38. 2025-060017 Raadsvoorstel Beleid bestaanszekerheid en schuldhulpverlening.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: Beleid bestaanszekerheid en schuldhulpverlening
College van burgemeester en wethouders 9 september 2025
Portefeuillehouder Mieke van Ginkel Opsteller: de Jonge Marit
Zaaknummer 2025-060017
Openbaar
Geadviseerd besluit 1. Het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 ‘Samen de schulden te lijf in Albrandswaard’ vast te stellen. 2. Het Beleidskader Bestaanszekerheid 2026-2030 ‘Huishoudboekje in balans en ruimte om mee te doen’ vast te stellen. 3. De Verordening Meedoen Albrandswaard 2026 vast te stellen. 4. De door het Rijk beschikbare gestelde middelen voor schuldhulpverlening in de mei circulaire van 2025 storten in de algemene reserve en deze middelen in 2026 beschikbaar stellen in het budget schuldhulpverlening ten laste van de algemene reserve. Een en ander verwerken in de eerste financiële rapportage.
Raadsvoorstel Inleiding Anno 2025 hebben nog steeds veel huishoudens moeite om rond te komen, financiële zorgen en/of problematische schulden. Gemeenten hebben de wettelijke taak om schuldhulpverlening te bieden. Aanvullend op deze wettelijke taak bieden gemeenten vanuit lokaal beleid ondersteuning aan inwoners in armoede. Voor gemeenten is het een uitdaging om tegenwicht te bieden aan armoede. Inkomensbeleid is namelijk voorbehouden aan de landelijke overheid die daarmee verantwoordelijk is voor de hoogte van de uitkeringen, het minimumloon en de toeslagen. Gemeenten kunnen met beperkte middelen maatregelen treffen om de situatie van deze inwoners te verzachten en waar mogelijk belemmeringen wegnemen zodat ze mee kunnen doen aan de samenleving. Ook in de gemeente Albrandswaard hebben we inwoners die moeilijk rond kunnen komen en die we de helpende hand willen bieden. De afgelopen jaren hebben we met het Beleidsplan Minimabeleid en Plan Schuldhulpverlening 2020-2024 een stevige basis gelegd. We bouwen voort op deze basis en herijken ons beleid met het voorliggend beleidsplan en beleidskader. Het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 ‘Samen de schulden te lijf in Albrandswaard’ en Het Beleidskader Bestaanszekerheid 2026-2030 ‘Huishoudboekje in balans en ruimte om mee te doen’ zijn separate documenten.
Dit heeft ermee te maken dat de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening per 1 januari 2021 flink is gewijzigd, met een grotere rol voor gemeenten. Daarnaast is het schuldendomein veel meer in beweging en kan het zijn dat nieuwe ontwikkelingen een tussentijdse bijstelling van het beleid vereisen. Om die reden leggen we ter besluitvorming twee aparte beleidsplannen voor die qua activiteiten verschillend zijn, maar wel met elkaar samenhangen en bijdragen aan dezelfde beleidsdoelen. Naast de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, zijn vanuit beide domeinen ook raakvlakken met onder andere de Participatiewet en de Gemeentewet. Beoogd effect Zowel het beleidsplan schuldhulpverlening als het beleidskader bestaanszekerheid dragen in meer of mindere mate bij aan de volgende programmadoelen van het Sociaal Domein: • Elke inwoner krijgt de kans om zich te ontwikkelen; • Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen; • Inwoners kunnen voor zichzelf zorgen en kijken naar elkaar om; • Inwoners van jong tot oud, zijn (langer) vitaal, gelukkig en gezond. Het beoogd effect meten we op basis van eigen cijfers aangevuld met landelijke cijfers vanuit het CBS. Op basis van deze cijfers monitoren we het gebruik van schuldhulpverlening en minimaregelingen.
Argumenten 1.1 Het huidige beleidsplan schuldhulpverlening moet op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en landelijke ontwikkelingen worden geactualiseerd De looptijd voor het schuldhulpverleningsbeleid dat deel uitmaakt van het Beleidsplan Minimabeleid en Plan Schuldhulpverlening 2020-2024 is verstreken. Daarnaast verplicht Wgs gemeenten om eens in de vier jaar een beleidsplan op te stellen. Met het geactualiseerde beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 voldoen we aan deze wettelijke verplichting. Daarnaast spelen we in op landelijke ontwikkelingen, zoals de opdracht aan gemeenten om te voldoen aan de zogenoemde elementen van de basisdienstverlening in de schuldhulpverlening. Binnen onze schuldhulpverlening zijn een aantal elementen al geïntegreerd. De overige elementen maken deel uit van dit meerjarige beleidsplan, waarbij we kiezen voor een geleidelijk zorgvuldige implementatie. 1.2 De geleerde lessen en nieuwe inzichten vereisen een actualisatie van het huidige beleidsplan Met het huidige beleidsplan hebben we onze schuldhulpverlening de afgelopen jaren, zeker na de ontvlechting, deels moeten herinrichten. Met op jaarbasis meer dan 100 aanmeldingen, hebben we in relatief korte tijd, een stevige basis neergelegd. We zien, op basis van geleerde lessen en nieuwe inzichten, ruimte voor verdere verbetering van onze schuldhulpverlening.
De in het beleidsplan voorgestelde beleidskeuzes en de speerpunten geven daar invulling aan. Als één van de speerpunten
2/6
gaan we de komende jaren meer doelgerichte schuldpreventieactiviteiten inzetten, specifiek gericht op life-events. Dat zijn belangrijke levensgebeurtenissen die voor inwoners een financiële impact kunnen hebben. Door gericht in te zetten op de life events hulpaanbod voorzien we eerder in een ondersteuningsbehoefte, waardoor mogelijke schulden voorkomen kunnen worden. 2.1 Landelijke en lokale ontwikkelingen vereisten een actualisatie van het minimabeleid De afgelopen jaren zijn er ontwikkelingen geweest die eveneens een actualisatie van het huidige minimabeleid vereisen. Het gaat enerzijds om landelijke ontwikkelingen, zoals de urgentie en het belang van bestaanszekerheid die voor veel inwoners in het geding is. In dat kader hebben gemeenten nog steeds een belangrijke rol te vervullen in het tegemoet komen van deze inwoners. Die rol pakken we ook op, want ook binnen onze gemeente hebben we inwoners die moeilijk rond komen. Anderzijds zijn de beschikbare middelen beperkt en dat vereist bijvoorbeeld dat we onze minimaregelingen tegen het licht houden en daarin onderbouwde beleidskeuzes moeten maken. Met het voorliggend beleidskader presenteren we voor de komende jaren een afgewogen pakket maatregelen, met als uitgangspunt een effectieve inzet van de beschikbare middelen met maximale impact voor onze inwoners.
De bijbehorende verordening Meedoen Albrandswaard, is op basis van het voorliggende beleidskader geactualiseerd. 2.2 Het beleidskader Bestaanszekerheid 2026-2030 draagt bij aan de programmadoelen Sociaal Domein Het Beleidskader Bestaanszekerheid draagt, net als het Beleidsplan Schuldhulpverlening bij aan de volgende programmadoelen van het Sociaal Domein: • Elke inwoner krijgt de kans om zich te ontwikkelen; • Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen; • Inwoners kunnen voor zichzelf zorgen en kijken naar elkaar om; • Inwoners van jong tot oud, zijn (langer) vitaal, gelukkig en gezond; Aanvullend op deze beleidsdoelen, streven we ernaar om de deelname van kinderen aan activiteiten op het gebied van sport, cultuur en educatie ter verhogen. Hiervoor hebben we het Kindpakket beschikbaar. Kinderen zijn de generatie van de toekomst, door hen nu tegemoet te komen, investeren we in het verbeteren van hun toekomstperspectief en verkleinen we het risico op intergenerationele armoede. Mede op advies van de Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard bieden we als nieuw beleidsmaatregel gratis zwemlessen aan kinderen uit minimagezinnen. 3.1 De inhoud van het beleidsplan Bestaanszekerheid leidt tot wijzigingen in de Verordening Meedoen In het beleidsplan staan maatregelen genoemd die een doorwerking hebben in de Verordening Meedoen.
