63. 2025-027115 Raadsvoorstel Derde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Albrandswaard 2021.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: Derde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Albrandswaard 2021
College van burgemeester en wethouders 8 april 2025
Portefeuillehouder Jolanda de Witte Opsteller: van Woerkom Patty
Zaaknummer 2025-027115
Openbaar
Geadviseerd besluit 1. 1. De derde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Albrandswaard 2021 vast te stellen, waarvan de belangrijkste wijzigingen zijn: a. het afsteken professioneel vuurwerk wordt vergunningplichtig; b. de ontheffingsmogelijkheid voor carbidschieten komt te vervallen; c. de mogelijkheden voor aanpak woonoverlast worden verruimd; d. de weigeringsgronden voor de vergunningverlening worden verruimd; e. enkele redactionele wijzigingen. 2. 2. De Drank- en horecaverordening vastgesteld op 30 januari 1995 in te trekken. 3. 3. De Marktverordening gemeente Albrandswaard 2000 vastgesteld op 29 januari 2001 in te trekken.
Raadsvoorstel Inleiding Op 1 maart 2021 heeft uw raad de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 (hierna: ‘APV’) vastgesteld. Op 19 december 2022 is de eerste wijziging vastgesteld. Die wijziging had betrekking op redactionele aanpassing van de APV in verband met de invoering van de Omgevingswet en de invoering van een vergunningsplicht voor deelscooters. Op 22 april 2024 is de tweede wijziging vastgesteld. Die wijziging had betrekking op verschillende aspecten, waaronder het opnemen van een groepsverbod, het schrappen van het artikel over lachgas en opnemen van verschillende artikelen over drugsoverlast. De nu voorliggende derde wijziging heeft betrekking op het reguleren van professioneel vuurwerk. Daarnaast heeft de wijziging betrekking op onder meer het schrappen van de mogelijkheid voor een ontheffing voor carbidschieten en de uitbreiding van de mogelijkheden voor de aanpak van woonoverlast. Beoogd effect Het actualiseren van de APV. Argumenten 1.a. Ter voorkoming van hinder, overlast en schade wordt het afsteken van professioneel vuurwerk, ook bij besloten partijen, vergunningplichtig. Voor de duidelijkheid van de voorgestelde wijziging treft u in de bijlage bij dit voorstel de uitleg van de regelgeving omtrent het afsteken van (professioneel) vuurwerk.
Aan het afsteken van (professioneel) vuurwerk in onze gemeente zijn risico’s verbonden, omdat het afsteken gebeurt in dichtbevolkt gebied en/in de buurt van dieren. Naast veiligheid spelen ook aspecten als het tegengaan van hinder en overlast (waaronder geluidsoverlast) en het voorkomen van schade een belangrijke rol die tot deze wijziging noodzaken. Het afsteken van professioneel vuurwerk komt binnen onze gemeente niet vaak voor, maar met de voorgestelde wijziging kunnen wij als het voorkomt hier invloed op uitoefenen. Daarom is ervoor gekozen om het afsteken van (professioneel) vuurwerk, ook bij besloten partijen, vergunningplichtig te maken. Met de wijziging is er in het geval er professioneel vuurwerk wordt afgestoken (of dat nu bij een evenement is of bij een besloten feest) – naast de melding of vergunning via de provincie op basis van het Vuurwerkbesluit – altijd een evenementenvergunning nodig van de burgemeester. Door het stellen van voorschriften bij de vergunning kan voorkomen worden dat de omgeving (te veel) overlast of hinder zal ervaren. Het reguleren via voorschriften bij een evenementenvergunning verdient de voorkeur boven algemene regels in de APV waarin tijden of gebieden zijn aangewezen waarop of waarin het verboden is vuurwerk af te steken.
Immers, door middel van een vergunning is het mogelijk wat betreft onder meer locatie en tijden voor het afsteken van vuurwerk maatwerk te bieden. Het is niet de intentie om het afsteken van professioneel vuurwerk in Albrandswaard geheel te verbieden. Dat is juridisch ook niet haalbaar, want in het landelijke Vuurwerkbesluit is – vanuit het oogpunt van veiligheid – dit gereguleerd. Met het oog op andere belangen (tegengaan hinder en overlast) en het bieden van maatwerk streeft het college er echter naar om het afsteken van professioneel vuurwerk te reguleren. Voor de nadere regulering worden er beleidsregels voor de vergunning opgesteld. 1.b. Ter voorkoming van overlast wordt de ontheffingsmogelijkheid voor carbidschieten geschrapt. Op grond van artikel 2:73a is carbidschieten verboden. Uit het derde lid blijkt dat het bevoegde bestuursorgaan ontheffing kan verlenen van dit verbod. Het Waterschap en Staatbosbeheer staan carbidschieten niet toe. Bij carbidschieten in onze gemeente spelen aspecten van veiligheid maar ook aspecten als het tegengaan van hinder en overlast (waaronder geluidsoverlast) en het voorkomen van schade een rol. Aan carbidschieten in onze gemeente zijn risico’s verbonden, omdat het carbidschieten gebeurt op een openbare plaats, in een dichtbevolkt gebied en/of in de buurt van dieren. Een openbare plaats is openbaar toegankelijk en voor iedereen bereikbaar.
