68. 583034 Raadsvoorstel verordening bekostiging leerlingenvervoer Albrandswaard 2023.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: Verordening bekostiging leerlingenvervoer Albrandswaard 2023
College van burgemeester en wethouders 13 september 2022
Portefeuillehouder Mieke van Ginkel
Zaaknummer 583034
Openbaar
E-mailadres opsteller: j.brandwijk@bar-organisatie.nl
Geadviseerd besluit 1. de verordening bekostiging leerlingenvervoer Albrandswaard 2023, onder gelijktijdige intrekking van de verordening leerlingenvervoer Albrandswaard 2022, vast te stellen.
1/3
Raadsvoorstel Inleiding De gemeenteraad heeft de wettelijke plicht een regeling vast te stellen voor de bekostiging van leerlingenvervoer. Op dit moment maakt de gemeente gebruik van de verordening leerlingenvervoer Albrandswaard 2022. Het voornaamste deel van de inhoud en opzet stamt uit 2018. De ontwikkelingen in het sociaal domein en specifiek in het passend onderwijs vragen om een actualisatie van de verordening. Daartoe dient de verordening leerlingenvervoer Albrandswaard 2022 te worden gewijzigd. Beoogd effect De verordening zorgt voor een goede juridische basis zodat kinderen in de gemeente Albrandswaard gebruik kunnen maken van leerlingenvervoer. Argumenten 1.1 De verordening dient gewijzigd te worden De verordening dient geactualiseerd te worden als gevolg van ontwikkelingen in het passend onderwijs. 1.2 Wijziging is in lijn met modelverordening VNG Voor de actualisatie is de nieuwe modelverordening van de VNG als uitgangspunt genomen. Overleg gevoerd met Intern: portefeuillehouder, beleidsadviseurs Wmo, kwaliteitsmedewerker, toegangsmedewerkers leerlingenvervoer, juridische zaken. Extern: samenwerkingsverbanden: RiBA, Koers VO en Berséba. Kanttekeningen N.v.t. Uitvoering/vervolgstappen De voorwaarden uit de verordening worden vanaf de dag na de datum van bekendmaking gebruikt bij het beoordelen van aanvragen leerlingenvervoer.
Financiën De voorwaarden voor het gebruik maken van het leerlingenvervoer zijn in de verordening vastgelegd. De taken worden uitgevoerd binnen de bestaande begrotingskaders. Communicatie/participatie na besluitvorming De nieuwe verordening wordt op de bij wet bepaalde wijze gepubliceerd. De nieuwe verordening is te raadplegen op lokaleregelgeving.overheid.nl.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Wijzigingen op hoofdlijnen - verordening bekostiging leerlingenvervoer Albrandswaard 2023.docx MAA advies bekostiging leerlingenvervoer 2023.pdf Antwoordbrief MAA advies bekostiging leerlingenvervoer 2023.docx Resultaten Enquete Doelgroepenvervoer.pdf Raadsbesluit - Verordening bekostiging leerlingenvervoer Albrandswaard 2023.docx
2/3
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Verordening bekostiging leerlingenvervoer Albrandswaard 2023
Zaaknummer: 583034
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 13 september 2022, gelet op Wet op het primair onderwijs Wet op het voortgezet onderwijs Wet op de expertisecentra;
BESLUIT: 1. de verordening bekostiging leerlingenvervoer Albrandswaard 2023, onder gelijktijdige intrekking van de verordening leerlingenvervoer Albrandswaard 2022, vast te stellen.
3/3
Wijzigingen op hoofdlijnen – verordening bekostiging leerlingenvervoer Albrandswaard 2023 In verband met het aantal wijzigingen en de vernieuwde structuur van de verordening is voor de overzichtelijkheid niet gekozen voor een waswordt-lijst, maar voor een overzicht met de belangrijkste wijzigingen. Wijziging 1.1
Toelichting
De verordening wordt in lijn gebracht met nieuwe landelijke verordening van de VNG.
1.2
De geactualiseerde verordening heeft een nieuwe opzet en indeling waardoor de verordening logischer en duidelijker is.
Hiermee wordt duidelijker dat eerst het recht op een vergoeding wordt vastgesteld (beoordelingsfase) en daarna wordt onderzocht welke vergoeding passend is (onderzoeksfase). De basisgedachte is gelijk gebleven; ouders en verzorgers financieel ondersteunen in de kosten die zij moeten maken wanneer hun kind gebruik moet maken van een vorm van leerlingenvervoer.
1.3
De verordening benoemt specifiek de mogelijkheid het gesprek aan te gaan over de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en de mogelijkheid van
Het voeren van het gesprek wordt op basis van de Beleidsregels leerlingenvervoer Albrandswaard 2018 al gedaan, maar krijgt hiermee een explicietere basis in de verordening.
het opstellen van een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan (art. 4). 1.4
1.5
Leerlingenvervoer wordt opgenomen als vast agendapunt in het OOGO tussen
Hiermee wordt bevorderd dat de samenwerkingsverbanden en de gemeente elkaar meer spreken
de gemeentebestuurders en de samenwerkingsverbanden (art. 5).
en afspraken maken over het leerlingenvervoer. De toevoeging van leerlingenvervoer als thema in
De afstandsgrenzen zijn samengebracht in één artikel: artikel 9.
