CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

6. 437527 Raadsvoorstel bestemmingsplan polder Albrandswaard Zuidoost.pdf

Gemeenteraad AW 13 juni 2022, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken28.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Voorstel Onderwerp: Bestemmingsplan Polder Albrandswaard Zuidoost (versie college 10 mei 2022) Portefeuillehouder Ronald Schneider

College van burgemeester en wethouders 10 mei 2022

Zaaknummer 437527

Openbaar

E-mailadres opsteller: b.d.vries@bar-organisatie.nl

Geadviseerd besluit 1. Het bestemmingsplan ‘Polder Albrandswaard Zuidoost’ (NL.IMRO.0613.BPPAZO-VST1) overeenkomstig de bij dit besluit behorende toelichting, regels en verbeelding gewijzigd vast te stellen; 2. Geen exploitatieplan vast te stellen.

1/5

Raadsvoorstel Inleiding Via dit voorstel kan de gemeenteraad besluiten het bestemmingsplan Polder Albrandswaard Zuidoost vast te stellen. Dit plan staat een ontwikkeling met 3 vrijstaande woningen planologisch toe op percelen die nu een agrarische bestemming hebben. Op 5 oktober 2020 heeft uw raad besloten medewerking te willen verlenen aan dit plan. Als leidraad voor gewenste ontwikkelingen in de Polder Albrandswaard is in 2012 het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld. Het LOP vormde ook de basis voor het opstellen van het vigerend bestemmingsplan Polder Albrandswaard (geheel onherroepelijk vastgesteld 19-9-2016) en het voorliggende bestemmingsplan Polder Albrandswaard Zuidoost. Het LOP beschrijft meerdere projecten die ten goede komen aan de landschappelijke en recreatieve kwaliteit van de Polder Albrandswaard. Om deze projecten te financieren kan het college op diverse plekken woningbouw toestaan. Hiervoor zijn wijzigingsgebieden aangewezen in het vigerend bestemmingsplan. Per nieuwe woning die op deze manier wordt gerealiseerd, wordt een afdracht gedaan aan een gebiedsfonds (€ 75.000,-- per woning). Uit dit gebiedsfonds worden projecten uit het LOP gefinancierd. Ter plaatse van de Albrandswaardsedijk, ter hoogte van de perceel C 1833 ligt ‘wijzigingsgebied 5’. Dit perceel is eigendom van de gemeente Albrandswaard.

Via het vaststellen van een wijzigingsplan mag het college binnen dit gebied de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’. Op deze manier mogen maximaal 3 vrijstaande woningen gerealiseerd worden. Het wijzigingsplan dient echter wel te voldoen aan alle bepalingen in het LOP en het beeldkwaliteitplan (BKP). Deze bepalingen blijken echter te streng te zijn om 3 woningen te kunnen realiseren, zonder dat dit ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit. Het perceel en wijzigingsgebied zijn daarvoor te smal. In plaats daarvan is de beoogde ontwikkeling gecombineerd met een marktinitiatief voor een woning op het naastgelegen particuliere perceel C 1851. In plaats van een wijzigingsplan is een bestemmingsplan opgesteld. Op deze manier kunnen alsnog 3 woningen gerealiseerd worden binnen de ambities van het LOP en het BKP. Beoogd effect Via een nieuw bestemmingsplan de realisatie van 3 vrijstaande woningen in de polder Albrandswaard planologisch toe te staan. Argumenten 1.1 Uw raad is meegenomen in de ruimtelijke- en financiële afwegingen Op 5 oktober 2020 heeft uw raad besloten het marktinitiatief verder te onderzoeken. Het voorliggende plan voldoet aan de gestelde gemeentelijke ambities voor dit gebied.

1.2 Het plan draagt bij aan de kwaliteit in de polder Albrandswaard Voorwaarde voor medewerking aan dit marktinitiatief was dat het dient te leiden tot een betere ruimtelijke situatie dan was voorzien. Dit houdt onder andere in dat het aantal woningen niet hoger is dan wat de wijzigingsbevoegdheid toestaat (3 woningen). In het voorstel is een struinpad voorzien dat een voetgangersverbinding gaat vormen tussen de Albrandswaardseweg en de Albrandswaardsedijk. Dit is de eerste recreatieve voorziening die wordt aangelegd in het kader van het LOP. De financiering van dit pad wordt vooralsnog gedekt uit de grondexploitatie polder Albrandswaard. 1.3 De ontwikkeling draagt bij aan de grondexploitatie en het gebiedsfonds polder Albrandswaard. Vasthouden aan de wijzigingsbevoegdheid betekent dat er geen 3 maar 2 woningen gerealiseerd kunnen worden. Via een bestemmingsplan 3 woningen realiseren op alleen het gemeentelijke perceel betekent dat de woningen bijzonder smal worden, waardoor deze lastig verkoopbaar zijn. Het marktinitiatief bood een oplossing voor deze situatie. Hierdoor kan de beoogde opbrengst in de grondexploitatie alsnog worden behaald en kan het gebiedsfonds aangevuld worden met 3 keer €75.000,-. Daar komt bij dat ook de kosten voor de ontsluiting van de woningen op de Albrandswaardsedijk en de Nutsvoorzieningen naar rato verdeeld zijn met de initiatiefnemer.