Bij carbidschieten op een openbare plaats komt de veiligheid van de aanwezige burgers in het geding. Ook kan schade ontstaan aan materiele eigendommen. Daarnaast kan door de harde knallen ook geluidsoverlast ontstaan. Door het geluidsoverlast kunnen in de buurt aanwezige dieren in paniek raken, wegvluchten
2/5
of zelfs verwondingen oplopen. Ook kan het een mogelijke verstoring van de in het gebied aanwezige fauna opleveren. Ter voorkoming van deze risico’s wordt voorgesteld de ontheffingsmogelijkheid te schrappen. Op die manier is carbidschieten in Albrandswaard te allen tijde verboden. 1.c. Om de aanpak van woonoverlast tegen te gaan worden de mogelijkheden verruimd. Op basis van artikel 2:79 van de APV kan de burgemeester optreden tegen personen die zich schuldig maken aan het veroorzaken van ernstige en herhaaldelijke hinder vanuit hun woning. Dit artikel is gebaseerd op de mogelijkheid die de Gemeentewet in artikel 151d hiertoe sinds enkele jaren biedt. Aanleiding voor die regeling in de Gemeentewet was onder meer de overlast van toeristen/verhuur via platforms zoals bijvoorbeeld Airbnb. Het artikel in de Gemeentewet is in 2021 verruimd. Voor de verruiming van het artikel in de Gemeentewet kon naast de gebruiker (eigenaar/huurder) alleen verhuurders, die de woning verhuren aan personen die niet in de bevolkingsadministratieregister zijn ingeschreven (bijvoorbeeld Airbnb-verhuurders), worden aangeschreven als overtreder. Een woningcorporatie kon dus niet worden aangeschreven. Door de verruiming van het artikel in de Gemeentewet kan iedere verhuurder, met andere woorden iedereen die een woning tegen betaling in gebruik geeft, worden aangeschreven als overtreder.
Door de verruiming kan bijvoorbeeld een Woningcorporatie of een particuliere verhuurder nu ook aangeschreven worden als overtreder. Omdat de grondslag in de Gemeentewet is gewijzigd, ligt het voor de hand ook de daarop gebaseerde bepaling in de APV aan te passen. 1.d. Voor een goed vergunningstelsel worden de weigeringsgronden voor de vergunningverlening verruimd. Het aantal weigeringsgronden in artikel 1:8 is uitgebreid. Zo kan een vergunning ook worden geweigerd als in de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en als is gebleken dat in het verleden de vergunninghouder zich niet heeft gehouden aan de voorschriften en de verwachting gerechtvaardigd is dat hij dat in de toekomst ook niet zal doen. 1.e. De overige wijzigingen zijn redactioneel van aard. 2.1 De Drank- en Horecaverordening is verouderd en wordt niet meer gebruikt. De Drank- en Horecawet is inmiddels vervangen voor de Alcoholwet. In de APV staat in hoofdstuk 2, afdeling 5, ook regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet opgenomen. 3.1 De Marktverordening gemeente Albrandswaard 2000 is verouderd en wordt niet meer gebruikt In ieder geval sinds 2012 is er geen markt meer in Albrandswaard. Overleg gevoerd met Portefeuillehouder, Juridische Zaken, Adviseur Veiligheid en Vergunningverlener Kanttekeningen 1.a.