In de huidige verordening is dezelfde afstandsgrens van zes kilometer neergelegd in twee artikelen
het OOGO is nieuw. (namelijk: artikel 8 lid 1 sub a en artikel 15 lid 2). Dit bevordert de overzichtelijkheid van de verordening.
1.6
De mogelijkheid van het gebruik van opstapplaatsen komt explicieter in de
Dit betreft een overheveling van beleidsregels naar verordening.
verordening te staan (art. 10). 1.7
De mogelijkheid van het toekennen van een tijdelijke vervoersvoorziening voor
Dit betreft een overheveling van beleidsregels naar verordening.
maximaal zes weken aan de ouders van de leerling die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan (art. 14), wordt toegevoegd aan de verordening. 1.8
De mogelijkheid van het toekennen van een vervoersvoorziening naar een stageadres wordt toegevoegd aan de verordening (art. 15).
Dit betreft een overheveling van beleidsregels naar verordening.
1.9
1.10
Artikel 21 biedt de mogelijkheid een bekostiging te verstrekken voor een andere
De verordening geeft hiermee de mogelijkheid om bij de verstrekking van vervoersvergoeding
passende vervoersvoorziening.
individueel maatwerk te leveren. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een handbike, elektrische
De citeertitel van de verordening wordt gewijzigd naar Verordening bekostiging
Dit past bij de wettelijke uitgangspunten van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het
leerlingenvervoer Albrandswaard 2023.
fiets, bakfiets. voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra dat het bij leerlingenvervoer in beginsel gaat om een bekostiging.
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard
Advies Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Albrandswaard 2023
Aan : College van Burgemeester en Wethouders van Albrandswaard Stationsstraat 4 3161 KP Rhoon Van : Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard voorzitter@maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl Datum : 14 juli 2022
Geacht college, Van uw beleidsambtenaar ontvingen wij op 14 juni 2022 het “concept verordening bekostiging leerlingenvervoer Albrandswaard 2023” met het verzoek om advies te geven. Hier geven wij graag gehoor aan. De leden van de Maatschappelijke Adviesraad zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
2 Namens de Adviesraad, Met vriendelijke groet, Piet van Verseveld voorzitter
www.maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
Adviesverzoek Verordening bekostiging leerlingen vervoer Albrandswaard 2023 aan de Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard
Artikel 2. Doelstelling Doel van deze verordening is op basis van onderzoek naar de individuele situatie van de leerling een gehele of gedeeltelijke bekostiging toe te kennen aan de ouders voor het goedkoopst passend vervoer voor de leerling…. Ons advies : Laat in deze doelstelling vooral het woord ‘passend’ leidend zijn en niet het begrip ‘goedkoopst’! Het uitgangspunt moet passend onderwijs voor leerlingen zijn, soms is dat op een school op grotere afstand. De gemeente vindt volgens artikel 5.3.b dat deze situatie moet worden voorkomen. Schrap dit artikel. Artikel 5. OOGO met het samenwerkingsverband In artikel 5.2.c wordt gezegd dat een vervoersvoorziening door B & W wordt verstrekt naar de dichtstbijzijnde school. Dat kan strijdig zijn met de doelstelling een voor de leerling best passende school te vinden! In artikel 8.4 lezen we: Als de ouders vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aan burgemeester en wethouders is door de ouders genoegzaam aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling; b.
aan burgemeester en wethouders is door de ouders genoegzaam aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod; en c. in het OOGO zijn afspraken gemaakt over de deskundige en is overleg gevoerd over het aanbod voor onderwijs bij de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen als bedoeld in artikel 5, derde lid, aanhef en onder b. Ons advies : Aangezien bovenstaande 3 punten nogal wat vragen van ouders adviseren wij hen daarin de mogelijkheid te bieden ondersteuning (van de verwijzende school?) te krijgen om hun schoolkeuze voor een verder gelegen school te onderbouwen. Én uitgaande van het principe dat ‘passend onderwijs’ leidend zou moeten zijn zou de gemeente eigenlijk moeten aantonen dat de dichtstbijzijnde school net zo goed is als de gewenste school door de ouders. Ouders kennen uiteindelijk hun kind heel goed en zullen niet zonder reden hun kind verder laten reizen dan nodig is!
www.maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
3
Artikel 5.2.d d. de wijze waarop scholen ondersteund kunnen worden in hun informatievoorziening over het leerlingenvervoer aan ouders; De uitwerking van dit artikel is belangrijk omdat dit de positie van ouders moet versterken. Vraag: Zitten er ook ouders in het OOGO? Ons advies: Als dit nu nog niet zo is betrek dan ook ouders hierbij.
