52. Raadsinformatiebrief 2022 449334 inzake nadere regels en beleidsregels jeugdhulp Albrandswaard.pdf
Tekst van het document
Indien er nog geen besluit is op grond van een andere wettelijk voorliggende voorziening, kan het college een individuele voorziening op grond van de Jeugdwet afgeven waaraan de volgende voorwaarden zijn verbonden: a. De jeugdige en/of de ouder(s) doen binnen de in de beschikking te bepalen termijn een aanvraag voor de betreffende wettelijk voorliggende voorziening. b. Het college neemt als uitgangspunt bij het vaststellen van de duur van de indicatie op grond van de Jeugdwet de termijn waarin redelijkerwijs verwacht mag worden dat er een besluit wordt verkregen omtrent de andere wettelijk voorliggende voorziening. Artikel 5 Passende en toereikende jeugdhulp 1. Het college verstaat onder passende en toereikende jeugdhulp: jeugdhulp waarbij de jeugdige en/of de ouder(s) het uitgangspunt zijn en de hulp zo licht en dicht mogelijk bij huis wordt ingezet, maar ook direct intensief waar nodig. 2. De hoeveelheid zorg wordt afgestemd op de mate van eigen kracht. 3. Soortgelijke voorzieningen die dichterbij de woonplaats zijn, hebben de voorkeur boven andere voorzieningen. Artikel 6 Spoedeisend belang 1.Het college verstaat onder spoedeisend belang zoals bedoeld in artikel 4.3 lid 4 van de verordening jeugdhulp: acute (crisis)situatie waarbij onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is.
1
Artikel 7 Eigen kracht en gebruikelijke hulp 1. Het college verstaat onder eigen kracht op het moment van het nemen van het besluit op aanvraag: in hoeverre de jeugdige en/of de ouder(s) in staat zijn hun problemen op te lossen, eventueel met hulp van personen uit het sociaal netwerk. 2. Het college gaat er vanuit dat ouder(s) in de zorg aan hun jeugdige in staat zijn om de gebruikelijk hulp te bieden. Het college ziet gebruikelijke hulp als onderdeel van de eigen kracht, tenzij dit in het concrete geval aantoonbaar niet van ouder(s) kan worden verwacht. Artikel 8 Nieuwe aanvraag tijdens behandeling van een eerdere aanvraag 1. Indien de jeugdige en/of zijn ouder(s) tijdens de behandeling van een aanvraag een nieuwe aanvraag indient, beoordeelt het college of er een verband is tussen de nieuwe en huidige aanvraag. 2. Indien het college vaststelt dat er een verband is, wordt de nieuwe aanvraag bij de huidige aanvraag betrokken. Het college kan vervolgens besluiten om de beslistermijn van de huidige aanvraag te verlengen. 3. Indien het college vaststelt dat er geen verband is, wordt de nieuwe aanvraag los van de huidige aanvraag behandeld. Artikel 9 Voorkomende gevallen informeel tarief ontoereikend 1.
Het college verstaat onder voorkomende gevallen zoals bedoeld in artikel 7.3 lid 7 sub a van de verordening jeugdhulp: Situaties waarin het college heeft vastgesteld dat de jeugdige de benodigde voorziening met het pgb bij in ieder geval één zorgleverancier kan inkopen. Al is dat alleen maar bij de door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. Omdat een pgb geen inkomensvoorziening is kijkt het college hierbij allereerst naar zorginhoudelijke redenen waarom het pgb tarief niet toereikend is. Artikel 10 Uitloopperiode pgb 1. Het college kan bepalen dat bij het afwijzen van een verlenging van een informeel pgb voor persoonlijke verzorging, individuele begeleiding en dagactiviteit er sprake is van een uitloopperiode. Nadat het college heeft beoordeeld een pgb niet te verlengen, kan sprake zijn van een stapsgewijze afbouw van het pgb-bedrag. De maximale duur van de afbouw is drie maanden. De volgende maatstaf wordt hierbij gehanteerd: -
In de eerste maand 75%; In de tweede maand 50%; In de derde maand 25%.
