CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

46. Raadsinformatiebrief 2024-069995 Jaarrekening 2023 Gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond.pdf

Gemeenteraad AW 30 september 2024, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 7: Ingekomen stukken25.781 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Raadsinformatiebrief

De gemeenteraad van Albrandswaard Uw brief van:

Ons kenmerk: 2024-069995

Uw kenmerk:

Contact: Q. Maas

Bijlage(n):

Doorkiesnummer: 06-53959998 E-mailadres: q.maas@albrandswaard.nl Datum: 27 augustus 2024

Betreft: Jaarrekening 2023 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR)

Geachte raadsleden, INLEIDING Tijdens het AB van 12 juli 2024 van de GRJR zijn de jaarstukken 2023 vastgesteld. De stukken zijn door het AB van de GRJR aan de gemeenteraad van Albrandswaard verzonden. Met bijgevoegde raadsinformatiebrief wordt de raad geïnformeerd over de definitieve jaarstukken en de financiële verwerking. KERNBOODSCHAP

De definitieve jaarstukken 2023 van de GRJR tonen een iets gunstiger beeld dan bij de voorlopige jaarrekening. Het verschil van ca. € 280.000 is al verwerkt in de jaarrekening 2023 van de gemeente die uw raad op 1 juli jl. heeft vastgesteld. Ook in de toekomst wordt ambtelijk en bestuurlijk veel aandacht besteed aan de GRJR en onze gemeentelijke inzet op jeugd om grip en zicht te houden op de voortgang van de verbeteragenda. TOELICHTING Samenvatting jaarstukken 2023 GRJR: Het hoofddoel van de GRJR is voldoende bereikt.  In 2023 zorgden de gemeenten in Rijnmond door samenwerking in de GRJR dat voldoende (regionale) specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en veilig thuis beschikbaar was voor jeugdigen van alle 13 gemeenten.  Er zijn meer dan 11.000 jeugdigen en hun gezin in 10 van deze gemeenten geholpen met specialistische jeugdhulp. Dit is niet binnen de randvoorwaarden gelukt.  Met de inzet van deze hulp bleven de gemeenten individueel en gezamenlijk niet binnen de financiële randvoorwaarden (de GRJR-begroting 2023). De realisatie 2023 is € 324,0 mln. (vergelijk realisatie 2022 € 311,9 mln.) en overschrijdt daarmee de gewijzigde begroting 2023 (€ 278,6 mln.) zeer fors. Hiervoor was in de risicoparagraaf en de bestuursrapportages al gewaarschuwd.  De kostenstijging is al sinds de decentralisatie in 2015 gaande.

In de begroting 2023 rekenden we op basis van de inzichten van dat moment op fors lagere kosten. Maar de praktijk leert dat eerder voorgenomen kostenbesparende maatregelen onvoldoende effectief konden worden doorgevoerd en dat stevige aanvullende maatregelen nodig zijn. Er zijn stappen in gang gezet voor verdere kostenbeheersing en transformatie.

Stationsstraat 4 – 3161 KP Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl

Dat de kosten stijgen en ingrijpende maatregelen nodig zijn is in lijn met de Hervormingsagenda-discussie. De Hervormingsagenda Jeugd bevat langere termijn maatregelen, maar leidt ook tot de conclusie dat tekorten bij gemeenten niet door het Rijk worden gecompenseerd. De GRJR brengt dit punt consequent ter tafel bij de VNG. Om het tij te keren startte de GRJR-eind 2023, met gemeenten en aanbieders, een grootschalig kostenbeheersingsprogramma (zie Kadernota 2025 en afzonderlijke brieven aan raden). Dit programma levert nog onvoldoende op. Verdergaande maatregelen zijn nodig. Daarnaast zijn maatregelen nodig buiten het specialistische jeugdhulp domein.

Controle accountant: De accountant van de GRJR heeft een oordeel met beperking gegeven. Dit heeft geen gevolgen voor de jaarrekening maar geeft wel aan waar extra aandacht aan moet worden besteed door de GRJR en de deelnemende gemeenten. De volgende aangelegenheden hebben voor de accountant geleid tot het oordeel met beperking betreffende de getrouwheid van de jaarrekening van de GRJR: - In de jaarrekening is een bedrag van € 2.722.000 aan Jeugdhulplasten verantwoord waarvan de zorginstellingen aangeven dat er productie geleverd is, maar bij de deelnemende gemeenten nog geen toeleidingsnummer bekend is. Als gevolg hiervan kan niet worden vastgesteld of deze lasten terecht zijn, kan niet worden vastgesteld of deze lasten zijn verantwoord ten laste van de juiste deelnemende gemeente en hebben wij niet kunnen vaststellen of er eventuele correcties noodzakelijk waren met betrekking tot deze lasten. In de jaarrekening is een bedrag van € 2.950.000 aan Jeugdhulplasten opgenomen waarbij de deelnemende gemeente aangeeft dat deze lasten bij een andere gemeente in rekening gebracht moeten worden. Als gevolg hiervan is het onzeker aan welke gemeente deze lasten toegerekend moeten worden en daarmee onzeker of de lasten terecht zijn betaald. Wij hebben niet kunnen vaststellen of er eventuele correcties noodzakelijk waren met betrekking tot deze lasten.

- In de jaarrekening is een bedrag van € 3.185.000 aan Jeugdhulplasten opgenomen waarbij niet kan worden vastgesteld of het woonplaatsbeginsel juist is toegepast. Als gevolg hiervan hebben wij niet kunnen vaststellen of deze lasten terecht ten laste van de betreffende gemeenten komen of dat er eventuele correcties noodzakelijk waren met betrekking tot deze lasten. - In de jaarrekening is voor een bedrag van € 3.284.000 aan lasten Buiten Regionale Plaatsingen verantwoord waarvoor de prestatielevering niet is onderbouwd. Als gevolg hiervan hebben wij niet kunnen vaststellen of deze lasten terecht zijn of dat er eventuele correcties noodzakelijk waren met betrekking tot deze lasten. CONSEQUENTIES De jaarrekening 2023 van de GRJR is al verwerkt in de jaarrekening 2023 van de gemeente. Deze is door uw gemeenteraad vastgesteld op 1 juli jl. Vanaf de gewijzigde begroting 2024 en begroting 2025 wordt uitgegaan van reële cijfers. De verwachting is dat daardoor minder bijraming nodig zal zijn dan de afgelopen jaren. BIJLAGEN Definitieve jaarrekening 2023 GRJR Controleverklaring 2023

Met vriendelijke groet, het college van de gemeente Albrandswaard, de secretaris,

de burgemeester,

mr. drs. Florus van der Linden.

drs. Jolanda de Witte

Accountants

Baker Tilly (Netherlands) N.V. Bijster 39 Postbus 3814 4800 DV Breda

Aan het Algemeen Bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond

T: +31 (0)76 525 00 00 breda@bakertilly.nl www.bakertilly.nl KvK: 24425560

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT

A. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2023 Ons oordeel met beperking Wij hebben de jaarrekening 2023 van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond te Rotterdam gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening uitgezonderd de mogelijke effecten van de aangelegenheden beschrijven in de paragraaf ‘De basis voor ons oordeel met beperking’ een getrouw beeld van zowel de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2023 alsmede van het vermogen van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond op 31 december 2023 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De jaarrekening bestaat uit: 1 het overzicht van baten en lasten over 2023; 2 de balans per 31 december 2023; 3 de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen, waaronder de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur over de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties over 2023; 4 de SiSa-bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen; en 5 de bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.