Het gaat hierbij om het toevoegen van gratis zwemlessen, een rechtmatigheidstoets op inkomen en vermogen, een aanpassing van de procedure en het opnemen van de regels omtrent de tegemoetkoming voor gedupeerden van de toeslagenaffaire 4.1 Voor het doorontwikkelen en verbeteren van de schuldhulpverlening, conform de landelijke afspraken rondom de elementen van de basisdienstverlening, heeft het Rijk via de meicirculaire van 2025 nieuwe incidentele middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld Voor de gemeente Albrandswaard gaat het om een bedrag van € 17.600 voor 2025. Het is niet haalbaar om dit geld al in 2025 te besteden. Om die reden overhevelen we dit bedrag naar 2026 en voegen we het toe aan de bestaande budgetten van schuldhulpverlening. Dit geld is hard nodig om de schuldhulpverlening de komende jaren verder te verbeteren op basis van de genoemde speerpunten in dit beleidsplan. Overleg gevoerd met Op 2 april 2025 is aan Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard een presentatie gegeven over de voorgenomen beleidsmaatregelen en hebben we met elkaar het gesprek daarover gevoerd. Vervolgens heeft de Adviesraad op 17 juni 2025 formeel advies uitgebracht op de voorliggende beleidsplannen (bijlage 5 en 6). Op dit advies wordt, na instemming van het college, de voorliggende antwoordbrief verzonden (bijlage 7).
3/6
Kanttekeningen 1.1 De uitvoering van de genoemde activiteiten in het Beleidsplan Schuldhulpverlening vinden geleidelijk plaats, rekening houdend met de personele capaciteit Het beleidsplan bevat deels nieuwe activiteiten die de komende jaren uitgevoerd dienen te worden. Dit vereist efficiënte inzet van beschikbare personele capaciteit. Om het risico van personele krapte in te perken vangen niet alle activiteiten gelijktijdig aan in 2026. We spreiden de start van nieuwe activiteiten over 2026 en 2027, zodat we rekening houden met de beschikbare personele capaciteit. 1.2 Eventuele aanvullende ombuigingen/bezuinigingen anders dan de voorgestelde besparingen in dit beleidskader kunnen gevolgen hebben voor de voorgestelde beleidsmaatregelen Met het afgewogen voorgestelde maatregelenpakket zorgen we voor een optimale inzet van de beschikbare middelen met maximale impact voor onze inwoners. Eventuele onvoorziene toekomstige ombuigingen/bezuinigingen kunnen gevolgen hebben voor de voorgestelde beleidsmaatregelen. Uitvoering/vervolgstappen Na vaststelling van de beleidsplannen worden de betrokken afdelingen en externe partners, zoals De Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard geïnformeerd. Financiën De beleidsmaatregelen en bijbehorende acties worden gedekt vanuit bestaande budgetten voor schuldhulpverlening en minimabeleid (tabel 1 & 2).
Vanwege de samenhang tussen schuldhulpverlening en het minimabeleid betrekken we het totale budget dat is gereserveerd voor beide beleidsterreinen. Tabel 1 Budgetten Minimabeleid Bedrag 2026 Bedrag 2027 € 1.005.300 € 1.005.300
Bedrag 2028 € 1.005.300
Bedrag 2029 € 1.005.300
Bedrag 2030 € 1.005.300
Tabel 2 Budgetten Schuldhulpverleningsbeleid Bedrag 2026 Bedrag 2027 Bedrag 2028 € 85.200 85.200 € 85.200 + € 17.600
Bedrag 2029 € 85.200
Bedrag 2030 € 85.200
Inclusiviteitstoets Het beleid is gericht op brede toegankelijkheid voor alle inwoners, met extra aandacht voor kwetsbare groepen zoals kinderen, werkenden met een laag inkomen, en mensen met beperkte taal- of digitale vaardigheden. Communicatie/participatie na besluitvorming Na vaststelling van de beleidsplannen worden de betrokken afdelingen en externe partners, zoals De Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard geïnformeerd.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Beleidsplan bestaanszekerheid 2026-2030 versie def..docx Verordening Meedoen Albrandswaard 2026 Was/wordt-lijst Verordening Meedoen Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Albrandswaard 2026 Beleidsregels Bijzondere Bijstand Albrandswaard 2025 Advies Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard- Beleidskader Bestaanszekerheid.pdf Advies Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard Beleidsplan Schuldhulpverlening.pdf Antwoordbrief op de ontvangen adviezen van de Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard.docx
4/6
9. Presentatie Beraad en Advies Welzijn 29 september 2025.pptx 10. Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030 versie def_.docx
5/6
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Beleid bestaanszekerheid en schuldhulpverlening
Zaaknummer:
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 9 september 2025, gelet op Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening Participatiewet Gemeentewet;
BESLUIT: 1. Het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 ‘Samen de schulden te lijf in Albrandswaard’ vast te stellen.
2. Het Beleidskader Bestaanszekerheid 2026-2030 ‘Huishoudboekje in balans en ruimte om mee te doen’ vast te stellen.
3. De Verordening Meedoen Albrandswaard 2026 vast te stellen.
4. De door het Rijk beschikbare gestelde middelen voor schuldhulpverlening in de mei circulaire van 2025 storten in de algemene reserve en deze middelen in 2026 beschikbaar stellen in het budget schuldhulpverlening ten laste van de algemene reserve. Een en ander verwerken in de eerste financiële rapportage.
6/6
Beleidskader bestaanszekerheid 2026-2030 Huishoudboekje in balans en ruimte om mee te doen
Gemeente Albrandswaard Juni, 2025
Inhoudsopgave Voorwoord
1. De aanleiding voor dit beleidskader 1.1 Inleiding 1.2 Landelijk beleid en rol gemeenten 1.3 De programmabegroting: programma sociaal domein 2. Het geactualiseerde beleid voor de komende jaren 2.1 De omvang van armoedeproblematiek in Nederland en Albrandswaard 2.2 Het nieuwe beleid: Visie, beleidsdoelen, ambities en beleidsmaatregelen 2.3 Bijstellen op basis van nieuwe ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht 2.4 Cijfers en monitoring 3. De financiën
Voorwoord
Met trots presenteer ik u het nieuwe beleidskader Bestaanszekerheid 2026-2030: Huishoudboekje in balans en ruimte om mee te doen.
De komende jaren blijven we ons inzetten voor de inwoners van Albrandswaard die financieel kwetsbaar zijn. Of het nu gaat om mensen die tijdelijk een bijstandsuitkering nodig hebben, werkenden die door de stijgende kosten moeilijk rondkomen, of ouderen met een beperkt pensioen: iedereen verdient het om mee te kunnen doen.
Voor kinderen maken we ons extra hard. Geen enkel kind mag buiten de boot vallen door geldzorgen thuis. Meedoen op school, sporten, of gewoon een fiets om op naar vriendjes te gaan – dat zou vanzelfsprekend moeten zijn. Als gemeente willen we ervoor zorgen dat elk kind de kans krijgt om zich te ontwikkelen, zonder dat armoede in de weg staat. Want armoede mag niet van generatie op generatie worden doorgegeven.
Bestaanszekerheid is niet iets wat je moet verdienen, het is een basisrecht. Natuurlijk ligt er een verantwoordelijkheid bij de rijksoverheid, maar ook wij – als gemeente – nemen onze rol serieus. We kijken verder dan alleen de financiële situatie. We bieden ondersteuning op maat, met aandacht voor de hele mens. Zo zorgen we ervoor dat iedereen kan blijven meedoen in onze samenleving.
Samen maken we ons sterk voor een Albrandswaard waarin iedereen meetelt. Want als iedereen mee kan doen, wordt onze samenleving als geheel sterker.
