3. 2024-007032 Raadsvoorstel zienswijze wijziging GR Natuur en Recreatieschap IJsselmond.pdf
Tekst van het document
Voorts dient ook rekening te worden gehouden met de (eigen) bevoegdheden die in de gemeenschappelijke regeling zijn toegekend aan het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
Artikel 6 Ingevolge artikel 22 eerste lid Wgr in samenhang met artikel 32a van de Gemeentewet dienen alle stukken die uitgaan van het bestuur naast de voorzitter mede te worden ondertekend door de secretaris. Het betreft dan o.a. besluiten van het bestuur waaronder met name de besluitenlijst. Deze bepaling heeft geen betrekking op uitgaande stukken waarvoor het bestuur mandaat heeft verleend. Artikel 7 In dit artikel is de samenstelling van het bestuur geregeld. De raad van elke deelnemende gemeente mag 2 leden in het algemeen bestuur benoemen. Ingevolge artikel 13 Wgr is de raad van een deelnemende gemeente bevoegd leden van het algemeen bestuur te benoemen en mogen als leden uitsluitend collegeleden (inclusief de burgemeester) en raadsleden benoemd worden. De raad kan tevens een plaatsvervangend lid benoemen, niet zijnde een lid van het dagelijks bestuur, die het benoemde lid bij verhindering of ontstentenis kan vervangen. Aangezien de leden van het algemeen bestuur benoemd worden als vertegenwoordiger met “last en ruggespraak” van de deelnemende gemeente, heeft de raad ook ingevolge artikel 13 Wgr de bevoegdheid om het lid dat zij benoemd hebben te ontslaan indien deze het vertrouwen niet meer heeft van de raad. Voorts is in artikel 13 Wgr ook bepaald dat het lidmaatschap van het algemeen bestuur van rechtswege komt te vervallen indien met ophoudt wethouder of raadslid te 15
zijn. Nadat het lidmaatschap van het algemeen bestuur is beëindigd, is de raad van een deelnemende gemeente gehouden om in de eerstvolgende vergadering een nieuwe lid te benoemen. Artikel 8 Ingevolge artikel 22 Wgr moet het algemeen bestuur tenminste tweemaal per jaar vergaderen. Uiteraard is het algemeen bestuur vrij om frequenter te vergaderen. Voorts is in dit artikel ingevolge artikel 22 Wgr in samenhang met artikel 17 Gemeentewet bepaald dat het algemeen bestuur vergadert indien de voorzitter daarom verzoekt dan wel tenminste een vijfde van het aantal leden van het algemeen bestuur. Artikel 9, 10 en 11 De artikelen 9, 10 en 11 regelen de werkwijze rond de vergaderingen van het algemeen bestuur. Ingevolge artikel 22 eerste lid Wgr in samenhang met artikel 17 Gemeentewet is in artikel 1 bepaald dat het algemeen bestuur voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vaststelt. De eerste vier leden van artikel 11 vloeien voort uit het bepaalde in artikel 22 in samenhang met bepalingen in de Gemeentewet. Uit oogpunt van lokaal verlengd bestuur zijn in artikel 22 Wgr veel bepalingen in de Gemeentewet omtrent de vergaderingen van de raad van overeenkomstige toepassing verklaard op de vergaderingen van het algemeen bestuur. Artikel 12 Het algemeen bestuur kan regels stellen over de vergoedingen aan de leden van het bestuur.
