CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Raadsinformatiebrief 2023 905400 ontwerpbestemmingsplan Hof van Poortugaal .pdf

Gemeenteraad AW 5 februari 2024, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 8: Ingekomen stukken25.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De verwachting is dat de bouw en de in gebruik name gaat plaatsvinden in fases. Dit houdt in dat het programma op zijn vroegst in 2030 volledig in gebruik is. Voor het aantal verkeersbewegingen wordt worst case 525 woningen aangehouden. Voor deze variant is een aanname gedaan van de invulling van de 525 woningen. Deze zijn onderverdeeld in 265 appartementen en 260 eengezinswoningen. Onderstaande tabel geeft de onderverdeling voor appartementen en eengezinswoningen. Tabel 5: Onderverdeling scenario 525 woningen Onderdeel

Appartement

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 56/82

Eengezinswoning

Sociaal 55 m² GO

170

Vrije sector klein 75 m² GO

30

Vrije sector groot 120 m² GO

65

Rijwoning 125 m² GO

150

2 onder 1 kap 180 m² GO

85

Vrijstaande woning 210 m² GO

25

Totaal

265

260

Om het planvoornemen te toetsen is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren – Van parkeercijfers naar parkeernormen’ (december 2018). Op basis van de omgevingsadressendichtheid van 749 adressen voor de buurt Polder Albrandswaard wordt uitgegaan van een weinig stedelijk gebied. Gezien de ligging aan de rand van Poortugaal wordt uitgegaan van rest bebouwde kom. Met behulp van de CROW Tabel 6: Verkeersgegevens

Onderdeel

Aantal

Norm verkeersbewegingen per dag

Vervoersbewegingen per dag

Huurhuis, sociale huur

170

6,0

1.020 verkeersbewegingen per dag

Huur, etage, midden/goedkoop

30

4,5

135 verkeersbewegingen per dag

Huur, etage, duur

65

6,4

416 verkeersbewegingen per dag

Koop, tussen/hoek

150

7,8

1.170 verkeersbewegingen per dag

Koop, twee-ondereen-kap

85

8,2

697 verkeersbewegingen per dag

Koop, vrijstaand

25

8,6

215 verkeersbewegingen per dag

Totaal

-

-

3.653 verkeersbewegingen per dag

Voor de bovenstaande programma is een verkeersgeneratie van 3.653 vervoersbewegingen van auto’s berekend in de toekomstige situatie van 525 woningen. Na het invullen van de input in de NIBM-tool wordt geconcludeerd dat de bijdrage van het extra verkeer mogelijk in betekenende mate is. Dit is te zien in onderstaande uitsnede van de NIBMtool.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 57/82

Figuur 29:

Uitsnede NIBM-tool 2021, berekening jaar 2030

Wanneer voor dit plan de NIBM-tool wordt gebruikt licht de kleur groen op. De conclusie is dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate. Dat betekent dat er geen specifieker onderzoek nodig is. Volledigheidshalve is hieronder de luchtkwaliteit ter plaatse beschreven. Luchtkwaliteit ter plaatse In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn ook de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Deze worden getoetst aan de grenswaarden zoals genoemd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Deze worden getoetst aan de grenswaarden zoals genoemd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Om vaststellen wat de luchtkwaliteit is ter plaatse, is gebruik gemaakt van gegevens van het (CIMLK). In de CIMLK zijn de achtergrondconcentraties langs de belangrijkste wegen bepaald. In de volgende figuur zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 weergegeven ter hoogte van het plangebied voor het peiljaar 2022 (toetspunten gelegen langs de Albrandswaardsedijk en Eikenlaan).

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 58/82

Figuur 30:

Overzicht meetpunten luchtkwaliteit

Tabel 7: Overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in peiljaar 2022

Naam meetpunt

NO2 in µg/m3 (Achtergrond concentratie)

PM10 Overschrijdingsdagen

PM10 in µg/m3 (Achtergrond concentratie)

PM2,5 in µg/m3 (Achtergrond concentratie)

Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Schroeder van der Kolklaan Schroeder van der Kolklaan Albrandswaardsedijk Schroeder van der Kolklaan Linnaeusstraat Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk

18,026 18,026 18,026 18,026 18,026 18,026 18,026 18,026 18,026 18,026 18,017

6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6,01

16,365 16,365 16,365 16,365 16,365 16,365 16,365 16,365 16,365 16,365 16,098

9,152 9,152 9,152 9,152 9,152 9,152 9,152 9,152 9,152 9,152 8,958

18,017

6,01

16,098

8,958

18,026 18,026

6 6

16,365 16,365

9,152 9,152

18,017 18,026 18,026 18,026 18,026 18,026

6 6 6 6 6 6

16,098 16,365 16,365 16,365 16,365 16,365

8,958 9,152 9,152 9,152 9,152 9,152

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 59/82

Schroeder van der Kolklaan Schroeder van der Kolklaan Schroeder van der Kolklaan Schroeder van der Kolklaan Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk

18,017

6

16,098

8,958

18,017

6

16,098

8,958

18,017

6

16,098

8,958

18,017

6

16,098

8,958

18,017 18,017 18,017 18,017 18,017 18,017 18,017 18,017 18,017 18,017 18,017

6,01 6,01 6,01 6,01 6,01 6,01 6,01 6,01 6,01 6,01 6,01

16,098 16,098 16,098 16,098 16,098 16,098 16,098 16,098 16,098 16,098 16,098

8,958 8,958 8,958 8,958 8,958 8,958 8,958 8,958 8,958 8,958 8,958

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 langs de gemonitorde wegen ter hoogte van het plangebied voor de voornoemde stoffen respectievelijk maximaal 18,017 en 16,365 µg/m3 is. De jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 wordt niet overschreden. Eenzelfde geldt voor de grenswaarde van 25 µg/m3 voor PM2,5. Deze is in het plangebied maximaal 8,958 µg/m3. De daggemiddelde grenswaarde voor PM10 van 50 μg/m3 mag overeenkomstig de Wet milieubeheer maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. In de nabijheid van het plangebied komen maximaal 6,01 overschrijdingsdagen voor. In onderstaande tabel zijn deze bevindingen kort opgesomd. Tabel 8: Toetsing achtergrondwaarden en grenswaarden NO2, PM2,5 en PM10

Stof

Maximale achtergrondwaarde in de CIMLK monitoringstool [μg/m3]

Jaargemiddelde grenswaarde conform de Wet milieubeheer [μg/m3]

