501789 Raadsvoorstel zienswijze ontwerpbegroting 2023 en ontwerpwijziging 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: Zienswijze Ontwerpbegroting 2023 en Ontwerpbegrotingwijziging 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
College van burgemeester en wethouders 26 april 2022
Portefeuillehouder Mieke van Ginkel
Zaaknummer 501789
Openbaar
E-mailadres opsteller: j.faber@bar-organisatie.nl
Geadviseerd besluit 1. De zienswijze op de Ontwerpbegroting 2023, en de Ontwerpbegrotingwijziging 2022 vast te stellen en te versturen. De belangrijkste punten van de zienswijzebrief: • Wij constateren dat de Ontwerpbegroting 2023 in lijn ligt met de opgestelde kadernota 2023 • Het voornemen van realistische begroten zien wij als een positieve ontwikkeling. De inschatting van de noodzakelijke uitgaven liggen dichter bij de uiteindelijke uitgaven. • Harde Kwartaalrapportages zien wij nog steeds als noodzakelijk om meer zicht te krijgen op de noodzakelijke uitgave en eerder zicht te krijgen op de verleende zorg. • Wij waarderen de intensivering van de informatievoorziening. Deze waarborgen informatiebeheer en de financiële beheersing. • De trend van stijgende kosten vraagt om ombuigmaatregelen. Wij zetten ons al gemeente (en in gezamenlijkheid) in voor de reduceren van de kosten maar met behoud van de kwaliteit van de te leveren lokale en regionale zorg. 2. De financiële consequenties te verwerken in de 2e tussenrapportage 2022 en de programmabegroting 2023.
1/117
Raadsvoorstel Inleiding De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (hierna GRJR) zorgt voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp. Dit aanbod moet aansluiten op de vraag van onze inwoners en op de lokale infrastructuur. Door het inkopen en subsidiëren van specialistische jeugdhulp zorgt de GRJR voor een passend en een continue aanbod. In de afgelopen periode zijn regionale uitgaven beïnvloed door de inflatie en de toegenomen zorgvraag en de uitwerking van de Regiovisie. Bijgaand ontvangt u de Voorlopige Jaarstukken 2021, de Eerste Ontwerpbegrotingwijziging 2022, en de Ontwerpbegroting 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond, alsmede de aanbiedingsbrief. Op 14 april, 2022, heeft de GRJR haar Ontwerpbegroting 2023, eerste Ontwerpbegrotingwijziging 2022, en de Voorlopige Jaarstukken 2021 aangeboden (zie bijlage). De gemeenteraad wordt de mogelijkheid geboden om uiterlijk 12 juni 2022 een zienswijze te geven. Jaarstukken 2021 Vanwege de stijging in de kosten is halverwege 2021 de begroting van de GRJR verhoogd met €15,5 miljoen. Dit als gevolg van de decentralisatie, waarbij de kosten van de jeugdzorg alsmaar stijgen. Een deel daar van is terug te voeren op de inflatie, maar ook door de toename van de zorgvraag.
Uit de voorlopige jaarstukken valt op te maken dat de opgehoogde exploitatiebudgetten op basis van de Begrotingswijziging 2021 beperkt worden overschreden met €1.201.000,-. Waardoor de ophoging van de budgetten realistisch is gebleken. Echter vertoont de balans op moment van schrijven een tekort van €12.680.000,-. Dit is te wijten aan de nagekomen kosten van zorgaanbieders, en lagere inkomsten uit het Rijk. De jaarstukken worden op 12 juli 2022, na controle door de accountant van de GRJR, definitief vastgesteld. De exacte hoogte en de verdeling zal bij de definitieve jaarrekening bekend worden. Op dit moment wordt er nog geen bijdrage gevraagd vanuit de gemeente op basis van deze voorlopige gegevens. Ontwerpbegroting 2023 In samenwerking met de andere gemeenten en de GRJR is op basis van de regiovisie een nieuwe inkoopstrategie ontwikkeld. Hier op aansluitend zijn nieuwe en strakkere afspraken gemaakt over het tijdig en beter begroten, en het beheersen en verantwoorden van de uitgaven. Deze zijn beschreven in de notie 'Kader financieel beleid en beheer' (zie bijlage). Centraal in de aanpak staat het werken met kwartaalafsluitingen die zullen zorgen voor een betere beheersing van de kosten. Deze kaders zijn toegepast bij de opstelling van de Ontwerpbegroting 2023 en de Ontwerpbegrotingwijziging 2022.
De belangrijkste wijzigingen in de begrotingsstukken 2023 en 2022 zijn: • Realistisch begroten Om tot een realistische begroting te komen, met minder tegenvallers achteraf, is ingeschat welke hulp in welke mate beschikbaar moet zijn. Voor de begroting 2023 wordt daarbij uitgegaan van een trendmatige groei. Tevens is voor beide ontwerpbegrotingen is de uitgavenraming opgetrokken naar het voorlopige uitgavenniveau van 2021. • Indexatie Op verzoek van de Tweede Kamer zijn de lonen in de zorg dit jaar extra verhoogd. De gemeenten worden hiervoor vergoed vanuit het accres van de Algemene Uitkering. • Meer lokale inkoop In lijn met de regiovisie is besloten om meer te investeren in de lokale infrastructuur en een deel niet meer in te kopen via de Gemeenschappelijke Regeling. • Twee inkoopmodellen De gemeenten Maassluis, Vlaardingen, en Schiedam hebben gekozen om specialistische jeugdhulp zelf in te kopen. • Verruiming van de uitvoeringscapaciteit Met het oog op de taakverzwaring van de uitvoeringsorganisatie GRJR, ten aanzien van communicatie, financiële beheersing, en informatievoorziening wordt de inzet uitgebreid. • Gevolgen aanpassing woonplaatsbeginsel Volgens schattingen van het Rijk zouden gemeenten in de regio Rijnmond te maken krijgen
2/117
•
met een stijging van de kosten door de aanpassing van het woonplaatsbeginsel. Gemeenten worden hiervoor gecompenseerd uit de Algemene Uitkering. Afschaffing vlaktaks De vlaktaks wordt per 31 december 2022, in één keer afgebouwd. Alle correcties van verschillen over eerdere jaren in de exploitatie en waar mogelijk ook in de balansposities worden hiermee geneutraliseerd. Per boekjaar wordt gestart met een schone lei.
Naar aanleiding van deze ontwikkelingen is bij zowel de Ontwerpbegroting 2023 en de Ontwerpbegrotingwijziging 2022 sprake van een stijging van de regionale uitgaven/inleg. Een belangrijk aandeel betreft de stijging van de inflatie. Voor 2022 en 2023 wordt de gemeente daarvoor gecompenseerd via de algemene uitkering. Deze stijging van de uitgavenkant vraagt echter om een bijraming van het budget 2022 van €362.830,-. Dit om de Ontwerpbegrotingwijziging 2022 recht te trekken. Voor de lange termijn zijn ombuigmaatregelen noodzakelijk om de uitgave te beperken, omdat het Rijk naar verwachting de stijging de komende jaren niet zal compenseren. Beoogd effect De gemeenteraad te adviseren een zienswijze over de Ontwerpbegroting 2023 en Ontwerpbegrotingwijziging 2022 kenbaar te maken aan het Dagelijks Bestuur van de GRJR. Argumenten 1.1. Hiermee kan tijdig een zienswijze worden gegeven. Door kennis te nemen van de Ontwerpbegroting, kan een zienswijzenbrief worden gestuurd. 1.2. Het is de taak van de uitvoeringsorganisatie van de GRJR om verantwoording af te leggen. Middels de Voorlopige Jaarstukken 2021 wordt inzicht gegeven in het gevoerde beleid en het financiële beheer over 2021. Hiermee wordt de raad in staat gesteld haar controlerende taak te vervullen. 1.3.