2/5

1.4 Het plan heeft draagvlak in de omgeving De initiatiefnemer heeft de omgeving geïnformeerd over de plannen. Hiervan is tevens een verslag gemaakt. Hieruit blijkt dat er geen grote bezwaren bestaan bij omwonenden. Het ontwerpbestemmingsplan lag 6 weken openbaar ter inzage. Er zijn geen zienswijzen ontvangen. 1.5 Het bestemmingsplan maakt een ontwikkeling van 3 woningen juridisch planologisch mogelijk Het bestemmingsplan wijzigt de huidige bestemming ‘Agrarisch met waarden’ naar de bestemmingen ‘Wonen - 1’, ‘Wonen - 2’, ‘Tuin’, ‘Water’ en ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. De wijzigingsbevoegdheid komt te vervallen. Het aantal woningen ten opzichte van de wijzigingsbevoegdheid blijft gelijk. Het plangebied valt echter gedeeltelijk buiten het wijzigingsgebied. Het plan kan daarom niet via een wijzigingsplan toegestaan worden. 2.1 Kosten zijn anderszins verzekerd. De gemeenteraad hoeft geen exploitatieplan vast te stellen gelijktijdig met het bestemmingsplan. Voor het gebied geldt namelijk al een bestaande grondexploitatie. Voor het marktinitiatief zijn de plankosten anderszins verzekerd via een anterieure - en ontwikkelovereenkomst met de particuliere initiatiefnemer van de derde woning. Hierin zijn afspraken gemaakt over het verhaal van plankosten, planschade en de herinrichting van de buitenruimte. Via deze overeenkomst is het wettelijk kostenverhaal anderszins verzekerd.

Overleg gevoerd met KuiperCompagnons, provincie Zuid-Holland, waterschap Hollandse Delta, veiligheidsregio RotterdamRijnmond, Evides Waterbedrijf Kanttekeningen 1.1 Het bestemmingsplan is ambtshalve gewijzigd Ondanks dat er tegen het plan geen zienswijzen zijn ingediend, wordt het plan gewijzigd vastgesteld. De wijziging komt voort uit de uitwerking van de openbare ruimte, waarmee de weg voor de woningen circa 1,20 m breder wordt. De woonbestemming en de watergang schuiven iets mee. De hoeveelheid water neemt iets af. In de waterparagraaf in hoofdstuk 5 is de berekening van de watercompensatie daarop aangepast. Ondanks de wijziging voorziet het plan in meer nieuw wateroppervlak dan noodzakelijk. Uitvoering/vervolgstappen Via een publicatie in de De Schakel, gemeentewebsite en het elektronisch gemeenteblad wordt het raadsbesluit bekendgemaakt. Na bekendmaking ligt het bestemmingsplan 6 weken ter inzage. Tegen het raadsbesluit is beroep mogelijk. Het bestemmingsplan treedt onherroepelijk in werking nadat de beroepstermijn is verlopen en er geen beroep is ingesteld bij de Raad van State. Financiën Het project is een gedeeld initiatief van de gemeente en een particuliere initiatiefnemer. De plankosten komen daardoor deels bij de gemeente en deels bij deze particuliere initiatiefnemer te liggen.

Afspraken over het verhaal van plankosten, planschade en inrichting van de buitenruimte zijn al geregeld in een anterieure- en ontwikkelovereenkomst met de initiatiefnemer die de derde woning realiseert. De resterende gemeentelijke kosten worden bekostigd vanuit de grondexploitatie Polder Albrandswaard. Communicatie/participatie na besluitvorming De particuliere initiatiefnemer heeft het voortouw in de communicatie over het plan richting de omgeving. Deze rol zal worden voortgezet. De gemeente communiceert over de vaststelling van het bestemmingsplan op de daarvoor wettelijk voorgeschreven wijze.

3/5

Bijlagen 1. 2. 3. 4.

Bestemmingsplan Polder Albrandswaard Zuidoost (Toelichting-Regels-Verbeelding).pdf Bijlage 1 bij de Regels.pdf Bijlagen 1-6 bij de Toelichting.pdf Bijlagen 7-11 bij de Toelichting.pdf

4/5

CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Bestemmingsplan Polder Albrandswaard Zuidoost (versie college 10 mei 2022)

Gemeenteraad: 13 juni 2022

Zaaknummer: 437527

De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 10 mei 2022, gelet op Wet ruimtelijke ordening overwegende, dat Het bestemmingsplan een ontwikkeling mogelijk maakt met 3 nieuwe vrijstaande woningen; Met ingang van 11 februari 2022 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage heeft gelegen: het ontwerpbestemmingsplan ‘Polder Albrandswaard Zuidoost’ Iedereen gedurende deze periode zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren kon brengen; Daarvan kennis is gegeven door publicatie in het electronisch gemeenteblad, De Schakel van 10 februari 2022 en door plaatsing op de gemeentelijke website; Er binnen de inzagetermijn van 6 weken geen zienswijzen zijn ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan; Het bestemmingsplan ambtshalve is gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan; De wijziging betrekking heeft op het verschuiven van de grens van de enkelbestemmingen ‘Verkeer – Verblijfsgebied’, ‘Wonen – 1’, en ‘Water’ in de verbeelding van het bestemmingsplan; Hierdoor ook de waterparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan is gewijzigd.

BESLUIT: 1. Het bestemmingsplan ‘Polder Albrandswaard Zuidoost’ (NL.IMRO.0613.BPPAZO-VST1) overeenkomstig de bij dit besluit behorende toelichting, regels en verbeelding gewijzigd vast te stellen;

2. Geen exploitatieplan vast te stellen.

5/5

Gemeente Albrandswaard

Bestemmingsplan Polder Albrandswaard Zuidoost Vaststelling

20 april 2022

Gemeente Albrandswaard

Bestemmingsplan ‘Polder Albrandwaard Zuidoost‘ Vaststelling

Inhoud: - Toelichting - Regels - Verbeeldin g

werknummer: 621.132.30 datum: 20 april 2022 bestand: J:\621\132\30\3.Projectresultaat

KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam

Toelichting

Inhoudsopgave van de toelichting 1.

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Leeswijzer 2.

1

1 1 2

Planbeschrijving

3

2.1 Bestaande situatie 2.2 Ontwikkelingen 2.3 Juridische aspecten

3 5 11

3.