Mieke van Ginkel, Wethouder
Hoofdstuk 1: De aanleiding voor dit beleidskader 1.1 Inleiding Het is algemeen bekend dat armoedeproblematiek verregaande gevolgen kan hebben voor de betrokken huishoudens, maar ook voor de samenleving. Leven in armoede is meer dan alleen een geldkwestie. Het kan zorgen voor maatschappelijke uitsluiting, een verslechterde gezondheid en weinig zelfvertrouwen. En volgens de schaarste theorie hebben mensen die het financieel zwaar hebben te maken met zoveel stress dat ze niet altijd in staat zijn probleemoplossend te denken en daarnaar te handelen. Anno 2025 hebben nog steeds vele huishoudens moeite om rond te komen. Voor gemeenten is het een uitdagende taak om hier tegenwicht aan te bieden. Inkomensbeleid is namelijk voorbehouden aan de landelijke overheid die daarmee verantwoordelijk is voor de hoogte van de uitkeringen, het minimumloon en de toeslagen. Gemeenten kunnen met beperkte middelen maatregelen treffen om de situatie van deze inwoners te verzachten en waar mogelijk belemmeringen wegnemen zodat ze mee kunnen doen aan de samenleving. Ook in de gemeente Albrandswaard hebben we inwoners die moeilijk rond kunnen komen en die we de helpende hand willen bieden. De afgelopen jaren hebben we met het Beleidsplan Minimabeleid en Plan Schuldhulpverlening 2020-2024 een stevige basis gelegd.
We bouwen voort op deze basis en actualiseren ons beleid met als uitgangspunt een effectieve inzet van de beschikbare middelen met maximale impact voor onze inwoners. Dit voorliggend beleidskader voor bestaanszekerheid heeft betrekking op de periode 2026-2030. In nauwe samenhang is het beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 gelijktijdig ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. In dit eerste hoofdstuk lichten we de landelijke ontwikkelingen kort toe. Hoofdstuk 2 beschrijft de omvang van de armoedeproblematiek in Nederland en de gemeente Albrandswaard, aangevuld met de visie, ambities en beleidsmaatregelen. Hoofdstuk 3 sluit af met financiën. 1.2 Landelijk beleid en rol gemeenten De afgelopen jaren, zeker na de coronapandemie, heeft armoede, dat steeds vaker wordt aangeduid met de meer omvattende term bestaanszekerheid, meer aandacht gekregen. Ook bij dit demissionair kabinet en de vorige kabinetten is dit het geval (geweest). Het Rijk is verantwoordelijk voor het bieden van bestaanszekerheid aan de Nederlandse bevolking. Dit is zo geregeld in de Grondwet. Echter, hebben landelijke maatregelen, nog niet tot grote inkeer geleid, want nog steeds leven (te) veel huishoudens in armoede. Het kabinet heeft in juni 2025 het Nationaal Programma Armoede en Schulden gelanceerd. Daarop heeft de VNG, namens gemeenten, gematigd positief gereageerd.
De VNG moedigt de voortgang op dit thema, maar mist in het Programma structurele maatregelen voor het borgen van bestaanszekerheid en voor het aanpakken van de fundamentele problemen die gemeenten in de praktijk tegenkomen. Landelijke partijen bepleitten bij de rijksoverheid al een langere tijd om ingrijpende structurele maatregelen die meer effect sorteren. Deze maatregelen worden grotendeels gemist in het
gelanceerde Programma. Zo hebben de VNG, UWV en SVB in een verklaring bestaanszekerheid die in 2024 werd gepubliceerd gevraagd om stevige hervormingen, onder de volgende vier pijlers:
Zorg voor voldoende inkomen om van te kunnen leven. Investeer in werk en werkzekerheid. Zorg voor een zeker en voorspelbaar inkomen. Zorg voor begrijpelijke rechten en plichten en eenvoudige toegang De basis op orde en maatwerk als het echt nodig is.
Aanvullend op deze verklaring, zijn er tal van onderzoeken geweest die inzoomen op het belang van bestaanszekerheid en het gegeven dat deze lang niet voor alle mensen een vanzelfsprekendheid is. Zo ondersteunt het onderzoek Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid van het Instituut voor Publieke Economie (2025) de oproep dat het rijk zo snel mogelijk verantwoordelijkheid moet nemen om landelijk de basis op orde te brengen. Als de basis op orde is kunnen gemeenten zich meer dan nu richten op het benodigde en aanvullende maatwerk in plaats van het opvullen van de lancunes van het landelijke beleid. In de huidige situatie blijven gemeenten noodgedwongen de lancunes opvullen en compensatie en verzachting bieden aan inwoners die niet of nauwelijks rond kunnen komen. Ook een deel van onze inwoners heeft hiermee te maken. Zij leven in het nu en kunnen niet wachten tot de rijksoverheid over de brug komt met ingrijpende maatregelen die voor hen wel het verschil zal maken. Een stevig lokaal beleid bestaanszekerheid, zoals voorgesteld in dit beleidskader, blijft daarom hard nodig.
1.3 De programmabegroting: programma sociaal domein
`
Het beleidsveld schuldhulpverlening valt in de programmabegroting onder het deelprogramma Sociaal Domein. Dit beleidsplan draagt in meer of mindere mate bij aan de doelen van dit programma: -
Elke inwoner krijgt de kans om zich te ontwikkelen; Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen; Inwoners kunnen voor zichzelf zorgen en kijken naar elkaar om; Inwoners van jong tot oud, zijn (langer) vitaal, gelukkig en gezond; Inwoners zijn in staat om (langer) (veilig) thuis te (blijven) wonen.
Hoofdstuk 2: Het geactualiseerde beleid voor de komende jaren 2.1 De omvang van armoedeproblematiek in Nederland en Albrandswaard In Nederland wordt de hoogte van het inkomen gebruikt om de omvang van potentiële armoede binnen een land of gemeente weer te geven. Waar voorheen landelijke organisaties zoals het CBS, SCP en het Nibud een eigen meting van armoede hanteerden met als gevolg verschillende armoedecijfers, hebben zij sinds 2024 de handen ineen geslagen en gezamenlijk een methodiek ontwikkeld om de armoede in Nederland te meten. Armoede wordt in deze meting als volgt gedefinieerd: Een huishouden beschikt na het betalen van de daadwerkelijke lasten aan wonen, energie en basiszorg over te weinig geld voor de minimaal noodzakelijke uitgaven aan overige levensbehoeften.
Op basis van deze methodiek leefden in Nederland in 2023 540.000 mensen in armoede wat neerkomt op 3,1% tegen 3,4% in 2022. Bijna 1,2 miljoen mensen behoorden volgens deze meting niet tot de allerarmsten maar hadden zij niet of nauwelijks een vermogensbuffer om financiële tegenvallers om te vangen. Op basis van deze meetmethodiek zou het in onze gemeente gaan om 1,9% inwoners die in armoede leven. Dat is weliswaar relatief gezien minder dan de landelijke 3.1%, maar geeft nog steeds aanleiding om hier maatregelen voor te treffen. Ter voortzetting van het beleid van voorgaande jaren, houden we in onze gemeente rekening met inwoners die op papier niet tot de allerarmsten behoren, maar door gestegen kosten wel moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat zijn onder andere werkenden met een laag inkomen, oftewel werkende armen die niet of nauwelijks een vermogensbuffer kunnen opbouwen. Voor de doelgroep minima houden we daarom vast aan de inkomensgrens van 120% van het sociaal. Op basis hiervan behoort 5,1% van de inwoners van onze gemeente tot deze doelgroep, wat neerkomt op circa 700 huishoudens, met in totaal circa 1.300 volwassenen en 300 kinderen. In vergelijking met voorgaande jaren is dit aantal stabiel gebleven (bron: opendata CBS)
2.2. Het nieuwe beleid: visie, beleidsdoelen, ambities en beleidsmaatregelen Het voorliggend beleid is deels een voortzetting van bestaande maatregelen en deels een wijziging of aanvulling met (nieuwe) maatregelen. Deze paragraaf beschrijft de visie en beleidsdoelen voor komende jaren, aangevuld met ambities en concrete beleidsmaatregelen. Visie & beleidsdoelen We vinden het belangrijk dat alle inwoners uit onze gemeente over de noodzakelijke levensbehoeften kunnen beschikken en dat alle inwoners naar vermogen kunnen deelnemen aan de samenleving. Inwoners die ondanks hun inspanningen daar (tijdelijk) niet of onvoldoende in slagen, komen we tegemoet met gerichte maatregelen. Daarbij hebben we niet alleen aandacht voor geldgebrek, want bestaanszekerheid gaat bijvoorbeeld ook over toegankelijke gezondheidszorg, een dak boven je hoofd en gelijke onderwijskansen. Het minimabeleid waar dit beleidskader betrekking op heeft valt in de programmabegroting onder het deelprogramma Sociaal Domein. Met dit beleidskader dragen we in meer of mindere mate bij aan de doelen van dit programma: -
Elke inwoner krijgt de kans om zich te ontwikkelen; Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen; Inwoners kunnen voor zichzelf zorgen en kijken naar elkaar om; Inwoners van jong tot oud, zijn (langer) vitaal, gelukkig en gezond;
Aanvullend op deze beleidsdoelen, streven we ernaar om de deelname van kinderen aan activiteiten op het gebied van sport, cultuur en educatie ter verhogen. Hiervoor hebben we het Kindpakket beschikbaar. Kinderen zijn de generatie van de toekomst, door hen nu tegenmoet te komen, investeren we in het verbeteren van hun toekomstperspectief en verkleinen we het risico op intergenerationele armoede. Dit sluit ook aan bij het advies van de Kinderombudsman. De ambities en beleidsmaatregelen Voor de realisatie van bovenstaande doelen hebben we hieronder in blauwe kaders ambities geformuleerd met daaronder telkens een toelichting.