NO2

18,017

40

PM10

16,365

40

PM2,5

8,958

25

De maximale grenswaarden worden bij lange na niet gehaald. Bovendien is de trend dat in de toekomst de emissies en daarmee gepaard gaande achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. De realisatie van het boogde recreatiepark is op basis van de CIMLK-monitoringstool niet strijdig met de luchtkwaliteit. Conclusie luchtkwaliteit Het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Ook voldoet de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied ruimschoots aan de gestelde grenswaarden in de Wet milieubeheer. Het onderdeel luchtkwaliteit vormt zodoende geen belemmering voor het planvoornemen.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 60/82

4.9

Externe veiligheid

Wetgeving Bij externe veiligheid gaat het om situaties waarbij een ongeval kan plaatsvinden met gevaarlijke stoffen of als gevolg van luchtvaartverkeer nabij luchthavens, waardoor mensen die verder niets met de betreffende activiteit te maken hebben, om het leven kunnen komen. Er wordt gekeken naar de risico’s verbonden aan risicovolle inrichtingen. Hier worden gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of gebruikt. Daarnaast wordt er gekeken naar vervoer van gevaarlijke stoffen via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het belangrijkste instrument om de externe veiligheid te waarborgen is ruimtelijke scheiding aan de hand van veiligheidsafstanden tussen (beperkt) kwetsbare objecten en risicobronnen. Bij (beperkt) kwetsbare objecten dient gedacht te worden aan ruimten waar personen gedurende langere tijd verblijven (zoals een woning of recreatieterrein), gebouwen met grote aantallen personen (winkelcomplex, grote supermarkt, warenhuis) of personen met beperkte zelfredzaamheid (ziekenhuis, school, kinderopvang). Naast maatregelen aan de bron (bijvoorbeeld Best Beschikbare Technieken voor inrichtingen), dienen afdoende maatregelen in de omgeving te worden genomen door middel van zonering: hoe minder mensen binnen de risicocontouren van een risicovolle activiteit vallen, hoe beter de veiligheidssituatie.

De wettelijke kaders voor externe veiligheid worden gevormd door de volgende wet- en regelgeving: -

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); Besluit externe veiligheid transport van gevaarlijke stoffen (Bevt) Wet luchtvaart (obstakelvrije vlakken en veiligheidszones; voor Schiphol gelden ook het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) en het Luchthavenverkeerbesluit (LVB).

Als centrale maatstaf voor het in beeld brengen van de externe veiligheidsrisico’s worden de begrippen plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR) gehanteerd. Deze begrippen zijn in de wet eenduidig gedefinieerd, en in de wetgeving zijn normen opgenomen (grenswaarden en richtwaarden voor het PR, en een oriëntatiewaarde voor het GR) die bepalen welke omvang van een extern veiligheidsrisico onacceptabel is. Zo beoogt de wetgeving te voorkomen dat er (beperkt) kwetsbare objecten (kunnen) worden gerealiseerd op locaties waar het PR als gevolg van risicobronnen in de omgeving hoger is dan 10-6/jaar (één op een miljoen). Verder beoogt de wetgeving het bevoegd gezag een afwegingskader te bieden voor het omgaan met risicobronnen die bij een ongewoon voorval kunnen leiden tot grotere hoeveelheden dodelijke slachtoffers (maatschappelijke ontwrichting). Als het bevoegd gezag een ruimtelijk besluit wil nemen, moet daaraan een analyse van het groepsrisico voorafgaan. Indien het GR door het (te nemen) ruimtelijke besluit toe zal nemen, dient bij het ruimtelijke besluit een verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. De methodiek waarmee het GR moet worden bepaald, is wettelijk vastgelegd. De uitkomsten daarvan zijn afhankelijk van de hoeveelheid aanwezige personen in de omgeving van de risicobron.

Tot hoever die relevante risico-omgeving strekt, is wettelijk gedefinieerd als het invloedsgebied. Doorgaans wordt dit gebied begrensd door de 1% letaliteitsgrens (de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen komt te overlijden als gevolg van de risicovolle

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 61/82

activiteit). Gesteld kan worden dat aanwezigheid van personen buiten het invloedsgebied van een risicobron niet meetelt voor de hoogte van het GR dat door die risicobron wordt veroorzaakt. Gemeentelijk beleid: Beleidsvisie Externe veiligheid 2012-2015 De gemeente Albrandswaard heeft in 2012 een beleidsvisie externe veiligheid (EV visie) vastgesteld in samenwerking met de regionale brandweer en DCMR. In de visie komen de diverse risicobronnen aan bod en geeft de gemeente Albrandswaard enkele uitgangspunten die een bijdrage leveren aan de externe veiligheidssituatie binnen de gemeente. De gemeente neemt, bovenop het geldende Rijksbeleid, nog enkele veiligheidsafstanden in acht om daar waar mogelijk te kunnen voldoen aan een optimale veiligheidssituatie. Een voorbeeld hiervan is het in beginsel uitsluiten van functies met niet zelfredzame personen binnen de 100% letaliteitsgrens. De basis van het in de EV visie Albrandswaard geformuleerde beleid is dat de gemeente het door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) opgestelde kwetsbaarheidzonemodel hanteert bij de beoordeling van nieuwe planologische ontwikkelingen. Het kwetsbaarheidzonemodel is het instrument dat door de VRR gebruikt wordt om te bepalen in hoeverre een bepaalde ontwikkeling acceptabel is en welke aanvullende maatregelen eventueel geadviseerd worden.

Bij een verantwoording van een nieuwe ontwikkeling laat de gemeente volgens deze visie de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid zwaar wegen. Het uitgangspunt is daarom dat het advies voortvloeiende uit het kwetsbaarheidzonemodel in principe gevolgd wordt. Afwijking van dit advies is mogelijk maar dient wel uitgebreid gemotiveerd te worden. Scenarioanalyse Externe Veiligheid Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond Onderdeel van de gemeentelijke visie op Externe veiligheid is zoals beschreven de scenarioanalyse externe veiligheid van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond. Voor de beoordeling van ontwikkelingen is door de VRR een kwetsbaarheidszonemodel opgesteld. Het kwetsbaarheidszonemodel van de VRR, koppelt functies (zoals scholen, sportfuncties en winkels) aan: 1. een oordeel over de wenselijkheid van een functie op de geplande locatie; 2. maatregelen die getroffen moeten worden wanneer een functie op de geplande locatie wordt gerealiseerd. De maatregelen die de VRR adviseert volgen uit de scenario’s die op de plaats van de nieuwe functie op kunnen treden. Er worden drie type scenario’s onderscheiden: • • •

hitte (als gevolg van brand); druk (als gevolg van een explosie); en toxisch (als gevolg van een ongeval met een giftige stof).

