26. 639722 Raadsvoorstel gemeenschappelijke regeling Beschermd wonen regio Rotterdam.pdf
Tekst van het document
2
In artikel 4d is de behandeling van klachten en beslissen op bezwaarschriften geregeld. De beslissing op bezwaar mag, op grond van de AWB (art. 10.3 lid 3), niet in mandaat of ondermandaat worden genomen door de degene die het primaire besluit waartegen het bezwaar is gericht, heeft genomen. Dit betekent dat de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Rotterdam een advies geeft aan de deelnemende gemeente wanneer het een bezwaar betreft tegen een beschikking voor een inwoner van een van de regiogemeenten, (behalve Rotterdam). De deelnemende gemeente dient vervolgens zelf een besluit te nemen op het bezwaarschrift. De voorbereiding wordt wel door de centrumgemeente uitgevoerd. Andere taken van de centrumgemeente zijn de inkoop en het contractmanagement. Rotterdam is opdrachtgever in de aanbestedingsprocedures en sluit de contracten met de Wmo2015 zorgaanbieders van intra- en toekomstige semimurale voorzieningen af. Ook stuurt de gemeente Rotterdam als centrumgemeente via het contractmanagement op de uitvoering van de contracten. Hierin vertegenwoordigt Rotterdam derhalve ook de andere gemeenten. Agendapunten rondom inkoop en contractmanagement worden ambtelijk en bestuurlijk voorbereid in overleg met de deelnemende gemeenten. Signalen over aanbieders worden door de contractmanagers in verschillende structuren besproken.
Signalen of meldingen kunnen door de afzonderlijke gemeenten gemeld worden bij de contractmanager of indien noodzakelijk bij de toezichthoudende ambtenaren. Daarover informeren de deelnemende gemeenten elkaar via het ambtelijk dan wel bestuurlijk overleg van deze regeling. Een laatste set aan taken van de centrumgemeente gaat over de monitoring en sturingsinformatie. Rotterdam onderhoudt de regiomonitor beschermd wonen en rapporteert daarover minimaal tweejaarlijks aan de regiogemeenten. Daarin is ook de actuele stand van zaken van de regionale spreiding van de intramurale voorzieningen opgenomen. In de regiomonitor beschermd wonen zijn onder andere gegevens te vinden over aantallen cliënten, spreiding van voorzieningen, de gemeenten van herkomst van cliënten, gemeente van plaatsing en in- en uitstroom. De monitor is bedoeld om kwantitatief en trendmatig inzicht te verschaffen over de ontwikkelingen beschermd wonen en is niet bedoeld als afrekeninstrument. Onder externe partijen (waar contacten mee worden onderhouden) worden partijen verstaan zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de G-4 gemeenten of het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Artikel 5 Mandaat, volmacht, machtiging De GR krijgt geen eigenstandige bevoegdheid.
De gemeenten zijn en blijven formeel eindverantwoordelijk voor beschermd wonen als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. De deelnemende gemeenten spreken wel af dat zij de uitvoering van de alle taken genoemd in artikel 4, in mandaat, volmacht of machtiging laten uitvoeren door de centrumgemeente Rotterdam. Hiermee vervangt de regeling het mandaat dat nu per gemeente apart is afgesproken in separate mandaatbesluiten. Mede als gevolg van het feit dat er sprake is van mandatering van taken, kunnen op grond van deze regeling geen zelfstandige besluiten genomen worden. Het bestuurlijk overleg geeft daarom een advies aan de deelnemende gemeenten om een collegebesluit te nemen. Er dient daarom altijd een collegebesluit genomen te worden om iets vast te leggen, al dan niet gevolgd door een raadsbesluit.
3
Denk bijvoorbeeld aan het vaststellen van de regiobijdrage aan het regionale budget voor BW, een uitvoeringsplan of een verordening. De deelnemende gemeenten hebben bij het aangaan van deze regeling geen dienstverleningsovereenkomsten. In lid 3 is geregeld dat, indien nodig, de mogelijkheid bestaat deze dienstverleningsovereenkomsten af te sluiten. In lid 4 is geregeld dat de gemeenten hun mandaat altijd weer kunnen intrekken, hetgeen inherent is aan mandaat. De leveringsopdrachten lopen evenwel altijd via de centrumgemeente en kunnen niet door de gemeenten overgenomen worden omdat dit gekoppeld is aan de gezamenlijke inkoop van beschermd wonen. In lid 5 is geregeld dat, ondanks dat de regiogemeenten hun taken hebben gemandateerd, zij deel uit kunnen maken van het toegangsproces alsmede hun aandeel kunnen (en soms moeten) hebben ten behoeve van het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. Met het kenbaar maken van de zienswijze van de regiogemeente wordt bedoeld dat het de regiogemeente vrij staat aan te geven welk besluit zij voor ogen heeft. Het advies aan de centrumgemeente om in een concrete casus een beroep te doen op de hardheidsclausule valt daar ook onder. Echter, de bevoegdheid om te beslissen blijft op grond van het mandaat bij de centrumgemeente liggen.
Artikel 6 Bestuurlijk overleg Dit artikel regelt de werkwijze van het bestuurlijk overleg en wie eraan deelneemt. Van elke deelnemende gemeente neemt één wethouder deel aan het bestuurlijk overleg. De deelnemende wethouder heeft in ieder geval de maatschappelijk ondersteuning in zijn/haar portefeuille. Op verzoek van de deelnemers kan (bijvoorbeeld) een wethouder Wonen incidenteel deelnemen aan het bestuurlijk overleg. Deze heeft dan een adviserende rol en kan de bestuurlijke verbinding met de andere wethouders wonen in de regio Rijnmond verzorgen. De reden hiervoor is dat wonen en uitstroom van cliënten van intra- en semimurale voorzieningen naar zelfstandige woningen een belangrijke factor voor succes is en dat de gemeenten hierin ook gezamenlijk willen optrekken. De wethouders van het bestuurlijk overleg wijzen onderling een voorzitter aan. Het voorzitterschap kan indien gewenst technisch ingevuld worden door de secretaris. De secretaris is conform artikel 8 verantwoordelijk voor de voorbereiding van het bestuurlijk overleg en draagt zorg voor de daaraan voorafgaande noodzakelijke ambtelijke en bestuurlijke afstemming. Het BO kan instemmen dan wel advies geven. Het bestuurlijk overleg streeft daarbij naar consensus en geeft een gezamenlijk advies aan de colleges. In het BO vindt geen besluitvorming plaats gelet op de aard van de GR.
Als er op basis van consensus geen eensluidend advies gegeven kan worden, dan is in de regeling opgenomen dat er over een advies gestemd kan worden. Elke deelnemer heeft daarbij een volwaardige stem. Vijf van de zeven deelnemers moeten akkoord zijn om een advies te geven. Dit is alleen een optie als er geen consensus bereikt kan worden in het bestuurlijk overleg. Dit laat onverlet dat er, gelet op de GR en de Wmo2015, altijd een collegebesluit door de respectievelijke colleges van burgmeester en wethouders volgt op de adviezen van het bestuurlijk overleg.
4
Artikel 7 Ambtelijk overleg In dit artikel wordt het ambtelijk overleg ingeregeld. Dit overleg bestaat uit ambtenaren van de betrokken gemeenten. Deze ambtenaren bereiden het bestuurlijk overleg voor. In de ambtelijke werkgroep wordt het lokale beleid van de deelnemende gemeenten zoveel mogelijk op elkaar afgestemd, zodat er een optimale aansluiting is tussen lokaal beleid enerzijds en regionaal beleid anderzijds. Tevens worden onderwerpen inzake deze regeling besproken en geagendeerd voor het bestuurlijk overleg. Artikel 8 Secretaris en ambtenaren De regeling voorziet in een ambtelijk secretaris. Deze bereidt de ambtelijke en bestuurlijke overleggen voor. Daarnaast onderhoudt de secretaris de noodzakelijke contacten met de betrokken afdelingen in de gemeente Rotterdam en de regiogemeenten. De ambtelijk secretaris is in dienst van de centrumgemeente. Artikel 9 Beleidsplan en werkplan De raden van de deelnemende gemeenten stellen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 het beleidskader voor beschermd wonen vast. Het regionale beleidsplan vormt dan ook het meerjarige inhoudelijke kader voor de uitvoering van de taken in deze regeling. Het beleidsterrein beschermd wonen is tevens verbonden aan het beleidsterrein maatschappelijke opvang. Omdat de GR alleen betrekking heeft op beschermd wonen wordt in dit artikel alleen het beleid rondom beschermd wonen genoemd.