4
www.maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard T.a.v. P. van Verseveld
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): KvKnummer:
14 juli 2022 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Ons kenmerk: 583034 Contact: J. Brandwijk Telefoonnummer: (010) 506 11 11 Team: Beleid en Ontwikkeling Sociaal Domein Datum: 16 augustus 2022
Betreft: Antwoordbrief n.a.v. ontvangen ‘Advies Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Albrandswaard 2023 Geachte Maatschappelijke adviesraad Albrandswaard, Op 14 juli 2022 mochten wij uw advies inzake de Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Albrandswaard 2023 ontvangen. Hierbij willen wij u hartelijk bedanken voor het uitgebrachte advies. In deze brief ontvangt u ons antwoord. In uw advies geeft u ons drie adviezen mee. Advies 1, ten aanzien van artikel 2 Het advies : Laat in deze doelstelling vooral het woord ‘passend’ leidend zijn en niet het begrip ‘goedkoopst’! Het uitgangspunt moet passend onderwijs voor leerlingen zijn, soms is dat op een school op grotere afstand. De gemeente vindt volgens artikel 5.3.b dat deze situatie moet worden voorkomen. Schrap dit artikel. Reactie: Inderdaad, passend onderwijs voor de leerling is erg belangrijk. Daar werken we gezamenlijk met de samenwerkingsverbanden en de schoolbesturen aan. Volgens de zorgplicht uit de Wet passend onderwijs 2014 hebben scholen de verantwoordelijkheid om leerlingen een zo goed mogelijke plek (een passende plek) in het onderwijs te bieden. De gemeenteraad moet op grond van artikel 4 lid 1 van de WPO, artikel 4 lid 1 van de WVO en artikel 4 lid 1 van de WEC een verordening opstellen met betrekking tot ‘de bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten vervoerskosten van het schoolbezoek’.
De wettelijke taak van de gemeente beperkt zich daarmee tot een gehele of gedeeltelijke bekostiging voor het goedkoopst passende vervoer. Dit is verwoord in artikel 2. Dat de toegekende vervoersvoorziening voor de leerling passend moet zijn, is verwoord in de woorden ‘goedkoopst passend vervoer van de leerling’. Daarin is begrepen dat de vervoersvoorziening altijd moet aansluiten bij de individuele situatie van de leerling. Het uitgangspunt van het overleg wat bedoeld wordt in artikel 5 lid 3 sub b is inzetten op de situatie dat leerlingen niet naar een school op grotere afstand moeten reizen. Hiervoor willen we samen met de samenwerkingsverbanden kijken naar mogelijkheden om datzelfde onderwijs dichterbij aan te bieden. Dit zorgt ervoor dat een leerling minder lang hoeft te reizen naar een passende onderwijsplek. Het advies om artikel 5 lid 3 sub b te schrappen nemen wij daarom niet over.
Stationsstraat 4 - 3161 KP Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl
1
Advies 2, ten aanzien van artikel 5 lid 2 sub c en artikel 8 lid 4 Het advies : Aangezien bovenstaande 3 punten nogal wat vragen van ouders adviseren wij hen daarin de mogelijkheid te bieden ondersteuning (van de verwijzende school?) te krijgen om hun schoolkeuze voor een verder gelegen school te onderbouwen. Én uitgaande van het principe dat ‘passend onderwijs’ leidend zou moeten zijn zou de gemeente eigenlijk moeten aantonen dat de dichtstbijzijnde school net zo goed is als de gewenste school door de ouders. Ouders kennen uiteindelijk hun kind heel goed en zullen niet zonder reden hun kind verder laten reizen dan nodig is! Reactie: Ouders kunnen nu al gebruik maken van ondersteuning. Met deze wijziging van de verordening blijft dat ook het geval. Ouders kunnen bij het aantonen bijvoorbeeld gebruik maken van onderbouwing van het samenwerkingsverband. Uiteindelijk zijn ouders vrij in de keuze op welke school zij het kind onderwijs laten volgen. Advies 3, ten aanzien van artikel 5 lid 2 sub d Vraag: Zitten er ook ouders in het OOGO? Het advies: Als dit nu nog niet zo is betrek dan ook ouders hierbij. Reactie: Het OOGO is een op basis van de Wet op het passend onderwijs en de Jeugdwet verplicht overleg tussen de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en de gemeentebestuurders. Ouders hebben geen zitting in het OOGO.
