5. 2025-033318 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) aanbieding conceptbegroting 2026 en jaarrekening 2024.pdf
Tekst van het document
Opname met verblijf en Langdurig verblijf In opdracht B en C zijn meestal geen lange wachttijden en aanbieders rapporteren kleine aantallen jeugdigen. Wanneer jeugdigen met hun behandeling in opdracht B klaar zijn maar nog niet thuis kunnen wonen, stromen zij door naar opdracht C. Deze wachtende kinderen zijn niet opgenomen in de dashboards aangezien er nog geen aanmelding is voor passende vervolghulp: vrijwel alle wachtende kinderen in opdracht B en C ontvangen al een vorm van jeugdhulp. Echter voor de kinderen met de meest complexe hulpvraag is het lastig passende hulp te vinden. Eind 2023 wachtten 21 jeugdigen met een gemiddelde wachttijd van 8 weken. Gedurende het jaar fluctueert het aantal jeugdigen en de wachttijd doordat het een gering aantal jeugdigen betreft. Eind 4e kwartaal 2024 is het aantal wachtenden 24 jeugdigen met wederom een gemiddelde huidige wachttijd van 8 weken en retrospectieve wachttijd van 5 weken. Daghulp Het aantal aanmeldingen voor dagbehandelingen is afgenomen van 129 eind 2023 naar 83 eind 2024. Gedurende het jaar leek het aantal wachtenden nog sneller af te nemen, maar bij het opschonen van de data door twee aanbieders bleek de afname minder hard te gaan. In de eerste helft 2024 zijn er minder aanmeldingen opdracht D geweest, wat mogelijk effect heeft gehad op het aantal wachtenden. De wachttijd is met één week afgenomen tot 15 weken.
15
Ambulante hulp Het merendeel (85%) van de wachtende jeugdigen voor ambulante hulp zijn aangemeld bij een GGZ-aanbieder. Meer dan driekwart van die aanmeldingen kwam via de huisarts. Deze aanmeldroute lijkt niet af te nemen. De wachttijd is ten opzichte van eind 2023 met 4 weken gestegen. Het aantal wachtenden lijkt echter verder afgenomen en lager dan het niveau bij het einde van het project aanpak wachttijden. Dit komt doordat de datakwaliteit van de wachttijden door de
Aantal wachtenden opdracht E
Gemiddelde wachttijd opdracht E
1331 1272 1313 1224 1209 1085 1032 1215 1070 1057 1014 1017 965
1400 1200 1000 800 600 400 200 0
1150
30 25 20 15 10 5 0
27 18
15 13
15
17
14 13
16
19
18
17
aanbieders is verbeterd. Naast de wachttijd en wachtlijst monitort de GRJR de spreiding van de wachttijd: hoe lang wachten de meeste jeugdigen? Idealiter ligt de piek in de eerste drie maanden en zullen de aantallen langwachtenden steeds meer afnemen. Het aantal langwachtende jeugdigen neemt na een lichte daling eind 2023 vanaf het 3e kwartaal echter licht toe. De langst wachtenden wachten veelal op inzet van zeer specialistische schaarse hulp. De wachttijd blijft het langste voor GGZhulp voor jonge kinderen (0-6 jaar) met een breed scala van emotieregulatie zorgvragen. Ten behoeve van jeugd- en opvoedhulp is de wachttijd het langst voor hechtings- en veiligheidsproblematiek. Aanbieders maken verschillende keuzes om zoveel mogelijk aan de zogenaamde Treeknorm voor wachttijden te voldoen, zoals: onderaannemers aantrekken om de capaciteit (tijdelijk) uit te breiden, wachtenden overdragen naar een andere gecontracteerde zorgaanbieder óf eventueel hun eigen capaciteit duurzaam uitbreiden. Een voorbeeld hiervan is de oproep aan de Zorglandschapstafel met de systeemaanbieders tot overname, meedenken en samenwerken ten behoeve het aantal jonge kinderen dat op GGZ-hulp wacht. Hier zijn helaas weinig alternatieven voor beschikbaar, maar er wordt wel extra personeel opgeleid.
Aantal wachtenden
Wachtlijst opdracht E (excl. MVS) 400 350 300 250 200 150 100 50 0
281
93
2024 Q1
162
126 80
46
2023 Q4
96
2024 Q2 65 16
2024 Q3 2024 Q4
0-2 weken
2-4 weken
4-8 weken
8-12 3-6 6-9 9-12 12-18 18+ weken maanden maanden maanden maanden maanden
16
20
22
2.3.2 Crisiszorg: Crisishulp, Crisis Interventie Team en Acute dienst GGZ Financieel Primitieve begroting 2024 F I4
Crisishulp Acute dienst GGZ
Begroting na Verwachte Verschil begroting wijziging 2024 Realisatie 2024 vs resultaat
9.363.920
8.905.172
8.823.047
82.125
654.982
775.234
769.526
5.708
Voor crisishulp werken we met beschikbaarheidsfinanciering. Hier is voor gekozen omdat crisishulp binnen 24 uur ingezet moet kunnen worden. Deze hulpvorm moet dus te allen tijde beschikbaar zijn. In 2024 is er voor deze opdracht voor € 8,8 mln. toegezegd aan beschikbaarheidsfinanciering. Er is een afzonderlijke subsidie voor Acute dienst GGZ. Daarnaast is een Crisis Interventie Team (CIT) waarvan de kosten onderdeel zijn van de subsidie aan Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond (zie 2.3.3) maar de inzet wel inhoudelijk samenhangt met crisishulp en Acute dienst GGZ.
Toelichting Wat wilden we bereiken? Crisishulp is beschikbaar wanneer nodig en te allen tijde geborgd. Er is één toegang tot crisishulp. Crisishulp wordt tot een minimum teruggebracht door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Wanneer een crisissituatie ontstaat maakt het crisisinterventieteam (CIT) een inschatting van de veiligheid van de situatie van de kinderen. Sinds juni 2023 is er voor crisishulp (F) door de zeven systeemaanbieders een coördinatieteam opgericht dat aansluit bij de interventies van het CIT. Zij gaan mee op inschatting en coördineren in gezamenlijkheid de juiste plaatsing indien dit voor het kind nodig is. Het CIT kan kiezen uit drie varianten van crisishulp: • Crisisopvang (in een crisisopvanglocatie), • Crisispleegzorg (opvang in een tijdelijk pleeggezin), • Ambulante crisishulp in de thuissituatie (soms ter voorkoming voor plaatsing in crisisopvang of als nazorg van de opvang).
