31. 2024-068251 DCMR Brief wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling DCMR.pdf
Tekst van het document
DCMR is vanuit zijn expertise vaak betrokken bij het opstellen van beleid, maar het bestuur van DCMR stelt zelf geen beleid of verordeningen vast die ingezetenen binden. DCMR is vooral een uitvoeringsgerichte gemeenschappelijke regeling. De uiteindelijke beleidskeuzes liggen bij de vertegenwoordigende organen. Burgerparticipatie verloopt primair via deze
Blad 3 van 8
vertegenwoordigende organen, maar het bestuur kan overwegen om in bepaalde gevallen toch burgerparticipatie toe passen. Om in specifieke gevallen toch de mogelijkheid open te laten om burgerparticipatie toe te passen, wordt aan artikel 15 van de gemeenschappelijke regeling van DCMR een vierde lid toegevoegd, inhoudende dat het Algemeen bestuur ertoe kan besluiten om ingezetenen van de deelnemers of andere belanghebbenden te betrekken bij de besluitendie zij neemt, en de manier waarop dat gebeurt. In het nieuwe derde lid is opgenomen dat het AB kan besluiten om besluiten van het algemeen bestuur vooraf voor zienswijzen voor te leggen aan de vertegenwoordigende organen. 1e. Actieve informatieplicht Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. Deze informatieplicht komt overeen met de informatieplicht die het college heeft ten opzichte van de gemeenteraad of Provinciale Staten. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over welke informatie moet worden aangeleverd en de wijze waarop dat moet gebeuren (artikel 52 Wgr jo. artikel 17 Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: aanpassing nodig. Voorgesteld wordt om de wijziging op diverse punten aan te vullen en aan te passen.
Dat betreft met name het concreter omschrijven van de actieve informatieplicht met het oog op het gevraagd en ongevraagd beschikbaar stellen van informatie aan de raden en staten. In het verlengde hiervan wordt in de zienswijzen bepleit om de informatievoorziening (algemene openbaarheid en informatievoorziening naar raden/staten), de mogelijkheid van informatieve bijeenkomsten en de mogelijkheid van insprekers in AB-vergaderingen nader te regelen in een reglement van orde van bestuursvergaderingen. Het AB kent een reglement van orde, en deze zal geactualiseerd en aangevuld worden teneinde dit in overeenstemming te brengen met de GR-wijziging en de ontvangen zienswijzen. De wijziging van het AB-reglement wordt aan het AB voorgelegd. Verder zullen de stukken van het Algemeen bestuur openbaar worden gemaakt. DCMR zal deze stukken actief openbaar maken door ze op de website te zetten, zodat deze voor een ieder zijn in te zien. In de regeling is daarover echter nog geen bepaling over opgenomen. Een bepaling daarover wordt nu toegevoegd (artikel 17, zevende lid van de regeling van DCMR). Ook wordt een bepaling toegevoegd over het openbaar maken van documenten van het dagelijks bestuur (artikel 17, achtste lid van de regeling van DCMR). Als gevolg van de Wet open overheid zullen de stukken van het bestuur in de toekomst te vinden zijn op open.overheid.nl.
2a. Recht van enquête De gezamenlijke gemeenteraden en Provinciale Staten krijgen de mogelijkheid om een enquête uit te voeren naar de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling. Dat kan door zelf een regionale onderzoekscommissie in te stellen. Daarvoor is een unaniem besluit nodig van alle raden en Provinciale Staten. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: Geen aanpassing nodig. Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Wgr.
Blad 4 van 8
2b. Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling een onderzoek in te stellen. In de Wgr wordt verduidelijkt dat de lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan een gemeente deelneemt. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: Geen aanpassing nodig. Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Wgr. 3a. Afspraken over evaluatie Het wordt verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling om op die manier stil te staan bij het functioneren van de regeling. Er kan ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren (artikel 52 Wgr jo. artikel 11a Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: aanpassing nodig. De gemeenschappelijke DCMR bevat nog geen bepaling over evaluatie van de regeling. Daarom wordt daarover nu een bepaling (artikel 39a) toegevoegd die een evaluatie van de regeling mogelijk maakt. Wijzigingen in relevante wetgeving kunnen een logische aanleiding vormen om de regeling tegen het licht te houden.
In de praktijk vindt evaluatie doorlopend plaats: binnen het bestuur, in de P&C-cyclus (begroting, maandrapportages en jaarrekening) en via het stellen van en toetsen aan kwaliteitscriteria. Vanaf 2023 vinden er bovendien landelijke visitaties van omgevingsdiensten plaats waarover ook wordt gerapporteerd. 3b. Aanpassing van de begrotingscyclus Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor de gemeente of provincie die moeten worden verwerkt in de eigen begroting. Om gemeenteraden en Provinciale Staten meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen. De cyclus start formeel met de kadernota. Deze moet uiterlijk 30 april door het dagelijks bestuur van een regeling aan de raden en Provinciale Staten worden verzonden (dat was voorheen 15 april). De volgende stap in de begrotingscyclus is het door het dagelijks bestuur van de regeling toezenden aan de gemeenteraad en Provinciale Staten van de ontwerpbegroting voor zienswijzen. Dit moet twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Dat was voorheen acht weken. Nieuw is verder dat het voortaan verplicht is te reageren op de door de raden en Provinciale Staten ingediende zienswijzen.
