67. 2026-062806 MRDH - begroting MRDH 2027 en Nota van beantwoording (vastgesteld).pdf
Tekst van het document
1 Nota van beantwoording Zienswijzen ontwerpbegroting MRDH 2027 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ ....................... 4 2. Zienswijzen ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ ................... 5 2.1 Waardering en proces ................................ ................................ ................................ ................................ ............................... 5 2.2 Hoofdlijnen ontvangen zienswijzen ................................ ................................ ................................ ................................ .............. 5 2.3 Aanpassingen naar aanleiding van zienswijzen ................................ ................................ ................................ .............................. 7 3. Beantwoording van de zienswijzen ................................ ................................ ................................ ................................ .................... 9 3.1 Albrandswaard ................................ ................................ ................................ ................................
................................ ......... 9 3.2 Barendrecht ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ .......... 11 3.3 Capelle aan den IJssel ................................ ................................ ................................ ................................ ............................. 14 3.4 Delft ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ ..................... 15 3.5 Den Haag ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ .............. 20 3.6 Krimpen aan den IJssel ................................ ................................ ................................ ................................ ............................ 21 3.7 Lansingerland ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ ........ 23 3.8 Leidschendam-Voorburg ................................ ................................ ................................ ................................ .........................
27 3.9 Maassluis ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ .............. 30 3.10 Midden-Delfland ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ .. 32 3.11 Nissewaard ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ ......... 34 3.12 Pijnacker-Nootdorp ................................ ................................ ................................ ................................ ............................... 37 3.13 Ridderkerk ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ ........... 42 3.14 Rijswijk ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ ............... 46 3 3.15 Rotterdam ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ ...........
50 3.16 Schiedam ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ ............ 50 3.17 Vlaardingen ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ ......... 52 3.18 Voorne aan Zee ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ .... 59 3.19 Wassenaar ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ .......... 62 3.20 Westland ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ ............ 68 3.21 Zoetermeer................................ ................................ ................................ ................................ ................................ .......... 71 4 1. Inleiding De ambities op de kerntaken van de MRDH, het vernieuwen van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid, hebben 21 gemeenten in 2023 in een strategische agenda vastgelegd.
Voor 2027 is dat nog de Strategische Agenda MRDH 2023-2026: Met elkaar voor elkaar. De Agenda gaat uit van vier grote opgaven die vervolgens vertaald worden naar zes concrete opdrachten. De vier opgaven zijn: ➢ Groei van de regio: hoe zorgen we ervoor dat we als MRDH de groei van onze regio op een goede wijze faciliteren? ➢ Vernieuwen van de regio: hoe zorgen we voor een toekomstbestendige economie met voldoende ruimte voor werklocaties en een goede balans in de arbeidsmarkt? ➢ Kwaliteit van de regio: hoe zorgen we voor een aantrekkelijke regio, waarbij de kwaliteit van de infrastructuur op orde is en we een prettige leefomgeving creëren? ➢ Herstel van de regio: hoe zorgen we ervoor dat het openbaar vervoer zich duurzaam herstelt en daarmee een bijdrage kan blijven leveren aan de grote opgaven in onze regio op het gebied van verstedelijking, verduurzaming en een goede bereikbaarheid? De beoogde resultaten en activiteiten zijn in de begroting aangevuld met de eerste keuzes en to-do’s uit de Mobiliteitsvisie en de Visie Economisch Vestigingsklimaat, voor zover deze betrekking hebben op de periode 2027-2030. Beide visies zijn in 2026 vastgesteld en vormen het richtinggevende kader voor de verdere ontwikkeling van de regionale samenwerking en toekomstige MRDH-begrotingen.
De MRDH begroting 2027 geeft op basis van de Strategische Agenda op hoofdlijnen zo gericht mogelijk aan wat we in 2027 willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat dat kost. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit geeft, als bijlage bij de begroting, een concreet overzicht van lopende infrastructurele projecten, verkenningen en planstudies. De begroting bestaat uit de programma’s Mobiliteit en Economisch Vestigingsklimaat. Hiermee is tevens invulling gegeven aan de wens om de begroting compacter en beter navolgbaar te maken, door de eerdere mobiliteitsprogramma’s samen te voegen tot één integraal programma. 5 2. Zienswijzen De ontwerpbegroting MRDH 2027 is vanaf 13 april 2026 voor een zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden van de gemeenten die samenwerken binnen de MRDH. De zienswijzeperiode duurde twaalf weken en eindigde op 7 juli 2026. Het dagelijks bestuur heeft van 21 gemeenten een reactie ontvangen. Technische wijzigingen tijdens zienswijze periode Tijdens de zienswijzeperiode is reeds een aantal technische wijzigingen doorgevoerd op de Ontwerpbegroting 2027. De actuele jaarcijfers (over 2025 in plaats van 2024) zijn in de paragraaf verbonden partijen opgenomen (stand eigen vermogen, vreemd vermogen en het financieel resultaat).
Het gaat daarnaast voornamelijk om het verwerken van definitieve cijfers van de jaarrekening 2025 en de cijfers uit de 1e begrotingswijziging 2026. Daarnaast is er door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit tijdens de zienswijzeperiode een onderwerp met financiële consequenties behandeld. Het betreft een besluit van de bestuurscommissie van 13 mei 2026 om een aanvullend budget van € 80,1 miljoen te reserveren en het bestedingsritme aan te passen voor het programma Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio (INTHR). Het betreft een ophoging van de eigen projectkosten van € 157,1 naar € 181,6 miljoen (prijspeil 2026) en een ophoging van de begroting voor de investering in de remise Guldenlaan/Guldenpad van € 60,4 naar € 116,0 miljoen (prijspeil 2026). Het financieel beeld wijzigt daardoor voor de begrotingsperiode 2027-2030. Het geraamde eindsaldo in 2030 van de BDU middelen daalt met € 73,7 miljoen van € 292,3 miljoen naar € 218,6 miljoen. Voor het begrotingsjaar 2027 stijgt de eindstand van de BDU middelen met € 23,7 miljoen van € 526,4 naar € 550,1 miljoen. De wijziging komt hoofdzakelijk door het besluit van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit van 13 mei 2026 om aanvullend budget te reserveren en het bestedingsritme aan te passen voor het programma Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio (INTHR).
2.1 Waardering en proces Wij danken u voor uw zienswijzen op de ontwerpbegroting 2027 van de MRDH. Wij waarderen de door u gemaakte financiële en beleidsmatige aandachtspunten en betrekken deze, voor zover mogelijk binnen de gezamenlijke kaders en opgaven van de MRDH, bij de verdere uitwerking van de begroting. Daarbij blijven wij inzetten op een goede samenwerking met de deelnemende gemeenten, zodat de belangen van alle gemeenten zorgvuldig worden afgewogen en recht wordt gedaan aan lokale en regionale behoeften. 2.2 Hoofdlijnen ontvangen zienswijzen De ontwerpbegroting MRDH 2027 is over het algemeen positief ontvangen door de deelnemende gemeenten. Gemeenten onderschrijven het belang van de regionale samenwerking op het gebied van mobiliteit en economisch vestigingsklimaat en kunnen zich in grote lijnen vinden in de 6 voorgestelde koers en financiële vertaling daarvan. Tegelijkertijd geven gemeenten diverse aandachtspunten mee voor de verdere uitwerking van de begroting en de onderliggende beleidsagenda. De belangrijkste terugkerende onderwerpen in de zienswijzen zijn: 1. Dreigende korting op de Brede Doeluitkering (BDU) Veel gemeenten uiten hun zorgen over de mogelijke korting op de BDU en de gevolgen daarvan voor het openbaar vervoer en de bereikbaarheid van de regio. De brede steun voor de lobbyactiviteiten van de MRDH richting het Rijk komt nadrukkelijk naar voren.