Ruimtelijke Ordening

15

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

15 16 19 21

4

Natuur en landschap

21

5

Water

25

6

Archeologie en cultuurhistorie

31

7

Milieu

32

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8

Algemeen M.e.r.-beoordeling Bodemkwaliteit Akoestische aspecten Luchtkwaliteit Milieuzonering Externe veiligheid Overige belemmeringen

32 32 33 34 36 38 39 41

8

Uitvoerbaarheid

42

8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.3 Handhavingsaspecten

42 42 44

Bijlagen Bijlage 1 HKB Stedenbouwkundigen (2012) Landschapsontwikkelingsplan Polder Albrandswaard Bijlage 2 HKB Stedenbouwkundigen (2015) Beeldkwaliteitplan Polder Albrandswaard Bijlage 3 Afwegingskader Albrandswaardsedijk, KuiperCompagnons, februari 2021 Bijlage 4 Ontwikkelingsplan Polder Albrandswaard Zuidoost, KuiperCompagnons, 25 februari 2021 Bijlage 5 Actualisatie ecologische quickscan, KP Adviseurs, 22 juli 2021 Bijlage 6 Rapport verkennend (water)bodemonderzoek, KP Adviseurs, 10 augustus 2021 Bijlage 7 Akoestisch onderzoek, KuiperCompagnons, 2 augustus 2021 Bijlage 8 Archeologisch advies, BOOR, 2016 Bijlage 9 Stikstofdepositieberekeningen, KuiperCompagnons, juli 2021 Bijlage 10 Nota Vooroverleg (voorontwerp) bestemmingsplan ‘Polder Albrandswaard Zuidoost’ Bijlage 11 Verslag draagvlak indicatie

1

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel van het plan Vooraf Voorliggende toelichting is de aanzet voor de toelichting op bestemmingsplan ‘Drie woningen Albrandswaardsedijk’. In dit document wordt ingegaan op de gewenste bestemmingsplanwijziging om de ontwikkeling van 3 woningen aan de Albrandswaardsedijk mogelijk te maken, geeft een beschrijving van de ontwikkeling en geeft de motivering waarom deze ontwikkeling gewenst is. In een later stadium zal deze toelichting worden uitgebouwd tot een volwaardige toelichting. Aanleiding Enige jaren geleden is gestart met de transformatie van Polder Albrandswaard. Het daartoe opgestelde Landschapsontwikkelingsplan en daarop volgende Beeldkwaliteitplan sturen aan op het verwijderen van glastuinbouwcomplexen in de polder met als doel de aanwezige landschappelijke kenmerken te behouden en waar mogelijk te versterken. Tegenover het verwijderen van de kassen en bijbehorende opstallen staat de ontwikkeling van in totaal 23 woningen in de polder. Hiertoe zijn in het bestemmingsplan Polder Albrandswaard verschillende wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Wijzigingsbevoegdheid 5 omvat de ontwikkeling van maximaal 3 vrije kavels. Uit verkennende studies is gebleken dat de invulling niet of nauwelijks past binnen de kaders die voor de locatie gelden. De locatie biedt ruimte aan maximaal 2 woningen. Een derde woning op de locatie is niet inpasbaar.

Tegelijkertijd is voor het perceel ten oosten van het wijzigingsgebied een marktinitiatief ingediend voor de realisatie van een nieuwe woning. Voorliggend bestemmingsplan combineert deze twee projecten. Doel Het doel van dit wijzigingsplan is enerzijds om invulling te geven aan de invulling van wijzigingsbevoegdheid voor wijzigingsgebied 5 aan de Albrandswaardsedijk en anderzijds medewerking te verlenen aan een aansluitend marktinitiatief ten oosten van de wijzigingsbevoegdheid. Met het combineren van deze twee projecten wordt ook aan de zuidoostkant van de polder een definitieve uitwerking gerealiseerd, zonder dat in de polder meer woningen worden gerealiseerd dan voorzien.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het bestemmingsplan heeft betrekking op de gronden ten noorden van de Albrandswaardsedijk, in Poortugaal en Het plangebied is in afbeelding 1.1 weergegeven. De gronden omvatten het wijzigingsgebied 5 zoals opgenomen in bestemmingsplan Polder Albrandswaard en de agrarische gronden ten oosten daarvan.

Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

2

Afbeelding 1.1: Globale ligging plangebied in wit omlijnd (bron: Google Earth)

. 1.3

Leeswijzer Deze toelichting is als volgt ingedeeld. In dit hoofdstuk, hoofdstuk 1, zijn een aantal algemene planaspecten opgenomen. In hoofdstuk 2 vindt de planbeschrijving plaats en wordt tevens een toelichting gegeven op de bestemmingsmethodiek. Hoofdstuk 3 tot en met 9 vormt feitelijk de achterliggende onderbouwing voor de wijziging en gaat in op, onder andere, ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, mobiliteit, natuur en landschap, water, archeologie en cultuurhistorie en milieu. Ten slotte worden in hoofdstuk 10 en 11 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aangetoond en wordt ook ingegaan op het overleg- en inspraaktraject.

Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

3

2.

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie De huidige situatie wijkt af van de planologische situatie. In deze paragraaf worden beide situaties beschreven. Huidige situatie Het plangebied heeft nu nog een agrarische bestemming. De gronden op het perceel zijn onverhard, op het oostelijke perceel is een paardenbak aanwezig. De ontsluiting van de gronden vindt plaats via de Albrandswaardseweg. Het perceel waarop wijzigingsgebied 5 zich bevindt, kent aan de noordzijde een tweede wijziginggebied (nr. 4) waarvoor inmiddels een wijzigingsplan is vastgesteld ten behoeve van 2 vrije kavels. Langs de omliggende wegen, zoals de Albrandswaardseweg, de Albrandswaardsedijk en de Dorpsdijk zijn bebouwingslinten aanwezig. In het landschapsontwikkelingsplan en het Beeldkwaliteitplan is een visie opgenomen hoe het landschap zich zou kunnen ontwikkelen met behoud van het oorspronkelijke open karakter van de polder en tegelijkertijd het toevoegen van woningen. Om dit te bewerkstelligen is in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de kwaliteit van het landschap ter plaatse te verbeteren, zoals het versterken van het bebouwingslint aan de Albrandswaardsedijk.

Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

4

Overzichtsfoto’s bestaande situatie

Afbeelding 2.1: Bestaande situatie aan de Albrandswaardsedijk

Planologische situatie Het geldende bestemmingsplan is bestemmingsplan Polder Albrandswaard dat op 15 september 2015 is vastgesteld. Voor een deel omvat dit nieuwe bestemmingsplan de invulling van de wijzigingsbevoegdheid die is toegekend aan wijzigingsgebied 5. Deze wijzigingsbevoegdheid maakt het mogelijk om de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ te wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’. Binnen de wijzigingsbevoegdheid zijn maximaal 3 woningen toegestaan. Bijbehorende randvoorwaarden zijn: a. de ontwikkeling past binnen het gestelde in: het Beeldkwaliteitplan, zoals opgenomen in de bijlage; het Landschapsontwikkelingsplan, zoals opgenomen in de bijlage; b. middels onderzoek dient te worden aangetoond dat: er geen milieutechnische belemmeringen aanwezig zijn op het gebied van bedrijven- en milieuzonering en externe veiligheid (afweging van het groepsrisico); de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van beschermde flora en fauna; het plan voldoet aan de geluidsnormen, zoals bepaald in de Wet geluidhinder, dan wel een verleende hogere waarde. Binnen de opgenomen wijzigingsbevoegdheid is het vrijwel onmogelijk om drie woningen te realiseren én te voldoen aan de voorwaarden die in het bestemmingsplan, beeldkwaliteitsplan en Landschapsontwikkelingsplan zijn opgenomen.

De locatie is door de vorm en hoekverdraaiing te klein om drie woningen in te passen. Naast het invullen van de wijzigingsbevoegdheid wordt daarom op de agrarische gronden ten oosten van het wijzigingsgebied een marktinitiatief ingepast. Binnen dit initiatief wordt de ‘derde’ woning – die niet binnen wijzigingsgebied 5 is in te passen alsnog mogelijk gemaakt. Met het opstellen van dit bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan de eisen conform het Beeldkwaliteitplan en het landschapsontwikkelingsplan. Daarnaast wordt voldaan aan de voorwaarde voor het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid en worden de noodzakelijke onderzoeken uitgevoerd. Ten aanzien van het marktinitiatief en de koppeling met het wijzigingsgebied is op 5 oktober 2020 door de gemeenteraad een positief besluit genomen.

Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

5

Uitsnede van de verbeelding van bestemmingsplan Polder Albrandswaard 2.2

Ontwikkelingen In deze paragraaf is de toekomstige ontwikkeling beschreven. 2.2.1 Invulling Wijzigingsgebied 5 Wijzigingsgebied 5 is één van de locaties die in bestemmingsplan ‘Polder Albrandswaard’ is opgenomen om invulling te geven aan het Landschapsontwikkelingsplan. Op de locatie zijn oorspronkelijk 3 woningen voorzien. Aan de Albrandswaardsedijk ligt wijzigingsgebied 5. Hier geldt een wijzigingsbevoegdheid waarmee 3 woningen gerealiseerd kunnen worden. De locatie is relatief klein en de vorm van de kavels door de hoekverdraaiing ten opzichte van de weg is ongunstig. Daarbij komt dat de wijzigingsregels die in de wijzigingsbevoegdheid zijn opgenomen ertoe leiden dat de bouw van drie woningen praktisch onmogelijk is. Dit heeft onder meer te maken met de verschillende afstandsmaten die tussen de woning en de kavelgrenzen moeten worden aangehouden. Naast het feit dat drie woningen binnen de wijzigingsregels en richtlijnen van het beeldkwaliteitplan niet te realiseren zijn, ontstaat ook een verkaveling die stedenbouwkundig niet wenselijk is. De woningen staan midden op de kavels en maken het gebruik van de kavels inefficiënt. Drie relatief kleine kavels met kleine achtertuinen leiden tot een ongewenst beeld zijn daarnaast niet efficiënt in te delen en daardoor moeilijk te verkopen.

Bovendien wordt de woonkwaliteit van de meest westelijke kavel sterk bepaald door openbare gebruik van het gewenste boerenpad langs de locatie en de uitstraling van de kassen die zeker in de avond/nacht en winterperiode door lichtuitstraling overlast geven. De ongunstige vorm en de afmetingen

Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

6

van de kavels bieden weinig ruimte en mogelijkheden om de lichtoverlast in de tuin en de woning te verminderen. Door binnen de grenzen van de wijzigingsbevoegdheid 2 woningen te realiseren ontstaat voldoende ruimte om de woningen op een stedenbouwkundige wijze in te passen én is ruimte om het gewenste boerenpad aan te leggen. Bovendien krijgt de westelijke woning een bredere tuin, waarmee voldoende ruimte ontstaat om beplanting aan te leggen en een buffer te creëren richting het boerenpad en de kassen. De woningen bestaan uit maximaal 1 bouwlaag met kap met een kaprichting in de lengte van de polder. Ook eventuele aan- en uitbouwen bij de woning volgen die kaprichting. Vóór de woningen langs loopt een gezamenlijke ontsluitingsweg die de kavels met de Albrandswaardsedijk verbindt. Aan de achterzijde van de kavels wordt een nieuwe watergang aangelegd. Hierdoor wordt water aangelegd voor de benodigde watercompensatie en ontstaat een natuurlijke grens tussen de kavels en het achterliggende weiland. Bovendien maakt de watergang het mogelijk de derde kavel (marktinitiatief) zonder kunstwerk (brug, dam of duiker) te bereiken en aan te sluiten op de riolering die vanuit de noordzijde langs het boerenpad en de ontsluitingsweg voor de twee andere kavels langs komt te liggen. De verdere invulling van de locatie wordt beschreven in paragraaf 2.2.4 Planvisie.

