CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

5. 2025-087421 zienswijze over concept Herziening Omgevingsbeleid Provincie Zuid Holland 2025.pdf

Gemeenteraad AW 23 februari 2026, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken2.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Herziening 2025 van het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Onderwerp:

Zienswijze op provinciaal herziening Ontwerp- Omgevingsbeleid 2025 Inclusief Bijlage A

Van:

gemeente Albrandswaard

Aan:

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

e-mailadres

omgevingsbeleid@pzh.nl

Datum: 9 december 2025. Ons kenmerk: 2025-087421

Geacht College De uitdagingen in Zuid-Holland zijn groot; de ruimte is beperkt en keuzes zijn noodzakelijk. Samen met andere gemeenten in onze regio hebben we behoefte aan provinciaal beleid dat een bijdrage levert aan ontwikkelingen die deze opgaven adresseren. We begrijpen het dilemma waarvoor de provincie staat, omdat het balanceren vraagt tussen beschermen en ontwikkelen. Net als andere gemeenten in de Rotterdamse regio constateren we dat het Ontwerp Omgevingsbeleid, zoals dit nu voorligt beperkende en onduidelijke regels bevat die soms ook tegenstrijdig zijn. Tegelijkertijd begrijpen en delen we veelal de doelstellingen die u nastreeft, maar zien dat onderdelen van dit omgevingsbeleid niet bijdragen aan het behalen van deze doelstellingen. Onze regio staat voor een belangrijke transformatieopgave, zoals ook door het Rijk benoemd in de onlangs gepubliceerde Ontwerp Nota Ruimte. De snelheid waarin de maatschappij verandert, vraagt juist ruimte om snel en flexibel te kunnen reageren. Niet elke regel is overal even belangrijk. We willen hier graag met u over in gesprek. Zienswijze 1. Instructies versus draagkracht De provinciale handreikingen voor het bereiken van een brede duurzame leefomgeving (de instructies) met uiteraard het doel dat deze brede eisen toezien op oplossen van maatschappelijke tekorten en duurzame wijken, erkennen we.

Echter de stapeling van instructies vergen grote investeringen versus de zeer beperkte financiële draag- en investeringskracht van onze gemeenten. De woningbouw ontwikkeling in BSD wordt daardoor enorm bemoeilijkt. In BSD bouwen en veel sociaal toevoegen betekent tweedelijns ook extra druk op het sociaal domein, allerlei (planschade, energie) claims en infrastructurele investeringen. We missen de aandacht daarvoor. Bestaande wijken In dat kader missen we expliciete aandacht voor bestaande maatschappelijke voorzieningen in kwetsbare gebieden, zodat instandhouding, renovatie en lopende investeringen niet worden belemmerd en zelfs meer ruimte zouden moeten krijgen. Zienswijze 1 Gelet de stapeling van instructies verzoekt het college u in concrete financiële bijdragen te voorzien voor het saneren en (programmatisch) bouwen in BSD bij nieuwe projecten. Bestaande wijken Misse aandacht voor bestaande maatschappelijke voorzieningen in kwetsbare gebieden, zodat

instandhouding, renovatie en lopende investeringen niet worden belemmerd en zelfs meer ruimte zouden moeten krijgen 2 A. Optimalisatie woningbouwplannen U streeft naar een woningbouwdichtheid van minimaal 33 woningen per hectare bij nieuwe woningbouwplannen. Daar zouden wij graag aan toevoegen dat dit ook niet ten koste mag gaan van andere belangrijke thema’s -naast de ruimtelijke kwaliteit- een gezonde en veilige leefomgeving. Uw streven naar optimalisatie van woningbouwplannen wilt u uitdrukken in woningen per hectare. Hoewel wij als gemeente uw streven begrijpen, is dit voor een gemeente als de gemeente Albrandswaard niet altijd realistisch. In een (groot)stedelijk gebied is het wellicht een mooi streven, maar met name in de wat minder dicht bebouwde gebieden zijn wij van mening dat een minimum van 33 woningen per hectare niet altijd realistisch is. We kijken namelijk naar de draagkracht en gebiedstypologie van de locatie en de ruimtelijke inpasbaarheid van de ontwikkeling. Om op voorhand uit te gaan van minimaal 33 woningen per hectare bij elke nieuwe ontwikkeling is dan ook niet realistisch.