2. Bij andere hulpvormen en formele pgb’s kan het college een uitloopperiode van in beginsel 1 tot 3 maanden in acht nemen als het belang van de jeugdige bij een gewenningsperiode daarom vraagt. Artikel 11 Intrekking en terugvordering 1. Het college kan een besluit aangaande de verlening van een pgb intrekken of herzien. Daarmee komt de rechtsgrond van de verstrekking te vervallen of wordt deze gewijzigd. Het gevolg daarvan is meestal dat ten onrechte of te veel budget is verleend. 2. Het college dient eerst een terugvorderingsbesluit te nemen, voordat de jeugdige en/of zijn ouder(s) het pgb kunnen terugbetalen. 3. Het college kan een besluit tot invordering nemen, nadat de jeugdige en/of de ouder(s) het pgb niet hebben terugbetaald. 4. De invorderingsbevoegdheid als bedoeld in het vorige lid is beperkt tot gevallen waarin herziening of intrekking heeft plaatsgevonden omdat de jeugdige en/of zijn ouder(s) onjuiste/onvolledige
2
gegevens hebben verstrekt. Artikel 12 Legitimeren 1. Het college moet de legitimatie van de jeugdige en de ouder(s) vaststellen voorafgaand aan het onderzoek. Onder legitimatiebewijs wordt verstaan: paspoort, Europese identiteitskaart of rijbewijs. 2. Het college kan de aanvraag niet in behandeling nemen als de jeugdige en/of de ouder(s) weigeren zich te legitimeren. Artikel 13 Beslistermijn opschorten 1. Als: - een aanvraag voor een individuele jeugdhulpvoorziening niet volledig is waardoor nog niet op de aanvraag kan worden beslist of - wanneer de aanvrager nog niet heeft voldaan aan alle eisen die bij of krachtens de wet of de verordening jeugdhulp aan een aanvraag worden gesteld, dan brengt het college de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte en stelt het de aanvrager in de gelegenheid om de ontbrekende gegevens binnen een door het college te stellen termijn alsnog te overleggen. 2. Het college geeft de aanvrager hiertoe een termijn van in beginsel 2 weken. Het college schort op grond van artikel 4:15 lid 1 sub a Awb de termijn op waarbinnen op de aanvraag beslist moet worden. 3. Als de aanvrager binnen de daartoe gestelde termijn de gevraagde gegevens niet heeft overgelegd dan kan het college de aanvraag buiten behandeling stellen of beslist het college op basis van de gegevens die de aanvrager tot dan toe wel heeft verstrekt. 4.
Buiten behandelingstelling van een aanvraag tot jeugdhulp ligt in de rede als de aanvrager gegevens over de naam, BSN, (verblijf)adres en woonplaats van de jeugdige niet aan het college verstrekt heeft en voor deze niet uit het BRP zijn af te leiden. Artikel 14 Voorwaarden beheer pgb 1. De budgethouder moet middels een pgb een individuele voorziening inkopen die van goede kwaliteit is. Dat betekent dat de individuele voorziening, veilig, doeltreffend en cliëntgericht moet zijn. 2. Het college verstaat onder veilig, doeltreffend en cliëntgericht: De hulpverlening die de budgethouder wil inzetten moet geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb verstrekt wordt. De budgethouder zal voorafgaand aan het besluit concreet moeten kunnen aangeven waar hij de jeugdhulp zal inkopen, op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan het doel waarvoor het pgb verstrekt wordt en hoe de budgethouder zelf de kwaliteit van de ondersteuning waarborgt. De gevraagde kwaliteit is afhankelijk van de benodigde hulp. Hoe complexer de situatie is, hoe hoger de eisen zijn. Bijvoorbeeld kan in voorkomende situaties ook van informele hulpverleners gevergd worden dat zij over bepaalde diploma’s beschikken of zich periodiek scholen zodat de kwaliteit van de jeugdhulp gewaarborgd is. Vooraf moet ook duidelijk zijn hoe de hulp wordt afgestemd op de persoonskenmerken van de jeugdige.
Omdat het hulp aan minderjarigen betreft, is de veiligheid van de jeugdige van het grootste belang. De (informele) hulpverlener moet in staat zijn om kinderen veilig hulp te verlenen. Dat houdt onder andere in dat een hulpverlener in staat moet zijn om een jeugdige adequaat te kunnen sturen en toezicht kan houden en dat wanneer de hulpverlening niet thuis bij de jeugdige zelf plaatsvindt de omgeving voldoende veilig is. Het college beoordeelt kwaliteit ook aan de mate waarin vooruitgang is geboekt door de hulpverlener. Als te weinig vooruitgang is geboekt, kan dat voor het college een reden zijn om een andersoortige vorm van individuele hulpverlening toe te kennen. Artikel 15 Beheer pgb 3
1. De pgb-beheerder moet voldoende in staat zijn om het pgb te beheren en de belangen te behartigen van diegene waarvoor het pgb wordt beheerd. 2.Het college acht een persoon niet in staat de aan een Pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren, als sprake is van de hieronder genoemde omstandigheden (dit is een niet limitatieve lijst): a.
Problematische schuldenproblematiek
Problematische schuldenproblematiek maakt de kans groot en aannemelijk dat de budget beheerder belangrijke financiële vaardigheden en verantwoordelijkheden ontbeert. Het is daarom niet wenselijk dat een cliënt, zolang hij zijn financiële zaken niet goed en zelfstandig op orde heeft, zelf een Pgb beheert. b.
Ernstige verslavingsproblematiek
Ernstige verslavingsproblematiek bij een cliënt maakt dat deze vanwege de verslaving niet in staat is regie te voeren over zijn eigen leven, laat staan over een pgb. Ook de omstandigheid van een problematische ex-verslaving of de omstandigheid dat de cliënt bezig is de verslaving de baas te worden maakt dat de cliënt minder in staat geacht wordt om regie te voeren over zijn eigen leven, of over een Pgb. Bij vermoedens van ernstige verslaving kan daar in het onderzoek nader onderzoek naar gedaan worden, bijvoorbeeld door het opvragen van een medische verklaring dan wel inschakeling van het verslavingsteam, CDT of expertiseteam jeugd. c.
Aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag
Wanneer een cliënt eerder frauduleus heeft gehandeld, op welk terrein dan ook, is het aannemelijk dat de verleidingsrisico’s bij het verstrekken van een pgb te groot zijn. Dit geldt te meer indien de cliënt, dan wel vertegenwoordiger, dan wel het bedrijf waar de vertegenwoordiger werkt, eerder betrokken is geweest bij pgb-fraude. d.
Een aanmerkelijke verstandelijke beperking
Een indicatie voor een verstandelijke beperking is een (zeer) laag IQ. Tevens zijn er beperkingen in de sociale aanpassing die- zonder ondersteuning- participatie in de weg staan. Er is vaak sprake van moeite met concentratie en aandacht en een laag zelfbeeld; soms zijn er bijkomende lichamelijke problemen dan wel een kwetsbare gezondheid. e.
Een ernstig psychiatrisch ziektebeeld
Bij GGZ-problematiek die in ernstige mate aanwezig is, is de kans groot dat het vrijwel onmogelijk is voor de cliënt om op stabiele en consistente wijze de regie te kunnen voeren over een pgb. Met name de beoordeling of de geleverde zorg doeltreffend en professioneel is, zal ingewikkeld zijn. Dat maakt dat er een verhoogd risico is op niet wenselijke afhankelijkheidsrelaties tussen de cliënt en de pgb-aanbieder. Een aanbod van zorg in natura past vaak beter in het (zorg)belang van de cliënt. f.
Vastgestelde blijvende cognitieve stoornis
Wanneer een cliënt een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis heeft, is het aannemelijk dat cliënt daarmee de regie over zijn leven niet in de hand heeft. g.
Twijfels op andere gronden over de pgb-vaardigheid.
Er kunnen, naast de eerder genoemde omstandigheden, ook twijfels zijn op andere gronden over de pgb-vaardigheid van de cliënt, dan wel vertegenwoordiger, waardoor sterk de indruk bestaat dat
4
iemand niet in staat is om een pgb te beheren. Een beslissing hieromtrent dient goed onderbouwd en gemotiveerd worden. Artikel 16 Intrekken oude beleidsregels jeugdhulp De beleidsregels jeugdhulp gemeente Albrandswaard 2018 worden ingetrokken. Artikel 17 Inwerkingtreding Deze beleidsregels jeugdhulp treden met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2022.
5
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard
Advies Beleidsregels Jeugdhulp Albrandswaard 2022 en Nadere regels Jeugdhulp Albrandswaard 2022
Aan : College van Burgemeester en Wethouders van Albrandswaard Stationsstraat 4 3161 KP Rhoon Van : Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard maa@vanverseveld.eu Datum : 17 december 2021
Geacht college, Wij ontvingen op 11 november 2021 het verzoek Advies te geven op de nadere regels jeugdhulp Albrandswaard 2022 Hieraan geven wij gaarne gevolg. Wij hopen dat deze adviezen worden meegenomen in de finale besluitvorming van bovengenoemde verordening. De leden van de Maatschappelijke Adviesraad zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Namens de Adviesraad, Met vriendelijke groet, Piet van Verseveld voorzitter
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard maa@vanverseveld.eu
2
Inleiding. U vraagt ons om advies te geven op de Beleidsregels Jeugdhulp en nadere regels Jeugdhulp Albrandswaard 2022. Graag voldoen wij aan het zoek en hieronder vindt u onze opmerkingen, dan wel onze adviezen. Vooraf. In dit advies willen we nogmaals benadrukken dat het voorhanden zijn van toegankelijk informatiemateriaal voor ouders en jeugd die te maken hebben met de jeugdhulp van enorm belang is. Het betreft een complex beleidsterrein dat zonder uitleg een doolhof kan worden. Ook de Kinderombudsman had dit al geadviseerd! Helaas is dit advies niet overgenomen bij de Regiovisie. De wethouder gaf ons aan liever in te zetten op de inzet van de onafhankelijk cliëntondersteuner. Helaas is deze slecht bekend bij de ouders en de jeugdigen blijkt uit recente evaluatie. Vandaar opnieuw ons advies hier alsnog in te voorzien. De onbekendheid ,ook bij bovenstaande doelgroep, van de regelingen voor kinderen die in armoede opgroeien moet ook een belangrijk aandachtspunt zijn! Zodat ook deze doelgroep zich bijvoorbeeld d.m.v. van sportdeelname, toch zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen.
Artikel 3 Aanvraagformulier 1. Het college draagt er zorg voor dat het in de bijlage I opgenomen aanvraagformulier digitaal en schriftelijk beschikbaar is. 2. Het college kan de beslistermijn na een aanvraag opschorten in afwachting van het terugsturen van het aanvraagformulier door de jeugdige en/of de ouder(s). 3. Het college kan bepalen dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) in voorkomende gevallen kunnen afzien van het gebruik maken van een aanvraagformulier. Het college geeft in dat geval een bevestiging dat een aanvraag is ingediend. Vraag Artikel 3.3: Is dit bedoeld om meer ruimte te geven aan ouders en jeugdigen op eigen wijze hun verhaal te doen om aan te geven waarom steun / hulp van belang is? Ons Advies : Communiceer deze mogelijkheid duidelijk met ouders/jeugdige. Artikel 5 Passende en toereikende jeugdhulp 2. De hoeveelheid zorg wordt afgestemd op de mate van eigen kracht. Vraag Artikel 5.2: Wordt de door het college ingeschatte mate van eigen kracht opgenomen in het besluit?
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard maa@vanverseveld.eu
3
Ons Advies : Neem de omschrijving van de eigen kracht op in het besluit. Artikel 6 Onderzoeksrapport 1. In het onderzoeksrapport is opgenomen hoe een benodigde voorziening bijdraagt aan het behalen van gestelde doelen. 2. Binnen vijf werkdagen na het ontvangen van het onderzoekrapport door de jeugdige en/of ouders, kunnen zij opmerkingen en/of aanvullingen geven op het onderzoeksrapport. Ons Advies : Vijf dagen kan kort zijn voor ouders indien zij in voorkomende gevallen hulp nodig hebben bij hun reactie op het onderzoeksrapport. Geef mogelijkheid termijn te verlengen. Wijs ook nadrukkelijk op de mogelijkheid van de ondersteuning van een onafhankelijk clientondersteuner.
Algemene en individuele voorzieningen Artikel 7 Intensieve vrijwillige hulp 1. Het intensief vrijwillig hulpverleningstraject vanuit het wijkteam wordt enkel ingezet als dit vanuit het jeugdbeschermingsplein is besproken. Onze vraag over art. 7.1 Wat is het jeugdbeschermingsplein? Welke partijen zitten erin? Waar wordt dat beschreven in de regiovisie? Ons Advies : Geef omschrijving van jeugdbeschermingsplein
Artikel 8 : Gebruikelijke zorg 5. Onverminderd de voorgaande bepalingen wordt van de ouder(s) geen gebruikelijke zorg verwacht indien er een direct verband is tussen de (dreiging van) overbelasting van de ouder(s) en de zorg die de ouder(s) aan de jeugdige biedt waarbij de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen onvoldoende zijn om de overbelasting op te heffen. Ons Advies Overbelasting is subjectief begrip. Dit kan per situatie anders zijn voor ouders. Geef aan hoe de gemeente tot een oordeel komt , hoe daar mee omgegaan wordt. Artikel 10 Uitloopperiode pgb 2. Het college kan bepalen dat bij het afwijzen van een verlenging van een informeel pgb voor persoonlijke verzorging, individuele begeleiding en dagactiviteit er sprake is van een uitloopperiode. Onze vraag over art. 10.1: Wordt de afwijzing door het college beargumenteerd? Ons Advies : Neem de argumentatie van de afwijzing op in het besluit.
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard maa@vanverseveld.eu
4
Artikel 11 Aanvullende criteria voor het resultaatgebied opvoeding en versterking mogelijkheden ouders 1. Een ouder kan in aanmerking komen voor een individuele voorziening binnen het resultaatgebied opvoeding en versterking mogelijkheden ouders, als hij, afgemeten aan één of meerdere van de volgende aspecten, ondersteuning nodig heeft bij zijn opvoedingsvaardigheden. Ons Advies Graag alleen de term opvoedingsmogelijkheden gebruiken. Omstandigheden, zoals kinderen opvoeden in een armoedesituatie, zijn van invloed op de opvoedingsmogelijkheden. Goed opvoeden is niet alleen een kwestie van vaardigheden. Overige bepalingen Artikel 18 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouders afwijken van de bepalingen van deze regeling, indien toepassing voor de jeugdige en/of zijn ouder(s) leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Ons Advies Geef (in evaluatie) informatie over toepassing hardheidsclausule?
5 Onderaan formulier: Verklaring en ondertekening Hiermee verklaar ik dat: -Ik dit formulier naar waarheid heb ingevuld. - Ik weet dat de behandeling van deze aanvraag langer duurt als ik dit formulier niet volledig en concreet heb ingevuld. - Ik tijdens de behandeling van de aanvraag geen onjuiste informatie verstrek of informatie verzwijg. - Ik weet dat als ik onjuiste informatie verstrek of informatie verzwijg individuele voorzieningen teruggevorderd kunnen worden. - Ik weet dat de gemeente zonder mijn toestemming informatie mag opvragen bij school op grond van de Jeugdwet. - Ik weet dat de gemeente mijn gegevens opslaat en verwerkt voor de uitvoering van de Jeugdwet. Op mijn gegevens zijn de regels van de Jeugdwet en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Onze vraag hierover : Waarom is het eerste punt niet voldoende? Eventueel aangevuld ‘naar waarheid en volledig ingevuld’
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard maa@vanverseveld.eu
Ons Advies : De gemeente moet niet uitgaan van wantrouwen tegenover de burger, maar een positievere vraagstelling heeft onze voorkeur.
6
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard maa@vanverseveld.eu
T.a.v. de voorzitter van de MAA
Uw brief van: 17
Ons kenmerk:
december 2021 Uw kenmerk:
Contact: B. Zomerdijk
Bijlage(n):
Doorkiesnummer: 0105030590 E-mailadres: b.zomerdijk@bar-organisatie.nl Datum: 25 januari 2022
Betreft: Reactie nadere regels jeugdhulp gemeente Albrandswaard 2022 en beleidsregels jeugdhulp gemeente Albrandswaard 2022
Geachte voorzitter van de MAA, Op 17 december 2021 ontvingen wij uw advies over de nadere regels jeugdhulp gemeente Albrandswaard 2022 en beleidsregels jeugdhulp gemeente Albrandswaard 2022. Wij danken u voor het uitgebrachte advies. Met deze antwoordbrief geven wij een reactie op uw uitgebrachte advies. Inleiding. U vraagt ons om advies te geven op de Beleidsregels Jeugdhulp en nadere regels Jeugdhulp Albrandswaard 2022. Graag voldoen wij aan het zoek en hieronder vindt u onze opmerkingen, dan wel onze adviezen. Vooraf. In dit advies willen we nogmaals benadrukken dat het voorhanden zijn van toegankelijk informatiemateriaal voor ouders en jeugd die te maken hebben met de jeugdhulp van enorm belang is. Het betreft een complex beleidsterrein dat zonder uitleg een doolhof kan worden. Ook de Kinderombudsman had dit al geadviseerd! Helaas is dit advies niet overgenomen bij de Regiovisie. De wethouder gaf ons aan liever in te zetten op de inzet van de onafhankelijk cliëntondersteuner. Helaas is deze slecht bekend bij de ouders en de jeugdigen blijkt uit recente evaluatie. Vandaar opnieuw ons advies hier alsnog in te voorzien. De onbekendheid ,ook bij bovenstaande doelgroep, van de regelingen voor kinderen die in armoede opgroeien moet ook een belangrijk aandachtspunt zijn! Zodat ook deze doelgroep zich bijvoorbeeld d.m.v.
van sportdeelname, toch zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen. Artikel 3 Aanvraagformulier 1. Het college draagt er zorg voor dat het in de bijlage I opgenomen aanvraagformulier digitaal en schriftelijk beschikbaar is.
1
2. Het college kan de beslistermijn na een aanvraag opschorten in afwachting van het terugsturen van het aanvraagformulier door de jeugdige en/of de ouder(s). 3. Het college kan bepalen dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) in voorkomende gevallen kunnen afzien van het gebruik maken van een aanvraagformulier. Het college geeft in dat geval een bevestiging dat een aanvraag is ingediend. Vraag Artikel 3.3: Is dit bedoeld om meer ruimte te geven aan ouders en jeugdigen op eigen wijze hun verhaal te doen om aan te geven waarom steun / hulp van belang is? Ons Advies : Communiceer deze mogelijkheid duidelijk met ouders/jeugdige. Reactie: Artikel 3 lid 3 van de nadere regels is bedoeld om een aanvraagformulier achterwege te laten op het moment dat al duidelijk is wat de aanvraag behelst. Het achterwege laten van het aanvraagformulier is niet direct bedoeld om ouders en jeugdigen op eigen wijze hun verhaal te doen, maar indirect volgt dit wel uit het artikellid. Een aanvraagformulier is een middel om de aanvraag te verhelderen en in kaart te brengen. In de voorkomende gevallen dat er zonder aanvraagformulier de aanvraag al voldoende hebben verhelderd en in kaart gebracht, is het invullen van het aanvraagformulier niet nodig. Artikel 5 Passende en toereikende jeugdhulp 2. De hoeveelheid zorg wordt afgestemd op de mate van eigen kracht.
Vraag Artikel 5.2: Wordt de door het college ingeschatte mate van eigen kracht opgenomen in het besluit? Ons Advies : Neem de omschrijving van de eigen kracht op in het besluit. Reactie: Het advies heeft betrekking op artikel 5 lid 2 van de beleidsregels jeugdhulp. Het college moet bij een aanvraag onderzoeken of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen en van het sociale netwerk voldoende zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. De uitkomst van het onderzoek zal in het onderzoeksrapport worden vastgelegd, en bevat daardoor een beschrijving van de eigen kracht. Het onderzoeksrapport vormt de basis voor het te nemen besluit. Artikel 6 Onderzoeksrapport 1. In het onderzoeksrapport is opgenomen hoe een benodigde voorziening bijdraagt aan het behalen van gestelde doelen. 2. Binnen vijf werkdagen na het ontvangen van het onderzoekrapport door de jeugdige en/of ouders, kunnen zij opmerkingen en/of aanvullingen geven op het onderzoeksrapport.
Ons Advies : Vijf dagen kan kort zijn voor ouders indien zij in voorkomende gevallen hulp nodig hebben bij hun reactie op het onderzoeksrapport. Geef mogelijkheid termijn te verlengen. Wijs ook nadrukkelijk op de mogelijkheid van de ondersteuning van een onafhankelijk clientondersteuner. Reactie: Het advies heeft betrekking op artikel 6 lid 2 van de nadere regels jeugdhulp. De mogelijkheid om de termijn te verlengen is aanwezig. Het college zal de beslistermijn in dat geval wel opschorten op grond van artikel 4:15 lid 2 van de Awb. In artikel 4.4 lid 5 van de verordening is opgenomen dat het college de ouders en jeugdigen moet wijzen op de mogelijkheid van een kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning. Algemene en individuele voorzieningen Artikel 7 Intensieve vrijwillige hulp 1. Het intensief vrijwillig hulpverleningstraject vanuit het wijkteam wordt enkel ingezet als dit vanuit het jeugdbeschermingsplein is besproken. Onze vraag over art. 7.1 Wat is het jeugdbeschermingsplein? Welke partijen zitten erin? Waar wordt dat beschreven in de regiovisie? Ons Advies : Geef omschrijving van jeugdbeschermingsplein Reactie: Het advies heeft betrekking op artikel 7 lid 1 van de nadere regels jeugdhulp. Wat het jeugdbeschermingplein inhoudt en welke partijen hiervoor worden uitgenodigd is uitgelegd in de toelichting op artikel 7 van de nadere regels, en niet in de regiovisie.
Artikel 8 : Gebruikelijke zorg 5. Onverminderd de voorgaande bepalingen wordt van de ouder(s) geen gebruikelijke zorg verwacht indien er een direct verband is tussen de (dreiging van) overbelasting van de ouder(s) en de zorg die de ouder(s) aan de jeugdige biedt waarbij de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen onvoldoende zijn om de overbelasting op te heffen. Ons Advies Overbelasting is subjectief begrip. Dit kan per situatie anders zijn voor ouders. Geef aan hoe de gemeente tot een oordeel komt , hoe daar mee omgegaan wordt. Reactie: Het advies heeft betrekking op artikel 8 van de nadere regels jeugdhulp. In de toelichting op artikel 8 van de nadere regels is dit omschreven. Artikel 10 Uitloopperiode pgb 2. Het college kan bepalen dat bij het afwijzen van een verlenging van een informeel pgb voor persoonlijke verzorging, individuele begeleiding en dagactiviteit er sprake is van een uitloopperiode.
3
Onze vraag over art. 10.1: Wordt de afwijzing door het college beargumenteerd? Ons Advies : Neem de argumentatie van de afwijzing op in het besluit. Reactie: Het advies heeft betrekking op artikel 10 van de beleidsregels jeugdhulp. Uit artikel 3:2 en 3:46 van de AWB volgt dat het college een besluit moet berusten op een deugdelijke motivering. Artikel 11 Aanvullende criteria voor het resultaatgebied opvoeding en versterking mogelijkheden ouders 1. Een ouder kan in aanmerking komen voor een individuele voorziening binnen het resultaatgebied opvoeding en versterking mogelijkheden ouders, als hij, afgemeten aan één of meerdere van de volgende aspecten, ondersteuning nodig heeft bij zijn opvoedingsvaardigheden. Ons Advies Graag alleen de term opvoedingsmogelijkheden gebruiken. Omstandigheden, zoals kinderen opvoeden in een armoedesituatie, zijn van invloed op de opvoedingsmogelijkheden. Goed opvoeden is niet alleen een kwestie van vaardigheden Reactie: Het advies heeft betrekking op artikel 11 van de nadere regels jeugdhulp. Wij zullen het woord ‘opvoedingsvaardigheden’ vervangen door ‘opvoedingsmogelijkheden’.
Overige bepalingen Artikel 18 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouders afwijken van de bepalingen van deze regeling, indien toepassing voor de jeugdige en/of zijn ouder(s) leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Ons Advies Geef (in evaluatie) informatie over toepassing hardheidsclausule? Reactie: Het advies heeft betrekking op artikel 18 van de nadere regels jeugdhulp. Bij een hardheidsclausule gaat het om onvoorzienbare omstandigheden, waardoor er voorafgaand niets over te zeggen is. In de evaluatie kan worden gerapporteerd over hoe vaak toepassing is gegeven aan de hardheidsclausule. Onderaan formulier: Verklaring en ondertekening Hiermee verklaar ik dat: -Ik dit formulier naar waarheid heb ingevuld. - Ik weet dat de behandeling van deze aanvraag langer duurt als ik dit formulier niet volledig en concreet heb ingevuld. - Ik tijdens de behandeling van de aanvraag geen onjuiste informatie verstrek of informatie verzwijg. - Ik weet dat als ik onjuiste informatie verstrek of informatie verzwijg individuele voorzieningen teruggevorderd kunnen worden.
- Ik weet dat de gemeente zonder mijn toestemming informatie mag opvragen bij school op grond van de Jeugdwet. - Ik weet dat de gemeente mijn gegevens opslaat en verwerkt voor de uitvoering van de Jeugdwet. Op mijn gegevens zijn de regels van de Jeugdwet en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Onze vraag hierover : Waarom is het eerste punt niet voldoende? Eventueel aangevuld ‘naar waarheid en volledig ingevuld’ Ons Advies : De gemeente moet niet uitgaan van wantrouwen tegenover de burger, maar een positievere vraagstelling heeft onze voorkeur. Reactie: Het advies gaat over bijlage I van de nadere regels jeugdhulp. Het college wil vooraf duidelijkheid geven en transparant zijn over het verdere verloop van het aanvraagproces. Tot slot willen wij u nogmaals hartelijk danken voor het uitbrengen van uw advies.
Met vriendelijke groet, het college van de gemeente Albrandswaard,
de secretaris,
de burgemeester,
dhr. H. Cats
mw J. de Witte
5