CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

44. 2024 075646 Raadsvoorstel Zienswijze concept verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen vervoersautoriteit MRDH.pdf

Gemeenteraad AW 30 september 2024, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 7: Ingekomen stukken7.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel Onderwerp: Zienswijze concept verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen vervoersautoriteit MRDH Portefeuillehouder Mario Bianchi E-mailadres opsteller: l.torbijn@albrandswaard.nl

College van burgemeester en wethouders 27 augustus 2024

Zaaknummer 2024-075646

Openbaar

Geadviseerd besluit 1. De zienswijze op de concept verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen vervoersautoriteit MRDH, waarbij geen inhoudelijke opmerkingen worden gemaakt, vast te stellen en te versturen overeenkomstig bijgevoegde brief.

Raadsvoorstel Inleiding De MRDH is voornemens de huidige verordening bussenleningen 2017 uit te breiden, door deze te vervangen door de ‘verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen vervoersautoriteit MRDH’. Met deze verordening wordt het voor concessiehouders mogelijk om een lening af te sluiten bij de MRDH voor het overnemen, bouwen of aankopen van strategische busstallingslocaties. Deze mogelijkheid komt naast de al bestaande regeling voor zero-emissiebussen en bijbehorende laadvoorzieningen. De nieuwe verordening maakt het mogelijk om langjarig de beschikbaarheid van strategische busstallingslocaties te borgen. Daarnaast biedt de verordening de mogelijkheid aan concessiehouders om de inzet van zero-emissiebussen te vergroten en daarmee het regionale busvervoer te verduurzamen. Beoogd effect Met het indienen van deze zienswijze maken we het standpunt van de gemeente Albrandswaard over het uitbreiden van de ‘verordening verstrekking lening voor bussen en stallingen vervoersautoriteit van de MRDH’ kenbaar. Het aanpassen van de verordening biedt ruimte om het regionale busvervoer te verduurzamen. Argumenten 1.1 In de Wet gemeenschappelijke regelingen is vastgelegd dat er een zienswijzeprocedure gevolgd moet worden richting de deelnemende gemeenten.

Middels het indienen van een zienswijze kan de de gemeente invloed uitoefenen op beleid- en financiële keuzes van de MRDH. Ook kan de gemeente in een zienswijze eventuele zorgen, aanvullingen en opmerkingen meegeven aan de MRHD. Overleg gevoerd met - Portefeuillehouder Bianchi Kanttekeningen N.v.t. Uitvoering/vervolgstappen De deadline voor het indienen van de zienswijze is 23 september 2024. De zienswijze wordt behandeld in de commissie Beraad en Advies op 17 september 2024. Aansluitend wordt de zienswijze onder voorbehoud van vaststelling in de raadsvergadering van 30 september 2024 verzonden aan de MRDH. Samen met de door de MRDH ontvangen zienswijzen wordt de uitbereiding van de verordening bussenleningen 2017 op 6 november en 20 november 2024 besproken door de adviescommissie van de MRDH. Het algemene bestuur betrekt de zienswijzen vervolgens bij de besluitvorming over de verordening tijdens de vergadering op 6 nobember 2024. Via het dagelijks bestuur wordt een voorstel aan het algemeen bestuur voorgelegd over vaststelling van de nieuwe verordening en gelijktijdige intrekking van de oude verordening. Financiën De uitbreiding van de verordening heeft geen financiële gevolgen voor de gemeente Albrandswaard. Ook voor de MRDH heeft de uitbreiding geen directe financiële gevolgen.

Het aantrekken en verstrekken van bussenleningen worden integraal in de jaarlijkse begrotings- en verantwoordingscyclus verwerkt. De toename van risico’s voor de MRDH worden opgevangen binnen de bestaande risicoreserve-financiering. Inclusiviteitstoets N.v.t. Communicatie/participatie na besluitvorming N.v.t.

2/4

Bijlagen 1. 20240821 Zienswijze conceptverordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen VA MRDH.docx 2. Getekende aanbiedingsbrief zienswijze leningen bussen en stallingen MRDH.pdf 3. bijlage 1 Verordening_leningen_MRDH.pdf 4. bijlage 2 Toelichting Verordening leningen MRDH.pdf 5. bijlage 3 busstallingslocaties MRDH.pdf

3/4

CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Zienswijze concept verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen vervoersautoriteit MRDH

Zaaknummer:

De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 27 augustus 2024,

BESLUIT: 1. De zienswijze op de concept verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen vervoersautoriteit MRDH, waarbij geen inhoudelijke opmerkingen worden gemaakt, vast te stellen en te versturen overeenkomstig bijgevoegde brief.

4/4

VERORDENING VERSTREKKING LENINGEN VOOR BUSSEN EN STALLINGEN VERVOERSAUTORITEIT MRDH

Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH Pagina 1 van 12

Inhoud Begrippenkader........................................................................................................................ 3 Toepassingsbereik ................................................................................................................... 5 Activiteiten ............................................................................................................................... 5 Staatssteun ............................................................................................................................... 6 Leningenplafond ...................................................................................................................... 7 Aanvraag lening ....................................................................................................................... 7 Te financieren kosten.............................................................................................................. 8 Lening ........................................................................................................................................ 9 Uitvoeringsovereenkomsten ................................................................................................ 10 Afwijzingsgronden.................................................................................................................

10 Hardheidsclausule ................................................................................................................. 11 Slotbepalingen ....................................................................................................................... 12

Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH Pagina 2 van 12

Begrippenkader Artikel 1. In deze verordening wordt verstaan onder: (a)

algemene leningvoorwaarden: de algemene leningvoorwaarden van de MRDH zoals in de kredietovereenkomst van toepassing verklaard;

(b)

bestuurscommissie: de bestuurscommissie Verordening Vervoersautoriteit MRDH 2015;

(c)

concessie: het bij besluit van de bestuurscommissie verstrekte recht om met uitsluiting van anderen openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied gedurende een bepaald tijdvak, als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000;

(d)

concessiebesluit: het besluit van de bestuurscommissie tot het verlenen van een concessie;

(e)

concessiehouder: de vervoerder aan wie door de bestuurscommissie een concessie is verleend na een aanbesteding, inbesteding of onderhandse gunning als bedoeld in artikel 61 van de Wet personenvervoer 2000;

(f)

Concessiehouder Materieel B.V.: een 100%-dochtervennootschap van de concessiehouder die, al dan niet na wijziging van de statuten, door het algemeen bestuur van de MRDH overeenkomstig het van tijd tot tijd geldende Treasurystatuut van de MRDH is aangewezen als partij aan wie de MRDH uit hoofde van haar publieke taak een lening mag verstrekken en welke vennootschap in het kader van de concessie zal dienen als ‘special purpose vehicle’ die eigenaar is of wordt van de op grond van deze verordening te financieren activa;

(g)

financieringsdocumenten: de subsidiebeschikking, de kredietovereenkomst, de algemene leningvoorwaarden, de pandakte, de hypotheekakte, de opstalakte, de zekerheidsdocumenten en alle overige documenten die als zodanig door de MRDH enerzijds en de geldnemer en, indien van toepassing, de concessiehouder anderzijds worden aangemerkt;

(h)

geldnemer: de Concessiehouder Materieel B.V., die met de MRDH en de concessiehouder een kredietovereenkomst is aangegaan, alsmede diens rechtsopvolgers onder algemene of bijzondere titel;

(i)

herfinanciering:

(j)

Vervoersautoriteit

zoals

ingesteld

bij

(1)

het via een lening aflossen van een bestaande financiering: (a) om reden dat de reguliere looptijd, dat wil zeggen een looptijd die niet is verkort met het oog op de lening, afloopt of (b) die is aangetrokken ter voorfinanciering van een lening;

(2)

het via een lening financieren van activa die door Concessiehouder Materieel B.V. uit eigen middelen is gefinancierd ter overbrugging naar de verstrekking van een lening voor de financiering van die activa.

hypotheekakte: de tussen de geldnemer en de MRDH te sluiten hypotheekakte, conform het model dat voor de concessie door de bestuurscommissie is vastgesteld;

Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH Pagina 3 van 12

(k)

kredietfaciliteit: de kredietfaciliteit die op basis van de kredietovereenkomst ter beschikking wordt gesteld en op grond waarvan een of meerdere leningen worden verstrekt voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten;

(l)

kredietovereenkomst: de tussen de geldnemer en de concessiehouder enerzijds en de MRDH anderzijds te sluiten kredietovereenkomst waarmee een kredietfaciliteit ter beschikking wordt gesteld, conform het model dat voor de concessie door de bestuurscommissie is vastgesteld;

(m)

laadinfrastructuur: tank- en laadinfrastructuur behorende bij zero emissiebussen, zoals nader gedefinieerd in het concessiebesluit en het programma van eisen;

(n)

lening: een op basis van de in een kredietovereenkomst opgenomen kredietfaciliteit door de MRDH verstrekte lening voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten;

(o)

leningenplafond: bedrag dat gedurende een door de bestuurscommissie bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van leningen krachtens deze verordening;

(p)

MRDH: de publiekrechtelijke rechtspersoon genaamd Metropoolregio Rotterdam Den Haag die is ingesteld krachtens de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 (zoals van tijd tot tijd gewijzigd, aangevuld, opnieuw vastgesteld, vervangen of de door de bestuurscommissie als zodanig aangemerkte opvolger van deze regeling);

(q)

opstalakte: de tussen de eigenaar van de grond waarop de laadinfrastructuur en/of stalling geplaatst is of gaat worden en de geldnemer te sluiten opstalakte, aangegaan op voorwaarden die door de bestuurscommissie zijn vastgesteld;

(r)

pandakte: de tussen geldnemer en de concessiehouder enerzijds en de MRDH anderzijds te sluiten pandakte(s), conform het model dat door de bestuurscommissie is vastgesteld

(s)

stalling: een op een strategische locatie gelegen (al dan niet overdekte) ruimte voor het laden/tanken en stallen van zero emissiebussen, waaronder begrepen onroerende zaken die onlosmakelijk met de stalling zijn verbonden, zoals werkplaatsen, wasstraten, tankvoorzieningen en wachtruimten inclusief de grond waarop de hiervoor bedoelde ruimte en daarmee onlosmakelijk verbonden zaken zich bevinden;

(t)

strategische locatie: een locatie kwalificeert als strategisch indien deze door de bestuurscommissie als zodanig is aangewezen voor de concessie op grond van in ieder geval ieder van de volgende criteria: (1)

de locatie bevindt zich op een belangrijk (centraal) punt voor de uitvoering van de concessie en dat zal in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid ook zo blijven;

(2)

er zijn geen alternatieve locaties in de directe omgeving die voor die functie beschikbaar zouden kunnen komen of die vergelijkbaar voordeel opleveren voor de uitvoering van de concessie;

(3)

de locatie is beschikbaar voor de exploitatie van vervoerdiensten voor een periode van dertig jaar;

(4)

indien van toepassing, aanvullende ter vrije discretie door de bestuurscommissie te stellen voorwaarden.

Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH Pagina 4 van 12

(u)

subsidiebeschikking: een beschikking voor een subsidie als bedoeld in artikel 4:29 van de Algemene wet bestuursrecht waarbij subsidie ingevolge deze verordening is verleend voor het financieren via een kredietovereenkomst van zero-emissiebussen en/of de daarbij behorende laadinfrastructuur en/of stallingen;

(v)

zekerheden: alle bestaande en toekomstige rechten van hypotheek, rechten van pand en andere zekerheden, hoe ook genaamd, die onder of krachtens de zekerheidsdocumenten zijn gevestigd of moeten worden gevestigd;

(w)

zekerheidsdocumenten: de hypotheekakte, de pandakte en ieder ander document dat wordt aangegaan, waarmee zekerheid wordt gesteld of geacht te zijn gesteld ten aanzien van de verplichtingen van concessiehouder uit hoofde van de lening;

(x)

zero emissiebus: een bus die geen schadelijke stoffen uitstoot, zoals nader gedefinieerd in het concessiebesluit en het programma van eisen en .

Toepassingsbereik Artikel 2. Het bepaalde in deze verordening is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van leningen door de bestuurscommissie voor de in artikel 3 omschreven activiteiten. Alle bevoegdheden op grond van deze verordening worden uitgeoefend door de bestuurscommissie, tenzij in deze verordening nadrukkelijk anders is bepaald.

Activiteiten Artikel 3. Niettegenstaande het in artikel 23 bepaalde, wordt een kredietfaciliteit uitsluitend ter beschikking gesteld en worden de leningen daaronder uitsluitend verstrekt met inachtneming van de relevante bepalingen uit het van tijd tot tijd geldende Treasurystatuut van de MRDH, ten behoeve van de (her)financiering van zero emissiebussen waarmee openbaar personenvervoer ter uitvoering van een concessiebesluit wordt verricht en/of de daarbij behorende laadinfrastructuur en/of stallingen op strategische locaties.

Artikel 4. Een kredietfaciliteit wordt uitsluitend ter beschikking gesteld op basis van een conform artikel 4:29 van de Algemene wet bestuursrecht verleende subsidiebeschikking en de daarop te baseren overige financieringsdocumenten waarvan de inhoud door de bestuurscommissie wordt vastgesteld.

Artikel 5. De bestuurscommissie kan met inachtneming van de hiervoor genoemde artikelen 3 en 4 in de in artikel 4 genoemde subsidiebeschikking (nader) vaststellen: (a)

welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor financiering via een kredietfaciliteit en de lening(en) die daaronder worden verstrekt;

(b)

welke kosten voor financiering via een kredietfaciliteit en de lening(en) die daaronder worden verstrekt in aanmerking kunnen komen;

Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH Pagina 5 van 12

(c)

wie voor een kredietfaciliteit en de lening(en) die daaronder worden verstrekt in aanmerking komt;

(d)

hoe de hoogte van de kredietfaciliteit en de lening(en) die daaronder worden verstrekt wordt berekend;

(e)

hoe een kredietfaciliteit en de lening(en) die daaronder worden verstrekt, worden afgelost en hoe de rente over die lening(en) wordt betaald;

(f)

hoe het rentepercentage en het risico-opslagpercentage van een lening die onder een kredietfaciliteit wordt verstrekt worden bepaald;

(g)

hoe de hoofdsom van een lening die onder een kredietfaciliteit wordt verstrekt wordt uitbetaald;

(h)

welke en op welke wijze in het kader van een kredietfaciliteit en de lening(en) die daaronder worden verstrekt zekerheidsrechten op grond van zekerheidsdocumenten moeten worden verstrekt als voorwaarde voor de terbeschikkingstelling van een kredietfaciliteit en de lening(en) die daaronder worden verstrekt;

(i)

welke en op welke wijze in het kader van een kredietfaciliteit en de lening(en) die daaronder worden verstrekt opstalrechten op grond van opstalaktes moeten worden gevestigd als voorwaarde voor verstrekking van een lening;

(j)

de voorwaarden op grond waarvan een locatie voldoet aan de kwalificatie strategische locatie, dan wel de aanwijzing van strategische locaties;

(k)

overige aspecten, waaronder nadere voorwaarden en voorschriften voor de terbeschikkingstelling van een kredietfaciliteit en/of de verstrekking van de lening(en) onder een kredietfaciliteit, waarin deze verordening en/of de andere financieringsdocumenten niet voorzien.

Artikel 6. De bestuurscommissie kan in de subsidiebeschikking en/of de andere financieringsdocumenten nadere uitwerking geven aan onderwerpen die op grond van het hiervoor genoemde artikel 5 worden geregeld.

Staatssteun Artikel 7. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie noodzakelijk is, kan de bestuurscommissie afwijken van deze verordening en deze aanvullen en/of wijzigen, steeds nadat deze afwijking, aanvulling en/of wijziging voor reactie is aangeboden aan het dagelijks bestuur van de MRDH, waarna de gewijzigde verordening dient te worden vastgesteld door het algemeen bestuur.

Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH Pagina 6 van 12

Leningenplafond Artikel 8. De bestuurscommissie kan besluiten tot het vaststellen van een leningenplafond en stelt tegelijkertijd nadere regels vast over de verdeling van de onder dit leningenplafond beschikbare middelen.

Aanvraag lening Artikel 9. Een kredietfaciliteit kan uitsluitend worden aangevraagd door Concessiehouder Materieel B.V. Een lening onder een kredietfaciliteit wordt uitsluitend aan Concessiehouder Materieel B.V. verstrekt

Artikel 10. Een aanvraag voor een kredietfaciliteit wordt schriftelijk ingediend bij de MRDH. De bestuurscommissie kan hiervoor een verplicht aanvraagformulier vaststellen. De aanvraag wordt elektronisch ingediend bij het op het aanvraagformulier vermelde e-mailadres.

Artikel 11. Bij de aanvraag dienen de volgende gegevens te worden overgelegd, bij gebreke waarvan de bestuurscommissie op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht kan besluiten om de aanvraag niet te behandelen: (a)

Opgave van het aantal en een beschrijving van de te (her)financieren verworven dan wel te verwerven zero emissiebussen en/of de daarbij behorende te (her)financieren laadinfrastructuur en/of stallingen. De beschrijving moet de bestuurscommissie in staat stellen vast te stellen dat de voornoemde zaken voldoen aan de daaraan in de concessie gestelde eisen;

(b)

Bewijs dat de aanvrager het eigendom van de te (her)financieren zaken als bedoeld in onderdeel (a) van dit artikel heeft verkregen dan wel bewijs op welke termijn en op welke wijze de aanvrager het eigendom van deze zaken zal verkrijgen;

(c)

Indien de te (her)financieren zaken als bedoeld in onderdeel (a) van dit artikel nog niet verworven zijn, een opgave van de te verwachten werkelijke kosten en een financiële onderbouwing van deze opgave, een planning van de uitvoering van de verwerving, alsmede een onderbouwing van de kostenopgave;

(d)

Indien de te (her)financieren zaken als bedoeld in onderdeel (a) van dit artikel reeds zijn verworven, een opgave van de financieringsbehoefte, alsmede een taxatie- en inspectierapport van een daartoe gecertificeerde onderneming, dan wel een door de bestuurscommissie aan te wijzen te goede naam en faam bekende staande onderneming, waaruit blijkt wat de waarde en de staat van onderhoud van voornoemde activa is;

(e)

Naam en functie van de perso(o)n(en), die bevoegd is/zijn de voor de kredietfaciliteit en de lening(en) die daaronder worden verstrekt benodigde overeenkomsten volgens artikel 21 van deze verordening te ondertekenen;

Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH Pagina 7 van 12

(f)

Een rapportage opgesteld door een door de bestuurscommissie aan te wijzen onafhankelijke beoordelaar aan de hand waarvan de kredietwaardigheid van de aanvrager en de concessiehouder kan worden beoordeeld;

(g)

Overige in financieringsdocumenten genoemde gegevens;

(h)

Eventuele andere gegevens waarvan de bestuurscommissie het noodzakelijk acht dat zij in het kader van de aanvraag worden overgelegd.

Artikel 12. De bestuurscommissie kan bepalen binnen welke termijn een aanvraag voor een kredietfaciliteit kan worden ingediend.

Artikel 13. De bestuurscommissie beslist op een aanvraag voor een kredietfaciliteit binnen dertien weken na indiening van de aanvraag dan wel, indien dat later is, binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend.

Te financieren kosten Artikel 14. (1)

Voor de bepaling van de hoogte van een kredietfaciliteit en de lening(en) die daaronder worden verstrekt komen in aanmerking de naar het oordeel van de bestuurscommissie redelijk gemaakte werkelijke kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 3.

(2)

De in lid (1) bedoelde kosten worden gespecificeerd opgenomen in de subsidiebeschikking en zullen worden bepaald aan de hand van:

(3)

(a)

de koopsom van de te verwerven zero emissiebussen en/of de daarbij behorende laadinfrastructuur en/of stallingen;

(b)

indien sprake is van een herfinanciering van reeds verworven zero emissiebussen en/of de daarbij behorende laadinfrastructuur en/of stallingen, de financieringsbehoefte voor de overeengekomen concessieduur, alsmede de waarde en de staat van onderhoud van voornoemde zaken.

Niet voor financiering via een kredietfaciliteit en de lening(en) die daaronder worden verstrekt komen in aanmerking: (a)

de kosten voor de terbeschikkingstelling van een kredietfaciliteit en de daaronder te verstrekken lening(en);

(b)

de te betalen of reeds betaalde omzetbelasting over de activiteiten;

Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH Pagina 8 van 12

(c)

de kosten in verband met het aanvragen van de kredietfaciliteit en het aangaan en/of uitvoeren van de financieringsdocumenten, met inbegrip van de kosten van de notaris;

(d)

indien sprake is van een herfinanciering: de eventuele kosten in verband met de aflossing van een te herfinancieren lopende financiering ten behoeve van voornoemde activa waaronder begrepen, maar niet uitsluitend, eventuele door de te herfinancieren partij en/of derden in rekening gebrachte kosten hoe ook genaamd.

Lening Artikel 15. De hoogte van een kredietfaciliteit en de daaronder te verstrekken lening(en) bedraagt ten hoogste 100% van de conform artikel 14 lid 2 bepaalde kosten.

Artikel 16. De kredietovereenkomst bevat ten minste de hoogte van de kredietfaciliteit, de voorwaarden voor verstrekking van de lening(en) onder de kredietfaciliteit en nadere regels ten aanzien van de wijze waarop het rentepercentage, het rente- en aflossingsschema en de looptijd voor de lening(en) wordt bepaald.

Artikel 17. De bestuurscommissie bepaalt het voor een lening toepasselijke rentepercentage op de dag van de bekendmaking van de verstrekking van deze lening. Het rentepercentage voor een lening bevat twee componenten, te weten een basisrente die gelijk is aan de rente die de MRDH betaalt voor het aantrekken van de voor de verstrekking van deze lening benodigde financieringsmiddelen en een risico-opslag. De risico-opslag is gelijk aan het referentiepercentage als bedoeld in Mededeling 2008/C 14/02 van de Europese Commissie (zoals van tijd tot tijd gewijzigd, aangevuld, opnieuw vastgesteld, vervangen of de door de bestuurscommissie als zodanig aangemerkte opvolger van deze mededeling). De risico-opslag wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld, voor het eerst één jaar na het verstrekken van de lening.

Artikel 18. De geldnemer en de concessiehouder zijn verplicht zekerheden te verstrekken of te laten verstrekken aan de MRDH zoals nader te bepalen in de kredietovereenkomst en/of de algemene leningvoorwaarden en/of de overige financieringsdocumenten, waaronder begrepen maar niet uitsluitend overeenkomstig een pandakte en/of een hypotheekakte.

Artikel 19. (1)

Een lening die onder een kredietfaciliteit wordt verstrekt, wordt ter beschikking gesteld op basis van een besluit tot bevoorschotting door de bestuurscommissie. Betaling van een voorschot vindt plaats overeenkomstig hetgeen is bepaald in deze verordening, de subsidiebeschikking, het besluit tot bevoorschotting, de kredietovereenkomst en/of de overige financieringsdocumenten.

Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH Pagina 9 van 12

(2)

Als ingevolge artikel 22 van de Wet personenvervoer 2000 of ingevolge een bij of krachtens een andere regeling een subsidie aan de concessiehouder en/of aan Concessiehouder Materieel B.V. is verleend, vindt (meerpartijen)verrekening plaats tussen de betaling van die subsidie en terugbetalingsverplichting ingevolge deze subsidieregeling, zoals nader uitgewerkt in de kredietovereenkomst.

Artikel 20. De looptijd van een kredietfaciliteit en de daaronder te verstrekken lening(en) eindigt uiterlijk op de einddatum van de verleende concessie. Op de datum dat de concessie afloopt, moeten de onder de kredietfaciliteit verstrekte lening(en) volledig zijn afgelost.

Uitvoeringsovereenkomsten Artikel 21. Leningen worden uitsluitend verstrekt op basis van rechtsgeldig door zowel de MRDH als de geldnemer en, indien van toepassing, de concessiehouder ondertekende financieringsdocumenten (anders dan de subsidiebeschikking) en eventuele overige uitvoeringsovereenkomsten. Dat zijn ten minste: (a) de kredietovereenkomst en de algemene leningvoorwaarden; (b) de pandakte en/of hypotheekakte en/of opstalakte.

Artikel 22. Tenzij in de financieringsdocumenten en eventuele overige uitvoeringsovereenkomsten anders is bepaald, zijn op alle financieringsdocumenten en eventuele overige uitvoeringsovereenkomsten deze verordening en de algemene leningvoorwaarden onverkort van toepassing.

Afwijzingsgronden Artikel 23. (1)

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wijst de bestuurscommissie de aanvraag voor een kredietfaciliteit ingevolge deze verordening in ieder geval af: (a)

als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld dat de kredietfaciliteit en/of de daaronder te verstrekken lening(en) onverenigbaar is met de interne markt;

(b)

als het betreft een aanvrager of concessiehouder tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking en/of verstrekking van de Europese Commissie waarin een kredietfaciliteit en/of de daaronder verstrekte lening(en) ingevolge deze verordening onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard;

Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH Pagina 10 van 12

(2)

(3)

(c)

als de bestuurscommissie aan de hand van de aanvraag om een subsidiebeschikking of een daaruit voortvloeiend besluit tot bevoorschotting de in dat kader overgelegde stukken niet kan bepalen wat de ratingcategorie van de aanvrager of de concessiehouder is, die ingevolge Mededeling 2008/C 14/02 van de Europese Commissie (zoals van tijd tot tijd gewijzigd, aangevuld, opnieuw vastgesteld, vervangen of de door de bestuurscommissie als zodanig aangemerkte opvolger van deze mededeling) gebruikt moet worden bij de berekening van de risico-opslag;

(d)

als de MRDH niet beschikt of kan beschikken over de hoofdsom van de onder een kredietfaciliteit te verstrekken lening(en); Onverminderd hetgeen is gesteld in lid (1) kan de bestuurscommissie de aanvraag voor een kredietfaciliteit ingevolge deze verordening verder in ieder geval afwijzen: (a)

als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor een kredietfaciliteit in aanmerking te komen;

(b)

als de kredietfaciliteit en/of de daaronder te verstrekken lening(en) in strijd is of zijn met een wettelijk voorschrift;

(c)

als de kredietfaciliteit en/of de daaronder te verstrekken lening(en) niet is of zijn toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld dat deze verenigbaar is of zijn met de interne markt;

(d)

indien de financieringsdocumenten en/of andere overeenkomsten behorend bij de kredietovereenkomst en de daaronder te verstrekken lening(en) niet tot stand komen en in andere, bij deze verordening bepaalde gevallen;

(e)

indien de bestuurscommissie om andere redenen dan hiervoor genoemd in redelijkheid niet kan overgaan tot toewijzing van de aanvraag voor een kredietfaciliteit ingevolge deze verordening.

De bestuurscommissie vordert een onder een kredietfaciliteit verstrekte lening met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

Hardheidsclausule Artikel 24. In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist – met inachtneming van het bepaalde in de artikelen hiervoor – de bestuurscommissie.

Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH Pagina 11 van 12

Slotbepalingen Artikel 26. Deze verordening wordt aangehaald onder de naam “Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH ” en treedt in werking met ingang van [*] 2024.

Aldus en conform het Reglement van orde van het algemeen bestuur MRDH 2015 vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de MRDH van [*] 2024 de secretaris,

de voorzitter,

C. Mourik

ing. A. Aboutaleb

Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH Pagina 12 van 12

TOELICHTING VERORDENING VERSTREKKING LENINGEN VOOR BUSSEN EN STALLINGEN VERVOERSAUTORITEIT MRDH Inleiding De verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen vervoersautoriteit MRDH vormt de juridische grondslag om met inachtneming van de relevante bepalingen uit het van tijd tot tijd geldende Treasurystatuut van de MRDH een kredietfaciliteit ter beschikking te stellen waaronder een of meerdere lening(en) kunnen worden verstrekt aan (een speciaal daartoe in te zetten vennootschap van of gecontroleerd door) concessiehouders in het werkgebied van de MRDH voor de financiering van het verwerven van zero emissiebussen en de herfinanciering van reeds verworven zero emissiebussen waarmee openbaar personenvervoer ter uitvoering van een concessiebesluit wordt verrich alsmede de (her)financiering van de bij zero emissiebussen behorende laadinfrastructuur en/of stallingen op strategische locaties. Deze verordening biedt de basis voor deze 'bussenleningfaciliteit' en wordt uitgewerkt in specifieke financieringsdocumenten waaronder een subsidiebeschikking, een kredietovereenkomst en algemene leningvoorwaarden. Bussenleningfaciliteiten zijn uitsluitend bedoeld voor vervoerders aan wie door de MRDH een concessie is verleend of in de toekomst zal worden verleend.

Uit overwegingen van continuïteit van de dienstverlening en omdat het om aanzienlijke bedragen gaat, is het noodzakelijk dat zekerheden worden gesteld. Ten behoeve van de zekerheden is het wenselijk dat een bussenleningfaciliteit uitsluitend ter beschikking wordt gesteld en dat de lening(en) daaronder uitsluitend worden verstrekt aan een speciaal daartoe in te zetten vennootschap waarvan de aandelen 100% in eigendom van de concessiehouder zijn. Deze vennootschap is een zogenaamd ‘Special Purpose Vehicle’ (SPV) dat ten behoeve van de aanschaf van de te financieren activa wordt ingezet en ook uitsluitend voor dit doel mag worden gebruikt. Deze SPV wordt in deze verordening ‘Concessiehouder Materieel B.V.’ genoemd. De inzet van de SPV dient ter meerdere zekerheid. Verder zullen eerste pandrechten en/of hypotheekrechten moeten worden gevestigd op het te financieren materieel, alsmede op overige activa en rechten en/of dienen andere (derde-) zekerheden te worden verstrekt, zoals bepaald op grond van artikel 18 van de verordening. De hoogte van de bussenleningfaciliteit en de lening(en) die daaronder worden verstrekt is ten hoogste gelijk aan de redelijk gemaakte werkelijke kosten van de door de Concessiehouder Materieel B.V. verworven of te verwerven zero emissiebussen en/of de bij zero emissiebussen behorende laadinfrastructuur en/of stallingen op strategische locaties.

Deze hoogte en de overige voorwaarden zijn/worden nader geregeld in een subsidiebeschikking, een kredietovereenkomst en overige financieringsdocumenten. De te financieren activa dient daarnaast te voldoen aan de eisen die daaraan in het concessiebesluit worden gesteld. De onder een kredietfaciliteit verstrekte lening(en) moeten uiterlijk op de einddatum van de concessie volledig zijn afgelost. In geval van een nieuwe concessie dan wel de verlenging van een bestaande concessie kan indien dat op dat moment onder de verordening mogelijk is een nieuwe kredietfaciliteit worden aangevraagd om de af te lossen lening(en) te herfinancieren.

1

De verordening biedt ook de mogelijkheid tot het financieren van busstallingen. Hiervoor geldt als voorwaarde dat de te financieren stalling zich bevindt op een locatie die door de bestuurscommissie is aangewezen als strategisch voor de concessie. De criteria waarop de bestuurscommissie dit beslist, staan in de in artikel 1 van de verordening opgenomen definitie van het begrip “strategische locatie”. De mogelijkheid van financiering van busstallingen op strategische locaties vloeit voort uit het toegenomen belang om dergelijke stallingen voor langere tijd beschikbaar te houden binnen het werkgebied van de MRDH. Eén van de voorwaarden voor een locatie om te kunnen worden aangemerkt als “strategische locatie”, waardoor deze in aanmerking komt voor financiering door de MRDH, is dat de betreffende locatie beschikbaar is voor de exploitatie van vervoerdiensten voor een periode van dertig jaar. Deze voorwaarde zorgt ervoor dat een gefinancierde busstalling voor de duur van maximaal twee concessieperiodes inzetbaar blijft. De MRDH acht een dergelijke termijn passen bij de markt en de afschrijvingstermijn van dergelijke onroerende zaken. Bij de financiering van busstallingen op strategische locaties dient de MRDH, conform haar eigen Treasurystatuut, maximaal mogelijke zekerheden te krijgen.

Daarnaast zijn afspraken noodzakelijk over overnave van de gefinancierde busstallingen door een nieuwe vervoerder bij een concessiewisseling. Deze punten worden geregeld in concessie- en financieringsvoorwaarden. Aanleiding en doel Bij het voornemen om een kredietfaciliteit voor zero emissiebussenleningen in het leven te roepen heeft de MRDH het volgende overwogen: a. de kredietfaciliteit draagt bij aan de kwaliteit van het openbaar vervoer; b. de kredietfaciliteit dient de continuïteit van het openbaar vervoer. Ad. a. Kwaliteit openbaar vervoer Besparingen komen ten goede aan het OV De risico’s van de financiering van zero emissiebussen en/of bij zero emissiebussen behorende laadinfrastructuur en/of stallingen op strategische locaties kunnen voor de MRDH anders liggen dan voor banken en leasemaatschappijen. De MRDH heeft vanuit haar publieke taak meer aan de zekerheden zoals die verbonden zijn aan een kredietfaciliteit en de daaronder te verstrekken lening(en) dan banken en leasemaatschappijen die uitsluitend naar de executiewaarde van dat onderpand kijken. Een belangrijk aspect daarbij is dat de zero emissiebussen en/of bij zero emissiebussen behorende laadinfrastructuur en/of stallingen op strategische locaties in het geval een vervoerbedrijf niet meer (geheel) aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen voor de MRDH waarde blijven vertegenwoordigen.

De MRDH kan immers in het kader van haar concessieverleningsbevoegdheid altijd verplichten dat de zero emissiebussen en andere gefinancierde activa worden ingezet voor het openbaar vervoer binnen de verleende concessie. Daarbij is het zo dat de zero emissiebussen die voor een bepaalde concessie van de MRDH zijn aangeschaft toegesneden zijn op de specifieke kenmerken van het openbaar vervoer in de desbetreffende concessie en de eisen die de MRDH aan het materieel stelt. De MRDH zal dus, anders dan commerciële geldverstrekkers, niet genoodzaakt zijn het materieel te verkopen en worden geconfronteerd met daaruit voortvloeiende verliezen. De in verband met het terbeschikking stellen van een kredietfaciliteit en de daaronder te verstrekken lening(en) gestelde zekerheden maken voorts dat de MRDH vanuit de methodiek van de Europese Commissie (zie hierna onder Staatssteun) een relatief lage risico-opslag op het rentepercentage kan hanteren voor de lening(en) die zijn verstrekt onder een bussenleningfaciliteit. Dit maakt dat een bussenleningfaciliteit aantrekkelijk kan zijn en daarmee kan voorzien in een behoefte van OVbedrijven.

2

Door het ter beschikking stellen van bussenleningfaciliteiten en het daaronder verstrekken van een of meerdere leningen kan de MRDH dus bewerkstelligen dat de middelen die ter beschikking worden gesteld voor het openbaar vervoer ook daadwerkelijk ten goede komen aan het aanbod van een kwalitatief hoogwaardig en efficiënt openbaarvervoernetwerk voor de reiziger. Daarnaast kan het voordeel dat vanwege de risico-opslag voor de MRDH ontstaat, nadat een hiervoor noodzakelijke toereikende risicoreservering is opgebouwd zowel voor nieuwe als bestaande concessies worden omgezet in meer en/of beter OV, met inbegrip van bijvoorbeeld extra eisen die aan de duurzaamheid van zero emissiebussen kunnen worden gesteld (zie hierna). Verhoging van de marktwerking bij aanbestedingen De MRDH is van mening dat het voor openbaar vervoerbedrijven lastig is om tijdens een aanbestedingsprocedure financiering voor de verwerving van nieuwe zero emissiebussen en/of bij zero emissiebussen behorende laadinfrastructuur en/of stallingen op strategische locaties te verkrijgen. Zeker wanneer meerdere aanbestedingen tegelijkertijd zijn uitgeschreven.

Doordat de MRDH een – in vergelijking met commerciële banken en/of leasemaatschappijen – relatief lage risico-opslag op het rentepercentage kan hanteren (zie hierna onder Staatssteun) kan de kredietfaciliteit de marktwerking bij de aanbesteding van concessies verhogen, omdat een belemmering om in te schrijven wordt weggenomen. Ad. b. Continuïteit openbaar vervoer Bussen blijven beschikbaar voor OV Doordat aan het verstrekken van bussenleningfaciliteiten zekerheidsstellingen worden verbonden (zie hierna onder Zekerheden), dient een kredietfaciliteit voor de financiering van zero emissiebussen en/of bij zero emissiebussen behorende laadinfrastructuur en/of stallingen op strategische locaties de continuïteit van het openbaar vervoer. Indien een vervoerder onverhoopt niet meer geheel aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen, is de MRDH in de situatie van een financiering door een derde partij waarbij zekerheiden zijn verstrekt op de gefinancierde activa niet zeker van de inzet van het gefinancierde materieel op het moment dat de financier van de vervoerder zijn zekerheden inroept. Bij financiering van materieel via een bussenleningfaciliteit van de MRDH kan de MRDH in voorkomend geval zelf haar zekerheidsrechten op de zero emissiebussen en de eventueel bij zero emissiebussen behorende laadinfrastructuur en/of stallingen op strategische locaties inroepen.

Hiermee wordt een belangrijk risico voor een ongestoorde uitvoering van de dienstregeling weggenomen. Risico-opslag blijft beschikbaar voor het OV De hoogte door de MRDH aan de vervoerders in rekening te brengen risico-opslag is te definiëren als het verschil tussen de marktrente (die vervoerders betalen als zij zelf financieringsmiddelen aantrekken t.b.v. de investering in zero emissiebussen en/of bij zero emissiebussen behorende laadinfrastructuur en/of stallingen op strategische locaties) en de rente die de MRDH moet betalen voor het aantrekken van financieringsmiddelen t.b.v. het verstrekken van leningen voor de financiering van deze activa. Zoals hiervoor al aangegeven, kan dit voordeel - nadat een hiervoor noodzakelijke toereikende risicoreservering is opgebouwd – structureel worden ingezet voor het openbaar vervoer. Staatssteun De terbeschikkingstelling van een bussenleningfaciliteit en het daaronder verstrekken van een of meerdere leningen moet voldoen aan de Europese regels voor staatssteun. Daarom is onderzocht of hieraan wordt voldaan. Hiervoor is van belang of het rentetarief van een onder een kredietfaciliteit verstrekte lening 'marktconform' is.

3

Teneinde te bepalen welk rentetarief op de lening marktconform is, wordt aansluiting gezocht bij de 'Mededeling van de Europese Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld' (2008/C 14/02) (zoals van tijd tot gewijzigd, aangevuld, opnieuw vastgesteld vervangen of de als zodanig door de bestuurscommissie aangemerkte opvolger van deze mededeling) (hierna te noemen: Mededeling). Op grond van de Mededeling worden referentie- en disconteringspercentages gebruikt om het staatssteunelement te bepalen in regelingen voor de verstrekking van leningen zoals onder een op basis van deze verordening ter beschikking gestelde kredietfaciliteit. De referentie- en disconteringspercentages worden berekend door bij het basispercentage als gedefinieerd in de Mededeling (12-maands Euribor rentetarief met een ondergrens van 0%) een risico-opslag op te tellen. De hoogte van de risico-opslag is afhankelijk van (i) de voor de kredietfaciliteit en de daaronder te verstrekken lening(en) te verstrekken zekerheden en (ii) de kredietwaardigheid van de subsidieontvanger. In de verordening is daarnaast bepaald dat een aanvraag voor een bussenleningfaciliteit vergezeld moet gaan van een solvabiliteitsbeoordeling van de aanvrager en de concessiehouder.

Deze beoordeling dient te worden uitgevoerd door een door de MRDH aan te wijzen onafhankelijke beoordelaar. Op basis van dit solvabiliteitsonderzoek wordt met de hierna weergegeven tabel vervolgens bepaald welke risico-opslag rentetarief aan een kredietfaciliteit en de daaronder te verstrekken lening(en) moet worden verbonden om te voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de Mededeling.

(1) Behoudens de toepassing van de bijzondere bepalingen voor reddings- en herstructureringssteun die zijn vastgelegd in de communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (PB C 244 van 1.10.2004, blz. 2), en met name punt 25, onder a), waarin wordt verwezen naar „een rente die op zijn minst vergelijkbaar is met de rentepercentages die gelden voor leningen aan gezonde ondernemingen en met name de referentiepercentages die door de Commissie zijn vastgesteld”. Derhalve moet in het geval van reddingssteun, de eenjaars IBOR vermeerderd met ten minste 100 basispunten worden gebruikt.

Op deze wijze wordt verzekerd dat subsidieontvangers geen steun genieten in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Om deze reden is in artikel 23 van de verordening dan ook bepaald dat de MRDH een aanvraag voor een subsidiebeschikking of een daaruit voortvloeiend besluit te bevoorschotting moet weigeren, indien zij op grond van de in het kader van de aanvraag verkregen documentatie niet kan bepalen welk referentiepercentage gehanteerd moet worden als indicatie van de marktrente. Zekerheden

4

Er bestaat altijd een risico dat een onder een kredietfaciliteit verstrekte lening niet (geheel) wordt terugbetaald. Om dit risico zo klein mogelijk te maken is de concessiehouder gehouden een aparte vennootschap in te zetten waarin de bussen worden gehouden (in deze verordening Concessiehouder Materieel B.V. genoemd). Ook worden de concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. verplicht tot het vestigen van eerste pandrechten en/of hypotheekrechten op de te financieren activa. Daarnaast wordt – voor zover de hoogte van de te verstrekken lening zulks rechtvaardigt – een eerste pandrecht gevestigd op de overige activa, bankrekeningen, vorderingen, intellectuele eigendomsrechten en/of vorderingen uit verzekeringspolissen van de concessiehouder en/of Concessiehouder Materieel B.V. Ook dient, indien de MRDH daarom verzoekt, een garantie voor de kredietfaciliteit en de daaronder verstrekte lening(en) te worden verstrekt door bijvoorbeeld de moedermaatschappij van de concessiehouder of een derde zoals een bank. Tenslotte wordt de aan vervoerders in rekening te brengen risico-opslag – totdat deze volgens de normen van een ter zake uitgevoerd onderzoek toereikend is – toegevoegd aan de reeds bestaande risicoreserve financieringen van de MRDH.

Looptijd Uit artikel 20 van de verordening volgt dat de onder een bussenleningfaciliteit verstrekte lening(en) volledig moeten zijn afgelost (met rente) op uiterlijk de einddatum van de verleende concessie. De looptijd wordt ook vastgelegd in de kredietovereenkomst. Na afloop van een concessie en/of bij een eventuele verlenging daarvan kan (dezelfde of een andere) concessiehouder opnieuw een kredietfaciliteit aanvragen indien dat op dat moment mogelijk is onder de verordening. Indien hiervoor dezelfde zero emissiebussen worden gebruikt, dan kan hiervoor een kredietfaciliteit ter beschikking worden gesteld waaronder een of meerdere leningen kunnen worden verstrekt voor de resterende boekwaarde van de zero emissiebussen inclusief de eventueel bij zero emissiebussen behorende laadinfrastructuur en/of stallingen op strategische locaties. Het (her)gebruiken van reeds verworven activa draagt daarmee bij aan duurzaamheid. Indien het, bijvoorbeeld op grond van in de concessie gestelde kwaliteitseisen aan de zero emissiebussen, noodzakelijk is om nieuwe zero emissiebussen en/of bij zero emissiebussen behorende laadinfrastructuur en/of stallingen op strategische locaties te verwerven, dan kan indien dat op dat moment mogelijk is onder de verordening een kredietfaciliteit worden aangevraagd voor de kosten van de verwerving van deze activa.

Subsidie en bevoorschotting Uit artikel 4 van de verordening volgt dat de bussenleningfaciliteit als subsidie wordt verstrekt. Dit is noodzakelijk om te voldoen aan artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarin wordt onder subsidie verstaan: "de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten." De bussenleningfaciliteit voldoet aan deze definitie. Overigens zijn alle bijdragen aan het openbaar vervoer ook in de jurisprudentie aangemerkt als subsidies in de zin van de Awb. Dit komt tot uitdrukking in de in artikel 4 gebruikte formulering: Enerzijds moet worden voldaan aan alle eisen die de Awb stelt aan subsidieverstrekking en anderzijds is sprake van een lening die moet worden terugbetaald in de vorm van aflossing en rente en waarbij zekerheden moeten worden gesteld. Met het nemen van de subsidiebeschikking zijn de gelden van een lening nog niet daadwerkelijk betaald. Aan de feitelijke betaling gaat een besluit tot bevoorschotting vooraf. In de subsidiebeschikking, de kredietovereenkomst de zekerheidsdocumenten en, indien van toepassing, overige financieringsdocumenten zal worden bepaald op welke wijze en onder verstrekking van welke zekerheden bevoorschotting zal geschieden (artikel 19 lid 1).

De wijze waarop de feitelijke betaling zal geschieden kan van geval tot geval verschillen. De

5

bestuurscommissie zal de regie voeren over de wijze waarop de feitelijke betaling van een lening zal geschieden, eventueel door tussenkomst van een notaris. De feitelijke betaling van een lening onder een kredietfaciliteit is juridisch gezien een voorschot totdat de subsidie is vastgesteld. In het licht van de feitelijke betaling van subsidiegelden is van belang dat op grond van de Wp2000 ook een exploitatiesubsidie wordt verstrekt aan de concessiehouder. Op grond van dit artikel verrekent de MRDH de verplichting om deze exploitatiesubsidie (alsmede eventuele andere subsidies) uit te betalen, met de aflossingsverplichting van Concessiehouder Materieel B.V. Deze verrekening is mogelijk op grond van artikel 4:93 Awb dat bepaalt dat verrekening van een geldschuld met een bestaande vordering mogelijk is. In dit geval is de geldschuld dus de aflossingsverplichting van Concessiehouder Materieel B.V. en de vordering het recht op uitbetaling van (het voorschot van) de exploitatiesubsidie van de concessiehouder. Deze verordening draagt bij aan een maatschappelijke doelstelling, namelijk de instandhouding en verbetering van het openbaar vervoer. Omdat hiermee financiële middelen worden uitgeleend, die weer in de vorm van aflossingen terugkomen en vervolgens opnieuw kunnen worden uitgezet, heeft zij daarmee een revolverend karakter.

6

Bijlage 3 - busstallingslocaties

Vervoerder

Duur concessi e

Remise/ stalling

RET

2034

Kleiweg

RET

2034

andere duur huurcontract en opmerkingen/aandachtspunt verlengings-mogelijkheden en

Zwaarte netaansluiting inden van toepassing

centrale ligging

alternatieve locaties beschikbaar (marktspanning)

verwevenhei d materieel/opl aadvoorzieninge n

op Kleiweg kunnen max. 120130 bussen worden gestald

ten behoeve van laden bussen medegebruik GRS metro SFG

ja

zeer moeilijk

ja

Ten behoeve laden bussen Stedin-inkoopstation gerealiseerd

ja, voor bediening Rotterdam oost, Capelle en Krimpen

mogelijk

neutraal

gemeente Rdam

naar verwachting wordt Sld medio 2024 gesloten niet EV beschikbaar voor max. aantal bussen incl. Rdk en incl. voldoende 20 bussen; geen aansluiting calamiteiten-bussen energievoorziening. En een 10kV net in nabijheid verouderd pand.

ja

nvt

nvt

grond (m2) wordt gehuurd om niet

gemeente Rdam

nog te sluiten huurovk voor 50 jaar; ingebruik-name naar verwachting medio 2024. synergie met railstalling

ja

zeer moeilijk

ja

Huur t/m 2037

gemeente Den Haag

ja

zeer moeilijk

ja

moeilijk

Omvang (m2)

Aantal bussen

Eigendom/ huur vervoerder

Indien huur eigenaar perceel

Kleiweg 244 ca. 15.000 m2

80-100

opstallen eigendom RET; grond eigendom gemeente Rdam

gemeente Rdam

Krimpen a/d/ IJssel

Industrieweg 4

35-45

grond (m2) wordt gehuurd

OGMS / Van Schie

tot 2030; verlenging mogelijk

Waalhaven NZ 7

ca. 26.000 m2

100-120

opstallen eigendom RET; grond eigendom gemeente Rdam

ca. 28.600 m2

150

7104

45

RET

2034

Sluisjesdijk

RET

2034

Beverwaard

EBS-Haagl

2030

EBS-Haagl

2030

EBS-Haagl

2030

EBS-Haagl

2030

EBS-VPR

2028

EBS-VPR

2028

HTM-bus

2034

Telexstraat Den Haag Poeldijk

Adres

Telexstraat 3

45

Kelvinstraat 51 Vrij Den Hoorn Harnasch 114C Spijkenisse Hofweg 22 Marconiweg Hellevoetsluis 12 Zoetermeer

Telexstraat

ca. 3.000 m2

Telexstraat

particulier

niet- HTM heeft dit terrein nodig In overleg

nader te bepalen;wellicht combi medegebruik GRS tram en Stedininkoopstation CNG

2230

35

Huur t/m 2030

Green Properties

In overleg

CNG/elektra

ja

moeilijk

5000

42

Huur t/m 2030

Vreugdenhil

In overleg

CNG/elektra

ja

moeilijk

5400

31

Huur t/m 2028

Green Properties

In overleg

CNG

ja

mogelijk

3500

22

Huur t/m 2028

Boender Holding BV

In overleg

CNG

ja

mogelijk

22.500

103 CNG 8 ZE 20 RVV 40-45 EBS

eigendom

Railinfra BV

2037

goed

zeer moeilijk

gebouw 630 KVA nieuwe aanvraag 10000 KVA

ja

Metropoolregio Rotterdam Den Haag Algemeen Bestuur Postbus 21012 3001 AA Rotterdam

Uw brief van:

17 juni 2024

Ons kenmerk:

2024-075646

Uw kenmerk:

111194

Contact:

De heer L. Torbijn

Bijlage(n):

-

Doorkiesnummer:

010-617705

Cluster:

Beleid & Advies RO en Projectbureau

E-mailadres:

l.torbijn@albrandswaard.nl

Datum:

17 september 2024

Betreft: Zienswijze conceptverordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen vervoersautoriteit MRDH Geacht bestuur, Op 17 juni 2024 hebben we de concept verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen vervoersautoriteit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) ontvangen. U heeft ons in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 23 september 2024 een zienswijze in te dienen. De verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen van de vervoersautoriteit MRDH is besproken in onze commissie Beraad en Advies van 17 september 2024. In deze brief treft u de zienswijze aan van de gemeente Albrandswaard onder voorbehoud van vaststelling door de gemeenteraad in de raadsvergadering van 30 september 2024. Wijziging verordening ten behoeve van verduurzaming van regionaal busvervoer U stelt voor om de ‘verordening bussenlening 2017’ in te trekken en een nieuwe verordening vast te stellen met de naam ‘verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen vervoersautoriteit MRDH’. Deze verordening maakt het concessiehouders mogelijk om een lening af te sluiten bij de MRDH voor het overnemen, bouwen of aankopen van strategische busstallingslocaties. Deze mogelijkheid komt naast de al bestaande regeling voor zero-emissiebussen en bijbehorende laadinfrastructuur.

De nieuwe verordening maakt het mogelijk om langjarig de beschikbaarheid van strategische busstallingslocaties te borgen. Daarnaast biedt de verordening de mogelijkheid aan concessiehouders om de inzet van zero-emissiebussen te vergroten en daarmee het regionale busvervoer te verduurzamen. Het wijzigen van de verordening zien we als een positieve stap om het openbaar vervoer in onze regio te verduurzamen. Zoals opgenomen in de verordening vragen we de MRDH wel nadrukkelijk om bij het toepassen van de regeling de financiële risico’s voor de MRDH te minimaliseren. Tot slot Wij vertrouwen erop dat wij u met deze zienswijze deelgenoot hebben gemaakt van onze positieve houding ten opzichte van het vaststellen van de nieuwe verordening en kijken uit naar voortzetting van de constructieve samenwerking.

Stationsstraat 4 – 3161 KP Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl

Hoogachtend, De gemeenteraad van Albrandswaard, de griffier, de voorzitter,

drs. Eelco Groenenboom

drs. Jolanda de Witte

Stationsstraat 4 – 3161 KP Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3653/documents/32656