De planoptimalisatie kaart, een kaart van de regio met enorm grote roze cirkels over onze metrohaltes – je kan naar links en naar rechts - helpt hier ook niet erg in. Wij zijn van mening dat dit te grofmazig wordt aangevlogen. Afgezien van het voorgestelde onderschrijven wij de urgentie om te verdichten in BSD en met name kansen te pakken direct in de omgeving van HOV. Echter de ene HOV is niet vergelijkbaar met de ander HOV. Dus sec een woningdichtheid per hectare opleggen helpt niet echt. 2 B Openbaar vervoer als alternatief voor automobiliteit U geeft veel kaders gegeven op het gebied van parkeren. Die kaders zijn begrijpelijk, maar raken bereikbaarheid van Albrandswaard. Zeker omdat er zo vaak wordt gesproken over openbaar vervoer als alternatief voor automobiliteit. Dan vragen we ons af waarom we in de praktijk zien dat het openbaar vervoer alleen maar wordt afgeschaald en dat de MRDH (als concessiehouder en niet eens de provincie) zich terugtrekt als het gaat om het opnemen van het buurtbussysteem in de reguliere concessie. Zienswijze 2 A. Het college verzoekt u het gemiddelde van 33 woningen per hectare bij nieuwe ontwikkelingen te schrappen. Naar de mening van de gemeente Albrandswaard staat de ruimtelijke kwaliteit, een veilige en gezonde leefomgeving en de draagkracht van de locatie voorop. Die ruimtelijke kwaliteit wegen we per ontwikkellocatie af.

B Het OV opschalen zoals bijvoorbeeld het opnemen van het buurtbussysteem in de reguliere concessie. 3 Wonen De provincie spreekt over een straatje erbij. Met ongeveer 33 woningen per hectare en een maximale omvang van 1,5 hectare komt dit neer op ongeveer 50 woningen. Dit is een veel beperktere mogelijkheid dan het Rijk omschrijft in haar Ontwerp Nota Ruimte, waar wordt gesproken over een ‘wijkje erbij’ van maximaal 100 woningen. Hoe verhoudt het “ontspannender” straatje erbij van het Rijk zich tot de veel eisender “BSD-straatje erbij” regels van de provincie Zuid Holland?

Een andere afwijking tussen Rijksbeleid en provinciebeleid is de programmering van sociale huur. In het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting wordt door het Rijk bepaald dat 30% van de toe te voegen woningen een sociale huurwoning zou moeten zijn, terwijl de provincie uitgaat van een derde (oftewel 33%). De termen woonvisie en woonzorgvisie worden nog beide gebruikt in de ontwerpstukken, terwijl ook wordt benoemd dat vanaf nu regionale woonzorgvisie wordt bedoeld als er regionale woonvisie staat genoemd. Dit roept de nodige verwarring op. Zienswijze 3 A. Het college verzoekt u om beleid en terminologie aan te laten sluiten bij het (voorgenomen) beleid van de Rijksoverheid. Dit zorgt voor duidelijkheid en is van belang bij het creëren van draagvlak. B. Op pagina 109 van het Ontwerpbesluit van het Omgevingsprogramma wordt gesproken over een regionaal volkshuisvestingsprogramma, terwijl dit verder nergens wordt genoemd en er verder wordt gesproken van een regionale woonzorgvisie C. Op pagina 112 van het Ontwerpbesluit van het Omgevingsprogramma staat €355.000 als betaalbaarheidsgrens van een betaalbare koopwoning. Dit was het bedrag in 2022 en kan dus worden geactualiseerd. Daarnaast is het van belang om hier een prijspeil bij aan te geven, omdat het bedrag jaarlijks wordt geïndexeerd.