2.2.2 Marktinitiatief Polder Albrandswaard Zuidoost (familie Groenenboom) In maart 2019 is door de familie Groenenboom een principeverzoek ingediend om op het agrarische deel van hun perceel een nieuwe woning te mogen realiseren. Het marktinitiatief maakt enerzijds de wens van de familie Groenenboom om een nieuwe woning op hun perceel te realiseren mogelijk en vormt daarnaast een aanvulling op de wijzigingsbevoegdheid (zie ook 2.2.3 Afwegingskader Albrandswaardsedijk). Het initiatief voorziet in een vrijstaande woning in de zuidelijke punt van het (agrarische) perceel. De bestaande schuur achter de huidige woning aan de Albrandswaardsedijk 120 blijft grotendeels behouden, maar zal worden opgeknapt, waarbij een gedeelte mogelijk als overkapping wordt uitgevoerd. De uitbouw van de schuur aan de zuidzijde wordt verwijderd, waardoor er meer openheid en een breder doorzicht ontstaat vanaf de dijk richting het westen. Het initiatief houdt verder rekening met deze doorzichten doordat slechts een klein gedeelte van het perceel een woonbestemming krijgt. Binnen deze bestemming is uitsluitend 1 bouwvolume toegestaan. De nu nog agrarisch bestemde gronden worden bestemd als tuin, zonder verdere bebouwing (behoudens de bestaande, te verkleinen schuur). Hiermee wordt bebouwing van de gronden verder beperkt. Tevens wordt de aanwezige paardenbak verwijderd.

2.2.3 Afwegingskader Albrandswaardsedijk Naar aanleiding van het principeverzoek uit maart 2019 en de studies naar de mogelijke invulling van de twee locaties, is in het voorjaar van 2020 een afwegingskader opgesteld. In dit kader is uiteengezet op welke wijze invulling kan worden gegeven aan de wijzigingsbevoegdheid en op welke wijze het marktinitiatief daarop kan aansluiten.

Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

7

Variantenstudie mogelijke invullingen wijzigingsgebied 5 en kavel fam. Groenenboom In een beoordelingsmatrix is vervolgens afgewogen in hoeverre de verschillende modellen voldoen aan de kaders op het gebied van planologie (BP, BKP en LOP), de financiële opbrengst en de stedenbouwkundige kwaliteit. Uit deze afweging blijkt dat een combinatie van twee woningen op de gronden van wijzigingsgebied 5 en 1 woning op het perceel van de familie Groenenboom leidt tot de meest wenselijke ontwikkeling.

Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

8

Afwegingsmatrix uit het Afwegingskader Albrandswaardsedijk Op 5 oktober 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met het afwegingskader en het college de opdracht gegeven het marktinitiatief ‘Polder Albrandswaard Zuidoost’ (te weten het initiatief van de familie Groenenboom) te onderzoeken in samenhang met wijzigingsgebied 5 van het bestemmingsplan Polder Albrandswaard. In het voorliggende document is de zogenoemde planvisie verder uitgewerkt en beschreven en gelijktijdig een voorzet gegeven voor de toelichting op het op te stellen bestemmingsplan

Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

9

2.2.4 Planvisie Naar aanleiding van het in de gemeenteraad vastgestelde Afwegingskader Albrandswaardsedijk zijn de eerdere schetsverkenningen aangepast en uitgewerkt. Daarbij is de woning binnen het marktinitiatief meer richting de Albrandswaardsedijk geplaatst, waarmee hij volledig binnen de doorgetrokken grens van het wijzigingsgebied valt. Wel wordt de aangrenzende gronden als tuin bij de woning betrokken. Aan de zijde van de Albrandswaardsedijk is een natuurlijke oever voorzien, waarbij extra water wordt gerealiseerd. Ten westen van de woning loopt een pad richting de bestaande schuur aan de noordzijde van de kavel. Achter de kavels van de wijzigingsbevoegdheid is een nieuwe watergang voorzien. Deze watergang vormt enerzijds een natuurlijke begrenzing met het achtergelegen gedeelte van de polder, maar maakt het ook mogelijk de riolering en ontsluiting van de drie percelen goed te realiseren. Aan de oostzijde van het gebied wordt een zone van 5 tot 10 meter vrijgehouden om de aanleg van een boerenpolderpad mogelijk te maken.

Voorbeeldverkavelingen van de drie woningen aan de Albrandswaardsedijk De woningen worden gekenmerkt door een eenvoudige hoofdmassa met een kaprichting in de lengte van de polderstructuur. De invulling op de voorbeeldverkaveling is indicatief. Ontsluiting en parkeren De woningen worden ontsloten via een gezamenlijke erftoegangsweg tot aan de Albrandswaardsedijk. Het parkeren is voorzien op eigen terrein van de desbetreffende woningen. Op basis van het Handboek verkeersmaatregelen Albrandswaard moet worden voorzien in 2,0 parkeerplaatsen per woning. De kavels zijn voldoende ruim om in twee tot 3 parkeerplaatsen op eigen terrein te voorzien. Daarmee wordt voldaan aan de parkeernorm. Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

10

Voor bezoekers is daarbij rekening gehouden met een aandeel van 0,3 parkeerplaatsen per woning. Indien het aandeel bezoekersparkeren in het openbaar gebied zou worden gesitueerd zou sprake zijn van 0,9 oftewel 1 parkeerplaats voor bezoek. Vanwege de beperkte ruimte in de openbare ruimte en de grootte van de kavels is er echter voor gekozen het bezoekersparkeren ook op eigen terrein te situeren. Daarmee komt het aantal parkeerplaatsen bezoekersparkeerplaats per kavel.

op

2

bewoners

parkeerplaatsen

en

1

Beeldkwaliteit De ontwikkeling sluit aan op het landschapsontwikkelingsplan en Beeldkwaliteitplan voor de polder. In deze documenten wordt ingegaan op de gewenste beeldkwaliteit. Het Landschapsontwikkelingsplan Polder Albrandswaard (LOP)1 – vastgesteld in 2012 – heeft als doel de aanwezige landschappelijke waarden te behouden en waar mogelijk te versterken. Met het LOP is het agrarische karakter geborgd, en worden kleinschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt wanneer deze ten goede komen aan de kwaliteit van de polder. De basis van het LOP vormen de kwaliteit van het polderlandschap en de relatie met Rhoon, Poortugaal en de Oude Maas. Het Beeldkwaliteitplan Polder Albrandswaard (BKP)2 is de uitwerking van het LOP. Het BKP heeft tot doel om te dienen als ruimtelijk toetsingskader behorende bij het bestemmingsplan, en zal – evenals het LOP -- gebruikt worden bij de welstandstoetsing. Daarnaast vormt het BKP de basis voor de bouwregels. Het BKP zelf is niet juridisch bindend, daarom zijn de ruimtelijke relevante aspecten vertaald naar de regels van dit bestemmingsplan. Ten aanzien van de architectuur wordt gestreefd naar een landelijke beeldkwaliteit.

1

Bijlage 1: HKB Stedenbouwkundigen (2012) Landschapsontwikkelingsplan Polder Albrandswaard

2

Bijlage 2: HKB Stedenbouwkundigen (2015) Beeldkwaliteitplan Polder Albrandswaard Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

11

Sfeerimpressies van de gewenste uitstraling van de bebouwing

2.3

Juridische aspecten De gewenste ontwikkeling van het plangebied zoals beschreven in vorige paragrafen, is juridisch vertaald in de planregels en de planverbeelding. In deze paragraaf wordt een nadere toelichting gegeven op deze juridische vertaling.

2.3.1 Planmethodiek Bij de bestemmingsplanmethodiek is aangesloten op het bestemmingsplan ‘Polder Albrandswaard’. Daarnaast zijn de regels zoals gesteld in het bestemmingsplan ‘Polder Albrandswaard’ overgenomen, waaronder onder andere de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 1’ en de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’. 2.3.2 Regels De regels van het bestemmingsplan bestaat uit drie hoofdstukken:  Inleidende regels (hoofdstuk 1)  Bestemmingsregels (hoofdstuk 2)  Algemene regels (hoofdstuk 3)  Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen.

Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

12

Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen verklaard die gebruikt worden in hoofdstuk 2 en 3. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "wijze van meten" opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tuin De bestemming tuin is opgenomen voor de gronden die op dit moment nog een agrarische bestemming hebben. Met de ontwikkeling vervalt de agrarische bestemming en is deze niet langer doelmatig. Door de bestemming tuin op te nemen wordt voorkomen dat erfbebouwing wordt gerealiseerd en de openheid van het gebied wordt aangetast. Wonen – 1 De bestemming ‘Wonen – 1’ is opgenomen voor de woningen binnen het oorspronkelijke wijzigingsgebied 5 en is vrijwel gelijk aan de bestemming ‘Wonen’ zoals die in het bestemmingsplan ‘Polder Albrandswaard’ is opgenomen. Enkele specifieke zaken zijn gewijzigd en er is toegevoegd dat binnen de bestemming maximaal 2 woningen mogen worden gebouwd. Op de verbeelding is één bouwvlak opgenomen, waarbinnen twee woningen mogelijk zijn gemaakt.

Het bouwvlak is ruimer opgenomen dan de voorbeeldverkaveling om eventuele verschuivingen mogelijk te maken. Verder is bepaald dat elke woning een maximale inhoud van 600 m3 groot mag hebben. Dit volume is gelijk aan de het volume dat binnen de wijzigingsgebieden ten noorden van de locatie aan de Albrandswaardsedijk is toegestaan. Daarnaast is aangesloten op de in het Beeldkwaliteitplan ‘Polder Albrandswaard’ gestelde voorwaarde met betrekking tot maximum goot- en bouwhoogte. Ook de erfbebouwingsregels zijn gelijk aan het Beeldkwaliteitplan ‘Polder Albrandswaard’. In dit geval betekent dat voor vrijstaande woningen 90 m2 aan aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd. Wonen – 2 De bestemming ‘Wonen – 2’ is opgenomen voor de woning binnen het marktinitiatief en is vrijwel gelijk aan de bestemming ‘Wonen – 1’. Binnen Wonen – 2 is maximaal 1 vrijstaande woning toegestaan. Daarnaast is de maximale inhoud van de woning vergroot naar 750 m3 en is erfbebouwing tegelijkertijd uitgesloten. Hiermee is het totaal maximale aantal m3 minder dan binnen ‘Wonen – 1’ is toegestaan. De bestaande schuur wordt gedeeltelijk verkleind en is – net als in het geldende bestemmingsplan – met een bouwvlak bestemd binnen de bestemming tuin. Leiding - Water Ter bescherming van de waterleiding door het plangebied is deze dubbelbestemming 'Leiding - Water' opgenomen.

Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn slechts toegestaan indien deze ten behoeve van (het onderhoud van) de leiding zijn of ter vervanging van bestaande bouwwerken. Er is tevens een aantal werkzaamheden benoemd die verboden zijn of slechts kunnen worden toegestaan middels een omgevingsvergunning. Waarde - Archeologie 1 Binnen het plangebied is sprake van archeologische verwachtingswaarde. Hierdoor geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor alle bouw- en graafwerkzaamheden (inclusief heien) Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

13

die dieper reiken dan 1,0 meter beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlak beslaan groter dan 200 vierkante meter. Waterstaat - Waterhuishoudkundige en waterstaatkundige functie Deze bestemming is opgenomen voor de beschermingszone langs de primaire waterkering. Binnen deze bestemming zijn alleen ontwikkelingen toegestaan indien waterstaat- en waterhuishoudkundige belangen van het gebied dit toelaten. Waterstaat - Waterkering Deze bestemming is opgenomen voor de kernzone van de primaire waterkering langs het plangebied. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels welke op de bestemmingen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Het gaat om de volgende artikelen. Anti-dubbeltelregel In deze bepaling is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen dat voor alle bestemmingen kan gelden, zoals regels omtrent erfbebouwing en ondergronds bouwen. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen.

Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden. Het betreft bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens. Algemene procedureregels Dit artikel regelt de procedure die burgemeester en wethouders dienen te volgen indien toepassing wordt gegeven aan een in dit plan opgenomen afwijkingsregels of wijzigingsbevoegdheid.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

14

2.5.3 Geometrische plaatsbepaling De analoge verbeelding van de geometrische plaatsbepalingen, de plankaart, kent een schaal van 1 : 1.000 en bestaat uit één kaartblad. Voor het tekenen van de kaart is een topografische ondergrond gebruikt. Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Tevens maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen.

Concept verbeelding (zie tevens bijlage)

Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

15

3.

Ruimtelijke Ordening

3.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet Voorliggend projectgebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR (beleid) is opgegaan in de NOVI. De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitgewerkt in regelgeving op basis van het beleid dat in de NOVI staat. Binnen het plangebied komen geen nationale ruimtelijke belangen voor. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. Nieuwe ladder Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken.

Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van 3 woningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

16

ontwikkeling die ladderplichtig is. Het projectgebied is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied, maar vanwege de omvang niet is de voorliggende ontwikkeling niet ladderplichtig. Deze ontwikkeling past daarnaast binnen de woningbehoefte die geldt voor de gemeente Albrandswaard volgens de woningbehoefteraming 2019 van de Provincie Zuid-Holland. In de periode 2019-2030 wordt een groei van de woningbouwbehoefte in de regio Rotterdam van 51.310 woningen geprognotiseerd, waarvan 650 woningen in de gemeente Albrandswaard. De voorliggende ontwikkeling lijkt op basis van deze prognoses, passend binnen de woningbouwbehoefte zoals bepaald door de Provincie Zuid-Holland. 3.2

Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 1 april 2019 is de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet.

De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen:  Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur;  De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing;  Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit;  De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.

Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

17

Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur

Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

18

Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als ‘Rivierdeltacomplex – jonge zeeklei’. Richtpunt is dat ontwikkelingen bijdragen aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Voorgenomen ontwikkeling heeft hier geen invloed op.

In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied aangeduid als ‘Zeekleipolderlandschap’ en ‘Rivierdeltalandschap’. Richtpunten in veenlandschappen zijn:  Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen.  Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden passen bij de maat en schaal van de dijk en de deltawateren.  Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder.  Versterken van de kreek als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het zeekleilandschap.  Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders.  Behoud van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur. Richtpunten in rivierdeltalandschappen zijn:  Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden dienen bij te dragen aan het versterken van het stoere deltakarakter en passen bij de maat en schaal van dijk en open wateren.  Ontwikkelingen worden benaderd in het licht van het eiland als geheel, waarbij bijvoorbeeld in Voorne-Putten en Hoeksche Waard een duidelijk verschil zit tussen de ‘dynamische’ noordrand en het ‘luwe’ zuiden.

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van drie woningen, geconcentreerd nabij de kern Rhoon. De ontwikkeling respecteert het open middengebied en het herkenbaar houden van de polders. Qua maat en schaal passen de woningen in de omgeving. Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet. Gezondheid en veiligheid Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder.

Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

19

Ruimte en verstedelijking Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. Bodem en ondergrond Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond. Energievoorziening Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving en zorgvuldig ruimtegebruik. De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 7 verder uiteengezet en afgewogen. Programma Ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie. Ten aanzien van het voorliggende plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan in het Programma Ruimte. 3.3

Gemeentelijk beleid Toekomstvisie Albrandswaard 2025 De Toekomstvisie Albrandswaard 2025 is vastgesteld op 15 april 2013. In de toekomstvisie wordt aangegeven hoe de gemeente zich op het gebied van werken, wonen, onderwijs, recreatie en bestuur wil ontwikkelen, om aan te sluiten bij de wensen en de opvattingen van huidige en toekomstige generaties. De gewenste ontwikkelingsrichting is gevat in vijf o’s: Ondernemen (werken), Ontspannen (recreëren), Ontmoeten (wonen), Ontplooien (leren) en Ontketenen (besturen). In de Toekomstvisie en het bijbehorend Ingrediëntenboek zijn initiatieven en ideeën bijeengebracht om te laten zien op welke manieren de gewenste ontwikkelingsrichting bereikt kan worden. Concrete keuzes moeten de komende jaren door de burgers van Albrandswaard zelf gemaakt worden. De gemeente heeft de taak om initiatieven van burgers, organisaties en bedrijven te ondersteunen en de gewenste ontwikkelingsrichting van de visie te bewaken. Aan initiatieven en ideeën die passen in de maatschappelijke en economische omstandigheden op weg naar 2025 worden door de gemeente medewerking verleend. Prioriteiten bij uitvoering van de Toekomstvisie door de gemeente: 1. De gemeente staat dicht bij haar burgers en partners. 2. Geen standaard woningbouw, maar maatwerk: dorps en levensloopbestendig. 3. Bedrijvigheid: geen grote hallen, maar vernieuwing en verbetering.

