CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

385503 Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021.pdf

Gemeenteraad AW 8 november 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 9: Verordening op de gemeente adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard6.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit van de raad van de gemeente Albrandswaard tot vaststelling van de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Commissie RuimteliJkeKwaliteit Albrandswaard 2021 De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 september 2021

gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2van de Omgevingswet; gezien het advies van de commissie Beraad en Advies Ruimte;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de gemeentelijke adviescommissieCommissieRuimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd

CommissieRuimtelijke Kwaliteit; - goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; - wet: de Omgevingswet; - college: het collegevan burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard; - raad: de gemeenteraad van de gemeente Albrandswaard; Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1. Decommissie heeft alstaak de raad en het college te adviserenbij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2. Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoekvan het college over een aanvraagom of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: I'. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 7 . een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; T. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; zf. een andere activiteit in geval het college een adviesnodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; b.

adviseert de commissieop verzoek van het collegeover het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaakalsrijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; c. adviseert de commissie op verzoek van het college over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie,omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; d. adviseert de commissie op verzoek van het college in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48,tweede lid, van de wet en in andere gevallenwaarin het college een Verordening op de gemeente adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 – pagina 1 van 15

adviesnodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaandeof toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; e. informeert en begeleidt de commissie op verzoek van het college planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; f. voert de commissie op verzoekvan het collegevooroverleg met planïndieners over een in te dienen aanvraagom een omgevingsvergunning; g. adviseert de commissie op verzoek van het college over

het stellen van maatwerkvoorschriftenin verband met het uiterlijk vanbouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit

betreffen;. h. adviseert de commissie op verzoek van het college over het geven van beschikkingen op

grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzienvan de omgevingskwaliteit bevatten, te weten over voorwerpen op of aan de weg, het vellen van houtopstanden, de opslagvan voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke, recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen en standplaatsen. Paragraaf 3. Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd

Artikel 3. Verplichte advisering Het college winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in

artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen I'tot en met :, en onder b. Paragraaf 4. Samenstelling en inrichting Artikel 4. Samenstelling 1. De commissie bestaat uit maximaal acht leden, de voorzitter daaronder begrepen. De raad kan

daarnaastmaximaal acht plaatsvervangersbenoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. 2. Deleden en de plaatsvervangersworden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennisen ervaring. 3. In afwijking van het tweede lid kan maximaal een burgerlid en een plaatsvervangerworden benoemd. Zij worden benoemd op persoonlijke titel op grond van maatschappelijkekennis en ervaring.

4. Decommissietelt gelet op artikel 17.9,eerstelid, vande wet enkeleledendeskundigop het gebied van de monumentenzorg. 5. Dedisciplines die de leden in gezamenlijkheidvertegenwoordigen zijn tenminste: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw en architectuur. Artikel 5. Benoeming 1. Deleden en de plaatsvervangerskunnen voor een termijn van ten hoogste drie jaar worden benoemd. 2. Herbenoemingvan leden kaneenmaal voor ten hoogste drie jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 3. Afgetreden leden zijn een jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. Voormalig leden van het gemeentebestuur zijn 1 jaar na beëindiging van hun lidmaatschap van het gemeentebestuur benoembaar als lid of burgerlid. 5. De leden worden op eigen aanvraagontslagen.Zij kunnen voorts door het college worden geschorsten door de raad worden ontslagenwegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Artikel 6. Ondersteuningvan de commissie Verordening op de gemeente adviescommissie CommissieRuimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 – pagina 2 van 15

1. Decommissie wordt ondersteund door één of meerdere ambtelijke medewerkers. Verdere uitwerking van deze ondersteuning vindt plaats in het door de commissievast te stellen reglement van orde. 2. Een van de leden van de commissie zorgt voor agendering, verslaglegging en secretariaat. 3. De ambtelijke medewerkers zijn voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.

Paragraaf 5. Advisering en standpuntbepaling Artikel 7. Adviestermijn 1. Het college kan aangeven binnen welke termijn een advieswordt verwacht. 2. In geval het college geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een

termijn van vier weken. Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1. Devergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunningdoor of namensde commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agendavoor de vergadering van de commissiewordt tijdig op een geschiktewijze bekendgemaakt. Indien het college–al dan niet op verzoek van de aanvrager– een verzoek doet tot niet-openbare behandeling, dan dient het college daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de

adviezen 2. Deaanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraagten overstaan van de commissie. Tijdensde beraadslagingenis er geen spreekrecht. 3. Overige belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht in door de commissie gehouden openbare vergaderingen. Tijdens de beraadslagingenis er geenspreekrecht.