Jaar
Ambulante Crisishulp*
Crisispleegzorg*
Crisisopvang *
Totaal*
2021 2022 2023** 2024
333 259 247 Nog in afwachting
119 103 93 Nog in afwachting
302 256 250 Nog in afwachting
754 618 590 Nog in afwachting 17
• •
*Cijfers zijn afkomstig van zorgaanbieder ** De cijfers zijn zonder MVS
Speerpunt is de duur van verblijf in crisishulp Eén van de speerpunten is het binnen 28 dagen bemiddelen van jeugdigen naar vervolghulp. De uitstroom uit de crisisopvang voor met name 13- en 14-jarigen is hierbij een knelpunt. De trend van buitenregionale crisisopvangplaatsingen in verband met de veiligheid van de jeugdige zet door. Dit betreft vaak jeugd met forensisch gedrag die op verzoek buitenregionaal geplaatst worden. Ook worden jeugdigen voor crisiszorg aangemeld die al een reguliere (complexe) zorgvraag hebben, maar nog op de wachtlijst staan bij een gecontracteerde aanbieder. Vanuit de crisisexpertise sluit daarom sinds dit jaar ook een vertegenwoordiger aan bij het zorgbemiddelingsoverleg over verblijfshulp. Binnen de crisishulp (Opdracht F) is begin 2024 gestart met een spoedteam dat nauw samenwerkt met het Crisis Interventie Team (CIT) van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). De systeempartijen en het CIT werken vanuit één locatie om samen op te trekken bij het ontstaan van crisissituaties. Bij de diverse systeemaanbieders worden medewerkers geschoold in ambulante crisishulp (Ambulante Spoedhulp en Families First) ter voorkoming van uithuisplaatsing. Acute dienst GGZ Naar verwachting blijft de realisatie van de Acute dienst GGZ binnen de begroting. De aanvraag voor 2025 is wel al lager dan aanvraag 2024, dus in totaal lijkt dit af te nemen.
De realisatiecijfers 2024 zijn nog niet volledig beschikbaar.
2.3.3 Jeugdbescherming en jeugdreclassering Financieel Primitieve begroting 2024 G K1
Gecertificeerde instellingen Proeftuin-wij doen het beter
Begroting na Verwachte Verschil begroting wijziging 2024 Realisatie 2024 vs resultaat
46.951.716
50.807.770
50.290.942
516.828
0
0
840.347
-840.347
Toelichting Wat wilden we bereiken? Jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen worden door een rechter opgelegd. De uitvoering van deze maatregelen zijn wettelijke taken die alleen door gecertificeerde instellingen (GI’s) mogen worden uitgevoerd. Gemeenten zijn verantwoordelijk om GI’s in staat te stellen deze taken uit te voeren. De GRJR heeft als subsidieverlener voor de GI’s de ambitie dat kinderen veilig en gezond opgroeien. De GI’s zorgen ervoor dat de wettelijk taken rondom jeugdreclassering en jeugdbescherming worden uitgevoerd. De GRJR financiert de GI’s met subsidies en volgt de ontwikkelingen van de uitvoering door de GI’s. GI’s rapporteren over de prestaties bij de uitvoering van deze taak. Hierbij is een financieel kader afgesproken.
18
De ambitie is binnen de financiële kaders uitvoering te geven aan de wettelijke opdracht en de regionaal gewenste niet wettelijke taken van de GI’s.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Prestaties Per 2024 ontvangt de William Schrikker Stichting (WSS) een eigen subsidie en is de verdeelsleutel qua aantallen tussen de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) gewijzigd. Zelfs met een hogere inzet door WSS blijft opdracht G binnen de begroting.
Jaar
JBRR
WSS
LDH
Totaal GI’s
2023*
4.455
1.017
249
5.721
* totaal aantal unieke kinderen in zorg per zorgaanbieder bij de GI's
De jeugdreclasseringsmaatregelen (JR) stijgen landelijk gezien, maar het sterkst in de regio Rijnmond. De drie GI’s zoeken samen met de keten naar een mogelijke verklaring voor deze ontwikkeling. Ongeveer de helft van aantal JR-maatregelen betreft schoolverzuim. Binnen de regio groeit met name het aantal JR-maatregelen dat uitgevoerd wordt door de WSS. De Raad voor de Kinderbescherming herkent de doelgroep licht verstandelijke beperking (LVB) eerder middels een aangepast screeningsinstrument. Daarnaast is de LVB-doelgroep oververtegenwoordigd in het plegen van delicten. De overschrijding op JR-maatregelen wordt opgevangen door de lichte daling van het aantal voogdijmaatregelen. Er worden landelijk minder verzoeken tot gezagbeëindiging gedaan. Het is nog onbekend of dit effect zal hebben op de duur van een voorliggende ondertoezichtstellingsmaatregel (OTS). Het aantal OTS-maatregelen is na een periode van afname in de 2e helft van 2024 gestabiliseerd. Daarnaast is er een stijging van ruim 10% te zien in het aantal zaken waar het crisisinterventieteam van JBRR bij betrokken is. De ontwikkelingen omtrent de integrale crisisdienst zijn belegd in het Toekomstscenario. De twee landelijke GI’s zijn per 2024 gestart met het gebruik van berichtenverkeer en JBRR per 2025.
Hiermee is het regionale dashboard ingevoerd en zal het inzicht in de data en controle op het woonplaatsbeginsel voor iedere gemeente verbeteren. Incidentele middelen JBRR Om uitvoering te geven aan een verbeterplan 2024 van JBRR is een extra bijdrage beschikbaar gesteld aan JBRR. Met als doel dat de wettelijke taak van jeugdbescherming voor de toekomst door kan gaan en dat de veiligheid van en zorg aan die kinderen en gezinnen die dit nodig hebben geborgd is. In mei is het Algemeen Bestuur geïnformeerd dat het keurmerkinstituut (KMI) het onderzoek naar de voorwaarden van certificering voor JBRR positief heeft afgerond en dat JBRR met een regulier certificaat de komende drie jaar haar werkzaamheden kan vervolgen. De ingezette acties hebben geleid tot opheffen van de wachtlijstteams per 2025. Medio 2024 is JBRR gestart met een organisatieverandering om strakker te kunnen sturen op de primaire dienstverlening. Deze organisatieverandering is per 2025 van kracht.
19
Bezuinigingsscenario’s voor de GI’s In de zomer hebben de GI’s de opdracht gekregen vanuit de GRJR om met voorstellen te komen hoe zij kunnen bijdragen aan een kostenbesparing van 5-10%. Deze voorstellen zijn in het najaar zowel in een bestuurlijk met de portefeuillehouder en de GI’s besproken. Duidelijk werd dat voor 2025 maar ene beperkte besparing mogelijk is aangezien veel werkzaamheden van de GI’s op basis van een wettelijke opdracht (maatregel rechter) gebeuren tegen een landelijk afgesproken tarief. Voor 2025 is een forse daling op inzet van de niet-wettelijke taken afgesproken. Dit geldt met name op de inzet van de GI’s op de inzet van consultatie- en adviesuren ten behoeven professionals in van het lokale veld Landelijke ontwikkeling Het landelijke kwaliteitskader, productbeschrijving en bijbehorende tariefswijziging van de jeugdreclassering werd in de zomer 2024 verwacht. Echter heeft de VNG aangegeven dat hier een vertraging op zit en wordt in 2025 verwacht. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming De regio Rijnmond voert in drie (deel)gemeenten (Goeree-Overflakkee, Capelle aan den IJssel en Rotterdam-IJsselmonde) een proeftuin uit in het kader van het landelijk programma Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Voor deze proeftuinen is landelijke subsidiering verkregen.