Daarnaast hanteert het kwetsbaarheidszonemodel de volgende richtlijnen voor de scenario’s: • •

In het gebied rondom een risicobron, waar, na een ongeval volgens het meest geloofwaardige scenario, iedereen komt te overlijden: geen enkele ontwikkeling zonder maatregelen. Voor objecten waarbij de gebruikers niet zelfredzaam zijn, zoals een ziekenhuis of een kinderdagverblijf (zeer kwetsbare objecten), wordt het “worst case” scenario aangehouden.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 62/82

•

Bestemmingen met grote groepen die buiten verblijven (openluchtrecreatie/sport) zijn ongewenst in het gebied waar in het “worst case” scenario iedereen kan komen te overlijden als gevolg van een incident met een toxische stof.

In de scenarioanalyse zijn verschillende scenario’s vastgesteld. Dit zijn de scenario’s die ongewenst zijn en de meeste effectafstand hebben. Ze komen overeen met de richtlijnen van het kwetsbaarheidszonemodel. De scenario’s zijn onderverdeeld in letaliteitsgrenzen: • • •

1% letaliteit: 1% letaliteitsgrens is de afstand waarop 1% van de bevolking komt te overlijden. 10% letaliteit: 10% letaliteitsgrens is de afstand waarop 10% van de bevolking komt te overlijden. 100% letaliteit: 100% letaliteitsgrens is de afstand waarop 100% van de bevolking komt te overlijden.

De veiligheidsregio drukt de letaliteitsgrens uit in verschillende contouren, die overeenkomen met de letaliteitsscenario’s. Er is onderscheid gemaakt in LC100, LC50, LC10 en LC01. LC100 houdt in dat, na een ongeval, iedereen komt te overlijden, LC01 houdt in dat, na een ongeval, 1% van de bevolking komt te overlijden. Beoordeling planvoornemen Voor het bestemmingsplan is een onderzoek naar de externe veiligheid uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 17. Hieruit volgt dat er geen belemmering is voor het plan. Wel dient het groepsrisico kwalitatief verantwoord te worden voor het deel van de ontwikkeling dat ligt binnen het 200 meter invloedsgebied van de Oude Maas. Verantwoording groepsrisico Oude Maas Op basis van de verstrekte informatie van de gemeente kan geconcludeerd worden dat het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Oude Maas, geëvalueerd aan de hand van het maatgevende scenario uit de scenarioanalyse Externe Veiligheid (als onderdeel van de EVvisie gemeente Albrandswaard), geen belemmering vormt voor de realisatie van het planvoornemen. Het groepsrisico ligt lager dan de oriëntatiewaarde. Door de voorgenomen ontwikkeling zal de personendichtheid iets toenemen binnen het invloedsgebied van 200 meter van de Oude Maas, maar er is geen sprake van een overschrijding van 10% van de oriëntatiewaarde. Ook komen de nieuwe woningen in plaats van enkele klinieken.

De zelfredzaamheid zal daarom toenemen en het aantal kwetsbare objecten neemt af. In de verdere uitwerking tot stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan wordt rekening gehouden met de mogelijkheden voor de bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de vaarweg. Ook zullen in het gebied ruim voldoende vluchtwegen zijn van de risicobron af (dus in noordelijke richting). En in de verdere uitwerking zal aandacht zijn voor bluswatervoorzieningen. Tevens zullen bij de uitwerking tot stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan de Veiligheidsregio en de hulpdiensten worden betrokken en om advies gevraagd. Als laatste zal goede risicocommunicatie belangrijk zijn. Door aan de toekomstige bewoners de juiste informatie te verstrekken, wordt de zelfredzaamheid vergroot en de gevolgen van een incident verkleind. Daarmee wordt het risico door de gemeente verantwoord geacht. Conclusie externe veiligheid Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Het groepsrisico wordt, met

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 63/82

inachtneming van voldoende maatregelen in de verdere uitwerking, verantwoordt geacht.

4.10

Watertoets

Algemeen Door extremere neerslagintensiteiten en hogere neerslaghoeveelheden als gevolg van klimaatverandering, neemt de kans op wateroverlast toe. Voldoende ruimte voor waterberging is (zeker in ons land) dan ook cruciaal. Derhalve dient bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan aandacht besteed te worden aan de gevolgen ervan voor de waterhuishoudkundige situatie. Zo zorgen ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Om in dat geval voldoende waterberging te waarborgen, hanteren Waterschappen normen ter compensatie van de aanleg van extra verhard oppervlak. Bijvoorbeeld dat een toename van zoveel m 2 verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden door een toename van zoveel m3 waterberging. Naast de kwantitatieve aspecten, dient er in het geval van een ruimtelijk plan ook aandacht besteed te worden aan de kwalitatieve effecten op het watersysteem. Het instrument dat hiervoor ontwikkeld is, is de Watertoets. De Watertoets komt voort uit het advies van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het Nationaal Bestuursakkoord Water en berust op twee cruciale uitgangspunten: 1.

Stand-still beginsel: negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen. Uitgangspunt is dat ieder gebied moet voldoen aan de inundatienorm: de wettelijke veiligheidsnorm aangegeven als de gemiddelde kans per jaar op wateroverlast door hevige neerslag. Ook mag een verandering niet tot grotere afvoer naar andere gebieden leiden (afwentelen). Daarnaast moet worden tegengegaan dat de nog beschikbare ruimte in het watersysteem door ruimtelijke ontwikkelingen geleidelijk aan steeds kleiner wordt (normopvulling).

2.

Verbetering: in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen, die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut.

Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen die zich richten op een (zowel kwalitatief als kwantitatief) duurzaam waterbeheer. Op het hoogste niveau zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Waterplan (NW) richtinggevend. Op een lager schaalniveau zijn het beleid van het waterschap Hollands Delta en de gemeente Albrandsewaard met name relevant voor het plangebied. Dit beleid is in lijn met en in aanvulling op de plannen die Rijk en provincies hebben op het gebied van waterbeheer. Derhalve wordt hier alleen kort ingegaan op de hoofdpunten uit het beleid van het waterschap en de gemeente. Waterbeheerplan 5: Waardevol Water In het Waterbeheerprogramma (WBP) (2016-2021) staan de doelen van het waterschap Hollandse Delta voor de taken waterveiligheid (dijken en duinen), voldoende water, schoon water en de waterketen (transport en zuivering van afvalwater). Ook wordt aangegeven welk beleid gevoerd wordt en wat het waterschap in de planperiode wil doen om de doelen te bereiken. De maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn onderdeel van het plan. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 64/82

en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagt de belasting van de afvalwaterzuivering. De toename van verhard oppervlak leidt tot een zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem en leidt met regelmaat tot wateroverlast stroomafwaarts. Om de zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem onder normale omstandigheden tegen te gaan is het brengen van hemelwater vanaf verhard oppervlak op het oppervlaktewaterlichaam specifiek vergunningplicht gesteld. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer in stedelijk gebied of 1500 m2 of meer in landelijk gebied dient een vergunning aangevraagd te worden in het kader van de Keur. De versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding moet volledig worden gecompenseerd door het aanbrengen van een gelijkwaardige vervangende voorziening (compensatieplicht), met een oppervlakte van 10% van de toename van verharding. Opgemerkt wordt dat het Ontwerp Waterbeheerprogramma 2022-2027 ter inzage is geweest. Voor zover bekend is deze nog niet vastgesteld. Keur Waterschap Hollandse Delta 2014 Per 19 december 2018 is een nieuwe Keur (gewijzigd vastgesteld) en de daarbij horende uitvoeringsregels in werking getreden. De Keur is benodigd vanuit de Waterwet.

Daarin zijn vastgelegd de bevoegdheden en taken van het Waterschap, zijnde de zorg voor het watersysteem, de zorg voor het zuiveren van afvalwater, de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden en waterbeheer. De Keur dient tevens ter invulling van deze doelstellingen, te weten: voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Samengevat maken de Keur en de bijbehorende uitvoeringsregels het mogelijk dat het Waterschap Hollandse Delta haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken) en andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). De Keur bevat ge- en verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunning plichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen.

De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Uitvoeringsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van het Waterschap Hollandse Delta nader uitgewerkt. Handreiking Watertoets Om te kunnen borgen dat gemeenten bij het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen of het verlenen van omgevingsvergunningen ter afwijking van een bestemmingsplan worden gehouden aan de regels uit de Keur, is in artikel 3.1.1 Bro de verplichting opgenomen voor gemeenten om nieuwe bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen ter toetsing aan het waterschap voor te leggen. Deze toets wordt ook wel de 'Watertoets' genoemd. De Handreiking Watertoets, die in december 2011 door het Waterschap is vastgesteld, bevat richtlijnen over de waterparagraaf in ruimtelijke besluiten en de manier waarop deze wordt getoetst door het waterschap.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 65/82

Het Waterschap Hollandse Delta biedt gemeenten de gelegenheid de planeigenschappen op een digitaal formulier in te vullen, waarna de watertoets uitwijst of het bestemmingsplan, het wijzigingsplan of de omgevingsvergunning een 'groot waterbelang' omvat en ook feitelijk contact met de afdeling plantoetsing van het waterschap dient te worden opgenomen. Klimaat adaptief bouwen Het klimaat in Nederland is aan het veranderen. De gevolgen van deze veranderingen hebben een grote impact op de maatschappij. De provincie Zuid-Holland heeft samen met verschillende partijen het ‘Convenant Klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland’ in het leven geroepen om de delta waarin we liggen adaptief te maken op deze veranderingen. Met klimaat adaptief bouwen wordt er gestreefd naar minder wateroverlast, minder hittestress, minder langdurige droogte inclusief de nodige gevolgen, minder bodemdaling inclusief de nodige gevolgen en meer biodiversiteit in vergelijking met de oude situatie. Er kan gedacht worden aan natuur inclusief bouwen, minder verharding aanleggen, meer groen in de openbare ruimte en in tuinen, zonwering plaatsen, meer regenwateropslag en verhoogde trottoirs. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Deze voorkeursvolgorde is echter geen dogma.

De uiteindelijke afweging zal lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan. Gemeentelijk beleid De provincie Zuid-Holland heeft met meerdere partijen een convenant klimaatadaptief bouwen opgesteld met een programma van eisen (PvE). De gemeente Albrandswaard heeft de wens zoveel mogelijk naar dit PvE te handelen, maar heeft het convenant niet ondertekend. In dit convenant is voor het thema wateroverlast het streven opgenomen om op privaat terrein of in daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied een groot deel van de neerslag van een extreme bui op te vangen (range 40-70 mm). Daarnaast is in het convenant opgenomen dat bij extreem hevige neerslag (70 mm in 1 uur) geen schade optreedt aan bebouwing en infrastructuur. In overleg met de gemeente is afgesproken dat naast de bergingseisen van het waterschap geen aanvullende berging noodzakelijk is, mits voldaan wordt aan het criterium geen schade bij extreme neerslag.

Riolering Uitgangspunten ontwerp riolering: • Aanleggen van een gescheiden stelsel voor de nieuwbouw; • Vuilwater afvoeren naar het bestaande gemaal, eventueel met een tussengemaal in verband met de waterleiding die het gebied doorkruist en/of de diepte; • Hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; • Hemelwater toetsen op bui09 geen water op straat; • Minimale diameter vuilwater en hemelwater 250 mm; • Minimale dekking 1,20 m; • Maximale diepteligging 2,50 m; • Minimale afstand kruisende leidingen 0,20 m; • Geen zinkers in vuilwaterriolering. Beoordeling planvoornemen Door Waterfeit adviseurs is een waterhuishoudkundig plan opgesteld voor de Antes locatie (zie bijlage 15). Daarnaast is ten behoeve van de nieuwe ontsluitingsweg een notitie opgesteld waarin wordt beschreven op welke wijze de toename van verhard oppervlak wordt

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 66/82

gecompenseerd. Watersysteem Binnen de Antes locatie zijn twee peilgebieden aanwezig. Het grootste deel van het plangebied, peilgebied Y05.001, heeft een vast peil van 0,80 m+ NAP. In het uiterste oosten van het plangebied is een klein afzonderlijk peilgebied, Y06.002, aanwezig met een peil van 0,0 NAP.