Bij het opstellen van het beleidsplan wordt de verbinding gemaakt met de maatschappelijke opvang. Daarnaast wordt door de centrumgemeente aan het bestuurlijk overleg tweejaarlijks een werkplan voorgelegd waarin een overzicht wordt gegeven van de wijze waarop de taken van de centrumgemeente voor de GR worden uitgevoerd. Artikel 10 Regelgeving In dit artikel wordt verwezen naar landelijke en gemeentelijke regelgeving, die geldt voor de doelgroep beschermd wonen en waar de gemeenten zich aan moeten conformeren. Het gaat bijvoorbeeld om het in beleidsregels vertaalde Convenant Landelijke Toegankelijkheid. Dit convenant regelt dat elke inwoner van Nederland zich tot elke gemeente kan wenden met een verzoek voor beschermd wonen en de wijze waarop gekeken wordt in welke gemeente de grootste kans van slagen is. Daarnaast wordt verwezen naar de gemeentelijke verordeningen maatschappelijke ondersteuning en beleidsregels. Deze vormen, als uitwerking van de in de Wmo2015 aan de gemeente opgedragen taken, de juridische basis voor de uitvoering van de taken. Gelet op het mandaat voor de centrumgemeente om beschermd wonen als maatwerkvoorziening te verstrekken is het van groot belang dat de gemeentelijke regelgeving binnen de regio zoveel als mogelijk gelijkluidend is. Dit temeer omdat er is afgesproken dat er geen regionale verordening beschermd wonen komt.
Dat zou ook niet passen bij de aard van de gemeenschappelijke regeling. De gemeentelijke verordeningen worden op elkaar afgestemd zodat de teksten gelijkluidend zijn en er daarmee een gelijke basis voor de uitvoering is bij alle deelnemende gemeenten.
5
Artikel 11 Inkoop en overeenkomsten In artikel 4 is al aangegeven dat de centrumgemeente de inkoop van beschermd wonen verzorgt namens de regio. In dit artikel wordt specifiek benoemd dat de gemeente Rotterdam de contractverplichtingen met de Wmo-aanbieders intramurale en semimurale ondersteuning aangaat. De leveringsplicht van de aanbieders geldt voor de gehele regio. Aanbieders kunnen onderdelen van de levering laten uitvoeren door een onderaannemer. De voorwaarden hiervoor zijn vastgelegd in het contract tussen de centrumgemeente en de aanbieder. Daarbij is de belangrijkste regel dat de onderaannemer minimaal aan alle kwaliteitsvereisten dient te voldoen die ook gelden voor de hoofdaannemer én dat de hoofdaannemer te allen tijde verantwoordelijk is voor de onderaannemer. Tussentijdse toetreding van aanbieders is beperkt mogelijk en is geregeld in de inkoopvoorwaarden die de gemeente Rotterdam, mede op grond van de aanbestedingswetgeving, heeft opgesteld. Die kunnen derhalve niet door het bestuurlijk overleg gewijzigd worden. Ook al is de gemeente Rotterdam formeel de enige opdrachtgever voor de beschermd wonenaanbieders, eventuele wijzigingen in de inkoop worden vooraf voorgelegd aan het bestuurlijk overleg. Het bestuurlijk overleg kan daarvoor ook suggesties doen, bijvoorbeeld omdat het zorglandschap niet dekkend meer is en er een ander aanbod nodig is.
Echter: beoordeling én besluitvorming geschiedt door de centrumgemeente. Artikel 12 Inlichtingen Dit artikel regelt de wederzijdse verplichting voor de deelnemende gemeenten om elkaar tijdig te informeren op het brede gebied van beschermd wonen en aanpalende beleidsterreinen. Het regionaal beschermd wonen-beleid is beperkt en kan alleen goed werken als de colleges ook lokaal inzet plegen op bijvoorbeeld participatie, preventie en huisvesting. Veranderingen in lokaal beleid kunnen gevolgen hebben voor de uitvoering van het regionaal beleid en andersom. Gemeenten moeten elkaar dus ambtelijk en bestuurlijk blijven informeren hierover. Voor de centrumgemeente Rotterdam geldt specifiek dat zij de regio informeert over de uitvoering van de gemandateerde taken, mede zodat de wethouders op hun beurt de eigen raad kunnen informeren. De ambtelijk secretaris zorgt waar nodig voor openbaarmaking van de stukken, onder meer via de kanalen en website van de centrumgemeente. Hiermee is de uitvoering van de gemeenschappelijke regeling te volgen voor belangstellenden. Artikel 13 Budget De verantwoordelijkheid voor beschermd wonen is sinds 1 januari 2015 belegd bij gemeenten. De financiering daarvan verloopt via de centrumgemeenten en is beoogd verlegd te worden naar individuele gemeenten, als gevolg van de doordecentralisatie beschermd wonen.
Gelijktijdig zal daarmee ook de omvang van financiering van beschermd wonen gewijzigd worden en zullen gemeenten een eigen budget ontvangen voor de uitvoering van deze taken, berekend op basis van een zogeheten “geïntegreerd objectief verdeelmodel”. Het Rijk en de VNG hebben begin 2022 bekend gemaakt dat de invoering van het woonplaatsbeginsel en het daarmee samenhangende nieuwe verdeelmodel, dat per 2023 zou ingaan, wordt uitgesteld. De financiering van beschermd wonen blijft vooralsnog verlopen via de centrumgemeente. Om wel
6
alvast heldere financiële afspraken te hebben is de toekomstige gewenste financiële verdeling binnen de regio Rotterdam vastgelegd in deze regeling. Artikel 13 regelt het budget ter uitvoering van de gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam. Er is afgesproken dat de deelnemende gemeenten gezamenlijk financieel verantwoordelijk zijn voor de kosten van de uitvoering van de taken die vanuit de regeling gemandateerd zijn aan de gemeente Rotterdam. In 2023 is het budget gebaseerd op de daadwerkelijke uitgaven aan beschermd wonen. Er is door de deelnemende gemeenten afgesproken dat zij vanaf de ingangsdatum van de doordecentralisatie 90% van de door het Rijk beschikbare middelen in het jaarlijkse budget voor de regionale uitgaven aan beschermd wonen reserveren. De feitelijke bijdrage kan per jaar verschillen en hangt af van het jaarbudget en van het financiële resultaat per jaar. De aanname hierbij is dat 90% van de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen afdoende dekkend moet zijn om de regionale uitvoering te bekostigen. De overige 10% van de middelen blijft lokaal beschikbaar voor gemeentelijke initiatieven in de maatschappelijke ondersteuning die ondersteunend zijn aan het regionale -beleid zoals vastgesteld in het beleidsplan.
Voorafgaand aan elk volgend kalenderjaar wordt door de gemeente Rotterdam een benodigd budget voor het volgende jaar opgesteld en wordt de bijdrage per gemeente berekend. Dit wordt door het bestuurlijk overleg uiterlijk op 1 maart van het jaar voorafgaand aan het volgend kalenderjaar vastgesteld. Dat geeft de gemeenten voldoende tijd om de middelen te reserveren in de eigen gemeentelijke begroting. De gemeenten zullen periodiek een deel van de jaarlijkse bijdrage overmaken aan de gemeente Rotterdam. De te volgen periodiciteit van de bijdragen wordt in het bestuurlijk overleg vastgesteld. De gemeente Rotterdam stelt ter voldoening van de bijdragen een factuur op voor elke gemeente. De bijdragen dienen uiterlijk binnen 30 dagen ontvangen te zijn. Artikel 14 Financiële verantwoording De gemeente Rotterdam voert de financiële administratie en is verantwoordelijk voor de verantwoording van de financiële middelen. Twee keer per jaar stelt de gemeente Rotterdam een financieel overzicht op. Hierdoor houden de deelnemende gemeenten zicht op de uitputting van het budget. De centrumgemeente kan geen financiële reserve opbouwen op grond van de regeling. Dat betekent dat er per jaar afgerekend wordt met de deelnemende gemeenten.
Dit geldt zowel als sprake is van een overschot (teruggave aan de deelnemende gemeenten) als wanneer sprake is van een tekort (bijstorten door de deelnemende gemeenten). Er wordt niet afgerekend op basis van productie per cliënt per gemeente. Dat hoeft ook niet omdat de gemeenten in deze regeling onderlinge solidariteit hebben afgesproken op de besteding van de middelen. Dat betekent dat de gemeente Rotterdam als centrumgemeente over het geheel van de bestedingen van de beschermd wonen-middelen verantwoording aflegt aan alle gemeenten. Deze verantwoording zal de basis moeten zijn voor het beoordelen van de getrouwheid en rechtmatigheid van de besteding van de middelen.
7
De deelnemende gemeenten sluiten zich aan bij het gemeenschappelijk controleprotocol (zie het vierde lid) dat gehanteerd wordt door de gemeente Rotterdam voor de verantwoording van de beschermd wonen-middelen. Daarin is ook vastgelegd welke materialiteit voor de gemeente Rotterdam geldt voor de controle door de externe accountant van de gemeente Rotterdam. Op deze manier kan elke gemeente de rechtmatigheid van de door hen beschikbare middelen aantonen, zoals verwoord in het vijfde lid van dit artikel. De gemeente Rotterdam zal in de jaarverantwoording zorgen voor een materiële controle op de besteding. De jaarverantwoording is in mei van het jaar volgend op het begrotingsjaar beschikbaar en wordt aan het bestuurlijk overleg verstrekt. De jaarverantwoording geldt tevens als afrekening en bepaalt of de deelnemende gemeenten geld terugontvangen of moeten bijstorten. Als er een terugstorting of bijstorting aan de orde is, wordt deze berekend op basis van het objectieve verdeelmodel, en daarmee het percentage van de inleg van de gemeente. Artikel 15 Toetreding Als er andere gemeenten willen toetreden dan is dat mogelijk. De verwachting is echter niet dat er op korte termijn een wijziging in de deelnemende gemeenten zal zijn. Dit is als standaardbepaling opgenomen. Artikel 17 Uittreding Dit artikel regelt de tussentijdse uittreding van een gemeente.
Het is uiteraard mogelijk als gemeente om de regeling te verlaten, om welke reden dan ook. Gemeenten hebben zich landelijk wel gecommitteerd aan een vorm van regionale samenwerking om zo hun beschermd wonen taken optimaal uit te kunnen voeren. Artikel 19 Evaluatie In dit artikel is opgenomen dat de regeling wordt geëvalueerd. De evaluatie van de GR wordt elke vier jaar, bij voorkeur gelijktijdig met de evaluatie van het regionale beleidsplan Beschermd wonen, uitgevoerd. Met het opnemen van een bepaling over evalueren voldoen de gemeenten aan de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 20 Inwerkingtreding De GR treedt in werking na publicatie in het gemeenteblad en dat is wanneer alle raden van de deelnemende gemeenten toestemming hebben verleend de regeling aan te gaan. De GR heeft geen einddatum en is voor onbepaalde tijd aangegaan.
8
Memo Meerjarenprognose BW Oplegger voor regionaal BO-BW 28 september 2022 Inleiding In een eerder Bestuurlijk Overleg (3 november 2021) is aan u een meerjarenraming van de kosten en inkomsten Beschermd Wonen (BW) gepresenteerd. Er is afgesproken dat de gemeenten gezamenlijk financieel verantwoordelijk zijn voor de kosten van de uitvoering van de taken. In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat de gemeenten 90% van de door het Rijk beschikbare middelen in de jaarlijkse begroting voor de regionale uitgaven aan BW reserveren. Dat betekent dat de overige 10% van de middelen lokaal beschikbaar blijft voor gemeentelijke initiatieven die ondersteunend zijn aan het regionale BW-beleid. Door diverse landelijke en regionale ontwikkelingen moet de meerjarenraming worden bijgesteld. Zo is inmiddels bekend dat de introductie van het objectieve verdeelmodel BW, dat ondersteunend is aan de doordecentralisatie BW, met een jaar is uitgesteld. Concreet betekent dit besluit dat alle gemeenten pas m.i.v. 2024 de middelen voor BW ontvangen. Hiernaast heeft de voorzieningenrechter op 20 december 2021 bepaald dat de gemeente Rotterdam haar tarieven voor Wmo maatwerkondersteuning op onderdelen moet aanpassen om te voldoen aan de AMvB reële prijs Wmo 2015. Inmiddels heeft de gemeente Rotterdam een aanvullend tarievenonderzoek uit laten voeren.
Op basis van dit onderzoek zijn de tarieven bijgesteld. De opvolging van de uitspraak van de voorzieningenrechter heeft hiernaast gezorgd voor vertraging in de planning van de aanbestedingen. Gebleken is dat het onhaalbaar is om op 1 januari 2023 de nieuwe contracten te laten ingaan. In het kader van zorgcontinuiteit is besloten om de huidige opdrachten in de markt te zetten met een geplande looptijd van een jaar. Het streven is om de nieuwe contracten per 1 januari 2024 in te laten gaan. In deze bijgestelde meerjarenraming zijn de mutaties verwerkt. Gewijzigde en/of nieuwe uitgangspunten: Aan de inkomstenkant is het volgende gewijzigd • Ingroeipad nieuwe verdeelmodel per 2024 i.p.v. 2023. N.a.v. nieuwe inkoop/ aanbesteding is het volgende gewijzigd: • Uitstel van de introductie semimurale arrangement en daarmee het wegvallen van de bekostiging van de huisvestingscomponent. Verwachting is dat 100 cliënten van de BW-populatie toe kan met een semimuraal arrangement; ingroei met 20% per jaar (vanaf 1-1-2024). • 13% Prijsstijging BW-arrangementen GGZ intramuraal per 1-1-2023. Overig: • Voor de loonkosten is rekening gehouden met een indexatie van 5% voor 2023. Onzekerheden in deze meerjarenraming • De geraamde inkomsten zijn gebaseerd de Uitwerking overgangsregeling BW uit de septembercirculaire 2021.
De hierin gehanteerde dalende aandeel van de regio in het landelijk beschikbare BW-budget is toegepast op de stand van de IU BW uit de meicirculaire 2022. • Momenteel worden nog gesprekken gevoerd met de aanbieder van de BW plus. De voorlopige uitkomst is dat de beoogde doelgroep (EPA-top) in aanmerking lijkt te komen voor een Wlz-indicatie. Er vindt nog een overleg met de aanbieder plaats over eventuele benodigde financiering en rol vanuit de Wmo. Voor periode 2023 t/m 2026 is dekking beschikbaar vanuit Blokhuismiddelen. De inkomsten (de Blokhuisgelden) en de uitgaven staan nog wel opgenomen in de meerjarenraming omdat er nog veel onduidelijk is. De verwachting is dat er tijdens het bestuurlijk overleg van 30 november meer duidelijk is over de rol van de gemeente en de financiering van BW
•
plus. Als blijkt dat niet alle Blokhuisgelden besteed worden, dan wordt er een aangepast bestedingsvoorstel aangeboden aan het BO. In de meerjarenraming is rekening gehouden met de invoering van het woonplaatsbeginsel. De ramingen zijn geactualiseerd op basis van het huidige aantal cliënten. De analyse over voorgaande jaren maakt duidelijk dat de voorzieningen beschermd wonen in onze regio een aantrekkende werking hadden op cliënten van buiten de regio. De invoering van het woonplaatsbeginsel moet ervoor zorgen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen cliënten. Hierdoor wordt het minder makkelijk om cliënten af te wentelen naar andere regio’s. Er is nog onvoldoende zicht op wat de aanpassing van het woonplaatsbeginsel voor gevolg heeft voor het totaal aantal mensen dat een beroep doet op een beschermd wonen voorziening in de regio Rotterdam.