Deze subsidie wordt aangevuld vanuit reguliere middelen van de betrokken organisaties (Veilig Thuis, de Gecertificeerde Instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming) en de gemeenten (zogenaamde POK-middelen vanuit de centrumgemeenten en personele inzet van alle gemeenten). Vanwege het regionale karakter van dit programma en vanwege de intensieve samenwerking met de betrokken organisaties is uitvoering belegd bij de GRJR. Uitvoering van het programma Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming wordt aangestuurd door een Stuurgroep, met daarin bestuurders van genoemde organisaties, gemeentelijke directeuren en de directeur van de GRJR. In 2024 heeft de stuurgroep een regionale visie op het toekomstscenario geformuleerd. Het Algemeen Bestuur van de GRJR heeft ingestemd met deze visie. De projectgroep Toekomstscenario is vervolgens begonnen met uitvoering van een projectplan op basis van de visie. Tegelijkertijd wordt in de drie genoemde (deel)gemeenten aan de hand van casuïstiek in de praktijk een nieuwe werkwijze ontwikkeld. Er is een regionaal projectleider aangesteld die de activiteiten op lokaal, regionaal en landelijk niveau verbindt en versterkt. Geboekte resultaten worden gevolgd middels een landelijke monitoringtool en begeleid door onderzoek van Regioplan, Hiemstra en De Vries, Cebeon en het Verwey-Jonker Instituut.
2.3.4 Veilig Thuis Financieel Primitieve begroting 2024 H
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)
20.615.903
Begroting na Verwachte Verschil begroting wijziging 2024 Realisatie 2024 vs resultaat 21.800.000
21.514.950
285.050
Voor het jaar 2024 is aan VTRR € 21.5 mln. subsidie verleend. Dit bedrag is op dit moment ook de verwachte vaststelling van VTRR 2024.
20
Toelichting Wat wilden we bereiken? Er is een Advies en Meldpunt huiselijk Geweld en Kindermishandeling (Veilig Thuis) dat meldingen over mogelijke situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling in de leeftijd van 0 – 100 onderzoekt, en indien nodig vervolgens zorgt voor voorwaarden en vervolgstappen om veiligheid te brengen in die situatie. Doel van de subsidie is ten behoeve van het inrichten van de taak Veilig Thuisorganisatie en de uitvoering van de hieronder omschreven wettelijke en niet- wettelijke taken met betrekking tot huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio Rotterdam Rijnmond. De doelgroep van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond zijn alle inwoners van de regio (in de leeftijd van 0 – 100 jaar) die te maken hebben met huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Alle diensten worden uitgevoerd volgens het Handelingsprotocol 2019, overige landelijke richtlijnen en regionale afspraken. Voldaan moet worden aan de toetsingscriteria van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd voor de kwaliteit van Veilig Thuis (inclusief het in control zijn voor de formele afhandelingstermijnen voor veiligheidsbeoordeling, onderzoek en voorwaarden en vervolg) en eventuele andere aanwijzingen vanuit de Inspectie.
Wat hebben we daarvoor gedaan? De totale subsidie is opgebouwd uit diensten met een p*q-financiering en diensten waarvoor een bepaald subsidiebedrag wordt verleend. Als basis voor de aantallen wordt uitgegaan van het gemiddelde van de cijfers uit eerder kwartaalrapportages en de daarop gebaseerde herziene begroting bij de subsidieaanvraag. De subsidie is verleend voor wettelijke en niet-wettelijke taken:
Onderdelen van de totale verlening 2024 aan VTRR
Verleende bedragen
Wettelijke taken
€ 18.722.682
Niet wettelijke taken
€ 2.792.268
Totaalbedrag
€ 21.514.950
21
Voorlopig productiecijfers VTRR 2024
Bovenstaande tabel laat een hogere productie zien dan begroot op de wettelijke taken adviezen /ondersteuning, meldingen/veiligheidsbeoordeling en overdracht na veiligheidsbeoordeling. Adviezen en ondersteuning zijn wettelijke taken die lastig voorspelbaar zijn. Een verklaring voor de toename kan zijn dat professionals makkelijker en eerder advies vragen (verbeterde samenwerking in de keten in 2024) en deels vanwege het incident in met het 10-jarig pleegmeisje halverwege 2024. De stijging van de niet wettelijke taak voorlichting lijkt dit te bevestigen. Wat verder opvalt is dat de relatief kostbare wettelijke taak “onderzoeken” enigszins is gestegen ten opzichte van de begrote aantallen terwijl er een forse daling is geweest bij de wettelijke taak voorwaarden en vervolg. De overproductie van € 499k is bekostigd uit eigen vermogen van VTRR, waardoor geen sprake is van overschrijding van het budget 2024. Er is in het AB van 21 februari besloten tot een aanvullende financiering voor 2025 boven op de reguliere subsidie voor 2025. Volgens VTRR is dit een te laag bedrag waardoor de huidige wachtlijst structureel zal blijven groeien en ook niet kan worden voldaan aan de verbeteringen die de IGJ vraagt van VTRR. Dit leidt ertoe dat de veiligheid continuiteit niet gewaarborgd kan worden waar het gaat om de meldingen over huiselijk geweld en kindermishandeling.
De komende maanden wordt hierover het gesprek met UO/gemeenten gevoerd waarbij de kernvraag is wat een acceptabel dienstniveau is dat wij verwachten van VTRR in 2025 en wat dit financieel zou betekenen voor VTRR en gemeenten. IN het AB is besloten dat de 5-10 bezuinigingsmaatregelen nog niet gelden voor VTRR in 2025. Richting subsidieaanvraag 2026 zal deze opgave wederom aan de orde worden gesteld.
22
2.4 Uitvoering Financieel Primitieve begroting 2024 J1 J2 J3 J4 J5 J7 J8 J6
Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Programmateam Regio-agenda Bankkosten
Begroting na Verwachte Verschil begroting wijziging 2024 Realisatie 2024 vs resultaat
5.634.592 0 0 0 0
1.084 5.031.092 196.037 227.044 394.527
0 5.031.092 0 248.313 134.520
1.084 0 196.037 -21.269 260.008
0
258.113
0
258.113
0 0
0 0
0 1.372
0 -1.372
In dit overzicht staat de post “Programmateam”. De kosten zijn echter onderdeel van “Transformatie/innovatie” en daarom niet afzonderlijk begroot en verantwoord.