4 Verdichten en bundelen rond OV-knooppunten en maatschappelijke functies De nota benadrukt de clustering van wonen, werken en voorzieningen nabij OV-knooppunten. Onduidelijk is of basisscholen en andere maatschappelijke voorzieningen (kwetsbare groepen!; huisartsen en praktijken ; sportzalen – allen met een eigen dynamiek (geluid, bereikbaarheid, parkeernorm) hieronder vallen, en welke afstand of zone wordt gehanteerd. Positionering en omvang van maatschappelijke voorzieningen zoals scholen, MFA’s en sportaccommodaties bij OV knooppunten: Aandacht voor een afwegingskader dat gemeenten ondersteunt bij nieuwbouw en herontwikkeling, zoals richtinggevende criteria voor de locatiekeuze, schaal en duurzaamheid van maatschappelijke voorzieningen. Erkenning van de spanning tussen woningbouwopgaven en het borgen van voldoende ruimte voor voorzieningen binnen bestaand stedelijk gebied. Zienswijze 4 Het college verzoekt U om expliciet te maken of (basis)scholen onderdeel zijn van het bundelingsprincipe; – richtlijnen voor loopafstanden of zones rondom OV-knooppunten wanneer clustering van maatschappelijke functies wordt verlangd; –een afwegingskader waarin bundeling wordt afgewogen tegen nabijheid, bereikbaarheid voor jonge kinderen en wijkverankering. En de doorwerking naar maatschappelijke voorzieningen en regionale strategieën.

5 Bouw van windmolens voor energie Kaart 23 : windenergie We verzoeken de provincie de paars aangeduide gebieden van de kaart te halen, zijnde grondgebied van AW/ Staats Bos Beheer en het Distripark (Stichtingsbestuur HBR/gemeente AW). PS dit is al in de eerdere zienswijze herzieningsronde gevraagd! Zienswijze 5 Verzoek: Beperken tot het gebied van de NRD en mer uitgevoerd door gemeente Rotterdam

6. Gezond woon en leefklimaat We missen een duidelijk instructie over gezondheid: de GGD adviezen mogen prominenter. Ook missen we concrete instructies over oprichten en in gebruik nemen van windmolens: Hoogte versus afstand t.o.v. woningen; Geluid normen en dergelijke. We doen een oproep om de bouw van windmolens aan te houden in afwachting van -door de Raad van State getoetste- Rijkswetgeving Gemeenten bouwen -blijkbaar- windmolens op de grens van andere gemeenten en dat maakt super kwetsbaar. De commerciële eisen van een aannemer/bouwer van de windmolen lijken ook onaantastbaar en gevoed door het windconvenant: de hele mer en de maatschappelijk relevante resultaten van alle onderzoeken worden/kunnen bestuurlijk te gemakkelijk aan de kant worden geschoven. Provinciale instructies over gezondheid en goed woonklimaat op de wind dossiers kunnen inwoners daartegen beschermen. Zienswijze 6 Verzoek: stel concrete instructies op over geluid, schaduw en afstand voor de bouw van windmolens voor ten gunste van de gezondheid en leef kwaliteit van bewoners, flora en fauna. Zienswijze 7 (in de bijlage) onze bevindingen over de energie en warmte opgaven Verder Wij zijn uiteraard bereid om onze zienswijze in een nadere toelichting (ambtelijk of bestuurlijk) toe te lichten.

Met vriendelijke groet, het college van de gemeente Albrandswaard, de secretaris de burgemeester,