De basis voor ons oordeel met beperking De volgende aangelegenheden hebben geleid tot ons oordeel met beperking betreffende de getrouwheid van de jaarrekening:  In de jaarrekening is een bedrag van € 2.722.000 aan Jeugdhulplasten verantwoord waarvan de zorginstellingen aangeven dat er productie geleverd is, maar bij de deelnemende gemeenten nog geen toeleidingsnummer bekend is. Als gevolg hiervan kan niet worden vastgesteld of deze lasten terecht zijn, kan niet worden vastgesteld of deze lasten zijn verantwoord ten laste van de juiste deelnemende gemeente en hebben wij niet kunnen vaststellen of er eventuele correcties noodzakelijk waren met betrekking tot deze lasten.

Baker Tilly (Netherlands) N.V. trading as Baker Tilly is a member of the global network of Baker Tilly International Ltd., the members of which are separate and independent legal entities.

Alle diensten worden verricht op basis van een overeenkomst van opdracht, gesloten met Baker Tilly (Netherlands) N.V., waarop van toepassing zijn de algemene voorwaarden, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel onder nr. 24425560. In deze voorwaarden is een beperking van aansprakelijkheid opgenomen.

Accountants

In de jaarrekening is een bedrag van € 2.950.000 aan Jeugdhulplasten opgenomen waarbij de deelnemende gemeente aangeeft dat deze lasten bij een andere gemeente in rekening gebracht moeten worden. Als gevolg hiervan is het onzeker aan welke gemeente deze lasten toegerekend moeten worden en daarmee onzeker of de lasten terecht zijn betaald. Wij hebben niet kunnen vaststellen of er eventuele correcties noodzakelijk waren met betrekking tot deze lasten. In de jaarrekening is een bedrag van € 3.185.000 aan Jeugdhulplasten opgenomen waarbij niet kan worden vastgesteld of het woonplaatsbeginsel juist is toegepast. Als gevolg hiervan hebben wij niet kunnen vaststellen of deze lasten terecht ten laste van de betreffende gemeenten komen of dat er eventuele correcties noodzakelijk waren met betrekking tot deze lasten. In de jaarrekening is voor een bedrag van € 3.284.000 aan lasten Buiten Regionale Plaatsingen verantwoord waarvoor de prestatielevering niet is onderbouwd. Als gevolg hiervan hebben wij niet kunnen vaststellen of deze lasten terecht zijn of dat er eventuele correcties noodzakelijk waren met betrekking tot deze lasten.

De totale onzekerheid van € 12.141.000 overschrijdt het in de paragraaf ‘Materialiteit’ genoemde percentage voor onzekerheden. Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het Kader Accountantscontrole GRJR dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 15 december 2023 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2023 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Paragraaf ter benadrukking van bepaalde aangelegenheden - rechtmatigheidsverantwoording Wij vestigen de aandacht op het onderdeel rechtmatigheidsverantwoording in de toelichting op de jaarrekening op pagina 61.

Het dagelijks bestuur heeft in deze rechtmatigheidsverantwoording toegelicht dat een deel van de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties niet rechtmatig tot stand is gekomen. Het totaal aan geconstateerde afwijkingen (rechtmatigheidsfouten), voor een bedrag van in totaal € 41,3 miljoen en het totaal aan geconstateerde onduidelijkheden van in totaal € 21,4 miljoen liggen boven de door het algemeen bestuur vastgestelde verantwoordingsgrens. Ons oordeel is niet aangepast als gevolg van deze aangelegenheid. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 3.240.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2023. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado.

Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 250.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve, SiSa- of WNT-redenen relevant zijn.

2

Accountants

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2023 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6 sub a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. B. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie De jaarstukken omvatten andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV. C. Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde vereisten Ingevolge artikel 213 lid 3 (b) Gemeentewet hebben wij onderzocht of de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen als bedoeld in artikel 17 Financiëleverhoudingswet (hierna: de specifieke uitkeringen) rechtmatig tot stand zijn gekomen. In de jaarrekening is verantwoordingsinformatie opgenomen over deze specifieke uitkeringen (de SiSa-bijlage). Naar ons oordeel zijn de baten en lasten, alsmede de balansmutaties over 2023 met betrekking tot de specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de vereisten aan de specifieke uitkeringen bij en krachtens artikel 58a BBV en de Financiële-verhoudingswet - Regeling Informatieverstrekking SiSa. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen, in overeenstemming met de vereisten aan de specifieke uitkeringen bij en krachtens artikel 58a BBV en de Financiële-verhoudingswet - de Regeling Informatieverstrekking SiSa.

In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Het is onze verantwoordelijkheid een redelijke mate van zekerheid te krijgen voor ons oordeel ingevolge artikel 213 lid 3 (b) Gemeentewet. Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) en de Nota Verwachtingen Accountantscontrole 2023, zoals opgenomen in de Nota procedure aanlevering SiSa-verantwoordingsinformatie 2023 in bijlage 2 van de Regeling Informatieverstrekking SiSa. Wij hebben bij de controle van de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen dezelfde materialiteit toegepast als bij de controle van de jaarrekening.

3

Accountants

Onze controle bestond onder andere uit:  het identificeren en inschatten van de risico’s dat baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel;  het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling;  het evalueren of de baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen. D. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV.

Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen, opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het Kader Accountantscontrole GRJR zoals vastgesteld door het algemeen bestuur op 15 december 2023 en voor het getrouw toelichten van de financiële rechtmatigheid in de jaarrekening. In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van het normenkader voor de financiële rechtmatigheid mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur de veronderstellingen inzake de financiële risico’s in relatie tot de financiële positie onderbouwen en afwegen of de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening.

Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van het normenkader voor de financiële rechtmatigheid en voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

4

Accountants

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het Kader Accountantscontrole GRJR dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 15 december 2023, het Controleprotocol WNT 2023, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:  het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;  het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden.

Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling;  het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;  het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde veronderstellingen aanvaardbaar zijn inzake de afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan omtrent de financiële positie. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring.

Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen echter van materiële betekenis zijn voor de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling;  het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en  het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen. Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. Breda, 15 juli 2024 Baker Tilly (Netherlands) N.V.

Was getekend, drs. R. Opendorp RA

5

JAARSTUKKEN 2023 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie AB 12 juli 2024

INHOUDSOPGAVE 1. SAMENVATTING EN LEESWIJZER............................................................................ 3 2. FINANCIEEL OVERZICHT ......................................................................................... 4 2. PROGRAMMAVERANTWOORDING ........................................................................ 7 2.1 Context ...............................................................................................7 2.2 Resultaten 2023 .................................................................................8 2.3 Resultaten per opdracht ................................................................... 17 3. PARAGRAFEN ...................................................................................................... 35 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................... 36 3.2 Bedrijfsvoering .................................................................................. 39 3.3 Financiering ...................................................................................... 44 3.4 Openbaarheid (Wet open overheid) ................................................. 44 4. JAARREKENING ................................................................................................... 46 4.1 Overzicht van baten en lasten ..........................................................

46 4.2 Toelichting op baten en lasten .......................................................... 47 4.3 Balans .............................................................................................. 52 4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ......................... 53 4.5 Toelichting op de balans ................................................................... 54 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen ............................... 59 4.7 Gebeurtenissen na balansdatum ...................................................... 60 4.8 Rechtmatigheidsverantwoording ...................................................... 61 5. VASTSTELLINGSBESLUIT ...................................................................................... 64 BIJLAGE A: REALISATIE OP GEMEENTENIVEAU TOTAAL ............................................ 65 BIJLAGE B: SISA-VERANTWOORDING....................................................................... 66

2

1. Samenvatting en leeswijzer In voorliggende Jaarstukken 2023 verantwoordt de Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) het gevoerde, door gemeenten vastgestelde, beleid en het financieel beheer over het jaar 2023, zodat bestuur en gemeenteraden hun controlerende taak kunnen vervullen. Samenvatting a. Het hoofddoel van de GRJR is voldoende bereikt. o In 2023 zorgden de gemeenten in Rijnmond door samenwerking in de GRJR dat voldoende (regionale) specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en veilig thuis beschikbaar was voor jeugdigen van alle 13 gemeenten. o Er zijn meer dan 11.000 jeugdigen en hun gezin in 10 van deze gemeenten geholpen met specialistische jeugdhulp. (Dit is zonder de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, omdat deze gemeenten die hulp zelf inkochten.) b. Dit is niet binnen de randvoorwaarden gelukt. o Met de inzet van deze hulp bleven de gemeenten individueel en gezamenlijk niet binnen de financiële randvoorwaarden (de GRJR-begroting 2023). De realisatie 2023 is € 324,0mln. (vergelijk realisatie 2022 € 311,9 mln.) en overschrijdt daarmee de gewijzigde begroting 2023 (€ 278,6 mln.) zeer fors. Hiervoor was in de risicoparagraaf en de bestuursrapportages al gewaarschuwd. o De kostenstijging is al sinds de decentralisatie in 2015 gaande. In de begroting 2023 rekenden we op basis van de inzichten van dat moment op fors lagere kosten.

Maar de praktijk leert dat eerder voorgenomen kostenbesparende maatregelen onvoldoende effectief konden worden doorgevoerd en dat stevige aanvullende maatregelen nodig zijn. c.

Er zijn stappen in gang gezet voor verdere kostenbeheersing en transformatie. o Dat de kosten stijgen en ingrijpende maatregelen nodig zijn is in lijn met de Hervormingsagenda-discussie. De Hervormingsagenda Jeugd bevat langere termijn maatregelen, maar leidt ook tot de conclusie dat onvermijdelijke tekorten bij gemeenten niet door het Rijk worden gecompenseerd. De GRJR brengt dit punt consequent ter tafel bij de VNG. o Om het tij te keren startte de GRJR-eind 2023, met gemeenten en aanbieders, een grootschalig kostenbeheersingsprogramma (zie Kadernota 2025 en afzonderlijke brieven aan raden). Dit programma levert nog onvoldoende op. Verdergaande maatregelen zijn nodig. o Daarnaast zijn maatregelen nodig buiten het specialistische jeugdhulp domein.

Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bestaan de jaarstukken uit twee delen: het jaarverslag en de jaarrekening. De hoofdstukken 2 en 3 vormen samen het jaarverslag, met in hoofdstuk 2 de resultaten per onderdeel van de jeugdhulp en in hoofdstuk 3 de in het BBV voorgeschreven paragrafen (voor zover van toepassing) met inzicht in diverse bedrijfsvoeringsaspecten van de GRJR. Hoofdstuk 4 is de jaarrekening, met financieel inzicht in het gevoerde beleid (Overzicht van baten en lasten met toelichting), de financiële positie (Balans met toelichting) en enkele verplichte overzichten. 3

2. Financieel overzicht Het financiële beeld is als volgt. Primitieve begroting 2023 Totale Baten Zorgkosten Risico's Jeugdhulp Organisatie en overige kosten Totale Lasten Saldo Baten en Lasten Nagekomen kosten voorgaande jaren Totaal gerealiseerd resultaat

€ 242.410.000 € 235.601.000 € 1.000 € 6.808.000 € 242.410.000 €0 €0 €0

Begroting na wijziging 2023 € 278.627.000 € 273.611.000 € 1.000 € 5.015.000 € 278.627.000 €0 €0 €0

Realisatie 2023

Verschil begroting vs realisatie 2023 € 281.623.000 -€ 2.995.000 € 315.971.000 -€ 42.360.000 €0 € 1.000 € 5.296.000 -€ 281.000 € 321.267.000 -€ 42.640.000 -€ 39.644.000 -€ 39.645.000 € 2.784.000 -€ 2.784.000 -€ 42.428.000 -€ 42.428.000

Het tekort in de rekening bedraagt € 42,4 mln. Bij de voorlopige jaarrekening werkten we met voorlopige productieopgaven. De definitieve productieverantwoordingen die we ontvingen zijn lager dan de voorlopige opgaven, waardoor het definitieve jaarrekeningresultaat wat gunstiger is. Voor ruim € 39,6 mln. is het tekort in de exploitatie 2023 en voor € 2,7 mln. door nagekomen kosten voorgaande jaren. Er is een klein voordeel op de baten als gevolg van rente en subsidieafwikkelingen. De toelichting hierop is opgenomen bij paragraaf 4.2 Toelichting op baten en lasten. Toelichting op de uitgavenontwikkeling Het verloop van de planning en control stukken over 2023 was als volgt: • De begroting 2023 is opgesteld in eerste kwartaal 2022, met nog beperkte kennis over realisatie 2021 en 2022, met inkoopinformatie uit 2021 voor nieuwe contracten per 1 januari 2023, nog te bepalen effecten van splitsing tussen inkoop MVS en overige 10 gemeenten, van de overheveling van de inkoop van delen van opdrachten D (daghulp) en E (ambulante hulp) naar lokaal en van de vlaktaksafschaffing. We streefden naar een zo realistisch mogelijke begroting, waarvoor veel aannames gemaakt moesten worden per gemeente in nauw overleg; • Bij de 1e bestuursrapportage 2023 (mei/juli) was al duidelijk dat de oorspronkelijke begroting van € 242 mln. veel te laag was.

De in samenspraak met gemeenten gedane aannames bleken niet te kloppen. Zoals de aanname dat lokale inkoop van delen van daghulp en ambulante hulp direct zou leiden tot lagere regionale kosten; • Vanwege deze signalen is een begrotingswijziging 2023 vastgesteld (ontwerp april, definitief september). Daarbij is aangegeven dat de kostenontwikkeling moeilijk in te schatten was. De eerdere aannames klopten niet, maar wat dan wel juiste aannames zijn was lastig te bepalen. Ook dat deden we per gemeente in onderling overleg; Een goede schatting was moeilijk, enerzijds door onzekerheid over inzet van jeugdhulp in de resterende maanden, en anderzijds door achterstanden in de gemeentelijke administraties en bij aanbieders voor zorgtoewijzingen. Deze achterstanden zijn door de te beperkte informatiepositie van de GRJR en de decentraal ingerichte administraties niet goed te bepalen;

•

Verdere overschrijding was dan ook niet uit te sluiten en bleek al direct in de 2e bestuursrapportage 2023 (sept/okt). Van de nu geconstateerde € 39 mln. 4

overschrijding in de exploitatie zagen we in de 2e bestuursrapportage € 35 mln. aankomen. Conclusie Uit deze jaarcijfers blijkt dat: • De grote tegenvaller komt door te gunstige begrotingsaannames in combinatie met doorgaande stijging van kosten van jeugdhulpgebruik; • De GRJR-informatievoorziening tot betere tussentijdse signalering leidt, maar de informatiepositie nog onvoldoende is om verrassingen uit te sluiten; • De uitgavenontwikkeling zelf – die afhangt van werkelijke inzet van hulp in samenspraak tussen verwijzers, zoals GI’s en huisartsen, gemeenten en aanbieders – niet in control is. Hoe verder Bij de opstelling van de definitieve jaarstukken 2023 (AB juli) is gebruik gemaakt van de formele productieverantwoordingen met accountantsverklaringen van aanbieders over 2023. We honoreren niet meer kosten en nemen niet meer in de jaarrekening op dan in de productie is verantwoord, en betalen die productie alleen voor zover er toewijzingen van gemeenten zijn afgegeven. Hiermee zijn GRJR en aanbieders afhankelijk van gemeenten voor het bijwerken van de toewijzingen. De informatievoorziening van de GRJR is de afgelopen jaren al sterk verbeterd, waardoor we in de bestuursrapportages de tegenvallers konden zien aankomen. De informatiepositie is echter nog onvoldoende om volledig te kunnen informeren.

De moeite om de informatie tijdig volledig te hebben was in 2023 aanleiding voor een onderzoek naar de mogelijkheden van centralisatie van backofficetaken. In de loop van 2024 worden hierover besluiten genomen. De kostenstijgingen zijn niet houdbaar. Daarom is naar aanleiding van de tweede bestuursrapportage een maatregelenpakket voor de kostenbeheersing uitgewerkt. Dit pakket is in het AB van februari 2024 vastgesteld en betekent dat gemeenten, aanbieders, GI’s en de GRJR aan de slag zijn met uitwerking en invoering van de vastgestelde maatregelen. De bijdragen van de gemeenten worden opgehoogd op basis van de realisatie 2023 per gemeente versus de inleg 2023. Hierbij zijn de kosten waar mogelijk aan gemeenten toegerekend op basis van afname door de betreffende gemeente. Na deze ophoging sluit de jaarrekening 2023 op € 0. In verband met de liquiditeitsbehoefte van de GRJR was bij de voorlopige jaarrekening al een extra inleg bepaald. De definitieve bedragen zijn opgenomen in paragraaf 4.5 Toelichting op de balans. De afrekening van de inleg vindt plaats direct na de definitieve vaststelling van de jaarrekening in juli.

5

Hoofdstuk 2 Programmaverantwoording

6

2. Programmaverantwoording 2.1 Context 2.1.1 Doelstellingen GRJR De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is een samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. De samenwerking heeft tot doel te zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp en voldoende inzet in de jeugdbeschermingsketen. De GRJR is een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, met eigen begroting en jaarstukken waarin de doelen en middelen voor de bovenlokale taken worden vastgesteld en verantwoord. De doelen en uitgaven worden bepaald door beleid en uitvoering van de gemeenten. De GRJR zorgt, met contracten voor specialistische jeugdhulp en subsidies voor jeugdbeschermings-, jeugdreclasserings- en veilig thuis-taken, dat lokale beleidsambities kunnen worden gerealiseerd. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met gemeenten. De deelnemende gemeenten stelden in 2021 het beleidskader ‘Nabij en Passend; Regiovisie Jeugdhulp Regio Rijnmond’ vast. Dit kader komt erop neer dat gemeenten zorgen voor een sterke lokale infrastructuur waarop regionaal aanbod moet aansluiten. De GRJR vertaalde deze visie naar een inkoopstrategie voor de jeugdhulpcontracten per 1 januari 2023.

Een deel van de jeugdhulp is hierbij buiten de regionale contracten gehouden en lokaal ingekocht. Dit betreft delen van daghulp en ambulante hulp voor alle gemeenten en nagenoeg alle jeugdhulp voor gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Naast de opdracht om jeugdhulp te realiseren zijn ook contractuele afspraken met aanbieders gemaakt over aan de Regiovisie ontleende ontwikkelopdrachten. 2.1.2 Actuele begroting 2023 In april 2022 legde het bestuur van de GRJR de ontwerpbegroting 2023 voor zienswijzen aan de gemeenteraden voor. In juli 2022 stelde het bestuur de begroting 2023 vast met inachtneming van de zienswijzen. In april 2023 legde het bestuur een begrotingswijziging voor zienswijzen voor. Na de wettelijk aangepaste termijn van dertien weken stelde het bestuur in september 2023 de begrotingswijzing vast. In onderstaande tabel zijn de verschillende mutaties uit deze begrotingswijziging opgenomen. De belangrijkste mutatie betreft “realistisch begroten” (A), waarmee wordt bedoeld het actualiseren van begrotingsaannames 2023 op basis van actuele realisatiecijfers 2022. Deze mutatie werkt ook door in een herberekend indexatie-effect (E).

7

Overzicht van Begroting 23 naar Begrotingswijziging 23

A. B. C. D. E. F. G.

H. I. J.

Begroting 2023 Realistisch begroten Maatwerk pleegzorg Pleegzorgvergoeding Diverse verschuivingen binnen de begroting Indexatie Zorgcontinuïteit Maassluis, Vlaardingen en Schiedam Aanpassingen op gemeente niveau effect inkoop 2023 Aanpassingen op gemeente niveau A t/m E totaal mutaties april 2023 Begroting 2023 versie april 2023 Zorgcontinuïteit Maassluis, Vlaardingen en Schiedam Aanpassingen op gemeente niveau A t/m E Aanpassing budget GI's totaal mutaties september 2023 Begroting 2023 versie september 2023

Mutaties +

Mutaties -

12.692.906 250.000 495.927 0 10.002.546 9.969.695

33.411.074

625.271 1.812.402 2.437.673 9.911.256

17.655.369 17.655.369

2.500.000 12.411.256

Begroting (lasten) 242.409.928 12.692.906 250.000 495.927 0 10.002.546 9.969.695 -625.271 -1.812.402 30.973.401 273.383.328 -9.911.256 17.655.369 -2.500.000 5.244.113 278.627.441

De begroting 2023 had om omvang van € 242,4 mln. Dit is € 69,5 mln. lager dan de jaarrekening 2022 (waarvan € 47,4 mln. omdat MVS zelf jeugdhulp inkoopt). Door de begrotingswijziging steeg de begroting met € 30,9 mln. tot € 278,6 mln. 2.1.3 Beleidsindicatoren In principe behoort de GRJR volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) beleidsindicatoren op te nemen. Echter voorzien de deelnemende gemeenten hier al in hun eigen jaarrekening in.

2.2 Resultaten 2023 2.2.1 Hoofddoel voldoende bereikt: jeugdigen helpen De inhoudelijke boodschap van deze jaarstukken is, dat we als samenwerkende gemeenten in 2023 er weer in zijn geslaagd om onze jeugdigen hulp te geven waar die nodig was. Rond de 11.1001 jeugdigen ontvingen in 2023 specialistische jeugdhulp die door de GRJR was ingekocht. Meer dan 8.000 van hen kregen een vorm van ambulante hulp terwijl ze gelukkig ‘gewoon’ thuis konden blijven wonen. Ruim 1.100 jeugdigen ontvingen daghulp die op een of andere manier met school moest worden gecombineerd. Rond de 1.750 jeugdigen woonden bij een pleeggezin omdat thuis wonen niet mogelijk was. Meer dan 800 kinderen hadden een opname met behandeling nodig. Meer dan 350 jeugdigen verblijven in langdurige vormen van verblijfshulp zoals gezinshuizen of beschermd wonen. Naast deze cijfers kregen meer dan 650 jeugdigen uit onze regio hulp van een landelijke jeugdhulpspecialist op een buiten regionale plek. In 2023 implementeerde de GRJR nieuwe contracten voor specialistische jeugdhulp met systeemaanbieders, prestatieaanbieders en flexaanbieders. Ook werkte de GRJR met de gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en -reclassering volop aan verbetering van de jeugdbeschermingsketen.

1

Dit betreft vaak een unieke vorm van jeugdhulp maar soms ook een combinatie, van bijvoorbeeld pleeghulp en ambulante hulp. Dit aantal kan na de definitieve jaarrekening nog worden bijgesteld omdat er toewijzingen met terugwerkende kracht worden afgegeven.

8

Het jaar stond in het teken van afronding van de oude contracten, in de praktijk inregelen van de nieuwe contracten, aanpakken van ernstige knelpunten in de gesloten jeugdhulp en de jeugdbescherming en starten met ontwikkelopdrachten om de hulp passender, tijdiger en nabijer te maken. 2.2.2 Niet binnen financiële randvoorwaarden gelukt Zoals de Hervormingsagenda laat zien staat er grote financiële druk op de jeugdhulp. Er is al jaren sprake van forse kostenstijging. Dat blijkt ook weer uit deze jaarrekening. Duiding van de overschrijdingen Eerst is van belang om te constateren dat de begroting 2023 te rooskleurig was. De jaarrekening 2022 was (exclusief zorgkosten MVS) in totaal €283,3 mln. De definitieve jaarrekening 2023 bedraagt €324,0 mln. Het verschil is €40,7 mln. Dit terwijl de oorspronkelijke begroting 2023 met een omvang van €242,4 mln. juist uitging van een daling van de kosten ten opzichte van 2022. Deze begroting is begin 2022 opgesteld met een aantal te gunstige aannames: 1. De aanname dat er geen sprake zou zijn van trendmatige groei. De realisatiecijfers 2022 (uit de jaarrekening 2022 die in juli 2023 is vastgesteld) lieten een jaar na vaststelling van de begroting 2023 een doorgaande trendmatige stijging zien waarmee in de begroting 2023 nog geen rekening was gehouden. Deze trendmatige groei zette in 2023 door. Deze aanname bleek voor circa €25 mln.

een onderschatting te zijn. De effecten van aanpassing van het woonplaatsbeginsel werkte hierin sterker door dan destijds rekening mee is gehouden; 2. Verschuiving delen daghulp (D) en ambulante hulp (E) van regionaal naar lokaal. Ten tijde van de aanbesteding in 2021/2022 van nieuwe contracten per 1-1-2023 is gekozen een deel van de specialistische jeugdhulp niet meer regionaal in te kopen. De geschatte impact van € 20,1 mln. verschuiving van kosten bleek niet op te treden; 3. Verder werden in de ramingen van de begroting 2023 op verzoek van diverse gemeenten specifieke neerwaartse bijstellingen gedaan. Deze bijstellingen voor in totaal € 17,9 mln. bleken niet in de praktijk plaats te vinden; 4. Wachttijdvermindering was in 2021 en 2022 een speerpunt waarvoor de begroting tijdelijk was opgehoogd (met extra geld van het rijk, € 7,5 mln. in 2021 en € 15 mln. 2022). Om binnen de gemiddelde wachttijdnorm te blijven bleek echter structureel meer inzet nodig; 5. De genoemde punten (met bedragen op prijspeil 2022) waren niet voorzien in de begroting 2023 maar deden zich wel voor. Vanwege inflatiecorrecties en indexatie over 2023 kwam er aan kosten over deze ontwikkelingen nog € circa 10 mln. bij. 6. Daarnaast was er in de volledigheid van de informatie vertraging en daarmee ook een onderschatting, doordat toewijzing van jeugdhulp regelmatig plaatsvindt met terugwerkende kracht.

Dit terwijl de afgesproken werkwijze is dat de gemeentelijke toegang tot de jeugdhulp door middel van een toewijzing groen licht geeft om 9

jeugdhulp te starten. Vanwege achterstanden in de afhandeling hiervan, in combinatie met afstemmingsproblemen tussen aanbieders en gemeenten, en het belang van het beperkt houden van de wachttijden, is de praktijk gegroeid om zorg alvast te starten voordat een toewijzing is afgegeven. Dit leidt bij de GRJR tot onderrapportage van de zorgkosten. De genoemde tegenvallers verklaren samen het grote verschil tussen de oorspronkelijke begroting en de jaarrekening 2023 en hebben zoals gezegd vooral te maken met de gehanteerde begrotingsaannames. Deze aannames zijn overigens in nauw overleg met de gemeenten en per gemeente op maat gedaan. Bij de begrotingswijziging 2023 werden aannames bijgesteld maar ook toen nog met te gunstige verwachtingen. Ondertussen werd de begrotingsafwijking in de bestuursrapportages 2023 al steeds meer zichtbaar en is daaruit al in 2023 lering getrokken. In het najaar 2023 is de Kadernota 2025 opgesteld met uitgangspunten voor begroting 2025 en begrotingswijziging 2024. Belangrijkste uitgangspunten zijn het gebruik maken van actuele data in combinatie met het wél rekening houden met trendmatige groei en het terughoudender zijn met gunstige bijstellingen.

Daarbij spelen vanuit het perspectief van de Regiovisie Nabij en Passend onder meer de volgende uitdagingen: • Inzet van pleeghulp in plaats van duurdere residentiële hulp wil maar niet groeien; • Snellere uitstroom uit specialistische jeugdhulp (bijvoorbeeld uit daghulp naar onderwijs, uit gezinshuizen naar zelfstandig wonen, etc.) wil maar niet vlotten; • Inspanningen om dure zorg beter en goedkoper te maken (afbouw van gesloten jeugdhulp en inzet van alternatieven) pakken vooralsnog financieel niet gunstig uit. Landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2023 was niet alleen regionaal, maar ook landelijk een turbulent jaar voor de jeugdhulp. De landelijke discussie over de Hervormingsagenda werd na een langslepend geschil voorlopig beklonken. Er zijn nu afspraken over fundamentele verbetering van jeugdzorg. Tot groot ongenoegen van gemeenten heeft de rijksoverheid niet ingestemd met het ophogen van de algemene uitkering aan gemeenten om de grote stijgingen van de jeugdhulpuitgaven in de afgelopen jaren structureel te compenseren. De beheersing van de kosten is dan ook een grote opgave voor de gemeenten, zowel individueel als samenwerkend in de GRJR. Dit betreft het samenhangend geheel van Jeugdwetkosten, dus naast specialistische jeugdhulp via de GRJR ook lokale jeugdhulp en voorliggende voorzieningen.

Daarbij moet worden bedacht dat de GRJR de kosten van de regionale specialistische jeugdhulp niet eigenstandig kan beperken, omdat wettelijke verwijzers en gemeentelijke lokale teams bepalen welke hulp voor een individuele jeugdige wordt ingezet conform het beleid van de gemeenten. 2.2.3 Aanzetten tot verdergaande kostenbeheersing en transformatie De conclusie uit deze jaarrekening is dat de gewenste transformatie of hervorming tot nu toe nog niet leidt tot een rem op de uitgaven. De uitgaven groeien de pan uit, er is veel meer nodig en dat vraagt zowel inzet van de GRJR, als van aanbieders en individuele gemeenten op jeugdhulp- én aanpalende domeinen.

10

Er wordt langs diverse lijnen gewerkt aan de transformatie: maatregelen voor kostenbeheersing, uitwerking van de Hervormingsagenda, vormgeving van alternatieven voor Jeugdhulpplus, vormgeving van bovenregionale expertisenetwerken en sturing op ontwikkelopdrachten. Kostenbeheersingsmaatregelen Naar aanleiding van de 2e bestuursrapportage 2023 zijn kostenbeheersingsmaatregelen binnen huidige contractuele kaders geïnitieerd, vooral gericht op doelmatiger inzet van bestaande instrumenten bij toewijzen van hulp en managen van contracten. Het Algemeen Bestuur heeft in februari 2024 een pakket kostenbesparingsmaatregelen vastgesteld onder het adagium “Voldoende is goed genoeg”. Tegelijkertijd is met de gemeentelijke directeuren sociaal domein een Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK) opgesteld die het AB ook in februari 2024 heeft vastgesteld. In de RBOK zijn de ambitie van en sturing op het maatregelenpakket GRJR toegelicht. Daarnaast zijn verdergaande maatregelen buiten de bestaande kaders van de GRJR nodig, die de reikwijdte van de Jeugdwet begrenzen, de instroom in jeugdhulp beperken en de uitstroom bevorderen. Hierover loopt een maatschappelijk debat over fundamentele beleidsaanpassing, waarop ook de Hervormingsagenda ziet met voornamelijk langere termijn-effecten.

Uitwerking Hervormingsagenda De GRJR is op landelijk niveau op diverse niveaus aangehaakt op de Hervormingsagenda. Het Dagelijks Bestuur sprak begin 2023 met de VNG over de inhoud van de conceptagenda en de achterliggende financiële systematiek. Na vaststelling van de agenda zijn diverse landelijke werkgroepen gevormd. De GRJR neemt deel aan de werkgroep die zich bezighoudt met het opnieuw inrichten van de landelijke inkoop van hoogspecialistische jeugdhulp (LTA). De GRJR adviseert verder de VNG over de lijst met zorgvormen die ten minste op regionaal niveau moeten worden ingekocht. Daarnaast trekt de GRJR in de regio het proces van de robuustheidsscan (is de regio als toekomstige regio robuust genoeg?) en de regioscan (0-meting: waar staan we ten opzichte van de Hervormingsagenda?). Ten slotte participeert de GRJR in het BJ42-overleg van de VNG met de 42 jeugdhulpregio’s. De VNG richt deze overleggen steeds meer in als gremium om ontwikkelingen in de implementatie van de Hervormingsagenda in de verschillende regio’s richtinggevend met elkaar te delen. Werkgroep Alternatieven voor jeugdhulpplus De GRJR startte in 2023 een werkgroep met de zeven systeemaanbieders en Gecertificeerde Instellingen (GI’s) voor de versnelde ontwikkeling van alternatief zorgaanbod voor jeugdhulpplus en 1-op-1 begeleiding.

Een concreet resultaat hiervan is bijvoorbeeld dat Pameijer een plan heeft gemaakt om woongroepen te verkleinen naar vier jongeren met gelijkblijvende begeleiding. Daarnaast zijn aanbieders bezig met een bijscholingsprogramma van jeugdhulpprofessionals, een ambulant team met diverse expertises dat uithuisplaatsingen moet tegengaan en een verkenning naar een instellingsterrein waar kinderen met GGZ-problematiek onvoorwaardelijk kunnen wonen.

11

Bovenregionaal expertisenetwerk (Bren) De GRJR is nauw betrokken bij de doorontwikkeling van het Bovenregionaal expertisenetwerk. Dit netwerk heeft de volgende drie doelen: • Casusoverleg waarin voorzitters van regionale expertiseteams casuïstiek over jeugdigen bespreken voor wie in de regio geen oplossing wordt gevonden. Dit verloopt naar tevredenheid; • Ontwikkeling van noodzakelijk nieuw aanbod in het landsdeel. In dit kader zijn in 2023 diverse projecten gestart. Timon gaat een kleine woonvorm ontwikkelen waar jongeren die voorheen van aanbieder naar aanbieder werden doorgeplaatst onvoorwaardelijk kunnen wonen. Een soortgelijke opdracht heeft Novaa voor jongeren met forensische problematiek. Ook zijn er opdrachten uitgezet om jongeren en ouders op wachtlijsten door jonge ervaringsdeskundigen te laten ondersteunen; • Wetenschappelijk onderzoek. Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) onderzoekt bijvoorbeeld naar de werkzame elementen van zorgaanbod vanuit het BREN. Ontwikkelopdrachten Vanaf 1 januari 2023 werkt de GRJR met zeven systeemaanbieders voor specialistische jeugdhulp. Met deze aanbieders zijn afspraken gemaakt waarin de ontwikkelopgaven in de regiovisie zijn vertaald naar opdrachten om hun zorgaanbod passender te maken.

Elke aanbieder werkt op eigen wijze aan deze opdrachten, soms in samenwerking met de overige systeemaanbieders, soms intern en met eigen onderaannemers. Aanbieders leveren per kwartaal een kwalitatieve rapportage en na afloop van het jaar verantwoorden zij de inzet van hun ontwikkelbudget van ca € 150.000 per aanbieder per jaar. Om de resultaten meetbaar te maken bouwen aanbieders en GRJR aan betekenisvolle KPI’s per ontwikkelopdracht. In contractgesprekken bespreken de contractmanagers de inhoudelijke ontwikkelingen mede aan de hand van deze KPI’s. Naast de individuele ontwikkelopdrachten vormden aanbieders een gezamenlijke ontwikkelagenda op ter versterking van de individuele ontwikkelopdrachten. Deze gezamenlijke agenda is gericht op verbetering van de toeleiding naar specialistische hulp, het ontwikkelen van passend zorgaanbod en het leren van complexe casuïstiek. En dit binnen de opdracht tot kostenbesparing. Op de ontwikkelopdrachten wordt onderstaand kwalitatief resultaat geboekt: 1. Hulp aan de jeugdige moet nabij en passend zijn Aanbieders werken op diverse manieren aan deze opdracht. De ene aanbieder focust op gebiedsgericht werken, een andere opent een nieuwe locatie in het noorden van de regio waar nog geen fysieke aanwezigheid was.

Ook kijken aanbieders binnen het bestaande hulpverleningsaanbod naar meer nabije zorg, zoals gericht zoeken naar netwerkpleeggezinnen voor jeugdigen die (tijdelijk) niet meer thuis kunnen wonen. Tot slot richten aanbieders zich op het verhogen van de respons op exit-vragenlijsten, zodat zij beter in beeld krijgen of hulp passend is geweest voor de jeugdige en het gezin.

12

2. Regionaal sluit aan op lokaal Aanbieders werken aan meer verbinding met gemeenten, met als doel dat jeugdhulp daar waar dat kan lokaal wordt geleverd. Dit gebeurt via verdeeltafels, knooppunten en inzicht in lokale partijen. Vanuit gemeentelijke en regionale zijde is veel aandacht voor dit onderwerp. Aan de zorgbemiddelingstafel sluiten ook steeds vaker de lokaal ingekochte partijen aan om deze beweging te stimuleren. 3. Jeugdigen groeien zoveel mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Aanbieders trekken samen op om de pleeggezin- en gezinshuiszorg te verbeteren. Dit gebeurt door werving en behoud van pleegouders, scholing van pleeggezinnen, beschikbaar stellen van expertise (zoals op het gebied van traumaverwerking). Twee aanbieders richten zich op het opzetten van Mockingbird-constellaties. 4. Minimale inzet van bedden Aanbieders richten zich op ontwikkelen van zorgvormen als alternatief voor verblijfshulp. De wijze van monitoring van deze opdracht is in ontwikkeling. Er is een definitie van flexibele bedden vastgesteld en er wordt met een KPI zicht gehouden op deze opgave. 5. Kosteneffectiviteit Voor deze opdracht is het de bedoeling dat aanbieders met regelmaat middels dossieranalyses onderzoeken wat er beter en efficiënter kan. Hiervoor stemmen aanbieders hun werkwijze op elkaar af.

2.2.4 Ontwikkeling van het zorglandschap; nabij en passende, tijdige hulp Algemene ontwikkelingen Met de start van de nieuwe contractperiode per 1 januari 2023 is het zorglandschap op een andere wijze ingedeeld dan voorheen. De zeven systeemaanbieders zijn samen verantwoordelijk voor een dekkend zorglandschap voor specialistische jeugdhulp. Forensische jeugdhulp is apart gecontracteerd; dit zijn de prestatie-aanbieders. Tot slot zijn er flex-aanbieders die (tijdelijk) worden ingezet als systeem- of prestatieaanbieders geen ruimte meer hebben om de hulp zelf tijdig te leveren of als zij de zorg niet kunnen leveren. De eerste helft van 2023 stond in het teken van de zorgcontinuïteit van oude naar nieuwe contracten. Jeugdigen die in 2022 al zorg ontvingen en in zorg bleven, kregen de hulp die ze al hadden op het oude contract tot uiterlijk 1 juli 2023. De hulp die daarna nodig is werd overgezet naar een nieuwe contractpartij. Arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt houdt aan, zowel landelijk als in onze regio. In de Hervormingsagenda is dan ook veel aandacht voor het oplossen van problemen in de arbeidsmarkt. Aanbieders zetten in op het werven en behouden van (ervaren) medewerkers onder andere door het beheersen van de werkdruk. In mei 2023 startte een pilot Functiedifferentiatie in de Pleegzorg waarin mbo’ers naast hbo’ers worden ingezet in de pleegzorg.

Doel is om de jeugdhulpsector toegankelijker te 13

maken voor mbo’ers en zo het tekort op de arbeidsmarkt te verminderen. De eerste resultaten zijn positief. Het ziekteverzuim in de jeugdhulp is licht afgenomen, maar is nog steeds hoger dan in andere sectoren. Aanbieders zetten sterk in op preventie en begeleiding om het ziekteverzuim terug te dringen. Hoofdlijnen opdrachten A tot en met F In alle opdrachten (behalve pleegzorg) zien we dat de weektarieven stijgen, bij gelijkblijvende aantallen kinderen in jeugdhulp en niet veranderende duur van zorg: • Ondanks de ambitie om jeugdigen die hulp met verblijf nodig hebben meer in pleegzorg te plaatsen, is het aantal jongeren in pleegzorg (A) in 2023 licht gedaald. Kinderen worden langer ambulant behandeld. Is uiteindelijk toch plaatsing buiten het gezin nodig, dan is de problematiek voor veel pleegzorggezinnen te zwaar; • Substantiële afname van jeugdigen in opname met behandeling (B), waarmee in de begroting rekening is gehouden, werd niet gerealiseerd. Afname van het aantal kinderen in gesloten jeugdhulp is gestabiliseerd. Maar er is tegelijk een sterke weektariefstijging in B door toegenomen complexiteit van de zorgvraag bij instellingen die jeugdigen in de openheid opvangen. Dit komt door de ingezette afbouw van gesloten jeugdhulp (B2/Jeugdhulp+).

Wel zien we een lichte daling van het aantal jeugdigen in opname met intensieve behandeling (B3), die mogelijk gevolg is van intensievere (duurdere) inzet van daghulp (D) en ambulante hulp (E); • Er komen meer jongeren in gezinshuizen (C1) als alternatief voor pleegzorg, en in beschermd wonen (C3). Minder jongeren dan voorheen komen in KamerTrainingscentra (C2); dit aanbod lijkt niet goed aan te sluiten bij de vraag van jeugdigen die toe zijn aan een volgende fase op weg naar zelfstandigheid; • Het aantal jeugdigen in daghulp (D) bleef vrijwel gelijk aan 2022, ondanks de verwachting dat dit substantieel zou dalen doordat gemeenten een deel van daghulp zelf aanbieden. Of de jeugdhulp op de juiste plek geleverd wordt (regionaal/lokaal) is nog niet goed te beoordelen, mede omdat gemeenten (nog) onvoldoende informatie hebben over lokaal zorggebruik. Knelpunten zoals niet tijdig uitstromen naar lokaal en onvoldoende doorstroom naar (passend) onderwijs dragen bij aan kostenoverschrijding in opdracht D. De complexiteit van de zorgvraag zien we ook in D terug in gestegen weektarieven, mogelijk in samenhang met minder inzet van verblijfshulp met intensieve behandeling (B3); • Het aantal jeugdigen in ambulante hulp (opdracht E) neemt duidelijk af, maar het gemiddeld weektarief stijgt. De daling betreft grotendeels laagfrequente medicatie en lichte vormen van ambulante hulp.

Dit komt doordat gemeenten vanaf 1 januari 2023 zelf een deel van de ambulante jeugdhulp hebben ingekocht. De financiële effecten zijn minder dan verwacht. De stijging van weektarieven heeft mede als oorzaak dat lichte hulp meer lokaal geleverd wordt en duurdere zorg regionaal blijft; • Bij de crisishulp (F) is de onderlinge samenwerking tussen systeemaanbieders en het crisisinterventieteam van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verstevigd. Met elkaar is er voldoende capaciteit beschikbaar om zorgvragen van nieuwe jeugdigen in crisissituaties te kunnen oppakken. Er is gebruik gemaakt van ongeveer 85% van de beschikbare crisiscapaciteit. Dit jaar is overcapaciteit van het ambulante 14

crisisaanbod voor het eerst alternatief ingezet op reguliere arrangementen, met name ter voorkoming van breakdowns bij pleegzorgplaatsingen. Forensische zorg Zorg aan jeugdigen met een reclasseringsmaatregel, forensische zorg in de vorm van opname (B), verblijf (C), daghulp (D) en ambulant (E), is sinds 2023 apart gegund aan prestatieaanbieders. Omdat dit eerder niet apart was ingekocht en geregistreerd is nog geen vergelijking te maken met voorgaande jaren en is 2023 een 0-meting. Alleen het gebruik van verblijf in het kader van het adolescentenstrafrecht (ASR) werd tot en met 2022 geregistreerd. In 2023 zijn 348 toewijzingen voor forensische zorg afgegeven voor 290 jeugdigen. Veruit de meeste toewijzingen (235) betreffen ambulante hulp (E) en er is zo’n 40 maal daghulp toegewezen (D). Er is ten opzichte van de vroegere ASR een groei te zien in het aantal jeugdigen met forensische verblijfszorg, met name beschermd wonen (C3) en training zelfstandig wonen (C2). In 2023 gebruikten ruim 50 jeugdigen deze hulp met verblijf. De gemiddelde wachttijd bij prestatieaanbieders was in 2023 16 dagen. De gemiddelde leeftijd van jeugdigen met forensische zorg ligt hoger dan bij reguliere jeugdhulp: 20% is 17-18 jaar en 47% is tussen de 18 en 23 jaar.

Wachttijden Resultaten opdracht E (ambulante hulp) Bij het afronden van het project Aanpak wachttijden was eind 2022 de gemiddelde wachttijd voor opdracht E 14 weken. Eind 2022 stonden voor opdracht E 1085 jeugdigen op de wachtlijst. Aantal wachtenden opdracht E (excl. MVS)

Gemiddelde wachttijd opdracht E 30 25 20 15 10 5 0

27

1500 15 13 15

18

17 18 14 13 16

1150

1331 1057 1014 1070

1085 1017

1272 1313 1215

1000 500 0 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 2021 2021 2022 2022 2022 2022 2023 2023 2023 2023

Na het eerste kwartaal van 2023 was te zien dat de systeemaanbieders de in 2022 ingezette daling zowel qua aantallen als wachttijd hadden voortgezet. Aanbieders merken dat bij verwijzers, met name huisartsen, de verschuiving van delen van opdracht E naar lokale inkoop niet voldoende bekend is. Het aantal huisartsverwijzingen naar de regionale GGZ-aanbieders nam toe van 75% in het eerste kwartaal naar 85% in het derde kwartaal. Hierdoor was er in 2023 grotere druk op de regionale GGZ-aanbieders voor screening en triage. De gevolgen werden gedurende 2023 zichtbaar. De gemiddelde wachttijd is met 4 weken gestegen en het aantal wachtenden met 130. Verschillende gemeenten nemen in subregionaal verband stappen om te zorgen voor herverdeling van casuïstiek, zodat inzet van lokaal gecontracteerde aanbieders bij passendheid voorliggend is aan inzet van regionale aanbieders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3653/documents/32658