Het vergunningplichtig maken van het afsteken van vuurwerk betreft een novum, met de nodige risico’s. Niet veel gemeenten hebben het afsteken van professioneel vuurwerk geregeld en er is weinig jurisprudentie over dit onderwerp. Uit contact met de VNG en de provincie blijkt dat er juridische risico’s kleven aan het verplicht stellen van een evenementenvergunning voor het afsteken van alle professioneel vuurwerk in Albrandswaard. Er is een kans aanwezig dat vergunningplicht geen stand houdt bij de rechter omdat de rechter van oordeel kan zijn dat het onderwerp thuis hoort bij provincie. Echter, gelet op het belang van het onderwerp, het incident dat in het verleden heeft plaatsgevonden en de risico’s die kleven aan het afsteken van professioneel vuurwerk in onze dichtbevolkte gebieden en in de buurt van dieren, is het toch wenselijk de APV op dit punt aan te passen om zo de nodige (beschermende) maatregelen tegen het afsteken van professioneel vuurwerk te kunnen nemen. Uitvoering/vervolgstappen Na besluitvorming over de wijzigingen worden deze gepubliceerd in het elektronisch gemeenteblad en worden wijzigingen verwerkt in de geconsolideerde versie van de APV in de lokale wettenbank op www.overheid.nl. Er moeten beleidsregels worden opgesteld voor het verlenen van de vergunning voor het afsteken van vuurwerk. 3/5
Financiën Niet van toepassing Inclusiviteitstoets Niet van toepassing Communicatie/participatie na besluitvorming Na vaststelling van de wijzigingen worden deze gepubliceerd in het elektronisch Gemeenteblad en worden wijzigingen verwerkt in de geconsolideerde versie van de APV in de lokale wettenbank op www.overheid.nl.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Bijlage - informatie regulering afsteken vuurwerk.pdf Wijzigingsbesluit APV AW 3e wijziging.pdf Was wordt lijst - APV Albrandswaard 3e wijziging.pdf Drank- en horecaverordening AW 1995.pdf Marktverordening gemeente Albrandswaard 2000.pdf Wijzigingsbesluit APV AW 3e wijziging - definitief.docx
4/5
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Derde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Albrandswaard 2021
Gemeenteraad: 23 juni 2025
Zaaknummer:
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 8 april 2025, gelet op Artikelen 149 en 154 van de Gemeentewet
BESLUIT: 1. 1. De derde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Albrandswaard 2021 vast te stellen, waarvan de belangrijkste wijzigingen zijn: a. het afsteken professioneel vuurwerk wordt vergunningplichtig; b. de ontheffingsmogelijkheid voor carbidschieten komt te vervallen; c. de mogelijkheden voor aanpak woonoverlast worden verruimd; d. de weigeringsgronden voor de vergunningverlening worden verruimd; e. enkele redactionele wijzigingen.
2. 2. De Drank- en horecaverordening vastgesteld op 30 januari 1995 in te trekken.
3. 3. De Marktverordening gemeente Albrandswaard 2000 vastgesteld op 29 januari 2001 in te trekken.
5/5
Regelgeving afsteken van (professioneel) vuurwerk In de regelgeving omtrent het afsteken van vuurwerk wordt een onderscheid gemaakt tussen consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk.
Consumentenvuurwerk Het afsteken van vuurwerk door consumenten is geregeld in het landelijke Vuurwerkbesluit en de APV. Uit artikel 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit blijkt dat het afsteken van vuurwerk door particulieren alleen is toegestaan op 31 december vanaf 18.00 uur tot 1 januari 02.00. In de APV is bepaald dat verkopers van consumentenvuurwerk een vergunning nodig hebben van het college (art. 2:72). Ook is in de APV bepaald dat het college vuurwerkvrije zones kan aanwijzen als het gaat om consumentenvuurwerk (art. 2:73) en dat carbidschieten is verboden (art. 2:73a).
Professioneel vuurwerk Professioneel vuurwerk is niet geregeld in de APV, maar in het landelijke Vuurwerkbesluit. Professionele vuurwerkbedrijven zijn niet gebonden aan de tijden die gelden voor consumenten: zij mogen in beginsel het hele jaar vuurwerk tot ontbranding brengen. Zij hebben een toepassingsvergunning nodig van de minister. Daarnaast hebben zij toestemming nodig van de Gedeputeerde Staten (hierna: ‘GS’) voor elke keer dat zij vuurwerk tot ontbranding willen brengen. Hierbij zijn (afhankelijk van de hoeveelheid vuurwerk) 2 verschillende varianten mogelijk: de ontbrandingsmelding en de ontbrandingsvergunning. Een ontbrandingsmelding kan worden gedaan als er sprake is van maximaal 20 kilo theatervuurwerk of 200 kilo consumentenvuurwerk (art. 3B.4, lid 1, Vuurwerkbesluit). De melding moet uiterlijk 2 weken van te voren worden gedaan. DCMR voert deze regeling namens de provincie uit. Het melden op zich is dus voldoende: GS nemen geen besluit naar aanleiding van de melding en omwonenden kunnen dus ook geen bezwaar maken. Gaat het om een grotere hoeveelheid vuurwerk dan hierboven genoemd, dan moet het professionele vuurwerkbedrijf bij GS ontbrandingstoestemming (vergunning) aanvragen. GS geven pas die toestemming nadat de burgemeester een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven.
De burgemeester kan die verklaring alleen weigeren in verband met veiligheid (artikel 3B.3a, lid 7, Vuurwerkbesluit).
Uit het voorgaande blijkt dat GS het bevoegd gezag is als het gaat om professioneel vuurwerk. De burgemeester heeft alleen een rol bij ontbrandingstoestemming (bij grotere hoeveelheden dus) en kan alleen weigeren in verband met veiligheid. Naast veiligheid speelt echter bij professioneel vuurwerk nog andere aspecten een rol: tegengaan van hinder en overlast (waaronder geluidsoverlast) en het voorkomen van schade.
