CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

50. 326001 Raadsvoorstel Zienswijze conceptbegroting 2022 GR Jeugdhulp Rijnmond.pdf

Gemeenteraad AW 31 mei 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken26.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

10

€ Om het lopende transformatieproces na 2021 op gang te houden en nieuwe initiatieven mogelijk te maken wordt structureel € 2,0 miljoen uit de zorgbudgetten apart gezet voor transformatie en innovatie. € Onderdeel van de transformatieplannen is een transformatiemonitor ter ondersteuning van de sturing op de transformatie door alle betrokken partijen. Hierin zal de suggestie voor een transformatiemeetlat worden betrokken. Conform het strategisch informatieplan (AB februari 2021) gaat de GRJR-uitvoeringsorganisatie nadat de basis verder op orde is ook op deze strategische laag van de informatievoorziening acteren. € De afgesproken experimenteerruimte wordt gefaciliteerd door (na berekening van de inleg op basis van de vlaktaks) de inleg van deze gemeenten deels pas achteraf te innen. Normaal gesproken wordt de inleg volledig vooruitbetaald.

De totale omvang is

conform opgave van Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel geraamd op € 620.000 en verwerkt in opdracht E. De Kadernota geeft alleen voor 2022 ruimte om dit te doen. € De nog toe te wijzen taakstelling 2021 en 2022 is doorgevoerd in de budgetten 2022. € In de volgende Kadernota worden de gevolgen van de nieuwe inkoopstrategie voor de begroting 2023 uitgewerkt. In dat verband zal ook de vlaktaks weer bekeken worden. 2.2.3 Reëel begroten in Coronatijd Kadernota: Bij de Kadernota 2021 hebben de 15 gemeenten van de jeugdregio Rijnmond gezamenlijk afgesproken om een financiële taakstelling te formuleren. Om dit te bereiken is een gezamenlijk pakket van maatregelen opgesteld. De maatregelen hangen sterk samen met de inzet op de transformatie van de jeugdhulp en het voeren van regie, zowel lokaal als regionaal, op casusniveau, ingezette zorg en kosten. In de Kadernota is te lezen dat de taakstellingen voor de jaren 2021 en 2022 volledig zijn ingevuld. Daarmee wordt bedoeld dat concrete maatregelen zijn bepaald waarvan de besparingsopbrengst op het begrotingstotaal in mindering is gebracht. Deze zijn nog niet vertaald naar daadwerkelijke verlaging van budgetten op opdrachten. De GRJR en deelnemende gemeenten werken nog aan de nadere invulling voor de resterende taakstelling voor de jaren 2023 en 2024.

Dit gebeurt op basis van de ervaringen met de effecten van de benoemde maatregelen en op basis van de uitkomsten van de transformatiesubsidies 2020.

11

Een onzekere factor op dit moment is de corona-crisis. Het is nog onduidelijk wat deze crisis doet met de vraag naar jeugdhulp en hoe lang de effecten van de crisis na-ijlen en wat de betekenis is voor de begroting van 2022. Reacties raden: -

Lansingerland, Capelle aan den IJssel, Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk uiten een vermoeden van uitgestelde zorg, en/of een langere nasleep van Corona, en vragen de huidige en toekomstige effecten op regionale specialistische jeugdhulp inzichtelijk te maken. Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk spreken de hoop uit dat dit binnen de begroting kan worden opgevangen.

-

Capelle aan den IJssel vraagt om goed en scherp, realistisch te begroten met als doel minder wijzigingen en overschrijdingen.

-

De gemeenten Brielle, Nissewaard, Goeree-Overflakkee, Westvoorne en Hellevoetsluis merken op dat de meerjarige taakstelling in de Kadernota van de gemeenten vraagt om het lokale netwerk rond kwetsbare gezinnen te versterken.

-

Schiedam verzoekt om het voorgestelde risicopercentage (vanwege het risico van oplopende tekorten) te heroverwegen en te komen met een realistischer percentage.

-

Schiedam maakt zich zorgen over realiteitszin van de besparingsambitie, gezien de niet afhoudende stroom berichten over uitgaven en tekorten jeugdzorg. Schiedam stelt voor om de besparingsambitie te verhogen en niet als taakstelling op te nemen maar op de begrotingsonderdelen te specificeren.

-

Vlaardingen wil dat de taakstellingen gericht op kostenvermindering overeind blijven.

-

Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk vragen om realistisch te begroten, waardoor minder wijzigingen nodig worden en meer sluitende jaarrekeningen verwacht kunnen worden.

Begroting 2022: Toen de Corona-pandemie in maart 2020 in ons land begon was nog geen sprake van doorwerking tot in 2022. Bij het opstellen van de Kadernota 2022 wel. En inmiddels staan begin 2021 de gevolgen van de Corona-maatregelen, zoals de langdurige lockdown en de avondklok, voor jeugdigen volop de agenda. Dit in combinatie met de wachttijdenproblematiek, die door Corona-omstandigheden zeker niet minder wordt, en de publicatie van het landelijke rapport van AEF over de structurele kosten van Jeugdhulp. Het AB besprak naar aanleiding hiervan in februari 2021 de gevolgen voor de begroting 2021, 2022 en besloot hierover als volgt: Besluit AB februari 2021 -

Instemming met het sturen op de coronakosten via de Burap, tenzij er tussendoor significante afwijkingen worden waargenomen.

-

Kennisnemen van het AEF-rapport en vooralsnog de kadernota als uitgangspunt te blijven nemen voor de opstelling van de begroting 2022 en meerjarenraming die tijdens het AB van april [2021] ter besluitvorming worden voorgelegd.

-

Vooruitlopend op extra middelen (ondersteund door AEF-rapport) op onze verzoeken bij het Rijk (Brandbrief wethouder Roopram cs, brief GRJR en aanbieders, VNG noodkreet) in verband met

12

oplopende zorgen in zowel lokale als regionale bekostiging van jeugdhulp, de opdracht aan de GRJR te geven om scenario’s uit te laten werken die recht doen aan: a.

De gewenste opbouw van de lokale zorg zoals de transformatie (zoals in de nader uitgewerkt in de regiovisie) van ons vraagt;

b.

Zorgen omtrent wachttijden in de regionale jeugdhulp, deels tijdelijk (corona), deels al langer schurend en ook door de IGJ gesignaleerd;

en deze scenario’s voor te leggen aan het AB van 2 juli 2021. In het AB van april wordt de voortgang hierop besproken, zodat indien wenselijk bijstelling van de (financiële) kaders tijdig kan plaatsvinden.

-

Instemming met het aangaan van het gesprek met VWS, VNG en/of de inspectie om de problematiek nader te duiden en aan te dringen op financiële middelen.

