41. 429339 Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond Kadernota 2023 en Begrotingswijziging 2021 GRJR.pdf
Tekst van het document
Ook het aantal overdrachten is een stuk hoger dan begroot. VTRR is momenteel nog aan het analyseren wat de oorzaken en mogelijke oplossingen zijn voor deze hogere instroom. Ze verwachten voor 2021 in ieder geval met hogere instroom te maken te krijgen. Wat dit voor de instroom 2023 gaat betekenen en voor het begrote budget is nog lastig aan te geven omdat we niet weten hoe de instroom 26
zich gaat ontwikkelen. Dit zal gedurende de komende periode goed uitgezocht moeten worden. Er is er nog geen aanpassing geweest in het meerjarenperspectief en een dergelijke intensivering moet worden afgewogen tegen de gelimiteerde gemeentelijke middelen. Begrotingsuitgangspunt 2023 (14): Het Veilig Thuis-budget wordt reëel geraamd op basis van realistische volumeinschattingen.
27
Hoofdstuk 4 Organisatie regionale samenwerking en informatievoorziening
28
4. Organisatie regionale samenwerking en informatievoorziening 4.1 Inleiding Naast de inkoop van jeugdhulp en de subsidiëring van de jeugdbeschermings- en veiligheidsketen staat in de Gemeenschappelijke regeling voor de GRJR als taak ook: ‘Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van de jeugdhulptaken, welke ingevolge de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen’. Hieronder wordt ook begrepen het met informatievoorziening faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen. In dit hoofdstuk gaat het om de organisatorische opgaven van de GRJR om alle opdragen taken te kunnen uitvoeren en die kunnen worden geschaard onder de noemer “Organisatie regionale samenwerking en informatievoorziening”: governance, contractmanagement, informatievoorziening en P&C-cyclus. In de begroting van de GRJR zijn onder de noemer “Uitvoeringskosten” alle hieraan gerelateerde budgetten opgenomen. Dit hoofdstuk van de kadernota gaat in op de uitgangspunten voor dit deel van de begroting in relatie tot de Regiovisie.
4.2 Ontwikkelingen 4.2.1 Uitgangspunt Regiovisie De keuze voor een meerjarig transformatieprogramma op basis van de Regiovisie in combinatie met de nieuwe contracten voor specialistische jeugdhulp wordt jaarlijks uitgewerkt in een regioagenda. Dit heeft gevolgen voor de opdracht van de GRJR, die in 2023 daardoor er als volgt uit ziet: • Organiseren van bestuurlijke besluitvorming over financiën en contractering van specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming/ jeugdreclassering. • Organiseren van contractmanagement ten behoeve van de nieuwe contracten. Dit met aandacht voor afstemming tussen sub-regio’s in Rijnmond en aanbieders. • Organiseren van data-gedreven werken op basis van het Strategisch Informatieplan. Dit met aandacht voor het factorenmodel. • Opstellen van de Regioagenda samen met het programmateam. Dit om planmatig de voortgang in het transformatieprogramma te bewaken. • Organiseren, samen met het programmateam, van bijeenkomsten en activiteiten voor bestuurders en maatschappelijke partners. Dit om inhoudelijk bij te dragen aan transformatie van jeugdhulp. • Inbrengen van het standpunt van de GRJR in landelijke en bovenregionale overleggen over jeugdhulp. Dit om de belangen als jeugdhulpregio te borgen.
In het bijzonder het data-gedreven werken als jeugdhulpregio, het meewerken aan de Regioagenda en het ondersteunen bij de organisatie van programma-activiteiten zijn in het licht van de Regiovisie taakintensiveringen voor de GRJR in jaren 2023 en verder. 29
4.2.2 Ontwikkeling van de governance Onder governance verstaan we in de context van de GRJR het stelsel van afspraken dat nodig is om de doelen van de GRJR te behalen, zoals de juridische structuur, overlegstructuur, instrumenten en randvoorwaarden. In 2020 en 2021 is een aantal governanceafspraken na zorgvuldig doorlopen processen herzien. Dat heeft geleid tot de volgende aanpassingen. De Uitvoeringsorganisatie en de secretaris/directeur van de GRJR zijn onafhankelijk binnen de uitvoerende gemeente Rotterdam gepositioneerd. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de rolverdeling tussen AB en DB, op basis waarvan de mandaatregeling is opgezet. Het AB-platform is opgegaan in het AB en nadere afspraken zijn gemaakt over de opbouw en het verloop van de ABvergaderingen. Tot slot heeft het AB afspraken gemaakt over de gevolgen van het hanteren van twee inkoop- en bekostigingsmodellen binnen de GRJR op de governance. Alle hieruit voortvloeiende wijzigingen in de tekst van de gemeenschappelijke regeling zijn in gang gezet, zodat het nieuw aan te treden AB in 2022 daadkrachtig kan starten aan de inhoudelijke opdracht van de GRJR: kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van de bovenlokale taken vanuit de Jeugdwet. Voor 2023 voorzien we geen wijziging van de gemeenschappelijke regeling noch van de governance.
Het is van belang om de governanceafspraken ongeveer een jaar na aanwijzing van de nieuwe AB-leden, medio 2023, in het AB te evalueren. 4.2.3 Ontwikkeling van het contractmanagement Het contractmanagement binnen de uitvoeringsorganisatie van de GRJR wordt ingevuld door zeven contractmanagers, twee contractbeheerders en twee accountmanagers voor de gecertificeerde instellingen (GI’s). Na een flink aantal personele wisselingen is het team op sterkte en is er een solide basis om de samenwerking vorm te geven. In nauwe samenwerking met de vijftien deelnemende gemeenten, de zorgaanbieders en de GI’s wordt invulling gegeven aan de jeugdhulp met behulp van brede zorglandschapstafels. Door een steeds betere informatiepositie, kunnen we ook steeds beter toezien op een strikte nakoming van de contractafspraken die de GRJR met de aanbieders heeft gemaakt.
Het contractmanagement ontwikkelt zich onder meer door op de volgende onderdelen: • Het na afronding van het boekjaar per aanbieder doorlopen van een efficiënt en zorgvuldig afrekenproces (parallel aan het jaarrekeningtraject) • Het invullen van de rol als accounthoudende regio voor een viertal (landelijke opererende) aanbieders • Het nog meer grip krijgen op landelijk gecontracteerde aanbieders (LTA-partijen) • Het opbouwen van informatie over elke aanbieder die we in de nieuwe inkoop hebben gecontracteerd en het maken van marktanalyses. • Het zicht houden op het totale zorglandschap, op de verschillende opdrachten en op de positie van de verschillende aanbieders hierin. Onder meer door
30
•
informatieuitwisseling en afstemming met de contractmanagers van de 15 gemeenten over de lokaal ingekochte specialistische jeugdhulp. Het inrichten van horizontaal (kwaliteits)toezicht in samenwerking met de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd.
4.2.4 Ontwikkeling van de informatievoorziening Kernfunctie vanaf de start van de GRJR was het managen en financieel afwikkelen van jeugdhulpcontracten en regionale subsidies. Vanuit die kernfunctie was de informatievoorziening voornamelijk gekoppeld aan de contractcyclus van de regionaal ingekochte hulp en het daarmee gepaard gaande berichtenverkeer. De informatiebehoefte is sindsdien sterk ontwikkeld: • Vanaf 2019 is de regionale informatiebehoefte verbreed en verdiept. Er werd een Monitor Kind in de Keten geïnitieerd voor meer inzicht in het functioneren en knelpunten van de jeugdbeschermingsketen. • Vanaf 2020 is vanuit het Transformatiefonds ingezet op een Monitor Transformatie Jeugdhulp Rijnmond om meer zicht te krijgen op de samenhang tussen factoren in de situatie van jeugdigen en de ingezette specialistische jeugdhulp. • De afgelopen jaren bleven de uitgaven voor jeugdhulp voortdurend stijgen waardoor meer behoefte aan inzicht in de ontwikkelingen in het gebruik en de kosten ontstond. Naar aanleiding van het thema Informatievoorziening in het verbeterplan van de GRJR is begin 2021 een strategisch informatieplan voor de GRJR opgeleverd.
Volgens dat plan is er nog veel nodig om goed aan de informatiebehoefte te kunnen voldoen, zoals sturing op de datakwaliteit, steviger inrichting van de ICT-architectuur, verdere borging van de privacybescherming en informatieveiligheid en beter inzicht in de sturingsopgaven en de behoefte aan sturingsinformatie. De Regiovisie en de Inkoopstrategie 2023 geven een extra dimensie aan de informatieopgave van de GRJR: • Er is behoefte aan het overzien van het regionale zorglandschap. Dit past bij de GR opdracht om het onderling overleg te bevorderen en de regiovisie-opdracht om samen te leren wat werkt. Omdat de regionale inkoop nadrukkelijk aanvullend moet zijn aan de lokale infrastructuur zal de informatie uit het lokale veld ook voor de sturing op de regionale hulp aan belang winnen. • In de inkoop voor 2023 e.v. komt de sturing op impact op zorglandschapsniveau veel meer centraal te staan, met samenhang tussen regionale en lokale jeugdhulp en tussen jeugdhulp en leefdomeinen van jeugdigen. De eerdere initiatieven als de Monitor Kind in de Keten en de Transformatie Monitor geven een eerste aanzet om dit in beeld te brengen, maar zullen hierop verder ontwikkeld en toegespitst moeten worden. • In de nieuwe inkoop wordt de sturing op aanbiederniveau benadrukt, zowel waar het de dienstverleningsprestaties en bedrijfsvoering betreft als waar het gaat om
31
aansluiting op de lokale infrastructuur. Het definiëren van relevante normen en indicatoren en informatieafspraken is onderdeel van het aanbestedingsproces. Om de meer samenhangende en bredere informatievoorziening vanaf 2023 waar te maken werkt de GRJR aan herijking van de eigen informatiepositie. 4.2.5 Ontwikkeling van de P&C-cyclus In 2020 is uitgesproken dat de P&C cyclus van de GRJR moet worden verbeterd met het oog op het grote inhoudelijke en financiële belang en de beperkte transparantie en voorspelbaarheid van de uitgaven. Ambities hierbij zijn: • Sterker financieel/begrotingsbeleid (met informatie onderbouwde budgetten, analyse van wat realistisch is, minder tegenvallers achteraf, afstemming met de gemeentelijke inkomstenontwikkeling, goed meenemen raden met dilemma’s en onzekerheden). Tot nu toe is de begroting van de GRJR vooral financieel/kostengericht. Voor de begroting 2023 wordt een eerste stap gezet om de begroting meer kwantitatief te onderbouwen. Vooralsnog met vooral informatie uit het verleden. Bijvoorbeeld het aantal kinderen in zorg per perceel en per gemeenten op basis van de vastgestelde jaarrekening 2020, maar ook een prognose van het aantal kinderen in 2021 en mogelijk ook voor 2023. Dit draagt bij aan het verkleinen van de kloof tussen de kille cijfers en het dagelijkse werk van de zorgverleners in het veld met de jeugdigen.
• Tijdiger en betrouwbaarder jaarverslaglegging (de jaarstukken op tijd voor half april voorlopig vaststellen zodanig dat er geen grote afwijkingen meer komen in de definitieve vaststelling in juli na accountscontrole). In dit kader wordt ook geïnvesteerd in verbetering van de interne beheersing. Het met 2,5 maand vervoegen van een stabielere prognose van het resultaat van het voorgaande jaar is een majeure opgave. Hierbij ligt niet alleen een rol voor de uitvoeringsorganisatie van de GRJR, maar zijn we ook afhankelijk van de tijdigheid, juistheid en volledigheid van de informatie die de gemeenten en zorgaanbieders aanleveren. Ook de rol van de externe accountant en de interne control dient hierop aangepast te worden. • Tussenrapportages actueler en bruikbaarder (periodeafsluitingen, vollediger inzicht in afgegeven beschikkingen, lopende zorg en te verwachten declaraties, minder verrassingen op bijvoorbeeld LTA, meer niet-financiële informatie over zorggebruik, wachttijden etc. De in 2020 geïntroduceerde bestuursrapportages (‘buraps’) met kwartaalanalyses moeten kort op elkaar tot stand worden gebracht en sluiten niet optimaal aan op de bestuurlijke cyclus. De Q1 rapportage bevat nog weinig nieuws, de Q2 rapportage moet in de zomerperiode snel worden gemaakt zonder tijd voor verdiepende analyse en de Q3 rapportage komt te laat voor bijstellingen.
Overwogen wordt om over te stappen naar een 4-maands en 8maandsrapportage voor het Algemeen Bestuur van juli resp. oktober. In en rond alle P&C stukken is er behoefte aan duidelijker inzicht in de cijfers per gemeente. Door verdere automatisering en gebruik van het dashboard zal in 2023 meer informatie sneller beschikbaar zijn voor de deelnemende gemeenten. Hierdoor 32
kunnen zij sneller signaleren of er voor specifieke zorg of bij specifieke aanbieders bijsturing nodig is. Dit voorkomt grote en onverwachte verrassingen aan het eind van het jaar. 4.2.6 Ontwikkeling en verankering van de taken van de Uitvoeringsorganisatie GRJR De begroting van de GRJR bevat een budget Organisatiekosten GRJR om de regionale werkzaamheden uit te kunnen voeren. De GRJR-uitvoeringsorganisatie is ondergebracht bij de Gemeente Rotterdam, die dit budget als vaste vergoeding ontvangt. De hoogte van dit bedrag is in 2020 bepaald op basis van een formatieplanning voor directe personeel plus een standaardopslag voor ondersteuning. Voor tijdelijke extra werkzaamheden wordt daarnaast gewerkt met incidentele budgetten, zoals het Projectbudget Inkoop en Implementatie (2022, 2023) en een budget Programmateam Regio-agenda (2022). Voor de begroting 2023 is het om meerdere redenen wenselijk het budget Organisatiekosten te herijken: •
Inkoopstrategie en MVS-knip De ‘MVS-knip’ in de inkoop maakt dat de MVS-gemeenten de jeugdhulp voornamelijk lokaal inkopen en dus minder (direct) gebruik gaan maken van de GRJR-uitvoeringsorganisatie. In onderling overleg wordt een lijn afgesproken om MVS minder te laten bijdragen aan de organisatiekosten. 7 Het AB heeft bij het besluit over de knip als uitgangspunt gesteld dat de overige gemeenten hier geen nadeel van moeten ondervinden. De inkoopstrategie impliceert tegelijkertijd dat mogelijk met meer en diverse aanbieders gewerkt gaat worden, steeds in nauwer samenspel met gemeenten. Dat alleen al heeft gevolgen voor de taakbelasting in het contractmanagement en de informatievoorziening (bijvoorbeeld de ketenregie op het berichtenverkeer en informatieverzameling).
•
Vaste kosten, basistaken en ambitieniveau De taakomvang en kosten van de GRJR worden bepaald door enerzijds de benodigde waarborgen voor continuïteit van de uitvoering van de basistaken, en anderzijds het ambitieniveau ten aanzien van de uitvoering van de GRJR-taken: - In diverse plannen van de GRJR (verbeterplan, strategisch informatieplan, accountantsrapporten over de interne beheersing) is ingezet op het eerst op orde krijgen van de basis. In 2020 en 2021 is dat vol op de agenda gehouden. Vanuit die basis groeit het inzicht in wat de organisatie nodig heeft om
7 De lijn is om in eerste instantie 50% van de huidige inleg als bijdrage in de organisatiekosten te blijven
betalen en deze bijdrage in drie jaar terug te brengen naar een niveau dat in verhouding staat tot het aandeel in de programmakosten (van 50% naar ca 15%).
33
-
-
•
continuïteit en kwaliteit te bieden en mee te bouwen aan de ambities van de regio. Het budget Organisatiekosten is een vast bedrag op basis van het uitgangspunt dat het vaste kosten moet dekken. Het betreft kosten die niet direct fluctueren met het aantal deelnemende gemeenten of met de omzet van de GRJR, maar vooral worden bepaald door het ambitieniveau voor de uitvoering van de taken: kosten voor management, bestuursondersteuning, het aantal te managen contracten, het verzorgen van een eigen P&C-cyclus en de (interne en externe) beheersing van financiële en informatieprocessen. De omvang van deze werkzaamheden en de daaraan verbonden kosten worden niet aanmerkelijk minder als enkele gemeenten bepaalde ingekochte hulp niet afnemen. Vanuit de Regiovisie en de Inkoopstrategie wordt het ambitieniveau voor de komende jaren steeds duidelijker. De uitvoeringsorganisatie kan niet slechts uitvoeringsprocessen beheersen, maar moet continu meebewegen en op onderdelen proactief initiërend optreden.
Voorbeelden waarbij min of meer uitgesproken in de komende jaren meer van de GRJR wordt verwacht zijn: de inzet in bovenregionale processen waaronder belangenbehartiging op rijksniveau, het werken met twee inkoopmodellen, het ondersteunen van regionale programma-activiteiten, het afstemmen (en door coördinatie beheerst houden) van de administratieve lasten van monitorings- en verantwoordingsafspraken, het breder invullen van de informatierol enzovoorts.
Monitoring toereikendheid huidige vaste vergoeding 8 De berekening uit 2020 van het budget Organisatiekosten is volledig opgehangen aan directe personele inzet van de uitvoeringsorganisatie zelf en geeft geen inzicht in de noodzakelijke ondersteuningskosten. Er is uitgegaan van de standaard ondersteuning zoals voor alle organisatieonderdelen beschikbaar is, waarbij de veronderstelling is dat alle benodigde ondersteuning kan en zal worden geleverd. Omdat er weinig afspraken waren over (de mate en snelheid van de) ondersteuning en omdat de toereikendheid hiervan onzeker was, hebben we eind 2020 afgesproken dat de Gemeente Rotterdam de kosten zelf in de gaten houdt.
8 Tekst vorige Kadernota: In 2020 heeft het AB Jeugdhulp Rijnmond besloten tot het structureel ophogen van
de formatie en het bijbehorende budget voor organisatiekosten voor de uitvoeringorganisatie. Hierbij is conform eerdere besluitvorming gebruik gemaakt van de GGD-tarieven. (…) Bij de verdere herinrichting wordt aandacht besteed aan de werkwijze en taken van contract- en accountmanagement, een transparante positionering binnen en/of een ontvlechting met de gemeente Rotterdam, maar ook worden er betere afspraken gemaakt rondom de inzet en bekostiging van experts en adviseurs van de gemeente Rotterdam of andere gemeenten. In het kader van het verbeterplan zal op basis van de gemaakte keuzes ook gewerkt worden aan een nieuwe uitvoeringsovereenkomst met de gemeente Rotterdam, onderdeel hiervan is bezien of herijking van de gehanteerde tarieven nodig is.
34
We gaan met elkaar in gesprek als we knelpunten zien bijvoorbeeld in de paraatheid van de dienstverlening. We zien op verschillende terreinen zoals communicatie en ict (inclusief avg) druk ontstaan die kan samenhangen met de beperkte onderbouwing van de huidige vaste vergoeding. De om genoemde redenen gewenste herijking van het budget vereist zorgvuldigheid en doorlooptijd, teneinde in de begroting 2023 adequate keuzes te maken. Begrotingsuitgangspunt 2023 (15): Het budget Organisatiekosten wordt opnieuw onderbouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met de inkoopstrategie (knip MVS), de basistaken van de GRJR en het ambitieniveau voor de GRJR-taken op basis van de Regiovisie en Regioagenda.
35
Hoofdstuk 5 Financieel-technische uitgangspunten
36
5. Financieel-technische uitgangspunten 5.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat bestuurlijk relevante, maar tegelijkertijd technische uitgangspunten voor de opstelling van de begroting 2023.
5.2 Begrotingsvertrekpunten 5.2.1
Meerjarenraming
Het eerste vertrekpunt voor opstelling van de begroting 2023 is onderstaande Meerjarenbegroting zoals opgenomen in de vastgestelde Begroting 2022:
5.2.2
Zorgkosten indexering
Het algemeen bestuur hanteert vanaf december 2020 een richtlijn voor indexatie van zorgtarieven en -subsidies die past bij de Norm voor Opdrachtgeverschap, geen 37
impliciete impact heeft op de realisatie van inhoudelijke doelstellingen, transparant is en houvast biedt voor alle betrokkenen. Deze richtlijn wordt vastgehouden als uitgangspunt voor de begroting 2023. De gehanteerde percentages worden gepubliceerd onder meer door de Nederlandse zorg autoriteit. Begrotingsuitgangspunt 2023 (16): In de ontwerpbegroting vindt voorlopige indexatie van zorgbudgetten, de daaruit te verstrekken zorgtarieven en subsidies en het risicobudget plaats voor 90% met voorlopig OVA voorgaand jaar van 3,24% en voor 10% met PPC -prijsindex van 1,73% voorgaand jaar. Definitieve indexatie vindt bij definitieve begrotingsvaststelling in juli plaats met de dan bekende percentages OVA en PPC. 5.2.3
Uitvoeringskosten indexering
Voor indexering van organisatiekosten en overige uitvoeringskosten geldt de richtlijn van gemeenten. Deze wordt doorgaans aan het begin van het voorafgaande jaar afgegeven namens de gemeentesecretarissen, wethouders financiën en/of colleges van de deelnemende gemeenten. Voor 2021 was dit percentage 1,90%. Begrotingsuitgangspunt 2023 (17): In de begroting vindt indexatie van de uitvoeringskosten plaats conform richtlijn van de deelnemende gemeenten.
5.3 Effecten van de begrotingsuitgangspunten op het financiële kader In deze paragraaf staan indicatieve financiële effecten van de begrotingsuitgangspunten zoals genoemd in de hoofdstukken 1 tot en met 4: Nr.
Uitgangspunt
1
Het budget innovatie wordt beschikbaar gehouden als experimenteerruimte in het kader van “Samen leren wat werkt”. Het afzonderlijke budget Programmateam Regioagenda wordt gecontinueerd en zo nodig aangepast. Bij de raming van de bijdragen van gemeenten in de zorglasten wordt aansluiting gezocht op landelijke afspraken die van grote invloed zijn op de financiële kaders voor de afzonderlijke gemeenten. Het is daarbij niet de bedoeling dat budgettaire beperkingen bij gemeenten leiden tot een nietrealistische begroting voor de regionaal ingekochte/gesubsidieerde hulp. De zorglasten worden realistisch geraamd en onderbouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met mogelijke impact van de Hervormingsagenda, met de transformatie- en inkoopaanpak inclusief groeien krimpscenario’s en met externe factoren zoals autonome groei. Waar mogelijk worden nietfinanciële aannames over het gebruik opgenomen. De doelstellingen/beoogde resultaten bij de inkoop van jeugdhulp vormen tevens de basis voor de doelformulering en middelenraming in de begroting.
2
3
4
5
Minimale impact 0
Maximale impact 0
Toelichting
0
0
Is al begroot
PM
PM
Impact Hervormingsagenda op budgettaire ruimte
PM
PM
0
0
Impact Hervormingsagenda op uitgaven, uitwerking regionale inkoop 2023 en ontwikkeling zorggebruik in 2021. Tekstueel
Is al begroot
38
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
De zorglasten jeugdhulp A t/m F aan jeugdigen uit MVS, en bijbehorende inleg van MVS, worden niet door de GRJR begroot. Er wordt rekening gehouden met kosten van (het organisatorische waarborgen van) regionale monitorings- en verantwoordingsafspraken.
15 à 16%
PM
PM
De raming voor zorglasten Dagbehandeling en Ambulante hulp gaan uit van lokale inzet buiten de GRJR, tenzij. De budgetindeling voor ingekochte zorg wordt niet gewijzigd in verband met de nieuwe aanbesteding.
PM
PM
0
0
De lastenraming per zorgbudget wordt gebaseerd op de te verwachten toewijzingen en declaraties van arrangementen. De verwachte verschuivingen als gevolg van het woonplaatsbeginsel worden, met de objectieve (her)verdeling als grondslag, verwerkt in de totale zorglastenraming en in de bijdrage per gemeente. De begroting 2022 wordt hierop eveneens gewijzigd. Er wordt voor 2023 eenmalig budget Aanpak Wachttijden gereserveerd; over de beschikbaarstelling aan aanbieders wordt pas op basis van projectrapportage beslist. In de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen kosten GI’s in verband met wettelijke en nietwettelijke taken (zoals Crisis Interventie Team en Zorg Bemiddeling Teams). Het Veilig Thuis-budget wordt reëel geraamd op basis van realistische volumeinschattingen.
0
0
€14 mln
€16 mln
0
€15 mln
0
0
PM
PM
Het budget Organisatiekosten wordt opnieuw onderbouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met de inkoopstrategie (knip MVS), de basistaken van de GRJR en het ambitieniveau voor de GRJR-taken op basis van de Regiovisie en Regioagenda. In de ontwerpbegroting vindt voorlopige indexatie van de tarieven en budgetten plaats voor 90% met voorlopig OVA voorgaand jaar van 3,24% en voor 10% met PPC -prijsindex van 1,73% voorgaand jaar. Definitieve indexatie vindt bij definitieve begrotingsvaststelling in juli plaats met de dan bekende percentages OVA en PPC. In de begroting vindt indexatie van de uitvoeringskosten plaats conform richtlijn van de deelnemende gemeenten.
PM
PM
PM
PM
PM
PM
Ntb wat precies wel en niet regionaal blijft Afhankelijk van ambitie implementatie nieuwe inkoop Er is nog uitzoekwerk over waar de knip komt Gaat om methodiek van budgettering Gaat om methodiek van onderbouwing Inventarisatie van tussen gemeenten over te dragen casuïstiek loopt nog
Afhankelijk van projectaanpak en Hervormingsagenda (extra middelen) Gaat om methodiek van budgettering Afhankelijk van realisatie 2021 en ambitieniveau
5.4 Bijdragenberekening en verrekening realisatieverschillen (vlaktaks) De regionaal begrote lasten worden gedekt door baten in de vorm van deelnemersbijdragen c.q. inleg in de begroting. Gerealiseerde lasten en de verschillen 39
met de begrote lasten worden bij de jaarrekening vastgesteld. Verschillen tussen de door een gemeente ingebrachte baten en een voor een gemeente gerealiseerde lasten worden bij de gemeenten teruggelegd, zodat iedere gemeente uiteindelijk alleen betaalt voor zorg die aan jeugdigen uit de eigen gemeente. Deze basis blijft ook in 2023 gelden. Alleen de wijze waarop de regionale bedragen aan de deelnemende gemeenten worden gerelateerd verandert vanaf begroting 2023. 5.4.1
Doel en beperkingen van de huidige vlaktakssystematiek
Bij de oprichting de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond in 2014 is gekozen om een specifieke systematiek te hanteren voor het verrekenen van de kosten van het zorggebruik. Dat is het vlaktaksmodel gaan heten en deze systematiek was tot nu toe van toepassing voor alle budgetten met uitzondering van Veilig Thuis 9. Het geheel van inlegberekening en vlaktaksverrekening is destijds ingevoerd omdat er grote onzekerheden waren in de verdeling van jeugdhulpbudgetten en -kosten. Er zouden zich forse fluctuaties kunnen voordoen die onvoorziene impact op een individuele gemeentelijke begroting zou kunnen hebben. Door fluctuaties over meerdere jaren samen op te vangen daalde het risico voor individuele gemeenten. Sinds de vorige Kadernota is duidelijk dat dit vlaktaksmodel 10 niet langer houdbaar blijft. De in de begroting 2021 opgenomen experimenteerruimte voor enkele gemeenten was een noodzakelijke eerste afwijking van deze methode. Ook door de keuze om vanaf 2023 met twee inkoopmodellen te werken waarbij MVS niet langer regionaal ingekocht hulp afneemt kan het systeem niet worden gecontinueerd. Belangrijk motief om met het vlaktaksmodel te stoppen is echter de verschuiving van gezamenlijke regionale anticipatie op onbekende risico’s (Decentralisaties, 2014) naar individuele gemeentelijke verantwoordelijkheid voor en sturing op de jeugdhulpinzet (Regiovisie, 2023).
Het vlaktaksmodel heeft een aantal kenmerken die deze beweging in de weg zitten: • Een realistische lastenraming op jaarbasis is niet goed zichtbaar voor gemeenten en werkt niet door in de voorcalculatorische inleg bij de GRJR.
9 Sinds 1 januari 2018 is de financiering van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond toegevoegd aan de begroting
van de GRJR. Voor de middelen hiervoor geldt een andere vereffeningssystematiek op basis van realisatiecijfers per gemeente. 10 Het vlaktaksmodel werd als volgt toegepast:
-
-
Stap 1: bepalen reële inleg: Deze inleg wordt bepaald op basis van het gemiddelde van de feitelijke productie van 2 opeenvolgende jaren. Deze stap is voor het eerst volledig gerealiseerd in het jaar 2021. In dat jaar wordt het zorggebruik genomen van de twee voorafgaande peiljaren dit met de verhouding 1/3 voor 2018 (T-3) en 2/3 voor 2019 (T-2) voor de begroting 2021. De uitkomst van deze som is de percentuele inleg van de individuele gemeente over het begrotingsjaar. Stap 2: productiecorrectiefactor: Naast het gebruik over t-2 en t-3 wordt binnen de rekenregel ook rekening gehouden met de geconstateerde werkelijke afwijkingen tussen inleg en productie over de voorgaande jaren. Vanaf t+2 wordt de gerealiseerde over- of onder productie over een periode van 2 jaar opgenomen in de berekening van de reële bijdrage. 40
De werkelijke lasten op jaarbasis zijn niet goed zichtbaar voor gemeenten omdat het tekort wordt opgelost door de voorcalculatorische inleg aan te passen. • Voor de regionale sturing is een bijkomstig nadeel dat in de P&C-cyclus niet de reële jaarcijfers leidend zijn maar cijfers die worden vertekend door correctie van enkele jaren terug en vooruit. • Lokale sturing op uitgaven heeft slechts een zeer vertraagde doorwerking in de bijdragen. Besparingen op regionale ingekochte hulp als opbrengst van lokale intensivering komt pas in meerdere tot uiting in minder bijdrage aan de GRJR. En andersom: beperkte lokale inzet hierop wordt pas over langere tijd zichtbaar op hoog blijvende en/of oplopende bijdragen aan de GRJR. • Een en andere belemmert de allocatie van gemeentelijke middelen op lokaal of regionaal niveau terwijl de Regiovisie nadrukkelijk meer aansluiting en flexibiliteit hiertussen vereist. Deze nadelen wegen niet (langer) op tegen de voordelen van verevening van de risico’s op grote uitgavenfluctuaties. •
5.4.2 Eenvoudige en transparante systematiek vanaf 1-1-2023 Vanaf begroting 2023 wordt als kostenverdeelmethode voor de zorglasten gekozen voor een lastenraming die eenvoudiger en transparanter is en bijdraagt aan een realistischer raming. De lasten worden rechtstreeks geraamd op basis van realisatiecijfers van de twee voorgaande jaren per gemeente en waar nodig gecorrigeerd op basis van reële prognosebijstellingen. Het totaal van deze ramingen per gemeente bepaalt de te verwachten lasten van de regionaal ingekochte dienstverlening. En de opbouw van dit totaal bepaalt het bedrag dat een individuele gemeente als bijdrage aan de baten inbrengt. Vanaf jaarrekening 2022 worden in de jaarrekening de werkelijke lasten vastgesteld inclusief het effect daarvan op de exploitatie. Het regionaal zichtbare exploitatieresultaat wordt in de rekening vastgesteld als uitkomst van het overzicht van baten en lasten en als balanscomponent Eigen Vermogen conform BBV. Dit eigen vermogen kan positief of negatief zijn. Aansluitend op dit rekeningbesluit wordt vastgesteld wat het (positieve of negatieve) aandeel van iedere gemeente in het gerealiseerde resultaat is op basis van specifieke realisatiegegevens.
Vervolgens wordt het ontstane Eigen Vermogen in het volgende boekjaar aangezuiverd naar 0 door in dat volgende jaar het (positieve of negatieve) aandeel van iedere gemeente in het gerealiseerde saldo in rekening te brengen. Dit is dan geen aanpassing van de inleg zoals vroeger maar een teruggave van teveel betaalde inleg en bijbetaling van weinig betaalde inleg. Voordelen hiervan zijn dat • Gemeenten zijn nog steeds uiteindelijk alleen geld kwijt aan werkelijke uitgaven voor hun jeugdigen.
41
•
•
•
De begrotingsbesluiten van het GR-bestuur geven meer zekerheid aan deelnemende gemeenten omdat daarin de bijdrage definitief is in plaats van onder voorbehoud van de realisatie. De jaarrekening geeft een reëel beeld van de exploitatie van de regionaal georganiseerde taken. Tekorten worden formeel transparant verantwoord voordat ze worden weggewerkt. Hiermee wordt de P&C als sturingscyclus versterkt. Gemeenten hebben een boekjaar langer gelegenheid om tegenvallers op te vangen omdat die eerst even bij de GR blijven hangen.
5.4.3 Overgang De vlaktaks wordt per 31-12-2022 in één keer afgebouwd. Alle correcties van verschillen over eerdere jaren in de exploitatie en waar mogelijk ook in de balansposities worden hiermee geneutraliseerd. Per boekjaar 2023 wordt gestart met een schone lei. Indien toch overgangsvraagstukken onontkoombaar blijken (bijvoorbeeld ingeval van overlopende posten) dan wordt daarvoor een specifieke regeling afgesproken in de geest van de nieuwe werkwijze. Een facultatief en verder uit te werken punt is, is in hoeverre het Eigen Vermogen steeds naar 0 wordt teruggebracht. Alternatief is dat er een egalisatie- of weerstandsreserve wordt gevormd binnen de GRJR die op begrotingsbasis (dus voorspelbaar) wordt gevoed door de gemeenten en als buffer wordt gebruikt als er tekorten zijn. Indien hiervoor in consensus een noodzaak wordt gezien dan kan dit in de begroting 2023 worden toegepast ter verbetering van het regionale risicomanagement. Van deze mogelijkheid zal in de begroting 2023 (nog) geen gebruik worden gemaakt; eerst worden de ervaringen afgewacht die in 2023 worden opgedaan met de aangepaste wijze van sturing (budgetvolumes, geen vlaktaks).
42
Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT
43
6. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 1 oktober 2021
Voorzitter Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond
Secretaris Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond
44
1e BEGROTINGSWIJZIGING 2021 (def) Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond AB 1 oktober 2021
Inleiding Voor u ligt de (eerste) begrotingswijziging 2021 van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond beter bekend als Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). De ontwerpbegrotingswijziging is op 2 juli 2021 door het Algemeen Bestuur van de GRJR voor zienswijzen voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten. Gehoord hebben de eventueel ontvangen zienswijzen stelt het Algemeen Bestuur de begrotingswijziging definitief vast. Deze begrotingswijziging is als volgt opgebouwd: 1. Wijziging begrote baten en lasten 2021 2. Wijziging gemeentelijke bijdragen 2021 3. Aanpassingen risicoparagraaf 4. Besluit
2
1. Wijziging baten en lasten 2021 In de periode tot juli 2021 heeft de GRJR te maken met diverse ontwikkelingen die het realiteitsgehalte en evenwicht in de vastgestelde begroting 2021 beïnvloeden. Het gaat hierbij om: - Een check hoe reëel de begroting is - Druk op spoedhulp en oplopende wachttijden mede als gevolg van Coronamaatregelen. Reële begroting tegen het licht van realisatie 2020, rekening houdend met de taakstellingen De vastgestelde begroting 2021 is gebaseerd op de aanname dat de hoeveelheid in 2019 geleverde zorg constant blijft, en dat daarnaast een besparingseffect optreedt van taakstellingen (met name transformatieplannen). Om na te gaan of de hierop gebaseerde begroting voldoende reëel is, is gekeken naar de getalsmatige ontwikkeling van de jeugdhulpverlening. Overigens is deze cijferexercitie met de nodige slagen om de arm gedaan; de informatievoorziening is immers een onderdeel van het verbeterplan van de GRJR. Opdracht A Pleeghulp In 2019 ontvingen ca 1.840 jeugdigen met pleeghulp. De budgetten in de begroting ‘21 is berekend op ditzelfde aantal (uitgaand van gelijkblijvende gemiddelde kosten en prijspeil ‘21). - Daar komt bovenop dat de taakstelling in de begroting ‘21 voorziet in extra pleeghulp, omdat daarmee een besparing mogelijk wordt op hulp met verblijf.
Dit is vertaald in extra budget voor pleeghulp; voor 2021 genoeg voor ca 30 extra, in totaal 1.870 jeugdigen. - Uit de voorlopige jaarcijfers 2020 blijkt dat meer dan 2.100 unieke jeugdigen zijn bereikt met pleeghulp. De gerealiseerde kosten zijn ca. €23,4 miljoen. Omdat in 2021 een grote campagne gaande is om meer pleeggezinnen te werven, moet worden aangenomen dat het aantal pleegkinderen, en de feitelijke uitgaven, minimaal op dit niveau zullen komen. Deze wenselijke ontwikkeling komt daarmee hoger uit dan het geraamde taakstellingseffect. Voorgesteld wordt om voorzichtigheidshalve de begroting ’21 voor pleeghulp minstens te verhogen naar het realisatieniveau 2020, waarbij om hetzelfde aantal jeugdigen te blijven bereiken dient te worden geïndexeerd naar prijspeil ’21. Dit betekent een verhoging met €2,2 miljoen. Dekking: Om deze structurele lastenstijging te dekken wordt voorgesteld om de geraamde baten uit inleg van de deelnemende gemeenten in gelijke mate te verhogen.
Subsidiëring voor jeugdhulptrajecten in het kader van het adolescentenstrafrecht (ASR) Bij deze vorm van jeugdhulp is de instroom van casuïstiek is niet beïnvloedbaar door de gemeenten en de GRJR. Voor 2020 was extra subsidietoekenning noodzakelijk. In de jaarrekening 2020 is dan ook een overschrijding van €0,77 miljoen zichtbaar. Op dit moment is al zeker dat voor 2021 minimaal eenzelfde overschrijding onvermijdelijk is. Het budget is voor 2021 slechts geïndexeerd, voorgesteld wordt om de begroting ’21 met de onvermijdelijke extra uitgaven op te hogen (met geïndexeerde bedragen). Dit komt neer op €0,78 miljoen extra.
3
Dekking: Om deze structurele lastenstijging te dekken wordt voorgesteld om de baten uit inleg van de deelnemende gemeenten in gelijke mate te verhogen.
Spoedhulp - Onder meer in onze regio zijn al langere tijd zorgen over de wachttijden met name in de specialistisch ambulante jeugdhulp (opdracht E) en meer recent de grote druk op de ambulante spoedhulp. Oorzaak van de stijging van de druk is een combinatie van maatschappelijke gevolgen van Covid-19, de al langer bestaande wachttijden en een gelimiteerd budget voor ambulante hulp door het sturen op het budgetplafond. Deze trend zet zich vooralsnog voort in 2021. Voor onze regio verwachten de aanbieders dat het aantal jeugdigen dat spoedhulp nodig heeft – en noodzakelijke vervolghulp - met circa 250 jeugdigen zal stijgen ten opzichte van 2020. Dit is instroom die wij niet kunnen opvangen met het huidige budget. - De ontstane situatie heeft het GRJR-bestuur doen besluiten om voor 2021 het budgetplafond in opdracht E met € 4 miljoen te verhogen en via de kwartaalrapportages te monitoren hoe de uitnutting van de budgetten in E zich ontwikkelt. Er is gerekend op ca. 200 kinderen extra met een gemiddeld bedrag van ca €20.000 per spoedtraject (6 weken stabilisatie plus gemiddeld 43 weken behandeling). Deze verhoging van het budgetplafond is in maart per brief aan de gemeenteraden kenbaar gemaakt.
- Inmiddels is bekend dat het Ministerie van VWS extra geld beschikbaar stelt voor “tijdelijke uitbreiding (ambulante en klinische) crisiscapaciteit jeugd-GGZ zodat aan de grote zorgvraag mede als gevolg van corona tegemoetgekomen wordt (specifieke uitkering € 50 mln).” VWS heeft aangegeven “deze middelen te verstrekken via een specifieke uitkering aan een beperkt aantal coördinerende gemeenten op basis van een ingediend plan. Daarin worden specifieke bestedingsdoelen opgenomen zodat de middelen beschikbaar komen voor aanbieders en jongeren. De kern is een tijdelijke uitbreiding crisiscapaciteit zodat aan de grote extra zorgvraag tegemoetgekomen kan worden.” - Voorgesteld wordt de begroting 2021 voor spoedhulp in lijn met te brengen met het AB-besluit van maart 2021 door het budget voor E met €4,0 miljoen te verhogen. Dekking: Om deze incidentele lastenstijging te dekken wordt voorgesteld om voor hetzelfde bedrag baten te ramen uit beschikbaarstelling van specifieke uitkering (via coördinerende gemeente). Het aandeel voor de regio Rijnmond zal naar verwachting ca €4 miljoen bedragen maar het risico dat dit lager uitpakt moet worden opgenomen in de risicoparagraaf. De opgenomen bijdrage uit specifieke uitkering (SPUK) is gebaseerd op de brief van de Minster van VWS aan de Tweede Kamer. Op 23 april heeft het kabinet besloten om voor 2021 €613 miljoen beschikbaar te stellen.
Hiervan is €50 miljoen specifiek voor de tijdelijke uitbreiding (ambulante en klinische) crisiscapaciteit jeugd-ggz (hierna: acute jeugd-ggz) zodat aan de grotere zorgvraag mede als gevolg van corona tegemoet gekomen kan worden. Deze €50 miljoen wordt, conform afspraak tussen het Rijk en de VNG verstrekt middels een specifieke uitkering (SPUK) aan medeoverheden op grond van de Kaderwet VWS. Samen met de VNG, de Nederlandse GGZ en de NVvP wordt uitgewerkt op welke wijze deze middelen terecht komen bij de aanbieders die deze zwaardere zorg verlenen én die nu acute problemen ervaren. Momenteel wordt op rijksniveau concreet uitgewerkt welke aanbieders hierin betrokken zijn en welke gemeenten dan als coördinerende gemeenten zal worden aangewezen. (Dit gaat niet rechtstreeks via de GRJR omdat niet in iedere regio een GR voor jeugdhulp bestaat.) Het ligt voor de hand dat dit voor de regio Rijnmond de gemeente Rotterdam zal zijn en de
4
door de GRJR gecontracteerde aanbieders in perceel E Ambulante hulp die spoedhulp verlenen. Over de precieze omvang en financieel-technische handelwijze zal afstemming tussen gemeente Rotterdam en GRJR plaatsvinden.
Aanpak wachttijden - Met name voor ambulante hulp zijn de wachttijden al langer hoog. Sinds eind 2020 zien we een stijging van de wachttijd en het aantal wachtenden. Dit is mogelijk ook een effect van de tweede lockdown in verband met Corona. Dit leidt tot andersoortige en zwaardere problematiek (zoals eetstoornissen, suïcide), meer spoed/nood op de wachtlijst, langere trajecten door afzeggen consulten (dus minder ruimte voor nieuwe instroom) en tot slot uitval van personeel (waardoor nog minder ruimte voor instroom). - Deze ontwikkelingen waren het afgelopen halfjaar aanleiding tot diverse acties en maatregelen. In de eerste plaats blijven we de gezamenlijke aanbieders van ambulante hulp verantwoordelijk houden voor maximale benutting van de capaciteit. We ontwikkelen samen met de aanbieders een nieuwe aanpak om de wachttijden naar beneden te brengen waarin triage en trajectregie centraal staan. Daarnaast geven we vorm aan een doorbraakaanpak voor kinderen met jeugdbeschermingsmaatregel. Ondertussen sturen we erop dat gegevens over kinderen op de wachtlijst bekend zijn bij de betreffende gemeente, zodat waar mogelijk alternatieve oplossingen worden ingezet. Ter ondersteuning van de sturing op de wachttijden verbeteren we met voorrang de informatievoorziening hierover.
- Als gemeenten en aanbieders in de regio hebben we in februari 2021 een gezamenlijke brief aan het Ministerie van VWS gestuurd met een oproep voor extra budget. VWS heeft inmiddels bekend gemaakt dat via de Algemene Uitkering extra geld beschikbaar komt voor zowel regionale inzet (255 miljoen) als lokale inzet (238 miljoen): “Dit deel richt zich op meer regie op het beperken van de oplopende onverantwoorde wachttijden i.c.m. de escalatie van de wachtlijsten a.g.v. de toegenomen en geëscaleerde zorgvraag door corona. Daarmee heeft dit bedrag twee dimensies: o Daar waar bij specialistische jeugdhulp wachttijden zijn die boven een redelijke norm stelt het de (samenwerkende) gemeenten in staat de wachtlijsten terug te brengen naar de norm. Dit vereist een actieve inzet van gemeenten in een goede samenwerking met zorgaanbieders. o Daar waar bij de specialistische jeugdhulp de wachttijden reeds zijn teruggebracht tot op of onder de norm is dat veelal ten koste gegaan van andere noodzakelijke uitgaven dan wel lastenstijgingen en bieden de extra middelen soelaas om die verdringing te compenseren. De raming is gebaseerd op het bedrag dat nodig is voor het in zorg nemen van de kinderen die bij regionaal ingekochte specialistische jeugdzorg onnodig lang wachten op zorg.
Aangezien er geen landelijk beeld is, is dat cijfer gebaseerd op een extrapolatie van de via de VNG door gemeenten aangeleverde input.” - De bedragen en extrapolaties die VWS noemt zijn in overwegende mate afkomstig van de regio Rijnmond. In de lobby hebben wij de omvang van de wachtlijst uitgedrukt als voorraad ‘onderhanden werk’ waarvan de omvang uitkomt op circa €15 miljoen euro per jaar. Dit is
5
gebaseerd op het aantal kinderen dat langer wacht dan de zgn. Treeknorm (14 weken), vermenigvuldigd met de gemiddelde kosten per jaar voor hulp waarop wordt gewacht. - Voor de acute aanpak van de wachttijden voor de regionale hulp worden momenteel concrete plannen uitgewerkt. Deze projectmatige aanpak met de huidige regionaal gecontracteerde zorgaanbieders is erop gericht om binnen de huidige contracten meer wachtenden te helpen zodat de gemiddelde wachttijd weer onder de Treeknorm komt. Deze projectmatige aanpak komt náást de ingezette structurele maatregelen (transformatie, nieuwe inkoop, uitwerking regiovisie) en moet ook leiden tot een structurele aanpak om het opnieuw oplopen van de wachttijden vanaf 2023 te voorkomen. - Voor de aanpak van de wachttijden is in samenspraak met de aanbieders een periode van drie jaar (steeds met €15 miljoen op jaarbasis) ingeschat. In de projectaanpak kunnen voor 2023 nog geen verplichtingen worden aangegaan omdat de huidige contracten lopen tot 31 december 2022. Ook is het wenselijk om eerst preciezer te bepalen welke projectdoelen binnen de lopende contractperiode moeten worden bereikt. Een en ander komt terug in de Kadernota 2023 en wordt in de meerjarenbegroting nu nog als PM opgenomen.
Voorgesteld wordt om voor 2021 (en 2022 (de lopende contractperiode)) tweemaal incidenteel €15 miljoen op jaarbasis extra in te zetten om het project Aanpak wachttijden uit te voeren. Voor 2021 komt dit neer op extra investering in het tweede halfjaar van €7,5 miljoen. Extra budget E Project Aanpak Wachttijden (X € 1 miljoen) Begroting 2021
Te begroten bedrag
Er was begroot
Verschil
7,5
0 (def)
+7,5 (wijz)
Dekking: Ter dekking van deze incidentele lastenstijging wordt voorgesteld om de baten uit inleg van de deelnemende gemeenten voor 2021 en voor 2022 met €7,5 miljoen te verhogen. In de separate agendapost vaststelling begroting 2022 wordt voorgesteld om de begroting 2022 met een incidenteel tekort van €7,5 miljoen vast te stellen. Gezien de concrete toelichting op de extra middelen van VWS wordt voor dekking hiervan een beroep gedaan op de in 2021 incidentele extra algemene uitkering van €15 miljoen.
Technische (budgettair neutrale) wijzigingen in de presentatie Bij de Jaarstukken 2020 bleek dat de baten en lasten uit de voorzieningen (Transformatiefonds, Meer samen doen in crisis) in het overzicht van baten en laten moeten worden gepresenteerd. Zowel de hiermee gemoeid zijnde lasten als de baten van €7.914.884 worden door deze aanpassing beter zichtbaar. Ook is het budget ‘Risico’s nu afzonderlijk gepresenteerd (dus niet als onderdeel van de uitvoeringskosten). Dit zijn technische, budgettair neutrale aanpassingen in de begroting 2021 met het oog op een correcte verantwoording in de jaarstukken 2021.
De beschreven mutaties leiden tot de volgende gewijzigde begroting:
6
Begroting 2021
BATEN Bijdrage deelnemende gemeenten Bijdrage uit specifieke uitkering (SPUK) Transformatiefonds Meer samen doen in crisis Gezamenlijke verantw. Kinderen en ouders Totaal Baten
Begroting 2021 AB juli 2020
1e wijziging
246.686.158
Begroting 2021 na 1e wijziging AB okt 2021
10.480.000
257.166.158
4.000.000
4.000.000
7.788.067
7.788.067
46.817
46.817
83.000
83.000
246.686.158
22.397.884
269.084.042
A Gewoon opgroeien buiten gezin (Pleeghulp)
21.845.040
2.200.000
24.045.040
B Weer naar huis (Opname)
62.247.659
LASTEN 62.247.659
Opgroeien met blijvende ondersteuning C (Langdurig verblijf)
9.342.676
9.342.676
D Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp)
14.513.379
14.513.379
E Pakket thuis (Ambulante hulp)
43.880.862
11.500.000
55.380.862
F Crisishulp
9.467.944
9.467.944
G Gecertificeerde instellingen
48.637.712
48.637.712
1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team 2. Buitenregionale plaatsingen (GI) 3. KSCD H. Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)
16.375.541
I. Overige
15.436.758
16.375.541 780.000
16.216.758
1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg)
1.736.000
2. Extra ASR
1.147.800
3. Landelijke inkoop
12.148.598
12.148.598
4. Acute dienst GGZ
404.360
404.360
J. Uitvoeringskosten
1.736.000 780.000
1.927.800
3.996.445
3.996.445
Organisatiekosten GR
3.521.445
3.521.445
Specifieke ICT-kosten
100.000
100.000
Accountantskosten
75.000
75.000
Werk en Onderzoek
300.000
300.000
Transformatiefonds K. Meer samen doen in crisis
Gezamenlijke verantw. Kinderen en ouders L. Risico's Jeugdhulp
Totaal Lasten Taakstelling (zie plan van aanpak) Nog in te vullen taakstelling Totaal lasten na Taakstelling
0
7.788.067
7.788.067
0
46.817
46.817
0
83.000
83.000
22.397.884
3.626.839 271.768.740
3.626.839 249.370.856 -2.684.697
-2.684.697
246.686.158
22.397.884
269.084.042
0
0
0
SALDO Totaal Resultaat
7
2. Wijziging gemeentelijke bijdragen 2021 Op basis van de in de begroting 2021 opgenomen systematiek leidt de bijstelling van de begroting tot hieronder genoemde aangepaste bijdragen per gemeente. Onderstaande verhoging van de inleg is gebaseerd op de begroting 2021 (de vlaktaks). Het gedeelte van €7,5 miljoen waarvoor de GR een beroep doet op geld dat het rijk via het gemeentefonds (AU) beschikbaar stelt, moet nog op basis van de AU worden toebedeeld. Zodra de details van deze verdeling bekend zijn, zal een erratum worden gemaakt van onderstaande tabel. Het Algemeen Bestuur heeft op 2 juli 2021 het Dagelijks Bestuur gemandateerd om dat erratum vast te stellen. Deelnemers Inleg 2021 Oud GR Albrandswaard 2.665.847 Barendrecht 6.309.958 Brielle 1.418.286 Capelle aan den IJssel 11.308.565 Goeree-Overflakkee 7.247.118 Hellevoetsluis 6.005.701 Krimpen aan den IJssel 5.764.823 Lansingerland 9.521.757 Maassluis 5.791.041 Nissewaard 18.390.391 Ridderkerk 7.055.819 Schiedam 16.261.017 Vlaardingen 15.934.555 Westvoorne 1.409.587 Rotterdam 131.601.693 Totaal 246.686.158
Extra inleg 118.049 288.352 68.706 533.510 291.668 276.809 259.781 374.117 237.111 797.637 300.543 690.938 652.564 84.462 5.505.753 10.480.000
Inleg 2021 Nieuw 2.783.896 6.598.309 1.486.992 11.842.075 7.538.786 6.282.510 6.024.603 9.895.874 6.028.152 19.188.028 7.356.362 16.951.955 16.587.119 1.494.049 137.107.446 257.166.158
3. Aanpassingen risicoparagraaf Op basis van een risico-inventarisatie die in samenwerking met de gemeenten is opgesteld was in de begroting 2021 geconcludeerd dat de omvang van het gewogen risico beheersbaar is en dat er geen apart weerstandsvermogen gevormd hoeft te worden. Wel werd er voor 2021 een risicobudget opgenomen ter hoogte van € 3,6 mln. In de begroting waren vijf risico’s benoemt met de grootste financiële gevolgen of politieke impact die kunnen optreden ten aanzien van de uitvoering van de GRJR op basis van de opgestelde begroting. Gezien de realisatiecijfers 2020 en de ontwikkelingen is aanvullend aandacht voor de volgende risico’s: - Taakstellingseffect op uitgaven B en C valt tegen doordat snellere uitstroom naar andere voorzieningen niet of later optreedt. - Tegenvallende uitgaven LTA en BRP door moeilijke voorspelbaarheid en beheersbaarheid van het gebruik. - Extra subsidienoodzaak JBRR indien overgang drangtaken en ontwikkeling ondersteuningsproduct moeilijker verlopen dan voorzien. - Extra subsidienoodzaak VTRR indien mede door Corona het aantal meldingen en uit te voeren adviezen en onderzoeken in aanzienlijke mate stijgt. - Het ontstaan van een dekkingstekort doordat het aandeel in de specifieke uitkering voor spoedhulp lager is dan de verwachte €4,0 miljoen. 8
4. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 1 oktober 2021,
J. Bokhove Voorzitter Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond Rijnmond
Mr. S. Hammer Secretaris Openbaar Lichaam Jeugdhulp
9