28. 766829 Raadsvoorstel zienswijze op de jaarstukken 2023 en concept begroting 2025 De Bedrijfsvoerings Partner.pdf
Tekst van het document
memorie memorie memorie memorie memorie memorie
Alle bedragen staan op memorie. Er zijn op dit moment geen langlopende leningen afgesloten. Of er in 2025 kortlopende geldleningen moeten worden afgesloten is op dit moment niet bekend.
2.3
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
De eigen activa van DBP betreffen de bedrijfsvoering en bestaan uit investeringen voor Informatisering & Automatisering en Facilitair.
20
In deze begroting zijn de benodigde investeringen inzichtelijk gemaakt in een meerjarig investeringsplan (zie de Bijlage Investeringen). In de begroting 2025 is € 1.565.500 aan kapitaallasten opgenomen. Meerjarige dekking van de investeringen vindt in principe plaats binnen de vrijval van bestaande kapitaallasten. I&A investeringen Bij de software investeringen 2025 kan het volgende worden vermeld: • Wet & Regelgeving De “Digital decade” wordt een begrip. De Europese ambitie (“strategisch plan Horizon Europe”) kent 5 missies die worden ondersteund door onder meer de digital decade. Het gaat om een set van in eerste instantie 13 wetten die in 2026 geïmplementeerd moeten zijn. Een impactanalyse middels expertgroepen georganiseerd door de VNG zullen in 2024 de impact bepalen. Zowel financieel als voor wat betreft uitvoering. De financiële impact voor 2025 is dus nog onbekend maar gezien de grote hoeveelheid wetten zal die naar verwachting significant zijn. • eDepot Aansluiten bij een eDepot volgt uit de nieuwe archiefwet en zal eenmalige en structurele kosten met zich meebrengen. • Digitalisering in brede zin Digitale dienstverlening is een groeiende vorm van dienstverlening. Doorontwikkeling van concepten als ‘track & trace’ voor inwoners en vernieuwing van interne applicaties zullen ook in 2025 een investering vereisen.
• Ontvlechting De ontvlechting van de BAR-organisatie en de nieuwe situatie vanaf 2024 zullen leiden tot afstemming met de drie gemeenten over hun wensen en eisen voor 2025. Maatschappelijke thema’s als ondermijning en de energietransitie zullen naar verwachting in 2025 tot projecten en aanschaf van software leiden. • Centric Per 1 januari 2022 is ons contract met Centric aangepast met als doel lagere jaarlijkse kosten. Dit heeft wel tot gevolg dat nieuwe versies van Centric-producten vanuit het investeringsbudget betaald moeten worden. Dit zal ook in 2025 het geval zijn. • Cloud & SaaS In toenemende mate kopen we geen software meer die we zelf installeren op onze systemen, maar nemen we softwarediensten af uit de cloud of als SaaS (Software as a Service). Door de ontvlechting van de BAR-organisatie heeft de verSaaSing vertraging opgelopen waardoor dit in 2025 nog zal doorlopen. • Common Ground Common Ground is de belangrijkste ICT-gerelateerde ontwikkeling vanuit de VNG en begint steeds meer te leiden tot praktische toepassingen op het gebied van dienstverlening. In 2024 zijn wij, met subsidie van de VNG, betrokken in ‘samen organiseren’ ontwikkeltrajecten die, naar verwachting, in 2025 tot volwassenheid zullen komen. • Vervanging en aanbestedingen Van verschillende softwareproducten en -diensten loopt in 2024 of 2025 het contract af en/of zijn pakketten aan vervanging toe.
Dit leidt mogelijk tot aanbestedingen en aanschaf van nieuwe software of SaaS-diensten.
21
2.4
Paragraaf Bedrijfsvoering
Dit is een verplicht voorgeschreven paragraaf (op grond van het BBV) waarin ten minste inzicht moet worden gegeven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Maar omdat DBP alleen bedrijfsvoering betreft is dit al opgenomen in het programmaplan van deze begroting en is een paragraaf Bedrijfsvoering niet nodig.
2.5
Openbaarheidsparagraaf
De Wet Open Overheid (Woo), ingangsdatum 1 mei 2022, legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Deze paragraaf geeft hier invulling aan voor de begroting 2025. De Wet Open Overheid kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten: 1. de verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen, 2. verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking, 3. verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking en 4. het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Het kabinet heeft in de meicirculaire gemeentefonds 2021 zowel incidenteel als structureel budget opgenomen voor de implementatie van de Woo. Ook voor 2025 is budget beschikbaar gesteld. Woo-contactfunctionaris Naar verwachting zal in 2024 óf in 2025 een nieuwe Woo-contactfunctionaris worden aangesteld. Passieve openbaarmaking Dit betreft lopende zaken waar in 2025 geen structurele veranderingen of investeringen voorzien zijn. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om 11 benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting zal niet voor alle 11 categorieën tegelijk gelden.
Over de ingangsdatum - deze wordt bij Koninklijke Besluiten per informatiecategorie genomen - is nog geen zekerheid tijdens het schrijven van deze openbaarheidsparagraaf. Mede gezien de ontvlechting van de BAR-organisatie per 1 januari 2024 zullen de informatiestromen (van ‘brondocument tot publicatie’) complexer worden. DBP blijft zorgdragen voor de verdere implementatie van de Woo. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen 8 jaar - gerekend vanaf mei 2022 - op orde wordt gebracht. Dit is een meerjarig traject waarin met jaarplannen voor de uitvoering wordt gewerkt. Hierbij worden de punten van de VNG (“Woo - wat moeten we nu”) als leidraad gehanteerd voor de prioritering in de komende jaren. 1. Iedere gemeente heeft de beschikking over of is aangesloten op een e-depotvoorziening. In 2025 verwachten we volledig aangesloten te zijn. 2. Binnen iedere applicatie is de selectielijst geïmplementeerd. Dit betreft het tijdig vernietigen van informatie. Dit is een meerjarige inspanning die ook in 2025 doorloopt. 3. Iedere gemeente heeft beheer georganiseerd op emailarchivering.
22
4. 5.
6.
7.
Naar verwachting zal in 2024 een proef rondom “Capstone” (een methodiek voor het archiveren van e-mails van zogenaamde sleutelfiguren) plaatsvinden zodat in 2025 deze methodiek geïmplementeerd kan worden. Iedere gemeente heeft beheer georganiseerd op tekstberichten. De verwachting is dat dit beheer in 2025 is geïmplementeerd. Iedere gemeente heeft een informatiebeheerplan (minimaal ingericht in werkprocessen, proceseigenaar, in welke applicaties welke data/documenten staat, hoe het beheer is geregeld). Een informatiebeheerplan is een levend document. Dit is een doorlopende inspanning. Iedere gemeente hanteert een kwaliteitssysteem voor het informatiebeheer, zoals vastgelegd in artikel 16 van de Archiefregeling. We hebben een kwaliteitssysteem voor informatiebeheer en zullen dit blijven uitbreiden. Dit is een doorlopende inspanning. Iedere gemeente heeft een metagegevensschema vastgelegd en aan elk blijvend te bewaren informatieobject metagegevens gekoppeld. Wij hebben het metagegevensschema vastgelegd en zullen dit blijven doorontwikkelen om te voldoen aan dan geldende standaarden en ontwikkelingen. Dit is een doorlopende inspanning.