Dit betekent dus dat tussen ontwerp- en definitieve begroting nog wijzigingen kunnen worden doorgevoerd naar aanleiding van de scenario-analyse. De reacties en besluiten zijn als volgt verwerkt in de begroting 2022: € In de raming van de budgetten is de besparing 2021 en 2022 verwerkt. Het totaalbedrag van € 5.369.394 is in mindering gebracht op de budgetten 2022 voor de opdrachten A t/m E, naar rato van het plan van aanpak dat bij de begroting 2021 was vastgesteld. Onderdeel hiervan is overigens een verhoging van het budget pleeghulp ten laste van B/C. € Het risicobudget wordt conform Kadernota op 1,5% gehouden, maar in de risicoparagraaf worden risico’s van Corona en tegenvallende besparingsopbrengst gekwantificeerd. Gemeenten dit in de eigen weerstandscapaciteit betrekken. 2.2.4 Voorbereiding op twee inkoopsystematieken in meerjarenbegroting Kadernota: De gemeenten Maassluis, Vlaardingen, Schiedam hebben eind 2020 aangegeven een eigen inkoopsystematiek voor specialistische jeugdhulp te willen hanteren in plaats van de gezamenlijke regionale inkoop. De vijftien gemeenten vinden het van groot belang om in de GRJR te blijven samenwerken en zullen vanaf 2023 met twee inkoopsystematieken. Bij de totstandkoming van de Kadernota 2022 is nog geen rekening gehouden met de ontwikkelingen rond een eigen inkoopsystematiek van MVS. Reacties raden: -

Maassluis, Vlaardingen, Schiedam vragen om de gevolgen van werken met twee inkoop- systematieken door te rekenen in de meerjarenbegroting. Hierbij moet de eigen specifieke taakstelling van Vlaardingen voor 2023 niet worden vergeten.

13

-

Brielle, Nissewaard, Goeree-Overflakkee, Westvoorne en Hellevoetsluis vragen om het effect van twee inkoopregimes te volgen op financiële haalbaarheid, zorgcontinuïteit en zorgkwaliteit.

-

Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel attenderen op de beheersing van de uitvoeringskosten bij het werken met twee inkoopregimes. Krimpen vraagt te zorgen dat dit niet tot vermeerdering van organisatiekosten leidt. Capelle vraagt om een aangepaste begroting als de MVS-gemeenten een deel van de inkoop zelf regelen.

-

Schiedam adviseert om alle kosten die nodig zijn voor het uitvoeren van het werk en de organisatie van de GRJR ook daadwerkelijk op te nemen.

Begroting: In de voorliggende begroting is nog geen bijstelling van het meerjarenperspectief opgenomen in verband met de lokale inkoop MVS. Na de recente besluitvorming konden de gevolgen niet tijdig voor de begrotingsopstelling voldoende worden onderzocht. Voor de verdere uitwerking is een marsroute uitgestippeld die zal uitmonden in nieuwe uitgangspunten in de Kadernota 2023 in de samenhang met de inkoopstrategie. 2.2.5 Verschuiving drangtaken GI’s naar individuele gemeenten Kadernota: In 2019 is onderzocht of er bij de Jeugd Bescherming Rotterdam Rijnmond en de William Schrikker Stichting taken zijn die wellicht ook lokaal (bij de lokale teams) belegd kunnen worden. Hierbij wordt vooral aan de zogenaamde taken ten aanzien van drang gedacht. In 2020 is gekeken of en hoe deze beweging naar de lokale teams gemaakt kan worden en wat dit dan voor de lokale teams betekent. Naar verwachting zal dit in 2022 en verder tot een verlaging van de begroting voor de GI’s leiden. Dit is wel van een aantal zaken afhankelijk, waaronder besluitvorming van gemeenten over de beweging van drang. Wanneer gemeenten dit zelf gaan uitvoeren dan zal dit leiden tot verlaging van de productie van de GI’s. Gemeenten is gevraagd om dit uiterlijk 1/11/2020 inzichtelijk te maken. Het kan dat een deel van de gemeenten toch besluit de taken bij de GI te laten. Reactie raden: -

Brielle, Nissewaard, Goeree-Overflakkee, Westvoorne en Hellevoetsluis benoemen deze verschuiving van drangtaken expliciet.

Begroting: Eind 2020 gaven de gemeenten in de jeugdhulpregio Rijnmond aan per 2022 hierop voorbereid te zijn. Verdere uitwerking vindt plaats gedurende 2021. Omdat dit voornemen sterk aansluit op de Regiovisie en transformatie en eind 2019 al nadrukkelijk is ingezet, is voor de begroting 2022 voorzichtig uitwerking gegeven aan dit punt in de Kadernota.

14

€ Het budget GI’s is met € 3,8 miljoen verlaagd op basis van de aanname dat de taken van de GI’s bij ‘drang’ door gemeenten zijn overgenomen en/of niet meer via de GRJRsubsidie lopen. 2.2.6 Wijziging van het woonplaatsbeginsel Kadernota: Het nieuwe woonplaatsbeginsel heeft gevolg voor de hoogte van de inleg van gemeenten binnen de GRJR, door verschuivingen van jeugdigen in zorg tussen gemeenten. Reacties raden: Geen.

Begroting 2022: Het is nog niet duidelijk wat de definitieve ingangsdatum is. De afstemming van overhevelingen tussen gemeenten onderling en met zorgaanbieders wordt landelijk voorbereid en gecoördineerd. Ook de uitvoeringsorganisatie zal de administratieve gevolgen daarvan verwerken. Als er meer duidelijkheid is over de impact wordt bij de Kadernota 2023 naar gevolgen voor de vlaktaks gekeken. 2.2.7 Zorgkosten indexering Kadernota: De Kadernota 2022 hanteert voor indexering van zorggerelateerde kosten het voorlopige OVA indexatiecijfer 2021 op de site van de NZA, te weten 3.24%. Reacties raden: Geen.

Begroting: Naar aanleiding van beraadslagingen van het algemeen bestuur in december 2020 wordt een nauwkeuriger (en iets lagere) indexatierichtlijn die eerder duidelijkheid biedt aan alle partijen: Voorlopige indexatie van de tarieven en budgetten voor 90% met voorlopig OVA 2021

-

van 3,24% en voor 10% met PPC -prijsindex van 1,73%; Definitieve indexatie in de begroting 2022 met de in juli 2022 bekende (dan

-

vermoedelijk definitieve) percentages OVA en PPC. 2.2.8 Uitvoeringskosten en indexering Kadernota: Voor indexering van organisatiekosten geldt de richtlijn van gemeenten, in afwachting daarvan is voorlopig het percentage 2021 van 1,4% gehanteerd. Reacties raden: -

Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk en Schiedam verzoeken de organisatiekosten in lijn met de brief van de regio te indexeren.

15

Begroting: € Voor indexatie van de uitvoeringskosten wordt de definitieve richtlijn van 1,90% gevolgd conform brief van 18 december 2020 en ingebrachte zienswijzen.

2.3 Beoogde resultaten per opdracht Het totale aanbod van regionale jeugdhulp is opgedeeld in een aantal opdrachten. Het doel van deze onderverdeling is integraliteit en pluriformiteit van zorgaanbod te borgen. Bij alle opdrachten zijn meerdere opdrachtnemers met een raamovereenkomst gecontracteerd. Waar aanvullend nodig worden subsidies verleend. Bij de indeling in opdrachten is onderscheid gemaakt in zorg die: -

Thuis/ambulant geboden kan worden (opdrachten D en E);

-

Niet thuis geboden kan worden; vervangende opvoeding genoemd (opdrachten A t/m C); Hierbij kan het perspectief zijn (1) terug naar huis, (2) blijvend vervangende opvoeding (bijvoorbeeld pleegzorg, kamertraining) of (3) observatie; komen tot vraagverduidelijking met de combinatie van een tijdelijk situatie van vervangende opvoeding.

-

Overige (niet gecontracteerde) jeugdhulp, waaronder jeugdbescherming, Veilig Thuis en landelijke inkoop (opdrachten G en H).

De toelichting is nagenoeg gelijk aan de begrotingen 2020 en 2021, waarin bestaande producten/diensten en meerjarig doorlopende ontwikkelingen worden geschetst. 2.3.1 opdracht A: Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Opdracht A heeft als doel het bieden van een stabiele opvoedsituatie in een pleeggezin voor de jeugdigen die vervangende opvoeding nodig hebben. De duur van pleegzorg varieert van tijdelijk tot langdurig, dit is afhankelijk van de thuissituatie en/of mogelijkheden van de ouders om de opvoeding zelf weer op te kunnen pakken. Pleegzorg kan zowel in deeltijd- als voltijdvorm ingezet worden. Bij voltijdpleegzorg woont een kind de gehele week bij het pleeggezin. Deeltijdpleegzorg houdt in dat een kind een aantal dagen per week of maand bij een (ander) pleeggezin woont. Het doel van deeltijdpleegzorg kan het ontlasten van het biologische gezin of het pleeggezin zijn. Bij met name langdurige inzet van pleegzorg kan een situatie ontstaan dat er aanvullende hulp nodig is. Deze hulp kan vanuit opdrachten D en E (respectievelijk daghulp en ambulante hulp) geleverd worden, eventueel door een andere aanbieder.

16

Het voornaamste aandachtspunt binnen deze opdracht is de werving van voldoende pleegouders en het behoud van bestaande pleegouders. De vraag naar pleeggezinnen is groter dan het aanbod. Met gerichte campagnes, in afstemming met gemeenten en aanbieders, wordt het pleegouderschap aantrekkelijker gemaakt wordt. Daarnaast is er behoefte aan de mogelijkheid om binnen opdracht A diverse vormen van hulp en ondersteuning kort- of langdurend naast pleegzorg in te zetten. Hiermee kan breakdown (uitval) van kinderen in pleegzorg voorkomen worden en hierdoor kunnen ook kinderen met complexere problematiek in een pleeggezin geplaatst worden. 2.3.2 opdracht B: Weer naar huis (Opname) en 2.3.3 opdracht C: Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Vanwege de inhoudelijke en financiële samenhang worden de opdrachten B en C gezamenlijk toegelicht. Op subopdracht B2 (gesloten jeugdhulp) volgt een aparte toelichting. B1/ B3/ B4 (opname en verblijf) en C1/C2/C3/C4 (langdurig verblijf) Vanuit het innovatiebudget is sinds een aantal zorgaanbieders (gezamenlijk) gestart met een ‘long-care’ voorziening in opdracht C4. Deze extra capaciteit in opdracht C biedt zorgaanbieders de mogelijkheid om kinderen sneller te laten doorstromen vanuit opdracht B. Dit zorgt ervoor dat ruimte vrijkomt voor nieuwe instroom bij voornamelijk de intensieve behandelplekken (B3).

Hierdoor zal de druk op de behandelplekken in opdracht B verlaagd worden en zal het de doorstroom vanuit de crisis versnellen. Met alle zorgaanbieders in opdrachten B en C wordt gewerkt aan het creëren van een dekkend zorglandschap, maar ook overbruggingszorg, betere afschaling, snellere doorstroom en opname voorkomende en opname verkortende trajecten staan daarin centraal. B2 (gesloten jeugdhulp) Landelijk en bovenregionaal wordt gewerkt aan verdere transformatie van de gesloten jeugdzorg. Het doel is deze jeugdhulp meer te vervlechten met het lokale en (sub)regionale veld van de jeugdhulp. In de stuurgroep (alleen voor de regio Rijnmond, maar ook landelijk) wordt gezamenlijk gezocht naar mogelijkheden van ambulantisering.

17

2.3.4 opdracht D: Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Opdracht D voorziet in hulp voor de jeugdige die wordt beperkt in zijn functioneren en ambulante behandeling en/of ondersteuning nodig heeft, maar wel in combinatie met daghulp. Perspectief is dat bij de jeugdige een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek mogelijk is. Jeugdige leert omgaan met een mogelijke blijvende beperking in het functioneren, gericht op het vergroten en/of behoud van de zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval. Aandachtspunt in deze opdracht is de aansluiting met de lokaal ingekochte hulp voor jeugd met een beperking en/of de hulp in het kader van medische problematiek. De verbinding met door derden (gemeenten/zorgverzekeraars) ingekochte hulp is essentieel en vraagt om extra goede aansluiting, zodat bijvoorbeeld de dagbehandeling ingezet kan worden als opschaalmogelijkheid als lokale initiatieven onvoldoende blijken. Hiermee kan een opname in een kliniek worden voorkomen. Andersom kan vanuit de kliniek de dagbehandeling als afschaalmogelijkheid ingezet worden om de klinische behandelduur zo kort mogelijk te houden. Ook is de aansluiting van belang voor de eventuele behandeling van de ouders.

Ook de samenwerking op subregionaal gebied met het passend onderwijs is noodzakelijk, om de combinatie onderwijs en daghulp vorm te geven en doorlopende trajecten van zorg en onderwijs beter op elkaar aan te sluiten. Belangrijk aandachtspunt hierbij is de schaarste op gebied van (voortgezet) speciaal onderwijs. Verdere ontwikkeling van het aanbod in deze opdracht is eveneens van belang om alle leeftijdsgroepen/doelgroepen te kunnen helpen. 2.3.5 opdracht E: Pakket thuis (Ambulante hulp) Hulp in opdracht E is voor de jeugdige die wordt beperkt in zijn functioneren en behandeling en/of ondersteuning nodig heeft, die in de thuissituatie (ambulant) geboden kan worden. Perspectief is dat bij de jeugdige een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek mogelijk is. Jeugdige leert omgaan met een mogelijke blijvende beperking in het functioneren, gericht op het vergroten en/of behoud van de zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval. De hulp en ondersteuning in opdracht E is flexibel in tijd, intensiteit en specialisme. De hulp en ondersteuning wordt gericht op en (zoveel als mogelijk) uitgevoerd waar de jeugdige leeft. De hulpverleners zijn bekend met het gebied (en de partners binnen dat gebied) waar de jeugdige leeft en werken nauw samen met het lokale team. Bij de hulp wordt ingezet op

18

continuïteit in de hulpverlening voor de jeugdige. Indien nodig is de hulp 24 uur per dag bereikbaar en beschikbaar en er kan snel geschakeld worden bij acute situaties. Aandachtspunt in deze opdracht zijn de oplopende wachttijden. De verwachting is dat de instroom geleidelijk aan afneemt waardoor ook de druk op de wachtlijsten afneemt. Meer integrale afstemming en samenwerking in zowel zorglogistiek als dienstverlening tussen aanbieders leidt daarnaast mogelijk ook tot kortere wachttijden. Met de zorgaanbieders vindt afstemming plaats naar mogelijkheden hiervoor. 2.2.6 opdracht F: Crisishulp Crisishulp kan bestaan uit: -

Snelle en intensieve ambulante crisishulp in de thuissituatie (verblijfsduur gemiddeld 4 weken);

-

Vervangende opvoeding in een crisis-pleeggezin (verblijfsduur gemiddeld 2 maanden);

-

Vervangende opvoeding in een voorziening voor crisisopvang (verblijfsduur maximaal 4 weken).

De aanspraak op crisishulp wordt bepaald door het Crisis Interventie Team (CIT, onderdeel van JBRR, zie opdracht G) of de GGZ-crisisdienst. In de samenwerking tussen CIT (Opdrachtgever), GGZ-crisisdienst en Opdrachtnemer wordt bepaald welke vorm van hulp het meest passend is. De opdracht van CIT is leidend bij het inzetten van crisishulp. In opdracht F is sinds 2018 een daling zichtbaar van het aantal jeugdigen voor wie inzet van crisishulp nodig is. De doorlooptijden binnen de crisishulp vormen wel een aandachtspunt. Dit vooral door wachtenden op passende vervolghulp. De afstemming en samenwerking op het gebied van instroom wordt verbeterd. JBRR en beide aanbieders van GGZ-crisisdiensten starten een transformatiepilot waarin crisishulp enkel nog toegankelijk is via het CIT. Daartoe worden aan het CIT FTE GGZ toegevoegd. Bij de doorontwikkeling hiervan wordt Opdrachtnemer aangehaakt. Hiermee wordt beoogd jeugdigen sneller en dichter bij huis passende hulp te bieden. Tevens wordt een pilot uitgevoerd met crisispleegzorg met het doel meer maatwerk te bieden en het sociaal netwerk meer te betrekken. Dit onder meer om trauma’s bij deze veelal jonge kinderen te voorkomen.

19

2.2.7 opdracht G: Gecertificeerde Instellingen Opdracht (G) bestaat uit een aantal producten en diensten die geen onderdeel uitmaken van de resultaatgerichte bekostiging, te weten: Jeugdbescherming/Jeugdreclassering (JB/JR)maatregelen dwang & drang, Crisis Interventie Team en het KSCD. Onderstaand worden deze onderdelen toegelicht. Jeugdbescherming/Jeugdreclassering maatregelen dwang & drang Vanaf 2015 worden Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (JB/JR) uitgevoerd door de gecertificeerde instellingen (GI’s) die aan het normenkader JB/JR voldoen. Het normenkader stimuleert en ondersteunt de instellingen om continu de kwaliteit van de eigen organisatie te verbeteren en te borgen. Het normenkader heeft daarnaast als doel dat de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid voor jeugdigen en het gezin worden geborgd. Binnen de regio Rijnmond wordt het grootste deel van de maatregelen JB/JR uitgevoerd door de GI Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). JBRR is ook opdrachtgever voor de taken die door de William Schrikker Stichting (WSS) worden uitgevoerd. Het Leger des Heils Jeugdbescherming en -Reclassering (LJ&R) is ook een aanbieder in de regio Rijnmond. In december 2019 is het onderzoek naar de producten en tarieven van JBRR (en WSS) afgerond.

Het AB GRJR heeft naar aanleiding van het onderzoek besloten dat de GI’s de focus moeten leggen op de dwang producten (OTS, JR en voogdij), zodat jeugdigen en ouders kwalitatief goede hulp en ondersteuning krijgen, zonder wachttijden of een wachtlijstaanpak. De GI’s kunnen naar aanleiding van deze beweging vanaf 2020 minder inzetten op hulp in het vrijwillig kader. Dit sluit ook aan op de wensen en ambities van verschillende gemeenten om de casusregie voor drang/complexe casuïstiek door hun lokale teams te laten uitvoeren. Voor lokale teams is het wel een opgave waar nog een ontwikkeling in nodig is. Hoe deze ontwikkeling er uit kan zien zal in de eerste helft van 2020 inzichtelijk worden gemaakt. Vanuit de transformatieagenda worden diverse ontwikkeltrajecten uitgevoerd, waaronder activiteiten om de lokale infrastructuren te versterken. JBRR is in 2020 begonnen met het aan lokale teams ondersteuning bieden met diverse activiteiten. Het streven en de verwachting is dat de inzet door GI’s op dwang de komende jaren verder zal afnemen. De kwaliteit in de dienstverlening aan jeugdigen en ouders zal toenemen en de samenwerking met partners zal verbeteren.

20

In de Jeugdbeschermingsketen zijn verschillende instellingen actief, Veilig Thuis, GI en de Raad voor de Kinderbescherming, die deels overlappende taken hebben. In de regio Rijnmond wordt een pilot gedaan “Meer samen doen in Crisis”, in het kader van het programma Zorg voor de Jeugd actielijn 5, waarvan het doel is om het clientproces bij crisismeldingen kwalitatief beter en efficiënter te maken. Deze pilot zal input (kunnen) opleveren voor de landelijke beweging om jeugdbescherming en beschermingsketen effectiever te maken. Crisis Interventie Team (CIT) Kinderen die acuut in hun veiligheid bedreigd worden krijgen ondersteuning van het CIT. Politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners, maar ook ouders en kinderen zelf kunnen contact opnemen met het CIT. Het CIT treedt op in crisissituaties en kan direct de noodzakelijke hulp inzetten. In 2019 is het aantal meldingen bij het CIT weer toegenomen. Streven is om het aantal CIT-meldingen omlaag te krijgen. Door ondersteuning te bieden aan de lokale teams, onder andere door de transformatie activiteiten, hoopt JBRR bij te dragen aan een afname. Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek (KSCD) Het KSCD is een zelfstandig organisatieonderdeel binnen JBRR dat voor de GI’s ondeer andere diagnostisch onderzoek uitvoert en instemmingsverklaringen voor gesloten plaatsingen afgeeft.

Aandachtspunt voor het KSCD is dat het aantal uitgevoerde beslissingsondersteunende onderzoeken hoger ligt dan het aantal geraamde onderzoeken. Deze onderzoeken dienen binnen 3 maanden te worden afgerond. Vraag en aanbod sluiten, mede door de complexe arbeidsmarkt, nog niet goed op elkaar aan. Het aanbrengen van verbeteringen hierin is voor de GRJR en JBRR een belangrijk aandachtspunt. 2.2.8 Opdracht H: Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond is een zelfstandige stichting die invulling geeft aan de wettelijke verplichting om op bovenlokaal niveau een Advies en Meldpunt huiselijk Geweld en Kindermishandeling te organiseren. In 2019 is een onderzoek uitgevoerd naar de producten en tarieven van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond. Dit onderzoek is de basis voor een meerjarenbegroting. Ook is in 2019 de verscherpte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in werking getreden. Eind 2019 bleek dat dit tot een hogere stijging van het aantal adviesvragen en meldingen heeft geleid dan vanuit de landelijke impactanalyse werd verwacht. Dit effect was niet volledig in het onderzoek meegenomen en heeft geleid 21

tot een structurele budgetverhoging vanaf 2020. Door diverse efficiencyslagen, aanpassingen in het werkproces en samenwerkingsafspraken met partners zet Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond in op het verwerken van de stijgende instroom binnen de begroting. 2.2.9 Opdracht I: Overig Buitenregionale plaatsingen De subsidie voor buitenregionale plaatsingen is bedoeld voor de financiering van jeugdhulpplaatsingen bij zorgaanbieders buiten de regio. Deze begrotingspost bestaat uit twee

vormen

van

pleegzorgplaatsingen

buitenregionale via

Enver

en

plaatsingen,

individuele

namelijk

buitenregionale

maatwerkcontracten

met

niet-

gecontracteerde jeugdhulpaanbieders van buiten de regio. De hoogte van de uitgaven aan buitenregionale plaatsingen is al jaren redelijk constant, al lijkt een tendens zichtbaar van meer pleegzorgplaatsingen buiten de regio, conform ambities. (Zie ook jaarverslag 2020.) Adolescenten Strafrecht (ASR) In

het

kader

van

het

adolescentenstrafrecht

(ASR)

kan

een

rechter

of

reclasseringsmedewerker een hulpverleningstraject opleggen. Vanwege de leeftijd van deze jeugdigen

(18-23)

en

hun

ondersteuningsbehoefte

wordt

hiertoe

dan

een

maatwerkcontract afgesloten. Om betere aansluiting met de binnen de regio Rijnmond aangeboden specialistische jeugdhulp te waarborgen is de coördinatie op deze trajecten middels een subsidie bij een gecontracteerde aanbieder belegd. De kosten van deze trajecten stijgen. Dit komt omdat meer jongeren worden veroordeeld volgens het adolescentenstrafrecht, de problematiek zwaarder wordt, de lange duur van trajecten en doordat uitstroom soms lastig is door het ontbreken van huisvesting. Landelijke inkoop (LTA) Vanuit het Rijk zijn wat betreft een aantal zeer specialistische zorgvoorzieningen afspraken gemaakt voor landelijke inkoop. De VNG sluit contracten met jeugdhulpaanbieders namens alle gemeenten. Uitgangspunt hierbij is dat er sprake is van weinig cliënten en een landelijke spreiding. Daarnaast is er een aantal functies die weliswaar niet rechtstreeks zorg voor jeugd raken maar wel randvoorwaardelijk zijn voor het functioneren van het stelsel rondom jeugdhulp. De samenwerkende gemeenten in de regio Rotterdam-Rijnmond hebben besloten om de financiering en reservering van deze middelen binnen de gemeenschappelijke regeling te beleggen, aangezien het zeer specialistische voorzieningen 22

betreft en binnen de samenwerking eventuele fluctuaties in het gebruik van deze voorzieningen kunnen worden opgevangen. De VNG heeft in 2019 opnieuw om een mandaat gekregen voor het aangaan van raamovereenkomsten voor een periode van 5 jaar, van 2021 tot en met 2025. Voor het jaar 2021 zijn de contracten met één jaar verlengd. De VNG verkent wat te doen voor 2022: nog een jaar verlengen of opnieuw aanbesteden. Ten aanzien van het LTA geldt dat de kosten moeilijk te beïnvloeden zijn omdat de verwijzing doorgaans verloopt via huisartsen of medisch specialisten. De lokale teams zijn daar meestal niet niet bij betrokken. GGZ-crisisdienst De GGZ-crisisdienst van Parnassia en GGZ Delfland is alleen bereikbaar voor huisartsen, politie, centrum eerste hulp of andere hulpdiensten. De 7x24 uur crisisdienst bestaat uit een team van artsen en sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen. Zij beoordelen of en zo ja welke acute psychiatrische hulp moet worden geboden. Beide zorgaanbieders volgen hierbij de uitgangspunten van de Generalistische Module Acute Psychiatrie. Dit betreft (1) een eerste direct contact (< 24 uur), en (2) maximaal 3 dagen acute zorg voor beoordeling, triage en eventueel doorverwijzing naar vervolg (crisis)hulp. Het team van de crisisdienst doet zelf geen seriebehandeling.

23

Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN

24

3.Paragrafen Met de invoering van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in 2004 is met betrekking tot de verslaggeving een aantal verplichte paragrafen (beleidsuitgangspunten van beheersmatige activiteiten) voorgeschreven, te weten: lokale heffingen; verbonden partijen; onderhoud kapitaalgoederen; weerstandsvermogen en risicobeheersing; grondbeleid; financiering en bedrijfsvoering. Niet alle paragrafen zijn van toepassing voor Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond.

