4. 514220 Beeldvormend raadsvoorstel aanschaf en plaatsen van circa 16 semi-permanente woningen.pdf
Tekst van het document
BEELDVORMEND RAADSVOORSTEL Onderwerp
Aanschaf en plaatsen van circa 16
College van burgemeester en wethouders
Zaaknummer
semi-permanente woningen. Openbaar Portefeuillehouder: Jolanda de Witte E-mailadres opsteller: d.mol@albrandswaard.nl
10 mei 2022
ONDERWERP Aanschaf en plaatsen van circa 16 semi-permanente woningen. KENNISNEMEN VAN De overweging van het college om te voorzien in de behoefte om voor een langere periode extra opvangplekken voor vluchtelingen te realiseren.
INLEIDING Het rijk doet het beroep op gemeenten zowel voor kort, middellang als langer verblijf te voorzien in de huisvesting van vluchtelingen. Voor acute noodopvang en kort verblijf (< 3 maanden) van vluchtelingen is het Centrum in Rhoon voorlopig beschikbaar. Voor middellang verblijf (tot ca. 1 jaar) hebben we (binnenkort) voor ca. 100 vluchtelingen de tijdelijke beschikking over een te transformeren kantoorpand aan de Kleidijk en maximaal 20 woningen in de Schutskooiwijk. De woningen in de Schutskooiwijk moeten echter vanaf medio 2023 weer ter beschikking komen van de Wbv Poortugaal vanwege sloop. Om de renovatie- en nieuwbouwplannen in de Schutskooiwijk vanaf 2023 niet te laten stagneren en vanaf dat moment voor langere termijn huisvesting aan ca. 60 vluchtelingen te kunnen blijven bieden hebben wij het voornemen een 16-tal semi-permanente woningen aan te kopen en te plaatsen op een terrein, dat de raad eerder heeft aangewezen om op termijn tot woningbouwlocatie te bestemmen. Op deze wijze voorzien wij in het dringende beroep van de Rijksoverheid zowel voor korte, middellange als langere duur bij te dragen aan de huisvesting van vluchtelingen. Hoe lang de semi-permanente woningen nodig zijn voor de huisvesting van vluchtelingen is nog zeer onduidelijkheid.
Echter, wanneer deze specifieke behoefte eindigt zijn de wooneenheden beschikbaar en geschikt om in de lokale woning behoefte van bepaalde doelgroepen te voorzien.
KERNBOODSCHAP
Het college wil door het plaatsen van tijdelijke woonunits voorzien in de behoefte om ook voor de korte en midden-lange termijn vluchtelingen te huisvesten. Door de keuze te maken voor een kwalitatief betere semi-permanente woning kunnen de woningen in toekomst ook ingezet worden voor de huisvesting van onze lokale doelgroepen.
TOELICHTING Inmiddels zijn er vanaf eind mei 2022 tot eind december 2023 tijdelijke opvangplekken gerealiseerd voor circa 100 vluchtelingen. Nu vanuit het Rijk wordt aangegeven dat er vooral behoefte is aan huisvesting voor de midden-lange termijn is het raadsbesluit van 7 maart 2022 voor het plaatsen van tijdelijke noodopvang aan de Zevenmeet niet meer toereikend. Onderzocht is of er wellicht een meer duurzame oplossing kan worden gevonden door middel van het plaatsen van kwalitatief betere semi-permanente woningen op een locatie die meer recht doet een langdurige instandhouding. Hieronder de uitkomsten van de studie waarbij het huisvesten van circa 60 vluchtelingen, in 16 driekamerwoningen, als uitgangspunt is genomen. 1. Semi-permante woningen hebben het voordeel dat zij snel geplaatst kunnen worden. De huidige levertijd van semi-permante woning is circa 3 maanden. Indien gekozen wordt om de instandhoudingstermijn in 1e instantie korter dan 10 jaar te houden kan bij besluitvorming voor het zomerreces deze woningen nog dit jaar geplaatst worden. 2. De aanschaf van semi-permanente woningen vraagt een investering van circa € 2.500.000,= De totale investering voor de aanschaf/ plaatsen van 16 semi-permantente woningen vraag een investering van € 2.500.000,= Voor de 1e periode zal door de bijdrage van het Rijk de jaarlast van deze investering kostendekkend zijn.
Onduidelijk is hoe lang deze bijdrage duurt. Indien deze bijdrage wegvalt zullen de inkomsten gehaald moeten uit de verhuur van de woningen. Bij een afschrijvingsperiode van circa 40 jaar kan dit kosten dekkend zijn. Bij een korte afschrijvingsperiode zal er een boekwaarde resteren. De mogelijke financiële tekorten zouden kunnen worden aangevuld door een uitname uit de reserve sociale woningbouw of eventueel door
de tekorten op te nemen in de nog op te stellen grondexploitatie van de betreffende locatie. In het raadsvoorstel tot verstrekking van het benodigde krediet zullen wij uitwerking geven aan de financiële paragraaf van deze investering. 3. Toewijzing kan door gemeente plaatsvinden. Door de semi-permante woningen zelf aan te schaffen kan de gemeente ook de toewijzing zelf regelen. Door inschakeling van een particulier verhuurbedrijf valt de toewijzing buiten de verordening regionale woningtoewijzing en kunnen de woning na de opvangperiode dus voor 100% worden ingezet om te voldoen aan de lokale woningvraag. 4. Locatie aan het G.J.Rooimanspad is in beginsel geschikt. Reeds eerder is er onderzoek gedaan naar mogelijke locaties voor sociale woningbouw. Uit een quickscan van dit onderzoek blijkt dat de locatie aan het GJ.Rooimanspad is aangewezen als toekomstige woningbouwlocaties, na verplaatsing van RWA. De overige locaties in het onderzoek zijn om diverse reden niet geschikt voor woningbouw. Uit bijgevoegde regiekaart blijkt dat rekening houden met geluidseisen en afstanden tot leidingen er ruimte is om de semipermante woningen te plaatsen zonder dat RWA verplaatst dient te worden. Opgemerkt dient te worden dat het wenselijk is om een tijdelijk geluidsscherm te plaatsen.
Mocht in de toekomst besloten worden , om de locatie inclusief RWAterrein, verder uit te werken als woningbouwlocatie kunnen de woningen eventueel verplaatst worden en ingepast worden in het totale plan. 5. De tijdelijk opvang aan de Zevenmeet kan ook slechts voor een beperkte periode. Het raadsbesluit van 7 maart 2022 voorziet in de opvang voor een periode van maximaal 4 maanden. Een langer instandhouding zal de ontwikkeling van het Binnenland in de weg kunnen staan. Tevens wordt de locatie gelet op de ligging minder geschikt geacht voor een meer permanente woningbouw.
CONSEQUENTIES - De druk vanuit het rijk om opvangplekken te realiseren is onverminderd hoog. De nu gerealiseerde tijdelijke opvangplekken zijn voor de korte termijn wellicht toereikend maar de vraag voor opvang van een meer langer periode zal toenemen omdat diverse tijdelijke opvangvoorzieningen op korte termijn zullen sluiten. Nu ook onze tijdelijke opvangplekken slechts tot 31-12-2023 beschikbaar zijn dient nu reeds geanticipeerd te worden op de situatie. Nu stilzitten is ons inziens geen optie.
VERVOLG Op basis van de reactie van de raad zal het college de raad een raadsvoorstel doen om het gevraagde krediet beschikbaar te stellen ( met de daarbij behorende financiële gevolgen) en in te stemmen met de verder uitwerking van de locatie aan het G.J. Rooimanspad voor het plaatsen van semi-permanente woningen. BIJLAGEN - Regiekaart locatie - Brief staatsecretaris Met vriendelijke groet, het college van de gemeente Albrandswaard, de secretaris, de burgemeester,
Hans Cats
drs. Jolanda de Witte
G.J. Rooimanspad Regiekaart
april 2020
Locatie G.J. Rooimanspad op de luchtfoto
2
Regiekaart G.J.Rooimanspad
Kavel I: Grootte: 9.438m2 Te gebruiken: 3.664m2 Kavel II: Grootte: 4.254m2 Te gebruiken: 1.063m2 Kavel III: Grootte: 3.317m2 Te gebruiken: 112m2 Randvoorwaarden • 30m vrij houden vanaf kavelgrens langs de Groene Kruisweg voor geluid en leidingen. • 30m vrij houden tot de sportvelden voor geluid. • Op kavel I 10m vrij houden voor behoud bomen. • Op kavel III 9-16m vrij houden voor behoud bomen.
Afbeeldingen met de afmetingen van de kavel en de zone van 30m vanaf de Groene Kruisweg. Regiekaart G.J.Rooimanspad
3
Regiekaart G.J.Rooimanspad Geluidshinder - dB 50 - 55 55 - 60 60 - 65 65 - 70 70 - 75 Leidingen Hoogspanningsleiding
II
Olie leiding
I
Gas leiding Water leiding Veiligheidszones LPG (tankstation) Hoogspanning Overig
4
Regiekaart G.J.Rooimanspad
III
Directe aansluiting op bestaande woonwijken mogelijk 1 kilometer lopen naar het metrostation Poortugaal
Alle kavels ondervinden hoge hinder van industrielawaai door Waal-/Eemhaven. Dit is gebied voor standaard onderzoek door het Havenbedrijf Rotterdam. Alle kavel hebben overlast door wegverkeerslawaai van de Groene Kruisweg. De 30m-zone is bijna volledig boven de 60dB. Andere delen van de kavels liggen grotendeels in een zone met meer dan 55dB. Er wordt sterk aangeraden om maatregelen te nemen om het geluid op de woonunits te verminderen. Blijven de units langer dan 10 jaar staan dan is het volgende verplicht: - Akoestisch onderzoek vanuit de Wet Geluidshinder. - Besluit Hogere waarde moet genomen worden. - De gevelwering moet voldoen aan de wettelijke vereisten. Rondom de sportvelden moet een richtafstand aangehouden worden van 30m. Dit maakt kavel III ongeschikt. Er is een overschrijding van de WHO advieswaarden voor zowel NO2, PM10 als PM2,5. Er is echter geen overschrijding van de wettelijke grenswaarden. De kavels I en II liggen in de veiligheidszones van het LPG-tankstation aan de Ambachtsstraat, en gas- en olieleidingen. De defensiepijleiding heeft de grootste impact op de locatie. Als units in deze veiligheidszone komen te staan moet er gekeken worden naar het groepsrisico. Als units onder de lijn van 30m vanaf de erfgrens komen is geen berekening en verantwoording van het groepsrisico nodig.
Wat bodem betreft kan op basis van tijdelijkheid korter dan 5 jaar een ontheffing voor de verplichting tot het doen van een bodemonderzoek verleend worden. Bij het langer plaatsen van units zal het onderzoek wel gedaan moeten worden. De kavel is onderdeel van de Polder Albrandswaard. Hier geldt het Landschapsontwikkelingsplan en het Beeldkwaliteitsplan Polder Albrandswaard. Voor deze locatie staat opgenomen dat er geen woningbouw-ontwikkelingen toegestaan zijn.
Regiekaart G.J.Rooimanspad
5
1
Burgemeesters van de gemeenten in Nederland Voorzitters van de Veiligheidsregio's
DG Oekraiense Vluchtelingen Contactpersoon Erik Klaver
Ons kenmerk 3989916 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Datum 29 april 2022 Onderwerp Aanvullende opgave noodopvang Oekraïense vluchtelingen
Geachte burgemeesters en voorzitters, 1. Inleiding De Russische invasie in Oekraïne, die op 24 februari van dit jaar begon, heeft een ongekende vluchtelingenstroom op gang gebracht, die deels ook naar Nederland komt. Alle gemeenten en veiligheidsregio’s spannen zich tot het uiterste in om deze vluchtelingenstroom op een goede en menswaardige manier op te vangen. Zij zijn daarin tot nu toe ondanks de grote opgave goed geslaagd. Ik verwacht niet dat de vluchtelingenstroom uit Oekraïne in de nabije toekomst zal afnemen of stabiliseren. Het offensief dat het Russische leger op 19 april inzette in Oost-Oekraïne stemt weinig hoopvol. Ik zie mij daarom genoodzaakt om u bovenop het eerdere verzoek om 50.000 opvangplekken te realiseren het aanvullende verzoek te doen om 25.000 additionele noodopvangplekken te creëren. Ik ga hier verderop in deze brief op in. Ik benadruk hier, dat met het opschrijven van dit verzoek, dit niet betekent dat het dan automatisch gehaald wordt. Ik ben mij er eveneens van bewust, dat de grote opgave en het hoge tempo dat de toestroom vereist afbreuk kan doen aan de kwaliteit van de opvang. Ik vraag u mijn verzoek op te vatten als een inspanningsverplichting en geen resultaatverplichting.
Eerder heb ik aan de Kamer geschreven dat vanaf de 50.000 opvangplekken het Rijk, in casu de Nationale Opvang Organisatie (NOO), verantwoordelijk is voor de eventuele extra noodzakelijke noodopvangplekken. Voortschrijdend inzicht maakt mij duidelijk, dat dit gelet op de continue instroom aan vluchtelingen uit Oekraïne onverstandig is en tot afbreukrisico’s leidt. In de gemeenten zijn thans zeer veel mensen bezig met het organiseren van de noodopvang. Het is onmogelijk om op rijksniveau op korte termijn een dusdanig uitvoeringsapparaat op te zetten, die dat werk voortvarend zou kunnen overnemen. Daar komt bij dat een dergelijke overdracht tot complexe afspraken gaat leiden over taken en verantwoordelijkheden, omdat de locaties altijd in gemeenten gelegen zijn.
Pagina 1 van 6
2. Stand van zaken uitvoering verzoek 50.000 In maart heb ik aan de gemeenten gevraagd om onder coördinatie van de veiligheidsregio’s in twee fasen in totaal 50.000 noodopvangplekken te creëren, twee keer 1.000 per veiligheidsregio. Op dit moment hebben de gemeenten ongeveer veertigduizend van deze plekken gerealiseerd. In aantal veiligheidsregio’s is de doelstelling al gehaald, een aantal andere nog niet. Er zijn nu ongeveer 30.000 Oekraïense vluchtelingen in de noodopvang, dat is een bezettingsgraad van ongeveer 75 procent. De instroom is circa 4.500 vluchtelingen per week. Dat betekent dat over ruim twee weken (9 mei) alle noodopvangplekken bezet zijn. Als de 50.000 noodopvangplekken gehaald worden, geeft ons dat rond de twee weken (23 mei) respijt. De analyse van de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) van 11 april die mij ter hand is gesteld, geeft een aantal verklaringen voor de stagnatie in de realisatie van de opvangplekken.
De vluchtelingenstroom is moeilijk te sturen door de bewegingsvrijheid van de Oekraïners, duurzame plekken creëren kost meer tijd en er is een gebrek aan mensen en materialen, de doorstroom stokt hier en daar door een gebrek aan plekken, financiële onduidelijkheid, niet-optimaal gebruik van plekken, voor kleinere regio’s is dit een bovenmatige inspanning en het ontbreken van een datum waarop het verzoek gehaald moet zijn draagt niet overal bij aan een gevoel van urgentie. Ik kan twee van deze factoren direct beïnvloeden en zal dat ook doen. We begrijpen dat er financieel extra beroep op u wordt gedaan. Voor wat betreft de gemeentes gaat de bestaande regeling zoals bedoeld in de brief aan de Tweede Kamer van 6 april 2022 (TK 19637-2854) ook gelden voor de plaatsen tot 75.000. Voor wat betreft de kosten voor de Veiligheidsregio’s kan ik u melden, dat de wijze van vergoeding voor veiligheidsregio’s voor hun rol in de coördinatie van de opvang en de extra daaraan verbonden kosten in een aparte regeling wordt opgenomen. Enkele gemeenten hebben binnen hun veiligheidsregio’s deze coördinerende taken op zich genomen. Deze gemeenten kunnen ook gebruikmaken van de regeling die voor veiligheidsregio’s hiervoor wordt opgesteld.
Over de uitgangspunten van deze regeling zijn al diverse overleggen gevoerd met vertegenwoordiging van de veiligheidsregio’s en naar verwachting is de regeling eind mei gereed. Daarnaast stel ik 23 mei als streefdatum voor de realisatie van het verzoek om 50.000 noodopvangplaatsen. 3. Verzoek inspanning additionele 25.000 noodopvangplaatsen Gelet op de instroom en om te voorkomen dat de gevolgen van de vluchtelingenstroom onbeheersbaar worden, met alle humanitaire en maatschappelijke gevolgen van dien, doe ik aan de gemeenten het aanvullende verzoek om onder coördinatie van de veiligheidsregio’s in totaal nog 25.000 noodopvangplekken te creëren. Gelet op de huidige wekelijkse instroom van vluchtelingen vraag ik u de 25.000 plekken in de vier weken na het realiseren van de initiële 50.000 plekken op te bouwen. Dat betekent dat ik voor de 75.000 plekken op 23 juni als streefdatum hanteer. De verdeling van deze opgave over
Pagina 2 van 6
de regio’s zal niet pondsgewijs zijn, maar op basis van uw eigen analyse over draagkracht en mogelijkheden. Het Veiligheidsberaad heeft hierop reeds geanticipeerd vanwege de vooruitblik op de ontwikkeling van de vluchtelingenstroom die de DG Oekraïense Vluchtelingen van het ministerie van Justitie en Veiligheid in het Veiligheidsberaad van 11 april gaf. Dat was voor het Veiligheidsberaad aanleiding de randvoorwaarden te formuleren waaronder u aan een extra vraag zou kunnen voldoen. Parallel inventariseert de VNG de randvoorwaarden die vanuit de gemeentes nodig zijn. Naar ik heb begrepen inventariseert u thans het potentiële aantal plekken per veiligheidsregio. Ik dank de Veiligheidsregio’s voor dit initiatief, waarmee we tijd winnen in deze crisis. Ik heb begrip voor de zware wissel, die dit extra verzoek trekt op de gemeentelijke organisaties en die van de veiligheidsregio’s, maar ook andere betrokken sectoren. We zien een groot tekort aan menskracht bij gemeenten, zorg (bijv. huisartsen), onderwijs, kinderopvang, bouwsector, maar ook bij de vele vrijwilligers de zich hiervoor inspannen. Gezien de analyse is een herijking van de kaders waarbinnen u dit verzoek uitvoert aan de orde. Ik ga met u in overleg over een heldere en eenduidige randvoorwaarden. De randvoorwaarden zoals u die in uw brief van 28 april benoemt vormen hierbij een uitgangspunt (zie bijlage).
Aan deze randvoorwaarden voeg ik naar aanleiding van onze bespreking op 25 april nog het vraagstuk van gezondheidszorg en artsen, de fiscale aspecten en capaciteit toe, waarvoor flankerend beleid aan de orde kan zijn. Ik stel voor dat we dit gesprek kort na de bespreking van de uitkomsten van de inventarisatie op 25 april in het Veiligheidsberaad voeren. Er is mij veel aan gelegen het aantal noodopvangplekken op te schroeven naar 75.000. De NOO staat u hierin bij. Zij heeft contacten met diverse aanbieders van noodopvang, zoals cruiseschepen, hotels en vakantieparken en kan hierin bemiddelen. Voorts staat ook het aanbod van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) om gebruik te maken van een zestiental panden nog steeds. Praktische hulpverzoeken kunt u via onze liaisons of het mailadres dgm.oek.financien@minjenv.nl indienen. De NOO en BZK zijn daarnaast bezig met het realiseren van meer langdurige huisvesting, die doorstroom vanuit de noodopvang mogelijk moet maken. Hiervan is op korte termijn evenwel geen soelaas te verwachten voor de huidige vluchtelingenstroom. 4. Doorkijk noodopvang na de 75.000 Om te voorkomen dat de capaciteit niet toereikend is, worden locaties en vastgoed die geschikt zijn voor noodopvang aan de gemeenten aangeboden. Denk hierbij aan de gebouwen van het Rijksvastgoedbedrijf, vakantieparken, een hotelketen en cruiseschepen.
Daarmee wordt getracht het moment waarop de vraag het aanbod overschrijdt te voorkomen of zo lang mogelijk uit te stellen. Op dit moment is de verdergaande toepassing van het staatsnoodrecht niet aan de orde. Alles wordt op alles gezet om dit te voorkomen. Op het moment dat de beschikbaarheid van plekken een knelpunt wordt én tegelijkertijd nog steeds grote aantallen ontheemden uit Oekraïne Nederland binnenkomen, kan een heroverweging aan de orde zijn. 5. Doorstroom uit noodopvang naar (semi)permanente huisvesting Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de NOO screenen grootschalige locaties die geschikt zijn voor een meer langdurig verblijf
Pagina 3 van 6
van ontheemden, gericht op doorstroming vanuit de noodopvang. Daarbij wordt ook gekeken naar plekken die geschikt zijn voor (semi)permanente huisvesting. De ontwikkeling van dergelijke locaties is complex en zal enige tijd in beslag nemen. Er zal zodoende rekening mee gehouden moeten worden dat de noodopvanglocaties langer in gebruik blijven dan de gedachte drie tot zes maanden. Inmiddels zijn verschillende gemeenten zelf aan de slag met de ontwikkeling van dergelijke projecten, zoals bijvoorbeeld Amsterdam, Zaanstad en Buren. De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zet via twee sporen in op het versneld zorgen voor geschikte semipermanente huisvesting. Dat betreft ten eerste de transformatie van bestaand vastgoed en ten tweede de realisatie van extra flexwoningen. Dat zal nadrukkelijk ook gaan om kleinschalige locaties, passend in de omgeving. Het ministerie van BZK werkt uit hoe zij de medeoverheden zo goed mogelijk kan ondersteunen bij de transformatie van bestaand vastgoed naar geschikte plekken voor (semi)permanente huisvesting en het realiseren van (semi)permanente huisvesting op grootschalige en kleinschalige locaties. Daarvoor wordt met de medeoverheden, corporaties en marktpartijen gekeken naar welke ondersteuningsbehoefte er is en hoe daaraan tegemoetgekomen kan worden.
Vanuit het RVB is reeds een groot aantal vierkante meters vastgoed aangeboden om te transformeren en geschikt te maken voor de opvang van verschillende doelgroepen. Het Rijksvastgoedbedrijf inventariseert momenteel met betrokken partijen aan de mogelijkheden om ook de transformatie van vastgoed naar semipermanente huisvesting versnellen. In de komende weken wordt in kaart gebracht welke financiële en juridische consequenties er zouden zijn voor het RVB. Hiermee wordt invulling gegeven aan een breed gedragen wens van de Kamer om het RVB een rol te laten pakken in het vraagstuk. Dit vraagstuk kent meer aspecten dan alleen huisvesting. Ik ben daarom met de VNG in gesprek over de maatschappelijke effecten van en randvoorwaarden voor de huisvesting op langere termijn; onder andere over wonen en sociaal domein 6. Slotopmerkingen Ik ben me terdege bewust van de problematiek die dit verzoek met zich meebrengt op het gebied van de reguliere asielopvang. Er blijft daar een groot tekort aan opvang bestaan. Wij blijven dit monitoren en met u bespreken. Ik dring er bij alle gemeenten op aan om locaties die voor opvang van asielzoekers uit overige landen benut of beoogd zijn ook in te zetten voor dat doel. Uw aandacht daarvoor blijft geboden.