Daarbij verschillen de verwachtingen over de vervolgstappen. Een aantal gemeenten vraagt om tijdig inzicht in mogelijke scenario’s en de gevolgen daarvan voor onder andere lijnen, frequenties, haltes, tarieven en bereikbaarheid. Andere gemeenten benadrukken het belang van gezamenlijke besluitvorming over eventuele maatregelen en bezuinigingsopties voor de komende jaren. 2. Financiële uitdagingen van gemeenten en bezuinigingsmogelijkheden vanaf 2028 Verschillende gemeenten wijzen op hun eigen financiële uitdagingen vanaf 2028 en verzoeken de MRDH om aanvullend te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de gemeentelijke bijdrage en overige uitgaven te beperken. Gemeenten geven aan hierover graag tijdig met de MRDH in gesprek te gaan in aanloop naar de begroting 2028. 3. Betrokkenheid bij de Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma Meerdere gemeenten benadrukken het belang van een actieve en vroegtijdige betrokkenheid van gemeenten bij de actualisatie van de Strategische Agenda en de verdere uitwerking van het Uitvoeringsprogramma. Daarbij wordt aandacht gevraagd voor een zorgvuldig proces waarin gemeenten hun kennis, ervaringen en lokale opgaven kunnen inbrengen. 4.
Samenvoeging begrotingsprogramma’s Mobiliteit Gemeenten reageren overwegend positief op de voorgestelde samenvoeging van de begrotingsprogramma’s voor verkeer en openbaar vervoer tot één integraal programma Mobiliteit. Zij waarderen de verbeterde leesbaarheid, overzichtelijkheid en samenhang van de begrotingsstukken. Enkele gemeenten vragen aandacht voor de wijze waarop deze wijziging wordt doorgevoerd en de effecten daarvan op de vergelijking tussen begroting en verantwoording. 5. Lokale bereikbaarheid en corridoraanpak In meerdere zienswijzen wordt aandacht gevraagd voor het behoud van een goede lokale bereikbaarheid. Gemeenten benadrukken dat bij de verdere uitwerking van de corridoraanpak niet alleen aandacht moet zijn voor hoofdverbindingen, maar ook voor de ontsluiting van woonwijken, voorzieningen, werklocaties en kleinere kernen. Daarnaast worden zorgen geuit over de mogelijke gevolgen van de dreigende BDU-korting voor de bereikbaarheid en beschikbaarheid van het openbaar vervoer. 7 De hoofdlijn van de zienswijzen is dat gemeenten de ambities en koers van de MRDH ondersteunen, maar tegelijkertijd aandacht vragen voor de financiële onzekerheden in de komende jaren, de gevolgen van de mogelijke BDU-korting en een nauwe betrokkenheid bij de verdere uitwerking van de Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma.
2.3 Aanpassingen naar aanleiding van zienswijzen Hoofdstuk en/of pagina Was Wordt Aanpassing n.a.v. zienswijze van gemeente(n) Paragraaf weerstandsvermogen “Hierdoor wordt de ondergrens voor risicoreserve vastgesteld op € 43 miljoen. ” “Hierdoor wordt de ondergrens voor risicoreserve vastgesteld op € 44 miljoen. ” Leidschendam-Voorburg Pagina 16 van de ontwerpbegroting (H2, onderdeel Gebiedsprogramma Mobiliteit en verstedelijking) We voeren lobby Oude Lijn voor de onderdelen waar nog geen financiële afspraken over zijn gemaakt met het Rijk en andere regionale partners. Én: We bereiden een projectbeslissing voor de MIRT- planuitwerking City Sprinters en nieuwe stations voor als onderdeel van de MIRT-studie Oude Lijn, afhankelijk van de genomen besluiten in het BO MIRT 2026. We blijven de noodzakelijke financiering voor de Oude Lijn agenderen bij het Rijk, zodat direct na afronding van de verkenning voor CitySprinters en Nieuwe Stations een projectbeslissing kan worden genomen voor: de frequentieverhoging van sprinters, de (inpassing van de) spoorverdubbeling tussen Delft-Schiedam, en de vier nieuw aan te leggen stations. Aanvullend daarop richt de lobby zich ook op de aanvullende verbeteringen van de vier bestaande stations. Delft Hoofdstuk 1 van de begroting De beide visies vormen het richtinggevende kader voor toekomstige MRDH‑begrotingen.
In 2026 werken we deze visies verder uit in een uitvoeringsprogramma voor de komende vijf tot tien jaar. Op basis daarvan wordt de De beide visies vormen het richtinggevende kader voor toekomstige MRDH‑begrotingen. In 2026 werken we deze visies, samen met de gemeenten, verder uit in een uitvoeringsprogramma voor de komende vijf tot tien jaar. Ook de actualisatie van de Strategische Agenda voor de periode 2027- 2030 stellen we in samenwerking met de Delft, Barendrecht, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg en Wassenaar Strategische Agenda | gemeenten op, zodat gemeentelijke kennis, geactualiseerd voor de periode | ervaringen en lokale opgaven hierin een plek 2027-2030. Het strategische | krijgen. Het strategische kader voor de begroting kader voor de begroting 2027 is | 2027 is voorlopig nog de Strategische Agenda voorlopig nog de Strategische | 2023-2026.De begroting 2027 wordt dan later in Agenda 2023-2026. | het begrotingsjaar zelf gewijzigd, waardoor visie, De begroting 2027 wordt dan | strategie en uitvoering weer op elkaar aansluiten. later in het begrotingsjaar zelf gewijzigd, waardoor visie, strategie en uitvoering weer op elkaar aansluiten. 8 9 3.
Beantwoording van de zienswijzen 3.1 Albrandswaard Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur Met de brief van 13 april 2026 heeft u de gemeente Albrandswaard in de gelegenheid gesteld een zienswijze uit te brengen op de conceptbegroting voor 2027 en op de begrotingswijziging voor 2026. Deze stukken zijn besproken in de raadsvergadering van Albrandswaard op 15 juni 2026. Middels deze brief delen wij onze zienswijze op de voorliggende documenten en brengt de gemeenteraad van Albrandswaard de volgende drie kernpunten onder uw aandacht: • De raad kan instemmen met de samenvoeging van de begrotingsprogramma’s voor Mobiliteit en Economisch Vestigingsklimaat. Wij onderschrijven de visie dat deze herstructurering de navolgbaarheid van de begroting voor raden en colleges vergroot. Het maakt de noodzakelijke samenhang tussen beleidsambities, de uitvoering en de inzet van middelen inzichtelijk, wat een integrale afweging van de regionale prioriteiten vergemakkelijkt. Dank voor uw zienswijze en de positieve reactie op het samenvoegen van de twee mobiliteitsprogramma’s. • De ambities uit de onlangs vastgestelde visies moeten in 2026 nog vertaald worden naar een concreet uitvoeringsprogramma voor de jaren 2027-2030. De raad vraagt op voorhand nadrukkelijk aandacht voor een gezonde balans tussen deze ambities en de beschikbare financiële middelen.
