CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

37. Zienswijze conceptbegroting DCMR Milieudienst Rijnmond 2022.pdf

Gemeenteraad AW 26 april 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken39.822 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

In 2020 is het aantal klachten over horecabedrijven en sportinrichtingen verder afgenomen (-60%), al is dit beeld sterk vertekend door corona. Van de top 10-bedrijven waarover in 2019 het meest is geklaagd, komt slechts één bedrijf voor in de top 10 van 2020. Een voorzichtige conclusie zou kunnen zijn dat de preventieve aanpak een gunstig effect lijkt te hebben, maar door de coronamaatregelen is dit voorbarig. Bovendien is de preventieve aanpak nog in ontwikkeling. In het MJP 2021-2024 komt dit focuspunt terug onder de noemer ‘geluidhinder voorkomen’. Daarbij is het bereik verbreed tot de aanpak van geluidoverlast bij vrijetijdsbesteding, te weten sport, recreatie, evenementen en horeca, en nestgeluid. 8.2.4

Energie

Energiebesparing is noodzakelijk. Het is onderdeel van de klimaataanpak en bovendien is het aantrekkelijk voor de gebruiker, omdat energiebesparende maatregelen leiden tot kostenbesparingen. Bedrijven in Nederland hebben met de overheid afgesproken hoeveel energie ze zullen besparen in de periode tot en met 2020. De afspraken zijn vastgelegd in energieconvenanten. Het Energieakkoord is een overeenkomst die in 2013 is gesloten met als oogmerk de energievoorziening duurzamer te maken. De gemaakte afspraken richten zich op energiebesparing, duurzame opwekking, schone technologieën en klimaatbeleid. Eén van de belangrijkste doelen is een besparing van gemiddeld 1,5% per jaar te realiseren op het energieverbruik. In het Energieakkoord is vastgelegd dat gemeenten en provincies prioriteit geven aan handhaving van de energiebesparingsverplichtingen in de Wet milieubeheer. Vanaf 1 juli 2019 is naast de energiebesparingsplicht ook de informatieplicht van kracht geworden. Bedrijven met een verbruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas(equivalent) per kalenderjaar hebben een informatieplicht energiebesparing. Het bedrijf moet rapporteren over het energiegebruik en de (te nemen) energiemaatregelen. Uit een analyse blijkt dat ongeveer 7.000 bedrijven in het Rijnmondgebied aan deze verplichting moeten voldoen. Nog lang niet al deze bedrijven voldoen hieraan.

Door een combinatie van communicatie en aanschrijvingen, willen wij ervoor zorgen dat alle inrichtingen daar alsnog aan voldoen. In het MJP 2017-2020 stonden bij focuspunt Energie de besparingsmaatregelen centraal, in het MJP 2021-2024 het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen en de energietransitie. Er waren vier indicatoren voor energiebesparing: - potentiële CO2-reductie uit besparingsplannen. - aantal bedrijven met besparingsplan. - aantal actuele vergunningen m.b.t. besparingsmaatregelen energie.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

56 / 88

-

naleving besparingsmaatregelen energie.

De eerste 2 indicatoren zijn gemonitord t/m juni 2019. Vanaf 1 juli 2019 is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de trekker van de energieaudits in het kader van de EED (Energy Efficiency Directive) waardoor DCMR daarin geen rol meer heeft. Actuele vergunningen DCMR ziet erop toe dat bedrijven de wettelijke verplichting om energiemaatregelen te treffen nakomen. Daarbij richt DCMR zich op bedrijven die de meeste energie gebruiken, omdat daar in eerste instantie de meeste winst te behalen is, en op bedrijven die achterblijven. In het MJP 2017-2020 is als doelstelling opgenomen dat in de periode 2017-2020 tachtig vergunningen worden getoetst en waar nodig worden geactualiseerd. Bij het toetsen van relevante bedrijven bleek dat veertien vergunningen al actueel waren. Vijf vergunningen zijn geactualiseerd, daarmee zijn in totaal negentien vergunningen rond. Daarnaast zijn er eind 2020 vijf vergunningen in behandeling. Dit betekent dat de doelstelling niet geheel is behaald. Naleving besparingsmaatregelen energie De doelstelling van het MJP 2017-2020 is om met 1.400 bedrijven in het Rijnmondgebied afspraken te maken over energiebesparing, en deze vast te leggen in een besparingsplan. Gedurende deze vier jaar zijn in totaal 1.293 bedrijven gecontroleerd.