Figuur 31:

Peilgebieden (bron: Waterfeit)

Het peilgebied voor de ontsluitingsweg ligt in een lager peilgebied dan voor de Antes locatie. Dit betreft het peilgebied Y06.001 met een zomerpeil van 1,00 m-NAP en winterpeil 1,10 m MNAP. Peilstijgingen Volgens opgave van het waterschap voor de Antes locatie kan het waterpeil in het grote peilgebied eens in de 10 jaar 1,20 meter stijgen. In het kleine peilgebied zal weinig peilstijging optreden, omdat de vijver bij 2 cm peilstijging al versneld afvoert over de schotbalkstuw en er weinig hemelwater op de vijver afvoert. Waterkeringen De zuidzijde van de Antes locatie wordt begrensd door de primaire waterkering Maasdijk langs de Oude Maas, welke uitmaken van de dijkring 17. De beschermingszone overlapt een gedeelte van het plangebied. De ontsluitingsweg bevindt zich voor buiten de beschermingszones van de waterkering. Onderstaand figuur geeft een weergave van de waterkeringen rond de Antes-locatie en ontsluitingsweg.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 67/82

Figuur 32:

Waterkeringen rondom plangebied bron: Waterfeit adviseurs)

Riolering Het riool op de Antes locatie voert af naar een rioolgemaal in beheer van Antes. Op het rioolgemaal wordt ook een deel van het hemelwater afgevoerd. Het rioolgemaal voert door middel van een persleiding af naar de vrijvervalriolering van de gemeente, zie afbeelding 3-6. De persleiding is 837 meter lang en heeft een uitwendige diameter van 110 mm.

Figuur 33:

Bestaand gemaal en persleiding (bron: Waterfeit adviseurs)

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 68/82

Voor zowel de Antes locatie en ontsluiting route is het verhard oppervlak in de huidige situatie en toekomstige situatie bepaald. Oppervlakte huidige situatie Antes locatie Voor het bepalen van het verhard oppervlak is gebruik gemaakt van BGT aangevuld met luchtfoto’s. 32% van het gebied is verhard oppervlak.

Figuur 34:

Oppervlaktes huidige situatie (bron: Waterfeit adviseurs)

Figuur 35:

Oppervlakte huidige situatie (bron: Waterfeit adviseurs)

Voor het waterhuishoudkundig plan is het plangebied verdeeld over twee peilgebieden. er peilgebied is het verhard oppervlak en het wateroppervlak aangegeven. Daarbij is ook weer het woongebied onderscheiden, dat verdeeld is over de twee peilgebieden. Het zorggebied bevindt zich volledig in het grote peilgebied.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 69/82

Figuur 36:

Oppervlaktes huidige situatie (bron: Waterfeit adviseurs)

Watersysteem toekomstige situatie Antes locatie Het watersysteem wijzigt in principe niet. De bestaande waterpeilen, peilgebiedsgrenzen en afvoeren worden gehandhaafd. Wel wordt het oppervlaktewater uitgebreid. Oppervlakte toekomstige situatie Antes locatie Voor de toekomstige situatie is gebruik gemaakt van de voorkeursvariant uit het schetsontwerp stedenbouwkundig plan. Dit plan heeft geen formele status, maar geeft een goede indruk van de toekomstige situatie. Het verhard oppervlak is 38% van het plangebied.

Figuur 37:

Oppervlaktes toekomstige situatie (bron: Waterfeit adviseurs)

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 70/82

Figuur 38:

Oppervlakten toekomstige situatie (bron: Waterfeit adviseurs)

Ten opzichte van de huidige situatie neemt de verharding met 2,66 ha en het wateroppervlak met 0,24 ha toe. Wateropgave Antes locatie De toename van verhard oppervlak per peilgebied moet in principe binnen hetzelfde peilgebied worden gecompenseerd.

Figuur 39:

Wateropgave per peilgebied (bron: Waterfeit adviseurs)

De toename van het verhard oppervlak per peilgebied moet in principe binnen hetzelfde peilgebied gecompenseerd worden volgens het beleid van het waterschap.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 71/82

In principe is de toename van het wateroppervlak binnen het woongebied voldoende om de toename van het verhard oppervlak binnen het woongebied te compenseren. Kleine peilgebied wordt niet voldaan en neemt het verhard oppervlak toe. Het wateroppervlak neemt niet toe. In het grote peilgebied wordt meer water aangelegd dan benodigd. Overschot kan ingezet worden voor de toename aan verharding binnen het zorggebied. Conclusie is dat binnen het kleine peilgebied nog een opgave resteert van 0,06 ha wateroppervlak en binnen het grote peilgebied nog een opgave van 0,07 ha. Om deze wateropgave te compenseren zijn meerder opties. Deze dienen in later stadium verder te worden uitgewerkt. Watercompensatie ontsluitingsweg Voor de nieuwe ontsluitingsweg is berekend wat de verhardingstoename is (zie bijlage 19). Op basis hiervan is de compensatieopgave berekend. De benodigde nieuwe waterberging is voorzien binnen de grenzen van het plangebied langs de nieuwe weg, zie figuur 39.

Figuur 40:

Oppervlaktes huidige situatie (bron: Waterfeit adviseurs)

Figuur 41:

Oppervlakte huidige situatie (bron: Waterfeit adviseurs)

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 72/82

Figuur 42:

Oppervlaktes bestaand situatie (bron: Waterfeit adviseurs)

Figuur 43:

Oppervlakte toekomstige situatie (bron: Waterfeit adviseurs)

Het waterhuishoudkundig plan en notitie voor de ontsluitingsweg is als separate bijlage bijgevoegd. Conclusie watertoets Geconcludeerd wordt dat het waterhuishoudkundig plan voor de Antes locatie en de nieuwe ontsluitingsweg uitgewerkt is, met aandacht voor peilgebieden, waterkeringen, riolering, en compensatie van toegenomen verhard oppervlak. Echter zijn nog uitdagingen in de wateropgave voor zowel de huidige als de toekomstige situatie, die in latere stadia verder uitgewerkt moeten worden.

4.11

M.e.r.-beoordeling

Het bevoegd gezag dient te beoordelen of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling. Hiertoe staan in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage activiteiten opgesomd die mogelijk leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor activiteiten die genoemd staan in de eerste kolom van onderdeel C geldt dat zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen, deze zijn dan ook direct m.e.r.-plichtig. In de eerste kolom van onderdeel D staan activiteiten opgesomd

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 73/82

waarvan niet vaststaat of deze leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Hiervoor dient dan ook een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De voorgenomen ontwikkeling wordt gezien als de activiteit die staat genoemd onder onderdeel D11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r.: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. In de tweede kolom staan de drempelwaarden genoemd voor deze activiteit, hierbij gaat het erom of de activiteit betrekking heeft op één van de volgende genoemde punten: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De drempelwaarde van 2.000 woningen wordt met dit planvoornemen niet gehaald. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 dient ook voor activiteiten die zijn genoemd zijn, maar de drempelwaarden niet worden overschreden een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te worden gevoerd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. De vormvrije m.e.r. beoordeling dient om na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