Voor wat betreft de vergoeding en tegemoetkoming aan een bestuurslid bepaalt artikel 21 Wgr dat deze in redelijke verhouding dient te staan tot de aan het lidmaatschap verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welke het bestuurslid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van het aan de regeling deelnemende bestuursorgaan. Artikel 99 van de Gemeentewet bepaalt voorts dat naast hetgeen de bestuursleden krachtens het eerste lid is toegekend, zij geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van het Natuur- en recreatieschap mogen ontvangen. Voordelen ten laste van het Natuur- en recreatieschap, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, genieten de bestuursleden slechts voor zover het algemeen bestuur dit bij een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurde verordening bepalen. Artikel 13 Dit artikel regelt de verantwoordings- en informatieplicht vanuit het bestuur van het Natuur- en recreatieschap aan de raden van de deelnemende gemeenten. Ingevolge artikel 16 Wgr heeft een lid van het algemeen bestuur een informatie- en een verantwoordingsplicht jegens de raad die hem benoemd heeft. Het bestuur van het Natuur- en recreatieschap heeft ingevolge artikel 17 Wgr uitsluitend een informatieplicht jegens de raden van de deelnemers.
Dit betekent dat het bestuur als zodanig niet ter verantwoording kan worden geroepen door de raden van de deelnemers. In het derde lid is bepaald dat bij het verstrekken van informatie overeenkomstig artikel 16, vijfde lid Wgr ook eventuele opgelegde geheimhouding in acht moet worden genomen.
16
Artikel 14 Dit artikel regelt de samenstelling van het dagelijks bestuur. Ingevolge artikel 14 Wgr worden de leden van het dagelijks bestuur benoemd door en uit het algemeen bestuur. Alle deelnemende gemeenten zijn in dagelijks bestuur vertegenwoordigd met één lid. Bij verhindering of ontstentenis is er sprake van collegiale vervanging en wordt een lid van het dagelijks bestuur vervangen door een ander lid van het dagelijks bestuur. Artikel 15 Dit artikel regelt de inlichtingen- en verantwoordingsplicht voor het dagelijks bestuur en leden van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur en aan de raden van de deelnemende gemeenten. Ingevolge artikel 17 Wgr heeft het dagelijks bestuur een informatieplicht aan de raden van de deelnemende gemeenten. Ingevolge artikel 19a Wgr heeft het dagelijks bestuur een informatieen verantwoordingsplicht aan het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur heeft dus geen verantwoordingsplicht aan de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 16 Omdat de leden van het dagelijks bestuur door en uit het algemeen bestuur worden aangewezen eindigt van het rechtswege het lidmaatschap van het dagelijks bestuur indien men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur. Verwezen wordt naar de toelichting bij artikel 7.
Artikel 17 Dit artikel bepaald dat het dagelijks bestuur de bevoegdheid heeft om voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast te stellen. In tegenstelling tot het algemeen bestuur geldt voor het dagelijks bestuur geen wettelijke verplichting om een reglement van orde vast te stellen. Artikel 18 Dit artikel regelt de stemverhoudingen in het dagelijks bestuur en bevat ook een aantal bepalingen ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur. In tegenstelling tot het algemeen bestuur bevat de Wgr geen dwingende bepalingen ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur. In het eerste lid is bepaald dat de vergaderingen van het dagelijks bestuur in principe besloten zijn, met mogelijkheid van het dagelijks bestuur om een vergadering of gedeelte van een vergadering openbaar te verklaren. In het tweede lid is bepaald dat tenminste de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig moet zijn voordat de vergadering kan worden geopend. Deze quorum bepaling heeft als doel er voor te zorgen dat de besluiten die in het dagelijks bestuur genomen worden door een meerderheid van de deelnemende gemeenten wordt gedragen.