Het dagelijks bestuur moet schriftelijk én gemotiveerd terugkoppelen wat het van de zienswijzen vindt en tot welke conclusie dat heeft geleid. De procedure gaat dan verder met de vaststelling van de ontwerpbegroting. Daarin verandert niets. Wat wel nog verandert, is dat de inzending van de vastgestelde begroting aan de
Blad 5 van 8
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, als financieel toezichthouder, voortaan niet meer vóór 1 augustus hoeft te geschieden, maar vóór 15 september. Het bestuur van DCMR heeft, in afstemming met de deelnemers, al eerder uitgesproken er voorstander van te zijn dat het eigen begrotingsproces vóór het zomerreces is afgerond. De reden hiervoor is dat daarmee het financiële kader voor de werkplannen in een vroegtijdig stadium vastligt. De deelnemers en hun vertegenwoordigende organen ontvangen dan de ontwerpbegroting al op een vroegtijdig moment (half april). Die datum is vastgelegd door de gezamenlijke raadsgriffies in de Rijnmondregio. Daarbij kan worden opgemerkt dat het dagelijks bestuur elk jaar in februari de kaders of richtlijnen vaststelt voor de begroting van het jaar T+1. Deze bevatten niet alleen financiële informatie (indexeringen uit de kaderbrieven) maar ook informatie over inhoudelijke ontwikkelingen die op gemeenten en provincie afkomen en raakvlakken hebben met VTHtaken die DCMR voor hen uitvoert. Vooraf stemt DCMR dit af met gemeenten en provincie. De kaders of richtlijnen worden vervolgens uitgewerkt in de ontwerpbegroting die in april voor zienswijzen naar de raden en Provinciale Staten wordt gestuurd. De ontwerpbegroting bevat een meerjarig perspectief. Gevolgen voor de GR DCMR: geen aanpassing nodig.
De gemeenschappelijke regeling DCMR hoeft niet te worden aangepast. De tekst verwijst al naar de betreffende artikelen uit de Wgr. 3c. Aanscherping afspraken uittreding In iedere gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de gevolgen van uittreden van een deelnemer voor het vermogen voor de rechtspersoon en de overige deelnemers (artikel 52 Wgr jo. artikel 9, eerste lid Wgr). Daarbij moet in ieder geval worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen (alle directe kosten). Er kan niet meer worden volstaan met een algemene bepaling dat het algemeen bestuur de uittredingsvoorwaarden bepaalt. Gevolgen voor de GR DCMR: geen aanpassing nodig. De gemeenschappelijke regeling DCMR bevat al een bepaling over hoe de uittreedkosten worden bepaald, en is daarmee in lijn met de Wgr. Overigens is uittreden uit de gemeenschappelijke regeling DCMR in de praktijk lastig. Colleges van gemeenten en provincies zijn het namelijk verplicht om voor de uitvoering van het milieubasistakenpakket deel te nemen in een omgevingsdienst. Overige wijzigingen De overige wijzigingen zijn als volgt: a.
Artikel 1, 4 en 8 (Begripsbepalingen, Samenstelling AB, Samenstelling DB) Vanwege de fusie van de gemeenten Brielle, Hellvoetsluis en Wetsvoorne, naar de nieuwe gemeente Voorne aan Zee, worden in deze artikelen deze namen vervangen door de nieuwe naam Voorne aan Zee.
Blad 6 van 8
b. Artikel 4 (Samenstelling Algemeen bestuur) Artikel 4 gaat over de samenstelling van het Algemeen bestuur. Door de fusie van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne tot Voorne aan Zee, is het aantal leden gewijzigd van 19 naar 17. Dat is aangepast. Verder is in het artikel de stemverhouding van de deelnemers geregeld. In de concept-GR-wijziging zoals is voorgelegd in de zienswijzeprocedure is voorgesteld om de stemverhouding in het AB ongewijzigd te laten. De belangrijkste reden hiervoor was dat er nog nooit in het AB is gestemd. In het betreffende GR-artikel is dus wel de samenstelling van het AB aangepast (van 19 naar 17 leden, vanwege de vorming van de nieuwe gemeenten Voorne aan Zee), maar is het stemgewicht per AB-lid ongewijzigd gebleven. Echter, als gevolg van de gemeentelijke herindeling voldoet de nieuwe stemverhouding niet aan een bepaling in de WGR dat de DB-leden geen meerderheid in stemaantal mogen hebben in het AB. Immers, het DB bereidt de AB-besluitvorming voor en legt verantwoording af aan het AB. In deze verhouding tussen DB en AB is het niet toegestaan dat het DB bij een eventuele stemming de meerderheid heeft. In de “oude” GR met een AB van 19 leden was dit gewaarborgd, want het DB had 49% van de stemmen in het AB. Maar door aanpassing van het aantal AB-leden (a.g.v.
de fusiegemeente Voorne aan Zee) is dit veranderd en heeft het DB 51% van de stemmen in het AB. De stemverhouding in het AB moet dus alsnog in overeenstemming worden gebracht met de wettelijke bepalingen m.b.t. de verhouding tussen DB en AB. De stemverhouding in het AB in de voorgelegde concept-GR-wijziging is : o Provincie Zuid-Holland 42 stemmen (3 leden met elk 14 stemmen) o Gemeente Rotterdam 42 stemmen (2 leden met elk 21 stemmen) o Regiogemeenten 24 stemmen (12 gemeenten met elk 2 stemmen) De verhouding in het aantal stemmen is in de GR vastgelegd op basis van het financiële aandeel in de GR (d.w.z. omvang van de werkplannen). Het specifieker maken van de stemverhouding op basis van werkplan-omvang zou een optie kunnen zijn, maar dat lost het probleem van de verhouding tussen DB en AB niet op en brengt integendeel meer complexiteit in de stemverhoudingen. Indien de actuele werkplan-omvang als uitgangspunt wordt gehanteerd dan zou het stemgewicht van het DB nog groter zijn. De meest eenvoudige aanpassing waarmee dit juridische probleem kan worden opgelost is een wijziging van het stemgewicht per regiogemeente van 2 naar 3. De stemverhouding wordt dan: o o o
Provincie Zuid-Holland 42 stemmen (3 leden met elk 14 stemmen) Gemeente Rotterdam 42 stemmen (2 leden met elk 21 stemmen) Regiogemeenten 36 stemmen (12 gemeenten met elk 3 stemmen).
Bij deze stemverhouding blijft het stemgewicht van het DB in het AB onder de 50% (namelijk 48%). Het stemaandeel van gemeente Rotterdam en de Provincie Zuid-Holland dalen daarentegen wel met 2,5%, namelijk van 37,5% voorheen, naar 35%. Voorgesteld wordt om in te stemmen met deze wijziging, zodat de voorgelegde GR-wijziging ook op dit punt in overeenstemming is met de WGR-bepalingen.
Blad 7 van 8
c. Artikel 20 (Taken) In artikel 20, derde lid zijn de taken van DCMR in de nu nog geldende gemeenschappelijke regeling zeer gedetailleerd beschreven. In de praktijk leidde dat tot verwarring en vragen, mede omdat de daadwerkelijke taakuitvoering door DCMR op basis van de werkplannen niet overeenkwam met de taakomschrijving in het artikel. Daarom is artikel 20 vereenvoudigd en sluit daarmee beter aan bij de bestaande praktijk. Bovendien is toegevoegd dat DCMR de taken en bevoegdheden uitvoert, met inachtneming van het takenpakket zoals vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving, het ter zake door de deelnemer geformuleerde beleid en van de daartoe gemaakte afspraken en opdrachtverlening. d.Artikel 21 (bevoegdheden) Aan het verbod op delegatie van bevoegdheden is een tenzij-bepaling toegevoegd. e. Artikelen 22, 23, 24 en 25 (Ambtelijke organisatie) De betreffende artikelen zijn technisch aangepast. Inhoudelijk brengt dat geen veranderingen. f. Artikel 29 (Vaststelling jaarrekening) Het derde lid is technisch aangepast. Inhoudelijk brengt dat geen veranderingen. f. Artikel 31 (Controle) Het artikel is vereenvoudigd. Inhoudelijk brengt dat geen veranderingen. g. Artikel 33 (Deelnameverplichting) In het eerste lid van artikel 33 is de grondslag voor de financiële verplichtingen van de deelnemers, te weten de begroting van 2014, gewijzigd naar de begroting van 2023.
Verder in het vijfde lid enkele technische aanpassingen. h. Artikelen 36,38,39 (Toetreding, Deelneming, Wijziging) In deze artikelen is onder andere de stemverhouding geregeld bij besluiten die het Algemeen bestuur neemt over toetreding tot, deelneming aan, en wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Om juridische redenen is een kleine aanpassing van de stemverhouding in het AB nodig teneinde de stemverhouding in overeenstemming te brengen met de WGR.
Blad 8 van 8
Toelichting bij de 22e wijziging
Toelichting De Gemeenschappelijke regeling DCMR moet om een aantal redenen worden aangepast. De belangrijkste aanleiding is de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR). Daarnaast zijn er enkele andere ontwikkelingen die vragen om een wijziging van de GR (waaronder de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de vorming van de gemeente Voorne aan Zee). De concept-wijziging van de GR-DCMR is op 7 september 2023 besproken in de AB-vergadering. Het AB stemde in met de concept-wijziging en besloot om deze conform de WGR voor een zienswijze voor te leggen aan de gemeenteraden en provinciale staten. Op 18 september 2023 zijn de betreffende stukken aan de raden en staten gestuurd met het verzoek om uiterlijk 1 maart 2024 een eventuele zienswijze uit te brengen. De ontvangen zienswijzen (van Provinciale Staten en van 11 gemeenteraden) zijn als bijlage toegevoegd. In deze toelichting wordt de inhoud van de ontvangen zienswijzen toegelicht en is aangegeven hoe met de ontvangen reacties is omgegaan. Het AB heeft op 4 juli 2024 ermee ingestemd om de concept-wijziging op diverse punten aan te vullen en aan te passen. Dat betreft met name het concreter omschrijven van de actieve informatieplicht met het oog op het gevraagd en ongevraagd beschikbaar stellen van informatie aan de raden en staten.
In het verlengde hiervan wordt in de zienswijzen bepleit om de informatievoorziening (algemene openbaarheid en informatievoorziening naar raden/staten), de mogelijkheid van informatieve bijeenkomsten en de mogelijkheid van insprekers in AB-vergaderingen nader te regelen in een reglement van orde van bestuursvergaderingen. Het AB kent een reglement van orde, en deze zal geactualiseerd en aangevuld worden teneinde dit in overeenstemming te brengen met de GR-wijziging en de ontvangen zienswijzen. De wijziging van het AB-reglement wordt aan het AB voorgelegd. Naast de ontvangen zienswijzen bevat deze toelichting een nadere aanpassing met betrekking tot de stemverhouding in het AB. Om juridische redenen is een kleine aanpassing hierin nodig teneinde de stemverhouding in overeenstemming te brengen met de WGR.
1. Provinciale Staten Zuid-Holland Bijlage: Besluit Provinciale Staten ZH, d.d. 13 december 2023. Inhoud: In de zienswijze worden de voorgestelde GR-wijzigingen behandeld, en wordt per wijziging aangegeven of PS aanleiding zien om via een zienswijze wensen of bedenking en in te brengen. PS zijn akkoord met alle voorgestelde aanpassingen, maar bij de wijziging t.a.v. de actieve informatieplicht hebben PS de wens uitgesproken voor een verdere aanvulling en aanscherping. In de concept-wijziging zoals is voorgelegd, is in artikel 17 (Verantwoording aan de deelnemers) reeds een aanvulling opgenomen. Deze aanvulling heeft betrekking op het (overeenkomstig de Wet open overheid) actief openbaar maken van AB-vergaderstukken, het actief openbaar maken van besluitenlijsten en andere documenten van het DB, en de mogelijkheid
1
dat het AB kan besluiten bijeenkomsten te organiseren waarin aan de vertegenwoordigende organen inlichtingen worden verstrekt. PS hebben behoefte om deze bepalingen aan te vullen en een bredere invulling te geven aan de actieve informatieplicht van besturen richting vertegenwoordigende organen, colleges, raden en provinciale staten van de deelnemers en/of haar leden. In de bijgaande zienswijze (zie bijlage 1, blz 3 en 4) is een voorstel opgenomen voor een dergelijke aanvulling / aanscherping. Deze heeft betrekking op de schriftelijke informatie aan raden en staten, op het gevraagd en ongevraagd verstrekken van informatie die nodig is voor de beoordeling van het door het bestuur gevoerde beleid, en op de informatieverstrekking en verantwoording door DB- en AB-leden aan de raden en staten. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: Voorgesteld wordt om de voorgestelde aanvulling / aanscherping van artikel 17 over te nemen. Daartoe is een aanpassing in artikel 17 aangebracht. Met deze aanpassing is de actieve informatieplicht door het dagelijks en algemeen bestuur verder verduidelijkt. In het reglement van orde van het bestuur worden nadere bepalingen opgenomen over de wijze waarop de informatieplicht nader wordt ingevuld. Het reglement van orde zal daarop worden aangepast, en deze aanpassing wordt aan het bestuur voorgelegd. 2.
Gemeente Schiedam Bijlage: besluit van de raad van Schiedam d.d. 31 oktober 2023 Inhoud: de raad neemt kennis van de concept-wijziging van de GR, besluit geen zienswijze in te dienen en geeft het college van B&W toestemming om in te stemmen met de wijziging van de GR/DCMR. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: kennisnemen van het raadsbesluit.
3. Gemeente Albrandswaard Bijlage: brief van de gemeenteraad van Albrandswaard d.d. 26 februari 2024. Inhoud: De raad kan zich vinden in de voorgestelde wijzigingen, en stelt daarnaast een aantal aanvullende wijzigingen voor: a) Het opnemen van een bepaling over de mogelijkheid dat belanghebbenden kunnen inspreken in AB-vergaderingen; b) Het opnemen van een bepaling dat de deelnemende raden de verslagen van het AB, en de vastgestelde begroting en vastgestelde jaarrekening ontvangen; c) Het toevoegen van een bepaling dat de raden op de hoogte worden gesteld van de resultaten van evaluaties en de conclusies en wijzigingen die na de evaluaties zijn doorgevoerd; Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: overnemen van de door de raad voorgestelde aanvullingen, d.w.z.: a) Voorgesteld wordt de bepaling over inspraak door belanghebbenden toe te voegen. In het bestaande reglement van orde is deze mogelijkheid reeds vermeld, maar op verzoek van de raad zal deze ook in de GR worden opgenomen. Het reglement van orde
2
bevat nadere regels hiervoor. Mede naar aanleiding van de zienswijze van de provincie ZH zal het reglement worden aangevuld; het reglement zal worden voorgelegd aan het bestuur. b) Voorgesteld wordt om de bepaling in artikel 17 over informatieplicht aan te vullen (zie ook de zienswijze van Provinciale Staten). Na vaststelling van de begroting en jaarverslag/jaarrekening door het AB zullen deze aan de raden en staten worden toegestuurd. Daarbij wordt aangesloten bij de Wet open overheid, waarin is bepaald dat AB-stukken openbaar worden gemaakt. Bij het toezenden van de informatie aan de griffies zal daarom worden gewezen op de DCMR-website waar de volledige set van AB-stukken (agenda, besluitenlijsten, begroting, jaarrekening, overige bespreekstukken, etc.) is opgenomen. c) Voorgesteld wordt de bepaling over de evaluatie van de GR aan te vullen met het tekstvoorstel van de raad.
4. Gemeente Ridderkerk Bijlage : brief van de gemeenteraad van Ridderkerk d.d. 26 januari 2024 Inhoud: de raad kan zich vinden in de voorgestelde wijzigingen en stelt daarnaast een aantal aanvullende wijzigingen voor. Deze aanvulling en zijn gelijk aan de voorstellen in de zienswijze van de raad van Albrandswaard. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: overnemen van de voorstellen van de raad van Ridderkerk, zoals bovenstaand is beschreven bij de zienswijze van Albrandswaard.
5. Gemeente Barendrecht Bijlage: brief van de gemeenteraad van Barendrecht d.d. 27 februari 2024. Inhoud: de raad kan zich vinden in de voorgestelde wijzigingen en stelt daarnaast een aantal aanvullende wijzigingen voor. Deze aanvulling en zijn gelijk aan de voorstellen in de zienswijze van de raad van Albrandswaard. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: overnemen van de voorstellen van de raad van Barendrecht, zoals bovenstaand is beschreven bij de zienswijze van Albrandswaard.
6. Gemeente Capelle aan den IJssel Bijlage: brief van de raad van Capelle aan den IJssel d.d. 12 februari 2024 Inhoud: de raad kan zich vinden in de voorgestelde wijzigingen en stelt daarnaast een aantal aanvullende wijzigingen voor. Deze aanvullingen zijn gelijk aan de voorstellen in de zienswijze van de raad van Albrandswaard. Aanvullend hierop verzoekt de raad van Capelle aan den IJssel om de mogelijkheid om een zienswijze op AB-besluiten te vragen nader wordt geconcretiseerd, door op te nemen dat “in gevallen wanneer er sprake is van strategische
3
beleidskeuzes en te stellen kaders, wij op voorhand altijd pro-actief geïnformeerd worden en in de gelegenheid worden gesteld om een zienswijze uit te brengen”. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: - Overnemen van de voorstellen zoals beschreven bij de zienswijze van de raad van Albrandswaard; - Ten aanzien van de zienswijzen bij strategische beleidskeuzes en te stellen kaders moet worden opgemerkt dat deze niet door DCMR maar door de GR-deelnemers worden bepaald. DCMR is als omgevingsdienst de uitvoerder van taken in opdracht van de colleges. De beleidsmatige kaders worden door de participanten vastgesteld. Indien zich nieuwe inhoudelijke of financiële ontwikkelingen voordoen worden deze reeds via de begroting voor een zienswijze aan de raden en staten voorgelegd. Daarnaast kan op basis van het nieuwe, voorgestelde artikel 15, lid 3 het AB bepalen of ook andere besluiten voor een zienswijze worden voorgelegd. De bestaande zienswijze-procedure en het in deze GR-wijziging aangevulde artikel 15 geven daarmee reeds invulling aan het voorstel van de raad.
7. Gemeente Rotterdam Bijlage: brief van de raad van Rotterdam d.d. 25 januari 2024 Inhoud: de concept-wijziging van de GR geeft de raad geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: kennisnemen.
8. Gemeente Vlaardingen Bijlage: brief van de gemeenteraad van Vlaardingen d.d. 29 februari 2024. Inhoud: De ontwerpwijziging van de GR geeft geen aanleiding tot het indienen van een zienswijze. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: Kennisnemen van de brief.
9. Gemeente Goeree-Overflakkee Bijlage: brief van de gemeenteraad d.d. 29 februari 2024 Inhoud: - de raad van Goeree-Overflakkee kan zich vinden in de voorgestelde wijzigingen en maakt geen gebruik van de mogelijkheid om een zienswijze in te brengen; - de raad geeft de wens aan om de informatiepositie van de raden te verbeteren en bepleit om de notulen van de AB-vergaderingen via de griffie aan de raad te verstrekken. Deze actieve rol ligt er ook voor wat betreft het toezenden van een evaluatie na een jaar over de effecten van de voorgestelde wijzigingen. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel:
4
-
kennisnemen van de instemming door de raad van Goeree-Overflakkee; ten aanzien van het toesturen van de AB-notulen is (naar aanleiding van de zienswijzen van Albrandswaard, Ridderkerk en Barendrecht) een bepaling in de GR toegevoegd, en tevens is het evaluatie-artikel aangevuld met een bepaling over het informeren van de deelnemende raden en staten over de evaluatieresultaten.
10. Gemeente Lansingerland Bijlage: brief van de raad van Lansingerland d.d. 5 februari 2024 Inhoud: de ontwerp-wijziging van de GR geeft geen aanleiding tot het geven van een inhoudelijke zienswijze. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: kennisnemen.
11. Gemeente Maassluis Bijlage: besluit van de gemeenteraad van Maassluis d.d. 5 maart 2024 Inhoud: De raad van Maassluis stemt in met de wijziging van de GR van DCMR, en besluit geen zienswijze in te brengen. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: Kennisnemen van het raadsbesluit.
12. Gemeente Krimpen aan den IJssel Bijlage: brief van de raad van Krimpen aan den IJssel. Inhoud: - Informatieplicht (artikel 17): de raad is (met een verwijzing naar de betreffende WGRartikelen) van mening dat het ongevraagd informatie verstrekken onder de actieve informatieplicht valt. Daarnaast is de raad van mening dat de kan-bepaling in artikel 17, zesde lid niet tegemoet komt aan het bepaalde in artikel 17, derde lid van de WGR juncto art 52, eerste lid, van de WGR. - De raad van de gemeente Krimpen is van mening dat artikel 37 (over uittreding) nadere uitwerking behoeft, omdat de bepaling in het eerste lid over de door het AB te bepalen condities niet meer is toegestaan. - De raad gaat tevens in op de bescherming van de bedrijfsvoering van DCMR in geval van een vermindering in de afname van taken en stelt voor om een praktische afspraak over een maximale vermindering (in procenten) op te nemen. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: - Het artikel over de informatieplicht wordt aangepast en nader geconcretiseerd. Mede naar aanleiding van de zienswijzen van de provincie Zuid-Holland en van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Ridderkerk, Capelle aan den IJssel is artikel 17 uitgebreid en geconcretiseerd. In deze aanvullingen is tevens opgenomen dat dit artikel betrekking heeft op zowel het gevraagd als ongevraagd informeren van de raden en staten.
In artikel 17 is een bepaling opgenomen dat in het reglement van orde nader wordt ingevuld hoe uitvoering aan de informatieplicht wordt gegeven. Tevens is een
5
-
-
bepaling toegevoegd waarin is vastgelegd dat het afleggen van verantwoording en het verstrekken van inlichtingen geschiedt met inachtneming van hetgeen hierover in de WGR is bepaald. Artikel 37 lid 1, bepaalt dat het AB vaststelt welke financiële en organisatorische gevolgen op een eventuele uittreding van een deelnemer van toepassing zijn. De raad stelt dat een dergelijke bepaling niet meer volstaat en een nadere uitwerking behoeft. Echter, in artikel 37, lid 2 t/m 6, zijn reeds nadere kaders en randvoorwaarden voor een eventuele uitreding opgenomen, waaronder de toewijzing van personeel en compensatie van rechten en verplichtingen (inclusief de grondslag op basis van een meerjarige financiële berekening). Artikel 37 biedt voldoende kader om in voorkomende gevallen afspraken over een uittreding te maken en de opgenomen bepalingen in artikel 37 volstaan gelet op de uittrede-bepalingen in de WGR. Daarnaast is het ongewenst om in de GR de eisen en randvoorwaarden voor een eventuele uittreding verdergaand en in detail vast te leggen, omdat bij een uittreding ook rekening moet kunnen worden gehouden met de specifieke omstandigheden en ontwikkelingen op het moment van uittreding.
Zo is bij een eerdere GR-wijziging in het algemeen bestuur aangegeven dat het in dergelijke situaties wenselijk is om rekening te houden met bijvoorbeeld het specifieke takenpakket van een uittredende participant en de mate van bezette of vacante formatieplaatsen (omdat deze factoren veel invloed hebben op de mate waarin al of niet nadelige effecten optreden). Voorts wordt erop gewezen dat in landelijke wetgeving is vastgelegd dat het basistakenpakket verplicht moet zijn ondergebracht bij de omgevingsdienst. Dit maakt dat een eventuele uittreding uit de GR altijd een overgang naar een andere GR zal zijn, waarbij de uittreding vooral het karakter zal hebben van een interbestuurlijk proces tussen de Algemeen besturen van de betreffende omgevingsdiensten. De algemene kaders die nu voor uittreding zijn opgenomen bieden voldoende kaders vooraf en voldoende ruimte voor specifieke invulling als een dergelijke situatie zich voordoet. Ten aanzien van het voorstel om de DCMR-bedrijfsvoering te beschermen bij een taak-afname (door een maximum percentage op te nemen voor taakvermindering in het volgende jaar) wordt opgemerkt dat artikel 33 van de GR hierin reeds voorziet. Dit artikel biedt voldoende kaders en randvoorwaarden om bij taakafname de DCMR-bedrijfsvoering vanuit het perspectief van een gezamenlijke verantwoordelijkheid te beschermen.
13. Gemeente Voorne aan Zee Het college van Voorne aan Zee is voornemens aan de raad voor te stellen geen zienswijze in te dienen (onder voorbehoud van besluitvorming). 14. Gemeente Nissewaard Aan de raad van Nissewaard wordt door het college voorgesteld om geen zienswijze in te brengen (onder voorbehoud van besluitvorming in de raad op 24 april 2024). Stemverhouding AB Naast de aanpassingen in de GR als gevolg van de ontvangen zienswijzen is er om juridische redenen een aanvullende aanpassing in de GR nodig, die betrekking heeft op de stemverhouding in het AB. In de concept-GR-wijziging zoals is voorgelegd in de zienswijzeprocedure is voorgesteld om de stemverhouding in het AB ongewijzigd te laten. De belangrijkste reden hiervoor was dat er nog nooit in het AB is gestemd. In het betreffende GR-artikel is dus wel de samenstelling van het AB aangepast (van 19 naar 17 leden, vanwege de vorming van de
6
nieuwe gemeenten Voorne aan Zee), maar is het stemgewicht per AB-lid ongewijzigd gebleven. Echter, als gevolg van de gemeentelijke herindeling voldoet de nieuwe stemverhouding niet aan een bepaling in de WGR dat de DB-leden geen meerderheid in stemaantal mogen hebben in het AB. Immers, het DB bereidt de AB-besluitvorming voor en legt verantwoording af aan het AB. In deze verhouding tussen DB en AB is het niet toegestaan dat het DB bij een eventuele stemming de meerderheid heeft. In de “oude” GR met een AB van 19 leden was dit gewaarborgd, want het DB had 49% van de stemmen in het AB. Maar door aanpassing van het aantal AB-leden (a.g.v. de fusiegemeente Voorne aan Zee) is dit veranderd en heeft het DB 51% van de stemmen in het AB. De stemverhouding in het AB moet dus alsnog in overeenstemming worden gebracht met de wettelijke bepalingen m.b.t. de verhouding tussen DB en AB. De stemverhouding in het AB in de voorgelegde concept-GR-wijziging is : o Provincie Zuid-Holland 42 stemmen (3 leden met elk 14 stemmen) o Gemeente Rotterdam 42 stemmen (2 leden met elk 21 stemmen) o Regiogemeenten 24 stemmen (12 gemeenten met elk 2 stemmen) De verhouding in het aantal stemmen is in de GR vastgelegd op basis van het financiële aandeel in de GR (d.w.z. omvang van de werkplannen).
Het specifieker maken van de stemverhouding op basis van werkplan-omvang zou een optie kunnen zijn, maar dat lost het probleem van de verhouding tussen DB en AB niet op en brengt integendeel meer complexiteit in de stemverhoudingen. Indien de actuele werkplan-omvang als uitgangspunt wordt gehanteerd dan zou het stemgewicht van het DB nog groter zijn. De meest eenvoudige aanpassing waarmee dit juridische probleem kan worden opgelost is een wijziging van het stemgewicht per regiogemeente van 2 naar 3. De stemverhouding wordt dan: o Provincie Zuid-Holland 42 stemmen (3 leden met elk 14 stemmen) o Gemeente Rotterdam 42 stemmen (2 leden met elk 21 stemmen) o Regiogemeenten 36 stemmen (12 gemeenten met elk 3 stemmen). Bij deze stemverhouding blijft het stemgewicht van het DB in het AB onder de 50% (namelijk 48%). Het stemaandeel van gemeente Rotterdam en de Provincie Zuid-Holland dalen daarentegen wel met 2,5%, namelijk van 37,5% voorheen, naar 35%. Het AB heeft ingestemd met deze wijziging, zodat de voorgelegde GR-wijziging ook op dit punt in overeenstemming is met de WGR-bepalingen.
7
Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van DCMR Milieudienst Rijnmond, 22e wijziging (versie: besluit ter vaststelling zienswijze voor de raden en Provinciale Staten, waartoe het voorstel is vastgesteld door het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling op 4 juli 2024.) De raden, respectievelijk de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den lissel, Schiedam, Krimpen aan den Ussel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Goeree-Overflakkee, Nissewaard en Rotterdam; Alsmede provinciale staten van, het college van gedeputeerde staten van en de commissaris van de Koning in de provincie Zuid-Holland; leder voor zover het zijn of haar bevoegdheden betreft; Overwegende, Dat het algemeen bestuur van de DCMR Milieudienst Rijnmond op 4 juli 2024 de 22e wijziging van de gemeenschappelijke regeling heeft vastgesteld; Dat met deze wijziging de gemeenschappelijke regeling wordt aangepast naar aanleiding van de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen en vanwege de voorziene inwerkingtreding van de Omgevingswet, en dat voorts enige aanpassingen van technische en redactionele aard wenselijk zijn; Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Provinciewet en de Algemene wet bestuursrecht BESLUITEN 1.
Onder voorbehoud van toestemming van de gemeenteraad en Provinciale Staten, elk voor zover bevoegd, vast to stellen de navolgende wijzigingen van de Gemeenschappelijke Regeling tot instandhouding en beheer van DCMR Milieudienst Rijnmond (22' wijziging): A. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In onderdeel b worden 'Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne' vervangen door 'Voorne aan Zee' 2.
In onderdeel d wordt 'de' geschrapt.
3.
Er wordt een nieuw onderdeel k toegevoegd 'daar waar staat 'hem' moet worden gelezen 'hem/haar".
B. Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: 1. In lid 1 wordt '19' vervangen door '17'. 2.
In lid 4 worden 'Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne' vervangen door 'Voorne aan Zee', en wordt de laatste volzin 'Elk van deze leden heeft bij de besluitvorming in het algemeen bestuur 2 stemmen', gewijzigd in 'Elk van deze leden heeft bij de besluitvorming in het algemeen bestuur 3 stemmen'.
3. Onder vernummering van het zesde lid tot het vijfde lid en het zevende lid tot het zesde lid wordt het vijfde lid geschrapt. 4.
In lid 6 wordt '32' vervangen door '33' en wordt 'doet het algemeen bestuur voorstellen' gewijzigd in 'kan het algemeen bestuur voorstellen doen'.
Wijzigingsbesluit GR DCMR Milieudienst Rijnmond, 22e wijziging, dms 22356621
Paging 1 van 5
C. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt 'binnen een maand' vervangen door `zo spoedig mogelijk'. D. Aan artikel 7 wordt een nieuw tweede lid toegevoegd:
2. Belanghebbenden kunnen bij het algemeen bestuur inspreken over de onderwerpen die geagendeerd staan op de agenda van de betreffende vergadering met uitzondering van verslagen van vergaderingen van het algemeen bestuur. Het reglement van orde bevat nadere regels over aanmelding, toelating en spreektijd. E. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het vierde lid worden 'Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne' vervangen door 'Voorne aan Zee'. F. Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het tweede lid tot het derde lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd dat komt te luiden: 2. Het algemeen bestuur kan op voorstel van de raden gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie instellen. 2. In het derde lid wordt na 'de artikelen 24', '24a' ingevoegd. G. Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:
1. 'milieudienst' wordt vervangen door 'omgevingsdienst'. 2. Uit 'de DCMR Milieudienst Rijnmond' het woord 'de' geschrapt. H. Aan artikel 15 worden een nieuw derde en vierde lid toegevoegd, die als volgt komen te luiden:
3. Indien deze regeling of de wet dat bepaalt, of indien het algemeen bestuur dat in voorkomende gevallen nodig acht, worden besluiten van het algemeen bestuur vooraf voor zienswijzen voorgelegd aan de vertegenwoordigende organen. In gevallen wanneer sprake is van strategische beleidskeuzes en -kaders worden de deelnemende raden en staten pro-actief geinformeerd en in de gelegenheid gesteld om een zienswijze uit te brengen. 4. Het algemeen bestuur kan ertoe besluiten om ingezetenen van de deelnemers en/of andere belanghebbenden te betrekken bij de besluiten die zij neemt, en de manier waarop dat gebeurt. I.
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd: 'Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken zo spoedig mogelijk aan de colleges, raden en provinciale staten van de deelnemers alle inlichtingen die door een of meer van hen worden verlangd, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. Het reglement van orde van het betreffende bestuur regelt de wijze waarop hieraan uitvoering wordt gegeven'. 2. Onder vernummering van het tweede tot het derde lid en het derde lid tot het vierde lid wordt het tweede lid als volgt gewijzigd: 'Het algemeen en dagelijks bestuur geven aan de vertegenwoordigende organen gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid, met dien verstande dat: -
Het bestuur dat het aangaat het meest geeigende middel bepaalt waarmee het de betreffende inlichtingen geeft;
Wijzigingsbesluit GR DCMR Milieudienst Rijnmond, 22e wijziging, dms 22356621
Pagina 2 van 5
-
De deelnemende raden en provinciale staten in ieder geval de vastgestelde begroting en de vastgestelde jaarrekening met bijbehorende accountantsrapportage ontvangen;
-
Het bestuur kan ertoe besluiten om bijeenkomsten te organiseren waarin de vertegenwoordigende organen inlichtingen worden verstrekt'. Het dagelijks bestuur de leden van het algemeen bestuur, en zo nodig ook de deelnemers, altijd in kennis stelt van de aan de vertegenwoordigende organen gegeven inlichtingen.
3. Er wordt een nieuw vijfde, zesde, zevende en achtste lid toegevoegd, die als volgt komen te luiden: 5. De leden van het dagelijks bestuur leggen zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk verantwoording of aan het algemeen bestuur voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 6. Het afleggen van verantwoording en het verstrekken van inlichtingen geschiedt met inachtneming van hetgeen hierover de in wet is bepaald. 7. De vergaderstukken en verslagen van het algemeen bestuur worden actief openbaar gemaakt overeenkomstig het bepaalde in de Wet open overheid. 8. Besluitenlijsten en andere documenten van het dagelijks bestuur worden openbaar gemaakt overeenkomstig de bepalingen uit de Wet open overheid. J.
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde lid komt te luiden: 3. Naast de taak genoemd in het vorige lid voert de dienst, de volgende taken uit, met inachtneming van het takenpakket zoals vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving, het ter zake door de deelnemer geformuleerde beleid en van de daartoe gemaakte afspraken en opdrachtverlening: -
adviseren over en uitvoeren van taken van (onderdelen van) door gedeputeerde staten, en colleges van burgemeester en wethouders te geven beschikkingen bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de in artikel 5.1 van die wet genoemde wetten, de Wet milieubeheer en de Algemene wet bestuursrecht en/of na inwerkingtreding van die wet, de omgevingswet en de op die wet gebaseerde regels;
-
uitoefenen van (deel-) toezicht op de naleving van het bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de in die wet in artikel 5.1 genoemde wetten en/of na inwerkingtreding van die wet, de omgevingswet en de op die wet gebaseerde regels, en het adviseren over het toepassen van bestuursrechtelijke handhaving; uitvoeren van bezwaar- en beroepsprocedures conform de Algemene wet bestuursrecht en andere relevante regelgeving; multidisciplinaire taken in de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (m.u.v. de provincie Zuid-Holland);
-
milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten die vallen onder het Besluit bodemkwaliteit voor zover het die activiteiten betreft;
-
milieutoezicht bij bodemsanering, sanering van bedrijfsterreinen en lozing van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering voor zover het die activiteiten betreft;
-
ketengericht milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten.
Wijzigingsbesluit GR DCMR Milieudienst Rijnmond, 22e wijziging, dms 22356621
Pagina 3 van 5
2. In het vierde lid wordt 'sub a tot en met e' geschrapt. K. Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na 'deelnemers' geschrapt 'alsmede de dagelijkse besturen van de deelgemeenten'. 2. In het eerste lid wordt na 'deelnemers' toegevoegd 'tenzij wetgeving de delegatie van bevoegdheden voorschrijft'. L. Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:
1.
In de aanhef wordt 'aanstelling' gewijzigd in 'benoeming'.
2. In het eerste lid wordt 'de dienst' gewijzigd in 'het lichaam'. M. Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede en derde lid wordt 'de dienst' gewijzigd in 'het lichaam'. N. Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt als volgt te luiden: 1. Het dagelijks bestuur is belast met het in dienst nemen, het schorsen en ontslaan van werknemers van het lichaam, de directeur uitgezonderd. 2. Het tweede lid komt als volgt te luiden: 2. Het dagelijks bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de directeur, tenzij de werknemer een leidinggevende functie vervult of gaat vervullen die rechtstreeks onder de directeur ressorteert. 0. Artikel 25, het eerste tweede en derde lid wordt als volgt gewijzigd:
1. De Cao provinciale sector en de rechtspositie- en arbeidsvoorwaardenregelingen, zoals die gelden voor werknemers in dienst van de provincie Zuid-Holland, zijn van toepassing op werknemers in dienst van het lichaam. 2. Het dagelijks bestuur kan besluiten om een of meer regelingen zoals bedoeld in het eerste lid niet van toepassing te verklaren, e wijzigen of een eigen regeling vast te stellen in verband met de specifieke taakuitoefening door het lichaam. 3. Waar de in het eerste lid bedoelde regelingen gesproken wordt van "provinciale staten", "gedeputeerde staten" dan wel "hoofd van dienst" wordt voor de toepassing in het kader van deze gemeenschappelijke regeling respectievelijk gelezen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de directeur. P. Het derde lid van artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
3. 'ingesteld door de overeenkomstig artikel 30 bij verordening aangewezen deskundige' wordt vervangen door 'dat opgesteld is door de bij verordening als bedoeld in artikel 31 aangewezen deskundige'. Q. Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:
Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiele beheer en op de inrichting van de financiele organisatie. R. Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid wordt geschrapt 2. De leden 4 en 5 worden vernummerd tot 3 en 4. S. Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt '2014' vervangen door '2023'. 2. In het vijfde lid wordt 'projectsubsidies' vervangen door 'projectfinanciering' en wordt 'zoals' toegevoegd na 'projectfinanciering'. Wijzigingsbesluit GR DCMR Milieudienst Rijnmond, 22e wijziging, dms 22356621
Pagina 4 van 5
3. In het vijfde lid wordt 'subsidies' vervangen door 'financiering'.
T. Aan artikel 36 wordt aan het eerste lid na `gemeenten' toegevoegd 'en andere deelnemers'. U. Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd: 1. Uit het derde lid wordt na 'deelnemer' geschrapt 'conform artikel 51 derde lid, juncto artikel 9 van de Wet'
V. In artikel 36 wordt '70/112' vervangen door '78/120' W. In artikel 38 wordt 70/112 vervangen door '78/120' X. In artikel 39 wordt '84/112' vervangen door '84/120' Y. Er wordt een nieuw artikel 39a ingevoegd dat Iuidt: Artikel 39a Evaluatie 1. Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Het algemeen bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren vast. Daarbij worden de deelnemers gehoord. 2. De deelnemende raden en provinciale staten worden op de hoogte gebracht van de resultaten van gehouden evaluaties en de conclusies en wijzigingen die naar aanleiding van de evaluaties zijn of worden doorgevoerd.
ARTIKEL II Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
ARTIKEL III Overeenkomstig artikel 52 jo. artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen maakt het bestuur van de provincie Zuid-Holland de regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in het provinciaal blad. De regeling treedt in werking na de bekendmaking.
ARTIKEL IV Dit besluit kan worden aangehaald als: 'Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond, 22e wijziging, 2024'.
2. De gemeenteraad en Provinciale Staten, elk voor zover bevoegd, op grond van artikel 1 Wet gemeenschappelijke regelingen toestemming te vragen tot het wijzigen van de tekst van de gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond overeenkomstig de onder 1 gestelde tekst.
Dit voorstel tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond is vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van DCMR Milieudienst Rijnmond op 4 juli 2024. De secretaris,
De voorzitter,
L
mr. R.M. The
drs. M. elk
Wijzigingsbesluit GR DCMR Milieudienst Rijnmond, 22e wijziging, dms 22356621
Pagina 5 van 5