4. Overdeuit te brengenadviezenwordt niet beslotendan in aanwezigheidvanten minste3 leden Over een advies over een aanvraagom een omgevingsvergunning voor een

rijksmonumentenactiviteitmet betrekkingtot een monument wordt niet beslotendan in aanwezigheidvan ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 5. Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een

activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende adviesen zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. 6. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht

is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen.

Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie Decommissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9,eerste lid, van de wet de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikkingonder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezenleden, of een subcommissie. Artikel 10. Adviseurs 1. Decommissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door het college aangewezenambtenaren. 2. Decommissie kan zich doen bijstaan door door het college aangewezenandere personen, voor

zoverdat voor devervulling vanhaartaak nodigis. 3. Dein het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Verordening op de gemeente adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 – pagina 3 van 15

Artikel 11. Verwerkingvan het advies 1. Het college kan eenmaal per activiteit een second opinion inwinnen bij een (gemeentelijke) adviescommissiedie werkzaam is in een andere gemeente. Zij stellen de eigen commissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte.

2. Ingeval het collegeeen beschikkinggeeft in afwijking van het door decommissieuitgebrachte advies,al dan niet nagebruikmakingvan het eerstelid van dit artikel,verzendenzij een afschriftvan die beschikking aan de commissie.

Paragraaf 6. Werkwijze Artikel 12. Reglement van orde 1. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een

reglement van orde.

2. In het reglementvan orde komt ten minsteaande orde: a. de werkwijze bij de advisering zoalsgenoemd in artikel 2, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c; b. de inrichting van het vooroverleg zoalsgenoemd in artikel 2, tweede lid, onder f; c. de wijze waarop de agenda openbaarwordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; d. het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging,waarbij er een onderscheid wordt aangebrachttussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; e. de notulering en dossiervorming; f. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; g. de instelling van subcommissies;

h. de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie alsbedoeld in artikel 9; i. de selectie en voordracht van kandidaat-leden. ondersteuning van de commissie (zieartikel 6) j 3. Het college draagt zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement

van orde in het gemeenteblad.

Artikel 13. Relatiemet andereadviseurs Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen het college zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie. Artikel 14. Vergoeding 1. De door Dorp Stad en Land voorgedragen commissieleden genieten een door Dorp Stad en Land te

bepalen en te betalen vergoeding en een vergoeding van de reiskosten. 2. Deoverige comissieledengenieten een door de gemeente te betalen presentiegeld overeenkomstig het in het 'Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers’ aangegeven vergoeding voor commissieleden.

Verordening op de gemeente adviescommissie CommissieRuimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 – pagina 4 van 15

Paragraaf 7. Jaarverslag Artikel 15.Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks voor 1juni verslag alsbedoeld in artikel 17.9, zesdelid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde:

a. de wijze waarop toepassing is gegevenaan de kaders alsbedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegevenaan de openbaarheid van vergaderen. Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 16. Overgangsrecht 1. Alsvoor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissiesop het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de CommissieRuimtelijke Kwaliteit Albrandswaard wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet

1988 bedoelde commissie te zijn.

Artikel 17.Vervallen en intrekking oude regeling 1. De regels met betrekking tot de commissie in de artikelen 9.1 tot en met 9.8 van de 14e wijziging

van de Bouwverordening van de gemeente Albrandswaarden de artikelen 3, 4, tweede lid, 5, 12, 14, tweede lid en 15 van de Monumentenverordening Albrandswaard vervallen.

Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dezeverordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet)in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de gemeentelijke adviescommissie

CommissieRuimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 november 2021

De voorzitter,

/

9évoorzitè

de g

áendert Groenenboom

[irs

lndä de Witte

Verordening op de gemeente adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 – pagina 5 van 15

Verordening op de gemeente adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 – pagina 6 van 15

Toelichting Algemeen Met de Omgevingswet (hierna: de wet) die naar verwachting op 1januari 2022 in werking treedt, wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. Dewet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Belangrijk verbeterdoel van de nieuwe wet is een kader te bieden dat overheden meer afwegingsruimte biedt om doelen voor de leefomgeving te bereiken. “Decentraal, tenzij" is een belangrijk principe van de wet. Dit betekent dat taken en bevoegdheden in principe bij het lokale bestuur, zoalsde gemeente liggen. Alleen indien het gaat om

een nationaal of internationaalbelangof als dat doelmatigerof doeltreffenderis, stelt het Rijkregels. Eén van de doelen van de wet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit (artikel 1.3 van de

wet). Daarbijgaat het om het belangvan aspectenals cultureel erfgoed,architectonischekwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Gemeenten

hebben een grote vrijheid in de wijze waarop zij het doel van een goede omgevingskwaliteit willen bereiken. Dat geldt ook voor de rol van de gemeentelijke adviescommissie(hierna: commissie) daarbij. Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van dezecommissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit.