Mogen gemeenten het afsteken van professioneel vuurwerk nader regelen? Wat het eerste betreft: gemeenten mogen geen onderwerpen regelen die al op landelijk niveau uitputtend zijn geregeld. Dat kan alleen als de lokale regeling een ander doel dient dan de landelijke regeling. Voorbeelden hiervan zijn al te vinden in de APV: bijvoorbeeld de artikelen over drugsgebruik op straat. Lokale regelingen mogen niet landelijke regelingen doorkruisen. Er is weinig jurisprudentie over dit onderwerp, maar er zijn wel gemeenten die lokaal regels hebben vastgesteld over professioneel vuurwerk. Hierbij staat niet de veiligheid centraal, maar het tegengaan van overlast, hinder en schade. Er zijn gemeenten die in hun APV regels hebben opgenomen over het afsteken van professioneel vuurwerk. In de APV van Zaanstad staat bijvoorbeeld dat de burgemeester plaatsen kan aanwijzen waar geen evenementenvergunning wordt afgegeven voor het afsteken van vuurwerk. In de APV van Noordwijk staat dat het verboden is professioneel vuurwerk af te steken tussen 23.00 en 07.00 uur, tenzij hiervoor expliciet een evenementenvergunning is verleend.
Hoe kan het afsteken van professioneel vuurwerk door de gemeente gereguleerd worden? Gemeenten kunnen in hun APV vastleggen dat in het geval bij een evenement professioneel vuurwerk wordt afgestoken, nooit kan worden volstaan met een melding evenement, maar dat altijd een evenementenvergunning nodig is. Bij een vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen om bijvoorbeeld de geluidsoverlast te beperken. Professioneel vuurwerk wordt niet alleen afgestoken bij evenementen, maar soms ook bij besloten feesten zoals een verjaardag, een bruiloft of een examenfeest. In beginsel is voor een besloten feest geen evenementenvergunning nodig, tenzij het feest zo veel invloed heeft op de omgeving dat het in aard en omvang op een evenement lijkt (door bijvoorbeeld
aantal bezoekers, aard van het feest, verkeer aantrekkende werking, geluid, enz.). Dat laatst zal echter niet vaak het geval zijn. Wordt er echter (professioneel) vuurwerk afgestoken bij een besloten feest, dan kan worden gesteld dat de uitstraling van dat feest dusdanig is dat er sprake is van een evenement in de zin van de APV en dat er dus een vergunning is vereist.
Derde wijziging Algemene plaatselijke verordening Albrandswaard 2021 De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 april 2025; gelet op artikelen 149 en 154 van de Gemeentewet, gezien het advies van ….. 2025 Besluit: Artikel I De Algemene Plaatselijke Verordening Albrandswaard 2021 als volgt te wijzigen: A In artikel 1:1 wordt ‘- gebouw’ en de bijbehorende definitie vervangen door ‘- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;’ B Artikel 1:8 komt te luiden: Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd: a. b. c. d. e.
in het belang van de openbare orde; in het belang van de openbare veiligheid; in het belang van de volksgezondheid; in het belang van de bescherming van het milieu; indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt.
2. Het bevoegde bestuursorgaan of het bevoegd gezag kan, onverminderd het elders in deze verordening bepaalde, een vergunning of ontheffing weigeren, indien de aanvrager voorschriften, verbonden aan een eerdere vergunning of ontheffing voor een soortgelijke activiteit of beperkingen waaronder zo’n vergunning of ontheffing is verleend, niet heeft nageleefd en het vermoeden gerechtvaardigd is dat indien de gevraagde vergunning of ontheffing wordt verleend, hij ook daaraan verbonden voorschriften of beperkingen waaronder zij zou worden verleend, niet zal naleven. 3. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. C Artikel 2:24, eerste lid, aanhef en onder d, komt te luiden: ‘het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;’
D Aan artikel 2:24, tweede lid, wordt na sub g toegevoegd: h.
een al dan niet besloten feest waarbij professioneel vuurwerk in de zin van het Vuurwerkbesluit wordt afgestoken.
E Artikel 2:25, derde lid, komt te luiden: 3. Van een 0- activiteit is sprake, indien is voldaan aan alle onderstaande criteria: a. b. c. d. e.
f. g. h. i.
het een evenement is op eigen terrein, of straatfeest/buurtbarbecue of een naar aard en omvangsoortgelijke activiteit op één dag; het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen; het een evenement is dat plaatsvindt op maandag t/m zaterdag tussen 08:00 en 24:00 uur of op zondag tussen 13:00 en 23:00 uur; geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 08:00 of na 23:00 uur; het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut ((LAeq, 1 min) veroorzaakt door muziek- of stemgeluid afkomstig van het niet bebouwde deel, tussen 08:00 en 23:00 uur op een afstand van 10 meter van de geluidsbron niet meer bedraagt dan 80 dB(A) en 86 dB(C), hierbij hoeft geen rekening gehouden te worden met de toeslag van 10 dB muziekgeluid; het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; er een organisator is; de organisator uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester; er bij het evenement geen vuurwerk zal worden afgestoken.
F De tekst “Artikel 2:48a Lachgasverbod [vervallen]” wordt geschrapt. G De leden 3 en 4 van artikel 2:73a worden geschrapt. H Artikel 2:79, eerste lid, komt te luiden: 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. I Artikel 2:79b, achtste lid, komt te luiden:
8. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met j, van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:79a, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
Artikel II Artikel I treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekend gemaakt.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 juni 2025 De griffier,
de voorzitter,
drs. Leendert Groenenboom
drs. Jolanda de Witte
WAS-WORDT-LIJST DERDE WIJZIGING APV ALBRANDSWAARD 2021 In onderstaand overzicht zijn enkel de te wijzigen artikelen opgenomen.
Artikel
Huidig APV 2021 (bestaande tekst) Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1 Artikel 1:1 Definities Definitie gebouw
Artikel 1:8
OVERZICHT VERGELIJKING ARTIKELEN Voorgestelde wijziging (nieuwe tekst) Artikel 1:1 Definities Definitie gebouw
- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
Artikel 1:8 Weigeringsgronden
Artikel 1:8 Weigeringsgronden
1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:
1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd: a. in het belang van de openbare orde;
a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid;
b. in het belang van de openbare veiligheid;
c. de volksgezondheid;
c. in het belang van de volksgezondheid;
d. de bescherming van het milieu.
d. in het belang van de bescherming van het milieu;
Korte toelichting
Redactionele wijziging.
Het aantal weigeringsgronden is uitgebreid. Zo kan een vergunning ook worden geweigerd als in de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en als is gebleken dat in het verleden de vergunninghouder zich niet heeft gehouden aan de voorschriften en de verwachting gerechtvaardigd is dat hij dat in de toekomst ook niet zal doen.
e. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt.
1
2. Het bevoegde bestuursorgaan of het bevoegd gezag kan, onverminderd het elders in deze verordening bepaalde, een vergunning of ontheffing weigeren, indien de aanvrager voorschriften, verbonden aan een eerdere vergunning of ontheffing voor een soortgelijke activiteit of beperkingen waaronder zo’n vergunning of ontheffing is verleend, niet heeft nageleefd en het vermoeden gerechtvaardigd is dat indien de gevraagde vergunning of ontheffing wordt verleend, hij ook daaraan verbonden voorschriften of beperkingen waaronder zij zou worden verleend, niet zal naleven. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
3. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 3. Evenementen Artikel 2:24 Artikel 2:24 Definities Artikel 2:24 Definities Eerste lid, aanhef en onder d Eerste lid, aanhef en onder d d. het in een inrichting in de zin van de Drank- of Horecawet gelegenheid geven tot dansen;
Redactionele wijziging. De Drank- en Horecawet is gewijzigd naar de Alcoholwet.
d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen 2
Artikel 2:24
Artikel 2:25
Artikel 2:24 Definities Tweede lid
Artikel 2:24 Definities Tweede lid
2. Onder evenement wordt mede verstaan:
2.Onder evenement wordt mede verstaan:
a. een herdenkingsplechtigheid;
a. een herdenkingsplechtigheid;
b. een braderie/snuffelmarkt;
b. een braderie/snuffelmarkt;
c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;
c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;
d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
e. een straatfeest of buurtbarbecue;
e. een straatfeest of buurtbarbecue;
f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of – gala’s.
f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of – gala’s.
g. iedere markt met uitzondering van markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet.
g. iedere markt met uitzondering van markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet’;
Artikel 2:25 Evenement Derde lid
h. een al dan niet besloten feest waarbij professioneel vuurwerk in de zin van het Vuurwerkbesluit wordt afgestoken. Artikel 2:25 Evenement Derde lid
Het afsteken van professioneel vuurwerk in de zin van het Vuurwerkbesluit wordt bij een al dan niet besloten feest vergunningplichtig. Door middel van een vergunning is het mogelijk voorschriften te stellen voor wat betreft onder meer de locatie en de tijden voor het afsteken van vuurwerk. Hierdoor kan er maatwerk geboden worden en voorkomen worden dat de omgeving (te veel) overlast en hinder ervaart. Het is niet de intentie van het college om het afsteken van professioneel vuurwerk in Albrandswaard te verbieden. Met het oog op andere belangen (tegengaan hinder en overlast) en het bieden van maatwerk streeft het college er echter naar om het afsteken van professioneel vuurwerk meer te kunnen reguleren. Het afsteken van professioneel vuurwerk in de zin van het Vuurwerkbesluit wordt bij een al dan niet 3
3.Van een 0- activiteit is sprake, indien is voldaan aan alle onderstaande criteria:
3. Van een 0- activiteit is sprake, indien is voldaan aan alle onderstaande criteria:
a. het een evenement is op eigen terrein, of straatfeest/buurtbarbecue of een naar aard en omvang soortgelijke activiteit op één dag;
a. het een evenement is op eigen terrein, of straatfeest/buurtbarbecue of een naar aard en omvangsoortgelijke activiteit op één dag;
b. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen;
b. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen;