Regionale begroting o.b.v. 90% uitgaven Objectieve verdeelmodel BW Beschikbare middelen - Historisch verdeelmodel 2022 na uitname Wlz - Objectief verdeelmodel vanaf 2023 - Uitname Wlz (ex-post) - Ingroeipad nieuwe verdeelmodel BW vanaf 2023
2023 € 93,73
2024 € 92,46
2025 € 91,19
2026 € 89,93
2027 € 88,63
2028 € 87,32
2029 € 86,02
2030 € 84,72
2031 € 83,42
2032 € 82,12
2033 € 80,82
€ 102,73 € 101,32 € 99,92 € 98,47 verdisconteerd in "Objectief verdeelmodel" verdisconteerd in "Objectief verdeelmodel"
€ 97,03
€ 95,58
€ 94,13
€ 92,69
€ 91,24
€ 89,80
€ 104,14
Uitgaven BW arrangementen
€ 80,14
€ 79,44
€ 79,10
€ 78,77
€ 79,43
€ 79,09
€ 79,09
€ 79,09
€ 79,09
€ 79,09
€ 79,09
- BW arrangementen - basis - BW arrangementen - BW-Plus - BW arrangementen - BW-Plus dekking Blokhuismiddelen - BW arrangementen - semimurale arrangementen - BW arrangementen - woonplaatsbeginsel buitenregionaal Uitvoeringskosten
€ 80,10 € 1,05 - € 1,00
€ 80,10 € 1,05 - € 1,00
€ 80,10 € 1,05 - € 1,00
€ 80,10 € 1,05 - € 1,00
€ 80,10 € 1,05
€ 80,10 € 1,05
€ 80,10 € 1,05
€ 80,10 € 1,05
€ 80,10 € 1,05
€ 80,10 € 1,05
€ 80,10 € 1,05
- € 0,34
- € 0,68
- € 1,01
- € 1,35
- € 1,69
- € 1,69
- € 1,69
- € 1,69
- € 1,69
- € 1,69
- € 0,36
- € 0,36
- € 0,36
- € 0,36
- € 0,36
- € 0,36
- € 0,36
- € 0,36
- € 0,36
- € 0,36
€ 6,49
€ 6,49
€ 6,49
€ 6,49
€ 6,49
€ 6,49
€ 6,49
€ 6,49
€ 6,49
€ 6,49
€ 6,49
- Loonkosten - Overhead Kosten Regionaal Kenniscentrum BW
€ 4,80 € 1,68 € 0,10
€ 4,80 € 1,68 € 0,10
€ 4,80 € 1,68 € 0,10
€ 4,80 € 1,68 € 0,10
€ 4,80 € 1,68 € 0,10
€ 4,80 € 1,68 € 0,10
€ 4,80 € 1,68 € 0,10
€ 4,80 € 1,68 € 0,10
€ 4,80 € 1,68 € 0,10
€ 4,80 € 1,68 € 0,10
€ 4,80 € 1,68 € 0,10
Totaal uitgaven
€ 86,73
€ 86,03
€ 85,69
€ 85,35
€ 86,01
€ 85,68
€ 85,68
€ 85,68
€ 85,68
€ 85,68
€ 85,68
Overschot (+) / Tekort (-)
€ 7,00
€ 6,43
€ 5,50
€ 4,57
€ 2,61
€ 1,65
€ 0,35
- € 0,96
- € 2,26
- € 3,56
- € 4,86
Gewijzigde en/of nieuwe uitgangspunten: - Uitstel invoering objectieve verdeelmodel naar 1-1-2024 - Rekening gehouden met tariefeffecten smal tarievenonderzoek
BESLUIT van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard Onderwerp Mandaat-, machtiging en volmachtsbesluit voor gemeente Rotterdam inzake de uitvoering beschermd wonen en maatschappelijke opvang vanaf 2023
Datum vergadering/ agendanummer
Commissie Nvt BBVnummer:
Kenmerk
Openbaar: ja
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Albrandswaard ieder voor zover het haar bevoegdheden betreft, Overwegende dat; − de gemeente op grond van artikel 1.2.1, aanhef en onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verantwoordelijk is voor beschermd wonen; − de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Ridderkerk en Rotterdam een “Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam” hebben vastgesteld; − gemeente Rotterdam de regelgevende, beleidsmatige, financiële en uitvoeringstaken rondom beschermd wonen gaat uitvoeren namens alle deelnemers; − daartoe bevoegdheden aan het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester en de ambtenaren van de gemeente Rotterdam dienen te worden verleend; gelet op; artikel 7:13 en afdeling 10.1.1 Algemene wet bestuursrecht, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; artikel 160, lid 1 en 171, lid 2 Gemeentewet juncto artikel 3:60 Burgerlijk Wetboek besluiten vast te stellen: Artikel 1 Aan het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Rotterdam wordt mandaat, machtiging of volmacht verleend tot: a.
het vaststellen van rechten en plichten op een melding en aanvraag voor beschermd wonen en het uitvoeren van onderzoek namens het college van de gemeente waar de aanvraag is gedaan, dan wel waar de aanvrager woonachtig is, bedoeld o.a. in de artikelen 2.3.1, 2.3.2 en 2.3.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; b. het beslissen op de aanvraag, het nemen van het besluit ten aanzien van de maatwerkvoorziening zoals bedoeld o.a. in artikel 2.3.5 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en beslissingen op verzoeken tot het betalen van een dwangsom bij het niet tijdig beslissen op een aanvraag; 1
c. het uitvoeren van de regie bij de cliënten die een verstrekking hebben gekregen, het doen van evaluaties, herindicatie-onderzoek, het verstrekken van besluiten over verlenging of wijziging van de indicatie en het herzien of intrekken van een besluit als bedoeld in o.a. artikelen 2.3.9 en 2.3.10 van de wet maatschappelijke ondersteuning 2015; d. het behandelen van klachten, ambtelijk horen, het beslissen op bezwaarschriften ten aanzien van beschermd wonen of optreden als procesvertegenwoordiger en nemen van beslissingen op verzoeken tot het betalen van een dwangsom bij het niet tijdig beslissen op een bezwaarschrift; e. het nemen van procesbesluiten en optreden als procesvertegenwoordiger in beroepszaken met betrekking tot beschermd wonen; f. het borgen van de eenduidige en uniforme wijze van de toegang tot en verstrekking van intramurale en semimurale ondersteuning, mede door de inzet van actietafels en de plaatsingscommissie; g. het borgen van de inzet van voldoende personele capaciteit ter uitvoering van deze regeling; h. het in het kader van deze regeling verwerken van persoonsgegevens overeenkomstig de Algemene verordening gegevensbescherming en hoofdstuk 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; i.
het laten houden van toezicht op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 door toezicht houdende ambtenaren op de aanbieders van intramurale en semimurale ondersteuning en het aanwijzen van de toezichthouders voor beschermd wonen; j. de inkoop, aanbesteding en gunning van beschermd wonen en aangaan van (dienstverlenings)overeenkomsten; k. het contractmanagement en contractbeheer van de contracten met aanbieders, waaronder monitoring en sturing; l. het wijzigen, beëindigen, en ontbinden van contracten en het verrichten van alle rechtshandelingen en feitelijke handelingen die in dit kader noodzakelijk zijn waaronder het vorderen van nakoming, ingebrekestelling en voeren van gerechtelijke procedures; m. het behandelen van klachten en bezwaren in contractuele of aanbestedingszaken en het daartoe optreden als vertegenwoordiger; n. het vragen van extern advies of contracteren c.q. inschakelen van externe procesvertegenwoordiging wanneer noodzakelijk; o. het onderhouden van ambtelijke contacten met externe partijen; p. het laten doen van onderzoek en monitoring ten aanzien van de voortgang van het regionale beleid, inclusief de spreidingsopgave; q. het jaarlijks rapporteren aan het bestuurlijk overleg over de prestaties van de aanbieders van beschermd wonen, klachten, bezwaar- en beroepsprocedures en relevante uitvoeringsvraagstukken; r.
de uitvoering van overige taken op grond van de Gemeenschappelijke Regeling beschermd wonen regio Rotterdam. Artikel 2 De mandaten, machtigingen en volmachten worden uitgevoerd binnen de kaders van de Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam, de bestuurlijke afspraken tussen de deelnemers, toepasselijke regelgeving en beleid.
