27. 468003 Raadsvoorstel Wegsleepverordening Albrandswaard 2022.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: Wegsleepverordening Albrandswaard 2022
College van burgemeester en wethouders 31 mei 2022
Portefeuillehouder Jolanda de Witte
Zaaknummer 468003
Openbaar
E-mailadres opsteller: l.scholte@bar-organisatie.nl
Geadviseerd besluit 1. De wegsleepverordening Albrandswaard 2022 vast te stellen. 2. De wegsleepverordening gemeente Albrandswaard uit 2004 in te trekken.
1/3
Raadsvoorstel Inleiding Op basis van artikel 170 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om bestuursdwang toe te passen (lees: het voertuig weg te laten slepen) in het geval een wettelijk voorschrift wordt overtreden en verwijdering van het voertuig nodig is in verband met de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van bepaalde wegen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet is neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid gebruik maken wanneer de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid (artikel 173, lid 2 WVW). Op dit moment geldt er in Albrandswaard een wegsleepverordening uit 2004. Deze regeling was toe aan een tekstuele update en middels dit voorstel wordt daarin voorzien. Beoogd effect Geactualiseerde wegsleepverordening / actueel beleid Argumenten 1.1. Met een wegsleepverordening kunnen rechtmatig voertuigen worden weggesleept en kunnen de kosten op de overtreder worden verhaald. De huidige wegsleepverordening stamt uit 2004. De regeling was op een aantal punten verouderd waardoor een actualisatie noodzakelijk was. De wijziging in de regeling ten opzichte van 2004 is de prijspeiling en een tekstuele update en uitbreiding van de toelichting. 2.1.
In de voorgestelde wegsleepverordening is een bepaling opgenomen waarmee de oude Wegsleepverordening wordt ingetrokken. Hiermee wordt bewerkstelligt dat de uitwerkingtreding van de oude verordening gelijktijdig plaatsvindt met inwerkingtreding van de nieuwe verordening. Overleg gevoerd met Juridische zaken. Kanttekeningen De aanpak van lang geparkeerde voertuigen / autowrakken valt niet onder de reikwijdte van deze wegsleepverordening. De aanpak voor deze voertuigen kan niet via de Wegenverkeerswet 1994 aangepakt worden maar verloopt via milieuwetgeving en enkele artikelen uit de Algemene Plaatselijke Verordening. Uitvoering/vervolgstappen Na vaststelling van de wegsleepverordening wordt een contract aangegaan met takel- en bergingsbedrijf A. Barendregt die voor ons de uitvoerende taken verricht. Financiën Voor het instellen van deze regeling zijn er voor de gemeente geen kosten verbonden. Eventuele wegsleep- of bewaarkosten die de gemeente niet kan verhalen op de rechtmatige eigenaar komen voor rekening van de gemeente. Deze kosten worden gedekt uit de reguliere budgetten bij team BOA. Communicatie/participatie na besluitvorming Ja
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Wegsleepverordening Albrandswaard 2022 Uitvoeringsregeling (beleidsregel) wegslepen 2022 Mandaatbesluit Was-wordt lijst wegsleepverordening
2/3
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Wegsleepverordening Albrandswaard 2022
Gemeenteraad: 4 juli 2022
Zaaknummer: 468003
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 31 mei 2022,
BESLUIT: 1. De wegsleepverordening Albrandswaard 2022 vast te stellen.
2. De wegsleepverordening gemeente Albrandswaard uit 2004 in te trekken.
3/3
Wegsleepverordening Albrandswaard 2022 De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 31 mei 2022; Gelet op het bepaalde in artikel 149 Gemeentewet, artikel 173, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van voertuigen; Overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te stellen; Besluit vast te stellen de volgende verordening: Wegsleepverordening Albrandswaard 2022. Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; b. wet: de Wegenverkeerswet 1994; c. besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen; d. voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 RVV 1990; e. motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 RVV 1990; f. het college: het college van burgemeester en wethouders. Artikel 2.
Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente Albrandswaard aangewezen voor zover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten. Artikel 3. Plaats bewaring voertuigen en openingstijden 1. Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: Takel- en Bergingsbedrijf A. Barendregt B.V., gevestigd Ambachtsweg 4B te Rhoon. 2. De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats(en) worden door het college vastgesteld. Artikel 4. Kosten overbrengen en bewaren voertuigen 1. De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats bedragen (prijspeil 2022, exclusief btw) voor voertuigen tot en met 3500 kg €169,42 en voor voertuigen vanaf 3501 kg €321,31. 2. De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen (prijspeil 2022, exclusief btw): voor voertuigen tot en met 3500 kg: a. € 11,50 per etmaal of een gedeelte daarvan. Voor voertuigen vanaf 3501 kg: a. € 31,65 per etmaal of een gedeelte daarvan. 3.
De kosten die worden gemaakt bij het voorbereiden van de overbrenging in het geval niet tot het overbrengen wordt overgegaan, bedragen voor voertuigen tot en met 3500 kg en vanaf 3501 kg € 100,- exclusief btw. 4.Wijziging van de tarieven zoals opgenomen in deze verordening is steeds per 1 januari van ieder kalenderjaar mogelijk. De wijziging dient te zijn gebaseerd op het jaarlijkse CPI-laag indexcijfer.
Artikel 5. Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130, vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing. Artikel 6. Intrekking oude regeling De Wegsleepverordening gemeente Albrandswaard, vastgesteld op 1 april 2004, wordt ingetrokken. Artikel 7. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. Artikel 8. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Wegsleepverordening Albrandswaard 2022.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 juli 2022. De griffier,
De voorzitter,
drs. Leendert Groenenboom
drs. Jolanda de Witte
Algemene toelichting Deze Wegsleepverordening is gebaseerd op een model van de VNG. Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden. Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door het college van burgemeester en wethouders. In de oude modelwegsleepregeling van de VNG bestond er een onlosmakelijk verband tussen beide vormen van optreden. Voordat tot het wegslepen van een voertuig kon worden overgegaan, moest altijd eerst een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder worden opgemaakt. Indien het desbetreffende procesverbaal werd geseponeerd of wanneer vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door de rechter volgde, dienden ook de kosten van het wegslepen en bewaren van het voertuig te worden terugbetaald. In de nieuwe model-wegsleepregeling wordt deze koppeling losgelaten. Het opmaken van een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder, voordat tot het wegslepen van een voertuig kan worden overgegaan, is niet meer vereist, maar kan nog steeds wel samengaan.
