37. Zienswijze conceptbegroting DCMR Milieudienst Rijnmond 2022.pdf
Tekst van het document
Ratio weerstandsvermogen Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit en de aanwezige weerstandscapaciteit wordt de ratio weerstandsvermogen berekend. Ratio weerstandsvermogen = 1.926 k€ = 1,3 1.483 k€
De ratio blijft hiermee binnen de norm van 1,0<x<1,4. 6.4.3
Financiële en beleidsindicatoren
De indicatoren in onderstaande tabellen 5 en 6 zijn overeenkomstig de voorschriften van BBV berekend: Tabel 7:
Netto schuldquote: De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de DCMR ten opzichte van het eigen vermogen en geeft een indicatie van de druk van rentelast en aflossingen op de exploitatie. Ten opzichte van de 2019 (-4.4%) blijft de netto schuldquote in Jaarverslag 2020 (4.5%) ongeveer gelijk. In 2019 en 2020 was de omvang van de uitzettingen dusdanig hoog dat dit kengetal zelfs negatief was. Solvabiliteitratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de DCMR in staat is aan haar schulden te voldoen. De verwachting in dat de omvang van het eigen vermogen ten opzichte van 2020 zal afnemen door daling van de omvang van de bestemmingsreserves in 2021. Hierdoor daalt de solvabiliteit enigszins. Voor de jaren 2022 en verder wordt een gelijke dotatie en onttrekking begroot waardoor de solvabiliteit niet verder zal dalen. De beschikbare weerstandscapaciteit valt echter nog binnen de bandbreedte van de benodigde weerstandscapaciteit (zie 6.3.2). Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De verwachting voor 2022 is dat er de structurele baten en lasten in evenwicht zijn en er geen incidenteel resultaat zal zijn, waardoor ratio nul is. In het jaarverslag 2020 was de ruimte positief door het gerealiseerde exploitatieresultaat van ruim € 1,9 miljoen.
Begroting 2022
Blad 26 van 36
5
Tabel 8 :
Beleidsindicatoren Formatie (FTE per 1.000 inwoners) Bezetting (FTE per 1.000 inwoners) Apparaatskostenn per inwoner Externe inhuur Overhead
Jaarverslag Begroting Begroting 2022 2020 2021 0,15 0,14 0,16 0,14 0,13 0,14 € 17,00 € 16,31 € 18,19 14,7% 16,2% 14,7% 31,9% 31,1% 31,9%
In bovenstaande tabel is ter informatie de ontwikkeling van de voor gemeenten en provincies verplichte beleidsindicatoren uit het taakveld bestuur en ondersteuning opgenomen. Aangezien het werkveld van de DCMR geen directe relatie heeft met de omvang van inwoneraantal van de provincie Zuid Holland hebben deze indicatoren een beperktere toegevoegde waarden dan bij gemeenten. Externe inhuur De beheersing van de omvang van de externe inhuur is ook in 2022 een nadrukkelijk punt van aandacht. De verwachting is dat deze indicator wat lager zal zijn dan de begroting 2021 omdat naar verwachting veel vacatures bij de afdeling Bedrijfsvoering in 2022 zullen zijn ingevuld, waardoor minder behoefte aan (duurdere) inhuur zal ontstaan. De afgelopen jaren is veel tijdelijke dure expertise ingehuurd om de basis voor de datagedreven organisatie in te richten. De DCMR is in 2022 zo ver dat de volgende fasen met steeds meer eigen personeel kan worden ingevuld. De verwachte daling van het overheadpercentage (t.o.v. de totale exploitatie) in 2021 zal naar verwachting in 2022 niet gehandhaafd kunnen worden. Dit komt vooral door de stijging van met name de ICT kosten (zie ook hoofdstuk 5). Het overheadpercentage zal op het niveau van 2020 uitkomen. 6.5
Onderhoud kapitaalgoederen
Kapitaalgoederen zijn duurzame productiemiddelen die de DCMR nodig heeft om de diensten en goederen te produceren die aan participanten en niet-participanten geleverd worden. Deze paragraaf moet op grond van het BBV ten minste de kapitaalgoederen wegen, riolering, groen en gebouwen bevatten. 6.6
Financiering
De financieringsparagraaf vloeit voort uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO). Voor de DCMR is deze regelgeving vertaald in het door het Algemeen Bestuur vastgestelde treasurystatuut. Deze financieringsparagraaf is in samenhang met het treasurystatuut een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee sturen, beheersen en controleren van de treasury functie van de DCMR. De treasury functie omvat het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Aandachtspunten vanuit de treasury zijn: - Facturering van de bijdragen van de participanten vindt vier keer per jaar plaats; de bijdragen van de participanten moeten uiterlijk halverwege het lopende kwartaal zijn ontvangen. - De DCMR leent geen gelden uit aan derden. - De DCMR maakt binnen de regelgeving voor decentrale overheden alleen gebruik van goed bekendstaande banken. - Voor de financiering van tekorten op de rekening-courant wordt gebruik gemaakt van kasgeldleningen via goed bekendstaande banken. 5
Het aantal inwoners dat gehanteerd is, betreft het aantal inwoners voor de gehele provincie Zuid Holland en is gebaseerd op CBS gegevens. Begroting 2022
blad 27 van 36
In onderlinge samenhang worden het treasurystatuut, de financiële verordening en de controle verordening jaarlijks beoordeeld op hun actualiteit en indien nodig opnieuw vastgesteld door het algemeen bestuur. De laatste vaststelling vond plaats in het Algemeen bestuur van 6 december 2017. 6.7
Verbonden partijen
In verband met bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en mogelijk daarmee verband houdende risico’s moet in de begroting en in de jaarstukken een paragraaf worden opgenomen waarin aandacht wordt besteed aan de verbonden partijen. Verbonden partijen zijn die partijen waarin de DCMR een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Dat kunnen zijn gemeenschappelijke regelingen, samenwerkingsverbanden, vennootschappen, stichtingen en verenigingen. Een bestuurlijk belang is zeggenschap, hetzij door vertegenwoordiging in het bestuur van de verbonden partij, hetzij door stemrecht. Van een financieel belang is sprake als de DCMR aan de verbonden partij een bedrag beschikbaar heeft gesteld dat niet verhaalbaar is als de partij failliet gaat of als de DCMR aansprakelijk is voor een bepaald bedrag als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bij een verbonden partij is dus sprake van een financieel en een bestuurlijk belang. Het is dus niet de bedoeling te rapporteren over alle partijen waarmee de DCMR op enigerlei wijze in bijvoorbeeld projectverband (zie het programma “Jaarverslag Projecten”) verbonden is. Hoewel de DCMR participeert in vele vormen van samenwerking op projectbasis is er in het primaire proces geen sprake van een verbonden partij.
Begroting 2022
Blad 28 van 36
Deel 2: Financiële begroting
Begroting 2022
blad 29 van 36
7
Overzicht van Baten en Lasten
In onderstaande tabel 9 is voor de jaren 2022 – 2025 een gespecificeerd inzicht gegeven in de ontwikkeling van de baten en lasten van de DCMR. Tabel 9: Lasten en Baten
2022
2023
2024
2025
Brutosalarissen
€
32.977.500 €
32.977.500 €
32.977.500 €
32.977.500
IKB
€
7.187.000 €
7.187.000 €
7.187.000 €
7.187.000
Sociale lasten
€
5.157.600 €
5.157.600 €
5.157.600 €
5.157.600
Pensioenlasten
€
6.666.400 €
6.666.400 €
6.666.400 €
6.666.400
Functiekosten
€
51.988.500 €
51.988.500 €
51.988.500 €
51.988.500
Toelagen
€
825.000 €
825.000 €
825.000 €
825.000
Opleidingen
€
1.175.000 €
1.175.000 €
1.175.000 €
1.175.000
Overige personele lasten
€
1.700.000 €
1.700.000 €
1.700.000 €
1.700.000
Bijkomende kosten personeel
€
3.700.000 €
3.700.000 €
3.700.000 €
3.700.000
Inhuur personeel buiten formatie
€
1.950.000 €
1.850.000 €
1.850.000 €
1.850.000
Diensten door derden
€
2.000.000 €
2.000.000 €
2.000.000 €
1.866.000
Inhuur personeel / diensten derden
€
3.950.000 €
3.850.000 €
3.850.000 €
3.716.000
Afschrijvingen
€
833.000 €
1.203.480 €
1.453.350 €
1.266.700
Huisvesting
€
3.828.000 €
3.828.000 €
3.828.000 €
3.828.000
ICT
€
4.221.000 €
4.221.000 €
4.221.000 €
4.221.000
Documentatie
€
410.000 €
410.000 €
410.000 €
410.000
Communicatie
€
218.000 €
218.000 €
218.000 €
218.000
Overig materieel
€
477.500 €
477.500 €
477.500 €
477.500
Totale materiele kosten
€
9.987.500 €
10.357.980 €
10.607.850 €
10.421.200
Totale directe kosten
€
69.626.000 €
69.896.480 €
70.146.350 €
69.825.700
Dekking declarabele uren
€
68.870.000 €
69.296.480 €
69.546.350 €
69.361.700
Resultaat op declarabele uren
€
-756.000 €
-600.000 €
-600.000 €
-464.000
Overige opbrengsten
€
100.000 €
100.000 €
100.000 €
100.000
Resultaat op werkplannen en projecten
€
Incidenteel resultaat
€
-
Resultaat voor onttrekkingen en dotaties
€
-656.000 €
-500.000 €
-500.000 €
-364.000
Modernisering bedrijfsvoering
€
1.156.000 €
1.000.000 €
1.000.000 €
1.000.000
Maatschappelijke Duurzaamheidsopgaven
€
500.000 €
500.000 €
500.000 €
364.000
Personeel en Organisatie
€
-
Modernisering bedrijfsvoering
€
1.000.000 €
1.000.000 €
1.000.000 €
1.000.000
Resultaat voor bestemming
€
0 €
0 €
0 €
0
-0 € €
0 € -
€
0 € -
€
0 -
Onttrekkingen bestemmingsreserves
€
-
€
-
€
-
Dotatie bestemmingsreserves:
Conform de financiële uitgangspunten, opgenomen in hoofdstuk 3, is de meerjarenbegroting geïndexeerd met 0%. Voor 2022 is geen nieuw beleid begroot. In onderstaande tabel 10 is voor 2022 inzicht gegeven in de baten en lasten per participant:
Begroting 2022
Blad 30 van 36
Tabel 10: Omschrijving
Lasten 2022
Baten 2022 Resultaat 2022
Gemeente Albrandswaard
€
368.104 €
368.104 €
-
Gemeente Barendrecht
€
657.831 €
657.831 €
-
Gemeente Brielle
€
601.137 €
601.137 €
-
Gemeente Capelle a/d IJssel
€
550.462 €
550.462 €
-
Gemeente Goeree-Overflakkee
€
1.504.311 € 1.504.311 €
-
Gemeente Hellevoetsluis
€
593.407 €
593.407 €
-
Gemeente Krimpen a/d IJssel
€
521.109 €
521.109 €
-
Gemeente Lansingerland
€
1.567.144 € 1.567.144 €
-
Gemeente Maassluis
€
Gemeente Nissewaard
€
Gemeente Ridderkerk
€
966.779 €
-
Gemeente Schiedam
€
1.408.107 € 1.408.107 €
-
Gemeente Vlaardingen
€
1.779.120 € 1.779.120 €
-
Gemeente Westvoorne
€
Gemeente Rotterdam Provincie Zuid-Holland
439.480 €
439.480 €
-
1.112.903 € 1.112.903 €
-
966.779 €
502.125 €
502.125 €
-
€
20.354.525 € 20.354.525 €
-
€
28.792.209 € 28.792.209 €
-
Provincie Zeeland
€
3.236.975 € 3.236.975 €
-
Projecten
€
7.575.000 € 7.575.000 €
-
Totaal participanten
€
72.530.728 € 72.530.728 €
-
Toelichting Op de werkplannen van de participanten worden geen financiële resultaten begroot. Hoewel de DCMR de afgelopen steeds een positief resultaat heeft gerealiseerd op haar externe projecten wordt op basis van het voorzichtigheidsbeginsel, in 2022 geen positief resultaat begroot.
Begroting 2022
blad 31 van 36
8
Ontwikkeling werkplanbijdragen 2020 – 2022
In onderstaande tabel 11 is het verloop van de bijdragen van de participanten over de jaren 2020 tot en met 2022 zichtbaar gemaakt. Tabel 11: Raming baten 2020
Omschrijving
Realisatie baten 2020
Primaire raming Begroting 2021
Raming baten 2021 na 1e begrotingswijziging
Raming baten 2022
Gemeente Albrandswaard
€
351.485 €
368.796 €
352.297 €
392.864 €
368.104
Gemeente Barendrecht
€
590.683 €
591.193 €
600.359 €
644.159 €
657.831
Gemeente Brielle
€
537.010 €
520.634 €
545.226 €
589.231 €
601.137
Gemeente Capelle a/d IJssel
€
517.897 €
445.161 €
528.173 €
537.173 €
550.462
Gemeente Goeree-Overflakkee €
1.423.360 €
1.550.798 €
1.445.149 €
1.474.400 €
1.504.311
Gemeente Hellevoetsluis
€
530.535 €
659.972 €
539.764 €
580.541 €
593.407
Gemeente Krimpen a/d IJssel
€
498.846 €
415.445 €
507.111 €
510.111 €
521.109
Gemeente Lansingerland
€
1.506.115 €
1.536.411 €
1.529.062 €
1.556.028 €
1.567.144
Gemeente Maassluis
€
420.000 €
426.788 €
427.333 €
439.833 €
439.480
Gemeente Nissewaard
€
1.014.116 €
962.078 €
1.032.569 €
1.087.897 €
1.112.903
Gemeente Ridderkerk
€
906.178 €
882.757 €
903.837 €
994.170 €
966.779
Gemeente Schiedam
€
1.291.125 €
1.233.864 €
1.312.750 €
1.378.303 €
1.408.107
Gemeente Vlaardingen
€
1.692.389 €
1.616.557 €
1.719.515 €
1.742.515 €
1.779.120
Gemeente Westvoorne
€
482.724 €
466.776 €
490.122 €
528.677 €
502.125
Gemeente Rotterdam
€
19.163.785 €
19.117.839 €
17.988.167 €
20.196.214 €
20.354.525
Provincie Zuid-Holland
€
28.535.282 €
28.131.789 €
28.548.831 €
29.493.186 €
28.792.209
Provincie Zeeland
€
3.166.640 €
3.192.406 €
3.166.640 €
3.236.975 €
3.236.975
Projecten
€
8.000.000 €
7.858.885 €
9.000.000 €
7.500.000 €
7.575.000
Totaal participanten
€
70.628.170 €
69.978.149 €
70.636.904 €
72.882.277 €
72.530.728
Toelichting In de kolom ‘Raming baten 2020’ zijn de definitieve werkplanbijdragen 2020 weergegeven. De kolom realisatie baten 2020 geeft de realisatie van de werkplanbedragen zoals opgenomen in de jaarrekening/jaarverslag 2020. In de ‘Primaire raming begroting 2021 ’ staan de begrote bedragen zoals opgenomen in de beleidsbegroting 2021. De huidige werkplanbijdragen over 2021 staan vermeld in de kolom e e ‘Raming baten 2021 na 1 begrotingswijziging. Dit betreft de 1 begrotingswijziging 2021, die in april door het DB wordt geaccordeerd. De bedragen in de kolom ‘Raming baten 2022’ zijn gebaseerd op de uitgangspunten en aannames zoals deze in hoofdstuk 3 (Financieel kader) zijn opgenomen.
Begroting 2022
Blad 32 van 36
9
Ontwikkeling financiële positie
In onderstaande tabel 12 is de geprognosticeerde balans per ultimo 2022 tot en met 2025 opgenomen. Tabel 12 Per 31-122022
Per 31-122023
Per 31-122024
Per 31-122025
Materiële vaste activa
3.572
5.369
4.865
4.023
Voorraden
750
750
750
750
7.952
5.655
5.659
6.137
60
60
60
60
2.500
2.500
2.500
2.500
14.834
14.334
13.834
13.470
Per 31-122022
Per 31-122023
Per 31-122024
Per 31-122025
4.134
3.634
3.134
2.770
Voorzieningen
0
0
0
0
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
0
0
0
0
Netto vlottende schulden met een rente typische kooptijd korter dan één jaar
2.800
2.800
2.800
2.800
Overlopende passiva
7.900
7.900
7.900
7.900
14.834
14.334
13.834
13.470
( € x € 1.000)
ACTIVA
Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal generaal
PASSIVA Eigen vermogen
Totaal generaal
Toelichting mutaties 2022: In onderstaande tabel 13 wordt het verloop van de activa in 2022 t/m 2025 inzichtelijk gemaakt.
Begroting 2022
blad 33 van 36
Tabel 13
Investeringen (x € 1.000)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Technische installaties en apparatuur in € gebouwen Kantoormeubilair en (veiligheids)voorzieningen € in gebouwen
2.397
€
75 €
775 €
575
2.332
€
100 €
750 €
250 €
150 €
250
€
2.940
€
809 €
575 €
2.175 €
800 €
175
€
984 €
2.100 €
3.000 €
950 €
425
Automatisering en telefonie TOTAAL Afschrijvingen (x € 1.000)
2020
Technische installaties en apparatuur in € gebouwen Kantoormeubilair en (veiligheids)voorzieningen € in gebouwen Automatisering en telefonie € TOTAAL Boekwaarde ultimo (x € 1.000) Kantoormeubilair en (veiligheids)voorz. gebouwen Machines, apparaten en installaties Automatisering en telefonie TOTAAL
2021
2022
2023
2024
2025
2.395
€
5 €
47 €
114 €
143 €
143
1.953
€
65 €
97 €
130 €
142 €
110
1.323
€ €
607 € 677 €
689 € 833 €
960 € 1.203 €
1.169 € 1.453 €
1.014 1.267
2020
2021
€
2
€ € €
379 1.617 1.998
€
2022
72 €
2023
2024
2025
800 € 1.261 € 1.118 €
976
€ 414 € 1.067 € 1.188 € 1.196 € 1.335 € 1.819 € 1.705 € 2.920 € 2.551 € 1.712 €
2.305 €
3.572 €
5.369 €
4.865 €
4.023
* De investeringen zijn veelal het resultaat van een project, waardoor het investeringsmoment soms lastig is in te schatten. Om deze reden is een verschuiving van het investeringsmoment met 2 jaar acceptabel . Aangezien het inschatting betreft is een verschuiving binnen de verschillende categorieën acceptabel.
Voor het gedetailleerde investeringsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 1. Eigen vermogen Algemene reserve Naar verwachting zal geen mutatie van de Algemene reserve plaatsvinden en daarom blijft deze gehandhaafd rond het gewenste niveau in verband met de benodigde weerstandscapaciteit (zie paragraaf 6.3.2). Bestemmingsreserves: Voor 2022 zijn de volgende onttrekkingen van bestemmingsreserves voorzien: Modernisering bedrijfsvoering - In het AB van december 2019 is besloten vanaf 2020 € 1 mln in te passen in de exploitatiebegroting. In de begroting wordt een dotatie van € 1 mln aan de bestemmingsreserve per jaar opgenomen. Hoofdzakelijk omdat projecten vaak over jaargrenzen heen lopen en zo verkeerde sturing op uitgeven geld wordt voorkomen. Op basis van actueel inzicht wordt voor 2022 op dit moment een onttrekking begroot van € 1,156 mln. Omdat het gaat over bedrijfsvoeringsprojecten en niet over inhoudelijke innovatie/andere taken zal de onttrekking als totaalbedrag worden opgenomen in de begroting. Uiteraard wordt de begrote onttrekking en gerealiseerde onttrekking wel toegelicht in het bestuur. Maatschappelijke Duurzaamheidsopgaven – een voorlopig besluit voor de vorming van deze nieuwe reserve wordt in het Dagelijks bestuur van april 2021 genomen.
De DCMR heeft voorgesteld deze reserve voor een periode van minimaal vier jaar te vormen vanuit het financieel resultaat 2020. Op dit moment wordt gewerkt aan de concrete invulling van de onderliggende programmaplannen. Voorlopig wordt een onttrekking van k€ 500 in 2022 geraamd.
Begroting 2022
Blad 34 van 36
Tabel 14: Omschrijving
Algemene reserve
Saldo 1-1-2022 €
Toevoeging €
Onttrekking €
1.770 1.770
0 0
Bestemmingsreserves Modernisering bedrijfsvoering Maatschappelijke Duurzaamheidsopgaven Subtotaal bestemmingsreserves
1.156 1.864 3.020
0
Totaal
4.790
Begroting 2022
Bestemming resultaat €
Dotatie €
Saldo 31-12-2022 €
0
1.770 1.770
1.000
0
1.000 1.364 2.364
1.000
0
4.134
0
0 1.000
0
-1.156 -500 -1.656
0
-1.656
blad 35 van 36
Bijlage 1 Hieronder wordt een gedetailleerd investeringsoverzicht, dit is een nader specificatie van het in tabel 13 opgenomen investeringsoverzicht. Investeringsplan
Investeringsjaar *
(bedragen * € 1.000)
2022 2023 Technische installaties en apparatuur in gebouwen Verbouwingen: investering is afhankelijk van het strategisch huisvestingsbeleid 575 en onzeker 575 Kleine aanpassingen (jaarlijks) 200 Subtotaal 775 575 Kantoormeubilair en (veiligheids)voorzieningen in gebouwen Meubilair (totaal) Meubilair (vervangen en uitbreiden enkele stuks of afdelingen) Subtotaal (Automatiserings)apparatuur en telefooninstallaties Mobiele telefoons (vervanging + uitbreiding) Website + intranet Optische / akoestische signalering op 4 auto's Werkplekken Netwerk Servers + backup storage Wifi Diverse automatiseringsactiva Subtotaal Totaal
2024
2025
200 550 750
200 50 250
150
250
150
250
450
50
50
50
25
25
650
25
2.000 100 575
100 2.175
100 800
100 175
2.100
3.000
950
425
* De investeringen zijn veelal het resultaat van een project, waardoor het investeringsmoment soms lastig is in te schatten. Om deze reden is een verschuiving van het investeringsmoment met 2 jaar acceptabel. Aangezien het inschatting betreft is een verschuiving binnen de verschillende categorieën acceptabel.
Begroting 2022
Blad 36 van 36
Concept Jaarverslag en Jaarrekening 2020
Concept Jaarverslag en Jaarrekening 2020
Auteur (s) Documentnummer Versie: Datum
: DCMR o.l.v. concerncontroller : 22307774 : Versie DB : 8 april 2021
blad 2 van 88
Inhoud 1
Inleiding
5
1.1
7
Leeswijzer
Deel 1: Jaarverslag
8
2
Programma Bedrijven
9
2.1 2.2 2.3
9 9 22
3
4
5
6
7
Wat waren we van plan? Wat hebben we gedaan? Wat heeft het gekost?
Programma Gebieden
23
3.1 3.2 3.3
Wat waren we van plan? Wat hebben we gedaan? Wat heeft het gekost?
23 23 29
Programma Bedrijfsvoering
30
4.1 4.2
30 30
Inleiding Baten en lasten
Productie
32
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
32 32 33 34 34 35
Algemeen Productie toezicht Productie handhaving Productie reguleren Productie bodem Productie overige gebiedsgerichte producten
Financiële Resultaten
36
6.1
36
Hoofdlijnen verlies- en winstrekening
Paragrafen
38
7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8
38 38 38 39 43 43 43 46
Inleiding Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risico’s en risicomanagement Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden Partijen
Deel 2: Rapportage Meerjarenprogramma 2017 - 2020
47
8
48
Meerjarenprogramma VTH
8.1 8.2 8.3
Algemeen Voortgang thema’s Voortgang ontwikkelpunten
48 48 59
Deel 3: Jaarrekening 2020
63
Balans
64
9
Algemene waarderingsgrondslagen
66
9.1 9.2 9.3 9.4
66 66 66 67
10
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Materiële vaste activa met economisch nut Vlottende activa Passiva
Toelichting op de balans
68
10.1 Activa 10.2 Passiva 10.3 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 10.4 Gebeurtenissen na balansdatum
68 71 74 74
11
Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening (aangepast)
75
12
Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
76
12.1 Resultaat 12.2 Algemene dekkingsmiddelen 12.3 Analyse begrotingsafwijkingen 12.4 Begrotingsafwijkingen op programma’s van participanten 12.5 Begrotingsafwijkingen op projecten 12.6 Projectresultaat 2020
76 76 76 76 78 78
Overige gegevens
79
13
13.1 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 79 13.2 Bestuursleden Algemeen Bestuur 80 14
Bijlagen
81
14.1 Staat van activa 14.2 Werkplan overzicht per opdrachtgever 14.3 Overzicht voorschot met specifiek bestedingsdoel per participant 14.4 Overzicht van baten en lasten per taakveld 14.5 Accountantsverklaring 14.6 Nadere verklaring producten in hoofdstuk 5
82 83 84 85 86 87
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020
4 / 88
1 Inleiding Voor u ligt het jaarverslag en de jaarrekening van DCMR Milieudienst Rijnmond over het jaar 2020. In 2020 heeft DCMR zich ingezet voor een schone, gezonde en veilige leefomgeving in het Rijnmondgebied. Met de prioriteiten zoals die waren aangegeven in de begroting 2020 is gewerkt aan vergunningverlening, toezicht en handhaving en is geadviseerd over ruimtelijke plannen en duurzaamheid. De uitvoering van de DCMR-taken moest begin 2020 worden aangepast als gevolg van de coronamaatregelen. In korte tijd zijn nieuwe werkwijzen ontwikkeld, zoals video-inspecties, toezicht op afstand en de inzet van drones. Het is gelukt om de inzet van uren en de productie zoveel mogelijk volgens planning uit te voeren. In het jaarverslag vindt u terug waar DCMR in 2020 aan heeft gewerkt en wat dit heeft opgeleverd. De jaarrekening geeft het overzicht van de financiële situatie van DCMR over 2020. U zult daarin lezen dat DCMR een operationeel resultaat (dus voor benutting bestemmingsreserves) heeft behaald van k€1.360. Dit operationele resultaat wordt mede bepaald door kosten die gemaakt zijn voor uitgevoerde activiteiten ten behoeve van eenmalige trajecten. Voor deze eenmalige trajecten zijn in het verleden bestemmingsreserves gevormd. Aan de in voorgaande jaren gevormde bestemmingsreserves wordt voor die in 2020 gemaakte kosten een bedrag van k€1.616 onttrokken.
Tevens is conform de bijgestelde begroting 2020 een bedrag van k€1.145 gedoteerd aan de bestemmingsreserve modernisering bedrijfsvoering. Tot slot heeft DCMR uit voorgaand boekjaar en incidentele factoren een positief resultaat behaald van k€133. Uiteindelijk heeft DCMR over 2020 een resultaat voor bestemming behaald van k€1.964. Verschil definitieve begroting en realisatie 2020
Resultaat Programma's (x € 1.000)
Realisatie 2019
Primaire Begroting 2020
Resultaat programma Bedrijven
€
94-
€
-
€
18- €
28- €
9-
Resultaat programma Gebieden
€
177-
€
-
€
149- €
210- €
61-
Resultaat programma Bedrijfsvoering
€
1.717
€
-
€
167
€
2.202
€
2.034
Resultaat programma's
€
1.446
€
€
0
€
1.964
€
1.964
-
Definitieve Begroting 2020
Realisatie 2020
Ten aanzien van de bestemming van het resultaat wordt voorgesteld om hierover gefaseerd te besluiten. De Rijnmondgemeenten en de provincie Zuid-Holland hebben de gezamenlijke ambitie om te komen tot een circulaire en klimaatneutrale economie in 2050. Het Algemeen Bestuur heeft in 2020 vastgesteld dat DCMR hier vanuit vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering aan kan bijdragen. In nauwe samenwerking met de participanten zal worden verkend hoe de kennis en ervaring vanuit de DCMR-taken kan worden ingezet en welke financiële middelen daarbij nodig zijn. Voorgesteld wordt daarom om het te bestemmen resultaat van 2020 vooralsnog te reserveren en in de vergadering van het Algemeen Bestuur van december 2021 te bepalen wat de rol van DCMR op het gebied van deze duurzaamheidsopgaven wordt en welke financiële inzet dit vraagt.
Het Dagelijks Bestuur, 8 april 2021
Digitaal getekend
Digitaal getekend
Voorzitter
Secretaris
Dhr. A. Bonte
Mevr. R. M. Thé
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020
5 / 88
Het Algemeen Bestuur van DCMR Milieudienst Rijnmond, Gelezen het voorstel van het dagelijks Bestuur, Gelet op artikel 29 van de Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond;
BESLUIT: vast te stellen het Jaarverslag en Jaarrekening 2020.
DCMR Milieudienst Rijnmond, Schiedam, 1 juli 2021.
De voorzitter,
De secretaris, Mevr. R. M. Thé
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020
6 / 88
1.1
Leeswijzer
De jaarrapportage over 2020 bestaat uit drie delen: 1. Het jaarverslag. Hierin leest u waar de DCMR in 2020 aan gewerkt heeft. Het bestaat uit de volgende onderdelen: -
Programma Bedrijven; Programma Gebieden; Productie; Programma Bedrijfsvoering; Financieel jaarresultaat DCMR; Paragrafen.
2. De rapportage over het Meerjarenprogramma 2017 – 2020. Hierin leest u wat het effect is van ons werk op de thema’s veiligheid, lucht en geur, geluid, energie en afvalwater. 3. De jaarrekening. In dit gedeelte leest u hoe de financiële situatie van DCMR in 2020 was. De jaarrekening bestaat uit de volgende onderdelen: -
Balans; Overzicht baten en lasten; Toelichting.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020
7 / 88
Deel 1: Jaarverslag
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020
8 / 88
2 Programma Bedrijven 2.1
Wat waren we van plan?
Het programma Bedrijven bevat alle taken die DCMR uitvoert die betrekking hebben op bedrijven. Dit zijn reguleren, inspecteren en handhaven op basis van wetgeving zoals de Wabo, het Activiteitenbesluit, Bodemwet- en regelgeving, Luchtvaartwet- en regelgeving, de Provinciale milieuverordening en de Ontgrondingenwet. De doelen uit het beleidskader worden binnen het programma bedrijven gerealiseerd op de wijze zoals afgesproken in het VTH uitvoeringsplan. Enkele afspraken daaruit zijn: -
Toezicht wordt informatie- en risicogestuurd uitgevoerd. Instrumentarium voor het toezicht wordt effectgericht ingezet. Bedrijven worden onverkort intensief gecontroleerd op de uitvoering van veiligheidssystemen, de technische installaties en op veiligheidscultuur. De sanctiestrategie wordt consequent toegepast. Eigen verantwoordelijkheid van bedrijven, branches en ketens op het gebied van milieu en veiligheid wordt versterkt. Kwaliteit van uitvoering wordt versterkt door samenwerking tussen inspectiediensten en omgevingsdiensten.
In 2020 stonden de volgende speerpunten centraal: Uitvoering VTH taken op hoog niveau. Brancheaanpak en risicosturing. Vernieuwen instrumentarium voor Regulering. Doorontwikkeling van de Meldkamer. Uniforme aanpak voor Brzo-bedrijven. Transparante overheid. In de volgende paragrafen leest u welke activiteiten in 2020 rond deze speerpunten zijn uitgevoerd. Los van deze speerpunten zijn ook veel andere activiteiten uitgevoerd waarvan verslag wordt gedaan. Ook wordt ingegaan op toezicht in de coronaperiode. 2.2
Wat hebben we gedaan?
2.2.1
Toezicht in coronaperiode
In maart 2020 nam de Rijksoverheid vergaande maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. DCMR heeft de manier van toezichthouden hierop aangepast. Doel was om de kwaliteit zoveel mogelijk te handhaven, terwijl waar mogelijk op afstand werd gewerkt. Op verschillende momenten is een toelichting op de nieuwe werkwijze gegeven aan participanten en bedrijven, onder meer in gesprekken, overleggen, via e-mailberichten en via berichten op de website en sociale media. Het resultaat was dat zich nauwelijks momenten hebben voorgedaan waarop de werkwijze een acuut probleem vormde. Wel is een enkele keer een inspecteur op onterechte gronden de toegang tot een bedrijf geweigerd. Daarnaast is het een gemis dat het element van persoonlijk contact is weggevallen. DCMR heeft zich in 2020 volop ingezet om, ondanks de beperkingen, toch de toezichtcapaciteit in de verschillende sectoren optimaal en slim in te zetten. Na de lockdown in maart werd in juni 2020 een lichter regime toegestaan, waarna fysiek toezicht in alle branches weer is geïntensiveerd. Geluidmeetrondes werden voorzichtig gestart, met één meetronde in de 2 weken. Ook de geurrondes werden weer opgestart. Er werd deelgenomen aan acties voor de aanpak van ondermijning en integrale controleacties. In november 2020 werden de coronamaatregelen toch weer verzwaard.
DCMR heeft zich opnieuw aan de strengere regels geconformeerd en het fysiek toezicht weer afgeschaald. Deze periode is benut voor innovaties en het toepassen van alternatieven voor fysiek toezicht in de coronaperiode. Onderzocht wordt hoe we de leerervaringen met de nieuwe werkwijzen voor toezicht ook in de toekomst kunnen benutten.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020
9 / 88
Al met al hebben we verschillende malen forse aanpassingen moeten doen in de aanpak van het toezicht en de handhaving. Hieruit is dan ook te verklaren dat in de eerste helft van 2020 gemiddeld over de werkplannen een verlies werd geleden in productie. In de tweede helft van 2020 zijn de productie en declarabiliteit weer aanzienlijk toegenomen. Zoveel, dat de opgelopen achterstand in de tweede helft van het jaar bijna volledig gecompenseerd kon worden. Toezichtcapaciteit is gedurende het jaar flexibel ingezet waar dat kon en waar nodig zijn er alternatieve werkzaamheden opgepakt zoals het investeren in datakwaliteit. Invloed corona en gevolgen voor toezicht en handhaving per sector Meldkamer en piket De telefonische bereikbaarheid voor het melden van incidenten, bedrijfsmeldingen en milieumeldingen is gehandhaafd. Op de meldkamer werd gewerkt met een minimale bezetting en een maximaal veiligheidsprotocol. De collega’s die deelnemen aan milieupiket en eropuit gaan bij overlastmeldingen of een incident werkten vanuit huis en waren nog steeds 24 uur per dag bereikbaar en inzetbaar. Dit leverde wel extra werk op bij het omwisselen van inspectievoertuigen en apparatuur volgens een coronaprotocol, maar er hebben zich geen voorvallen voorgedaan waarbij deze werkwijze aantoonbaar een negatieve invloed had op de kwaliteit van het werk.
Inspectie Het programma voor inspecties en voorvalonderzoeken is bijna geheel uitgevoerd zoals gepland, zij het deels op een andere manier. Er is zoveel mogelijk op afstand gecontroleerd. Waar dat niet anders kon werd het werk fysiek op locatie uitgevoerd. We controleerden nog steeds op de wijze die we als DCMR noodzakelijk vinden om te kunnen toezien en handhaven, dus aangekondigd maar ook onaangekondigd. Horeca Voor een aantal werkzaamheden geldt dat ze in 2020 bijna niet of veel minder werden uitgevoerd vanwege de maatregelen en de veranderde omstandigheden. Voorbeelden zijn het toezicht op evenementen, dat voorlopig stil ligt, en de horeca geluidmeetrondes. Deze laatste zijn stopgezet na de sluiting van de horeca. Vuurwerkcontroles Door het vuurwerkverbod verliepen de vuurwerkcontroles anders dan in voorgaande jaren. Door via emailberichten en via de website direct met de 72 verkooppunten te communiceren heeft DCMR aangegeven dat toezicht volgens aangepaste regels zou plaatsvinden. Uiteindelijk hebben zich geen grote problemen voorgedaan. Het toezien op de voorraden die zich bij de haventerminals vormden en de tijdige afvoer hiervan leverde ook veel werk op. Supermarkten De coronatijd van maatregelen en stapsgewijze versoepelingen heeft een eigen dynamiek met nieuwe vraagstukken voor gemeenten, waar DCMR natuurlijk graag bij ondersteunt.
Aan het begin van de coronacrisis hadden supermarkten behoefte aan ruimere tijden voor het laden en lossen om de grote vraag van consumenten tijdens deze eerste maanden aan te kunnen. In overleg met de gemeenten heeft DCMR dit tijdelijk toegestaan, op voorwaarde dat dit niet te veel overlast voor de omwonenden opleverde. Intussen heeft DCMR het toezicht op de geluidnormen hervat, ook weer in overleg met de gemeenten en de brancheorganisaties. Sport en sportscholen Sinds 11 mei zijn de coronamaatregelen rondom het sporten versoepeld. Buiten mag er weer in groepen worden gesport. Sportschoolhouders zoeken oplossingen om, ondanks de beperkingen, toch les te kunnen geven en willen hun sportactiviteiten in de buitenlucht aanbieden. Verschillende gemeenten hebben ons gevraagd welke (on)mogelijkheden er zijn om sporten buiten indoorsportlocaties mogelijk te maken. De vragen gaan vooral over mogelijke beperkingen vanuit de milieuregelgeving, en in het bijzonder over het afspelen van muziek tijdens het buitensporten. DCMR heeft de knelpunten in beeld gebracht. Met een algemeen advies helpt DCMR gemeenten om keuzes te maken bij wat wel en niet kan.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020
10 / 88
Innovaties en alternatieven voor fysiek toezicht in de coronaperiode De periode van de coronamaatregelen heeft DCMR gebruikt om op een aantal gebieden innovaties te versnellen of alternatieve wijzen van toezichthouden/handhaven toe te passen. Hieronder vindt u daarvan een overzicht: Ontwikkeling van toezicht op afstand De inspecties bij de grote industrie zijn vanaf dag één van de coronacrisis op afstand doorgegaan. Met videovergaderingen, het beoordelen van opgestuurde rapportages en video-inspecties om de aanwezigheid van noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen te kunnen vaststellen. Zo wordt alles geïnspecteerd wat op afstand geïnspecteerd kan worden. De fysieke inspectieonderdelen worden ingepland en ingehaald op de momenten dat er weer meer ruimte is. Ook de samenwerking met de veiligheidsregio en ISZW (Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid) is in stand gebleven. In situaties waar DCMR van mening was dat een fysieke inspectie echt niet achterwege kon blijven, zijn die conform de afspraken met veiligheidsregio en ISZW uitgevoerd (zoals bij Ducor en Alyphos). Voor de MKB-bedrijven is een pilot met videobellen gestart om ervaring op te doen met toezicht op afstand. Op basis hiervan is er beleid en een werkwijze rondom het uitvoeren van deze controles opgesteld en is dit uitgezet in de teams.
Ook voor het project informatieplicht energiebesparing worden de controles grotendeels op afstand uitgevoerd. Administratief oppakken van (na)controles Voor een aantal branches en onderwerpen (waaronder natte koeltorens) is gekozen om de controles administratief op te pakken. Hierbij wordt het bedrijf gevraagd om logboeken, bonnetjes of andere stukken uit de administratie naar DCMR te mailen, zodat de beoordeling op afstand kan plaatsvinden. Voor nacontroles gaat het bijvoorbeeld om het opsturen van foto’s waarop duidelijk te zien is dat een overtreding is hersteld. Inzet van drones In 2019 zijn de eerste ervaringen opgedaan met de inzet van drones bij een grondbank en een asfaltreiniger. Met drones zijn de volumes van aanwezige afvalstoffen digitaal ingemeten. De afgelopen periode is gebruikt om een project te starten om dit breder in te gaan zetten. Hierbij wordt actief de samenwerking met andere omgevingsdiensten gezocht. Een aantal daarvan heeft al ervaring met de inzet van drones. Inzet van andere interventies De afgelopen maanden is er een zelfchecklist voor de jachthavens uitgezet en verwerkt. De uitkomsten zijn richtinggevend voor de inrichting van de fysieke controles voor de tweede helft van het jaar. Ook is een interactieve factsheet gelanceerd voor de glastuinbouw.
Met deze interactieve factsheet, in combinatie met een rekenhulp en een interactief stroomschema, helpen we tuinders op weg om hun gevaarlijke stoffen veilig op te slaan. Investeren in datakwaliteit Betrouwbare omgevings- en bedrijvendata worden steeds belangrijker. Niet alleen voor DCMR maar ook voor inwoners, bedrijven en participanten in het werkgebied. Daarom heeft DCMR toezichthouders tijdelijk ingezet op inventariserende controles om het bedrijvenbestand zo actueel mogelijk te houden. Investeren in informatievoorziening voor toezichthouders Onderdeel van een datagedreven DCMR is goede ICT-ondersteuning voor de toezichthouders zodat zij gegevens, verslagen en overtredingen zo eenvoudig en efficiënt mogelijk kunnen registreren. DCMR heeft een nieuwe bevindingenapplicatie in gebruik, die verder wordt ontwikkeld. Hiermee kunnen de toezichthouders op locatie nog makkelijker zowel de positieve als de negatieve bevindingen (overtredingen) registreren en verder verwerken.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020
11 / 88
Ervaringen delen Tijdens de eerste periode van maatregelen en de daaruit voortvloeiende beperkingen in het toezicht, is er overleg met andere omgevingsdiensten geweest over hun aanpak en tijdelijke inzet op andere activiteiten. De verschillende aanpakken zijn onderling gedeeld en ervaringen zijn uitgewisseld. 2.2.2
Uitvoering VTH-taken op hoog niveau
Meerjarenprogramma VTH In 2020 is er een nieuw meerjarenprogramma (MJP) opgesteld dat in december door het AB is vastgesteld. Uit de evaluatie van eind 2019 bleek dat de interne en externe betrokkenheid verbeterd kon worden. Bij het vormgeven van het nieuwe MJP is hier rekening mee gehouden. Zo is de eerste inventarisatie van mogelijke onderwerpen breed uitgezet binnen de organisaties en zijn de collegeprogramma’s als input gebruikt. De risicoanalyse is door meer dan 100 experts binnen DCMR via een digitaal formulier gedaan. Ook is er veelvuldig afgestemd met het participantenoverleg en zijn er voor de verschillende focuspunten digitale oploopjes georganiseerd om de input op te halen bij de collega’s van onze participanten. Dit proces heeft geleid tot een breed gedragen MJP waarin deze keer naast de VTH-taken ook (ruimtelijk) adviseren een plek heeft gekregen. Het MJP heeft een aantal bekende focuspunten die belangrijk blijven, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid en het voorkomen van hinder. Maar ook een aantal nieuwe ontwikkelingen zoals circulaire economie, energietransitie en ondermijning zijn focuspunt in het nieuwe MJP. Met het nieuwe MJP wil DCMR ook een verbetering doorvoeren in de monitoring van de doelen. Er worden nieuwe indicatoren ontwikkeld en het doel is uiteindelijk een dashboard waarin de voortgang intern, maar ook voor het bestuur, zichtbaar wordt.
Voor de VTH-taken is het MJP input voor het actualisatieprogramma van vergunningverlening en de brancheplannen bij toezicht en handhaving. Er zijn eind 2020 ook nieuwe meerjarige brancheplannen opgesteld. Continu Verbeteren van de Big 8 De Big 8 van DCMR, ofwel de beleidscyclus, is de plek waar alle producten van de PDCA cyclus terugkomen. Van beleid dat bij de participant gemaakt wordt, via werkplannen en begroting, tot monitoring en verslaglegging. Ook het Meerjarenprogramma, de Brancheplannen en het Actualisatieprogramma Reguleren behoren tot de cyclus. In 2020 is verder gewerkt aan het continu verbeteren (LEAN) van de Big 8. Eind 2020 is vooruitgekeken om te zorgen dat ook met de nieuwe organisatie-inrichting de sturing op de Big 8 gewaarborgd blijft, zoals in het Bor vereist is. Kennisnetwerken DCMR heeft in 2020 actief deelgenomen in diverse kennisnetwerken waarin omgevingsdiensten (OD’s) opereren. Zo is DCMR actief in Omgevingdienst.nl, waarbinnen onder meer op specifieke inhoudelijke thema’s als asbest en energiebesparing, maar ook op meer methodische thema’s als data-analyse, gedragsbeïnvloeding en effectmeting werkgroepen kennis met elkaar uitwisselen. DCMR is ook actief deelnemer aan Brzo+, waarin onder meer de opleiding van de toezichthouders in een gezamenlijke academie plaatsvindt.
Ook op diverse inhoudelijke thema’s als aging wordt daar gezamenlijk kennis opgebouwd met collegadiensten. Dossiers met speciale aandacht In 2020 waren er enkele bedrijven die veel aandacht van de DCMR vergden. Dit vanwege achterblijvende prestaties op het gebied van veiligheid en milieu, overlast bij omwonenden, of incidenten. Eén bedrijf, Esso, is onder bevoegd gezag van de provincie Zuid-Holland onder verscherpt toezicht gesteld. Dit betekent frequenter toezicht en de inzet van extra toezichtsinstrumenten gericht op verbetering. Denk daarbij aan extra controles, het laten opstellen door het bedrijf van een plan van aanpak voor verbeteringen, onderzoek naar de veiligheidscultuur, analyse van bijna-incidenten en gesprekken met de directie. Voor Chemours en Dupont is naast het toezicht veel tijd geïnvesteerd in het proces om te komen tot drie aparte revisievergunningen voor de installaties van Chemours, DuPont en Performance Materials Netherlands BV (Dow) waar deze installaties nu nog onder één omgevingsvergunning opereren.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020
12 / 88
Bij Esso is eind 2020 het verdiepende cultuuronderzoek afgerond en zijn de plannen van aanpak voor verbetering van de prestaties en het opheffen van overtredingen uitgevoerd. Zo kon de besluitvorming over opheffen van het verscherpt toezicht worden voorbereid. Voor de gemeente Rotterdam hebben we veel extra tijd besteed aan de stofoverlast in Hoek van Holland en aan de havenemplacementen van ProRail. In 2019 is het rangeren met gevaarlijke stoffen op het emplacement Waalhaven Zuid stopgezet vanwege het ontbreken van goede blusfaciliteiten. Ook voor de andere emplacementen lopen diverse handhavingstrajecten om de situatie op het gebeid van veiligheid te verbeteren. In samenwerking met VRR is veel tijd gestoken in extra controles, toezien op de verbeteringen die ProRail wil doorvoeren en het stimuleren van het management van ProRail om deze verbeteringen en een algehele versterking van de veiligheidscultuur bij ProRail te bereiken. DCMR neemt deel aan diverse overleggen over en met ProRail op bestuurlijk en directieniveau, die door de gemeente Rotterdam en op verzoek van de staatssecretaris in het leven zijn geroepen. Vanuit Hoek van Holland kwamen afgelopen jaar weer veel klachten over stofoverlast, veroorzaakt door erts- en kolenoverslag van bedrijven op de Maasvlakte. Het aantal ontvangen klachten bij de Meldkamer vervijfvoudigde tot 416 in 2020.
Dat heeft geleid tot een intensivering van het toezicht op de bedrijven EMO en EECV – in de vorm van zeer frequente controles –, tot intensief overleg over het nemen van extra maatregelen – vastgelegd in een plan van aanpak van de bedrijven – en tot aanpassing van de vergunningen om dit ook (deels) juridisch afdwingbaar te maken. In nauwe samenwerking met de gemeente Rotterdam is daarom ingezet op veel meer gecommunicatie met de omgeving, over het gezamenlijk doen van onderzoek (metingen door en bij bewoners van Hoek van Holland) en over de risico’s en maatregelen. Ondanks de maatregelen van Suez is er nog steeds sprake van vliegenoverlast. Daarom is er een plan van aanpak met alle betrokkenen (waaronder de gemeente Rotterdam en Provincie ZuidHolland) opgesteld om tot een oplossing te komen. In 2020 is er veel onderzoek naar de oorzaak gedaan door het KAD. Dit onderzoek wordt in 2021 voortgezet, de milieuvergunning zal worden geactualiseerd en intensief toezicht en contact met de bewoners zal gaan bijdragen aan de oplossing. Toezichtslab Het Toezichtslab heeft in 2020 diverse projecten opgepakt om het toezicht slimmer te maken. Het gaat onder meer om de ontwikkeling van een instrument waarmee op efficiënte en effectieve wijze elementaire aspecten van de veiligheidscultuur worden gemeten. Eind 2020 is dit instrument getest.
Het doel is om dit in de toekomst vaker uit te zetten, wat ook de mogelijkheid biedt tot benchmarken. De ontwikkeling van een bodemtool is een ander voorbeeld van een project dat in 2020 is opgepakt. In 2019 maakte het Toezichtslab een planningstool voor asbest. Hiermee kan gemakkelijk worden geprioriteerd bij welke saneringen een controle moet worden uitgevoerd. Vanwege het succes van de asbesttool is in 2020 een soortgelijke tool ontwikkeld voor bodemsaneringen, waardoor bodeminspecties eenvoudig risicogericht gepland kunnen worden. De bodemtool wordt begin 2021 in gebruik genomen. Het team is uitgebreid met een datascientist. Na een inwerkperiode zijn er afspraken gemaakt over een nieuwe werkwijze voor de data-analisten om het werk ‘in flow’ en kwalitatief hoogstaand af te krijgen. Deze werkwijze staat nu. Met de extra inzet op data-analyse zorgt DCMR ervoor dat de aandacht gericht kan worden op de bedrijven en activiteiten met de hoogste risico’s voor milieu en veiligheid. Legionellabeheersing in natte koeltorens Natte koeltorens worden gebruikt voor de afkoeling van een gebouw of een industrieel proces. De koeltoren vernevelt water, dat zich als een lichte mist verspreidt. Via de waternevel kunnen legionellabacteriën eenvoudig terechtkomen in de lucht. Deze lucht kunnen mensen inademen. Bij inademing kunnen legionellabacteriën gevaarlijk zijn.
De natte koeltorens moeten daarom regelmatig worden gecontroleerd.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020
13 / 88
Eén van de doelstellingen van de controles in 2020 was om inzicht verkrijgen in het naleefgedrag van de bedrijven met een natte koeltoren in het Rijnmondgebied. Bij bijna alle locaties zijn de contactgegevens in het legionellabeheersplan van de betrokken partijen actueel en hebben onderhoudswerkzaamheden plaatsgevonden. Er is nog niet voldoende zicht op welke locaties een natte koeltorens hebben. Hierdoor is een uitbraak, zoals in 2019 in een natte koeltoren van een karton- en papierfabrikant in Gent België, ook in ons land altijd mogelijk. In 2020 heeft DCMR daarom ingezet op het opsporen van nieuwe locaties met natte koeltorens. Het opsporen en registeren van de natte koeltorens is een lastige klus, omdat de installaties vaak niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Om de onbekende koeltorens op te sporen heeft DCMR luchtfoto’s ingezet. We werken hierbij samen met een extern bureau. Uit deze inventarisatie zijn al 70 nieuwe locaties met natte koeltorens, voornamelijk industriële locaties, gevonden. Ook in 2021 wordt deze inventarisatie voortgezet, maar dan met luchtfoto’s met pixels van 5 en 7,5 cm. De eerste inventarisatie was met luchtfoto’s met pixels van 25 cm. Toezicht op kwaliteit afvalwater In 2020 zijn bij 46 bedrijven in totaal 67 bemonsteringen uitgevoerd.
De bezochte bedrijven behoorden tot de branches Tankcleaners, Metaalelektro, Composteerders, TOP-DOP’s (tijdelijke c.q. definitieve opslagplaatsen van grond), Chemie, Afval, Voeding, Tankstations en Metaalrecycling. Bij deze bemonsteringen is 13 keer een overtreding aangetroffen, 6 keer werd niet voldaan aan de lozingseis en 7 keer was de zuiveringstechnische voorziening niet op orde. Een groot aantal van deze controles is samen met inspecteurs van het Waterschap Hollandse Delta uitgevoerd. Dat is gebeurd in het kader van een samenwerkingsverband dat in 2021 zal worden voortgezet. Daarnaast is 12 keer een bemonstering bij Chemours in Dordrecht uitgevoerd op PFAS. De gehaltes die daarbij werden aangetroffen gaven geen aanleiding tot handhavend optreden. 2.2.3
Brancheaanpak en risicosturing
Uitvoering brancheplannen DCMR bewaakt en bevordert naleving bij bedrijven door een informatie- en risicogestuurde aanpak per branche op te stellen. In 2016 heeft DCMR voor ruim 40 branches een vierjarig brancheplan opgesteld. Daarin staan op hoofdlijnen risico’s, specifieke problematiek, doelgroepanalyse en toezichtstrategie beschreven. 2020 was het laatste jaar van deze vierjarige cyclus. Uitgangspunt is dat toezicht met prioriteit wordt uitgevoerd waar de milieu- en veiligheidsproblemen, risico’s en overlast het grootst zijn, en op de binnen de verschillende branches geformuleerde focuspunten. In 2021 start een nieuwe cyclus. In samenhang met het nieuwe MJP is in 2020 een nieuwe meerjarige brancheaanpak en toezichtstrategie opgesteld. Gedragswetenschappelijke inzichten en onderzoeksmethoden vormen in toenemende mate de basis voor interventies gericht op verhoging van de naleving. Inspectieprogramma uitgevoerd ondanks corona In 2020 heeft DCMR een groot aantal preventieve inspecties uitgevoerd. Daarnaast is ook een aantal ongeplande inspecties uitgevoerd, die zowel vanuit de brancheplannen als vanuit gezamenlijke inspecties en opleveringscontroles voortkwamen. Ondanks de coronamaatregelen kon DCMR het programma als geheel vrijwel totaal zoals gepland uitvoeren. Er trad wel een verschuiving op.
Door de verplichte sluiting waren er minder controles in de horeca en bij evenementen. Door de stijging van het repressief toezicht (voorvalafhandeling en hercontroles) stond het preventief toezicht ook in 2020 in een aantal gemeenten onder druk. Het is in bijna alle gevallen gelukt dit binnen budget en het begrote aantal te besteden uren te ondervangen. Het toezicht op onderwerpen die in meerdere branches spelen, zoals toezicht op natte koeltorens en energiebesparing, is projectmatig uitgevoerd. Betere naleving door zelfcontrole Naast de reguliere inspecties heeft in een aantal branches ook zelfcontrole plaatsgevonden door middel van zelfchecklijsten. Dit is onder andere gebeurd in de branches zorg, jachthavens, op- en overslag gevaarlijke stoffen, de grafische industrie en de horeca.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020
14 / 88
Bijzonderheden per branche Het nalevingspercentage binnen de verschillende branches is een indicatie voor het naleefgedrag binnen die branches. Het is goed deze met enige nuance te bekijken. Soms zijn incidenten van invloed. Elk jaar verschillen de focuspunten binnen de verschillende brancheplannen, waardoor percentages niet goed te vergelijken zijn met de jaren ervoor. In een aantal branches vallen zaken op. Die worden hieronder kort besproken. De uitvoering van asbesttaken ontwikkelt zich voorspoedig. Er werden in 2020 2.563 meldingen ontvangen. De asbesttelefoon, die in februari is geïntroduceerd, speelt hierin een belangrijke rol. De asbestsaneringen zijn toegenomen door een groei van (ver)bouwactiviteiten bij particulieren, woningbouwverenigingen en aannemers. In 2020 heeft DCMR de asbesttaken uitgebreid met vijf gemeenten. In de branche Autodemontage zijn in 2020 niet alle bedrijven gecontroleerd. De oorzaak hiervan zijn de coronamaatregelen. Bij de bedrijven die gecontroleerd zijn, werden geen bijzonderheden vastgesteld. Er zijn in 2020 wel bij een viertal bedrijven gezamenlijke integrale controles uitgevoerd, samen met handhavingspartners gemeente Rotterdam en politie. Ook tijdens deze controles zijn geen overtredingen of bijzonderheden geconstateerd.
De branche Chemie kenmerkt zich door de diversiteit aan installaties en processen met een grote variatie aan gebruikte stoffen. Voor de periode 2018-2022 heeft de provincie extra budget beschikbaar gesteld om het toezicht op de (petro)chemische sector en de tank op- en overslagterminals structureel verder te versterken door meer toezicht en nieuwe vormen van toezicht op installatieniveau. Ook hier speelden de coronamaatregelen een rol. Er was enige aarzeling bij het toestaan van inspecties bij vooral meet- en regelkamers. Bedrijven vreesden dat hun processen in gevaar zouden komen door personeelstekort als de staf daar besmet zou raken door bezoekers. Dit is in goed overleg opgelost. In 2020 zijn de inspecties deels op afstand uitgevoerd. De fysieke inspectie op de locatie betrof de rondgang op bedrijfsterreinen. De emissies van NOx en zeer zorgwekkende stoffen die vrijkomen uit de procesinstallaties zijn getoetst aan de norm bij de chemische bedrijven. Ook de achterliggende meet- en registratiesystemen van emissie zijn gecontroleerd. In september 2020 kregen alle ondernemers in de branche consumentenvuurwerk een informerende brief en checklist waarop de belangrijkste regels zijn aangegeven. Vanwege de coronacrisis heeft het kabinet in november 2020 het verkopen en afsteken van consumentenvuurwerk verboden. Fop- en schertsvuurwerk mocht wel worden verkocht en afgestoken.
Tijdens controles eind december 2020 is geconstateerd dat er geen verkoop van consumentenvuurwerk plaatsvond op locaties waar dat niet was toegestaan. Ook de vergunningverlening voor het professionele vuurwerk lag bijna geheel stil omdat evenementen niet doorgingen. De branche Droge Bulk stond in 2020 sterk in de belangstelling. Dit vooral door al eerder genoemde stofloverlast in Hoek van Holland. Dat heeft geleid tot een grotere inzet van capaciteit in controles, vergunningverlening en het uitoefenen van invloed op het gedrag van bedrijven via overleggen en communicatie. De regio kent een aantal grote energieproducenten. Belangrijk in deze branche is de controle op de naleving van emissie-eisen. Bij verschillende bedrijven zijn overtredingen geconstateerd. Het nalevingspercentage ligt hierdoor relatief laag, op 56%. Nadat ze werden aangesproken hebben de bedrijven de overtredingen ongedaan gemaakt. In één geval werd een last onder dwangsom opgelegd. Een deel van de groothandels was ook voor particulieren bereikbaar vanwege corona. Dit heeft niet tot extra klachten en overlast geleid. Vooral veel detailhandelsvestigingen zijn in 2020 gesloten geweest vanwege corona. De controles zijn deels uitgevoerd via toezicht op afstand. Dit werd door de ondernemers als positief ervaren. Klachten over de detailhandel betroffen veelal geur en laden en lossen.
Supermarkten hebben tijdelijke verruiming gekregen van de laad- en lostijden. De naleving is over het algemeen goed, met 86%.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020
15 / 88
Met ca. 4.000 actieve locaties is de Horecabranche omvangrijk qua aantal. De naleving is in het algemeen goed. In 2020 kreeg deze branche te maken met langdurige sluitingen en beperkingen door coronamaatregelen. Het aantal klachten daalde van 3.589 in 2019 naar 1.900 in 2020. Bij dat laatste ging het onder meer om overlast door afhaalrestaurants. De branche Installaties omvat een aanzienlijk aantal (7.165) stookinstallaties, al dan niet voorzien van propaan- of andere tanks. Er werd in 2020 in deze branche veel gedaan met zelfcontrole door particulieren. Het werken met deze checklists beviel goed en wordt voortgezet. In de branche Metaalelektro worden grotere bedrijven jaarlijks gecontroleerd op basis van de risicoprofielen. De kleinere bedrijven controleren we steekproefsgewijs of wanneer er klachten over zijn. In 2020 is flink ingezet op controles op het thema energie, daardoor is er een duidelijke stijging te zien in het aantal overtredingen op dit thema. Bij de branche metaalrecycling ging het in 2020 vooral om de inzameling en opslag van e-waste. Bij deze integrale controles is samengewerkt met diverse andere handhavingsinstanties. In 2020 is in de branche Motorvoertuigen en –herstel de helft van de geplande controles vooraf aangekondigd. Doel van deze aanpak is het naleefgedrag preventief te bevorderen.
Om een goed beeld te krijgen wat het effect hiervan is zal deze aanpak in 2021 worden voortgezet. Vanwege corona is bij de eerste lockdown op een andere wijze toezicht uitgevoerd. De controles zijn gedurende deze periode op afstand uitgevoerd met video en het uitlezen van digitale systemen zoals het SCIOSportaal en het Landelijke meldpunt afvalstoffen. In de branche Onderwijs is in 2020 een start gemaakt met de energiecontroles door speciale energietoezichthouders. Bij de meeste energiecontroles is er sprake van meerdere overtredingen van de wettelijk erkende maatregelen. Hierop worden de inrichtingen aangeschreven. In de branche Op- en overslag van gevaarlijke stoffen zijn door corona in 2020 minder controles uitgevoerd dan gepland. Dit heeft niet tot extra incidenten geleid. Het aantal klachten ontvangen bij de Meldkamer nam in 2020 toe tot 724, vergeleken met 666 in 2019. Op- en overslag (afvalstoffen) & Puinbrekers laat een behoorlijk aantal meer milieumeldingen zien. Deze toename is veroorzaakt door een grote brand bij RENEWI in Vlaardingen en de vliegenoverlast op Heijplaat. Bij U-recycle was intensief toezicht (en handhaving) nodig om de veiligheid te waarborgen. Raffinaderijen hebben veel verschillende installaties met een diversiteit aan emissies en emissiepunten. In 2020 lag de aandacht op de zogeheten emissiebubble.
Een emissiebubble is een emissiegrenswaarde voor de totale emissie (gehele inrichting) van een bepaalde stof. Daarnaast is onder andere gecontroleerd op het meet- en registratiesysteem van emissies. De branche Rubber- en kunststofindustrie stond vooral in de belangstelling door de plastickorrelproblematiek. Er werd een beperkt aantal controles uitgevoerd, vooral op energie. Samen met de VRR en ILenT zijn intensieve controles uitgevoerd in de branche Spoorweginrichtingen. De focus hierbij lag onder meer op de borging van de bluswatercapaciteit en de technische integriteit van bluswatervoorzieningen. Tijdens controles werden op verschillende emplacementen kleinere en grotere tekortkomingen geconstateerd. Naar aanleiding hiervan besloot ProRail het emplacement Waalhaven-Zuid buiten gebruik te stellen. Was dit niet gebeurd, dan zou dat hebben geleid tot een uiterst laag nalevingspercentage. Bij de branche Tankopslag is het aantal overtredingen van de tankintegriteit en de integriteit en het gebruik van installaties aanzienlijk. Bij de overtredingen is handhavend opgetreden. Het aantal overlastmeldingen van bewoners veroorzaakt door bedrijven in deze branches is gestegen ten opzichte van 2019. Het ging vooral om geluidsoverlast.
Om emissies naar de lucht te voorkomen en in kaart te brengen is onder meer gecontroleerd op emissiemeet- en registratiesystemen en het vrijkomen van risicovolle stoffen.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020
16 / 88
Het aantal klachten in de branche Scheepswerven, vooral over geluid, bleef op hetzelfde hoge niveau met 400 (425 in 2019). Vaak speelt hierbij het zgn. nestgeluid van motoren en generatoren van schepen die aan de wal liggen een rol. Er werden fors wat overtredingen geconstateerd, waardoor het nalevingspercentage daalde van 81% naar 70%. De branche Sport en recreatie werd sterk beïnvloed door de maatregelen tegen corona. Sportscholen moesten sluiten. In de zomer 2020 werd veel buiten gesport. DCMR heeft gemeenten ondersteund bij het omgaan met geluidklachten hierover. De branche Textiel(-reinigings)bedrijven is met nog ruim honderd actieve locaties een krimpende branche. Bij het uitvoeren van inspecties binnen de subbranche Textielbedrijven en Natwasserijen is het nalevingspercentage hoog. Daarnaast heeft in 2020 extra inzet plaatsgevonden op het thema energie. 2.2.4
Vernieuwing instrumentarium voor Regulering
Programma Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV) De Omgevingswet beoogt procedures te vereenvoudigen en te verkorten, ook ten aanzien van vergunningverlening. Het programma AADV van de provincie Zuid-Holland en DCMR heeft de ambitie om het proces van vergunningverlening efficiënter en effectiever te maken door zowel naar de aanvraag als de vergunning zelf te kijken. Eind 2020 is de 1e versie van het zogenaamde digitale voorschriftenregister voor de provinciale vergunningen DCMR opgeleverd. Dit systeem zal in 2021 en 2022 worden doorontwikkeld. Opschaling binnen Zuid-Holland en landelijk wordt voorbereid. Doortastend vergunning verlenen De laatste jaren heeft DCMR met “Continu Verbeteren” (Kaizen) succesvol aandacht gegeven aan de tijdigheid van de procedures. De doorlooptijd van een procedure wordt niet alleen bepaald door de factoren waar intern op wordt gestuurd. Ook het maken van ‘SMART’ afspraken over wat bedrijven en (wettelijke) adviseurs dienen aan te leveren bepaalt mede de doorlooptijd van een procedure. Tijdens de projectleiderstrainingen is hier in het afgelopen jaar aandacht aan gegeven. De interne adviesbureaus en wettelijke adviseurs zijn ook verbetertrajecten gestart om tijdig hun adviezen aan te leveren. Richting de bedrijven en hun adviesbureaus is voorlichting gegeven over de wijze en de kwaliteit van in te dienen documenten en onderzoeken.
Ondanks de geïntensiveerde aandacht voor kwaliteit en tijdigheid wordt een tijdige vergunningverlening nog niet altijd gerealiseerd en is de KPI nog niet op het gewenste niveau. Eind 2020 is een projectteam samengesteld dat gaat inventariseren welke (wettelijke) middelen wij tot onze beschikking hebben om te lange doorlooptijden terug te dringen. De op te leveren stappenplannen moet de projectleiders handvatten bieden om zakelijker te kunnen opereren. 2.2.5
Meldkamer
In 2019 behandelde de meldkamer tegen de 110.000 meldingen, verdeeld over 16.000 voorvallen. In 2020 is in totaal slechts ruim 1/3 van het aantal klachten van 2019 ontvangen. Over stof en overige zaken werd meer geklaagd. De toename van stofklachten kwam vooral uit Hoek van Holland. Over horecalawaai en verkeer en vervoer werd in 2020 minder geklaagd dan in 2019. Over geluid van bedrijven en hoog- en laagfrequent geluid juist meer. Over geur werd ongeveer evenveel geklaagd als vorig jaar. Er kwamen 20% minder lawaaiklachten en ruim 80% minder klachten over lawaai van vliegverkeer. De coronamaatregelen zijn de belangrijkste oorzaak voor deze scherpe daling in het aantal klachten. Ondanks de daling in het aantal klachten is de werkdruk op de meldkamer hoog geweest in 2020. Uitval en quarantaines als gevolg van corona hebben daaraan bijgedragen. Ook het invoeren van een nieuw registratie- en meldingensysteem voor de meldkamer zorgde voor aanpassing en extra werkdruk. De bedrijfsmeldingen gaan over incidenten of voorgenomen risicovolle activiteiten. De toezichthouders van DCMR bekijken deze klachten en meldingen. Ze kunnen leiden tot voorvalonderzoeken.