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risico-analyse In 2017 is op verzoek van het AB naar het weerstandsvermogen en de risicobeheersing van de GRJR gekeken. Op basis van de uitkomsten hiervan besloot het AB om geen weerstandsvermogen in te stellen, maar eventuele hogere kosten dan begroot achteraf bij de jaarrekening met de deelnemende gemeenten te verrekenen. De overweging hierbij was dat de deelnemende gemeenten zelf het risico op tegenvallende jeugdhulpuitgaven willen beheersen en daarvoor naar behoefte zelf weerstandsvermogen willen aanhouden. Daartoe worden, in samenwerking met de gemeenten, in de risicoparagraaf van de GRJR begroting de risico’s in kaart gebracht. In onderstaande tabel is de top-5 van risico’s uitgewerkt en financieel vertaald. Daarbij is per risico in samenspraak met gemeenten een inschatting gemaakt van de kans dat het zich voordoet en de mogelijke financiële impact als het zich voordoet. Deze risico-analyse sluit aan op de overwegingen van het algemeen bestuur in februari 2021 naar aanleiding van de Corona-ontwikkelingen, AEF-rapport en wachttijden. Het totale gewogen risico bedraagt volgens deze analyse ruim € 6,6 miljoen. De meerjarenbegroting bevat een budget ‘Risico’s Jeugdhulp’. In 2017 is hiervoor door het algemeen bestuur van de GRJR een bandbreedte van1,5 tot 2,0 % vastgesteld.

Tot op heden is steeds de ondergrens van deze bandbreedte toegepast. In de begroting 2022 is conform Kadernota 2022 weer 1,5% van het totale budget opgenomen voor ‘Risico’s Jeugdhulp’, of beter gezegd als ‘Bedrag Onvoorzien’ en daarmee als weerstandscapaciteit binnen de GR-

25

begroting. Dit budget is circa € 3,5 miljoen. Dit impliceert dat het GR-bestuur er van uit gaat dat de deelnemende gemeenten voor een ongedekt risico van circa € 3,1 miljoen desgewenst zelf maatregelen treffen.

Beheersmaatregel Beheersmaatregel (om risico te (nadat het risico zich Nr Risico Omschrijving risico voorkomen) voordoet) 1 Hogere indicatie dan Te hoge indicaties (langere Voorlichting toeleiders over stijgende Extra geld of inhoudelijk nodig indicaties, oud gedrag) leiden tot kosten en kostenbewustzijn, uitleg over wachtlijsten accepteren (ondoelmatigheids- onnodige hoge kosten.Budget arrangementen, lichtere varianten risico) snel bereikt. Hogere voorschrijven.De regiogemeenten verzilveringsgraad tov eerdere monitoren de lokaal bestelde zorg zodat jaren. Te hoge indicatie kunnen hogere bestellingen tijdig opgemerkt lang (1,5 jaar) doorlopen. worden. Instellen budgetplafonds zodat financiele impact beperkt blijft. Triage bemiddelingsteam. Doorontwikkeling lokale teams (o.a. professionalisering). Ook afschaling vanuit zorgaanbieders noodzakelijk (bij opvallende zaken aanspreken).Vooraf afspreken dat derden doorgeven welke zorg besteld is. Afspraken over routering van bestelde zorg. Experttool als instrument voor frontoffice medewerkers en derden voor afweging en vertaling hulp naar resultaatarrangementen. Opleidingen, budgetplafonds op enkele percelen.

gewogen risico 2022

2.082.356 2 Faillissement zorgaanbieder

3

Een zorgaanbieder gaat failliet. Inkoop zorg over verschillende De zorg wordt niet meer geleverd zorgaanbieders spreiden. Toets en de zorglevering aan clienten solvabiliteit bij contractering. kan niet meer gewaarborgd Aandachtspunten in worden. Door overgang van accountantgesprekken. Opstellen klanten naar nieuwe protocol faillisementen zorgaanbieders zorgaanbieders ontstaan Hogere zorgkosten, uitgestelde Kwetsbare kinderen wel opvangen op

Coronacrisis leidt tot zorgvraag door lockdown hogere zorgkosten 4 Verkorten van de Geen bestuurlijk draagvlak om wachttijden huidige wachtlijsten te accepteren. Wachttijden terugbrengen 5 Op structurele De begroting is vanaf 2020 zorgkostenstijging opgehoogd en bevat ingeboekte (hogere kosten per besparingen op basis van te cliënt of meer realiseren (o.a. transformatie-) clienten) maatregelen. Onduidelijk of onvoldoende hiermee de kostenstijging geanticipeerd ivm gedempt is knellende budgetten gemeenten Totaal top 5 risico's Overige risico's Totaal risico's

Protocol faillissementen zorgaanbieders in werking stellen. Vormen voorziening volledige bedrag bij eerste signalen. Vervangende zorg inkopen en tegen Zorgverlenen betalen

1.167.648

school, hierdoor tijdige signalering 967.785 Voorleggen aan het bestuur

Begroting aanpassen

832.942 Extra aandacht voor kwartaalcijfers. Begroting aanpassen Probleem blijven agenderen bij Minister, te laag budget (kosten beinvloedbaar door indicatieproces wijkteams, is dat altijd wenselijk?)

616.715 5.667.447 963.583 6.631.030

Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken wordt voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, 26

grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Deze zijn: nog actualiseren ahv beginbalans obv JR20

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen zijn gelijk omdat er geen sprake is van aangegane leningen. Hierdoor is er geen sprake van druk van rentelasten en aflossingen. Dit kengetal is derhalve laag bij de GRJR en meerjarig in evenwicht. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de GRJR in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien er sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen (het totaal van de algemene en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van indien een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd).

Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie. De solvabiliteit is nul omdat er geen sprake meer is van eigen vermogen. Het is een bewuste keus van het AB Jeugdhulp Rijnmond om de reserves van de GRJR zo laag mogelijk te houden. Dit omdat gemeenten op grond van de wet aansprakelijk zijn voor tekorten bij een Gemeenschappelijke Regeling. Als er een tekort ontstaat op het totaalbudget van de GRJR storten gemeenten een evenredig bedrag bij conform de voor dat jaar afgesproken verdeelsleutel. Het is dus niet wenselijk en ook niet nodig om bij de GRJR hoge reserves te vormen. Daarnaast is er bij de GRJR ook geen sprake van schulden in de vorm van aangegane leningen.

27

Grondexploitatie Voor de GRJR is dit financiële kengetal niet van toepassing. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn in het geval van de GRJR de bijdragen vanuit de deelnemende gemeenten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Omdat binnen de begroting van de GRJR gestreefd wordt naar een structureel evenwicht tussen de baten en lasten komt de structurele exploitatieruimte op 0 uit. De baten in de vorm van de bijdragen van de deelnemende gemeenten zijn exact even hoog als de begrote lasten. Zoals bij het kengetal solvabiliteit al is toegelicht is dit een bewuste keus van het AB Jeugdhulp Rijnmond en betekent dit wel dat de deelnemende gemeenten bij een tekort naar rato van het vlaktaksmodel een extra bijdrage moeten doen. Belastingcapaciteit Dit financiële kengetal is vanwege het feit dat de GRJR een bijdrageregeling kent niet van toepassingen.

Het EMU-saldo Het EMU-saldo wordt bepaald door een berekening van de totale inkomsten en uitgaven verminderd met inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking. Dit is niet van toepassing op de GRJR daarom is het EMU-saldo € 0. EMU-saldo (berekening)

bedrag

(O-x) – (U-y) = EMU-saldo

€ 0

O staat voor de inkomsten (ontvangsten) in een jaar, U voor de uitgaven en x en y voor respectievelijk de inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking. De opbrengst van de verkoop van aandelen telt dus niet als inkomsten,

28

de aankoop niet als uitgaven. Verder telt lenen en het ontvangen van een aflossing niet als inkomen, en uitlenen en aflossen niet als uitgaven.

3.2 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot het kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het (treasury)risicobeheer van de financieringsportefeuille. De GRJR heeft geen eigen financiering anders dan de bijdragenregeling waarmee de inleg van middelen door gemeenten wordt bepaald. Dit is uitgewerkt en toegelicht in de financiële begroting. Daarbij is ook direct het betaalritme vastgelegd teneinde de liquiditeit te borgen. Betalingen vinden alleen plaats als er voldoende liquide middelen voorhanden zijn, zodat daarvoor geen financieringsbehoefte ontstaat. De GRJG doet geen investeringen, zodat ook daarvoor geen financieringsbehoefte is.

3.3 Bedrijfsvoering De burger mag van een gemeente verwachten dat gemeentelijke middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden, dat de gemeente een betrouwbare partner is en transparant is. De GRJR is een samenwerking tussen 15 gemeenten en daarmee zijn deze verwachtingen tevens criteria voor de bedrijfsvoering van de GRJR. Bestuurlijke processen Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waarbinnen de deelnemende gemeenten -uitgaande van het beginsel van autonomie van het lokale bestuur- de regionale samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van bovenregionale jeugdhulp bespreken en daar vorm aan geven omdat de samenhang van een aantal strategische en ordenende taken daarom vraagt. Er is sprake van een overlegstructuur als kader om de feitelijke samenwerking in portefeuillehoudersoverleggen vorm te geven. De verantwoordelijkheid voor de organisatie berust primair bij het AB dat gevormd wordt door de wethouders van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder afgevaardigd als 29

deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De strategisch en ordende taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en in sommige gevallen aangevuld met een wethouder uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen. Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris aangesteld. De secretaris coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie. Deze uitvoeringsorganisatie is door middel van een Uitvoeringsovereenkomst ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. De uitvoering is een samenwerking tussen de GRJR-uitvoeringsorganisatie en individuele gemeenten: -

Van belang is dat over de toegang tot de jeugdhulp niet door de GRJR, maar door individuele gemeenten wordt beschikt. De organisatie van de toewijzing van jeugdhulp is dus geen onderdeel van de GRJR-bedrijfsvoering. De werkelijke vraag van een gemeente naar specialistische hulp wordt (mede) door de lokale toeleiding (bijvoorbeeld door wijkteams) bepaald. De gemeente stuurt daarmee rechtstreeks op het

gebruik

en/of

volume

(uitgezonderd

maatregelen

in

het

kader

van

jeugdbescherming en jeugdreclassering welke een juridische basis kennen). -

De zorgaanbieders dienen hun declaraties via het berichtenverkeer in bij de deelnemende gemeenten. Via een betaaltool worden de deelnemende gemeenten in staat gesteld om na controle de goedgekeurde declaraties bij de uitvoeringsorganisatie in te dienen waarna voor uitbetaling zorg gedragen wordt. Ten aanzien van de toeleiding naar specialistische zorg en voorzieningen voeren gemeenten lokaal een administratie van toekenningsbesluiten en zorgdeclaraties.

-

De financiële afhandeling van beschikkingen en declaraties behoort wel de GRJR-taken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord.

Door deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen. Door de informatie van de individuele gemeenten in een dashboard op GRJR niveau bij elkaar te brengen is de GRJR steeds meer in staat om op ook op het totaal van de specialistische jeugdhulp te gaan sturen.

30

De administratieve werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van de GRJR-taken alsook het opstellen van de ontwerpbegroting en –rekening, tussentijdse rapportages, het beheer van de vermogenswaarden, de bewaring van archiefbescheiden conform gemeentewet zijn door het AB, op basis van de uitvoeringsovereenkomst, opgedragen aan de gemeente Rotterdam. Er is vanaf 2019 een verbeterplan ingezet waarin onder meer het contractmanagement en de ontwikkeling van de informatievoorziening centraal staan.

3.4 Rechtmatigheid De jaarrekening wordt in opdracht van het GR-bestuur gecontroleerd door de externe accountant Baker Tilly. Waar mogelijk steunt de accountant daarbij om interne beheersingsmaatregelen bij de Uitvoeringsorganisatie. Onderdeel van die intern beheersingsmaatregelen zijn interne audits door de onafhankelijke afdeling Financial Audit van de Gemeente Rotterdam. Bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt in een Management Letter waarmee de accountant de secretaris en het dagelijks bestuur geïnformeerd over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid en rechtmatigheid in de controleverklaring bij de jaarrekening. Verbetering interne beheersing De interne beheersing wordt in 2021 mede naar aanleiding van de bevindingen van de accountant verder aangescherpt. Het eerste doel daarvan is een tijdiger vollediger beeld van de financiën zodat beter op de financiële voortgang kan worden gestuurd, en tegenvallers eerder worden gesignaleerd. Het tweede doel is om de financiële verantwoording de jaarstukken en de afrekening van zorg met aanbieders soepeler te laten verlopen.

Hiermee wordt tevens de basis gelegd om eigenstandig (dat wil zeggen op basis van eigen oordeel in plaats van accountantsoordeel) een rechtmatigheidsverklaring te kunnen afgeven. Toetsingskader De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het AB vastgesteld controleprotocollen en een toetsingskader. Het toetsingskader rechtmatigheid 2015 is, met de op 17 oktober 2019 door het AB geactualiseerde lijst met wet- en

31

regelgeving, ook voor het jaar 2020 van toepassing. In het toetsingskader wordt onder meer ingegaan op de toepassing van de rechtmatigheidscriteria. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. De accountant heeft in 2020 aanbevelingen gedaan om het budgetbeheer te versterken zodat aankomende overschrijdingen vroegtijdiger worden gesignaleerd. Deze aanbevelingen zijn door het DB overgenomen en komen ook terug in de verbetering van de informatievoorziening. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd. Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf. Op accountantsaanbevelingen om de interne beheersing te versterken zijn, nadat medio 2020 de capaciteit van de uitvoeringorganisatie acties in gang gezet die voor de jaarverantwoording 2021 geëffectueerd moeten zijn.

Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering. De accountant beveelt aan om op termijn ter versterking hiervan een frauderisicoanalyse op te stellen.

32

Hoofdstuk 4 FINANCIËLE BEGROTING

33

4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten

In de Kadernota 2022 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de begroting 2022. In Hoofdstuk 2 van deze begroting is inhoudelijk toegelicht hoe deze uitgangspunten na reactie van raden op de Kadernota zijn verwerkt in de begroting. Bovenstaand overzicht toont hoe dit doorwerkt in de budgetten 2022 afgezet tegen 2021.

34

4.1.1 Toelichting op de lasten Onderstaande toelichting op de doorgevoerde mutaties is financieel van aard en bevat ook enkele financieel-technische (niet inhoudelijke) mutaties. Deze mutaties werken veelal door op meerdere budgetten. Mutaties Mutaties + Begroting 2021 inclusief taakstelling jaarschijf 2021 Taakstelling jaarschijf 2022 Vertrekpunt voor Begroting 2022 1Taakstelling 2022 verwerken over percelen A-E 5.369.394 2 Voorziening Transformatie en innovatie t.l.v. percelen A t/m E 2.000.000 3 Schuif van B naar C zit al in Raming 0 4 Perceel E Experimenteerruimte Capelle & Krimpen 5 GI ; vervallen drangtaak 6 Percelen A t/m I indexatie 3,24% voor 90% en 1,73% voor 10% 7.467.582 7 Risico’s Jeugdhulp 1,5% totale begroting excl Uitv 8 Uitvoerings kosten Indexatie 1,9% 75.932 9 Informatievoorziening en inkoop 250.000 10 Programmateam Regio-agenda 200.000 Totaal mutaties Begroting 2022

Mutaties -

Begroting 246.686.158 -2.684.697 244.001.461

-5.369.394 -2.000.000 -620.000 -3.800.000 -65.452

3.508.063 247.509.524

1. Verwerking taakstelling 2022 in opdrachten A tot en met E (budgettair neutraal) Het maatregelenpakket werkt structureel door met de al vanaf 2021 ingeboekte 1% opbrengst en vanaf 2022 extra 1% opbrengst. Dit bedrag van € 5.369.394 wordt in mindering gebracht op de budgetten 2022 voor de opdrachten A t/m E naar rato van het plan van aanpak dat bij de begroting 2021 was vastgesteld zoals hieronder weergegeven.

Plan van Aanpak (AB 1 juli 2020) maatregelen te verwerken in Begroting 2022 A. Meer ruimte voor preventie (lokaal ambulant en lokale keten) B. Sturen op de toegang (meer pleegzorg ipv opname; praktijkondersteuning huisartsen) C. Sturen op regie (casusregie) D. Sturen en monitoren (arrangementenmodel) E. Basis op orde (gemeentelijke administraties) F. Inkoop regionale jeugdhulp (lokaal inkopen) Te verwerken in Begroting 2022 o.b.v. aanname dat maatregelen 2021 in deze mate zullen zijn geslaagd voor 2022

Impact Impact Impact Impact Impact perceel A perceel B perceel C perceel D perceel E Bedrag 2022 2022 2022 2022 2022 2022 152.271 0 0 3.182.617 1.000.000 -1.337.119 1.845.706 -265.558 -756.709 0 0 0 188.800 -27.164 -77.405 0 0 0

0 0 -113.574 0 -11.618 0

0 -152.271 0 -2.845.498 -176.431 -533.435 0 0 -18.047 -54.566 0 0

5.369.394

-125.191

-194.478 -3.585.770

707.278 -2.171.233

NB: Het AB heeft in februari 2021 opdracht gegeven om begrotingsscenario’s op te stellen, ‘rekening houdend met de gewenste opbouw van de lokale hulp en de zorgen omtrent wachttijden in de regionale jeugdhulp’. Deze scenario-analyse kan aanleiding zijn voor correcties in de definitieve begroting 2022 (Zie verder hoofdstuk 2).

35

2. Voeding voorziening Transformatie en innovatie (budgettair neutraal) Om de ingezette transformatie voort te zetten en nieuwe initiatieven buiten de inkoopafspraken mogelijk te blijven maken, wordt vanaf 2022 structureel €2,0 miljoen toegevoegd aan deze voorziening. De benodigde €2,0 miljoen wordt vrijgemaakt door naar rato van de budgetten voor A t/m E te schuiven. Aangezien de begrote budgetten hoger zijn dat de met zorgaanbieders overeengekomen contractwaarden staan de huidige contracten deze verschuiving niet in de weg. 3. Schuif van B naar C voor kleinschalig wonen (technische wijziging, budgettair neutraal) In 2019 is gekozen om onder opdracht C: Langdurig verblijf een subsidie voor kleinschalig wonen mogelijk te maken voor cliënten die voor een langere periode behoefte hebben aan ondersteuning op maat. In de Kadernota 2022 is dit (zonder toelichting) technisch gecorrigeerd door in het meerjarenperspectief €1.500.000 te schuiven van B naar C. Deze technische correctie wordt nu ook in de begroting 2022 doorgevoerd. 4. Experimenteerruimte Opdrachten (D en) E (€ 620.000 voordeel) Gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel starten in 2022 met het experimenteren op de onderdelen E en D. Hierbij worden activiteiten uit perceel D en E vanuit de lokale toegang voor jeugd georganiseerd.

Zo zijn onder andere specialistische JGGZ, begeleiding bij complexe scheidingen en Opvoedondersteuning- en gezinsbegeleiding geïntegreerd in de hulp en dienstverlening vanuit het wijkteam. Deze ontwikkeling sluit aan bij de regiovisie waarbij deze taken vanaf 2023 ook lokale zullen worden georganiseerd. Voor Capelle aan den IJssel betreft het een verschuiving van 350.000 en voor Krimpen aan den IJssel 270.000 van de regionale inkoop naar de lokale begroting voor de inzet van jeugdhulp. Naast een verschuiving van het budget zal dit ook leiden tot een verlaging van het aantal jeugdigen dat via de regionale inkoop dient te worden voorzien aangezien deze hulp lokaal al is geregeld. Bij de berekening van de inleg wordt in eerste instantie de vlaktaks toegepast op de niet verlaagde begroting. Om deze gemeenten conform Kadernota te faciliteren met experimenteerruimte, wordt het vooruit te betalen van de inleg met dit bedrag verminderd. 5. Gecertificeerde instellingen (€ 3.800.000 voordeel) Voor de begroting 2022 GI’s zijn in lijn met het programmaplan de voorlopige aanname gedaan dat de taken van de GI’s bij ‘drang’ (met en zonder verzoek tot onderzoek) worden 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3339/documents/24956