67. 2026-062806 MRDH - begroting MRDH 2027 en Nota van beantwoording (vastgesteld).pdf
Tekst van het document
Onder meer met MRDH Support draagt de MRDH bij aan versterking van de uitvoeringskracht van gemeenten. Via MRDH Support kunnen gemeenten tijdelijk een beroep doen op medewerkers om hen te helpen bij de uitvoering van de regionale 51 helpen de beschikbare middelen in te zetten voor projecten van regionaal belang. Verheugd zijn wij ook over uw aankondiging om het financiële instrumentarium te herzien in relatie tot effectievere investeringen. Schiedam is namelijk sterk afhankelijke van regionale mobiliteitsinvesteringen om bij te kunnen blijven dragen aan het economische vestigingsklimaat en de bereikbaarheid van de regio. Wij zetten deze middelen onder andere in voor het realiseren van fietsverbindingen, het optimaliseren van de knoop Schiedam Centrum en de ontwikkeling van de Mechatronica Innovatie Campus Schiedam (MICS). opgaven uit de strategische agenda. Wij danken u voor uw positieve reactie op deze MRDH inzet. Wij zetten graag onze prettige samenwerking met gemeente Schiedam voort met onder andere de ontwikkeling van MICS, de verbetering van station Schiedam Centrum en het realiseren van regionale fietsverbindingen. U geeft aan dat, ondanks de grotere opgaven waar de regio voor staat en de capaciteitsdruk waar uw organisatie voor staat, de formatie van uw organisatie in 2027 gelijk zal blijven.
In de begroting stijgt de inwonerbijdrage voor het Economisch Vestigingsklimaat echter wel met 3,8% naar €3,11 per inwoner. We erkennen dat dit nodig is voor de regionale projecten, waarvoor ook wij in Schiedam een bijdrage krijgen, zoals voor de MICS en de herontwikkeling van werklocaties. Desalniettemin, in lijn met onze eerdere zienswijzen, geven wij u aan dat alle gemeenten in de regio Rijnmond forse bezuinigingen hebben moeten doorvoeren. U heeft daarin ook uw bijdrage geleverd en wij zijn u daar erkentelijk voor. Gemeenten houden echter nog steeds enorme financiële uitdagingen - vooral voor de jaren vanaf 2028 – en moeten daarom aanvullende bezuinigingsmogelijkheden in kaart brengen. Daarbij verwachten wij dat ook uw gemeenschappelijke regeling vanaf 2028 een (verdere) bijdrage levert. Wij gaan graag de komende periode (tot de kadernota begroting 2028 en/of ontwerpbegroting 2028 van uw gemeenschappelijke regeling) met u in overleg om te onderzoeken op welke wijze, gemeenten samen met uw gemeenschappelijke regeling, dat het beste vormgegeven kan worden. Het algemeen bestuur onderkent de financiële uitdagingen waarvoor gemeenten zich de komende jaren gesteld zien. Tegelijkertijd is de inwonerbijdrage een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van de gezamenlijke ambities van de gemeenten binnen de MRDH.
De inwonerbijdrage maakt het mogelijk om regionale economische opgaven gezamenlijk op te pakken, investeringen aan te jagen en daarmee meerwaarde voor alle deelnemende gemeenten te creëren. In de Visie Economisch Vestigingsklimaat is opgenomen dat wordt onderzocht op welke wijze de inwonerbijdrage op termijn kan worden afgebouwd tot een niveau waarop de apparaatslasten en een deel van de investeringslasten worden gedekt. Daarbij staat voor het algemeen bestuur voorop dat eventuele aanpassingen van de inwonerbijdrage zorgvuldig worden afgewogen, waarbij eventuele afbouw afhankelijk is van mogelijkheden van alternatieve financiering. Het algemeen bestuur blijft hierover met de gemeenten in gesprek, met als uitgangspunt een doelmatige inzet van middelen én het behoud van voldoende slagkracht om de gezamenlijke opgaven effectief uit te voeren. 52 Voorts verzoeken wij u om jaarlijks op een transparante en meetbare wijze inzicht te geven in de omvang van eventuele onderbesteding, de belangrijkste oorzaken daarvan en de voortgang en effectiviteit van maatregelen om onderbesteding te verminderen. Binnen de reguliere P&C cyclus wordt de omvang van de onderbesteding zichtbaar. In de 1ste bestuursrapportage, 2de bestuursraportage en jaarrekening geeft de MRDH zowel financieel als inhoudelijk toelichting op de onderbesteding.
Het uitgangspunt van de MRDH is realistisch begroten, waarbij het verminderen van onderbesteding voortdurend een punt van aandacht is binnen de MRDH. Daarvoor is de MRDH wel grotendeels afhankelijk van de informatie van de gemeenten en de vervoerders. Wij ondersteunen de samenvoeging van de twee mobiliteitsprogramma’s tot één programma Mobiliteit. Wij vinden het een goede zaak dat er door minder overlap een compactere begroting ontstaat, waarop een duidelijkere sturing kan plaatsvinden. Wij vragen u echter wel aandacht voor de leesbaarheid, waarbij wij de te onderscheiden onderdelen goed kunnen blijven volgen. Dank voor uw positieve reactie op het samenvoegen van de twee mobiliteitsprogramma’s. Daarbij houden wij natuurlijk oog voor de leesbaarheid. 3.17 Vlaardingen Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur ‘Met elkaar, voor elkaar’—dat is het motto van de begroting 2027 (en van de Strategische Agenda 2023-2026) van de MRDH. Dat spreekt ons aan, want de regio staat voor grote uitdagingen en op sommige punten lopen wij achter, zoals blijkt uit het onderzoek van Louter (Bureau Louter, Economie en arbeidsmarkt in de MRDH' , 2025). Er ligt dus voldoende werk voor de MRDH klaar om een slagvaardige organisatie neer te zetten en/ of te versterken, zodat wij het verschil kunnen maken voor de inwoners van Vlaardingen en de regio.
Voor de mensen van vandaag én voor de toekomst van morgen. Dank voor uw zienswijze en uw waardering voor de opzet van de ontwerpbegroting 2027. Wij herkennen de door u geschetste regionale opgaven op het gebied van bereikbaarheid, economische ontwikkeling en brede welvaart en onderschrijven het belang van een slagvaardige regionale samenwerking om hier gezamenlijk invulling aan te geven. 53 In uw aanbiedingsbrief van 13 april jl. nodigt u ons uit om onze zienswijzen kenbaar te maken op de ontwerpbegroting 2027 en de wijziging van de MRDH begroting 2026, gebaseerd op de eerdergenoemde Strategische Agenda. Aan dat verzoek komen wij uiteraard graag tegemoet. Wij nemen kennis van de Kadernota MRDH begroting 2027 en de wijziging van de begroting van 2026. De begroting kent twee programma’s: Mobiliteit en Economisch Vestigingsklimaat. Dat is nieuw, en daar komen wij verderop in deze brief op terug. Verder is de begroting logisch opgebouwd en compacter dan voorheen, wat wij waarderen. De begroting geeft een beeld op de investeringsmiddelen, daar neemt de druk toe doordat er meer inwoners komen, de ruimte schaars is en daardoor de leefbaarheid en welvaart onder druk staat. Tel hierbij de vergrijzing van de bevolking en snelle opvolgende (technologische) ontwikkelingen op, wat resulteert in een grote regionale opgave.
De gemeente Vlaardingen bevestigt deze ontwikkelingen en acht het juist om hierop in te spelen. Wij hebben de ontwerpbegroting 2027 in onze vergadering van 11 juni jl. besproken en brengen als zienswijze het volgende naar voren: 1. Samenvoegen programma’s 2. Economisch Vestigingsklimaat 3. Vervoersautoriteit 4. Nieuwe Strategische Agenda 2027-2030 5. Financiële middelen onder druk Er blijven vanaf nu twee programma’s over: Mobiliteit en Economisch Vestigingsklimaat. Deze herstructurering volgt mede uit het advies van de accountant. Door Verkeer en Vervoer samen te voegen tot het programma Mobiliteit ontstaat meer overzicht en duidelijkheid. Dank voor uw positieve reactie op het samenvoegen van de twee mobiliteitsprogramma’s. We verwachten ook dat het gezamenlijk vergaderen van de adviescommissies leidt tot een meer integrale 54 Daarnaast zullen de commissies waarin raadsleden zitting hebben voortaan gezamenlijk vergaderen. Hierdoor zijn minder raadsleden nodig en wordt de tijdsdruk verminderd. Wij onderschrijven deze keuzes. Wel benadrukken wij dat de adviesrol van de commissies duidelijker moet worden gepositioneerd en waar mogelijk versterkt moet worden, zodat leden de meerwaarde van hun rol beter zien en ervaren. advisering.