Deze omstandigheden betreffen: 1. De kenmerken van de projecten; 2. de plaats van de projecten; 3. de kenmerken van de potentiële effecten. Beoordeling planvoornemen Het bestemmingsplan heeft betrekking om het realiseren van maximaal 525 woningen en het realiseren van een nieuwe ontsluitingsroute. Daarnaast blijft binnen het bestemmingsplan de maatschappelijk functie bestaan. De aanleg, wijziging of uitbreiding van onder andere woningbouw en bedrijfsmatige activiteiten zijn in het Besluit milieueffectrapportage opgenomen onder de noemer 'stedelijk ontwikkelingsproject'. Het voorliggende bestemmingsplan ligt ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk is. Het voorliggende bestemmingsplan ligt ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk is. Voor het voornemen is een vormvrij m.e.r. beoordeling uitgevoerd. Deze is als separate bijlage toegevoegd. Op basis van de huidige kennis en uitgangspunten ten tijde van het

uitvoeren van de vormvrije m.e.r.-beoordeling, kan voor alle aspecten worden uitgesloten dat onderhavig plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu oplevert. Er is geen milieueffectrapportage nodig.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 74/82

5.

Juridische planbeschrijving

5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de in de vorige hoofdstukken toegelichte beoogde ruimtelijke situatie in het plangebied juridisch is vertaald in planregels en de bijbehorende verbeelding. Het bestemmingsplan bestaat uit juridisch bindende regels en een verbeelding met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in beeld gebracht. Samen met de regels is dit het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels. 5.2

Opzet van de planregels

De regels zijn, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) ondergebracht in vier hoofstukken: • • • •

Hoofdstuk 1: Inleidende regels; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3: Algemene regels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.

Hierna wordt kort ingegaan op de inhoud van de regels per hoofdstuk. 5.3

Uitleg van de planregels

Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden en gemeten moeten worden.

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Groen – 1 (artikel 3) en Groen – 2 (artikel 4) In het bestemmingsplan zijn de bestaande te behouden en beschermen groenstructuren bestemd als Groen – 1. Het gaat om bestaand groen, boomplantsoenen en waterpartijen aan de randen van het plangebied en op belangrijke plekken in het plangebied. Voor de nieuwe groene onderdelen van het plangebied is de Groen – 2 opgenomen. Dit gaat om nieuw aan te leggen groengebieden die als buffer dienen tussen de verschillende

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 75/82

deelontwikkelingen. Ook is de route van de nieuwe hoofdontsluitingsstructuur voor het grootste deel in de bestemming Groen – 2 gelegen. Deze strook, aangeduid met de aanduiding ‘weg’ is bewust breder gehouden dan de daadwerkelijke weg zal zijn, omdat in de verdere uitwerking tot stedenbouwkundig plan de exacte ligging kan wijzigen. In Groen – 2 is ook de aanduiding ‘parkeren’ opgenomen voor de hierbinnen gelegen aanwezige parkeerterreinen. Door dit met een aanduiding te regelen, is geregeld dat niet overal in de bestemming parkeerterreinen toegestaan zijn. Er gelden beperkte bouwmogelijkheden binnen de beide groenbestemmingen. Maatschappelijk 1 t/m 4 (artikelen 5 t/m 8) In het bestemmingsplan zijn vier verschillende maatschappelijke bestemmingen opgenomen: • Maatschappelijk – 1: voor de zware forensische zorg, inclusief TBS kliniek Kijvelanden in het westelijk deel van het plangebied • Maatschappelijk – 2: voor de zorggebouwen in het middengebied waar een diversiteit van zorg en ondersteunende functies aanwezig zijn. Hierbinnen zijn ook beperkte horeca en detailhandelsfuncties toegestaan en kleinschalige bedrijvigheid. Denk bijvoorbeeld aan de bestaand MBO-school en activiteiten zoals een brasserie, fietsenmaker of buurtwinkel. De omvang van dergelijke functies is in oppervlakte en milieuhinder beperkt.

• Maatschappelijk – 3: voor het kinderdagverblijf • Maatschappelijk – 4: voor de gebouwen langs de Albrandswaardsedijk aan de noordzijde van het plangebied, waar sprake is van lichte psychische zorg in de vorm van trainingshuizen. De maximaal toegestane bouwhoogte en maximum bebouwingspercentage is per bouwvlak op de verbeelding aangeduid. Voor de gebouwen in Maatschappelijk- 1 en Maatschappelijk - 2 is een maximum bouwhoogte van 18,5 meter opgenomen. Dit is lager dan wat was toegestaan in het bestemmingsplan Poortugaal Dorp (deels 20 en deels 30 meter). Om enige flexibiliteit naar de toekomst toe te bieden, is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om te komen tot een bouwhoogte van 23 meter, mits dit niet leidt tot aantasting van de ruimtelijke kwaliteit of afbreuk doet aan belangen van omwonenden. Voor het kinderdagverblijf is een maximum bouwhoogte van 8,5m opgenomen, overeenkomstig de hier aanwezige bebouwing. Voor de gebouwen in Maatschappelijk – 4 is goot- en bouwhoogte aangehouden die ook voor de ernaast gelegen woningen geldt in het bestemmingsplan Poortugaal Dorp, te weten respectievelijk 7 meter en 11 meter. Tuin (artikel 9) en Wonen (artikel 11) Voor de voormalige kantoorruimte in het pand aan de Albrandswaardsedijk 70 is op 15 december 2021 een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik als woning. In dit bestemmingsplan is dit gebruik als zodanig bestemd.