Artikelsgewijs Artikel 1. Definities Commissie Dit is de gemeentelijke adviescommissieop grond van artikel 17.9van de wet. Goedeomgevingskwaliteit "Eengoede omgevingskwaliteit" is naast veiligheid en gezondheid opgenomenin de maatschappelijke doelstelling van de wet (artikel 1.3 van de wet). Dit geeft aan dat aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap belangrijk zijn. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving alsom de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden (Kamerstukken ll 2013-2014,33962, nr. 3). De gemeente heeft de plicht de zorg voor de omgevingskwaliteit zelf in te vullen, inclusief het adviesstelselop het gebied van de omgevingskwaliteit. Burgers kunnen, wanneer geen concrete gedragsbepalingenvoorhanden zijn of deze niet toereikend blijken, ten aanzien van de het doel van een goede omgevingskwaliteit een

beroep doen op de algemene zorgplicht. Artikel 2. Taak en werkzaamheden Eerste lid

Dit lid beschrijft de adviestaakin algemene zin: het adviseren van de raad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) op het gebied van de omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet. De commissie adviseert dus niet over andere aspecten van de fysieke

leefomgeving, zoalseen veilige en gezondefysieke leefomgeving. Tweede lid Onderdeela Dit betreft de advisering over aanvragen om een omgevingsvergunningof de advisering over een ontwerpbesluit als het college geen bevoegd gezag is. De commissie adviseert op verzoek van het

collegeover een aanvraagvoor: f . een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument Verordening op de gemeente adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 - pagina 7 van 15

Dewet definieert een rijksmonumentenactiviteit als volgt:

“een activiteit inhoudendehet slopen,verstoren,verplaatsenof wijzigenvaneen rijksmonumentof een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaargebracht". Decommissie adviseert niet over aanvragenom een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot archeologische rijksmonumenten. Decommissie brengt advies uit met het oog op het behoud van cultureel erfgoed. Uitgangspunten daarbij zijn:

- het voorkomenvanontsiering,beschadigingof sloop vanmonumenten en archeologische rnonurnenterl; - het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist is voor het behoud van die monumenten;

- het bevorderenvan het gebruikvanmonumenten,zo nodigdoor wijziging vandie monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; en - het conserverenen in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. Dit volgt uit artikel 8.80 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) dat de beoordelingsregels voor de rijksmonumentenactiviteit bevat.

Voorrijksmonumentenactiviteitenmet betrekkingtot archeologischerijksmonumentenisde Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de Minister van OCW)aangewezenals advies- en instemmingsorgaan in de gevallen dat het college het bevoegd gezag is. Dit in verband met

zijn verantwoordelijkheid voor de archeologischerijksmonumenten en met het landelijk overzicht en de vereiste specialistischekennis en ervaring die aanwezigzijn bij de Rijksdienstvoor het Cultureel Erfgoed. Ook is de Minister van OCW(mede) bevoegdtot toezicht en handhaving waar het gaat om archeologische rijksmonumenten. Behoud in situ (in de bodem) is hierbij het uitgangspunt.

Degemeenten spelen desalniettemin in de archeologie een cruciale rol. De afweging om archeologische monumenten in situ (in de bodem) dan wel ex situ (door ze op te graven) te behouden, wordt meestal door de gemeentegemaakt in het kader van het opstellen van het omgevingsplan en de belangenafwegingbij de specifieke omgevingsplanactiviteiten waaraan een

archeologischeonderzoeksplichtis gekoppeld.Degemeente isop grond vanartikel 5.130van het Bkl verplicht om bij het opstellen van het omgevingsplan rekening te houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, waaronder (aantoonbaar te verwachten) archeologische monumenten. Daarbij kan de (aantoonbaar te verwachten) aanwezigheid van archeologische monumenten van invloed zijn op onder meer de toedeling van functies aan locaties – bijvoorbeeld de keuzeom geen parkeergaragetoe te staanop een locatie met hoge archeologische waarde – of op de inhoud van in het omgevingsplan op te nemen beschermende regels of beoordelingsregels. De commissie kan hierover op grond van de andere onderdelen van dit artikel adviseren. Voor alsgemeentelijk monument beschermdearcheologische monumenten is de commissie wel het aangewezen adviesorgaan. 2'. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermdgemeentelijk monument of een gemeentelijk monument