Nadruk op kleinschalige dienstverlening (kantoorvilla’s) en dorpse bedrijvigheid (ambachtelijkheid). 4. Van een puur agrarische productie naar ‘natuurlijk’ boeren (verbreden en duurzaam). 5. Gemeente, bewoners, ondernemers, zorginstellingen en vrijwilligersorganisaties zorgen samen voor een excellente openbare ruimte. Het bestemmingsplan kan - ondersteunend aan de Toekomstvisie – zorgen voor de ontwikkeling van woningen die passen in de toekomstvisie van de gemeente. Vrijstaande woningen met een grote buitenruimte, die passen in de landelijke en dorpse sfeer van de omgeving voldoen hieraan. Daardoor Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

20

worden de bestaande kwaliteiten en waarden zoals het landschap en de dorpse karakteristiek behouden. Doordat een gedetailleerde bestemmingsregeling is opgenomen, kan hieraan in belangrijke mate tegemoet worden gekomen. De vastgestelde toekomstvisie is ook vertaald in een gemeentelijke structuurvisie. Deze structuurvisie is hierna nader beschreven. Structuurvisie Albrandswaard De Structuurvisie Albrandswaard is op 15 april 2013 vastgesteld. Deze structuurvisie is een uitwerking van de Toekomstvisie Albrandswaard 2025. De structuurvisie kent een kernkoers. Deze kernkoers is gericht op vijf pijlers, te weten: 1. Van meer naar beter: In plaats van uitbreiden wordt de aandacht verplaatst naar het verbeteren van de gebieden die er al zijn. 2. Identiteit dorpen versterken: Ieder dorp vanuit zijn eigen uitstraling en identiteit versterken. De omliggende polders worden hierbij betrokken. 3. Clusteren: Elke dorpskern gaat een aantrekkelijke bestemming vormen met een eigen maatschappelijk en commercieel voorzieningenpakket. Slimme clusters zorgen ervoor dat verschillende functies van elkaars aanwezigheid kunnen profiteren. 4. Recreatie verbeteren: Verzilver de potentie van de strategisch gelegen plekken. In wordt gezet op de recreatieve economie. 5. Uitstraling en beleving verbeteren: etaleer Albrandswaard en ondersteun ondernemerschap.

Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van de realisatie van 3 woningen en past binnen het streven van Albrandswaard om haar dorpen vitaal en aantrekkelijk te houden voor wonen en werken. Binnen de structuurvisie wordt de ambitie uitgesproken om de drie kernen individueel te versterken. In de structuurvisie wordt een streefbeeld voor 2025 geformuleerd: ‘van meer naar beter’. Bij nieuwe ontwikkelingen dient aandacht te worden geschonken aan de bestaande ruimtelijke kwaliteiten, als waardevolle structuren en natuurgebieden. In het beeldkwaliteitplan wordt aandacht besteedt aan de identiteit van het gebied tussen Rhoon en Poortugaal, welke door de ontwikkeling wordt gewaarborgd en versterkt. De ontwikkeling draagt daarmee bij aan de uitvoering van de structuurvisie. Woonvisie Albrandswaard 2016-2025 In de woonvisie Albrandswaard 2016 – 2025 wordt gestreefd naar een kwaliteitsniveau dat gelijk of hoger is dan het huidige niveau. Daarbij wordt (voornamelijk) ingezet op verschillende doelgroepen. Significatie doelgroepen in het huisvestingsbeleid zijn: a. inwoners die met een zorgvraag langer zelfstandig moeten blijven wonen; b. startende en terugkerende jonge gezinnen; c. doorstromers vanuit sociale huurwoningen; d. oudere (senior) doorstromer naar passende woonvorm; e. inwoners met de laagste inkomensgroepen; f. nog niet settelende bewoners tussen 18 en 30 jaar; g.

particuliere initiatiefnemers. Voorliggend initiatief is een initiatief dat voorziet in de behoefte van woningen in de vrije sector. Met dit initiatief wordt hierdoor indirect bijgedragen aan de doelstellingen van de woonvisie, door doorstroming naar de vrije sector te bevorderen en daarmee uiteindelijk sociale, betaalbare woningen voor diverse doelgroepen bereikbaar te maken. Landschapsontwikkelingsplan Polder Albrandswaard (LOP) en Beeldkwaliteitplan Polder Albrandswaard (BKP Zoals in hoofdstuk 2 van deze toelichting al beschreven heeft de gemeente Albrandswaard specifiek beleid voor de Polder Albrandswaard in de vorm van een Landschapsontwikkelingsplan en Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

21

Beeldkwaliteitsplan. Voor de inhoudelijke beschrijving en effecten op het plan wordt verwezen naar de eerdere teksten in onder andere 2.2.4. 3.4

Conclusie

4

Gezien het voorgaande vormen het rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. Natuur en landschap

4.1

Kader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van planten- en diersoorten en Natura 2000-gebieden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en overige natuurwaarden buiten het NNN.

4.1.1 Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl.

Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden dieren opzettelijk te verstoren. Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: Bestemmingsplan “Polder Albrandswaard Zuidoost” Toelichting Vaststelling

22

 er geen andere bevredigende oplossing is, en  geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en  sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen:  de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of  de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien:  er geen andere bevredigende oplossing is, en  indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de gemeente Albrandswaard is de provincie Zuid-Holland het bevoegd gezag voor de Wnb.

Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. 4.1.2 Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3409/documents/27326