Dit is essentieel, omdat de discussie met het Rijk over de hoogte van de BDU (Brede Doeluitkering), nog niet is afgerond en dit gevolgen kan hebben voor de begroting van 2027. Gelet op de grote financiële uitdagingen waar gemeenten vanaf 2028 voor staan, zien wij geen ruimte voor een hogere inwonersbijdrage Het algemeen bestuur onderkent de financiële uitdagingen waarvoor gemeenten zich de komende jaren gesteld zien. Tegelijkertijd is de inwonerbijdrage een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van de gezamenlijke ambities van de gemeenten binnen de MRDH. De inwonerbijdrage maakt het mogelijk om regionale economische opgaven gezamenlijk op te pakken, investeringen aan te jagen en daarmee meerwaarde voor alle deelnemende gemeenten te creëren. In de Visie Economisch Vestigingsklimaat is opgenomen dat wordt onderzocht op welke wijze de inwonerbijdrage op termijn kan worden afgebouwd tot een niveau waarop de apparaatslasten en een deel van 10 voor het realiseren van ambities uit de visie Economisch Vestigingsklimaat. de investeringslasten worden gedekt. Daarbij staat voor het algemeen bestuur voorop dat eventuele aanpassingen van de inwonerbijdrage zorgvuldig worden afgewogen, waarbij eventuele afbouw afhankelijk is van mogelijkheden van alternatieve financiering.
Het algemeen bestuur blijft hierover met de gemeenten in gesprek, met als uitgangspunt een doelmatige inzet van middelen én het behoud van voldoende slagkracht om de gezamenlijke opgaven effectief uit te voeren. De OV- en verkeertaken worden bekostigd vanuit de BDU die het Rijk verstrekt. Wat betreft de dreigende korting op de BDU is onze eerste inzet om, samen met onze inliggende gemeenten, te zorgen dat deze rijksbezuiniging niet doorgaat. Als de korting na 2027 toch doorgaat, zullen wij in nauw overleg met de inliggende gemeenten in beeld brengen wat de consequenties zijn en welke eventuele beheersmaatregelen mogelijk zijn, ook wat betreft alternatieve financieringsmogelijkheden. • De borging van lokaal maatwerk binnen het regionale systeem is voor onze gemeente essentieel. Voor Albrandswaard betekent dit concreet de borging van een toekomstbestendige buurtbus die als volwaardig onderdeel in het regionale OV- systeem is geïntegreerd. Wij verzoeken de MRDH om deze verbindingen ook op de lange termijn als belangrijk onderdeel te positioneren. In het verlengde hiervan vragen wij aandacht voor de mogelijkheden van vervoer over water. Wij zijn ons bewust van de complexiteit rondom de financiering van watergebonden vervoer, maar treden hierover graag in gesprek om te verkennen wat binnen het Uitvoeringsprogramma gerealiseerd kan worden.
Wij bevestigen de noodzaak van lokaal maatwerk binnen het regionale systeem. Daarom richten wij ons in de eerste fase van het onderzoek naar publieke mobiliteit onder meer op de vraag hoe we, samen met de gemeenten, de mogelijkheden voor een toekomstbestendige buurtbus binnen het regionale OV-systeem kunnen versterken. Op dit moment werken we aan de actualisatie van de Strategische Agenda en aan het opstellen van het uitvoeringsprogramma. Uw vraag over de mogelijkheden van vervoer over water kunnen in het kader van het opstellen van het uitvoeringsprogramma besproken worden, waarbij de complexiteit van financiering ook aan de orde zal komen. 11 Wij vragen u deze aandachtspunten te betrekken bij de definitieve vaststelling van de begrotingsstukken. Wij kijken uit naar de verdere uitwerking van de Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma en de voortzetting van de constructieve samenwerking. 3.2 Barendrecht Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur Op 13 april 2026 hebben wij de ontwerpbegroting 2027 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) ontvangen. U heeft ons in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen op deze ontwerpbegroting. Daarnaast heeft u verzocht om een aanvullende zienswijze op de wijziging van de begroting 2026.
De zienswijze op zowel de ontwerpbegroting MRDH 2027 als de wijziging van de begroting 2026 is besproken in onze raadsvergadering van 23 juni 2026. De ontwerpbegroting geeft ons aanleiding tot het maken van een aantal opmerkingen. In lijn met onze eerdere zienswijzen geven wij u aan dat alle gemeenten in de regio Rijnmond forse bezuinigingen hebben moeten doorvoeren. U heeft daarin ook uw bijdrage geleverd en wij zijn u daar erkentelijk voor. Gemeenten houden echter nog steeds enorme financiële uitdagingen – vooral voor de jaren vanaf 2028 – en moeten daarom aanvullende bezuinigingsmogelijkheden in kaart brengen. Daarbij verwachten wij dat ook uw gemeenschappelijke regeling vanaf 2028 een (verdere) bijdrage levert aan het in kaart brengen van aanvullende bezuinigingsmogelijkheden. Wij gaan graag de komende periode (tot de kadernota’s begroting 2028 en/of ontwerpbegrotingen 2028 van uw gemeenschappelijke regeling) met u in overleg om te onderzoeken op Het algemeen bestuur onderkent de financiële uitdagingen waarvoor gemeenten zich de komende jaren gesteld zien. Tegelijkertijd is de inwonerbijdrage een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van de gezamenlijke ambities van de gemeenten binnen de MRDH.
De inwonerbijdrage maakt het mogelijk om regionale economische opgaven gezamenlijk op te pakken, investeringen aan te jagen en daarmee meerwaarde voor alle deelnemende gemeenten te creëren. In de Visie Economisch Vestigingsklimaat is opgenomen dat wordt onderzocht op welke wijze de inwonerbijdrage op termijn kan worden afgebouwd tot een niveau waarop de apparaatslasten en een deel van de investeringslasten worden gedekt. Daarbij staat voor het algemeen bestuur voorop dat eventuele aanpassingen van de inwonerbijdrage welke wijze dat, gemeenten samen met uw gemeenschappelijke | zorgvuldig worden afgewogen, waarbij eventuele afbouw afhankelijk is regeling, het beste vormgegeven kan worden. | van mogelijkheden van alternatieve financiering. Het algemeen bestuur blijft hierover met de gemeenten in gesprek, met als uitgangspunt een De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de begroting 2026 met € | doelmatige inzet van middelen én het behoud van | voldoende 0,11 per inwoner naar € 3,11 per inwoner. De bijdrage voor | slagkracht om de gezamenlijke opgaven effectief uit te voeren. Barendrecht komt daarmee in 2027 uit op € 151.389, | -. De totale bijdrage stijgt met € 5.685,- ten opzichte van 2026. De noodzaak vo | or de inwonerbijdrage ligt in de ambities ten aanzien van het economische programma en de daarbij behorende overhead.
Wij begrijpen die keuze, maar verzoeken de MRDH om te verkennen waar, met behoud van de waardevolle bijdrage t.a.v. de regionale samenwerking, een zekere versobering mogelijk is. Vanwege de financiële druk bij de gemeenten kijken wij daarbij onder andere kritisch naar de hoogte van de overhead. Wij merken op dat de begroting voor 2027 explicieter inzet op integrale | Wij onderschrijven de ambitie om de gebiedsontwikkeling te benutten gebiedsontwikkeling en het beter benutten van bedrijventerreinen. Dit | voor de verdere versterking en doorontwikkeling van het economische is een positieve ontwikkeling waar wij als gemeente Barendrecht in | cluster HortiTech & Argrologistiek in samenwerking met het Dutch onze eerdere zienswijze specifiek aandacht voor | hebben gevraagd. De | Fresh Port. Waar zich kansen en mogelijkheden voordoen, zullen wij nadruk op integrale gebiedsontwikkeling sluit bovendien goed aan bij | actief bijdragen aan deze ontwikkeling, Daarnaast ondersteunen wij | de onze regionale ambities binnen het Dutch Fresh Port verband. | keuze uit de Visie Economie Vestigingsklimaat om het onbenut arbeidspotentieel binnen dit cluster verder te ontwikkelen en beter te benutten. De dreigende korting vanuit het rijk op de BDU-uitkering is het | Wij danken u voor uw steun voor onze inzet om de dreigende korting op afgelopen jaar tijdelijk afgewend.
In deze tijdelijkheid zit ook een | de Brede Doeluitkering (BDU) te voorkomen. Indien deze korting na gevaar. Voor de bereikbaarheid van onze regio is een goed OV-netwerk | 2027 alsnog wordt doorgevoerd, zullen wij in nauw overleg met de 12 13 cruciaal. De BDU-korting heeft een grote negatieve impact op het OV- aanbod. Gezien de woningbouwontwikkelingen en bereikbaarheidsopgave voor onze regio is het cruciaal dat deze korting vanuit het rijk definitief komt te vervallen. Vanuit Barendrecht steunen we daarom uw inzet om in contacten met het rijk blijvend aandacht te vragen voor deze dreiging en te sturen op het definitief schrappen van deze korting. deelnemende gemeenten de gevolgen hiervan in kaart brengen. Daarbij zullen wij bezien welke beheersmaatregelen mogelijk zijn en welke alternatieve financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn om de impact zo veel mogelijk te beperken. Begin 2026 zijn de Mobiliteitsvisie en de Visie Economisch Vestigingsklimaat vastgesteld. Vanuit deze visies wordt voor de nieuwe collegeperiode een strategische agenda en uitvoeringsagenda opgesteld. Wij denken graag actief mee over de inhoud van deze agenda’s. Voor het opstellen van beide agenda’s willen wij u verzoeken om ook na te denken over een actieve betrokkenheid van de gemeenteraden. Wij danken u voor uw bereidheid om actief mee te denken.
Dit sluit goed aan bij onze aanpak, waarin we de Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma in co-creatie met gemeenten en partners opstellen. Wij onderschrijven het belang van betrokkenheid van gemeenteraden. Naast de formele zienswijzeprocedure organiseren gaan we daarom ook kijken naar andere momenten voor inhoudelijke betrokkenheid. Zo zorgen we voor een zorgvuldig proces met breed draagvlak en ruimte voor inbreng vanuit zowel gemeenten als raden. In uw aanbiedingsbrief verzoekt u om een zienswijze op een voorgenomen wijziging van de indeling van de begrotingsprogramma’s in de begroting 2026. Deze wijziging sluit aan bij de structuur van de begroting 2027 en hiermee wordt meer consistentie bereikt tussen de jaarstukken van 2026 en de begroting 2027. Gezien de meerwaarde van de nieuwe indeling voor de leesbaarheid en omvang van de stukken zien wij geen bezwaren tegen deze wijziging. Wij vertrouwen erop dat wij met deze zienswijze u deelgenoot hebben gemaakt van onze positie en kijken uit naar voortzetting van de constructieve samenwerking. Dank voor uw positieve reactie op het samenvoegen van de twee mobiliteitsprogramma’s. 14 3.3 Capelle aan den IJssel Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur Op 13 april 2026 heeft u ons de MRDH Ontwerpbegroting 2027 met daarbij ook wijziging van de MRDH-begrotingsstructuur toegezonden.
Wij hebben het deze documenten besproken in onze raadsvergadering van 13 juli 2026. Wij hebben besloten geen zienswijzen in te dienen ten aanzien van: a. de MRDH Ontwerpbegroting 2027 en b. wijziging van de MRDH-begrotingsstructuur. Wel verzoeken wij u rekening te houden met het volgende. In lijn met onze eerdere zienswijzen geven wij u aan dat alle gemeenten in de regio Rijnmond forse bezuinigingen hebben moeten doorvoeren. U heeft daarin ook uw bijdrage geleverd en wij zijn u daar erkentelijk voor. Gemeenten houden echter nog steeds enorme financiële uitdagingen - vooral voor de jaren vanaf 2028 - en moeten daarom aanvullende bezuinigingsmogelijkheden in kaart brengen. Daarbij verwachten wij dat ook uw gemeenschappelijke regeling vanaf 2028 een (verdere) bijdrage levert aan het in kaart brengen van aanvullende bezuinigingsmogelijkheden. Wij gaan graag de komende periode (tot de kadernota’s begroting 2028 en/of ontwerpbegrotingen 2028 van uw gemeenschappelijke regeling) met u in overleg om te onderzoeken op welke wijze dat, gemeenten samen met uw gemeenschappelijke regeling, het beste vormgegeven kan worden. Het algemeen bestuur onderkent de financiële uitdagingen waarvoor gemeenten zich de komende jaren gesteld zien. Tegelijkertijd is de inwonerbijdrage een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van de gezamenlijke ambities van de gemeenten binnen de MRDH.
De inwonerbijdrage maakt het mogelijk om regionale economische opgaven gezamenlijk op te pakken, investeringen aan te jagen en daarmee meerwaarde voor alle deelnemende gemeenten te creëren. In de Visie Economisch Vestigingsklimaat is opgenomen dat wordt onderzocht op welke wijze de inwonerbijdrage op termijn kan worden afgebouwd tot een niveau waarop de apparaatslasten en een deel van de investeringslasten worden gedekt. Daarbij staat voor het algemeen bestuur voorop dat eventuele aanpassingen van de inwonerbijdrage zorgvuldig worden afgewogen, waarbij eventuele afbouw afhankelijk is van mogelijkheden van alternatieve financiering. Het algemeen bestuur blijft hierover met de gemeenten in gesprek, met als uitgangspunt een doelmatige inzet van middelen én het behoud van voldoende slagkracht om de gezamenlijke opgaven effectief uit te voeren. 3.4 Delft Ingebrachte zienswijze | Reactie algemeen bestuur In reactie op uw verzoek dd 14 april 2026 sturen wij u onze zienswijze | Dank voor uw positieve reactie op het samenvoegen van de twee op de Ontwerpbegroting Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) | mobiliteitsprogramma’s. 2027 voor de samenwerking van de 21 gemeenten in de MRDH met elkaar en met andere spelers in de regio. In deze brief lichten wij deze zienswijze toe en leggen we enkele accenten.
Daarnaast steunen we de voorgenomen samenvoeging van 2 programma’s tot 1 programma Mobiliteit ook voor de begroting 2026. We hebben geen opmerkingen bij uw ontwerpbeleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen 2026. We steunen de inzet die in de MRDH | -begroting naar voren komt: • | In 2026 en 2027 pakken we gezamenlijk door op de vernieuwing ‘Oude Lijn’: een decennialang bestaand | De MRDH bedankt de gemeente Delft | voor de prettige samenwerking voornemen om de 200 jaar oude spoorlijn tussen Leiden en | en steun. Dordrecht toekomstbestendig te maken. • | In 2026 en 2027 blijven we werken aan een sterke regionale economie. Samen versterken we de vijf prioritaire clusters. Via samenwerking aan versterken van (aandacht voor) talent en innovatie dragen we bij aan het toekomstige verdienvermogen van de regio. Met aandacht voor voldoende fysieke ruimte voor innovatieve bedrijven in onze regio (van startup tot marktleider). • | Wij onderschrijven uw boodschap dat de mogelijke korting van | Wij delen uw analyse. Samen met u en de andere inliggende 10% op de Brede Doeluitkering Verkeer en Vervoer (BDU) | gemeenten blijven we ons daarom inspannen om deze onwenselijke zorgwekkend zou zijn voor ons regionale openbaar vervoer. De | korting ongedaan te maken.
korting die bedoeld was voor de Specifieke Projectgerichte Uitkeringen, maar die ook geland is op de structurele, onmisbare uitkering waarmee vervoerregio’s hun wettelijke 15 16 taken uitvoeren en bussen trams en metro’s laten rijden en de investeringscapaciteit wordt aangetast. • Wij zien dat u een verdere focus van ambities en doelen aanbrengt en het inzicht in de resultaten daarmee vereenvoudigd. De samenhang van de inzet voor het economisch vestigingsklimaat en het vervoer zijn verder versterkt en wij zien meer aandacht voor de effecten voor de inwoners. Daarmee komt de MRDH verder tegemoet aan de conclusies van de Rekenkamers van Rotterdam en Den Haag en de evaluatie door Berenschot. Zo versterkt u de waarde van de MRDH-samenwerking voor onze regio. De MRDH is aan de slag gegaan met de conclusies aanbevelingen uit de rapporten van de Rekenkamers van Rotterdam en Den Haag en de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling door bureau Berenschot. Fijn om te horen dat u ziet dat dit bijdraagt aan een versterking van de MRDH-samenwerking in onze regio, het algemeen ondersteunt dit. Wij zien graag de volgende tekstwijzingen doorgevoerd worden in de begroting. 1. Nu kunnen we met één regionaal pact voor de zuidwestelijke Randstad afspraken maken met het kabinet om alle energie gezamenlijk te richten op het totaalprogramma Oude lijn.