Het gestelde doel is hiermee voor 92% behaald, mede dankzij een aanzienlijke extra inspanning die aan het eind van de looptijd van het MJP is geleverd. Dit was mogelijk door de versterkte uitvoering die in 2020 van start is gegaan. Van de 1.293 gecontroleerde bedrijven is bij 537 bedrijven (42%) een overtreding vastgesteld. In hoofdzaak ging dit om overtredingen met beperkte gevolgen voor het milieu, de gezondheid en/of veiligheid. Tabel: Naleving besparingsmaatregelen Energie Jaar #bedrijven gecontroleerd 2017 170 2018 396 2019 25 2020 702 Totaal t/m 2020 1293 8.2.5

#bedrijven met overtreding 26 72 0 439 537

#bedrijven zonder overtreding 144 324 25 263 756

Afvalwater

De werking van het riool en de waterzuiveringsinstallaties kan ernstig verstoord raken als bedrijven waar voedingsmiddelen worden bereid (horeca en de voedingsmiddelenindustrie) oliën en vetten op het riool lozen. Het riool functioneert dan niet goed, wat kan leiden tot overlast voor bewoners en andere gebruikers. Ook kan er ongezuiverd afvalwater in het milieu terechtkomen. Lozingen vanuit bedrijfsrioleringen zijn daarom een belangrijk aandachtspunt in het toezicht door DCMR. In het MJP 2017-2020 stonden bij focuspunt Afvalwater het voorkomen van verstoppingen van de riolering centraal. In het MJP 2021-2024 komt dit onderdeel niet terug, omdat het toezicht op vetlozingen nu structureel is verankerd in de brancheplannen. Wat is er bereikt? Bij de inspecties is gekeken naar de zuiveringtechnische voorzieningen bij horeca, sportkantines en voedingsmiddelenbedrijven. In 2020 is de inspectie op afvalwater structureel in de checklijsten opgenomen en dat levert een toename van het aantal geïnspecteerde bedrijven op. Ook is de instructie gegeven om de putdeksels te (laten) lichten en een waterpasmeting te (laten) doen. Hierbij zijn bij de inspecties diverse onvolkomenheden geconstateerd. In 2020 is 176 keer op afvalwater gecontroleerd. Hierbij zijn bij negentien bedrijven overtredingen geconstateerd.

In 2020 waren veel horecabedrijven en sportkantines lange tijd niet in werking door de coronamaatregelen. Omdat er op het moment van inspectie geen risico op vetlozing was, was er ook geen sprake van een overtreding.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

57 / 88

Door de coronamaatregelen is er in 2020 veel op afstand geïnspecteerd, door middel van beeldmateriaal en administratief toezicht op bonnetjes en afvoer van vet in Amice. Bij deze vorm van toezicht is men meer afhankelijk van de betrouwbaarheid van de ondernemer. Monitoring van de hoeveelheid verstoppingen die gerelateerd zijn aan oliën en vetten en aan horeca en voedingsmiddelenindustrie blijft een punt van aandacht voor gemeenten en DCMR. De uitdaging ligt vooral in registratie van de verstopping en wat de geografische ligging in de riolering binnen een gemeente is. Tabel: Naleving besparingsmaatregelen Afvalwater Jaar #bedrijven #bedrijven met gecontroleerd overtreding 2017 16 0 2018 23 1 2019 61 10 2020 176 19 Totaal t/m 2020 276 30 8.2.6