c. het een evenement is dat plaatsvindt op maandag t/m zaterdag tussen 08:00 en 23:00 uur of op zondag tussen 13:00 en 23:00 uur;
c. het een evenement is dat plaatsvindt op maandag t/m zaterdag tussen 08:00 en 24:00 uur of op zondag tussen 13:00 en 23:00 uur;
d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 08:00 of na 23:00 uur;
d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 08:00 of na 23:00 uur;
e. het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut ((LAeq, 1 min) veroorzaakt door muziek- of stemgeluid afkomstig van het niet bebouwde deel, tussen 08:00 en 23:00 uur op een afstand van 10 meter van de geluidsbron niet meer bedraagt dan 80 dB(A) en 86 dB(C), hierbij hoeft geen rekening gehouden te worden met de toeslag van 10 dB muziekgeluid;
e. het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut ((LAeq, 1 min) veroorzaakt door muziek- of stemgeluid afkomstig van het niet bebouwde deel, tussen 08:00 en 23:00 uur op een afstand van 10 meter van de geluidsbron niet meer bedraagt dan 80 dB(A) en 86 dB(C), hierbij hoeft geen rekening gehouden te worden met de toeslag van 10 dB muziekgeluid;
f. het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
f. het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
besloten feest vergunningplichtig. Door middel van een vergunning is het mogelijk voorschriften te stellen voor wat betreft onder meer de locatie en de tijden voor het afsteken van vuurwerk. Hierdoor kan er maatwerk geboden worden en voorkomen worden dat de omgeving (te veel) overlast en hinder ervaart. Ook wordt de duur van een evenement dat plaatsvindt op een maandag t/m zaterdag met een uur verlengd.
4
g. er een organisator is;
g. er een organisator is;
h. de organisator uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.
h. de organisator uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester; i. er bij het evenement geen vuurwerk zal worden afgestoken.
Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:48a Artikel 2:48a Lachgasverbod [vervallen]
Afdeling 10. Consumentenvuurwerk Artikel 2:73a Artikel 2:73a Carbidschieten in de open lucht
Artikel 2:73a Carbidschieten in de open lucht
Sinds 1 januari 2023 is lachgas opgenomen in de Opiumwet. Gebruik van lachgas valt voortaan onder artikel 2:74a (Openlijk drugsgebruik). Met de vorige wijziging is dit lachgasartikel dan ook komen te vervallen. In de APV staat Artikel 2:48a Lachgasverbod [vervallen]. Met de voorgestelde wijziging verdwijnt het vervallen artikel uit de APV. Dit heeft geen invloed op de nummering van de APV. Op grond van artikel 2:73a is carbidschieten verboden. Uit het derde lid blijkt dat het
5
1. Onder carbidschieten wordt verstaan het in een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.
1. Onder carbidschieten wordt verstaan het in een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.
2.Carbidschieten in de open lucht is verboden.
2.Carbidschieten in de open lucht is verboden.
bevoegde bestuursorgaan ontheffing kan verlenen van dit verbod. Voorgesteld wordt die ontheffingsmogelijkheid te schrappen. Op die manier is carbidschieten in Albrandswaard altijd verboden.
3.Het bevoegde bestuursorgaan kan een ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod op 31 december. 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Artikel 2:79 Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet Eerste lid 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet Eerste lid 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit
Redactionele wijziging. Artikel 151d Gemeentewet is uitgebreid naar alle vormen van verhuur.
6
Artikel 2:79b
de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Artikel 2:79b Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Achtste lid
die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
8. Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen.
8. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met j, van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:79a, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
Artikel 2:79b Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Achtste lid
Redactionele wijziging.
7
Lokale wet- en regelgeving
Drank- en horecaverordening Geldend van 10-02-1995 t/m heden
Intitulé Drank- en horecaverordening GEMEENTE ALBRANDSWAARD Besluit nr.: BZ 95/001. Onderwerp:Drank- en horecaverordening. De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 januari 1995 (voorstel nr. BZ 95/001); gelet op de bepalingen van de Drank- en Horecawet, artikel 149 van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat het wenselijk is regels te stellen omtrent openbare orde, veiligheid en gezondheid in en rond inrichtingen, waar alcoholhoudende drank wordt verstrekt. besluit: vast te stellen de Drank- en horecaverordening. Artikel 1 Algemene bepaling Artikel 1 van de Drank-en Horecawet is van overeenkomstige toepassing op de niet op die wet steunende bepalingen van deze verordening.
Artikel 2 Sanitaire voorziening De sanitaire installatie in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend dient aangesloten en ingericht te zijn volgens de algemene voorschriften waterleiding installaties.
Artikel 3 Ontheffingsbepaling 1
Burgemeester en wethouders kunnen van de in artikel 2 gestelde eisen ontheffing verlenen.
2
Burgemeester en wethouders beslissen binnen 12 weken na de dag waarop de aanvraag tot ontheffing is ontvangen.
3
Burgemeester en wethouders kunnen aan een krachtens deze verordening verleende ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden.
