4. Raadsinformatiebrief 2022 462135 beantwoording schriftelijke vragen fractie Stem Lokaal SPUK verlaging energierekening AW.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad van Albrandswaard p/a de griffie
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n):
Ons kenmerk: Contact: Doorkiesnummer: E-mailadres: Datum:
462135 E. van Baars +31180451607 e.v.baars@bar-organisatie.nl
Betreft: RIB SPUK Verlagen Energierekening
Inleiding Sinds de tweede helft van 2021 stijgen de energieprijzen sterk. Steeds meer huishoudens maken zich zorgen of ze hun energierekening kunnen betalen. Daar komt bij dat de gestegen energieprijzen ook invloed hebben op de prijzen van voedsel en producten. Met als resultaat: het leven wordt duurder. De verwachting is dat het aantal huishoudens dat financiële problemen krijgt door de stijgende energierekening verder toeneemt. Het kabinet heeft daarom maatregelen aangekondigd en ingezet om de prijsstijging te dempen. Een van de maatregelen is de SPUK (Specifieke Uitkering) Verlagen Energierekening. Voor de uitvoering van deze SPUK is een plan van aanpak gemaakt, voor de uitvoering op gemeentelijk niveau. De looptijd voor de uitvoering is medio 2022 t/m eind 2023. Het college heeft het plan van aanpak vastgesteld en informeert u bij deze via de RIB.
Doel Het doel is te helpen de energierekening omlaag te krijgen van Albrandswaardse huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening. Doelgroepen Huishoudens met 120% wettelijk minimum inkomen (benaderen in fase 1): worden als eerste benaderd via de gemeentelijke kanalen. Zij zijn bekend bij de gemeente omdat ze gebruikmaken van een gemeentelijke sociale voorziening. Huishoudens met 130-140% wettelijk minimum inkomen (benaderen in fase 2): indien er nog budget over is na de eerste ronde wordt deze groep benaderd. De kans is groot dat er nog budget over is, want in andere gemeentes maakte 50% van de benaderde doelgroep gebruik van het aanbod. Deze groep is niet bekend bij de gemeente omdat ze geen gebruik maakt van een sociale voorziening. Daarom moet ze op een andere manier benaderd worden. Namelijk via geografische kaarten (combinatie van data) waar energiearmoede het meeste aan de orde is. In die buurten worden huis-aan-huis acties uitgevoerd en informatie verstrekt over het aanbod via voedselbanken en plaatselijke welzijnsorganisaties.
Energiebesparende maatregelen Bij de keuze van de maatregelen zijn de volgende selectiecriteria toegepast: -
Een hoge jaarlijkse besparing op de energierekening kan worden behaald; Waar de bewoners geen gedrag voor hoeven aan te passen. Want de verwachting is dat mensen in energiearmoede niet de mentale ruimte hebben door geldstress zich daarmee bezig te houden; Binnen het budget van ca. 500,- per huishouden valt.
Uit deze criteria zijn de volgende maatregelen geselecteerd: -
Energiecoaches en –klussers: de energiecoach schetst voor de inwoner wat er allemaal mogelijk is en zal wijzen op aandachtspunten specifiek voor de desbetreffende woning. De energiecoach komt bovendien niet met lege handen. Hij / zij heeft een energiebox bij zich met energiebesparende producten, zoals radiatorfolie en een waterbesparende douchekop (o.b.v. wens van bewoner), en deze worden meteen geïnstalleerd. Met de SPUK gelden verlengen we de inzet van de energiecoaches en de bezoeken aan huis. Inwoners ontvangen maatwerkadvies aan huis over energiebesparing en krijg ondersteuning bij het installeren van besparende maatregelen zoals radiatorfolie. Dit levert een besparing op van circa €150,- p.j.).
-
Cv optimalisatie (besparing €110 - 210,- p.j.) Hieronder wordt het volgende keuzepalet voor de inwoner verstaan (stap 1 is standaard, bij stap 2 heeft ze zelf de keuze, maar geeft de installateur een advies mee): o o
Stap 1 - basisinstellingen cv-ketel verbeteren (vermogen, aanvoertemperatuur verlagen) Stap 2 - één van de onderstaande opties o.b.v. situatie en wens bewoner: a) Waterzijdig inregelen b) Slimme thermostaart c) Klokthermostaat d) Radiatorventilatoren
Met de woningcorporaties worden afspraken gemaakt om dit gezamenlijk aan te bieden aan hun huurders. Omdat energiearmoede het meest bij die doelgroep speelt. Dit plan is afgestemd op een andere maatregel die het Rijk doorvoert – de Eenmalige Energietoeslag 2022 (van €1300,-). Dat betreft een eenmalige ondersteuning, de maatregelen die hier worden voorgesteld verlagen de energierekening jaarlijks structureel. Consequenties Ondersteuning bij verlaging van de energierekening kan ertoe leiden dat deze specifieke huishoudens wat meer financiële ademruimte krijgen zodat ze elders niet (ook) in de financiële problemen komen, met betrekking tot bijvoorbeeld dagelijks levensonderhoud en woonlasten. Vervolg Planning: -
-
Voorbereiding – voor zomer 2022 o Inkoop energiebesparende maatregelen o Communicatie opzetten Uitvoering – na zomer 2022 o Fase 1: benaderen huishoudens 120% wettelijk minimum via gemeentelijke kanalen o Fase 2: benaderen huishoudens 120 – 140% via GIS-kaarten en sociale benadering (informatie verstrekken huis-aan-huis, via voedselbanken, etc.) Afronding eind 2023
Gegeven de koude winterperiode waarin meer aardgas wordt gevraagd, worden de maatregelen z.s.m. aangeboden.
Toelichting Andere voordelen om financieel kwetsbare huishoudens te helpen met energiebesparing: -
-
-
Verminderen afhankelijkheid Russisch gas: 15% van het gebruikte aardgas in Nederland wordt nog uit Rusland geïmporteerd, iets dat onwenselijk is, gegeven de invasie van Rusland in Oekraïne. Het is ook inzet van de rijksoverheid om eind 2022 volledig van het Russische aardgas af te zijn; Meer financiële ruimte voor isolatie van woning: Het geeft huishoudens financieel meer ruimte om grotere energiebesparende maatregelen – zoals isolatie – te nemen. Hiervoor komt in het najaar van 2022 via het nationale Warmtefonds een 0% lening voor lagere inkomens (zonder leenruimte) beschikbaar; Reductie aardgasgebruik is goed voor het klimaat: energiebesparing betekent dat de fossiele brandstof aardgas minder wordt gebruikt en dat is goed voor het klimaat. Dat geldt ook voor de besparing op elektriciteitsgebruik (bij maatregelen via energiecoaches), aangezien op dit moment 30% van de gebruikte elektriciteit duurzaam wordt opgewekt in Nederland.
Bijlagen Plan van Aanpak SPUK Verlagen Energierekening
Hoogachtend,
Richard Polder Wethouder
Stationsstraat 4 - 3161KP te Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl
Plan van aanpak Specifieke Uitkering (SPUK) Verlagen Energierekening
Gemeente Albrandswaard
1
Inhoudsopgave Inleiding ...................................................................................................................................... 3 Doel ............................................................................................................................................ 3 Waarom energiearmoede aanpakken?...................................................................................... 3 Maatregelen vanuit het rijk ........................................................................................................ 4 Doelgroep ................................................................................................................................... 5 Benaderen van doelgroep .......................................................................................................... 5 Communicatie ............................................................................................................................ 7 Energiebesparende maatregelen ............................................................................................... 7 Planning .................................................................................................................................... 10 Monitoring................................................................................................................................
11 Financiën .................................................................................................................................. 11 Bijlagen ..................................................................................................................................... 11 Omvang doelgroep ............................................................................................................... 11 Samenwerkingspartners....................................................................................................... 12 Voorwaarden SPUK .............................................................................................................. 12 Welke besparende maatregelen zijn niet gekozen? ............................................................ 13 Gehanteerde rekenmethode voor besparingspotentieel maatregelen .............................. 13
2
Inleiding Sinds de tweede helft van 2021 stijgen de energieprijzen sterk. Steeds meer huishoudens maken zich zorgen of de prijzen blijven stijgen en of ze hun energierekening kunnen betalen. Ook omdat door gestegen energieprijzen ook andere zaken in het levensonderhoud – zoals voedsel en producten- duurder worden. De verwachting is dat energiearmoede in Nederland de komende jaren verder toeneemt 1. Het kabinet heeft daarom maatregelen aangekondigd en ingezet om de prijsstijging te dempen. Het plan van aanpak richt zich op één van de vier maatregelen, namelijk de SPUK maatregel (Specifieke uitkering verlagen energierekening). Met de SPUK maatregel heeft de Rijksoverheid 300 miljoen euro beschikbaar gesteld aan gemeenten om kwetsbare huishouden met een hoge energierekening en/of een slecht geïsoleerde woning te ondersteunen. Gemeenten kunnen de uitkering inzetten om huishoudens die te maken hebben met energiearmoede en zich in een kwetsbare positie bevinden – vanwege de gestegen energielasten – ondersteunen bij het nemen van maatregelen om de energierekening te verlagen. De gemeenten hebben een grote mate van vrijheid bij de besteding van de middelen. Er valt te denken aan een breed scala aan maatregelen en activiteiten, van maatregelen die direct effect hebben en snel toepasbaar zijn tot energiecoaches die huishoudens ondersteunen.
Dit plan van aanpak brengt in beeld hoe we de Albrandswaardse huishoudens die te maken hebben met energiearmoede ondersteunen bij het nemen van energiebesparende maatregelen, om zodoende de energielasten structureel te verlagen. Dit met de SPUK gelden voor Albrandswaard van €180.000,-. Dit plan is afgestemd op de andere maatregel die het rijk doorvoert – de eenmalige uitkering van €1300,- voor minima. Dat betreft een eenmalige ondersteuning, de maatregelen die hier worden voorgesteld verlagen de energierekening jaarlijks structureel. Definitie energiearmoede Er zijn vele definities voor energiearmoede. Hier wordt de definitie gebruikt die ook in het TNO onderzoek wordt gehanteerd, want daar is de hoogte van de SPUK gelden op gebaseerd. Het gaat om huishoudens met de volgende kenmerken: -
(1) huishoudens met een laag inkomen (max. 140% van wettelijk sociaal minimum) en (2) een hoge energiekosten (hoogste 50% in Nederland) , en /of; een woning met een lage energetische waarde (energielabel C/D of slechter)
Doel Met het plan van aanpak zetten we ons in om huishoudens met lagere inkomens maatwerk ondersteuning te bieden in het zich weren tegen de stijgende energieprijzen. De rijksoverheid komt met meerdere maatregelen om deze huishoudens te compenseren, waaronder de SPUK verlagen energierekening. De rekening moet omlaag, en wel zo spoedig mogelijk, maar niet door direct het geld te storten op de rekening van mensen uit de doelgroep. Zij dienen geholpen te worden door de energierekening omlaag te brengen.
Waarom energiearmoede aanpakken? Meer gelijke verdeling kosten: de kosten van de energietransitie zijn niet gelijk verdeeld. Zo gaat de laagste inkomensgroep 1,8% achteruit terwijl de hoogste inkomensgroep 0,8% achteruit gaat.2 Daarnaast hebben huishoudens met lagere inkomens minder mogelijkheden om spaargeld in te zetten en/of komen niet in aanmerking voor een lening 3. Op het moment gaat 80% van de duurzaamheidssubsidies naar hogere inkomens 4. Zonder verdere 1 Energiearmoede in de warmtetransitie. Onderzoek naar beleidsinstrumenten - CE Delft, 2021 2 https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-13mrt2019-Doorrekening-ontwerp-Klimaatakkoord.pdf 3 CE Delft (2021) energiearmoede in warmtetransitie 4 CE Delft (2018) Beschikbare financiering voor ambitieus klimaatdoel https://ce.nl/wp-
content/uploads/2021/05/CE_Delft_210218_Beschikbare_financiering_voor_ambitieus_klimaatdoel_FINAL.pdf
3
verduurzamingsmaatregelen stijgt het percentage huishoudens met energiearmoede bij de verwachte energieprijzen in 2030 met een derde. In de laagste 10% inkomensgroep stijgt het aandeel huishoudens met energiearmoede dan van 26 naar 34% 5 Vicieuze cirkel doorbreken: mensen met een laag inkomen kunnen zich geen betere woningisolatie en/of energie efficiëntere huishoudelijke apparatuur veroorloven. Ter illustratie: 58% van de Nederlanders met een laag inkomen woont in een woning met enkelglas. 6 Hierdoor blijven zij kampen met bovenstaande uitdagingen. Gezondheidseffecten vergroten: een slecht geïsoleerd en koud huis in de winter is slecht voor de gezondheid. Het tocht en er kan schimmel ontstaan. Onderzoek wijst uit dat het investeren tegen energiearmoede veel voordelen oplevert: een goed verwarmde woning geeft gezondheidsvoordelen, betere prestaties op school, hogere arbeidsproductiviteit en minder ziekteverzuim op werk.7 Financiële effecten vergroten: verduurzaming kan gepaard gaan met goedkoper leven. Energiebesparing is een van de weinige ‘knoppen’ waar mensen met een laag inkomen zelf aan kunnen draaien om kosten te verlagen en zo wat meer over te houden voor andere zaken. Daarnaast kunnen zorgkosten of kosten voor uithuiszetting door energiearmoede worden verlaagd door hierin te investeren.
Sociaal isolement voorkomen: mensen met een laag inkomen en een hoge energierekening kunnen in sociaal isolement belanden, omdat zij geen gasten durven uit te nodigen wanneer ze hun woning niet warm kunnen stoken. 8
Maatregelen vanuit het rijk Veel huishoudens krijgen in 2022 een hogere energierekening. Het rijk neemt diverse maatregelen om de stijging van de energierekening te verminderen. Dit plan van aanpak heeft betrekking op maatregel 1, de SPUK. De maatregelen zijn: 1.
2.
3.
4.
SPUK Verlagen Energierekening: de Rijksoverheid stelt 300 miljoen euro ter beschikking aan gemeenten om kwetsbare huishoudens met een hoge energierekening en/of een slecht geïsoleerde woning te ondersteunen via hun gemeente. Zo middelen kunnen ingezet worden voor energieadvies of energiebesparende maatregelen.9 Energiebelastingkorting: daarnaast zal extra belastingkorting op de energierekening én een verlaging van het belastingtarief op elektriciteit in 2022 plaatsvinden voor huishoudens. De belastingkorting op de energierekening wordt verhoogd met €230 incl. BTW. Het belastingtarief op elektriciteit (eerste schijf) gaat omlaag met €8,4 cent inclusief btw. Deze tijdelijke maatregelen gelden voor 2022. 10 Eenmalig compensatiebedrag voor lage inkomens: huishoudens met een inkomen op of net boven het sociaal minimum worden aanvullend generiek gecompenseerd. Ze ontvangen €1300,- via gemeenten om hen te helpen bij het betalen van de energierekening. 11 RRE en RREW: de regelingen lopen van begin 2020 t/m eind 2022, waar onder andere energiecoaches en energiebesparingsboxen voor worden ingezet. Hier is tussen de €115 – 300,- op jaarbasis mee te besparen.
5 CE delft energiearmoede 6
Wie profiteert van het klimaatbeleid? - CE Delft
7 European Renovation Wave ; Pye, (2015),. Energy povert y and vulnerable consumers in the energy sector across the EU: Analysis of
policies and measures. INSIGHT_E 8 https://nos.nl/artikel/2354907-energiearmoedebeleid-moet-beter-houd-rekening-met-mensen-met-kleine-beurs 9 150 miljoen euro voor aanpak energiearmoede kwetsbare huishoudens | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl, oktober 2021 10 Kabinet verlaagt energiebelasting en stelt extra geld voor isolatie beschikbaar | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl, oktober 2021 11 Extra energietoeslag voor lagere inkomens | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl, december 2021
4
De SPUK ligt in de lijn van de RRE(W), maar is met name gericht op verlaging van de energierekening en minder gericht op CO2 reductie (dat was de aanleiding voor de RRE en RREW). Wel kan er worden voortgebouwd op de werkwijze en organisatie die voor de RRE(W) is opgezet.
Verhouding tussen RRE(W) en SPUK
Doelgroep Het voorstel is om minima te compenseren, te beginnen met de groep die 120% van het wettelijk minimum inkomen verdiend. Mocht in een eerste ronde niet elk huishouden gebruik hebben gemaakt van het aanbod (wat aannemelijk is), dan worden ook de huishoudens die verdienen tot en met 140% van het wettelijk sociaal minimum. De te bereiken doelgroep(en) worden daarom benaderd in twee fases: -
-
Fase 1: huishoudens met een inkomen van maximaal 120% van het wettelijk sociaal minimum (wsm) worden aangeschreven (in lijn met AVG-wetgeving) om gebruik te maken van 1 van de 3 aangeboden energiebesparende maatregelen. Deze huishoudens zijn (grotendeels) bij de gemeente in beeld omdat ze gebruik maken van een of meerdere gemeentelijke minimaregelingen. Fase 2: hoogstwaarschijnlijk maken niet alle huishoudens uit fase 1 gebruik van het aanbod. In dat geval is er budgetruimte over om de maatregelen ook aan te bieden aan huishoudens met een inkomen van 130 - 140% van het sociaal minimum. Echter is deze groep niet in beeld bij de gemeente. Zij worden benaderd via deur-aan-deur acties, informatieverspreiding bij voedselbanken, welzijnsorganisaties, gebedshuizen, buurtcentra, woningcorporaties, etc.
Benaderen van doelgroep Het CBS heeft cijfers over inkomen op individueel niveau, maar mag deze niet delen vanwege privacy. Daarom moet er een omweg worden gemaakt om de doelgroep te identificeren, via twee benaderingssporen. In fase 1 worden huishoudens aangeschreven via de afzonderlijke minima regelingen. De huishoudens zijn in beeld bij de gemeente. In fase 2 wordt breder aangeschreven, ook de huishoudens die t/m 140% van het wettelijk sociaal minimum (wsm) verdienen. Zij zijn niet in beeld bij de gemeente, maar worden benaderd via de woningcorporaties, voedselbanken, etc.
5
Fase 1: Benadering via sociaal domein
Fase 2: Benadering m.b.v. geografische data (GIS)
Doelgroep
120% wettelijke sociaal minimum (wsm)
130 – 140% wsm
Partners
Sociaal domein
-
Gebruikte data
Adreslijst per afzonderlijke minimaregeling12 -
Participatiewet (bijstand, uitkering) Schuldhulpverlening / vroeg signalering (grondslag Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening)
Corporaties kunnen huurders met huurachterstand aanschrijven
Communicatiematerialen
-
-
Mail Huis aan huis (HaH) brief (1. Aankondigingsbrief ; 2. daarna langs de deuren, vertrouwen wordt gewonnen) Langs de deuren
Woningcorporaties Voedselbanken Vraagwijzer Welzijnsorganisaties Ouderenorganisaties Gebedshuizen Wijkteams Buurtcentra Vluchtelingenwerk (statushouders) Werknemers sociale werkplaats UWV (uitkeringen)
Geografische kaart die energiearmoede in beeld brengt, o.b.v. -
-
Wijk met hoge energiearmoede (o.b.v. TNO data) Lage WOZ waarde per m2 Bouwjaren 1950-80 Corporatiebezit
o.b.v. hiervan worden specifieke wooncomplexen / blokken geselecteerd -
inloopspreekuur Huis aan huis (HaH) brief Langs de deuren Posters in wooncomplexen Gemeente krant / sociale media OTID
12 in lijn met AVG, volgens onze privacy officer, ook in gemeente Arnhem zo al toegepast (je mag adreslijst gebruiken, als de
data maar niet worden gekoppeld); gebruik van data met adres zonder naam en zonder te weten waar de data vandaan komt, is in lijn met AVG 6
Communicatie Doelgroepen worden geïnformeerd via de samenwerkingspartners. Een aanvullend via website van de gemeente, de plaatselijke krant, sociale media. De rijksoverheid gaat zelf ook een informatiecampagne opzetten.
Middelen Analoog spreekuur via het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) in bibliotheken Online aanmelding voor acties via Wemaron portaal Laagdrempelige video’s over maatregelen en energiecoaching Huis aan huis brief (lage responsratio op alleen een brief, dus alleen aankondigen en later langsgaan) In verschillende talen (bijv. introductiezin in meerdere talen)
Strategie Inspelen op motivatie 1. Geldbesparing 2. Comfortverbetering 3. Duurzaamheid Overzichtelijke beknopte informatie Niet betuttelend, dring geen hulp op Gemeente als afzender wekt vertrouwen op dit thema. Er heerst wantrouwen richting overheid, maar volgens onderzoek13 vertrouwt de inwoner bij de energietransitie het meest: 1. Gemeente 2. Energie adviesbureaus 3. Woningcorporaties 4. Energieleveranciers 5. Medebewoners Betrekken voorbeeldpersonen uit doelgroep Koppelen aan beloning na X hoeveelheid besparing (bijv. dagje Diergaarde Blijdorp?) ; combinatie met andere acties (zoals Sinterklaas actie RRE) werkt.
Energiebesparende maatregelen Selectiecriteria voor gekozen maatregelen -
Een hoge jaarlijkse besparing op de energierekening kan worden behaald; Waar de bewoners geen gedrag voor hoeven aan te passen. Want de verwachting is dat mensen in energiearmoede niet de mentale ruimte hebben door geldstress zich daarmee bezig te houden; Binnen het budget van ca. 500,- per huishouden valt.
Gekozen maatregelen (geselecteerd uit zeven mogelijk maatregelen) -
Cv optimalisatie (besparing <€175,- p.j.) Hieronder wordt het volgende keuzepalet voor de inwoner verstaan (stap 1 is standaard, bij stap 2 heeft ze zelf de keuze, maar geeft de installateur een advies mee): -
13
Stap 1 - basisinstellingen cv-ketel verbeteren (vermogen, aanvoertemperatuur verlagen) Stap 2 - één van de onderstaande opties o.b.v. situatie en wens bewoner: a) Dynamisch waterzijdig inregelen (hierbij worden de radiatoren zodanig afgesteld dat het warmwater beter wordt verdeeld over het systeem) \
I&O Research 2021 7
b) Slimme thermostaart (Hiermee hoeven mensen niet na te denken hoe te hun woning verwarmen, dit kan energieverspilling voorkomen. De verwarming is afgestemd op het leefritme van de inwoners, of ze wel of niet thuis zijn. Optioneel is dat de warmte per kamer kan worden gereguleerd en dat het energiegebruik inzichtelijk wordt gemaakt). c) Klokthermostaat (eenvoudige versie van slimme thermostaat, klok wordt handmatig afgestemd op leefritme) d) Radiatorventilatoren (ventilatoren worden onder radiator geplaatst en blazen warme lucht de kamer in). -
Energiecoaches en – klussers: Gemiddeld 8% elektriciteit besparing en 5% gasbesparing per jaar; €130,- op de energierekening per jaar. Energiecoaches en –klussers komen achter de voordeur om de woning te inspecteren en advies te geven welke apparaten (onnodig) veel energie gebruiken, waar valt te besparen. Ze brengen een box mee met besparingsmaatregelen, zoals radiatorfolie en een waterbesparende douchekop, die direct worden geïnstalleerd. Naar wens kunnen er 1, 2 of 3 bezoeken worden gebracht (installatie, advies, bespreken grotere vervolgstappen). Energiecoaches worden ook ingezet om huis-aanhuis aanbelacties te doen, om gericht inwoners te informeren over het gemeentelijke aanbod.
De mogelijke besparing op de energierekening is gebaseerd op energieprijzen in 2030. Want dat geeft een betrouwbaarder beeld dan rekenen met de prijzen van begin 2022. Daardoor is het echter wel een conservatieve schatting, dus de huidige besparing zou nog veel hoger zijn.
Nadere toelichting van maatregelen Dynamisch waterzijdig inregelen Cv-installatie Wat is het?
De radiatoren worden zodanig afgesteld dat het warmwater beter wordt verdeeld over het systeem. Nu is vaak de radiator die het meest dichtbij de ketel zit het warmst, en die ver weg zit koud. Het inregelen is in 85% van alle CV-installaties niet gedaan. Er worden twee stappen ondernomen: 1. het vermogen, de aanvoertemperatuur van de ketel aangepast en opvoerhoogte van de pomp. Tevens wordt een sticker aangebracht op de ketel zodat deze niet terug wordt gezet op fabrieksinstellingen door de installateur 2. keuze bewoner: aanbrengen van (A) dynamische radiatorknoppen; (B) thermostatische radiatorknoppen; (C) radiatorventilatoren ; (D) slimme thermostaat (zie andere maatregel hieronder)
Energiebesparing (p/j)
Garantie op 15% gasbesparing
Besparing energierekening (in €, per jaar)
175,-
Andere voordelen
-
-
Als bewoner heb je na inregelen er geen omkijken meer naar. Toepasselijk voor mensen die in overlevingsstand staan, waar niet op korte termijn een gedragsverandering kan worden verwacht Waterzijdig inregelen is al sinds 1-3-2020 wettelijke verplichting bij vervanging CV-ketel of overschakelen om andere warmtebron. Dus moet dus sowieso een keer gebeuren, wordt alleen nu nog niet op gehandhaafd door gemeenten/DCMR
8
Kanttekeningen
-
woningcorporaties in de gemeente (waar meeste mensen met energiearmoede wonen) zijn akkoord dat gemeente hun Cvinstallaties waterzijdig inregelt
-
Relatief dure maatregel, maar ook hoge besparing die echt zoden aan de dijk zet Bij collectieve stookinstallaties moeten alle woningen worden aangepakt, dus bedien je ook mensen die wellicht geen last hebben van energiearmoede. Daarom wordt het alleen bij sociale huurcomplexen aangeboden, niet bij VvE’s
-
Slimme thermostaat Wat is het?
Bewoners hoeven er niet zelf over na te denken met de slimme thermostaat, dat maakt verwarmen zonder te verspillen een stuk makkelijker. De verwarming is afgestemd op het leef ritme van de bewoner, of ze wel of niet thuis zijn (via geofencing). En wat de gewenste temperatuur is, zo hoeft de verwarming niet steeds van aan naar uit te schakelen (zelf programmerend en modulerend). De thermostaat kan op afstand bediend worden met de smartphone. Ook geeft deze inzicht in het energieverbruik per dag of maand. Eventueel zelf te installeren, maar kan ook door professional worden gedaan (past binnen budget)
Energiebesparing (p/j)
Gem. 18% gasbesparing
Besparing energierekening (p/j)
210,-
Andere voordelen
-
Kan als gadget worden beschouwd Meet ook luchtvochtigheid Kan ook samenwerken met andere slimme apparaten
Kanttekeningen
-
Er moet een slimme meter aanwezig zijn Minder besparingspotentie wanneer bewoner al zuinig leeft, dan is gangbare (klok)thermostaat afdoende
Klok thermostaat Wat is het?
Met een klokthermostaat de woning huis stabiel op de gewenste temperatuur, zonder dat er veel gestookt hoeft te worden. Voorafgaand wordt ingesteld wat de temperatuur moet zijn tijdens bepaalde perioden, en de thermostaat voert dat programma automatisch uit.
Energiebesparing (p/j)
Ca. 10%
Besparing energierekening (p/j)
€110 – 150 ,-
Andere voordelen
Vooral nuttig bij huishoudens die al letten op energiebesparing en nog meer willen besparen.
Kanttekeningen
n.v.t.
Radiatorventilator
9
Wat is het?
Speedcomfort ventilatoren verhoogd de warmteafgifte en de retourtemperatuur wordt verlaagd.. Het pakket bestaat uit 3 ventilatoren.
Energiebesparing (p/j)
10% (conservatieve inschatting)
Besparing energierekening (p/j)
€110 – 150 ,-
Andere voordelen
n.v.t.
Kanttekeningen
n.v.t.
Energiecoach en –klussers Wat is het?
De energiecoach – en klusser helpt inwoner energierekening omlaag te brengen met advies, maar ook aanbrengen van energiebesparende maatregelen. Energiecoaches komen achter de voordeur om de woning te inspecteren en tips te geven welke apparaten (onnodig) veel energie gebruiken, waar valt te besparen. Ze brengen een besparingsbox mee en maatregelen, zoals radiatorfolie en led lampen, die worden direct geïnstalleerd. En doen in specifieke buurten huis-aan-huis aanbelacties voor informatieverstrekking over het gemeentelijke aanbod. -
Energiebesparing (p/j)
1e gesprek: installatie besparingsmaatregelen; 2e gesprek: indien gewenst. Hoe bevallen de maatregelen? Inclusief advies / tips; 3e gesprek: indien gewenst. Wat is er mogelijk om nog meer aan de woning worden gedaan
257 kwH stroom 93 m3 gas
Besparing energierekening (p/j)
130,-
Andere voordelen
Installatiehulp is belangrijk, want mensen hebben andere zaken aan hun hoofd
Kanttekeningen
N.v.t.
Planning -
-
-
Voorbereiding – vóór zomer 2022 o inkoop energiebesparende maatregelen o communicatie opzetten Uitvoering – na zomer 2022 o fase 1: benaderen huishoudens 120% wettelijk minimum via gemeentelijke kanalen o fase 2: benaderen huishoudens 130 – 140% via geografische en sociale benadering Afronding: de looptijd voor de SPUK wordt verlengd, onbekend is nog tot wanneer. De looptijd staat nu nog voor mei 2023. Gegeven de koude winterperiode waarin meer gas wordt gevraagd, worden de maatregelen z.s.m. genomen.
10
Monitoring -
Reductie gasgebruik van huishouden (via o.a. VNG Wijkpaspoort) Verbetering labelsprong (via o.a. VNG Wijkpaspoort) Verlaagd aantal huishoudens in energiearmoede (via monitor TNO)
Financiën Dekking komt vanuit de verkregen SPUK gelden vanuit het ministerie van BZK a €180.000,Zie bijlage voor kostenoverzicht.
Bijlagen Omvang doelgroep Aantallen Doelgroep
huishoudens
jaar 2019
SPUK budget gebaseerd op TNO update okt 2021 ( landelijke stijging aantal huishoudens met 27% , NB: extrapolatie gedaan door gemeente)
325
120 % minima in beeld
508
120% minima (schatting)
92
31-12-2020
130% minima (schatting)
780
31-12-2020
140% minima (schatting)
925
2022 412 31-12-2020
31-12-2020
Wijken met relatief veel energiearmoede Dit is ter informatie, het betekent niet dat het SPUK beleid alleen toegankelijk is voor inwoners uit deze wijken. Het betekent wel dat de communicatie over de SPUK energiearmoede hier wordt geïntensiveerd. Wijken met hoogste % energiearmoede
Aandeel woningen met energiearmoede (%)
Aandeel woningen in corporatiebezit (%)
Poortugaal Zuid
4,5
?
Rhoon Noord
3,4
?
Albrandswaard Albrandswaard
Bron 2021: https://energiearmoede.tno.nl/
11
Toename huishoudens in energiearmoede
Albrandswaard
% huishoudens in energiearmoede voor gasprijs stijging 2021
% huishoudens in energiearmoede na gasprijs stijging 2021
2,8
4
Bron: https://energiearmoede.tno.nl/
Samenwerkingspartners Toelichting Intern Sociaal Domein
Bijstand, uitkering
Schuldhulpverlening
Vroeg signalering
Extern Vraagwijzer Albrandswaard St. Welzijn Albrandswaard WBV Poortugaal Havensteder WBV Poortugaal BAR breed St. Leergeld Zuid-Holland GGD / consultatiebureau Gebedshuizen Buurthuizen
Voorlichting koppelen aan laagdrempelige activiteiten zoals bingo
Voorwaarden SPUK -
-
De specifieke manier waarop de middelen worden ingezet, is aan de gemeenten. Wel is het de bedoeling dat met de middelen huishoudens in een kwetsbare positie vanwege de hoge energielasten worden ondersteund. Bij voorkeur sluit de gemeente aan bij initiatieven die al lopen, om snel maatregelen te kunnen nemen Mogelijk te nemen maatregelen: o Inregelen CV systemen (waterzijdig) o Energiecoaches o (bijdrage aan) energiezuinige huishoudelijke apparatuur o Proces/ondersteuningskosten o Energiedisplays o Bijdrage aan grote energiebesparende maatregelen (vloer- en spouwmuurisolatie) o kleine energiebesparende maatregelen (tochtstrips e.d.)
12
Welke besparende maatregelen zijn niet gekozen? De volgende maatregelen vielen buiten de selectiecriteria: -
Maatregelen
Een hoge jaarlijkse besparing op de energierekening kan worden behaald; Waar de bewoners geen gedrag voor hoeven aan te passen. Want de verwachting is dat mensen in energiearmoede niet de mentale ruimte hebben door geldstress zich daarmee bezig te houden; Binnen het budget van ca. 500,- per huishouden valt.
Toelichting
Prijs
Gasbesparing
Gasbesparing
Elektriciteit
Elektriciteit
Totale
in % p.j.
in € p.j.
besparing
besparing in
besparing
in % p.j.
€ p.j.
in €
Bron
Energiedisplay
X
110
6
70
2
11
81
PBL 2021
Tochtgordijnen
o.b.v.
180 (€12
?
?
?
?
13
https://www.milieucentraal.
appartement
p/m2
nl/energiebesparen/isoleren-en-
raam)
besparen/isolerenderaambekleding/#gordijnen ; https://www.kostenverbou wing.nl/dubbel-glas/
Energiezuinige
label E, t.o.v.
koelkast
nieuwe, label C
250
X
X
?
40
40
https://www.milieucentraal. nl/energiebesparen/apparaten-in-
(dat was in oude
huis/koelkasten-en-vriezers/
labelsystematiek nog label A+) Energiezuinige
Van label F naar
wasmachine
A
400
X
X
X
27
40
(elektriciteit) + 13 (water)
https://www.coolblue.nl/ad vies/verbruikwasmachine.html
Gehanteerde rekenmethode voor besparingspotentieel maatregelen Met welke energieprijzen is gerekend?
1 euro voor een m3 gas 22 cent voor een kWh stroom Waarom de energieprijs van 2030 en niet de hogere prijzen van dit moment? Allereerst omdat de energieprijzen nooit jarenlang hetzelfde zijn, maar schommelen. Als we de jaarlijkse besparingen van minder energieverbruik berekenen met de hoge prijzen van nu, geven we waarschijnlijk een veel te gunstig beeld van de besparingen over een paar jaar. Bovendien gaan energiebesparende maatregelen lang mee: warmtepompen 15 jaar, zonnepanelen 25 jaar en isolatie meer dan 25 jaar. Dan is het beter om uit te gaan van de energieprijs in 2030. En bedenk: als de gas- en stroomprijs de komende jaren hoger zijn, valt de besparing ook hoger uit. Met 1 euro per m3 gas en 22 cent per kWh geeft Milieu Centraal dus voor de eerstkomende jaren eerder een te lage dan een te hoge besparing. Het PBL heeft een lage en hoge verwachting en gemiddelden berekend: de toekomstige aardgasprijs ligt tussen €0,90 en €1,10 per m3 en toekomstige stroomprijs tussen €0,21 en €0,24 per kWh. De gemiddelde gasprijs is €1,00 per m3 en €0,22 per kWh (berekend en afgerond door Milieu Centraal op basis van het PBL) 13
EnergieTransitie Radarweg 60 1043 NT Amsterdam
TNO-rapport
www.tno.nl
TNO 2021 P11678
De feiten over energiearmoede in Nederland Inzicht op nationaal en lokaal niveau
Datum
21 september 2021
Auteur(s)
Peter Mulder Francesco Dalla Longa Koen Straver
Aantal pagina's Aantal bijlagen Projectnummer
45 (incl. bijlagen) 1 060.47628
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van TNO. Indien dit rapport in opdracht werd uitgebracht, wordt voor de rechten en verplichtingen van opdrachtgever en opdrachtnemer verwezen naar de Algemene Voorwaarden voor opdrachten aan TNO, dan wel de betreffende terzake tussen de partijen gesloten overeenkomst. Het ter inzage geven van het TNO-rapport aan direct belanghebbenden is toegestaan. © 2021 TNO
T +31 88 866 50 10
TNO-rapport | TNO 2021 P11678
2 / 36
Samenvatting Leidt de transitie naar een duurzaam energiesysteem tot meer energiearmoede? Het antwoord op die vraag vereist allereerst inzicht in de aard en omvang van het energiearmoede probleem – meten is weten. Goede indicatoren en data kunnen een effectieve basis zijn voor gerichte maatregelen en structurele monitoring van de ontwikkeling van energiearmoede en de effecten van beleid, op zowel nationaal niveau als op wijk- en buurtniveau. Echter, het meten van energiearmoede is niet eenvoudig. Daarvoor zijn twee redenen: energiearmoede is een complex multidimensionaal probleem waarvoor geen algemeen geaccepteerde definitie bestaat en dat moeilijk is te vangen in één indicator; daarnaast compliceren diverse databeperkingen het operationaliseren van eenmaal gekozen definities van energiearmoede. Tegen deze achtergrond heeft TNO onderzoek gedaan naar aard, omvang en regionale spreiding van energiearmoede in Nederland, gebaseerd op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit 2019 voor ruim 6,1 miljoen huishoudens (78% van het totaal), verdeeld over alle gemeenten, bijna alle wijken en ongeveer 2/3 van alle buurten in Nederland. In dit onderzoek is energiearmoede op een nieuwe manier gemeten. Er is niet alleen naar de betaalbaarheid van de energierekening gekeken, zoals in diverse studies voor Nederland gebruikelijk is.
Ook de kwaliteit van de woning en in hoeverre de bewoners financieel in staat zijn deze te verduurzamen, is in het onderzoek meegenomen. Op basis van de nieuwe maatstaven beantwoorden we in dit onderzoek drie vragen: Hoeveel huishoudens in Nederland zijn energiearm? Wie zijn deze mensen? En waar wonen ze? Uit onze analyse blijkt dat ongeveer 550.000 huishoudens in Nederland, zo’n zeven procent van het totaal, leeft in energiearmoede: ze hebben hoge energiekosten, wonen meestal in een huis dat niet goed is geïsoleerd en hebben een laag inkomen. Daarmee is het aantal energiearme huishoudens in Nederland ongeveer half zo groot als het aantal inkomensarme huishoudens. Binnen de groep van energiearme huishoudens hebben ongeveer 250.000 huishoudens én een relatief laag inkomen én een woning met lage energiekwaliteit én hoge energiekosten. Er zijn naar schatting ongeveer 140.000 huishoudens met verborgen energiearmoede; dit zijn mensen die vanwege financiële problemen minder energie consumeren dan ze zouden willen. Ernstige energiearmoede is ruimtelijk veel geconcentreerder dan inkomensarmoede: in slechts 5 gemeenten en 7% van de wijken is meer dan 10% van de huishoudens energiearm. Dat maakt gericht beleid per gemeente of regio eenvoudiger.
In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen doet het probleem zich met name voor buiten de Randstad: in het noorden, oosten en zuidoosten van het land en deels in Zeeland. Daar is de concentratie veel hoger dan bijvoorbeeld in de grote steden. Op wijkniveau zien we daarnaast ook een serie energiearme wijken verspreid over de rest van de land, inclusief de grote steden. Echter, in tegenstelling tot inkomensarmoede, is energiearmoede niet primair een grootstedelijk probleem. Integendeel: energiearmoede komt relatief vaak voor in weinig- en niet-stedelijke gebieden, vooral als we energiearmoede meten in termen van een laag inkomen in combinatie met een huis met relatief lage energetische kwaliteit.
TNO-rapport | TNO 2021 P11678
3 / 36
Eenpersoonshuishoudens en met name eenouder gezinnen zijn sterk oververtegenwoordigd in de groep energiearme huishoudens. Energiearme huishoudens in Nederland geven, afhankelijk van de definitie van energiearmoede, gemiddeld 13-20% van hun inkomen uit aan energie, tegenover 5% gemiddeld voor alle huishoudens. Van de energiearme huishoudens woont ongeveer 75% in een corporatiewoning; pakweg 12% van de energiearme huishoudens bezit een koopwoning, een vergelijkbaar percentage huurt particulier. Tenslotte blijkt dat bijna de helft van alle huishoudens (48%) in een slecht of matig geïsoleerd huis woont maar kan daar niet zelfstandig iets aan kan doen. Dit zijn twee groepen: huurders, omdat zij voor verduurzaming afhankelijk zijn van de verhuurder; en eigenaren van een huis met een relatief lage energetische kwaliteit die het geld niet hebben om daar in te investeren. Deze mensen zijn lang niet allemaal arm, en een groot deel van hen heeft op dit moment geen probleem met het betalen van hun energierekening. Maar zij hebben wel relatief vaak te maken met gebrek aan comfort en soms zelfs gezondheidsklachten. En als de gasprijs verder gaat stijgen zal een deel van de huishoudens uit deze groep alsnog een betalingsprobleem krijgen. Door met gericht beleid juist nu meer huizen te verduurzamen kunnen we dat voorkomen.
Onze dataset is de meest uitgebreide energiearmoede dataset die tot nu toe is ontwikkeld in Nederland, en ook de eerste met deze mate van ruimtelijk detail voor meerdere indicatoren. Maar de dataset heeft uiteraard ook tekortkomingen. Vanwege verschillende CBS databeperkingen, inclusief privacy waarborgen, was het niet mogelijk om alle huishoudens in alle wijken en buurten mee te nemen in de analyse. Bovendien is met name de manier waarop we de energetische kwaliteit van woningen meten voor verbetering vatbaar. Vanwege gebrek aan (betrouwbare) energielabeldata voor veel huizen gebruiken we een indirecte definitie van energetische woningkwaliteit die is afgeleid uit een combinatie van woningkenmerken en het energieverbruik per woning. De komende jaren komen hiervoor naar verwachting betere data beschikbaar. In deze studie lopen we daarop vooruit door zo goed en zo ver mogelijk te gaan met de data die er nu zijn. Daarmee creëren we nu al een beter zicht op het energiearmoede probleem en geven richting aan in het meten van energiearmoede in de toekomst. Onze analyse betreft een momentopname op basis van data uit 2019. Het is de bedoeling dat deze momentopname volgens EU richtlijnen zal worden omgezet in structurele jaarlijkse monitoring. Tot nu toe ontbreekt het in Nederland aan een alomvattend kader voor het goed meten, monitoren en bestrijden van energiearmoede.
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) overweegt om de indicatoren die voor dit rapport zijn gemaakt over te nemen, verder te laten ontwikkelen met verbeterde data en jaarlijks in kaart te brengen. Een jaarlijkse energiearmoede monitor kan onderdeel worden van de nationale klimaatmonitor, de jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning (KEV) en/of de jaarlijkse klimaatnota. Het is onze wens dat de inzichten uit deze studie nu al inspireren tot het ontwikkelen van effectief energiearmoedebeleid en zo een bijdrage leveren aan het vormgeven van een inclusieve energietransitie in Nederland.
TNO-rapport | TNO 2021 P11678
4 / 36
Inhoudsopgave Samenvatting ........................................................................................................... 2 1 1.1 1.2
Introductie & motivatie ............................................................................................ 5 Wat is energiearmoede? ........................................................................................... 5 Op weg naar structurele monitoring .......................................................................... 6
2 2.1
Hoe meten we energiearmoede? ........................................................................... 8 Definities van de energiearmoede indicatoren .......................................................... 9
3 3.1 3.2
Hoe groot is het energiearmoede probleem? ..................................................... 17 Data ......................................................................................................................... 17 Resultaten ................................................................................................................ 18
4
Wie zijn er energiearm? ........................................................................................ 25
5 5.1 5.2
Waar bevindt zich de energiearmoede? .............................................................. 29 Ruimtelijke concentratie van energiearmoede ........................................................ 29 Een statistische blik op de (regionale) verdeling van energiearmoede ................... 36
6
Conclusies .............................................................................................................. 40 Referenties ............................................................................................................. 43 Bijlage(n) A. Correlaties tussen indicatoren
TNO-rapport | TNO 2021 P11678
1
5 / 36
Introductie & motivatie De energietransitie heeft geleid tot groeiende aandacht voor het probleem van energiearmoede. Gaan de kosten van de transitie naar een duurzaam energiesysteem, via een hogere energierekening en/of noodzakelijke duurzame investeringen in het huis, niet allerlei huishoudens in financiële moeilijkheden brengen? Tegen deze achtergrond beantwoorden we in deze studie, op basis van nieuw empirisch onderzoek, drie vragen: Hoeveel huishoudens in Nederland zijn energiearm? Wie zijn deze mensen? En waar wonen ze? Daartoe introduceren we voor Nederland een aantal nieuwe definities van energiearmoede. Voor de berekeningen maken we gebruik van micro-data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat zijn geanonimiseerde gegevens op persoons- en huishoudensniveau over o.a. inkomens, vermogens en huishoudsamenstelling, die we hebben gekoppeld aan gegevens op huishoudensniveau over energieverbruik, de energetische kwaliteit van de woning, het type woning, de woonstatus (huur- of koopwoning) en de locatie. Dit betekent dat we het energiearmoede probleem voor het hele land in kaart brengen tot op wijk- en buurtniveau. Oftewel, we laten niet alleen zien hoe groot het probleem is en wie er energiearm zijn, maar ook waar het probleem zich (het meeste) voordoet.
Zodoende is deze studie een vervolg op het whitepaper ‘Energiearmoede en de energietransitie’ dat TNO vorig jaar publiceerde (TNO 2020). Daarin werd geconstateerd dat het terugdringen van energiearmoede leidt tot een scala aan sociaaleconomische voordelen én kan bijdragen aan het versnellen van de energietransitie. Maar er bestaat ook het risico dat de energietransitie leidt tot een toename van energiearmoede. Als een deel van de huishoudens achterop raakt in de energietransitie kan dit het maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie ondermijnen. Om deze redenen is het belangrijk om bij het vormgeven van de energietransitie goed zicht te krijgen op de omvang en aard van energiearmoede.
1.1
Wat is energiearmoede? In een rijk land als Nederland spreken we van energiearmoede wanneer een huishouden onvoldoende toegang heeft tot goede energievoorzieningen in huis. 1 In energiearme huishoudens zetten mensen bijvoorbeeld de verwarming niet aan omdat ze willen bezuinigen, of ze warmen hun eten liever niet op omdat ze het gas te duur vinden. Daarnaast kampen mensen die te maken hebben met energiearmoede vaak ook met lichamelijke en geestelijke gezondheidsklachten vanwege het wonen in slecht geïsoleerde en geventileerde woningen. Denk aan gezondheidsklachten veroorzaakt door extreme hitte in de zomer en tocht en vocht tijdens koude winters. Deze gezondheidseffecten treffen met name ook kinderen.
1
Deze en de volgende paragraaf zijn gebaseerd op het TNO Whitepaper ‘Energiearmoede en de energietransitie’ (2020).
TNO-rapport | TNO 2021 P11678
6 / 36
Problemen van algemene armoede en energiearmoede zijn uiteraard sterk met elkaar verweven. Financiële moeilijkheden leiden tot onbetaalde energierekeningen, de stress daarvan leidt tot gezondheidsklachten die hun weerslag kunnen hebben op inkomen, enzovoorts. Toch is er geen perfecte correlatie tussen beide vormen van armoede. Niet alle huishoudens die een relatief groot deel van hun inkomen besteden aan energiekosten zijn arm, en omgekeerd zijn er huishoudens met een laag inkomen die relatief weinig aan energie uitgeven en geen betalingsproblemen kennen (PBL 2018, TNO 2020). 1.2
Op weg naar structurele monitoring Dit rapport laat zien waar energiearmoede zich manifesteert en hoe groot de problematiek is in Nederland. Het is de bedoeling dat deze momentopname volgens EU richtlijnen zal worden omgezet in structurele jaarlijkse monitoring. Tot nu toe ontbreekt het in Nederland aan een alomvattend kader voor het goed meten, monitoren en bestrijden van energiearmoede. De Europese Commissie heeft Nederland daarom vorig jaar geadviseerd om in het klimaat- en energiebeleid een nationale beleidsstrategie op te zetten om energiearmoede te bestrijden (EC 2020). Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat overweegt om de indicatoren die voor dit rapport zijn gemaakt over te nemen, verder te ontwikkelen en jaarlijks in kaart te brengen. Er zitten meerdere voordelen aan het bewegen van incidentele rapportages naar structurele monitoring. Het geeft inzicht in de effecten van beleid dat betrekking heeft op de huishoudens die kampen met energiearmoede. Het is daarmee belangrijk voor het werken aan een rechtvaardige energietransitie, inclusief het vermijden van een groeiende welvaartskloof als gevolg van de energietransitie. Daarnaast geven de indicatoren een extra handelingsperspectief voor beleidsmakers van alle schaalniveaus.
Op Rijksniveau kan men de indicatoren bijvoorbeeld gebruiken voor het ontwerpen van gerichte regelingen of subsidies voor verschillende groepen huishoudens; op provinciaal niveau kunnen de indicatoren helpen bij het organiseren van kennisdeling, financiering en netwerken ten dienste van gemeenten om hen zo te faciliteren bij hun aanpak van energiearmoede; op gemeentelijk niveau, tenslotte, kunnen de indicatoren gebruikt worden bij het ontwerpen van gericht beleid op wijk- en buurtniveau, inclusief het monitoren van de effecten van dat beleid.
1.2.1
Nieuwe indicatoren van energiearmoede De drie vragen die we in deze studie opwerpen – wie is er waar en in welke mate energiearm? – zijn, opvallend genoeg, niet eenvoudig te beantwoorden. Daarvoor zijn twee redenen. Allereerst: energiearmoede is een complex multidimensionaal probleem, dat moeilijk is te vangen in één indicator (TNO 2020); een algemeen geaccepteerde definitie van energiearmoede bestaat dan ook niet. Daarnaast: diverse data beperkingen compliceren het operationaliseren van eenmaal gekozen definities. Voor cruciale ingrediënten van zulke definities – denk aan inkomen en vermogen van huishoudens, hun energieverbruik en de energetische kwaliteit van de woning – zijn de benodigde data (nog) niet altijd en voor alle huishoudens beschikbaar en/of van goede kwaliteit.
TNO-rapport | TNO 2021 P11678
7 / 36
In nauw overleg met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hebben we voor dit onderzoek een aantal verschillende indicatoren van energiearmoede ontwikkeld, elk met hun eigen voor- en nadelen. Een aantal van deze indicatoren zijn in Nederland niet eerder op deze schaal uitgerekend, en werpen een nieuw licht op het probleem van energiearmoede in de context van de energietransitie. Vanwege databeperkingen is de uitwerking van een aantal indicatoren voor verbetering vatbaar. Dit lijkt ook mogelijk omdat de komende jaren naar verwachting betere data beschikbaar komen, met name ten aanzien van het meten van de energetische kwaliteit van woningen. We hopen dat deze studie nu al inspireert tot het ontwikkelen van effectief, ruimtelijk-specifiek, energiearmoedebeleid en op termijn een vervolg krijgt in de vorm van een terugkerende energiearmoede monitor met additionele en verbeterde data.
TNO-rapport | TNO 2021 P11678
2
8 / 36
Hoe meten we energiearmoede? Dit hoofdstuk beschrijft hoe wij energiearmoede meten; we motiveren onze keuzes en definiëren de indicatoren, inclusief de data die we daarvoor hebben gebruikt. Kwantitatief onderzoek naar energiearmoede in Nederland is tot nu toe vooral gericht op de vraag naar de betaalbaarheid van de energierekening. Maar of een energierekening betaalbaar is hangt niet alleen af van de energie-uitgaven van een huishouden. Ook het besteedbaar inkomen en de overige noodzakelijke uitgaven tellen mee. Daarnaast is het van belang om te kijken naar de woonomgeving van huishoudens: energiearmoede kan ook worden gedefinieerd in termen van gebrek aan het hebben of kunnen krijgen van een woning met een voldoende hoge energiekwaliteit. Als huishoudens wonen in minder goed geïsoleerde huizen en daardoor te maken krijgen met een hoge energierekening en/of gezondheidsklachten, dan is de kern van het energiearmoede probleem niet de hoge energierekening maar de lage energiekwaliteit van de woning. Om recht te doen aan dit multidimensionale karakter van energiearmoede gebruiken we in onze analyse meerdere indicatoren. We maken daarbij onderscheid tussen 3 dimensies van het energiearmoede probleem: 1) de betaalbaarheid van energie; 2) de energetische kwaliteit van het huis; 3) de keuze en mogelijkheid hebben om mee te kunnen doen aan de energietransitie.
Daarnaast pleiten wij ervoor om bij de eerste twee dimensies – betaalbaarheid en woningkwaliteit – het begrip energiearmoede te reserveren voor huishoudens met een laag inkomen. Rijke woningeigenaren met een hoge energierekening of een energetisch slechte woning zijn in onze optiek niet energiearm. Immers, zij hebben enerzijds geen problemen met de betaalbaarheid van hun energiekosten en anderzijds beschikken ze over de middelen en mogelijkheden om hun energierekening te verlagen door te investeren in de energetische kwaliteit van hun woning. Dat laatste geldt uiteraard niet voor de groep eigenaren van een energetisch minder goede woning met onvoldoende eigen vermogen of te beperkte leencapaciteit om zelf te kunnen investeren in het verduurzamen van hun woning; en evenmin voor huurders van energetisch minder goede woningen die niet zelf kunnen beslissen over het verduurzamen van de woning, maar wel de energierekening betalen. Daarom bestempelen we deze groepen ook nu al als energiearm, in die zin dat zij niet zelfstandig mee kunnen doen aan de energietransitie. We verbreden daarmee doelbewust de gangbare definities van energiearmoede in Nederlandse studies tot nu. In de context van de energietransitie komt de roep om het bestrijden van energiearmoede voort uit het streven naar een inclusieve of rechtvaardige energietransitie (TNO 2020).
In de wetenschappelijke literatuur wordt dit gedefinieerd als een situatie waarbij i) iedereen toegang heeft tot betaalbare, betrouwbare en schone energie- diensten; ii) iedereen kan deelnemen aan besluitvormingsprocessen omtrent veranderingen in het energiesysteem; en iii) er erkenning bestaat van problemen die het gevolg zijn van energiearmoede en ongelijke kansen in de transitie (Carley & Konisky, 2020). Met andere woorden,
TNO-rapport | TNO 2021 P11678
9 / 36
hoewel betaalbaarheid evident een belangrijk criterium is van inclusiviteit, is het niet het enige criterium. Als we energiearmoede alleen meten in termen van betaalbaarheid, creëren we een eenzijdig beeld van energiearmoede. Het laat immers de belangrijkste oorzaak van energiearmoede – een huis met lage energiekwaliteit – buiten beschouwing blijft. Bovendien, levert het geen goed inzicht op in de mate waarin huishoudens (on)gelijke kansen hebben op deelname aan de energietransitie middels het verduurzamen van hun woning. Er is een groep huishoudens die nu weliswaar geen betalingsproblemen kent maar wel het risico loopt achter te blijven in de energietransitie. De meest gebruikte manier om die laatste groep in beeld te krijgen is een gevoeligheids- of scenario-analyse, waarbij gekeken wordt hoeveel extra huishoudens te maken krijgen met acute betalingsproblemen als de energiekosten met een bepaald bedrag of percentage zouden stijgen. Het nadeel van die benadering is dat het probleem van energiearmoede opnieuw wordt versmald tot een betalingsprobleem, terwijl het vastzitten aan een huis met een lage energie kwaliteit, ook al kun je dat betalen, ook een vorm van armoede is. Je zou kunnen hier kunnen spreken van keuze armoede. Dit gebrek aan keuze mogelijkheden heeft concrete gevolgen voor het welzijn nu.
Immers, een slecht of matig geïsoleerd huis betekent, behalve een hoge energierekening, ook gebrek aan comfort en soms zelfs gezondheidsklachten. Gebrek aan keuzes en mogelijkheden in de context van de energietransitie is ons inziens daarom ook een vorm van energiearmoede. Deze voor Nederland nieuwe manier van energiearmoede definiëren sluit conceptueel aan bij de capabiliteitsbenadering die Nobelprijswinnaar Amartya Sen (1999) heeft ontwikkeld op het terrein van de ontwikkelingseconomie. In deze benadering wordt armoede niet primair gedefinieerd als gebrek aan inkomen of levensstandaard maar in termen van gebrek aan capaciteiten (‘capabilities’) die een mens nodig heeft om de keuzes te maken die zijn welzijn verhogen. 2.1
Definities van de energiearmoede indicatoren Op basis van bovengenoemde overwegingen kiezen we er in deze studie voor om energiearmoede te meten door middel van vier indicatoren, plus drie varianten hierop. In Box 1 vatten we deze indicatoren samen; hieronder lichten we ze toe.
TNO-rapport | TNO 2021 P11678
10 / 36
Box 1. Energiearmoede indicatoren Betaalbaarheid 1) Hoge Energie Quote (HEQ) Een huishouden is energiearm als een (te) hoog aandeel van het inkomen opgaat aan energiekosten. 2) Laag Inkomen & Hoge Energiekosten (LIHK) Een huishouden is energiearm als het een relatief laag inkomen heeft én relatief hoge energiekosten. Huiskwaliteit 3) Laag Inkomen & huis met Lage Energie Kwaliteit (LILEK) Een huishouden is energiearm als het een relatief laag inkomen heeft én in een huis woont met een relatief lage energiekwaliteit. 3a) Laag Inkomen & huis met Lage Energie Kwaliteit & onderconsumptie energie (LILEK–) Een variant op LILEK die verborgen energiearmoede meet: mensen die, waarschijnlijk vanwege financiële problemen, energie onder-consumeren. 3b) Laag Inkomen & huis met Lage Energie Kwaliteit & overconsumptie energie (LILEK+) Een variant op LILEK die het aantal huishoudens meet met opvallend hoge energie consumptie. Kunnen deelnemen aan de energietransitie 4) Huis met Lage Energie Kwaliteit & niet zelf kunnen verduurzamen Een huishouden is energiearm als het in een huis woont met een relatief lage energiekwaliteit dat ze niet op eigen kracht kunnen verduurzamen.
4a) Eigenaar van huis met Lage Energie Kwaliteit & niet zelf kunnen verduurzamen (eLEK) De groep eigenaren van een huis met lage energiekwaliteit en onvoldoende eigen vermogen of te beperkte leencapaciteit om zelf hun huis te kunnen verduurzamen. 4b) Huurder van huis met Lage Energie Kwaliteit & niet zelf kunnen verduurzamen (hLEK) De groep huurders van een huis met lage energiekwaliteit die niet zelf kunnen besluiten tot verduurzaming.
Zoals eerder benoemd, is de hoge energiequote (HEQ) de meest bekende en tot nu toe meest gebruikte indicator voor energiearmoede. Deze indicator is in veel landen lange tijd de standaard indicator geweest om energiearmoede te duiden. Ook in Nederland is deze indicator tot nu toe het meest gebruikt. De LIHK is relatief nieuw voor Nederland, maar is in het Verenigd Koninkrijk (VK) sinds 2014 de standaardindicator om energiearmoede in kaart te brengen. Aan het begin van dit jaar heeft het CBS in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de indicator ‘laag inkomen hoog (gas)verbruik’ ontwikkeld, hetgeen zeer vergelijkbaar is met de LIHK indicator. De LILEK indicator volgt naar verwachting in het VK de LIHK op als dé standaardindicator om energiearmoede in kaart te brengen. In Nederland is de LILEK indicator recent voor het eerst toegepast in een studie van TNO voor de provincie Zuid-Holland 2; in deze studie wordt de LILEK voor het eerst berekend op lokaal niveau voor heel Nederland. 3
2 3
Zie https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2021/02/energie-indicatoren-naar-regio-2018 Zie Energiearmoede in Zuid-Holland 2018 (cbs.nl)
TNO-rapport | TNO 2021 P11678
11 / 36
1) Hoge Energie Quote (HEQ) De energiequote of energieratio definieert energiearmoede als een (te) hoog aandeel van het inkomen dat opgaat aan energiekosten. In onze studie gaat het om zowel kosten voor gas als elektriciteit; we hanteren een energieratio van 8% als energiearmoedegrens. Een vuistregel is dat een huishouden energiearm is wanneer het meer dan 10% van haar inkomen aan energie besteedt. In onze analyse definiëren we inkomen als het besteedbare huishoudinkomen plus een deel van het financiële vermogen van een huishouden, waarbij het vermogen is omgerekend naar een jaarlijkse inkomensstroom (annuïteit). 4 De reden om het vermogen mee te tellen in het inkomen is dat uit de CBS data blijkt dat er een groep huishoudens is die volgens de statistieken geen inkomen of uitkering heeft maar wel vermogen; zonder het meetellen van vermogen leidt de berekening van de energiequote tot een vertekend beeld, vooral in buurten met grote en dure woningen. Echter, als we het vermogen meetellen leidt het vasthouden aan de 10% vuistregel tot een onderschatting van energiearmoede en dus ook tot een vertekend beeld. Bij een grens van 8% is er vrijwel geen verschil tussen de berekening met en zonder vermogen in de overige buurten waar oorspronkelijk geen sprake was van hoge energiearmoede in combinatie met grote en dure woningen – hetgeen een armoede grens van 8% valideert.
De HEQ is de meest bekende én meest bekritiseerde indicator voor energiearmoede. Een belangrijk voordeel van de HEQ is dat deze indicator eenvoudig is te begrijpen en te communiceren, hetgeen haar populariteit helpt verklaren. Een belangrijk principieel nadeel is dat het een nogal grove indicator is die het armoedeprobleem zowel gemakkelijk kan onderschatten als overschatten. Onderschatting ontstaat doordat de energiequote per definitie geen rekening houdt met mensen die vanwege financiële problemen energie onder-consumeren (bijvoorbeeld door de verwarming laag te zetten) en daardoor ook een relatief lage energierekening hebben. Overschatting ontstaat doordat het ook huishoudens meetelt met een hoog inkomen die bewust kiezen voor een levensstijl met hoge energieconsumptie (denk o.a. aan mensen die in een slecht geïsoleerd monumentaal pand wonen). Dit laatste probleem kan uiteraard worden gecorrigeerd door de hoge inkomens niet mee te nemen in de berekening of alleen die huishoudens mee te tellen die naast een hoge energieratio ook een