Ambitie 1: Armoede is meer dan alleen een geldkwestie. We zetten in op bestaanszekerheid voor alle inwoners, door domeinoverstijgend samen te werken met interne afdelingen en externe partners bundelen we onze krachten en maken we het verschil. Bestaanszekerheid omvat meer dan alleen het beschikken over voldoende geld voor het levensonderhoud. Het gaat ook om toegankelijk onderwijs, waarin kinderen die het thuis financieel moeilijk hebben, ook kunnen beschikken over de noodzakelijke benodigdheden, in eerste instantie vanuit het onderwijsveld, en waar mogelijk ondersteunend vanuit de gemeente. Het gaat om een toegankelijke gezondheidszorg, waar we deels in tegemoet komen door een gemeentepolis aan te bieden. En het gaat over het meedoen van alle overige inwoners in de breedste zin van het woord. En hiervoor is het nodig dat inwoners gestimuleerd worden om mee te doen naar vermogen. De komende jaren gaan we, aanvullend op de maatregelen vanuit dit beleidskader, ook vanuit andere beleidsterreinen aandacht hebben voor bestaanszekerheid. Concreet betekent dit dat wanneer we vanuit andere beleidsterreinen bezig zijn met beleids- en uitvoeringsplannen, ook verkennen hoe andere beleidsterreinen kunnen bijdragen aan het armoedevraagstuk.
Met de diverse interne afdelingen, ketenpartners en maatschappelijke organisaties zorgen we voor een integrale aanpak waarbij we elkaars expertise weten in te zetten en elkaar versterken. In het Integraal Beleid Sociaal Domein van de gemeente Albrandswaard staat het volgende geformuleerd: “Samen met inwoners en maatschappelijke partners wil de gemeente werken aan een vitale en gelukkige samenleving waarin iedereen mee kan doen. Voor inwoners die (tijdelijk) hulp en ondersteuning nodig hebben is een vangnet aanwezig.” Met dit beleidskader sluiten we daar op aan. Ambitie 2: We maken armoede en schulden bespreekbaar via een doorlopende communicatiecampagne. Hiermee bereiken we inwoners die nog niet in beeld zijn maar wel hulpbehoevend.
Voor het bespreekbaar maken van armoede en schulden zetten we een doorlopende communicatiecampagne op, waarbij we aansluiten op bestaande events. We leggen geschikte momenten in het jaar vast waarin aandacht is voor de thema’s armoede en schulden. Voorbeelden hiervan zijn: De jaarlijkse week van het geld in maart, de dag tegen de armoede in oktober, de aanvang van het schooljaar enzovoort. We passen een communicatiekalender toe waarin we deze momenten als reminder vastleggen en koppelen daar een communicatie-uiting of activiteiten aan vast. Ambitie 3: Alle inwoners doen naar vermogen mee, met hierbij extra aandacht voor kinderen, werkenden met een laag inkomen. Geldgebrek mag in geen enkele levensfase een belemmering vormen om mee te kunnen doen.
Een belangrijk beleidsmaatregel voor het bevorderen van participatie betreft onze minimaregelingen. De minimaregelingen bieden enerzijds verzachting en compensatie, zodat niemand onder het bestaansminimum komt. Anderzijds vormen ze een stimulans, zodat alle inwoners mee kunnen doen aan activiteiten die bijdragen aan sociale ontmoeting, zelfontplooiing, culturele vorming en sportieve opvoeding. Onderstaande tabellen bevatten een overzicht van bestaande minimaregelingen die
ongewijzigd worden voortgezet en minimaregelingen die per 1 januari 2026 worden aangepast of helemaal nieuw zijn, inclusief toelichting. Voor de genoemde vermogenstoetsing wordt aangesloten bij de definitie conform artikel 34 van de Participatiewet. Het gaat onder andere om spaargelden en andere waardevolle bezittingen. In 2025 geldt voor alleenstaanden een maximaal vermogen van € 7.770 en voor gehuwden/samenwonenden € 15.540. Voor wat betreft de overwaarde op een woning geldt een uitzondering, deze mag maximaal € 65.500 bedragen. Voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen gelden afwijkende bedragen die landelijk zijn bepaald. Voor alleenstaande gaat het om maximaal € 3.700 en voor gehuwden/samenwonenden € 4.900.
Tabel 1: de ongewijzigde minimaregelingen Soort regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Inkomensgrens t.o.v. wettelijk sociaal minimum Tot 100%. Dit is de maximaal toegestane inkomensgrens met vermogenstoets. Dit is landelijk beleid dat geen ruimte laat voor verdere verruiming.
Toelichting Ongewijzigd
Individuele bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag
Tot 120% met vermogenstoets.
Ongewijzigd
Minimaal 3 jaar tot 120 % met vermogenstoets. Alleenstaand: € 450, Alleenstaande ouder: € 575 en paar: € 682
Ongewijzigd
Tot 120% met vermogenstoets. Maximaal € 200 per volwassene per jaar.
Ongewijzigd
Tot 120% met vermogenstoets. Maximaal €150 per volwassene per jaar. Tot 120%.
Ongewijzigd
Tegemoetkoming Eigen Risico zorgkosten Meedoen volwassenen Gratis OV voor 60+ via RET
Ongewijzigd Argumentatie: Gratis OV kan zowel voor het individu als voor de samenleving een grote maatschappelijke meerwaarde hebben. De inwoners worden hiermee in de gelegenheid gesteld om te participeren. Met de vervoerder gaan we in de 2de helft van 2025 in onderhandeling over hernieuwde afspraken voor 1-12026 en verder.
Meedoen Kindpakket
Tot 120% met vermogenstoets: 4 t/m 11 jaar €350 en 12 t/m 17 jaar €450.
Ongewijzigd Argumentatie: De minima effectenrapportage laat zien dat voor ouder(s) met kinderen de bedragen nog steeds toereikend zijn, uitgaande van de Nibud normbedragen voor het meedoen van kinderen.
Tabel 2: de minimaregelingen die worden aangepast of geheel nieuw beleid zijn Soort regeling
Collectieve zorgpolis minima
Meedoen schoolkosten
In huidig beleid: Inkomensgrens t.o.v. wettelijk sociaal minimum Tot 130%, zonder vermogenstoets . De gemeente draagt bij aan de premie van de pakketten.
Tot 120% €250 per kind in brugklas per jaar. Het bedrag is €175 per kind
Voorgestelde wijziging in dit voorliggend beleidskader, inclusief toelichting
Eventuele bijkomende kosten of te realiseren besparingen
Voorstel tot wijziging: De inkomensgrens wordt verlaagd tot 120% met vermogenstoets.