Het totaalprogramma van de Oude Lijn is van groot belang voor de regio én Nederland. De vernieuwing van deze spoorlijn is van groot belang voor de woningbouw en economie in Nederland en voor kansen voor mensen in onze regio en daarbuiten. De bestaande en nieuwe stations van de Oude Lijn zijn de dragers van de stedelijke en economische groei. Voor Delft is zowel de toename van het aantal sprinters en stations, als de zorgvuldige inpassing van de spoorverdubbeling essentieel. Inpassing in het bijzondere landschap én in de stad. Wij vragen u daarom de tekst over de MRDH-activiteiten in 2027 in het kader van het Gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (pagina 16) te verduidelijken. Specifiek gaat het om de passage: De MRDH onderstreept dat een (financieel) besluit voor het totale programma van de Oude Lijn noodzakelijk is voor de economische ontwikkeling, woningbouwopgave en bereikbaarheid van nieuwe gebiedsontwikkelingen. Grotendeels nemen wij uw tekst suggesties over en wordt de tekst gewijzigd naar: “We blijven de noodzakelijke financiering voor de Oude Lijn agenderen bij het Rijk, zodat direct na afronding van de verkenning voor CitySprinters en Nieuwe Stations een projectbeslissing kan worden genomen voor: de frequentieverhoging van sprinters, de (inpassing van de) spoorverdubbeling tussen Delft-Schiedam, en de vier nieuw aan te leggen stations.
Aanvullend daarop richt de lobby zich ook op de aanvullende verbeteringen van de vier bestaande stations. 17 “Wij voeren lobby Oude Lijn voor …regionale partners” en “We bereiden een projectbeslissing voor…City Sprinters…” Wij verzoeken u deze te vervangen door de volgende tekst: “We blijven op nationaal niveau de noodzakelijke financiering voor de Oude Lijn agenderen, zodat direct na afronding van de huidige verkenning een projectbeslissing kan worden genomen voor city- sprinters: de noodzakelijke frequentieverhoging, spoorverdubbeling - met inpassing, de nieuw aan te leggen stations en de aanvullende verbetering van bestaande stations. Een besluit van Rijk en regionale partners tot uitvoer van dat totaalprogramma is regionaal en nationaal onontbeerlijk voor de economische transitie van onze regio én voor de bereikbaarheid van de nieuwe woningen. ” 2. De samenvoeging van de begrotingsprogramma’s voor verkeer (verkeersinfrastructuur en gedragsbeïnvloeding) en exploitatie van openbaar vervoer gaat verder dan alleen een technische aanpassing. Het sluit aan bij de ambities van de Mobiliteitsvisie.
Wij vragen in de begroting nadrukkelijk aandacht te besteden aan de samenhang van verschillende vervoersmogelijkheden in één mobiliteitssysteem, via de volgende tekst: “De corridoraanpak kan alleen slagen als het openbaar vervoer, het voor- en natransport en alternatieve reismogelijkheden in hun geheel worden bezien. We kijken er naar uit om dit gezamenlijk in MRDH- verband vorm te geven. ” Het samenvoegen van de begrotingsprogramma’s sluit inderdaad aan bij de ambities van de Mobiliteitsvisie. We werken nu samen aan de actualisatie van de Strategische Agenda en het opstellen van het Uitvoeringsprogramma op basis van deze ambities. Daarin werken we de corridoraanpak verder uit waarbij een multimodale aanpak uitgangspunt is op een manier die het beste aansluit bij de karakteristieken van het desbetreffende gebied. Vervolgens bepalen we met de geactualiseerde Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma welke activiteiten in een begrotingsjaar worden opgepakt. Ten aanzien van uw tekstvoorstel over het slagen van de corridoraanpak delen wij u mee dat we deze suggestie inhoudelijk ondersteunen, maar er meerdere factoren zijn die bepalend zijn voor het wel of niet slagen van een corridoraanpak. De precieze invulling van de aanpak is onderdeel van de besluitvorming over het uitvoeringsprogramma. Dit maakt dat we dit tekstvoorstel nu niet overnemen. 18 3.
Het innovatiedistrict rond de campus van de Technische Universiteit Delft is een bepalende factor in het toekomstige verdienvermogen van de regio en Nederland. Zoals benoemd in onze eerdere zienswijze op de MRDH-visies zien wij kansen om het Innovatiedistrict Delft als proeftuin te benutten voor de uitwerking van beide visies en om de synergie tussen beide pijlers te versterken. We maken dit graag met u concreet. We vragen u dat in de begroting te benoemen bij de inspanningen voor de Actualisering van Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma bij de Mobiliteitsvisie en Visie Economisch Vestigingsklimaat: “Met het Uitvoeringsprogramma en de Strategische Agenda versterken we de synergie tussen de pijler economie en vervoer, met o.a. het Innovatiedistrict Delft als proeftuin. ” In de Visie Economisch Vestigingsklimaat kiezen we voor het versterken van de rol die campussen en innovatiedistricten (waaronder het Innovatiedistrict Delft) spelen in de regio. Het Innovatiedistrict Delft speelt een centrale rol in het samenbrengen van bedrijven, kennisinstellingen en overheid voor een sterk regionaal vestigingsklimaat en innovatie-ecosysteem. Goede bereikbaarheid is hierbij ook belangrijk. Met de Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma vertalen we de visie naar concrete uitvoering en bepalen we welke maatregelen we moeten nemen.
Wij waarderen uw aanbod om het Innovatiedistrict Delft als proeftuin te benutten voor de uitwerking van beide visie en nemen dit ter overweging mee bij het opstellen van onze Strategische agenda en Uitvoeringsprogramma. Wij nemen uw tekstvoorstel niet over in onze begroting. 4. De Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma bij de Mobiliteitsvisie en Visie Economisch Vestigingsklimaat zijn bepalend voor de projecten voor onder andere publieke mobiliteit in de begroting en het IPVa voor 2027 en verder. Wij zien daarom graag dat u op pagina 76 van de begroting nadrukkelijk aandacht geeft aan het gezamenlijk opstellen van beide documenten, via de volgende tekstuele toevoeging: “De Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma worden bepaald in samenwerking. Via vroegtijdig, frequent, ambtelijke en bestuurlijk overleg wordt gemeentelijke lokale ervaring en kennis ingezet bij het opstellen van deze regionale agenda. We stellen de actualisatie van de Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma inderdaad in samenwerking met de gemeenten op. Zo werken we met een Gemeentelijk kernteam met daarin een afvaardiging uit een groot aantal gemeenten. Daarnaast hebben we op 23 juni in Hotel New York een regionale bijeenkomst georganiseerd om breed input op te halen voor beide documenten.