#bedrijven zonder overtreding 16 22 51 157 246

Ondermijning

De aanpak van ondermijnende criminaliteit is in het werkgebied van DCMR een aandachtspunt. In het werkgebied van DCMR worden we steeds vaker geconfronteerd met het feit dat bedrijven als dekmantel worden gebruikt voor criminele activiteiten. Ondermijning is opgenomen als focuspunt in het in 2020 opgestelde MJP 2021-2024. Dit betekent dat DCMR ondermijning samen met de andere overheidspartners zoveel mogelijk aan het licht brengt en aanpakt, en barrières oplegt om ondermijning in specifieke branches in de toekomst tegen te kunnen gaan. Rol DCMR De aanpak van ondermijning kan geen van de overheidspartijen alleen. Dat is waarom zowel de gemeenten als de provincie er belang aan hechten DCMR als noodzakelijke ketenpartner in de aanpak mee te nemen. Vanuit de kerntaak toezicht en handhaving levert DCMR een bijdrage aan het zichtbaar maken van en inzicht krijgen in ondermijnende activiteiten in een bepaald geografisch gebied. Op verzoek van onze opdrachtgevers ondersteunen we bij de aanpak van ondermijning met data-analyses, signaleren en uitvoeren van gezamenlijke acties. De uitvoering van de gezamenlijke integrale ondermijningscontroles vindt plaats op basis van een jaarkalender. De ketenpartners/participanten leveren hiervoor de data aan. Uitvoering 2020 Het jaarprogramma 2020 was goed gevuld met 79 acties, verdeeld over bijna al de gemeenten.

Twee gemeenten hadden geen acties gepland staan. Vanwege de coronabeperkingen zijn 45 van de 79 acties afgelast. Er is door DCMR aan 44 ondermijningsacties meegewerkt. Dit heeft tot uiteenlopende resultaten geleid. Enkele voorbeelden: - Fraude met betrekking tot de verwijdering en illegale opslag van asbest, met direct gezondheidsgevaar voor de omgeving en diffuse verspreiding in het milieu. - Aantreffen van een verborgen wietplantage achter de façade van een garagebedrijf met brandgevaarlijke elektrische aansluiting. - Een autobedrijf dat vooral verborgen ruimtes in voertuigen bouwt. - Een illegale autoreparatie ten behoeve van inrichting en onderhoud van voertuigen voor criminele doeleinden, waar men zich niet aan de regels van het Activiteitenbesluit houdt. - Opslag van pakketten drugs verborgen in potgrond in een ‘reguliere’ bedrijfsloods. - Het aantreffen van partijen vervalste merkkleding. - Chemisch afval achtergelaten of gestort in een illegaal ondergronds depot met direct gevaar voor omgeving en bodem. - Grootschalige bitcoinmining met risico op brandgevaar vanwege slechte en overbelaste aansluiting. Tijdens de uitgevoerde ondermijningsacties zijn bij de helft van de acties overtredingen van de milieuwetgeving geconstateerd. Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

58 / 88

8.3 Voortgang ontwikkelpunten 8.3.1

Omgevingswet

Net als in 2019 is ook in 2020 een forse inspanning geleverd als het gaat om de voorbereiding van de implementatie van de Omgevingswet die in 2022 van kracht wordt. Er is een start gemaakt met een uitgebreid opleidingsprogramma, er zijn voorbereidingen getroffen voor het aanpassen van de werkplannen, maar vooral is verder gewerkt aan aanpassingen in de werkprocessen, producten en diensten van DCMR. De voorbereidende werkzaamheden liggen op koers. Meer hierover leest u in paragraaf 3.2.2 van deel 1 van het jaarverslag. 8.3.2