Debeschermingvan monumentenof archeologischemonumentenalsgemeentelijkmonument gebeurt door aan het monument of archeologischmonument in het omgevingsplan de functieaanduiding gemeentelijk monument te geven.Met een voorbereidingsbesluit kan voorbescherming worden geboden aan een locatie waarvoor wordt overwogen deze de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven. Overgangsrechtgemeentelijke monumenten Verordening op de gemeente adviescommissie CommissieRuimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 – pagina 8 van 15

Het overgangsrecht in de wet en het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelt dat er bij het in werking treden van de wet een vergunningplicht geldt voor activiteiten met betrekking tot gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten die nog op grond van de Monumentenverordening Albrandswaard zijn aangewezen.De regels uit die verordening blijven gelden tot het moment dat dit onderwerp in het nieuwe deel van het omgevingsplan is geregeld. Dit volgt uit de artikelen 22.4 en 22.8van de wet en artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet in samenhang met artikel 22.2 van het omgevingsplan (bruidsschat). De in de Monumentenverordening Albrandswaard opgenomen vergunningplicht geldt als een verbod op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. 3'. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen De raad kan op grond van artikel 16.15, tweede lid, van de wet in het nieuwe deel van het

omgevingsplan bepalen in welke gevallen een advies verplicht is. Dit kan per gebied of per type activiteit of bouwwerk verschillen. Zolang nog geen gevallen zijn aangewezen, zet het college het bestaande beleid met betrekking tot het vragen van commissieadviesvoort. Omdat het omgevingsplan ook bij een projectbesluit of een voorbereidingsbesluit kanworden gewijzigd, brengt dit mee dat ook Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het Waterschap en de Minister van OCWde commissie als adviseur in het omgevingsplan kunnen aanwijzen. Regelsover de aanwijzing van de commissie alsadviseur kunnen ook onderdeel zijn van de voorbeschermingsregelswaarmee een voorbereidingsbesluit het omgevingsplan wijzigt. Overigens betekent dit niet dat de commissiedaarmee ook formeel adviesorgaanvan die andere bestuursorganen wordt. Alshet college geen bevoegd gezagis voor de aanvraag om een omgevingsvergunning maar adviseur, is de commissie ook adviseur en richt het advies van de commissie zich tot het college in plaats van het bevoegd gezag (artikel 4.22 van het

Omgevingsbesluit).

4:. eenandereactiviteit in gevalhet collegeeenadviesnodig achtenmet het oog op het bereikenen in stand houden van een goede omgevingskwaliteit

Dit onderdeel is gelijkwaardig aan de huidige zogenoemde “kan-bepaling" over de welstandsadvisering in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht. Het college kan– voor

zoverdat in het omgevingsplanniet andersis geregeld– op grond daarvanzelf bepalenof zij een adviesinwinnen bij de commissie. Debeoordeling van de omgevingsplanactiviteit bouwen door de commissie Bij het beoordelen van een bouwplan volgt de commissie de beoordelingsregels die in het omgevingsplan staan. De beoordelingsregelsgeven aan onder welke voorwaarden de vergunning kan worden verleend of geweigerd. Het gaat hierbij om regels over het bouwwerk zelf alswel zijn relatie tot de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Bijvoorbeeld de bouwhoogte, de bouwmassa,het maximale bebouwingsoppervlak, de aanwijzing van bouwvlakken, de situering op de bouwvlakken, de karakteristiek van de bebouwing, en het uiterlijk van bouwwerken zoalsvastgelegd in de beleidsnota. Dewet biedt de gemeente een kansom te zorgen voor een betere inbedding en aansluitingvan welstandsaspecten binnen het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. Het streven naar een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet is daarbij het overkoepelende doel. Daarom is de advisering niet beperkt tot ingrepen aan beschermde monumenten en het uiterlijk van bouwwerken. De commissie adviseert zowel over de toepassing van de regels in het omgevingsplan zelf (zoalsde mogelijkheid tot “binnenplanse” afwijkingen), alsover de toepassing van de