Het leerlingenvervoer is één van de thema’s die op het OOGO ter sprake komt. Ouders kunnen niet worden toegevoegd als deelnemer op het OOGO. Het doel van artikel 5 lid 2 sub d is wel de informatievoorziening naar ouders te verbeteren. Zodoende zijn ouders vroeg in de zoektocht naar een passende onderwijsplek om de hoogte van de mogelijkheden van het leerlingenvervoer. We nemen daarnaast signalen van ouders vanuit de klachten- en de bezwaar- en beroepsprocedures mee in de beleidscyclus. In 2022 hebben we onder de ouders van leerlingen die gebruik maken van het leerlingenvervoer een enqûete gehouden. Ook via die weg zijn ouders bij het leerlingenvervoer betrokken. De resultaten van de enqûete vindt u als bijlage bij deze brief gevoegd. Wij gaan ervan uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, het college van de gemeente Albrandswaard, de secretaris, de burgemeester,
Hans Cats
drs. Jolanda de Witte
Bijlage: Resultaten Enquête Doelgroepenvervoer
Stationsstraat 4 - 3161 KP Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl
2
Bijlage 1 – Resultaten Enquête Doelgroepenvervoer Resultaten Leerlingenvervoer (1) De vragenlijst voor Leerlingenvervoer is 149 keer beantwoord. Deelnemers is gevraagd de meeste punten te geven aan van men het belangrijkst (6) vindt bij het vervoer en de minste (1) aan wat men het minst belangrijk vindt. Door alle punten van alle deelnemers per belang op te tellen ontstaat een rangorde van belangen naar mening van de deelnemers. Het maximum aantal punten per belang was 894 punten (149*6). Kwaliteit van de chauffeur, een vaste chauffeur en de stiptheid van de rit worden het meest belangrijk gevonden (>810). Aan de ritduur en communicatie over de rit wordt iets minder belang gehecht (~770). Milieuvriendelijkheid van de taxi vinden deelnemers het minst belangrijk (592). In de tabel is per ‘aantal toegekende punten’ en per ‘soort belang’ het aantal respondenten weergegeven.
1
Bijlage 1 – Resultaten Enquête Doelgroepenvervoer Resultaten Leerlingenvervoer (2) Onderstaand de resultaten van de vraag hoe tevreden gebruikers zijn over het huidige vervoer. Dit geeft inzicht in de waardering van de huidige kwaliteitsnormen en de prestaties op deze normen door de vervoerder.
2
Bijlage 1 – Resultaten Enquête Doelgroepenvervoer Resultaten Leerlingenvervoer (3) In onderstaande tabel zijn de resultaten van de twee open vragen weergegeven. Respondenten is gevraagd de perfecte rit te omschrijven en of er nog opmerkingen waren. Ieder antwoord van een respondent is voorzien van 1 of meerdere labels. Het aantal keer dat een label is genoemd is weergegeven in de tabel. Zo hebben bijvoorbeeld 46 respondenten een ‘vast chauffeur’ benoemd bij de perfecte rit. Het aantal keer dat een label voorkomt geeft inzicht in wat de respondenten belangrijk vinden aan het vervoer. Van de 149 respondenten hebben 116 een inhoudelijke reactie gegeven. 33 deelnemers hebben geen inhoudelijke reactie meegegeven. 11 respondenten waren positief over het huidige vervoer of gaven een compliment (9.5%), 7 respondenten waren negatief over het huidige vervoer of hadden een klacht (6%).
Mijn perfecte rit? De rit is kort met weinig tussenstops, de taxi komt op tijd en de chauffeur is kundig, vriendelijk en bij voorkeur een vast gezicht. Respondent nr.71
3
Bijlage 1 – Resultaten Enquête Doelgroepenvervoer Resultaten Regiotaxi (Wmo collectief vervoer) (1 ) De vragenlijst voor regiotaxi is 68 keer beantwoord. Deelnemers is gevraagd de meeste punten te geven aan van men het belangrijkst (6) vindt bij het vervoer en de minste (1) aan wat men het minst belangrijk vindt. Door alle punten van alle deelnemers per belang op te tellen ontstaat een rangorde van belangen naar mening van de deelnemers. Het maximum aantal punten per belang was 408 punten (68*6). Kwaliteit van de chauffeur en de stiptheid van de rit worden het meest belangrijk gevonden (>355). Communicatie over de rit wordt belangrijk gevonden (337). Aan de ritduur en korte reserveringstijd wordt in verhouding minder belang gehecht (327). Milieuvriendelijkheid van de taxi vinden deelnemers het minst belangrijk (295). In de tabel is per ‘aantal toegekende punten’ en per ‘soort belang’ het aantal respondenten weergegeven.
4
Bijlage 1 – Resultaten Enquête Doelgroepenvervoer Resultaten Regiotaxi (Wmo collectief vervoer) (2) Onderstaand de resultaten van de vraag hoe tevreden gebruikers zijn over het huidige vervoer. Dit geeft inzicht in de waardering van de huidige kwaliteitsnormen en de prestaties op deze normen door de vervoerder.