23
Financiële begroting
24
3. Overzicht van baten en lasten en toelichting 3.1
Cijfers begroting
De begroting 2025 is opgebouwd vanuit de meerjarenraming van de begroting 2024 en daaraan zijn enkele noodzakelijke / onontkoombare budgetverhogingen 2025 toegevoegd. Omschrijving Salariskosten (incl. inhuurkosten)
Begroting 2025 Noodzakelijke Bestaand beleid budgetwijzigingen 21.602.800
- Cao 2024 (1 januari 2024 - 31 maart 2025)
745.600
355.200 1.253.200 0 3.488.600
0 0 0 400.400
- Businesssoftware
221.700
- Automatisering
178.700
Wagenpark/ gereedschap/ machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering
0 3.500 5.140.400
0 0 264.100
- Inflatie 2025
203.600
- Uitbreiding contract externe partij voor data veiligheid
60.500
TOTAAL SALDO (excl. bijdragen gemeenten)
23.639.400
1.291.000
- Cao 2025 (vanaf 1 april 2025)
Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT
2.036.600
Begroting 2025
31.843.700
2.701.100
355.200 1.253.200 0 3.889.000
0 3.500 5.404.500
34.544.800
Aanloop naar de begroting 2025 Voorafgaand aan het opstellen van deze begroting zijn de op dat moment bekende ontwikkelingen in de begrotingsjaren 2024 en 2025 in beeld gebracht. Vervolgens is kritisch gekeken naar de door de organisatie aangeleverde mutaties: - een aantal kleine(re) mutaties wordt niet opgenomen in de conceptbegroting 2025 en wordt door DBP zelf opgelost, - van een aantal mutaties is geconcludeerd dat meer inzicht nodig is om een budgetverhoging te rechtvaardigen en zijn derhalve niet opgenomen in de conceptbegroting 2025, - onderzocht is welke financiële effecten DBP - in elk geval incidenteel - zelf kan dekken, - sommige kosten blijken onvermijdelijk en zijn in beeld gebracht. Daarnaast zijn op dit moment DBP en de gemeenten aan het ondervinden wat het werken in de nieuwe situatie per 1 januari 2024 (na de ontvlechting) inhoudt en wat dat betekent voor de kosten, formatie en dienstverlening van DBP. Door de ontvlechting is deels een beweging te zien van centralisatie naar decentralisatie. Hierdoor komt een deel van de in de voorgaande jaren behaalde efficiency onder druk te staan. Dit is merkbaar op het gebied van I&A, maar ook bij bijvoorbeeld HRM en Inkoop. Dit brengt in sommige gevallen extra structurele kosten met zich mee. Deze gesignaleerde ontwikkeling is echter nog niet voldoende in
25
beeld gebracht en geanalyseerd. Daarom wordt op dit moment zeer terughoudend omgegaan met budgetverhogingen. Die kunnen nog niet voldoende worden onderbouwd. En dit vraagt ook nadere afstemming met de gemeentelijke opdrachtgevers over de gewenste dienstverlening. Dat gesprek voeren we in 2024 en 2025. Hoe om te gaan met de financiële gevolgen van de in beeld gebrachte ontwikkelingen is ook een dilemma. Enerzijds is de financiële druk vanuit de gemeenten voelbaar en is er oog en begrip voor de financiële positie van de gemeenten. Anderzijds staat DBP voor de opbouw van een toekomstbestendige gemeentelijke bedrijfsvoering. Waar ruimte blijft voor innovatie en ontwikkeling om te kunnen blijven bijdragen aan de gemeentelijke vraagstukken en opgaven. Het bovenstaande is zorgvuldig overwogen en heeft tot het volgende geleid. Begrotingsjaar 2024 lost DBP zelf op DBP wil incidenteel voor 2024 proberen alle budgetstijgingen zelf op te vangen binnen de lopende begroting. De inschatting op dit moment is dat dit met de nodige inspanningen en budgetdiscipline mogelijk is. Op deze wijze hoeven de gemeenten in 2024 niet om extra middelen te worden gevraagd met het risico dat dit overblijft in de jaarrekening. Hiermee wordt een gecalculeerd risico genomen.
Als in de loop van het jaar de financiële positie daar aanleiding toe geeft kan er zo nodig worden bijgesteld in de 2e tussenrapportage 2024. Begroting 2025 alleen noodzakelijke budgetverhogingen Voor de begroting 2025 is een aantal structurele effecten zichtbaar. Voor een deel treden die ook al op in 2024 (incidenteel te dekken door DPB) en voor een deel zijn ze nieuw. Net als in de vorige begroting 2024 zijn alleen de noodzakelijke, onontkoombare budgetverhogingen opgenomen. Die zijn te onderscheiden in autonome ontwikkelingen en volumegroei en gestegen kosten door de ontvlechting. Er is geen sprake van nieuw beleid of nieuwe ambitie. De opgenomen budgetverhogingen zijn nodig om de basisdienstverlening op peil te houden. Onvermijdelijke budgetverhogingen 2025 • Autonome ontwikkelingen en volumegroei 1. Inflatie 2025 - € 203.600, structureel Voor de inflatie voor 2025 is uitgegaan van 2,5%. Het inflatiecijfer is zoals altijd gebaseerd op het (jaarlijks verschijnende) Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau (CPB) van 22 februari 2024. 2. Cao 2024 (1 januari 2024 - 31 maart 2025) - € 1.291.000, structureel In deze cao zijn twee loonsverhogingen afgesproken: 1 januari 2024: 4,75% 1 oktober 2024: 1,25% De gevolgen voor het begrotingsjaar 2024 van deze cao worden incidenteel opgenomen in de 1e Tussenrapportage 2024. 3.
Cao 2025 (vanaf 1 april 2025) - € 745.600 in 2025
26
In deze begroting zijn éénmalig de financiële gevolgen van 2 cao’s opgenomen. Die van de huidige cao, zie punt 2 hiervoor. En op advies van de Provincie wordt deze keer voor het eerst een schatting opgenomen voor de gevolgen van de cao 2025 die gaat gelden vanaf 1 april 2025. De schatting is gebaseerd op het cijfer “Loonvoet sector overheid”. Voor 2025 is dat 4,4%. •
Onvermijdelijke kostenstijgingen ICT 4. Businesssoftware - € 221.700, structureel Een groot aantal businessapplicaties zijn of worden gesplitst naar de drie gemeentelijke omgevingen. Dit heeft tot gevolg dat de contracten aangepast worden. Vaak wordt het beheer per omgeving in rekening gebracht. Dit heeft een kosten opdrijvend effect. Dit is een autonome prijsontwikkeling die de softwareleveranciers bij ons in rekening brengen omdat ze in plaats van één omgeving drie omgevingen moeten beheren. De oorspronkelijke prijsstijging lag nog hoger. Maar door stevig onderhandelen is dit bedrag zo veel als mogelijk naar beneden bijgesteld. Dit is een onontkoombare aanpassing omdat het lopende contracten zijn. Het aanpassen of opzeggen van de contracten is geen optie. Het gaat om applicaties die randvoorwaardelijk zijn om binnen de gemeenten de taken uit te voeren. 5. Automatisering - € 178.700, structureel Om de ICT-omgeving voor de vier organisaties stabiel te houden is de noodzakelijke extra servercapaciteit ingekocht. Dit brengt extra onderhoud en licentiekosten met zich mee. Ook zijn de digitale werkplekken duurder geworden als gevolg van extra licentiekosten. Het contract met Microsoft is ge-updated en biedt nu meer functionaliteit waarmee het voldoet aan het programma van eisen van de VNG. 6.
Uitbreiding contract externe partij voor data veiligheid - € 60.500, structureel Om het netwerk en de werkomgevingen veilig te houden is in 2021 een externe partij ingeschakeld. Hiermee is in 2023 een contract afgesloten. Men zorgt ervoor dat onze digitale werkomgeving 24/7 wordt bewaakt. Ze signaleren verstoringen, helpen met de analyse ervan en adviseren over te nemen maatregelen. Ook zijn ze voortdurend op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van dreigingen en malware, waardoor we ook op termijn onze omgeving veilig kunnen houden. Hiermee wordt voldaan aan de bijgestelde standaarden van de IBD.
Voor de budgetverhogingen 1-3 (inflatie en cao) is de principe-afspraak gemaakt dat de DBP compensatie krijgt van de gemeenten. Deze tellen op tot € 2.240.200. Voor de overige mutaties is slechts het hoogst onvermijdelijke opgenomen. Deze tellen op tot € 460.900. De 6 onvermijdelijke budgetverhogingen tellen in totaal op tot € 2.701.100. Opgemerkt wordt dat niet alle geïnventariseerde noodzakelijke budgetverhogingen zijn opgenomen in bovenstaande lijst met budgetverhogingen. DBP wil in 2025 proberen ook die binnen de eigen
27
begroting op te vangen en nog scherpere keuzes maken in de noodzakelijkheid. Dit met de bedoeling de gemeentelijke begrotingen zo min mogelijk te belasten. Door dit scherpe ramen is een overschrijding niet uit te sluiten. Begrotingsjaar 2026 Het is van belang een realistische begroting op te stellen. En zoals hierboven al is gesteld heeft DBP begrip en gevoel voor de financiële situatie bij de gemeenten. Zoals het er nu uitziet is het onvermijdelijk dat DBP in 2026 een bijdrage gaat leveren aan de gemeentelijke financiële opgaven. DPB wil hier graag samen met de gemeenten in optrekken en vanuit de gedeelde verantwoordelijkheid komen tot verantwoorde keuzes. Daarbij is het goed om op te merken dat het (gemeentelijke) financiële perspectief met een aantal onzekerheden is omgeven die betrokken moeten worden bij het maken van verantwoorde keuzes. Onder andere de landelijke trend dat de kosten op het gebied van Informatie en Automatisering de komende jaren blijven stijgen als gevolg van de toenemende digitalisering. Wij hebben de organisatie de opdracht gegeven om in aanloop naar de begroting 2026 scenario’s in beeld te brengen voor mogelijke ombuigingen ter hoogte van 5% van de begroting. Deze voorstellen worden afgewogen en daarna betrokken bij de besluitvorming over de begroting 2026.
Dit geeft de organisatie de mogelijkheid een grondige analyse van de taken en begroting te maken. Zodat in het geval dat er keuzes moeten worden gemaakt, dat keuzes zijn die passen bij een toekomstbestendige gemeentelijke bedrijfsvoering. En passen bij de opgaven van de gemeenten.
28
Overzicht van baten en lasten
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden in dit overzicht de baten en lasten per programma weergegeven. De BedrijfsvoeringsPartner heeft echter maar één programma: Bedrijfsvoering. Wel zijn de baten en de lasten gerubriceerd naar enkele kostensoorten. Overzicht van baten en lasten 2025 Lasten Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Totaal lasten
Jaarrekening begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 2023 24.322.400 24.041.100 24.322.400 24.322.400 22.884.700 84.078.100 355.200 355.200 355.200 355.200 355.200 754.300 1.933.400 1.253.200 1.253.200 1.253.200 1.253.200 1.253.200 601.400 3.700.400 3.560.700 3.962.500 3.962.300 3.962.300 3.962.300 499.900 -800 3.500 3.500 3.500 3.500 3.500 7.719.300 5.432.800 5.484.400 5.445.400 5.628.800 5.628.800 35.342.000 35.525.400 35.525.400 35.099.900 33.490.100 99.286.000
Baten Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering
-2.013.400 -108.000 -1.130.100
-401.700
Bijdragen deelnemende gemeenten: - Barendrecht - Albrandswaard - Ridderkerk Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten GEREALISEERD RESULTAAT
-37.915.900 -19.038.000 -39.080.600 -99.286.000 -
Saldo Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Gesaldeerde bedragen (excl. bijdragen
-79.900
-401.700 -73.500 -79.900
-401.700 -73.500 -79.900
-401.700 -73.500 -79.900
-401.700 -73.500 -79.900
-13.399.900 -6.884.400 -12.650.700 -33.490.100 -
-13.744.400 -7.424.300 -13.376.100 -35.099.900 -
-13.840.300 -7.476.400 -13.470.200 -35.342.000 -
-13.913.300 -7.515.800 -13.541.200 -35.525.400 -
-13.913.300 -7.515.800 -13.541.200 -35.525.400 -
-73.500
Jaarrekening begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 2023 82.064.700 23.920.700 23.920.700 23.920.700 23.639.400 22.483.000 754.300 355.200 355.200 355.200 355.200 355.200 1.933.400 1.253.200 1.253.200 1.253.200 1.253.200 1.253.200 601.400 3.592.400
3.487.200
3.889.000
3.888.800
3.888.800
499.900
-
-
-
-
-
-800
3.500
3.500
3.500
3.500
3.500
3.888.800
6.589.200
5.352.900
5.404.500
5.365.500
5.548.900
5.548.900
96.034.500
32.935.000
34.544.800
34.786.900
34.970.300
34.970.300
- Barendrecht
-37.915.900
-13.399.900
-13.744.400
-13.840.300
-13.913.300
-13.913.300
- Albrandswaard
-19.038.000
-6.884.400
-7.424.300
-7.476.400
-7.515.800
-7.515.800
- Ridderkerk TOTAAL BIJDRAGEN Totaal saldo van baten en lasten Reservemutaties - Stortingen - Onttrekkingen - Saldo GEREALISEERD RESULTAAT
-39.080.600 -96.034.500
-12.650.700 -32.935.000
-13.376.100 -34.544.800
-13.470.200 -34.786.900
-13.541.200 -34.970.300
-13.541.200 -34.970.300
-
-
-
-
-
-
-
500.000 -500.000 -
gemeenten)
Bijdragen deelnemende gemeenten:
memorie memorie
-
memorie memorie
-
memorie memorie
-
memorie memorie
-
29
3.2
Gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd
Net als vorige jaren hebben de volgende kaders gegolden als uitgangspunt voor het opstellen van de begroting: Ontwikkeling personele kosten De afgesloten cao’s worden gevolgd. DBP mag de financiële gevolgen van nieuwe cao’s, gestegen werkgeverspremies, gestegen kosten dienstreizen en gestegen opleidingskosten bij de gemeenten in rekening brengen. - Opleidingskosten Het jaarlijkse opleidingsbudget is gefixeerd op 1,5% van de begrote loonkosten. - Inflatie Voor het te hanteren inflatiepercentage wordt gebruik gemaakt van prognoses van het Centraal Planbureau. DBP mag de kosten van de gestegen inflatie bij de gemeenten in rekening brengen. - Voor de meerjarenraming (2026-2028) worden constante prijzen gehanteerd. - Risico's De risico’s van DBP worden, na aftrek van het saldo van de reserve van DBP, opgenomen in de individuele risicoprofielen van de gemeenten. Wettelijke nieuwe taken Het uitgangspunt is dat DBP de financiële consequenties van (nieuwe) taken die volgen uit nieuwe en gewijzigde wetgeving bij de gemeenten in rekening mag brengen. Investeringen * In de begroting wordt jaarlijks een meerjarig investeringsschema opgenomen. * De meerjarige dekking van de nieuwe kapitaallasten vindt in principe plaats binnen de vrijval van de bestaande kapitaallasten.
10% opslag voor overhead bij formatie-uitbreiding Bij een uitbreiding van de formatie wordt een gemiddeld percentage van 10% voor overhead in rekening gebracht bij de gemeenten. (dit percentage wordt in de volgende begroting opnieuw bezien) Bekostiging / verrekening * collectieve dienstverlening het collectieve dienstverleningspakket wordt volgens de afgesproken procentuele verdeelsleutel naar rato van inwoneraantallen in rekening gebracht. * individuele dienstverlening naast het collectieve dienstverleningspakket kunnen de gemeenten in geval van individuele wensen op het gebied van de dienstverlening hiervoor een apart / individueel budget beschikbaar stellen. - Aanvullende diensten Bij aanvullende diensten: DBP bespreekt dit vooraf met het desbetreffende college. Reservevorming binnen DBP DBP mag een reserve aanhouden ter grootte van 2% van de begroting. (zie ook hierna bij het onderdeel Nadere uitwerking bekostiging en verrekening) Autorisatieniveau Het autorisatieniveau van de begroting van DBP ligt op het niveau van de totaalbedragen van de baten en lasten. Financieel toezicht door Provincie Uitgangspunt is repressief toezicht.
30
Nadere uitwerking Bekostiging en Verrekening
Gehanteerde algemene uitgangspunten bij introductie bekostigingsmodel DBP In de vorige begroting 2024 is een nieuw bekostigingsmodel voor DBP geïntroduceerd waarbij de volgende algemene uitgangspunten hebben gegolden: - Vertrouwen en samenwerking er wordt gewerkt vanuit vertrouwen en vanuit de intentie tot goede samenwerking. - Financiële voorspelbaarheid er wordt toegewerkt naar een situatie van financiële voorspelbaarheid voor de drie gemeenten. Zodat steeds goed inzichtelijk is wat de kosten zijn van DBP. Ook in meerjarig perspectief. - Beperking van bestuurlijke drukte uitgangspunt is een bekostigingssystematiek die bestuurlijke drukte rond besluitvorming over de financiën zo veel mogelijk beperkt. - Rechtvaardig de deelnemers ontvangen diensten en producten die recht doen aan hun bijdrage. - Hanteerbaar de methode brengt niet te veel administratieve lasten en kosten met zich mee. - Overzichtelijk de kosten die verrekend worden zijn eenvoudig te herleiden en transparant opgesteld.
Collectieve dienstverlening en Individuele dienstverlening Bij de bekostiging (verrekening) wordt onderscheid gemaakt tussen collectieve en individuele dienstverlening. • De collectieve dienstverlening wordt voor alle gemeenten gelijk uitgevoerd waardoor de uitvoering efficiënt kan worden ingericht en gemeenten dus besparen op hun uitvoeringskosten. •
Daarnaast is er de mogelijkheid voor individuele dienstverlening. Deze individuele dienstverlening bestaat uit twee vormen. Ten eerste kan binnen de standaard begroting naast de collectieve dienstverlening ook onderscheid worden gemaakt per gemeente. Met name op het niveau van de adviesdiensten. De inzet per gemeente past bij de standaard bekostiging. Maar de exacte invulling en vraag kan per gemeente soms verschillen. Dit past allemaal nog binnen de standaard begroting. Daarnaast kan er sprake zijn van individuele dienstverlening waarin structureel niet is voorzien in de begroting. Hierbij wordt de dienst naar wens van de betreffende gemeente ingericht en kan een gemeente invulling geven aan haar specifieke behoefte (‘couleur locale’). Omdat dit ten koste gaat van een efficiënte uitvoering wordt deze individuele dienstverlening apart bij de betreffende gemeente in rekening gebracht zodat andere gemeenten niet meebetalen aan de extra kosten van lokaal maatwerk.
De gemeentelijke bijdragen aan DBP voor de collectieve dienstverlening worden berekend op basis van inwoneraantallen. Voor de individuele dienstverlening die buiten de standaard bekostiging valt stellen de gemeenten apart budget beschikbaar aan DBP. Procentuele verdeelsleutel collectieve dienstverlening op basis van inwoneraantallen De percentages van de verdeelsleutel voor de collectieve dienstverlening worden jaarlijks geactualiseerd op basis van de actuele inwoneraantallen per 1 januari per gemeente. De laatste keer is dit gebeurd op 1 januari 2024. Toen is de volgende verdeelsleutel berekend:
31
- Barendrecht: - Albrandswaard: - Ridderkerk:
39,64% 21,51% 38,85%
Aanvullende uitgangspunten bekostiging In de hierboven genoemde uitgangspunten voor de begroting van de DBP waren al enkele uitgangspunten opgenomen voor de bekostiging van DBP. Daarnaast gelden nog de volgende aanvullende uitgangspunten voor de bekostiging: - Gegarandeerde afname taken gedurende 5 jaar De gemeenten garanderen dat zij gedurende 5 jaar (minimaal tot eind 2028) de taken zoals die bij de ontvlechting zijn overeengekomen zullen afnemen van DBP. Dit is ook vastgelegd in de tekst van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. -
Uitbreiding formatie en langdurige inhuur in gemeente Uitbreiding in een gemeente van de formatie of bij de langdurige inhuur op projecten leidt tot een verhoging van de bijdrage aan DBP. Deze bijdrage ziet niet alleen op de kosten voor de faciliteiten van de extra medewerker(s) maar ook op de indirecte kosten. Als de gemeenten een uitbreiding van de formatie ramen wordt tevens een opslag voor die kosten toegepast. Hierbij wordt uitgegaan van een percentage van 10%. Bij de volgende begroting wordt dit percentage herijkt.
-
Uitbreiding (wettelijke) taken van de gemeente(n) Bij een uitbreiding van de (wettelijke) taken van de gemeente(n) hoort een uitbreiding van de formatie van de bedrijfsvoering. In voorkomende gevallen worden hierover nadere afspraken gemaakt.
-
Verantwoording jaaroverschrijdende individuele dienstverleningsopdrachten in administratie DBP De verwachting is dat de individuele dienstverlening zal toenemen. Individuele dienstverleningsopdrachten kunnen jaaroverschrijdend zijn. Door de jaarlijkse afrekening op basis van de boekhoudkundige jaargrens (kalenderjaar) - in plaats van op het moment van het einde van het project - kan een grote administratieve druk ontstaan. Dit is ongewenst. Zowel bij de gemeenten als bij DBP. De verantwoording van deze jaaroverschrijdende posten vindt daarom volledig plaats in de administratie van DBP. Dit dus gaat niet meer - zoals voorheen bij de voormalige GR BAR - via de resultaatbestemming in de gemeentelijke jaarrekeningen.
-
Prestatie-indicator Financiën In de komende periode zullen nieuwe prestatieafspraken worden opgesteld en ontwikkeld. Voor de financiën zal de indicator “een meerjarig sluitende exploitatie” die gold voor de voormalige GR BAR opnieuw worden opgenomen. Dit betekent dat de budgetafwijking in de rekening van DBP ten opzichte van de begroting niet meer dan 1% mag zijn.
-
Reservevorming binnen DBP Het bekostigingsmodel voor DBP streeft ernaar de bestuurlijke drukte te minimaliseren, onnodige administratieve lasten te vermijden en niet voor elke kleine aanvraag terug te hoeven naar de colleges en raden. Dit is eenvoudig te realiseren door DBP toe te staan een reserve aan te houden. Dit is tevens een intrinsieke motivatie om efficiënt en zuinig te werken om zodoende financiële ruimte te
32
houden en makkelijker in te kunnen spelen op incidentele risico’s en vragen vanuit de gemeenten. Deze reserve is maximaal 2% van de begroting van DBP. DBP kan deze reserve zelf vullen uit eventuele voordelige jaarrekeningresultaten. De reserve wordt alleen ingezet voor incidentele uitgaven. Een inzet van de reserve wordt verantwoord in de jaarrekening. De voormalige GR BAR mocht geen reserve aanhouden. Maar de situatie is inmiddels anders. De omvang van de begroting van DBP is fiks kleiner en de inhoudelijke formatie zit vanaf 1 januari 2024 bij de gemeenten. Hierdoor is het moeilijker om risico’s op te vangen of snel in te kunnen spelen op acute gemeentelijke wensen. Een beperkte reservepositie biedt hierbij uitkomst. Dan hoeft DBP niet voor elke kleine vraag terug naar de gemeenten en kunnen de drie gemeenten snel en flexibel worden bediend. -
Jaarlijks budgetaanvraag bij begroting De gemeenten zijn voortdurend in ontwikkeling en daarnaast zijn er zijn veel externe ontwikkelingen. Het is noodzakelijk dat de bedrijfsvoering mee kan ontwikkelen en innoveren. Daar zijn middelen voor nodig. Ook zijn middelen nodig om op basis van businesscases maatregelen in de bedrijfsvoering door te voeren. Zodat op termijn besparingen kunnen worden gerealiseerd of voldaan kan (blijven) worden aan de eisen van modern werkgeverschap. We willen werken met een strategische agenda waarbij ontwikkelingen in de bedrijfsvoering kunnen komen vanuit DBP en/of de gemeenten. Hiertoe wordt jaarlijks een budgetaanvraag ingediend bij de begroting waar afstemming over plaats vindt met de individuele gemeenten. Dit kunnen individuele dienstverleningsafspraken zijn passend bij de behoefte van de individuele gemeente.
-
Onvoldoende capaciteit DBP Als blijkt dat de capaciteit onvoldoende is, dan wel de werkdruk te hoog, zal met de gemeenten het gesprek worden aangegaan. Daarbij kan de dienstverleningsovereenkomst (DVO) worden aangepast aan de beschikbare werkcapaciteit of de formatie / het bijbehorende budget worden uitgebreid.
-
Per 1 januari 2024 niet geplaatste medewerkers en langdurig zieke medewerkers Medewerkers die op het moment van de ontvlechting per 1 januari 2024 niet geplaatst konden worden zijn in dienst gekomen / gebleven van DBP. Deze medewerkers zijn ondergebracht in een tijdelijke “4e kolom” in de organisatie. Begeleiding naar (ander) werk wordt voor hen geregeld. De kosten die hiermee verband houden kunnen vooraf niet worden begroot, maar zullen als ze gemaakt zijn in rekening worden gebracht bij de gemeenten Barendrecht en Ridderkerk. De gemeente Albrandswaard neemt wel deel in de verrekening van de kosten voor de langdurig zieke medewerkers die eveneens in DBP worden geplaatst.
3.3
Overzicht incidentele baten en lasten
Structurele lasten dienen gedekt te worden door structurele baten wil er in de begroting sprake zijn van een structureel evenwicht. Om vast te kunnen stellen dat er sprake is van een structureel
33
evenwicht is inzicht nodig in welke baten en lasten incidenteel zijn en welke structureel. Daarom is voorgeschreven dat in de begroting een overzicht van de incidentele baten en lasten wordt opgenomen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) geeft geen scherpe definitie voor wat incidenteel en structureel is. In de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van de commissie BBV staat dat bij het beoordelen of baten en lasten incidenteel of structureel zijn gekeken moet worden naar de aard van de begrotingspost, ofwel naar de soort of de eigenschap van de post. - Structurele baten en lasten zijn periodiek opgenomen in de jaarlijkse begroting, voor onbepaalde tijd en er is (nog) geen einddatum bekend. - Bij incidentele baten en lasten gaat het om eenmalige zaken, (meerjarige) projecten en subsidies die een tijdelijk karakter, c.q. een eindig doel hebben. In de Toelichting op het BBV is incidenteel omschreven als: baten en lasten die zich gedurende maximaal drie jaar of minder voordoen. Dit kan als hulpmiddel worden gebruikt. Maar het hierboven geschetste criterium van soort of eigenschap van een begrotingspost gaat boven dit hulpmiddel. In deze begroting zijn geen incidentele baten en lasten opgenomen.
3.4
Beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
DBP mag een reserve aanhouden. Hiermee wordt efficiënt en zuinig werken gepromoot om zo financiële ruimte te houden. In de begroting 2024 heeft een eerste storting van € 500.000 plaats gevonden. De reserve mag maximaal 2% van de begroting van DBP zijn. In 2025 zijn er geen toevoegingen en onttrekkingen aan de reserve begroot.
3.5
Geprognosticeerde meerjarenbalans
Deze geprognosticeerde balans geeft inzicht in de ontwikkeling van de investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. De indeling is hetzelfde als de balans in de rekening, maar niet zo gedetailleerd. Activa Omschrijving
1-1-2025
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
1-1-2029
Vaste activa * Materiële activa - economisch nut * Materiële activa - maatschappelijk nut
4.741.000 4.741.000 0
4.477.800 4.477.800 0
4.155.700 4.155.700 0
3.790.300 3.790.300 0
3.608.600 3.608.600 0
Totaal activa
4.741.000
4.477.800
4.155.700
3.790.300
3.608.600
34
Passiva Omschrijving
1-1-2025
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
1-1-2029
Vaste passiva * Reserves (eigen vermogen) * Voorzieningen * Langlopende schulden
698.300 memorie 698.300 memorie
698.300 memorie 698.300 memorie
698.300 memorie 698.300 memorie
698.300 memorie 698.300 memorie
698.300 memorie 698.300 memorie
Vlottende passiva * Kortlopende schulden
4.042.700 4.042.700
3.779.500 3.779.500
3.457.400 3.457.400
3.092.000 3.092.000
2.910.300 2.910.300
Totaal Passiva
4.741.000
4.477.800
4.155.700
3.790.300
3.608.600
3.6
EMU-saldo
Het EMU-saldo is ingevoerd door de Europese Unie om vergelijkingen tussen de verschillende eurolanden te kunnen maken. Het is het vorderingensaldo op transactiebasis. Is het saldo positief dan is er sprake van een vorderingenoverschot. Is het saldo negatief, dan spreekt men van een vorderingentekort. Het tekort mag niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Deze 3% geldt voor de Nederlandse overheid in haar geheel (Rijk en decentrale overheden). Om de afzonderlijke provincies en gemeenten een beeld te geven wat dit voor hen betekent publiceert het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties jaarlijks individuele EMUreferentiewaarden. Dit betreft geen norm maar geeft een indicatie van het aandeel van een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm. Gemeenschappelijke regelingen hebben geen individuele referentiewaarde. Het EMU-saldo van een gemeenschappelijke regeling maakt onderdeel uit van het EMU-saldo van de deelnemende gemeenten. In het geval van DBP dus van Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk. DBP heeft net als gemeenten het boekhoudstelsel van baten lasten.
Om tot het EMU-saldo te komen is de onderstaande berekening nodig: Omschrijving Exploitatiesaldo voor toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Bij: afschrijvingen ten laste van de exploitatie Af: investeringen in (im)materiële activa die op de balans worden geactiveerd EMU-saldo
2024
2025
2026
2027
2028
0
0
0
0
0
1.446.800
1.423.200
1.407.000
1.340.400
1.196.700
-1.025.000 -1.160.000 -1.085.000 421.800
263.200
322.000
-975.000 -1.015.000 365.400
181.700
35
36
Bijlagen
37
Bijlage Investeringen Investeringsplan 2025-2028
2025
2026
2027
2028
400.000
400.000
400.000
400.000
400.000
400.000
400.000
400.000
500.000
500.000
500.000
500.000
500.000
500.000
500.000
500.000
Audio visuele middelen
25.000
25.000
25.000
25.000
Vervangen kantoormeubilair/werkplekken 2025
235.000
Diverse hardware Totaal Automatisering Diverse software Totaal Informatie management
Vervangen kantoormeubilair/werkplekken 2026
160.000
Vervangen kantoormeubilair/werkplekken 2027
50.000
Vervangen kantoormeubilair/werkplekken 2028
90.000
Totaal Mens & Faciliteiten
260.000
185.000
75.000
115.000
Totaal generaal
1.160.000
1.085.000
975.000
1.015.000
38
Bijlage Taakvelden Dit is een verplichte bijlage bij de begroting. De begroting is daarvoor gesplitst in directe kosten die naar deze Bijlage Taakvelden gaan en in kosten van overhead die naar het hierna volgende Overzicht Overhead gaan. Taakvelden zijn 53 - in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten - voorgeschreven zorggebieden die betrekking hebben op taken en daaraan gerelateerde activiteiten. De directe kosten zijn naar de taakvelden verdeeld op basis van verdeelsleutels gebaseerd op de staat van personeelslasten en een opgave van de managers en teamleiders over de werkzaamheden die de medewerkers verrichten. De cijfers zijn indicatief. De verdeling is bewust eenvoudig gehouden. Totalen per taakveld begroting 2025
DBP Gemeenten Lasten Baten Barendrecht Albrandswaard Ridderkerk 0.1 Bestuur 50.300 20.000 10.800 19.500 0.2 Burgerzaken 181.800 72.300 39.100 70.400 0.4 Overhead 30.981.700 -543.100 12.110.200 6.541.900 11.786.500 0.5 Treasury 33.900 13.500 7.300 13.100 0.61 OZB woningen 72.800 29.000 15.600 28.200 0.62 OZB niet-woningen 18.100 7.200 3.900 7.000 0.9 Vennootschapsbelasting 28.600 11.400 6.100 11.100 2.1 Verkeer, wegen en water 114.400 -1.000 45.100 24.400 43.900 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 141.800 -1.300 55.900 30.200 54.400 6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen 60.600 24.100 13.000 23.500 6.3 Inkomensregelingen 993.400 395.200 213.500 384.700 6.4 WSW en beschut werk 80.000 31.800 17.200 31.000 6.5 Arbeidsparticipatie instrumenten gericht op toeleiding naar w 80.000 31.800 17.200 31.000 6.6 Maatwerk-voorzieningen (WMO) 660.600 262.800 142.000 255.800 6.72a Jeugdhulp begeleiding 46.000 18.300 9.900 17.800 6.72b Jeugdhulp behandeling 46.000 18.300 9.900 17.800 6.72c Jeugdhulp dagbesteding 46.000 18.300 9.900 17.800 6.72d Jeugdhulp zonder verblijf overig 46.000 18.300 9.900 17.800 6.73a Pleegzorg 30.800 12.300 6.600 11.900 6.73b Gezinsgericht 30.800 12.300 6.600 11.900 6.73c Jeugdhulp met verblijf overig 30.800 12.300 6.600 11.900 6.74a Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf 28.200 11.200 6.100 10.900 6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 30.800 12.300 6.600
11.900 6.74c Gesloten plaatsing 30.800 12.300 6.600 11.900 6.82a Jeugdbescherming 36.900 14.700 7.900 14.300 6.82b Jeugdreclassering 25.600 10.200 5.500 9.900 7.2 Riolering 92.400 -800 36.400 19.700 35.500 7.4 Milieubeheer 52.100 -500 20.500 11.100 20.000 8.1 Ruimtelijke ordening 545.200 -5.100 214.900 116.100 209.100 8.2 Grondexploitatie 109.800 -1.000 43.300 23.400 42.100 8.3 Wonen en bouwen 373.700 -2.300 147.800 79.800 143.800 Totaal 35.099.900 -555.100 13.744.000 7.424.400 13.376.400
39
Bijlage Overzicht Overhead Dit is een verplichte bijlage bij de begroting. De begroting is daarvoor gesplitst in directe kosten die naar de Bijlage Taakvelden gaan (zie de bijlage hiervoor) en in kosten van overhead die naar dit Overzicht Overhead gaan. Overhead is gedefinieerd als: De kosten die verband houden met de sturing en de ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Dit betreft de hiërarchisch leidinggevenden, financiën, control, HRM, inkoop, communicatie, juridische zaken, bestuurszaken en bestuursondersteuning, ICT, facilitaire zaken, huisvesting, DIV en managementondersteuning. De cijfers zijn indicatief. Er is bewust voor gekozen de verdeling eenvoudig te houden.
Overhead Salariskosten, opleidingen en overige personeelslasten Personele benodigdheden ICT benodigdheden Implementatie omgevingswet Kantoorbenodigdheden Stelposten Totaal overhead
Lasten Baten 21.064.900 -469.600 1.292.600 5.141.300 -73.500 112.200 2.290.800 1.079.900 30.981.700 -543.100
40
3
hIDDE Rqel<
6S Atbrand$tuaard Gemeente
c FiLa Er UTP BARENDRECHT
GEMEENTE RIDDERKERK
Aan het College van Burgemeester en Wethouders van Albrandswaard
Uw brief van:
Kenmerk:
2024-021501
Uw kenmerk:
Contactpersoon : Afdeling: Doolkiesnummer: Datum:
T. Wed<sma Financiën 088 8485172 29 maart 2024
Bijlage(n): Onderwerp:
3 Concept jaarstukken 2023 van de GR BARorganisatie
Geachte collegeleden, Wij nodigen u uit kennis te nemen van de concept jaarstukken 2023 van onze GR BAR-organisatie en verzoeken u de stukken door te geleiden naar de gemeenteraad voor de zienswijzeprocedure. Het zijn tevens de laatste jaarstukken van de GR BAR, het samenwerkingsverband waarin de ambtel}jke samenwerking tussen Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk in de periode 2014-2023 gestalte heeft gekregen .
Ontvlechten BARorganisatie en opbouw vier nieuwe organisaties In het jaar 2023 is gewerkt aan de ontvlechting per 1 januari 2024 van de BAR-organisatie en de opbouw van vier nieuwe organisaties: drie gemeentelijke organisaties en de gezamenlijke bedrijfsvoeringsorganisatie (De BedrijfsvoeringsPartner). Naast het ontvlechten en opbouwen is de reguliere dienstverlening vanuit de BAR'organisatie gewoon’ doorgegaan .
Overzicht gevolgen jaarstukken 2023 GR BAR voor Albrandswaard De jaarstukken 2023 van onze GR BAR geven het volgende beeld voor uw gemeente: + = verhogingbijdrage, - = verlaging bijdrage
1.verrekeningresultaatjaarrekening: 54.50086.800180.400
a. teruggave jaaroverschäjdende projecten b. teruggave positief restantsaldo
2. verrekening maatwerk en standaardpakket 3. jaaroverschrijdende
projecten in 1e tussenrapportage
2024
weer ter beschikking DBP 39.100
hogere bijdrage
De verschillende onderdelen worden hierna toegelicht. Rekening Saldo en verrekening maatwerk 8 De jaarrekening 2023 sluit met een positief saldo van € 1.847.300 De gemeenten krijgen dit terug via de gemeentelijke bijdragen • In de rekening vindt ook een nacalculatie plaats voor het door de gemeenten afgenomen maatwerk. Op de post maatwerk moet Albrandswaard € 180.400 bijbetalen. Ook dit wordt verrekend met de gemeentelijke bijdrage.
Jaaroverschrijdende projecten 1 verrekening met rekeningsaldo
Er is dit jaar 1 jaaroverschrijdendprojectwaarvoor de GR BAR de gemeentenvraagt het naar 2024 overlopende bedrag in 2024 opnieuw ter beschikking te stellen aan DBP. Dat betreft: - Ontvlechtingsbudget BAR-organisatie: overloop naar het jaar 2024 € 1.086.100 Dit budget is beschikbaar gesteld door de gemeenten Barendrecht en Ridderkerk. Daarnaast zijn er 2 jaaroverschrijdende projecten waarvan de overschotten naar de gemeenten 1
gaan omdat door de ontvlechting van de BAR-organisatie die budgetten in 2024 bij de gemeenten zitten. Dat betreft:
Implementatie Omgevingswet: overschot 2023 € 268.400 Beschikbaar gesteld door alle drie de gemeenten. Vervanging medewerker die is ingezet als projectleider voor het project DFP Werkt! (Dutch Fresh Port): overschot 2023 € 64.900
Beschikbaar gesteld door Barendrecht en Ridderkerk De overlopende bedragen / overschotten bij de jaaroverschrijdende projecten maken onderdeel uit van het rekeningsaldo van de GR BAR en worden bij de verrekening van het rekeningsaldo als eerste teruggegeven aan de gemeenten. Bij het teruggeven worden dezelfde verdeelsleutels gehanteerd als
bij het beschikbaarstellen van die budgetten Het rekeningsaldo wat daarna resteert wordt conform afspraak volgens de procentuele verdeelsleutel voor het standaardwerk verrekend met (teruggegeven aan) de gemeenten. Voor uw gemeente is alleen het jaaroverschrijdend project Implementatie Omgevingswet van belang .
De andere twee jaaroverschrijdende projecten waren beschikbaar gesteld door Barendrecht en Ridderkerk. Een uitgebreidere toelichting bij de jaaroverschrijderlde projecten is opgenomen in de jaarstukken.
Rekeningsaldo exclusief jaaroverschrijdende projecten De overschotten bij de hierboven genoemde jaaroverschrijderlde projecten tellen op tot € 1 .419.400 en hebben het rekeningsaldo positief beïnvloed. Daarom is het goed om te vermelden dat zonder de jaaroverschrijdende projecten het rekeningsaldo (€ 1.847.300 - € 1.419.400 =) € 427.900 positief is.
Financiële verschillenanalyse rekeningsaldo Het rekeningsaldo is het resultaat van vele plussen en minnen. In de Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarstukken vindt u een toelichting bij de belangrijkste verschillen
Accountant De accountantscontrolevan de jaarstukken 2023 is afgerond en de GR BAR krijgt een goedkeurende controleverklartng. Bij de bijlagen treft u de controleverklaring en het accountantsverslag aan Indienen zienswijze Wij verzoeken u een eventuele zienswijze voor woensdag 29 mei 2024 12:00 uur in te dienen. De behandeling van de jaarstukken 2023 van onze GR BAR-organisatie in het algemeen bestuur staat geagendeerd voor dinsdag 24 juni 2024.
Hoogachtend, het dagelijks bestuur van de GR BARorganisatie
de secrl
( )e BedrijfsvoeringsPartner)
de voorzitter
h der Linden
Bijlagen
jaarstukken 2023 GR BAR-organisatie
controleverklaring2023 accountantsverslag 2023
drs. Jotandb de Witte
GR BAR-organisatie Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk werken samen op basis van
vertrouwen, ruimte voor diversiteit en gezamenlijkheid
JAARSTUKKEN 2023 Versie Zienswijzeprocedure
Inhoudsopgave A. Jaarverslag gemeenschappelijke regeling BAR ........................................................................... 3 Inleiding ................................................................................................................................................4 Financiële samenvatting.......................................................................................................................6 1. Programmaplan ...............................................................................................................................9 1.1 Doelstellingen ................................................................................................................................9 1.2 Prestatieafspraken en indicatoren .............................................................................................. 10 1.3 Financiën ..................................................................................................................................... 14 1.4 Financiële en overige ontwikkelingen ........................................................................................ 14 2. Paragrafen .....................................................................................................................................
20 2.1 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................ 20 2.2 Paragraaf Financiering ................................................................................................................. 25 2.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ..................................................................................... 28 2.4 Paragraaf Bedrijfsvoering ............................................................................................................ 30 2.5 Openbaarheidsparagraaf ............................................................................................................. 31 B. Jaarrekening 2023 gemeenschappelijke regeling BAR..............................................................33 3.1 Balans ......................................................................................................................................... 34 3.2 Toelichting op de balans .............................................................................................................. 38 3.3 Overzicht van baten en lasten ..................................................................................................... 44 3.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten ........................................................................
45 3.5 Staat van incidentele baten en lasten ......................................................................................... 51 3.6 Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves ........................................... 53 3.7 Heffing vennootschapsbelasting .................................................................................................. 53 3.8 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen .......................................................................... 54 3.9 Begrotingsrechtmatigheid ........................................................................................................... 55 3.10 Rechtmatigheidsverantwoording door het dagelijks bestuur.................................................... 57 Bijlage Taakvelden ............................................................................................................................. 58 Overzicht Overhead........................................................................................................................... 59 C. Overige gegevens ....................................................................................................................60 Staat van kredieten 2023 ..................................................................................................................
61 Bijlage Verrekenen van standaard en maatwerk - rapportage 2023 ................................................ 63 Bijlage Overzicht (administratieve) begrotingswijzigingen ................................................................ 71 Bijlage Gewijzigde gemeentelijke bijdragen op basis van de tussenrapportages............................. 74 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant volgt ............................................................ 78 2
A. Jaarverslag gemeenschappelijke regeling BAR
Inleiding Voor u liggen de jaarstukken 2023 van de gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie (hierna GR BAR). Het zijn tevens de laatste jaarstukken van de GR BAR, het samenwerkingsverband waarin de ambtelijke samenwerking tussen Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk in de periode 20142023 gestalte heeft gekregen. In dit document legt het dagelijks bestuur verantwoording af over het gevoerde beleid in 2023. De begroting 2023 is het uitgangspunt geweest voor de opstelling. De jaarstukken bestaan uit drie onderdelen: A. Het jaarverslag waarin een toelichting wordt gegeven op de uitvoering van de bedrijfsvoering, B. De jaarrekening, waarin de financiële weergave staat, C. Overige gegevens. A. Jaarverslag In de begroting 2023 zijn drie hoofddoelstellingen benoemd welke passen bij de visie van onze GR BAR. In het jaarverslag is aan de hand van deze hoofddoelstellingen in prestatieafspraken en indicatoren uitgewerkt op welke wijze de organisatie hier uitvoering aan heeft gegeven. In de paragrafen wordt inzicht gegeven in: - het weerstandsvermogen en de risico’s, - de financiering, - de kapitaalgoederen, - de rechtmatigheidsverantwoording door het dagelijks bestuur, - diverse verplichtingen aangaande openbaarheid uit de Wet Open Overheid (Woo). B.
Jaarrekening In de jaarrekening is de balans met toelichting opgenomen en het exploitatieresultaat inclusief een toelichting bij de relevante afwijkingen ten opzichte van de begroting. Ook de Bijlage Taakvelden en het Overzicht Overhead maken onderdeel uit van de jaarrekening. C. Overige gegevens Hier zijn de volgende bijlagen opgenomen: - de staat van kredieten 2023, - het overzicht van de (administratieve) begrotingswijzigingen 2023, - de gewijzigde gemeentelijke bijdragen op basis van de tussenrapportages. De bedragen in de jaarstukken zijn afgerond op honderden euro's, tenzij anders aangegeven. Oorlog in Oekraïne De vluchtelingenstroom uit Oekraïne lijkt zich in 2023 te hebben gestabiliseerd. Waar onze gemeenten in 2022 vooral gezorgd hebben voor de noodopvang, is de aandacht in 2023 verschoven naar meer permanente huisvesting en de integratie. De vluchtelingen zijn hier in principe tijdelijk, maar dat tijdelijke karakter verdwijnt naar de achtergrond nu de oorlog alsmaar langer voortduurt. Sinds de grootschalige invasie door Rusland vallen vluchtelingen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Die is een laatste keer verlengd tot maart 2025, maar het is onduidelijk welke status Oekraïense vluchtelingen daarna krijgen. Dat maakt de toekomst voor Oekraïners ongewis.
Ontvlechten BAR-organisatie en opbouw vier nieuwe organisaties In het jaar 2023 is gewerkt aan de ontvlechting per 1 januari 2024 van de BAR-organisatie en de 4
opbouw van vier nieuwe organisaties: drie gemeentelijke organisaties en de gezamenlijke bedrijfsvoeringsorganisatie (De BedrijfsvoeringsPartner). Naast het ontvlechten en opbouwen is de reguliere dienstverlening vanuit de GR BAR ‘gewoon’ doorgegaan. De ontvlechting van de BAR-organisatie is projectmatig opgepakt via een centrale projectorganisatie. Met ambtelijke aansturing vanuit een ambtelijke stuurgroep en bestuurlijke aansturing vanuit een bestuurlijke stuurgroep. Beide gevormd door vertegenwoordigers uit de drie gemeenten. De projectorganisatie voor de ontvlechting bestond uit een aantal werkgroepen waarbinnen alle werkzaamheden zijn uitgevoerd. Naast de werkgroepen voor de ontvlechting zijn vier opbouwteams gedurende het jaar bezig geweest met de opbouw van de drie gemeentelijke organisaties en de gezamenlijke bedrijfsvoeringsorganisatie. Terugkijkend zijn de ontvlechting en de opbouw succesvol verlopen. Ondanks het feit dat het voor velen in de organisatie een proces was om zich te verhouden tot het besluit om de BAR-organisatie te ontvlechten. Het heeft veel gevraagd van de medewerkers. Maar we zijn met elkaar in staat geweest om in een jaar tijd de ontvlechting en opbouw van de vier organisaties tot een goed einde te brengen. In een hoog tempo met veel kwaliteit. Dat is ons ook meegegeven door de externe projectleiding. Dat is een prestatie van formaat.
Zeker gelet op het feit dat we ook in staat zijn geweest de reguliere dienstverlening te laten doorgaan. De meest in het oog springende activiteiten bij de ontvlechting zijn de succesvolle plaatsing van alle medewerkers in de vier organisaties, de ontvlechting van ICT en het opnieuw inrichten van de processen op het gebied van beleid en uitvoering bij de nieuwe gemeentelijke organisaties. In 2024 loopt nog een aantal ontvlechtingswerkzaamheden door. Met name op het gebied van de ontvlechting van alle ICT-applicaties. Daarnaast is het transitiebureau van start gegaan voor de begeleiding van de medewerkers die hun nieuwe arbeidsovereenkomst niet hebben geaccepteerd en voor een van-werk-naar-werk-traject hebben gekozen. En tot slot loopt de re-integratie van langdurig zieken vanuit de BAR-organisatie naar de nieuwe gemeentelijke organisaties ook nog door in 2024. En uiteraard wordt 2024 benut voor de verdere opbouw en ontwikkeling van de vier nieuwe organisaties.
5
Financiële samenvatting Resultaat jaarrekening Het jaarrekeningresultaat 2023 van onze GR BAR bedraagt € 1.847.300 positief. Dit is het verschil tussen de begroting na wijziging en het totaal van de werkelijke uitgaven. Om op één A4’tje inzicht te krijgen in de cijfers van deze jaarrekening wordt verwezen naar het Overzicht van baten en lasten 2023 op bladzijde 45. Het resultaat is veroorzaakt door een voordeel bij de salarissen (inclusief inhuurkosten) van € 2.411.700 en een nadeel van € 564.400 bij de overige bedrijfsvoeringskosten. Het rekeningsaldo 2023 wordt via de bijdragen verrekend met de gemeenten. Dit gebeurt in het dienstjaar 2023. In tabel: De in de tabel genoemde bedragen zijn gesaldeerde bedragen van de baten en de lasten Gesaldeerde bedragen (exclusief gemeentelijke bijdragen)
Rekening 2022
Begroting 2023
Salariskosten (incl. inhuurkosten)
-77.146.900
-65.015.300
-19.461.100
-84.476.400
-82.064.700
2.411.700
Overige lasten bedrijfsvoering
-12.579.600
-12.040.800
-1.364.600
-13.405.400
-13.969.800
-564.400
-
-
-96.034.500
1.847.300
Bijdragen gemeenten: coronakosten Totaal
wijziging
begroting na wijziging
werkelijk
844.100 -88.882.400
-77.056.100
-20.825.700
-97.881.800
verschil
De begroting van onze GR BAR bestaat uit bedrijfsvoeringskosten, oftewel de kosten van het ambtelijk apparaat. Op basis van de begroting na wijziging is de inbreng per gemeente: Ontwikkeling van gemeentelijke bijdrage
Barendrecht
Albrandswaard
Ridderkerk
Totaal
Oorspronkelijke begroting 2023
30.029.500
15.704.400
31.322.200
77.056.100
Mutaties op basis van 2 tussenrapportages
9.297.500
3.294.500
8.233.700
20.825.700
Begroting na wijziging
39.327.000
18.998.900
39.555.900
97.881.800
Jaaroverschrijdende projecten Jaaroverschrijdende projecten zijn incidentele budgetten die op het eind van het jaar tegen de verwachting in nog niet (geheel) zijn afgerond waardoor het budget doorschuift naar het volgende begrotingsjaar. De gemeenteraden hebben voor deze incidentele projecten middelen beschikbaar gesteld. De afspraak is dat onze GR BAR geen budget mag doorschuiven naar volgende jaren. Het rekeningsaldo wordt ieder jaar verrekend met de gemeenten / de gemeentelijke bijdragen. Met de verrekening van het rekeningsaldo gaan ook de naar het jaar 2024 overlopende bedragen bij de jaaroverschrijdende projecten naar de gemeenten. Om het mogelijk te maken de al eerder beschikbaar gestelde budgetten ook in 2024 te kunnen gebruiken verzoekt de GR BAR de drie gemeenten om bij hun jaarrekeningen via de resultaatbestemming die overlopende bedragen door te schuiven naar 2024 en het in 2024 opnieuw ter beschikking te stellen aan de De BedrijfsvoeringsPartner (hierna DBP). Dat gebeurt dan in de 1e tussenrapportages 2024 van de gemeenten en DBP.
6
Er is dit jaar 1 jaaroverschrijdend project waarvoor de GR BAR de gemeenten vraagt het restantbudget in 2024 opnieuw ter beschikking te stellen aan DBP: - Ontvlechtingsbudget BAR-organisatie: overloop naar het jaar 2024 € 1.086.100 Daarnaast zijn er 2 jaaroverschrijdende projecten waarvan de overschotten naar de gemeenten gaan omdat door de ontvlechting van de BAR-organisatie de budgetten in 2024 bij de gemeenten zitten: - Implementatie Omgevingswet: overschot 2023 € 268.400 - Vervanging medewerker die is ingezet als projectleider voor het project DFP Werkt! (Dutch Fresh Port): overschot 2023 € 64.900 Rekeningsaldo exclusief jaaroverschrijdende projecten De overschotten bij de hierboven genoemde jaaroverschrijdende projecten tellen op tot € 1.419.400. en hebben het rekeningsaldo positief beïnvloed. Daarom is het goed om te vermelden dat zonder de jaaroverschrijdende projecten het rekeningsaldo € 1.847.300 - € 1.419.400 =) € 427.900 positief is. Verrekening van standaard en maatwerk Afgesproken is dat het maatwerk op basis van nacalculatie wordt afgerekend per deelnemende gemeente. Alle kosten voor gezamenlijk gebruik (standaard), worden in rekening gebracht aan de hand van een afgesproken procentuele verdeelsleutel gebaseerd op ingebracht budget. De kosten welke worden gemaakt ten behoeve van maatwerk worden separaat in rekening gebracht bij de betreffende gemeente.
Om de werkelijke kosten van de standaardpakketten en maatwerkpakketten inzichtelijk te krijgen, wordt de tijdsbesteding per gemeente gemonitord. Voor het Cluster Maatschappij is afgesproken dat verrekening niet op basis van uren schrijven plaats vindt, maar op basis van de ontwikkeling van het aantal cliënten en indicaties. Per saldo krijgt de gemeente Barendrecht € 118.500 terug en de gemeenten Albrandswaard en Ridderkerk moeten respectievelijk € 180.400 en € 188.100 bijbetalen. (Verrekening maatwerk Barendrecht: Barendrecht krijgt in eerste instantie € 368.500 terug bij de verrekening van het maatwerk. Zie de berekening in de Bijlage Verrekenen van standaard en maatwerk. Maar omdat Barendrecht in de 1e Tussenrapportage 2023 hier al een voorschot van € 250.000 op heeft ontvangen komt de eindafrekening per saldo uit op € 118.500.)
Ook dit resultaat bij het maatwerk wordt via de bijdragen verrekend met de deelnemende gemeenten.
Verrekenen resultaat jaarrekening en nacalculatie standaard en maatwerk met de gemeentelijke bijdragen Het positieve jaarrekeningsaldo van € 1.847.300 en de nacalculatie van standaard en maatwerk worden via de bijdragen verrekend met de deelnemende gemeenten. Jaarrekeningsaldo: a. als eerste worden de overschotten van de jaaroverschrijdende projecten die zijn opgenomen in het jaarrekeningsaldo verrekend. Hierbij worden dezelfde verdeelsleutels gehanteerd als bij het beschikbaar stellen van deze budgetten. b. Vervolgens wordt het restant jaarrekeningsaldo verrekend op basis van de afgesproken procentuele verdeelsleutel voor het standaardwerk. De percentages van de verdeelsleutel voor het standaardwerk worden jaarlijks op 1 januari geactualiseerd en voor het begrotingsjaar 2023 gelden de volgende percentages: Barendrecht 39,01% Albrandswaard 20,29% Ridderkerk 40,70%