Verordening op de gemeente adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 – pagina 9 van 15

beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken. Dit gebeurt vanuit het doel van een goede omgevingskwaliteit. Onderdeelb De Minister van OCW vraagt ingevolge de Erfgoedwet altijd advies aan het college van de gemeente

waar een monument of archeologisch monument zich bevindt, alvorens te besluiten het aan te wijzen als rijksmonument. In dat geval is de commissie adviseur van het college. Decommissie is ook adviseur in geval het college het voornemen heeft een monument of archeologischmonument aan te wijzen als gemeentelijk monument (door de locatie de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven) Onderdeelc Dit onderdeel geeft invulling aan de mogelijkheid als bedoeld in artikel 17.9, tweede lid, van de wet om de commissie in te schakelen bij het ontwikkelen van beleid voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Zoalshierboven vermeld gaat het uitsluitend om beleid op het gebied van de omgevingskwaliteit. Onderdeeld Dit onderdeel betreft de opgavegerichte advisering in verband met een verkenning van een mogelijk bestaandeof toekomstige opgave. In geval van een verkenning in het kader van een projectprocedure of projectbesluit als bedoeld in

artikel 5.48, tweede lid, van de wet onderzoekt het bevoegd gezag de mogelijke oplossingen voor een opgave. Door de verkenning kan het bevoegd gezag inzichten verkrijgen in: - de aard van de opgave,

- de relevante ontwikkelingen voor de fysieke leefomgeving, en - de mogelijke oplossingenvoor die opgave. Hieronder vallen ook de oplossingen die anderen aandragen en waarvan het bevoegdgezag na beoordeling ervan besluit deze mee te nemen in de verkenning. Burgers,bedrijven, maatschappelijke organisatiesen bestuursorganen van het Rijk en de provincie die een mogelijke oplossinghebben aangedragen,kunnen aan het collegevragen een deskundige instantie als de commissieover hun oplossingte raadplegen. Het college kanook zelf advies vragen over de aangedragenoplossingen voor de opgave.

Delaatstezinsnedevandit onderdeel geeft aandat ook alser geensprakeisvan een projectprocedure of projectbesluit het college aan de commissie advies kan vragen in het kader van een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving. Onderdeele Dit onderdeel betreft de ontwerpgerichte advisering. Dezetaak heeft geen betrekking op het adviseren over door het college op aanvraag te nemen besluiten, maar op het informeren en

begeleiden van planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces, met het doel een hoogstaande stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit te bereiken. Dit onderdeel biedt de mogelijkheid om in een specifiek geval de commissie of een lid van de commissie te belasten met of te betrekken bij deze taak. Onderdee\f Vooroverleg bij een vergunningaanvraagwordt in de wet niet gereguleerd. De bestaande praktijk kan op grond van dit onderdeel worden voortgezet. Het belang van een goed vooroverleg neemt toe, aangezienhet vereiste van onlosmakelijke samenhang vanuit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) niet is overgenomen in de wet. De initiatiefnemer is er zelf Verordening op de gemeente adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 – pagina IO van 15

verantwoordelijk voor dat zij of hij voor alle activiteiten beschikt over de vereiste vergunningen. Het is aan de initiatiefnemer om de verschillende eisen op elkaar af te stemmen. Vooral bij complexe projecten is vooroverleg van groot belang. Onderdeel g In dit onderdeel is bepaald dat de commissie ook adviseur kan zijn bij het stellen van

maatwerkvoorschriftenin verbandmet het uiterlijk vanbouwwerken,dezorgvoor cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen. De aanschrijvingsbevoegdheidals bedoeld in artikel 13a vande Woningwet in geval van een bouwwerk dat in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand, is opgenomen in de bruidsschat als bedoeld in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet. Dit in de vorm van een bevoegdheid tot stellen van maatwerkvoorschriften (zie artikel 22.7 in samenhang met artikel 22.4 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan). Despecifieke zorgplicht voor rijksmonumenten verplicht initiatiefnemers om maatregelen te nemen om het beschadigen of vernielen van (voorbeschermde) rijksmonumenten te voorkomen. Een

activiteit hoeft daarbij niet gerichtte zijn op een rijksmonument.Het isvoldoendedat eenactiviteit in de fysieke leefomgeving effect heeft op dat rijksmonument. Eenvoorbeeld hiervan is het bouwen van een tunnel, waardoor een rijksmonument kan verzakken. Deregels voor de specifieke zorgplicht staan in hoofdstuk 13 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De gemeente kan op grond

daarvan maatwerkvoorschriften opleggen. Onderdeel h De meeste regels over de fysieke leefomgeving uit de gemeentelijke verordeningen komen niet in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het gaat bijvoorbeeld om de regels over objecten in de

openbare ruimte in de Algemene plaatselijke verordening Albrandswaard2021. Degemeente kan deze regels tot het einde van de overgangsfase (2029) omzetten naar het nieuwe deel van het

omgevingsplan. Op grond van dit onderdeel kan het collegeook op basisvan deze verordeningen advies vragen aan de commissie, ook al zijn de regels nog niet omgezet naar het omgevingsplan.

Artikel 3. Verplichte adviezen Dit artikel sluit aan op de verplichte adviezen op grond van artikel 17.9 van de wet en het op grond van de Monumentenverordening Albrandswaard verplichte advies bij gemeentelijke monumenten. Artikel 4. Samenstelling Eerstelid Dit lid geeft invulling aan artikel 17.7, eerste lid, van de wet, waarin is bepaald dat de raad het aantal leden vaststelt. Erworden ook plaatsvervangersbenoemd, zodat de commissie ook kan functioneren wanneer één of meer vaste leden zijn verhinderd. Tweede lid Dit lid geeft aan dat de leden als deskundigen en dus op persoonlijke titel en op grond van hun persoonlijke kwalificaties worden benoemd. Hun lidmaatschap is niet afhankelijk van het bekleden van een bepaalde functie of het hebben van een bepaalde hoedanigheid. De leden vertegenwoordigen geen bijzondere belangen. Dat betekent bijvoorbeeld dat belangenorganisaties op het gebied van de omgevingskwaliteit geen vertegenwoordigers in de commissie hebben. De

ledenzullen hun functie onafhankelijkdienenuit te oefenen. Daartegenoverstaat dat benoeming niet achterwege zal blijven enkel vanwege het lidmaatschap van een bepaaldegroepering of het

Verordening op de gemeente adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 – pagina 11 van :15

bekleden van een bepaalde bestuurlijke of maatschappelijke functie. Daarnaast beschikken de leden

over inzicht in maatschappelijke verhoudingen op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. Derde lid Dit lid voorziet in de mogelijkheid om burgerleden te benoemen. Voor deze leden geldt de eis van inzicht in maatschappelijke verhoudingen op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. Vierde en vijfde lid

Dezeleden zien toe op de deskundigheidsgebiedendie in de commissie vertegenwoordigd moeten zijn. Dewet schrijft voor dat binnen de commissieenkele leden deskundig dienen te zijn op het gebied van de monumentenzorg, en dat die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunningvoor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument. Volgensde Memorie van toelichting dient de commissie ten minste over deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur„ landschap en stedenbouw te beschikken (Kamerstukken ll 2014-2015, 33962 nr. 3, p. 581). Het is mogelijk dat één persoon meerdere disciplines in zich verenigt. Artikel 5. Benoeming Eerstetot en met derde lid Dezeleden hebben betrekking op de benoemingstermijn als bedoeld in artikel 17.7,eerste lid, van de wet. Het eerste lid regelt de benoeming voor de eerste termijn. Het tweede lid ziet toe op de herbenoeming. De regelsvoor de herbenoeming zijn logischerwijs alleen van toepassing op de leden, niet op hun plaatsvervangers.In het derde lid is de mogelijkheid opgenomen om leden 1jaar na hun aftreden opnieuw te benoemen. Vierde lid Ledenvan het gemeentebestuur zijn 1jaar na hun beeindiging van hun lidmaatschap van de gemeentebestuur benoembaar alslid of burgerlid. Dit om de onafhankelijkheid van de commissie te waarborgen.

Vijfde lid Dit lid regelt schorsingen ontslag. Deraad benoemt en ontslaat de leden. Het is vanzelfsprekend dat leden op eigen aanvraagworden ontslagen. Zij kunnen verder door het college worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Artikel 6. Ondersteuningvan de commissie Decommissie wordt bijgestaan door ambtelijke medewerkers die voor de uitoefening van hun taak uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de commissie. Eenvan de leden van de commissie zorgt voor agendering,verslagleggingen secretariaat. Artikel 7. Adviestermijn In de wet is geen termijn gesteld waar binnen de commissie moet adviseren. Daarom kan het college

op grond van het eerste lid aangevenbinnen welke termijn een advies wordt verwacht. Dezetermijn mag volgens artikel 3:6 van de Awb niet zodanig kort zijn, dat de commissie zijn taak niet meer kan

vervullen.In het tweede lid is bepaalddat het collegeook kanafzienvan het stellen vaneen termijn. In dat geval geldt een termijn van vier weken.

Indien geen advieswordt uitgebracht binnen de genoemde adviestermijn, staat dit de besluitvorming door het college niet in de weg (artikel 3:6, tweede lid, van de Awb). Artikel 8. Beraadslagingen standpuntbepaling Eerstelid Verordening op de gemeente adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 – pagina 12 van 15

Dit lid is een nadere regeling van uitwerking van de wettelijke eis van openbaarheid als bedoeld in artikel 17.9, vijfde lid, van de wet.

Tweede lid Uit artikel 4:7 van de Awb volgt de beperkte verplichting dat de mogelijkheid tot toelichting van een plan ten overstaan van de commissie dient te worden geboden aan de aanvrager van de omgevingsvergunning. Daarnaasthebben andere belanghebbendenspreekrecht. Dekring van spreekgerechtigden is beperkt tot belanghebbenden (alsbedoeld in artikel 1:2 van de Awb). Daarmee wordt voorkomen dat allerlei personen tijdens de vergadering van de commissie kunnen

inspreken, terwijl die in een eventuele rechterlijke procedure tegen de omgevingsvergunningvoor het bouwen geen recht van spreken hebben omdat zij geen belanghebbendenzijn. Het spreekrecht is van invloed op het tijdstip waarop de vergaderingvan de commissie wordt aangekondigd. Dat tijdstip moet dan zodanigworden gekozendat eventuele sprekers voldoende tijd hebben om zich op de vergadering voor te bereiden. De regelingvan dit spreekrecht wordt

opgenomen in het reglementvanorde (zieartikel 12). Deverplichting tot openbaar vergaderen heeft betrekking op de vergaderingen waarin het adviesop de aanvraag voor een omgevingsvergunning of op een voorgenomen beschikkingformeel wordt vastgesteld. Het is niet verplicht voor informeel vooroverleg of bij de beleidsgerichte, opgavegerichte

of ontwerpgerichte advisering.Depotentiële initiatiefnemer kanin het stadiumvanvooroverleg gebaat zijn met beslotenheid. Openbaarheid zou dan remmend op het vooroverleg kunnen werken, terwijl uit oogpunt van de korte planprocedure vooroverleg stimulering verdient. Derde lid Dit lid ziet erop toe dat in de vergadering voldoende leden aanwezigzijn, zodat een deskundig oordeel kan worden gevormd. Het borgt ook de wettelijke eisdat enkele leden die deskundigzijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet). Vierde lid Met deze bepaling wordt verstrengeling van belangen tegengegaan.

Vijfde lid Dit lid verwijst naar de Awb die uitvoerders van wetten een geheimhoudingsplicht oplegt ten aanzien van gegevenswaarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden. Op grond van artikel 2:5, tweede lid, van de Awb is de plicht tot geheimhouding ook van toepassing op instellingen die een wettelijke taak uitvoeren. Daaronder vallen ook adviesorganen. Dit lid plaatst buiten twijfel dat de geheimhoudingsplicht ook op de commissieen de daarvoor werkzame personen van toepassing is.

Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie Dit artikel geeft de mogelijkheid om de advisering namens de commissie over te laten aan een of meer leden, al dan niet in een vaste samenstelling alssubcommissie.De commissie blijft verantwoordelijk voor het advies.Eengoede omschrijving van de volmacht is nodig om aan het advies een doorslaggevende betekenis toe te kennen. Dit kanworden opgenomen in het reglement

van orde (artikel 12). Daarbijmoet wel rekeningworden gehoudenmet de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraagom een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit

(artikel 17.9,eerste lid, van dewet) Verordening op de gemeente adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 – pagina 13 van 15