5
Bijlage 1 – Resultaten Enquête Doelgroepenvervoer Resultaten Regiotaxi (Wmo collectief vervoer) (3) In onderstaande tabel zijn de resultaten van de twee open vragen weergegeven. Respondenten is gevraagd de perfecte rit te omschrijven en of er nog opmerkingen waren. Ieder antwoord van een respondent is voorzien van 1 of meerdere labels. Het aantal keer dat een label is genoemd is weergegeven in de tabel. Zo hebben bijvoorbeeld 5 respondenten een ‘vriendelijke chauffeur’ benoemd bij de perfecte rit. Het aantal keer dat een label voorkomt geeft inzicht in wat de respondenten belangrijk vinden aan het vervoer. Van de 68 respondenten hebben 55 een inhoudelijke reactie gegeven. 13 deelnemers hebben geen inhoudelijke reactie meegegeven. 6 respondenten waren positief over het huidige vervoer of gaven een compliment (11%), 1 respondent was negatief over het huidige vervoer of hadden een klacht (2%).
Mijn perfecte rit? “Binnen acceptabele tijd opgehaald en op de plaats van bestemming gebracht worden, telefoontje als de chauffeur er bijna is, zodat hij niet lang hoeft te wachten.” Respondent nr.10
6
Bijlage 1 – Resultaten Enquête Doelgroepenvervoer Resultaten Jeugdhulpvervoer (1) In onderstaande tabel zijn de resultaten van de twee open vragen weergegeven. Respondenten is gevraagd de perfecte rit te omschrijven en of er nog opmerkingen waren. Ieder antwoord van een respondent is voorzien van 1 of meerdere labels. Het aantal keer dat een label is genoemd is weergegeven in de tabel. Zo hebben bijvoorbeeld 4 respondenten opmerking gemaakt over ‘communicatie’. Het aantal keer dat een label voorkomt geeft inzicht in wat de respondenten belangrijk vinden aan het vervoer. Van de 7 respondenten hebben 4 een inhoudelijke reactie gegeven. 2 deelnemers hebben geen inhoudelijke reactie meegegeven.
Mijn perfecte rit? Chauffeur die zich voorstelt aan zowel kind als aan ouders. Chauffeur bekend is en daadwerkelijk weet met welk soort kinderen zij te maken hebben want dit ontbreekt enorm. Op tijd ophalen en betere communicatie met ouders. Respondent nr.33
7
Bijlage 1 – Resultaten Enquête Doelgroepenvervoer Toelichting deelnemers en onderzoeksmethode In totaal zijn 781 gebruikers van het doelgroepenvervoer benaderd om middels een online vragenlijst (zie bijlage 3) inbreng te geven over het doelgroepenvervoer. In de periode 12 tot en met 22 april 2022 zijn 224 reacties ontvangen (29%). Naast de uitnodiging zijn twee herinneringsberichten verzonden om gebruikers te attenderen op de vragenlijst. Voor dit onderzoek wordt uitgegaan van een betrouwbaarheidsniveau van 95%. Een betrouwbaarheidsniveau wordt samen met de nauwkeurigheidsmarge (4%) gebruikt om uitkomsten vanuit een steekproef te generaliseren naar de populatie. Ter illustratie: als dezelfde vraag 100 keer gesteld wordt zal in 95 gevallen de beantwoording binnen de nauwkeurigheidsmarges liggen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten hanteert een nauwkeurigheidsmarge van 5,0%. De marge voor dit onderzoek ligt iets boven deze grens. De resultaten kunnen daarmee als representatief voor de gehele onderzoekspopulatie worden beschouwd. De gebruikers van het doelgroepenvervoer zijn woonachtig in de drie gemeenten. Om bovenstaande betrouwbaarheidsmarge te garanderen is gekozen geen onderscheid te maken tussen de resultaten van de drie individuele gemeenten. Hiervoor waren de deelnemers aantallen per gemeente en soort vervoer te gering (>80).
De kwantitatieve resultaten van het Jeugdhulp vervoer zijn om die zelfde reden geheel buiten dit onderzoek gelaten, de reacties op de open vragen zijn wel meegenomen.
8
RAADSBESLUIT
Onderwerp: Verordening bekostiging leerlingenvervoer Albrandswaard 2023
College B&W: 20 september 2022
Zaaknummer: 583034
Commissie Beraad en Advies Welzijn 10 oktober 2022
De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20-09-2022; gezien het advies van de commissie Beraad en Advies Welzijn op 10-10-2022 gelet op de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra;
BESLUIT: 1. De verordening bekostiging leerlingenvervoer Albrandswaard 2023, onder gelijktijdige intrekking van de verordening leerlingenvervoer Albrandswaard 2022, vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 31 oktober 2022.
De griffier
De voorzitter
Mw. Eva van der Matten
drs. Jolanda de Witte
Verordening bekostiging leerlingenvervoer Albrandswaard 2023 Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - aangepast vervoer: vervoer per besloten busvervoer, schoolbusvervoer, taxi, taxibus, bustaxi of touringcar; - afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; - begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; - deskundige: onafhankelijk sociaal, medisch of pedagogisch deskundige, de school of de in het OOGO bepaalde onafhankelijk deskundige; - eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets; - gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets of de bromfiets gebruik kan maken; - inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; - leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school als bedoeld in dit artikel; - ontwikkelingsperspectief: een voor de leerling van het primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel voortgezet
onderwijs vastgesteld plan als bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 41a van de Wet op de expertisecentra of artikel 26 van de Wet op het voortgezet onderwijs, dat door het bevoegd gezag en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders is opgesteld. Ingeval van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs adviseert hierin de commissie voor de begeleiding dan wel de commissie van onderzoek; - OOGO: het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen het samenwerkingsverband en de gemeenten binnen het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 17a, negende lid, van de Wet op het voorgezet onderwijs; - openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer; - opstapplaats: plaats aangewezen door burgemeester en wethouders, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer.
