31. Raadsvoorstel 2025-001238 Ontwikkelagenda Jeugd en Gezin 2025-2026.pdf
Tekst van het document
Uitbreiding van de pilot ‘Jeugdhulp op School’ naar ook het regulier onderwijs;
•
Evaluatie van de functie schoolcontactpersoon in het wijkteam;
•
Verbetering van de samenwerking tussen (systeem-)aanbieders, onderwijs en de gemeente, door: o
o
De uitwerking van RBOK-maatregel 29a, Hulp verschuiven naar passend onderwijs; De ontwikkeling van een afwegingskader voor jeugdhulp en onderwijs;
o
Gezamenlijk met onderwijsinstellingen en samenwerkingsverbanden de
o
Herijking onderwijsachterstandenbeleid.
zorgbehoeften op scholen in kaart brengen voor een passend lokaal zorgaanbod;
6. Financieel en Risico’s Deze Ontwikkelagenda heeft als doel om de jeugdhulp in Albrandswaard inhoudelijk te versterken en tegelijkertijd de uitgaven zoveel als mogelijk beheersbaar te houden. Door in te zetten op preventie, efficiëntere processen en kostenbewust indiceren, wordt de groei van de zorgvraag gedempt. Dit sluit aan bij de beleidskaders, maar lost de kernuitdagingen van de open-einde regeling van de Jeugdwet niet op. Landelijke besluitvorming over de reikwijdte van de Jeugdwet en een betere financiële compensatie voor gemeenten blijven noodzakelijk om de financiële problematiek structureel op te lossen. De agenda biedt daarmee een lokaal antwoord op complexe uitdagingen, maar vraagt ook om landelijke ondersteuning. Voldoende ambtelijke capaciteit is cruciaal voor een succesvolle implementatie. Om mogelijke knelpunten in de uitvoeringscapaciteit op te vangen, wordt budget beschikbaar gesteld voor de (tijdelijke) inzet van extra capaciteit voor de uitvoering en borging van de Ontwikkelagenda.
12
Tot slot formuleren we hieronder risico’s die verbonden zijn aan de uitvoering en resultaten van deze agenda. Het gaat om de volgende risico’s:
Een tekort aan personeel/capaciteit voor de (projectmatige) aanpak kan leiden tot vertragingen en/of de kwaliteit van de resultaten beïnvloeden;
Politieke organen, zoals de gemeenteraad, het college of de landelijke overheid, kunnen noodzakelijke investeringen afkeuren, wat beoogde kwaliteitsslag en besparingen op langere termijn kan beperken;
Politieke (landelijke) beslissingen, zoals een beperkte inperking van de reikwijdte van de jeugdhulp, kunnen het behalen van de doelen beïnvloeden;
Het oordeel van de deskundigencommissie over de risicoverdeling tussen Rijk en gemeenten kan ongunstig uitvallen. Het risico is dat gemeenten niet zullen worden gecompenseerd voor de tekorten in de jeugdzorg;
De gemeente is deels afhankelijk van hoe de RBOK-maatregelen worden uitgevoerd door de GRJR en andere deelnemende gemeenten;
Onvoorziene omstandigheden of een autonome toename in het beroep op jeugdhulp kunnen de kosten verder doen stijgen, ondanks succesvolle inspanningen;
Geen actie ondernemen als gemeente betekent maatschappelijk gezien dat kinderen en gezinnen verder in de knel raken. Dit leidt tot blijvende schade en een zorgsysteem dat de vraag niet meer aankan. De jeugdhulpproblematiek vergroot sociale ongelijkheid, legt druk op informele netwerken en kan leiden tot een afname van vertrouwen in het lokale bestuur.
13