Door het vijfde en zesde lid van artikel 11 van overeenkomstige toepassing te verklaren heeft bij onvoldoende quorum de voorzitter wel de bevoegdheid om een tweede oproep te plaatsen voor een extra vergadering zonder quorum. Artikel 19 Het dagelijks bestuur geeft dagelijks leiding aan het Natuur- en recreatieschap en bereidt alle zaken voor die in het algemeen bestuur worden besproken en waarover het algemeen bestuur 17
dient te beslissen. Daaronder hoort ook het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur. Daarnaast heeft het dagelijks bestuur een zelfstandige bevoegdheid om besluiten te nemen, waarbij met name verwezen kan worden naar artikel 33b Wgr. De bevoegdheden die in laatstgenoemd artikel staan zijn overgenomen in artikel 19. Een van de belangrijkste bevoegdheden voor het dagelijks bestuur is de bevoegdheid om te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen zoals het inkopen van goederen en diensten, grondaankopen en het vestigen van zakelijke rechten. Artikel 20 Dit artikel regelt, in aanvulling op artikel 13 waarin het verstrekken van gevraagde inlichtingen is geregeld, op welke wijze ook ongevraagde inlichtingen worden verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten conform artikel 17 tweede lid Wgr. De inlichtingen dienen bij te dragen aan de juiste uitoefening van de van de taken van de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 21 In dit artikel is geregeld ten aanzien van welke besluiten het bestuur beslist of de mogelijkheid tot burgerparticipatie wordt geboden. Indien hier sprake van is, wordt de participatieprocedure gevolgd van de deelnemende gemeente waarbinnen de ontwikkeling zich afspeelt. De deelnemende gemeente en het recreatieschap zullen samen optrekken in het burgerparticipatieproces.
Het vierde lid van dit artikel regelt ten aanzien van welke besluiten er geen mogelijkheid tot participatie wordt geboden. Artikel 22 en 23 Deze artikelen regelen de aanwijzing van de voorzitter van het Natuur- en recreatieschap en de taken van de voorzitter. De voorzitter van het Natuur- en recreatieschap is ingevolge artikel 12, derde lid Wgr tevens voorzitter en lid van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. In artikel 19, derde lid is tevens de bevoegdheid opgenomen om een plaatsvervangend voorzitter te benoemen. Artikel 24 Het Algemeen bestuur benoemt een secretaris van het Natuur- en recreatieschap die het bestuur en ingestelde commissies bijstaat in de werkzaamheden en kan instructies voor hem vaststellen. Artikel 25 Artikel 25 Wgr regelt dat het algemeen bestuur tevens bestuurscommissies kan instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen indien de regeling dit mogelijk maakt. In artikel 25 is daartoe in de regeling de bevoegdheid voor het algemeen bestuur opgenomen. Aan deze commissies, indien ingesteld, kan het algemeen bestuur tevens bepaalde bevoegdheden delegeren. Om de kenbaarheid rond de bevoegdheden en de werkwijze van deze commissies te verduidelijken is de tekst van artikel 25 Wgr hier grotendeels overgenomen. Een bestuurscommissie mag echter geen territoriaal karakter hebben. Hiermee wordt voorkomen dat een extra bestuurslaag ontstaat.
De bevoegdheid voor het algemeen bestuur om adviescommissies in stellen vloeit al voort uit artikel 24 Wgr. Hiervoor hoeft in de regeling in tegenstelling tot bestuurscommissies geen bevoegdheid te worden opgenomen. 18
Artikel 26 Conform artikel 10 vijfde en zesde lid van de Wgr, regelt dit artikel welke besluiten voor zienswijzen voorgelegd worden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 27, 28 en 29 Op grond van artikel 27 heeft het algemeen bestuur de bevoegdheid om ten behoeve van de uitoefening van de taak van het Natuur- en recreatieschap verordeningen vast te stellen. Onderscheid kan gemaakt worden tussen zogenaamde interne verordeningen zoals een financiële verordening of een archiefverordening en verordeningen met externe werking zoals een algemeen verbindend voorschrift. Wat betreft verordeningen met externe werking dat wil zeggen verordeningen tevens inhoudende algemeen verbindende voorschriften is in artikel 28, eerste lid bepaald dat de ontwerpverordening eerst naar de deelnemers moet worden toegezonden. Op deze wijze kunnen de zienswijzen van de deelnemers in de besluitvorming worden meegenomen. Ten aanzien van het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften kan er namelijk overlap plaats vinden met algemeen verbindende voorschriften die al zijn vastgesteld door de deelnemende gemeenten zoals een Algemene Plaatselijke Verordening.