In Hoofdstuk 1 van de ontwerpbegroting is de tekst gewijzigd, zodat duidelijk wordt dat we in samenwerking met de gemeenten werken aan de actualisatie van de Strategische Agenda en het uitvoeringsprogramma. De exacte tekstwijziging is opgenomen in de tabel op pagina 7 en 8. 5. We houden focus op spoedige uitvoering van het decennialang bestaande voornemen om de 200 jaar oude spoorlijn tussen Leiden en Dordrecht toekomstbestendig te maken. Daarnaast maken we plannen voor de corridors die deze lijn regionaal ontsluiten. Bij de uitwerking van de Strategische Agenda en het In de geactualiseerde Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma werken we samen de corridoraanpak (gebiedsgericht werken) nader uit en bepalen we samen welke corridors wanneer worden opgepakt. De door u genoemde wens om te komen tot een hoogwaardige verbinding tussen oost-west van 19 Uitvoeringsprogramma aan de hand van gebiedscorridors is voor Delft en de regio de Oost-west corridor van Zoetermeer naar Westland van groot belang. Deze verbindt de woonplaatsen en campussen in Zoetermeer, Pijnacker, Delfgauw, Den Hoorn, De Lier, Naaldwijk, en ’s-Gravenzande met de Delftse economie en voorzieningen, onder andere de Technische Universiteit Delft (TU Aula) en het Reinier de Graaf Gasthuis.
Wij vragen u aandacht te besteden aan de noodzaak voor een hoogwaardiger verbinding op deze corridor, die nu al aantoonbaar een vervoersbehoefte kent. We kijken er naar uit om de corridoraanpak gezamenlijk in MRDH-verband vorm te geven door het openbaar vervoer, het voor- en natransport en alternatieve reismogelijkheden in hun geheel te bezien. Zoetermeer naar Westland zal onderdeel zijn van die afweging. Daarin delen we uw inzicht dat het belangrijk is om ook te kijken naar hoe we op bestaande corridors aansluiten. 6. Vanwege de financiële uitdagingen van de gemeenten, verwachten wij dat ook de MRDH een (verdere) bijdrage levert aan het in kaart brengen van aanvullende bezuinigingsmogelijkheden vanuit de intergemeentelijke samenwerking op de MRDH-taken vanaf 2028. Het algemeen bestuur onderkent de financiële uitdagingen waarvoor gemeenten zich de komende jaren gesteld zien. Tegelijkertijd is de inwonerbijdrage een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van de gezamenlijke ambities van de gemeenten binnen de MRDH. De inwonerbijdrage maakt het mogelijk om regionale economische opgaven gezamenlijk op te pakken, investeringen aan te jagen en daarmee meerwaarde voor alle deelnemende gemeenten te creëren.
In de Visie Economisch Vestigingsklimaat is opgenomen dat wordt onderzocht op welke wijze de inwonerbijdrage op termijn kan worden afgebouwd tot een niveau waarop de apparaatslasten en een deel van de investeringslasten worden gedekt. Daarbij staat voor het algemeen bestuur voorop dat eventuele aanpassingen van de inwonerbijdrage zorgvuldig worden afgewogen, waarbij eventuele afbouw afhankelijk is van mogelijkheden van alternatieve financiering. Het algemeen bestuur blijft hierover met de gemeenten in gesprek, met als uitgangspunt een doelmatige inzet van middelen én het behoud van voldoende slagkracht om de gezamenlijke opgaven effectief uit te voeren. 20 7. We willen in MRDH-verband meedenken hoe wij het Rijk inzicht geven in het grote belang van de BDU voor mobiliteit, economisch vestigingsklimaat en woningbouw. We maken graag samen de betekenis zichtbaar die de BDU en het regionale vervoer hebben voor onze inwoners, werknemers, de innovatiekracht en de economische transitie van onze regio. Wij danken u voor uw aanbod. Samen met de Vervoerregio Amsterdam hebben wij bij het Rijk verschillende malen inzichtelijk gemaakt wat het effect zal zijn van de dreigende korting op de BDU: een lager voorzieningenniveau en tegelijkertijd significant hogere reizigerstarieven. Dat heeft impact op bereikbaarheid, leefbaarheid, economische slagkracht, duurzaamheid, et cetera.
Wanneer u daarop aanvullingen heeft, houden wij ons altijd aanbevolen. Tot zover onze zienswijze. We waarderen de betrokkenheid van uw organisatie, onder andere in het proces voor de vernieuwing van de economie in onze regio en de onze goede samenwerking rond het Innovatiedistrict Delft (IDD). We waarderen ook de gezamenlijke inzet voor de ‘Oude Lijn’ , de spoorverbinding Leiden-Dordrecht. We zien uit naar de resultaten die wij in 2027 kunnen realiseren met de 21 deelnemende gemeenten en de MRDH-organisatie. De MRDH bedankt de gemeente Delft voor de waardering. Ook de MRDH onderstreep en ervaart de samenwerking als prettig en blijven ons gezamenlijk inzetten voor onze regio. 3.5 Den Haag Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur I. als zienswijze op de Ontwerpbegroting Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2027 vast te stellen dat de raad akkoord gaat met begroting. De raad verzoekt de MRDH om voorafgaand aan de vaststelling van de definitieve begroting 2027 meerdere scenario’s uit te werken voor het geval de resterende BDU-korting vanaf 2027 structureel wordt. Deze scenario’s bevatten ten minste inzicht in de gevolgen voor de exploitatie van het openbaar vervoer, mogelijke effecten op lijnen, frequenties, haltes en tarieven, de gevolgen voor investeringsprojecten en de Wij danken de gemeente Den Haag voor haar steun aan de ontwerpbegroting 2027.
De MRDH deelt de zorgen over de mogelijke structurele korting op de BDU en blijft zich, samen met de Vervoerregio Amsterdam en de betrokken gemeenten, onverminderd inzetten om deze korting ongedaan te maken. Omdat hierover nog gesprekken met het Rijk lopen en de uitkomst onzeker is, acht de MRDH het niet wenselijk om voorafgaand aan de vaststelling van de begroting 2027 al concrete scenario’s uit te werken voor invulling van deze korting. Zoals ook in de begroting is opgenomen, zal een structurele korting na 2027 directe gevolgen hebben voor zowel de exploitatie van het openbaar 21 effecten op de bereikbaarheid van Den Haag, zodat gemeenten hierover vooraf een afgewogen oordeel kunnen vormen; II. als zienswijze op de wijziging van de MRDH-begroting 2026 vast te stellen dat de raad akkoord gaat met wijziging van de begroting; III. deze zienswijzen in te dienen bij het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. vervoer als de investeringscapaciteit. Mocht de korting desondanks onvermijdelijk blijken, dan zal de MRDH hierover tijdig in gesprek gaan met de betrokken gemeenten en gezamenlijk een zorgvuldig proces doorlopen om de gevolgen inzichtelijk te maken en mogelijke scenario’s en keuzes uit te werken. Daarbij worden ook de effecten op bereikbaarheid, het OV-aanbod en investeringsprojecten betrokken.