De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider; - ouders: ouder(s), voogden of verzorgers van de leerling; - reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; - samenwerkingsverband: 1°. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; 2°. voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of 3°. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs; - school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt. Dit is: 1°. het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2°.
het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; 3°. het voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 4°. het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
1
- toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school; - vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt; - vervoersvoorziening: 1°. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider; 2°. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of 3°. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider; - woning: plaats waar de leerling feitelijk en structureel verblijft. Artikel 2.
Doelstelling Deze verordening heeft tot doel op basis van een beoordeling op grond van in de verordening bepaalde criteria en op basis van een onderzoek naar de individuele situatie van de leerling een gehele of gedeeltelijke bekostiging toe te kennen aan de ouders voor het goedkoopst passend vervoer van de leerling van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling en terug met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. Paragraaf 2. Aanvraag van de vervoersvoorziening Artikel 3. Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling zijn woning heeft, door indiening bij burgemeester en wethouders van een volledig ingevuld en door de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling ondertekend papieren of digitaal formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 2. De aanvraag wordt, indien het een aanvraag voor het eerstvolgende schooljaar betreft, (uiterlijk) acht weken voor de aanvang van het schooljaar ingediend, tenzij er sprake is van gegronde redenen voor het later indienen van de aanvraag. 3. Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. 4.
De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de vervoersvoorziening voor de leerling. 5. Burgemeester en wethouders besluiten binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening. 6. Burgemeester en wethouders kunnen het in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken verdagen. Burgemeester en wethouders stellen de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. 7. Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum. Artikel 4. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag 1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin. 2.
Burgemeester en wethouders kunnen bij een eerste aanvraag in een gesprek, met de ouders, desgewenst de leerling en een deskundige, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken als bedoeld in de onderzoeksfase 3. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden. 4. Burgemeester en wethouders betrekken in het gesprek tenminste de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school als bedoeld in artikel 8. 5. Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kunnen burgemeester en wethouders in overleg met de ouders, desgewenst de leerling en in samenhang met het ontwikkelingsperspectief een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen, waarin de weg naar zelfstandig reizen naar school wordt beschreven alsmede de mogelijkheden van de leerling. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit.
2
6. In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kunnen burgemeester en wethouders ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen. Artikel 5. OOGO met het samenwerkingsverband 1. Burgemeester en wethouders nemen het leerlingenvervoer op als vast agendapunt in het OOGO met het samenwerkingsverband. 2. Burgemeester en wethouders spannen zich in om in het OOGO met het samenwerkingsverband afspraken te maken over: a. de spreiding van het onderwijsaanbod binnen het samenwerkingsverband en de vervoersmogelijkheden die hieruit voortvloeien; b. de deskundige die burgemeester en wethouders adviseert over de vervoersmogelijkheden van een leerling en het proces dat hierbij gevolgd wordt. De deskundige betrekt in zijn advies de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling als bedoeld in artikel 4; c. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verwijzing van de leerling naar de voor hem best passende school met dien verstande, dat slechts een vervoersvoorziening door burgemeester en wethouders worden verstrekt naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school; d. de wijze waarop scholen ondersteund kunnen worden in hun informatievoorziening over het leerlingenvervoer aan ouders; e. de wijze waarop vorm wordt gegeven aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de vervoerskosten te beheersen; f.
de invulling en frequentie van een overleg als bedoeld in het derde lid; 3. Burgemeester en wethouders organiseren periodiek een ambtelijk overleg met het samenwerkingsverband. In dit overleg worden de volgende onderwerpen besproken: a. de ontwikkelingen in het onderwijs, het gemeentelijk beleid leerlingenvervoer en het samenwerkingsverband; b. de wijze waarop situaties als genoemd in artikel 8, vierde lid, kunnen worden voorkomen, dan wel op te heffen en dit onderwijs bij de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, aangeboden kan worden; c. het maken van afspraken over de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan het vervoersontwikkelingsplan genoemd in artikel 4, vijfde lid; Artikel 6. Algemene voorwaarden voor toekenning van de vervoersvoorziening 1. Ten behoeve van het schoolbezoek kennen burgemeester en wethouders aan de ouders van de in de gemeente verblijvende leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 2. Als burgemeester en wethouders toepassing geven aan het eerste lid, verlangen burgemeester en wethouders van de ouders betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in artikel 23 en 24 van deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer.
Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de opgelegde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen. 3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 4. Als de leerling een meerderjarige en handelingsbekwame leerling is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag toegekend aan de leerling. 5. Burgemeester en wethouders bepalen bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening, met dien verstande dat de tijdsduur, indien dit mogelijk is, voor meerdere jaren of de hele schoolperiode kan worden vastgesteld. 6. Burgemeester en wethouders kunnen aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden. 7. Burgemeester en wethouders verstrekken een vervoersvoorziening voor het vervoer van de leerling van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en terug. 8. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. Artikel 7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening 1.
De ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan burgemeester en wethouders. 2. Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kennen burgemeester en wethouders al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe.
3
3. Als de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en burgemeester en wethouders een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststellen, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kennen burgemeester en wethouders al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Burgemeester en wethouders delen het besluit schriftelijk mee aan de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling. 4. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als burgemeester en wethouders vaststellen dat: a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; of b. beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; of c. de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; of d. sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of e. het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer. 5.
De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepaste vervoer berust bij de ouders. 6. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening. Paragraaf 3. Beoordelingsfase: beoordeling van de aanspraak op vervoersvoorziening Artikel 8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, ontstaat niet eerder een aanspraak op een vervoersvoorziening dan dat de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk hebben gemeld. 3. Met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden wordt eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en: a.
de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of b. een andere speciale school voor basisonderwijs, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a. 4. Als de ouders vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aan burgemeester en wethouders is door de ouders genoegzaam aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling; b. aan burgemeester en wethouders is door de ouders genoegzaam aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod; en c.
in het OOGO zijn afspraken gemaakt over de deskundige en is overleg gevoerd over het aanbod voor onderwijs bij de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen als bedoeld in artikel 5, derde lid, aanhef en onder b. Artikel 9. Afstandsgrens 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor: a. basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; b. speciaal basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; of c. speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; of d. voortgezet speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer.
4
2. In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan burgemeester en wethouders genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kunnen burgemeester en wethouders hierover advies vragen aan een onafhankelijk (medisch) deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen. Artikel 10. Aanwijzing opstapplaats 1. Burgemeester en wethouders kunnen bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van de vervoersvoorziening. 2. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. 3. Burgemeester en wethouders wijzen geen opstapplaats aan als door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen redelijkerwijs onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is. 4. Burgemeester en wethouders wijzen geen opstapplaats aan als het gebruik van een opstapplaats leidt tot hogere kosten dan aangepast vervoer vanaf de woning van de leerling. Artikel 11.
Peildatum leeftijd leerling Voor het verstrekken van een vervoersvoorziening op basis van artikel 18 is de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft bepalend. Artikel 12. Andere vergoedingen De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht. Artikel 13. Schooltijden en wachttijden 1. Bekostiging van het aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 2. Ingeval er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van één of meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer. 3. Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet bekostigd, tenzij de ouders bewijs overleggen waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerplichtige leerling de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt. Artikel 14. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1.
Burgemeester en wethouders kunnen een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en c. de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. 2. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken. Artikel 15. Vervoersvoorziening naar stageadres 1. Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. 2.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden. 3. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract;
5
b. de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één stageadres; en d. het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit redelijkerwijs niet mogelijk is, dan kan het stageadres gelegen zijn binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen maximale straal van de woning of de school. 4. Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres. 5. Burgemeester en wethouders kunnen het stagecontract opvragen. Paragraaf 4. Onderzoeksfase: verstrekking aard en omvang van de vervoersvoorziening Artikel 16. Verstrekking van de vervoersvoorziening 1. Burgemeester en wethouders betrekken bij de verstrekking van de vervoersvoorziening het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan of vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoekfase van belang zijn. 2. Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoeden burgemeester en wethouders geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer. Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1.
Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, verstrekken burgemeester en wethouders aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal onderwijs bezoekt, bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer. 2. Als aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van burgemeester en wethouders, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets, verstrekken burgemeester en wethouders de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets of bromfiets. 3. De kilometervergoeding voor de fiets of bromfiets wordt afgeleid van de laatst bekende fietskilometervergoeding genoemd in de Reisregeling Binnenland gemeten langs de kortste afstand. Artikel 18. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider 1. Burgemeester en wethouders verstrekken aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider van de leerling als: a.
voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, de leerling jonger dan negen jaar is en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken; of b. het een gehandicapte leerling betreft 2. De kilometervergoeding voor de fiets wordt afgeleid van de laatst bekende fietskilometervergoeding genoemd in de Reisregeling Binnenland gemeten langs de kortste afstand. 3. Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking. Artikel 19. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer Burgemeester en wethouders verstrekken een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, als: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; of b.
aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van burgemeester en wethouders al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; of c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18 en door de ouders ten behoeve van burgemeester en wethouders genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of d. de leerling, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets gebruik te maken.