2
Artikel 3 Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Rotterdam zijn bevoegd de taken en bevoegdheden schriftelijk onder te mandateren, onder te volmachten en onder te machtigen aan personen binnen de eigen gemeentelijke organisatie alsmede aan externe professionele rechtshulpverleners om als procesvertegenwoordiger op te treden Artikel 4 Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat-, machtiging- en volmachtsbesluit inzake de uitvoering Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam. Artikel 6 Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2023 Aldus besloten op <datum>, Het college burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard, de secretaris, de burgemeester,
dhr. H. Cats
mevr. drs. J.G.H. de Witte
De burgemeester, Voor zover het haar bevoegdheden betreft,
mevr. drs. J.G.H. de Witte
3
Regionaal Beleidsplan Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen Periode 2022-2026
Inhoud Samenvatting en leeswijzer
3
1.
Inleiding
4
2
Maatschappelijke urgentie en bredere context
6
3
Visie op ondersteuning aan kwetsbare inwoners
7
4
Landelijke context
8
5
Evaluatie Beleid 2017-2020
10
6
Afbakening doelgroep Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang
11
7
Vraagraming en kwantitatieve ontwikkeling doelgroep
16
8
Monitoring
18
9
Toegang tot BW
19
10 Regionale inkoop Voorzieningen
20
11 Begroting en financiële afspraken
21
12 Governance
22
13 Aansluiting lokaal beleid
23
14 Samenwerking zorgverzekeraars/zorgkantoor
24
15 Woonopgave
27
Colofon
28
In opdracht van de Colleges van de gemeenten: Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Lansingerland Ridderkerk Rotterdam
2
Samenvatting en leeswijzer Dit is het regionale beleidsplan Maatschappelijke Opvang (MO) en Beschermd Wonen (BW). In dit beleidsplan staat de visie, ambitie en doelen die de zeven1 samenwerkende gemeenten willen bereiken op de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Het regionaal beleidsplan geeft invulling aan de doordecentralisatie MO en BW ie ingaat per 2022 (inhoudelijk) en 2023 (financieel). Deze doordecentralisatie is vanuit de Rijksoverheid geïnitieerd. Met de doordecentralisatie wordt elke gemeente zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van BW. De 7 gemeenten hebben ervoor gekozen om die lokale verantwoordelijkheid gezamenlijk in te vullen en voort te bouwen op de samenwerking die sinds 2015 is ontstaan bij de invoering van de Wmo.
Visie en uitgangspunt
Alle inwoners kunnen naar vermogen meedoen in de samenleving. Als het nodig is, kunnen inwoners ondersteuning krijgen. Hierbij is lokale ondersteuning het uitgangspunt. De ondersteuning is dichtbij, op maat en in de eigen leefomgeving. Voor sommige kwetsbare inwoners2 zijn er maatwerkoplossingen nodig. Vanwege de aard van de problematiek kiezen de gemeenten ervoor om voor de doelgroep Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang gezamenlijk op te trekken in beleid en uitvoering.
Doelstelling
Het hoofddoel van het beleid is het bevorderen van het herstel en participatie van mensen met een psychische kwetsbaarheid in de eigen omgeving. We streven ernaar dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen, of weer zelfstandig gaan wonen door vergroting van zelfregie, samenredzaamheid en participatie. 1
A lbrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Ridderkerk en Rotterdam. 2 Met het begrip kwetsbare inwoners of doelgroep bedoelen we in dit stuk ook de zorgvragers of zorgbehoevenden.
Leeswijzer
Het beleidsplan is opgebouwd uit de 15 hoofdstukken. Per hoofdstuk zijn, indien relevant specifieke doelen opgenomen. In de Inleiding wordt onder andere het proces van totstandkoming toegelicht. In het hoofdstuk maatschappelijke urgentie en context wordt aangegeven welke bredere maatschappelijke ontwikkelingen er zijn en welke opdracht er voor de lokale overheid ligt. In de visie komt de regionale visie op MO en BW aan de orde, die is gebaseerd op het rapport: Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis van de Commissie Dannenberg. In het hoofdstuk landelijke context geven we aan wat de landelijke context, kaders en ontwikkelingen zijn waar het regionale beleidsplan zich tot moet verhouden. Het hoofdstuk Evaluatie beleid 2017-2020 beschrijft de behaalde resultaten van het vorige regionale beleid, de aandachtspunten die daaruit zijn voortgekomen en die een plek hebben gekregen in het huidige beleidsplan. In het hoofdstuk Definiëring doelgroep Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang gaan we in op de afbakening van de doelgroep waar de gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk voor zijn. Deze afbakening is breder dan de wettelijke definitie en vormt het vertrekpunt voor regionale inkoop van de voorzieningen. De afbakening geeft tegelijkertijd ook aan waar de gemeenten lokaal verantwoordelijk voor zijn.
In het hoofdstuk Vraagraming en kwantitatieve ontwikkeling doelgroep wordt de huidige omvang van de doelgroep en de toekomstige ontwikkeling geschetst. Dit is van belang om een inschatting te kunnen maken van de aard en omvang van de voorzieningen die nodig zijn de komende jaren om de doelgroep op te kunnen vangen. In het hoofdstuk Monitoring gaan we in op de wijze waarop we zicht en grip willen houden op de uitvoering van het beleid. In het hoofdstuk Toegang tot BW geven we aan op welke manier we de verbinding willen maken tussen de lokale gemeentelijke toegang en de toegang tot BW, die specialistische kennis vraagt.
3
In het hoofdstuk Regionale inkoop Voorzieningen beschrijven we hoe de regionale inkoop van de maatwerkvoorziening BW georganiseerd is. De gemeente Rotterdam voert de inkoop namens de regio uit. In het hoofdstuk Begroting en financiële afspraken beschrijven we de beschikbare budgetten van het Rijk voor de uitvoering, de gevolgen van de herverdeling van de middelen en laten we een meerjarenprognose zien. In het hoofdstuk Governance gaan we dieper in hoe de regionale samenwerking vastgelegd wordt en op welke manier gemeenten kunnen sturen op de uitvoering van het regionale beleid. In het hoofdstuk Aansluiting lokaal beleid geven we aan welke lokale verantwoordelijkheid er ligt bij elke gemeente om het regionale beleid te laten slagen. Dat zit onder andere in een goede wijkinsfrastructuur, preventie en afspraken met corporaties. In het hoofdstuk Samenwerking zorgverzekeraars/ zorgkantoor geven we aan welke onderwerpen op de samenwerkingsagenda staan met de regionaal werkende zorgverzekeraar en zorgkantoor. Een goede samenwerking is van belang om het beleid te laten slagen en de inwoners ook de juiste zorg te laten krijgen die vanuit de zorgverzekeraar/zorgkantoor vergoed wordt. Als laatste gaan we in op de Woonopgave. De beschikbaarheid van de juiste woningen is een cruciale randvoorwaarde voor het slagen van het regionale BW-beleid.
Tegelijkertijd is er al jaren een krapte op de sociale woningmarkt in onze regio. Door aan te sluiten bij de regionale en lokale afspraken met corporaties en het lokale woon of woonzorgbeleid, moet het mogelijk zijn om de uitstroom uit BW te bevorderen en om nieuwe vormen van ondersteuning zoals Beschermd Thuis mogelijk te maken.
1.
Inleiding
Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor Beschermd Wonen (BW) en al langer voor de Maatschappelijke Opvang (MO). In het centrumgemeentegebied Rotterdam werken 7 gemeenten vanuit een gezamenlijk kader aan de invulling van deze verantwoordelijkheid. De samenwerkende gemeenten hebben hiertoe vanaf 2015 een bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst afgesloten. Vanaf 2018 geldt het gezamenlijk regionaal beleidsplan 2018 t/m 2021 als kader voor de samenwerking. Een belangrijk onderdeel van dit kader is het realiseren van de visie van de Commissie Toekomst Beschermd Wonen (ook wel Commissie Dannenberg genoemd). De transformatie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Vanaf 2020 zijn de voorbereidingen gestart voor de verdere doordecentralisatie MO-BW. Vanaf 2023 worden de financiële middelen voor BW en vanaf 2025 de middelen MO herverdeeld. Deze zijn nu nog gekoppeld aan de centrumgemeente Rotterdam, maar gaan onderdeel uitmaken van een nieuwe, integrale verdeling van middelen over alle gemeenten. Dit vraagt om een nadere vastlegging van de samenwerking tussen de gemeenten. In dit regionale beleidsplan bouwen we voort op het eerste regionale beleidsplan en geven we regionaal invulling aan de doordecentralisatie MO-BW die vanaf 2022 ingaat.
In het regionale beleidsplan leggen we een verbinding met de lokale opgaven en verantwoordelijkheid die in de Wmo geborgd is en leggen we een verbinding met het beleidsterrein wonen. Mede omdat de invulling van de woonopgave een van de belangrijkste succesfactoren is van het slagen van het regionale beleid MO-BW.
Proces van totstandkoming en besluitvorming Om te komen tot een goed en afgewogen regionaal beleidsplan is het noodzakelijk om input van cliënten,
4
aanbieders en de gemeenten mee te nemen. In de aanloop
naar de formele vaststelling van het regionaal beleidsplan zijn de volgende stappen ondernomen. In 2020 zijn informerende sessie gehouden in meerdere gemeenten om de betrokken raadsleden en Wmo adviesraden te informeren over het proces van de doordecentralisatie en de betekenis voor hen. In een aantal daarvan heeft een ervaringsdeskundige het perspectief van de client belicht. De Colleges hebben hun Raden geïnformeerd over de voortgang van het proces. Daarnaast is aangesloten bij bijeenkomsten van clientvertegenwoordigers om ze te informeren. Er is geregeld contact over de doordecentralisatie met de BW-aanbieders in de reguliere overleggen. In het kader van de regionale inkoop BW zijn de contacten intensiever en volgen ze een formele structuur vanwege het karakter van de inkoop: een Europese Aanbesteding. In het voorjaar van 2021 zijn er voor de raadsleden en Wmo adviesraden webinars gehouden om input op te halen voor dit regionaal beleidsplan. Tijdens de webinars was een ervaringsdeskundige aanwezig die haar visie op BW gaf vanuit het perspectief van de client. In meerdere gemeenten is er opvolging aan gegeven middels lokale sessies in de betreffende commissies. In juli 2021 heeft het regionaal Bestuurlijk Overleg MO-BW een concept besproken en akkoord bevonden. In het najaar van 2021 is input gevraagd aan clientvertegenwoordigers en aan aanbieders op het concept beleidsplan.
Deze input is verwerkt in het definitieve concept. Alle Colleges hebben in het najaar van 2021 het concept aan hun raden aangeboden om het op de voor hun gemeente passende wijze te bespreken en vast te stellen. Op basis van de alle gemeentelijke besprekingen is het definitieve concept ter besluitvorming aangeboden.
5
2
Maatschappelijke urgentie en bredere context
De overheid heeft een opdracht om te zorgen voor de kwetsbaren in de samenleving. Deze opdracht is nog steeds actueel en urgent. Dat blijkt onder meer uit de landelijke cijfers van het CBS en het SCP en uit cijfers van de gemeente Rotterdam. • V olgens het CBS steeg het aantal daklozen van 17.000 in 2009 tot 36.000 in 2020. De jarenlange stijgende trend is na 2018 licht gedaald, maar het probleem van dakloosheid is nog steeds groot. • H et SCP geeft aan dat in 2021 ongeveer een miljoen mensen leven in armoede omdat hun budget niet toereikend is voor het ‘minimaal noodzakelijke’. Ruim de helft hiervan heeft werk. Armoede zorgt voor tal van negatieve welzijnseffecten. Zoals sociaal isolement, slechtere gezondheid en een negatief effect op de mentale vermogens en de gemoedstoestand. Armoede gaat vaak gepaard met schulden en andersom veroorzaken schulden vaak armoede. • D oor de gemeente Rotterdam zijn in 2020 in totaal 1.071 passen voor de nachtopvang (CO-passen) verstrekt. Dit is een lichte stijging ten opzichte van de 1.022 passen in 2019 en dat betekent een lichte verhoging van het aantal daklozen dat in Rotterdam toegang heeft gekregen tot de maatschappelijke opvang. • V anaf 2017 is het aantal mensen dat in onze regio een indicatie voor beschermd wonen heeft gekregen ongeveer gelijk gebleven op 1950.
Vanaf 2021 is er sprake van een daling, die vooral veroorzaakt wordt doordat inwoners met een structurele psychische stoornis niet langer onder beschermd wonen in het kader van de Wmo vallen, maar tot de doelgroep van de Wet langdurige zorg zijn gaan behoren.
Binnen de gemeenten ontstaan kwetsbare wijken waar de problematiek zich opstapelt door een combinatie van mensen met psychische problematiek die in de wijken wonen, mensen met problematische schulden en langdurige armoede. Vereenzaming van alleenstaanden die in een isolement dreigen te raken. Het is belastend voor verwanten en mantelzorgers, de wijken, het raakt het veiligheidsgevoel van omwonenden en het sociaal klimaat in de buurten. De overheid heeft een opdracht om de omstandigheden voor deze groepen burgers te verbeteren. En zo erger te voorkomen. De invoering van de Wmo, jeugdwet en Participatiewet in 2015 heeft daar een impuls aan gegeven. Het SCP constateert in haar rapport; ‘Sociaal Domein op koers?’ eind 2020, in een evaluatie van 5 jaar decentralisatie het volgende: sociaal domein worden veel mensen geholpen “Indoorhethun gemeente. Tegelijk is het zorgelijk dat in de huidige praktijk een aantal kwetsbare groepen aan het kortste eind lijkt te trekken. Lichte hulpvragen krijgen voorrang omdat deze goedkoper zijn op te lossen. De hulp aan specifieke kwetsbare groepen lukt niet goed. Zo zijn er lange wachttijden voor jongeren met complexe problemen en zijn de baankansen afgenomen voor mensen die aangepast werk nodig hebben. Ook wordt de hulpverlening aan mensen met meerdere problemen belemmerd door ingewikkelde regelgeving.
de meeste gemeenten sociale wijkteams “Hoewel hebben opgezet, komen die er niet altijd aan toe om
”
problemen bij mensen actief op te sporen. Door de coronacrisis wordt veel psychische en financiële druk verwacht bij kwetsbare groepen. Naar verwachting zal dit de hulptaak van de gemeente nog eens extra verzwaren.
”
6
decentrale aanpak werd ook meer van mensen “Inzelfdeverwacht: eigen kracht, zelfredzaamheid en meer voor elkaar zorgen. Het onderzoek laat zien dat de verwachtingen van het Rijk en de ervaringen van de praktijk niet overeenkomen. Juist mensen die hulp vragen kunnen het niet altijd zelf. Ook blijkt dat mensen het vaak moeilijk vinden om anderen uit hun omgeving om hulp te vragen of er is niemand om hen te helpen. Het percentage mensen dat mantelzorg geeft aan mensen met een beperking is sinds de decentralisaties niet toegenomen.
”
Er ligt dus nog steeds een grote opdracht voor de lokale overheid om de problematiek van armoede, psychische kwetsbaarheid, en dakloosheid integraal en gezamenlijk op te pakken. Bij beschermd wonen gaat het om de ontwikkeling van intramurale voorzieningen naar beschermd thuisoplossingen. Of maatschappelijke opvang (van dak,- en thuislozen), net zoals beschermd wonen nu, in 2026 wordt doorgedecentraliseerd naar alle gemeenten wordt in 2025 duidelijk. Dit beleidsplan richt zich op de regionale opgave voor beschermd wonen.
3
Visie op ondersteuning aan kwetsbare inwoners
Alle inwoners kunnen meedoen in de samenleving. De inwoner die (tijdelijk) problemen heeft met het zelfstandig regie voeren, kan via de Wmo ondersteuning krijgen. Hierbij is lokale ondersteuning het uitgangspunt. De ondersteuning is dichtbij, op maat en in de eigen leefomgeving. Voor de groep inwoners die niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen, en waarbij ondersteuning in de eigen omgeving tekortschiet, is (tijdelijk of permanent) opvang aanwezig. Onder opvang verstaan we wonen in één van de woonvormen van een instelling. Dit is in principe een tijdelijke situatie, waarbij er gestuurd wordt op herstel en uitstroom. Het doel is om inwoners zo snel mogelijk weer deel te laten nemen aan het maatschappelijk leven, naar eigen wensen en vermogen. Het deelnemen naar vermogen in de samenleving is ook afhankelijk van de mogelijkheden van de omgeving.
