CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Raadsinformatiebrief 2022 462135 beantwoording schriftelijke vragen fractie Stem Lokaal SPUK verlaging energierekening AW.pdf

Gemeenteraad AW 6 februari 2023, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken21.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Op basis van die data hebben we drie vragen geanalyseerd: Hoeveel huishoudens in Nederland zijn energiearm? Wie zijn deze mensen? En waar wonen ze? Ons onderzoek laat zien dat energiearmoede in Nederland een serieus probleem is, maar op dit moment ook nog een relatief overzichtelijk probleem: het gaat om ongeveer 550.000 huishoudens (zo’n 7% van het totaal) met enerzijds een laag inkomen en anderzijds óf hoge energiekosten óf een woning met een energetisch lage kwaliteit. Binnen de groep van energiearme huishoudens hebben ongeveer 250.000 huishoudens én een relatief laag inkomen én een woning met lage energiekwaliteit én hoge energiekosten. Er zijn naar schatting ongeveer 140.000 huishoudens met verborgen energiearmoede; dit zijn mensen die vanwege financiële problemen minder energie consumeren dan ze zouden willen. Ons onderzoek laat ook zien dat, hoewel het aantal huishoudens dat kampt met hoge energiekosten op dit moment nog relatief beperkt is, dit aantal tijdens de energietransitie in potentie fors kan oplopen. Uit onze analyse blijkt dat er, verspreid over veel gemeenten, ongeveer 3,8 miljoen huishoudens (48%) zijn met een woning van relatief lage energetische kwaliteit die ze niet zelfstandig kunnen verduurzamen: huurders die afhankelijk zijn van de verhuurder, en eigenaren met onvoldoende financieel kapitaal.

Over de definitie van wat lage energetische kwaliteit is valt te twisten, en de data op dit punt zijn voor verbetering vatbaar. Wij verwachten dat toekomstige berekeningen met meer recente en betere data dit cijfer weliswaar naar beneden zullen bijstellen, maar dat deze groep huishoudens ook dan onmiskenbaar groot blijft (zeg minimaal 1/3 van de bevolking). Een groot deel van hen heeft op dit moment geen probleem met het betalen van hun energierekening. Maar als de gasprijs verder gaat stijgen zal een deel van de huishoudens uit deze groep alsnog een betalingsprobleem krijgen. In de vorig jaar verschenen TNO-studie naar de rol van energiearmoede in de energietransitie werd geconstateerd dat als dit gebeurt het zorgt voor een scala aan sociaaleconomische problemen en kosten, en bovendien het maatschappelijk draagvlak voor de

TNO-rapport | TNO 2021 P11678

41 / 36

energietransitie kan ondermijnen. Maar ook als betalingsproblemen uitblijven, hebben deze huishoudens te maken met stijgende energiekosten, een persistent gebrek aan comfort en soms zelfs gezondheidsklachten. Door met gericht beleid juist nu meer huizen te verduurzamen kunnen we dat voorkomen en het omgekeerde bereiken: minder betalingsproblemen, betere woningen voor meer mensen en daardoor minder gezondheidsklachten, plus een versnelling van de energietransitie. Het is evident dat deze vorm van energiearmoede – waarbij mensen, ook al hebben ze geen betalingsproblemen, niet of nauwelijks kunnen investeren in hun huis – om een andere aanpak vraagt dan een benadering die primair gericht is op het bieden van financiële prikkels om te verduurzamen, bijvoorbeeld via het geven van relatief kleine subsidies of het stapsgewijs verhogen van de energiebelasting. Voor een groot deel van de huurders in de groep huishoudens die niet zelf hun huis kunnen verduurzamen zijn de prestatieafspraken met woningcorporaties de aangewezen route naar een beter huis. Voor huurders in de particuliere huursector ligt het ingewikkelder. Tegelijk is het ook belangrijk om te erkennen dat als 48% van de huishoudens niet op eigen kracht hun huis kan verduurzamen, per definitie een krappe meerderheid van de huishoudens dat wel kan. Bovendien is dat voor veel woningeigenaren ook een rendabele investering.

22 Dat betekent, kortom, dat er onder huishoudens een zeer ongelijk speelveld bestaat als het gaat om de kansen die de energietransitie biedt op een betere woning met een lagere energierekening. Het klimaat-en energiebeleid aangaande het verduurzamen van de gebouwde omgeving kent tot nu toe echter vooral generieke programma’s, beleidsmaatregelen en regelingen. In de genoemde TNO-studie van vorig jaar hebben wij gepleit voor aanvullend specifiek energiearmoede beleid, een pleidooi dat we hier graag herhalen. Tenslotte, een analyse van de regionale spreiding van energiearmoede in Nederland bracht grote geografische verschillen in energiearmoede niveaus aan het licht. Energiearmoede blijkt ruimtelijk veel sterker geconcentreerd te zijn dan inkomensarmoede. In vergelijking met inkomensarmoede, is het aantal wijken met hoge percentages energiearmoede op dit moment beperkt. Dat maakt gericht beleid per gemeente of regio eenvoudiger. Verder bleek dat er in Nederland sprake is van een scherpe ruimtelijke tweedeling met een sterke concentratie van energiearmoede in gemeenten in het noorden en (zuid-)oosten van Nederland plus Zeeland, tegenover een relatief laag niveau van energiearmoede in gemeenten in de Randstad. Op wijkniveau zien we daarnaast ook een serie energiearme wijken verspreid over de rest van de land, inclusief de grote steden.

Echter, in tegenstelling tot inkomensarmoede, is energiearmoede niet primair een grootstedelijk probleem. Integendeel: energiearmoede komt relatief vaak voor in weinig- en niet-stedelijke gebieden, vooral als we energiearmoede meten in termen van een laag inkomen in combinatie met een energetisch minder goed huis. 22

Recent onderzoek van adviesbureau DWA, in opdracht van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) liet zien dat 2 miljoen woningen nu al betaalbaar zijn te verduurzamen, waarbij de investeringen zich binnen 15 jaar terug verdienen. Bij 1 miljoen huizen zou de investering zelfs binnen tien jaar terug verdiend kunnen worden. Zie Twee miljoen woningen kunnen nu al betaalbaar worden verduurzaamd - NVDE - Nederlandse Vereniging Duurzame Energie

TNO-rapport | TNO 2021 P11678

42 / 36

Op weg naar structurele monitoring Onze analyse betreft een momentopname op basis van data uit 2019. Het is de bedoeling dat deze momentopname volgens EU richtlijnen zal worden omgezet in structurele jaarlijkse monitoring. Tot nu toe ontbreekt het in Nederland aan een alomvattend kader voor het goed meten, monitoren en bestrijden van energiearmoede. De Europese Commissie heeft Nederland daarom vorig jaar geadviseerd om in het klimaat- en energiebeleid een nationale beleidsstrategie op te zetten om energiearmoede te bestrijden. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) overweegt om de indicatoren die voor dit rapport zijn gemaakt over te nemen, verder te laten ontwikkelen met verbeterde data en jaarlijks in kaart te brengen. Er zitten meerdere voordelen aan het bewegen van incidentele rapportages naar structurele monitoring. De indicatoren kunnen dan bijvoorbeeld door beleidsmakers van alle schaalniveaus gebruikt worden bij het ontwerpen van gericht beleid op nationaal maar ook op wijk- en buurtniveau, inclusief het monitoren van de effecten van dat beleid. Een jaarlijkse energiearmoede monitor kan onderdeel worden van de nationale klimaatmonitor, de jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning (KEV) en/of de jaarlijkse klimaatnota.

Naast de cijfers over energiearmoede, zijn de verhalen van mensen met energieproblematiek van belang bij het ontwikkelen van effectief energiearmoede beleid. Hoe raakt het de verschillende doelgroepen in hun dagelijks leven, waarin worden ze beperkt? Hoe gaan ze daar mee om en merken ze iets van het huidige beleid dat er wel of niet voor deze groep huishoudens is? Om het verhaal achter de cijfers inzichtelijk te maken, werkt TNO parallel aan kwantitatieve analyses zoals in deze studie, aan het opzetten van een kwalitatief monitoring raamwerk. Het is onze wens dat de inzichten uit deze combinatie van onderzoeksmethoden een structurele bijdrage leveren aan het vormgeven van een rechtvaardige en inclusieve energietransitie in Nederland. We hopen dat deze studie ondertussen daartoe al inspireert en spoedig een vervolg krijgt in de vorm van een terugkerende energiearmoede-monitor met verbeterde en additionele data.

TNO-rapport | TNO 2021 P11678

43 / 36

Referenties Carley, S. & Konisky, D.M. (2020). The justice and equity implications of the clean energy transition. Nature Energy 5, 569–577. Europese Commissie (2020). Summary of the Commission assessment of the draft National Energy and Climate Plan 2021-2030. Mashhoodi, B., Stead, B. & Van Timmeren, A. (2019). Ruimtelijke homogeniteit en heterogeniteit van energiearmoede: een verwaarloosde dimensie. Annalen van GIS 25, 19-31. PBL (2018). Meten met twee maten. Een studie naar de betaalbaarheid van de energierekening van huishoudens. Schellekens, J., Oei, A. & Haffner, R. (2019). De financiële gevolgen van de warmtetransitie. Een onderzoek naar de investeringsuitdaging, effecten op energiebetaalbaarheid en het potentieel van (nieuwe) financieringsvormen. Ecorys. Sen, A. (1999). Development as Freedom. New York: Oxford University Press. TNO (2020). Energiearmoede en de energietransitie. Energiearmoede beter meten, monitor en bestrijden.

TNO-rapport | TNO 2021 P11678

A

Bijlage A | 1/2

Correlaties tussen indicatoren Tabel A.1. Pearson correlatie coeff. (ρ) tussen energiearmoede indicatoren op buurtniveau.

0 1 2 3 4e 4h

LI HEQ LIHK LILEK eLEK hLEK

0 LI 1 0,36 0,72 0,39 0,18 -0,31

1 HEQ

2 LIHK

3 LILEK

4e eLEK

4h hLEK

1 0,64 0,48 0,29 0,22

1 0,69 0,38 0,10

1 0,57 0,57

1 nvt

1

Tabel A.1 laat zien dat met name de indicator LIHK (Laag inkomen en hoge energiekosten) en LILEK (Laag inkomen en huis minder energetische kwaliteit) sterk gecorreleerd zijn, evenals LIHK en HEQ (hoog aandeel inkomen naar energie). Verder zien we dat een laag inkomen (LI) relatief zwak is gecorreleerd met HEQ, hetgeen de problemen met de energiequote onderstreept. Een laag inkomen is verder ook zwak gecorreleerd met eLEK en zelfs negatief gecorreleerd met hlEK.

TNO-rapport | TNO 2021 P11678

Dankwoord

Bijlage A | 2/2

De auteurs bedanken graag de volgende personen voor hun suggesties en constructieve feedback op eerdere versies van dit rapport en/of tijdens een door TNO georganiseerde workshop over het opzetten van een nationale monitor energiearmoede in juni 2021: Lydia Geijtenbeek, Manon van Middelkoop, Saskia Janssen-Jansen, Reinder Lok (CBS), Marlies Hesselman, (Rijksuniversiteit Groningen), René Schellekens (RVO), Steven van Polen (Berenschot), Susanne Agterbosch, Marijn van Asseldonk (PON/Telos), Sanne Lamers (NIBUD), Pien van Berkel, Joram Dehens, Katja Kruit (CE Delft), Gerdien van de Vreede (VNG), Bas Leurs, Maria Housni (Provincie Zuid-Holland), Hans van Ammers (gemeente Arnhem), Lianne Mack (gemeente Rotterdam), Jasper van Commenee (gemeente Leeuwarden), Marianne Zandstra, Menno Ottens (ministerie van Economische Zaken en Klimaat), Marissa Zweedijk, Niels Vermeer (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid), Ruud van de Brink, Joram Nauta, Martin Scheepers (TNO). Alleen de auteurs zijn verantwoordelijk voor de inhoud van dit rapport en mogelijke onjuistheden.

Albrandswaard: 25 november 2022

Schriftelijke vragen: Spuk gelden - Aanpak energiearmoede Inleiding Het doel van de SPUK is om de energierekening van huishoudens die kampen met energiearmoede nog voor komende winter te verlagen Steeds meer huishoudens in Nederland hebben te maken met energiearmoede. Als gevolg van de stijgende energieprijzen wordt de energierekening voor een steeds groter wordende groep moeilijker te betalen. Het kabinet trok tweemaal 150 miljoen euro uit voor gemeenten om de huishoudens die het hardst getroffen worden op korte termijn te ondersteunen met energiebesparende maatregelen. De middelen voor de aanpak energiearmoede richten zich op zowel huur- als koopwoningen. Het Rijk stelt in totaal meer dan 300 miljoen euro ter beschikking aan gemeenten voor de aanpak energiearmoede. De middelen worden uitgekeerd door middel van een specifieke uitkering (SPUK) aan alle gemeenten in Nederland om huishoudens die kampen met energiearmoede te ondersteunen met energiebesparende maatregelen. Het doel van de SPUK is om de energierekening van huishoudens die kampen met energiearmoede nog voor komende winter te verlagen. Gemeenten bepalen grotendeels zelf hoe ze de middelen besteden, daardoor is het mogelijk voor een gemeente om aan te sluiten bij een al bestaande aanpak, zoals voortgekomen uit de RRE en RREW.

Vragen 1. Is het college op de hoogte van het onderzoek van TNO “ de feitenonderzoek energiearmoede in Nederland, inzicht op nationaal en lokaal niveau? Kan deze gedeeld met de gehele raad (om gezamenlijk inzicht in de problematiek te verkrijgen, deze mag als bijlage toegevoegd worden). Antwoord: Het college heeft het ‘’Plan van aanpak Specifieke Uitkering (SPUK) Verlagen Energierekening’’ vastgesteld op 20-9-22 en hierbij is het onderzoek van TNO als uitgangspunt gebruikt (zie bijlages TNO rapport, PvA SPUK Verlagen Energierekening en bijbehorende RIB). 2. Is het college op de hoogte van de nota van wijzigingen van de tweede kamer van 10 november 2021 waarin 150 miljoen euro werd vrijgemaakt voor het tegemoetkomen van kwetsbare huishoudens met een hoge energierekening? Antwoord: Daarvan is het college op de hoogte. Deze nota van wijziging betreft de Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2022.

3. Is het juist dat in de periode december 2021 het college op de hoogte is gesteld van dit bedrag middels een brief van BiZa met daarin de kaders voor het uitgeven van dit geld? Antwoord: Dat klopt. 4. Klopt het dat in juni 2022 dit bedrag is verdubbeld? Hoeveel gelden zijn er voor deze regeling in totaliteit van het door Rijk ontvangen? Welk bedrag hiervan is tot heden onaangetast gebleven? Dat klopt. Het bedrag is zelfs meer dan verdubbeld. Namelijk: voor Albrandswaard. - Eerste tranche: €90.123 - Tweede tranche €90.123 + €50.705 = €140.828 De €50.705 is budget uit het Nationaal Isolatie Programma (NIP) dat vanaf 2023 gaat lopen. Dit deel is alvast naar voren gehaald om mensen met energiearmoede te helpen d.m.v. isolatiemaatregelen. Dit wordt ingezet voor de doe-het-zelf isolatiesubsidie. In maart 2023 doet het college een subsidie aanvraag voor het NIP om grootschaliger te ondersteunen met isolatie. Het streven is dan medio 2023 hiermee een start te maken. 5. Welk plan van aanpak heeft het college hiervoor inmiddels opgesteld? Welke maatregelen zijn er getroffen of projecten opgestart om achterstanden in te lopen? Icm beschikbaar gestelde budgetten per project/maatregel. Antwoord: Zie bijgevoegd Plan van Aanpak SPUK Verlaging Energierekening. Hierin stonden ook opgenomen de slimme thermostaat en klokthermostaat.

Echter bleek naderhand dat er sprake is van staatsteun wanneer de thermostaat wordt vastgemaakt aan de woning. Daarom is het niet mogelijk dit toe te passen. Hiervoor is als alternatief de isolatie subsidie voor doe-het-zelvers in voorbereiding. Kostenverdeling maatregelen (ex btw): -

Energiecoaches (incl. besparende maatregelen): €40.575 Cv optimalisatie: €142.440 Doe – het – zelf isolatie subsidie: €50.705

6. Hoeveel van deze projecten zijn afgerond? Welke zijn actueel doorlopend? -

-

Antwoord: Het uitgebreide energiecoach traject loopt sinds augustus 2022, t/m tenminste begin april 2023. Daarna kunnen de tijdelijke contracten van de coaches niet meer worden verlengd, er wordt nog onderzocht wat er kan na april 2023. Cv optimalisatie gaat via de woningcorporaties, die dit samen met installateur Energiewacht doen. de gemeente financiert dit via de SPUK gelden. WBV Poortugaal heeft toegezegd het geïnvesteerde bedrag te verdubbelen, zodat meer huishoudens kunnen worden geholpen. Starten vanaf begin 2023. Streven is dat uitvoering voor medio 2023 afgerond is.

-

De isolatie subsidie voor doe-het-zelvers moet gaan starten vanaf januari – februari 2023 (afhankelijk van te maken afspraken met leverancier Intersolve), totdat het budget op is. Bij succes kan deze maatregel worden opgenomen in de subsidie aanvraag voor het NIP.

-

Alle projecten zijn doorlopend.

7. Per maatregel of project: Hoeveel bewoners/ huishoudens kwamen hiervoor in aanmerking en hoeveel inwoners hebben hiervan gebruik gemaakt of maken er nog steeds gebruik van? Graag toelichting. Antwoord: Aantal huishoudens per maatregel: - Energiecoaches: 155 - Cv optimalisatie: 240 - Doe het zelf subsidie: 35 - Totaal: 430 8. Wat is het exacte aantal huishoudens in Albrandswaard in energie armoede? Wijken de genoemde aantallen van het Rijk af met de door gemeente Albrandswaard geconstateerde aantallen? Wat zijn oorzaken hiervan? Heeft Albrandswaard dan een begrotingstekort indien de aantallen afwijken en wat dient Albrandswaard bij te budgetteren. Antwoord: De aantallen wijken af. Het Rijk baseert de aantallen op cijfers van TNO van 2019, toen de energieprijzen veel lager waren dan nu. Nu hebben meer inwoners last van energiearmoede. Door te middelen met de kosten van maatregelen, kan de gemeente in totaal aan 430 huishoudens maatregelen verstrekken. Dit is niet voldoende om alle minima tot bijvoorbeeld 120% van wettelijk minimum inkomen te helpen. De vraag is of de gemeente dat moet nastreven, omdat het sowieso lastig is al deze huishoudens te bereiken. De gemeente Albrandswaard krijgt geen begrotingstekort omdat waarschijnlijk niet alle huishoudens die last hebben / krijgen van energiearmoede, gebruik gaan maken van het aanbod aan energiebesparende maatregelen.

In de praktijk blijkt dat sommige huishoudens om uiteenlopende redenen geen aanvraag indienen, ook al zijn de drempels voor de aanvraag zoveel mogelijk weggehaald. Doelgroep TNO 2019 (hierop is SPUK budget gebaseerd) 120 % minima in beeld 120% minima (schatting) 130% minima (schatting) 140% minima (schatting)

Huishoudens Bron TNO 2019 325 Armoede monitor 508

Jaar

600 780

31-12-2020 31-12-2020

925

‘’ ‘’ ‘’

2019 31-12-2020

31-12-2020

9. Hoeveel inwoners kregen ondersteuning op basis van uitkering? hoeveel inwoners kregen steun op basis regeling (niet gebaseerd op het feit dat zij een bijstandsuitkering genieten). Hoe is deze laatste groep benaderd en/of hoe geeft de gemeente Albrandswaard ruchtbaarheid dat deze regeling bestaat? Antwoord: De gemeente mag voor deze acties geen inkomensgegevens inzien. Daarom moeten huishoudens via een omweg worden gevonden, zodat de SPUK gelden terechtkomen waar ze het meest nodig zijn. Deze methoden zijn hiervoor gebruikt per maatregel: - Energiecoaches: promotie via woningcorporaties, huurcommissies en het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO); - Cv optimalisatie: wordt alleen huurders in sociale huurwoningen onder de liberalisatiegrens aangeboden; - Doe-het-zelf isolatie subsidie: dit wordt gecommuniceerd via de casemanagers/consulenten van de gemeente. evenals wordt het bij de informatie over minimaregelingen toegevoegd. Zij kunnen geen inkomen toetsende werkzaamheden uitvoeren, maar kunnen in gesprekken wel aanvoelen of dit aanbod relevant is voor de desbetreffende inwoner. Hoe verliep de samenwerkingen ondermeer wijze van aanvragen met inwoners.

Zijn er inventariserende gesprekken gevoerd met inwoners op het gebied van hun schuldenlast/ energiearmoede? Zoja hoe verliepen deze gesprekken? Bij het vormgeven van het plan van aanpak zijn verscheidene organisaties betrokken. Te weten de Vraagwijzer van Stichting Welzijn Albrandswaard, huurderscommissie van WBV Poortugaal, WBV Poortugaal, Wooncompas en KBO Ouderenbond. Ook is er veel kennis geput uit maatschappelijke organisaties uit Barendrecht en Ridderkerk (zoals de Voedselbank, Schuldhulpmaatje, Minimaplatform, welzijnszorganisaties). Tevens zijn twee inloopmomenten georganiseerd voor inwoners om suggesties te doen voor mogelijke besparende maatregelen. De opkomst was hier laag. Energietoeslag minima: Het team van de Vraagwijzer heeft de mensen uit Albrandswaard geholpen bij het invullen van de aanvraag wanneer zij er niet uitkwamen. Vanuit de inwoners en een motie in de raad is de vraag gekomen om een fysiek loket in te richten om mensen te helpen bij financiële vragen. Dit zal zo snel mogelijk worden gerealiseerd in samenwerking met de Vraagwijzer. Dit loket kan de mensen inzicht geven in keuzes die er misschien door hen zelf nog te maken zijn, bijvoorbeeld een goedkoper telefoonabonnement, maar zij kunnen hen ook wijzen op bestaande regelingen en hen helpen die aan te vragen.

Tevens worden er aanvullende beleidsregels door het college vastgesteld zodat er meer mogelijkheden komen vanuit de bijzondere bijstand om mensen te ondersteunen 10. Hoe groot was/ is de geconstateerde energiearmoede en is dit inmiddels ingelopen? Middels financiële bijdrage of regeling Antwoord: TNO heeft een energiearmoede kaart op wijkniveau (TNO Energiearmoede kaart Nederland). De eerste versie is nog niet geüpdatet, daarom kunnen de effecten van de eerste maatregelen nog niet worden meten. Energietoeslag minima: Voor wat betreft de energietoeslag voor minima zijn er in 2022 tot en met begin december 658 aanvragen (€ 800 + € 500) toegekend.

11. Hoe verliepen de bespreken met ketenpartners o.m. Woningbouwverenigingen, graag een toelichting. Antwoord: De woningbouwverenigingen stellen zich actief op. Ze helpen mee met verspreiding van communicatie over de maatregelen, en gaan een samenwerking met Energiewacht om de Cvoptimalisatie uit te voeren. WBV Poortugaal wil woningen aanschrijven voor het nog te vormen energieklusteam. 12. Dienen er vervolgprojecten opgezet te worden? Zoja welk budget is hiervoor noodzakelijk om de doelen te realiseren? Antwoord Geplande projecten: -

Energieklusteam: wordt momenteel opgezet, een team van vrijwilligers gaat woningen volledig voorzien van tochtstrips en leidingisolatie (dekking budget Uitvoeringsagenda Duurzaamheid Albrandswaard; kosten ca. €10.000) Nationaal Isolatie Programma (budget NIP): o Isolatie subsidie voor doe-het-zelvers o Subsidie voor isolatie maatregelen die door vakman moeten worden uitgevoerd o Hulp bij landelijke ISDE subsidie aanvraag o Kosten ca. 135.000

En gaat over tot de orde van de dag. WENDY Verduijn Fractievoorzitter

MARTIJN Heezen

FER van der Stam

FRANS van Zaalen

SANDER Drenth

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3513/documents/28712