In dat kader heeft het algemeen bestuur ingevolge artikel 25 en artikel 30, derde lid Wgr de bevoegdheid om te bepalen dat een verordening van het Natuur- en recreatieschap in de plaats treedt van een verordening van een deelnemende gemeente. Artikel 30, 31 en 32 Artikel 30, 31 en 32 is de neerslag van de financiële administratie en de controle zoals dat in hoofdstuk XIV van de Gemeentewet is geregeld. Het betreft o.a. het vaststellen van een verordening voor het beleid, beheer en organisatie van de financiën van het Natuur- en recreatieschap. Artikel 33, 34 en 35 De procedure rond het vaststellen van de begroting en de jaarrekening is geregeld in de artikelen 33 t/m 35 Wgr en is omwille van de kenbaarheid in de artikelen 33, 34 en 35 zoveel mogelijk integraal overgenomen. Artikel 33b Wgr; ‘het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten’, is niet overgenomen in de regeling, maar is wel onverkort van kracht.
Voorts is in artikel 34 lid 6 een bepaling opgenomen waardoor het niet langer noodzakelijk is het Dagelijks Bestuur een besluit te laten nemen om een wijziging in de begroting niet voor zienswijze aan de deelnemers aan te bieden.
Artikel 36 Artikel 36, eerste lid regelt het algemene beginsel dat de deelnemende gemeenten er voor garant staan dat het Natuur- en recreatieschap te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan de
19
verplichtingen te kunnen voldoen. Voor zover sprake is van een nadelig exploitatiesaldo, wordt dit ten laste gebracht van de deelnemers volgens de verdeelsleutel in artikel 36, eerste lid. Om te zorgen dat het Natuur- en recreatieschap op elk moment beschikt over voldoende financiële middelen om te kunnen voldoen aan de verplichtingen is in artikel 36, tweede lid bepaald dat de deelnemende gemeenten op twee momenten in het jaar een voorschot van 50 % moeten betalen van de in de begroting van het betreffende jaar opgenomen voor hen geldende bijdragen. Artikel 37 t/m 49 Artikel 9 Wgr bepaalt dat een voor onbepaalde tijd getroffen gemeenschappelijke regeling, zoals het geval bij deze regeling, bepalingen dient in te houden omtrent wijziging, opheffing, toetreding en uittreding. Daarin is in de artikelen 37 t/m 49 voorzien. Van belang daarbij is dat voor wijziging een gewone meerderheid en voor opheffing van de regeling een tweederde meerderheid van de bij de regeling betrokken bestuursorganen is vereist. Tot de toetreding van een nieuwe deelnemer kan worden besloten bij unaniem besluit van deelnemende gemeenten van het Natuur- en recreatieschap. In het geval van opheffing van de regeling regelt het opheffingsbesluit de gevolgen van de opheffing voor de deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur is belast met de liquidatie waaronder de vereffening van het vermogen.
Voorts zijn niet alleen de gevolgen van uittreding vastgelegd, maar ook de voorwaarden waaronder een deelnemer kan uittreden (hoofdstuk 16). Artikel 50 Dit artikel bevat in het eerste lid de officiële citeertitel van de gemeenschappelijke regeling en in het tweede lid de datum van inwerkingtreding.
20
21
3
GEM EENTE BARE NDRECHT
GR BAR-orban.isa+_ie -
Binnennof 1, 2991 AA Barendrecht Postbus 501, 2990 EA Barendrecht
T1,TO'IMT7( , TT117
14 0180 (Algemeen nummer)
gemeente@barendrecht.n I wvwv.barendrecht.nl Bank: ?0.54.00.215 Rabobank
18 JAN. 2024 ono IQ
reg. nr.