Toelichting Wat wilden we bereiken? Het bestuur van de GRJR beschikt over eigen Uitvoeringsorganisatie (UO) zodat het bestuur de opgedragen taken goed kan uitvoeren en als bestuur ook goed kan functioneren in nauwe samenwerking met de deelnemende gemeenten.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Inkoop en aanbesteding Een kerntaak van de GRJR is het contracteren van jeugdhulpaanbieders. Na een grote aanbesteding met nieuwe contracten per 1-1-2023 en de afronding van zorgcontinuïteit in 2023, is in 2024 de afwikkeling van de oude contracten en de implementatie van de nieuwe contracten afgerond. In 2024 zijn waar mogelijk maatwerkovereenkomsten voor zorg die vanwege aanpassing van het woonplaatsbeginsel door de regio moest worden overgenomen onder de regionale contracten gebracht. Omdat een deel van de contracten (zoals de flexcontracten) al na twee jaar afliep is in 2024 geevalueerd en verlenging met nieuwe inschrijvingsmogelijkheid geregeld. Hiermee konden enkel lacunes in het gecontracteerde aanbod worden gevuld en kon ook een stap worden gezet om het aantal maatwerkovereenkomsten verder te beperken. Het budget “Projectbudget Inkoop en Implementatie” hoefde hiervoor in 2024 niet te worden aangesproken omdat de werkzaamheden met beschikbare capaciteit zijn verricht. Contract- en accountmanagement De GRJR heeft na afsluiting van de nieuwe jeugdhulpcontracten voor 2023 en verder de focus gelegd op het concreet toepassen van de sturingsprincipes, toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en samen leren en ontwikkelen bij realisatie van ontwikkelopdrachten.
23
In 2023 werden bestuurlijke contractgesprekken, contractgesprekken over bedrijfsvoering en over ontwikkelopdrachten ingevoerd tussen contractmanagement en aanbieders en deze zijn in 2024 verder uitgebouwd. De samenwerking met de toezichthouders in de gemeentelijke organisaties is toegenomen en daarmee is het toezicht op de aanbieders versterkt. Het contractmanagement stond hierbij in het licht van het doorvoeren van kostenbeheersingsmaatregelen en transformatie van zorg conform de regiovisie Nabij en Passend. In het kader van het contract- en accountmanagement zijn discussies gevoerd over contractvoorwaarden. Op verschillende onderdelen zijn met inzet van externe deskundigen kostprijsonderzoeken gedaan. De kosten hiervan zijn gedekt uit het budget “Werk en onderzoek”. Ultimo 2024 staat er voor € 0,5 mln. open aan liquiditeitsborgen. Dit bedrag is een behoorlijk lager van eind 2023. In 2024 zijn de aanbieders hun betalingsverplichtingen nagekomen conform de afspraken. De liquiditeitsborgen (€ 0,5 mln.) zijn verstrekt aan zorgaanbieders die zijn voorgefinancierd vanwege hun penibele liquiditeitspositie. Dit betreffen met name recentere verstrekte liquiditeitsborgen. Belangenbehartiging Ook in 2024 is door de GRJR gewerkt aan beïnvloeding van landelijk beleid.
Zo was de GRJR betrokken bij het herijken van het landelijk transitie-arrangement (LTA) en is de GRJR nog steeds betrokken bij het organiseren van de governance hiervan. Ook is de GRJR benaderd om te participeren in een programmaplan voor het standaardiseren van het inkopen en uitvoeren van jeugdhulp. Dit zijn allemaal maatregelen uit de Hervormingsagenda jeugd. Samenhangend hiermee heeft de VNG een werkbezoek gebracht aan de Uitvoeringsorganisatie om te spreken over de samenwerking op grote dossiers tussen deze landelijke belangenbehartiger voor gemeenten en de GRJR. In vervolg hierop is de GRJR bijvoorbeeld met de VNG opgetrokken bij de lobby rondom de Algemene Maatregel van Bestuur ‘Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’. In vervolg op een besluit van het Algemeen Bestuur is een proces in gang gezet, om het Incidentenloket en het Regionaal Expertiseteam Rijnmond structureel te laten samenwerken bij het analyseren en leren van incidenten waar kinderen met jeugdhulp bij betrokken zijn. Ook is op basis van een besluit van het bestuur de actie opgepakt om de samenwerking te verbeteren tussen lokale toezichthouders en contractmanagers van de Uitvoeringsorganisatie. Mede vanwege berichtgeving in landelijke media over zorgcowboys is dit een urgent thema om ervoor te zorgen dat geld voor zorg ook echt aan zorg wordt besteed en dat de kwaliteit van de hulp op orde is.
Verder is een proces gestart om binnen een kort tijdsbestek te komen tot het door systeemaanbieders ontwikkelen van nog niet in de regio beschikbare vormen van intensieve jeugdhulp om de verdere afbouw van jeugdhulpplus mogelijk te maken en het aantal kinderen dat buiten de regio wordt geplaatst voor jeugdhulp terug te dringen. Dit laatste met het doel ‘nabij en passend’ zorg te bieden, zoals de Regiovisie beoogt. Ten slotte onderhoudt de belangenbehartiger contact met het regionale werkgeversservicepunt over het door de jeugdhulpaanbieders invullen van de contractuele verplichting voor social return on investment (SROI). Bestuurlijke processen, Planning & Control en Informatievoorziening De GRJR is een bestuurlijke organisatie met een Algemeen en een Dagelijks Bestuur, bestuurlijke portefeuillehouders en bestuurlijke stuurgroepen. Ook is er terugkerend overleg met directeuren sociaal domein, beleidsambtenaren, financiële medewerkers en bedrijfsvoeringsmedewerkers van gemeenten. De secretaris-directeur stuurde hierbij op bestuurlijk draagvlak en goede samenwerking met gemeenten op alle niveaus.
24
Daarnaast was er frequent bestuurlijk en ambtelijk overleg met vertegenwoordigers van gecontracteerde en gesubsidieerde partijen. Voor alle betrokkenen was 2024 een intensief jaar, omdat er zeer veel thema’s spelen in de jeugdhulp en de samenhang tussen partijen groot is. De Uitvoeringsorganisatie over een team voor bestuursondersteuning, dat een groot aantal overleggen heeft gepland, voorbereid en verzorgd. Een ander constant onderdeel van activiteiten betreft de planning en control en financiële taak. In 2024 is veel extra inspanning geleverd om de financiële informatie te specificeren naar gemeenteniveau en frequenter te delen. Daarnaast zijn stappen gezet in het financieel beheer en het aanpassen van werkwijzen als gevolg van de eerdergenoemde BBV-uitspraak. De regionale p&c taak ontwikkelt zich hiermee naar een financiële adviesrol voor de afzonderlijke deelnemende gemeenten. De ontwikkelingen in het financieel beheer en rond het BBV maakten meer accountantsinzet noodzakelijk dan was begroot. Onderliggend aan het contractmanagement, de p&c en de adviesfunctie heeft de GRJR een belangrijke informatiefunctie. Met name het gebruik van informatie over gebruik en kosten van regionale gecontracteerde jeugdhulp wordt intensiever, zowel in de Uitvoeringsorganisatie als bij de deelnemende gemeenten.