6
Artikel 20. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kunnen burgemeester en wethouders de ouders vragen of op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigen burgemeester en wethouders aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het vervoer per fiets voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets al dan niet met begeleiding. De kilometervergoeding voor de fiets wordt afgeleid van de laatst bekende fietskilometervergoeding genoemd in de Reisregeling Binnenland gemeten langs de kortste afstand. b. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer al dan niet met begeleiding; of c. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, als aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. De hoogte van deze kilometervergoeding bedraagt €0,38 per kilometer. 3.
Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigen burgemeester en wethouders aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging van burgemeester en wethouders ontvangen, wordt door burgemeester en wethouders geen bekostiging verstrekt. Artikel 21. Bekostiging andere passende vervoersvoorziening Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kunnen burgemeester en wethouders na overleg met de ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer. Artikel 22. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie 1. Met inachtneming van artikel 8 kennen burgemeester en wethouders op aanvraag een vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft. 2.
Burgemeester en wethouders kennen aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het derde lid bedoelde schoolvakanties. 3. Burgemeester en wethouders kennen aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 4. Artikel 19, eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing. Artikel 23. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag 1. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan € 27.900,- wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9 bepaalde afstand te boven gaan. 2.
In geval burgemeester en wethouders in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9 bepaalde afstand, als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 27.900,-, tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 9 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het openbaar vervoer kunnen gelden.
7
4. Het inkomensbedrag van € 27.900,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2023 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 27.900,-. 5. Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op gehandicapte leerlingen. Artikel 24. Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage 1. Als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan twintig kilometer bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag. 2. In geval burgemeester en wethouders in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan twintig kilometer bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3.
De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. Zij bedragen: Inkomen in euro’s Eigen bijdragen in euro’s per gezin 0 tot 36.900 Nihil 36.900 tot 43.650 145 43.650 tot 50.400 630 50.400 tot 56.700 1.170 56.700 tot 64.800 1.715 64.800 tot 71.100 2.300 71.000 en hoger Voor elke extra € 5.000: € 550 erbij 4. De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2023 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 50,-. 5. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2023 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-. 6. Dit artikel is niet van toepassing op gehandicapte leerlingen. Paragraaf 5. Slotbepalingen Artikel 25.
Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de regeling niet voorziet In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders. Artikel 26. Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen. Artikel 27. Intrekking oude regeling De verordening leerlingenvervoer Albrandswaard 2022 wordt ingetrokken. Artikel 28. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bekostiging leerlingenvervoer Albrandswaard 2023. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter,
8
De griffier,
Toelichting Algemeen Ieder kind heeft recht op passend onderwijs. In sommige gevallen is de afstand naar de school groot, of kan het kind wegens zijn structurele handicap niet zelfstandig naar school. Ouders kunnen dan een beroep doen op de Verordening bekostiging leerlingenvervoer. Wettelijke plicht
9
De raad heeft de wettelijke plicht een regeling vast te stellen voor het leerlingenvervoer. In artikel 4, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO), artikel 4, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (hierna: WVO) en artikel 4, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra (hierna: WEC), heet het ‘de bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten vervoerskosten ten behoeve van het schoolbezoek’. Het gaat hierbij zowel om scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en regulier voortgezet onderwijs die zijn aangesloten bij samenwerkingsverbanden primair of voortgezet onderwijs, als om instellingen voor cluster 1 en cluster 2. De Verordening bekostiging leerlingenvervoer geeft uitvoering aan de taakstelling van het gemeentebestuur. Naast voorschriften voor de wijze waarop ouders de aanvraag kunnen indienen, bevat deze verordening criteria aan de hand waarvan ouders aanspraak kunnen maken op een vervoersvoorziening. Uitgangspunt daarbij is dat de verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek van de leerling bij de ouders blijft. De Verordening bekostiging leerlingenvervoer is zodanig opgebouwd, dat eerst het recht op een vergoeding wordt vastgesteld, waarna onderzocht wordt welke vergoeding wordt verstrekt.
Vervoersvoorziening In de Verordening bekostiging leerlingenvervoer wordt het begrip ‘vervoersvoorziening’ gehanteerd. Dat houdt in dat er niet altijd sprake is van een kostendekkende betaling. Zo is ook een voorziening mogelijk in de vorm aangepast vervoer, dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen. Het college van burgemeester en wethouder (hierna: het college) bepaalt in welke vorm de voorziening wordt verstrekt. Het vervoer dient echter te allen tijde passend te zijn. Uitgangspunt van de regeling is bekostiging van het openbaar vervoer. Wanneer de leerling door zijn structurele handicap geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, zelfs niet met begeleiding, komt hij in aanmerking voor aangepast vervoer. Als ouders aangeven hun kind zelf te willen vervoeren dienen ze hiervoor toestemming te vragen aan het college. De bekostiging van het vervoer is vervolgens gebaseerd op de vervoersvoorziening waar de ouders voor in aanmerking komen. Het college kan toestemming weigeren op grond van de kosten. Drempelbedrag en draagkrachtafhankelijke bijdrage De gemeente kan ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt een drempelbedrag in rekening brengen.