4
Een krachtens deze verordening verleende ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd.
Artikel 4 Terrassen 1
Het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse is toegestaan op terrassen, gelegen in de onmiddellijke nabijheid van een inrichting waarin een horecawerkzaamheid of horecabedrijf wordt
uitgeoefend. 2
Onder terras wordt verstaan een gedeelte van de openbare weg waarvoor een vergunning is verleend ingevolge de algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Albrandswaard tot het hebben van een terras.
3
Het terras moet tijdens het gebruik als zodanig voldoende verlicht zijn.
Artikel 5 Verbodsbepalingen 1
Het is verboden op het terras alcoholhoudende drank te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van de op het terras aanwezig zitplaatsen.
2
Het is verboden anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting:
3
4
a.
voorzover daarin onderwijs wordt gegevens;
b.
die of waarvan een onderdeel in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoersbedrijf.
Het is verboden anders dan om niet voor gebruik ter plaatse sterke drank te verstrekken in een inrichting: a.
waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak geringe etenswaren, zoals belegde broodjes, patates frites en croquetten, worden verkocht;
b.
die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties, sportverenigingen of instellingen.
c.
die gelegen is op een kampeer- of caravanterrein.
Burgemeester en wethouders kunnen van de in het tweede en derde lid gestelde verboden ontheffing verlenen.
Artikel 8 Inrichtingseisen danslokaal 1
2
Voor het verkrijgen van toestemming om gelegenheid te geven tot dansen in een inrichting waarin een horecabedrijf wordt uitgeoefend, daaronder begrepen de tot de inrichting behorende lokaliteiten, die niet in de vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn aangewezen, moet worden voldaan aan de volgende inrichtingseisen: a.
in het lokaal of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, moet een duidelijk van het overige deel van de vloer te onderscheiden dansvloer aanwezig zijn;
b.
de dansvloer mag niet vervaardigd zijn van of bedekt zijn met weerspiegelend materiaal;
c.
het lokaal of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, moet van alle kanten goed te overzien zijn;
d.
in de inrichting moeten ten behoeve van de bezoekers, voor mannen en voor vrouwen afzonderlijk, volledig van elkaar gescheiden toiletgelegenheden aanwezig zijn;I.zij moet één of meer behoorlijke privaten bevatten;II. zij moet één of meer behoorlijke voorzieningen bevatten om de handen met stromend deugdelijk drinkwater te kunnen wassen;III. de in de privaten aanwezige closetpotten en de urinoirs moeten voorzien zijn van waterspoeling, welke is aangesloten op de watervoorziening als bedoeld in het Besluit inrichtingseisen Drank- en Horecawet;IV. De privaten, alsmede de ruimten welke urinoirs bevatten, mogen niet rechtstreeks in verbinding staan met een lokaliteit of open aanhorigheid waar het dansen geschiedt;V. de sanitaire installatie dient aangesloten en ingericht te zijn volgens de algemene voorschriften waterleidinginstallaties.
e.
de lokaliteit of de open aanhorigheid waar het dan-sen geschiedt, moet een zodanige kunstlicht voorziening hebben dat de gemiddelde horizontale verlichtingssterkte, gemeten op 1 meter boven de vloer, over de gehele oppervlakte tenminste 50 lux kan bedragen.
Wanneer de toestemming wordt gevraagd voor een lokaliteit of open aanhorigheid die pleegt te worden gebruikt als voor het publiek toegankelijke dansgelegenheid, of voor het houden van voor het publiek
toegankelijke toneel-, muziek-, zang-, dans- en dergelijke uitvoeringen, van bijeenkomsten of van partijen, moet bovendien worden voldaan aan de volgende inrichtingseisen: a.
de oppervlakte van de lokaliteit of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt moet ten minste 70 m² bedragen;
b.
de oppervlakte van de dansvloer moet ten minste een zesde deel bedragen van de oppervlakte van de lokaliteit of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, met een minimum van 20 m²;
c.
vóór de toiletten, bedoeld in het vorige lid, onder d, mag geen voor mannen, zowel als voor vrouwen toegankelijk voorportaal aanwezig zijn.
3
De burgemeester kan aan een krachtens deze verordening verleende toestemming voorschriften en beperkingen verbinden.
4
Een krachtens deze verordening verleende toestemming kan worden ingetrokken of gewijzigd.