Als het gaat om de rol van de adviescommissies: De controle en kaderstelling van de MRDH vinden plaats via de door de gemeenteraden benoemde leden van het algemeen bestuur, het indienen van zienswijzen en het stellen van schriftelijke vragen aan de eigen MRDH-bestuurders. De adviescommissies vervullen binnen de gemeenschappelijke regeling uitdrukkelijk een andere rol. Met hun adviserende rol dragen zij bij aan het bestuur van de GR. De adviescommissies zijn niet bedoeld voor controle of kaderstelling, maar vormen een platform waar raadsleden uit verschillende gemeenten gezamenlijk met het bestuur van de MRDH meedenken over beleid, ontwikkelingen en regionale vraagstukken. De adviezen zijn gericht op de hele regio. De uitgave binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (hoofdstuk 2.2. in de begroting) wordt betaald uit de jaarlijkse bijdrage per inwoner van de deelnemende gemeenten. Deze bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd. Wij lezen in de begroting dat voor het jaar 2027 de indexering 3,8% bedraagt. Concreet houdt dit een inwonersbijdrage in van €3,11. Deze indexering, is conform de wensen van de gemeenten. Complimenten dat hier gehoor aan is aangegeven. Binnen dit programma zijn er twee opdrachten: een toekomstbestendige economie stimuleren en het vernieuwen van werklocaties.
De gemeente Vlaardingen onderschrijft deze opdrachten en ziet een connectie met Vlaardingen MBO-stad. Passend onderwijs is de sleutel tot een toekomstbestendige economie en de bijdrage van de MRDH bij een Leven Lang Ontwikkelen past hier goed bij. De doelen De MRDH dankt de gemeente Vlaardingen voor haar positieve zienswijze en de ondersteuning van de ambities binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat. De MRDH onderschrijft het belang van passend onderwijs voor een toekomstbestendige economie, en wij zien eveneens hier de connectie met Vlaardingen MBO-stad, Ten aanzien van het vernieuwen van werklocaties onderschrijft de MRDH het belang van werklocaties die bijdragen aan de transities naar een circulaire economie en aan de versterking van de strategische autonomie. De MRDH vervult hierbij primair een rol als katalysator, verbinder en coördinator door lokale initiatieven te bundelen, lokale economische profielen te verbinden aan regionale economische clusters en ruimtelijk-economische vraagstukken op regionaal niveau af te stemmen. Daarnaast draagt de MRDH bij aan kennisdeling, de ontwikkeling van ruimtelijke en economische sturingsinstrumenten en participeren wij in onderzoeken naar toekomstbestendig ruimtegebruik, waaronder de mogelijkheden voor circulaire hubs. 55 die beschreven worden bij het vernieuwen van werklocaties onderschrijven wij.
Het is van groot belang dat werklocaties bijdragen aan transities naar een circulaire economie en strategische autonomie. Wij zijn benieuwd hoe dit concreet vormgegeven zal worden. Het programma Mobiliteit (hoofdstuk 2.1. in de begroting) kent drie opdrachten. De gemeente Vlaardingen herkent zich in de opdrachten: investeren in bereikbaarheid, actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren en het versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk. Voor onze gemeente is het cruciaal dat - zeker bij een groei van inwoners in onze stad, maar ook in de regio - dat de Hoekse Lijn een cruciale rol speelt, en blijft spelen. Een 24/7 openbaar vervoer netwerk is voor ons een belangrijke ambitie. Daarnaast is het hebben van een goed aangelegd fietsverkeernetwerk belangrijk. De genoemde corridoraanpak ondersteunen wij. Het gaat hier om hoogwaardig OV en stemt mobiliteitsknooppunten en vervoer op elkaar af. Hier moet nog een concretiseringsslag gemaakt worden: hoe borgen wij dat de investeringen concreet leiden tot verbeteringen in bereikbaarheid en leefbaarheid in de regio en daardoor ook in Vlaardingen. Wij verwachten aankomend jaar hier meer over te horen. In de begroting komt meerdere keren het autonoom rijden aan bod van bus, tram en metro. Echter, de technologische ontwikkelingen van autonoom rijden van de auto gaan ook hard.
Hoe wordt hierop ingespeeld door de MRDH? Denk bijvoorbeeld aan deelfaciliteiten, last-mile verbindingen en samenwerkingsverbanden met bijvoorbeeld kennisinstellingen. In de geactualiseerde Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma werken we samen de corridoraanpak (gebiedsgericht werken) nader uit en bepalen we samen welke corridors wanneer worden opgepakt. Dus u hoort daar aankomend jaar zeker meer over. Bedankt voor uw suggesties voor autonoom rijden. Op basis van de mobiliteitsvisie maken we samen een roadmap om de ambities voor autonoom rijden te realiseren. Terecht wijst u op het feit dat de ontwikkelingen van prive zelfrijdende voertuigen (Tesla FSD als voorloper ervan) en robotaxi snel gaan. We zijn samen met het landelijk programma Verantwoorde introductie automatische voertuigen waarin I&W, provincies en regio deelnemen hierop aan het studeren. Daarnaast werken we samen met de TU Delft aan Xcarcity, een project om te bekijken hoe de regio minder auto-afhankelijk kan worden. De mobiliteitsvisie gaat uit van collectief vervoer. De uitdaging met zelfrijdende personenauto's is juist die beperkte collectiviteit, want beschikbare ruimte op de weg en voor parkeren is een uitdaging.
Daarnaast is het voor onze gemeente essentieel om zorginstellingen, zoals verzorgingstehuizen, huisartsenpraktijken, woon-zorglocaties en De MRDH herkent en onderstreept het maatschappelijke belang van een goede bereikbaarheid van zorgvoorzieningen binnen de regio. Ten 56 spoedeisende hulp, bereikbaar te maken en te houden met het openbaar vervoer . aanzien van het openbaar vervoer deelt de MRDH de ambitie om zorginstellingen optimaal te ontsluiten en bereikbaar te houden. De huidige Strategische Agenda loopt af. De basis van de nieuwe agenda vormt de Mobiliteitsvisie en de visie Economisch Vestigingsklimaat. Deze zijn op 13 februari 2026 vastgesteld. Wij willen benadrukken dat de kernopdrachten uit 2014 leidend moeten zijn. De beide bestuurscommissies zullen de visies dit jaar uitwerken in een gezamenlijk uitvoeringsprogramma voor de komende vijf tot tien jaar. Op basis hiervan wordt de Strategische Agenda 2027-2030 geactualiseerd. We kijken uit naar het eindresultaat en hoe dit in verhouding staat met de gebiedsuitwerkingen van de Provincie Zuid-Holland. We zijn benieuwd naar de planning voor het uitvoeringsprogramma en hoe dit zich verhoudt met het toewerken naar een nieuwe Strategische Agenda. Tevens pleiten wij voor een organisatie die niet groter hoeft te worden, maar wel slimmer kan omgaan met de expertise die er ‘in het veld is’ .
Zoals bij gemeenten of andere (soortgelijke) gremia als de MRDH. Wij onderschrijven het belang van de kernopdrachten uit 2014; deze vormen nog steeds de basis van ons handelen. De recent vastgestelde Mobiliteitsvisie en Visie Economisch Vestigingsklimaat zijn hierop een actualisatie en verdieping, passend bij de huidige opgaven, en vormen de inhoudelijke basis voor zowel de Strategische Agenda als het Uitvoeringsprogramma. De Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma worden nadrukkelijk in samenhang ontwikkeld: de agenda geeft richting en keuzes, terwijl het uitvoeringsprogramma deze vertaalt naar concrete maatregelen, projecten en inzet van middelen. De planning voorziet in een parallel traject, waarbij het concept van het uitvoeringsprogramma eind 2026 gereed is en beide documenten na bestuurlijke behandeling gelijktijdig worden vastgesteld in juli 2027. Wij delen het belang van goede afstemming met de gebiedsuitwerkingen van de provincie Zuid-Holland. De gekozen corridoraanpak en gebiedsgerichte werkwijze zijn juist gericht op het versterken van samenhang met provinciale en nationale programma’s. Tot slot herkennen wij uw oproep om de organisatie niet onnodig te laten groeien, maar slim gebruik te maken van aanwezige expertise.
De aanpak is hier expliciet op ingericht, met een sterke rol voor gemeenten, bestaande overlegstructuren en samenwerking met partners, zodat kennis en capaciteit uit de regio optimaal worden benut en het eigenaarschap gezamenlijk wordt gedragen. In eerdere zienswijzen hebben wij al benadrukt dat de financiële positie van de gemeente Vlaardingen onder druk staat. De komende periode vraagt om het maken van gerichte keuzes en het onderzoeken Het algemeen bestuur onderkent de financiële uitdagingen waarvoor gemeenten zich de komende jaren gesteld zien. Tegelijkertijd is de inwonerbijdrage een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren 57 van mogelijkheden voor ombuigingen. De komende jaren zullen scherpe keuzes onvermijdelijk zijn. In dat licht verzoeken wij u om vooruit te kijken en ons concrete voorstellen te doen voor mogelijke besparingen, met name voor de periode vanaf 2028. De tussenliggende periode benutten wij om gezamenlijk te verkennen op welke wijze gemeenten en gemeenschappelijke regelingen deze opgave zo zorgvuldig en effectief mogelijk kunnen invullen. Wij verwachten hierover geïnformeerd te worden via de P&C rapportages. Daarbij, in de begroting staat dat onderbesteding geen vanzelfsprekendheid meer mag zijn. Hoe gaat dit structureel opgelost worden? van de gezamenlijke ambities van de gemeenten binnen de MRDH.
De inwonerbijdrage maakt het mogelijk om regionale economische opgaven gezamenlijk op te pakken, investeringen aan te jagen en daarmee meerwaarde voor alle deelnemende gemeenten te creëren. In de Visie Economisch Vestigingsklimaat is opgenomen dat wordt onderzocht op welke wijze de inwonerbijdrage op termijn kan worden afgebouwd tot een niveau waarop de apparaatslasten en een deel van de investeringslasten worden gedekt. Daarbij staat voor het algemeen bestuur voorop dat eventuele aanpassingen van de inwonerbijdrage zorgvuldig worden afgewogen, waarbij eventuele afbouw afhankelijk is van mogelijkheden van alternatieve financiering. Het algemeen bestuur blijft hierover met de gemeenten in gesprek, met als uitgangspunt een doelmatige inzet van middelen én het behoud van voldoende slagkracht om de gezamenlijke opgaven effectief uit te voeren. Onderbesteding mag inderdaad geen vanzelfsprekendheid meer zijn. De gezamenlijke uitvoeringskracht van partijen binnen de metropoolregio kan én moet sterker. We zien de uitvoeringskracht afnemen door beperkte capaciteit, de complexiteit van projecten en langere vergunningprocedures. Onder meer met MRDH Support draagt de MRDH bij aan versterking van de uitvoeringskracht van gemeenten.
Via MRDH Support kunnen gemeenten tijdelijk een beroep doen op medewerkers om hen te helpen bij de uitvoering van de regionale opgaven uit de strategische agenda. Wat ook ‘boven de markt hangt’ is de bezuiniging vanuit het Rijk op de SPUK-regelingen. De Brede Doeluitkering (BDU), waar de MRDH veruit het meeste geld uit ontvangt, trof dit ook omdat daar een korting van 10% is doorgevoerd. Dit is mogelijk een aanzienlijke bezuiniging. Voor nu is na een intensieve lobby de korting verschoven naar medio 2027. Op pagina 48 van de concept ontwerp begroting hebben wij aangegeven op welke wijze omgaan met deze dreigende korting: “De vervoerregio’s zetten het gesprek over de BDU korting met het Rijk voor herstel van de Rijksfout voort en zetten er op in dat het Rijk ook in 2027 en daarna de volledige BDU-korting compenseert. Daartoe 58 Hoe gaat de MRDH om met deze mogelijke bezuiniging als deze wel, of in mindere mate, doorgaat? Dat zou tevens een onderwerp kunnen zijn in de P&C rapportages. werkt de MRDH intensief samen met de vervoerregio Amsterdam, zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau, om zodoende maximaal resultaat te bereiken bij het Rijk.
Dat gebeurt onder meer door het organiseren van mediamomenten (bijvoorbeeld interviews in landelijke media) en het organiseren van ‘events’ waar Tweede Kamerleden worden geïnformeerd over de noodzaak van een structureel gezonde financiële situatie voor het regionaal ov- en verkeersysteem. Als de korting na medio 2027 doorgaat, dan zal dit direct effect hebben op de exploitatie van het ov en de investeringscapaciteit. De MRDH heeft zich hiertegen uitgesproken en blijft hierover in gesprek met het Rijk. Gegeven de onzekerheid, is deze korting verder niet verwerkt in de begroting.” Op pagina 17 van de concept ontwerp begroting is de lobby bij het Rijk opgenomen als één van de begrotingsactiviteiten en daarmee vindt periodieke verantwoording via de P&C producten plaats. Afsluitend, vanaf dit jaar zal de gemeente Vlaardingen de gemeenschappelijke regelingen waarin wij deelnemen tijdig informeren over onze wensen en verwachtingen voor de prestaties in het daaropvolgende begrotingsjaar. Eind september 2026 sturen wij daartoe een Kaderbrief, waarin wij aangeven welke prestatie- indicatoren voor ons richtinggevend zijn bij de beoordeling van de ontwerpbegroting 2028 tijdens de zienswijzeprocedure in het voorjaar van 2027. Tot nu toe ontvingen wij namens uw gemeente een onderling tussen de Rijnmond-gemeenten afgestemde kaderbrief.
Dat heeft expliciet onze voorkeur ten opzichte van individuele gemeentelijke kaderbrieven, niet in de laatste plaats omdat meerdere individuele kaders soms tegenstrijdig kunnen zijn. 59 3.18 Voorne aan Zee Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur In uw brief van 13 april 2026 verzoekt u ons om uiterlijk 7 juli a.s. onze zienswijzen op de Ontwerpbegroting MRDH 2027 en wijziging van de begroting 2026 kenbaar te maken. Met deze brief ontvangt u de zienswijze van ons college onder voorbehoud van goedkeuring door de raad. Deze zienswijze is opgesteld met inbreng van onze raadscommissie. De vaststelling door de gemeenteraad heeft plaatsgevonden op 7 juli 2026. Wij danken u voor de heldere opzet van de Ontwerpbegroting met de twee programma’s Mobiliteit en Economisch Vestigingsklimaat. Ook waarderen wij het voorstel om de lopende begroting van 2026 hierop aan te passen. Wij onderschrijven de inzet van de MRDH om de bereikbaarheid in de regio te verbeteren en het economisch vestigingsklimaat te versterken. Wij waarderen de brede benadering en de erkenning van de noodzaak om te investeren in de bereikbaarheid van onze gemeente. Voorne aan Zee vervult een regionale functie als woongebied, recreatiegebied en als cruciale corridor voor de bereikbaarheid en robuustheid van de Zuidwesterlijke Delta, met de N57 als ruggengraat.
De komst van de Blankenburgverbinding verkleint de fysieke afstand en biedt ook economische kansen. Voorne aan Zee heeft een andere ruimtelijke en mobiliteitskundige positie dan stedelijke gemeenten. Voor veel inwoners blijft de auto belangrijk. Tegelijk willen wij beter aansluiten op OV- en fietsknooppunten als alternatief autogebruik. Voorne aan zee is ook in dat licht blij met de constructieve gesprekken over en de coöperatieve houding van de MRDH inzake de buslijn Hellevoetsluis – Schiedam. Dank voor uw zienswijze en de positieve reactie op het samenvoegen van de twee mobiliteitsprogramma’s. De MRDH herkent de ruimtelijke en mobiliteitspositie van Voorne aan Zee dat u schets, overeenkomstig met de verschillende gebiedstypen opgenomen in onze visie. En dat vraagt om gebiedsgericht werken aan de kerntaken economie en mobiliteit. Wij onderschrijven het belang van het verbeteren van de bereikbaarheid voor de regionale functie die Voorne aan Zee als woongebied en recreatiegebied vervult. Dat ondersteunen we onder meer in de netwerksamenwerking van Novex Rotterdamse Haven en de uitwerking van de Blankenburgcorridor. Ook zetten we samen met Voorne aan Zee en Nissewaard in op de uitvoering van het maatregelenpakket gebiedsuitwerking Voorne-Putten en haven, met belangrijke maatregelen voor de N57.
Daarnaast heeft Voorne aan Zee verschillende knooppunten, waar we vanuit het programma Ketenmobiliteit naar kunnen kijken. Dan gaat het om Brielle centrum, Amnesty Internationallaan in Hellevoetsluis en Rockanje Dorpsplein in Westvoorne. Ook uw wens over de noodzaak van passende OV-oplossingen aansluiten op jullie kernen, werkgebieden en regionale verbindingen 60 Onze bereikbaarheid is kwetsbaar. Wij zijn afhankelijk van enkele hoofdroutes en verbindingen. Dat maakt ons extra gevoelig voor verstoringen. Juist voor gemeenten met een meer perifere ligging, zoals Voorne aan Zee, is het van belang dat binnen het maatwerkbudget voldoende ruimte blijft bestaan voor passende OV-oplossingen die aansluiten bij de bereikbaarheid van onze kernen, werkgebieden en regionale verbindingen. Daarom is de bereikbaarheid van Voorne aan Zee geen lokaal vraagstuk, maar een randvoorwaarde voor de bereikbaarheid en economische vitaliteit van de regio. herkennen wij. In de eerste fase van het onderzoek naar publieke mobiliteit brengen we naast de reguliere reizigersstromen ook deze aspecten in kaart. Het verkennen van de reizigersbehoefte van de reiziger vormt hierbij het noodzakelijke vertrekpunt, waarbij we aandacht hebben voor vervoerarmoede. Tegelijkertijd ligt er een uitdaging om deze oplossingen te realiseren binnen de financiële randvoorwaarden.
Wij vragen in het bijzonder aandacht voor de volgende punten: • Allereerst steunen wij de inzet op fiets en ketenmobiliteit. Voorne aan Zee zet in op duurzame en slimme mobiliteit. Wij blijven aandacht vragen voor het belang van het OV en langzaam verkeer als realistisch alternatief voor woon-werk verkeer met de auto. Wij verzoeken de MRDH om bij de prioritering van het IPVa 2027 en de Metropolitane Fietsroutes ook de verbindingen met Voorne aan Zee nadrukkelijk mee te nemen. Dit geldt in het bijzonder voor verbindingen richting het havengebied en recreatieve routes. • Daarnaast vragen wij om een concrete uitwerking van de opgaven rond een 24/7 toegankelijk mobiliteitssysteem voor de inwoners. Daarbij gaat het vooral over de bereikbaarheid in de avonden en weekenden. Voorne aan Zee mist nog een duidelijke vertaling naar de bereikbaarheid van onze kernen, werkgebieden en voorzieningen. • Wij zien ook kansen in de corridoraanpak en de gebiedsuitwerking Voorne-Putten. Vanuit de middelen van Netten op Zee hebben we de mogelijkheid om een voor onze gemeente forse bijdrage te leveren aan de verbreding van de N57. Graag gaan we in gesprek hoe we hier samen met alle Binnen de MRDH zetten wij nadrukkelijk in op OV en langzaam vervoer als alternatief voor de auto.
In de mobiliteitsvisie zijn geen nieuwe Metropolitane Fietsroutes opgenomen, anders dan de zes routes die zich in de planuitwerking bevinden. Vanuit Novex Rotterdamse Haven en de gebiedsuitwerking Voorne-Putten wordt er gekeken naar alternatieven voor de auto. Wij delen uw analyse wat betreft de opgaven rond een 24/7 toegankelijk mobiliteitssysteem voor de inwoners. Daarom is onze eerste inzet erop gericht om, samen met de inbreng van Voorne aan Zee, de bereikbaarheid in de avonden en weekenden van uw kernen, werkgebieden en voorzieningen uit te werken. 61 betrokken partners vorm aan geven. Wij hechten veel waarde aan deze ontwikkeling. De focus ligt nu op “de oude lijn” . Hierbij vinden wij het belangrijk dat ook de omliggende infrastructuur, die op de regio aansluit, zorgvuldig wordt meegenomen. Wij zien graag dat de investeringen in deze infrastructuur recht doen aan de lokale vraagstukken. • Voor de economische ontwikkeling hechten wij in Voorne aan Zee aan duurzame bedrijventerreinen, arbeidsmarktontwikkeling en samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Een Leven Lang Ontwikkelen is relevant voor onze lokale arbeidsmarkt. Sectorspecifieke scholing (techniek, maritiem, havenindustrie) is daarbij cruciaal om vacatures te vervullen in de regio en inwoners aan het werk te houden.
Wij vragen daarom om ook projecten buiten de stedelijke kern te blijven ondersteunen, zeker als deze bijdragen aan toekomstbestendige werklocaties, betere verbindingen met opleidingsmogelijkheden en huisvesting voor jongeren als toekomstige werknemers. Wij delen uw inzicht dat er kansen zijn met de corridoraanpak. Samen zetten we in het kader van Novex Rotterdamse Haven al stappen in. Door samen in het werkpakket wonen, werken en mobiliteit en de gebiedsuitwerking Voorne-Putten te bepalen wat de opgave is voor Voorne-Putten en welke investeringen nodig zijn. De MRDH dankt de gemeente Voorne aan Zee voor haar zienswijze en de aandacht voor het belang van toekomstbestendige werklocaties, goede verbindingen met opleidingsmogelijkheden en huisvesting voor jongeren. De MRDH onderschrijft het belang van projecten buiten de stedelijke kernen en blijft deze ondersteunen wanneer zij bijdragen aan de versterking van het economisch vestigingsklimaat. In lijn met eerdere signalen geven wij u verder nog mee dat alle gemeenten in de regio Rijnmond forse bezuinigingen hebben moeten doorvoeren. U heeft daarin ook uw bijdrage geleverd en wij zijn u daar erkentelijk voor. Gemeenten houden echter nog steeds enorme financiële uitdagingen - vooral voor de jaren vanaf 2028 - en moeten daarom aanvullende bezuinigingsmogelijkheden in kaart brengen.
Daarbij verwachten wij dat ook uw gemeenschappelijke regeling vanaf 2028 een (verdere) bijdrage levert aan het in kaart brengen van aanvullende bezuinigingsmogelijkheden. Wij gaan graag de komende periode (tot de kadernota begroting 2028 en/of ontwerpbegroting 2028 van uw gemeenschappelijke regeling) met u in overleg om te Het algemeen bestuur onderkent de financiële uitdagingen waarvoor gemeenten zich de komende jaren gesteld zien. Tegelijkertijd is de inwonerbijdrage een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van de gezamenlijke ambities van de gemeenten binnen de MRDH. De inwonerbijdrage maakt het mogelijk om regionale economische opgaven gezamenlijk op te pakken, investeringen aan te jagen en daarmee meerwaarde voor alle deelnemende gemeenten te creëren. In de Visie Economisch Vestigingsklimaat is opgenomen dat wordt onderzocht op welke wijze de inwonerbijdrage op termijn kan worden afgebouwd tot een niveau waarop de apparaatslasten en een deel van de investeringslasten worden gedekt. Daarbij staat voor het algemeen onderzoeken op welke wijze dat samen met u het beste | vormgegeven | bestuur voorop dat eventuele aanpassingen van de inwonerbijdrage kan worden. | zorgvuldig worden afgewogen, waarbij eventuele afbouw afhankelijk is van mogelijkheden van alternatieve financiering.
Het algemeen bestuur Wij verzoeken u hierbij om uitgaven te beperken en bij het opstellen | blijft hierover met de gemeenten in gesprek, met als | uitgangspunt een van het inhoudelijke Meerjarenprogramma 2027 | -2030, inclusief de te | doelmatige inzet van middelen én het behoud van voldoende verwachte opgaven en alle inhoudelijke programma’s die hiervan deel | slagkracht om de gezamenlijke opgaven effectief uit te voeren. uitmaken, rekening te houden met onze gemeentelijke | financiële uitdagingen. De risicogerichte keuzes, binnen de financiële kaders, zien wij graag terug in het meerjarenprogramma 2027 | -2030. Wij zijn blij met het ambitieniveau van de MRDH en onderschrijven het nastreven van een aantrekkelijk vestigingsklimaat als zijnde cruciaal voor de regio. Wij blijven ons inzetten voor een goede positie van onze gemeente binnen deze ontwikkelingen. 3.19 Wassenaar Ingebrachte zienswijze | Reactie algemeen bestuur Met uw brief van 13 april 2026 nodigt uw bestuur ons uit om onze | Dank voor uw zienswijze. Wij waarderen uw positieve reactie op de zienswijze naar voren te | brengen over de herziene begroting 2026 en | samenvoeging van de mobiliteitsprogramma’s en de nieuwe de ontwerpbegroting 2027. Hierbij ontvangt u onze | reactie. | begrotingsindeling.
De MRDH blijft zich inzetten voor een begroting die compact, inzichtelijk en navolgbaar is en die op heldere wijze | laat zien Uit de door u voorgelegde herziene begroting 2026 blijkt dat de twee | hoe de beschikbare middelen bijdragen aan de gezamenlijke regionale afzonderlijke programma’s voor verkeer worden samengevoegd tot één | opgaven. begrotingsprogramma voor mobiliteit. Uit de door u voorgelegde ontwerpbegroting 2027 blijkt dat de Metropoolregio Rotterdam Den | Haag (MRDH) haar beleid en middelen ordent rond twee hoofdbegrotingsprogramma’s: Mobiliteit | en Economisch Vestigingsklimaat, met een omvang van respectievelijk 62 63 €933,5 miljoen en €6,6 miljoen. In dit kader zijn de voorheen afzonderlijke programma’s voor verkeer geïntegreerd tot één samenhangend begrotingsprogramma voor mobiliteit. De gemeente Wassenaar waardeert de wijze waarop de GR Metropoolregio Rotterdam Den Haag vanuit haar opgave invulling geeft aan de uitvoering van de Visie Economisch Vestigingsklimaat waarin drie bepalende keuzes zijn benoemd voor de toekomst van onze regionale economie: het verbeteren van werklocaties, de inzet op technologie en innovatie, en het versterken van het toekomstige arbeidspotentieel. De gemeente Wassenaar onderschrijft dat het economische en maatschappelijke belang van bedrijventerreinen, winkelgebieden, campuslocaties en kantorenlocaties groot is.
Daarom zijn wij verheugd dat er in 2027 blijvende aandacht is voor het bieden van voldoende werklocaties, beter benutten van bedrijventerreinen en inzet op vitale kerngebieden. Het is voor Wassenaar van belang om het centrum, met zijn diverse winkelaanbod, horeca en weekmarkt, als kloppend hart van de gemeente aantrekkelijk en levendig te houden. Leegstand vormt hierbij een uitdaging, onder meer door online winkelen, faillissementen van landelijke ketens en het ontbreken van bedrijfsopvolging bij een groot deel van de oudere winkeliers. Daarom is er de afgelopen periode een actie uitgevoerd waarbij één ondernemer één jaar lang voor €1 een pand in het kernwinkelgebied mag huren. De MRDH heeft aan de zogenaamde €1-actie bijgedragen en wij waarderen deze bijdrage ten zeerste. Een van de andere ambities waarop de begroting is gebaseerd, is het verbeteren van de samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven via innovatiecampussen en Leven lang Ontwikkelen. Een Wij danken de gemeente Wassenaar voor haar positieve reactie. De MRDH onderschrijft het belang van vitale centrumgebieden en blijft zich inzetten voor toekomstbestendige werklocaties, zowel in economische concentratiegebieden als in de lokale economie. Ervaringen uit initiatieven zoals de €1-actie nemen wij mee in de verdere ontwikkeling van onze regionale aanpak.
Wij waarderen uw steun voor onze inzet om via IQ het innovatieve mkb in de regio te ondersteunen. 64 van de ambities waarop de begroting is gebaseerd, is het verbeteren van de samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven via innovatiecampussen en Leven lang Ontwikkelen. Wij kijken uit naar de inzet van de MRDH op werknemers die zich hun leven lang ontwikkelen, omdat ook in de Wassenaarse economie wordt gemerkt dat het vinden en behouden van goed en zelfstandig personeel een uitdaging is. Wat betreft de investeringen in innovatiecampussen vragen wij uw bestuur om aandacht te besteden aan de verbinding met de stads- en dorpsverzorgende economie buiten de campussen. Wij zijn erg blij met voornemen om de praktische innovatie MKB breed in te zetten en steunen dan ook de voorgenomen subsidie aan het InnovationQuarter om ondersteuning te bieden aan het innovatieve MKB. Hierbij kijken wij vooral uit naar de marktintroductie van slimme oplossingen die daaruit voortkomen en wat deze aan de Wassenaarse economie kunnen bijdragen. De gemeente Wassenaar waardeert de wijze waarop de GR Metropoolregio Rotterdam Den Haag vanuit haar opgave invulling geeft aan de uitvoering van de mobiliteitsvisie.
Daarnaast waardeert de gemeente Wassenaar de manier waarop de programma's worden gebundeld om tot een efficiëntere begroting te komen maar vraagt uw bestuur om aan de volgende punten aandacht te besteden. Zo maakt de gemeente Wassenaar zich, ondanks aanhoudende lobby van de MRDH, nog altijd zorgen over de kwaliteit en frequentie van het openbaar vervoer binnen Wassenaar gezien de negatieve ontwikkelingen van de reguliere rijksbijdragen Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (hierna: BDU) de komende jaren en de bezuinigingen van het Rijk. Dank voor uw positieve reactie op het samenvoegen van de twee mobiliteitsprogramma’s. Wij delen uw zorgen wat betreft het effect van de dreigende BDU- korting door het Rijk. Samen met alle inliggende gemeenten zullen we ons volledig blijven inzetten op het ongedaan maken van deze korting. Zoals we in de concept begroting 2027 hebben aangegeven: als de korting na medio 2027 doorgaat, dan zal dit direct effect hebben op de exploitatie van het ov en de investeringscapaciteit. Mocht deze situatie zich onverhoopt voordoen, dan treden wij tijdig met u in overleg hierover. 65 Wij zijn blij dat er geen veranderingen zijn binnen het aanbod van openbaar vervoer in 2027, maar we maken ons wel zorgen over de kwaliteit van het openbaar vervoer in de toekomst.
Voor Wassenaar zijn de bereikbaarheid van recreatie- en natuurgebieden, de uitbreiding van metropolitane fietsroutes, de veiligheid van fietsers op de nodige routes, het beperken van de verkeersdrukte op de N44 en het tegengaan van sluipverkeer de grootste punten van aandacht. En de grootste punten van zorg. Daarbij vragen wij nadrukkelijk aandacht voor fietsveiligheid binnen het regionale mobiliteitsnetwerk. In Wassenaar hebben verschillende fietsverbindingen weliswaar een lokale ligging, maar in de praktijk een duidelijke regionale functie. Deze routes worden gebruikt door scholieren uit de regio, forenzen richting omliggende gemeenten en OV knooppunten, en recreanten en toeristen die zich verplaatsen richting kust-, duin- en groengebieden. Juist op deze verbindingen komen lokaal verkeer, regionaal fietsverkeer, recreatieve stromen en autoverkeer samen. Daarmee is fietsveiligheid niet alleen een lokaal aandachtspunt, maar ook onderdeel van een goed functionerend regionaal mobiliteitssysteem. Wij vragen de MRDH daarom om bij de verdere uitwerking van de Mobiliteitsvisie, de metropolitane fietsroutes en het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit in het oog te houden voor de veiligheid van deze bovenlokale fietsverbindingen, inclusief de aansluitende routes, kruisingen en overgangen binnen kleinere en groene gemeenten zoals Wassenaar.
Naast de fietsveiligheid willen wij ook nadrukkelijk aandacht voor de situatie op de A44/N44 vragen. . De kruising bij de overgang van de A44 naar de N44 is en blijft overvol. Dit heeft met name in spitstijden een negatief effect op de doorstroming van het verkeer op de N44 en de omliggende wegen. Dit is ook een van de conclusies die getrokken is In 2024 heeft de MRDH onderzoek gedaan naar de bereikbaarheid te voet, met de fiets en het ov naar recreatie en natuurgebieden van regionaal belang. Hieruit bleek dat inwoners van de metropoolregio een natuurgebied van regionaal belang binnen 25 minuten met de fiets of 45 minuten met het ov kunnen bereiken. Op verzoek van gemeenten kan MRDH zich inzetten als kennismakelaar of subsidieverlener binnen de IpVa bij de verbetering van de bereikbaarheid van specifiek recreatie- en natuurgebieden van regionaal belang. Om te onderzoeken hoe ov-haltes nabij recreatie en natuurgebieden aantrekkelijker te maken doet MRDH mee in een pilot Groene Haltes Besluitvorming over bereikbaarheid recreatie en natuuurgebieden heeft in de BcVa van oktober 2025 plaatsgevonden. Momenteel zijn zes metropolitane fietsroutes in uitwerking en realisatie. Er zijn vooralsnog geen voornemens om nog andere hoogwaardige routes te ontwikkelen. Bij de uitwerking van de corridoraanpak kan dat aan de orde komen en in de overwegingen betrokken worden.
In de periode 2021 tot 2024 heeft de MRDH samen met Rijkswaterstaat, de gemeente Den Haag en de Provincie Zuid-Holland meegedacht over en meebetaald aan onderzoek naar de verkeersproblematiek op de N44 en naar mogelijke oplossingen. De opening van de Corbulo tunnel in de Rijnlandroute heeft geleid tot minder verkeer op de N44. Autonome ontwikkeling leidt uiteindelijk weer tot groei van het verkeer. De wens van defensie tot uitbreiding op het terrein Maaldrift kan aanleiding zijn voor nieuwe stappen. De MRDH staat open om in gesprek te gaan over wat u nodìg acht. 66 uit het onderzoek van de MRDH over de situatie op de A44/N44. Des te meer wegens verschillende ontwikkelingen ook buiten de grenzen van de MRDH, verdient dit knelpunt aandacht van de MRDH. In dit kader wijzen wij ook op het 'Wassenaarse bod' richting defensie voor de ontwikkeling en uitbreiding van mobilisatiecomplex Maaldrift. Van defensie hebben wij de toezegging gehad dat zij willen bijdragen aan een oplossing voor het knelpunt A44/N44 en Rozenplein. Graag onderzoeken we met verschillende stakeholders, waaronder de MRDH, de mogelijkheden. De gemeente waardeert dat de 'LeiZo' corridor in de mobiliteitsvisie is doorgetrokken over Voorschoten richting Wassenaar. In dit kader zien wij in het bijzonder het belang van buslijn 46, als verbinding tussen de gemeente Wassenaar en Voorschoten.
Deze lijn vormt de aansluiting van Wassenaar op de ‘Oude Lijn’ en 'LeiZo'-corridors. Wassenaar zou daarom, samen met de MRDH, graag verkennen of station Voorschoten kan worden ontwikkeld tot een duostation Voorschoten– Wassenaar, naar voorbeeld van station Driebergen–Zeist. In de geactualiseerde Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma werken we samen de corridoraanpak (gebiedsgericht werken) nader uit en bepalen we samen welke corridors wanneer worden opgepakt. Daarbij gaat het in de uitwerking van corridors ook om de aansluiting van gebieden op bepaalde vervoercorridors, zoals de verbinding Wassenaar – Voorschoten die u benoemt. In 2026 hebben de MRDH-gemeenten te maken gehad met de gemeenteraadsverkiezingen, en daarmee komen er nieuwe raads- en commissieleden terecht in de verschillende commissies die de MRDH rijk is. Afgelopen jaar heeft de gemeente Wassenaar al aangegeven dat het belangrijk is om spoedig met de nieuwe Strategisch Agenda en het Uitvoeringsprogramma te beginnen en is er de wens uitgesproken om goed te worden meegenomen in dit proces. In dat kader waarderen wij de mogelijkheid tot deelname aan het gemeentelijk Kernteam. Wij danken de gemeente Wassenaar voor de betrokkenheid bij het samen toewerken, via deelname aan het gemeentelijk kernteam, naar de actualisatie van de Strategische Agenda en het opstellen van een Uitvoeringsprogramma.
Ondanks ons enthousiasme over het maatwerk dat u heeft geleverd op het gebied van de €1-actie, willen wij benoemen dat een kleine gemeente als Wassenaar nagenoeg geen economische projecten uitvoert die meer dan €100.000 kosten. Een verlaging van dit minimumbedrag voor de Bijdrageregeling Economisch Wij zijn ons ervan bewust dat het voor kleinere gemeenten, zoals Wassenaar, een grote uitdaging is om projecten van minimaal € 100.000 bij ons in te dienen. Wij kunnen echter ook op andere manieren de gemeenten ondersteunen, zoals het door u genoemde maatwerk. 67 Vestigingsklimaat kan zorgen voor een evenwichtigere verdeling van het beschikbare budget hiervoor. Een andere mogelijkheid is om het minimumbedrag voor projectkosten aan te passen aan de hoogte van de inwonersbijdrage, zodat gemeenten met minder inwoners ook met kleinere projecten in aanmerking kunnen komen voor de regeling. Daarnaast is in de Visie Economisch Vestigingsklimaat aangegeven dat we onderzoeken of en op welke wijze we de inwonerbijdrage kunnen afbouwen tot een niveau waarbij we de apparaatslasten en een deel van de investeringslasten dekken en waarbij voor kleinschalige projecten met hoge maatschappelijke waarde binnen de stads- en dorpsverzorgende economie een deel van het budget beschikbaar blijft.
In dit onderzoek kunnen we ook meenemen of het verlagen van het minimumbedrag voor projectkosten een oplossing zou kunnen zijn. De gemeente Wassenaar maakt dankbaar gebruik van MRDH Support voor de totstandkoming van de Economische Visie Wassenaar 2025 en daaruit volgende projecten en wenst dit ook andere regiogemeenten met beperkte capaciteit en complexe projecten toe. Het behouden van de Afdeling MRDH Support is volgens ons van groot belang voor het behalen van de doelen uit de Strategische Agenda. Wij danken de gemeente Wassenaar voor het vertrouwen en de waardering voor de inzet van MRDH Support. Wij zien ook de groeiende vraag naar de inzet van MRDH Support ter ondersteuning van onze 21 gemeenten om de doelen uit de strategische agenda, mobiliteitsvisie en visie op het economisch vestigingsklimaat te realiseren. Wij zullen deze dienstverlening structureel in stand houden en verder versterken en uitbreiden waar nodig om aan de behoeften vanuit onze 21 gemeenten gehoor te kunnen geven. De raad van de gemeente Wassenaar kan instemmen met de door uw bestuur voorgelegde herziene begroting 2026 en de ontwerpbegroting 2027. Tot slot willen wij graag het volgende meegeven.
Gelet op de financiële vooruitzichten voor gemeenten, met name vanaf 2028, acht de raad het van belang dat de GR MRDH actief blijft meedenken over mogelijkheden tot kostenbeheersing, prioritering en efficiëntieverbetering. Wij herkennen de grote financiële uitdagingen waar gemeenten voor staan. De afgelopen jaren konden we het aandeel apparaatslasten dat ten laste wordt gebracht van de inwonerbijdrage reeds laten dalen. Daarnaast verwijzen we graag naar onze eerdere reactie over het onderzoek naar het mogelijk afbouwen van de inwonerbijdrage tot een niveau waarbij de apparaatslasten en een deel van de investeringslasten worden gedekt. 68 3.20 Westland Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur De gemeenteraad van Westland is per brief van 13 april 2026 uitgenodigd een zienswijze kenbaar te maken op de Ontwerpbegroting MRDH 2027. Hierbij doen wij u namens de gemeenteraad van Westland onze reactie toekomen. Ten eerste willen wij onze waardering uitspreken voor het opstellen van de begroting. Hiervoor is ongetwijfeld veel werk verzet. Wij steunen het samenvoegen van de programma’s exploitatie en infrastructuur tot één programma Mobiliteit. Dit maakt de begroting overzichtelijker. Vanuit de gemeente Westland hebben we ook een aantal aandachtspunten en vragen. Hieronder zetten wij die puntsgewijs uiteen.
Dank voor uw waardering en de positieve reactie op het samenvoegen van de twee mobiliteitsprogramma’s. • Het economisch belang van de glastuinbouwsector binnen de MRDH is groot. De werkgelegenheid die de sector biedt is substantieel. Het is goed hier blijvend oog voor te hebben. In de visie op het Economisch Vestigingsklimaat is de hightech horticulture en agrologistiek sector benoemd als een van de vijf centrale economische clusters in de regio. De MRDH zet zich in om deze clusters verder tot bloei te brengen. Daarom werken we o.a. aan het versterken van het toekomstbestendig arbeidspotentieel in de regio zodat de clusters versterkt (blijven) worden. • We vragen aandacht voor de werkwijze bij subsidies. Subsidieaanmeldingen moeten relatief vroeg ingediend worden. In de tijd tussen subsidieaanvraag en de daadwerkelijke toekenning ervan kan de situatie zodanig veranderen dat het project niet meer actueel is. We roepen u op om te onderzoeken of het huidige proces van subsidieaanmelding en -aanvraag aangepast kan worden, zodat het meer aansluit op de snel veranderende realiteit. Dank voor uw zienswijze en voor de goede samenwerking bij subsidieprojecten. Uw oproep is door de tijd ingehaald; inmiddels hebben wij daar al uitvoering aan gegeven.
In 2025 hebben wij in nauwe samenspraak met de gemeenten de praktijk van subsidieverlening doorgelicht en suggesties verzameld voor verbeteringen van de werkprocessen. Die hebben wij meegenomen in de actualisatie van de subsidieverordening en de uitvoeringsregeling. De voorstellen daarvoor, waaronder voorstellen die tegemoetkomen aan uw zienswijze, zijn op 9 april besproken met de 69 vertegenwoordigers van de gemeenten. De reacties hebben wij verwerkt in de voorstellen die op 10 juni in de bestuurscommissie en op 10 juli in het algemeen bestuur zijn behandeld. Het nieuwe proces geldt al voor de projecten die gemeente deze zomer aanmelden voor het Investeringsprogramma Kleine projecten van 2027/’28. • We zijn blij met de ruimte die de MRDH biedt voor stimulering van actieve en collectieve vormen van (publieke) mobiliteit. We zetten zelf stappen op dit gebied en doen dit graag samen met de MRDH, waarbij we willen meedenken en meedoen in het opstarten van daarbij passende pilots. Wij zijn blij met de handreiking van gemeente Westland om samen te werken op het gebied van stimulering van actieve en collectieve vormen van (publieke) mobiliteit. Het doen van pilots kan helpen bij het beantwoorden van onderzoeksvragen van de regio. In de actualisatie van de Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma beschrijven we welke acties wij samen met de gemeenten oppakken.
Het meedenken en meedoen in pilots kan daar een onderdeel van zijn. • We roepen u op te onderzoeken of het huidige concessiesysteem in de toekomst nog houdbaar en werkbaar is, en welke alternatieve mogelijkheden er zijn die de transitie naar publieke mobiliteit beter ondersteunen. Wij onderschrijven het belang van ontwikkeling van nieuwe kaders voor de aansturing van concessies en bij de voorbereiding van nieuwe concessieverleningen. Momenteel werkt de MRDH samen met RET en HTM aan de verdere uitwerking van een vernieuwde aanpak voor de sturing op concessies voor publieke mobiliteit. Daarbij wordt verkend hoe zij binnen vooraf vastgestelde kaders ruimte kunnen krijgen voor operationele organisatie van publieke mobiliteit, terwijl strategische en maatschappelijk relevante keuzes onder bestuurlijke verantwoordelijkheid blijven. Gemeenten spelen hierbij een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de beleidsmatige en bestuurlijke kaders en het afspreken van benodigde maatregelen om publieke mobiliteit succesvol te kunnen exploiteren. In de Nota van Uitgangspunten voor nieuwe concessies voor publieke mobiliteit zal -naar verwachting in de eerste helft van 2027 aan de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit voor te leggen- gaan we hier nader op in.
Voorafgaand hieraan start vanaf de tweede helft van 2026 een uitgebreid participatie- en consultatieproces met gemeenten, zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau, evenals met andere relevante stakeholders. In dit traject wordt 70 gezamenlijk gesproken over de vertaling van de Mobiliteitsvisie en de Visie Economisch Vestigingsklimaat naar de verdere ontwikkeling van publieke mobiliteit in de regio. Na vaststelling van de Nota van Uitgangspunten wordt het Programma van Eisen voor de eerstvolgende concessieverlening (Rail Rotterdam e.o.) uitgewerkt. Ook hierbij zullen gemeenten gedurende het proces actief worden betrokken. Zoals beschreven in de Mobiliteitsvisie 2050 van de MRDH onderzoeken we samen met de gemeenten passende organisatie- en governancevormen ten behoeve van publieke mobiliteit. • De afhankelijkheid van de BDU blijft groot. We hopen daarom dat de lobby daarvoor in stand blijft en resultaat oplevert. Wij delen uw wens en blijven ons onverminderd inzetten om de BDU toekomstbestendig te maken. • We kijken uit naar de realisatie van de metropolitane fietsroutes en zijn blij met de samenwerking met de MRDH binnen dat traject. Wij zijn verheugd dat de gemeenten de realisatie van de metropolitane fietsroute voortvarend ter hand genomen hebben. Diverse tracédelen zijn thans in uitvoering of worden komende jaar opgeleverd.
• De inzet van de MRDH op campussen in de economische visie ondersteunen wij. Samen met de MRDH moeten we alert zijn op de mogelijkheden die dit biedt voor onze Flora Campus. Wij delen dat de gebiedsontwikkeling van de Flora Campus veel potentie heeft om het economische cluster HortiTech in samenwerking met het world horti center verder te ontwikkelen. Daarbij zullen wij, waar kansen en mogelijkheden zich voor doen, actief participeren in deze ontwikkeling • Het blijft belangrijk op te letten dat er geen dubbelingen zijn in de uitgave van middelen. Als voorbeeld noemen we IQ waar algemene middelen naar toe gaan maar ook vanuit de individuele gemeenten financiering beschikbaar wordt gesteld. Met de subsidie van de MRDH zorgen we ervoor dat ook de gemeenten die niet zelf bijdragen aan IQ bediend kunnen worden. Hierdoor kan een groter deel van het innovatieve mkb en de startups en scale-ups in onze regio ondersteund worden. Wij gaan ervanuit u hiermee voldoende inzicht te hebben gegeven in onze visie op de Ontwerpbegroting MRDH 2027 en vertrouwen erop 71 dat onze aangedragen punten worden opgepakt dan wel goed worden verwerkt in de definitieve versie van de begroting.
3.21 Zoetermeer Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur Met uw brief van 13 april 2026 nodigt u onze raad uit om een zienswijze in te dienen op de concept Begroting 2027 van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Van die mogelijkheid maken we met deze zienswijzebrief graag gebruik. De begroting staat in het teken van forse regionale mobiliteitsopgaven, grote investeringspakketten en een toenemende druk op de Brede Doeluitkering (BDU). Zoetermeer onderschrijft de gezamenlijke koers, maar ziet ook risico’s en kansen die bijzondere aandacht verdienen. Zoetermeer blijft zich zorgen maken over de structurele druk op de BDU. Het is van grote invloed op de strategische opdrachten in het programma Mobiliteit. Het zal rechtstreeks gevoeld worden door onze inwoners en reizigers. De ontwerpbegroting laat zien dat de korting op de BDU in 2027 slechts ten dele gecompenseerd is met tijdelijke financiering en geen structurele oplossing biedt. Daarnaast loopt vanaf 2028 ook de financiering voor het ov in de provincies terug. Wij verzoeken MRDH om een afwegingskader en expliciete inzet op alternatieve financieringsbronnen. Wij danken u voor uw zienswijze en de aandachtspunten die u hierin meegeeft. Wij delen uw zorgen. Wij blijven ons daarom, samen met de inliggende gemeenten, onverminderd inzetten om de BDU toekomstbestendig te maken.
De financiering van het OV in de provincies staat los van de zelfstandige verantwoordelijkheid die de MRDH heeft en de aparte financiering (BDU) die de MRDH hiervoor ontvangt van het Rijk. We achten het niet verstandig om vooruit te lopen op een korting die ongepast en ongewenst is. Met het Rijk hebben we afspraken gemaakt over 2026 en (deels) 2027. Indien nodig zal het resterende deel van 2027 uit eigen middelen van MRDH kunnen worden opgevangen. Zoals we in de concept begroting 2027 hebben aangegeven: als de korting na medio 2027 doorgaat, dan zal dit direct effect hebben op de exploitatie van het ov en de investeringscapaciteit. Mocht deze situatie zich onverhoopt voordoen, dan treden wij tijdig met u in overleg hierover. Zoetermeer werkt samen met de MRDH en regionale partners aan de verkenning Toekomstvast ov Zoetermeer. Daarnaast lopen er diverse MRDH herkent de veelheid aan opgaven in Zoetermeer en Lansingerland. De gemeenten hebben veel gezamenlijke belangen die 72 gebiedsontwikkelingen en mobiliteitsprojecten. Zoetermeer ziet het als logische volgende stap om deze samenwerking op te schalen naar een corridoraanpak: één integrale aanpak waarin alle OV-lijnen, projecten economische- en gebiedsontwikkelingen samenkomen.
Met de ZoRo-lijn als hart van de corridor ontstaat een sterke nieuwe verbinding die niet alleen drukke wegen ontlast, maar ook woningbouw en kennisclusters verbindt. Zoetermeer vraagt daarom dat MRDH, gemeente Lansingerland en gemeente Zoetermeer gezamenlijk een corridoraanpak ontwikkelen die: 1. één multimodaal ontwikkelpad vormt, opgebouwd uit alle lopende en toekomstige projecten die we gezamenlijk hebben, waaronder: - ZoRo (Zoetermeer–Rotterdam) in combinatie met gebiedsontwikkelingen Entree, BleiZo en Centrum West - Verkenning Toekomstvast OV Zoetermeer, inclusief RandstadRail / De Krakeling - Verkenning doortrekking Lijn400/401 (LeiZo) naar station Zoetermeer en Lansingerland-Zoetermeer 2. een lonkend perspectief schetst voor de toekomstige publieke mobiliteitsstructuur van Zoetermeer, inclusief een antwoord op het voorgenomen afschalen van lijnen 70 en 71; 3. aansluit bij zowel de Mobiliteitsvisie van de MRDH als de Omgevingsvisie Zoetermeer; 4. een solide basis vormt voor keuzes en investeringen binnen het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) en het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT); bijdragen aan een sterke metropoolregio. Ongeacht de wijze waarop alle partijen aan de slag gaan met deze opgaven; dat kan alleen in samenhang en in samenwerking.
Met u is MRDH al in gesprek over de Brede Welvaart in de newtowns, en willen wij bijdragen aan de sociaal-economische problematiek in uw stad. Ook het integraal bekijken van de mobiliteitsbehoefte van inwoners en ondernemers hoort daarbij. Over de opgaven die u noemt zijn gemeente en MRDH al in gesprek, vaak in gezamenlijke aansturing. Wij delen uw mening dat we met een corridoraanpak een heldere, structurele en regionale koers kunnen bepalen. In de geactualiseerde Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma werken we samen de corridoraanpak (gebiedsgericht werken) nader uit en bepalen we samen welke corridors wanneer worden opgepakt. Onderdeel van het project BRT Leiden – Zoetermeer is een studie naar de doortrekking van de lijn naar station Zoetermeer of station Lansingerland-Zoetermeer. Deze studie moet uitwijzen wat de effecten zijn van doortrekking. MRDH neemt actief deel aan deze studie. 73 5. de koppeling borgt tussen OV-netwerk, ruimtelijke en economische ontwikkeling, woningbouwopgaven en regionale bereikbaarheid. Een dergelijke corridoraanpak biedt een heldere structurele regionale koers, voorkomt versnippering en ondersteunt MRDH, Lansingerland en Zoetermeer bij goed onderbouwde keuzes voor de lange termijn. In de begroting staat dat de MRDH kennis neemt van de verkenning BRT LeiZo. Deze verkenning is inmiddels afgerond.
We vragen de MRDH om actieve deelname aan het vervolgtraject: de verkenning van doortrekking Lijn 400 naar Station Zoetermeer en Lansingerland. Zoetermeer kijkt uit naar de samenwerking op het gebied van knooppuntontwikkeling voor Station Zoetermeer (p.26 en p.27). Wat Zoetermeer betreft is het ook belangrijk om de RandstadRail-haltes en bushaltes te gaan betrekken. Wij zien hier een grote opgave én kans om een forse kwaliteitsslag te maken in de halte- en stationbeleving. Sociale veiligheid is essentieel voor de opdracht “actieve en collectieve mobiliteit stimuleren” . Met name vrouwen voelen zich vaak onveilig in het openbaar vervoer: zo ervaart volgens onderzoek van Pointer ongeveer 80% onveiligheid in het OV en 90% op stations en haltes. Door deze plekken beter en aantrekkelijker in te richten en te beheren, kan het veiligheidsgevoel worden vergroot. Dit vraagt om gezamenlijke inzet van gemeenten, MRDH en vervoerders. Een kwaliteitsslag kan het OV-gebruik door vrouwen stimuleren en daarmee bijdragen aan een hogere bezetting en betere financiële dekking. Zoetermeer vraagt daarom om een strategische visie van de De afgelopen paar jaar hebben er al verschillende gesprekken plaatsgevonden over station Zoetermeer. Wij continueren die gesprekken graag.
MRDH onderschrijft dat een gezamenlijke inzet van diverse partijen waaronder vervoerders, gemeente en MRDH noodzakelijk is voor een veilig openbaar vervoer. MRDH zal zich dan ook samen met de vervoerders en u blijven inzetten voor openbaar vervoer waarin niet alleen vrouwen, maar ook andere reizigers zich veilig voelen. Op dit moment is het proces van actualisatie van de Strategische Agenda en het opstellen van het Uitvoeringsprogramma gaande. Hierbij werken we met een gemeentelijk kernteam, waaraan ook de gemeente Zoetermeer deelneemt. Wij zullen het verzoek vanuit de gemeente Zoetermeer om sociale veiligheid ook in deze documenten te verankeren in dit gemeentelijke kernteam inbrengen. 74 MRDH en om structurele verankering van sociale veiligheid in de strategische agenda en uitvoeringsprogramma’s. Daarnaast vragen we aandacht voor de toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten van stations en haltes in Zoetermeer, die goed geregeld moet zijn, ook bij uitvoering van werkzaamheden. Wij zijn in 2025 gestart met de implementatie van het uitvoeringsprogramma Toegankelijk OV 2024-2028. In het uitvoeringsprogramma staan de activiteiten voor de toegankelijkheid van het openbaar vervoer beschreven waarmee we de komende vier jaar aan de slag gaan.