Indicatieve besparing: € 19.000 per jaar. Hierbij is uitgegaan van circa 10% van de huidige deelnemers die vanwege vermogenstoets niet meer in aanmerking zouden kunnen komen.
Argumentatie: We willen de middelen gerichter inzetten voor de beoogde doelgroep minima en we hanteren met 120% een uniforme grens voor alle regelingen. De impact n.a.v. bijstelling tot 120% is zeer gering, omdat uit een steekproef geen deelnemers naar voren komen met een inkomen tussen 120% en 130%. Het landelijke BSENF dat zicht heeft op de deelnemers aan collectieve gemeentepolissen bij gemeenten bevestigt dit beeld. De invoering van de vermogenstoets heeft daarentegen wel impact voor naar verwachting circa 10% van de huidige deelnemers. Voorstel tot wijziging: deze Indicatieve besparing: € 3.000 per regeling per 1-1-2026 laten jaar. vervallen. Argumentatie:
Gratis Zwemlessen voor kinderen vanaf 5 jaar
Toetsen op rechtmatigheid door invoering inkomensen vermogenstoets voor gerichte toekenning van de regelingen.
per schooljaar in Het Kindpakket kan ook in deze VO na brugklas. kosten voorzien. We voorkomen een stapeling regelingen. De impact is zeer beperkt omdat het aantal gebruikers zeer gering is. Bovendien wordt tegenwoordig veel schoolmateriaal al beschikbaar gesteld via scholen. Tot 120% met Nieuw beleid. vermogenstoets Argumentatie: . Kinderen moeten zwemvaardig zijn om zich te kunnen redden in wateren. Met deze nieuwe regeling komen we tegemoet aan de eerder uitgesproken wens van de Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard. De aantallen instromende kinderen op jaarbasis is mede afhankelijk van de beschikbare plekken in het lokale zwembad. Met het zwembad en/of zwemverenigingen worden afspraken gemaakt, met als streven de start van de lessen vanaf het nieuwe schooljaar 2026/2027. Voorstel tot wijziging: toepassen van toetsing op rechtmatig.
Argumentatie: Op dit moment vindt zeer beperkt toetsing plaats, waardoor vooraf niet duidelijk is of de regelingen toekomen aan de beoogde doelgroep minima. De toetsing op rechtmatigheid is niet vanwege wantrouwen richting de inwoner, maar om het bieden van duidelijkheid. Door toetsing vooraf voorkomen we het risico op terugvordering bij inwoners die ten onrechte een aanvraag indienen. De toetsing zal aselect plaatsvinden op basis van een vooraf vastgesteld methodiek.
De jaarlijkse kosten zijn afhankelijk van de aantallen instromende kinderen en de beschikbare plekken. Voor diploma A, B en C worden de oplopende kosten geraamd op € 18.000 per jaar.
Indicatieve besparing: € 8.000 per jaar.
Ambitie 4: We zorgen met gerichte activiteiten voor een “armoedeoffensief” om het bereik van de minimaregelingen onder de doelgroep minima te vergroten. We zorgen voor een armoedeoffensief met als streven het vergroten van het bereik van de minimaregelingen onder de doelgroep minima. Hiervoor zetten we de volgende maatregelen: -
-
De digitale informatie over de minimaregelingen is gebundeld op één gemeentelijk webpagina die makkelijk vindbaar en toegankelijker is voor de inwoners. We maken optimaal gebruik van communicatiekanalen en vindplaatsen van onze partners en andere relevante partijen om de minimaregelingen onder de aandacht te brengen. We werken samen met vrijwilligers, ambassadeurs, sleutelfiguren en ervaringsdeskundigen om onze minimaregelingen onder de aandacht te brengen. We zorgen voor een jaarlijkse voorlichtingsbijeenkomst waarop we onze partners informeren over de minimaregelingen. We versimpelen de aanvraagprocedure voor minimaregelingen. We brengen minimaregelingen proactief onder de aandacht bij minima die ons in beeld zijn en kennen deze automatisch toe. De automatische toekenning geldt voor de Meedoenregeling en Individuele Inkomenstoeslag, gebruikmakend van de ruimte die de wettelijke kaders (gaan) bieden. Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans dat al door de Tweede Kamer is aangenomen en in de 2de helft van 2025 nog langs de Eerste Kamer moet, maakt het mogelijk om de Individuele Inkomenstoeslag ambtshalve toe te kennen, dus zonder dat de inwoner deze hoeft aan te vragen. Dit helpt om het niet-gebruik van deze regeling verder terug te dringen. Daarnaast vermindert het de administratieve lasten voor gemeenten, omdat ze nu niet nogmaals een aanvraag hoeven te controleren.
Ambitie 5: We zorgen voor een meer doelgerichte en efficiënte inzet van onze beperkte armoedemiddelen, zodat we met minimale middelen maximale impact kunnen bereiken.
We hebben beperkte middelen die we kunnen besteden en tegelijkertijd staan we voor de uitdaging om de komende jaren kritisch te kijken naar onze gemeentelijke uitgaven. Hiervoor zijn ombuigingsvoorstellen met de raad gedeeld. De komende jaren zorgen we voor een doelgerichte en efficiënte inzet van onze beperkte armoedemiddelen, zodat we met minimale middelen maximale impact kunnen bereiken. Dit betekent dat we alle (aflopende) contractuele afspraken met externe partners kritisch beoordelen op de meerwaarde. Dit geldt ook voor nieuwe (subsidie)verzoeken en nieuwe activiteiten. Daarin wegen we af of dit gekwalificeerd wordt als een wettelijke/gemeentelijke taak en welke impact dit heeft voor onze minimadoelgroep. Op basis van deze afweging stoppen we per 2027 met de jaarlijkse oplevering van de armoedemonitor en de effectenrapportage door een extern bureau. En het per 1 september 2025 aflopend contract met de Nederlandse Schuldhulproute (NSR) wordt niet verlengd. Beëindiging van beide producten levert een besparing op van circa €18.500.
2.3. Bijstellen op basis van nieuwe ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht Dit herijkte beleid is aan voorkant goed doordacht op basis van de huidige kennis van zaken. We behouden de komende jaren de ruimte, om indien nodig, de maatregelen bij te stellen. Dat doen we alleen wanneer landelijke (onvoorziene) ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht hier aanleiding voor vormen.
2.4. Cijfers en monitoring Voor de komende jaren houden de omvang van de armoedeproblematiek via de CBS data in de gaten. En we sluiten ons aan bij het project DDAS, waarmee we de komende jaren via het CBS kosteloos meerdere data over armoede en schulden ontvangen om ons beleid te kunnen monitoren. Als gemeente hebben we maar zeer beperkt invloed op hoe de ontwikkeling van de armoedecijfers. Externe ontwikkelingen, zoals landelijk inkomens-en toeslagenbeleid en de economische ontwikkelingen hebben meer invloed op de armoedecijfers. Desondanks nemen we als gemeente een belangrijke rol in. We presenteren met de genoemde beleidsmaatregelen een stevig pakket waarmee we onze inwoners verzachting en compensatie kunnen bieden zodat ze niet onder het bestaansminimum zakken en mee kunnen doen. Het gebruik van onze minimaregelingen blijven we de komende jaren monitoren. Ook hier voor geldt dat we zo nodig ons beleid bijstellen als daar aanleiding voor is.
Hoofdstuk 3 financiën Voor de uitvoering van dit herijkte beleidsplan maken we gebruik van de reeds in de begroting gereserveerde middelen voor minimabeleid (zie onderstaand tabel 3). Vanwege de samenhang met het beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030, zijn voor schuldhulpverlening de budgetten weergegeven in tabel 4. De budgetten zoals weergegeven, in combinatie met de te realiseren indicatieve besparingen van € 48.500 (zie tabel 2 en ambitie 5 in paragraaf 2.2) bieden voldoende dekking om de gratis zwemlessen voor kinderen als nieuw beleidsmaatregel te financieren. Tabel 3 Minimabeleid Bedrag 2026 € 1.005.300
Bedrag 2027 € 1.005.300
Bedrag 2028 € 1.005.300
Bedrag 2029 € 1.005.300
Bedrag 2030 € 1.005.300
Bedrag 2028 € 85.200
Bedrag 2029 € 85.200
Bedrag 2030 € 85.200
Tabel 4 Schuldhulpverleningsbeleid Bedrag 2026 € 85.200 + € 17.600
Bedrag 2027 85.200
Verordening Onderwerp:
Gemeenteraad:
BBVnr:
Verordening Meedoen Albrandswaard 2026
29 september 2025
2025-055859
De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 september 2025; gelet op Gelet op artikel 108 en artikel 147 van de Gemeentewet; Overwegende dat het wenselijk is dat volwassenen en kinderen met een laag inkomen kunnen Meedoen aan allerlei maatschappelijke activiteiten van sport, cultuur en school; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening Meedoen Albrandswaard 2026
Artikel 1. Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als omschreven in de Participatiewet (Pw) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). a. Deelnemen aan een minnelijke schuldregeling (MSNP): de inwoner die een schriftelijk besluit heeft gekregen van toelating tot de gemeentelijke schuldhulpverlening. b. Inkomen: het inkomen of bijzonder inkomen als bedoeld in artikel 32 en 33 van de Participatiewet. c. Inwoner: een persoon die is ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Albrandswaard en een woonadres heeft in de gemeente Albrandswaard. d. Kalenderjaar: tijdvak van een jaar lopend van 1 januari tot en met 31 december. e. Peildatum leeftijd: datum waarop een inwoner de regeling Meedoen aanvraagt. f. Reguliere zwemlessen: de zwemlessen met uitzondering van speciale acties tijdens vakanties en turbolessen. g. Ten laste komend kind: is een eigen-, stief-, pleeg- of geadopteerd kind onder de 18 jaar, waar de ouder financieel verantwoordelijk voor is en waar de ouder kinderbijslag voor kan krijgen.
h. Vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Artikel 2. Aanvraag Meedoen 1. Inwoners kunnen jaarlijks voor 1 december van het kalenderjaar een aanvraag indienen voor de regeling Meedoen via het daarvoor beschikbaar gestelde formulier, met opgave van bewijsstukken. 2. Inwoners die een uitkering Participatiewet ontvangen dienen ook een aanvraag in voor 1 december van het kalenderjaar, maar hoeven geen bewijsstukken van inkomen en vermogen mee te sturen. Artikel 3. Voorwaarden recht op Meedoen 1. Om in aanmerking te komen voor Meedoen dient de aanvrager: a. De Nederlandse nationaliteit te hebben of een geldende verblijfsvergunning. b. Inwoner te zijn van de gemeente Albrandswaard. c. Een inkomen te hebben dat minder, of gelijk is aan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (zonder toepassing kostendelersnorm). d. Niet meer vermogen te hebben dan de van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet (waarbij het vermogen in de eigen woning niet wordt meegeteld). e. Geen student te zijn die studiefinanciering ontvangen of die in aanmerking komen voor WTOS. 2.
Inwoners die op basis van een beschikking deelnemen aan een minnelijke schuldregeling (MSNP) dan wel een schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) hebben, worden geacht een inkomen te hebben zoals bedoeld in lid 1 onder c. 3. De eenmalige hardheidstegemoetkoming die gedupeerden van de toeslagenaffaire hebben ontvangen op grond van artikel 49 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt niet gerekend tot het inkomen en vermogen van de aanvrager. De vrijstelling voor vermogen geldt voor zover de “hardheidstegemoetkoming voor de toeslagenaffaire” nog niet is besteed of geïnvesteerd door de gedupeerde c.q. aanvrager van de Meedoen voorzieningen. Artikel 4. Hoogte en besteding tegemoetkoming Meedoen 1. De tegemoetkoming Meedoen voor volwassenen bedraagt maximaal € 150, - per persoon per kalenderjaar. 2. De tegemoetkoming Meedoen voor een ten laste komend kind van 4 jaar tot en met 11 jaar bedraagt maximaal € 350,- per kind per kalenderjaar. 3. De tegemoetkoming Meedoen voor een ten laste komend kind van 12 jaar tot en met 17 jaar bedraagt maximaal € 450,– per kalenderjaar.
4. De tegemoetkoming Meedoen is te besteden aan de onderstaande producten, diensten of activiteiten. Deze lijst is niet limitatief; uitzonderingen kunnen gemotiveerd worden aangevraagd. - Sport/cultuur/muziek en de bijkomende kosten hiervan - Cursussen en de bijkomende kosten van de cursus - Lidmaatschap bibliotheek (vanaf 18 jaar) en/of van een club - Maatschappelijk geaccepteerde recreatieve en culturele uitjes, familie-uitstapjes (zoals dierentuin, pretparken, museum e.d.) - Plaatselijke of regionale activiteiten/evenementen (bijv. activiteiten tijdens schoolvakanties) - Aanschaf Rotterdampas - Reiskosten - Aanschaf van een laptop, fiets of schoolspullen. In het geval van kinderen gaat het om de aanschaf van minimaal noodzakelijke middelen waar de school niet in kan voorzien. - verjaardagsfeestje
Artikel 5. Gratis zwemlessen voor kinderen van 5 tot en met 9 jaar (vanaf 1 september 2026) 1. Ouder of verzorger, zijnde inwoners van de gemeente Albrandswaard, kunnen voor kinderen aanvullend op een aanvraag van de Meedoenregeling ook een aanvraag indienen voor vergoeding van zwemlessen voor het behalen van diploma A, B en eventueel diploma C als kinderen na het behalen van diploma B nog door willen leren. 2. De tegemoetkoming voor een ten laste komend kind van 5 jaar tot en met 9 jaar is maximaal €1.100, - voor de reguliere zwemlessen A, B, en optioneel C. 3. Bij de zwemlessen is een verplichte aanwezigheid vereist van 90% van de lessen. Indien het kind niet aan de aanwezigheidsverplichting voldoet, kan de vergoeding worden stopgezet en de beschikbare plek in de zwemgroep aan een ander kind worden toegekend. 4. Een vergoeding voor zwemlessen wordt alleen verstrekt als deze worden gevolgd in het zwembad van Albrandswaard. Artikel 6. Toekenning en uitbetaling tegemoetkoming Meedoen 1. Eén keer per kalenderjaar kan een aanvraag op basis van deze verordening worden ingediend bij het college middels het daarvoor bestemde aanvraagformulier. Het aanvraagformulier wordt gedateerd en ondertekend ingeleverd. Op het aanvraagformulier verklaart de aanvrager duidelijk dat: a. het inkomen van het vorige belastingjaar en het vermogen ten tijde van de aanvraag
lager zijn de maxima zoals genoemd in artikel 3 van deze verordening en b. de gemeente deze gegevens mag controleren. 2. Na vaststelling van het recht krijgt de aanvrager de volledige vergoeding uitbetaald. 3. De uitbetaling vindt bij voorkeur plaats door middel van het rechtstreeks overmaken aan de leverancier, club of vereniging. Als dat niet mogelijk is zal er worden uitbetaald aan de aanvrager. 4. De tegemoetkoming is niet over te dragen aan een ander gezinslid. Bij de aanschaf van een computer kunnen gezinsleden wel de bedragen samenvoegen. 5.Het college kan in beleidsregels bepalingen opnemen over de vorm van de ter beschikking stelling van de tegemoetkoming (pas, voucher, tegoedbon etc.). 6. Vooraf wordt gecontroleerd op rechtmatigheid. Artikel 7. Doorgeven wijzigingen Wijzigingen die van invloed zijn op het recht op Meedoen moeten direct (binnen 5 werkdagen) worden doorgegeven aan de gemeente.
Artikel 8. Fraude Als er een vermoeden is dat er onjuiste informatie is verstrekt voor het bepalen van het recht op de regeling Meedoen wordt er onderzoek verricht en wordt de rechthebbende gehoord. Bij vastgestelde fraude wordt het recht op Meedoen voor alle gezinsleden onmiddellijk stopgezet en beëindigd voor het resterende kalenderjaar.
Artikel 9. Hardheidsclausule Het college kan ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze verordening, voor zover de toepassing hiervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 10. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking na publicatie op 1 januari 2026. 2. De ‘Verordening Meedoen Albrandswaard 2016’ wordt per 1 januari 2026 ingetrokken. 3. Het ‘Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard houdende regels omtrent de tegemoetkoming voor gedupeerden van de toeslagenaffaire (Uitvoeringsbeleid Meedoen Albrandswaard 2021)’ wordt per 1 januari 2026 ingetrokken.
Artikel 11. Citeerartikel 1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Meedoen Albrandswaard 2026.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 29 september 2025. De griffier,
De voorzitter,
drs. Leendert Groenenboom
drs. Cees Pille
ALGEMENE TOELICHTING Meedoen aan de samenleving is belangrijk voor iedereen, ook voor inwoners met een laag inkomen. Deze verordening biedt volwassenen en kinderen uit huishoudens met beperkte financiële middelen de mogelijkheid om deel te nemen aan maatschappelijke, sportieve, culturele en sociale activiteiten. Inwoners van 18 jaar en ouder kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming voor producten, diensten of deelname aan activiteiten ter bevordering van meedoen aan de samenleving. Deze tegemoetkoming is bedoeld om sociale uitsluiting te voorkomen en bevordert deelname aan sportieve, culturele of educatieve activiteiten. Dit kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor een sportabonnement, een cursus of een bibliotheekpas. Voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar is ook een tegemoetkoming beschikbaar. Deze tegemoetkoming kan worden ingezet voor een breed scala aan kosten. De genoemde bestedingsdoeleinden zijn niet limitatief; wanneer een kind andere ondersteuningsbehoeften heeft, kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken. Kinderen uit gezinnen met problematische schulden die deelnemen aan een minnelijk (MSNP) of wettelijk (WSNP) schuldentraject komen in aanmerking voor de tegemoetkoming. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1. Begripsbepalingen Geen toelichting nodig. Artikel 2.
Aanvraag Meedoen Voor inwoners die een uitkering ontvangen op grond van de Participatiewet, wordt aangenomen dat zij voldoen aan de gestelde inkomens- en vermogensgrenzen zoals bedoeld in deze verordening. Zij zijn dan ook vrijgesteld van het overleggen van bewijsstukken met betrekking tot inkomen en vermogen. Op deze wijze wordt beoogd de toegang tot de regeling te vereenvoudigen en de administratieve lasten voor inwoners te beperken. Artikel 3. Voorwaarden recht op Meedoen De inkomensgrens is gesteld op 120% van de bijstandsnorm, dit is een door de raad vastgestelde inkomensgrens voor het beleid Bestaanszekerheid. Er wordt niet gekeken naar de situatie van kostendeling zoals de Participatiewet voorschrijft. Met betrekking tot het vermogen wordt aangesloten bij het vrij te laten vermogen van de Participatiewet. Eventueel vermogen in de eigen woning wordt buiten beschouwing gelaten. De ouders en kinderen in een wettelijk of minnelijk schuldtraject hebben ook recht op Meedoen zodra zij formeel zijn toegelaten tot de schuldhulpverlening en zij door de aflossing van de schulden een laag besteedbaar inkomen hebben tot 120% van de bijstandsnorm. De persoon of het gezin met financiële problemen wordt hiermee ondersteund vanaf het moment van toelating tot de schuldhulpverlening, zodat toch kan worden deelgenomen aan maatschappelijke activiteiten.
De hardheidstegemoetkoming voor gedupeerden van de toeslagenaffaire die een tegemoetkoming van maximaal 30.000 euro hebben ontvangen van de Belastingdienst valt niet onder het inkomen en vermogen zoals genoemd in artikel 3 lid c en d. Zolang dit bedrag, of het restant daarvan, op een rekening courant of spaarrekening staat,
telt het niet mee als vermogen. Eventuele inkomsten die uit deze tegemoetkoming worden ontvangen, bijvoorbeeld via een belegging of crypto’s, vallen wel onder het inkomen en vermogen bij de toetsing van de aanvraag voor de regeling Meedoen. De hardheidstegemoetkoming van circa 30.000 euro wordt door de Belastingdienst uitgekeerd op grond van artikelen 49 lid 1; 49a; 49b en 49c Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Door de vrijstelling past de gemeente artikel 7 lid 1 sub p uit de regeling Participatiewet, IOAW, IOAZ op dezelfde manier toe bij de uitvoering van de regeling Meedoen. Eventuele andere tegemoetkomingen of correctiebetalingen de gedupeerde heeft ontvangen van de Belastingdienst worden wel aangemerkt als inkomens- en vermogensbestanddelen. Artikel 4. Hoogte en besteding tegemoetkoming Meedoen Dit artikel geeft aan hoe hoog de algemene tegemoetkoming is voor volwassenen en kinderen tot en met 17 jaar. Artikel 5. Gratis zwemlessen voor kinderen van 5 tot en met 9 jaar (vanaf 1 september 2026) Voldoende zwemvaardig zijn is belangrijk. Kinderen van ouders met een laag inkomen kunnen echter niet altijd zwemlessen volgen. Daarom is er een tegemoetkoming voor zwemlessen beschikbaar voor kinderen van 5 tot en met 9 jaar. De aanwezigheidsverplichting van 90% bevordert dat de gefinancierde beschikbare plekken in de zwemgroepen ook daadwerkelijk worden benut. Artikel 6.
Toekenning en uitbetaling tegemoetkoming Meedoen Geen toelichting nodig. Artikel 7. Doorgeven wijzigingen Geen toelichting nodig. Artikel 8. Fraude Bij vastgestelde fraude wordt het recht op Meedoen onmiddellijk beëindigd voor alle gezinsleden voor het resterende kalenderjaar. Artikel 9. Hardheidsclausule Een maatwerkvoorstel bevat informatie over de reden waarom er moet worden afgeweken, de structurele (integrale) aanpak van het probleem, de periode waarover moet worden afgeweken, voor welke gezinsleden er moet worden afgeweken en de hoogte van de tegemoetkoming Meedoen per gezinslid. Artikel 10. In inwerkingtreding Geen nadere toelichting nodig. Artikel 10. Citeerartikel Geen nadere toelichting nodig.
Artikel (in verordening 2026)
2016
2026
Belangrijkste wijzigingen
1.
Begripsbepalingen
Aanvraag
3.
Voorwaarden
4. 5.
Hoogte/besteding Gratis zwemlessen
6.
Toekenning/uitbetaling
Uitgebreid met de volgende definities: MSNP, inkomen, inwoner (BRP), peildatum leeftijd, reguliere zwemlessen, ten laste komend kind. Nieuw apart artikel. Aanvraag voor 1 dec, Pwuitkeringsgerechtigden hoeven geen bewijsstukken te overleggen. Zelfde basisvoorwaarden, daarbij toegevoegd/aangescherpt: NL nationaliteit of geldige verblijfsvergunning, expliciete regeling MSNP/WSNP, vrijstelling hardheidstegemoetkoming toeslagenaffaire. Zelfde bedragen Max. €1.100 voor ABC diploma voor kinderen 5-9 jaar, 90% aanwezigheidsplicht. Altijd uitbetaling van volledige vergoeding na vaststelling recht, bewijsstukken vereist (behalve bij uitkering Pw), controle vooraf.
Uitbreiding/aanscherping van de begrippenlijst.
2.
Definities: rechthebbende, kalenderjaar, tegemoetkoming, vermogen. Opgenomen in artikel 2 en 3. 1x per jaar aanvraag, verklaring inkomen/vermogen zonder bewijsstukken. Rechthebbende is inkomen tot 120% van de norm, bij vermogen grens Pw, geen kostendelersnorm, gezinnen in schuldhulpverlening komen ook in aanmerking. Zelfde bedragen Niet aanwezig.
7.
Wijzigingen
8.
Fraude
Terugvordering o.b.v. Participatiewet.
9.
Hardheidsclausule
Korte algemene bepaling: afwijken in bijzondere gevallen.
Schoolkostenregeling
Recht voor heel jaar, meerdere declaraties gedurende het jaar zonder nota’s, controle achteraf, uitbetaling bij voorkeur aan leverancier/vereniging. Niet aanwezig.
Bestaande regelgeving.
Wijzigingen binnen 5 werkdagen melden. Stopzetting recht voor alle gezinsleden rest van jaar. Met eisen voor maatwerkvoorstel (reden, aanpak, periode, gezinsleden, hoogte per gezinslid). Niet aanwezig.
Procedurele wijziging en vrijstelling van indienen bewijsstukken voor inwoners met Pwuitkering. Uitgebreid, vrijstelling overgeheveld vanuit uitvoeringsbeleid Meedoen.
Geen wijzigingen Volledig nieuwe regeling. Wijze van toetsing rechtmatigheid is veranderd: van achteraf toetsen en terugvorderen naar toetsing vooraf. Nieuwe meldplicht. Wijze van omgang met fraude is veranderd: geen terugvordering maar stopzetting recht. Meer gespecificeerd.
Schoolkostenregeling vervalt.
Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard houdende regels omtrent de bijzondere bijstand (Beleidsregels Bijzondere Bijstand Albrandswaard 2025) Intitulé Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard houdende regels omtrent de bijzondere bijstand (Beleidsregels Bijzondere Bijstand Albrandswaard 2025), Het college van burgemeester en wethouders, gelet op: -
artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en;
-
de Participatiewet;
overwegende dat: -
het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden bijzondere bijstand op grond van artikel 35 van de Participatiewet kan worden verstrekt en geweigerd en daartoe beleidsregels wenst vast te stellen;
besluit: vast te stellen, de navolgende Beleidsregels Bijzondere Bijstand Albrandswaard 2025.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 1.1 Begripsbepalingen a.
eigen betaling: de wettelijke eigen bijdrage die voor rekening van de belanghebbende blijft;
b.
eigen bijdrage: de wettelijke eigen bijdrage, niet zijnde op grond van een aanvullende (collectieve) zorgverzekering, die de belanghebbende is verschuldigd;
c.
inkomen: het inkomen of bijzonder inkomen als bedoeld in artikel 32 en 33 van de Participatiewet;
d.
jongmeerderjarigen: personen in de leeftijd van 18 tot 21 jaar;
e.
middelen: alle vermogens- en inkomensbestandsdelen als bedoeld in artikel 31 lid 1 van de Participatiewet;
f.
vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet;
g.
wet: de Participatiewet;
h.
woning: een zelfstandige woning voorzien van een eigen toegang, waarbij geen wezenlijke woonfuncties zoals woon- en slaapruimte, was- en kookgelegenheid en toilet met andere
woningen worden gedeeld. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hoofdstuk 2 Bijzondere bijstand is maatwerk 2.1 Inleiding Alleen het Rijk is bevoegd om generiek inkomensbeleid te voeren. Op een aantal beleidsterreinen (zorg, huisvesting onderwijs, kinderopvang) zijn door het Rijk inkomensondersteunende maatregelen getroffen. Dat is onder meer geregeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). Voorbeelden zijn de huur-toeslag en de zorgtoeslag. Hoewel er naast deze rijksregelingen ruimte is voor aanvullend gemeentelijk inkomensondersteunend beleid is de ruimte daartoe wel wettelijk ingekaderd.
2.2 Bijzondere bijstand als maatwerk, hoe werkt het? Artikel 35 van de wet is de wettelijke grondslag voor het verlenen van individuele en categoriale bijzondere bijstand. Doen zich in het individuele geval noodzakelijke kosten voor die voortvloeien uit de bijzondere omstandigheden en kunnen die kosten - naar oordeel van het college - niet worden voldaan uit de bijstandsnorm, de Individuele Inkomenstoeslag, de Studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, dan bestaat er recht op individuele bijzondere bijstand. Het verlenen van categoriale bijzondere bijstand is sinds 1 januari 2015 beperkt tot de collectieve (aanvullende) zorgverzekering of een tegemoetkoming in de kosten daarvan. Noodzakelijke kosten en bijzondere omstandigheden Er staat niet op voorhand vast of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd ook daadwerkelijk noodzakelijke kosten zijn en of de kosten voorvloeien uit de bijzondere omstandigheden. Dat vraagt om een beoordeling van het individuele geval. Dit betekent dat het verlenen van bijzondere bijstand in principe een ‘open eind’ regeling is. Het is echter niet zo dat de mogelijkheden voor het verlenen van bijzondere bijstand niet is begrensd. Uit de wet en de jurisprudentie blijkt dat de uitvoering van artikel 35 van de wet aan strenge regels is gebonden.
Gebonden bevoegdheid Uit de jurisprudentie blijkt vaak dat colleges menen dat hen beoordelingsvrijheid of beleidsvrijheid toekomt bij de verlening van bijzondere bijstand. Dat is nadrukkelijk niet het geval, de verlening van bijzondere bijstand is een gebonden bevoegdheid. Voor het oordeel of de kosten kunnen worden voldaan uit een inkomen op bijstandsniveau heeft het college enige beoordelingsvrijheid. Voor het oordeel of de kosten kunnen worden voldaan uit de individuele inkomenstoeslag, de Studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm heeft het college wel beoordelingsvrijheid. In de praktijk wordt gesproken over draagkracht. Buitenwettelijk begunstigend beleid Er is sprake van buitenwettelijk begunstigd beleid als het college - terwijl geen recht bestaat op bijzondere bijstand - dat recht toch aanneemt. De bestuursrechter beoordeelt alleen of het college consistent heeft gehandeld conform dat beleid.
2.3 Eisen aan de uitvoering Het beoordelen van aanvragen om bijzondere bijstand vraagt om juridische kennis bij de uitvoerders teneinde het beoogde maatwerk te kunnen bieden.
Hoofdstuk 3 Algemene uitgangspunten bijzondere bijstand 3.1 Algemene voorwaarden recht op bijzondere bijstand Het college mag een aanvraag om bijzondere bijstand pas beoordelen op grond van artikel 35 van de wet als er geen algemene voorwaarden van toepassing zijn. Deze voorwaarden staan in artikel 11 tot en met 16 van de wet. 3.1.1 Algemeen Als eerste geldt dat de belanghebbende recht op bijstand heeft van het college van de gemeente waar hij zijn woonplaats heeft. Dat moet in het algemeen blijken uit de inschrijving in de Basisregistratie personen. Verder geldt voor het recht op bijzondere bijstand dat de belanghebbende moet: 1.
Nederlander zijn of een daaraan gelijkgestelde vreemdeling; en
2.
in Nederland verblijven.
3.1.2 In Nederland opgekomen en aan Nederland gebonden Artikel 11 van de wet bepaalt ook dat het voor een beoordeling van een aanvraag om bijzondere bijstand van belang is dat de kosten voortvloeien uit een in Nederland opgekomen noodzaak en deze kosten aan Nederland zijn gebonden. Een belanghebbende - die in Nederland woont - kan bijvoorbeeld wel gebruiksgoederen in het buitenland kopen voor gebruik in Nederland. Echter er is voor bijstandsverlening in de kosten van een reis naar en vanuit het buitenland geen plaats, behoudens voor zover de reis wordt gemaakt over Nederlands grondgebied. 3.1.3 Aanvraag tijdig indienen Artikel 44 lid 1 van de wet bepaalt dat in principe niet eerder bijstand wordt verleend dan tegen de datum waarop belanghebbende zich heeft gemeld voor de aanvraag. Dat sluit aan bij het aanvullende karakter van de bijstand. Het college maakt in deze beleidsregels een uitzondering voor de bijzondere bijstand. Terugwerkende kracht Voor aanvragen om bijzondere bijstand geldt dat deze met terugwerkende kracht kunnen worden ingediend en dat het college dan beoordeelt of er aanspraak bestaat op bijzondere bijstand. Aanvragen kunnen worden ingediend binnen zes maanden na het daadwerkelijk maken van de kosten. Geen terugwerkende kracht Dit geldt niet voor: