CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

28. 2026-004248 Klankbordgroepen windenergie Beneluxplein Albrandswaard, Hoogvliet en Pernis initiële beoordeling planMER definitief 150126 (geanonimiseerd).pdf

Gemeenteraad AW 23 februari 2026, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken8.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Van:

(geanonimiseerd)

Verzonden:

zaterdag 17 januari 2026 19:42 Griffie <griffie@albrandswaard.nl> Onderwerp: Windpark Beneluxplein: Initiële beoordeling plan-MER, Participatie en

Aan:

+AW

Financiële

haalbaarheid Geachte

raadsleden

en

college van

B&W

van

de gemeente

Wij willen langs deze weg onze dank uitspreken gestuurd aan uw collega’s in Rotterdam. Gezien

voor

Albrandswaard,

de brief die namens

de

gemeenteraad

is

bij deze ontwikkeling bieden wij u ter kennisgeving de feitenanalyse gezamenlijke klankbordgroepen hebben laten maken, van de beslisinformatie uit het plan-MER, uitkomsten van het participatieproces en de onrealistische financiële onderbouwing van het windpark Beneluxplein. Wij hebben dit document op vrijdag 16 januari jl. aan de gemeenteraad en het college van Rotterdam aangeboden. uw

betrokkenheid

aan, die de

Wij maken ons grote zorgen over de onzorgvuldigheid waarmee de planfase van dit proces tot nu toe is verlopen. Helaas hebben wij moeten constateren dat de 3 gepresenteerde voorkeursvarianten, tijdens de bewonersbijeenkomst d.d. 9 december 2025, om tot een voorkeursalternatief (VKA) te komen vooral gestuurd zijn op opschaling vanwege de financiële haalbaarheid. De negatieve gevolgen voor de leefomgeving hebben daarbij nauwelijks een rol gespeeld. Als wij het advies van de Commissie mer n.a.v. de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) in ogenschouw nemen, blijkt dat er in de plan-MER rapportage nog veel ontbreekt, onzorgvuldig is uitgewerkt of zelfs strijdig is met regelgeving en het beleidskader. Het is volgens de klankbordgroepen daarom bestuurlijk niet verantwoord om door te gaan met een verdere uitwerking van de voorkeursvarianten.Wij hebben de gemeenteraad van Rotterdam dan ook opgeroepen

om

dit proces te stoppen.

Namens, De

klankbordgroepen windenergie Beneluxplein Albrandswaard, Hoogvliet

Met

vriendelijke groeten,

Ronald Spruit (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

en

Pernis.

15 januari 2026

Initiële beoordeling op het plan-MER Beneluxplein (10 oktober 2025) het participatieproces en de financiële haalbaarheidsstudie ,

In opdracht van de Klankbordgroepen Windenergie Albrandswaard Hoogvliet en Pernis

,

Op basis van de beslisinformatie uit het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) , de uitkomsten van het participatieproces , de beschikbare gegevens over de financiële haalbaarheid van de onderscheiden alternatieven , alsmede overige relevante informatie , wordt toegewerkt naar de vaststelling van een voorkeursalternatief (VKA) voor het windpark Beneluxplein (plan-MER 10 okt 2025). Hoewel in deze fase formeel geen zienswijze kan worden ingediend , is het verzoek aan de gemeenteraad van Rotterdam met klem om het college van B&W op te dragen de verdere uitwerking van de voorliggende varianten op te schorten gezien alle geconstateerde hiaten en onvolkomenheden gedurende het proces , welke bij deze initiële beoordeling van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) , het plan-MER (planMER 10 okt 2025) , de participatie (Participatieplan: Behorende bij kennisgeving voornemen wijziging omgevingsplan , 14 oktober 2025) en de financiële haalbaarheid (Financiële haalbaarheid Windpark Beneluxplein: Eindrapportage , september 2025) is beoordeeld. Op hoofdlijnen is hieronder een beschrijving gegeven van deze analyse gevolgd door een gedetailleerd overzicht van alle specifieke punten.

Overschrijding kader opwekvermogen maximaal 12 MW Uit de uitgebreide analyse kan niet anders dan de conclusie getrokken worden dat de ontwikkeling van windturbines op de locatie Beneluxplein onmogelijk is. Er zijn 7 varianten in het plan-MER onderzocht waarvan er slechts 2 binnen de beleidskaders van het ambitiedocument vallen dat de gemeenteraad van Rotterdam op 17 juli 2025 heeft vastgesteld (Raadsbesluit vaststelling Projectambitiedocument Windenergie Beneluxplein , 17 juli 2025). Het gaat daarbij om de variant van 1 turbine met een tiphoogte van 183 meter en een variant van 3 turbines van 183 meter. Alle overige varianten overschrijden het maximale opwekvermogen van 12 MW op deze locatie. Ook in eerdere trajecten (partiële plan-MER-herziening VRM , 2017 en het haalbaarheidsonderzoek windenergie Beneluxplein , Pondera , 2019) is steeds uitgegaan van een meer beperkte schaal en vermogensomvang. Het zonder expliciete onderbouwing loslaten van de range van 9-12 MW uit die trajecten betekent dat de beleidscontinuïteit ontbreekt en eerdere afwegingen feitelijk worden gepasseerd zonder dat dit als zodanig bestuurlijk is verantwoord volgens de Commissie MER (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024).

Hieruit kan geconcludeerd worden dat de onderzochte varianten in het plan-MER tot een opwekvermogen van 264 MW impliciet gestuurd zijn richting opschaling , Pagina 1 van 24

15 januari 2026 (Presentatie Windenergie Beneluxplein , 9 december 2025). De 3 voorkeursvarianten zijn alleen geselecteerd op basis van financiële haalbaarheid. Er is geen enkele afweging gemaakt ten aanzien van de negatieve omgevings-effecten , die voor ieder van de varianten zijn beschreven in het plan-MER (plan-MER , 10 okt 2025). Dit in tegenstelling tot wat in de NRD (Windpark Beneluxplein planMER: Notitie Reikwijdte en Detailniveau , Witteveen en Bos , uitgever: Gemeente Rotterdam , 19 augustus 2024) en het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) wordt gesteld dat de effecten op de leefomgeving een wezenlijke rol spelen bij de afweging van de varianten.

Negatieve milieueffecten niet meegenomen in besluitvorming voorkeursvarianten De sterk negatieve effecten uit het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) door geluid , slagschaduw , invloed op waterkeringen én risico’s met betrekking tot de buisleidingen in het gebied , met daarin zeer gevaarlijke stoffen , worden door het projectteam blijkbaar niet relevant geacht voor de besluitvorming om tot een VKA te komen. Dit is niet in lijn met het uitgangspunt uit het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) dat sterk negatieve effecten op deze punten een rol spelen bij de keuze voor een voorkeursalternatief. Ook voor wat betreft de participatie van inwoners en andere organisaties is nergens terug te vinden welke invloed dat op de keuze en beoordeling van varianten heeft gehad. Dit had expliciet verwacht mogen worden gelet op het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel , alsmede de eisen die voortvloeien uit artikel 1. 3 van de Omgevingswet ten aanzien van participatie en besluitvorming. Het enige wat telt is geld! De milieueffecten vallen volgens de verantwoordelijk wethouder allemaal binnen de wet- en regelgeving (Presentatie Windenergie Beneluxplein , 9 december 2025). Op dit moment is er echter geen regelgeving voor windturbines op land van kracht.

Het wachten is op het vaststellen van de landelijke regels naar verwachting in de eerste helft van 2026 (Documenten ontwerpbesluit windturbines leefomgeving12 oktober 2023). In het plan-MER (plan, MER 10 okt 2025) staat dat vooruitlopend op dat landelijke besluit daarnaar gehandeld wordt bij de besluitvorming op deze locatie. Dat schuurt echter met de realiteit aangezien de daarin opgenomen afstandsnorm van minimaal 2 x de tiphoogte een bom legt onder een aantal varianten. Ook de geluidsnorm van 45 Lden (Europese maat voor de gemiddelde geluidsbelasting over 24 uur) wordt bij meerdere varianten overschreden. Tot slot worden ook de zwaardere eisen voor de gezondheidseffecten en de externe veiligheidseisen genegeerd.

Financieel planrisico Met het aanscherpen van de milieunormering door de landelijke regelgeving ontstaat ook een financieel planrisico en dat is niet het enige risico voor de financiële haalbaarheid. Er zijn meerdere wezenlijke risico’s en onzekerheden onvoldoende onderzocht , gekwantificeerd of betrokken bij de besluitvorming. Door de onzekerheid van net-inpassing en infrastructuur ontstaat een reëel risico dat het plan financieel en juridisch niet uitvoerbaar blijkt. Dat wordt nog versterkt door aannames over SDE++ subsidie en toekomstige onzekere steunregelingen (Financiële haalbaarheid Windpark Beneluxplein: Eindrapportage , september 2025). Het is onzeker of het project nog in aanmerking komt voor vergelijkbare subsidies in 2030 wanneer de bouw voorzien wordt.

Pagina 2 van 24

15 januari 2026

Nadeelcompensatie volstrekt ontoereikend Daarnaast mag er , gezien de ligging van de windturbines in stedelijk gebied , verwacht worden dat er rekening wordt gehouden met een essentieel bedrag aan nadeelcompensatie als gevolg van milieu- en hinderaspecten. Er zijn alleen al 17. 000 inwoners die last krijgen van slagschaduw en een aanzienlijk aantal bewoners wordt blootgesteld aan verhoogde geluidbelasting. Dit geldt temeer nu nieuwe landelijke normen in voorbereiding zijn , waarbij gezondheidseffecten en hinderbeleving een zwaarder gewicht krijgen (Documenten ontwerpbesluit windturbines leefomgeving , 2023). De in de financiële onderbouwing opgenomen reservering van €125 , miljoen voor planschade staat in geen verhouding tot het aantal woningen dat binnen de invloed van het windpark ligt (Financiële haalbaarheid Windpark Beneluxplein: Eindrapportage , september 2025). Uitgaande van de gangbare invloed van windturbines tot 2 à 25, kilometer , betreft het hier niet enkele individuele objecten , maar een substantieel aantal woningen waarvoor waardedaling en hinder objectief voorzienbaar zijn. Onafhankelijk onderzoek van TNO toont aan dat woningen binnen deze afstandszones in de Randstad , mede door de hoge bevolkingsdichtheid , een aanzienlijke waardedaling laten zien (De verwachte impact van windturbines op huizenprijzen in Nederland , 2022).

Omgerekend naar gemiddelde woningwaarden leidt dit al snel tot een potentiële schade van enkele tienduizenden euro’s per woning. Zelfs bij een zeer conservatieve benadering impliceert dit dat de miljoen totale planschade ruimschoots boven het gereserveerde bedrag van €125 , uitkomt.

Ontbreken reservering voor sloop en verwijdering einde levensduur Het ontbreekt verder aan een expliciete en afzonderlijke reservering voor de volledige sloop en verwijdering van de windturbines aan het einde van de levensduur , inclusief funderingen en het herstel van de locatie. Dit is in strijd met artikel 7.76 , lid 4 , van de Omgevingsverordening Zuid-Holland , waarin een financiële zekerheidstelling voor ontmanteling en herstel nadrukkelijk wordt vereist (plan-MER , 10 okt 2025). De stelling dat deze kosten worden gedekt door de restwaarde van het windpark is niet onderbouwd en biedt onvoldoende zekerheid (Financiële haalbaarheid Windpark Beneluxplein: Eindrapportage , september 2025). Restwaarde is afhankelijk van marktontwikkelingen , technologische veroudering en toekomstige regelgeving en kan daarom niet zonder nadere onderbouwing als sluitpost worden gehanteerd. Hierdoor bestaat een reëel risico op onderschatting van de totale kosten over de volledige levenscyclus van het project , met mogelijke afwenteling van financiële risico’s op de publieke sector.

Opbrengsten structureel te hoog en kosten te optimistisch ingeschat Hoewel de financiële haalbaarheidsstudie suggereert dat het plan besluitrijp is , worden in het plan-MER en de bijbehorende rapportages belangrijke financiële risico’s en onzekerheden onvoldoende onderzocht en gekwantificeerd. Hierdoor bestaat een reëel risico dat het windpark financieel en juridisch niet uitvoerbaar blijkt. De opbrengsten zijn structureel te hoog ingeschat. Het gehanteerde maximaal vermogen (Capaciteitsfactor) van ca. 41-43% , dat in de financiële haalbaarheidsstudie Beneluxplein wordt gehanteerd , ligt volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ver boven het gemiddelde van ca. 28% voor windparken op land in de provincie Zuid-Holland. Daarnaast zijn ook verliezen door lage of negatieve stroomprijzen en inkomsten uit Garanties van Oorsprong (digitale certificaten als bewijs van duurzaam Pagina 3 van 24

15 januari 2026 opgewekte energie) te optimistisch aangenomen (Windenergie op land: productie en capaciteit per provincie , nov 2025). Ook hier rekent het eindrapport financiële haalbaarheid met 2 tot 4 keer meer inkomsten dan realistisch is (Financiële haalbaarheid Windpark Beneluxplein: Eindrapportage , september 2025). Inkomensverlies door productie met lage of negatieve stroomprijzen van ca. 125% in het financieel haalbaarheidsonderzoek windpark , Beneluxplein houdt geen rekening met de verwachte toename van windvermogen in Nederland en daarmee samenhangende verdere daling van de marktwaarde van windproductie. Marktanalyses van gerenommeerde consultants (Afry en Baringa) laten zien dat deze verliezen tot 40% kunnen toenemen. Dit risico wordt in het rapport niet meegenomen.

Tegelijkertijd zijn de kosten te laag geraamd. De gehanteerde operationele kosten liggen met 6-7 EUR/MWh aanzienlijk onder vergelijkbare projecten en internationale kengetallen. In het voorbeeld van de financiële analyse windenergie Lansingerland uit 2023 is uitgegaan van 129, EUR/MWh en hier ging het slechts om turbines van 190 meter tiphoogte die technisch minder complex en goedkoper in onderhoud zijn (Financiële analyse windenergie gemeente Lansingerland , Bosch & van Rijn , 23 oktober 2023). Dit ligt ook in lijn met de kosten die het International Renewable Energy Agency (IRENA) hanteert voor dit soort kleinschalige windparken (Renewable power generation costs in 2024 , International Renewable Energy Agency (IRENA) , juli 2025).

Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald Het zal duidelijk zijn dat alle aangevoerde gebreken en omissies uiteindelijk in een zienswijze zullen worden verwoord als deze ontwikkeling tot een wijziging van het omgevingsplan leidt gevolgd door een gang naar de Raad van State. Het zou alle partijen echter veel geld en energie schelen om het proces op grond van de uitgevoerde analyse nu al te stoppen. Het plan-MER van 10 oktober 2025 heeft eerder al de status van definitief gekregen. Het feit dat het projectteam in december 2025 diezelfde versie ineens bestempeld heeft als concept zegt genoeg. Er zijn echter zaken die , hoe dan ook , niet gerepareerd kunnen worden zoals het overschrijden van het onlangs door de gemeenteraad van Rotterdam vastgestelde kader van maximaal 12 MW opwekvermogen , de beleidscontinuïteit vanuit eerdere onderzoeken met een meer beperkte schaal en vermogensomvang alsmede het financieel planrisico door een niet realistische financiële onderbouwing. Daarom de dringende oproep aan de gemeenteraad om ‘Beter ten halve te keren dan ten hele te dwalen’.

Pagina 4 van 24

15 januari 2026

Overzicht van de gedetailleerde analyse per onderwerp van achtereenvolgens 1. beleidskader 2. plan-MER (plan-MER 10 oktober 2025) 3. participatieproces en 4. financiële haalbaarheidsstudie. ,

1

,

Beleidskader

1. 1 Overschrijding van de 12 MW-kaderstelling uit het Ambitiedocument 1. 1. 1 Overschrijding zonder expliciete herijking beleidskader In het Ambitiedocument Windenergie Beneluxplein is een kaderstellende bovengrens van 12 MW opgenomen voor de ontwikkeling van windenergie op deze locatie (Ambitiedocument Windenergie Beneluxplein , 3 juni 2025). Deze grens vormt een beleidsmatig vertrekpunt voor verdere planvorming , participatie en milieubeoordeling. In het voorliggende plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) en de uitgewerkte alternatieven wordt deze kaderstelling echter feitelijk overschreden , doordat alternatieven zijn onderzocht en als reëel worden gepresenteerd met een aanzienlijk hoger opgesteld vermogen. Daarmee is sprake van een inhoudelijke koerswijziging die niet door de gemeenteraad is geaccordeerd , transparant gemotiveerd is en niet expliciet in de NRD en het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) is verwerkt. Dit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel , omdat beleidsmakers en belanghebbenden mochten vertrouwen op de 12 MW-kaderstelling als randvoorwaarde voor de planvorming.

1. 1. 2 Gevolgen voor de plan-MER (scope en referentiekader) Door het onderzoeken en feitelijk legitimeren van alternatieven boven 12 MW verschuift het referentiekader van de milieubeoordeling en nemen milieueffecten substantieel toe. Het plan-MER mist hierdoor een heldere beleidsmatige begrenzing , hetgeen volgens jurisprudentie van de afdeling bestuursrechtspraak RvS (o. a. ECLI: NL: RvS: 2021: 1395) en adviezen van de Commissie MER noodzakelijk is voor een toetsbare en navolgbare besluitvorming.

1. 1. 3 Relatie met eerdere besluitvorming en adviezen In eerdere trajecten (partiële plan-MER-herziening VRM 2017 en het haalbaarheidsonderzoek windenergie Beneluxplein , Pondera 2019) is steeds uitgegaan van een meer beperkte schaal en vermogensomvang van 9-12 MW totaal opgesteld vermogen in tegenstelling tot de 264, MW voor één van de voorkeursvarianten. Ook in het advies van de Commissie MER wordt verwezen naar deze voorgeschiedenis als relevante context voor de huidige planvorming. Het zonder expliciete onderbouwing loslaten van de 12 MW-grens betekent dat de beleidscontinuïteit ontbreekt en eerdere afwegingen feitelijk worden gepasseerd zonder dat dit als zodanig bestuurlijk is verantwoord (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024).

Pagina 5 van 24

15 januari 2026

1. 1. 4 Conclusie Het plan-MER sluit niet aan bij het geldende beleidskader. De varianten onderzocht in de plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) zijn impliciet gestuurd richting opschaling , omdat zij de 12 MW opwek als kaderstelling overschrijden en daarmee geen redelijk en realistische varianten zijn binnen de reikwijdte van het besluit.

1. 2 Onvolledige voorgeschiedenis

en

onvoldoende integrale beoordeling in

het plan-MER Beneluxplein 1. 2. 1 Ontbreken integrale voorgeschiedenis (herziening plan-MER , 2017 en

Pondera

,

2019)

Het voorliggende plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) en de daarop gebaseerde besluitvorming zijn onvoldoende ingebed in de relevante voorgeschiedenis van het project Windpark Beneluxplein. Met name het ontbreken van een expliciete herbeoordeling van de partiële plan-MER-herziening uit 2017 en het haalbaarheidsonderzoek van Pondera (2019) vormt een wezenlijk gebrek. Juist naar deze documenten wordt in het advies van de Commissie MER verwezen als relevante context voor de afweging. Hierdoor ontbreekt een inzichtelijke , consistente en juridisch robuuste ontwikkellijn. Dit is in strijd met het MER-beginsel dat besluitvorming navolgbaar en cumulatief moet zijn (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024).

1. 2. 2 Geen actualiserende toets locatiegeschiktheid , milieuruimte , financiële

haalbaarheid

en

ontwikkeltempo

De partiële plan-MER-herziening uit 2017 en het haalbaarheidsonderzoek van Pondera (2019) vormden een inhoudelijke basis voor beleidskeuzes en bevatten expliciete aannames over locatiegeschiktheid , milieuruimte , financiële haalbaarheid en ontwikkeltempo. In de huidige plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) ontbreekt een actualiserende toets of de aannames uit het Pondera rapport over de meest optimale plek , zo ver mogelijk van bewoond gebied en de onhaalbaarheid van de locatie ten noordzijde van het Beneluxplein nog steeds valide zijn. Dat geldt eveneens voor de ruimtelijke beperking van maximaal 2 turbines op de ontwikkellocatie. Daarnaast wordt voorbijgegaan aan het uitgangspunt in dit rapport dat de positie van de windturbines afgestemd dient te worden op de recreatieve wandel- en fietsroutes in de directe omgeving , zodat de recreatieve waarde zo goed mogelijk in stand blijft (Haalbaarheidsstudie Windenergie locatie Beneluxplein , 30 april 2019).

1. 2. 3 Conclusie Door de partiële plan-MER 2017 en het Pondera-onderzoek (2019) niet integraal te betrekken , wordt niet voldaan aan de aanbevelingen van de commissie MER om inzichtelijk te maken welke aannames zijn gewijzigd en de milieueffecten alsmede de financiële haalbaarheid in samenhang en actualiteit opnieuw te beoordelen. Hierdoor wordt de toetsbaarheid en verdedigbaarheid van het plan ondermijnd (Advies over Pagina 6 van 24

15 januari 2026 reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december

2024).

1. 3 Ontbreken concreet doel onderzoek 1. 3. 1 Doelstelling te algemeen en abstract In de NRD (Windpark Beneluxplein planMER: Notitie Reikwijdte en Detailniveau , 19 augustus 2024) wordt expliciet gesteld dat geen beschrijving van het doel wordt gegeven omdat dit de scope van het onderzoek overschrijdt. Hierdoor blijft onduidelijk of wordt gestuurd op maximale energieopbrengst , dan wel op een optimale balans tussen opbrengst en omgevingseffecten. De Commissie MER adviseert een zo concreet mogelijk doel te formuleren , zodat beoordeeld kan worden of en in hoeverre de onderzochte alternatieven daadwerkelijk bijdragen aan het bereiken daarvan (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024).

1. 3. 2 Alternatieven niet te vergelijken De alternatieven kunnen door abstractheid van het doel niet eenduidig en objectief worden vergeleken aldus de Commissie MER. Er kan niet getoetst worden of milieueffecten proportioneel zijn in verhouding tot de beoogde opbrengst en er wordt niet inzichtelijke gemaakt waarom bepaalde alternatieven of turbineconfiguraties geschikter zouden zijn dan andere (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024).

1. 3. 3 Conclusie Het MER verliest door de onmogelijkheid van vergelijking van alternatieven zijn functie als afwegings- en besluitvormingsinstrument en biedt onvoldoende basis voor een zorgvuldige en transparante besluitvorming.

Pagina 7 van 24

15 januari 2026

2

Plan-MER

2. 1 Referentiesituatie (nulmeting) en autonome ontwikkelingen in het planMER zijn niet volgens adviezen Commissie MER uitgewerkt 2. 1. 1 Onvoldoende uitgewerkte referentiesituatie De referentiesituatie is niet concreet en volledig uitgewerkt conform de MERsystematiek. Relevante autonome ontwikkelingen , waaronder infrastructurele en energie gerelateerde projecten , zijn geheel buiten beschouwing gelaten of slechts summier benoemd zonder inhoudelijke onderbouwing. Door het ontbreken van relevante autonome ontwikkelingen ontstaat een vertekend beeld van cumulatieve milieueffecten en ruimtelijke en functionele conflicten met andere ontwikkelingen. Hierdoor is de effectvergelijking tussen alternatieven onvolledig en onvoldoende betrouwbaar. Daarnaast is bij het vaststellen van de referentiesituatie nagelaten om relevante eerdere MER’s (De partiële plan-MER-herziening uit 2017 en het haalbaarheidsonderzoek van Pondera , 2019) voor deze locatie en de directe omgeving te betrekken. Hierdoor wordt ten onrechte geen rekening gehouden met al onderzochte milieueffecten , randvoorwaarden en ruimtelijke kaders die voortvloeien uit eerdere besluitvorming. Door deze elementen niet te betrekken , ontstaat een onjuist uitgangspunt voor de effectbeoordeling (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024).

2. 1. 2 A4 Zuid ten onrechte niet opgenomen als autonome ontwikkeling De ontwikkeling van de A4 Zuid is niet meegenomen als autonome ontwikkeling in het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025). Dit terwijl de Commissie MER expliciet adviseert om deze ontwikkeling wel in beeld te brengen , gezien de mogelijk grote impact op het windpark (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024). Met Rijkswaterstaat is eerder expliciet overeenstemming bereikt over inpassing van windturbines voor een exploitatietermijn tot uiterlijk 2045 om toekomstplannen voor de A4 Zuid niet te frustreren (Haalbaarheidsstudie Windenergie locatie Beneluxplein , 30 april 2019). Juist deze afspraak onderstreept dat de A4 Zuid een relevante en voorzienbare ontwikkeling is die direct samenhangt met de ruimtelijke en temporele inpassing van het windpark.

2. 1. 3 Knooppunt Beneluxplein als zoeklocatie voor zonne-energie ten onrechte

uitgesloten Knooppunt Beneluxplein is aangemerkt als kansrijke zoeklocatie voor zonne-energie binnen de OER Zonneroute A15 en maakt onderdeel uit van de Regionale Energie Strategie (RES) Rotterdam–Den Haag. Hoewel het project zich nog in de verkenningsfase bevindt , geldt binnen de MER-systematiek dat ook beleidsmatig vastgelegde , redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen als autonome ontwikkeling moeten worden beschouwd , zeker omdat zonnevelden binnen of nabij veiligheids- en Pagina 8 van 24

15 januari 2026 onderhoudszones van windturbines kunnen leiden tot functionele en ruimtelijke conflicten. Het volledig uitsluiten van deze ontwikkeling uit de referentiesituatie leidt tot een onvolledig beeld van de toekomstige situatie.

2. 1. 4 Conclusie Gelet op het voorgaande is het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) op het onderdeel referentiesituatie en autonome ontwikkelingen onvoldoende zorgvuldig en niet in overeenstemming met de MER-regelgeving en het advies van de Commissie MER en dat terwijl is aangegeven dat dit advies integraal wordt overgenomen (Windpark Beneluxplein planMER: Nota van Beantwoording zienswijzen , 20 feb 2025).

2. 2 Bestaande milieusituatie en milieugevolgen onvoldoende onderzocht om

als bestuurlijke afweging te worden gebruikt om tot VKA te komen

2. 2. 1 Onvolledig uitgewerkte alternatieven Hoewel meerdere alternatieven zijn benoemd , zijn deze niet gelijkwaardig en onvoldoende onderbouwd. De Commissie MER vraagt expliciet om realistische , onderscheidende alternatieven met onderbouwde turbineposities op kaart (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024). Deze onderbouwing ontbreekt of is summier , waardoor geen volwaardige

vergelijking mogelijk is.

2. 2. 2 Ontbrekende en onvoldoende onderbouwde afleiding van het VKA De Commissie MER adviseert dat duidelijk moet worden gemaakt waarom een VKA wordt gekozen en welke milieuafwegingen daarbij doorslaggevend zijn (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024). In het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) is deze afleiding onvoldoende transparant en

niet herleidbaar uit de milieueffectvergelijking.

2. 2. 3 Cumulatieve effecten onvoldoende onderzocht De Commissie MER benadrukt het belang van een expliciete beoordeling van cumulatieve effecten met andere activiteiten en ontwikkelingen in de omgeving. In het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) worden cumulatieve effecten slechts beperkt en hoofdzakelijk kwalitatief behandeld , zonder kwantitatieve onderbouwing.

2. 2. 4 Onzekerheden en bandbreedtes onvoldoende inzichtelijk De Commissie MER adviseert onzekerheden expliciet te benoemen en aan te geven wat deze betekenen voor de besluitvorming. Het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) presenteert veel aannames als vaststaand , of nog te onderzoeken , en bevat geen gevoeligheidsanalyses of scenario’s (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024).

Pagina 9 van 24

15 januari 2026

2. 2. 5 Gezondheid onvoldoende verankerd Het thema gezondheid en ervaren overlast is volgens de Commissie MER een centraal en zwaarwegend thema binnen dit MER. Dit blijkt expliciet uit de ingediende zienswijzen , eerdere reacties van klankbordgroepen en omwonenden en de erkenning hiervan in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De Commissie MER adviseert daarom om in het plan-MER de actuele stand van zaken met betrekking tot gezondheidseffecten en belevingsonderzoek bij windparken te beschrijven. Hoewel de NRD in paragraaf 4. 3 een uitgebreide opsomming bevat van mogelijke gezondheidseffecten die onderzocht zouden worden , sluit het beoordelingskader in het plan-MER hier niet volledig op aan (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024). Hiermee wordt niet voldaan aan het advies van de Commissie MER en wordt het belang van gezondheid onvoldoende zwaar meegewogen.

2. 2. 6 Geluid wordt in afwijking van het advies van de Commissie MER behandeld Met name voor geluid (inclusief cumulatie en laagfrequent geluid) adviseert de Commissie MER een kwantitatieve benadering op basis van akoestische modellering (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024). In het plan-MER (plan-MER 10 oktober 2025) blijft de beoordeling deels kwalitatief en is laagfrequent geluid niet langer als zelfstandig beoordelingscriterium opgenomen , terwijl hierover aantoonbaar zorgen bestaan bij omwonenden (Windpark Beneluxplein planMER: Nota van beantwoording , 20 feb 2025). In de oorspronkelijke versie van Witteveen en Bos van het plan-MER (plan-MER 9 juli 2025) is wel een paragraaf aan laagfrequent geluid gewijd. Het is niet duidelijk waarom deze door het projectteam in het latere plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) is verwijderd. Daarnaast is het advies niet opgevolgd om met een gevoeligheidsanalyse inzichtelijk te maken wat de impact is van de keuze voor stillere windturbines zoals geadviseerd door de Commissie MER (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024).

2. 2. 7 Gebruik van geluidsmetingen huidige situatie onduidelijk In de NRD is vastgelegd dat , op verzoek van klankbordgroepen en omwonenden , geluidsmetingen uitgevoerd worden in de huidige situatie (Windpark Beneluxplein planMER: Notitie Reikwijdte en Detailniveau , 19 augustus 2024). De Commissie MER adviseert om in het MER duidelijk toe te lichten hoe de resultaten van deze metingen worden gebruikt in de effectbeoordeling. (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024). Het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) geeft hierover onvoldoende duidelijkheid , waardoor niet toetsbaar is in hoeverre de huidige geluidsbelasting en ervaren hinder daadwerkelijk zijn meegenomen in de beoordeling van de alternatieven. Daarnaast is het uitgevoerde geluidsonderzoek door de DCMR niet representatief als referentiesituatie (nulmeting) aangezien het een beperkt onderzoek is geweest dat geen inzage geeft in de gewogen geluidsniveaus (Lden) die over een heel jaar worden berekend.

Pagina 10 van 24

15 januari 2026

2. 2. 8 Slagschaduw en 0-uurscenario De Commissie MER vraagt expliciet om de effecten van een 0-uurs slagschaduwhinder in beeld te brengen , inclusief de gevolgen voor de energieopbrengst (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024). Dit scenario ontbreekt in het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025).

2. 2. 9 Veiligheidsaspect met betrekking tot buisleidingen en plaatsgebonden

risico onvoldoende uitgewerkt Uit eerdere onderzoeken voor deze locatie blijkt dat veiligheidsaspecten van met name (buis)leidingen , met daarin gevaarlijke en zeer schadelijke stoffen , beperkingen kunnen opleveren voor de plaatsing van windturbines (Haalbaarheidsstudie Windenergie locatie Beneluxplein , 30 april 2019). De Commissie MER adviseert daarom om te beschrijven hoe hard deze beperkingen zijn en inzichtelijk te maken welke mogelijkheden er desondanks zijn om windturbines in de nabijheid van (buis)leidingen te plaatsen. Daarnaast is het advies van de Commissie MER om het plaatsgebonden risico expliciet te onderzoeken en het overleg met de beheerders van deze leidingen te beschrijven , inclusief de uitkomsten daarvan (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024). Tevens zijn de beoordelingscriteria voor harde belemmeringen ten aanzien van buisleidingen in het plan-MER (plan-MER , 10 okt 2025) minder streng gekozen dan in de NRD (Windpark Beneluxplein planMER: Notitie Reikwijdte en Detailniveau , Witteveen en Bos , uitgever: Gemeente Rotterdam , 19 augustus 2024). Zo is de minimale afstand van buisleidingen met gevaarlijke inhoud in de NRD beperkt tot 15 meter (tabel 2. 2 NRD) , en is deze zonder onderbouwing in het Plan-MER teruggebracht naar 5 meter (tabel 6. 1 plan-MER).

Het plan-MER (plan-MER , 10 okt 2025) geeft geen onderbouwing waarom de criteria voor harde belemmeringen tussen het NRD en plan-MER op verschillende punten (o. a. afstand tot rijkswegen en buisleidingen) zijn afgezwakt en niet conform de nieuwe landelijke richtlijnen worden onderzocht (Documenten ontwerpbesluit windturbines leefomgeving , 12 oktober 2023). Het is onduidelijk welke risicoafweging het plan-MER hiervoor heeft gebruikt. Het plan-MER (10 okt 2025) blijft op deze punten onvoldoende concreet. Beperkingen worden benoemd , maar de hardheid ervan , de veiligheidsmarges , mogelijke oplossingsrichtingen en de resultaten van overleg met leidingbeheerders worden niet of slechts summier uitgewerkt. Hierdoor ontbreekt inzicht in de feitelijke veiligheidsrisico’s en de ruimte voor alternatieven , terwijl dit essentieel is voor een zorgvuldige afweging.

2. 2. 10 Landschap en ruimtelijke kwaliteit onvoldoende onderzocht Uit de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland blijkt dat de locatie Beneluxplein is gelegen binnen beschermingscategorie 2 voor ruimtelijke kwaliteit. Ondanks het advies van de Commissie MER ontbreekt een systematische analyse van de kernkwaliteiten en kernwaarden , evenals een duidelijke koppeling met provinciaal beleid en beschermingsdoelen (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024). Hierdoor is onvoldoende inzichtelijk welke landschappelijke waarden in het geding zijn , hoe de alternatieven zich daartoe

Pagina 11 van 24

15 januari 2026 verhouden en in hoeverre aantasting van ruimtelijke kwaliteit kan worden voorkomen of beperkt. Daarmee is het landschappelijke effect onvoldoende onderbouwd en niet navolgbaar betrokken bij de afweging van alternatieven (Financiële haalbaarheid Windpark Beneluxplein: Eindrapportage , september 2025).

2. 2. 11 Signaalverlichting onvoldoende uitgewerkt ondanks expliciet advies In het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) wordt signaalverlichting wel genoemd , maar blijft de uitwerking globaal en beschrijvend. Een onderbouwde analyse van belevingseffecten ontbreekt , alternatieven voor hinderbeperking worden niet volwaardig onderzocht of vergeleken en het is niet inzichtelijk hoe signaalverlichting is betrokken bij de afweging van alternatieven (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024). Daarmee is het expliciete advies van de Commissie MER op dit punt niet opgevolgd.

2. 2. 12 Thema natuur volgens advies Commissie MER onvoldoende uitgewerkt De Commissie MER adviseert om het thema natuur te beginnen met een algemeen ecologisch beeld van het plangebied , met onderscheid in deelgebieden en een beschrijving van de autonome ontwikkeling. In het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) ontbreekt een samenhangend ecologisch referentiekader , waardoor onvoldoende inzicht bestaat in de uitgangssituatie. Daarnaast adviseert de Commissie MER om inzichtelijk te maken voor welke dier- en plantensoorten aanzienlijke gevolgen te verwachten zijn en wat deze betekenen op populatieniveau. Het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) blijft grotendeels beschrijvend en bevat geen expliciete doorwerking naar populaties of de staat van instandhouding , noch een consequente koppeling met de Rode Lijsten. Ten aanzien van beschermde soorten ontbreekt een volledige toetsing aan de verbodsbepalingen van de Omgevingswet , zoals het verstoren van vaste rust- of verblijfplaatsen , en blijft onduidelijk of en in hoeverre de staat van instandhouding van soorten kan verslechteren. De effecten in de aanlegfase (zoals grondverzet , tijdelijke infrastructuur , heien en mogelijke grondwaterverlaging) zijn slechts beperkt uitgewerkt , terwijl juist in deze fase andere of extra beschermde soorten negatieve gevolgen kunnen ondervinden.

Voor de gebruiksfase zijn aanvaringsrisico’s , verstoring , barrièrewerking en de invloed van turbinehoogte en rotordiameter onvoldoende gedifferentieerd uitgewerkt , met name waar het gaat om verschillen tussen alternatieven en turbinetypen. Ook de effecten op beschermde gebieden , waaronder Natura 2000-gebieden , het Natuurnetwerk Nederland en ganzenrustgebieden , zijn onvoldoende systematisch onderzocht. Externe werking , met name voor soorten met een grote actieradius richting de Natura 2000-gebieden Haringvliet en Oude Land van Strijen , is niet volwaardig in beeld gebracht. Mitigerende en compenserende maatregelen blijven daarbij algemeen en onvoldoende onderbouwd (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024).

2. 2. 13 Effecten aanlegfase niet betrokken bij het beoordelingskader.

Pagina 12 van 24

15 januari 2026 De effecten tijdens de aanlegfase zoals de omvang en routes van wegverkeer en de duur van de aanlegfase ontbreken en zijn niet betrokken bij het beoordelingskader zoals geadviseerd door Commissie MER. In deze fase kunnen mogelijk andere beschermde soorten negatieve gevolgen van het windpark ondervinden dan in de gebruiksfase (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024).

2. 2. 14 Conclusie Gezien het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) niet voldoet aan de essentiële adviezen van de Commissie MER en daarmee onvoldoende basis biedt voor besluitvorming over wijziging van het omgevingsplan.

2. 3 Mitigerende maatregelen en borging 2. 3. 1 Maatregelen doorgeschoven naar latere fases De Commissie MER benadrukt dat mitigerende maatregelen concreet , toetsbaar en planologisch geborgd moeten zijn (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024). In het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) worden veel maatregelen doorgeschoven naar latere fases , zonder zekerheid over effectiviteit of juridische borging.

2. 3. 2 Conclusie Zonder zekerheid over effectiviteit en juridische borging kunnen mitigerende maatregelen niet getoetst en planologisch verankerd worden.

2. 4 Strijdigheid met concept landelijke milieuregels

voor

windturbines

2. 4. 1 Risico op verouderd beoordelingskader Er zijn meerdere punten waarop de uitwerking van het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) niet in lijn is met de concept landelijke milieuregels voor windturbines ondanks dat in het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) nadrukkelijk wordt gesteld dat daar in de basis van wordt uitgegaan (Documenten ontwerpbesluit windturbines leefomgeving , 12 oktober 2023). Hiermee is er sprake van innerlijke tegenstrijdigheid met als risico dat het besluit wordt gebaseerd op een

verouderd beoordelingskader en daarmee onvoldoende is gemotiveerd.

2. 4. 2 Strijdigheid met afstandsnormering van minimaal 2 x tiphoogte Er is strijdigheid met concept landelijke milieuregels waar het gaat om de afstandsnormering van minimaal 2 x de tiphoogte tot geluidgevoelige objecten (Documenten ontwerpbesluit windturbines leefomgeving12 , oktober 2023). De afstand van de eerste woning tot de westelijke turbine in het alternatief Zuid ligt op ca. 250 meter wat slechts 1 x de

tiphoogte is. Pagina 13 van 24

15 januari 2026

2. 4. 3 Conclusie Er is sprake van innerlijke tegenstrijdigheid tussen de uitwerking in het plan-MER (planMER 10 okt 2025) en de concept landelijke milieuregels voor windturbines (Documenten ontwerpbesluit windturbines leefomgeving , 12 oktober 2023).

2. 5 Monitoring en evaluatie 2. 5. 1 Monitorings- en evaluatieprogramma is onvoldoende concreet uitgewerkt Het geadviseerde monitorings- en evaluatieprogramma is slechts globaal uitgewerkt. Concrete indicatoren , meetmomenten en bijsturingsmechanismen ontbreken , terwijl deze essentieel zijn voor adaptief beheer en bescherming van de leefomgeving (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024).

2. 5. 2 Conclusie Zonder concrete bijsturingsmechanismen kan er geen sprake zijn van adaptief beheer en bescherming van de leefomgeving. Het is in dat geval niet mogelijk om te beoordelen in hoeverre de voorspelde effecten overeenkomen met de daadwerkelijk optredende effecten met name waar het aspecten betreft die van belang zijn voor de directe omgeving zoals geluid , gezondheid en verstoring (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024).

2. 6 Leemten 2. 6. 1 Adviezen stakeholders ontbreken Adviezen van , met name genoemde , stakeholders (Provincie Zuid-Holland , Rijkswaterstaat , Waterschap Hollandse Delta , Omgevingsdienst Haaglanden , GGD , Staatsbosbeheer , Rijksvastgoedbedrijf , sitemanager bedrijventerrein Gadering , Leidingenbureau Rotterdam , Havenbedrijf Rotterdam , Gasunie , RET , Prorail) ontbreken in het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) , terwijl zij volgens de NRD (Windpark Beneluxplein planMER: Notitie Reikwijdte en Detailniveau , 19 augustus 2024) wel betrokken zouden worden.

2. 6. 2 Cruciaal overleg met Rijkswaterstaat (RWS) ontbreekt Rijkswaterstaat is niet om advies gevraagd (plan-MER 10 okt 2025) , terwijl in de NRD (Windpark Beneluxplein planMER: Notitie Reikwijdte en Detailniveau , 19 augustus 2024) nadrukkelijk staat dat verkeersveiligheid een belangrijk thema is en dat er daarom afstemming plaatsvindt m. b. t. de benodigde onderzoeken in het plan-MER. Dit is een omissie in het plan-MER wat de mogelijke ontwikkeling onzeker maakt , zeker gezien het beleid dat RWS hanteert t. a. v. windturbines langs rijkswegen. Bovendien moet RWS toestemming geven voor tijdelijke op- en afritten op de A15 voor de aanleg van de windturbines waarvoor (wettelijke) kaders gehanteerd worden. Pagina 14 van 24

15 januari 2026

2. 6. 3 GGD als wettelijke gezondheidsadviseur niet betrokken De GGD heeft op grond van de Wet publieke gezondheid de wettelijke taak om het bevoegd gezag te adviseren over de bescherming en bevordering van de volksgezondheid. In het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) ontbreekt iedere expliciete verwijzing naar of verwerking van adviezen van de GGD als wettelijke gezondheidsadviseur. Daardoor is niet inzichtelijk of en hoe gezondheidskundige expertise is betrokken bij de afwegingen die ten grondslag liggen aan het plan-MER (planMER 10 okt 2025).

2. 6. 4 Conclusie Het MER-proces heeft geen of onvoldoende betrokkenheid van relevante stakeholders gekend. Hierdoor bestaat het risico dat belangrijke inzichten en lokale kennis niet zijn meegenomen in de beoordeling van milieueffecten.

2. 7 Samenvatting plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) niet geschikt als zelfstandig leesbaar document 2. 7. 1 Samenvatting vertoont lacunes , onzekerheden en aannames De samenvatting van het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) voldoet niet aan de aanbevelingen van de Commissie MER omdat zij onvoldoende inzicht geeft in lacunes , onzekerheden en aannames , de referentiesituatie niet kritisch duidt en de afweging van de alternatieven te weinig transparant maakt (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024).

2. 7. 2 Conclusie De samenvatting is onvoldoende geschikt als zelfstandig leesbaar document voor besluitvorming en publiek gezien de lacunes , aannames , onzekerheden , onduidelijke referentiesituatie en gebrek aan transparantie van de alternatieven.

Pagina 15 van 24

15 januari 2026

3

Participatie

3. 1 Onvoldoende

en

niet-transparante verwerking van inbreng van

inwoners bij keuze voorkeursvarianten 3. 1. 1 Normatief kader Op grond van de Omgevingswet en de MER-richtlijn moet bij de bepaling van voorkeursvarianten inzichtelijk worden gemaakt welke inbreng door bewoners is geleverd , hoe deze inhoudelijk is meegewogen en op welke gronden deze wel of niet heeft geleid tot aanpassing van alternatieven of keuze van het VKA. Dit vereist meer dan alleen het registreren of samenvatten van zienswijzen.

3. 1. 2 Feitelijke constatering Uit het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) , de Nota van Beantwoording zienswijzen NRD (Windpark Beneluxplein planMER: Notitie Reikwijdte en Detailniveau , 19 augustus 2024) en de toelichting op de voorkeursvarianten blijkt dat de inbreng van inwoners wel procedureel is opgehaald , maar niet traceerbaar is door vertaald naar de afbakening van alternatieven , de beoordelingscriteria of de uiteindelijke keuze voor voorkeursvarianten.

3. 1. 3 Conclusie De wijze waarop de input van inwoners is betrokken bij het besluit over de voorkeursvarianten is niet navolgbaar , niet toetsbaar en niet voldoende gemotiveerd. Dit is in strijd met advies Commissie MER waarin benadrukt wordt dat participatie betekenisvol moet doorwerken in de afweging van alternatieven en de besluitvorming (Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Windpark Beneluxplein Rotterdam , 4 december 2024). Daarmee is sprake van een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek , omdat niet kan worden vastgesteld dat bewonersbelangen volwaardig zijn meegewogen bij de keuze van de voorkeursvarianten.

3. 2 Betrokkenheid klankbordgroepen Hoogvliet Pernis en Albrandswaard ,

niet inzichtelijk 3. 2. 1 Normatief kader Op grond van de Omgevingswet en de MER-richtlijn moet bij de bepaling van voorkeursvarianten inzichtelijk worden gemaakt welke inbreng door de klankbordgroepen is geleverd , hoe deze inhoudelijk is meegewogen en op welke gronden deze wel of niet heeft geleid tot aanpassing van alternatieven of keuze van het VKA.

Pagina 16 van 24

15 januari 2026

3. 2. 2 Feitelijke constatering Uit de ter inzage gelegde stukken , waaronder het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) en de daaraan ten grondslag liggende NRD (Windpark Beneluxplein planMER: Notitie Reikwijdte en Detailniveau , 19 augustus 2024) , blijkt niet op welke wijze de inbreng van de klankbordgroepen is betrokken bij de totstandkoming van het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025). Een overzicht van de door de klankbordgroepen aangedragen aandachtspunten , alternatieven en zorgen ontbreekt , evenals een gemotiveerde toelichting waaruit blijkt hoe deze inbreng is meegewogen in de milieubeoordeling en de keuze voor alternatieven. Hierdoor is niet inzichtelijk of de participatie van de klankbordgroepen daadwerkelijk betekenisvol is geweest en of deze inbreng invloed heeft gehad op de inhoudelijke afwegingen in het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025). Dit gebrek aan transparantie maakt het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) onvoldoende navolgbaar en belemmert een zorgvuldige toetsing van de besluitvorming.

3. 2. 3 Conclusie Gelet op het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel , alsmede de eisen die voortvloeien uit de Omgevingswet ten aanzien van participatie en besluitvorming , had verwacht mogen worden dat expliciet wordt weergegeven welke inbreng door de klankbordgroepen is geleverd , op welke onderdelen van het plan-MER deze inbreng betrekking had en op welke wijze deze inbreng is verwerkt dan wel gemotiveerd is afgewezen.

3. 3 Concrete betrokkenheid van genoemde stakeholders ontbreekt 3. 3. 1 Normatief kader Op grond van de Omgevingswet en de MER-richtlijn moet bij de bepaling van voorkeursvarianten inzichtelijk worden gemaakt welke inbreng door welke stakeholders is geleverd , hoe deze inhoudelijk is meegewogen en op welke gronden deze wel of niet heeft geleid tot aanpassing van alternatieven of keuze van het VKA.

3. 3. 2 Feitelijke constatering Hoewel er in de NRD (Windpark Beneluxplein planMER: Notitie Reikwijdte en Detailniveau , 19 augustus 2024) en het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) staat dat er naast het bevoegd gezag verschillende andere adviseurs en bestuursorganen gedurende het proces betrokken zijn , is hier niets van terug te vinden. Het gaat daarbij , met name genoemd , om de provincie Zuid-Holland , Rijkswaterstaat , waterschap Hollandse Delta , Omgevingsdienst Haaglanden , GGD , Staatsbosbeheer , Rijksvastgoedbedrijf , sitemanager bedrijventerrein Gadering , Leidingenbureau Rotterdam , Havenbedrijf Rotterdam , Gasunie , RET en ProRail. Het ontbreken van advies van Rijkswaterstaat en de beheerder van de buisleidingenstraat wordt zelfs expliciet als risicovol voor de uitvoerbaarheid van het project genoemd in het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025).

Pagina 17 van 24

15 januari 2026

3. 3. 3 Conclusie Uit de stukken blijkt niet op welke wijze stakeholders zijn betrokken bij de totstandkoming , afweging en selectie van de onderzochte varianten. Een overzicht van de door stakeholders aangedragen varianten , aandachtspunten en alternatieven ontbreekt , evenals een gemotiveerde toelichting waaruit blijkt hoe deze input is meegewogen in de besluitvorming. Hierdoor is niet inzichtelijk of en hoe stakeholderparticipatie invloed heeft gehad op de keuze en beoordeling van varianten , hetgeen de besluitvorming onvoldoende navolgbaar en toetsbaar maakt.

3. 4 Ontbreken uitwerking zienswijzen NRD conform beantwoording in plan-MER 3. 4. 1 Normatief kader In de Omgevingswet is opgenomen dat stakeholders bij de voorbereiding van een planMER of NRD moeten participeren. De inbreng moet zichtbaar en navolgbaar worden verwerkt. Het bevoegd gezag moet bij besluitvorming alle relevante belangen meenemen. Besluiten moeten ook worden gemotiveerd , inclusief hoe de reacties en zienswijzen zijn meegewogen.

3. 4. 2 Feitelijke constatering Uit de Nota van Beantwoording blijkt dat op de NRD 26 zienswijzen door burgers , overheden en maatschappelijke organisaties zijn ingediend (Windpark Beneluxplein planMER: Notitie Reikwijdte en Detailniveau , 19 augustus 2024). Hoewel de Nota van Beantwoording (Windpark Beneluxplein planMER: Nota van beantwoording , 20 februari 2025) inzicht geeft in de wijze van beoordeling , is in het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) niet concreet terug te vinden hoe de inbreng daadwerkelijk heeft doorgewerkt voor wat betreft de kwantitatieve berekening van geluids- en slagschaduw , de risico’s met betrekking tot de buisleidingen , de resultaten van ecologisch onderzoek en voorgestelde mitigerende maatregelen , de effectbeoordeling van luchtkwaliteit inclusief SF6 , coatingerosie en rotorbladen , de variantenselectie en cumulatieve effecten en de concrete integratie van stakeholderinbreng in de afwegingen van alternatieven (Windpark Beneluxplein planMER: Nota van beantwoording , 20 februari 2025).

3. 4. 3 Conclusie Het feit dat bovengenoemde punten niet zijn uitgewerkt maakt dat de besluitvorming niet volledig toetsbaar en onvoldoende navolgbaar is , hetgeen het zorgvuldigheidsen motiveringsbeginsel , zoals neergelegd in de Omgevingswet , raakt.

Pagina 18 van 24

15 januari 2026

4

Financiële planrisico’s en onzekerheden plan-MER Windpark Beneluxplein

4. 1 Inleiding De financiële haalbaarheid suggereert besluitrijpheid , terwijl In het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) en de bijbehorende eindrapportage Financiële Haalbaarheid Beneluxplein (Financiële haalbaarheid Windpark Beneluxplein: Eindrapportage , september 2025) meerdere wezenlijke risico’s en onzekerheden onvoldoende zijn onderzocht , gekwantificeerd of betrokken bij de besluitvorming. Hierdoor ontstaat een reëel risico dat het plan financieel en juridisch niet uitvoerbaar blijkt.

4. 2 Onvoldoende aansluiting op nieuwe landelijke milieuregels Het plan-MER (plan-MER 10 okt 2025) stelt uit te gaan van de nieuwe landelijke milieuregels , maar werkt deze niet consistent uit. Met name aangescherpte eisen op het gebied van indirect afgeleide gezondheidseffecten , externe veiligheid , cumulatie en afstandsnormen zijn niet volledig door vertaald (Documenten ontwerpbesluit windturbines leefomgeving12 , oktober 2023). Dit creëert het risico dat strengere normen in de definitieve regelgeving leiden tot aanvullende maatregelen , lagere opbrengsten of onuitvoerbaarheid , met directe financiële consequenties.

4. 3 Externe veiligheid en gezondheid onvoldoende uitgewerkt De beoordeling van externe veiligheidsrisico’s blijft beperkt tot plaatsgebonden risico en laat groepsrisico , worst-case scenario’s en cumulatieve risico’s buiten beschouwing. Ook de gezondheidskundige onderbouwing is voornamelijk afgeleid van normnaleving en niet van actuele wetenschappelijke inzichten. Dit vergroot het risico op onveilige situaties , aanvullende eisen in vervolgbesluiten en daarmee op kostenstijging en vertraging.

4. 4 Net-inpassing en infrastructuur onzeker De net-inpassing is niet realistisch en integraal uitgewerkt in samenhang met het planMER (plan-MER 10 okt 2025). Kosten , doorlooptijden en risico’s van netverzwaring en aansluiting zijn onvoldoende zeker gesteld. Er is geen concrete bevestiging van netcapaciteit en er is geen risico opgenomen voor wachttijden , alternatieve aansluitroutes of congestie , terwijl dit een bekend probleem in de regio Rotterdam is. Dit vormt een wezenlijk financieel planrisico , zeker in combinatie met andere autonome ontwikkelingen in het gebied. De business case is marginaal positief voor enkele varianten en extra kosten of vertraging door netproblemen leiden tot een kwetsbare financiële haalbaarheid (Financiële haalbaarheid Windpark Beneluxplein: Eindrapportage , september 2025).

4. 5 Planschade onvoldoende geborgd Hoewel wordt verwezen naar een planschadescan , zijn mogelijke planschadeverplichtingen niet transparant en niet gekwantificeerd in de financiële Pagina 19 van 24

15 januari 2026 haalbaarheid van het project (Financiële haalbaarheid Windpark Beneluxplein: Eindrapportage , september 2025). Gelet op de ligging van de windturbines in een stedelijk/industrieel gebied had verwacht mogen worden dat expliciet rekening wordt gehouden met nadeelcompensatie als gevolg van milieu- en hinderaspecten , waaronder geluid , slagschaduw en cumulatieve hinder. Dit geldt temeer nu nieuwe landelijke normen in voorbereiding zijn , waarbij gezondheidseffecten en hinderbeleving een zwaarder gewicht krijgen (Documenten ontwerpbesluit windturbines leefomgeving , 12 oktober 2023). De in de financiële onderbouwing opgenomen reservering van €125 , miljoen voor planschade staat in geen verhouding tot het aantal woningen dat binnen de invloed van het windpark ligt. Uitgaande van de gangbare invloed van windturbines tot 2 à 25, kilometer , betreft het hier niet enkele individuele objecten , maar een substantieel aantal woningen waarvoor waardedaling en hinder objectief voorzienbaar zijn. Onafhankelijk onderzoek van TNO toont aan dat woningen binnen deze afstandszones in de Randstad , mede door de hoge bevolkingsdichtheid , een aanzienlijke waardedaling laten zien (De verwachte impact van windturbines op huizenprijzen in Nederland , 2022). Omgerekend naar gemiddelde woningwaarden leidt dit al snel tot een potentiële schade van enkele tienduizenden euro’s per woning.

Zelfs bij een zeer conservatieve benadering impliceert dit dat de totale planschade ruimschoots boven het gereserveerde bedrag van €125 , miljoen uitkomt (De verwachte impact van windturbines op huizenprijzen in Nederland , 3 maart 2022).

4. 6 Reservering voor sloop en verwijdering einde levensduur ontbreekt Daarnaast ontbreekt een expliciete en afzonderlijke reservering voor de volledige sloop en verwijdering van de windturbines aan het einde van de levensduur , inclusief funderingen en het herstel van de locatie. Dit is in strijd met artikel 7.76 , lid 4 , van de Omgevingsverordening Zuid-Holland , waarin een financiële zekerheidstelling voor ontmanteling en herstel nadrukkelijk wordt vereist. De stelling dat deze kosten worden gedekt door de restwaarde van het windpark is niet onderbouwd en biedt onvoldoende zekerheid (Financiële haalbaarheid Windpark Beneluxplein: Eindrapportage , september 2025). Restwaarde is afhankelijk van marktontwikkelingen , technologische veroudering en toekomstige regelgeving en kan daarom niet zonder nadere onderbouwing als sluitpost worden gehanteerd. Hierdoor bestaat een reëel risico op onderschatting van de totale kosten over de volledige levenscyclus van het project , met mogelijke afwenteling van financiële risico’s op de publieke sector.

4. 7 Risico op wegvallen subsidie De financiële haalbaarheid leunt op aannames over SDE++ en toekomstige steunregelingen , terwijl de bouw pas rond 2030 wordt voorzien. Het is onzeker of het project dan nog in aanmerking komt voor vergelijkbare subsidies. Daar wordt in de doorrekening nergens rekening mee gehouden. Daarnaast lijken de scenario’s uit te gaan van (nagenoeg) optimale bedrijfsvoering zonder rekening te houden met het risico van achterblijvende productie (lagere opbrengst door technische of klimatologische factoren) , terwijl dit direct doorwerkt in rendement en financierbaarheid.

Pagina 20 van 24

15 januari 2026

4. 8 Opbrengst veel te optimistisch ingeschat In de eindrapportage wordt gerekend met een capaciteitsfactor van ca. 41-43 % (Financiële haalbaarheid Windpark Beneluxplein: Eindrapportage , september 2025). Dit niveau is gebruikelijk voor offshore windparken , maar dat ligt aanzienlijk hoger dan wat vergelijkbare windparken op land in Nederland en Europa in de praktijk realiseren. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ligt het maximaal vermogen dat in Zuid-Holland van 2021 t/m 2024 gemiddeld is benut bij windparken op land op 284% , (Windenergie op land: productie en capaciteit per provincie , nov 2025). Dat betekent dat de opbrengst in de financiële haalbaarheidsstudie Windpark Beneluxplein 30 % te hoog is ingeschat! Het financieel haalbaarheidsrapport onderbouwt niet waarom dit specifieke windpark structureel beter zou presteren dan vergelijkbare projecten. Daarnaast wordt in het financiële haalbaarheidsrapport gerekend met een vast inkomensverlies door productie op momenten met lage of negatieve stroomprijzen van ca. 125% gedurende de gehele looptijd van het project (Financiële haalbaarheid , Windpark Beneluxplein: Eindrapportage , september 2025). Deze aanname houdt geen rekening met de verwachte toename van windvermogen in Nederland en de daarmee samenhangende verdere daling van de marktwaarde van windproductie.

Marktanalyses van gerenommeerde consultants (Afry en Baringa) laten zien dat deze verliezen in de periode van 2026-2040 aanzienlijk kunnen toenemen tot 40 %. Dit risico wordt in het rapport niet meegenomen. Ook de aanname voor de opbrengst van Garanties van Oorsprong van 4 EUR/MWh boven op de stroomprijs , over de volledige looptijd , is hoog in verhouding tot actuele en verwachte marktprijzen. Deze digitale certificaten als bewijs van duurzaam opgewekte energie worden op dit moment verhandeld onder de 1 EUR/MWh. Garanties van Oorsprong zijn goedkoop geworden omdat er veel te veel van zijn en de vraag achterblijft. Er is geen goede reden om te verwachten dat dit op termijn veel hoger wordt. Ook hier rekent het eindrapport financiële haalbaarheid met 2 tot 4 keer meer inkomsten dan realistisch is (Financiële haalbaarheid Windpark Beneluxplein: Eindrapportage , september 2025). Een onderbouwing op basis van marktdata of scenario’s ontbreekt.

4. 9 Kosten te laag ingeschat In tegenstelling tot de veel te hoge opbrengst verwachtingen heeft de RebelGroup de kosten juist te laag ingeschat. In de financiële haalbaarheidsstudie windpark Beneluxplein wordt uitgegaan van 6-7 EUR/MWh aan operationele kosten. Dit is veel te optimistisch. In de Financiële analyse windenergie Lansingerland uit 2023 is uitgegaan van 129, EUR/MWh (Financiële analyse windenergie gemeente Lansingerland , Bosch & van Rijn , 23 oktober 2023). Het betrof daar echter windturbines van 190 meter tiphoogte die technisch minder complex en goedkoper in onderhoud zijn dan de turbines van 250 meter welke zijn voorzien bij het Beneluxplein. Dit ligt ook in lijn met de kosten die het International Renewable Energy Agency (IRENA) hanteert voor dit soort kleinschalige windparken (Renewable power generation costs in 2024 , International Renewable Energy Agency (IRENA) , juli 2025).

4. 10 Conclusie Door het ontbreken van een samenhangende en actuele verwerking van alle kosten , risico’s en onzekerheden ontstaat een onvolledig beeld van de financiële Pagina 21 van 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3836/documents/35198