( lban : NLO4RABOO3O54OO215, swift BIC : RABONL2U)
/
KvK nu nmer: 24494374
Gemeente Albrandswaard Aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders
Postbus 1000 3160 GA RHOON
Uw brief van Uw kenmerk
Bijlage( n )
:
-
-
:
Onderwerp
:
:
Zienswijze wijziging gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatieschap
Ons kenmerk
766705
:
Contactpersoon Cluster
J.C. Vervorst
:
DVB
:
Doorkiesnummer Datum
:
:
140180 16 januari 2024
IJsselmonde
Geachte leden van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders, In verband met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het algemeen bestuur van de Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde hierna NRIJ een conceptwijziging
) gemeenschappelijke regeling ( van de gemeenschappelijke regeling vastgesteld. Aan u is nu de mogelijkheid geboden een zienswijze kenbaar to maken over deze conceptwijziging. :
In het algemeen bestuur heeft een goede discussie plaatsgevonden over de conceptwijziging. Zowel de
uitgangspunten als de concrete uitwerking daarvan zijn aan de orde gekomen. Over het uitgangspunt met betrekking tot de gronden in een uittredende deelnemer bleef verschil van inzicht bestaan. Afgesproken is dat deelnemers in het kader van de zienswijzeprocedure hierover de andere deelnemers kunnen benaderen. Wij maken hiervan bij dezen gebruik. In de conceptwijziging is opgenomen dat, bij een voornemen tot uittreding van een deelnemer, een concept-
uittredingsplan wordt opgesteld. Daarbij is opgenomen dat de gevolgen van de uittreding voor de eigendomspositie van de gronden van het NRIJ buiten beschouwing worden gelaten ( artikel 42, tweede lid ) De deelnemers moeten hierover apart onderhandelen.
.
Dat betekent het volgende. Gronden die liggen in een uitgetreden gemeente. kunnen mogelijk in eigendom blijven van het NRIJ. Dat levert de bevreemdende situatie op dat het NRIJ, en daarmee de deelnemers in het NRIJ, verantwoordelijk blijven voor beheer en onderhoud van gronden die niet tot het grondgebied van de deelnemers horen. Wij vinden dat in beginsel niet wenselijk. Het is daarom logischer in de gemeenschappelijke regeling op to nemen het uitgangspunt dat de eigendom van gronden gelegen in een uittredende gemeente, in beginsel overgaat op die gemeente. Vanzelfsprekend
Pagina 1 van 2
3 kunnen en moeten daarbij afspraken worden gemaakt over de financiele gevolgen van een dergelijke eigendomsoverdracht. Dat kan ook tot uitdrukking komen in de gemeenschappelijke regeling. Wij geven u in overweging dit uitgangspunt onderdeel to laten zijn van de bespreking van uw zienswijze op de voorgestelde conceptwijziging van de gemeenschappelijke regeling NRIJ, en een positief standpunt ten aanzien hiervan op to nemen in uw zienswijze. Voor een toelichting op het voorgaande zijn wij graag bereid. Een afschrift van deze brief zullen wij sturen naar het NRIJ.
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht. de burgemeester,
e "secretaris,
. , oer
chneider
pagina 2 van 2
Natuur- en Recreatiegebied IJsselmonde Postbus 2 3800 AA Amersfoort
Uw brief van: 11 januari 2024 Uw kenmerk: 2024/NRIJ Bijlage(n): -
Ons kenmerk: 2024-007032 Contact: Peter Wunderink Doorkiesnummer: E-mailadres: p.wunderink@albrandswaard.nl Datum:
Betreft: Zienswijze ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling Natuur-en Recreatiegebied IJsselmonde (NRIJ)
Geacht bestuur, U heeft ons op 11 januari 2024 een ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling toegestuurd. U heeft om onze zienswijze gevraagd op dit concept. Wij hebben deze stukken besproken in onze raadsvergadering van 26 februari 2024. We maken graag gebruik van de geboden mogelijkheid tot het geven van een zienswijze, aan de hand van de voorgestelde wijzigingen. Daarbij hebben wij ook de brief van de gemeente Barendrecht van 16 januari 2024 in de beoordeling betrokken. A. Mogelijke zienswijzeprocedure bij besluiten die ingrijpende ruimtelijke wijzigingen tot gevolg hebben Dit onderwerp geeft ons geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Als het AB hier aanleiding toe ziet, kan ze deze ruimte nemen. B. Participatie Er is in de regeling nu geen mogelijkheid tot inspreken opgenomen. Wij zijn van mening dat het voor belanghebbenden mogelijk moet zijn te kunnen inspreken op openbare en niet-vertrouwelijke onderwerpen die zijn geagendeerd in de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Dit is uitgezonderd de verslagen van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Wij verzoeken u hierover een artikel op te nemen in de regeling. Over de mogelijkheid van inspraak stellen wij de volgende tekst voor: Wij bieden de mogelijkheid tot inspraak in de AB vergadering. Dit moet minimaal 10 dagen van de tevoren met opgave van onderwerp aangevraagd worden.
De voorzitter past dit in in de vergaderorde. Onderwerpen waar minder dan 1 jaar geleden besluitvorming over heeft plaatsgevonden in het AB komen niet voor inspraak in aanmerking. C. Evaluatie In artikel 3 zijn bepalingen geformuleerd over de evaluatie van de regeling. Wij zien dit graag nader geduid en stellen voor lid 3 van artikel 3 te vervangen door de volgende tekst: het AB stelt vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. Daarbij worden de deelnemers gehoord.
Stationsstraat 4 - 3161KP te Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl
Betreft: Zienswijze ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatiegebied IJsselmonde (NRIJ)
Pagina 2 van 3
D. Uittreding Ten aanzien van de artikelen met betrekking tot Uittreding, en meer bepaald de artikelen 42 t/m 46, staan wij een aantal aanpassingen voor die uiteraard uittreding in het algemeen betreffen, maar impliciet ook ons standpunt vormgeven ten aanzien van de eerdergenoemde brief van de gemeente Barendrecht. In artikel 42 t/m 46 worden, na de kennisgeving door een deelnemer van voornemen tot uittreding, het opstellen van een (concept-)uittredingsplan en een daarin opgenomen voorlopige uittredingssom besproken, de wijze waarop dat dient te geschieden en de termijnen die daarmee gemoeid zijn beschreven. Op een aantal punten zouden wij deze artikelen graag aangepast zien. Art.42 lid 2 bepaalt dat de in artikel 43 bedoelde projectgroep niet ingaat op de gevolgen van de eigendomspositie of zakelijke rechten met betrekking tot de gronden van het NRIJ, waarover de onderhandelingen met de uittredende in hetzelfde lid wordt ondergebracht bij de in de GR deelnemende leden. Hierbij wordt ons inziens onvoldoende onderkend dat de resultaten van deze onderhandelingen in directe wisselwerking staan met het door de projectgroep op te stellen uittredingsplan.
De eigendomssituatie bepaalt immers mede het te beheren areaal, eventuele overdracht gaat gepaard met krimp van het NRIJ-areaal, met een overdrachtssom, met nieuwe uitgangspunten voor organisatie en financiering van beheer, en met gevolgen voor de maatschappelijke recreatieve functie. Als de toekomstige eigendomssituatie niet duidelijk is is het ons inziens niet mogelijk los daarvan een adequaat uittredingsplan op te stellen. Wij stellen voor in artikel 42 de bepaling op te nemen dat de onderhandelingen over de grondpositie door de deelnemende gemeenten afgerond zijn voordat de in artikel 43 bedoelde projectgroep een uittredingsplan opstelt, zodat de uitkomst van die onderhandelingen en alle gevolgen daarvan kunnen worden meegenomen in het uittredingsplan. Artikel 42 lid 5 stelt een termijn aan uittreding, na kenbaar maken van besluit tot uittreding. Het lijkt ons ondenkbaar en onwenselijk dat uittreding kan worden geëffectueerd zonder dat de onderhandelingen over zowel de toekomstige eigendomspositie als het uittredingsplan succesvol zijn afgerond. De resultaten daarvan dienen ons inziens daarom in de vorm van een overeenstemming tussen partijen als voorwaarde voor uittreding te worden opgenomen, zonder dat daar een dwingende termijn aan verbonden wordt. Het is de overeenstemming die telt, en niet de termijn die wellicht tekort schiet om die overeenstemming te bereiken.