3.6 Krimpen aan den IJssel Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur Onze regio staat voor grote opgaven. Met uw begroting geeft u financiële invulling aan onze gezamenlijke ambities om de economie te vernieuwen en de bereikbaarheid te verbeteren. Wij onderschrijven het belang van regionale samenwerking. Samenwerking met alle gemeenten, het bedrijfsleven en de maatschappelijke partners is rand voorwaardelijk om onze ambities te realiseren. We doen dit om onze regio te versterken, zodat onze inwoners hier prettig kunnen wonen, werken en leven. Onze gemeenteraad besloot tijdens de raadsvergadering op 25 juni 2026 om een zienswijze in te dienen op uw ontwerpbegroting 2027. Allereerst willen wij u bedanken voor de prettige en succesvolle samenwerking de afgelopen jaren. Wij kunnen ons vinden in de financiële invulling van uw begroting aan de hand van de gezamenlijke opgaven en ambities uit de strategische agenda, mobiliteitsvisie en visie economisch vestigingsklimaat. Wij danken u voor uw zienswijze en de waardering die u hierin uitspreekt. In lijn met onze eerdere zienswijzen geven wij u aan dat alle gemeenten in de regio Rotterdam-Rijnmond forse bezuinigingen moesten Het algemeen bestuur onderkent de financiële uitdagingen waarvoor gemeenten zich de komende jaren gesteld zien.
Tegelijkertijd is de inwonerbijdrage een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren 22 doorvoeren. U heeft daarin ook uw bijdrage geleverd. Wij zijn u daar erkentelijk voor. Gemeenten houden echter nog steeds enorme financiële uitdagingen - vooral voor de jaren vanaf 2028 – en moeten daarom aanvullende bezuinigingsmogelijkheden in kaart brengen. Daarbij verwachten wij ook dat uw gemeenschappelijke regeling vanaf 2028 een (verdere) bijdrage levert aan het in kaart brengen van aanvullende bezuinigingsmogelijkheden. Wij gaan graag de komende periode (tot de kadernota’s begroting 2028 en/of ontwerpbegrotingen 2028 van uw gemeenschappelijke regeling) met u in overleg om gezamenlijk te onderzoeken op welke wijze we dat met elkaar kunnen vormgeven. van de gezamenlijke ambities van de gemeenten binnen de MRDH. De inwonerbijdrage maakt het mogelijk om regionale economische opgaven gezamenlijk op te pakken, investeringen aan te jagen en daarmee meerwaarde voor alle deelnemende gemeenten te creëren. In de Visie Economisch Vestigingsklimaat is opgenomen dat wordt onderzocht op welke wijze de inwonerbijdrage op termijn kan worden afgebouwd tot een niveau waarop de apparaatslasten en een deel van de investeringslasten worden gedekt.
Daarbij staat voor het algemeen bestuur voorop dat eventuele aanpassingen van de inwonerbijdrage zorgvuldig worden afgewogen, waarbij eventuele afbouw afhankelijk is van mogelijkheden van alternatieve financiering. Het algemeen bestuur blijft hierover met de gemeenten in gesprek, met als uitgangspunt een doelmatige inzet van middelen én het behoud van voldoende slagkracht om de gezamenlijke opgaven effectief uit te voeren. Wij kijken uit naar de verdere uitwerking van de mobiliteitsvisie en visie economisch vestigingsklimaat later dit jaar. Dit sluit goed aan op de start van de nieuwe raden en colleges om zo met elkaar invulling te geven aan onze ambities. Wij gaan graag samen met u aan de slag. Wij waarderen het dat u aangeeft graag samen met ons aan de slag te gaan met het vervolg van de mobiliteitsvisie en de visie op het economisch vestigingsklimaat. Op dit moment is in samenwerking met gemeenten en samenwerkingspartners het co-creatie-proces gaande om te komen tot een geactualiseerde strategische agenda en een uitvoeringsprogramma, volgend op beide visies, waarmee wij een verdere invulling geven aan de opgaven waar we gezamenlijk voor staan. 23 3.7 Lansingerland Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur Op 13 april 2026 ontvingen wij de Ontwerpbegroting MRDH 2027 met het verzoek onze definitieve zienswijze kenbaar te maken. Deze vindt u hieronder.
De gemeente Lansingerland constateert dat de ontwerpbegroting 2027 de ambities uit de Mobiliteitsvisie MRDH 2050 en de Visie Economisch Vestigingsklimaat op hoofdlijnen overtuigend financieel vertaalt. Wij onderschrijven deze koers en geven u daarbij enkele aandachtspunten mee. Dank voor uw positieve reactie op de financiële vertaling van de ambities uit onze visies in deze ontwerpbegroting 2027. In de Visie Economisch Vestigingsklimaat zijn drie keuzes benoemd die bepalend zijn voor de toekomst van onze regionale economie: het verbeteren van werklocaties, de inzet op technologie en innovatie, en het versterken van het toekomstige arbeidspotentieel. Samen met een scherpe focus op vijf sectoren en in nauwe verbinding met onze inzet voor mobiliteit draagt deze inzet bij aan een sterke, toekomstbestendige regio waarin economische groei hand in hand gaat met maatschappelijke en sociaaleconomische vooruitgang. Wij constateren wel een gemiste kans om in deze begrotingsronde nog impact te maken met het aankomende uitvoeringsprogramma. Opdracht 2 en 4, Toekomstbestendig economie stimuleren en Vernieuwen werklocaties uit de Uitvoeringsagenda 2023-2026 gaan hun laatste jaar in. Wij kijken uit naar de nieuwe vorm waarin de MRDH doorontwikkelt en naar de bijbehorende nieuwe Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma.
De stijging van de inwonerbijdrage betreft voor ons een autonome ontwikkeling en wordt verwerkt in de kadernota 2027 en begroting 2027. Wij begrijpen dat u dit als een gemiste kans beschouwt. Omdat de actualisatie van de Strategische Agenda en de uitwerking van het nieuwe Uitvoeringsprogramma gelijktijdig met de begrotingscyclus plaatsvinden, was het nog niet mogelijk de nieuwe inhoudelijke accenten en ambities volledig in de begroting 2027 te verwerken. Op dit moment werken we samen aan de actualisatie van de Strategische Agenda en de opstelling van een Uitvoeringsprogramma. Volgens de huidige planning bieden we beide documenten in juli 2027 ter vaststelling aan bij het algemeen bestuur. Lansingerland onderschrijft de integrale koers die in de ontwerpbegroting zichtbaar wordt en waardeert dat mobiliteit en Wij danken u voor uw bereidheid om actief mee te denken. Dit sluit goed aan bij onze aanpak, waarin we de Strategische Agenda en het 24 economisch vestigingsklimaat steeds sterker in samenhang worden benaderd. Juist de actualisatie van de Strategische Agenda en het op te stellen Uitvoeringsprogramma zijn belangrijke bouwstenen om deze koers verder te concretiseren. Tegelijkertijd vraagt de gemeente aandacht voor een zorgvuldige inrichting van dit proces.
Het goed meenemen van gemeenten en andere partners, waaronder provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat en andere betrokken stakeholders, vraagt ruimte voor gezamenlijke uitwerking en inhoudelijke verdieping. Breed bestuurlijk en ambtelijk eigenaarschap is daarbij randvoorwaardelijk voor een kansrijk en uitvoerbaar programma. Daarbij komt dat veel gemeenten in deze periode te maken hebben met coalitievorming, overdrachtsdossiers en het inwerken van nieuwe raden, wat tijd vergt. Juist voor thema’s als publieke mobiliteit en corridoraanpak, die voor onze gemeente zeer relevant zijn, is brede en kwalitatief goede betrokkenheid essentieel. Wij worden hier als raad dan ook graag bij betrokken. Uitvoeringsprogramma in co-creatie met gemeenten en partners opstellen. Wij onderschrijven het belang van betrokkenheid van gemeenteraden. Naast de formele zienswijzeprocedure organiseren gaan we daarom ook kijken naar andere momenten voor inhoudelijke betrokkenheid. Zo zorgen we voor een zorgvuldig proces met breed draagvlak en ruimte voor inbreng vanuit zowel gemeenten als raden. Lansingerland ziet in de ZoRo-corridor een zeer kansrijke propositie om invulling te geven aan de uitgangspunten uit de Mobiliteitsvisie MRDH 2050. Deze corridor is nadrukkelijk meer dan een potentiële OV-verbinding alleen.