De commissie kan ervoor kiezen de volmacht te beperken tot de plannen met relatief geringe

ruimtelijke betekenis, of plannen waar gelet op meer dan één vergelijkbare vallen de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld. Een ruimere volmacht is mogelijk indien de betrokken leden of de subcommissiesvolledig beschikken over de professionele deskundigheid die in een specifiek geval nodig is voor de advisering (bijvoorbeeld deskundig op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap,stedenbouw, en architectuur). Ook hier blijft gelden de wettelijke eis dat enkele leden die deskundigzijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder gevalworden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de

wet) Artikel 10. Adviseurs Dit artikel geeft de commissie de bevoegdheid zichten behoeve van de adviseringte laten voorlichten door ambtenaren (eerste lid) of door externe deskundigen (tweede lid). Een ambtenaar of een andere deskundigekan ingevolge het derde lid op uitnodiging van de commissie aanwezig zijn bij de vergaderingen of als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Dezeregeling sluit aan op de gegroeide praktijk, waarbij de commissies afhankelijk van de behoefte, specifiekeadviseurs inschakelen (bijvoorbeeld een specialist op het gebied van historische interieurs of een specialist op het gebied van duurzaam bouwen). Artikel 11. Verwerking van het advies Eerstelid Dit lid ziet toe op het vragen van een secondopinion aan een gemeentelijke adviescommissievan een andere gemeente in geval het collegezich niet kanverenigen met het adviesvan de commissie.

Om oneindig'shoppen’te voorkomen isdit slechtséén keer per activiteit toegestaan. Tweede lid

Dit lid is opgenomen met het oog op een goede vervulling van de adviestaak. Daarvoor is nodig dat de commissie voortdurend inzicht heeft in hoe het college omgaat met de uitgebrachte adviezen.

Artikel 12. Reglementvan orde Eerstelid Decommissie stelt een reglement van orde vast. Tweede lid Dit lid geeft aan welke onderwerpen in ieder geval in het reglement van orde worden opgenomen. Derde lid Dit lid regelt de bekendmaking van het reglement van orde. Dat kan als aparte bekendmaking met een goede verwijzing naar dezeverordening. Juridischgezien behoeft het reglement van orde niet in de verordening zelf te worden opgenomen.

Artikel 13. Relatiemet andere adviseurs Dit artikel regelt een goede afstemming tussen de werkzaamheden van andere adviseur(s) op het gebied van de omgevingskwaliteit en de commissie. Artikel 14. Vergoeding Dit artikel regelt de vergoeding die de leden ontvangen.

Verordening op de gemeente adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 – pagina 14 van 15

De leden van de commissie die op voordracht van Dorp, Staden Landzijn benoemd ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding op grond van de tarieven zoalsjaarlijks afgesproken met Dorp, Stad en Land. Door de gemeente voorgestelde of gevraagde leden ontvangen een vergoeding voor commissieleden op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Artikel 15. Jaarverslag Het jaarverslag alsbedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet kanvoor de raad aanleiding zijn voor bijstelling van het gemeentelijk beleid. Decommissie kan naar aanleidingvan de verrichte werkzaamheden beleidsaanbevelingendoen. Bijvoorbeeld over de in het omgevingsplan op te nemen beoordelingscriteria met betrekking tot de omgevingskwaliteit. Om die reden verschijnt het jaarverslag tijdig vóór de jaarlijkse beleids- en begrotingscyclusin de gemeente. De specifieke bepalingen over het jaarverslag van het college zijn onder de wet vervallen. In verband met de politieke verantwoordelijkheid voor de omgevingskwaliteit heeft het college het voornemen om de bestaande praktijk van verantwoording en terugkoppeling voort te zetten en deze mee te nemen in de verplichte evaluatierapportage over de uitvoering van het omgevingsrecht aan de raad.

In de gemeentelijke evaluatierapportage kan bijvoorbeeld aandachtworden besteed aan hoe is omgegaan met de adviezenvan de commissie en aan het (tijdig) inwinnen en ontvangen van advies binnen de afdoeningstermijn. Artikel 16. Overgangsrecht Eerstelid Dit lid regelt dat aanvragen ingediend voor het inwerkingtreden van dezeverordening volgens het oude recht door de commissieworden afgedaan. Artikel 17. Vervallen en intrekking oude regeling Eerstelid Alleen de regels met betrekking tot de commissiesin de 14' wijziging van de Bouwverordening van de gemeente Albrandswaard en de Monumentenverordening Albrandswaardvervallen op grond van dit lid.

Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel bepaalt het tijdstip van inwerkingtreding en de citeertitel vande verordening.

Verordening op de gemeente adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 – pagina 15 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3349/documents/26090