Wij stellen voor genoemde termijn te schrappen. Artikel 43 lid 5 stelt een termijn van 8 maanden na een kenbaar gemaakt voornemen tot uittreding voor, waarbinnen een concept uittredingsplan en een voorlopige uittreedsom moeten zijn vastgesteld. Door de wederzijdse afhankelijkheid tussen het resultaat van de onderhandelingen over grondeigendom en het door de in artikel 43 bedoelde projectgroep op te stellen uittredingsplan, kan vertraging van de onderhandelingen over grondeigendom het tijdig vaststellen van een uittredingsplan in de weg staan. Wij achten de termijn van 8 maanden onnodig en gelet op het voorgaande ongewenst en stellen derhalve voor deze termijn te schrappen.
Betreft: Zienswijze ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatiegebied IJsselmonde (NRIJ)
Pagina 3 van 3
Ten aanzien van artikel 44 merken wij op dat de in lid 1 genoemde systematiek voor berekening van de financiële gevolgen, ons inziens zou uitwijzen dat die systematiek geen betrouwbaar resultaat kan afwerpen als de uitkomst van onderhandelingen over de grondpositie daarin niet meegenomen kunnen worden. Wij verwijzen verder naar onze opmerkingen over art.42 en 43. Ten aanzien van artikel 45 en 46 hebben wij verder geen opmerkingen. Met betrekking tot de door de deelnemers te voeren onderhandelingen over overdracht van grondeigendom tenslotte merken wij op dat wat ons betreft daarbij rekening dient te worden gehouden met: 1. De huidige grondwaarde onder de bestemming recreatie en natuur t.o.v. de waarde onder een in de toekomst te leggen bestemming. Een meerwaardeclausule die voor een zekere toekomstperiode het rendement van een eventuele nieuwe bestemming aan het NRIJ toebedeelt achten wij gewenst; 2. De verandering van de toekomstige beheer- en onderhoudskosten t.o.v. de overdrachtssom; 3. Het maatschappelijk rendement van de bestaande recreatie- en natuurbestemming t.o.v. de afbreuk daarop van een toekomstige bestemming die daarvan afwijkt; 4. De gevolgen van vermindering van het NRIJ-areaal op het resterend deel van het NRIJ-areaal in de vorm van toenemende recreatiedruk, toenemende beheerkosten etc.
Wij stellen voor deze laatstgenoemde punten te benoemen in een apart artikel dat nader ingaat op de onderhandelingen door deelnemers over de grondpositie en de daarvan afhankelijke zaken. Wij kunnen ons vinden in het door u geformuleerde artikel 47 over Uittreding. Een verdere regeling van een uittreding zoals nu geregeld, lijkt ons niet zinvol. E. Instelling adviescommissie Vanuit het principe van optimale democratische legitimiteit zal onze raad positief besluiten bij een verzoek tot instelling van een adviescommissie. Eventuele afvaardiging van raadsleden voor deze commissie zal nog onderwerp van overleg zijn, binnen onze raad. Wij vertrouwen erop u voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, De gemeenteraad van Albrandswaard, de griffier,
de voorzitter,
Eelco Groenenboom Msc MMC
drs. Jolanda de Witte
Stationsstraat 4 - 3161KP te Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl