CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

33. 2025-033410 Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting 2026 MRDH.pdf

Gemeenteraad AW 2 juni 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken35.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Risico’s

Er bestaat het risico op overbesteding. Bij zicht op overbesteding wordt overeenkomstig de SOK aan de deelnemende partijen hiervoor toestemming gevraagd. Hierdoor wordt dit risico beperkt.

55

Beleidsvoornemens

Monitoring prestaties

Programma

De beleidsvoornemens staan opgenomen in een Werkplan en worden jaarlijks vertaald in een Jaarplan. Conform de SOK is het eerste Werkplan vastgesteld voor de periode 2022-2024. In het BO MIRT van 6/7 november 2024 is afgesproken dat Rijk en regio ernaar streven om uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025, voorafgaand aan de voorjaarsnota, in de Stuurgroep ZHB tot een voorstel te komen voor (de verdeling van) de financiering van Zuid-Holland Bereikbaar voor de periode 2026-2030. Daarbij worden ook de noodzaak en mogelijkheden voor het maken van indexeringsafspraken besproken en maken de partijen afspraken over de invulling van de detachering van personeel aan ZuidHolland Bereikbaar vanuit de samenwerkende moederorganisaties. Voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt jaarlijks een Jaarplan opgesteld. Jaarlijks levert de stichting uiterlijk in mei van elk jaar een jaarrekening op over het afgelopen boekjaar met een goedkeurende controleverklaring van een externe accountant. Hierna stelt de Raad van Toezicht deze jaarrekening vast. De vastgestelde jaarrekening en accountantsverklaring worden vervolgens uiterlijk op 1 juli van het desbetreffende jaar ter kennis gebracht van de deelnemende partijen. Programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer.

4.3 Weerstandsvermogen en risico’s Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om ‘niet-structurele’ financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Beleidsnota Het algemeen bestuur stelde op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vast. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen of financieel te dekken zijn: - het beheersen van risico’s door stuur- en beheersmaatregelen, bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving; - het financieel afdekken van risico’s door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd.

56

Bedrijfsrisico’s komen regelmatig voor en zijn daarom goed voorspelbaar en meetbaar. Hierdoor kun je ze afdekken door beheersmaatregelen of het afsluiten van verzekeringen. Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de versterking van het economisch vestigingsklimaat kan de MRDH alleen met eigen weerstandscapaciteit afdekken. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse uit 2015 is het risico bepaald van het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen. Dit risico is vervallen door de vaststelling van uittreedregels. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 vast. Daarin staat dat een uittreedsom wordt bepaald bij uittreding. Hierin staat ook het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH), dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig. Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten wordt aangehouden. Hierbij worden ook de financiële risico’s geïdentificeerd.

Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen vanuit de BDU-middelen lager worden of vertragen. De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate (meer dan 99%) gefinancierd met rijksmiddelen. De MRDH moet deze middelen beschouwen als vreemd vermogen, als ze nog niet zijn besteed. Daarom bouwt de MRDH voor deze middelen geen risicoreserve op. Financiering ov-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) staat, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale ov-bedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee, die nader zijn geanalyseerd in een extern onderzoek uit 2016. Uit dit onderzoek blijkt dat de MRDH een reserve moet vormen om de risico’s af te dekken die de economische waarde van het te financieren materieel direct beïnvloeden. Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie had gegund aan de ov-bedrijven RET en HTM. Ook is meegewogen dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht krijgt over de te financieren activa. Het kredietrisico wordt beperkt doordat de afschrijvingen en rente over goedgekeurde railinvesteringen en de verstrekte leningen zijn opgenomen in de concessievergoeding die de MRDH maandelijks betaalt.

Uit een referentievergelijking blijkt dat een waardedaling van 35% een verdedigbaar uitgangspunt voor de risicoberekening is. De risico-inschatting voor de beide ov-bedrijven is daarnaast als ‘laag’ geclassificeerd. Daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. De MRDH financiert ook op grond van de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH leningen voor investeringen in bussen en stallingen. Deze verordening is ingesteld om concessiehoudende vervoerbedrijven adequate en betaalbare financieringsmogelijkheden te bieden voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2025 berekend op basis van de maandelijkse concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen in de periode 2025-2029 gemiddeld € 45

57

miljoen. Bij een worstcasescenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding verloren gaat, als hoog (90%) ingeschat. Hierdoor wordt de ondergrens voor risicoreserve vastgesteld op € 40 miljoen. Het verschil tussen de marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden gebruikt als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). Hierdoor daalt de daarvoor benodigde BDU-bijdrage. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve voor financieringen in cijfers uitgewerkt.

Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar (euro's)

Voorlopige jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties)

1.146.228.041

1.304.507.137

1.372.725.281

1.407.717.763

1.394.229.891

1.326.682.500

boekwaarde MVA HTM, RET en EBS

1.408.721.574

1.401.298.446

1.407.431.754

1.415.355.005

1.379.875.889

1.295.806.564

Economische waarde MVA (65% boekwaarde)

915.669.023

910.843.990

914.830.640

919.980.753

896.919.328

842.274.267

Dekkingstekort economische waarde versus financiering

230.559.018

393.663.147

457.894.641

487.737.010

497.310.563

484.408.233

Weging risico

8%

8%

8%

8%

8%

8%

Netto/gewogen risico

18.444.721

31.493.052

36.631.571

39.018.961

39.784.845

38.752.659

Netto/gewogen risico (ondergrens € 40 miljoen)

36.000.000

40.000.000

40.000.000

40.000.000

40.000.000

40.000.000

Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief

30.000.000

36.000.000

40.000.000

40.000.000

40.000.000

40.000.000

In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar

6.919.529

8.019.723

8.571.587

8.822.624

8.818.829

8.520.571

Toevoeging opslag aan risicoreserve

6.000.000

4.000.000

0

0

0

0

Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar Beschikbaar voor exploitatie

0 919.529

0 4.019.723

0 8.571.587

0 8.822.624

0 8.818.829

0 8.520.571

* Ondergrens tot en met boekjaar 2023, cf. jaarrekening 2023: 30 miljoen

In 2025 wordt de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten bereikt. Er is dan geen dekkingstekort op de vereiste reserve. De meerjarenbegroting geeft aan dat er na 2025 geen toevoegingen aan de reserve nodig zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2026: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit

Beschikbare weerstandscapaciteit Financiering ov-bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering ov-bedrijven: Weerstandsvermogen ratio:

€ 40 miljoen € 40 miljoen 1 (voldoende)

Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij een onderneming drijft voor activiteiten. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Zij nam het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Eind februari 2022 sloten de MRDH en de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst. Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plusmethode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen.

58

Kengetallen Voorlopgie jaarrekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Kengetal

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Netto schuldquote

158,7%

139,4%

161,3%

146,5%

161,3%

148,7%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-6,4%

-5,3%

-5,8%

-5,2%

-5,7%

-5,6%

Solvabiliteitsratio

2,3%

2,4%

2,4%

2,5%

2,4%

2,5%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Structurele exploitatieruimte

1,9%

1,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Begroting

De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ongeveer 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het per balansdatum aanwezige fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen.

Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen niet voor elk in de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De in de tabel weergegeven positieve percentages betekenen dat de structurele lasten van de MRDH tenminste volledig worden gedekt door structurele baten.

4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Toekomstige investeringen worden gepland en begroot op basis van een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting en begrotingswijzigingen. Afschrijvingen

59

Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, met uitzondering van gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven over de volgende termijnen: a. maximaal tien jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal tien jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. vijf jaar: telefooninstallaties; d. drie jaar: automatiseringsapparatuur; e. tien jaar: kantoormeubilair; f. maximaal tien jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving van activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaf. Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van tien jaar. In 2017 is € 1,2 miljoen geïnvesteerd voor de verbouwing en herinrichting van dit pand.

In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen worden in tien jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en sloot daarvoor contracten af met gespecialiseerde marktpartijen. Kapitaallast Bedrijfsgebouw

2025 127.101

2026 127.101

2027 64.937

2028 3.350

2029 1.675

Overige materiële vaste activa De kantoorinventaris en ICT-hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 zonder kosten overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 legden we een nieuw datanetwerk aan en schaften we nieuw meubilair aan voor een totaalbedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Dit gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplekhardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (inclusief projectadministratie en verdere digitalisering van werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren investeren we opnieuw in ICT voor nieuwe werkplekken (beeldschermen en dockingstations) en in betere vergaderfaciliteiten. Investeringen in kantoormeubilair worden in tien jaar afgeschreven, ICT-hardware in drie jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in zeven jaar. De MRDH is zelf

60

verantwoordelijk voor het onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. In 2019 investeerden we in meubilair en het terras. In 2022 investeerden we, in het kader van ‘Het Nieuwe Werken’, in kantoormeubilair en vergaderfaciliteiten. In 2023 investeerde we in nieuwe koffiemachines. In 2024 zijn er diverse veiligheidsmaatregelen geïmplementeerd. Deze maatregelen zijn als één bedrag geactiveerd. Investering Meubilair ICT

Investeringsbedrag 45.000 45.000

2025 45.000 45.000

2026

2027

2028

2029

-

-

-

-

Kapitaallast ICT

2025 50.175

2026 57.675

2027 36.338

2028 14.667

2029 -

Kapitaallast Overige materiële vaste activa

2025 69.756

2026 72.006

2027 57.532

2028 38.573

2029 25.137

Haltevoorzieningen Volgens de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zogenaamde abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen en het beheer en onderhoud zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten. De MRDH heeft hiervoor zelfstandig een contract aanbesteed. Het beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De haltevoorzieningen zijn per 31 december 2021 volledig afgeschreven. Gronden De MRDH bezit diverse percelen grond of heeft daarop een recht van opstal gevestigd voor de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen:

Perceel 1 Rijswijk A 3914 2 Rijswijk D 8010 3 Rijswijk D 8011 4 Rijswijk D 8015 5 Rijswijk D 8038 6 Rijswijk G 2984 7 Rijswijk G 2985 8 Rijswijk G 2989 9 Rijswijk G 2994 10 Rijswijk G 2999 11 Rijswijk G 3001 12 Rijswijk G 3002 13 Rijswijk G 3009 14 Rijswijk G 3050 15 Rijswijk G 3054 16 Rijswijk I 2128 17 Rijswijk I 2131 18 Rijswijk I 2134 19 Rijswijk I 2137 20 Rijswijk I 2139 21 Veur B 9432

Adres Burgemeester Elsenlaan Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B Burgemeester Elsenlaan Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Limpqergstraat/Limpergstraat 11 Burgemeester Elsenlaan Veraartlaan/Visseringlaan Visseringlaan/Volmerlaan Volmerlaan Sir Winston Churchilllaan Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A Generaal Eisenhowerplein Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Prinses Beatrixlaan Weidedreef Florence Nightingalestraat Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4 Eikelenburglaan Burgemeester Banninglaan

Eigenaar Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk MRDH Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk/Railinfratrust MRDH MRDH Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk St. Medisch Centrum Haaglanden

Gerechtigde MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) geen MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) geen geen MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (erfpacht)

Omschrijving wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen openbaar vervoer

Er zijn geen financiële verplichtingen voor deze gronden.

61

4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB). De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:

Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie, stuurt vijf managers aan en managet zelf het bureau Interne Dienstverlening. De salarislasten van de secretarisalgemeen directeur wordt op dezelfde manier verdeeld als de salarislasten van alle andere staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 18% worden bekostigd uit de inwonerbijdrage EV en voor 82% worden bekostigd uit de BDU. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer In de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. Twee managers zijn verantwoordelijk en geven dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer. De twee afdelingen tellen gezamenlijk 52 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU. Het aantal fte in de begroting 2026 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2025. Afdeling Economisch Vestigingsklimaat (EV) De manager EV is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding en de uitvoering van het programma Economisch Vestigingsklimaat. Dit organisatieonderdeel telt 10 fte en is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2025. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. 62

Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID). De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in drie bureaus: BFC, BSB en BID. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties van HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 32,6 fte. Het aantal fte stafzaken in de begroting 2026 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2025. De salarissen van de medewerkers komen voor 18% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 82% ten laste van de BDU. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van € 3,00 (prijspeil 2026) wordt in lijn met de afspraken (Kadernota MRDH begroting 2026) maximaal € 1,22 (prijspeil 2026) ingezet voor apparaatslasten. De werkelijke begroting voor apparaatslasten bedraagt in 2026 € 2.914.367 (zie tabel kostenverdeling hierna), dat is € 1,17 per inwoner (voor aantal inwoners zie hoofdstuk 7). Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen cao, die de Cao Gemeenten volgt (inclusief uitzonderingen gemeente Rotterdam) De huidige cao betreft de periode tot en met 31 maart 2025.

Voor het jaar 2026 houden we rekening met een loonstijging van 2,1%. Dit percentage is gebaseerd op de Loonvoet sector overheid uit de MEV2025-publicatie van het CPB die in september 2024 is verschenen en is opgenomen in de Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen. Naast deze indexering voert de MRDH ook nog een correctie door van -0,2% over voorgaand jaar (2025). In de begroting 2025 was rekening gehouden met een indexatie van 4,9%, maar de MEV 2025 geeft voor 2025 een indexpercentage Loonvoet sector overheid van 4,7%. Onderstaande tabel bevat de begrote personele formatie en de salariskosten die daaraan verbonden zijn (inclusief sociale lasten).

Onderdeel

fte's 2025

fte's 2026

Begroting 2026 (euro’s)

Secretaris-algemeen directeur

1,0

1,0

238.226

Bureaus BFC, BSB en BID

32,6

32,6

3.810.983

Afdeling Verkeer

26,0

26,0

3.183.929

Afdeling Openbaar Vervoer

26,0

26,0

3.174.089

Economisch Vestigingsklimaat

10,0

10,0

1.433.307

Totalen

95,6

95,6

11.840.534

* De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten

In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten.

63

De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (zoals ondersteuning, advies en opleidingen), financiën (zoals accountantskosten), facilitair (zoals huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (zoals licenties voor het document-managementsysteem), communicatie (zoals de kosten voor de website), bestuurszaken (zoals vergaderkosten, bekendmakingen, besluiten) en juridische zaken (zoals juridisch advies, bezwaar en beroepskosten). Informatiemanagement De komende jaren staat de implementatie en uitvoering van informatiebeveiliging centraal binnen het IT-team van de MRDH. Deze prioriteit volgt uit de naderende wet- en regelgeving rondom informatiebeveiliging (NIS2/BIO2). Uit het archiefinspectierapport blijkt dat de MRDH op dit gebied achterloopt. De organisatie erkent deze constatering. Om dit te verbeteren, onderzoeken we in 2025 of het mogelijk is formatieruimte vrij te maken voor de vaste aanstelling van een CISO (Chief Information Security Officer). Het doel is om in 2026 grotendeels te voldoen aan de eisen van de BIO2. Naast deze focus op informatiebeveiliging blijven de lopende IT-projecten doorgaan. De informatiemanager voert deze projecten voornamelijk uit. Hieronder volgt de planning voor 2026.

Informatiebeveiliging, AVG en informatiebeheer Op basis van de BIO2 worden beleid en maatregelen ontwikkeld en geïmplementeerd, waaronder:  Het ontwikkelen en actueel houden van een informatiebeveiligingsbeleid.  Het vaststellen van rollen, verantwoordelijkheden en toegangsrechten.  Het uitvoeren van risicoanalyses en het implementeren van bijbehorende maatregelen.  Het opstellen van een ISMS (Information Security Management System) volgens de PlanDo-Check-Act-cyclus.  Het opzetten van een Incident Response Plan (IRP).  Het implementeren van Business Continuity Management (BCM).  Het vergroten van bewustzijn bij medewerkers en managers over informatiebeveiliging. In 2024 heeft de archiefinspectie een rapport uitgebracht met aanbevelingen. Deze aanbevelingen worden in de komende periode opgepakt, om deze in 2026 af te ronden en bij de volgende inspectie in datzelfde jaar een betere beoordeling te behalen. Daarnaast wordt het informatiebeheerplan (IBP) geactualiseerd en breed bekendgemaakt binnen de organisatie. Dit plan is de leidraad voor het informatiebeheer binnen de MRDH. 64

IT-projecten  Migratie naar SharePoint en Visiedosis De migratie naar SharePoint en Visiedosis wordt in 2025 afgerond. Dit houdt in dat de MRDH volledig overstapt naar werken in SharePoint en het archiveren van documenten in Visiedosis. Het oude documentmanagementsysteem E-docs blijft op de achtergrond functioneren, maar wordt niet langer actief gebruikt. In 2026 wordt de nieuwe werkwijze geëvalueerd, inclusief de structuren in SharePoint en het archiveringsproces in Visiedosis. 

Digitaliseren van het besluitvormingsproces Vanwege de uitloop van het SharePoint-project is de start van het project voor het digitaliseren van het besluitvormingsproces uitgesteld naar 2025. Het doel is om in 2026 het besluitvormingsproces volledig gedigitaliseerd te hebben.

Digitale handtekening Als onderdeel van het digitaliseren van het besluitvormingsproces wordt ook de implementatie van de digitale handtekening verder uitgebreid. De bovengenoemde projecten vormen gezamenlijk de basis voor het volledig digitaal werken van de MRDH, wat gepland staat na de afronding van deze projecten.

Implementatie van een CRM-systeem Met het oog op netwerkvorming wordt in 2025 een pilot uitgevoerd voor de implementatie van een CRM-systeem. Deze pilot wordt in 2026 geëvalueerd. Bij positieve resultaten zal het CRM-systeem in 2026 verder worden uitgerold.

4.6 Paragraaf Wet open overheid (Woo) Zoals de Wet open overheid vereist maakt de MRDH veel documenten al actief openbaar. Dit betreft:  Agenda’s  Vergaderstukken van alle openbare vergaderingen van de bestuursorganen  Vergaderverslagen  Besluitenlijsten van alle vergaderingen van de bestuursorganen (Bc’s, Ac’s, DB, AB)  Beleidsstukken en reglementen  Persberichten  Overige relevante documenten Verder komt er een toenemend aantal verzoeken met betrekking tot de Woo binnen bij de MRDH. Dit betreft:  Woo-verzoeken gericht aan de MRDH;  zienswijzeverzoeken, waarbij het Woo-verzoek is gericht aan een andere overheid. Deze overheid verzoekt de MRDH dan om een zienswijze op stukken waarbij de MRDH betrokken is. Om efficiënter te kunnen reageren op Woo-verzoeken heeft de MRDH een digitaal programma in gebruik genomen, dat het weglakken van bepaalde stukken (bijvoorbeeld in verband met privacy) vergemakkelijkt. Na de invoering van het nieuwe archiefsysteem in 2025, staat 2026 in het teken van het opstellen van een actieplan voor uitgebreidere actieve openbaarmaking van stukken van de MRDH vanaf 2015.

65

4.7 Subsidies Op grond van de Financiële verordening van de MRDH geven we in deze paragraaf een overzicht van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen. Deze subsidies zijn niet op grond van een bestaande verordening verleend. De Subsidieverordening Vervoersautoriteit bevat de spelregels voor subsidieverlening binnen de MRDH. Vrijwel alle subsidies binnen de MRDH worden op grond van deze verordening verstrekt. Er zijn enkele uitzonderingen op deze regel. Voor zover subsidieaanvragen niet op basis van de genoemde subsidieverordening worden gehonoreerd, baseert de MRDH zich bij de besluitvorming op de bepalingen rondom subsidieverlening in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Die wet biedt de volgende mogelijkheden voor subsidieverlening buiten de subsidieverordening (Awb 4:23):  lid 3 onderdeel c: indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of;  lid 3 onderdeel d: in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt. In het eerste geval wordt ook wel gesproken van een begrotingspostsubsidie, in het tweede geval van een incidentele subsidie. Voor de begroting 2026 worden de volgende subsidies begroot: Soort subsidie

Begrotingsprogramma Begunstigde

Begrotingspostsubsidie Exploitatie verkeer en meerjarig openbaar vervoer

Begrotingspostsubsidie Economisch meerjarig Vestigingsklimaat

Begrotingspostsubsidie Economisch meerjarig Vestigingsklimaat

Bedrag 2026 (€) toelichting Subsidie voor het uitvoeren van het Kennisprogramma Verkeer en Vervoer (KpVV). Het KpWprogramma is gericht op het ondersteunen van de gezamenlijke decentrale overheden bij het ontwikkelen en realiseren van hun integrale verkeers- en vervoerbeleid door middel van kennisproducten en het organiseren van netwerken. Op 28 februari 2024 heeft de bestuurscommissie Vervoersautoriteit een meerjarige subsidie verleend voor de periode CROW 900.000 2024 tot en met 2027. InnovationQuarter is sinds de oprichting van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) een belangrijke partner in het realiseren van doelstellingen van de MRDH als het gaat om versterking van het Economisch Vestigingsklimaat en het innovatie-ecosysteem. De afgelopen jaren heeft de MRDH jaarlijks subsidie verleend aan InnovationQuarter op de onderwerpen Innoveren, Investor Relations en het Secretariaat van de Economic Board ZuidHolland (EBZ). Op 28 februari 2024 heeft de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat een meerjarige subsidie verleend aan InnovationQuarter voor de jaren 2024 tot en met 2026 met een begrotingsvoorbehoud voor de jaren 2025 en 2026 en een voorbehoud voor goedkeuring van een indexering van 3,7% voor de jaren 2025 en 2026 via vaststelling van de MRDH begroting door het algemeen bestuur.

De subsidie wordt verleend voor de activiteiten die IQ jaarlijks middels een activiteitenlijst ter goedkeuring voorlegt aan de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat. De jaarschijf 2026 bevat geen indexering en is gelijk gebleven ten opzichte van de subsidie voor het jaar 2025. Reden voor het niet indexeren is de korting op de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat voor InnovationQuarter 1.022.566 het jaar 2026 waaruit deze subsidie wordt bekostigd. Het algemeen bestuur verleende op 4 april 2025 een meerjarige begrotingspost subsidie aan YES!Delft voor de periode januari 2025 tot en met december 2026 van € 250.000 per jaar. Het betreft een exploitatiesubsidie van 10% van de exploitatiebegroting tot een maximum van € 250.000 per jaar ter ondersteuning van de kernactiviteiten van YES!Delft en om YES!Delft de mogelijkheid te bieden om alternatieve financiering te onderzoeken en daar YES!Delft 250.000 waar mogelijk te realiseren.

Het algemeen bestuur verstrekt voor het verlenen en vaststellen van deze subsidies een mandaat aan de betreffende bestuurscommissies. Dit mandaatbesluit maakt integraal onderdeel uit van deze begroting.

66

Hoofdstuk 5

FINANCIËLE BEGROTING 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord.

Programmabegroting 2026

Voorlopige jaarrekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(euro's)

2024

2025*

2026

2027

2028

2029

1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer

540.762.332

652.521.608

613.316.188

668.027.494

582.930.253

597.066.443

2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer

86.188.062

169.914.357

144.123.246

193.959.358

192.830.313

202.659.793

3. Economisch Vestigingsklimaat

5.108.569

5.953.148

6.187.098

6.187.098

6.137.098

6.137.098

Overhead

7.881.279

8.303.305

7.386.209

7.386.209

7.386.209

7.386.209

0

0

0

0

0

0

639.940.242

836.692.417

771.012.741

875.560.159

789.283.873

813.249.543

1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer

546.762.332

656.521.608

613.316.188

668.027.494

582.930.253

597.066.443

2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer

86.188.061

169.914.357

144.123.246

193.959.358

192.830.313

202.659.793

3. Economisch Vestigingsklimaat

5.721.625

5.953.148

6.187.098

6.187.098

6.137.098

6.137.098

Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV

7.881.279

8.303.305

7.386.209

7.386.209

7.386.209

7.386.209

Totaal

646.553.297

840.692.418

771.012.741

875.560.159

789.283.873

813.249.543

6.613.055

4.000.000

0

0

0

0

Lasten per programma

Onvoorzien Totaal Baten per programma

Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves

218.650

0

0

0

0

Toevoeging aan reserves

-6.000.000

-4.000.000

0

0

0

0

Resultaat

831.705

0

0

0

0

0

* . De cijfers voor het jaar 2025 bestaan uit de vastgestelde begroting 2025 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.

Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar verwijzen we naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasuryfunctie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 (Staat van reserves en fondsen 20242029).

67

Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren:

Begroting 2026 per taakveld

Voorlopige jaarrekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(euro's)

2024*

2025*

2026

2027

2028

2029

Lasten per taak veld 2.1 Verkeer en vervoer

34.669.943

74.408.543

63.876.357

96.575.873

92.634.060

79.489.555

2.5 Openbaar vervoer

577.450.035

727.181.001

668.052.744

737.200.692

653.568.861

690.946.748

0.5 Treasury

14.830.174

20.846.020

25.509.932

28.209.887

29.557.245

29.289.533

3.1 Economische ontwikkeling

5.108.569

5.953.148

6.187.098

6.187.098

6.137.098

6.137.098

0.4 Overhead

7.881.279

8.303.305

7.386.209

7.386.209

7.386.209

7.386.209

242

400

400

400

400

400

639.940.242

836.692.417

771.012.741

875.560.159

789.283.873

813.249.543

0.9 Vennootschapbelasting (Vpb) Totaal Baten per taak veld 2.1 Verkeer en vervoer

30.561.159

74.408.543

63.876.357

96.575.873

92.634.060

79.489.555

2.5 Openbaar vervoer

560.094.283

723.161.678

659.481.557

728.378.467

644.750.433

682.426.577

0.5 Treasury

42.294.951

28.865.744

34.081.520

37.032.512

38.376.073

37.810.104

3.1 Economische ontwikkeling

5.721.625

5.953.148

6.187.098

6.187.098

6.137.098

6.137.098

Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV

7.881.279

8.303.305

7.386.209

7.386.209

7.386.209

7.386.209

Totaal

646.553.297

840.692.418

771.012.741

875.560.159

789.283.873

813.249.543

6.613.056

4.000.000

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves

218.650

0

0

0

0

0

Toevoeging aan reserves

-6.000.000

-4.000.000

0

0

0

0

Resultaat

831.706

0

0

0

0

0

* De cijfers voor het jaar 2025 bestaan uit de vastgestelde begroting 2025 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.

5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is. Dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materiële evenwicht van de begroting. Onder incidentele baten en lasten verstaan we onder meer de volgende posten:  stortingen in en onttrekkingen aan reserves;  bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Verdere kaders zijn opgenomen in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 van de commissie BBV en de Handreiking 2021: verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten. Deze komt van de toezichthoudende provincies, waaronder de provincie Zuid-Holland. De grootste geldstroom, de Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt, zijn daarmee ook structurele lasten. Met ingang van het begrotingsjaar 2024 worden de incidentele toevoegingen door het Rijk aan de BDU als structureel gekenmerkt, omdat ze niet van invloed zijn op het structurele begrotingssaldo (baten = lasten). Ook de Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan gerelateerde uitgaven worden als structureel gekenmerkt.

De volgende tabel geeft voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weer.

68

Voorlopige jaarrekening

Incidentele baten en lasten (euro's)

Begroting 2025

2024

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Incidentele lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer

21.509.061

4.000.000

0

0

0

2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

1.585.982

2.189.008

2.120.983

977.591

0

0

3. Economisch Vestigingsklimaat

0

0

0

0

0

0

Overhead

0

0

0

0

0

0

23.095.043

6.189.008

2.120.983

977.591

0

0

0

Totaal

0

Incidentele baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer

15.509.061

0

0

0

0

2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

1.585.982

2.189.008

2.120.983

977.591

0

0

3. Economisch Vestigingsklimaat

218.650

0

0

0

0

0

Overhead

36.871

0

0

0

0

0

17.350.564

2.189.008

2.120.983

977.591

0

0

5.744.479

4.000.000

0

0

0

0

Totaal Saldo van incidentele baten en lasten

Toelichting incidentele baten en lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten betreffen de toevoegingen aan de risicoreserve financieringen. Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU (een incidentele baat). Zoals hiervoor aangegeven worden vanaf het begrotingsjaar 2024 deze incidentele toevoegingen als structureel gekenmerkt en komen deze niet meer terug in het overzicht.

Specificatie Exploitatie verkeer en openbaar vervoer

Voorlopige jaarrekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(euro's)

2024

2025

2026

2027

2028

Toevoeging aan risicoreserve financieringen Bijdragen derden aan onderzoek verkeer en openbaar vervoer Subsidie SOV-herijkingscompensatie Totaal

Begroting 2029

6.000.000

4.000.000

0

0

0

273.874

0

0

0

0

0 0

15.235.187

0

0

0

0

0

21.509.061

4.000.000

0

0

0

0

Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU. Zoals hiervoor aangegeven worden vanaf het begrotingsjaar 2024 deze incidentele toevoegingen als structureel aangemerkt en komen deze niet meer terug in het overzicht. Daarnaast ontvangt de MRDH een specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen. Dit zijn middelen die in twee tranches door het Rijk ter beschikking zijn gesteld en waarvoor de maatregelen uiterlijk in 2027 moeten zijn uitgevoerd. Specificatie Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

Voorlopige jaarrekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(euro's)

2024

2025

2026

2027

2028

Specifieke uitkering verkeersveiligheidsmaatregelen Incidentele bijdragen derden Totaal

Begroting 2029

1.585.982

2.189.008

2.120.983

977.591

0

0

37.570

0

0

0

0

0

1.585.982

2.189.008

2.120.983

977.591

0

0

Economisch Vestigingsklimaat Met ingang van het begrotingsjaar 2022 moet de MRDH, op basis van de Handreiking 2021 van de toezichthoudende provincies, de mutaties in alle reserves als incidentele baten en lasten verantwoorden. Dat betreft hier de onttrekking aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat. Het betreft voor 2024 de onttrekking aan het vrije deel binnen de reserve zodat

69

dit in 2024 kon worden ingezet voor projecten en opdrachten op het gebied van de Strategische Agenda (Toekomstbestendige economie stimuleren en Vernieuwen van werklocaties). De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 het structureel begrotingssaldo te presenteren volgens een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenbegroting structureel in evenwicht zijn. Presentatie van het structureel begrotingssaldo

Voorlopige jaarrekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(euro's)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Saldo baten en lasten

6.613.055

4.000.000

0

0

0

0

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

-5.781.350

-4.000.000

0

0

0

0

831.705

0

0

0

0

0

Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)

5.744.479

4.000.000

0

0

0

0

Structureel begrotingssaldo

6.576.184

4.000.000

0

0

0

0

Begrotingssaldo

Uit het overzicht blijkt geen negatief saldo, en dat betekent dat de begroting structureel in evenwicht is. 5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2026 is opgesteld volgens het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en berekend volgens de percentages van de Financiële verordening. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single information, Single audit op basis van het baten- en lastenstelsel. Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering ov-bedrijven Eind 2016 besloot de MRDH om de financiering van activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Dit doet de MRDH voor zover de samenhangende kapitaallasten via de railconcessie worden vergoed. Hiervoor zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam.

Na de opbouw van de nodige risicoreserve blijven hierdoor structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Op 10 februari 2025 heeft het algemeen bestuur van de MRDH de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH vastgesteld en is de Verordening bussenleningen ingetrokken. In de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH is het nu ook mogelijk voor vervoerbedrijven om naast leningen voor zero-emissiebussen en bijbehorende laadinfrastructuur leningen aan te trekken voor de financiering van strategische busstallingslocaties. De financiële gevolgen hiervan worden toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).

70

Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer voldoen aan de wettelijke vereisten. Dit betekent dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De begroting 2026 laat geen overbestedingstekorten zien. Hiermee voldoet de begroting aan het genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Geprognosticeerde balanscijfers ACTIVA

Vaste activa (art. 33) Materiële vaste activa (art. 35) Investeringen met economisch nut

Voorlopige jaarrekening 31-12-2024

Raming

Raming

Raming

Raming

Raming

31-12-2025

31-12-2026

31-12-2027

31-12-2028

31-12-2029

702.255 702.255

414.099 414.099

182.224 182.224

84.978 84.978

47.437 47.437

28.649 28.649

Financiële vaste activa (art. 36) Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen en overige langlopende leningen

1.067.709.055 1.001 1.067.708.054

1.216.508.138 1.001 1.216.507.137

1.288.726.282 1.001 1.288.725.281

1.327.718.764 1.001 1.327.717.763

1.318.230.892 1.001 1.318.229.891

1.254.683.501 1.001 1.254.682.500

Totaal vaste activa

1.068.411.310

1.216.922.237

1.288.908.506

1.327.803.742

1.318.278.329

1.254.712.150

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39)

673.387.024

608.026.261

592.998.324

475.230.569

561.822.826

506.115.689

Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen

40.021.824 0 628.229.817 5.135.383

47.500.000 0 558.526.261 2.000.000

47.500.000 0 543.498.324 2.000.000

47.500.000 0 425.730.569 2.000.000

47.500.000 0 512.322.826 2.000.000

47.500.000 0 456.615.689 2.000.000

50.148 50.148

50.000 50.000

50.000 50.000

50.000 50.000

50.000 50.000

50.000 50.000

52.793.533

26.000.000

26.000.000

26.000.000

26.000.000

26.000.000

27.079.898

6.000.000

6.000.000

6.000.000

6.000.000

6.000.000

25.713.635

20.000.000

20.000.000

20.000.000

20.000.000

20.000.000

726.230.705

634.076.261

619.048.324

501.280.569

587.872.826

532.165.689

1.794.642.015

1.850.998.498

1.907.956.830

1.829.084.311

1.906.151.156

1.786.877.840

Vlottende activa (art. 37)

Liquide middelen (art. 40) Banksaldi

Overlopende activa (art. 40a) De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal vlottende activa Totaal activa

71

Voorlopige jaarrekening 31-12-2024

PASSIVA

Vaste passiva (art. 41) Eigen vermogen (art. 42/43) Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat

Raming

Raming

Raming

Raming

Raming

31-12-2025

31-12-2026

31-12-2027

31-12-2028

31-12-2029

42.034.603 0 41.202.899 831.704

45.202.898 0 45.202.898 0

45.202.898 0 45.202.898 0

45.202.898 0 45.202.898 0

45.202.898 0 45.202.898 0

45.202.898 0 45.202.898 0

1.068.480.636 1.067.699.386 781.250 1.110.515.239

1.216.507.137 1.216.507.137

1.288.725.281 1.288.725.281

1.327.717.763 1.327.717.763

1.318.229.891 1.318.229.891

1.254.682.500 1.254.682.500

1.261.710.035

1.333.928.179

1.372.920.661

1.363.432.789

1.299.885.398

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48)

36.452.828

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

Overige schulden

36.452.828

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

647.673.947

552.288.463

537.028.651

419.163.650

505.718.367

449.992.441

125.999.765

118.017.589

117.785.714

117.688.468

235.418.683

235.399.895

501.974.430

432.270.874

417.242.937

299.475.182

268.299.684

212.592.546

19.699.752

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

684.126.775

589.288.463

574.028.651

456.163.650

542.718.367

486.992.441

1.794.642.015

1.850.998.498

1.907.956.830

1.829.084.311

1.906.151.156

1.786.877.839

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Totaal vaste passiva Vlottende passiva (art. 47)

(storting plus, ontrekking min) Overlopende passiva (art. 49) Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen

Totaal vlottende passiva Totaal passiva

EMU-saldo Voorlopige jaarrekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

2027

2028

6.613.055

4.000.000

0

0

0

0

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

220.245

237.282

237.282

139.306

37.423

22.312

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

-78.242

-43.000

0

0

0

0

6.755.058

4.194.282

237.282

139.306

37.423

22.312

EMU saldo (euro's) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves

Berekend EMU-saldo

Begroting 2029

Voor de begrotingsperiode worden geen negatieve EMU-saldi begroot. Dat betekent dat het totaal aan uitgaven, inclusief uitgaven aan investeringen, lager is dan het totaal aan inkomsten. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU-saldo bij begroting, maar dat is nu ook niet het geval. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat er inzicht wordt gegeven in de jaarlijks terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. Sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget worden de verschuldigde bedragen voor vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar waarin zij verschuldigd zijn. Sinds 2022 biedt de cao de mogelijkheid om verlof te sparen. Vanwege het geringe bedrag worden er vooralsnog geen voorzieningen opgenomen. Bij het opstellen van deze begroting 2026 waren er geen afspraken of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- of afvloeiingsuitkeringen in 2026. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen behalve door hogere premies.

Investeringen Een overzicht van de waardering en het onderhoud bestaande en toekomstige materiële vaste activa is te vinden in hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen).

72

Financiering Een uitgebreide toelichting hierover staat in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2024 t/m 2029 staat in hoofdstuk 6 (Staat van reserves en fondsen).

73

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3811/documents/33921