mr. drs. Florus van der Linden drs. Cees Pille

Bijlage A behorend bij de zienswijze van de gemeente Albrandswaard kenmerk 2025-087421 Omgevingsbeleid Provincie Zuid-Holland – duurzaamheid energie en warmte Omgevingsvisie p.32. 5.4 een duurzaam en robuust systeem - De visie benoemt niet dat de Energieregio’s zich hebben verbreed en verdiept en energieregio’s zijn geworden, zoals voor onze regio geldt. Het gaat allang niet meer alleen over opwek. Die indruk krijg je nog wel uit het stuk. Het gaat om de ontwikkeling van ons (decentrale) energiesysteem. Voorstel dit te benoemen en aan te passen. Dit past ook in landelijke lijn. - Voorstel: noem ook de Energieregio’s bij het actualiseren van het pMIEK. 3.1.1. Duurzame opwek elektriciteit - “In Zuid-Holland willen Gedeputeerde Staten de bevoegdheid aan gemeenten overdragen als voldoende verzekerd is dat de gemeente zich inzet voor de ontwikkeling van windenergie.” Vraag: Wat houdt ‘voldoende inzet’ volgens de provincie in? En wat als de gemeente dat niet doet, is provincie dan daarmee dus alsnog bevoegd gezag? Het is van belang duidelijke spelregels af te spreken. Idealiter voorafgaand een onderzoek als OER zoals dat in onze regio wordt opgestart. Verzoek hier meer duidelijkheid in te scheppen. - Van onze regio ontbreekt in de kaart met zoekgebieden. Logisch, want er moet nog een OER plaatsvinden.

Er wordt nu echter niet genoemd dat dit op het punt staat te gebeuren en daarmee kun je verrassen. Om dit te voorkomen, is het voorstel te benoemen dat een OER ook voor Energieregio Rotterdam Den Haag wordt opgestart. - Wind lijkt alleen toegestaan in locaties voor windenergie; de huidige VRM-locaties. Dus niet in alle andere zoekgebieden waar de regio zon/wind ooit als optie zagen, zoals langs de A12, Westland/Midden-Delfland etc. 3.1.3 Warmtetransitie in de gebouwde omgeving en glastuinbouw: onderdeel 3.1.3 - Warmtesystemen: de warmtesystemen in onze regio en die van Holland Rijnland en Drechtsteden worden benoemd als van nationaal belang. NMIEK ontbreekt: het Rijk erkent dat dit van nationaal belang is. 40% van de landelijke doelstelling ligt in onze provincie. Dat is stevig. Daarom is de nationale erkenning zo belangrijk. Voorstel is om dit te benoemen. - Onderwerpen verkenningsgebieden warmtetracés en warmteopslag zijn goed. Laatstgenoemde gaat feitelijk over grootschalige warmteopslag. Voorstel: noem onderwerp ook “grootschalige warmteopslag”. - Onderwerp koude (afwegingskader warmte en koude) wordt als een van de drie onderwerpen genoemd, maar dit wordt wel als vrijblijvend kader genoemd. Op zich logisch, maar moet je het dan wel opnemen in deze visie? - Relatie warmte-elektriciteit ontbreekt. Staat ook niet genoemd in duurzaam energiesysteem (hierna). 3.1.5.

Duurzaam energiesysteem - Relatie en samenhang van warmte-elektriciteit ontbreekt. Verzoek om deze wel te benoemen gezien de samenhang en perspectief vanuit het systeem te borgen. 4.1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat - Voldoende aanwezige energie om aantrekkelijk te blijven voor ondernemers is cruciaal. Om (ergere) netcongestie te voorkomen is opwek en afname bij elkaar brengen een belangrijke sleutel. Dit mist in dit stuk. Voorstel om een dergelijke passage toe te voegen. - bedrijventerreinen: benoem ook dat daar waar bedrijventerreinen zelf opwek realiseren en de afnemende partij zijn, het net beter in balans is en daarmee congestieverzachtend kan werken. 6.1 Wonen - Goed dat er een passage is opgenomen over energie in het hoofdstuk bouwen. Het levert wel een aantal vragen op: o Is bekend of energiepositief bouwen überhaupt mogelijk is? o En wat betekent dit voor nieuwe initiatieven?

Is netbewust bouwen hetzelfde als energiepositief bouwen? Kunnen woningen die meer verbruiken dan opleveren geen doorgang meer vinden? In de paragraaf ‘Opgave energie’ mist dat het van belang is dat er wordt aangesloten op de (regionale) plannen. Enkel een geoptimaliseerde en op hernieuwbare energie gebaseerde energievoorziening is niet genoeg. Het is onderdeel van een groter geheel. o o