Doelstelling van ons beleid
Herstel en participatie van mensen met een psychische kwetsbaarheid in de eigen omgeving. We streven ernaar dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen, of weer zelfstandig gaan wonen door vergroting van zelfregie, samenredzaamheid en participatie. Daarmee willen we de Kanteling, de beweging van klassiek beschermd wonen naar beschermd thuis realiseren. In de volgende hoofdstukken zijn bij de deelonderwerpen specifieke doelen opgenomen die aangeven wat we per onderdeel willen bereiken.
Kernpunten advies Commissie Toekomst beschermd wonen
In het advies van de Commissie Toekomst beschermd wonen onder leiding van Erik Dannenberg (Rapport Van beschermd wonen naar een beschermd thuis) staat een nieuwe kijk op psychisch lijden en gezondheid centraal. Mensen met een psychische kwetsbaarheid zijn inwoners, ze maken deel uit van de samenleving. In de zorg komt meer nadruk op variatie, aanpassing, veerkracht en regie van hulpvragers. De herstelgedachte is daarbij leidend. De omslag naar (meer) zelfstandig wonen vereist dat cliënten zich ervan bewust worden dat ze zelf vorm kunnen geven aan hun leven en de ondersteuning die daarbij nodig is. Dat betekent bijvoorbeeld dat actief wordt ingezet op cliëntinitiatieven; dat alle ondersteuning wordt geleverd vanuit de principes van herstelgerichte zorg en dat er structureel gewerkt wordt met ervaringsdeskundigen. Het perspectief van de hulpvrager en naastbetrokkenen is het uitgangspunt bij het herinrichten van de zorg. Aanbieders worden onderdeel van de gemeenschap rond de individuele zorgvrager en zijn omgeving. Zorg en ondersteuning worden georganiseerd op het niveau van wijken en regio’s. Hiervoor is - waar nodig - langdurige begeleiding met een flexibele intensiteit beschikbaar.
7
Om deze zogeheten sociale inclusie te kunnen realiseren wordt in het advies een aantal condities benoemd die nodig is om de participatie van kwetsbare mensen te ondersteunen en onbedoelde negatieve gevolgen in hun levens tegen te gaan. • V ersterken van zelfmanagement, ervaringsdeskundigheid en informele zorg* • G aranderen van langdurige begeleiding met flexibele intensiteit • Ondersteuningscontinuüm voor herstel en participatie • E en breed arsenaal van woonvarianten • Beschikbare en betaalbare wooneenheden* • Laagdrempelige toegang tot zorgfuncties • Duurzaam samenwerken tussen gemeenten en zorgverzekeraars • Borgen van kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning *= de vetgedrukte uitgangspunten zijn door de leden van de Wmo adviesraden/gemeenteraadsleden als prioriteit aangemerkt. Het gaat kortom, om een breed palet aan voorzieningen: van lichte vormen van begeleiding tot gespecialiseerde opvang en beschermd wonen. Dit wordt gerealiseerd door lokale Wmo-maatwerkvoorzieningen en het aanbod beschermd wonen.
4
Landelijke context
In dit hoofdstuk beschrijven we de landelijke afspraken die het kader vormen waarbinnen het regionale beleid ingevuld wordt.
Landelijk: wetgeving Wmo en landelijk beleid De landelijke kaders worden met name gegeven door de Wmo, en door de beleidsaanpassingen van het Rijk. Voor de decentralisatie zijn de volgende landelijk bepaalde kaders van belang: • Afspraken landelijke toegankelijkheid • Invoering nieuw landelijk verdeelmodel, inclusief ingroeipad per 2023 • U itname Wet Langdurige zorg (Wlz)-cliënten en middelen • Invoering woonplaatsbeginsel per 2023 • Norm voor Opdrachtgeverschap • Afspraken doordecentralisatie Maatschappelijke Opvang Landelijke toegankelijkheid Beschermd Wonen is een landelijk toegankelijke voorziening, dat betekent dat cliënten die gebruik (willen) maken van BW zich in elke gemeente kunnen melden. Op verzoek van de centrumgemeenten is een handreiking opgesteld om de landelijke toegankelijkheid BW te waarborgen. Deze Handreiking en beleidsregels Landelijke toegang beschermd wonen doet aanbevelingen aan gemeenten over hoe te handelen op het moment dat een cliënt zich meldt. De gezamenlijke centrumgemeenten onderschrijven de lijn uit deze handreiking in het Convenant Landelijke Toegankelijkheid Beschermd Wonen. Bij een aanmelding wordt gekeken naar de volgende zaken: • w aar is de kans op een succesvol traject het grootst; • w at is de wens van de cliënt; • d e aan-of afwezigheid van een positief netwerk.
De lokale uitwerking van de afspraken is geborgd in de toegang MO-BW, uitgevoerd door Rotterdam.
8
De invoering van het landelijk verdeelmodel De doordecentralisatie stelt alle gemeenten in staat om zelf te zorgen voor hun kwetsbare inwoners. Met die verantwoordelijkheid worden ook de financiële middelen herverdeeld. Het Rijk heeft het verdeelmodel Sociaal Domein, waar ook Beschermd Wonen onder valt, opnieuw vormgegeven. Dat betekent dat de landelijk beschikbare middelen voor BW verdeeld worden volgens objectieve maatstaven in plaats van op basis van de historie. Dit zorgt voor een andere verdeling van de middelen. Het betekent ook een verschuiving van de landelijke middelen over de regio’s. In het hoofdstuk financiën gaan we hier verder op in. Om de herverdelingseffecten te dempen is er een ingroeipad van 10 jaar afgesproken. In die periode wordt in stapjes van 10% de herverdeling gerealiseerd. Vanaf 2023 krijgen alle gemeenten eigen middelen voor de uitvoering van de Beschermd Wonen taken. Het budget van de centrumgemeente neemt langzaam af, dat van de regiogemeenten neemt toe. Uitname Wlz cliënten en middelen In 2021 is een groep cliënten vanuit de Wmo overgegaan naar de Wlz. Het gaat om een groep die levenslang ondersteuning nodig heeft en weinig tot geen perspectief op herstel heeft. Deze groep hoort vanwege hun zorg en ondersteuningsprofiel thuis in de Wlz. De groep valt dus niet meer onder de verantwoordelijkheid van de gemeente, maar onder het zorgkantoor.
Met de overgang van deze groep cliënten is ook een uitname van de bijbehorende financiën gepaard. Het Rijk heeft de afspraak met de gemeenten gemaakt dat deze uitname budgetneutraal is. De gevolgen voor onze regio in aantallen cliënten en financiële middelen zijn nader omschreven in het hoofdstuk financiën.
Invoering woonplaatsbeginsel Er is landelijk de wens om voor Beschermd Wonen vanaf 2023 het woonplaatsbeginsel in te voeren. Dat betekent dat de gemeenten (financieel) verantwoordelijk zijn voor de BW zorg aan inwoners die die uit de eigen gemeente komen. Er is afgesproken dat dit geldt voor nieuwe BW-cliënten. De bestaande groep cliënten wordt gefinancierd door de centrumgemeente. Het hierboven beschreven nieuwe verdeelmodel en het ingroeipad sluit hierop aan. Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) Om de doordecentralisatie Beschermd wonen op een verantwoorde manier door te voeren en toekomstbestendig te maken hebben gemeenten met elkaar afspraken gemaakt over regionale samenwerking en goed opdrachtgeverschap. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Norm voor Opdrachtgeverschap en aangenomen door de ALV van de VNG. Deze NvO wordt in onze regio gebruikt als kader voor de nieuwe inkoop BW en voor de inrichting van de bestuurlijke samenwerking. De gemeenten hebben het volgende afgesproken in de NvO: 1. Opstellen van een regiovisie voor MO-BW en deze door de gemeenteraden in de regio laten vaststellen. 2. De regiovisie komt tot stand in samenspraak met professionals, inwoners, ervaringsdeskundigen en ketenpartijen. 3. D e regiovisie geeft helderheid hoe gemeenten in de regio de beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties van beschermd wonen borgen. 4.