Het is wel noodzakelijk om de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen wanneer alleengebruik wordt gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele latere bezwaar- en beroepsprocedures op grond van de Awb is het verstandig de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen in een schriftelijk document en bij voorkeur vergezeld te laten gaan van een foto die de feitelijke situatie weergeeft. Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door justitie, respectievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is niet zonder meer een reden om ook de kosten van de bestuursdwang terug te betalen. Het college van burgemeester en wethouders maakt in een eventuele bezwaarprocedure een zelfstandige afweging. Verordening In artikel 170 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) is het kader aangegeven waarbinnen het college van burgemeester en wethouders gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet is neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid gebruikmaken wanneer de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede lid van de wet wordt voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval regels te worden gesteld over: 1.
de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden bewaard; 2. de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het wegslepen en bewaren van voertuigen; 3. de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van artikel 170, eerste lid, onder c WVW 1994 voertuigen mogen worden weggesleept. Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de nadere regels bij gemeentelijke verordening moeten worden gesteld, kunnen de hiervoor genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. De uitwerking van de nadere regels van de verordening kan wel door het college van burgemeester en wethouders geschieden (bijvoorbeeld door middel van beleidsregels). Wegsleepwaardige overtredingen Op grond van de bepalingen uit de oude WVW 1994 mochten op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van invalidenparkeerplaatsen. In vele bestaande wegsleepregelingen van de burgemeester is concreet aangegeven in welke gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding. Hiervoor is vaak aansluiting gezocht bij de delictsomschrijvingen uit de WVW 1994 of het RVV 1990.
Zo'n aanpak kan uit praktisch oogpunt wellicht wenselijk zijn omdat degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, direct uit de regeling kan afleiden of een voertuig mag worden
weggesleept. De VNG heeft gemeend bij het opstellen van een model-wegsleepverordening voor een andere aanpak te moeten kiezen. Enerzijds omdat een gemeente zichzelf nodeloos beperkingen kan opleggen wanneer in de verordening zelf concreet wordt aangegeven welke wegsleepwaardige overtredingen worden onderscheiden. Op grond van het nieuwe artikel 170, eerste lid WVW 1994 kunnen immers voertuigen waarmee én een verkeersregel wordt overtreden én waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van: a. de veiligheid op de weg of b. de vrijheid van het verkeer of c. het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen zonder meer worden weggesleept. Anderzijds omdat het gevaar bestaat dat de delictsomschrijvingen uit de wegenverkeerswetgeving en de wegsleepverordening niet naadloos op elkaar aansluiten. Wanneer dit het geval is, bestaat er de kans dat de gemeente in eventuele bezwaar- en beroepsprocedures om formele redenen in het ongelijk wordt gesteld. Daarnaast geldt uiteraard ook dat zaken niet dubbel moeten worden geregeld. Bovendien zou bij elke wijziging in de desbetreffende onderdelen van de wegenverkeerswetgeving ook de wegsleepverordening moeten worden aangepast.
Om die redenen heeft de VNG ervoor gekozen om de delictsomschrijvingen niet in de modelverordening op te nemen, maar te volstaan met een model-wegsleepverordening waarin alleen zaken zijn geregeld die gemeenten aanvullend moeten en kunnen regelen. Om gemeenten toch enig houvast te bieden bij de toepassing van de wegsleepverordening heeft de VNG in een bijlage bij deze toelichting aangegeven in welke concrete gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding van de wegenverkeerswetgeving. Tot slot wijzen wij nog op het bepaalde in artikel 170, zesde lid WVW 1994. Hierin wordt bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept indien de rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrenging wordt begonnen. In de wet wordt niet expliciet aangegeven wanneer met de overbrenging wordt begonnen. In de dagelijkse praktijk wordt ervan uitgegaan dat pas met de overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich in de takels van het wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder bij zijn voertuig meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel zal de rechthebbende alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden kosten dienen te vergoeden, waarbij met name kan worden gedacht aan de voorrijkosten van het sleepvoertuig en administratieve kosten. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1.
Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; b. wet: de Wegenverkeerswet 1994; c. besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen; d. voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 RVV 1990; e. motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 RVV 1990; f. het college: het college van burgemeester en wethouders. Toelichting In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in deze verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich. Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving. Ad d. Voertuig Het begrip 'voertuig', zoals in artikel 1, onder al RVV 1990 is omschreven, is ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen, maar ook fietsen en bromfietsen, invalidenvoertuigen, trams en wagens. Al deze voertuigen vallen derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening. Ook in de APV is een bepaling opgenomen over de verwijdering van fietsen en bromfietsen van de openbare weg (zie artikel 5.12). Deze bepaling is aanvullend op wat de wegenverkeerswetgeving beoogt te regelen. In artikel 5.12 van de APV spelen namelijk andere belangen een rol, zoals de openbare orde en veiligheid, het uiterlijk aanzien en de openbare gezondheid. Ad e.
Motorrijtuig Het begrip 'motorrijtuig' is apart omschreven omdat artikel 5 van de wegsleepverordening alleen betrekking heeft op dit soort voertuigen.
Artikel 2. Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeenten aangewezen voor zover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten. Toelichting Zoals hiervoor in het algemene deel van de toelichting is gememoreerd, is de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet zelf geregeld. Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te worden aangewezen. Van deze bevoegdheid kan op alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente gebruik worden gemaakt. Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten kunnen op grond van artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 173, tweede lid, aanhef en onder c WVW 1994 bij gemeentelijke verordening wegen en weggedeelten worden aangewezen.
In artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is nader aangegeven om welke soorten van wegen en weggedeelten het kan gaan, zoals onder andere gehandicaptenparkeerplaatsen, taxistandplaatsen, laad- en loshavens, parkeerplaatsen voor vergunninghouders, parkeerplaatsen voor opladen elektrische voertuigen, voetgangersgebieden en dergelijke. Het is aan de gemeenteraad om in deze wegsleepverordening de wegen en weggedeelten aan te wijzen waar het college van burgemeester en wethouders van deze bevoegdheid gebruik kan maken. In de tekst van deze verordening is de ruimste variant opgenomen: alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente zijn aangewezen. Voor de volledigheid wordt nog eens opgemerkt dat een parkeerovertreding, zoals in deze bepaling bedoeld, op zich niet zonder meer voldoende is om over te gaan tot het wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig. Per geval zal tevens moeten worden beoordeeld of de specifieke parkeerovertreding het wegslepen en in bewaring stellen van het desbetreffende voertuig ook rechtvaardigt. Indien bijvoorbeeld een voertuig midden in de nacht op een laad- en loshaven wordt geparkeerd terwijl alle winkels en bedrijven dicht zijn, zal het normaal gesproken niet weggesleept mogen worden. Het voertuig zal doorgaans pas mogen worden weggesleept wanneer de winkels en bedrijven weer opengaan of enige tijd daarvoor.
Artikel 3. Plaats bewaring voertuigen en openingstijden 1. Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: Takel- en Bergingsbedrijf A. Barendregt B.V., gevestigd Ambachtsweg 4B te Rhoon. 2. De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats(en) worden door het college vastgesteld. Toelichting De inhoud van de bepaling spreekt voor zich. Vanwege de redactie van artikel 173, tweede lid WVW 1994 moet(en) de plaats(en) van bewaring van voertuigen door de gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college van burgemeester en wethouders is niet mogelijk. In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat de burgemeester op grond van zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde tijdelijk ook andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring van voertuigen. De openingstijden kunnen wel nader door het college van burgemeester en wethouders worden vastgesteld omdat ze niet expliciet genoemd zijn in artikel 173 WVW 1994. Eventueel kunnen ze ook in de verordening zelf worden opgenomen, maar dan zullen ze doorgaans minder flexibel zijn. De genoemde locatie is goed bereikbaar (ook met het openbaar vervoer) en het bedrijf is gedurende het gehele jaar 24/7 (telefonisch) bereikbaar.
Artikel 4. Kosten overbrengen en bewaren voertuigen 1. De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats bedragen (prijspeil 2021, exclusief btw) voor voertuigen tot en met 3500 kg € 169.42 en voor voertuigen vanaf 3501 kg € 321,31. 2. De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen (prijspeil 2021, exclusief btw): voor voertuigen tot en met 3500 kg:
a. € 11,50 per etmaal of een gedeelte daarvan. Voor voertuigen vanaf 3501 kg: a. € 31,65 per etmaal of een gedeelte daarvan. 3. De kosten die worden gemaakt bij het voorbereiden van de overbrenging in het geval niet tot het overbrengen wordt overgegaan, bedragen voor voertuigen tot en met 3500 kg en voor voertuigen vanaf 3501 kg € 100,-. exclusief btw. 4.Wijziging van de tarieven zoals opgenomen in deze verordening is steeds per 1 januari van ieder kalenderjaar mogelijk. De wijziging dient te zijn gebaseerd op het jaarlijkse CPI-laag indexcijfer. Toelichting In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen is geregeld welke soorten van kosten die verbonden zijn aan het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, in rekening kunnen worden gebracht. Het gaat hierbij niet alleen om personele en materiële kosten die direct verband houden met het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, maar ook om kosten die verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie van deze voertuigen, renteverlies, WA-verzekering en dergelijke. In de wegsleepverordening hoeven deze kostencomponenten niet allemaal inzichtelijk te worden gemaakt.
Volstaan kan worden met een uitsplitsing van de kosten die verbonden zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en de bewaring van deze voertuigen anderzijds. Uiteraard dienen de opgenomen kosten wel in overeenstemming te zijn met de genoemde kostencomponenten. De gemeente dient uiteraard wel voor zichzelf en eventueel derden inzicht te hebben in de wijze waarop de genoemde kosten zijn berekend. Deze berekening zal ook in eventuele bezwaar- en beroepsprocedures de gerechtelijke toets moeten kunnen doorstaan. In het tweede lid van deze bepaling, waarin de kosten van bewaring van voertuigen worden geregeld, wordt het begrip 'etmaal' gebruikt. Het etmaal, zoals hier bedoeld, begint op het moment van in bewaring nemen van een voertuig en eindigt 24 uur later. Artikel 5. Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 130, vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.
Toelichting Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te laten wegslepen en in bewaring te laten stellen. Achtereenvolgens wordt hier gedoeld op: - het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat iemand zijn motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was van drogerende stoffen of alcohol en dergelijke (zie artikel 130 en 164 WVW 1994); - de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk zichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat motorrijtuig niet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan situaties dat er sprake kan zijn van het 'knoeien' met kentekens in geval van autodiefstal. Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel 170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt. Wel heeft de wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X.
Bestuursdwang van de WVW 1994 (artikel 170 e.v.) van overeenkomstige toepassing verklaard. Het is raadzaam om ook in de wegsleepverordening de artikelen over de bewaarplaats(en) van voertuigen en openingstijden (artikel 3) en de kosten van overbrengen en bewaren van voertuigen (artikel 4) voor deze gevallen van overeenkomstige toepassing te verklaren. Artikel 6. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Toelichting Deze bepaling spreekt voor zich. Bijlage bij toelichting van de model-wegsleepverordening A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994) noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd: Plaats op de weg - a. een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 RVV 1990). Laten stilstaan - b. een voertuig is tot stilstand gebracht: 1. op een kruispunt, rotonde of een overweg; 2. op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook; 3. op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan; 4. in een tunnel; 5. bij een bord bushalte (eventueel: ook tramhalte) ter hoogte van de geblokte markering of, indien die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers; 6. op de rijbaan langs een bus strook; 7. op een busbaan of een bus strook met uitzondering van een lijnbus; 8.
langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage 1 RVV 1990; - op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een autosnelweg of autoweg, of behoudens in noodgevallen - op de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van zo'n weg. (Zie artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.) - c. een voertuig is geparkeerd: 1. bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan; 2. voor een inrit of een uitrit; 3. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg; 4. langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage 1 RVV 1990; 5. op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren; 6. binnen een erf, waarbij – voor zover het een motorvoertuig betreft - geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangewezen; 7. op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt; 8. zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is gesteld; - (Zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990.) - d. een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of ander persoon; (Zie artikel 82 RVV 1990.) Gevaarlijk of hinderlijk gedrag - e.
een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. (Zie artikel 5 WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel.) Toelichting Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Zoals reeds in de algemene toelichting is aangegeven, zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk wegsleepwaardig is. In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RVV 1990. Bestuurders van voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en invalidenvoertuigen (zie artikel 5 tot en met 7 RVV 1990), gebruiken de rijbaan. Zij mogen hun voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of fietspad. In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.