Zij kan uitgroeien tot een integrale ontwikkelcorridor waarin bereikbaarheid, woningbouw, economische ontwikkeling en kennisclusters elkaar versterken. Daarmee sluit deze corridor rechtstreeks aan op het uitgangspunt uit de Mobiliteitsvisie dat mobiliteit niet alleen vervoervraagstukken adresseert, maar ook vliegwiel is voor ruimtelijke en sociaaleconomische ontwikkeling. De ontwikkeling van Bleizo-West als woningbouwlocatie, bedrijvenlocatie en mobiliteitsknoop in één biedt daarbij een logische De MRDH herkent de complexe integrale opgaven op deze corridor. In de geactualiseerde Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma bepalen we samen welke corridors wanneer worden opgepakt. De MRDH onderschrijft dat de ontwikkeling van Bleizo-West een integrale opgave is waar mobiliteitskwaliteit, verstedelijking, werklocaties en verbinding met innovatieve-systemen wordt uitgewerkt. Ontwikkeling van Bleizo West is een eerste stap in het programmatisch ontwikkelen van de ZoRo corridor. Daarnaast zijn er nog andere ontwikkelingen nodig. De MRDH onderschrijft ook het beeld dat Bleizo-West in de context van haar omgeving moet worden gezien en wat de toegevoegde 25 concrete eerste stap om de corridor waarin deze gelegen is programmatisch verder vorm te geven.
Juist hier kan de koppeling tussen mobiliteitskwaliteit, verstedelijking, werklocaties en innovatie-ecosystemen waaronder het Dutch Innovation Park (met o.a. de Haagse Hogeschool) en Horti Science Park (met o.a. de Wageningen Universiteit) tastbaar worden gemaakt. Daarbij ligt tevens veel potentie in het versterken van verbindingen tussen economische en kennisclusters in de Zuidelijke Randstad, waaronder richting Leiden Bio Science Park, Erasmus Universiteit Rotterdam, TU-Delft en MICS Schiedam, maar ook de Universiteit Utrecht waarmee de corridor regionale meerwaarde krijgt passend bij de corridoraanpak van de MRDH. Lansingerland vraagt om in het uitvoeringsprogramma te prioriteren op corridors waar samenhang tussen bereikbaarheid, verstedelijking en economisch vestigingsklimaat het grootst is en waar op korte termijn uitvoeringskracht kan worden georganiseerd. Wij zien de ZoRo- corridor, in samenhang met BleiZo, als logische kandidaat om daarin vroegtijdig richtinggevend uit te werken. Investeer daar waar het snelst impact kan worden gemaakt op vestigingsklimaat, bereikbaarheid en corridorontwikkeling. waarde van Bleizo-West kan worden. Niet alleen vanuit de ligging ten opzichte van andere kennisclusters maar ook de ligging als mobiliteitsknoop in de regionale bereikbaarheid. Daarbij onderschrijft MRDH het belang om in deze gebiedsontwikkeling actief te participeren.
Het verder positioneren van de innovatiecampussen Dutch Innovation Park en HortiScience Center in Lansingerland en de ontwikkeling van Bleizo-West biedt kansen om het gebied economisch en strategisch te positioneren vanuit een regionaal perspectief. Er wordt actief de verbinding gelegd met andere innovatiehotspots zoals innovatiedistrict Delft en Den Haag, innovatiecampussen zoals MICS alsmede met het Leiden Bio Science Park. Lansingerland constateert positief dat de ontwerpbegroting fors inzet op de versterking van het openbaar vervoersysteem, onder meer via investeringen in nieuwe voertuigen, remises, werkplaatsen, laadinfrastructuur en overige systeemkwaliteit. Deze inzet onderschrijft dat de MRDH mobiliteit terecht benadert als randvoorwaarde voor verstedelijking, economische ontwikkeling en duurzame bereikbaarheid. 26 Tegelijkertijd vraagt de gemeente aandacht voor de samenhang tussen deze investeringsagenda en de ontwikkeling van het regionale busnet, met name de wijze waarop nu invulling wordt gegeven in de vervoerplannen over het busvervoer van RET en het Plan Nieuw Busnet. Waar op systeemniveau wordt geïnvesteerd in versterking en groei, zien wij in delen van het busnet juist een ontwikkeling richting afschaling en verschraling.
Dat roept de vraag op hoe deze bewegingen zich tot elkaar verhouden, temeer daar de Mobiliteitsvisie MRDH 2050 juist uitgaat van een samenhangend systeem van publieke mobiliteit die de automobiliteit moet terugdringen. Lansingerland vraagt daarom aandacht voor het uitgangspunt dat investeringen in systeemversterking hand in hand moeten gaan met een toekomstbestendige ontwikkeling van het onderliggende netwerk, inclusief sterke ontsluitende busverbindingen. Juist snelle corridors en hoogwaardige OV-verbindingen functioneren immers alleen goed wanneer zij worden gevoed door robuuste aanvoerlijnen. In dat licht vraagt de gemeente om de verdere uitwerking van het Plan Nieuw Busnet nadrukkelijk in samenhang te bezien met de investeringskoers uit deze begroting en met de ruimtelijke groeiopgaven in de regio. Daarbij ligt het voor de hand om, conform de door het college van B&W ingediende reactie op de vervoerplannen 2027, eerst het Plan Nieuw Busnet zorgvuldig bestuurlijk af te ronden alvorens ingrijpende keuzes over structurele afschalingen te bestendigen. Voor Lansingerland is dit ook direct verbonden met corridorontwikkeling rond ZoRo en de gebiedsontwikkeling We zien de samenhang tussen de investeringsagenda en de ontwikkeling van het regionale busnet. Zoals in de Mobiliteitsvisie MRDH 2050 staat aangegeven zien wij mobiliteit als vliegwiel voor ontwikkeling van de regio.
Wij zetten daarom in op het versterken van gehele mobiliteitsnetwerk. In Plan Nieuw Busnet doen we dit samen met alle RET-busgemeenten, waaronder ook Lansingerland. Een zorgvuldig bestuurlijk proces heeft onze nadrukkelijke aandacht in Plan Nieuw Busnet. De scope van Plan Nieuw Busnet is van 2028- 2040 en staat daarmee los van de keuzes die worden gemaakt in de vervoerplannen van 2027. De besluitvorming van Plan Nieuw Busnet vindt plaats in 2027 en volgt een zorgvuldig implementatietraject. Dit doen we samen met de RET-busgemeenten. 27 Bleizo-West. Juist waar wordt ingezet op schaalsprongen in bereikbaarheid en woningbouw, past een ontwikkelbenadering waarin investeringskracht en exploitatieontwikkeling elkaar versterken, niet tegenwerken. Groei van reizigers en versterking van netwerkkwaliteit zouden daarbij leidend moeten zijn, niet verdere reductie van aanbod. 3.8 Leidschendam-Voorburg Ingebrachte zienswijze (CONCEPT) Reactie algemeen bestuur Op 13 april 2026 ontvingen wij van u de ontwerpbegroting 2027 en het verzoek tot wijziging begroting 2026 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De gemeenteraad waardeert de inspanning van de MRDH om een duidelijke koppeling te maken tussen de inhoudelijke doelen en de begroting. Ook waarderen wij de inspanningen om de begroting, bijvoorbeeld door het terugbrengen tot twee begrotingsprogramma’s, beter inzichtelijk te maken.