio wordt toegewerkt naar minder kinderen in behandeling met verblijf, een kind plaatsen in behandeling met verblijf is de laatste ultieme inzet. Het aanbod van kleinschalige alternatieven wordt vergroot, waardoor er meer afschalingsmogelijkheden zijn in een doorgaande lijn, met zo min mogelijk plaatsingen in opnamesettings en landelijk gecontracteerde voorzieningen (LTA). Wat mag het kosten

Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 10.518.702 14.258.400 19.647.499 20.719.969 21.390.221 *) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.5 Behandeling met verblijf/Opname (B) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen, als het echt nodig is, een jeugdige laten behandelen in combinatie met vervangende opvoeding en daghulp/dagbesteding. Het perspectief is het binnen een afzienbare periode (weer) thuis kunnen wonen. Hierbij wordt gekeken naar de 15

opvoedsituatie, wat de ouders en het gezin nodig hebben om een terugkeer mogelijk te maken, de opvoeding zelf weer op te kunnen pakken, en terugkeer naar (passend) onderwijs te laten plaatsvinden. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Behandeling met verblijf/Opname

Aantal Aantal toewijzingen jeugdigen Opdracht B 2019 1.467 1.041 2020 1.378 931 2021 1.602 964 2022 *) 1.460 914

Toewijzingsduur in weken Weektarief 2.209 43 2.485 46 2.665 41 2.938 42

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte behandeling met verblijf is in verschillende vormen beschikbaar: • B1: lichte behandeling met verblijf (opname) • B2: gesloten jeugdhulp/jeugdzorg+ • B3: zwaardere behandeling met verblijf (opname intensieve behandeling) • B4: zwaardere behandeling in gedwongen/gesloten kader (gesloten behandelsetting). Eerde is ontwikkeldoel 4 beschreven: minimale inzet van bedden (flexibeler beddeninzet, kortere ligduur). Door het tijdelijk vergroten van het aanbod van langdurige verblijfsvormen kunnen kinderen vanuit een behandelopname sneller doorstromen. Met alle betrokken zorgaanbieders, gemeenten, GI’s en zorgbemiddeling wordt gewerkt aan het creëren van een dekkend zorglandschap, maar ook overbruggingszorg, betere afschaling, snellere doorstroom en daardoor kortere wachttijden. Opname-voorkomende en opnameverkortende trajecten staan daarin centraal. Landelijk en bovenregionaal wordt gewerkt aan verdere transformatie van de gesloten jeugdzorg (JH+), met meer ambulante hulp en kleinschalige (tijdelijke) woonvormen voor jeugdigen met een “gesloten machtiging”. Richtpunt is de motie “Beweging naar 0”. Het betreft een complexe opgave met grote bestuurlijke en financiële beslissingen en risico’s over veel jeugdhulpregio’s heen. Inmiddels hebben de rijksoverheid en de VNG een landelijke rol opgenomen om kaders te scheppen voor de toekomst van de JH+.

Wat mag het kosten

Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 62.646.861 66.238.505 76.663.687 64.150.989 62.934.815 *) inclusief eerste begrotingswijziging

16

2.3.6 Crisiszorg: Crisishulp (F), Crisis Interventie Team (G) en GGZ-crisisdienst (I4) Wat willen we bereiken Crisishulp is beschikbaar wanneer nodig en te allen tijde geborgd. Er is één toegang tot crisishulp. Crisishulp wordt tot een minimum teruggebracht door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp. Wat gaan we daarvoor doen De toegang tot crisishulp wordt gevormd door het Crisis Interventie Team waarin ook expertise van de acute diensten van GGZ-aanbieders is gewaarborgd. Hiervoor krijgen Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en GGZ-aanbieders subsidie. Het CIT kan rechtstreeks benaderd worden door politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners en ook ouders en kinderen. De GGZ-crisisdienst is alleen bereikbaar voor huisartsen, politie, centrum eerste hulp en andere hulpdiensten. In de 24/7 crisisdienst beoordelen artsen en sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen of en zo ja welke acute (psychiatrische) hulp moet worden geboden. Als de crisismelding een jeugdige betreft dien nog niet eerder in crisis verkeerde, wordt na de beoordeling door het crisisteam direct crisishulp ingezet. De systeemaanbieders organiseren hiervoor een gezamenlijk coördinatiepunt met een plaatsingscoördinator.

Crisishulpverlening kan bestaan uit snelle en intensieve begeleiding in de thuissituatie (ambulante crisishulp), tijdelijk verblijf in het eigen netwerk of een pleeggezin (crisispleegzorg) of crisisopvang/crisisopname in een instelling (crisisopvang). Crisishulp is per definitie kortdurend (maximaal 4 tot 8 weken). Spoedhulp valt niet onder crisishulp. En er wordt geen crisishulp geboden aan bestaande cliënten van systeemaanbieders; zij moeten in staat zijn om passende vervolghulp te regelen binnen de keten van jeugdhulp. Wat mag het kosten De subsidie voor het CIT is onderdeel van de subsidie aan Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (zie verderop onder 2.3.8). Onderstaande bedragen zijn dus exclusief CIT. Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 8.777.884 9.414.251 10.170.364 9.444.332 9.854.044 *) inclusief eerste begrotingswijziging

NB. Er zijn signalen dat er afname gaande is van crisishulp, in het kader van de inkoopimplementatie van de nieuwe contracten is hierover nog gesprek met de aanbieders gaande. Mogelijk kan in de definitieve begroting 2024 het begrote bedrag voor 2024 omlaag.

17

2.3.7 Niet-regionaal ingekochte jeugdhulp (I) Buitenregionale plaatsingen (BRP) Wat willen we bereiken De subsidie voor buitenregionale plaatsingen is bedoeld voor de financiering van jeugdhulpplaatsingen bij zorgaanbieders buiten de regio. Hier wordt alleen in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik van gemaakt als het regionale aanbod redelijkerwijs niet in de behoefte kan voorzien. Wat gaan we daarvoor doen Deze begrotingspost bestaat uit twee vormen van buitenregionale plaatsingen, namelijk buitenregionale pleegzorgplaatsingen en individuele maatwerkcontracten met nietgecontracteerde jeugdhulpaanbieders buiten de regio. Door aanpassing van het woonplaatsbeginsel zijn met ingang van 2023 relatief veel lopende zorgcontracten-op-maat met aanbieders buiten de regio overgekomen en gecontinueerd. Wat mag het kosten

Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 2.485.448 2.569.374 2.333.646 10.906.961 10.805.543 *) inclusief eerste begrotingswijziging

NB. Gemeenten zijn bezig met het beoordelen van het al dan niet doorzetten van maatwerkcontracten die vanwege het woonplaatsbeginsel zijn overgenomen met een looptijd tot medio 2023. Mogelijk wijzigt dit bedrag dus bij de definitieve begroting 2024. Landelijke inkoop (LTA) Wat willen we bereiken Gemeenten en wettelijke verwijzers kunnen hoog-specialistische zorgvoorzieningen inzetten waarvan het aanbod landelijk is georganiseerd. Wat gaan we daarvoor doen De VNG sluit voor deze hoogspecialistische hulp contracten met jeugdhulpaanbieders namens alle gemeenten. Uitgangspunt hierbij is dat er sprake is van weinig cliënten en een landelijke spreiding. Daarnaast is er een aantal landelijk georganiseerde functies die weliswaar niet rechtstreeks zorg voor jeugd raken maar wel randvoorwaardelijk zijn voor het functioneren van het stelsel rondom jeugdhulp. De functies die landelijk zijn gecontracteerd zijn: 1. Topklinische GGZ (eetstoornissen, autisme, forensische en orthopsychiatrie, persoonlijkheidsstoornissen, trauma en gezin, dwang angst en tics, psychotrauma, neuropsychiatrie); 18

2. Verblijf en behandeling Jeugdigen sterk Gedragsgestoord Licht Verstandelijk Beperkt (JSG LVB; 3. Diagnostiek, observatie en exploratieve behandeling LVB & GGZ; 4. Jeugdigen in een universitair medisch centrum; 5. Jeugd GGZ in academische behandelcentra; 6. Landelijke opvang en behandeling slachtoffers seksuele uitbuiting en eergerelateerd geweld; 7. ARFID en Onzindelijkheid; 8. JeugdzorgPlus ZIKOS; 9. Jeugdigen zintuiglijk beperkt; 10. Jeugd GGZ voor Chromosomale gebonden genetische syndromen; 11. Jeugd GGZ voor Jeugdigen met FASD; 12. Landelijk werkende klinieken voor Gezinspsychiatrie; 13. Kliniek intensieve behandeling Autisme; 14. Gastplaatsingen High Intensive Care. De kosten van deze landelijke gecontracteerde hulp zijn moeilijk te beïnvloeden, omdat de inzet doorgaans volgt op een rechtstreekse medische verwijzing. De lokale teams zijn daar meestal niet bij betrokken. In 2023 en 2024 wordt verder onderzoek gedaan naar de onderliggende verwijsstromen en de beïnvloedbaarheid daarvan. Wat mag het kosten

Jaareinde verwachting Realisatie Realisatie 2e Burap Begroting Begroting JR2020 JR2021 2022 2023 *) 2024 13.532.893 17.570.242 21.347.478 21.849.048 22.879.884 *) inclusief eerste begrotingswijziging

2.3.8 Zorgbemiddeling en Niet-wettelijke taken GI’s (G) Wat willen we bereiken Daar waar afstemming en sturing nodig is omdat een zorgvraag van een jeugdige niet simpel valt toe te wijzen aan één aanbieder, is het team zorgbemiddeling aan zet. Zorgbemiddeling functioneert met een integrale blik en bundelt kennis vanuit in ieder geval jeugdhulp, GGZ, LvB, sociaal domein en veiligheid. De zorgbemiddelingstafels worden tot een onafhankelijk regionaal expertiseteam doorontwikkeld. Wat gaan we daarvoor doen Bij de Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond zijn (naast de wettelijke taken) diverse aanvullende (niet-wettelijke) taken gelegd: • Zorgbemiddeling • Kennis- en Service Centrum voor Diagnostiek (dat onder andere diagnostisch onderzoek uitvoert en instemmingsverklaringen voor gesloten plaatsingen afgeeft).

19

Wat mag het kosten Het budget voor zorgbemiddeling en het KSCD maakt deel uit van de subsidie Jeugdbescherming/Jeugdreclassering (zie 2.3.9). 2.3.9 Wettelijk taken Jeugdbescherming en jeugdreclassering (G) Wat willen we bereiken Kinderen hebben het recht om veilig op te groeien zodat ze later als evenwichtige volwassenen volwaardig kunnen meedoen in de maatschappij. Ouders zijn hiervoor het eerstverantwoordelijk. Als die hun pedagogische verantwoordelijkheid niet nemen of waarmaken, kan de veiligheid en ontwikkeling van het kind ernstig bedreigd worden. Dan is soms jeugdbescherming nodig. De wettelijke taken jeugdbescherming en jeugdreclassering (JB/JR) worden uitgevoerd door gecertificeerde instellingen (GI’s). Deze instellingen voldoen aan een normenkader dat de instellingen stimuleert en ondersteunt om continu de kwaliteit van de eigen organisatie te verbeteren en te borgen. Het normenkader heeft daarnaast als doel dat de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid voor jeugdigen en het gezin worden geborgd. Wat gaan we daarvoor doen De GRJR subsidieert GI’s. Het grootste deel van de maatregelen JB/JR wordt uitgevoerd door de GI Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). Landelijk en regionaal werken we aan de vereenvoudiging van de Jeugdbeschermingsketen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3528/documents/29561