In onderdeel c is er sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990. In onderdeel d wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde in artikel 82 RVV 1990. In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 5 WVW 1994, het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het verboden zich zodanig te gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De inhoud van deze bepaling is zo ruim dat ongewenst gedrag op de weg, i.c. ongewenst parkeren, dat niet reeds in onderdeel a tot en met d is geregeld, doorgaans onder deze bepaling kan worden gebracht. B. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen) kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is: a. op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt; b.
op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod stil te staan geldt; c. op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al dan niet met onderbord) voor zover: - het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; - het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd; - het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd; d. op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage, tenzij het parkeren gebeurt met een taxi; e. op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die bijlage: - tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig; - tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart; - die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren gebeurt met dat voertuig; f. op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van goederen; g.
op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voor zover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; h. op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven; i. in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die bijlage (eventueel: met uitzondering van aangegeven dagen en uren. Toelichting Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief niet zozeer ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer, maar wel bij het vrijhouden van wegen en weggedeelten. In de oude wettelijke regeling werd een specifiek voorbeeld van een locatie genoemd waar voertuigen mochten worden weggesleept wanneer hier door onbevoegden werd geparkeerd, namelijk de gehandicaptenparkeerplaats. In de praktijk bleken er aanzienlijk meer locaties denkbaar te zijn waar het wegslepen van voertuigen noodzakelijk werd geacht zonder dat er direct sprake was van verkeersonveiligheid of belemmering van de doorstroming van het verkeer.
In artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is concreet aangegeven op welke soorten wegen en weggedeelten voertuigen mogen worden weggesleept in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten. Deze soorten wegen en weggedeelten zijn eerder onder a tot en met i nader aangeduid.
Pagina 1 van 8
Uitvoeringsregeling wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen gemeente Albrandswaard 2022 Op 4 juli 2022 heeft de gemeenteraad de Wegsleepverordening Gemeente Albrandswaard 2022 (hierna: wegsleepverordening) vastgesteld. Deze verordening is vastgesteld om uitvoering te kunnen geven aan de wegsleepregeling uit de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) en het Besluit wegslepen van voertuigen.
1. Aantreffen foutief geparkeerd voertuig De procedure betreffende de wegsleepregeling start met het aantreffen van een fout geparkeerd voertuig. Onder “voertuigen” wordt in dit kader mede verstaan: invalidenvoertuigen, vrachtauto’s, bussen. Daarnaast is deze uitvoeringsregeling ook van toepassing op het wegslepen van aanhangwagens, caravans, autowrakken enz., (zie paragraaf 7). N.B. Let op! Hiervoor is de APV de grondslag, niet de wegenverkeerswet. De eerste afweging, die dan moet worden gemaakt, is of de aangetroffen situatie wegsleepwaardig is. Daarvoor gelden drie criteria: 1. door de wijze van parkeren wordt de veiligheid op de weg in gevaar gebracht en/of 2. door de wijze van parkeren wordt de vrijheid van het verkeer belemmerd en/of 3. er wordt geparkeerd op een van de wegen of weggedeelten, die zijn aangewezen in het Besluit wegslepen van voertuigen en waarop de gemeentelijke wegsleepverordening van toepassing is. Uit de woorden “en/of” blijkt dat er tegelijkertijd sprake kan zijn van meerdere criteria, die de situatie wegsleepwaardig maken. Eén van de criteria is echter voldoende om de wegsleepregeling te kunnen toepassen. Ingevolge artikel 170 eerste lid sub c.
van de wet, juncto artikel 2 van het Besluit, juncto artikel 2 van de Wegsleepverordening gemeente Albrandswaard 2022, kan in de gemeente Albrandswaard van de volgende soorten wegen en weggedeelten worden weggesleept: a. wegen en weggedeelten waar door middel van bord E 1 van bijlage 1 bij het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel e, van het RVV 1990 wordt aangegeven dat het verboden is te parkeren; b. wegen en weggedeelten waar door middel van bord E 2 van bijlage 1 bij het RVV 1990 of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel g, van het RVV 1990 wordt aangegeven dat het verboden is stil te staan; c. parkeergelegenheden, aangeduid door bord E4 van bijlage 1 bij het RVV 1990, waarbij ofwel op een onderbord wordt aangegeven: • • • •
De voertuigcategorie of groep voertuigen waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd; De wijze waarop het parkeren dient te geschieden; De dagen of uren waarop het parkeren is verboden, of De dagen of uren waarop een beperking als bedoeld in 1° en 2°, geldt,
ofwel op het verkeersbord de aanduiding is aangebracht waarmee wordt aangegeven: •
De voertuigcategorie of groep voertuigen waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd, of
Pagina 2 van 8 •
De wijze waarop het parkeren dient te geschieden.
d. taxistandplaatsen, aangeduid door bord E5 van bijlage 1 bij het RVV 1990; e. parkeerplaatsen voor invaliden, aangeduid door bord E6 van bijlage 1 bij het RVV 1990; f. gelegenheden voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen, aangeduid door bord E7 van bijlage 1 bij het RVV 1990; g. parkeergelegenheden voor een categorie of groep voertuigen, aangeduid door bord E8 van bijlage 1 bij het RVV 1990; h. parkeergelegenheden voor vergunninghouders, aangeduid door bord E9 van bijlage 1 bij het RVV 1990; i. voetgangersgebieden, aangeduid door bord G7 of door bord C1 van bijlage 1 bij het RVV 1990.
1.1. Noodzaak Wellicht ten overvloede wordt nog vermeld, dat het aantreffen van een fout geparkeerd voertuig op een aangewezen weg of weggedeelte, als bedoeld in artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen, in beginsel voldoende is om de wegsleepregeling toe te passen. De veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer hoeft dan niet tevens in het geding te zijn. Wel moet de noodzaak in zekere mate duidelijk zijn. Zo is bijvoorbeeld het wegslepen van een voertuig om 04.00 uur ’s nachts vanaf een parkeerterrein waarop geen bijzondere situatie van toepassing is (bijvoorbeeld het houden van een weekmarkt op die dag), niet noodzakelijk.
1.2. Actie Alleen een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) of de marktmeester is bevoegd actie te ondernemen na het constateren van de overtreding. Indien er sprake is van een wegsleepwaardige situatie, wordt de wegsleep- en bewaarprocedure in gang gezet. Deze procedure wordt hierna beschreven.
1.3. Waarnemingstijd Om de overtreding nadrukkelijk te kunnen vaststellen kan allereerst een waarnemingstijd nodig zijn. a. Verbod stil te staan: voor constatering van een gedraging in strijd met een verbod stil te staan is geen waarnemingstijd nodig. b. Parkeerverboden: bij parkeerverboden lijkt een waarnemingstijd van tien minuten reëel, voordat er kan geconstateerd dat er sprake is van parkeren. c. Parkeren op laad- en loshavens: bij laad- en loshavens wordt een onafgebroken waarnemingstijd aanbevolen, gedurende welke geen laad- en losactiviteiten worden geconstateerd. Pas daarna wordt geconstateerd dat er sprake is van parkeren.
2. Toepassing procedure A. Alleen de bevoegde BOA of de marktmeester (hierna: “de bevoegde functionaris”) schakelt bij een wegsleepwaardige situatie het wegsleepbedrijf (Takel- en bergingsbedrijf A. Barendregt uit Rhoon) in. B. De bevoegde functionaris wacht in de nabijheid van het voertuig tot de komst van de takelwagen. C. De bevoegde functionaris vult de takelkaart in (ligt in het voertuig van het takelbedrijf).
Pagina 3 van 8 De takelkaart dient als bewijslast. De takelkaart moet het volgende bevatten: 1. Een summiere omschrijving van het in bewaring te stellen voertuig, waarbij in elk geval wordt vermeld: de kleur van het voertuig, het kenteken en het merk. 2. De plaats van waar, alsmede de datum en het tijdstip waarop het voertuig is verwijderd. 3. De omstandigheden die de verwijdering van het voertuig noodzakelijk maakten. 4. De staat van het voertuig voor de verwijdering, en 5. Een summiere opsomming van de losse (zichtbare) voorwerpen in het voertuig voor de verwijdering. Na de komst van de takelwagen maakt het personeel van het takel- en bergingsbedrijf een digitale (of direct klaar-) foto van de situatie. Op de foto moet de overtreding zo veel mogelijk zichtbaar zijn. Hierdoor kan het nodig zijn enkele foto’s te maken. De foto’s worden in het bewaringsregister opgenomen. Daarna controleert het personeel van het wegsleepbedrijf het voertuig op beschadigingen. De bevindingen worden ingevuld op het proces-verbaal c.q. de rapportage. D. De bevoegde functionaris vult de takelkaart vervolgens ter plaatse volledig in. E. De takelkaart wordt ondertekend door een medewerker van het wegsleepbedrijf (namens de directeur van dit bedrijf) en de bevoegde functionaris. F. Na aankomst op de bewaarplaats controleert het personeel van het wegsleepbedrijf het voertuig nogmaals op beschadigingen.
De bevindingen worden eveneens ingevuld op de takelkaart. G. De takelkaart wordt opgenomen in het bewaringsregister. De bevoegde functionaris informeert de politie dat het voertuig is weggesleept. (Betrokkenen kan immers in de veronderstelling zijn dat zijn voertuig is gestolen). Ook de teamleider boa’s wordt geïnformeerd.
2.1. Schade noteren In verband met de schadevergoedingsplicht van de gemeente op grond van artikel 172, lid 8, WVW 1994 moet het weg te slepen voertuig zorgvuldig worden gecontroleerd op aanwezige schade. De schade wordt genoteerd op de takelkaart. Ook schade, die veroorzaakt is tijdens het bevestigen in het juk of tijdens het overbrengen moet worden genoteerd.
2.2. Sleepfasen en kosten Het wegslepen van voertuigen is te verdelen in twee fasen: FASE I: Onvolledige berging Een wegsleepvoertuig is besteld. Er is sprake van een onvolledige berging, indien de eigenaar/houder/bestuurder van het voertuig ter plaatse komt, voordat het wegsleepvoertuig ter plaatse is en de eigenaar/houder/bestuurder het voertuig wil verplaatsen. Het wegsleepbedrijf wordt direct afgebeld. Als het voertuig al op de takelwagen staat en de wegslepers zien de bestuurder alsnog arriveren, wordt het voertuig afgetakeld en is er nog steeds sprake van een onvolledige berging. De kosten overeenkomstig het tarief dat verbonden is aan de voorbereiding (voorrijkosten) van de overbrenging, dienen te worden voldaan. De bevoegde functionaris dient de personalia vast te stellen. FASE II: Het voertuig is weggesleept en in bewaring gesteld. Teruggave kan slechts plaatsvinden aan de eigenaar of houder of gemachtigde van het voertuig, na betaling van de volledige kosten: de wegsleepkosten en de kosten van bewaring.
Pagina 4 van 8 2.3. Geen kosten verschuldigd De kosten van wegslepen en in bewaring stellen zijn niet verschuldigd voor de rechthebbende op het voertuig, indien: a. niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan; b.de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet verschuldigd zijn, of c. aannemelijk is dat het voertuig tegen de wil van de rechthebbende is gebruikt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. Het genoemde onder a, b of c dient rechthebbende aan te tonen door een afschrift van het vonnis c.q. uitspraak. Een dergelijk afschrift wordt door de griffie van de rechtbank waar de zaak is behandeld ter beschikking gesteld. Indien niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan, betaalt de gemeente tevens een redelijke schadeloosstelling aan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien het voertuig ten tijde van de overtreding in gebruik was bij een ander dan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald, treedt die ander voor de toepassing van deze schadeloosstelling in plaats van de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien aantoonbaar is dat tijdens de overbrenging en bewaring schade aan het voertuig is toegebracht, is het wegsleepbedrijf gehouden deze schade te vergoeden.
3. Bewaren van voertuigen 3.1. Aanvang van het bewaren Het is belangrijk te weten wanneer er een aanvang is gemaakt met het bewaren van een voertuig. Aan het bewaren van een voertuig zijn vaak (verhaalbare) bewaarkosten verbonden. Het tijdstip van bewaren gaat, na het wegslepen van een voertuig in, op het moment dat het voertuig van het wegsleepvoertuig is losgekoppeld op de plaats van bewaring.
3.2. Plaats van het bewaren Het bewaren geschiedt op de daarvoor bestemde plaats. Deze plaats staat in de wegsleepverordening beschreven (Ambachtsweg 4b te Rhoon). Het beleid dient erop gericht te zijn de bewaartijd van voertuigen op de aangewezen bewaarplaats te beperken.
3.3. Procedure 1.Het voertuig wordt geplaatst op de daarvoor aangewezen plaats zoals omschreven in de Wegsleepverordening Albrandswaard 2022. Ingeval er van een motorvoertuig contactsleutels aanwezig zijn, worden deze overgedragen aan de bewaarder. 2.Het wegsleepbedrijf draagt er zorg voor dat het voertuig op de juiste wijze wordt ingeschreven in het bewaringsregister. Daarbij dienen de omstandigheden die verwijdering noodzakelijk maakten te worden vermeld. Tevens dient in het bewaringsregister te worden vermeld onder welke voorwaarde(n) het betreffende voertuig mag worden teruggegeven. 3.Het wegsleepbedrijf is verantwoordelijk voor het registeren van het weggesleepte voertuig (inclusief kenteken). 4.Van het in bewaring stellen (en wegslepen) maakt het wegsleepbedrijf een takelkaart op.
Pagina 5 van 8 Indien betreffende het feit waardoor het voertuig in bewaring is gesteld proces-verbaal wordt opgemaakt, moet daarin de melding van de inbewaringstelling (en wegslepen) worden vermeld. In sommige gevallen dient binnen een bepaalde tijd het proces-verbaal te worden opgemaakt. Het voertuig is nu overgedragen aan de bewaarder, in casus het wegsleepbedrijf als gemandateerde van het college van burgemeester en wethouders. Indien in het bewaringsregister geen voorwaarden tot teruggave zijn vermeld, zal het voertuig zo spoedig mogelijk aan de eigenaar/ houder of gemachtigde worden teruggegeven. Indien een weggesleept voertuig met onjuiste of onvolledige informatie in het bewaringsregister is ingeschreven, blijft dit de verantwoordelijkheid van het wegsleepbedrijf.
4. Teruggave van voertuigen 4.1. Betaling kosten Voordat een voertuig kan worden teruggegeven dienen alle kosten betaald te zijn. Deze betaling geschiedt bij de bewaarder. Een betalingsregeling is niet mogelijk. De betaling van de kosten kan niet geschorst worden, omdat iemand het niet eens is met de reden van wegslepen. Wel kunnen in bepaalde omstandigheden geen kosten verschuldigd zijn.
4.2. Aan wie teruggeven Teruggave van een voertuig kan slechts aan degene die aantoont dat hij/zij of eigenaar, houder of gemachtigde (huurder, lener, leaser of pandhouder) is van het voertuig. De wijze van legitimatie c.q. machtiging dient in het bewaringsregister vermeld te worden (art. 170 lid 5).
4.3. Teruggave weggesleept voertuig Een weggesleept en in bewaring gesteld voertuig wordt teruggegeven aan de rechthebbende. Van de eigenaar of houder mag worden verwacht dan hij/zij aantoont dat hij/zij deze hoedanigheid bezit. Het voertuig mag slechts worden afgegeven indien alle kosten van de overbrenging en in bewaring nemen zijn betaald. Een voertuig dat op grond van de wegsleepregeling is weggesleept en in bewaring is gesteld moet worden teruggegeven, indien de kosten zijn betaald! Bij het afhalen verstrekt het wegsleepbedrijf een bewijs van afhalen. Dit dient tevens als vrijwaringbewijs voor het wegsleepbedrijf jegens degene wiens voertuig is weggesleept.
4.4. Niet afgehaalde voertuigen Wordt een voertuig niet binnen 48 uur afgehaald, dan laat de bewaarder, in casus het wegsleepbedrijf als gemandateerde namens het college van burgemeester en wethouders, een onderzoek instellen naar de eigenaar/houder van het voertuig. Zodra die bekend is, stuurt het wegsleepbedrijf aan de verantwoordelijke persoon binnen 7 dagen, per aangetekende brief een kennisgeving. In deze kennisgeving dient de gepleegde overtreding en het in bewaring nemen van het voertuig te worden vermeld, evenals de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om het voertuig terug te krijgen. Na een bewaartijd van 7 dagen kan het voertuig, in opdracht van de bewaarder, worden overgebracht naar een andere bewaarplaats. De kosten van dit transport maken deel uit van de kosten van bewaring. De rechthebbende wordt conform artikel 5:30 Awb over deze verplaatsing geïnformeerd.
Pagina 6 van 8
Het gemandateerde wegsleepbedrijf is bevoegd, indien: • •
Een voertuig niet binnen 13 weken is opgehaald, of De kosten van overbrenging, bewaring e.d. hoger worden dan de waarde van het voertuig, het voertuig vanaf 14 dagen na het uitgaan van de kennisgeving, te verkopen, weg te geven en dergelijke.
De bewaarder draagt namens de burgemeester en wethouders zorg voor de bewaring en eventuele verkoop van het voertuig en is bevoegd daarvoor alle handelingen (inclusief het inschakelen van een taxateur) te verrichten.
4.5. Betaling kosten wegslepen, bewaren en verkoop bij voertuig met lage taxatiewaarde Indien de totale kosten van het wegslepen, bewaren en verkopen de getaxeerde verkoopwaarde c.q. sloopwaarde van het betreffende voertuig overtreffen, vergoedt de gemeente het verschil tussen de opbrengst van het voertuig en de genoemde totale kosten aan het wegsleepbedrijf.
4.6. Procedure teruggave 1. De eigenaar/houder of gemachtigde toont bij de bewaarplaats de kentekenpapieren en een geldig rijbewijs en eventuele aanvullende formulieren. Denk daarbij aan het gegeven dat de eigenaar/houder of gemachtigde niet de bestuurder hoeft te zijn. 2. De eigenaar/houder of gemachtigde moet eerst de totale kosten aan het wegsleepbedrijf voldoen alvorens het voertuig wordt teruggegeven. Hiervoor ontvangt de eigenaar/houder of gemachtigde van het wegsleepbedrijf een kwitantie (origineel van de rekening). 3. In het bijzijn van de eigenaar/houder of gemachtigde wordt het voertuig op eventuele schade gecontroleerd die tijdens het wegslepen of bewaren veroorzaakt zou kunnen zijn. 4. De doorslag van de kwitantie (rekening) wordt in het bewaringsregister opgenomen, waarna van de betaling tevens aantekening wordt gemaakt in het bewaringsregister. Deze kwitantie geldt tevens als vrijwaringbewijs voor het wegsleepbedrijf. 5. Afgifte van een voertuig, geplaatst op een andere bewaarplaats, geschiedt na overleg met de bewaarder.
5. Bewaringsregister 5.1. Inschrijven in bewaringsregister Door het college van burgemeester en wethouders wordt de directeur van het wegsleepbedrijf als bewaarder aangewezen, die het register beheert. Elk voertuig dat op de bewaarplaats wordt gebracht (ook indien het niet is weggesleept) wordt ingeschreven in het bewaringsregister. In het bewaringsregister worden zo spoedig mogelijk na de inbewaringstelling de volgende gegevens opgenomen: • • • •
Een afschrift van het proces-verbaal (conform Algemene wet bestuursrecht); Datum en tijdstip van inbewaringstelling; Een nauwkeurige omschrijving van het voertuig; De voorwaarden tot teruggave;
Pagina 7 van 8 • • •
Ingeval het een kentekenplichtig voertuig betreft, de tenaamstelling van het kenteken; Ingeval het een ander voertuig betreft, de naam van de eigenaar of houder voor zover deze bekend heeft kunnen worden; Bij inbeslagname de naam van de verbalisant die het onderzoek doet of de naam van de opdrachtgever tot verplaatsing.
Bij teruggave: • • •
De datum en tijdstip waarop het voertuig is afgehaald; De naam en het adres van degene die het voertuig heeft afgehaald evenals de gegevens waaruit blijkt dat deze tot het afhalen van het voertuig gerechtigd was; Het bedrag dat als kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, is betaald.
Bij niet afhalen: • • •
Indien het voertuig binnen 48 uur na de inbewaringstelling niet is afgehaald, worden in het bewaringsregister opgenomen: De datum van de bekendmaking, De naam en het adres van degene aan wie is bekendgemaakt
Bij verkoop/vernietiging: • •
• •
De datum en het tijdstip van de verkoop, de afstandsverklaring of de vernietiging; Ingeval van verkoop de opbrengst van die verkoop, de naam en het adres van de koper, het eventuele batig saldo van die verkoop, de naam en het adres van degene aan wie het eventuele batig saldo is uitgekeerd, evenals gegevens waaruit blijkt dat deze tot het in ontvangst nemen van dat eventuele batig saldo gerechtigd was; Ingeval van een afstandsverklaring, de naam en het adres van degene aan wie het voertuig om niet is overgedragen; Ingeval van vernietiging de geschatte sloopwaarde van het voertuig. Een in bewaring gesteld voertuig wordt niet verkocht, om niet in eigendom overgedragen of vernietigd dan nadat een beëdigd taxateur een rapport betreffende de waarde heeft opgemaakt.
Indien restitutie wordt verleend: •
De datum waarop restitutie is verleend, het bedrag van de restitutie, de grond tot restitutieverlening en de naam en het adres van degene aan wie restitutie werd verleend.
5.2. Bewaren gegevens De gegevens blijven in het bewaringsregister opgenomen gedurende vijf jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de bewaarder het voertuig heeft teruggegeven, verkocht, om niet aan een derde in eigendom overgedragen dan wel vernietigd.
5.3. Verstrekken gegevens Het college van burgemeester en wethouders verstrekt aan belanghebbenden desgevraagd gegevens uit het bewaringsregister. Hierbij wordt de AVG in acht genomen.
5.4. De bewaarder Het college van burgemeester en wethouders mandateert de bevoegdheid tot het bewaren aan de directeur van het wegsleepbedrijf. Deze persoon vervult dan namens het college de functie van “bewaarder”. De bewaarder beheert het bewaringsregister en ziet erop toe dat de wettelijke termijnen niet worden overschreden. Hij geeft uitvoering aan die werkzaamheden die in de regelingen, genoemd in deze uitvoeringsregeling, aan de bewaarder zijn toebedeeld. Daarnaast doet hij al het nodige om
Pagina 8 van 8 een goede en verantwoordelijke bewaring en eventuele verkoop van voertuigen te verzekeren. Hiertoe behoren in ieder geval: • • • • •
Het opslaan van het voertuig; Het achterhalen van de rechthebbende op het voertuig; Het aanschrijven van de rechthebbende om het voertuig te komen ophalen; Alle handelingen om te komen tot verkoop van het voertuig (inclusief ingeschakelde taxateur); De daadwerkelijke verkoop.
6. Besluit tot toepassing bestuursdwang 6.1. Karakter bestuursdwang Een beslissing tot toepassing van bestuursdwang, dat wil in dit geval zeggen het toepassen van de wegsleepregeling als bedoeld in artikel 170, lid 1, WVW 1994, wordt op schrift gesteld. Deze schriftelijke beslissing is een beschikking (art. 5:24, lid 1 Awb). Ingevolge het tweede lid van artikel 5:24 Awb moet de beschikking vermelden welk voorschrift is of wordt overtreden. Elke beschikking is een besluit, waartegen op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 en 7:1 Awb bezwaar en beroep openstaat. In het “Besluit tot toepassing bestuursdwang”, dat (via de zogenaamde ‘mini’), wordt bekendgemaakt aan de rechthebbende staat vermeld dat iedere belanghebbende tegen het genomen besluit bezwaar kan maken. Tevens vermeldt het besluit aan welke voorwaarden het bezwaarschrift moet voldoen. De beschikking wordt door de gemeente toegestuurd naar de overtreder.
6.2. Bezwaar- en beroepsmogelijkheid De rechthebbende kan zijn bezwaren tegen het toepassen van de bestuursdwang - in casus de wegsleepregeling op grond van artikel 170, lid 1, WVW 1994 - voorleggen aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokken overtreding is begaan. Tegen een afwijzende beschikking van het college staat beroep open op de rechtbank met de mogelijkheid van hoger beroep op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7. Andere wegsleepgevallen In de Wegenverkeerswet 1994 - Wegsleepregeling zijn vier wegsleepregelingen beschreven, die geen bestuursdwang zijn. In die gevallen is geen bezwaar en beroep mogelijk op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Wel heeft de rechthebbende dan de mogelijkheid om een klacht in te dienen tegen het bestuursorgaan ingevolge de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast hebben burgemeester en wethouders deze wegsleepregeling ook van toepassing verklaard op de uitvoering van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op deze manier zijn deze uitvoeringsregeling en de tarieven uit de Wegsleepverordening ook van toepassing op bijvoorbeeld het wegslepen van en autowrakken, caravans, aanhangwagens, e.d. (artikel 5.1.4 en 5.1.5 APV). Daarvoor is een afzonderlijk besluit tot toepassing van bestuursdwang dat in voorkomende gevallen en mits toepasbaar, op de betreffende situatie, gebruikt kan worden. Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 31 mei 2022; De secretaris,
De burgemeester
Hans Cats
Drs. Jolande de Witte
BESLUIT van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard Onderwerp: Mandaat Wegsleepverordening Albrandswaard 2022
Datum vergadering/ agendanummer
Commissie Nvt
Kenmerk
Openbaar: Ja
BBV nummer:
Mandaatbesluit Wegsleepverordening Albrandswaard 2022 Burgemeester en wethouders van Albrandswaard, Overwegende; - dat het college bevoegd is te besluiten tot het (laten) wegslepen van voertuigen op grond van artikel 170 van de Wegenverkeerswet; - dat het hier vaak gaat om situaties waarin met spoed moet worden opgetreden; - dat de gemeente zelf geen personeel in dienst heeft omdat alle ambtenaren van de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk vanaf 2014 zijn onder gebracht in de Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie; - de BAR-organisatie op grond van artikel 4 van de gemeenschappelijke regeling BARorganisatie bij mandaat is belast met de uitvoering van de (wettelijke) taken van de deelnemende gemeenten; - dat het in de praktijk zinvol kan zijn dat de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) en de marktmeester ook bevoegd zijn om besluiten te nemen over het wegslepen van voertuigen; - dat het derhalve wenselijk is om deze bevoegdheid te mandateren aan deze functionarissen; Gelet op artikel 160, eerste lid sub a van de Gemeentewet, de artikelen 10:3 juncto 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 130, 164, 170 en 174 van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wegsleepverordening Barendrecht 2021, Besluiten: 1.
Mandaat te verlenen aan de volgende functionarissen om te besluiten tot het wegslepen van voertuigen op grond van de Wegenverkeerswet en de Wegsleepverordening Albrandswaard 2022: a. De buitengewoon opsporingsambtenaren welke werkzaam zijn voor de BAR-organisatie; b. De teamleider boa’s van de BAR-organisatie; c. De door het college van Albrandswaard aangewezen marktmeester, 2. Te bepalen dat bij de uitoefening van dit mandaat de volgende restricties dan wel voorwaarden gelden: a. Het verlenen van ondermandaat is niet toegestaan; b. In het BOA-jaarverslag leggen gemandateerden verantwoording af over het gebruik dat zij van het mandaat heeft gemaakt via overlegging van de in dat jaar in mandaat genomen besluiten.
3. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking. Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 31 mei 2022; De secretaris,
De burgemeester
Hans Cats
drs. Jolanda de Witte
Instemming d.d. 1 juni 2022 Manager cluster Veiligheid van de BAR-organisatie
Dhr. R. den Duijff
Toelichting Op grond van de Wegenverkeerswet en de Wegsleepverordening Ridderkerk 2022 is het college bevoegd om voertuigen te (laten) wegslepen. Dat kan alleen als die voertuigen in strijd met de (verkeers)wetgeving geparkeerd staan én de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer aantasten, dan wel hinderlijk in de weg staan. Het besluit om voertuigen weg te laten slepen is een vorm van (spoedeisende) bestuursdwang en kan alleen worden toegepast als daar een goede reden voor is: het voertuig is bijvoorbeeld tot stilstand gekomen op de weg of op een kruispunt of staat op een plek waar de markt of een evenement moet worden opgebouwd, of het voertuig staat (langdurig) geparkeerd op een laad- en losplaats, een gehandicaptenparkeerplaats of bij een oplaadpaal. Met andere woorden: het wegslepen van voertuigen is een middel dat alleen in uiterste nood mag worden ingezet. Is daar geen sprake van, dan kan immers volstaan worden met een boete. In de praktijk zullen het veelal de boa’s en de marktmeester zijn die die overtredingen constateren en die met spoed actie moeten ondernemen. Daarom wordt de bevoegdheid tot het besluiten tot wegslepen gemandateerd aan deze functionarissen. Het besluit tot het wegslepen van voertuigen wordt mondeling genomen en zo spoedig mogelijk op schrift gesteld. Tegen het besluit tot het wegslepen van voertuigen staan bezwaar en beroep open.
Uit het algemene mandaatbesluit blijkt dat beslissingen op die bezwaar kunnen worden genomen door de directeur, tenzij van het commissieadvies wordt afgeweken: dan beslist het college zelf op het bezwaar. Mandaat is de bevoegdheid om in naam van en onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan een besluit te nemen. Het college is en blijft altijd verantwoordelijk. Mandaat is immers een bevoegdheid, geen plicht; de gemandateerde kan altijd besluiten het college te laten beslissen. Ondermandaat is niet toegestaan. Op grond van artikel 10.4 van de Algemene wet bestuursrecht moet de BAR-organisatie, als separate organisatie, instemmen met het mandaat.
Was – wordt lijst wegsleepverordening Albrandswaard Wegsleepverordening Was (2004)
Wordt (2022)
Prijspeiling 2004
Prijspeiling berekend naar 2022
€ voor de eerste 48 uur of een gedeelte daarvan;
€ per etmaal of een gedeelte ervan
€ voor elk volgende etmaal of een gedeelte daarvan. -
Artikel inwerkingtreding toegevoegd Algemene toelichting tekstueel uitgebreid