De Begroting 2022 is in juli 2021 vastgesteld op basis van de uitgangspunten van de Kadernota 2022, die in oktober 2020 is vastgesteld. Hert vroegtijdig opmaken van een begroting houdt in dat gewerkt wordt met globale aannames. Ontwikkelingen die zich daarna voordoen, zoals de noodzaak tot realistischer begroten, leiden tot de noodzaak om de begroting bij te stellen. 1.4. De Ontwerpbegroting 2023 is in lijn met de gestelde doestellingen vanuit de Kadernota 2023. De Ontwerpbegroting is in lijn met de uitgangpunten van de Kadernota 2023 en de wens om realistisch te begroten. Dit houdt in dat de begroting geraamd is op de uitgavenraming van 2021, en er rekening gehouden is met de trendmatige kostenstijgingen zoals indexering, stijging van loonkosten en zorgkosten. 1.5. De inleg van de Eerste Ontwerpbegrotingwijziging 2022 laat een negatief verschil zien van €362.830,- met het vrijgegeven budget 2022. Door stijgende kosten en nagekomen facturering is een verhoging van het budget noodzakelijk. 1.6. Realistisch begroten en kwartaalafsluitingen maken het noodzakelijk om het budget bij te stellen. Door realistisch begroten tracht de GRJR meer zicht te krijgen op de uitgaven. Hierdoor zijn (trendmatige) stijgingen van de kosten eerder duidelijk, en kan hier op worden geanticipeerd. 2.1. Door de financiële gevolgen te verwerken in onze P&C documenten blijven deze actueel.
Het verschil met het budget voor specialistische jeugdhulp en de inleg van Albrandswaard (in 2022) voor de GRJR bedraagt €362.830,-. Het budget kan bijgesteld worden met de inleg met de tweede tussenrapportage. Overleg gevoerd met n.v.t.
3/117
Kanttekeningen 1.1. Definitieve productiecijfers 2021 zijn nog niet bekend. De definitieve productiecijfers voor 2021 zijn per 1 april beschikbaar en dienen nog verwerkt te worden, waardoor het definitieve rekeningresultaat nog kan gaan afwijken van het voorlopige rekeningresultaat. 1.2. De aard van de gemeenschappelijke regeling beperkt de invloed. De besluitvorming ten aanzien van begrotingen van de GRJR is gebaseerd op het principe van een 2/3 meerderheid. De gemeente Albrandswaard heeft in het Algemeen Bestuur van de GRJR slechts een beperkte invloed. 1.3. De jaarstukken 2021 zijn nog niet definitief. De Jaarstukken 2021 zijn verzonden ter kennisname. De input van aanbieders qua productie moet hier nog in worden meegenomen. 2.1. De Ontwerpbegroting 2023 en de Ontwerpbegrotingwijziging 2022 zijn niet definitief. De begrotingen zijn met het oog op realistisch begroten zo scherp mogelijk ingevuld. Deze zijn gebaseerd op de uitgavenraming van 2021. Hierbij is eveneens rekening gehouden met indexering, stijging van de loon- en zorgkosten. Echter is de zorg die geleverd wordt, en eveneens de aanvraag van zorg fluctuerend. Er kan op voorgaande jaren enkel een voorspelling gedaan worden waardoor er kans is dat het jaarresultaat kan verschillen ten opzichte van de ontwerpbegrotingen.
Uitvoering/vervolgstappen Op basis van de zienswijzen van de deelnemende gemeenten zal definiteve besluitvorming plaatsvinden over de Ontwerpbegroting 2023 en de Ontwerpbegrotingwijziging 2022 op de vergadering van het Algemeen Bestuur (hierna AB) van 1 juli, 2022. Financiën De Ontwerpbegroting 2022 betreft een ophoging van de begroting met €16.8 miljoen, zodat er kan worden gewaarborgd dat de noodzakelijke zorg geleverd kan worden, en niet pas achteraf een overschrijding wordt verantwoord. 1e Wijziging/Ontwerpbegroting 2022: Voor het begrotingsjaar 2022 heeft de gemeente €1.647.300,- gebudgetteerd. Na de 1e wijzigingontwerpbegroting 2022 is de inleg van €2.134.934,- verhoogd met €195.196,-. De herberekende inleg bedraagt €2.330.130,-. Dit resulteert in een tekort van €362.830,- voor het budgetjaar 2022 en vraagt om een bijraming voor de 2e Tussenrapportage/het kwartaal. Dit lijkt een hoge stijging, maar de kanttekening is dat op basis van de eerste inleg het budget al een tekort vertoonde van €167.634,-. Ontwerpbegroting 2023: De voorlopig vastgestelde inleg aan de GRJR bedraagt €2.695.186,-. Het budget niet dekkend met een tekort van €628.486,-. Het rijk heeft aangegeven risicodrager te zijn. Wij gaan ervan uit dat zij voorzien in een compensatie van de stijgende kosten van de jeugdhulp. Communicatie/participatie na besluitvorming De zienswijze wordt verstuurd aan de GRJR.
Bijlagen 1. GRJR - Zienswijzebrief Ontwerpbegrotingwijziging 2022 Ontwerpbegroting 2023 Albrandswaard.docx 2. Aanbiedingsbrief PC stukken april 2022 AB getekend.pdf 3. Kader Financieel beleid en beheer GRJR AB.pdf
4/117
4. Ontwerp-Begroting 2023 AB.pdf 5. Ontwerp-begrotingswijziging 2022 AB.pdf 6. Voorlopige Jaarstukken 2021 GRJR AB.pdf
5/117
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Zienswijze Ontwerpbegroting 2023 en Ontwerpbegrotingwijziging 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
Zaaknummer: 501789
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 26 april 2022,
BESLUIT: 1. De zienswijze op de Ontwerpbegroting 2023, en de Ontwerpbegrotingwijziging 2022 vast te stellen en te versturen. De belangrijkste punten van de zienswijzebrief: • Wij constateren dat de Ontwerpbegroting 2023 in lijn ligt met de opgestelde kadernota 2023 • Het voornemen van realistische begroten zien wij als een positieve ontwikkeling. De inschatting van de noodzakelijke uitgaven liggen dichter bij de uiteindelijke uitgaven. • Harde Kwartaalrapportages zien wij nog steeds als noodzakelijk om meer zicht te krijgen op de noodzakelijke uitgave en eerder zicht te krijgen op de verleende zorg. • Wij waarderen de intensivering van de informatievoorziening. Deze waarborgen informatiebeheer en de financiële beheersing. • De trend van stijgende kosten vraagt om ombuigmaatregelen. Wij zetten ons al gemeente (en in gezamenlijkheid) in voor de reduceren van de kosten maar met behoud van de kwaliteit van de te leveren lokale en regionale zorg.
2. De financiële consequenties te verwerken in de 2e tussenrapportage 2022 en de programmabegroting 2023.
6/117
Aan:
De raden van de deelnemende gemeenten van de GRJR
Van:
Algemeen Bestuur GRJR
Datum: Onderwerp:
14 april 2022 Aanbieding P&C stukken GRJR en gelegenheid voor zienswijze
Bijlagen:
1. Ontwerp-Begroting 2023 2. Ontwerp-Begrotingswijziging 2022 3. Voorlopige Jaarstukken 2021 4. Kader financieel beleid en beheer GRJR
Geachte raadsleden, Voor u ligt de aanbiedingsbrief voor de Ontwerp-Begroting 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR), de eerste Ontwerp-Begrotingswijziging 2022 en de Voorlopige Jaarstukken 2021. In deze aanbiedingsbrief geven wij een beeld van de belangrijkste ontwikkelingen in de GRJR die in deze stukken zijn uitgewerkt. Ontwikkelingen in de Jeugdhulp Rijnmond De GRJR heeft tot doel te zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp. Dit aanbod moet aansluiten op de vraag (de noodzaak om hulp in te zetten) en op de ‘lokale infrastructuur’ waarmee uw gemeente zorgdraagt voor gezinnen en jeugdigen. De GRJR zorgt voor passend aanbod door specialistische jeugdhulp in te kopen en subsidiëren. In de Begroting 2023 kunt u meer informatie vinden over de taken van de GRJR en de wijze waarop deze taken ingevuld worden. Er zijn veel ontwikkelingen die de regionale uitgaven sterk beïnvloeden. Sinds de decentralisatie van de jeugdhulp in 2015 naar gemeenten is er jaarlijks sprake van stijgende zorgkosten. Een belangrijk deel komt eenvoudig door indexatie van budgetten en tarieven om loon- en prijsstijgingen op te vangen. Maar er is ook een complex van kostenopdrijvende inhoudelijke factoren in de jeugdproblematiek, het jeugdhulpstelsel en de bredere samenhang tussen jeugdhulp, onderwijs en maatschappelijke ondersteuning.
De afgelopen jaren zijn door onze regio een Regiovisie Jeugdhulp Rijnmond (met een beweging naar meer lokale sturing) en een aangescherpte inkoopstrategie voor 2023 tot stand gebracht. Deze beleidslijnen werken sterk door in de financiële verhoudingen en de uitgavenramingen voor 2023 en verder. Landelijk is erkend dat de gemeenten te weinig middelen van het rijk ontvangen om de oplopende uitgaven op te vangen. Voor 2022 en 2023 is er extra geld beschikbaar gesteld maar dat is nog geen structurele oplossing. Tot begin 2022 werd landelijk en regionaal gewerkt aan een Hervormingsagenda Jeugd waarmee de kwaliteit en betaalbaarheid van jeugdhulp moet worden verbeterd. Omdat het kabinet € 500 miljoen extra wil bezuinigen op de jeugdhulp, hebben gemeenten het overleg met het rijk over de Hervormingsagenda opgeschort.
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond p/a Gemeente Rotterdam Jeugd en Onderwijs Postbus 70014 3000 KS Rotterdam www.jeugdhulprijnmond.nl
7/117
1
Voorlopige Jaarstukken 2021 Voor duiding van de ontwikkeling van de doorgaande kostenstijging is het goed om eerst een toelichting te geven op de Voorlopige Jaarstukken 2021. Sinds de decentralisaties zien we de kosten van jeugdhulp steeds stijgen. Voor een belangrijk deel komt dat door inflatie, maar ook door toename van de (zwaarte van de) zorgvraag. Dat was ook in 2021 het geval en daarom is halverwege het jaar de begroting verhoogd met ca. €15,5 mln. De voorlopige jaarstukken laten zien dat de opgehoogde exploitatiebudgetten op dit moment maar beperkt worden overschreden; de begroting 2021 was door ophoging dus (vooralsnog) realistisch. We maken hier nadrukkelijk nog een voorbehoud vanwege de definitieve cijfers die rond 1 april binnenkomen. De voorlopige jaarstukken tonen desondanks nu al een tekort van €12,7 mln. Dat komt vooral door nagekomen kosten over eerdere jaren met tegelijkertijd lagere inkomsten en uitgaven voor Ambulante hulp (inclusief acute GGZ) en tegenvallende uitgaven voor Hulp met langdurig verblijf en Daghulp. Wij merken op dat doordat de definitieve productiecijfers (met accountantsverklaringen) van onze zorgaanbieders en subsidieontvangers pas per 1 april beschikbaar komen, en omdat de toewijzingsdata van gemeenten nog aangevuld worden, het definitieve rekeningresultaat nog aanzienlijk kan afwijken.
Daarnaast blijft een onzekere factor wat de omvang is van de zorglevering door landelijk gecontracteerde zorgaanbieders. De jaarstukken worden op 1 juli 2022 na controle door onze accountant definitief vastgesteld. Het nakomen van onvoorziene kosten over eerdere jaren (dus ná definitieve vaststelling van jaarstukken) en onvolledigheid van data bij de opstelling van de voorlopige jaarstukken zijn niet volledig uit te sluiten. Echter de mate waarin dit zich voordoet achten wij zeer onwenselijk. De GRJR werkt daarom samen met gemeenten en aanbieders aan tijdiger, juister en vollediger informatiedeling. Doel daarvan is om nakomende kosten ná vaststelling van de definitieve jaarstukken te verminderen, en om bij de volgende voorlopige jaarstukken al eerder een grotere mate van volledigheid te kunnen presenteren. Kaders Financieel beleid en beheer GRJR Het financiële beheer van de jeugdhulp wordt gaandeweg beter en dat is ook nodig. De gemeenten en de GRJR hebben vanuit de Regiovisie een nieuwe inkoopstrategie ontwikkeld. Daarop aansluitend zijn nieuwe en strakkere afspraken gemaakt over het tijdiger en beter begroten, beheersen en verantwoorden van de uitgaven. Deze afspraken zijn beschreven in de notitie ‘Kader financieel beleid en beheer’ die u bijgaand ter kennisname aantreft.
In het Kader financieel beleid en beheer GRJR is ook uitgewerkt hoe we in het vervolg realistisch begroten en hoe meer verbinding wordt gelegd met de lokale inzet van afzonderlijke gemeenten. Ook de wijze waarop we gezamenlijk komen tot verbetering van de datakwaliteit is een hoofdpunt in deze afspraken. Dit moet niet alleen uitmonden in eerdere signalering van uitgavenstijgingen en in minder tegenvallers, maar ook in minder nakomende kosten uit eerdere jaren. Centraal in de aanpak staat het werken met ‘kwartaalafsluitingen’ waarmee we tussentijds gaan sturen op meer volledigheid van informatie. De kaders zijn toegepast bij de opstelling van de Ontwerp-Begroting 2023 en de Ontwerp-Begrotingswijziging 2022.
2
8/117
Ontwerpbegroting 2023 en Ontwerp-Begrotingswijziging 2022 Wij hebben de begrotingsstukken opgesteld vanuit de uitgangspunten in de Kadernota 2023 van de GRJR. Deze nota hebben wij u in november vorig jaar toegezonden om u goed mee te nemen in de ontwikkelingen. Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen stellen wij u nu acht weken in de gelegenheid om uw zienswijze te geven op deze begrotingsstukken. Graag ontvangen wij uw zienswijzen uiterlijk 12 juni 2022. Op uw verzoek komen onze secretaris/directeur en controller graag een toelichting geven op de stukken. Wij zullen op 1 juli 2022 de begroting en begrotingswijziging definitief vaststellen, rekening houdend met uw inbreng. De belangrijkste ontwikkelingen in deze begrotingsstukken zijn: • Realistisch begroten: de meeste raden hebben in eerdere zienswijzen bij herhaling aangedrongen op meer realistisch begroten om tegenvallers achteraf te beperken. Uit de ervaring in 2021 blijkt dat de begroting minstens op het niveau van de uitgaven van het vorige jaar moet zijn om realistisch genoemd te kunnen worden. In zowel de OntwerpBegrotingswijziging 2022 als de Ontwerp-Begroting 2023 trekken we daarom de uitgavenraming op naar het uitgavenniveau van de voorlopige jaarcijfers 2021. Dat betekent voor de begroting 2022, die nog op realisatie 2020 was gebaseerd, een verhoging van ca. € 16,8 mln.
en voor 2023 een verhoging van ca €17,1 mln. De gemeenten krijgen hiervoor grotendeels extra geld van het rijk. De eerdergenoemde onvolledigheid van informatie bij de voorlopige jaarstukken heeft tot gevolg, dat deze begrotingsaannames nog een onderschatting kunnen zijn. Dit is als risico aangemerkt in de risicoparagraaf en kan aanleiding zijn tot een volgende begrotingswijziging op basis van de definitieve jaarstukken. • Indexatie: In 2022 moet rekening gehouden worden met € 2,7 mln. extra kosten omdat de lonen in de zorg op verzoek van de Tweede Kamer dit jaar extra worden verhoogd. Het voor 2023 benodigde hulpaanbod kan alleen worden gegarandeerd als rekening wordt gehouden met inflatie. De kosten hiervan zijn naar schatting € 14,1 mln. Voor indexatie ontvangen gemeenten overigens compensatie in het accres van de Algemene Uitkering. • Meer lokale inkoop: vanaf 2023 geven de gemeenten uitvoering aan de Regiovisie Jeugdhulp Rijnmond door meer te investeren in de lokale infrastructuur en een deel van de jeugdhulp niet meer samen in te kopen. Dit betekent ca. € 20,9 mln. minder regionaal te ramen uitgaven. Deze uitgaven worden door gemeenten op basis van lokaal beleid overgenomen. • Twee inkoopmodellen: vanaf 2023 kopen de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam de specialistische jeugdhulp zelf in. Dit betekent ca € 25 mln. minder regionaal te ramen uitgaven.
• Gevolgen aanpassing woonplaatsbeginsel: volgens inschattingen van het rijk zouden de gemeenten in onze regio per saldo ca. €14 mln. meer zorgkosten krijgen door aanpassing van het woonplaatsbeginsel, en daarvoor zijn gemeenten gecompenseerd in de algemene uitkering. De opgaven van gemeenten zijn verwerkt in de uitgavenraming. De bedragen zijn tot nu toe echter veel later: € 1,7 mln. (2022) en € 1,8 mln. (2023). Het risico is wel dat dit een onderschatting zal blijken als alle overdrachten tussen gemeenten en aanbieders volledig in beeld zijn.
3
9/117
Tot slot De begroting 2023 en begrotingswijziging 2022 voorzien dus een doorgaande stijging van de regionale uitgaven. Belangrijk is om te onderkennen dat een belangrijk aandeel van de stijgingen inflatie betreft, waarvoor gemeenten in de algemene uitkering worden gecompenseerd. Daarnaast is realistisch begroten belangrijk om tegenvallers te voorkomen. Voor 2022 ontvangen gemeenten daarvoor ook extra middelen. Voor de langere termijn zijn echter ombuigingsmaatregelen nodig om de uitgaven te beperken omdat de rijksoverheid naar verwachting niet de doorgaande stijging zal compenseren. Waar mogelijk is in de begroting 2023 al rekening gehouden met gemeentelijke maatregelen. Nadat in de loop van 2022 meer bekend is over de landelijke Hervormingsagenda Jeugd kunnen aanvullende maatregelen van rijk en gemeenten worden betrokken bij een wijziging van voorliggende begroting. Uw zienswijze kunt u per post en/of per mail indienen via: Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond T.a.v. de heer J. Buningh Postbus 70014 3000 KS Rotterdam info@jeugdhulprijnmond.nl Wij nemen aan u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groeten, namens het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
J. Bokhove Voorzitter
S. Hammer Secretaris/Directeur
4
10/117
Kader Financieel beleid en beheer GRJR Frans Wieles, Controller GRJR Versie voor AB 14 april 2022 Deze notitie wordt bestuurlijk behandeld als onderdeel van de begrotingsbehandeling 2023. De GRJR hanteert kaders voor het financieel beleid en beheer die verspreid in stukken vanaf 2015 zijn terug te vinden en zich in de tussentijd hebben ontwikkeld. In 2021 hebben de deelnemende gemeenten een Regiovisie op de jeugdhulp gemaakt en heeft de GRJR voor de inkoop van jeugdhulp een nieuwe inkoopstrategie vastgesteld. Deze visie en strategie hebben invloed op het te voeren financieel beleid en beheer. Belangrijk vertrekpunt is dat de regionale infrastructuur dient aan te sluiten op de lokale infrastructuren. De sturing op en beheersing van de jeugdhulp krijgt daarmee steeds nadrukkelijker vanuit lokale ambities vorm. De meerjarige vereveningssystematiek (de vlaktaks) is vanaf 2023 afgeschaft zodat gemeenten directer het effect van de lokale sturing ondervinden. Dit werkt door in de wijze van begroten, tussentijdse informatievoorziening en verantwoording en afrekening. Het Algemeen Bestuur heeft in december 2021 verzocht om de vanaf begroting 2023 te hanteren werkwijze vast te leggen, zoals in dit document is gebeurd. Naar aanleiding van de Management Letter 2021 werkt de GRJR aan verdere verbetering van de Interne Beheersing.
In de zomer 2022 wordt in nauwe samenwerking met de accountant een projectmatige aanpak gestart voor opstelling en implementatie van een interne controleplan waarmee de GRJR zich voorbereidt op de aankomende verplichting om op basis van eigen beheersingsmaatregelen een Rechtmatigheidsverklaring te kunnen afgeven. Dit Kader Financieel beleid en beheer én de opvolging van de accountantsaanbevelingen vormen hiervoor de basis.
1. Algemeen 1.1 Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) Regels voor begroten en verantwoorden. De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is een openbaar lichaam in de zin van de Wet gemeenschappelijke regeling. Daarom is voor de GRJR het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) van toepassing. De GRJR werkt dus volgens dezelfde spelregels als de gemeenten. De kern daarvan is dat een baten-lasten-stelsel wordt gehanteerd. De inrichting van begroting en jaarstukken en het proces van besluitvorming zijn gebonden aan BBV-voorschriften. Betrokkenheid raden. Het begrotingsrecht en de verantwoordingsplicht liggen bij het Algemeen Bestuur van de GRJR. Begrotingen en begrotingswijzigingen worden pas definitief vastgesteld nadat raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze op de ontwerpbegroting(swijziging) hebben kunnen geven. 1.2 Financiële verhoudingen GRJR - Gemeenten Rol GRJR. De deelnemende gemeenten hebben aan de GRJR het opdrachtgeverschap gedelegeerd voor regionaal ingekochte en gesubsidieerde diensten. Opdracht is om hiermee passend aanbod van jeugdhulp tijdig beschikbaar te laten zijn voor individuele inzet door gemeenten. Omdat de GRJR een zelfstandig openbaar lichaam is moet de GRJR zelf de uit de regionale contracten en subsidieverleningen voortvloeiende zorg- en subsidielasten verantwoorden.
Deze lasten worden door de GRJR betaald uit baten die de GRJR verkrijgt in de vorm van bijdragen van de deelnemende gemeenten.
11/117
Rol gemeenten. De deelnemende gemeenten beslissen over de individuele inzet (toewijzing) van beschikbare aanbod van jeugdhulp. Zij beoordelen ook de declaraties van geleverde zorg en bepalen daarmee wat de GRJR moet betalen. De bijdragen van de deelnemende gemeenten zijn direct afhankelijk van deze gemeentelijke beslissingen.
2. Lasten 2.1 Lastenraming Kadernota GRJR. De begroting voor het volgend jaar moet al in april van het huidige jaar in concept gereed zijn. De begrotingsuitgangspunten worden daaraan voorafgaand door het Algemeen Bestuur van de GRJR vastgelegd in een Kadernota. Deze wordt in het najaar van het voor-voorgaande jaar vastgesteld en ter informatie verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten. Realistisch begroten. De regionale lasten worden zo realistisch mogelijk geraamd. Dit is een BBVvereiste. In de wetenschap dat gemeenten gebonden zijn aan de begroting van de GR moet enerzijds worden voorkomen, dat onnodig beslag op middelen van gemeenten worden gelegd. Wetend dat gemeenten bij een negatief resultaat extra zullen moeten bijdragen, moet anderzijds worden voorkomen dat er grote tegenvallers optreden door onderschatting van de uitgaven. De lastenraming vindt daarom in nauwe samenspraak met de deelnemende gemeenten plaats. Onderbouwing. De lastenraming wordt onderbouwd op basis van het verwachte benodigde aanbod van hulp. Hiervoor wordt informatie over historisch zorggebruik, algemene trendverwachtingen en specifieke gemeentelijke beleidsvoornemens benut. De in de onderbouwing van de lastenraming gehanteerde aannames worden expliciet in het ambtelijke begrotingsdossier vastgelegd en vormen de basis voor de risicobepaling in de risicoparagraaf.
Voor zover mogelijk wordt de lastenontwikkeling in meerjarenperspectief realistisch ingeschat. Inflatie/indexatie. De lasten worden steeds geïndexeerd naar het in het begrotingsjaar te verwachten prijspeil. Voor de zorg- en subsidielasten is daarbij de aanname dat de lasten gemiddeld voor 90% uit loon en 10% uit materiële kosten bestaan. De looncomponent wordt geïndexeerd met de tijdens de begrotingsvoorbereiding laatst bekende zogenaamde Ova (dat wil zeggen de voorlopige, of indien beschikbaar de definitieve, Ova van jaar T-1). De materiële kostencomponent wordt geïndexeerd met de zogenaamde PPC-index. Beide indices worden landelijk bepaald. Deze indexatierichtlijn sluit aan op de regionale jeugdhulpcontracten vanaf 2023. De uitvoeringskosten worden geïndexeerd conform de kaders die de deelnemende gemeenten hiervoor aan de gemeenschappelijke regelingen in de regio Rijnmond afgeven. De gemeentesecretarissen zenden hiervoor jaarlijks een brief aan alle GR-en. Begrotingsprogramma. De begroting bestaat uit één integraal begrotingsprogramma waarin alle geraamde lasten worden opgenomen. Hiermee wordt de flexibiliteit gecreëerd om tussen afzonderlijk geraamde budgetten vrij te schuiven. Het Algemeen Bestuur stelt dit programma vast (net zoals gemeenteraden begrotingsprogramma’s vaststellen).
De uitvoeringskosten moeten conform BBV indien daaraan verbonden binnen het programma worden opgenomen. Het Dagelijks Bestuur mag vrij met budgetten schuiven binnen het programma (net zoals burgemeester en wethouders dat in een gemeente mogen). Het bestuur is terughoudend met schuiven tussen de budgetten voor uitvoeringskosten en zorg- en subsidiekosten.
12/117
2.2 Lastenbeheersing Samenwerking. De beheersing van de lastenrealisatie heeft als doel om begrotingsoverschrijding te voorkomen. Gezien de financiële verhoudingen tussen GRJR en gemeenten (zie 1) krijgt de lastenbeheersing in samenspel vorm. Monitoring van kosten en gebruik. De GRJR zorgt met een maandelijks dashboard voor juist, tijdig en volledig inzicht in de kosten en het gebruik van de regionaal ingekochte hulp. De informatie wordt gebaseerd op periodiek aanlevering van data door gemeenten en zorgaanbieders. De data-aanlevering voldoet aan het door de GRJR vastgestelde administratieprotocol. Sturing. De verantwoordelijkheid voor juiste en tijdige aanlevering van data ligt bij de gemeenten en aanbieders. De GRJR geeft aan de dataleveranciers feedback op de kwaliteit van de ontvangen data. De dataleveranciers zorgen voor herstel van tekortkomingen en verbetering van de aanleverkwaliteit. Gemeenten en aanbieders werken in onderling overleg aan doelmatige en doeltreffende inzet van jeugdhulp. Belangrijk hierin is de concrete invulling van de casusregie inclusief contact met verwijzers en het bepalen van arrangementen. De GRJR stuurt via het contractmanagement erop dat de aanbieders hierin hun rol nemen. Kwartaalafsluitingen en sturing op datakwaliteit.
Ieder kwartaal maakt de GRJR als volgt een kwartaalafsluiting: De GRJR verzamelt over ieder kwartaal de data over toegewezen hulp, afgehandelde declaraties en geleverde zorgproductie. De drie lijsten (toewijzingen, declaraties, productieopgaven) worden na elk kwartaal onderling vergeleken. Daarmee wordt zichtbaar wat de achterstand is in de zorgproductie ten opzichte van de toewijzingen en wat de achterstand is in de declaraties ten opzichte van de zorgproductie. Door ieder kwartaal de achterstanden op te lossen, wordt volledigheid en tijdigheid van de informatievoorziening bevorderd. Ook wordt daarmee voorkomen dat bij de jaarrekening vanwege grote achterstanden met grote schattingsmarges moet worden gewerkt. De uitkomsten van de bestandsvergelijking worden per budget/opdracht per aanbieder per gemeente ambtelijk gedeeld. Op de uitkomsten sturen GRJR, gemeenten en aanbieders in samenwerking als volgt: GRJR naar aanbieders GRJR naar gemeenten Aanbieders en gemeenten
Aanbieders en gemeenten
Minimalisering productie zonder toewijzing Minimalisering niet-tijdige declaratie-indiening Minimalisering toewijzing met terugwerkende kracht Minimalisering niet-tijdige declaratie-beoordeling Bij afsluiting Q(n) geconstateerde achterstanden zijn voor afsluiting Q(n+1) volledig verwerkt Escalatie naar contractmanager GRJR Tijdige afhandeling van verzoeken om toewijzing Omvang achterstand is bij iedere volgende afsluiting lager dan de vorige afsluiting Q(n) Escalatie naar contractmanager GRJR
De uitkomst van de kwartaalafsluiting wordt bestuurlijk gerapporteerd in de bestuursrapportages.
13/117
Bestuursrapportages. Het Algemeen Bestuur ontvangt twee keer per jaar, in juli en in oktober, een bestuursrapportage. De bestuursrapportages geven inzicht in de inhoudelijke en financiële voortgang van de begrotingsrealisatie. Hierbij worden de kwartaalafsluitingen na drie en zes maanden als cijfermatige uitgangspunt genomen en eventuele allerlaatste ontwikkelingen gesignaleerd die zich nog na kwartaalafsluiting voordoen. De bestuursrapportages geven ook een financiële prognose (jaareindeverwachting). De nadruk ligt op de analyse, toelichting en duiding van de ontwikkelingen en de vraag of bijstelling en/of bijsturing nodig is. Begrotingswijzigingen. Omdat de begroting zo vroegtijdig moet worden opgesteld, is het werken met globale aannames onvermijdelijk. Op basis van tussentijdse nieuwe inzichten wordt ieder voorjaar, tegelijk met de concept-begroting voor het volgende jaar, een conceptbegrotingswijziging voor het lopende jaar opgesteld. In relatie tot de tweede bestuursrapportage volgt een tweede begrotingswijziging in het najaar, tenzij er geen reden voor wijziging is. Wijzigingen worden opgespaard voor deze twee momenten zodat het proces overzichtelijk blijft voor bestuur en raden. 2.3 Lastenverantwoording Rechtmatigheid GRJR. De getrouwheid en rechtmatigheid van de lastenverantwoording is een verantwoordelijkheid van de GRJR.
De tussentijdse monitoring op en sturing van het zorggebruik en de kosten moeten waarborgen dat een correcte jaarrekening wordt opgeleverd. De werkwijze hierbij is als volgt: - Besluiten in de vorm van subsidietoekenningen en zorgtoewijzingen vormen de financiële verplichtingen. De rechtmatigheid van subsidietoekenningen is geborgd in de GRJR door middel van een verplichtingenregister. De rechtmatigheid van zorgtoewijzingen ligt bij de gemeente die toewijst. In het kader van de GRJR-jaarrekeningcontrole wordt bij de gemeenten in opdracht van de GRJR een controle uitgevoerd op de verstrekte toewijzingen. - Voor de ingekochte zorg vormen de ingediende, goedgekeurde en betaalde zorgdeclaraties de financiële realisatie. (Dit geldt alleen voor ingekochte zorg, niet voor subsidies). Zorgaanbieders dienen hun declaraties in bij de betreffende gemeente. De gemeente keurt de declaratie goed en zendt die aan de GRJR waarna de GRJR betaalt. De rechtmatigheid van de realisatie stoelt dus op de declaratiebeoordeling door de gemeente. In het kader van de GRJR-jaarrekeningcontrole wordt bij de gemeenten in opdracht van de GRJR een controle uitgevoerd op de goedgekeurde declaraties. - De zorgaanbieders leveren de zorg en geven jaarlijks een door een accountant gecertificeerde productieverantwoording die dient als prestatieverklaring.
Productie wordt verantwoord door een onderliggende toewijzing in combinatie met de door de accountant gecontroleerde levering. In het kader van de GRJR-jaarrekeningcontrole wordt bij de aanbieders door de eigen accountant een controle uitgevoerd op de productieopgave. - De verwerking van alle financiële stromen in de jaarstukken van de GRJR wordt gecontroleerd door de accountant van de GRJR. 2.4 Eindafrekening zorgkosten en subsidies -
-
De prestatieverklaringen (productieverantwoordingen met accountantsverklaring) vormen de basis voor de eindafrekening van de zorg met de zorgaanbieders. Het nog niet betaalde deel van de hieruit voorvloeiende uitgaven wordt als schuld (nog te betalen kosten) opgenomen op de balans. Deze afrekening vindt dus plaats op basis van dezelfde informatie als waarmee de lasten in de definitieve jaarrekening worden bepaald. De subsidieverantwoordingen met accountantsverklaring vormen de basis voor de definitieve vaststelling van verleende subsidies. Ook deze afrekening vindt dus plaats op
14/117
basis van dezelfde informatie als waarmee de lasten in de definitieve jaarrekening worden bepaald.
3. Baten 3.1 Raming van baten met behulp van verdeelsleutels Algemene werkwijze. De gemeenten betalen als deelnemer een bijdrage aan de GRJR. Deze baten dienen ter dekking van de geraamde lasten. De geraamde baten bestaat uit bijdragen voor de verschillende soorten lasten zorgkosten, subsidiekosten en uitvoeringskosten op basis van de daarbij geldende verdeelsleutel (zie hiervoor de tekst van de GRJR). De bijdragen worden op voorcalculatiebasis bepaald. De bijdragen in de zorgkosten en subsidiekosten worden op nacalculatiebasis bij de jaarrekening definitief vastgesteld en daarna per gemeente verrekend. Zorgkosten. Iedere gemeente betaalt uiteindelijk de kosten van zorg voor de eigen inwoners. Voorcalculatie: Op basis van de raming van de lasten wordt per gemeente een inschatting gemaakt van de lasten van zorg voor inwoners van die gemeente. De verdeling van de te verwachten zorglasten over de gemeenten is de verdeelsleutel voor de begrote bijdrage in de zorgkosten. Nacalculatie: Op basis van de realisatie van de lasten wordt per gemeente bepaald wat de gerealiseerde lasten van zorg voor inwoners van die gemeente. Deze verdeling bepaalt de definitieve bijdrage van de betreffende gemeente. Het verschil met de begrote bijdrage wordt direct bij vaststelling van de jaarrekening afgerekend. Subsidiekosten.
Voor de subsidielasten geldt dezelfde verdeelsystematiek als voor de zorglasten. Uitvoeringskosten. Voor de uitvoeringskosten geldt als verdeelsleutel dat de eerste €1,1 miljoen (prijspeil begroting 2023) wordt verdeeld naar rato van het aantal inwoners 0-18 jaar per 1-1 van het jaar voorafgaand aan jaar waarin de begroting wordt opgesteld. Dit is dezelfde maatstaf als geldt voor de stemverhouding in het algemene bestuur. Resterende uitvoeringskosten worden voorcalculatorisch verdeeld naar rato van de bijdragen aan de zorg- en subsidiekosten. In de jaarrekening worden de gerealiseerde uitvoeringskosten op dezelfde wijze definitief verdeeld. Deze verdeelsleutel is een wijziging vanaf 2023: voorheen werden alle uitvoeringskosten verdeeld naar rato van zorg- en subsidiekosten. De omvang van de uitvoeringsorganisatie en de hoogte van de uitvoeringskosten worden minimaal driejaarlijks herijkt. 3.2 Risicoverevening Afwikkeling vlaktaks. Tot en met 2022 is gewerkt met een systeem van risicoverevening. Deze zogenaamde vlaktaks is met ingang van 2023 afgeschaft. De afwikkeling van verschillen uit de jaren tot en met 2021 vindt na vaststelling van de definitieve Jaarstukken 2021 plaats in het boekjaar 2022. De afwikkeling van verschillen uit 2022 vindt in één keer plaats bij de vaststelling van de definitieve Jaarstukken 2022.
Vanaf de jaarrekening 2023 wordt een directe nacalculatie van de bijdragen gehanteerd. De deelnemende gemeenten hebben hierdoor direct het effect van stijging of daling van kosten als gevolg van hun lokale sturing. Gemeentelijke weerstandscapaciteit. Door de wijze van ramen en afrekenen worden de financiële risico’s van de GRJR direct bij de deelnemende gemeenten gelegd. De GRJR identificeert en kwantificeert de risico’s in de GRJR-begroting zodat de deelnemende gemeenten
15/117
hiervoor desgewenst zelf weerstandscapaciteit voor kunnen opbouwen. De GRJR houdt om deze reden daarom geen weerstandsvermogen aan. Post onvoorzien. Tot en met 2022 nam de GRJR een apart risicobudget in de begroting op om een deel van de tegenvallers tussentijds te kunnen opvangen. Vanaf 2021 is dit budget uitsluitend ingezet voor onvoorziene Coronakosten, dus in feite als post onvoorzien. Overige afwijkingen worden rechtstreeks op de geraamde budgetten verantwoord. Wel blijft de GRJR voldoen aan de BBV-verplichting om een (minimale) post onvoorzien te begroten.
16/117
ONTWERP-BEGROTING 2023 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond AB 14 april 2022
17/117
INHOUDSOPGAVE 1. AANBIEDING......................................................................................................................... 1 Leeswijzer ................................................................................................................................. 4 Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen....................... 4 2. PROGRAMMAPLAN ............................................................................................................ 6 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR ................................................................. 6 2.2 Kaders voor deze begroting........................................................................................ 7 2.3 Doelstelling en inzet per opdracht ........................................................................... 8 3.PARAGRAFEN.....................................................................................................................
21 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................21 3.2 Financiering ....................................................................................................................23 3.3 Bedrijfsvoering...............................................................................................................24 3.4 Rechtmatigheid..............................................................................................................26 4. FINANCIËLE BEGROTING .............................................................................................. 29 4.1 Overzicht baten en lasten ..........................................................................................29 4.3 Financieel perspectief .................................................................................................37 4.3 Overige toelichtingen en overzichten ...................................................................37 5. VASTSTELLINGSBESLUIT.............................................................................................. 41 BIJLAGE GEMEENTELIJKE BIJDRAGEN (BIJLAGE BIJ PARAGRAAF 4.1.2) ......... 42
2
18/117
1. Aanbieding Met de begroting 2023 bepalen de samenwerkende gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) de doelstellingen en middeleninzet voor de inkoop van specialistische jeugdhulp en de jeugdbeschermingsketen in de jeugdhulpregio Rijnmond. Ambitie en opdracht GRJR De gemeenten hebben samen een visie op de jeugdhulp: de Regiovisie Nabij en Passend. In regionaal (GRJR-)verband bouwen de gemeenten aan een “jeugdhulp-infrastructuur” die aansluit bij “sterke lokale infrastructuren”. Gemeenten zorgen zo dat gezinnen in hun leefomgeving ondersteuning en basishulp kunnen vinden die op elkaar aansluiten. En dat op het juiste moment zo nodig ook persoonsgebonden specialistische hulp komt. Om dit mogelijk te maken werken de gemeenten in de GRJR samen vanuit de ambitie om: 1. Regionale beschikbaarheid van persoonsgebonden hoog-complexe zorg te garanderen; 2. Deze zorg aan te laten sluiten op wat in de deelnemende gemeenten al geregeld is. Deze ambitie kan ook worden verwoord als het overzien en inrichten van een regionaal jeugdhulplandschap, waarin gezinnen en jeugdigen wanneer ze hulp nodig hebben op een geschikte plek terecht kunnen. Middeleninzet 2023 Bij het bepalen van de benodigde middelen voor de regionale beschikbaarheid van zorg moet rekening worden gehouden met diverse invloedrijke ontwikkelingen.
Regiovisie en inkoop 2023 De eerste grote uitdaging is om met het aanbod inhoudelijk aan te sluiten op de visie en inzet van de gemeenten. Hulp waarbij een kind in (een desnoods vervangende) thuissituatie kan blijven wonen heeft de voorkeur boven (al dan niet tijdelijk) verblijf in een instelling. Het zorgaanbod en de budgetopbouw moet aan deze verschuiving steeds beter gaan bijdragen. De nieuwe inkoopcontracten voor 2023 en verder zijn hier ook op gericht. Vanaf 2023 zijn delen van de eerder regionale inkoop overgeheveld naar lokale inkoop. Het gaat om bepaalde vormen van daghulp en ambulante jeugdhulp. Daarnaast zijn de verschuivingen vanwege de aanpassing van het woonplaatsbeginsel, met verschillende effecten per gemeente, meegenomen. De inzet van de jeugdhulp wordt echter bepaald door de praktijk van verwijzingen naar en toewijzingen van hulp. Dus zowel het aanbod van als de vraag naar zorg is volop in beweging. Met veel afstemming is de verdeling van de budgetten zo goed mogelijk gemaakt. Vanaf 2023 kopen de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam specialistische jeugdhulp zelf in. In de begroting 2023 gaan we er dan ook vanuit dat zij geen regionaal ingekochte hulp inzetten. Op de hele begroting betekenen al deze aanpassingen-op-maat-per-gemeente een verlaging van grofweg €46,2 mln. De grootste wijzigingen zijn:
19/117
- €24,8 mln. uitname zorgkosten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. - €20,1 mln. op-maat-per-gemeente bepaalde verschuivingen naar lokale inkoop.
Realistisch begroten De hoogte van de budgetten vormt op zichzelf de tweede uitdaging. Om tot een realistische begroting te komen, met minder tegenvallers achteraf, is ingeschat welke hulp in welke mate beschikbaar moet zijn. We zagen in de loop van de jaren over de hele linie van de jeugdhulp een toename van kosten. We zijn ons ervan bewust dat ombuigingen nodig zullen zijn, waarvoor de discussie rond de Hervormingsagenda Jeugd gaande is. Tegelijkertijd moeten de te verwachten kosten voor de noodzakelijke hulp behoedzaam maar wel realistisch worden ingeschat. Daarom gaan we voor 2023, naast eerdergenoemde beleidsmatige verschuivingen, ook uit van een trendmatige groei. Ook vindt indexatie naar het verwachte prijspeil 2023 plaats om de begroting realistisch te houden. De afgelopen jaren bleken de GRJR-begroting stelselmatig een onderschatting van de zorgkosten, waardoor ieder jaar aanzienlijke begrotingswijzigingen nodig waren en bij de jaarrekeningen tekorten optraden. Onderstaande grafiek laat dit zien:
Algemeen: de kostenstijging is voor een aanzienlijk deel het gevolg van inflatie en daaraan gekoppelde indexering van de budgetten. *) Voor 2022 is in de licht blauwe staaf de begrotingswijziging 2022 opgenomen. **) In de begroting 2023 zijn voor de vergelijkbaarheid de kosten MVS en de wijzigingen als gevolg van de nieuwe inkoop toegevoegd.
Alle ophogingen gezamenlijk betekenen een verhoging van de begroting met € 43,0 mln., tegenover de verlagingen van totaal €46,2 mln. Het saldo van alle aanpassingen is dus -€3,2 mln. De grootste verhogingen zijn: Aanpassing van zorgbudgetten naar realisatieniveau 2021 zodat de begroting realistischer wordt (+€ 17,1 mln., vóór indexatie). Hierbij is voor Ambulante hulp geen extra inzet voor wachttijden vanaf 2023 meegerekend. Maar ook de oude taakstellingen zijn niet meegerekend omdat die al deel zijn van de uitname naar lokale inzet. De
2
20/117
gemeenten ontvangen hiervoor in 2023 extra algemene uitkering van het rijk (in het kader van landelijke afspraken rond Hervormingsagenda); Een verruiming van de uitvoeringscapaciteit met het oog op de taakverzwaring van de UO, vooral waar het de communicatie, financiële beheersing en informatievoorziening over het zorglandschap betreft (+0,3 mln., bedrag vóór indexatie); Indexatie t.o.v. 2021 (+13,1 mln.), hiervoor ontvangen gemeenten accres in de algemene uitkering; Effect aanpassing woonplaatsbeginsel volgens opgave per gemeente (+€1,8 mln.). Hier tegenover staat voor de gemeenten een verhoging van de Algemene Uitkering met voor de regio per saldo ca. €14 mln. Zie ook risicoparagraaf. Anticiperen op trendmatige groei en krimp in de verschillende opdrachten op basis van de ontwikkeling over 2019 t/m 2021 (per saldo een groei met +€ 3,7 mln.). Verwerking eerdere besluiten: verhoging inzet voor Adolescentenstrafrecht en VTRR (bij elkaar +€ 3,0 mln.), dit is in december 2021 door het AB al besloten en wordt nu verwerkt in de begrotingen ‘22 en ‘23.
Samenwerking in de sturing Zoals de Regiovisie laat zien, kan de sturing op de jeugdhulp alleen in gezamenlijkheid worden vergroot. De financiële beheersing is voor 2023 een belangrijk speerpunt. Tot 2023 werd gewerkt met budgetplafonds. Dat versterkte de groei van wachtlijsten maar kostenstijging kon er niet mee worden voorkomen. Daarom is in 2021 besloten om vanaf 2023 met zulke plafonds te stoppen. Het contractmanagement door de GRJR richt zich op doeltreffend en doelmatig aanbod van jeugdhulp, zodat gemeenten ook daadwerkelijk kunnen toewijzen wat nodig is. Gemeenten en aanbieders zorgen dat de hulp goed loopt en delen snel en adequaat de benodigde gegevens. Als ze dat doen kan de GRJR de gemeenten doorlopend actuele informatie over gebruik en kosten verstrekken. Landelijke hervormingsagenda jeugd In 2021 is vastgesteld dat de gemeenten sinds de decentralisatie van de jeugdhulp in 2015 zo’n €1,7 miljard structureel tekortkomen. Dit was de start van een landelijk proces om te komen tot hervormingen in het jeugdstelsel. De beoogde Hervormingsagenda gaat over landelijke en/of lokale beleidswijzigingen die tot lagere kosten moeten gaan leiden. Deze agenda is er voorlopig nog niet. Er is dus ook nog niet bekend met welke wijzigingen rekening kan en moet worden gehouden voor de regionale jeugdhulpbegroting.
De hervormingsagenda overlapt naar verwachting deels met de in onze regio ingezette transformatie, zoals beoogd in de Regiovisie. In de uitgavenramingen is daarom wel alvast rekening gehouden met keuzes die nu al door gemeenten zijn gemaakt, om bijvoorbeeld praktijkondersteuners bij huisartsen te plaatsen zodat er regionaal minder specialistische ambulante hulp moet worden ingekocht. Dit geeft financiële ruimte voor gemeenten die goed van pas komt, aangezien in de contouren van de Hervormingsagenda een deel van het tekort door gemeenten zelf moet worden opgevangen met ombuigingen. ALGEMEEN BESTUUR Het Algemeen Bestuur behandelt de begroting in zijn vergadering van 1 juli 2022. 3
21/117
Leeswijzer Conform het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten (BBV), dat ook voor gemeenschappelijke regelingen geldt, bestaat de begroting uit twee hoofddelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. De beleidsbegroting wordt gevormd door hoofdstuk 2 (het programmaplan) en hoofdstuk 3 (de paragrafen). Hoofdstuk 2 bevat het programma voor 2023 en beschrijft de inhoudelijke kaders voor de financiële begroting. In dit hoofdstuk wordt teruggegrepen op de in 2021 vastgestelde Kadernota 2023. Hoofdstuk 3 gaat in verschillende in het BBV verplichte paragrafen in op bedrijfsmatige aspecten zoals risico’s, bedrijfsvoering en rechtmatigheid. Hoofdstuk 4 is de financiële begroting.
Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) geeft de procedure aan waarmee raden van deelnemende gemeenten worden betrokken bij de totstandkoming van de begroting. Geconcretiseerd voor de begroting 2023 is het proces als volgt: • Op 14 april 2022 behandelt het algemeen bestuur (AB) de ontwerp-begroting. • Het dagelijks bestuur (DB) zendt de ontwerp-begroting voor zienswijze toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij deze acht weken in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze naar voren te brengen. • Binnen acht weken, uiterlijk 12 juni 2022, brengen de raden van de deelnemende gemeenten bij het DB hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren. Het verzoek aan gemeenten is om de conceptzienswijzen al eerder te delen met de GRJR. • Uiterlijk 17 juni 2022 biedt DB de ontwerp-begroting met zienswijzen aan AB aan. • AB besluit op 1 juli 2022 definitief over de begroting. • Nadat deze is vastgesteld, zendt AB de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. • DB zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 1 augustus 2022 aan gedeputeerde staten.
4
22/117
Hoofdstuk 2 PROGRAMMAPLAN
5
23/117
2. Programmaplan 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR 2.1.1 Samen werken aan de jeugdhulp in Rijnmond De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond is een samenwerkingsverband van vijftien gemeenten, te weten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.1 De GRJR voert door de gemeenten gedelegeerde taken uit. De deelnemende gemeenten besloten in 2014 om samen te werken in het openbaar lichaam GRJR om gemeenschappelijk de specialistische jeugdhulp in te kopen en jeugdbescherming en -veiligheid te bieden. Gemeenten willen beschikken over een aanbod dat tegemoetkomt aan de mogelijke hulpvraag. Door gezamenlijke inkoop en subsidiëring is de beschikbaarheid geregeld zonder dat vooraf het feitelijke gebruik gedetailleerd bekend is. Gemeenten kunnen daardoor samen een breder palet aan voorzieningen bieden dan iedere afzonderlijke gemeente zou kunnen. Dit bredere aanbod maakt een betere match tussen vraag en aanbod en een effectieve en efficiënte inzet van jeugdhulp, jeugdbescherming en -veiligheid mogelijk. 2.1.2 Ambities van gemeenten zijn leidend De GRJR heeft tot taak de gemeenschappelijke inkoop en subsidiëring zodanig vorm te geven dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd.
Alle deelnemende gemeenten hebben de regiovisie Nabij en Passend vastgesteld. Vanuit deze visie ontwikkelen de gemeenten en de GRJR de jeugdhulp en jeugdveiligheidsketen in Rijnmond. Zo was de visie leidend voor de regionale inkoopcontracten van specialistische jeugdhulp vanaf 1-1-2023 en voor de regionale inspanningen om de jeugdbeschermingsketen te verbeteren. De sturing op en coördinatie van de inzet van regionaal ingekochte jeugdhulp zijn taken van de individuele gemeenten. Een voorbeeld van beleidsmatige aansturing is de regioagenda bij de regiovisie, waar de gemeenten ieder lokaal verder invulling aan geven. Een voorbeeld van operationele sturing is de toewijzing van jeugdhulp en validatie van declaraties door de lokale teams. De uitvoeringsorganisatie faciliteert hierbij met contract- en accountmanagement, financiële afhandeling en informatievoorziening. 2.1.3 Taken van de GRJR De GRJR is volgens de Gemeenschappelijke regeling verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: • Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet; • Het contracteren en/of subsidiëren uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet en het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis);
1 Per 1 jan 2023 fuseren de gemeenten Westvoorne, Brielle en Hellevoetsluis tot de gemeente Voorne aan Zee.
6
24/117
Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van de jeugdhulptaken, welke ingevolge de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen. (Hieronder wordt ook begrepen het met informatievoorziening faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen.) De taken worden uitgevoerd met inachtneming van afspraken op bovenregionaal of landelijk niveau. •
2.2 Kaders voor deze begroting 2.2.1 Kadernota GRJR 2023 Op grond van artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) dient de GRJR jaarlijks de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten te sturen. Het algemeen bestuur van de GRJR heeft al in een vroeg stadium, bij besluit van 1 oktober 2021, de kaders voor de begroting 2023 aangegeven in de Kadernota GRJR 2023. De hierin vastgelegde begrotingsuitgangspunten zijn hieronder samengevat. De getalsmatige en financiële uitwerking en toelichting is opgenomen in hoofdstuk 4 Financiële begroting. Realistisch begroten •
• • •
De zorglasten worden realistisch geraamd en onderbouwd. (uitgangspunt 4). Waarbij aansluiting gezocht wordt op landelijke afspraken die van grote invloed zijn op de financiële kaders voor de afzonderlijke gemeenten. Het is daarbij niet de bedoeling dat budgettaire beperkingen bij gemeenten leiden tot een niet-realistische begroting voor de regionaal ingekochte/gesubsidieerde hulp (uitgangspunt 3). De verwachte verschuivingen als gevolg van het woonplaatsbeginsel (uitgangspunt 11). Er wordt voor 2023 eenmalig budget Aanpak Wachttijden gereserveerd; over de beschikbaarstelling aan aanbieders wordt pas op basis van projectrapportage beslist (uitgangspunt 12). Het Veilig Thuis-budget wordt reëel geraamd op basis van realistische volumeinschattingen (uitgangspunt 14).
Indexatie •
•
In de ontwerpbegroting vindt voorlopige indexatie van tarieven en budgetten plaats voor 90% met voorlopig OVA voorgaand jaar en voor 10% met PPC -prijsindex voorgaand jaar. Inmiddels zijn de percentages bekend: Voorlopige Ova 2022 3,87%, inclusief extra verhoging met 1,13% voor extra lonen in de zorg. PPC index 2022 1,83% (uitgangspunt 16) In de begroting vindt indexatie van uitvoeringskosten plaats conform richtlijn van de deelnemende gemeenten. Inmiddels is het percentage waarmee de ontwerpbegroting wordt opgesteld bekend: Brief van de gemeenten uitvoeringskostenindex 4,80%. Dit is inclusief correcties van te lage percentages eerdere jaren. (uitgangspunt 17)
Inkoop 2023 en werken met twee inkoopmodellen (MVS) • •
De raming voor Dagbehandeling en Ambulante hulp gaan uit van lokale inzet buiten de GRJR, tenzij (uitgangspunt 8). De zorglasten A t/m F aan jeugdigen MVS, en bijbehorende inleg van MVS, niet door de GRJR begroot (uitgangspunt 6).
Jeugdbeschermingstaken wettelijk /niet-wettelijk scheiden •
In de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen kosten GI’s in verband met wettelijke en niet-wettelijke taken (zoals Crisis Interventie Team en Zorg Bemiddeling Teams) (uitgangspunt 13).
Overige uitgangspunten • • •
Het budget innovatie wordt beschikbaar gehouden (uitgangspunt 1). Het afzonderlijke budget Programmateam Regioagenda wordt gecontinueerd en zo nodig aangepast (uitgangspunt 2). Het budget Organisatiekosten wordt opnieuw onderbouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met de inkoopstrategie (knip MVS), de basistaken en ambitieniveau voor GRJR-taken op basis van de Regiovisie en Regioagenda. (uitgangspunt 15). Er wordt rekening gehouden met kosten van (het organisatorische waarborgen van) regionale monitorings- en verantwoordingsafspraken (uitgangspunt 7). 7
25/117
2.2.2 Aansluiting op Regiovisie Een gemeente heeft op grond van de Jeugdwet de verplichting om een jeugdige: a. Gezond en veilig op te laten groeien; b. In staat te stellen te groeien naar zelfstandigheid; c. In staat te stellen voldoende zelfredzaam te zijn en mee te doen in de maatschappij; d. En hiertoe een verordening op te stellen die het aanbod aan individuele en overige voorzieningen jeugdhulp op een voor de Jeugdige onderscheidende wijze beschrijft. In de uitvoering van deze verplichting is een fijnmazige ondersteuningsstructuur ontwikkeld die voorziet in de nodige hulp. Dit systeem heeft als doel om gezinnen die belemmeringen in de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen ondervinden op een zo vroeg mogelijk moment te ondersteunen en waar nodig zwaardere hulp in te zetten. De ondersteuningsstructuur kent grofweg een vierdeling: 0e lijn, vrijwilligers, welzijnsorganisaties, sport- en beweegaanbieders, onderwijs etc.; 1e lijn, het Lokale Team als uitvoerder van basishulp. Dit binnen het sociaal domein en in samenwerking met andere wettelijke verwijzers in de jeugdhulp.