-

Omgevingsprogramma 3.1.2.2 Eerlijke energietransitie bevorderen Goed onderwerp. Vraagt ook aandacht van onze regio. 3.1.3.1 Energiebesparing Sluit aan bij de nieuwe SpUK-regeling. 3.1.3.2 Verduurzaming  Titel is misleidend. Gaat over warmte, suggestie is om het dan ook zo te benoemen.  Sterke relatie met onderwerpen die in nMIEK staan, waaronder clusteraanpak.  Samenwerking met energieregio’s mag wel wat sterker naar voren komen.  Bij warmteopslag is in de “Open Huis bijeenkomst” gesproken over HTO en MTO. Dat is nu niet genoemd.  Kaartje “Verkenningsgebieden Warmtenetwerken” is goed. 3.1.5.1 pMIEK  Lijkt op sommige punten wat overlap te hebben met nMIEK. Benoem nMIEK en maak duidelijk wat nMIEK toevoegt aan pMIEK. 3.1.5.2 Stimuleren van flexibiliteit en efficiëntie in energiesysteem De regio kijkt met interesse naar de energietoets die door provincie wordt ontwikkeld. Het roept ook vragen op hoe deze energietoets ingezet wordt, waarbij het nadrukkelijk geen vertragende factor zou moeten zijn. We doen de oproep om gemeenten en regio te betrekken bij de ontwikkeling van het inhoudelijk toetsingskader. 3.1.5.4 Ruimtelijke verkenning voor toekomstige energie-infrastructuur  Warmte-infrastructuur wordt hier niet genoemd. Staat wel in 3.1.3.2, maar zou ook in dit onderdeel niet misstaan.

 “Per regio, waar aanvullende 150kV stations nodig zijn, wordt een ruimtelijk verkenningstraject doorlopen waarbij zowel (technische) aandachtspunten/criteria vanuit de netbeheerders als (beleidsmatige) belemmeringen van gemeentes en provincie gebruikt worden om tot potentiële zoekgebieden/-locaties te komen. De provincie neemt een voortrekkersrol in dit verkenningstraject en faciliteert waar nodig vervolggesprekken tussen gemeente en netbeheerders bij het concretiseren van de zoekgebieden.” De Energieregio wordt graag betrokken bij deze gesprekken, gezien dit een gemeenteoverstijgend vraagstuk is. 3.1.5.5. Elektriciteitsopslagsystemen (EOS) p45  Goed initiatief om de uitgangspunten volgens welke uitgangspunten EOS toegestaan worden verder uit te werken. Hier wordt ook op regionale schaal aan gewerkt.  De Energieregio krijgt graag inzicht in deze monitor van grootschalige opslag. 6.2.1.1 Gebiedsgerichte uitwerking ruimtelijke koers De gebiedsgerichte aanpak wordt ook vanuit de regio omarmd. Vanwege de randvoorwaarde die energie vormt, is een betere aansluiting op de bestaande tafels wenselijk. Het verzoek is om bij het maken van de gebiedsgerichte uitwerkingen (BO-RO-tafels en NOVEX) nadrukkelijk ook de aansluiting te zoeken bij de energieregio. Omgevingsverordening

Artikel 7.74a (weging van het energiebelang bij grote ontwikkelingen)  

Warmte wordt niet genoemd. Terwijl dit als onderdeel van het energiesysteem weldegelijk van belang is. Hierbij is gemeente bevoegd gezag, maar bij grote ontwikkelingen speelt provincie ook een rol. Zorg die we bij deze weging (energietoets) hebben is dat provincie daarmee voor alle projecten een scheidsrechter wordt waar deze rol niet altijd terecht is. Warmte ligt bij gemeenten maar hebben ook een ruimtelijk belang. (7.3.21 Energie, blz. 182)

Richtpunten ruimtelijke kwaliteit over energie (blz. 212) Warmte wordt in zijn geheel niet genoemd. Verzoek is dit hier ook op te nemen. Herziening en RES Routekaart: hier. - Gaat alleen over wind en zon. Routekaart RES hoort ook over warmte te gaan. Graag warmte toevoegen en dan vooral bovengemeentelijke warmteprojecten zoals WarmtelinQ. - Benoem ook hier dat in regio Rotterdam Den Haag ook een OER wordt opgestart. Dit om niet te verrassen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3836/documents/35159