De GRJR-dashboards zijn verder uitgebouwd en er is geïnvesteerd in gebruikersondersteuning Deze informatievoorziening stoelt op datadeling door gemeenten en aanbieders met de Uitvoeringsorganisatie en de datakwaliteit vraagt veel inzet van de Uitvoeringsorganisatie. Om hierop meer te kunnen sturen én om de administratieve lasten te verminderen liet de GRJR in 2024 een onderzoek doen naar de mogelijkheden van centralisatie van backofficetaken. In 2025 krijgt dit een vervolg. Het budget “Specifieke ICT-kosten” hoefde in 2024 niet te worden aangesproken, omdat de werkzaamheden die kosten met zich meebrengen met inzet van de gemeente Rotterdam werden verricht, en daardoor alle kosten via in het budget Organisatiekosten GR zijn afgehandeld. Met aanstaande ICT-wijzigingen in verband met regionale backofficetaken is de verwachting dat dit in 2025 en verder verandert.
25
Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN
26
3. Paragrafen Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft paragrafen voor. Hiervan zijn de paragrafen Lokale heffingen, Onderhoud kapitaalgoederen, Verbonden partijen en Grondbeleid niet van toepassing bij de GRJR. Hierna volgen de paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering, Bedrijfsvoering en Openbaarheid.
3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Voorziene risico’s In de begroting 2024 waren onderstaande risico’s opgenomen. 1
2
3
4
5
6
Risico Uitgangspunt realisatieniveau 2022 Hogere zorgkosten A t/m E dan begroot doordat de begroting het productieniveau 2022 als uitgangspunt neemt, terwijl dit uitgangspunt is bepaald op basis van onvolledige data.
Omvang PM
Trendmatige ontwikkeling Hogere zorgkosten door onderschatting van • Trendmatige stijging en/of • Inzet van lokaal aanbod De trendmatige ontwikkeling is niet in de begroting meegenomen. Effect aanpassing woonplaatsbeginsel Hogere zorgkosten A t/m E en I doordat de gevolgen van aanpassing woonplaatsbeginsel niet volledig in beeld zijn en daardoor onvoldoende zijn meegenomen in de ramingen. Hieronder ook het risico op hogere kosten van hulp die tegen hogere tarieven moet worden gecontinueerd. Effecten Hervormingsagenda De landelijke ontwikkeling van de hervormingsagenda gaat uit van nog te effectueren maatregelen. De hoogte van deze opbrengst is onzeker, mede doordat veel maatregelen in Rijnmond al zijn toegepast. Continuïteit aanbod Faillissement(sdreiging) aanbieders in het bijzonder aanbieders van gesloten jeugdhulp in verband met de ambitie tot vergaande beperking van het aanbod.
PM
Realisatie De begroting voor de zorgkosten A t/m E is in de loop van 2024 fors verhoogd. Maar als gevolg van het BBV zijn deze kosten geen deel meer van de GRJR-begroting en -jaarstukken, maar van die van de deelnemende gemeenten. Daar ligt nu ook formeel dit risico. waardoor dit risico niet meer bij de GRJR ligt maar Zie eerste punt.
PM
Zie eerste punt.
PM
Zie eerste punt.
-€3 mln.
Aannames aanpassingen gemeenteniveau De begrotingswijziging bevat aanpassingen op basis van aannames over verschuiving naar lokaal, trendmatige effecten, hervormingsagenda effecten en inkoopeffecten. Indien geen invulling aan de aanpassingen gegeven wordt, zal dit leiden tot hogere kosten dan begroot.
PM
De afbouw van de gesloten jeugdhulp (JH+) ging gepaard met frictiekosten. Deze waren opgenomen in de jaarrekening 2023 en in 2024 alsnog gedekt uit een rijksbijdrage. Deze komt echter niet in de GRJR-jaarrekening. Zie eerste punt. Zie eerste punt.
27
Niet voorziene risico’s Naast deze gesignaleerde risico’s trad het risico op dat de gesubsidieerde partijen met knelpunten worden geconfronteerd waarvoor aanvullende subsidie moest worden verleend. Hiervoor is tussentijds de begroting gewijzigd. Dit was het geval bij Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond (ca €2,4 mln.) en Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (ca €1,5 mln.).
Weerstandsvermogen De begroting 2024 bevat geen weerstandsvermogen of een budget voor risicodekking. Tegelijk met de afschaffing van de vlaktaks wensten de gemeenten het risico in de eigen begroting mee te nemen. Het risico op tegenvallende jeugdhulpuitgaven wordt primair door de deelnemende gemeenten zelf beheerst en gemeenten houden daarvoor naar behoefte zelf weerstandsvermogen aan. Het gevolg van deze begrotingskeus is dat alle opgetreden risico’s rechtstreeks doorslaan naar de deelnemende gemeenten. Door de wjjziging rond het BBV is dit nu ook in lijn met de verantwoordelijkheidsverdeling bij het begroten en verantwoorden. De risico’s komen immers niet meer in de GRJR-begroting en -jaarstukken.
Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het BBV voor dat de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing onderstaande kengetallen bevat: Kengetallen
Begroting 2024
Realisatie 2024
Netto Schuldquote
0,00
0,00
Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
0,00
0,00
Solvabiliteitsratio
0,00
0,00
0
0
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
Structurele exploitatieruimte
Aangezien de GRJR geen leningen heeft aangetrokken om investeringen te kunnen dekken komt de Netto Schuldquote voor 2024 uit op 0. De GRJR heeft geen eigen vermogen, hierdoor komt de solvabiliteitsratio op nul.
3.2 Bedrijfsvoering Bestuurlijke organisatie en Uitvoeringsorganisatie Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform, waar de deelnemende gemeenten – uitgaande van de autonomie van het lokale bestuur – de samenwerking in de (boven)regionale jeugdhulp bespreken en vormgeven. Het Algemeen Bestuur (AB) is samengesteld uit de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio is één wethouder afgevaardigd als lid in het Dagelijks Bestuur (DB).
28
De Uitvoeringsorganisatie GRJR (UO) ondersteunt de bestuurlijke organisatie. De secretaris/directeur van de GRJR coördineert de bestuurlijke processen en geeft leiding aan de UO. De UO is met een Uitvoeringsovereenkomst als zelfstandige organisatie-eenheid ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. De uitvoeringskosten van de GRJR bestaan voornamelijk uit een vergoeding voor kosten van personeel en ondersteuning van de UO. Voor de inzet hiervan heeft de UO een dienstverleningsovereenkomst die in 2024 is geëvalueerd en geactualiseerd.
Taakverdeling bij uitvoering van en sturing op zorgtaken De uitvoering van de taken is in samenwerking tussen de UO en individuele gemeenten: • De GRJR sluit regionale contracten met zorgaanbieders en zorgt daarmee voor voldoende aanbod van jeugdhulp. Daarnaast subsidieert de GRJR diverse ketenpartners voor jeugdbescherming/jeugdreclassering (GI’s) en Veilig Thuis; • Over de individuele inzet van jeugdhulp voor jeugdigen beschikken individuele gemeenten, in samenspraak met aanbieders en GI’s. Gemeenten bestellen hulp bij (geven een toewijzing aan) regionaal gecontracteerde aanbieders en sturen zo rechtstreeks op het gebruik; • Gemeenten voeren decentrale zorgadministraties en geven gegevens door aan de GRJR. De GRJR handelt de financiële contractverplichtingen af die voortvloeien uit toewijzingen en declaraties en rekent de contracten centraal af.
Speerpunten/ focus bedrijfsvoering UO Overkoepelend speerpunt voor de UO was in 2024 optimale samenwerking met de gemeenten. Bij de kerntaken van de GRJR (inkoop, contractmanagement en informatievoorziening) ligt een zeer nauwe relatie met de taken die de deelnemende gemeenten bij zich houden (het kaderstellen, het jeugd(hulp)beleid, het toewijzen van hulp en afgeven van beschikkingen in het kader van de Jeugdwet, etc.). We zijn gezamenlijk de GRJR en gezamenlijk verantwoordelijk voor (specialistische) jeugdhulp. Dat vraagt concreet commitment, goed partnerschap en sensitiviteit, in zowel de bestuurlijke als ambtelijke processen. Zeker ook in het licht van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario voor kind- en gezinsbescherming. Daarop in 2024 volop ingezet, waarbij voor alle partijen merkbaar is dat er capaciteitskrapte was en daarom prioriteiten moesten worden gesteld.
In de bedrijfsvoering van de GRJR lag de focus op: • Contractmanagement in het licht van het doorvoeren van kostenbeheersingsmaatregelen en transformatie van zorg conform de regiovisie Nabij en Passend; • Planning en control meer datagedreven vorm te geven en in te richten op gemeenteniveau; • Informatievoorziening verder verbeteren door sturing op administratieve stromen (en op registraties bij gemeentelijke backoffices; • De interne beheersing en rechtmatigheidsborging minder kwetsbaar maken door de taken en verantwoordelijkheden beter in lijn te brengen met het Besluit Begroten en Verantwoorden Gemeenten en Provincies (BBV); • Regionale kostenbeheersing door een regionaal maatregelenpakket te maken waarin taken voor de UO, de aanbieders, de GI’s en de gemeenten zitten; de samenhang te bewaken en de voortgang te monitoren.
Rechtmatigheid Het dagelijks bestuur geeft in deze jaarrekening een rechtmatigheidsverantwoording (zie hoofdstuk 5). Deze verantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Conform BBV gaat de paragraaf Bedrijfsvoering in op deze rechtmatigheidscriteria.
29
Begrotingscriterium Het begrotingscriterium heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Volgens het BBV worden afwijkingen in de jaarrekening herkenbaar opgenomen en toegelicht. De begrotingswijziging van september 2024 voorzag in een verhoging van de budgetten. De jaarrekening 2024 bevat geen overschrijding van het totale programmabudget, zodat geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op eisen aan financiële beheershandelingen. Deze zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. De financiële stromen in de GRJR waarbij aan het voorwaardencriterium moet worden voldaan zijn tweeledig: subsidiekosten en uitvoeringskosten. Subsidiekosten De GRJR verstrekt en verantwoordt subsidies voor jeugdbescherming en jeugdreclassering (opdracht G), Veilig Thuis (opdracht H) en acute dienst GGZ (opdracht I4). Hierbij moeten subsidievoorschriften worden nageleefd, waarbij voor de GRJR de Rotterdamse verordening van toepassing is. De subsidieverleningen en -vaststellingen volgen strakke procedures en vastleggingsvoorschriften waarop conform het Kader interne beheersing interne controle plaats heeft gevonden.
Uitvoeringskosten Voor de uitvoering van de UO-taken worden naast inzet van eigen personeel ook externe partijen ingeschakeld, voor bijvoorbeeld accountantscontrole en kostprijsonderzoek. Bij deze kosten gaat het om aanbestedingsrechtmatigheid. Bij aanbesteding van opdrachten volgen we Rotterdamse aanbestedingsvoorschriften. Daarbij worden we ondersteund door de Rotterdamse afdeling Inkoop, die strikt is in de naleving van de aanbestedingsregels. Voor controle op aanbestedingsrechtmatigheid voeren we een spendanalyse uit, waarmee wordt nagegaan of de werkelijke bestedingen in lijn zijn met aangegane overeenkomsten.
Bevindingen ten aanzien van lasten GR Er zijn geen rechtmatigheidsfouten zijn geconstateerd.
Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Hierbij gaat het met name om fraude. Het Kader Interne beheersing dat eind 2022 is vastgesteld bevat een frauderisicoanalyse. Het belangrijkste risico zit in het betalingsverkeer. De interne beheersingsmaatregelen zijn sterk gericht op het uitsluiten van frauduleuze betalingen en ook de werking van deze maatregelen wordt gecontroleerd. Er zijn daarnaast ook geen signalen van misbruik, oneigenlijk gebruik of fraude. Op grond van de maatregelen kan worden geconstateerd dat aan het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium is voldaan.
30
3.3 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) zijn GR-en verplicht om een financieringsparagraaf in de begroting en jaarstukken op te nemen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de (gewijzigde) begroting. Voor de GRJR is dit voor 2024, € 7,6 mln. De GRJR doet geen investeringen in (im)materieel vast actief. Daarnaast heeft de GRJR geen leningen afgesloten in 2024. Schatkistbankieren Met ingang van 16 december 2013 is de Wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. De GRJR is in 2024 elk kwartaal onder de grens gebleven. In de tabel bij de toelichting op de balans wordt dit weergegeven.
3.4 Openbaarheid (Wet open overheid) De Wet open overheid (Woo), die op 1 mei 2022 in werking is getreden, schrijft in artikel 3.5 een openbaarheidsparagraaf voor: “Een bestuursorgaan besteedt in de jaarlijkse begroting dan wel de jaarlijkse begroting van het openbaar lichaam of de rechtspersoon waarvan het bestuursorgaan deel uit maakt, aandacht aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en doet in de jaarlijkse verantwoording verslag van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens.” De GRJR heeft in 2022 en 2023 interne procedures geactualiseerd voor het publiceren, bewaren en opvragen van informatie. De Uitvoeringsorganisatie heeft hierover intern instructie gehad. Doel is dat de GRJR een open overheid is. De beleidslijnen die hierbij zijn bepaald werden in 2024 ook toegepast: 1. Actieve publicatie van alle AB-bestuursstukken op www.jeugdhulprijnmond.nl. In voorkomende gevallen wordt op stukken geheimhouding opgelegd, waarbij de termijn voor geheimhouding vooraf wordt bepaald en zo kort mogelijk is; 2. Bewaring van stukken en alle onderliggende data volgens de termijnen van de Archiefwet; 3. Opvraagbaarheid van gegevens via www.jeugdhulprijnmond.nl. Binnen de Uitvoeringsorganisatie is een WOO-coördinator aangewezen.
31
Hoofdstuk 4 Voorlopige JAARREKENING 2024
32
4. Jaarrekening 4.1 Overzicht van baten en lasten Onderstaand overzicht toont de voorlopige realisatie 2024, afgezet tegen de gewijzigde begroting 2024. De teruggave van € 7,0 mln.is als een extra bijdrage vanuit gemeenten aan de baten toegevoegd zodat het resultaat € 0 is. Baten
Primitieve begroting 2024
Exploitatie 1. Programma Bestuur en algemeen management Bijdrage deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten tbv resultaat 2024 Bijdrage Rijk "Proeftuin Kind- en Gezinsbescherming" Bijdrage Rijk Gez. Verantwoordelijkheid Kinderen en Ouders Bijdrage overig Overige baten Totaal Baten Lasten Exploitatie F Crisishulp
Begroting na wijziging 2024
Verwachte Realisatie 2024
Verschil begroting vs resultaat
0 0
90.285.211 0 0
90.285.211 -7.031.721 840.347
0 -7.031.721 -840.347
0
0
0
0 90.285.211
0 13.851 3.004.551 87.112.239
0 -13.851 -3.004.551 -10.890.469
0
9.363.920
8.905.172
8.823.047
82.125
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Acute dienst GGZ Transformatiefonds/Innovatie Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Programmateam Regio-agenda Bankkosten Proeftuin-wij doen het beter
46.951.716 20.615.903 654.982 1.956.491 5.634.592 0 0 0 0 0 0 0 0
50.807.770 21.800.000 775.234 1.889.138 1.084 5.031.092 196.037 227.044 394.527 258.113 0 0 0
50.290.942 21.514.950 769.526 1.381.620 0 5.031.092 0 248.313 134.520 0 0 1.372 840.347
516.828 285.050 5.708 507.518 1.084 0 196.037 -21.269 260.008 258.113 0 -1.372 -840.347
Totaal programma Jeugdhulp Totaal Lasten
85.177.604 85.177.604
90.285.211 90.285.211
89.035.729 89.035.729
1.249.482 1.249.482
Saldo van baten en lasten
0
0
-1.923.490
1.923.490
Resultaat vorige boekjaren Overlopend resultaat LTA Overlopend resultaat RTA Totaal resultaat vorige boekjaren
0 0
0 0
789.605 -2.713.095 -1.923.490
-789.605 2.713.095 1.923.490
Totaal resultaat
0
0
0
0
G
Gecertificeerde instellingen
H I4 I5 J1 J2 J3 J4 J5 J7 J8 J6 K1
33
4.2 Toelichting op baten en lasten Baten Bijdrage deelnemende gemeenten De bijdrage van gemeenten zijn conform de door het bestuur vastgestelde begroting 2024 en begrotingswijzigingen 2024. Voor de regio als geheel is er een overschot. Het tekort/teruggave van 2024 wordt gedekt door middel van een extra bijdrage van de deelnemende gemeenten op basis van de werkelijke realisatie per gemeente. De afrekening hiervan zal bij de definitieve jaarrekening 2024 plaatsvinden. Hierbij zijn er gemeenten die moeten bijbetalen, omdat de kostenverdeling de realisatie per gemeente volgt. Deze verdeling is bij de begroting nog gebaseerd op de realisatie van eerdere jaren en de realisatie in 2024 wijkt daarvan voor sommige gemeenten negatief af. De totale inleg die al per gemeente was vastgesteld staat in de eerste kolom in onderstaand overzicht. In het tweede kolom is de verwachte realisatie 2024 van GR besluiten opgenomen. De derde kolom geeft het terug te ontvangen of bij te betalen bedrag weer.
Gemeenten
Inleg 2024 (2e wijziging)
Extra inleg of Verwachte terugbetaling op Realisatie 2024 basis van realisatie 2024
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Rotterdam
1.020.000 1.919.000 4.650.000 2.390.000 1.583.000 2.443.000 1.404.000 7.020.000 2.681.000 4.161.000 4.358.000 3.802.000 52.854.000
801.000 1.892.000 3.898.000 2.002.000 1.496.000 1.885.000 1.461.000 6.357.000 2.436.000 4.200.000 4.528.000 3.644.000 48.653.000
219.000 28.000 752.000 388.000 87.000 558.000 -58.000 663.000 245.000 -39.000 -170.000 159.000 4.201.000
Totaal
90.285.000
83.253.000
7.033.000
Bijdrage Rijk Proeftuin Kind- en Gezinsbescherming Dit betreft dekking uit de subsidie van het rijk voor de proeftuin. De subsidie is opgenomen op de balans. Uit deze balanspost is een bedrag opgenomen ter dekking van de lasten die hiervoor zijn gemaakt. De toelichting is opgenomen bij de balanstoelichting. Overige baten Dit betreft ontvangen rentevergoeding in 2024 uit het schatkistbankieren.
34
Lasten Lasten voortvloeiend uit GR-besluiten Zoals in het jaarverslag toegelicht dienen conform BBV de lasten onderscheiden te worden naar lasten die direct zijn te relateren aan gemeentelijke beschikkingen c.q. toewijzingen van jeugdhulp enerzijds, en lasten die uitsluitend zijn gerelateerd aan besluiten van de GRJR anderzijds. De eerste categorie valt buiten de scope van de verantwoording van de GRJR eb worden niet in deze jaarrekening opgenomen. De lasten van de GRJR betreffen zorgkosten opdracht F, de subsidies aan de GI’s en VTRR en overige opdrachten (H, I4 en I5) en uitvoeringskosten. Onderstaande tabel toont de lasten per opdracht/budget en toegerekend naar de deelnemende gemeenten.
Gemeenten GoereeKrimpen Opdracht Albrandswaard Barendrecht Capelle ad IJssel Overflakkee ad IJssel Lansingerland Maassluis F 108.334 266.730 458.349 169.689 179.273 351.713 G1 373.442 611.186 1.620.641 887.506 460.455 647.783 742.454 G2 17.498 192.591 470.751 187.251 246.750 48.057 119.167 G3 75.130 160.234 96.746 40.819 26.626 87.137 H 271.684 525.774 1.061.860 599.715 351.901 672.851 515.493 I4 9.449 23.264 39.976 14.800 15.636 30.676 I5 16.314 40.166 69.021 25.553 26.996 52.963 11.710 J 39.451 244.427 168.166 76.515 233.623 170.217 10.999 Overige baten (35.476) (87.347) (150.098) (55.569) (58.707) (115.177) (25.465) Bijdrage overig (164) (403) (692) (256) (271) (531) (117) Eindtotaal 800.531 1.891.519 3.898.208 2.001.949 1.496.474 1.885.176 1.461.377
Voorne aan Opdracht Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Zee Eindtotaal F 734.465 256.590 5.922.746 375.158 8.823.047 G1 3.184.241 1.141.087 21.403.896 2.111.821 2.452.161 1.704.243 37.340.916 G2 504.676 199.495 6.831.573 679.827 678.375 301.092 10.477.104 G3 173.374 84.341 1.326.941 181.009 164.710 55.855 2.472.922 H 1.529.781 677.369 11.734.404 1.296.834 1.197.309 1.079.976 21.514.950 I4 64.058 22.379 516.569 32.720 769.526 I5 110.601 38.639 891.887 18.203 23.073 56.494 1.381.620 J 297.920 100.525 1.973.933 (48.038) 62.481 161.590 3.491.807 Overige baten (240.519) (84.027) (1.939.549) (39.585) (50.177) (122.855) (3.004.551) Bijdrage overig (1.109) (387) (8.941) (182) (231) (566) (13.851) Eindtotaal 6.357.488 2.436.011 48.653.458 4.199.889 4.527.702 3.643.707 83.253.491
Overzicht Overhead Tot de overhead worden de kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies-en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. Onderstaand is een uitsplitsing van de kosten die tot de overhead gerekend worden. De voorlopige realisatie 2024 is € 0,4 mln. lager dan de begroting. Overhead
Begroting 2024
Voorlopige verwachte realisatie 2024
Verschil begroting vs. realisatie 2024
Organisatiekosten GR
€ 5.031.000
€. 5.031.000
€0
Werk en onderzoek
€ 395.000
€. 135.000
€ 260.000
Specifieke ICT-kosten
€ 196.000
€0
€ 196.000
Accountantskosten
€ 227.000
€. 248.000
- € 21.000
Bankkosten Totaal
€0
€ 1.400
- € .1.400
€5.849.000
€ 5.415.000
€ 434.000
35
Proeftuin kind- en gezinsbescherming Dit betreffen lasten voor het project Proeftuin kind- en gezinsbescherming. De lasten worden gedekt vanuit de op de balans opgenomen subsidie en zijn hierdoor saldoneutraal. De toelichting is opgenomen bij de balanstoelichting, zie paragraaf 4.5. Overlopend resultaat Het overlopend resultaat 2024 is per saldo - € 1,9 mln. Het gaat hier om verschillen door definitieve afronding van de eindafrekeningen met zorgaanbieders over eerder boekjaren. De lasten in eerdere boekjaren zijn bepaald op basis van productieverantwoordingen. Productie waarvoor geen toewijzing en declaratiegoedkeuring is ontvangen is niet vergoed; de verplichting kon worden afgeboekt. Structureel/Incidenteel Lasten
Begroting na wijziging 2024
Structureel Incidenteel Totaal
88.136.876 2.148.336 90.285.211
Voorlopige Verschil verwachte begroting vs realisatie 2024 resultaat 86.812.390 1.324.486 299.850 1.848.486 87.112.239 3.172.972
Het structurele overschot zit met name bij opdracht G (Gecertificeerde instellingen) en opdracht H (Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond). Bij de structurele overschotten/tekorten wordt de begroting voor 2025 e.v. daarop aangepast, uiteraard tenzij er andere factoren zijn die de verwachtingen beïnvloeden. Daarnaast zitten er in jaarrekening incidentele lasten: Overlopend resultaat ad - € 1,9 mln. geldt als incidentele lasten, begroting is € 0. Overzicht van baten en lasten in euro’s opgesplitst naar taakveld
Taakveld begroot 6.72b – Jeugdhulp behandeling 6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 6.82a - Jeugdbescherming + 6.82b - Jeugdreclassering Totaal begroot 2024 Taakveld realisatie 6.72b – Jeugdhulp behandeling 6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 6.82a - Jeugdbescherming + 6.82b - Jeugdreclassering Totaal realisatie 2024
Baten
Lasten
Saldo
€1.889.000 € 35.424.000
€ 1.889.000 € 35.424.000
€0 €0
€ 50.808.000
€50.808.000
€0
€ 88.121.000
€ 88.121.000
€0
Baten
Lasten
Saldo
€1.479.000 € 21.028.000
€ 1.479.000 € 21.028.000
€0 €0
€ 64.605.000
€ 64.605.000
€0
€ 87.112.000
€ 87.112.000
€0
Conform de eisen van de BBV zijn de overzichten van taakvelden in de jaarrekening 2024 opgenomen. Op dit moment is het uitgangspunt dat alle uitvoeringskosten van de GRJR direct of indirect bijdragen aan de taakvelden en daardoor toe te rekenen zijn aan de taakvelden.
36
4.3 Balans ACTIVA VLOTTENDE ACTIVA
31-12-2024
31-12-2023
-7.910.000 80.364.000
44.458.000 24.453.000
4.115.000 1.008.000 525.000 0 0
3.733.000 4.456.000 4.116.000 0 0
1.998.000
1.902.000
TOTAAL
80.100.000
83.118.000
VASTE PASSIVA
31-12-2024
31-12-2023
0 0
0 0
6.303.000
7.974.000
Nog te betalen bedragen aan zorginstellingen Transformatiefonds (nog te declareren + vast te stellen subsidies) Meer samen doen in crisis Gezamelijke verantwoordelijkheid voor kinderen en ouders Doorbraak en Versterken Zorgbemiddeling Proeftuin kind- en gezinsbescherming
73.559.000 0 0 0 0 238.000
74.711.000 0 0 0 167.000 266.000
TOTAAL
80.100.000
83.118.000
UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courant met het Rijk OVERLOPENDE ACTIVA Vorderingen op zorginstellingen Overige vorderingen Liquiditeitsborgen en subsidievorderingen Vooruitbetaalde bedragen Transformatiefonds (vorderingen) LIQUIDE MIDDELEN Banksaldi
EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Gerealiseerd resultaat (moet zijn 0,00)
VLOTTENDE PASSIVA NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Overige schulden
OVERLOPEND PASSIVA
Conform het BBV zijn de te betalen bedragen aan zorginstellingen bij de overlopende passiva opgenomen. Ze vallen onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”.
37
4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen GRJR is een uitvoeringsorganisatie van de deelnemende gemeenten. Vanuit de regiovisie van de deelnemende gemeenten geeft de GRJR vorm aan een “op de lokale infrastructuren aansluitende regionale infrastructuur” en aan het “samen leren wat werkt”. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het jaarverslag. Wettelijke voorschriften GRJR is een openbaar lichaam op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) waarin dertien gemeenten op vrijwillige basis samenwerken. Voor de verslaggeving van gemeenschappelijke regelingen is vanaf 2004 het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten van kracht. De jaarrekening is conform deze voorschriften samengesteld. Waarderingsgrondslagen De jaarrekening wordt opgemaakt met inachtneming van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Uitzettingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende passiva De kortlopende schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Grondslagen voor resultaatbepalingen In de exploitatierekening worden de lasten en baten verantwoord die voortvloeien uit de activiteiten van de GRJR.
De lasten en baten worden zoveel mogelijk toegerekend naar het boekjaar waarop ze betrekking hebben en waarin de prestaties zijn geleverd. BTW De betaalde btw in het boekjaar wordt na afloop van het boekjaar door de deelnemende gemeente via de doorschuifregeling gecompenseerd.
38