Artikel 9 Gebruiksvoorschriften danslokalen Gedurende de tijd, dat gelegenheid wordt gegeven tot dansen in een inrichting als bedoeld in artikel 9 moeten de volgende voorschriften in acht genomen worden: a.
het lokaal of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, moet voldoende verlicht zijn;
b.
in de lokaliteit of de open aanhorigheid mogen niet aanwezig zijn schotten, schermen, gordijnen of andere afscheidingen, hoger dan 1.25 meter van de vloer, die van de lokaliteit of de open aanhorigheid een deel afzonderen;
c.
in de lokaliteit of de open aanhorigheid mogen niet meer bezoekers aanwezig zijn dan het aantal behoorlijke zitplaatsen bedraagt;
d.
het dansen mag uitsluitend op de dansvloer plaatsvinden;
e.
personen die kennelijk onder de invloed van alcoholhoudende drank verkeren, die door hun gedrag aanstoot geven of die op enige wijze in strijd met de welvoeglijkheid handelen, en personen van verdachte zeden of die zich als zodanig voordoen, moeten uit de inrichting worden verwijderd;
f.
voor de bezoekers moeten alcoholvrije dranken verkrijgbaar zijn;
g.
wanneer in de lokaliteit of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, een buffet aanwezig is, mag zich geen publiek ophouden aan de bar wanneer het zich daarbij tevens binnen 2 meter van de dansvloer bevindt;
h.
de toiletten en de wasgelegenheden moeten in zindelijke staat verkeren en moeten voldoende verlicht zijn.
Artikel 10 Ontheffingsbepaling 1
De burgemeester kan krachtens deze verordening ontheffing verlenen van de inrichtingseisen gesteld in artikel 8, eerste lid onder a, c, d, en tweede lid.
2
De burgemeester beslist op de aanvraag om ontheffing binnen vier weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.
3
De burgemeester kan aan een krachtens deze verordening verleende ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden.
4
Een krachtens deze verordening verleende ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd.
Artikel 11 Slotbepaling Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen in het belang van een goede uitvoering van de in deze verordening geregelde onderwerpen.
Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij bekendgemaakt is.
2
Zij kan worden aangehaald als: Drank- en horecaverordening.
Ondertekening Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Albrandswaard in zijn openbare vergaderingvan 30 januari 1995.De secretaris, De voorzitter,
Ziet u een fout in deze regeling? Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl. Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl
Derde wijziging Algemene plaatselijke verordening Albrandswaard 2021 De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 april 2025; gelet op artikelen 149 en 154 van de Gemeentewet, gezien het advies van ….. 2025 Besluit: Artikel I De Algemene Plaatselijke Verordening Albrandswaard 2021 als volgt te wijzigen: A In artikel 1:1 wordt ‘- gebouw’ en de bijbehorende definitie vervangen door ‘- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;’ B Artikel 1:8 komt te luiden: Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd: a. b. c. d. e.
in het belang van de openbare orde; in het belang van de openbare veiligheid; in het belang van de volksgezondheid; in het belang van de bescherming van het milieu; indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt.
2. Het bevoegde bestuursorgaan of het bevoegd gezag kan, onverminderd het elders in deze verordening bepaalde, een vergunning of ontheffing weigeren, indien de aanvrager voorschriften, verbonden aan een eerdere vergunning of ontheffing voor een soortgelijke activiteit of beperkingen waaronder zo’n vergunning of ontheffing is verleend, niet heeft nageleefd en het vermoeden gerechtvaardigd is dat indien de gevraagde vergunning of ontheffing wordt verleend, hij ook daaraan verbonden voorschriften of beperkingen waaronder zij zou worden verleend, niet zal naleven. 3. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. C Artikel 2:24, eerste lid, aanhef en onder d, komt te luiden: ‘het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;’
D Aan artikel 2:24, tweede lid, wordt na sub g toegevoegd: h.
een al dan niet besloten feest waarbij professioneel vuurwerk in de zin van het Vuurwerkbesluit wordt afgestoken.
E Artikel 2:25, derde lid, komt te luiden: 3. Van een 0- activiteit is sprake, indien is voldaan aan alle onderstaande criteria: a. b. c. d. e.
f. g. h. i.
het een evenement is op eigen terrein, of straatfeest/buurtbarbecue of een naar aard en omvangsoortgelijke activiteit op één dag; het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen; het een evenement is dat plaatsvindt op maandag t/m zaterdag tussen 08:00 en 24:00 uur of op zondag tussen 13:00 en 23:00 uur; geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 08:00 of na 23:00 uur; het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut ((LAeq, 1 min) veroorzaakt door muziek- of stemgeluid afkomstig van het niet bebouwde deel, tussen 08:00 en 23:00 uur op een afstand van 10 meter van de geluidsbron niet meer bedraagt dan 80 dB(A) en 86 dB(C), hierbij hoeft geen rekening gehouden te worden met de toeslag van 10 dB muziekgeluid; het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; er een organisator is; de organisator uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester; er bij het evenement geen vuurwerk zal worden afgestoken.
F De tekst “Artikel 2:48a Lachgasverbod [vervallen]” wordt geschrapt. G De leden 3 en 4 van artikel 2:73a worden geschrapt. H Artikel 2:79, eerste lid, komt te luiden: 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. I Artikel 2:79b, achtste lid, komt te luiden:
8. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met j, van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:79a, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
Artikel II Artikel I treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekend gemaakt.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 juni 2025 De griffier,
de voorzitter,
drs. Leendert Groenenboom
drs. Jolanda de Witte