De regiovisie bevat afspraken over de inkoop van plekken buiten de regio. 5. De regiovisie gaat in op de manier waarop de lokale toegang is verbonden met de regionale MO en regionaal gecontracteerde hulp. 6. Regio’s kiezen voor een niet-vrijblijvende governance, met één onderling overeengekomen en gedragen aanspreekpunt dat extern kan optreden namens de regio.
7. D e regio voert de uitvoeringsvarianten consequent door en iedere gemeente in de regio hanteert dezelfde contractvoorwaarden. 8. D e regio zet in op meerjarige contractering met ruimte voor innovatie. Deze afspraken worden in dit beleidsplan verder uitgewerkt. Afspraken doordecentralisatie Maatschappelijke Opvang Er is landelijk aangegeven dat de Maatschappelijke Opvang tot 2025 geen onderdeel is van de doordecentralisatie. Dat betekent dat we die opgave dan ook buiten de regionale opdracht houden en de focus leggen op de doordecentralisatie Beschermd Wonen. Het is niet zo dat de ontwikkelingen bij de MO stilliggen. De gemeente Rotterdam heeft haar ambities geformuleerd in het plan van aanpak Kwetsbare Rotterdammers. Er is een lokaal plan van aanpak terugdringen dakloosheid opgesteld, dat wordt uitgevoerd met financiële ondersteuning van de ‘Blokhuismiddelen’. Regiogemeenten hebben lokaal eigen maatregelen genomen om dak- en thuisloosheid te voorkomen en tegen te gaan. De gemeente Rotterdam blijft de overige gemeenten nauwgezet meenemen in de ontwikkelingen zodat we de verbinding met de MO niet kwijtraken.
9
5
Evaluatie Beleid 2017-2020
Bij een nieuw beleidsplan hoort ook een terugblik op de afgelopen beleidsperiode. Die terugblik is door de gemeenten zelf uitgevoerd en richtte zich op de speerpunten uit het beleidsplan. Hieronder staat een samenvatting van de evaluatie.
Wat hebben we bereikt?
Toegang MO BW verloopt goed De gemeente Rotterdam voert namens alle 7 gemeenten de toegang uit. Er is een Centraal Onthaal Volwassenen en Centraal Onthaal Jongeren. Deze verzorgen de toegang naar de Maatschappelijke Opvang. Daarnaast is er een team BW die de toegang naar Beschermd Wonen uitvoert. Hier wordt het onderzoek uitgevoerd en een indicatie verstrekt. Er is geregeld overleg met de toegang van de lokale gemeenten. Actief wachtlijstbeheer en actietafel om doorstroom te bevorderen Naast de inrichting van de toegang heeft Rotterdam het beheer van de wachtlijst op zich genomen. Door zelf het wachtlijstbeheer op zich te nemen is er beter zicht op de wachtenden en de wachttijd. De cliënten op de wachtlijst worden in de plaatsingscommissie besproken. Dit heeft tot afname van de wachtlijst geleid en biedt een oplossing voor sommige langdurig wachtenden. Goed inzicht in cijfers Sinds de overgang van BW naar de gemeenten heeft Rotterdam een regiomonitor BW opgezet. In deze halfjaarlijkse monitor staan de belangrijkste kengetallen, zoals aantallen indicaties, in,- en uitstroom, gemeente van herkomst en spreiding van voorzieningen. Het cijfermatig inzicht zorgt voor duidelijkheid. De monitor wordt doorontwikkeld op basis van de veranderende informatiebehoeften van de gemeenten.
Spreiding voorzieningen vertaald in opgave per gemeente Bij de start in 2015 was de concentratie van BW-voorzieningen onevenwichtig verdeeld over de regio. Er is een overzicht gemaakt van alle BW-locaties in de regio en er is gekeken naar een manier om de spreiding te verbeteren. De gemeenten hebben met elkaar afspraken gemaakt en
10
stemmen nieuwe locaties met elkaar en met de BW-aanbieders af. Toezicht aanbieders via Wmo toezicht georganiseerd. Alle gemeenten zijn voor het toezicht op de BW-aanbieders aangesloten bij de GGD Rotterdam-Rijnmond. De toezichthouder heeft een aantal onderzoeken uitgevoerd bij BW-aanbieders. Alle onderzoeken zijn openbaar en via de website van de GGD terug te vinden. Cliënten tevreden over ondersteuning Aanbieders zijn verplicht om klanttevredenheidsonderzoeken uit te voeren. De gemeente Rotterdam voert ook op eigen initiatief onderzoek naar klanttevredenheid uit middels locatiebezoeken en enquêtes. Daaruit blijkt dat de tevredenheid van cliënten over het algemeen goed is. Goed werkende overlegstructuur Er is een overlegstructuur ingericht om de uitvoering van het regionale beleid te monitoren en bij te sturen. Hier worden alle wijzigingen in beleid en in de uitvoering besproken. Er is daarvoor een ambtelijk en een bestuurlijk overleg opgezet. Daarnaast is er tweemaal per jaar een overleg met de uitvoering waar casuïstiek besproken wordt. Voor de doelgroep MO zal de overlegstructuur nog verder ingevuld moeten worden. Samenwerking verzekeraar en wonen kan beter Samenwerking met de zorgverzekeraar is belangrijk voor succesvol herstel van BW-cliënten. In de afgelopen beleidsperiode is dat beperkt gebeurd.
Een van de redenen is dat het werkgebied van de zorgverzekeraar/zorgkantoor niet congruent is met onze BW-regio. We hebben met 3 verschillende zorgverzekeraars te maken. In de nieuwe beleidsperiode wordt dit punt opgepakt.
6
Afbakening doelgroep Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang
Inleiding
Het is van belang om helderheid te krijgen over de aard en de omvang van de doelgroep. De wet en het huidige regionale beleid geven hiervoor de kaders aan. In dit hoofdstuk omschrijven we de doelgroepen MO en BW waar de gemeenten regionaal verantwoordelijk voor zijn. Over het algemeen geldt bij BW dat de psychische problematiek de belangrijkste aanleiding tot ondersteuning is. Bij de doelgroep MO gaat het om psychosociale problematiek mét dakloosheid tot gevolg. Vanzelfsprekend is hierbij sprake van overlap in problematiek en in doelgroep. Ook is er sprake van doorstroom van cliënten MO naar BW, als opstap naar meer zelfstandige woonvormen.
Wat willen we bereiken?
Een duidelijke afbakening en definiëring van de doelgroep MO en BW. De afbakening geeft de grenzen aan van de regionale verantwoordelijkheid en waar de lokale verantwoordelijkheid begint. Hiermee voorkomen we onduidelijkheid bij de gemeenten en de aanvragers over de regionale en de lokale verantwoordelijkheid voor de zorg en ondersteuning.
Wat gaan we daarvoor doen?
Vastleggen van de afbakening en als basis gebruiken voor de regionale en lokale uitvoering, zoals inkoop, toegang en verstrekking van voorzieningen. De afbakening gebruiken in de nadere beleidsregels en verordening en de werkprocessen van de gemeenten.
Definitie BW
Een inwoner komt in aanmerking voor BW, voor zover hij in verband met psychische of psychosociale problemen niet in staat is op eigen kracht, met gebruikelijke en ambulante hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn eigen sociale netwerk, zelfstandig te wonen en participeren in de samenleving.
Definitie MO
Iemand komt in aanmerking voor maatschappelijke opvang wanneer hij/zij 18 jaar of ouder is, dak- en/of thuisloos is en daarnaast een opeenstapeling van problemen heeft op verschillende leefgebieden die niet op andere wijze dan door het bieden van MO kan worden opgelost. Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) In de wet (Wmo) staat de volgende definitie van Beschermd Wonen (BW) beschreven: Beschermd Wonen: Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving (artikel 1.1.1). Tegelijkertijd is in de Memorie van Toelichting in de Wmo 2015 duidelijk gemaakt dat die definitie in de praktijk ruimer kan worden opgevat en dat er ook een veelheid aan andere verschijningsvormen is die door de wet niet onmogelijk worden gemaakt: “Achter een ‘accommodatie van een instelling’ kan een veelheid van variëteiten schuilgaan”. Dat geldt ook voor de invulling in onze regio.