Nieuwe brandstoffen

De verschuiving van fossiele brandstoffen naar nieuwe brandstoffen (duurzame energiedragers, omdat de transitie uit meer bestaat dan alleen nieuwe brandstoffen) verloopt in een snel tempo. Voorbeelden van duurzame energiedragers zijn: windmolens, zonne-energie, aardwarmte, waterstof en buurtbatterijen. De verwachting is dat de komende jaren het gebruik van fossiele brandstoffen steeds verder verschuift naar duurzame energiedragers. De introductie van duurzame energiedragers gaat over van de ontwikkelingsfase naar de uitvoerende fase. Het afgelopen jaar lag de focus vooral op ontwikkelingen met waterstof. In Stad aan ’t Haringvliet zijn nu vergevorderde plannen om de hele wijk over te laten gaan van aardgas naar waterstof. Daarnaast wordt er een waterstofconversiepark op Maasvlakte 2 gerealiseerd. Bij beide projecten is DCMR actief betrokken om de veiligheidsrisico’s te beoordelen en te anticiperen op het verlenen van vergunningen. Ook neemt DCMR deel aan onder andere kennistafels, netwerken en projectgroepen op het gebied van duurzame energiedragers en externe veiligheid. Een voorbeeld is de netwerkgroep ‘Nieuwe energie’ op initiatief van de provincie Zuid-Holland. In deze groep worden casussen, zoals de toepassing van waterstof bij een bedrijvenpark en geothermie, verder uitgewerkt. 8.3.3

Asbestketen en grondstromen

Asbest In 2020 heeft DCMR de asbestaken uitgevoerd voor de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne. Naast de wettelijk verplichte taken voert DCMR ook de plustaak uit voor particulieren. DCMR voldoet aan de kwaliteitscriteria. Alle inspecteurs hebben een persoonscertificaat of het diploma “deskundig toezichthouder asbest”. De gemeenten Rotterdam en Goeree-Overflakkee hebben de asbestaken in 2020 zelf uitgevoerd. Alle sloopmeldingen die via het Omgevingsloket worden ingediend, worden door DCMR inhoudelijk beoordeeld aan de hand van door ODNL opgestelde checklijsten. Zo wordt een level playing field gecreëerd. De sloopmeldingen en de asbestinventarisatierapporten worden op eenduidige wijze beoordeeld op de reikwijdte en de geschiktheid. In 2019 voldeed 26% van de sloopmeldingen niet aan de reikwijdte en geschiktheid van de asbestinventarisatierapportages en bijbehorende sloopmeldingen. Door DCMR is een informatiecampagne georganiseerd voor de asbestinventarisatiebureaus die in de regio werkzaam zijn. We hebben duidelijke afspraken gemaakt en uitgelegd dat we streng, maar rechtvaardig toetsen. In 2020 zijn er voor bovenstaande gemeenten 2.526 sloopmeldingen beoordeeld. Hiervan zijn er 2.219 goedgekeurd en 307 afgekeurd.

Het resultaat is dat we in 2020 nog maar 12% afkeur hebben van de sloopmeldingen. Er is een enorme stap gezet, maar we zijn er nog niet. Ook het toezicht wordt op eenduidige wijze uitgevoerd door de landelijke checklijsten van ODNL te gebruiken. In 2020 zijn er 1.800 startmeldingen ingediend. Hiervan zijn er 140 gecontroleerd. Er zijn 46 overtredingen geconstateerd. Eind februari 2020 heeft DCMR de ‘asbesttelefoon’ in het leven geroepen. Inwoners en bedrijven komen rechtstreeks in contact met een asbestdeskundige van DCMR. Hiervan is 258 keer gebruik

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

59 / 88

gemaakt. Inwoners en bedrijven kunnen meteen de vraag stellen die ze hebben en krijgen ook direct een deskundig antwoord. Afgaande op de reacties die we krijgen lijkt dit een schot in de roos te zijn. Grondstromen Partijen grond worden gemeld bij het Landelijk meldpunt besluit bodemkwaliteit. Bij toepassing van grond wordt naar de kwaliteit en de functie van de ontvangende locatie gekeken. Er is, alvast in de geest van de Omgevingswet, extra aandacht besteed aan ketensamenwerking in de grote infrastructurele projecten. In 2020 zijn ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit onder andere toepassingen van AEC Bodemas, thermisch gereinigde grond (TGG) en staalslakken actueel geweest. Er worden steeds vaker circulaire stoffen toegepast in of op de bodem. Grondwerk geeft ruimte aan grondbewerkers en toeleveranciers voor het toepassen van twijfelachtige materialen onder certificaat (waarvoor alleen naar genormeerde parameters wordt gekeken), illegaal mengen van partijen grond of voor het slim herbemonsteren van samengestelde partijen grond of bouwstoffen. DCMR heeft dit jaar veel verbeteringen doorgevoerd in de uitvoering van de werkprocessen bij bodemtoezicht, zowel voor de registratie van saneringen en de werkvoorraad in het zaaksysteem als het inhoudelijke werk door de checklijsten te updaten naar een hoger niveau.

DCMR investeert in gebiedsoverstijgende kennis en aanpak én in landelijke samenwerking inclusief het delen van relevante informatiebronnen. 8.3.4

Circulaire economie

DCMR brengt in het provinciale Omgevingsdienstenoverleg expertise in over circulaire economie. In dit overleg worden voorbeelden gedeeld waarin de omgevingsdiensten werken aan inpassing van nieuwe vormen van bedrijvigheid. Hierbij kan gedacht worden aan verzoeken voor vergunning voor de bedrijven Asbeter, uRecycle en Reko. Daarnaast neemt DCMR deel aan de begeleidende stuurgroep in het onderzoek van ZeroBrine – een Europees onderzoeksproject – naar opwaardering van afvalwater. Er is geadviseerd over een pilotproject voor monitoring van verwerking van waardestromen van oesterzwamproductie op het land en er is gewerkt aan voorbereiding van een vergunning voor de opwerking van autobanden. Er is op verschillende wijzen geadviseerd. In een vooroverleg zijn voorstellen gedaan voor het gebruik van circulaire alternatieven voor grondstoffen. In samenwerking met andere omgevingsdiensten en de transitieteams van de provincie is verder gewerkt aan het toepassen van biomassa als grondstof en is geadviseerd over de mogelijke risico’s voor verspreiding van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) bij hergebruik van afvalstoffen. DCMR nam deel aan de Circo track workshop zonnecellen, waarbij gewerkt is aan nieuwe verdienmodellen. Er is deelgenomen aan nationale adviesteams van het landelijk afvalstoffenplan en voor wetenschappelijk onderzoek naar innovatieve processen in de industrie.

Binnen DCMR is een adviesteam opgericht met gespecialiseerde vergunningverleners, toezichthouders en juristen die adviseren over de wettelijke mogelijkheden om afvalstromen als grondstof te kunnen gebruiken volgens de nationale richtlijn (bijproduct, voortgezet gebruik of eindeafval). Samen met de provincie Zuid-Holland en acht omgevingsdiensten in Noord- en Zuid-Holland is gewerkt aan een inventarisatie van mogelijkheden om circulariteit in de vergunning op te nemen. In 2020 is een begin gemaakt om bij een aantal vergunningstrajecten de circulariteit nader te onderzoeken. 8.3.5

Warmte/koude uitkoppelen

In 2020 heeft DCMR de wettelijke mogelijkheden en taken vanuit de Wabo op energiegebied onderzocht bij bedrijven die deelnemen aan de CO2-emissiehandel (ETS-bedrijven, ETS staat voor Emissions Trading System). Dit is gedaan in opdracht van de provincie Zuid-Holland. Uit dit

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

60 / 88

onderzoek blijkt dat het bevoegd gezag voor de Wabo-vergunning terdege bevoegd is met betrekking tot warmte-uitkoppeling bij deze bedrijven. Daarnaast heeft DCMR gereageerd op de consultatieversie van de nieuwe Warmtewet (die nu Wet collectieve warmtevoorziening heet). Hierbij is vooral ingegaan op het onderwerp restwarmte, waarbij op grond van ervaringen in de naleving van de KBA-plicht, input is geleverd. De KBA-plicht vloeit voort uit EU-regelgeving en verplicht bedrijven bij oprichting of wijziging van grote stookinstallaties de kosten en baten van de uitkoppeling van restwarmte te onderzoeken. Tot slot is een eerste schets gemaakt van werkzaamheden die DCMR zou kunnen uitvoeren om vraag en aanbod van warmte structureel in kaart te brengen. Deze data is van belang voor gemeenten bij hun transitievisie warmte en voor ontwikkelaars van warmte-infrastructuur. Uitdieping van deze schets is nodig. 8.3.6

Cybersecurity

Bedrijven automatiseren en digitaliseren steeds verder en maken daarbij meer gebruik van externe verbindingen zoals internet om de installaties op afstand te kunnen (laten) beheren. Dat brengt kwetsbaarheden en veiligheidsrisico’s met zich mee. Hackers kunnen bijvoorbeeld de besturing van installaties op afstand overnemen en/of gijzelen. De Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) verplicht exploitanten van vitale infrastructuur, aanbieders van essentiële diensten, digitale dienstverleners en overheden om passende en evenredige technische en organisatorische maatregelen te nemen om hun ICT te beveiligen tegen risico’s en ernstige incidenten te rapporteren. Een groot deel van de chemische sector, vallend onder het Brzo, het Besluit risico’s zware ongevallen 2015, wordt door de Wbni niet als vitaal beschouwd. Deze bedrijven vallen dus buiten het landelijke toezicht op cybersecurity. Volgens het Brzo 2015 zijn exploitanten verplicht om alles te doen om de inrichting zo veilig mogelijk te maken. Maar concrete eisen stellen aan de bedrijven op het gebied van cybersecurity is niet vanzelfsprekend. In samenwerking met relevante partijen onderzoekt DCMR of zij een taak heeft bij het terugdringen van de cybercrimerisico’s voor de omgeving. In 2020 is overleg geweest met de provincie ZuidHolland en de ministeries IenW en SZW om invulling te kunnen geven aan deze rol.

DCMR neemt ook deel aan FERM-Rotterdam Port Cyber Resilience. Dit programma is een initiatief van het Havenbedrijf, Gemeente Rotterdam, Zeehavenpolitie en Deltalinqs. Het doel van FERMRotterdam Port Cyber Resilience is om de digitale weerbaarheid van bedrijven in en rond de haven van Rotterdam te vergroten en is vooral gericht op bewustwording. Ook organiseert FERM regelmatig bijeenkomsten (Port Cyber Cafés). Samen met vijftien bedrijven heeft FERM in 2019 een pilot opgezet waarin wordt nagedacht over handelingsperspectief met betrekking tot cybersecurity. De pilot loopt in ieder geval door in 2021. 8.3.7

Ontkoppelen hemelwater

In 2020 is een trend zichtbaar dat een toenemend aantal gemeenten stimuleringsmaatregelen neemt in het kader van klimaatadaptatie. Deze maatregelen richten zich vrijwel allemaal op een financiële tegemoetkoming waardoor particulieren en/of bedrijven hun hemelwater niet meer op riolering lozen. Deze ontwikkeling maakt het sturen met VTH-taken minder nodig. Hiermee ontstaan mogelijkheden om aandacht te besteden aan het opkomende onderwerp ZZS in afvalwater. 8.3.8

Incidentenonderzoek

Wanneer een incident optreedt, reageert DCMR hierop om de veiligheid en het milieu optimaal te beschermen. DCMR verzoekt het bedrijf een onderzoek te doen naar het incident en beoordeelt dit onderzoek en de door het bedrijf gekozen maatregelen ter voorkoming van het specifieke incident.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

61 / 88

Om het leren van incidenten te verbeteren, worden de incidenten geanalyseerd bij DCMR. In 2020 zijn de incidentonderzoeken van een aantal bedrijven met behulp van Storybuilder geanalyseerd. Deze zijn met de inspecteurs besproken en de resultaten zijn in een database opgenomen. Daarnaast zijn van twee incidenten de geleerde lessen samengevat in een korte notitie genaamd DCMR-signaal. Deze DCMR-signalen zijn met andere inspectiediensten gedeeld en besproken. In 2021 wordt een incidentendashboard ontwikkeld waarmee de incidentgegevens sneller verzameld kunnen worden. Met behulp van het incidentendashboard is het ook mogelijk om informatie te verzamelen van incidenten uit het verleden. De meest interessante incidenten worden dan alsnog geanalyseerd met behulp van Storybuilder. 8.3.9

Lichthinder

In 2020 zijn er in totaal 265 klachten ingediend die te maken hebben met lichthinder. Deze klachten zijn in drie subgroepen in te delen: 55 visuele klachten over affakkelen, 95 klachten die te maken hebben met slagschaduw van windmolens en 115 klachten over lichthinder van reclameschermen, lichtmasten van sportvelden, gevelverlichting, terreinverlichting en assimilatiebelichting bij glastuinbouw. Vanwege het coronavirus is het aantal klachten mogelijk niet representatief. Er zijn geen preventieve controles uitgevoerd. Er wordt alleen repressief toezicht uitgevoerd, gebaseerd op klachten van inwoners. Naar aanleiding van klachten van omwonenden zijn diverse waarschuwingsbrieven verstuurd. Ook zijn er, vooral in het 4e kwartaal, lichtmetingen uitgevoerd. Vanwege het coronavirus vinden er bij veel amateurverenigingen, vooral voetbal- en tennisverenigingen, geen of veel minder activiteiten plaats in de donkerteperiode. Ook zijn diverse bedrijven in de horeca en detailhandel geheel of gedeeltelijk gesloten geweest tijdens de periode van eind maart tot en met december. Er zijn in 2020 geen handhavingstrajecten opgestart. In 2020 zijn er 27 adviesaanvragen behandeld. Dit betreft aanvragen voor nieuwe armaturen/lichtmasten bij sportvelden en rangeerterreinen, aanvragen van nieuwe reclameschermen, maar ook interne adviezen voor vergunningaanvragen van Huisman en Feijenoord City.

Na bestudering van de pilot of satellietbeelden gebruikt kunnen worden bij de handhaving van lichtuitstoot bij glastuinbouw, is besloten om in 2020 voorlopig geen vervolg te geven op deze pilot. Er moet nader onderzocht worden wat de kosten en de baten zijn. 8.3.10 Datagedreven organisatie Een van de bouwstenen van de organisatieontwikkeling is de Datagedreven Organisatie. Bij het definiëren van deze bouwsteen is de volgende ambitie gehanteerd: om waardevolle informatie uit betrouwbare data via een transparant proces te leveren, brengen we onze informatiehuishouding op orde en zorgen we voor goede, betrouwbare informatieproducten. Daarbij zijn twee doelstellingen benoemd: 1) het professionaliseren van het beheer en het gebruik van gegevens, en 2) het ontwikkelen van een informatiestrategie waarin beschreven wordt hoe de informatiehuishouding zich de komende jaren gaat ontwikkelen. In 2020 is hard gewerkt aan beide doelstellingen. Het transitieteam heeft een belangrijke bijdrage geleverd door het gegevensbeheer DCMR-breed uniform in te richten. Eind 2020 heeft het transitieteam het stokje overgedragen aan de organisatie. Van de beoogde resultaten is 80% bereikt. Deze grens van 80% is getrokken om de overgang tussen de projectfase en (nieuwe) reguliere taken te markeren. Daarnaast is in 2020 de informatiestrategie vormgegeven.

De informatiestrategie geeft aan waar de prioriteiten voor DCMR liggen voor de komende vijf jaar. Dat geldt voor projecten maar ook voor de acties ter verbetering van de datakwaliteit. De strategie geeft inzicht in wat de dienst nodig heeft in haar ontwikkeling. Ook is in 2020 meer samenwerking ontstaan op het gebied van data door de oprichting van COBI (Coördinatieteam Omgevings- en Bedrijfsinformatie) met vertegenwoordigers van alle afdelingen op managementniveau. Door de komst van COBI is het eigenaarschap van inhoudelijke data bij de business komen te liggen en de stelselverantwoordelijkheid bij de afdeling Bedrijfsvoering.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

62 / 88

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3341/documents/24606