Voorts kondig ik aan, dat de voorbereidingen voor de overgang van de huidige nationale crisisbesluitvormingsstructuur naar een specifieke crisisbesluitvormingsstructuur voor dit vraagstuk vrijwel zijn afgerond. Zodra de situatie dit toelaat, komt de nieuwe structuur in werking. Tot slot wil ik mijn waardering uitspreken voor alle medewerkers en bestuurders van de gemeenten en de veiligheidsregio’s, die zich samen met maatschappelijke organisaties en vrijwillige burgerinitiatieven – met succes - tot het uiterste inspannen om deze crisis in goede banen te leiden. Ik realiseer mij goed dat de ‘normale’ dienstverlening aan de burgers hiermee onder druk komt te staan en dat dit soms pijn doet en tot onbegrip leidt. Ik wil me er met de DG Oek en NOO voor inzetten de pijn en het onbegrip tot het minimum te beperken.
Pagina 4 van 6
Ik vertrouw erop u zo voldoende te hebben geïnformeerd en zie ernaar uit met u in gesprek te gaan. Met vriendelijke groet,
Eric van der Burg Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Pagina 5 van 6
BIJLAGE RANDVOORWAARDEN VEILIGHEIDSREGIO’S (BRIEF VB 28 APRIL 2022) De veiligheidsregio’s benoemen de volgende randvoorwaarden voor de realisatie van de additionele 25.000 noodopvangplekken:
a) Beschikbaar stellen van menskracht. Personele tekorten en overbelasting van de ambtelijke organisatie van gemeenten en veiligheidsregio’s vormen een steeds groter probleem en kunnen leiden tot stagnatie; b) Flankerend beleid om druk op voorzieningen te mitigeren. De druk op de medische zorg en het onderwijs vraagt om landelijke oplossingen; c) Grootschalige opvanglocaties voor langdurig verblijf realiseren. Vanwege de grote voorzieningendruk en capaciteitstekorten is het van belang om voorzieningen te kunnen concentreren. Grootschalige opvanglocaties zijn hiervoor een realistische oplossing; d) Verdeelmodel naar absorptievermogen in plaats van een vast aantal per veiligheidsregio. Het is wenselijk criteria te formuleren waarmee objectief kan worden bepaald welke opvangcapaciteit een regio aankan; e) Helderheid over de duur van de additionele opdracht, waardoor contracten voor langere duur tot de mogelijkheden behoren; f)
Gezamenlijke uitvoeringsorganisatie tussen Rijk, veiligheidsregio’s en gemeenten;
g) ‘Warme ingroei’ van de opdracht voor extra 25.000 Oekraïense vluchtelingen. Vervang strakke deadlines voor streefdata; h) Adequate en flexibele financiële regeling inzake vergoeding kosten veiligheidsregio’s en gemeenten. In deze regeling moet rekening worden gehouden met fluctuerende kosten van opvang. Voor de additionele opgave zullen immers duurdere locaties beschikbaar gemaakt moeten worden en hebben we te maken met prijsstijgingen van verbouw- en inrichtingskosten. De bestaande regelingen zullen niet afdoende zijn; i)
Juridisch instrumentarium uitbreiden met de mogelijkheid tot vorderen van potentiële opvanglocaties;
j)
De inspanningen van de verschillende overheden zoals de Nationale Opvangorganisatie (NOO), veiligheidsregio’s en gemeenten moeten elkaar versterken. Met name de ondersteuning vanuit het NOO ten aanzien van onder meer het maken afspraken met landelijke partijen is hierbij behulpzaam.
Deze lijst wordt aangevuld met de randvoorwaarden die de VNG momenteel inventariseert.
Pagina 6 van 6