Het pand en de achter de voorgevel gelegen gronden hebben de bestemming Wonen gekregen. De gronden voor de voorgevel en een smalle strook aan de oostzijde van het perceel hebben de bestemming Tuin gekregen. Aangezien het gaat om een karakteristiek pand, is ook de aanduiding ‘karakteristiek’ opgenomen. In artikel 21.3 is opgenomen dat panden met de aanduiding ‘karakteristiek’ niet zomaar mogen worden gesloopt en dat er een vergunning nodig is. Verkeer - Verblijfsgebied (artikel 10) De bestemming Verkeer – Verblijfsgebied is opgenomen voor de weg aan de noordzijde van het plangebied en voor de nieuwe ontsluitingsweg die over het sportveld wordt aangelegd. De mogelijkheden in de bestemming komen overeen met de bestemming Verkeer – Verblijfsgebied

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 76/82

uit het bestemmingsplan Poortugaal Dorp die voor alle wegen in Poortugaal is opgenomen. Woongebied (artikel 12) Voor de gebieden waar de nieuwe woonbuurten komen, is de bestemming ‘Woongebied’ opgenomen. Binnen de bestemming zijn maximaal 525 woningen toegestaan. De woningtypologieën die zijn voorzien bestaan uit vrijstaande-, half vrijstaande-, aaneengebouwde- en gestapelde woningen. Bij het uitvoeren van een dergelijke grootschalige ontwikkeling bestaat er behoefte om de mogelijkheid te behouden om tot een bepaalde mate flexibel te zijn in welke woning waar binnen het gebied wordt gerealiseerd. De bestemmingsregeling voorziet in deze flexibiliteit. Binnen de bestemming Woongebied zijn ook groen, water, verkeer en parkeren voorzien. Los van de groenblauwe hoofdstructuur die is vastgelegd met de bestemmingen Groen – 1 en Groen – 2, ligt binnen de woongebieden de structuur van groen, water en verkeer ten tijde van het opstellen van het bestemmingsplan nog niet exact vast. Het bestemmingsplan stuurt op hoofdlijnen en biedt de kaders om te komen tot een nader uitgewerkt stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan waarin deze structuren definitief zijn bepaald. De ontwikkelaar is verplicht om voor de te ontwikkelen woongebieden een stedenbouwkundig plan, beeldkwaliteitsplan en inrichtingsplan voor de openbare ruimte op te stellen.

In de bouwregels is opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen pas kan worden verleend als deze documenten zijn vastgesteld door het college van B&W. Zo kan de gemeente in meer detail sturen op de kwaliteit en inrichting van de woongebieden. Voor een goede inpassing van het nieuwbouwprogramma ten opzichte van de bestaande woningen en op basis van de Nota van Uitgangspunten is een onderscheid in de maximale bouwhoogtes opgenomen voor het noordelijk deel en het zuidelijk deel van de woongebieden. Voor de delen in nabijheid van de Albrandswaardsedijk geldt een maximum bouwhoogte van 11 meter. Voor de delen waar de afstand tot de bestaande woningen groter is en voor deelgebied 5 is een maximum bouwhoogte van 16,5 meter opgenomen. Voor deze vlakken waar 16,5 meter hoog mag worden gebouwd, is in artikel 12.2.1 een regeling opgenomen waarmee het mogelijk is dat voor maximaal 30% van elk vlak tot 23 meter hoog gebouwd mag worden. Dit is gedaan om in beperkte mate stedenbouwkundige accenten te realiseren zodat een gevarieerd woongebied kan ontstaan. Binnen het centrale woongebied is een aanduiding ‘groen’ opgenomen. Dit is ter hoogte van het bestaande bomenlaantje. In de regels is opgenomen dat hier de aanwezige bomen ingepast moeten worden in de toekomstige situatie en behouden dienen te blijven.

Er is in het bestemmingsplan geen regeling opgenomen voor de aan-, uit-, en bijgebouwen bij woningen. Dit is gedaan omdat de vergunningsvrije mogelijkheden bij woningen die landelijk worden geboden in artikel 2 van Bijlage II Besluit omgevingsrecht al voldoende mogelijkheden voor woningbezitters bieden en hier geen aanvullende regels in het bestemmingsplan voor nodig zijn. Wel zijn bouwhoogtes opgenomen voor bouwwerken, geen gebouw zijnde zoals palen en masten of speeltoestellen. Leiding – Brandstof (artikel 13) en Leiding – Water (artikel 14) In het plangebied lopen meerdere ondergrondse waterleidingen en aan de westzijde net buiten het plangebied loopt een brandstofleiding. Voor de gronden waar deze leidingen lopen en de hier omheen liggende belemmeringenstrook zijn de dubbelbestemmingen Leiding – Brandstof en Leiding – Water opgenomen. Binnen deze gronden gelden regels ter bescherming van het functioneren van de leidingen.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 77/82

Waarde - Archeologie 5 (artikel 15) en Waarde – Archeologie 6 (artikel 16) Zoals in paragraaf 4.1 van deze toelichting is aangeven geldt een beschermingsregime voor archeologie. Er zijn binnen het plangebied twee regimes aanwezig, te weten Waarde – Archeologie 5 en Waarde – Archeologie 6. Binnen de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 5 geldt dat bij grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte van 200 m2 of groter, die dieper reiken dan 1 m beneden het maaiveld, er rekening dient te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Binnen de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 6 geldt dat bij grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte van 200 m2 of groter, die dieper reiken dan de waterbodem, er rekening dient te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Centraal uitgangspunt is dat de ingrepen pas mogelijk zijn, nadat op basis van voldoende onderzoek is aangetoond dat mogelijke archeologische waarden niet worden teniet gedaan en/of voldoende zeker worden gesteld. Omdat uit het archeologisch onderzoek volgt dat - 2m NAP vrijgesteld kan worden, is de regeling hier op aangepast. Waterstaat – Waterkering (artikel 17) De dubbelbestemming “Waterstaat - Waterkering” is opgenomen voor de aanwezige waterkeringen langs de Albrandswaardsedijk en de Nieuwe Dijk aan de Oude Maas.

Binnen deze gronden mogen slechts bouwwerken worden opgericht indien de belangen van de waterhuishouding dit toelaten. Om dit te kunnen beoordelen dient, bij de beoordeling van bouwaanvragen, advies te worden ingewonnen bij de beheerder van de waterkering. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels. Anti-dubbeltelregel (artikel 18) In dit artikel is opgenomen dat grond, welke eenmaal in aanmerking is of moest worden genomen bij het verlenen van een bouwvergunning, waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van een andere aanvraag buiten beschouwing dient te blijven. Algemene bouwregels (artikel 19) In dit artikel zijn algemene bouwregels opgenomen voor ondergrondse bouwwerken en is de verplichting opgenomen dat er voldoende hemelwaterberging in het plangebied wordt gerealiseerd om de toename aan verharding te compenseren. Algemene gebruiksregels (artikel 20) In dit artikel zijn regels opgenomen die gelden voor het parkeren. Er is hiervoor verwezen naar de ASVV2021. Wanneer de gemeente eigen parkeerbeleid vaststelt, dan zal het meest actuele parkeerbeleid gelden voor het plangebied. Ook is in dit artikel opgenomen wat onder verboden gebruik wordt verstaan, mocht dit niet al volgen uit de enkelbestemmingen.

Algemene aanduidingsregels (artikel 21) Aan de noordzijde van het plangebied ligt over een deel van de nieuwe ontsluitingsweg de gebiedsaanduiding geluidzone – industrie. Deze gebiedsaanduiding betreft de geluidzone van het industrieterrein Waal-/Eemhaven en is overgenomen uit het bestemmingsplan Poortugaal

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 78/82

Dorp. Er zijn binnen het plangebied van in het nieuwe bestemmingsplan geen woningen binnen de geluidzone van het industrieterrein. Aan de westzijde van het plangebied is een propyleenleiding aanwezig. Deze propyleenleiding is in beheer van DOW. Voor de leiding geldt een PR 10-6 contour van 75 meter. Deze contour is op de verbeelding opgenomen middels een gebiedsaanduiding “veiligheidszone – leiding brandstof”. Dit ter voorkoming dat er geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd nabij de leiding. Algemene afwijkingsregels (artikel 22) Dit artikel geeft een regeling om af te wijken van voorgeschreven maatvoeringen zoals hoogte, afmetingen, etc. Er zijn verschillende afwijkingsmogelijkheden geboden. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels. Overgangsregels (artikel 23) Het overgangsrecht is opgenomen conform artikel 3.2.1 en artikel 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. De overgangsregels regelen het overgangsrecht voor de bebouwing en het gebruik van de bebouwing in het plangebied. Uit oogpunt van behoorlijk bestuur dienen bestaande bebouwing en bestaand gebruik, welke afwijken van de in het bestemmingsplan opgenomen regels, te kunnen worden voortgezet (overgangsregels). Slotregel (artikel 24) De slotbepaling geeft aan onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 79/82

6.

Uitvoerbaarheid

6.1

Maatschappelijk uitvoerbaarheid

Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. De voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan, zijn besproken met belanghebbenden. Daarnaast dient het plan in overwegende mate op maatschappelijk draagvlak te kunnen rekenen. De ervaring leert dat het niet altijd mogelijk is om alle belanghebbenden bij dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen volledig tegemoet te komen. De raadpleging van belanghebbenden tijdens verschillende fasen in het planvormingsproces moet er dan ook vooral toe leiden dat het bevoegd gezag een goede afweging kan maken tussen eventuele tegenstrijdige ruimtelijke belangen. Participatie Door initiatiefnemer is in samenwerking met de gemeente Albrandswaar onderzocht of woningbouw kan worden gerealiseerd op de Antes locatie. Hiervoor is in december 2021 een participatietraject opgestart van circa één jaar. Bij de start van het participatie traject is een website opgericht en is huis aan huisbrief naar 523 adressen. Daarnaast zijn gaandeweg het participatie traject 10 digitale nieuwsbrieven verstuurd. Bij de laatste nieuwsbrief waren 253 abonnees. De participatie in dit traject bestond uit verschillende vormen. De eerste vorm van participatie bestond uit een online peiling die kon worden ingevuld door belanghebbende. Daaropvolgend hebben in januari 2022 zogeheten halfuurgesprekken plaats gevonden met omwonende.

Wegens de coronapandemie heeft deze participatie online plaatsgevonden. Als onderdeel van de participatie hebben verschillende kleinschalige excursies plaatsgevonden. In september 2021 als voorbereiding op de intentieovereenkomst met gemeente is locatie bezoek gebracht aan Duin en Bosch in Castricum. Bij dit locatie bezoek waren een aantal college, raadsleden en ambtenaren aanwezig. In juni en september 2022 heeft een kleinschalige excursie plaatsgevonden voor omwonende naar Woonzorgpark Bloemendaal in Den Haag. Deze locatie is voorbeeld waar zorggebouwen samengaan met koop- en huurwoningen. In november-december 2022 heeft terugkoppeling plaatsgevonden hoe de inbreng van de belanghebbende is verwerkt en werd het zogeheten vlekkenplan geïntroduceerd. Als vervolg op de het eerste participatietraject hebben drie bijeenkomsten plaatsgevonden op 11 mei 2023, 6 juni 2023 en 22 juni 2023. Tijdens deze bijeenkomsten zijn verschillende onderwerpen besproken, zoals verkeer, woonbebouwing, groen, beeldkwaliteit en sociale veiligheid. De eindrapportages van beide participatie trajecten zijn bijgevoegd in bijlage 21. 6.2

Financiële uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat overeenkomstig Hoofdstuk 6 in de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 80/82

redelijkerwijs kosten moet maken (bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut) en de plankosten, deze verhaald moeten kunnen worden op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Tussen de ontwikkelaar en de gemeente wordt een anterieure overeenkomst gesloten, waarmee het kostenverhaal gewaarborgd is. Zowel de gemeentelijke kosten, als de kosten van de initiatiefnemer zijn gedekt. Gelet hierop is het plan financieel uitvoerbaar. 6.3

Eindconclusie

Geconcludeerd wordt dat het project, in overeenstemming met de in de voorgaande hoofdstukken gegeven omschrijving van het project en projectgebied, zowel ruimtelijk als milieutechnisch inpasbaar is en geen onaanvaardbare negatieve effecten heeft op de in de omgeving aanwezige waarden en belangen.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 81/82

7.

Bijlagen

bijlage 1 bijlage 2 bijlage 3 bijlage 4 bijlage 5 bijlage 6 bijlage 7 bijlage 8 bijlage 9 bijlage 10 bijlage 11 bijlage 12 bijlage 13 bijlage 14 bijlage 15 bijlage 16 bijlage 17 bijlage 18 bijlage 19 bijlage 20 bijlage 21

Nota van Uitgangspunten Verkeersonderzoek Locatieontwikkeling Antes Verkeersonderzoek Vervolg locatieontwikkeling Antes Nadere uitwerking verkeer en ontwerp Hof van Poortugaal Tekening toekomstige ontsluitingsroute Archeologisch bureauonderzoek Rapportage verkennend bodemonderzoek Hof van Poortugaal Rapportage verkennen bodemonderzoek Sportparkpolder Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Hof van Poortugaal Quickscan Wet natuurbescherming Antes locatie Quickscan Wet natuurbescherming ontsluitingsroute Nader onderzoek vleermuizen en huismus Boominventarisatie Quickscan Stikstofdepositie berekening (incl. aerius bijlagen) Akoestisch onderzoek wegverkeer Akoestisch onderzoek kinderdagverblijf Notitie Externe veiligheid Waterhuishoudkundig plan Notitie waterberging ontsluitingsweg Vormvrije m.e.r. beoordeling Eindrapportages participatietrajecten

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/OBP 82/82

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3628/documents/31118